Besluit van de Raad van 29 mei 2006 houdende afsluiting van het overleg met de Islamitische Republiek Mauritanië krachtens artikel 96 van de herziene Overeenkomst van Cotonou (2006/470/EG)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2006/470@2006-05-29/nl
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (hierna Overeenkomst van Cotonou genoemd), zoals gewijzigd bij de Overeenkomst ondertekend te Luxemburg op 25 juni 2005, en met name op artikel 96,
Gelet op het Intern Akkoord inzake maatregelen en procedures voor de uitvoering van de ACS-EG-overeenkomst, en met name op artikel 3,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De in artikel 9 van de ACS-EG-overeenkomst vastgelegde essentiële elementen zijn geschonden.
(2) Overeenkomstig artikel 96 van de ACS-EG-overeenkomst werd op 30 november 2005 overleg geopend met de ACS-landen en de Islamitische Republiek Mauritanië, waarbij de Mauritaanse autoriteiten specifieke verbintenissen zijn aangegaan om binnen een periode van 120 dagen, waarin een intensieve politieke dialoog gevoerd zal worden, de door de Europese Unie uiteengezette problemen te verhelpen.
(3) Aan het eind van deze periode is gebleken dat bepaalde hiervoor genoemde verbintenissen tot concrete initiatieven geleid hebben en dat enkele andere zijn nagekomen, maar de belangrijkste maatregelen met betrekking tot de essentiële elementen van de ACS-EG-overeenkomst moeten nog worden genomen,
BESLUIT:
Artikel 1
Het overeenkomstig artikel 96 van de ACS-EG-overeenkomst met de Islamitische Republiek Mauritanië gevoerde overleg wordt afgesloten.
Artikel 2
De in de aangehechte brief uiteengezette maatregelen worden goedgekeurd als passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de ACS-EG-overeenkomst.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd. De termijn van geldigheid van dit besluit verstrijkt op 29 november 2007. Het wordt regelmatig getoetst, ten minste ieder halfjaar.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 29 mei 2006. Voor de Raad De voorzitter M. Bartenstein
ANNEX
BIJLAGE
Excellentie, De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de herziene Overeenkomst van Cotonou. Eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, waarop het ACS-EU-partnerschap is gebaseerd, zijn essentiële elementen van deze overeenkomst en vormen derhalve de grondslag van onze betrekkingen. In dit verband heeft de Europese Unie in haar verklaringen van 3 augustus 2005 over de staatsgreep in Mauritanië eraan herinnerd dat zij alle pogingen om met geweld de macht te grijpen veroordeelt en heeft zij ertoe opgeroepen de democratie en het wettelijke constitutionele kader te eerbiedigen. Overeenkomstig artikel 96 van de herziene Overeenkomst van Cotonou en gezien het feit dat met de staatsgreep van 3 augustus 2005 sommige van de in het genoemde artikel beschreven essentiële elementen worden geschonden, heeft de Europese Unie Mauritanië uitgenodigd voor overleg om de situatie overeenkomstig de Overeenkomst grondig te onderzoeken en indien mogelijk tot een oplossing te komen. Dit overleg ging op 30 november 2005 van start in Brussel. Mauritanië kreeg de gelegenheid op basis van een memorandum van 24 november 2005 te beschrijven hoe de situatie in het land zich na de staatsgreep van 3 augustus ontwikkeld heeft en hoe het programma van de overheid voor de overgangsperiode eruit ziet. De Europese Unie constateerde op haar beurt met voldoening dat Mauritanië bepaalde eerder gedane toezeggingen bevestigde en reeds positieve stappen heeft gezet met betrekking tot de uitvoering ervan. Tijdens deze vergadering heeft Mauritanië 23 toezeggingen gedaan (zie bijlage) met betrekking tot de eerbiediging van de democratische beginselen, de fundamentele rechten en vrijheden en de rechtsstaat alsmede goed openbaar bestuur. Ook heeft Mauritanië beloofd de Europese Unie voor half januari 