Verordening (EG) nr. 148/2009 van de Commissie van 20 februari 2009 tot intrekking van elf achterhaalde verordeningen op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2009/148@2009-02-20/nl
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de Akte van toetreding van Spanje en Portugal, en met name op artikel 175,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3117/85 van de Raad van 4 november 1985 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van compenserende vergoedingen voor sardines, en met name op artikel 4,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name op artikel 3, lid 4, en artikel 21, leden 3 en 4,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2406/96 van de Raad van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten, en met name op artikel 2, lid 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur, en met name op artikel 25, artikel 27, lid 6, en artikel 37,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het transparanter maken van de communautaire regelgeving is een essentieel onderdeel van de strategie voor betere regelgeving die de communautaire instellingen ten uitvoer leggen. In deze context is het dienstig besluiten die geen reëel effect meer hebben uit de actieve regelgeving te verwijderen.
(2) De volgende verordeningen met betrekking tot het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn achterhaald, hoewel zij formeel nog steeds van kracht zijn:
Verordening (EEG) nr. 3459/85 van de Commissie van 6 december 1985 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van compenserende vergoedingen voor sardines uit de Atlantische Oceaan. Die verordening heeft niet langer effect aangezien in de basisregelgeving wijzigingen zijn aangebracht die onverenigbaar zijn met de toepassing van dat besluit,
Verordening (EEG) nr. 254/86 van de Commissie van 4 februari 1986 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen inzake de geleidelijke afschaffing van de kwantitatieve beperkingen voor uit Spanje herkomstige conserven van sardines en van tonijn die in de lidstaten, met uitzondering van Spanje en Portugal, van toepassing zijn. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij betrekking had op een overgangsperiode die afgelopen is,
Verordening (EEG) nr. 3599/90 van de Commissie van 13 december 1990 inzake het compenseren van het nadeel dat is veroorzaakt door de stopzetting in 1989 van de visserij op tong door de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij alleen op het jaar 1989 betrekking had,
Verordening (EEG) nr. 3863/91 van de Commissie van 16 december 1991 tot vaststelling van de voor bepaalde kustgebieden van het Verenigd Koninkrijk geldende minimummaat voor het in de handel brengen van krabben. Die verordening heeft niet langer effect aangezien in de basisregelgeving wijzigingen zijn aangebracht die onverenigbaar zijn met de toepassing van dat besluit,
Verordening (EG) nr. 897/94 van de Commissie van 22 april 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad met betrekking tot de proefprojecten inzake permanente positiebepaling van communautaire vissersvaartuigen. Die verordening heeft niet langer effect aangezien in de basisregelgeving wijzigingen zijn aangebracht die onverenigbaar zijn met de toepassing van dat besluit,
Verordening (EG) nr. 1419/96 van de Commissie van 22 juli 1996 tot vaststelling van het bedrag van de steun voor de particuliere opslag van pijlinktvis Loligo patagonica. Die verordening heeft niet langer effect aangezien in de basisregelgeving wijzigingen zijn aangebracht die onverenigbaar zijn met de toepassing van dat besluit,
Verordening (EG) nr. 2378/1999 van de Commissie van 9 november 1999 tot rectificatie van Verordening (EG) nr. 1282/1999 betreffende de toekenning van de compenserende vergoeding aan de producentenorganisaties voor in de periode van 1 oktober tot en met 31 december 1998 aan de verwerkende industrie geleverde tonijn. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij alleen op het jaar 1998 betrekking had,
Verordening (EG) nr. 1103/2000 van de Commissie van 25 mei 2000 betreffende de toekenning van de compenserende vergoeding aan de producentenorganisaties voor in de periode van 1 juli tot en met 30 september 1999 aan de verwerkende industrie geleverde tonijn. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij alleen op het jaar 1999 betrekking had,
Verordening (EG) nr. 1702/2000 van de Commissie van 31 juli 2000 inzake de stopzetting van de visserij op kabeljauw door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij van toepassing was op quotumtoewijzingen voor het jaar 2000,
Verordening (EG) nr. 585/2001 van de Commissie van 26 maart 2001 betreffende de toekenning van de compenserende vergoeding aan de producentenorganisaties voor in de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2000 aan de verwerkende industrie geleverde tonijn. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij alleen op het jaar 2000 betrekking had,
Verordening (EG) nr. 2496/2001 van de Commissie van 19 december 2001 betreffende de toekenning van de compenserende vergoeding aan de producentenorganisaties voor in de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2001 aan de verwerkende industrie geleverde tonijn. Die verordening heeft niet langer effect aangezien zij alleen op het jaar 2001 betrekking had.
(3) Ter wille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid moeten de in overweging 2 vermelde verordeningen worden ingetrokken.
(4) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor de visserij en de aquacultuur,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 In te trekken verordeningen
De Verordeningen (EEG) nr. 3459/85, (EEG) nr. 254/86, (EEG) nr. 3599/90, (EEG) nr. 3863/91, (EG) nr. 897/94, (EG) nr. 1419/96, (EG) nr. 2378/1999, (EG) nr. 1103/2000, (EG) nr. 1702/2000, (EG) nr. 585/2001 en (EG) nr. 2496/2001 worden ingetrokken.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 20 februari 2009. Voor de Commissie Joe Borg Lid van de Commissie