Verordening (EG) nr. 858/2005 van de Commissie van 6 juni 2005 tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende kaliumchloride uit Wit-Rusland of Rusland en tot registratie van de invoer van kaliumchloride uit Wit-Rusland en Rusland
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2005/858@2005-06-06/nl
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende bescherming tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (de basisverordening), en met name op artikel 8, artikel 21 en artikel 22 onder c),
Gelet op Verordening (EG) nr. 992/2004 van de Raad van 17 mei 2004 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3068/92 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van kaliumchloride van oorsprong uit Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1002/2004 van de Commissie van 18 mei 2004 tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende kaliumchloride uit Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland en tot registratie van de invoer van kaliumchloride uit Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland,
Na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt: PROCEDURE
(1) Bij Verordening (EEG) nr. 3068/92 van de Raad werd een definitief antidumpingrecht ingesteld (de maatregelen) op de invoer van kaliumchloride van oorsprong uit Wit-Rusland en de Russische Federatie (Rusland) en Oekraïne. Bij Verordening (EG) nr. 969/2000 wijzigde de Raad Verordening (EEG) nr. 3068/92.
(2) In maart opende de Commissie op eigen initiatief, door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, een eventuele tussentijdse herziening van de maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van kaliumchloride uit Wit-Rusland en Rusland om na te gaan of deze gewijzigd zouden moeten worden om rekening te houden met de uitbreiding op 1 mei 2004 van de Europese Unie tot 25 lidstaten (uitbreiding).
(3) Tijdens deze herzieningsprocedure bleek dat het in het belang van de Europese Unie was om de maatregelen tijdelijk aan te passen om te voorkomen dat importeurs en verwerkende bedrijven in de tien nieuwe lidstaten (EU10) direct na de uitbreiding van de EU plotseling buitengewoon nadelige gevolgen zouden ondervinden.
(4) Bij Verordening (EG) nr. 992/2004 heeft de Raad de Commissie gemachtigd aangeboden verbintenissen te aanvaarden die voldoen aan de voorwaarden in de overwegingen 27 tot en met 32. Op grond hiervan, en overeenkomstig artikel 8, artikel 11, lid 3, artikel 21 en artikel 22 onder c), van de basisverordening, heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 1002/2004 de verbintenissen aanvaard (bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding) van i) een producent/exporteur in Wit-Rusland gezamenlijk met ondernemingen in Oostenrijk, Litouwen en Rusland, ii) van een producent/exporteur in Rusland gezamenlijk met ondernemingen in Rusland en Oostenrijk en iii) van een producent/exporteur in Rusland gezamenlijk met een onderneming die op het moment waarop de verbintenis werd aanvaard in Cyprus was gevestigd.
(5) Om vrijstelling van de bij Verordening (EEG) nr. 3068/92 ingestelde antidumpingrechten op de invoer in de EU10 in het kader van de bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding mogelijk te maken door aanvaarding van een verbintenis, werd Verordening (EEG) nr. 3068/92 gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 992/2004.
(6) In april 2004 heeft de Commissie met twee berichten in het Publicatieblad van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening op verzoek van de twee Russische producenten/exporteurs met bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding, een gedeeltelijke tussentijdse herziening ingeleid van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de twee ondernemingen in kwestie (gedeeltelijke tussentijdse herzieningen voor Rusland).
(7) In april 2005 heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening op verzoek van de bedrijfstak van de Gemeenschap voor kaliumchloride een nieuw onderzoek geopend in verband met het naderend vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op Rusland (nieuw onderzoek in verband met het naderend vervallen van de maatregelen voor Rusland) en op Wit-Rusland (nieuw onderzoek in verband met het naderend vervallen van de maatregelen voor Wit-Rusland).
(8) Tegelijkertijd heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening, op verzoek van de producent/exporteur in Wit-Rusland een nieuw onderzoek geopend van de antidumpingmaatregelen die op hem van toepassing zijn (gedeeltelijke tussentijdse herziening voor Wit-Rusland).
(9) De betrokken ondernemingen hebben nieuwe bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding aangeboden voor een verdere voorlopige periode.
DUUR VAN DE MAATREGELEN
(10) Het aanvaarden van de verbintenissen in kwestie was een uitzonderlijke maatregel op grond van artikel 22, onder c), van de basisverordening omdat de vastgestelde minimuminvoerprijzen (MIP’s) die de betrokken ondernemingen in acht moesten nemen, niet volledig gelijkstaan aan het antidumpingrecht.
