Gelex

Beschikking van de Commissie van 27 oktober 2006 tot wijziging van Beschikking 2000/147/EG ter uitvoering van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad wat de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand betreft (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 5063) (Voor de EER relevante tekst) (2006/751/EG)

In forceVersion 2006-10-27
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2006/751@2006-10-27/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
  2. ANNEX
  3. BIJLAGE
  4. 3. Tabel 4 KLASSEN VAN MATERIAALGEDRAG BIJ BRAND VOOR ELEKTRISCHE LEIDINGEN
  5. 1.
  6. 1.1.
  7. 1.1.1. Tabel 4.1 MONTAGE NAAR GELANG VAN DE DIAMETER VAN DE LEIDING
  8. 2. Tabel 4.2 DEFINITIES VAN TESTPARAMETERS IN FIPEC20-SCENARIO’S 1 EN 2

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten, en met name op artikel 20, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Beschikking 2000/147/EG van de Commissie is een systeem voor de indeling van voor de bouw bestemde producten in klassen van materiaalgedrag bij brand vastgesteld.

(2) Na onderzoek van bepaalde productfamilies is gebleken dat afzonderlijke klassen van materiaalgedrag bij brand moeten worden vastgesteld voor elektrische leidingen.

(3) Beschikking 2000/147/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de bouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2000/147/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2006. Voor de Commissie Günter Verheugen Vicevoorzitter

ANNEX

BIJLAGE

De bijlage bij Beschikking 2000/147/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. De titel van tabel 1 wordt vervangen door KLASSEN VAN MATERIAALGEDRAG BIJ BRAND VAN BOUWPRODUCTEN MET UITZONDERING VAN VLOEREN, LINEAIRE WARMTE-ISOLATIEPRODUCTEN VOOR BUIZEN, EN ELEKTRISCHE LEIDINGEN.

2. De voetnoot (*) bij tabel 1 wordt geschrapt.

3. Tabel 4 KLASSEN VAN MATERIAALGEDRAG BIJ BRAND VOOR ELEKTRISCHE LEIDINGEN

De volgende tekst wordt toegevoegd: Klasse Testmethode(n) Indelingscriteria Verplichte aanvullende verklaring Aca EN ISO 1716 PCS ≤ 2,0 MJ/kg B1ca FIPEC20 Scen 2 en FS ≤ 1,75 m en THR1200s ≤ 10 MJ en HRRmax ≤ 20 kW en FIGRA ≤ 120 Ws– 1 Rookproductie en brandende druppels/deeltjes en aciditeit EN 60332-1-2 H ≤ 425 mm B2ca FIPEC20 Scen 1 en FS ≤ 1,5 m en THR1200s ≤ 15 MJ en HRRmax ≤ 30 kW en FIGRA ≤ 150 Ws– 1 Rookproductie en brandende druppels/deeltjes en aciditeit EN 60332-1-2 H ≤ 425 mm Cca FIPEC20 Scen 1 en FS ≤ 2,0 m en THR1200s ≤ 30 MJ en HRRmax ≤ 60 kW en FIGRA ≤ 300 Ws– 1 Rookproductie en brandende druppels/deeltjes en aciditeit EN 60332-1-2 H ≤ 425 mm Dca FIPEC20 Scen 1 en THR1200s ≤ 70 MJ en HRRmax ≤ 400 kW en FIGRA ≤ 1300 Ws– 1 Rookproductie en brandende druppels/deeltjes en aciditeit EN 60332-1-2 H ≤ 425 mm Eca EN 60332-1-2 H ≤ 425 mm Fca Geen prestatie bepaald

MONTAGE- EN BEVESTIGINGSVOORSCHRIFTEN EN DEFINITIES VAN DE TESTPARAMETERS VOOR ELEKTRISCHE LEIDINGEN (ZOALS VERMELD IN VOETNOOT 5 VAN TABEL 4)

1. Montage- en bevestigingsvoorschriften

1.

1.1. Montage van het algemene proefmonster voor de klassen B1ca, B2ca, Cca en Dca De leidingen worden vooraan op een standaardladder gemonteerd (EN 50266-1). Er worden stukken leiding met een lengte van 3,5 m gebruikt. Het onderste gedeelte van de elektrische leidingen bevindt zich 20 cm onder de onderrand van de brander. De leidingen worden in het midden van de ladder gelegd (ten opzichte van de breedte). Elk proefstuk of elke bundel wordt individueel aan elke sport van de ladder vastgemaakt met een metalen draad (staal of koper). Voor elektrische leidingen met een diameter van maximaal 50 mm wordt draad met een diameter van 0,5 mm tot maximaal 1,0 mm gebruikt. Voor leidingen met een diameter van meer dan 50 mm wordt draad gebruikt met een diameter van 1,0 mm tot 1,5 mm. Bij de montage van de proefstukken wordt het eerste proefstuk ongeveer in het midden van de ladder gelegd en worden de overige proefstukken daar aan beide zijden naast gelegd, zodat de hele rij proefstukken ongeveer gecentreerd is op de ladder. Hierna wordt uitgelegd hoeveel de tussenafstand bedraagt en hoe bundels worden gevormd. Om de 25 cm wordt een horizontale streep getrokken zodat de vlamverspreiding als functie van de tijd kan worden gemeten. De eerste streep (d.w.z. de nulstreep) wordt op dezelfde hoogte als de brander getrokken. De leidingen worden als volgt gemonteerd, afhankelijk van de klasse waarin indeling wordt aangevraagd.