2006 een verslag te doen toekomen over de tenuitvoerlegging van deze beloften en daarna kwartaalverslagen over de ontwikkelingen voor te leggen. Uit de verslagen van half januari en half april bleek ons dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt. Naast de voortgang die al werd geconstateerd bij de opening van het overleg, werd ook op de volgende punten voortgang geboekt: Met deze initiatieven draagt de overgangsregering er ongetwijfeld toe bij dat de democratische beginselen, de fundamentele rechten en vrijheden en de rechtsstaat beter worden geëerbiedigd en dat het openbaar bestuur in uw land beter functioneert. De uitvoering van de meeste toezeggingen die bij de opening van het overleg werden gedaan, zal evenwel langere tijd in beslag nemen en er moet derhalve gedurende langere tijd toezicht worden gehouden op de uitvoering. In dit verband verwacht de Europese Unie met name concrete vooruitgang op de volgende terreinen: In de geest van partnerschap die ten grondslag ligt aan de Overeenkomst van Cotonou verklaarde de Europese Unie zich bereid te helpen bij de uitvoering van de verbintenissen die Mauritanië is aangegaan. Na het overleg wordt, rekening houdend met de in dit stadium gemaakte vorderingen en gezien de belangrijke maatregelen die nog genomen moeten worden, besloten de volgende passende maatregelen te nemen, overeenkomstig artikel 96, lid 2, onder c), van de herziene Overeenkomst van Cotonou: Er zullen regelmatig evaluaties worden uitgevoerd, in samenwerking met het voorzitterschap van de Europese Unie en de Europese Commissie. De eerste evaluatie moet binnen zes maanden plaatsvinden. De Europese Unie blijft de situatie in Mauritanië nauwlettend volgen. Uw regering heeft zich ertoe verbonden overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou gedurende een toezichtsperiode van 18 maanden een versterkte politieke dialoog te voeren om de democratie en de rechtsstaat te herstellen, met name door het houden van vrije en transparante gemeenteraads-, parlements-, senaats- en presidentsverkiezingen, en ervoor te zorgen dat de mensenrechten en de fundamentele vrijheden beter worden geëerbiedigd. Wanneer de Mauritaanse autoriteiten hun verbintenissen versneld uitvoeren, of daarentegen juist onderbreken, behoudt de Europese Unie zich het recht voor de passende maatregelen te wijzigen. Met bijzondere hoogachting, Gedaan te Brussel, Voor de Commissie Voor de Raad
het vaststellen van de uitvoeringswijze van een administratieve volkstelling om een betrouwbare en transparante kieslijst op te stellen, en de start van de telwerkzaamheden;
goedkeuring door de Raad van Ministers van een ontwerpwet inzake de grondwetswijzigingen waarover op 25 juni 2006 een referendum zal worden gehouden;
benoeming van nieuwe wali’s (regionale gouverneurs) en hakems (prefecten) en verzending van een memorandum over de neutraliteit van de centrale en territoriale overheid aan de nieuwe regionale en lokale autoriteiten zodra deze met hun werkzaamheden zijn begonnen;
goedkeuring van een beschikking op 26 januari 2006 houdende wijziging van het Gemeentewetboek, waarbij het beginsel van onafhankelijke kandidaturen wordt ingevoerd;
start van overleg met de politieke partijen over de bepalingen die moeten worden aangenomen met het oog op de wijziging van het kiesstelsel, onder meer in die zin dat bij verkiezing verleende mandaten worden opengesteld voor vrouwen en een eenvormig stembiljet wordt ingevoerd;
opzet van een programma voor bewustmaking en voorlichting over burgerschap en start van een campagne terzake in aanwezigheid van de overheid, de onafhankelijke nationale kiescommissie, de politieke partijen, maatschappelijke organisaties en de pers;
instelling van een werkgroep bij het ministerie van Justitie om te onderzoeken of de grondwet in overeenstemming is met de bepalingen inzake democratische rechten en vrijheden en de noodzakelijke voorstellen voor wijzigingen te doen;