(11) De MIP’s waren in dit geval hoger vastgesteld dan eerdere invoerprijzen van de betrokken landen, doch lagen onder de prijzen die de schadelijke gevolgen van dumping volledig te niet zouden doen, zoals gewoonlijk het geval zou zijn. Het was de bedoeling dat deze MIP’s, gedurende een overgangsperiode, zouden helpen om de economische gevolgen van de antidumpingmaatregelen voor importeurs en met name de verwerkende bedrijven in de EU10 tijdens de periode volgend op de uitbreiding te verzachten.
(12) In overweging 14 van Verordening (EG) nr. 1002/2004 werd vastgesteld dat het aanvaarden van bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding beperkt zou worden tot een aanvankelijke periode van 12 maanden onverminderd de normale duur van de bestaande maatregelen. Dit betekent dat nieuwe verbintenissen, met dezelfde bepalingen, kunnen worden aanvaard indien de omstandigheden dit rechtvaardigen (bv. indien de omstandigheden ten tijde van het aanvaarden van de oorspronkelijke verbintenissen nog bestaan), mits rekening wordt gehouden met de overgangsaard van deze uitzonderlijke maatregelen. Wanneer wordt onderzocht of nieuwe verbintenissen nodig zijn, dient dan ook te worden nagegaan of deze maatregelen doeltreffend zijn.
BEOORDELING
(13) Bij analyse van de maandelijkse verslagen die de betrokken ondernemingen de Commissie hebben toegezonden en vergelijking met officiële statistische gegevens bleek dat er nog steeds een duidelijk verschil is tussen de prijzen van ondernemingen met bijzondere verbintenissen in verband met het betrokken product in de EU10 en de prijzen die gelden in de EU15, hoewel dit verschil minder groot is geworden.
(14) Een aantal belanghebbenden verklaarde dat er op de EU10 markt een aanbodtekort was en dat de bedrijfstak van de Gemeenschap onvoldoende produceerde om nieuwe verwerkende bedrijven in de EU10, die voor de uitbreiding het betrokken product gewoonlijk uit Wit-Rusland of Rusland betrokken, kaliumchloride te kunnen leveren.
(15) Verwacht wordt echter dat de bedrijfstak van de Gemeenschap, gezien de complexe logistieke veranderingen en de veranderingen in het verkoopnetwerk in verband met de verkoop aan EU10, een periode van aanpassing nodig zou hebben, om een in feite voor hen nieuwe markt, kaliumchloride te kunnen leveren. De Commissie stelde echter vast dat de uitvoer van kaliumchloride binnen de Gemeenschap van de grootste producent in de EU15 aan afnemers in de EU10 tussen 2003 en 2004 meer dan verdubbeld was, hoewel het uitgangspunt vrij laag was. Dit zou erop duiden dat de leveringsstructuur in de EU25 zich gedeeltelijk begint aan te passen.
(16) Bij controlebezoeken waar werd nagegaan of de bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding worden nageleefd, bleek dat de betrokken ondernemingen de MIP’s in acht hadden genomen en dat de naar de EU10 uitgevoerde hoeveelheden de in de verbintenissen vastgestelde kwantitatieve maxima niet hadden overschreden. Voorts bleek dat de ondernemingen hun traditionele handelspatronen met individuele afnemers in de EU10 over het algemeen trouw bleven.
(17) Uit de beschikbare informatie bleek voorts dat de invoer van het betrokken product die was bestemd voor de 10 nieuwe lidstaten en die in het kader van de verbintenissen in aanmerking kwam voor vrijstelling van het antidiumpingrecht niet terecht was gekomen in de 15 oude lidstaten.
CONCLUSIE Algemeen
(18) Volgens de beschikbare informatie zouden een aantal ongunstige omstandigheden die vóór de uitbreiding bestonden en die de verbintenissen noodzakelijk maakten nog steeds voortduren.
(19) Hoewel zich een aantal veranderingen heeft voorgedaan in de aanvoerketen waarbij de bedrijfstak van de Gemeenschap meer kaliumchloride is gaan leveren aan de EU10, bleek uit informatie van de verschillende betrokken partijen dat zich bij het betrokken product moeilijkheden zouden kunnen voordoen bij leveringen op korte termijn in de EU10, ondanks het feit dat de verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap in die landen een stijgende lijn begint te vertonen.
