Besluit van de Commissie van 12 juni 2012 betreffende de door finland ten uitvoer gelegde steunmaatregelen SA. 27420 (C 12/2009) (ex N 19/2009) ten gunste van Osuuskunta Karjaportti (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 3249) (Slechts de tekst in de Finse en Zweedse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (2013/8/EU)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2013/8@2012-06-12/nl
Contents
- Preamble
- (11) Tabel I Financiële kerngegevens van Karjaportti in EURO
- (19) Tabel II Brutosubsidie-equivalent van de verleende steun (in EUR)
- (22) Tabel III Projectkosten uitgesplitst naar verwervingsprijzen (in EUR)
- (36) Tabel IV Grote gedekte schulden (in EUR)
- (39) Tabel V Rentebedragen voor grote gedekte schulden (in EUR)
- (41) Tabel VI Uitstel van betaling in EUR
- (150)
- (176)
- (177)
- (210)
- (211)
- (228)
- (229)
- (248)
- (272)
- (273)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),
Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt: PROCEDURE
(1) Bij schrijven van 15 januari 2009 heeft Finland bij de Commissie aanmelding gedaan van reddingssteun bestaande uit een garantie en schuldherschikking ten gunste van Osuuskunta Karjaportti (hierna Karjaportti genoemd;, op het moment van aanmelding bekend als Järvi-Suomen Portti Osuuskunta). Aanvullende inlichtingen van Finland werden de Commissie verstrekt bij brieven van 5 februari 2009, 11 februari 2009, 16 februari 2009 en 20 februari 2009.
(2) De Commissie heeft Finland bij schrijven van 8 april 2009 in kennis gesteld van haar besluit om ten aanzien van de aangemelde maatregelen en verscheidene in het verleden toegekende maatregelen de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna VWEU genoemd) in te leiden. Na het besluit tot inleiding van de procedure heeft Finland bij brief van 13 mei 2009 aanvullende inlichtingen verstrekt.
(3) Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregelen te maken.
(4) De Commissie heeft van één belanghebbende opmerkingen ter zake ontvangen. De Commissie heeft deze voor een reactie aan Finland doorgezonden en heeft bij brief van 28 augustus 2009 diens opmerkingen ontvangen. Finland heeft bij e-mail van 3 november 2009 aanvullende inlichtingen verstrekt.
(5) De Commissie heeft bij schrijven van 15 december 2009 Finland in kennis gesteld van haar besluit om de procedure van artikel 108, lid 2, VWEU uit te breiden tot aanvullende, in het verleden toegekende steunmaatregelen. Finland heeft bij brief van 12 februari 2010 aanvullende inlichtingen verstrekt.
(6) Het besluit van de Commissie om de procedure uit te breiden werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregelen te maken. De Commissie heeft van belanghebbenden geen verdere opmerkingen ontvangen.
(7) Finland heeft de Commissie op 1 maart 2010 meegedeeld dat het de aanmelding inzake de garantie ten gunste van Karjaportti had ingetrokken. Bij schrijven van 26 maart 2010 deelde de Commissie Finland mee dat zij de intrekking van de aanmelding van de garantie samen met de andere hier te onderzoeken maatregelen zou behandelen in het definitieve besluit. Voorts richtte de Commissie vragen aan Finland, die bij brief van 22 april 2010 werden beantwoord. De Commissie zond Finland op 15 juli 2010 een verzoek om inlichtingen, dat op 20 augustus 2010 werd beantwoord. Op 28 september 2010 zond de Commissie Finland nogmaals een verzoek om inlichtingen, dat op 29 november 2010 werd beantwoord. Ten slotte heeft de Commissie bij brief van 16 november 2011 om aanvullende inlichtingen verzocht. Finland heeft deze inlichtingen op 16 december 2011 verstrekt.
BEGUNSTIGDE De coöperatie Karjaportti
(8) Karjaportti is een in Mikkeli gevestigde coöperatieve onderneming met productiefaciliteiten in Mikkeli en Kouvola, in de regio Oost-Finland (Itä-Suomi), een steungebied ex artikel 107, lid 3, onder c), VWEU. De in 1914 opgerichte coöperatie kreeg in 1950 de naam Osuusteurastamo Karjaportti. Vanaf 31 december 2002 ging zij Järvi-Suomen Portti Osuuskunta heten en sinds 14 december 2010 heet zij Karjaportti. Karjaportti heeft thans 300 mensen vast in dienst en biedt in het voorjaar en de zomer werk aan nog eens 100 tot 120 seizoensarbeiders.
(9) Karjaportti is actief in de levensmiddelenindustrie, meer bepaald de verwerking van vlees tot producten zoals gehaktballen en worsten. Daarnaast houdt de coöperatie zich bezig met de verkoop van verpakt vlees, vlees in stukken en karkassen. Karjaportti exporteert weinig naar andere lidstaten.
Financiële situatie van Karjaportti
(10) Sinds 1 december 2004 is Karjaportti onderworpen aan een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter krachtens wet 1993/47 op de herstructurering van ondernemingen (hierna de herstructureringsprocedure genoemd). Voor nadere informatie over deze procedure wordt verwezen naar de overwegingen (31) tot en met (43)).
(11) Tabel I Financiële kerngegevens van Karjaportti in EURO
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële situatie van Karjaportti voor en tijdens de herstructureringsprocedure: Jaar Omzet Bedrijfsresultaat Nettoresultaat (winst/verlies) Tekort voorgaande boekingsperioden Aandelenkapitaal / Reserves en onvoorziene uitgaven Eigen vermogen 2000 139620882 8682 –1169091 7681411 / 10247107 8893097 2001 139748861 2082662 549865 7812809 / 9078473 9442963 2002 135781234 2259488 14382 7783428 / 9559942 17357751 2003 128354480 –3299914 –6009055 7585778 / 9506525 11083248 2004 125849631 –3972464 –10686420 7234608 / 3497953 46141 2005 101507619 –6629915 –9235908 –7404955 7772913 / 216662 –8651289 2006 99802293 –3485054 4277565 –16640864 8141610 / 216662 –4005028 2007 86962069 –8916539 –7943878 –12363299 6244277 / 216662 –13846239 2008 80901753 –3791985 –2770037 –20307178 5768185 / 216662 –17092368 2009 64793763 305936 –2124435 –23077214 5077160 / 216662 –19907828
(12) In 2008 heeft de Finse belastingdienst tweemaal het faillissement van Karjaportti aangevraagd. Bij de eerste aanvraag, op 7 oktober 2008, overhandigde de dienst een bevel tot betaling van 461579 EUR. Vervolgens heeft de belastingdienst zijn aanvraag ingetrokken. Op 1 december 2008 werd opnieuw een aanvraag ingediend, vergezeld van een bevel tot betaling van 981658 EUR. De faillissementprocedure tegen Karjaportti is sinds juni 2009 beëindigd, omdat de coöperatie haar uitstaande schulden aan de fiscus heeft betaald.
BESCHRIJVING VAN DE MAATREGELEN
(13) De hier te onderzoeken maatregelen zijn maatregelen van de gemeente Mikkeli (Sankt Michel), waar Karjaportti gevestigd is, en maatregelen die toegekend zijn door Finnvera Oyj (hierna Finnvera genoemd). Finnvera is een gespecialiseerde financieringsmaatschappij van de Finse overheid en de officiële exportkredietinstelling van Finland. Hierna worden eerst de maatregelen van de gemeente Mikkeli beschreven (deel 3.1.) en aansluitend die van Finnvera (deel 3.2.).
Maatregelen toegekend door de gemeente Mikkeli Garantie verstrekt op 12 juni 2000 (maatregel 1) en toewijzing van grond (maatregel 2)
(14) Maatregel 1: bij besluit van 12 juni 2000 verstrekte de gemeenteraad van Mikkeli een onvoorwaardelijke garantie (takaus) aan Karjaportti waarmee een toekomstige lening van 25 miljoen FIM (circa 4,2 miljoen EUR) voor 100 % werd gedekt. De bank Tapiola Pankki Oy (hierna Tapiola genoemd) verstrekte de lening in september 2000 aan Karjaportti tegen een vaste rentevoet van 5,35 % en met een looptijd van tien jaar. Tezelfdertijd werd de garantie beschikbaar gesteld door het gemeentebestuur van Mikkeli, die de garantieovereenkomst ondertekende. De garantie werd zonder garantieopslag en op onvoorwaardelijke basis verstrekt waarbij de garant aansprakelijk is voor de hoofdschuld als ware het de eigen schuld van de garant, hetgeen inhoudt dat de schuldeiser de garantiegever kan verzoeken om terugbetaling van de hoofdschuld wanneer deze op vervaldag komt. De gegarandeerde lening werd verstrekt met het oog op de financiering van een productiefaciliteit in het district Tikkala in Mikkeli.
(15) De garantie werd verstrekt tegen onderpand in de vorm van bestaande onroerendgoedhypotheken met een registratiewaarde van 7,5 miljoen FIM (1261409 EUR). Toen maatregel 1 werd toegekend was circa 3 miljoen FIM van de onroerendgoedhypotheken beschikbaar als onderpand. Daarnaast werd de garantie verstrekt tegen onderpand in de vorm van bedrijfshypotheken met een registratiewaarde van respectievelijk 25 miljoen FIM en 30,5 miljoen FIM op roerende activa van Karjaportti.
(16) Toen de herstructureringsprocedure in december 2004 werd ingeleid, vorderde Tapiola bij de gemeente Mikkeli de betaling van de uitstaande schulden onder beroep op de garantie. Nadat de betaling aan Tapiola was verricht, nam de gemeente Mikkeli de plaats van Tapiola in als schuldeiser van Karjaportti (zie overweging (34)).
(17) Maatregel 2: Voorts is in 2000 een terrein toegewezen aan Karjaportti voor de bouw van de productiefaciliteit van Tikkala door het plattelandsdistrict Mikkeli. Het ging om een perceel van 152366 m2 waarvan de overdracht door de gemeente Mikkeli aan Karjaportti om niet geschiedde, d.w.z. dat er geen aankoopprijs werd betaald. Daarnaast zegde de gemeente Mikkeli toe dat de grond bouwrijp zou worden overgedragen. De gemeente Mikkeli vergoedde de kosten van Karjaportti voor het egaliseren van het terrein, die 2 miljoen FIM bedroegen (circa 336376 EUR).
(18) Er zijn ook andere maatregelen toegekend om Karjaportti te helpen bij de bouw van de productiefaciliteit in Tikkala. Finnvera verstrekte leningen en garanties voor een bedrag van 20 miljoen FIM (circa 3363759 EUR) en het ministerie van Werkgelegenheid en Economie (destijds het ministerie van Handel en Industrie) verleende rechtstreekse subsidies ten bedrage van 15 miljoen FIM (circa 2552819 EUR).
(19) Tabel II Brutosubsidie-equivalent van de verleende steun (in EUR)
In totaal hadden de in de overwegingen (14) tot en met (18) beschreven maatregelen voor de bouw van de productiefaciliteit in Tikkala een nominale waarde van 63783719 FIM (circa 10757652 EUR). Het brutosubsidie-equivalent van de verleende steun bedroeg 3617143 EUR, zoals te zien in onderstaande tabel: Maatregel Bedrag Brutosubsidie-equivalent Garantie gemeente Mikkeli 4204698 345786 Toewijzing grond door gemeente Mikkeli 300000 300000 Bouwrijp maken van het terrein betaald door gemeente Mikkeli 336376 336376 Lening Finnvera 1681879 82162 Rechtstreekse subsidies ministerie van Handel en Industrie 2552819 2552819 TOTAAL 10757652 3617143
(20) Het brutosubsidie-equivalent van de door de gemeente Mikkeli verstrekte garantie werd door Finland als volgt berekend: het markttarief voor een vergelijkbare waarborg (1,75 %) werd vergeleken met de garantieopslag die de gemeente Mikkeli daadwerkelijk in rekening bracht (0 %). Het steunelement in de garantie is gelijk aan het verschil tussen de twee tarieven, nl. 1,75 %. De gemeente Mikkeli had, indien een opslag tegen dat percentage in rekening was gebracht, een bedrag aan opslagen geïnd van 2406250 FIM gedurende de tienjarige looptijd van de garantie, uitgaande van een disconteringspercentage van 5,7 % op het tijdstip dat de garantie werd verleend, hetgeen zou hebben geresulteerd in een bedrag van 1055949 FIM (circa 345786 EUR).
(21) Het brutosubsidie-equivalent van de door Finnvera verstrekte lening werd door Finland als volgt berekend: de rente die Finnvera voor de lening berekende (zesmaands EURIBOR, met een opslag van 1,75 %) werd vergeleken met het referentiepercentage overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de methode om de referentie- en disconteringspercentages vast te stellen, die van toepassing was op het tijdstip dat de lening werd verstrekt. Het steunelement is gelijk aan het verschil tussen de twee percentages voor de duur van de lening (tien jaar). De provisie die Karjaportti voor de lening moest betalen (0,5 %), werd in mindering gebracht op de verkregen uitkomst. Op basis van een disconteringspercentage van 5,7 % op de datum waarop de garantie werd verstrekt, bedroeg het steunelement 82162 EUR.
(22) Tabel III Projectkosten uitgesplitst naar verwervingsprijzen (in EUR)
De in aanmerking komende investeringskosten werden berekend op basis van de kosten met betrekking tot de verwervingsprijzen, zoals te zien is in onderstaande tabel waarin de bedragen zijn uitgesplitst: Grond en gebouwen 14208192 Machines en materieel 11155379 Kantoorapparatuur / software 572356 TOTAAL 25935928
(23) Het steunelement van 3617143 EUR komt overeen met een steunintensiteit van 13,95 % van de totale in aanmerking komende kosten van 25935928 EUR.
(24) Karjaportti had de gemeente Mikkeli om de maatregelen gevraagd voordat de werkzaamheden aan het investeringsproject van start gingen. Finland nam de maatregelen om de regionale ontwikkeling te bevorderen. De nieuwe productielocatie zou ongeveer 400 tot 550-600 nieuwe banen in de regio moeten opleveren.
