Beschikking van de Commissie van 10 december 2003 in een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst (Zaak COMP/E-2/37.857 –– Organische peroxides) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4570 def. en corrigendum C(2004) 4) (Slechts de tekst in de Duitse, de Engelse en de Spaanse taal is authentiek) (2005/349/EG)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2005/349@2003-12-10/nl
Op 10 december 2003 heeft de Commissie een beschikking (C(2003) 4570 def.) gegeven in een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst. De Commissie heeft op 7 januari 2004 door middel van schriftelijke procedure E/2/2004 (C(2004) 4) een corrigendum op de Duitse en Spaanse versie van Beschikking C(2003) 4570 def. goedgekeurd. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 21 van Verordening nr. 17 publiceert de Commissie hierbij de namen van de partijen en de belangrijkste inhoud van het besluit, gelet op het rechtmatige belang van ondernemingen bij de bescherming van hun commerciële belangen. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van de beschikking in de authentieke talen en in de werktalen van de Commissie is te vinden op de website van directoraat-generaal Concurrentie: http://europa.eu.int/comm/competition/index_en.html SAMENVATTING VAN DE INBREUK Deze beschikking is gericht tot de volgende ondernemingen en/of verenigingen van ondernemingen:
Akzo Nobel Chemicals International BV,
Akzo Nobel Polymer Chemicals BV,
Akzo Nobel NV,
Atofina SA,
Degussa UK Holdings Limited,
Peroxid Chemie GmbH & Co. KG,
Peroxidos Organicos SA,
AC Treuhand AG.
Begin 1971 werd door de destijds belangrijkste producenten van organische peroxides (Akzo Nobel Chemicals International BV en Akzo Nobel Polymer Chemicals BV, Luperox GmbH (dat later onderdeel van de grootste dochter van Atofina SA werd), hierna Akzo en Peroxid Chemie GmbH & Co. KG genoemd) een voortdurende overeenkomst gesloten die in strijd was met artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag en artikel 53, lid 1, van de EER-overeenkomst, en hieraan deelgenomen. De overeenkomst betrof in bepaalde periodes de gehele en in bepaalde periodes een deel van de Gemeenschap en de EER. De deelnemers maakten afspraken over marktaandelen, bepaalden de prijzen van het product, bedachten een mechanisme voor prijsstijgingen dat zij ook toepasten, wezen afnemers toe en zetten een systeem op om toezicht te houden op de werking van hun overeenkomsten en om deze te doen naleven. Peroxidos Organicos SA (1975-1999) nam deel aan een specifieke regeling binnen de algemene overeenkomst. Ook AC Treuhand AG (1993-1999) was bij de zaak betrokken. Duur van de deelname:
a)
Akzo Nobel Chemicals International BV, Akzo Nobel Polymer Chemicals BV en Akzo Nobel NV van 1 januari 1971 tot en met 31 december 1999;
b)
Atofina SA van 1 januari 1971 tot en met 31 december 1999;
c)
Peroxid Chemie GmbH & Co. KG van 1 januari 1971 tot en met 31 december 1999;
d)
Degussa UK Holdings Limited van 1 september 1992 tot en met 31 december 1999;
e)
Peroxidos Organicos SA van 31 december 1975 tot en met 31 december 1999;
f)
AC Treuhand van 28 december 1993 tot en met 31 december 1999.
Een organische peroxide is een organisch molecuul dat een peroxide of zuurstof-zuurstofverbinding bevat (-O-O-). Organische peroxides (hierna OP genoemd) zijn zeer explosief en grote ongelukken zijn in deze branche dan ook geen uitzondering. OP zijn verkrijgbaar in vaste vorm (meestal als een fijn poeder), als vloeistof of als pasta. OP en mengsels die OP bevatten worden gebruikt als versneller, activator, katalysator, crosslinker, uitharder, harder, initiator en promotor. OP kunnen worden onderscheiden naar hun belangrijkste drie toepassingen en zeven klassen. OP spelen een zeer belangrijke rol in de plastic- en rubberindustrie waarin zij voornamelijk drie toepassingen hebben:
a)
polymerisatie van thermoplasten (zogenaamde hoge polymeer- of HP-toepassingen);
b)
uitharding van onverzadigde thermohardende polyersterharsen (zogenaamde UP-toepassingen);
c)
crosslinking (zogenaamde XL-toepassingen).
