Gelex

Besluit van de Commissie van 26 april 2010 tot oprichting van de deskundigengroep voor het gemeenschappelijke referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht (2010/233/EU)

In forceVersion 2010-04-26
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2010/233@2010-04-26/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1 Deskundigengroep voor het gemeenschappelijke referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht
    2. Artikel 2 Taak
    3. Artikel 3 Raadpleging
    4. Artikel 4 Lidmaatschap — Benoeming
    5. Artikel 5 Werking
    6. Artikel 6 Vergaderkosten
    7. Artikel 7 Toepassing

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Raad van Tampere heeft de Commissie op zijn bijeenkomst van oktober 1999 verzocht een studie uit te voeren over de noodzaak om het materiële burgerlijk recht te harmoniseren.

(2) In 2001 heeft de Commissie met een mededeling over Europees verbintenissenrecht een raadpleging op gang gebracht over potentiële problemen en maatregelen op het gebied van het contractenrecht; uit deze raadpleging is naar voren gekomen dat er een duidelijke consensus bestaat over de noodzaak om de samenhang van het bestaande contractenrecht van de Unie te verbeteren teneinde de uniforme toepassing ervan en de goede werking van de interne markt te garanderen.

(3) In 2003 heeft de Commissie een actieplan met de titel Een coherenter Europees verbintenissenrecht uitgebracht, waarin zij heeft voorgesteld de kwaliteit en samenhang van het contractenrecht van de Unie te verbeteren door een gemeenschappelijk referentiekader te ontwikkelen, dat bij de herziening van bestaande EU-wetgeving en de opstelling van nieuwe wetgeving op het gebied van het contractenrecht door de Unie zou kunnen worden gebruikt als een niet-bindend referentie-instrument met voorstellen voor beginselen, definities en modelvoorschriften.

(4) Met het oog daarop heeft de Commissie in het raam van het zesde kaderprogramma voor onderzoek een subsidie verleend aan een Europees academisch netwerk van onderzoekers, dat na een diepgaand rechtswetenschappelijk onderzoek een academisch ontwerp voor een gemeenschappelijk referentiekader (hierna het ontwerp van het gemeenschappelijke referentiekader genoemd) heeft ontwikkeld.

(5) In het programma van Stockholm voor 2010-2014 wordt de Commissie verzocht een voorstel betreffende een gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees contractenrecht in te dienen, dat moet bestaan uit een niet-bindend geheel van fundamentele beginselen, definities en modelvoorschriften ten behoeve van de wetgevers op EU-niveau teneinde de coherentie en de kwaliteit van het wetgevingsproces te verbeteren.

(6) In de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei wordt erkend dat het nodig is om het voor bedrijven en consumenten eenvoudiger en goedkoper te maken om overeenkomsten te sluiten met partners in andere EU-landen, onder meer door verder te werken aan een facultatief Europees contractenrecht.

(7) Bijgevolg moet een groep van deskundigen op het gebied van burgerlijk recht, en met name contractenrecht, worden opgericht en moeten de taken en de structuur daarvan worden vastgesteld.

(8) Uitgaande van het ontwerp van het gemeenschappelijke referentiekader moet de groep de Commissie bijstaan bij de voorbereiding van een voorstel voor een gemeenschappelijk referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht, waaronder het consumenten- en ondernemerscontractenrecht; daarbij moet ook rekening worden gehouden met andere op dit gebied verrichte onderzoekswerkzaamheden en met het EU-acquis. De groep moet de Commissie met name helpen de delen van het ontwerp van het gemeenschappelijke referentiekader die van direct of indirect belang zijn voor het contractenrecht te selecteren, en moet vervolgens helpen de geselecteerde delen te herstructureren, te herzien en aan te vullen.

(9) De groep moet worden samengesteld uit hooggekwalificeerde deskundigen op het gebied van het burgerlijk recht en met name het contractenrecht, die op persoonlijke titel worden benoemd.

(10) Er moeten regels worden vastgesteld voor de openbaarmaking van informatie door de leden van de groep, onverminderd de veiligheidsvoorschriften van de Commissie zoals vastgesteld in de bijlage bij Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie.

(11) Alle persoonsgegevens over leden van de groep moeten worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

(12) Er moet een periode worden vastgesteld gedurende welke dit besluit van toepassing zal zijn. De Commissie zal te zijner tijd de wenselijkheid van een verlenging onderzoeken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 Deskundigengroep voor het gemeenschappelijke referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht

De deskundigengroep voor het gemeenschappelijke referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht (hierna de groep genoemd) wordt hierbij opgericht.

Artikel 2 Taak

De groep heeft tot taak de Commissie bij te staan bij de voorbereiding van een voorstel voor een gemeenschappelijk referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht, waaronder het consumenten- en ondernemerscontractenrecht, en met name bij:

a) het selecteren van de delen van het ontwerp van het gemeenschappelijke referentiekader die van direct of indirect belang zijn voor het contractenrecht, en

b) het herstructureren, herzien en aanvullen van de geselecteerde delen van het ontwerp van het gemeenschappelijke referentiekader, ook rekening houdend met andere op dit gebied verrichte onderzoekswerkzaamheden en met het EU-acquis.