Aankoop van grond (maatregel 3)
(25) Op 28 februari 2002 kocht de gemeente Mikkeli zes terreinen en één gebouw met bijbehorende huurovereenkomsten van Karjaportti. De aankoopprijs bedroeg 6646787 EUR. Op de dag waarop de koop van de onroerende goederen door de gemeente Mikkeli werd gesloten, en in geval van één vastgoedobject op de dag waarop de eigendom hiervan werd overgedragen op de gemeente Mikkeli, waren de onroerende goederen niet met hypotheek bezwaard.
Garantie verstrekt op 8 maart 2004 (maatregel 4)
(26) Bij besluit van 8 maart 2004 verstrekte de gemeenteraad van Mikkeli een garantie die 100 % dekking gaf voor een door Tapiola te verstrekken lening van 607054 EUR. Op 14 april 2004 werd de lening verstrekt tegen een vaste rentevoet van 4 % met een looptijd van tien jaar. Het ging om een onvoorwaardelijke garantie waarvoor geen garantieopslag werd gevraagd. De lening en garantie moesten een door Tapiola verstrekte lening vervangen waarvoor de gemeente Mikkeli oorspronkelijk bij besluit van 2 november 1992 een garantie had afgegeven. De oorspronkelijke lening bedroeg 7,5 miljoen FIM (1261409 EUR) en was verstrekt tegen een rentevoet van 4,5 % voor een looptijd van tien jaar.
(27) De garantie werd verstrekt tegen onderpand in de vorm van de hypotheken op het onroerend goed op de productielocatie van Tikkala dat reeds werd gebruikt als onderpand voor maatregel 1. Daarnaast hield de gemeente Mikkeli een bedrijfshypotheek aan met een waarde van 25 miljoen FIM zoals ingeschreven in het betreffende hypotheekregister. Ook deze bedrijfshypotheek werd al gebruikt als onderpand voor maatregel 1.
(28) Toen de herstructureringsprocedure in december 2004 werd ingeleid, vorderde Tapiola bij de gemeente Mikkeli onder beroep op de garantie de betaling van de uitstaande schulden van Karjaportti. Nadat de betaling aan Tapiola was verricht, nam de gemeente Mikkeli de plaats van Tapiola in als schuldeiser van Karjaportti (zie overweging (34)).
Garantie verstrekt op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(29) Bij besluit van 10 mei 2004 verstrekte de gemeenteraad van Mikkeli een onvoorwaardelijke garantie die 100 % dekking gaf voor een door Tapiola te verstrekken lening van 1,7 miljoen EUR. Vervolgens besloot Tapiola op 8 juni 2004 om de investeringslening van 1,7 miljoen EUR met een looptijd van drie jaar te verstrekken tegen een variabele rente op basis van de twaalfmaands EURIBOR, plus een vaste marge van 0,3 %. Het betrof een onvoorwaardelijke garantie waarvoor geen garantieopslag werd gevraagd. De garantie werd verstrekt tegen onderpand in de vorm van dezelfde onroerendgoedhypotheek op de productielocatie van Tikkala als die van maatregel 1 en maatregel 4 en dezelfde door de gemeente Mikkeli aangehouden bedrijfshypotheek. Bovendien ontving de gemeente Mikkeli een speciaal pandrecht in de vorm van een nieuw hypotheekinstrument voor zekerheidsstelling met een geregistreerde waarde van 1135268 EUR voor de productielocatie van Tikkala.
(30) Toen de herstructureringsprocedure in december 2004 werd ingeleid, vorderde Tapiola bij de gemeente Mikkeli onder beroep op de garantie de betaling van de uitstaande schulden van Karjaportti. Nadat de betaling aan Tapiola was verricht, nam de gemeente Mikkeli de plaats van Tapiola in als schuldeiser van Karjaportti (zie overweging (34)).
Maatregelen in het kader van de herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter (maatregel 6)
(31) Op 17 november 2004 verzocht Karjaportti samen met de schuldeisers Nordea Bank Finland Abp (hierna Nordea Bank genoemd), Nordea Rahoitus Suomi Oy (hierna Nordea Financing genoemd) en OKO Osuuspankkien Keskuspankki Oyj (deze onderneming heet sinds 1 maart 2008 Pohjola Pankki Oyj; hierna OKO/Pohjola Bank genoemd) bij de districtsrechtbank van Mikkeli om het inleiden van een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter. Volgens Fins recht zijn dergelijke herstructureringsprocedures toegestaan om de levensvatbare activiteiten van een onder zware schulden gebukt gaande onderneming te saneren en tot een schuldenregeling te komen. De herstructureringsprocedure betreffende Karjaportti nam een aanvang bij uitspraak van de districtsrechtbank van Mikkeli op 1 december 2004. Juridisch gezien, mag de debiteur, nadat de procedure is begonnen, geen herstructureringsschulden terugbetalen of voor dergelijke schulden zekerheid stellen. Herstructureringsschulden zijn schulden die vóór de aanvangsdatum van de procedure zijn opgebouwd.
(32) Een herstructureringsprogramma en een herziene versie daarvan zijn op respectievelijk 23 juni 2005 en 30 november 2005 ingediend bij de districtsrechtbank, die het programma op 30 januari 2006 goedkeurde. Het programma zou tien jaar duren (tot 1 juli 2015). Tussen 2004 en 2008 heeft Karjaportti 372 arbeidscontracten opgezegd en een deel van haar activiteiten (inkoop, slachten en versnijden) uitbesteed.
(33) Alles samengenomen, betrof ongeveer [30-70] % van de herstructureringsschulden vallend onder de herstructureringsprocedure, schulden jegens particuliere schuldeisers. De grootste particuliere schuldeisers waren de eerdergenoemde banken Nordea Bank en OKO/Pohjola Bank alsmede Nordea Financing.
(34) In verband met deze herstructureringsprocedure vorderde Tapiola op 16 december 2004 bij de gemeente Mikkeli de betaling van de door haar gegarandeerde uitstaande bedragen van de drie leningen, zoals beschreven onder 3.1.1, 3.1.3 en 3.1.4. Nadat de betaling aan Tapiola was verricht, werd de gemeente Mikkeli schuldeiser van Karjaportti voor het totaalbedrag van de drie uitstaande leningen: 5356895 EUR. De leningen werden gedekt door het onderpand beschreven in de overwegingen (15), (27) en (29).
(35) Daarnaast diende de gemeente Mikkeli tijdens de herstructureringsprocedure een vordering in van 682087 EUR, bestaande uit onbetaalde heffingen aan de afdeling objectenbeheer van de gemeente en de afdelingen waterhuishouding en afvalbeheer van Mikkeli. Ook deze vordering was gewaarborgd door het onderpand zoals beschreven in de overwegingen (15), (27) en (29).
(36) Tabel IV Grote gedekte schulden (in EUR)
In de herstructureringsprocedure werden de leningen van en andere schulden (onbetaalde heffingen) jegens de gemeente Mikkeli beschouwd als grote door zekerheid gedekte schulden. De andere grote gedekte vorderingen waren afkomstig van particuliere partijen (Nordea Bank, Nordea Financing, OKO/Pohjola Bank) en Finnvera. Schuldeiser gedekte grote schulden Bedrag Aandeel in % Nordea Bank […]* [10-40] % Nordea Financing […] [0-20] % OKO/Pohjola Bank […] [10-40] % Finnvera […] [10-40] % Gemeente Mikkeli – invorderbare leningen door in werking gestelde garanties […] [10-40] % Gemeente Mikkeli – overige schulden (onbetaalde heffingen) […] [0-20] % TOTAAL 24579150 100 %
(37) Met betrekking tot de leningen van en overige schulden (onbetaalde heffingen) aan de gemeente Mikkeli zijn de volgende maatregelen in het herstructureringsprogramma opgenomen.
(38) De door de gemeente Mikkeli verstrekte lening van 5356895 EUR werd beschouwd als door zekerheid gedekte schuld en in twee delen gesplitst. Voor beide delen zijn de rentepercentages verlaagd overeenkomstig het herstructureringsprogramma: voor een bedrag van 4 miljoen EUR bedroeg de rente […] EURIBOR minus […]% (waarbij de rentevoet echter werd geacht niet hoger te zijn dan […]% of lager dan […]%) tot 31 december 2010. Na die datum is een rente van […] EURIBOR in rekening gebracht. Voor het resterende bedrag van 1356895 miljoen EUR werd een rente van […] EURIBOR berekend. Net als bij de leningen zijn de onbetaalde heffingen ten bedrage van 682087 EUR als door zekerheid gedekte schuld aangemerkt en werd de rente verlaagd tot […] EURIBOR.
(39) Tabel V Rentebedragen voor grote gedekte schulden (in EUR)
Ook voor de gedekte schulden van de particuliere schuldeisers voorzag het herstructureringsprogramma in een rente gelijk aan […] EURIBOR. Er werd tot 31 december 2010 een lagere rente vastgesteld op een bepaald bedrag voor elke schuldeiser behalve […], gelijk aan […] EURIBOR minus […]%; minimumrente […]% en maximumrente […]%. Na 31 december 2010 bedroeg de rente op alle gedekte schulden […] EURIBOR. Schuldeiser gedekte grote schulden Rentevoet van […] EURIBOR minus […]% tot 31.12.2010; na die datum wordt een rentevoet in rekening gebracht van […] EURIBOR Rentevoet van […] EURIBOR voor een bedrag van Nordea Bank en Nordea Financing […] […] OKO/Pohjola Bank […] […] Finnvera […] […] Gemeente Mikkeli – invorderbare leningen door in werking gestelde garanties […] […] Gemeente Mikkeli – overige schulden (onbetaalde heffingen) […]
(40) De gemeente Mikkeli is akkoord gegaan met uitstel van betaling van bovengenoemde schulden. Volgens het herstructureringsprogramma moeten de gedekte schulden aan de gemeente Mikkeli in 2015 zijn voldaan. De eerste tranche moet op 1 juli 2009 zijn betaald; vanaf 2010 staan twee tranches per jaar gepland, waarna in 2015 het resterende grootste deel van de gedekte schulden moet worden betaald, te weten een bedrag van respectievelijk […] EUR voor de invorderbare leningen door in werking gestelde garanties en […] EUR voor overige schulden (onbetaalde heffingen).
(41) Tabel VI Uitstel van betaling in EUR
Ook de particuliere schuldeisers stemden in met uitstel van betaling van hun gedekte schulden. Schuldeiser gedekte grote schulden Schuld Tranche verschuldigd op 1.7.2009 en 2.1.2010 en 1.7.2010 % totale schuldbedrag Tranche verschuldigd op 2.1.2011 en 1.7.2011 % totale schuldbedrag Om de zes maanden een tranche verschuldigd vanaf 2.1.2012 tot 2.1.2015 % totale schuldbedrag Tranche verschuldigd op 1.7.2015 % totale schuldbedrag Nordea Bank […] […] […] […] […] […] […] […] […] Nordea Financing […] […] […] […] […] […] […] […] […] OKO/Pohjola Bank […] […] […] […] […] […] […] […] […] Finnvera […] […] […] […] […] […] […] […] […] Gemeente Mikkeli […] […] […] […] […] […] […] […] […] Gemeente Mikkeli […] […] […] […] […] […] […] […] […] Totaal 24579150 500000 2 % 1000000 4 % 1500000 6 % 10579150 43 %
(42) Het herstructureringsprogramma schrijft voor dat de terugbetaling van de leningen en de betaling van de verschuldigde heffingen aan de gemeente Mikkeli tegen 2015 moet zijn afgerond, waarbij het grootste deel van het verschuldigde bedrag in 2015 moet worden voldaan. Indien Karjaportti in 2015 niet voldoet aan bepaalde economische vereisten aan het einde van de herstructureringsprocedure (verhouding passiva/operationele marge groter dan 4) scheldt de gemeente Mikkeli ten hoogste [0-3] miljoen aan uitstaande schulden kwijt.
(43) Aan het einde van de herstructureringsprocedure zullen ook de vorderingen van de overige schuldeisers worden verlaagd. Nordea Bank scheldt ten hoogste [0-3 miljoen] EUR kwijt en Nordea Financing ten hoogste [0-2 miljoen] EUR. De vordering van Finnvera wordt verlaagd met een maximum van [0-2 miljoen] EUR. De vordering van […] wordt niet verlaagd. Het herstructureringsprogramma bepaalt dat de bedragen die op de gedekte schulden in mindering worden gebracht, gebaseerd zijn op de waarde van de zekerheden voor de gedekte leningen in twee onderscheiden scenario's. In het eerste scenario zou Karjaportti haar activiteiten voortzetten; in het tweede scenario zou Karjaportti haar activiteiten wijzigen of beëindigen, wat betekent dat het onderpand moeten worden geëxecuteerd. In twee onafhankelijke taxaties zijn de beide waarden vastgesteld. Het concrete op de gedekte schuld in mindering gebrachte bedrag werd vervolgens voor elke schuldeiser afzonderlijk vastgesteld, waarbij de volgorde van rang van de schuldeiser in aanmerking werd genomen en de in de twee scenario's vastgestelde waarden werden vergeleken.
Koop van aandelen van Karjaportti (maatregel 7)
(44) Op 2 september 2005 verkocht Karjaportti 50 % van de aandelen in de vastgoedmaatschappij Kiinteistö Oy Suksimäki aan een onderneming in handen van de gemeente Mikkeli voor een bedrag van 860000 EUR.
Omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8)
(45) Karjaportti heeft geen rente betaald die tussen 16 december 2004 en 19 december 2005 was opgebouwd over de gedekte schulden aan de gemeente Mikkeli. Op 19 december 2005 besloot de gemeenteraad van Mikkeli dat bedrag van 281982 EUR aan rente, om te zetten in een lening met een looptijd tot eind 2010. De rentevoet van de lening is de driemaands EURIBOR, met een opslag van 0,3 %. De terugbetaling, die in maart 2009 moest beginnen, diende te geschieden in vier gelijke tranches gelijk, verdeeld over twee jaar. In zowel 2009 als 2010 moest dus een bedrag van 144991 EUR worden terugbetaald. De terugbetaling van de verschuldigde bedragen werd ten minste voor een deel uitgesteld (zie maatregel 12).