De Commissie is tot de conclusie gekomen dat de geografische reikwijdte van deze activiteit ten minste de EER betreft. In 1999, het laatste volledige jaar van de inbreuk, had het kartel meer dan 90 % van de EER-markt voor het betrokken product in handen. Deze markt had in dat jaar een totale geschatte waarde 250 miljoen EUR. De belangrijkste overeenkomst ging van start in 1971, met aanvankelijk drie leden (Akzo, Peroxid Chemie en Atofina (destijds Luperox genaamd)). Deze overeenkomst bestond uit subregelingen voor hoge polymeer- en thermohardende OP en was ook opgesplitst naar regionale criteria. Regionale subregelingen betroffen Frankrijk (tot 1992), het Verenigd Koninkrijk (tot 1992), Spanje (vanaf eind 1975) en de rest van Europa. Deze volgden de belangrijkste beginselen van de algemene overeenkomst. In 1983 werd nog een subregeling getroffen voor crosslinking OP, die ook van toepassing was op de meeste Europese landen. Deze subregelingen overlapten aanzienlijk met de algemene overeenkomst, in die zin dat in de betrokken periode de mechanismen van wederzijdse controle en vergoeding, de partijen, de producten, de afnemers of de handelende personen in alle subregelingen teruggevonden kunnen worden. De belangrijkste overeenkomst was gericht op het behoud van marktaandelen en coördinatie van prijsstijgingen en is gebaseerd op een schriftelijk contract uit 1971. Om deze doelstelling te bereiken werd door een onafhankelijk orgaan (AC Treuhand vanaf 1993) nauwgezet toezicht gehouden op gedetailleerde verkoopgegevens van de deelnemende partijen, werden klanten toegewezen en, ingeval van afwijkingen van het voorgenomen marktaandeel, vergoedingen betaald of klanten opnieuw toegewezen. Regelmatig vonden bijeenkomsten plaats om de werking van de overeenkomst fijner af te stemmen. De overeenkomst bevatte een groot aantal subregelingen betreffende specifieke producten, subproducten of regio’s. Deze subregelingen waren voor een deel slechts gedurende een beperkte periode geldig of zijn later opgenomen in andere subregelingen. Perorsa was betrokken bij een Spaanse subregeling. Vastgesteld is dat AC Treuhand inbreuk op artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst heeft gemaakt door bijeenkomsten te organiseren, te bemiddelen bij geschillen, marktaandelen voor te stellen en belastend bewijsmateriaal te verbergen. AC Treuhand is opgetreden als een vereniging van ondernemingen en/of als een onderneming. Het kartel had te lijden van fricties in 1992 en eindigde in 1999, na mislukte pogingen van de partijen om overeenstemming te bereiken over quota. Sommige subregelingen eindigden eerder. BOETES De Commissie is van mening dat de betrokken ondernemingen een zeer ernstige inbreuk hebben begaan. Vanwege de aard en de geografische reikwijdte van de inbreuk moet deze worden aangemerkt als zeer ernstig, ongeacht de vraag of de gevolgen van de inbreuk voor de markt meetbaar zijn. In de categorie zeer zware inbreuken biedt het scala aan mogelijke boetebedragen de mogelijkheid om ondernemingen verschillend te behandelen teneinde rekening te houden met het daadwerkelijke economische vermogen van de inbreukmakers om de mededinging aanzienlijke schade te berokkenen, en het bedrag van de geldboete op een zodanig niveau vast te stellen dat daarvan een voldoende afschrikkende werking uitgaat. Met een marktaandeel van meer dan 40 % van het totaal van deze markten, is Akzo de grootste producent en dient daarom in de eerste categorie ingedeeld