Besluit van de Commissie van 8 februari 2011 betreffende een financiële bijdrage van de Unie aan Nederland voor studies over de Q-koorts (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 554) (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek) (2011/89/EU)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2011/89@2011-02-08/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied, en met name artikel 23,
Gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (hierna het Financieel Reglement genoemd), en met name artikel 75,
Gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (hierna de uitvoeringsvoorschriften genoemd), en met name artikel 90,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 75 van het Financieel Reglement en artikel 90, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften moet de vastlegging van een uitgave uit de begroting van de Europese Unie worden voorafgegaan door een financieringsbesluit waarin de essentiële elementen worden vastgesteld van de actie die een uitgave meebrengt, en dat is vastgesteld door de instelling of door de door haar gedelegeerde autoriteiten.
(2) Q-koorts is een uitermate besmettelijke zoönose, veroorzaakt door de ziekteverwekker Coxiella burnetii, die in vrijwel alle landen ter wereld algemeen voorkomt. Veel huisdieren en wilde dieren kunnen drager van de ziekte zijn, maar runderen, geiten en schapen zijn de belangrijkste reservoirs.
(3) De EU kent geen geharmoniseerde voorschriften voor de melding of bestrijding van Q-koorts bij dieren. Ziektebestrijdingsmaatregelen worden doorgaans op nationaal, regionaal of zelfs bedrijfsniveau genomen.
(4) Volgens het EFSA-advies van 27 april 2010 is het totale effect van de Q-koorts op de gezondheid van de mens en herkauwend vee in de EU-lidstaten beperkt. Toch kan in bepaalde epidemiologische omstandigheden en voor bepaalde risicogroepen het effect op de volksgezondheid en daarmee ook het effect op de samenleving en/of de economie aanzienlijk zijn.
(5) In de jaren 2008 en 2009 nam in Nederland het aantal gevallen van Q-koorts bij de mens aanzienlijk toe, waarvan verscheidene met dodelijke afloop. Bij het epidemiologisch onderzoek werd een verband aangetoond met grote melkgeitenhouderijen in het gebied, waar dit specifieke type melkproductie zich het afgelopen decennium snel heeft ontwikkeld. In het bovengenoemde EFSA-advies werd echter benadrukt dat de precieze oorzaken van het ontstaan van klinische problemen in de dierenpopulatie in 2005 en de toename van het aantal gevallen bij de mens in 2007 nog onduidelijk zijn.
(6) Op 24 maart 2010 heeft de Nederlandse Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit een verzoek om cofinanciering in het kader van Richtlijn 2009/470/EG ingediend voor technische en wetenschappelijke studies naar de dynamica van de ziekte en de effectiviteit van mogelijke bestrijdingsmaatregelen die op herkauwend vee worden toegepast, zoals de vaccinatie van geiten.
(7) De studies waarvoor Nederland cofinanciering heeft aangevraagd, betreffen onder meer de volgende kwesties: i) typering van de verschillende genotypen van Coxiella burnetii die bij de verschillende diersoorten in Nederland vóórkomen, en de eventuele verschillen in virulentie; ii) pathogeniteit van Coxiella burnetii bij drachtige en niet-drachtige geiten; iii) de overleving van Coxiella burnetii in mest, en iv) passende ontsmettingsmiddelen.
(8) Krachtens artikel 22 van Richtlijn 2009/470/EG kan de Unie de nodige technische en wetenschappelijke maatregelen nemen voor de ontwikkeling van veterinaire wetgeving in de EU en voor de ontwikkeling van voorlichting en opleiding op veterinair gebied, of kan zij de lidstaten of internationale organisaties daarin bijstaan.
(9) Er moet een financiële bijdrage worden toegekend voor de studies naar Q-koorts in Nederland, omdat de resultaten daarvan kunnen leiden tot nieuwe inzichten die kunnen bijdragen aan de mogelijke toekomstige ontwikkeling van veterinaire wetgeving in de Unie, vooral met het oog op de mogelijke invoering van geharmoniseerde voorschriften voor de bewaking van en de verslaglegging over deze ziekte.
(10) Krachtens Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten veterinaire maatregelen worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds. Met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 9, 36 en 37 van die verordening van toepassing.