(46) De omzetting van niet-betaalde rente in leningen in het jaar 2005 was in principe vastgelegd in het herstructureringsprogramma. Niet alleen de gemeente Mikkeli, maar ook alle schuldeisers met pandrecht moeten volgens dit programma in deze context gelijk worden behandeld. Aldus zette [een particuliere schuldeiser] op 28 december 2005 rente om in een lening van circa 1623000 EUR met een looptijd tot eind 2010. De rentevoet was de driemaands EURIBOR, met een opslag van 1,5 %. De terugbetaling zou in 2009 beginnen. Op 29 december 2005 zette [een andere particuliere schuldeiser] rente om in een lening van circa 1532500 EUR met een looptijd tot eind 2010. De rentevoet was de driemaands EURIBOR, met een opslag van 2 %. De terugbetaling zou in 2009 beginnen.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 (maatregel 9)
(47) Bij besluit van 5 februari 2007 ging de gemeenteraad van Mikkeli akkoord met de afschrijving in de jaarrekening voor 2006 van een vordering op Karjaportti van 274023 EUR. De afschrijving van de schuld in de jaarrekening had geen invloed op de juridische betrekkingen tussen de schuldeiser en de debiteur en dus zette de gemeente Mikkeli de invordering van de schulden voort.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2008 (maatregel 10)
(48) De gemeente Mikkeli schreef in haar jaarrekeningen voor 2008 een onzekere vordering van 5,7 miljoen EUR af. De afschrijving van de schuld in de jaarrekeningen had geen invloed op de juridische betrekkingen tussen de schuldeiser en de debiteur en dus zette de gemeente Mikkeli de invordering van de schulden voort.
Niet-toegepaste garantie die was gepland voor 2009 (maatregel 11)
(49) De gemeenteraad van Mikkeli besloot op 8 december 2008 een onvoorwaardelijke garantie af te geven voor een bedrag van 2,75 miljoen EUR om een nieuwe lening van Tapiola aan Karjaportti te dekken. De gemeenteraad verleende de bevoegdheid aan het gemeentebestuur om te besluiten over de nadere voorwaarden omtrent de onvoorwaardelijke garantie met het oog op de toepassing van de garantie. Volgens de aanmelding had het moeten gaan om een lening van 5819807 EUR tegen een rente van 3,65 %. De aangemelde maatregel voorzag in een eenmalige opslag van 4 % als vergoeding voor de garantie; de garantie had een looptijd van tien jaar.
(50) Het besluit van de gemeenteraad van Mikkeli is niet definitief geworden omdat bij de administratieve rechtbank van Kuopio (Kuopion Hallinto-Oikeus) een klacht werd ingediend. Op basis van deze klacht gelastte de rechtbank de gemeente Mikkeli de beschikbaarstelling van de garantie te staken en zich tot de Commissie te wenden met een verzoek om goedkeuring van de steun.
(51) Omdat het besluit van de gemeenteraad van Mikkeli om de garantie te verstrekken niet definitief is geworden, heeft Tapiola ervan afgezien Karjaportti de lening te verstrekken. Ten slotte trok Finland in maart 2010 de aanmelding van de garantie in, omdat Karjaportti het verzoek om de garantie had ingetrokken en het gemeentebestuur op 22 februari 2010 had besloten het besluit van de gemeenteraad niet ten uitvoer te leggen.
Herschikking van schulden sinds 2009 (maatregel 12)
(52) Uitstel van terugbetaling van gedekte schulden: Volgens het door de rechter goedgekeurde herstructureringsprogramma zou Karjaportti in 2009 […] EUR en in 2010 […] EUR van het uitstaande bedrag aan gedekte schulden voldoen (zie tabel VI). Volgens de aanmelding moest de terugbetaling van de bedragen worden uitgesteld, de laatste tot 1 juli 2015.
(53) Uitstel van terugbetaling van de in 2005 verstrekte lening (omzetting van onbetaalde rente): Karjaportti zou in 2009 en in 2010 telkens een bedrag van 140991 EUR terugbetalen van het uitstaande bedrag van in een lening omgezette rente (zie overweging (40)). Volgens de aanmelding moest de betaling van de bedragen worden uitgesteld tot de jaren 2011 tot en met 2013.
(54) Op 4 februari verbood de administratieve rechtbank van Kuopio (Kuopion Hallinto-Oikeus) de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad inzake de herschikking van de schulden. Het lijkt er echter op dat een herschikking van de schulden toch heeft plaatsgevonden. Vanaf mei 2009 deed Karjaportti geregeld voorstellen aan de gemeente Mikkeli en haar andere schuldeisers om betalingen van opeisbare schulden uit te stellen teneinde ervoor te zorgen dat de bedrijvigheid van de coöperatie kon worden voortgezet. De gemeenteraad van Mikkeli heeft met deze voorstellen ingestemd.
Door Finnvera toegekende maatregelen
(55) Volgens inlichtingen van Finland verstrekte Finnvera in de periode 2004-2008 verscheidene leningen en garanties aan Karjaportti.
(56) Finnvera is een gespecialiseerde financieringsmaatschappij in handen van de Finse overheid en de officiële exportkredietinstelling van Finland. De doelstellingen van het industriebeleid en het beleid overheidseigendom liggen ten grondslag aan de activiteiten van Finnvera. Deze doelstellingen zijn: groei van het aantal startende ondernemingen; mogelijkheden bieden aan het mkb om veranderingen te financieren; en bevorderen van de ondernemingsgroei, internationalisering en de export. Van Finnvera wordt verwacht dat zij zich houdt aan het beginsel van economische zelfstandigheid. Krediet- en garantieverliezen worden echter deels door Finland gedekt; de overheid is rechtstreeks verantwoordelijk voor de binnenlandse waarborgen en exportkredietgaranties die door Finnvera zijn verleend. Daarnaast verstrekt de overheid garanties om Finnvera zelf middelen te laten aantrekken. Deze maatregelen van de Staat met betrekking tot Finnvera vallen niet onder het toepassingsgebied van dit besluit; de Commissie behoudt zich het recht voor de maatregelen in een later stadium te beoordelen. Finnvera is onderworpen aan de wet inzake administratieve procedures 2003/434.
(57) Wat de corporate governance van Finnvera betreft, vertegenwoordigt de raad van commissarissen, die toeziet op het beleid van de raad van bestuur en de bestuursvoorzitter, de eigenaar van de onderneming, die in het geval van Finnvera de overheid is. De leden van de raad van commissarissen zijn gekozen uit de parlementaire fracties van de politieke partijen op basis van hun vertegenwoordiging in het Finse parlement. Ook vertegenwoordigers van organisaties hebben zitting in de raad van commissarissen van Finnvera overeenkomstig de doelstellingen van het door de onderneming gevoerde industriebeleid. De raad van bestuur, bestaande uit zes tot negen leden en twee plaatsvervangende leden, keurt de jaarrekeningen en het tussentijds rapport goed, bevordert de ontwikkeling van de onderneming en zorgt ervoor dat haar activiteiten in overeenstemming zijn met de wet en voldoen aan de door de eigenaar gestelde doelen. Vier leden van de raad alsmede de twee plaatsvervangende leden worden gekozen uit kandidaten die door verschillende ministeries zijn voorgedragen. De bestuursvoorzitter is verantwoordelijk voor het bestuur van de onderneming.
(58) Finnvera is sinds 25 september 2007 vrijgesteld van inkomstenbelasting. De Commissie heeft deze vrijstelling goedgekeurd. Aan dit besluit ligt het feit ten grondslag dat de Finse autoriteiten hebben toegezegd dat Finnvera haar activiteiten zal beperken tot het beheer van staatssteunregelingen.
Garantie verstrekt op 17 maart 2004 (maatregel 13)
(59) Op 17 maart 2004 verstrekte Finnvera een garantie van 100 % voor een lening van 91000 EUR met een garantieopslag van 3 % per jaar. Tapiola verstrekte de lening, die een looptijd had van drie jaar, tegen een vaste jaarlijkse rente van [2-5]%. De lening en de garantie werden verstrekt ter vervanging van een lening die Tapiola in 1992 had toegekend.
Lening verstrekt op 12 januari 2006 (maatregel 14)
(60) Op 12 januari 2006 verstrekte Finnvera een lening van 180000 EUR tegen een rentevoet van zesmaands EURIBOR, met een opslag van 2 % per jaar. De lening betreft de rente die gedurende het herstructureringsproces tussen 2 december 2004 en 28 februari 2008 was opgebouwd en werd omgezet in een nieuwe kredietfaciliteit. Voor de lening werd een zekerheid gesteld via hypotheken op eigendom in Tikkala, Lappeenranta en Kouvola, en via aandelen in […]. De lening had een looptijd tot eind 2010 en de terugbetaling zou in 2009 beginnen. Op 23 november 2011 stond nog steeds een bedrag van […] EUR uit. Tezelfdertijd zetten de particuliere schuldeisers […] en […] de rente om in leningen.
(61) Op 28 december 2005 zette [een particuliere schuldeiser] rente om in een lening van circa 1623000 EUR met een looptijd tot eind 2010. De rentevoet was de driemaands EURIBOR, met een opslag van 1,5 %. De terugbetaling zou in 2009 beginnen.
(62) Op 29 december 2005 zette [een andere particuliere schuldeiser] rente om in een lening van circa 1532500 EUR met een looptijd tot eind 2010. De rentevoet was de driemaands EURIBOR, met een opslag van 2 %. De terugbetaling zou in 2009 beginnen.
Garantie verstrekt op 14 september 2006 (maatregel 15)
(63) Op 14 september 2006 verstrekte Finnvera 300000 EUR voor een contragarantie aan […] met een garantieopslag van 1,65 % per jaar betaald door Karjaportti. […] verstrekte op haar beurt een garantie voor hetzelfde bedrag aan Karjaportti tegen een rente van 1,25 %. Deze garantie en de contragarantie dekten 16,7 % van 1,8 miljoen EUR in verband met een toeleveringsovereenkomst tussen […] en Karjaportti. De garantie van Finnvera had een looptijd van acht maanden. Het restant van de toeleveringsovereenkomst werd afgedekt door garanties van […] en […] (respectievelijk 825000 en 675000 EUR), die een garantieopslag in rekening brachten van 1,75 %. Finnvera was niet bij de verstrekking van deze garanties betrokken, wat betekent dat er geen contragarantie voor gegeven was. De contragarantie van Finnvera verliep op 30 juni 2007 zonder te zijn ingeroepen. Op basis van deze garantie zijn door Finnvera dientengevolge geen betalingsverplichtingen aangegaan.
Lening verstrekt op 6 juli 2007 (maatregel 16)
(64) Op 6 juli 2007 verstrekte Finnvera een lening van 250000 EUR tegen een rentevoet van zesmaands EURIBOR + 2,5 % per jaar. De lening had een looptijd van zes maanden en had op 15 januari 2008 terugbetaald moeten zijn. Tot dusver is slechts een deel van de lening terugbetaald (uitstaand bedrag op 23 november 2011: […]).
(65) Tezelfdertijd hebben particuliere schuldeisers, […] en […], voor respectievelijk 800000 EUR en 650000 EUR aan leningen verstrekt, eveneens met een looptijd van zes maanden. De rentevoet voor deze leningen was de eenmaands EURIBOR, met een opslag van 2 %. Ook de terugbetaling van hun leningen liep vertraging op (uitstaande bedragen op 23 november 2011: EUR […] en EUR […]).
(66) Voor deze twee leningen en de door Finnvera verstrekte lening voorzag Karjaportti in het volgende onderpand: een bedrijfshypotheek met een registratiewaarde van 1850067 EUR; aandelen in de onderneming […], en een bankrekening. Deze onderpanden werden verdeeld tussen Finnvera, […] en […], naar gelang van hun risico in verband met de leningen. De drie schuldeisers, de facto schuldeisers van dezelfde rang, verdeelden het onderpand procentueel (Finnvera: [0-30]%; [de eerste particuliere schuldeiser]: [10-50]%; [de tweede particuliere schuldeiser]: [10-50]%).
Garantie verstrekt op 9 januari 2008 (maatregel 17)
(67) Op 9 januari 2008 verstrekte Finnvera 280000 EUR voor een contragarantie aan […] met een garantieopslag van 2,5 % per jaar betaald door Karjaportti. De contragarantie dekte 80 % van een op 11 januari 2008 door […] aan Karjaportti verstrekte garantie ten bedrage van 350000 EUR in verband met een toeleveringsovereenkomst tussen […] en […]. […] berekende een garantieopslag van [0-3]%. Finnvera had toegang tot een onderpand bestaande uit een deelneming van Karjaportti in […]. Op 8 januari 2008, toen de contragarantie werd verstrekt, bedroeg de zekerheidswaarde van de aandelen voor Finnvera naar schatting van Finnvera […] EUR. De contragarantie verliep op 28 februari 2011 zonder te zijn ingeroepen voor betalingen.
REDENEN VOOR DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE
(68) Zoals vermeld in de overwegingen (2), (3) en (6) besloot de Commissie op 8 april 2009 de formele onderzoekprocedure in te leiden (hierna het eerste besluit tot inleiding van de procedure genoemd). Deze formele onderzoeksprocedure werd op 15 december 2009 uitgebreid tot verscheidene aanvullende maatregelen (hierna het tweede besluit tot inleiding van de procedure genoemd).
Maatregelen van de gemeente Mikkeli Garantie verstrekt op 12 juni 2000 (maatregel 1)
(69) In haar eerste besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de maatregel in kwestie verenigbaar was met het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie. Om te beginnen kan de maatregel, overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (hierna de garantiemededeling van 2000 genoemd), die van kracht was toen de maatregel werd toegekend, staatssteun vormen omdat de garantie 100 % van de betreffende lening dekte. De thans van kracht zijnde garantiemededeling van 2008 zou niets aan deze conclusie afdoen. Bovendien valt de verstrekking van een garantie zonder provisie, wat neerkomt op het aangaan van een financieel risico zonder tegenprestatie, niet te rijmen met de handelwijzen van een marktexploitant.