te worden. Atofina en Peroxid Chemie, met marktaandelen van ongeveer 20-25 %, dienen in de tweede categorie ingedeeld te worden. Perorsa, met een marktaandeel van minder dan 5 % in Europa, dient in de derde categorie ingedeeld te worden. Degussa UK Holdings (voorheen Laporte plc genaamd) is sinds 1 september 1992 het moederbedrijf van Peroxid Chemie en dient daarom in dezelfde categorie als Peroxid Chemie ingedeeld te worden, aangezien het gezamenlijk met Peroxid Chemie verantwoordelijk is voor de illegale activiteiten van Peroxid Chemie. De verdeling van de verantwoordelijkheid van Peroxid Chemie en Degussa UK Holdings met betrekking tot de boete is als volgt: Peroxid Chemie nam deel aan de overeenkomst van 1 januari 1971 tot en met 31 december 1999 en Degussa UK Holdings is hoofdelijk aansprakelijk voor de periode waarin zij Peroxid Chemie volledig in handen had, van 1 september 1992 tot en met 31 december 1999. AC Treuhand wordt apart beoordeeld. De Commissie erkent dat het tot op zekere hoogte een noviteit is dat een beschikking gericht wordt tot een onderneming en/of een vereniging van ondernemingen die een dergelijke rol in een kartel heeft gespeeld. Dit is in overweging genomen bij de bepaling van de hoogte van de boetes. Gezien het voorgaande acht de Commissie het aangewezen om AC Treuhand een boete van 1000 EUR op te leggen. Gezien de omvang en de totale middelen van de ondernemingen en om te zorgen voor een voldoende afschrikwekkende werking, is de Commissie van mening dat het basisbedrag voor Akzo en Atofina aangepast dient te worden. De Commissie heeft vastgesteld dat Akzo, Atofina en Peroxid Chemie inbreuk op artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag hebben gemaakt van 1 januari 1971 tot en met 31 december 1999, Perorsa ten minste van 31 december 1975 tot en met 31 december 1999 en Degussa UK Holdings van 1 september 1992 tot en met 31 december 1999. AC Treuhand trad op als onderneming en/of vereniging van ondernemingen van 28 december 1993 tot en met 31 december 1999. Om de boete te berekenen, houdt de Commissie rekening met volledige maanden en bepaalt daarom dat de duur van de inbreuk door deze ondernemingen een periode was van 29 jaar (Akzo, Atofina en Peroxid Chemie), zes jaar (AC Treuhand), zeven jaar en vier maanden (Degussa UK Holdings) en 24 jaar (Perorsa). Voor Peroxid Chemie wordt de duur opgesplitst in twee periodes, één waarin zij alleen verantwoordelijk was (21 jaar en acht maanden) en één waarin zij samen met haar moederonderneming Degussa UK Holdings verantwoordelijk was (zeven jaar en vier maanden). De Commissie concludeert dat er sprake was van een langdurige inbreuk (meer dan vijf jaar) voor AC Treuhand, Akzo, Atofina, Degussa UK Holdings, Peroxid Chemie en Perorsa. Dienovereenkomstig zou het basisbedrag van de boetes voor Akzo en Atofina met 245 % vermeerderd moeten worden. Het basisbedrag van de boete die Peroxid Chemie opgelegd krijgt, dient met 107,5 % te worden vermeerderd. Het basisbedrag van de boetes die Peroxid Chemie/Degussa UK Holdings opgelegd krijgen, dient met 70 % te worden vermeerderd. Het basisbedrag van de boete die Perorsa opgelegd krijgt, dient met 220 % te worden vermeerderd. Deze percentages zijn gebaseerd op een vermeerdering met 10 % per jaar in de laatste 20 jaar van de inbreuk (1980-1999) en een vermeerdering met 5 % per jaar voor het deel van de inbreuk dat werd gepleegd 21 tot 29 jaar geleden (1971-1979). Atofina is eerder beboet voor