Verordening (EG) nr. 1228/2007 van de Commissie van 19 oktober 2007 tot beëindiging van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de compenserende maatregelen die bij Verordening (EG) nr. 1628/2004 van de Raad werden ingesteld ten aanzien van de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2007/1228@2007-10-19/nl
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (de basisverordening), en met name op de artikelen 14 en 23,
Overwegende hetgeen volgt: PROCEDURE Geldende maatregelen en eerdere onderzoeken
(1) Na gelijktijdig uitgevoerde antidumping- en antisubsidieprocedures heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1628/2004 (de oorspronkelijke verordening) de volgende definitieve compenserende maatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India ingesteld: 15,7 % voor Graphite India Limited, 7,0 % voor HEG Limited, en 15,07 % voor alle andere ondernemingen.
Verzoek
(2) Op 15 januari 2007 heeft de Commissie op een verzoek ontvangen om een onderzoek in te stellen op grond van artikel 23, lid 2, van de basisverordening, naar de mogelijke ontwijking van de ten aanzien van de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India ingestelde antidumpingmaatregelen. Het verzoek werd ingediend door de European Carbon and Graphite Association (ECGA) namens de communautaire producenten van bepaalde grafietelektrodesystemen.
(3) Het verzoek bevatte voldoende voorlopig bewijsmateriaal waaruit bleek dat er na de instelling van de compenserende maatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India een verandering was opgetreden in het handelspatroon, zoals bleek uit de aanzienlijke toename van de invoer van kunstmatig grafiet uit India (het onderzochte product), terwijl de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen uit India (het betrokken product) in dezelfde periode aanzienlijk was gedaald.
(4) In het verzoek om de beweerde ontwijking van de geldende rechten te onderzoeken werd aangevoerd dat één exporteur/producent van het betrokken product van oorsprong uit India na de instelling van de rechten het onderzochte product naar zijn verbonden onderneming in de Gemeenschap uitvoerde. Deze onderneming verwerkte vervolgens in de Gemeenschap het onderzochte product tot het betrokken product.
(5) Betoogd werd dat er behalve de instelling van compenserende rechten op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India geen voldoende reden of economische rechtvaardiging voor deze verandering bestond.
(6) Ten slotte zou volgens de indiener van het verzoek de corrigerende werking van de geldende compenserende maatregelen ten aanzien van het betrokken product, gezien de ingevoerde hoeveelheden, worden ondermijnd en zou het ingevoerde product nog steeds gesubsidieerd worden.
Opening van het onderzoek
(7) De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 217/2007 (de verordening tot opening van het onderzoek) een onderzoek naar de beweerde ontwijking geopend en overeenkomstig artikel 23, lid 2, en artikel 24, lid 5, van de basisantisubsidieverordening de douaneautoriteiten opgedragen de invoer van het onderzochte product, te weten staven van kunstmatig grafiet met een diameter van 75 mm of meer, van oorsprong uit India, ingedeeld onder GN-code ex38011000 (Taric-code 3801100010), met ingang van 2 maart 2007 te registreren.
Onderzoek
(8) De Commissie heeft de Indiase autoriteiten in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Zij heeft vragenlijsten gezonden aan de producenten/exporteurs in India en aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren genoemd of die de Commissie van het vorige onderzoek bekend waren. Belanghebbende partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken om te worden gehoord binnen de bij de verordening tot opening van het onderzoek vastgestelde termijn.
(9) Twee Indiase producenten/exporteurs hebben de vragenlijst volledig beantwoord. Voorts werd nog een antwoord van een importeur in de Gemeenschap ontvangen.
(10) De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse ingesteld:
Graphite India Limited, Durgapur en Bangalore, India (GIL),
Graphite COVA GmbH, Rothenbach, Duitsland (COVA).
Onderzoektijdvak
(11) Het onderzoektijdvak (OT) liep van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006.
DE RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK Algemene overwegingen/medewerking
(12) Twee producenten/exporteurs van het betrokken product en het onderzochte product hebben medewerking verleend aan het onderzoek. De door de beide ondernemingen verstrekte informatie stemde overeen met de beschikbare gegevens over de invoer van het onderzochte product en het bleek dat de twee ondernemingen, Graphite India Limited en HEG Limited, tijdens het OT de enige exporteurs van het onderzochte product naar de Gemeenschap waren.
Betrokken product en soortgelijk product
(13) Bij de mogelijke ontwijking gaat het om grafietelektroden van de soort die voor elektrische ovens worden gebruikt, met een schijnbare dichtheid van minimaal 1,65 g/cm3 en een elektrische weerstand van maximaal 6,0 μΩ.m, die vallen onder GN-code ex85451100 (Taric-code 8545110010), en nippels voor deze elektroden, die vallen onder GN-code ex85459090 (Taric-code 8545909010), tezamen of afzonderlijk ingevoerd, van oorsprong uit India (het betrokken product).
(14) Bij het onderzochte product gaat het om staven van kunstmatig grafiet met een diameter van 75 mm of meer, van oorsprong uit India, (het onderzochte product), gewoonlijk aangegeven onder GN-code ex38011000 (Taric-code 3801100010). Het onderzochte product is een tussenproduct in de vervaardiging van het betrokken product en het bezit reeds de basiskenmerken daarvan.
