Besluit van de Commissie van 22 november 2010 betreffende de erkenning van Sri Lanka wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van bevoegdheidsbewijzen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7963) (Voor de EER relevante tekst) (2010/704/EU)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2010/704@2010-11-22/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden, en met name artikel 19, lid 3,
Gezien het schrijven van de Cypriotische autoriteiten van 13 mei 2005, waarin wordt verzocht om de erkenning van Sri Lanka met het oog op de erkenning van door dat land afgegeven bevoegdheidsbewijzen,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De lidstaten kunnen besluiten door derde landen afgegeven bevoegdheidsbewijzen van zeevarenden te erkennen, op voorwaarde dat het desbetreffende derde land door de Commissie erkend is en met name voldoet aan de vereisten van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (1978), als gewijzigd (STCW-verdrag).
(2) Ingevolge het verzoek van de Cypriotische autoriteiten heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Sri Lanka onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de vereisten van het STCW-verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met certificaten te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in november 2006.
(3) Telkens wanneer tijdens de beoordeling van de naleving van het STCW-verdrag tekortkomingen werden vastgesteld, hebben de Sri Lankaanse autoriteiten de Commissie de gevraagde relevante informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om het merendeel van deze problemen op te lossen.
(4) De resterende tekortkomingen betreffende de opleidings- en diplomeringsprocedures voor zeevarenden hebben voornamelijk betrekking op het gebrek aan wetgevingsbepalingen betreffende de kwalificaties van instructeurs, het gebruik van simulatoren, en het gebrek aan ontwerpen voor en testen van simulatoren in één van de onderzochte opleidingsinstituten. De Sri Lankaanse autoriteiten werden daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van het STCW-verdrag door de Sri Lankaanse systemen betreffende opleiding en diplomering van zeevarenden in vraag wordt gesteld.
(5) De resultaten van de beoordeling van de naleving en van de evaluatie van de door de Sri Lankaanse autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Sri Lanka de desbetreffende eisen van het STCW-verdrag naleeft. Sri Lanka heeft ook gepaste maatregelen getroffen om fraude met certificaten te verhinderen en moet derhalve door de Unie worden erkend.
(6) De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Sri Lanka wordt erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van door dit land afgegeven bevoegdheidsbewijzen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 22 november 2010. Voor de Commissie Siim Kallas Vicevoorzitter