Gelex

Besluit van de Commissie van 20 januari 2011 betreffende een afwijking op de oorsprongsregels die zijn opgenomen in Besluit 2001/822/EG van de Raad wat suiker uit de Nederlandse Antillen betreft (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 140) (2011/47/EU)

In forceVersion 2011-01-20from 2011-01-01
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2011/47@2011-01-20/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3
    4. Artikel 4
    5. Artikel 5
    6. Artikel 6
    7. Artikel 7
  2. ANNEX
  3. BIJLAGE

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap (LGO-besluit), en met name artikel 37 van bijlage III,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bijlage III bij Besluit 2001/822/EG heeft betrekking op de definitie van het begrip producten van oorsprong en methoden van administratieve samenwerking. Volgens artikel 37 van die bijlage kan van die oorsprongsregels worden afgeweken wanneer dit gerechtvaardigd is voor de ontwikkeling van bestaande industrieën of de vestiging van nieuwe industrieën in een land of gebied.

(2) Bij Beschikking 2009/699/EG van de Commissie werd het in 2009 ingediende verzoek om een verlenging van de vorige afwijking afgewezen, maar werd de gevraagde nieuwe afwijking toegestaan voor de hoeveelheden waarvoor aan de Nederlandse Antillen voor 2009 en 2010 invoervergunningen voor suiker waren verleend.

(3) De Nederlandse Antillen hebben aan de Commissie kwartaaloverzichten van de in het kader van Beschikking 2009/699/EG gebruikte hoeveelheden toegezonden, waaruit blijkt dat in 2010 van de in de afwijking voor dat jaar toegestane 7000 ton thans zo’n 2500 ton is verbruikt.

(4) Op 24 augustus 2010 heeft Nederland namens de Nederlandse Antillen gevraagd om voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 (de einddatum van Besluit 2001/822/EG) opnieuw te mogen afwijken van de oorsprongsregels in bijlage III bij Besluit 2001/822/EG. Op 8 september 2010 en 11 oktober 2010 hebben de Nederlandse Antillen aanvullende informatie verstrekt. Het verzoek heeft in totaal betrekking op 7000 ton suikerproducten per jaar die van oorsprong zijn uit derde landen en die op de Nederlandse Antillen worden verwerkt om naar de Europese Unie te worden uitgevoerd.

(5) In het verzoek om een nieuwe afwijking wordt gevraagd dat ruwe suiker uit derde landen op de Nederlandse Antillen mag worden gearomatiseerd, gekleurd, gemalen en tot suikerklontjes verwerkt die dan van oorsprong uit de landen en gebieden overzee zouden zijn (LGO-oorsprong). Voorts verzoeken de Nederlandse Antillen om voor de jaren 2011, 2012 en 2013 de hoeveelheid per jaar waarvoor overeenkomstig artikel 6 van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG cumulatie voor ACS/LGO/EU tijdelijk kan worden toegestaan, vast te stellen op 7000 ton.

(6) Het verzoek om een nieuwe afwijking is gebaseerd op kwaliteitseisen, daar ACS-suiker in het Caribische gebied niet aan de criteria zou voldoen om tot suiker van hoge kwaliteit te worden verwerkt voor afnemers in de Europese Unie; het verzoek is ook gebaseerd op beschikbaarheid, daar het aanbod van ACS-suiker uit het Caribische gebied vanwege klimaatsomstandigheden voortdurend krap zou zijn. Voorts voeren de ACS-staten hun suikerproductie steeds meer rechtstreeks naar de Verenigde Staten en de Europese Unie uit. Verder produceert de Europese Unie geen ruwe rietsuiker die voor de vervaardiging van het eindproduct kan worden gebruikt. Daarom zou het gerechtvaardigd zijn dat de Nederlandse Antillen ruwe suiker in naburige derde landen aankopen die geen ACS-staat of LGO zijn en geen deel uitmaken van de EU.

(7) In de aanvullende informatie heeft Nederland aangegeven dat de suikerindustrie op de Nederlandse Antillen, waarvoor de gevraagde afwijking bestemd is, haar productie wil diversificeren met mengsels en met biosuiker, die beide voor geheel andere markten zijn bedoeld dan de suikerproducten waarvoor het verzoek om afwijking is ingediend. Aangezien er thans nog sprake is van onvoldoende diversificatie, zou de afwijking noodzakelijk zijn om het investeringskapitaal te kunnen verdienen dat voor een verdere diversificatie vereist is.

(8) De gevraagde nieuwe afwijking op de oorsprongsregels die zijn opgenomen in bijlage III bij Besluit 2001/822/EG voor 7000 ton producten die zijn ingedeeld onder de GN-codes 17011190, 17019910 en 17019100 is op grond van artikel 37, leden 1, 3 en 7, van die bijlage onder bepaalde voorwaarden gerechtvaardigd, welke bedoeld zijn om de legitieme belangen van de bedrijven in de LGO te verzoenen met de doelstellingen van de externe dimensie van de gemeenschappelijke EU-marktorganisatie voor suiker.

(9) Voor de legitieme belangen van de Nederlandse Antillen spreekt het feit dat de afwijking voor producten geldt die daadwerkelijk worden bewerkt en dat de aan de ruwe suiker toegevoegde waarde ten minste 45 % is van de waarde van het eindproduct. Voorts zal de bestaande industrie bij verlening van de afwijking beter in staat zijn haar uitvoer naar de Europese Unie voort te zetten. De gevraagde afwijking zal naar verwachting de vereiste omzet voor de financiering van verdere investeringen in de diversificatie van producten en activiteiten genereren, zodat de betrokken industrie niet meer zal zijn aangewezen op dit soort afwijkingen.