Verandering in het handelspatroon
(15) Volgens de gegevens van Eurostat nam de invoer van de producten uit India die onder de GN-codes 85451100 en 85459090 vallen af, namelijk van 11866 t in 2004 tot 3244 t in 2006. Gedurende dezelfde periode nam de invoer onder GN-code 38011000 toe, namelijk van 1348 t in 2004 tot 10289 t in 2006.
(16) Zoals in overweging 3 hierboven is vermeld, werd beweerd dat de verandering in het handelspatroon het gevolg was van het feit dat in plaats van afgewerkte grafietelektrodesystemen steeds meer in India geproduceerde staven van kunstmatig grafiet werden ingevoerd.
(17) Bij de inspectie van de verbonden onderneming in Duitsland, Graphite COVA, werd evenwel duidelijk dat het bij het gedeelte van de invoer uit India dat als kunstmatig grafiet werd aangegeven, in werkelijkheid om tweemaal gebakken elektroden in de vorm van nog niet gegrafitiseerde koolstofstaven ging. Deze tweemaal gebakken elektroden werden vervolgens gegrafitiseerd en machinaal bewerkt in Duitsland, alvorens te worden doorverkocht.
(18) De beschikbare gegevens bevestigen de door de indiener van het verzoek beschreven verandering in het handelspatroon, aangezien de toegenomen invoer onder GN-code 38011000 kennelijk gedeeltelijk in de plaats was gekomen van de invoer van producten onder de GN-codes 85451100 en 85459090.
(19) Deze toegenomen invoer betrof voornamelijk koolstofstaven die bestemd waren voor de vervaardiging van elektroden met een diameter van 600 mm of meer, en staven van kunstmatig grafiet voor de vervaardiging van nippels voor elektroden, die door COVA van GIL, haar moederonderneming in India, werden betrokken.
(20) Ten aanzien van HEG werd vastgesteld dat er geen verandering van dien aard in het handelspatroon had plaatsgevonden.
Onvoldoende reden of economische rechtvaardiging
(21) De diensten van de Commissie hebben onderzocht of, zoals de indiener van het verzoek beweerde, de overname van COVA door GIL in 2004 en de daaropvolgende veranderingen in het handelspatroon een andere economische rechtvaardiging zouden kunnen hebben dan het in 2004 ingestelde recht.
(22) Met name werden de volgende aspecten onderzocht:
de aard van de productie van COVA vóór en na de overname door GIL;
het bedrag aan investeringen van GIL in COVA, en de omvang van de bedrijfsactiviteiten met betrekking tot elektroden en andere producten;
COVA’s technische en uit het verleden stammende beperkingen bij de productie van elektroden en nippels met een grote diameter;
COVA’s capaciteitsproblemen in de diverse productiestadia;
kostenverschillen tussen COVA en GIL, zoals arbeids-, energie- en productiekosten in de diverse productiestadia; en
de technische en marketingvoordelen die zijn verbonden aan de eindproductie van de elektroden en de nippels voor elektroden in Duitsland in plaats van in India.
(23) Na het onderzoek van deze aspecten bij zowel de Duitse als Indiase producenten, werd geconstateerd dat:
er zowel in verband met de capaciteitsbeperkingen als de technische problemen een aantal redenen waren waarom COVA tot dusverre nog niet de volledige productie van nippels en elektroden met een grote diameter ter hand heeft genomen. COVA heeft met name voorheen niet elektroden met de grootste diameter vervaardigd; de productie hiervan werd aan andere producenten uitbesteed. Nippels voor elektroden werden eveneens vervaardigd in een bedrijf dat niet langer tot de groep behoort. Daarom is het logisch dat COVA thans die grondstoffen van haar moederonderneming GIL betrekt;
het verschil qua totale productiekosten tussen Duitsland en India niet erg groot was en dat tegenover het geringe kostenvoordeel bij de productie van het volledige product in India belangrijker voordelen stonden, zoals het feit dat de producten in Duitsland werden afgewerkt en onder de merknaam COVA verkocht en dat het gehele productassortiment vanuit het bedrijf in Duitsland in de handel kon worden gebracht;
het motief voor de aankoop van COVA door GIL uitsluitend de instelling van de maatregelen zou zijn. GIL heeft echter zoveel in COVA geïnvesteerd dat het onwaarschijnlijk is dat de bij deze invoer te betalen rechten de voornaamste reden voor deze investering zijn.
(24) Derhalve werd geconcludeerd dat er, afgezien van de instelling van rechten op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India, voldoende economische redenen voor de in overweging 3 hierboven genoemde verandering in het handelspatroon bestonden.
BEËINDIGING
(25) Gezien de in overweging 24 vermelde bevindingen lijkt het passend om het lopende onderzoek naar de ontwijking van compenserende maatregelen te beëindigen. De bij de verordening tot opening van het onderzoek ingestelde registratie van de invoer van bepaald kunstmatig grafiet moet daarom worden gestaakt, en die verordening moet worden ingetrokken.
(26) De belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was het onderzoek te beëindigen en konden hierover opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen die wijziging konden brengen in de hierboven vermelde conclusies,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het bij Verordening (EG) nr. 217/2007 geopende onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de compenserende maatregelen die werden ingesteld ten aanzien van de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India, door middel van de invoer van bepaald kunstmatig grafiet van oorsprong uit India, wordt beëindigd.
Artikel 2
De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 217/2007 te beëindigen.
Artikel 3
Verordening (EG) nr. 217/2007 wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 19 oktober 2007. Voor de Commissie Peter Mandelson Lid van de Commissie