deelname aan vier kartels en Peroxid Chemie/Degussa UK Holdings is eerder beboet voor deelname aan één kartel. Daarom zal recidive als verzwarende omstandigheid beschouwd worden. De Commissie is dienovereenkomstig van mening dat in het geval van Atofina het basisbedrag van de op te leggen boete met 50 % dient te worden vermeerderd om uitdrukking te geven aan het feit dat zij al eerder adressaat van een aanzienlijk aantal beschikkingen van de Commissie inzake eerdere kartelzaken is geweest. In het geval van Degussa UK Holdings en Peroxid Chemie dient het basisbedrag van de boete ook met 50 % te worden verhoogd om uitdrukking te geven aan het feit dat zij adressaat van een eerdere kartelbeschikking van de Commissie zijn geweest, ofwel direct (Degussa UK Holdings), ofwel via de onderneming waartoe zij behoorde (Peroxid Chemie). Atofina heeft de Commissie voorzien van aanvullend bewijs dat het kartel 29 jaar geduurd heeft. Overeenkomstig het billijkheidsbeginsel wordt voorgesteld om een specifieke verzachtende omstandigheid medewerking buiten de clementieregeling voor Atofina toe te passen. Deze verzachtende omstandigheid voorkomt dat Atofina een hogere boete dient te betalen na haar medewerking dan zij zou hebben moeten betalen zonder medewerking. Gezien het bovenstaande acht de Commissie het aangewezen om het basisbedrag van de boete voor Atofina te verlagen met 94,19 miljoen EUR op grond van effectieve medewerking buiten de clementieregeling. De drempel van 10 % van de wereldwijde omzet waarvan sprake is in artikel 15, lid 2, van Verordening nr. 17, is van toepassing op Perorsa en Peroxid Chemie. Aan Akzo wordt immuniteit voor geldboetes verleend omdat zij de eerste onderneming was die het kartel bij de Commissie heeft aangebracht. Atofina wordt een vermindering met 50 % toegekend voor haar medewerking aan het onderzoek van de Commissie. Van de ondernemingen die in aanmerking komen voor een belangrijke vermindering van de geldboete, was Atofina de eerste die medewerking verleende aan het onderzoek van de Commissie en bovendien de onderneming die de meest bruikbare bijdrage leverde. Net als de andere ondernemingen die samenwerkten met de Commissie, trok zij de feiten waarop de Commissie haar beweringen baseerde niet in twijfel. Peroxid Chemie en Degussa UK Holdings wordt een vermindering van 25 % toegekend voor hun medewerking aan het onderzoek van de Commissie. Het bewijsmateriaal van deze ondernemingen arriveerde later en hun medewerking was beperkter dan die van Akzo en Atofina. Aan Perorsa, de laatste medewerkende onderneming, wordt een vermindering van 15 % toegekend. Geen van de ondernemingen heeft beweerd niet in staat te zijn te betalen. De volgende boetes worden opgelegd: Akzo Nobel Polymer Chemicals BV, Akzo Nobel NV en Akzo Nobel Chemicals International BV, hoofdelijk aansprakelijk: 0 EUR; Atofina SA: 43,47 miljoen EUR; Peroxid Chemie GmbH & Co. KG: 8,83 miljoen EUR; Peroxid Chemie GmbH & Co. KG en Degussa UK Holdings Limited, hoofdelijk aansprakelijk: 16,73 miljoen EUR; AC Treuhand AG: 1000 EUR; Peroxidos Organicos SA: 0,50 miljoen EUR. De genoemde ondernemingen en/of verenigingen van ondernemingen maken onmiddellijk een einde aan de inbreuken, voorzover zij dat nog niet gedaan hebben. Zij onthouden zich van herhaling van enige handeling of gedraging die met de in deze procedure aangetoonde inbreuk overeenkomt, alsook van enige handeling of gedraging die dezelfde of gelijkaardige doelstellingen of gevolgen heeft.