Artikel 3 Raadpleging

De Commissie kan de groep raadplegen over om het even welk onderwerp in verband met de voorbereiding van een voorstel voor een gemeenschappelijk referentiekader op het gebied van het Europees contractenrecht.

Artikel 4 Lidmaatschap — Benoeming

1. De groep bestaat uit ten hoogste twintig leden.

2. De leden worden benoemd door de directeur-generaal van DG Justitie, vrijheid en veiligheid uit deskundigen met een bijzondere bekwaamheid op het gebied van burgerlijk recht, en met name contractenrecht. Bij de benoeming van de leden wordt zo veel mogelijk gestreefd naar een evenwichtige verdeling qua deskundigheidsterreinen, geografische herkomst en geslacht.

3. De leden worden op persoonlijke titel benoemd en handelen onafhankelijk en in het algemene belang.

4. De groep omvat deskundigen van de volgende categorieën:

wetenschappelijke organisaties, onderzoekinstellingen en universiteiten,

beoefenaars van juridische beroepen,

deskundigen die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen.

5. De leden van de groep worden benoemd voor een ambtstermijn die op 26 april 2012 afloopt.

6. De leden mogen geen plaatsvervangers aanwijzen, tenzij de Commissie daarmee instemt.

7. Leden die geen effectieve bijdrage aan de beraadslagingen van de groep meer kunnen leveren, hun ontslag indienen of de verplichtingen van lid 3 van dit artikel of van artikel 339 van het Verdrag niet nakomen, kunnen voor de rest van hun ambtstermijn worden vervangen.

8. De leden tekenen een verklaring waarin zij zich ertoe verbinden in het algemene belang te handelen, alsmede een verklaring waaruit blijkt dat zij geen belangen hebben die afbreuk kunnen doen aan hun objectiviteit.

9. De namen van de leden worden bekendgemaakt in het register van deskundigengroepen van de Commissie en op de internetsite van DG Justitie, vrijheid en veiligheid. De namen van de leden worden verzameld, verwerkt en bekendgemaakt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001.

10. Leden die niet willen dat hun naam bekend wordt gemaakt, kunnen om een afwijking van deze regel verzoeken. Het verzoek om de naam van een lid van een deskundigengroep niet bekend te maken, is gerechtvaardigd wanneer de publicatie ervan zijn of haar veiligheid of integriteit in gevaar zou kunnen brengen of zijn of haar privacy onnodig zou kunnen schaden.

Artikel 5 Werking

1. De Commissie zit de groep voor.

2. Met instemming van de Commissie kunnen subgroepen worden opgericht om specifieke kwesties te onderzoeken op basis van een door de groep opgesteld mandaat. Deze subgroepen worden ontbonden zodra zij hun opdracht hebben uitgevoerd.

3. Indien zulks nuttig en/of nodig is, kan de vertegenwoordiger van de Commissie externe deskundigen met een bijzondere kwalificatie op het gebied van een geagendeerd onderwerp of waarnemers, met name van het Europees Parlement en de Raad, uitnodigen om aan de beraadslagingen van de groep of subgroepen deel te nemen.

4. De in het kader van de deelneming aan de beraadslagingen van de groep of een subgroep verkregen informatie mag niet openbaar worden gemaakt wanneer deze volgens de Commissie op vertrouwelijke aangelegenheden betrekking heeft.

5. De groep en haar subgroepen vergaderen gewoonlijk in de lokalen van de Commissie overeenkomstig de procedures en het tijdschema die door de Commissie worden vastgesteld. Het secretariaat wordt verzorgd door de Commissie. Andere ambtenaren van de Commissie die belang hebben bij de besprekingen, kunnen de vergaderingen van de groep en haar subgroepen bijwonen.

6. De groep stelt haar reglement van orde vast op basis van het door de Commissie vastgestelde standaardreglement van orde voor deskundigengroepen.

7. De Commissie mag samenvattingen, conclusies, deelconclusies of werkdocumenten van de groep publiceren in de oorspronkelijke taal van het document in kwestie.

Artikel 6 Vergaderkosten

1. Deelnemers aan de werkzaamheden van de groep ontvangen geen bezoldiging voor de diensten die zij verrichten.

2. Alle reis- en eventuele verblijfkosten die door de deelnemers in het kader van de werkzaamheden van de groep worden gemaakt, worden door de Commissie vergoed overeenkomstig de interne regels voor de vergoeding van kosten van externe deskundigen.

3. Vergaderkosten worden vergoed voor zover de middelen die volgens de jaarlijkse toewijzingsprocedure door de verantwoordelijke diensten van de Commissie aan de groep zijn toegekend, hiervoor volstaan.

Artikel 7 Toepassing

Het besluit is van toepassing tot en met 26 april 2012.

Gedaan te Brussel, 26 april 2010. Voor de Commissie De voorzitter José Manuel Barroso

Versions

  1. 2010-04-26