(20) De planning bij de levering aan verwerkende bedrijven van kaliumchloride in de EU10 wordt overigens in hoge mate bemoeilijkt door i) het feit dat er onzekerheid was op de markt over de vraag of de huidige antidumpingmaatregelen in mei 2005 zouden komen te vervallen na de periode van 5 jaar waarin deze maatregelen van toepassing waren, en ii) het feit dat de resultaten van de twee gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoeken voor Rusland die in april 2004 door de Commissie waren geopend nog niet bekend waren.
(21) Er dient dan ook met name rekening te worden gehouden met het belang van de Gemeenschap en de wensen en bezwaren van de vele importeurs en eindgebruikers van kaliumchloride in de EU10. De bescherming die de huidige antidumpingmaatregelen momenteel bieden, zou kunnen betekenen dat zowel importeurs als eindgebruikers nog steeds enige financiële problemen kunnen ondervinden indien deze antidumpingrechten nu al zouden worden toegepast.
(22) Het is derhalve gerechtvaardigd de bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding die door de betrokken ondernemingen voor een verdere periode worden aangeboden, te aanvaarden omdat zij niet alleen de economische gevolgen voor de verwerkende bedrijven in de EU10 afzwakken, maar ook een oplossing vormen voor de problemen die zich voordoen bij de levering op korte termijn in de EU10.
(23) Wat de lengte betreft van een verlenging van de bijzondere verbintenis in verband met de uitbreiding kan worden vermeld dat op 13 april een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen voor Wit-Rusland en Rusland alsmede een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek voor Wit-Rusland werden geopend. Omdat een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen over het algemeen binnen 12 maanden wordt afgesloten, kunnen de nieuwe bijzondere verbintenissen worden aanvaard tot 13 april 2006.
(24) Omdat ook de hoogte van de antidumpingmaatregelen voor Wit-Rusland en Rusland opnieuw wordt onderzocht wordt het passend geacht de hoogte van de MIP’s niet te wijzigen in afwachting van de resultaten van deze nieuwe onderzoeken.
(25) De hoogte van de kwantitatieve maxima die moeten worden vastgesteld, moet overeenstemmen met de kwantitatieve maxima voor de aanvankelijke periode van twaalf maanden.
(26) Elke individuele producent/exporteur is, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 992/2004, verplicht op grond van de verbintenissen MIP’s in acht te nemen in het kader van importvolumes (maxima). Om toezicht mogelijk te maken op deze verbintenissen hebben de producenten/exporteurs in kwestie er bovendien mee ingestemd niet teveel af te wijken van hun traditionele verkooppatronen aan individuele afnemers in de EU10. Zij zijn zich er ook van bewust dat indien hun verkooppatronen ingrijpende wijzigingen ondergaan, of indien het moeilijk of onmogelijk wordt toezicht te houden op deze verbintenissen, de Commissie het recht heeft de verbintenis van een onderneming in te trekken hetgeen betekent dat definitieve antidumpingrechten worden toegepast. De Commissie kan in dat geval ook de hoogte van de maxima aanpassen of andere corrigerende maatregelen nemen.
(27) De verbintenissen omvatten ook de voorwaarde dat wanneer zij op enigerlei wijze worden geschonden, de Commissie het recht heeft de aanvaarding ervan in te trekken, wat tot gevolg heeft dat definitieve antidumpingrechten worden geheven.
(28) Voorts verbinden de betrokken ondernemingen zich ertoe de Commissie op gezette tijden bijzonderheden betreffende hun uitvoer naar de Gemeenschap te verstrekken, teneinde de Commissie in staat te stellen op doeltreffende wijze toezicht te houden op de naleving van de aangegane verbintenissen.
(29) Om de Commissie in staat te stellen doeltreffend toezicht te houden op de naleving van de verbintenissen door de betrokken ondernemingen, wordt bij de indiening van het verzoek tot het in het vrije verkeer brengen bij de bevoegde douane-instanties, de vrijstelling van het compenserend recht afhankelijk gesteld van de overlegging van een factuur die ten minste de gegevens bevat die in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 992/2004 zijn vermeld. Aan de hand van deze gegevens kunnen de douaneautoriteiten controleren of de aangeboden goederen met de handelsdocumenten overeenstemmen. Bij het ontbreken van een dergelijke factuur of indien de daarop vermelde gegevens niet overeenstemmen met de bij de douane aangeboden goederen moet het toepasselijke antidumpingrecht worden betaald.