instelling bij decreet en installatie van een nationale raadgevende commissie voor de hervorming van de pers en de audiovisuele media, die haar voorlopig verslag aan de Eerste Minister heeft voorgelegd;
de toezending aan de regering van een ontwerp-beschikking houdende oprichting van een nationale commissie voor de mensenrechten;
verzending van memoranda door het ministerie van Justitie en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan alle justitiële instellingen en de territoriale overheden, waarin deze worden uitgenodigd alle gevallen waarin mensen direct of indirect dreigen te worden uitgebuit te onderzoeken, op te sporen en rechtstreeks aan justitie over te dragen, alsmede de organisatie van een studiedag om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om alle gevolgen van de slavernij ongedaan te maken;
goedkeuring door de Raad van Ministers van ontwerpvoorschriften tot goedkeuring van de toetreding tot het verdrag van de Verenigde Naties inzake corruptiebestrijding en tot ratificatie van het Afrikaanse verdrag inzake corruptiebestrijding;
installatie van het Nationaal Comité van het EITI (het Extractive Industries Transparency-initiatief), alsmede goedkeuring van een beschikking waarbij een nationaal Fonds voor de inkomsten uit aardolieproducten wordt opgericht en de nadere voorschriften voor het beheer van deze inkomsten worden vastgesteld.
voorbereiding en uitvoering van vrije en transparante verkiezingen, op basis van betrouwbare, volledige kieslijsten en eerlijke stemprocedures, die worden overeengekomen met de politieke partijen;
pluralistische audiovisuele media, met name de opzet van vrije radiostations op het platteland en herziening van de mediawet;
bevordering van de mensenrechten, met name voortzetting van de procedure tot instelling van een onafhankelijke nationale commissie voor de mensenrechten alsmede de terugkeer en het herstel in hun rechten van vluchtelingen;
toepassing van de wetgeving inzake het slavernijverbod en adequate aanpak van alle schadelijke gevolgen daarvan;
justitiële hervorming;
gestage verbetering van het bestuur, waaronder de publicatie van actuele statistische gegevens op het gebied van economie en begroting;
daadwerkelijke uitvoering van het EITI in de mijnsector en voor aardolieproducten en toepassing van dezelfde beginselen van goed bestuur in de andere sectoren die betrekking hebben op het beheer van natuurlijk hulpbronnen, met name de visserij.
de lopende samenwerkingsactiviteiten in het kader van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en eerdere EOF’s worden voortgezet, mits wordt voldaan aan de specifieke voorwaarden van de geldende financieringsovereenkomsten;
de voorbereiding en uitvoering van projecten voor institutionele ondersteuning ten behoeve van het overgangsproces, waartoe werd besloten bij de opening van het overleg, worden voortgezet;
de voorbereiding en uitvoering van maatregelen in het kader van het negende EOF en eerdere EOF’s op andere gebieden van de communautaire samenwerking worden eveneens voortgezet;
de programmeringsactiviteiten met betrekking tot het tiende EOF worden in gang gezet volgens de door de bevoegde diensten van de Europese Commissie vastgestelde tijdschema’s. De afsluiting van de verschillende fasen van het programmeringsproces hangt af van de uitvoering van het referendum over de grondwet en de geplande verkiezingen, die op de juiste wijze en binnen de door de overgangsregering vastgestelde termijnen moeten plaatsvinden;
de ondertekening van het landenstrategiedocument voor het tiende EOF voor Mauritanië kan pas plaatsvinden wanneer is bevestigd dat het land daadwerkelijk is teruggekeerd tot de constitutionele orde na vrije en transparante parlements- en presidentsverkiezingen en de installatie van de nieuwe, democratisch gekozen organen.