(70) Op het punt van de verenigbaarheid betwijfelde de Commissie of de garantie in aanmerking kan komen voor een van de afwijkingen van artikel 107, lid 3, VWEU; na een voorlopige beoordeling lijkt er niet te zijn voldaan aan de voorwaarden van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (hierna de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 genoemd).
Toewijzing van grond (maatregel 2)
(71) In het tweede besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de verkoop was verlopen overeenkomstig het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie, omdat er niet voldaan was aan de vereisten van de mededeling van de Commissie betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties. Geoordeeld werd dat er geen marktprijs was betaald, omdat de toewijzing van grond aan Karjaportti om niet geschiedde. Voorts hoefde Karjaportti niet de kosten te dragen die de egaliseringswerkzaamheden met zich brachten.
Aankoop van grond (maatregel 3)
(72) In het tweede besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de aankoopvoorwaarden voldeden aan het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie, omdat Finland geen bewijs aandroeg dat de aankoop van de onroerende goederen onder normale marktomstandigheden was verlopen. Zo ontbrak het aan een taxatie van de terreinen door een onafhankelijke expert.
Garantie verstrekt op 8 maart 2004 (maatregel 4)
(73) In haar tweede besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de maatregel in kwestie verenigbaar was met het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie. Om te beginnen kan de maatregel overeenkomstig de garantiemededeling van 2000, die van kracht was op het tijdstip waarop de garantie werd verstrekt, staatssteun vormen omdat de garantie 100 % van de betreffende lening dekte. De thans van kracht zijnde garantiemededeling van 2008 zou niets aan deze conclusie afdoen. Bovendien valt de verstrekking van een garantie zonder provisie, wat neerkomt op het aangaan van een financieel risico zonder enige tegenprestatie, niet te rijmen met de handelwijzen van een marktdeelnemer, vooral in een situatie waarin de onderneming al in moeilijkheden verkeerde.
(74) Wat betreft de verenigbaarheid van de maatregel, waren de door de Commissie ontvangen inlichtingen niet toereikend om vast te kunnen stellen of er aan de vereisten van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 was voldaan.
Garantie verstrekt op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(75) Omtrent deze garantie koestert de Commissie soortgelijke twijfels.
Instemming met de herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter (maatregel 6)
(76) In haar eerste besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de maatregelen die gedurende de herstructurering genomen zijn, verenigbaar waren met het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie.
(77) Om te beginnen stemde de gemeente Mikkeli in met een verlaging van de rentepercentages voor de gedekte schulden tot een niveau ver onder het referentiepercentage dat op dat moment voor Finland gold. Aangezien het referentiepercentage wordt beschouwd als het markttarief voor gezonde ondernemingen, en omdat Karjaportti op dat moment in moeilijkheden verkeerde, achtte de Commissie het onwaarschijnlijk dat een particuliere schuldeiser de leningen tegen een dermate laag rentetarief zou verstrekken.
(78) Wat de verenigbaarheid van de maatregelen betreft, had de Commissie op het tijdstip van de inleiding van de procedure slechts beperkte informatie over de herstructureringsmaatregelen die Karjaportti sinds 2004 had genomen. Gedacht werd dat de voortdurende herstructurering geen vruchten had afgeworpen omdat de belastingdienst in december 2008 een faillissementsprocedure had geopend ten aanzien van Karjaportti. De Commissie betwijfelde derhalve of de levensvatbaarheid van de onderneming op de lange termijn kon worden bereikt door middel van de genomen herstructureringsmaatregelen. Ten aanzien van de andere criteria voor herstructureringssteun overeenkomstig de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 kon de Commissie, zonder een aanmelding en een herstructureringsplan, niet beoordelen of aan de overige vereisten van deze richtsnoeren werd voldaan.
Koop van aandelen van Karjaportti (maatregel 7)
(79) In haar tweede besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de maatregel in kwestie verenigbaar was met het beginsel van een investeerder in een markteconomie, omdat Finland geen bewijs heeft aangedragen dat de koop van de aandelen op marktvoorwaarden heeft plaatsgevonden.
Omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8)
(80) Wat betreft de omzetting van niet-betaalde rente in leningen, de gemeente Mikkeli was akkoord gegaan met het in rekening brengen van een zeer lage rente op de lening. Particuliere schuldeisers daarentegen die hun niet-betaalde rentetarieven omzetten, wisten tijdens onderhandelingen hogere rentetarieven in de wacht te slepen, waardoor de Commissie betwijfelde of de aanpak in kwestie verenigbaar kon zijn geweest met het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 (maatregel 9 en maatregel 10)
(81) In het tweede besluit tot inleiding van de procedure oordeelde de Commissie dat indien de afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 zou inhouden dat de wettelijke verplichting niet meer gold, de afschrijving een voordeel zou opleveren voor Karjaportti. De Commissie betwijfelde of een particuliere investeerder op dezelfde manier gehandeld zou hebben.
Niet-toegepaste garantie die was gepland voor 2009 (maatregel 11)
(82) In het eerste besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de gemeente Mikkeli bij verstrekking van de garantie zou handelen als een particuliere investeerder in een markteconomie en oordeelde zij voorlopig dat de garantie staatssteun behelsde. Op het punt van de verenigbaarheid betwijfelde de Commissie of de garantie beantwoordde aan de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004, omdat er niet lijkt te zijn voldaan aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn. Voorts waren de garantieopslag en de rente op de lening te laag om te voldoen aan punt 25 a) van de richtsnoeren en strookte de garantie niet met punt 25 c) daarvan omdat de termijn van zes maanden niet was aangehouden.
Herschikking van schulden sinds 2009 (maatregel 12)
(83) In het eerste besluit tot inleiding van de procedure betwijfelde de Commissie of de gemeente Mikkeli door in te stemmen met de herschikking van schulden handelde als een particuliere schuldeiser in een markteconomie en oordeelde zij voorlopig dat de garantie staatssteun behelsde. Op het punt van de verenigbaarheid betwijfelde de Commissie of de schuldherschikking beantwoordde aan de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004, omdat er niet aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, lijkt te zijn voldaan. Ook voldeed de schuldherschikking niet aan de vereisten voor reddingssteun. Voorts is de termijn van zes maanden niet aangehouden, waardoor niet beantwoord is aan punt 25 c) van de richtsnoeren.
Door Finnvera toegekende maatregelen (maatregelen 13-17)
(84) In haar tweede besluit tot inleiding van de procedure oordeelde de Commissie dat de maatregelen met staatsmiddelen waren bekostigd en aan de Staat toegerekend konden worden, aangezien Finland voor 100 % eigenaar is van Finnvera. Wat de leningen betreft, betwijfelde de Commissie of de in rekening gebrachte rente hoger was dan de relevante referentiepercentages. Verder beschikte zij over te weinig informatie om te kunnen beoordelen of de maatregelen gezamenlijk zijn toegekend en onder dezelfde voorwaarden als voor particuliere investeerders golden. Wat de garanties betreft, betwijfelde de Commissie of deze uit hoofde van bestaande regelingen waren verstrekt, aangezien garanties die worden verstrekt aan een grote onderneming in moeilijkheden niet onder dergelijke regelingen zouden vallen. Indien de maatregelen buiten een bestaande steunregeling om zouden zijn toegekend, betwijfelde de Commissie of deze verenigbaar zouden zijn met het beginsel van een investeerder in een markteconomie.
OPMERKINGEN VAN FINLAND Maatregelen toegekend door de gemeente Mikkeli Garantie verstrekt op 12 juni 2000 (maatregel 1)
(85) Finland voert aan dat de garantie niet als staatssteun beschouwd moet worden omdat Karjaportti waarschijnlijk in staat zou zijn geweest een dergelijke garantie te verkrijgen op particuliere kapitaalmarkten. Finland wijst erop dat Tapiola de lening verstrekte die gedekt was door de garantie in kwestie in het kader van een financieringspakket van 25 miljoen EUR voor de investeringen in de productielocatie van Tikkala. Andere partijen hebben aan de financiering bijgedragen. De staatssteun voor de investering bestond uit de toewijzing van grond en het feit dat de gemeente Mikkeli de kosten voor het egaliseren van het terrein voor haar rekening nam (zie de overwegingen (89) en (90)), leningen en garanties verstrekt door Finnvera en rechtstreekse subsidies verleend door het ministerie van Handel en Industrie.
(86) Daarnaast stelt Finland dat de gemeente Mikkeli alle ondernemingen die om garanties verzochten, gelijk behandelde.
(87) Mocht de maatregel als staatssteun worden aangemerkt, dan stelt Finland zich op het standpunt dat de steun verenigbaar is met de interne markt omdat deze is verleend overeenkomstig de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen van 1998 (hierna de richtsnoeren regionale steun van 1998 genoemd). Grote ondernemingen kwamen in aanmerking voor regionale steun ex artikel 107, lid 3, onder a), VWEU indien het percentage van 24 % van de in aanmerking komende nettokosten niet werd overschreden. Aan deze voorwaarden is voldaan. Finland diende een berekening in volgens welke het brutosubsidie-equivalent nog steeds onder de 24 % zou blijven als alle staatssteun voor de investering in aanmerking zou worden genomen.
Toewijzing van grond (maatregel 2)
(88) Finland voert aan dat de actuele boekwaarde van het perceel geen vergelijkbare indicator is voor de vaststelling van de waarde ervan ten tijde van de overdracht. De gemeente Mikkeli schat de marktwaarde van de grond op het moment van toewijzing op 300000 EUR. Volgens Finland bedroegen de kosten voor het egaliseren van het terrein 2 miljoen FIM (336376 EUR).
(89) Finland is van mening dat de overdracht van het grondperceel en de overname van de egaliseringskosten verenigbaar zijn met de richtsnoeren regionale steun van 1998 (zie overweging (87)).
Aankoop van grond (maatregel 3)
(90) Volgens Finland hield de aankoop van de onroerende goederen verband met het project voor de bouw van de productiefaciliteit in Tikkala, waar Karjaportti financiering voor nodig had. Finland stelt dat ze tegen marktprijs zijn gekocht. In de taxatie is ermee rekening gehouden dat de terreinen werden verworven om ze te herbestemmen voor in hoofdzaak residentieel gebruik, terwijl een deel van de grond nog steeds voor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt. Daarnaast rustten er hypotheken op de onroerende goederen, verstrekt aan particuliere schuldeisers. Een van de zes terreinen was bezwaard met een hypotheek van circa 9,6 miljoen EUR, hetgeen bevestigt dat de waarde van de onroerende goederen hoger was dan de aankoopprijs. Dat betekent dat de gemeente Mikkeli het beginsel van een investeerder in een markteconomie heeft geëerbiedigd en dat de aankoop geen staatssteun behelsde.
Garantie verstrekt op 8 maart 2004 (maatregel 4)
(91) Finland voert aan dat de gegarandeerde lening is verstrekt als compensatie voor een oude pensioenlening uit 1992. De gemeente Mikkeli stond destijds samen met Finnvera en […] garant voor de pensioenlening. De gemeente Mikkeli ontving bij wijze van achterborg een hypotheek ter waarde van 7,5 miljoen FIM (1261409 EUR) op een eigendom van Karjaportti. Toen de garantie op 8 maart 2004 werd verstrekt, behield de gemeente Mikkeli deze borg.
(92) Finland voert aan dat de oorspronkelijke garantie verstrekt was vóór de toetreding van Finland tot de EU. Toen de gemeente Mikkeli de nieuwe garantie verstrekte op 8 maart 2004, betekende dat geen nieuwe steunverlening, omdat de bestaande oorspronkelijke garantie werd omgezet in een nieuwe garantie waarbij voldoende achterborgen behouden bleven. Daarnaast werden toentertijd ook leningen aan Karjaportti verstrekt door andere garantieverschaffers voor de pensioenlening van 1992.
(93) Ten slotte bestrijdt Finland dat Karjaportti in het voorjaar van 2004 in moeilijkheden verkeerde in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999. Volgens Finland waren de marktprognoses in het eerste halfjaar van 2004 bevredigend en had Karjaportti voor 2004 een winst begroot van 3 miljoen EUR. Voorts kon Karjaportti in de lente en zomer van 2004 tegen relatief lage rentetarieven leningen krijgen van particuliere kredietgevers. Uiteindelijk werd Karjaportti in december 2004, in weerwil van de aanhoudende financiële problemen waarmee zij te kampen had, aangemerkt als levensvatbare onderneming toen haar schuldeisers goedkeuring hechtten aan de herstructurering. Als dat niet was gebeurd zou Karjaportti failliet zijn verklaard.
Garantie verstrekt op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(94) Finland beschouwt de garantie als een voortzetting van de financiering in 2000 door de gemeente Mikkeli voor de investering in de productiefaciliteit van Tikkala. De garantie werd verstrekt om het oorspronkelijke investeringsplan te voltooien dat in 2000 in gang was gezet. Ten tijde van de garantieverstrekking verkeerde Karjaportti niet in moeilijkheden in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999, zoals reeds naar voren gebracht in verband met de in 2004 verstrekte garantie (zie overweging (93)).
(95) Als de garantie al staatssteun zou hebben behelsd, zo stelt Finland, dan was die steun verenigbaar omdat die strookte met de richtsnoeren regionale steun van 1998. Grote ondernemingen kwamen in aanmerking voor regionale steun ex artikel 107, lid 3, onder a), VWEU, als deze maatregelen niet meer bedroegen dan 24 % van de in aanmerking komende nettokosten. Aan deze voorwaarde is voldaan omdat het steunelement van de garantie slechts 57835 EUR bedroeg, terwijl Karjaportti voor in totaal […] EUR in Tikkala had geïnvesteerd.
De herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter (maatregel 6)
(96) Finland voert aan dat alle genomen maatregelen verband hielden met de aanvang van de herstructureringsprocedure. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie is een wettelijke regeling van surseance van betaling en faillissement op zich geen grond om die regeling als een steunmaatregel te kwalificeren.
