Beschikking van de Commissie van 1 oktober 2008 inzake de subsidieerbaarheid van de door sommige lidstaten in 2008 verrichte uitgaven voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 4013) (2008/793/EG)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2008/793@2008-10-01/nl
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht, en met name op artikel 24, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Verordening (EG) nr. 861/2006 is vastgesteld tegen welke voorwaarden de lidstaten een bijdrage van de Gemeenschap kunnen ontvangen voor uitgaven die zij in het kader van hun nationale programma’s voor het verzamelen en beheren van gegevens verrichten.
(2) Deze programma’s moeten worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad van 29 juni 2000 tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid en Verordening (EG) nr. 1639/2001 van de Commissie van 25 juli 2001 tot vaststelling van het communautaire minimumprogramma en uitgebreide programma voor gegevensverzameling in de visserijsector en tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad.
(3) België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Finland, Roemenië, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hebben hun nationale programma’s voor 2008 ingediend overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1543/2000. Deze lidstaten hebben tevens een financiële bijdrage van de Gemeenschap aangevraagd.
(4) De Commissie heeft de programma’s van de lidstaten onderzocht en heeft de subsidiabiliteit van de uitgaven beoordeeld.
(5) In artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1543/2000 is de basis gelegd voor een communautair minimumprogramma dat de voor de wetenschappelijke evaluaties onontbeerlijke gegevens omvat, alsmede voor een uitgebreid communautair programma dat, behalve de gegevens van het minimumprogramma, gegevens omvat die de wetenschappelijke evaluatie significant vooruit kunnen helpen.
(6) Krachtens artikel 24, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 861/2006 dient de Commissie een besluit te nemen over het percentage van de financiële bijdrage. Krachtens artikel 16 van Verordening (EG) nr. 861/2006 mag de medefinanciering die de Gemeenschap voor het verzamelen van basisgegevens verleent, niet meer bedragen dan 50 % van de subsidiabele uitgaven die de lidstaten voor de uitvoering van een programma voor het verzamelen en beheren van gegevens verrichten. In artikel 24, lid 2, van de reeds genoemde verordening is bepaald dat voorrang moet worden gegeven aan de acties die het meest geschikt zijn om het verzamelen van de voor het GVB benodigde gegevens te verbeteren.
(7) Om het de lidstaten gemakkelijker te maken hun nationale programma uit te voeren, dient hun een voorschot te worden verleend. De volledige financiële bijdrage van de Gemeenschap ten gunste van de nationale programma’s mag slechts worden betaald indien de Commissie het in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1639/2001 bedoelde technische jaarverslag en de daarmee gepaard gaande kosten heeft goedgekeurd.
(8) Deze beschikking dient te worden beschouwd als een financieringsbesluit in de zin van artikel 75, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.
(9) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Bij deze beschikking worden, voor 2008, het bedrag van de subsidiabele uitgaven van elke lidstaat voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, en de financiële bijdrage van de Gemeenschap vastgesteld.
Artikel 2
De in bijlage I opgenomen uitgaven voor het verzamelen en het beheren van voor het gemeenschappelijk visserijbeleid essentiële gegevens komen in aanmerking voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 50 % van de subsidiabele uitgaven in het kader van het minimumprogramma als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1543/2000.
Artikel 3
De in bijlage II opgenomen uitgaven voor het verzamelen en het beheren van voor het gemeenschappelijk visserijbeleid essentiële gegevens komen in aanmerking voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 35 % van de subsidiabele uitgaven in het kader van het uitgebreide programma als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1543/2000.
Artikel 4
1. De Gemeenschap betaalt na kennisgeving van deze beschikking aan de lidstaten een eerste tranche van 50 % van de in de bijlagen I en II opgenomen financiële bijdrage van de Gemeenschap.
2. Uiterlijk op 31 mei 2009 dienen de lidstaten de volgende stukken in:
a) een technisch verslag als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1639/2000;
b) een aanvraag tot vergoeding van in 2008 door hen verrichte uitgaven, samen met een financieel verslag en bewijsstukken.
3. De tweede tranche van de financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt betaald na ontvangst en goedkeuring van de in lid 2 bedoelde financiële en technische verslagen.
Artikel 5
1. De wisselkoers van de euro die wordt gebruikt voor de berekening van de bedragen die in het kader van deze beschikking subsidiabel zijn, is de in mei 2007 geldende koers.
2. De uitgavendeclaraties in nationale valuta die worden ingediend door de lidstaten die niet deelnemen aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, worden in euro omgerekend tegen de koers die geldt voor de maand waarin de Commissie die declaraties ontvangt.
Artikel 6
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 1 oktober 2008. Voor de Commissie Joe Borg Lid van de Commissie
ANNEX
BIJLAGE I MINIMUMPROGRAMMA
(in EUR) Lidstaat Subsidiabele uitgaven Maximumbijdrage van de Gemeenschap BELGIË 1258218 629109 BULGARIJE 196760 98380 CYPRUS 524938 262469 DENEMARKEN 5314755 2657377 DUITSLAND 3032194 1516097 ESTLAND 588717 294359 GRIEKENLAND 1890488 945244 SPANJE 8041538 4020769 FRANKRIJK 7894314 3947157 IERLAND 4572608 2286304 ITALIË 4272453 2136227 LETLAND 407811 203905 LITOUWEN 141602 70801 MALTA 485022 242511 NEDERLAND 3356144 1678072 POLEN 729794 364897 PORTUGAL 3398883 1699441 ROEMENIË 420866 210433 SLOVENIË 178910 89455 FINLAND 1447228 723614 ZWEDEN 3345165 1672582 VERENIGD KONINKRIJK 7266446 3633223 Totaal 58764854 29382426
BIJLAGE II UITGEBREID PROGRAMMA
(in EUR) Lidstaat Subsidiabele uitgaven Maximumbijdrage van de Gemeenschap BELGIË — — BULGARIJE — — CYPRUS — — DENEMARKEN — — DUITSLAND 744300 260505 ESTLAND 37300 13055 GRIEKENLAND 243180 85113 SPANJE 1377713 482200 FINLAND 159392 55787 FRANKRIJK 438480 153468 IERLAND 540267 189093 ITALIË 581666 203583 LETLAND 10817 3786 LITOUWEN MALTA — — NEDERLAND 437111 152989 POLEN PORTUGAL 247515 86630 ROEMENIË — — SLOVENIË — — ZWEDEN 60457 21160 VERENIGD KONINKRIJK 1024755 358664 Totaal 5902953 2066033