1.1.
1.1.1. Tabel 4.1 MONTAGE NAAR GELANG VAN DE DIAMETER VAN DE LEIDING

Klassen B2ca, Cca en Dca De geselecteerde montageprocedure hangt af van de diameter van de elektrische leiding volgens tabel 4.1. Leidingdiameter Montage Groter dan of gelijk aan 20 mm 20 mm afstand tussen de leidingen Tussen 5 en 20 mm Afstand tussen de leidingen gelijk aan de diameter van de leiding Kleiner dan of gelijk aan 5 mm De leidingen worden samengenomen in bundels met een diameter van 10 mm. De bundels worden niet getwist. De afstand tussen de bundels bedraagt 10 mm. Voor het bepalen van de drempelwaarden wordt de diameter afgerond op de naaste mm, behalve voor leidingen met een diameter van minder dan 5 mm, waarvoor de diameter niet wordt afgerond. De volgende formules worden gebruikt om het aantal stukken leiding per test te bepalen.

1.1.1.1. Voor leidingen met een diameter groter dan of gelijk aan 20 mm Het aantal leidingen, N, wordt berekend als volgt: N = int300 + 20dc + 20 … vergelijking 1 waarin:

dc = de diameter van de leiding (in mm en afgerond op de naaste mm);

int functie = het gehele getal van het resultaat (d.w.z. de naar beneden afgeronde waarde).

1.1.1.2. Voor leidingen met een diameter groter dan 5 mm maar kleiner dan 20 mm Het aantal leidingen, N, wordt berekend als volgt: N = int300 + dc2dc … vergelijking 2 waarin:

dc = de diameter van de leiding (in mm en afgerond);

int functie = het gehele getal van het resultaat (d.w.z. de naar beneden afgeronde waarde).

1.1.1.3. Voor leidingen of draden met een diameter kleiner dan of gelijk aan 5 mm Het aantal leidingbundels van 10 mm, Nbu, wordt berekend als volgt: Nbu = int300 + 1020 = 15 … vergelijking 3 Dit betekent dat 15 bundels worden gemonteerd met een tussenafstand van 10 mm. Het aantal leidingen in elke bundel (n) bedraagt: n = int100dc2 … vergelijking 4 waarin:

dc = de diameter van de leiding (in mm en niet afgerond).

Het aantal stukken kabel (cable lengths, CL) voor draden of leidingen met een diameter kleiner dan of gelijk aan 5 mm zal bijgevolg zijn: CL = n × 15 … vergelijking 5

1.1.1.4. Totale lengte van de leiding per test De totale lengte L (m) per test is:

L = n × 15 × 3,5 bij dc ≤ 5 mm of

L = N × 3,5 bij dc > 5 mm … vergelijking 6

1.1.2. Klasse B1ca Aan de achterzijde van de kabelgoot wordt een onbrandbare calciumsilicaatplaat gemonteerd met een dichtheid van 870 ± 50 kg/m3 en een dikte van 11 ± 2 mm. Deze plaat kan in twee delen worden gemonteerd. In alle andere opzichten is de montage van de leidingen dezelfde als voor de klassen B2ca, Cca en Dca.

2. Tabel 4.2 DEFINITIES VAN TESTPARAMETERS IN FIPEC20-SCENARIO’S 1 EN 2

Definities van testparameters Parameter Verklaring Begin test Ontsteking van de brander Einde test 20 minuten na ontsteking van de brander (einde van de periode voor de berekening van de parameters) HRRsm30, kW Warmteafgifte volgens een voortschrijdend gemiddelde over 30 s SPRsm60, m2/s Rookproductie volgens een voortschrijdend gemiddelde over 60 s HRRmax, kW Maximum van HRRsm30 tussen begin en einde van de test, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron SPRmax, m2/s Maximum van SPRsm60 tussen begin en einde van de test THR1200, MJ Totale warmteafgifte (HRRsm30) van begin tot einde van de test, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron TSP1200, m2 Totale rookproductie (HRRsm60) van begin tot einde van de test FIGRA, W/s Brandvoortplantingssnelheid (FIre Growth RAte), gedefinieerd als de hoogste waarde van het quotiënt van HRRsm30, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron, en de tijd. Drempelwaarden: HRRsm30 = 3 kW en THR = 0,4 MJ SMOGRA, cm2/s2 Rookontwikkelingssnelheid (SMOke Growth RAte), gedefinieerd als de hoogste waarde van het quotiënt van SPRsm60 en de tijd, vermenigvuldigd met 10000. Drempelwaarden: SPRsm60 = 0,1 m2/s en TSP = 6 m2 PCS Bruto calorische waarde FS Vlamuitbreiding (beschadigde lengte) H Vlamuitbreiding FIPEC Brandgedrag van elektrische leidingen

Alle berekende parameters worden geëvalueerd gedurende 20 minuten vanaf het begin van de test (ontsteking van de brander).

Versions

  1. 2006-10-27