(97) Ten tweede werden er tijdens de procedure geen nieuwe leningen verstrekt. Wel vond er overeenkomstig de nationale wetgeving betreffende de herstructurering van ondernemingen een herschikking plaats van de betaling van schulden die vóór de herstructurering waren aangegaan. Daarbij werden schuldeisers gelijk behandeld. Tijdens de procedure werden niet alleen de vorderingen van de gemeente Mikkeli herschikt, maar ook die van particuliere partijen. De schuldeisers van Karjaportti werden in verscheidene groepen ingedeeld. De vorderingen van elke groep werden onderworpen aan onderling gelijke en vergelijkbare voorwaarden. Finland wijst erop dat dit met name gold voor de gedekte schulden van de gemeente Mikkeli. Het lijkt er dus op dat de gemeente Mikkeli optrad als een particuliere investeerder in een markteconomie toen zij instemde met de herstructureringsprocedure.
(98) Finland stelt verder dat de gemeente Mikkeli het financieel gunstiger achtte om de schulden van Karjaportti te herschikken in plaats van de onderneming failliet te laten gaan en deze definitief te sluiten, wat tevens blijkt uit een liquidatiebalans bijgevoegd bij het herstructureringsprogramma.
(99) Wat betreft de verenigbaarheid van de maatregelen met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999, voert Finland aan dat een aan een herstructureringsprocedure onderworpen onderneming in het algemeen beschouwd moet worden als een onderneming in moeilijkheden in de zin van deze richtsnoeren. Finland herhaalt dat de herstructureringsprocedure niet gepaard ging met staatssteun en dat de gemeente Mikkeli tijdens deze procedure geen steunmaatregelen ten uitvoer heeft gelegd.
(100) Finland brengt argumenten naar voren die betrekking hebben op elk van de toegekende maatregelen. Wat betreft de inwerkingstelling van de garantie voor de in 2000 verstrekte lening, stelt Finland dat Mikkeli geen nieuwe leningen aan Karjaportti heeft verstrekt maar simpelweg optrad als schuldeiser op verzoek van Tapiola aan het begin van de herstructureringsprocedure, wat bij een dergelijke procedure niet ongebruikelijk is. Wat betreft de voorwaarden voor de terugbetaling van de lening, wijst Finland erop dat deze in het herstructureringsprogramma waren gespecificeerd en gelijk waren voor alle schuldeisers in dezelfde groep schuldeisers.
(101) Wat de onbetaalde heffingen betreft, verduidelijkt Finland dat de vorderingen verschuldigd zijn aan de afdeling objectenbeheer van de gemeente en de afdelingen waterhuishouding en afvalbeheer van Mikkeli. De vorderingen bestaan uit onbetaalde heffingen uit de periode vóór de aanvang van de herstructureringsprocedure. Voor deze uitstaande bedragen verstrekte de gemeente Mikkeli geen garantie, omdat het om vorderingen van de gemeente ging. Daarom zijn deze vorderingen bij aanvang van de herstructureringsprocedure in het programma gebundeld tot één bedrag.
Koop van aandelen van Karjaportti (maatregel 7)
(102) Finland beweert dat de aandelen van de vastgoedmaatschappij Kiinteistö Oy Suksimäki tegen marktprijs van Karjaportti zijn verworven. Finland heeft een verklaring ingediend van een onafhankelijke taxateur die de waarde van de aandelen vaststelde op circa 1 miljoen EUR op basis van het geldende huurpeil. Deze waarde werd aangepast op basis van het geldende huurpeil, waardoor de aandelen werden verworven tegen een prijs van 860000 EUR. Deze eigendomstransactie ging dus niet gepaard met enig staatssteunelement.
Omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8)
(103) Ten aanzien van deze maatregel voert Finland allereerst aan dat het niet betalen van rente een kenmerkende maatregel is bij herstructureringsprocedures. De Finse wetgeving voorziet in de mogelijkheid om niet-betaalde rente om te zetten in leningen met een hogere volgorde van rang dan andere leningen. Daarnaast is Finland van oordeel dat maatregel 8 verenigbaar is met het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie, omdat niet alleen de gemeente Mikkeli, maar ook particuliere schuldeisers niet-betaalde rentevorderingen in leningen hebben omgezet.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 (maatregel 9 en maatregel 10)
(104) Finland bevestigt dat het inboeken van de schuld als verlies een normale boekhoudkundige handeling is van de schuldeiser, verricht in overeenstemming met het zorgvuldigheidsbeginsel en de respectieve bepalingen in de jaarrekeningenwet nr. 1336/1997. Finland voert aan dat de schuldafschrijving de juridische betrekkingen tussen schuldeiser en debiteur onverlet laat, hetgeen betekent dat de schulden niet worden kwijtgescholden. De gemeente Mikkeli heeft bevestigd dat zij de als verlies ingeboekte schuld niet heeft kwijtgescholden en dat zij de inning ervan voortzet. De schuld maakt deel uit van de gedekte schuld in het kader van de herstructureringsprocedure.
Niet-toegepaste garantie die was gepland voor 2009 (maatregel 11)
(105) Voordat de aanmelding van de garantie in maart 2010 werd ingetrokken, stelde Finland dat de garantie verenigbaar was met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004. Gezien de intrekking van de aanmelding zijn de argumenten van Finland niet nader uiteengezet.
Herschikking van schulden sinds 2009 (maatregel 12)
(106) Finland voert aan dat schuldherschikking een maatregel is die inherent is aan herstructureringsprocedures en geen staatssteun behelst. Volgens Finland waren de schuldeisers van Karjaportti het onderling eens dat een schuldherschikking een redelijk alternatief vormde om hun vorderingen veilig te stellen. Finland laat de Commissie weten dat de aangemelde herschikking nooit is uitgevoerd, omdat de administratieve rechtbank van Kuopio (Kuopion Hallinto-Oikeus) de uitvoering liet stopzetten. Finland zet uiteen dat in de periode 2009-2011 toch een herschikking van de schulden van Karjaportti heeft plaatsgevonden op basis van diverse voorstellen van Karjaportti, die door de gemeente Mikkeli werden aanvaard. Finland beweert dat deze latere herschikking verenigbaar was met het beginsel van een investeerder in een markteconomie, omdat de gemeente Mikkeli en alle andere schuldeisers de herschikking onder gelijke voorwaarden ten uitvoer legden.
Door Finnvera genomen maatregelen Garantie verstrekt op 17 maart 2004 (maatregel 13)
(107) Finland is van mening dat de garantie is verstrekt in overeenstemming met de garantiemededeling van 2000. De garantie hield in ieder geval geen staatssteun in. Om te beginnen liep Finnvera geen hoger risico omdat de garantie werd vervangen door een andere garantie die Finnvera eerder (in 1992) voor een pensioenlening had verstrekt. Deze lening werd vervangen door een nieuwe pensioenlening in 2004, waarvoor Finnvera de betreffende garantie verstrekte. Tezelfdertijd verstrekten twee particuliere schuldeisers kredietfaciliteiten aan Karjaportti om de financiering mogelijk te maken van het uitstel van de betalingen met betrekking tot 2004. Voor de garantie werd een hoge opslag berekend en het steunelement van de garantie lag onder de de-minimisdrempel. Ten slotte waren de vooruitzichten voor Karjaportti goed op het moment waarop de garantie werd afgegeven.
Lening verstrekt op 12 januari 2006 (maatregel 14)
(108) Finland is van mening dat de in 2006 verstrekte lening geen staatssteun inhield, omdat Finnvera handelde als een particuliere schuldeiser in een markteconomie toen zij de niet-betaalde rente omzette in een nieuwe lening overeenkomstig het herstructureringsprogramma. Bovendien hadden particuliere schuldeisers al voordat Finnvera hiertoe overging, hun niet-betaalde rente - overigens onder dezelfde voorwaarden - in nieuwe leningen omgezet.
Garantie verstrekt op 14 september 2006 (maatregel 15)
(109) Finland is van mening dat de garantie is verstrekt in overeenstemming met de garantiemededeling van 2000. De garantie hield in ieder geval geen staatssteun in omdat deze slechts 16,7 % van 1,8 miljoen EUR dekte en particuliere schuldeisers door middel van garanties dekking gaven voor het resterende bedrag.
Lening verstrekt op 6 juli 2007 (maatregel 16)
(110) Finland is van mening dat de in 2007 verstrekte lening geen staatssteun inhield omdat Finnvera gezamenlijk optrad met twee particuliere schuldeisers die tegelijkertijd en onder dezelfde voorwaarden nieuwe leningen hadden verstrekt. Voor de lening was een zekerheid gesteld door middel van hypotheken met een hoge waarde en bedrijfshypotheken.
Garantie verstrekt op 9 januari 2008 (maatregel 17)
(111) Finland is van mening dat de contragarantie is verstrekt in overeenstemming met de garantiemededeling van 2000. De contragarantie hield in ieder geval geen staatssteun in omdat de betrokken wederpartij een particuliere kredietgever was en de door Finnvera bepaalde garantieopslag hoger was dan de garantieopslag die de particuliere kredietgever had opgelegd.
OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN
(112) De belanghebbende heeft alleen opmerkingen ingediend over de maatregelen 1, 2, 3, 5, 7, 9 en 10.
Garantie verstrekt op 12 juni 2000 (maatregel 1)
(113) De belanghebbende verklaart dat de garantie werd verstrekt als zekerheid voor een lening van 25 miljoen FIM ten behoeve van de investering in een nieuwe productielocatie.
Toewijzing van grond (maatregel 2)
(114) De belanghebbende voert aan dat een perceel werd toegewezen aan Karjaportti en dat de gemeente Mikkeli gemeentewerken en andere nodige technische werkzaamheden heeft laten uitvoeren voor een bedrag van in totaal 2,5 miljoen FIM. Karjaportti heeft 1,2 miljoen FIM voor het perceel betaald. Het perceel staat in de boeken van Karjaportti voor een bedrag van 403000 EUR en nu vraagt de belanghebbende zich af of er bij de toewijzing van de grond wellicht sprake is geweest van staatssteun.
Aankoop van grond (maatregel 3)
(115) De belanghebbende beweert dat de gemeente Mikkeli zes verlaten fabriekspanden heeft gekocht voor in totaal 6,7 miljoen EUR. Een investeerder handelend volgens het beginsel van een investeerder in een markteconomie zou tegen die prijs geen onroerende goederen van een onderneming in nijpende financiële problemen hebben gekocht.
Garantie verstrekt op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(116) De belanghebbende verklaart dat Karjaportti ten tijde van de garantieverstrekking in ernstige moeilijkheden verkeerde. De onderneming stond al diep in het krijt bij de gemeente Mikkeli zelf en bij de groep ondernemingen in handen van de gemeente.
Koop van aandelen van Karjaportti (maatregel 7)
(117) De belanghebbende voert aan dat de boekwaarde van de aandelen in de vastgoedmaatschappij lager was dan het bedrag dat ervoor is betaald.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 (maatregel 9 en maatregel 10)
(118) De belanghebbende heeft een kopie ingediend van de notulen van de vergadering van het gemeentebestuur van Mikkeli van 5 februari 2007, waarop besloten werd tot de afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006. De belanghebbende achtte het voorts op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk dat de gemeente Mikkeli in de jaarrekeningen van 2008 miljoenen euro's schuld van Karjaportti's afschreef, en vroeg zich met name af waarom de gemeente Mikkeli tegelijkertijd bereid was verdere garanties aan Karjaportti te verstrekken.
BEOORDELING
(119) Op grond van artikel 107, lid 1, VWEU zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.
(120) De voorwaarden van artikel 107, lid 1, VWEU zijn cumulatief, hetgeen inhoudt dat alle voorwaarden tegelijk moeten zijn vervuld om een maatregel als staatssteun te kunnen aanmerken.
(121) Artikel 107, lid 1, VWEU voorziet in een algemeen verbod van staatssteun binnen de Unie, terwijl de leden 2 en 3 van datzelfde artikel uitzonderingen bevatten op die algemene regel dat dergelijke steun onverenigbaar is met de interne markt, zoals vermeld in artikel 107, lid 1, VWEU.
(122) Hieronder beoordeelt de Commissie voor elk van de beschreven maatregelen of er sprake is van staatssteun. Indien een maatregel staatssteun inhoudt, beoordeelt de Commissie vervolgens de verenigbaarheid van de maatregel. Zij maakt onderscheid tussen ingetrokken maatregelen en maatregelen die door de gemeente Mikkeli respectievelijk Finnvera zijn toegekend. Maar eerst wordt beoordeeld op welk moment Karjaportti kon worden beschouwd als onderneming in moeilijkheden.
Onderneming in moeilijkheden
(123) Voor beide punten - het bestaan van staatssteun en de verenigbaarheid van de maatregelen - is het belangrijk om vast te stellen of de begunstigde in moeilijkheden verkeerde toen de maatregelen werden toegekend. Voor de beoordeling van de vraag of Karjaportti kan worden beschouwd als onderneming in moeilijkheden, moeten de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 worden gebruikt voor de periode tot 9 oktober 2004, toen deze richtsnoeren afliepen. Vanaf 10 oktober 2004 gelden de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
(124) Volgens de richtsnoeren van 1999 kan een onderneming als een onderneming in moeilijkheden worden beschouwd als is voldaan aan de zogenaamde harde criteria in punt 5 van deze richtsnoeren, dat wil zeggen, als meer dan de helft van haar maatschappelijke kapitaal verdwenen is of zij ingevolge het nationale recht aan de voorwaarden voldoet om aan een collectieve procedure wegens insolventie te worden onderworpen. Zijn de harde criteria niet vervuld, dan kunnen de moeilijkheden van een onderneming gewoonlijk blijken, aldus punt 6 van de richtsnoeren van 1999, uit toenemende verliezen, een dalende omzet, groeiende voorraden, overcapaciteit, een geringere kasstroom, een toenemende schuldenlast, toenemende rentelasten en een vermindering of een verdwijning van de waarde van de nettoactiva (de zogenaamde zachte criteria). De punten 10 en 11 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 bevatten soortgelijke harde en zachte criteria.
(125) Tegen deze achtergrond merkt de Commissie op dat Karjaportti in 2000 geen kapitaalverlies heeft geleden, noch de gewoonlijke tekenen vertoonde van een onderneming in moeilijkheden. Karjaportti bleek in de periode 2000-2002 namelijk een gezonde onderneming te zijn met een hoge omzet, een positief bedrijfsresultaat, een stabiel aandelenkapitaal en relatief hoge reserves (zie ook tabel I).