Bekendmaking aan belanghebbenden
(30) Alle belanghebbenden die zich eerder gemeld hadden, zijn op de hoogte gesteld van het voornemen om verbintenissen voor een verdere periode te aanvaarden. De Commissie ontving echter geen opmerkingen die voor haar aanleiding waren om haar standpunt te wijzigen.
REGISTRATIE VAN DE INVOER
(31) Hoewel de ondernemingen in kwestie de voorwaarden van de oorspronkelijke verbintenissen tijdens de aanvankelijke periode waarin deze van toepassing waren in acht hebben genomen, is de Commissie van oordeel dat nog steeds het risico bestaat dat de verbintenissen kunnen worden geschonden, met name tegen het einde van de periode waarin deze bijzondere maatregelen van toepassing zijn.
(32) Het wordt derhalve passend geacht dat de douaneautoriteiten de invoer registreren in de Gemeenschap van het betrokken product uit Wit-Rusland en Rusland dat wordt uitgevoerd door de ondernemingen waarvan nieuwe bijzondere verbintenissen in verband met de uitbreiding zijn aanvaard en waarvoor vrijstelling wordt gevraagd van de antidumpingrechten die zijn ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3068/92, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 992/2004, voor een periode van ten hoogste negen maanden in overeenstemming met artikel 14, lid 5, van de basisverordening,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De door onderstaande producenten/exporteurs aangeboden verbintenissen in verband met de antidumpingprocedure betreffende de invoer van kaliumchloride uit Wit-Rusland en Rusland worden hierbij aanvaard: Land Onderneming Aanvullende Taric-code Wit-Rusland Geproduceerd en verkocht door Republican Unitary Enterprise Production Amalgamation Belaruskali, Soligorsk, Wit-Rusland, of geproduceerd door Republican Unitary Enterprise Production Amalgamation Belaruskali, Soligorsk, Belarus en verkocht door Belarus Potash Company, Minsk, Wit-Rusland, of JSC International Potash Company, Moskou, Rusland, of Belurs Handelsgesellschaft m.b.H, Wenen, Oostenrijk, of UAB Baltkalis, Vilnius, Litouwen, aan de als importeur optredende eerste onafhankelijke afnemer in de Europese Unie A518 Rusland Geproduceerd door JSC Silvinit, Solikamsk, Rusland en verkocht door JSC International Potash Company, Moskou, Rusland, of Belurs Handelsgesellschaft mbH, Wenen, Oostenrijk aan de als importeur optredende eerste onafhankelijke afnemer in de EU A519 Rusland Geproduceerd en verkocht door JSC Uralkali, Berezniki, Rusland of geproduceerd door JSC Uralkali, Berezniki, Rusland en verkocht door Uralkali Trading SA, Genève, Zwitserland aan de als importeur optredende eerste onafhankelijke importeur in de EU A520
Artikel 2
Op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening wordt de douaneautoriteiten opdracht gegeven passende maatregelen te nemen om de invoer in de Gemeenschap te registreren, van kaliumchloride dat momenteel onder GN-codes 31042010 (Taric-codes 3104201010 en 3104201090), 31042050 (Taric-codes 3104205010 en 3104205090), 31042090, ex31052010 (Taric-codes 3105201010 en 3105201020), ex31052090 (Taric-codes 3105209010 en 3105209020), ex31056090 (Taric-codes 3105609010 en 3105609020), ex31059091 (Taric-codes 3105909110 en 3105909120), ex31059099 (Taric-codes 3105909910 en 3105909920) valt, van oorsprong uit Wit-Rusland of Rusland, dat geproduceerd en verkocht of geproduceerd en uitgevoerd wordt door de in artikel 1 vermelde ondernemingen waarvoor een vrijstelling is gevraagd van de antidumpingrechten die zijn ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3068/92, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 992/2004. Registratie zal eindigen negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en blijft van toepassing tot 13 april 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 6 juni 2005. Voor de Commissie Peter Mandelson Lid van de Commissie