(10) Daarnaast biedt de regelgeving inzake de cumulatie van de oorsprong geen oplossing voor de suikerindustrie op de Nederlandse Antillen. In artikel 6, lid 4, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG zijn immers de perioden en kwantitatieve limieten vermeld waarvoor cumulatie van de oorsprong tijdelijk is toegestaan en die niet in strijd zijn met de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktorganisatie van de Europese Unie, rekening houdend met de legitieme belangen van de bedrijven in de LGO. Deze hoeveelheden zijn geleidelijk verminderd en zullen op 1 januari 2011 definitief worden beëindigd.

(11) Uit de in artikel 6, lid 4, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG bepaalde uitfasering van de ACS/LGO/EU-cumulatie voor suiker blijkt het voornemen van de Europese Unie om de oorsprongsregels voor suiker een stringenter karakter te geven, teneinde naar behoren rekening te houden met de EU-bedrijven op de suikermarkt. Op basis van dit principe moeten de hoeveelheden worden bepaald waarvoor een afwijking wordt verleend. De uitfasering is ook gerechtvaardigd gezien de door de Unie voorgenomen onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Latijns-Amerikaanse landen, waarvan de Nederlandse Antillen doorgaans suiker zullen betrekken. Aangezien de suikerindustrie van de Nederlandse Antillen wil diversificeren om niet meer al te afhankelijk te zijn van een productie waarvoor een afwijking als de huidige nodig is, moeten de hoeveelheden waarvoor een afwijking wordt verleend, gefaseerd worden beëindigd.

(12) Aangezien in geringe mate gebruik is gemaakt van de hoeveelheden waarvoor in het verleden afwijkingen zijn verleend, moet de aanvangshoeveelheid worden vastgesteld op tweemaal de huidige gebruikte hoeveelheid, waardoor de bestaande industrie in staat zal zijn haar uitvoer naar de Europese Unie voort te zetten. Overeenkomstig de voorgenomen uitfasering moeten de hoeveelheden over de gevraagde periode echter geleidelijk worden verminderd. Door zo’n uitfasering zou de betrokken suikerindustrie in de gelegenheid moeten zijn om in dezelfde periode de vereiste omzet voor de financiering van verdere investeringen op de Nederlandse Antillen te genereren en zou zij moeten worden geprikkeld om de beoogde diversificatie door te zetten.

(13) Afhankelijk van bepaalde voorwaarden in verband met hoeveelheden, toezicht en duur, moet de afwijking dan ook worden toegestaan voor 5000 ton voor 2011, 3000 ton voor 2012 en 1500 ton voor 2013.

(14) Wanneer deze voorwaarden in acht worden genomen, is de afwijking niet van dien aard dat een economische sector of een gevestigde industrie in de Europese Unie daardoor ernstige schade lijdt.

(15) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek bevat voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten. Deze regels dienen van overeenkomstige toepassing te zijn op het beheer van de hoeveelheid waarvoor de betrokken afwijking wordt toegestaan.

(16) Aangezien de huidige afwijking op 31 december 2010 afloopt en een nieuwe afwijking voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 wordt gevraagd, moet de gevraagde afwijking op 1 januari 2011 voor deze periode ingaan.

(17) De bepalingen van dit besluit zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking op bijlage III bij Besluit 2001/822/EG worden in de Nederlandse Antillen bewerkte suikerproducten, ingedeeld onder de GN-codes 17011190, 17019910 en 17019100, beschouwd als van oorsprong uit de Nederlandse Antillen wanneer zij verkregen zijn uit suiker die niet van oorsprong is, op de voorwaarden die in de artikelen 2, 3 en 4 van dit besluit zijn vermeld.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde afwijking geldt voor de in de bijlage genoemde producten en hoeveelheden uit de Nederlandse Antillen die in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 voor het vrije verkeer in de Europese Unie worden aangegeven.

Artikel 3

De artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93 betreffende het beheer van tariefcontingenten zijn van overeenkomstige toepassing op het beheer van de in de bijlage vermelde hoeveelheden.

Artikel 4

De douane van de Nederlandse Antillen neemt de nodige maatregelen om de kwantitatieve controles te kunnen verrichten bij de uitvoer van de in artikel 2 bedoelde producten. Zij verwijst naar dit besluit in alle certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 die zij voor deze producten afgeeft. De bevoegde autoriteiten van de Nederlandse Antillen doen de Commissie elk kwartaal opgave van de hoeveelheden waarvoor op grond van deze beschikking certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 zijn afgegeven, en van de volgnummers van die certificaten.

Artikel 5

Vak 7 van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 die ingevolge dit besluit worden afgegeven, wordt van een van de volgende aantekeningen voorzien:

Derogation — Decision 2011/47/EU

Dérogation — Décision 2011/47/UE.

Artikel 6

Dit besluit is van toepassing van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013.

Artikel 7

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2011. Voor de Commissie Algirdas Šemeta Lid van de Commissie

ANNEX

BIJLAGE

Volgnr. GN-code Omschrijving Periode Hoeveelheid (in t) 09.7910 17011190 17019910 17019100 Suikerproducten 1.1.2011 t/m 31.12.2011 5000 1.1.2012 t/m 31.12.2012 3000 1.1.2013 t/m 31.12.2013 1500

Versions

  1. 2011-01-20