(126) In de jaren daarna zag de situatie er somberder uit. De omzet daalde en de verliezen waren tussen 2003 en 2004 fors gestegen. De schulden stapelden zich op en al begin 2004 begon de begunstigde met de herschikking daarvan. Aan de schuldeisers moest om uitstel van betaling worden gevraagd. Het lijkt er ook op dat Karjaportti enige overcapaciteit had. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat voor de verliezen van Karjaportti al in 2004 niet meer kon worden geput uit de reserve voor onvoorziene uitgaven (zie tabel I).
(127) Volgens de jaarrekening van Karjaportti was het aandelenkapitaal van Karjaportti in 2004 bijna volledig verdampt - tot minder dan een tiende van de waarde in 2003. Sindsdien vertoonde de onderneming een negatief eigen vermogen, dat de laatste jaren steeds verder leek toe te nemen. Met uitzondering van het jaar 2006 heeft Karjaportti vanaf 2003 elk jaar verlies geleden. De winst in 2006 kan niet als teken van herstel worden beschouwd omdat de winst niet voortkwam uit de kernactiviteit van de onderneming. De bedrijfswinst van Karjaportti bleef negatief, net als in de jaren ervoor en erna. De winst in 2006 was onvoldoende om het tekort te dekken dat zich in vorige boekjaren had opgebouwd of om het negatieve eigen vermogen te compenseren. De financiële situatie van Karjaportti bleef in het algemeen zeer ongunstig. In 2008 werd door de Finse belastingdienst tweemaal het faillissement van Karjaportti aangevraagd.
(128) Gezien de in de overwegingen 125, 126 en 127 genoemde feiten kon Karjaportti vanaf begin 2004 als onderneming in moeilijkheden worden aangemerkt op grond van respectievelijk punt 5 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 en punt 11 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004. In 2008, toen Karjaportti werd onderworpen aan een faillissementsprocedure, kon de onderneming eveneens als onderneming in moeilijkheden worden aangemerkt overeenkomstig punt 10 c) van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
Ingetrokken maatregelen Niet-toegepaste garantie die was gepland voor 2009 (maatregel 11)
(129) Volgens artikel 8 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag kan een lidstaat een aanmelding na de inleiding van de formele onderzoeksprocedure ten gepaste tijde intrekken, zolang de Commissie geen beschikking heeft gegeven over de steunverlenende aard van de aangemelde maatregel. De Commissie zal in een dergelijk geval besluiten deze procedure te beëindigen omdat zij zonder voorwerp is geworden.
(130) Omdat het besluit van de gemeente Mikkeli om Karjaportti een garantie te verstrekken niet definitief was geworden en omdat het gemeentebestuur in februari 2010 had besloten de garantie niet beschikbaar te stellen, heeft Finland in maart 2010 de aanmelding van de garantie ingetrokken. Ten aanzien van de garantie is het onderzoek derhalve zonder voorwerp geraakt.
Maatregelen toegekend door de gemeente Mikkeli Garantie verstrekt op 12 juni 2000 (maatregel 1) en toewijzing van grond (maatregel 2)
(131) Garantie (maatregel 1): De gemeente Mikkeli verstrekte zoals beschreven in de overwegingen 14, 15 en 16 de garantie in juni 2000 en verrichte in december 2004 betalingen op grond van die garantie. Nadat de gemeente Mikkeli schuldeiser van Karjaportti was geworden, wijzigden de voorwaarden van de lening in het kader van de herstructureringsprocedure (zie, voor nadere informatie, de overwegingen (34) tot en met (39)).
(132) Er moet derhalve onderscheid worden gemaakt tussen verscheidene stappen. Hoewel de steun wordt verleend op het tijdstip waarop de garantie wordt toegekend, dienen betalingen van de Staat overeenkomstig de voorwaarden van de garantie niet als het verlenen van staatssteun te worden aangemerkt. Anderzijds kan wijziging in de leningsvoorwaarden nadat de Staat van garant schuldeiser is geworden, staatssteun inhouden. Hierna wordt onderzocht of de in juni 2000 afgegeven garantie staatssteun inhoudt. De vraag of de wijzigingen in de leningsvoorwaarden staatssteun kunnen inhouden, wordt beoordeeld als onderdeel van maatregel 6 (zie de overwegingen (188) tot en met (195)).
(133) De garantie is verstrekt door de gemeente Mikkeli. Derhalve bestaat de garantie uit staatsmiddelen en is deze toerekenbaar aan de Staat.
(134) Om als staatssteun te worden aangemerkt in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, moet een maatregel een voordeel opleveren dat een onderneming onder normale marktvoorwaarden niet zou hebben verkregen. Om die beoordeling te maken, zal de Commissie een beroep doen op de garantiemededeling van 2000. Op het tijdstip waarop de maatregel werd toegekend, was de garantiemededeling van 2000 van kracht. De rechtspraak van het Hof geeft echter duidelijk aan dat de vraag of er sprake is van een steunmaatregel in de zin van het Verdrag moet […] worden beantwoord aan de hand van objectieve factoren die worden beoordeeld op de datum waarop de Commissie haar beschikking vaststelt. Voor de desbetreffende beoordeling zal de Commissie bijgevolg een beroep doen op de garantiemededeling van 2008.
(135) Overeenkomstig punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 is naleving van elk van de onderstaande voorwaarden a) tot en met d) voldoende om de aanwezigheid van staatssteun in het kader van een afzonderlijke staatsgarantie te kunnen uitsluiten: a) De kredietnemer verkeert niet in financiële moeilijkheden […], b) de omvang van de garantie valt goed te meten op het tijdstip van toekenning, […] c) de garantie dekt niet meer dan 80 % van de uitstaande lening of andere financiële verplichting […], d) voor de garantie wordt een marktconforme prijs betaald […].
(136) In het onderhavige geval verkeerde de kredietnemer niet in financiële moeilijkheden op het tijdstip van toekenning van de garantie (zie de overwegingen (123) tot en met (128)). De te beoordelen garantie dekt echter 100 % van de lening.
(137) Daarnaast is de garantie verstrekt zonder een garantieopslag, zelfs terwijl de verstrekkende instantie zelf van oordeel was dat daar een groot risico aan verbonden was. Finland voert aan dat Karjaportti een soortgelijke garantie op de markt had kunnen verkrijgen, maar de Commissie is van oordeel dat van een garantieopslag van nul niet kan worden gezegd dat die het markttarief op het tijdstip van toekenning benaderde. De garantie dekte 100 % van de lening, hetgeen wil zeggen dat het risico van wanbetaling door de begunstigde uitsluitend werd gedragen door de verstrekkende instantie. Voorts betrof het een onvoorwaardelijke garantie waarbij de garant aansprakelijk is voor de hoofdschuld als ware het de eigen schuld van de garant, hetgeen inhoudt dat de schuldeiser de garantiegever kan verzoeken om terugbetaling van de hoofdschuld wanneer deze op vervaldag komt.
(138) Dienovereenkomstig acht de Commissie in het onderhavige geval, in weerwil van het standpunt van Finland, de maatregel niet vrij van steun.
(139) Finlands argument dat de maatregel samen met andere partijen was toegekend kan worden afgewezen omdat ook de andere deelnemers aan de investering, volgens de door Finland verstrekte inlichtingen, toebehoorden aan de Staat. Geoordeeld wordt derhalve dat de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti.
(140) Om als staatssteun te worden aangemerkt moet een maatregel specifiek of selectief zijn in die zin dat alleen een bepaalde onderneming of de productie van bepaalde goederen wordt bevoordeeld. De maatregel die ter beoordeling voorligt, is toegekend aan Karjaportti, één specifieke onderneming. De Commissie is daarom van mening dat de maatregel een selectief voordeel aan de begunstigde verleent.
(141) Ten slotte moet de Commissie beoordelen of de kans bestaat dat de maatregel van de gemeente Mikkeli ten gunste van Karjaportti de mededinging vervalst en het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloedt omdat deze onderneming een voordeel verleend krijgt ten opzichte van (potentiële) concurrenten die geen overheidssteun genieten. Er bestaat handelsverkeer tussen lidstaten voor vleesproducten, de sector waarin de begunstigde actief is. Volgens Finland voert Karjaportti haar producten voornamelijk naar Rusland uit, maar ook naar lidstaten. De Commissie is daarom van mening dat de genomen maatregel de mededinging kan vervalsen en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden.
(142) Gezien het voorafgaande concludeert de Commissie dat de maatregel staatssteun inhoudt.
(143) Toewijzing van grond (maatregel 2): Finland ontkent niet dat de maatregel staatsteun zou kunnen inhouden. Aan de begunstigde onderneming is duidelijk een voordeel verleend, omdat zij niets hoefde te betalen voor de grond die zij toegewezen kreeg. Bovendien vergoedde de gemeente Mikkeli ook de kosten die de begunstigde had gemaakt voor het egaliseren van het terrein. De Commissie is daarom van mening dat de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti dat zij niet op de markt zou hebben verkregen.
(144) De maatregel beantwoordt ook aan alle overige criteria om van staatssteun te kunnen spreken. De toewijzing van grond, zoals nader beschreven in de overwegingen (133), (140) en (141), gaat gepaard met staatsmiddelen en is toerekenbaar aan de Staat. De maatregel is selectief, vervalst de mededinging en beïnvloedt van het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.
(145) Gezien het voorafgaande concludeert de Commissie dat de maatregel staatssteun inhoudt.
(146) Finland voert aan dat de garantie samen met de toewijzing van grond voor de bouw van de productiefaciliteit in Tikkala als regionale steunmaatregel verenigbaar is. Op het tijdstip waarop de maatregelen 1 en 2 werden toegekend, in het jaar 2000, waren de richtsnoeren regionale steun van 1998 van kracht. De hier te onderzoeken maatregelen waren niet toegekend in het kader van een regeling, maar betroffen een afzonderlijke ad-hocbetaling. De maatregelen vallen in beginsel binnen de werkingssfeer van de richtsnoeren regionale steun van 1998 omdat ze werden toegekend in een sector waarop deze richtsnoeren van toepassing zijn. Op het tijdstip van toekenning verkeerde de begunstigde niet in moeilijkheden, zoals beschreven in de overwegingen (123) tot en met (128). Zij was gevestigd in Oost-Finland, een regio die uit hoofde van artikel 107, lid 3, onder a), VWEU in aanmerking kwam voor regionale steun. De Commissie heeft het project derhalve beoordeeld op grond van de richtsnoeren regionale steun van 1998. Deze beoordeling heeft geleid tot de volgende vaststellingen.
(147) Volgens hoofdstuk 2 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 kunnen regionale steunmaatregelen slechts verenigbaar zijn indien er sprake is van evenwicht tussen de uit die maatregelen voortvloeiende concurrentiedistorsies en de voordelen van de steun wat de ontwikkeling van een achtergebleven regio aangaat. In deze context merkt de Commissie op dat het investeringsproject in kwestie verondersteld werd een gunstig effect te hebben op de regionale ontwikkeling. Het droeg bij aan de verdere ontwikkeling van de economische activiteit en aan het scheppen van nieuwe en indirecte werkgelegenheid. Zoals beschreven in overweging (24) zou de nieuwe productielocatie het aantal banen in de regio namelijk doen stijgen van 400 tot 550-600 banen.
(148) Hoofdstuk 4 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 vermeldt de voorwaarden voor de toekenning van verenigbare regionale steun.
(149) Om te beginnen heeft regionale steun overeenkomstig deel 4.1 van deze richtsnoeren ofwel productieve investeringen (initiële investering), ofwel de schepping van werkgelegenheid die met de investering verband houdt, ten doel. Onder initiële investering wordt in deel 4.4 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 verstaan: een investering in vast kapitaal ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging, de uitbreiding van een bestaande vestiging, of het starten van een activiteit die een fundamentele wijziging in het product of in het productieproces van een bestaande vestiging meebrengt. De hier te onderzoeken maatregelen werden ingezet voor de bouw van een nieuwe productiefaciliteit,een initiële investering in de zin van deel 4.4 van de richtsnoeren regionale steun van 1998.
(150) Ten tweede moet de steunintensiteit lager zijn dan het regionale steunplafond van 24 %. Om de steunintensiteit te berekenen, moet de waarde van de investering en het steunelement van de hier te onderzoeken maatregelen worden bepaald:
(150)
(a) wat de investeringswaarde betreft, kunnen de in aanmerking komende kosten volgens deel 4.5 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 in deze context betrekking hebben op de kosten voor terreinen, gebouwen en uitrusting. In geval van een aankoop moet uitsluitend rekening worden gehouden met de kosten voor de aanschaf van deze activa. In feite heeft Finland op basis van deze bepalingen de in aanmerking komende kosten berekend, die uitkwamen op 25935928 EUR (zie overweging (22) en tabel III);
(b) wat het betrokken steunelement betreft, heeft Finland een berekening voorgelegd die door de Commissie aan een kruiscontrole is onderworpen. Voor maatregel 1 (de verstrekking van de garantie door de gemeente Mikkeli) kan de garantiemededeling van 2000 worden gebruikt om het steunelement te kwantificeren. Er zijn drie methoden om het steunelement te kwantificeren, waarvan er een bestaat in berekeningen volgens een andere, objectief gerechtvaardigde en algemeen aanvaarde methode (punt 3.2 van de garantiemededeling van 2000). Finland heeft het markttarief voor een vergelijkbare garantie vergeleken met de door de gemeente Mikkeli werkelijk berekende garantieopslag, hetgeen volgens een kennelijk objectief gerechtvaardigde en algemeen aanvaarde methode lijkt te zijn. Bij maatregel 2 bestaat het steunelement uit de waarde van de grond plus kosten voor de egalisering van het terrein, hetgeen eveneens aanvaardbaar is. Voor de financiering van Finnvera en het ministerie van Handel en Industrie, waarop dit besluit niet van toepassing is, geldt dat indien de financiering als staatssteun zou worden beschouwd, ook het steunelement in aanmerking moet worden genomen. Finland heeft een berekening voorgelegd voor het steunelement met betrekking tot de lening van Finnvera, die als geloofwaardig wordt beschouwd. Bij de rechtstreekse subsidies van het ministerie van Handel en Industrie werd het gehele bedrag in aanmerking genomen. Alles samengenomen, komt, met inachtneming van het steunelement vervat in de maatregelen die door de gemeente Mikkeli, Finnvera en het ministerie van Handel en Industrie zijn toegekend, het steunelement (berekend als brutosubsidie-equivalent) uit op 3617143 EUR (zie tabel II).