(11) De betaling van de financiële bijdrage wordt verricht op voorwaarde dat de geplande studies daadwerkelijk zijn uitgevoerd en de autoriteiten alle noodzakelijke informatie aan de Commissie verstrekken.
(12) De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De Unie verleent Nederland financiële bijstand voor de daar verrichte studies naar de Q-koorts, zoals samengevat in de bijlage. Dit besluit vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 75 van het Financieel Reglement.
2. Daarbij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
a) de resultaten van de studies worden beschikbaar gesteld aan de Commissie en alle lidstaten en in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid gepresenteerd;
b) Nederland stuurt de Commissie uiterlijk op 31 maart 2012 een definitief technisch en financieel verslag toe, waarbij het financiële verslag vergezeld moet gaan van bewijsstukken ter staving van de gemaakte kosten en de behaalde resultaten.
Artikel 2
1. De bij dit besluit toegestane maximumbijdrage voor de kosten van de in artikel 1, lid 1, bedoelde werkzaamheden wordt vastgesteld op 500000 EUR, te financieren uit het onderstaande begrotingsonderdeel van de algemene begroting van de Europese Unie voor 2011:
Begrotingsonderdeel nr. 17 04 02 01: 500000 EUR.
2. De financiële bijstand van de Unie wordt betaald na de indiening van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde verslagen en bewijsstukken.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.
Gedaan te Brussel, 8 februari 2011. Voor de Commissie John Dalli Lid van de Commissie
ANNEX
BIJLAGE Beschrijving van de in artikel 1, lid 1, bedoelde technische en wetenschappelijke studies naar de epidemiologie van Q-koorts en de effectiviteit van mogelijke controlemaatregelen voor herkauwend vee
Project 1 Q-koorts bij geiten: omvat het kweken van C. burnetii en de typering van C. burnetii van de verschillende genotypen die in Nederland vóórkomen. De studie omvat ook de overleving van C. burnetii in mest, de verschillende infectieroutes, de ontwikkeling van immuniteit, de verspreiding van C. burnetii in drachtige en niet-drachtige geiten en algemene informatie over de pathogeneses van C. burnetii. Project 2 Bepaling van de virulentie van de C. burnetii-stammen bij geiten betreft de vraag of de huidige Nederlandse stam in geiten virulenter is dan andere C. burnetii-stammen. Project 3 Pathogeneses van Q-koorts is een studie naar de pathogenese van C. burnetii-infecties bij geiten; de invloed van drachtigheid bij de pathogenese van C. burnetii-infecties; de opbouw van cellulaire en humorale immuniteit; verschillen in virulentie van C. burnetii-stammen in geiten en de beschermende immuniteit van natuurlijke infectie. Met de kennis over de pathogenese en de transmissie binnen het beslag kunnen de resultaten van de diagnostische tests beter worden uitgelegd. Project 4 Inventarisatie van Q-koorts-stammen in rundvee, schapen, honden en katten betreft de relatie tussen menselijke patiënten met Q-koorts en mogelijke dierlijke bronnen. Het doel is, Q-koorts-stammen die bij de verschillende diersoorten worden aangetroffen, te vergelijken met de stammen bij menselijke patiënten. Dit is belangrijk om andere dieren dan melkgeiten als bron van infectie bij de mens te kunnen uitsluiten. Project 5 Effectiviteit van vaccinatie is een vergelijking van veldstudies die eerder — met name in Frankrijk — zijn verricht, met nieuwe veldstudies in Nederland om de effectiviteit van de vaccinatie van geiten tegen Q-koorts vast te stellen. Project 6 Onderzoek naar geschikte ontsmettingmiddelen betreft een inventarisatie van geschikte ontsmettingsmiddelen en een onderzoek naar de vraag of materialen zoals hout, stro, grond en mest doeltreffend ontsmet kunnen worden. Het project omvat: i) de definitie van criteria voor ontsmettingsmiddelen; ii) de desactivering van C. burnetii en sporen van C. burnetii in zuivere vloeistoffen; iii) de desactivering van C. burnetii en sporen van C. burnetii op complexe materialen en in mest, en iv) de desactivering van C. burnetii en sporen van C. burnetii op complexe oppervlakten.