Gelex

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 11 april 2011 betreffende de niet-opneming van dichlobenil in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 2437) (Voor de EER relevante tekst) (2011/234/EU)

In forceVersion 2011-04-11from 2011-04-12
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2011/234@2011-04-11/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en met name artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 en (EG) nr. 1490/2002 van de Commissie zijn de bepalingen voor de uitvoering van de tweede en derde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgesteld en is een lijst opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op de eventuele opneming daarvan in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Dichlobenil is in die lijst opgenomen.

(2) Overeenkomstig artikel 11 septies van Verordening (EG) nr. 1490/2002 en artikel 12, lid 1, onder a), en artikel 12, lid 2, onder b), van die verordening werd Beschikking 2008/754/EG van de Commissie van 18 september 2008 betreffende de niet-opneming van dichlobenil in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten vastgesteld.

(3) De oorspronkelijke kennisgever (de aanvrager) heeft overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG een nieuwe aanvraag ingediend om toepassing van de versnelde procedure zoals vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 19 van Verordening (EG) nr. 33/2008 van de Commissie van 17 januari 2008 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad met betrekking tot een normale en een versnelde procedure voor de beoordeling van werkzame stoffen die deel uitmaakten van het in artikel 8, lid 2, van die richtlijn bedoelde werkprogramma, maar niet in bijlage I ervan zijn opgenomen.

(4) De aanvraag is ingediend bij het Verenigd Koninkrijk, dat bij Verordening (EG) nr. 1490/2002 was aangewezen als lidstaat die als rapporteur optreedt. De termijn voor de versnelde procedure is nageleefd. De specificatie van de werkzame stof en de ondersteunde toepassingen zijn dezelfde als voor Beschikking 2008/754/EG. Die aanvraag voldoet ook aan de overige materiële en procedurele voorschriften van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 33/2008.

(5) Het Verenigd Koninkrijk heeft de door de aanvrager verstrekte aanvullende gegevens onderzocht en een aanvullend verslag opgesteld. Het heeft dat verslag op 7 oktober 2009 aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie toegezonden. De EFSA heeft het aanvullende verslag aan de andere lidstaten en de aanvrager toegezonden en de naar aanleiding daarvan ontvangen opmerkingen naar de Commissie doorgestuurd. Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 en op verzoek van de Commissie heeft de EFSA haar conclusie over dichlobenil op 29 juli 2010 aan de Commissie voorgelegd. Het ontwerpevaluatieverslag, het aanvullende verslag en de conclusie van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 11 maart 2011 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor dichlobenil.

(6) Het aanvullende verslag van de als rapporteur optredende lidstaat en de conclusie van de EFSA hebben betrekking op de problemen die tot de niet-opneming hadden geleid; er was met name een probleem wat de blootstelling van de consument door drinkwater en de uitspoeling naar het grondwater betreft. In het evaluatieverslag over dichlobenil kwamen nog andere problemen aan het licht.

(7) Door de aanvrager werd aanvullende informatie verstrekt, met name wat betreft de uitspoeling naar het grondwater, de blootstelling van de consument door drinkwater, de risico’s voor vogels en zoogdieren en de methoden voor de analyse van verontreinigingen in het technische materiaal en voor producten van dierlijke oorsprong.

(8) De door de aanvrager verstrekte aanvullende informatie kon evenwel niet alle specifieke problemen met betrekking tot dichlobenil wegnemen.

(9) Bij de evaluatie van deze werkzame stof is een aantal problemen vastgesteld. Er zijn verscheidene onaanvaardbare effecten op het milieu geconstateerd. Met name de potentiële verontreiniging van het grondwater met de zeer resistente metaboliet 2,6-dichloorbenzamide (BAM) zal naar verwachting zeer hoog zijn, met concentraties die ver boven 10 μg/l voor alle gemodelleerde scenario’s liggen. Het is mogelijk dat de metaboliet BAM over lange afstanden door de lucht wordt getransporteerd. Een hoog acuut risico voor vogels en een hoog risico op de lange termijn voor regenwormen etende vogels en zoogdieren werden geconstateerd. De beschikbare gegevens waren ontoereikend om de aard van de residuen van de metaboliet BAM in verwerkte producten te bepalen.

(10) De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen over de conclusie van de EFSA in te dienen. Bovendien heeft de Commissie de aanvrager overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 verzocht zijn opmerkingen over het ontwerpevaluatieverslag in te dienen. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(11) Ondanks de door de aanvrager aangevoerde argumenten blijven de hierboven vermelde problemen echter bestaan en de evaluaties op basis van de verstrekte en tijdens de vergaderingen van deskundigen van de EFSA beoordeelde gegevens hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die dichlobenil bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen.

(12) Dichlobenil mag daarom niet in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(13) Voor de duidelijkheid moet Beschikking 2008/754/EG worden ingetrokken,

(14) Dit besluit laat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG en hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 33/2008 de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag voor dichlobenil in te dienen onverlet.

(15) De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Dichlobenil wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

Beschikking 2008/754/EG wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 april 2011. Voor de Commissie John Dalli Lid van de Commissie

Versions

  1. 2011-04-11