(151) Het steunelement van 3617143 EUR komt overeen met een steunintensiteit van 13,95 % van de totale in aanmerking komende kosten van 25935928 EUR. De steunintensiteit blijft daarmee onder de drempel van 24 %.
(152) Overeenkomstig deel 4.10 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 moeten steunmaatregelen ten behoeve van de initiële investering worden onderworpen aan de verplichting dat de betrokken investering gedurende een periode van minimaal vijf jaar behouden blijft. Finland heeft bevestigd dat de betrokken investering gedurende een periode van minimaal vijf jaar behouden zou blijven.
(153) Volgens deel 4.2 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 dient het aandeel van de begunstigde in de financiering ervan ten minste 25 % te bedragen. Finland heeft bevestigd dat dit het geval was.
(154) Ten vijfde merkt de Commissie op dat de steunaanvraag overeenkomstig deel 4.2 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 is ingediend, dat de regels inzake de cumulering van steun overeenkomstig deel 4.18 van de richtsnoeren regionale steun van 1998 zijn geëerbiedigd, en dat het regionale-steunplafond niet is overschreden.
(155) Gezien de voorafgaande argumenten concludeert de Commissie dat de maatregelen 1 en 2 hebben voldaan aan de voorwaarden van de richtsnoeren regionale steun van 1998 en derhalve verenigbaar zijn.
Aankoop van grond (maatregel 3)
(156) In principe is het beginsel van een investeerder in een markteconomie ook van toepassing op overheidsaankopen van grond of andere activa. Deze aankopen kunnen staatssteun inhouden indien ze niet als normale handelstransacties kunnen worden beschouwd. Zelfs al zouden goederen en diensten tegen marktvoorwaarden door een overheid zijn gekocht, dan nog kan er altijd sprake zijn van staatssteun indien blijkt dat de Staat geen werkelijke behoefte aan die goederen of diensten had.
(157) De Commissie moet dus bepalen of de aankoop van grond als een normale handelstransactie kan worden aangemerkt. In dit verband moet worden beoordeeld of de gemeente Mikkeli een bedrag heeft betaald dat de waarde van de terreinen en het gekochte gebouw weerspiegelt.
(158) Volgens de betrokken belanghebbende zou een investeerder in een markteconomie niet bereid zijn geweest om de 6,7 miljoen EUR te betalen die de gemeente Mikkeli voor de fabrieksgebouwen over had.
(159) Finland daarentegen heeft de Commissie een indicatie van de waarde van de eigendommen verstrekt. Volgens Finland had de particuliere bank […] een hypotheek verstrekt van 7,5 miljoen EUR op een van de eigendommen die ten tijde van de aankoop werd verkocht.
(160) Finland heeft de Commissie geïnformeerd dat er geen taxatie van het terrein beschikbaar is. De Commissie is van mening dat de waarde van de door een particuliere bank verstrekte hypotheek een indicatie zou kunnen geven van de waarde van het onroerend goed. Alvorens met onderpanden akkoord te gaan, zal een bank het betreffende eigendom dusdanig waarderen dat zij er zeker kan van zijn dat zij haar executierecht kan uitoefenen indien de debiteur de schuld niet kan terugbetalen.
(161) De gemeente Mikkeli betaalde 6646787 EUR voor het betrokken vastgoed, een bedrag dat lager is dan de geregistreerde waarde van de hypotheek bij een particuliere partij op een van de eigendommen voorafgaand aan de afsluiting van de verkoopprocedure. Afgezien van dit stuk grond, werden nog vijf andere terreinen en een gebouw verkocht aan de gemeente Mikkeli. De Commissie merkt voorts op dat de gemeente Mikkeli de terreinen had opgekocht om de grond te herbestemmen tot woongebied door wijziging van lokale bestemmingsplannen; de onroerende goederen lagen vlakbij de binnenstad in een aantrekkelijke woonbuurt.
(162) Gezien het voorafgaande is de twijfel van de Commissie in het besluit tot inleiding van de procedure over de prijs die betaald is voor de terreinen en bedrijfsruimten, weggenomen. Geoordeeld is dat de gemeente Mikkeli de terreinen en het gebouw heeft gekocht voor een prijs die de waarde ervan weerspiegelt en dat voldaan is aan het criterium van de investeerder die tegen marktvoorwaarden handelt. De Commissie concludeert derhalve dat de maatregel geen staatssteun inhoudt.
Garanties verstrekt op 8 maart 2004 (maatregel 4) en op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(163) Bij de in juni 2000 verstrekte garantie moet onderscheid worden gemaakt tussen verscheidene stappen (verstrekking van de garantie; betaling uit hoofde van de garantie; wijziging van leningsvoorwaarden - vgl. overweging (132)). Op basis hiervan wordt hier nu onderzocht of de in maart en mei 2004 verstrekte garanties staatssteun inhouden. De vraag of de wijzigingen in de leningsvoorwaarden staatssteun kunnen inhouden, wordt beoordeeld als onderdeel van maatregel 6 (zie de overwegingen (188) tot en met (195)).
(164) Maatregel 4: Finlands argumenten, als vermeld in overweging (91), ten spijt, vindt de Commissie dat de omzetting van bestaande passiva in een nieuwe garantie staatssteun kan inhouden. In deze context kan onderscheid worden gemaakt tussen bestaande steun en nieuwe steun. Overeenkomstig artikel 1, onder b), van de procedureverordening, Verordening (EG) nr. 659/1999 wordt onder bestaande steun individuele steun verstaan die vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tot uitvoering is gebracht. Nieuw steun daarentegen is overeenkomstig artikel 1, onder c), van de diezelfde verordening, alle steun, […] die geen bestaande steun is, met inbegrip van wijzigingen in bestaande steun. Op grond van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad wordt onder een wijziging iedere wijziging verstaan, met uitzondering van aanpassingen van louter formele of administratieve aard die de beoordeling van de verenigbaarheid van de steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt niet kunnen beïnvloeden.
(165) Op 8 maart 2004 gaf de gemeente Mikkeli een nieuwe garantie af voor een lening die Tapiola op 14 april 2004 had verstrekt. De nieuwe garantie kan niet als een voortzetting van de oude garantie worden beschouwd omdat de garantie is gegeven voor een nieuwe lening onder nieuwe voorwaarden. Het feit dat deze lening een lening verving die Tapiola in 1992 had verstrekt waarvoor de gemeente Mikkeli al een garantie had afgegeven, verandert niets aan het standpunt van de Commissie. De nieuwe lening had weliswaar dezelfde waarde als het uitstaande bedrag van de oude lening, met een bijbehorende rentevoet die voor Karjaportti gunstiger was (4 % per jaar voor de nieuwe lening tegen 4,5 % per jaar voor de oude lening), maar de looptijd was veranderd (de oude lening moest binnen tien jaar na toekenning worden terugbetaald, meer bepaald in november 2002, terwijl de nieuwe lening pas uiterlijk in 2014 afgelost moest zijn). Al met al is het bedrag van de nieuwe lening (kapitaal plus rente voor de periode 2004-2014) hoger dan het bedrag van de oude lening. Door de verstrekking van de nieuwe garantie is het risico van de gemeente Mikkeli - en dus ook het bedrag van de maatregel - toegenomen ten opzichte van de oude garantie. De verstrekking van de nieuwe garantie moet worden beschouwd als een wijziging van de oude garantie op grond waarvan de nieuwe garantie als nieuwe steun kan worden gekwalificeerd. Het argument van Finland dat de verstrekking van de oude garantie plaatsvond vóór de toetreding van Finland en aldus als bestaande steun kan worden aangemerkt en dat de nieuwe garantie niet als nieuwe steun kan worden beschouwd, kan dan ook worden verworpen.
(166) De vraag of de garantie een voordeel voor de begunstigde opleverde, kan worden beoordeeld op basis van de garantiemededeling van 2008. Op het tijdstip waarop de maatregel werd toegekend, was de garantiemededeling van 2000 van kracht. Zoals vermeld in overweging (134) zal de Commissie zich voor de beoordeling van de maatregel baseren op de garantiemededeling van 2008. Overeenkomstig punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 is naleving van elk van vier voorwaarden voldoende om de aanwezigheid van staatssteun in het kader van een afzonderlijke staatsgarantie te kunnen uitsluiten (zie overweging 135). De hier te onderzoeken garantie dekt 100 % van de lening. Deze omstandigheid volstaat om te stellen dat de aanwezigheid van staatssteun niet kan worden uitgesloten op basis van punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008. Voorts is de Commissie van mening, de argumenten van Finland ten spijt, dat Karjaportti al in maart 2004 in moeilijkheden verkeerde in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 (zie de overwegingen (123) tot en met (128)). Ook om die reden kan de garantie niet vallen onder punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008.
(167) Verder is de garantie zonder garantieopslag verstrekt terwijl de onderneming in moeilijkheden verkeerde en het risico voor de gemeente Mikkeli als aanzienlijk kon worden beschouwd. De garantie dekte 100 % van de lening in kwestie, hetgeen wil zeggen dat het risico van wanbetaling door de begunstigde uitsluitend werd gedragen door de verstrekkende instantie. Voorts betrof het een onvoorwaardelijke garantie waarbij de garant aansprakelijk is voor de hoofdschuld als ware het de eigen schuld van de garant, hetgeen inhoudt dat de schuldeiser de garantiegever kan verzoeken om terugbetaling van de hoofdschuld wanneer deze op vervaldag komt.
(168) Voorts stelt Finland zich op het standpunt dat de maatregel in overeenstemming is met het beginsel van een investeerder in een markteconomie, te meer daar er particuliere partijen bij betrokken waren. Dit argument kan worden verworpen, omdat, ten eerste, de particuliere partijen volgens Finland geen garanties maar leningen aan de begunstigde hebben verstrekt. Ten tweede vond de verstrekking van de leningen door de particuliere partijen niet gelijktijdig plaats met de verstrekking van de gegarandeerde pensioenleningen. Ten derde was de rentevoet die door ten minste één van de particuliere partijen voor een lening werd verlangd, al hoger dan de rentevoet voor de pensioenlening. Belangrijker nog is dat de particuliere partijen slechts overeenstemming bereikten over kortetermijnleningen met een duur van enkele maanden, terwijl de garantie van de gemeente Mikkeli bedoeld was voor een lening met een looptijd van tien jaar.
(169) Gezien het voorafgaande wordt geoordeeld dat de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti. Daarnaast beantwoordt maatregel 4 aan alle overige criteria om van staatssteun te kunnen spreken. Ook deze garantie gaat, zoals nader beschreven in de overwegingen (133), (140) en (141), gepaard met staatsmiddelen en is toerekenbaar aan de Staat. De maatregel is selectief, vervalst de mededinging en beïnvloedt van het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.
(170) Maatregel 5: het argument van Finland dat de maatregel werd toegekend om de in 2000 gestarte investering voort te zetten kan worden verworpen, omdat de garantie duidelijk een nieuwe maatregel betrof.
(171) Overeenkomstig punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 is naleving van elk van vier voorwaarden voldoende om de aanwezigheid van staatssteun in het kader van een afzonderlijke staatsgarantie te kunnen uitsluiten (zie overweging (135)). Net als bij maatregel 4 dekt de hier te onderzoeken garantie 100 % van de lening. Bovendien verkeerde Karjaportti al in mei 2004 in moeilijkheden in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 (zie de overwegingen (123) tot en met (128)). De garantie kan dienovereenkomstig niet vallen onder punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008.
(172) Verder is, net als bij maatregel 4, de garantie zonder garantieopslag verstrekt terwijl de onderneming in moeilijkheden verkeerde en het risico voor de gemeente Mikkeli als aanzienlijk kon worden beschouwd. De garantie dekte 100 % van de lening in kwestie en werd op onvoorwaardelijke basis verstrekt. De Commissie is daarom, in weerwil van het standpunt van Finland, van mening dat in het onderhavige geval de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti.
(173) Daarnaast beantwoordt maatregel 5 aan alle overige criteria om van staatssteun te kunnen spreken. Deze garantie gaat, zoals nader beschreven in de overwegingen (133), (140) en (141), gepaard met staatsmiddelen en is toerekenbaar aan de Staat. De maatregel is selectief, vervalst de mededinging en beïnvloedt van het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.
(174) Gezien het voorafgaande concludeert de Commissie dat maatregel 4 en maatregel 5 staatssteun inhouden.
(175) Finland heeft geen argumenten aangevoerd voor de verenigbaarheid van maatregel 4. Voor maatregel 5 beriep Finland zich op artikel 107, lid 3, onder a), VWEU en de richtsnoeren regionale steun van 1998 (zie overweging (95)). Deze richtsnoeren kunnen echter niet als grondslag voor verenigbaarheid dienen, aangezien Karjaportti op het moment dat de twee garanties werden verstrekt, in moeilijkheden verkeerde (zie de overwegingen (123) tot en met (128)). Volgens de richtsnoeren regionale steun van 1998 moet steun aan ondernemingen in moeilijkheden worden beoordeeld op grond van de communautaire richtsnoeren (kaderregeling) voor reddings- en herstructureringssteun. De Commissie moet daarom eerst beoordelen of de maatregelen 4 en 5 verenigbaar zijn als reddings- en herstructureringssteun volgens de betrokken richtsnoeren. Op het moment van toekenning waren de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 van toepassing.
(176) Volgens deze richtsnoeren moet reddingssteun voldoen aan bepaalde voorwaarden; de hier te onderzoeken maatregel voldoet echter niet aan al deze voorwaarden:
(176)
(a) ten eerste bestaan de maatregelen in kassteun in de vorm van een garantie (punt 23, onder a), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999), maar zijn de leningen die door de betreffende garanties werden gedekt, niet verstrekt tegen een rente die ten minste vergelijkbaar was met de rentepercentages die golden voor leningen aan gezonde ondernemingen (referentiepercentage voor Finland in maart 2004: 4,43 % plus 100 basispunten; referentiepercentage voor Finland in mei 2004: 4,43 % plus 100 basispunten);
(b) ten tweede werden de garanties niet gekoppeld aan leningen die over een periode van ten hoogste twaalf maanden na de laatste storting aan de onderneming moesten worden terugbetaald (punt 23, onder b), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(c) ten derde heeft Finland geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de steun gerechtvaardigd werd door dringende sociale omstandigheden en geen ernstig spill-over-effect had naar andere lidstaten (punt 23, onder c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(d) ten vierde werden de garanties niet binnen zes maanden afgelost, noch was er een herstructureringsplan in de zin van de richtsnoeren opgesteld (punt 23, onder d), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(e) ten slotte zijn er geen aanwijzingen dat de garanties zich, wat het bedrag betreft, beperkten tot hetgeen noodzakelijk was voor de exploitatie van de onderneming gedurende de periode waarvoor de steun werd goedgekeurd (punt 23, onder e), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999).
(177) De maatregelen 4 en 5 voldoen evenmin aan alle voorwaarden voor herstructureringssteun zoals beschreven in de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999:
(177)
(a) ten eerste was aan de maatregelen niet de voorwaarde verbonden dat een herstructureringsplan ten uitvoer zou worden gelegd (punt 31 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999). Er zij op gewezen dat er geen herstructureringsplan in de zin van punt 32 e.v. van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 is opgesteld;
(b) ten tweede dienen de begunstigden van de steun met eigen middelen een belangrijke bijdrage te leveren aan het herstructureringsplan (punt 40 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999). Voor de hier te onderzoeken maatregelen is er geen enkele aanwijzing voor een eigen bijdrage van de begunstigde;
(c) ten derde moeten er compenserende maatregelen worden genomen ter voorkoming van ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging (punt 37 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999). Dergelijke maatregelen ontbreken.
(178) De Commissie is dan ook van mening dat de maatregelen niet verstrekt zijn in overeenstemming met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999.
(179) Voorts moet worden beoordeeld of de maatregelen 4 en 5 verenigbaar zouden kunnen zijn op grond van een van de andere afwijkingen van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU.
(180) De afwijkingen van artikel 107, lid 2, VWEU zijn in dit geval niet van toepassing, aangezien de maatregelen in kwestie niet van sociale aard zijn, niet bestemd waren voor individuele verbruikers, niet dienen tot herstel van schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen en niet golden voor de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland.
(181) Lid 3 van artikel 107, VWEU voorziet in nog een aantal afwijkingen.
(182) In artikel 107, lid 3, onder a), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst met de interne markt verenigbaar kunnen worden verklaard. Op het moment van toekenning was Karjaportti in een dergelijke streek gevestigd.
(183) Toen de maatregelen 4 en 5 werden genomen, werd de verenigbaarheid van staatssteun aan steungebieden bepaald door de richtsnoeren regionale steun van 1998. Volgens die richtsnoeren komen ondernemingen in moeilijkheden niet in aanmerking voor regionale steun. Gelet op het voorgaande concludeert de Commissie dan ook dat de steun niet in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 107, lid 3, onder a), VWEU.
(184) In artikel 107, lid 3, onder b), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen als met de interne markt verenigbaar kunnen worden beschouwd. De Commissie merkt op dat de steun in kwestie niet bedoeld is ter bevordering van de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang, en zij heeft evenmin bewijs gevonden dat de steun bedoeld is om een ernstige verstoring in de Finse economie op te heffen. Gelet op het voorgaande concludeert de Commissie dat de steun niet in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU.
(185) In artikel 107, lid 3, onder d), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen met het VWEU verenigbaar beschouwd kunnen worden wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Unie niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Deze bepaling is duidelijk niet van toepassing op het onderhavige geval.
(186) Artikel 107, lid 3, onder c), VWEU voorziet in de mogelijkheid tot goedkeuring van staatssteunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. De Commissie heeft verscheidene richtsnoeren en mededelingen opgesteld die toelichten hoe zij de afwijking van dit artikel zal toepassen. De Commissie is evenwel van mening dat het gezien de aard en de kenmerken van de steun, vanzelf spreekt dat de afwijkingen in het kader van deze richtsnoeren en mededelingen niet van toepassing zijn op het onderhavige geval.
(187) Op grond van voorgaande argumenten is de Commissie van mening dat de maatregelen 4 en 5 staatssteun inhouden die onverenigbaar is met de interne markt.
Herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter (maatregel 6)
(188) Het voornaamste argument van Finland, zoals beschreven in de overwegingen 96, 97 en 98), is dat de gemeente Mikkeli geen gunstiger voorwaarden bood dan andere schuldeisers van de onderneming, maar dat de gemeente Mikkeli onder gelijke voorwaarden samen met particuliere schuldeisers van de begunstigde optrad. Toen zij instemde met het herstructureringsprogramma, handelde de gemeente dus als een particuliere investeerder in een markteconomie.
(189) In dit verband moet in de eerste plaats worden nagegaan of het criterium van een marktdeelnemer in een markteconomie van toepassing is op situaties waarin een of meer overheidsinstanties, waarvan het optreden is toe te rekenen aan de Staat, meerdere maatregelen nemen ten aanzien van één onderneming. Het Gerecht heeft deze vraag behandeld in de zaak-BP Chemicals/Commissie. Volgens het Gerecht sluit het loutere feit dat een overheidsonderneming in een dochtermaatschappij reeds kapitaal heeft ingebracht dat als steun is aangemerkt, niet a priori uit, dat een latere kapitaalinjectie kan worden beschouwd als een investering die voldoet aan het criterium van de particuliere investeerder in een markteconomie. De Commissie moet evenwel nagaan of meerdere maatregelen ten aanzien van één onderneming redelijkerwijs los kunnen worden beschouwd en als aparte maatregelen kunnen worden aangemerkt. Volgens het Gerecht moet in dit verband worden gelet op de chronologie van de betrokken kapitaalinjecties, hun doel, en de situatie van de dochteronderneming ten tijde van de vaststelling van de besluiten om de betrokken kapitaalinjecties te verrichten.
(190) In het onderhavige geval moet de Commissie nagaan of de in maart en mei 2004 verstrekte garanties (maatregel 4 en maatregel 5) los kunnen worden beschouwd van de herstructureringsprocedure (maatregel 6). De maatregelen zijn weliswaar alle drie in hetzelfde jaar genomen, maar de Commissie merkt op dat de context veranderd was. Er was inmiddels een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter ingeleid, waaraan alle schuldeisers van de onderneming deelnamen. Maatregel 6 was dan ook niet langer bedoeld om, zonder insolventie, de levensvatbaarheid van de onderneming te herstellen dankzij een geldinjectie van particuliere banken. De gemeente Mikkeli en alle andere schuldeisers beoogden daarentegen om, in hun rol als schuldeiser, zo veel mogelijk van hun uitstaande vorderingen terug te krijgen binnen de beperkingen van het nationale faillissementsrecht. De Commissie is daarom van mening dat maatregel 6 los kan worden beschouwd van de maatregelen 4 en 5.
(191) Zoals beschreven in overweging (31) heeft Karjaportti samen met haar particuliere schuldeisers bij de districtsrechtbank van Mikkeli verzocht om het inleiden van een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter krachtens wet 1993/47 op de herstructurering van ondernemingen. Er werd een herstructureringsprogramma ingediend bij de rechtbank met bijzonderheden over de maatregelen die thans worden beoordeeld. Na de bijzonderheden te hebben gecontroleerd heeft de rechtbank het herstructureringsprogramma goedgekeurd. De Commissie merkt op dat Karjaportti onderworpen is aan een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter krachtens het Finse recht. Het doel van een dergelijke herstructureringsprocedure is om de levensvatbare activiteiten van een onder zware schulden gebukt gaande onderneming te saneren en tot een schuldenregeling te komen. De Commissie is daarom van mening dat de maatregelen die de gemeente Mikkeli tijdens de herstructureringsprocedure heeft genomen, kunnen worden beoordeeld aan de hand van het beginsel van een investeerder in een markteconomie.
(192) Volgens de rechtspraak in de zaak-Magefesa kunnen maatregelen in het kader van een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter staatssteun vormen indien de Staat gunstiger voorwaarden biedt dan andere schuldeisers van de onderneming. De Commissie gaat daarom na of de particuliere en publieke schuldeisers in de herstructureringsprocedure gelijk behandeld werden.
(193) Ten eerste zij erop gewezen dat in totaal […] (ongeveer [30-70]%) van de herstructureringsschulden uitstaat bij particuliere schuldeisers. De belangrijkste particuliere schuldeisers zijn Nordea Bank, Pohjola Bank en Nordea Financing. Ten tweede moet in aanmerking worden genomen dat de schuldeisers van Karjaportti in verschillende groepen waren verdeeld, naar gelang van hun volgorde van rang. Samen met de particuliere schuldeisers Nordea Bank, Pohjola Bank en Nordea Financing, alsmede de gespecialiseerde financieringsmaatschappij van de overheid Finnvera, behoorde de gemeente Mikkeli tot de groep van schuldeisers met grote gedekte schulden. Zoals is weergegeven in tabel IV heeft de gemeente Mikkeli een aandeel van [10-40]% in deze grote gedekte schulden, terwijl de private schuldeisers samen een aandeel hebben van [30-70]%. Finnvera heeft een aandeel van [10-40]%.
(194) Hierna wordt elk van de door de gemeente Mikkeli genomen maatregelen nader onderzocht.
(195) Verlaging van de rente op de gedekte schuld: Zoals is weergegeven in tabel V, waren de rentevoeten voor de leningen en andere schulden (onbetaalde heffingen) die werden beschouwd als grote gedekte schulden, dezelfde voor particuliere en publieke schuldeisers, met uitzondering van […]. Deze schuldeiser kreeg een rente van […] EURIBOR voor alle uitstaande bedragen vanaf de aanvang van de herstructureringsprocedure, terwijl de overige schuldeisers voor een deel van de uitstaande bedragen tot en met 2010 slechts […] EURIBOR minus […]% kregen. De reden voor dit verschil was dat […] de hoogste volgorde van rang had wat betreft de door Karjaportti als zekerheid verstrekte onderpanden. De hogere volgorde van rang van […] wordt als voldoende rechtvaardiging beschouwd voor het verschil in de toegepaste rentepercentages.
(196) Herschikking van leningen: De vorderingen van de gemeente Mikkeli werden evenzeer uitgesteld als de vorderingen van andere schuldeisers met pandrecht. Zoals is weergegeven in tabel VI moet Karjaportti vanaf juli 2009 tranches betalen aan alle schuldeisers met pandrecht, totdat in 2015 het grootste deel van de tranches verschuldigd is (43 % van het kapitaal van elk van de door zekerheden gedekte schulden). Voor elke schuldeiser zijn de te betalen tranches relatief even groot ten opzichte van het totaalbedrag van de vordering van de betreffende schuldeiser (2 % van het uitstaande bedrag voor de eerste drie tranches; 4 % voor de volgende twee tranches; 6 % voor de resterende tranche). De laatste tranche beloopt voor elk van de schuldeisers met pandrecht 43 % van het kapitaal. De gemeente Mikkeli is dan ook niet minder gunstig behandeld dan de particuliere schuldeisers in een vergelijkbare situatie.
(197) Voorwaardelijke schuldkwijtschelding: Volgens het herstructureringsprogramma, zoals beschreven in de overwegingen (42) en (43), worden de bedragen die aan het einde van de herstructureringsprocedure worden kwijtgescholden indien niet aan bepaalde economische vereisten wordt voldaan, gebaseerd op een vergelijking tussen de waarden van het onderpand indien Karjaportti haar activiteiten voortzet, en de waarde van het onderpand in geval van verkoop, zoals bepaald voor elk van de betreffende schuldeisers, rekening houdende met hun volgorde van rang. De waarde van het onderpand in de beide scenario's werd bepaald door twee onafhankelijke taxateurs toen het herstructureringsprogramma werd opgesteld, waarbij zij zich baseerden op vergelijkbare prijzen en huurgegevens. In dit verband hoeft […], als hoogst geplaatste schuldeiser in de rangorde, geen schulden kwijt te schelden aan het einde van de herstructureringsprocedure. De bedragen voor de andere schuldeisers werden ook bepaald aan de hand van deze methode, hetgeen de in overweging (43) genoemde bedragen opleverde. De gebruikte methode voor het bepalen van de respectieve bedragen kan als geloofwaardig worden beschouwd, te meer daar deze een verband legt tussen de volgorde van rang en de waarde van het betreffende onderpand in elk van beide scenario's. In de praktijk werd de berekening gebaseerd op de taxaties van onafhankelijke experts en werden voor alle schuldeisers dezelfde beginselen gehanteerd bij het bepalen van de bedragen waarmee de herstructureringsschulden aan het einde van de herstructureringsprocedure maximaal verlaagd kunnen worden. In dit licht kunnen alle schuldeisers als gelijk behandeld worden beschouwd.
(198) In het algemeen is de Commissie van oordeel dat de gemeente Mikkeli gedurende de herstructureringsprocedure niet minder gunstig behandeld is dan de particuliere schuldeisers. De voorkomende verschillen met andere schuldeisers waren gerechtvaardigd op grond van de verschillen in kwaliteit van het onderpand van de verschillende schuldeisers. In het licht van het bovenstaande moet daarom worden geconcludeerd dat de begunstigde geen voordeel in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU heeft ontleend aan de herstructureringsprocedure. De twijfel die de Commissie uitte in het besluit tot inleiding van de procedure, is weggenomen en de in de overwegingen (31) tot en met (43) beschreven maatregelen zijn niet aan te merken als staatssteun.
Koop van aandelen (maatregel 7)
(199) Om te beginnen merkt de Commissie op dat de koop van aandelen geen deel uitmaakte van de herstructureringsprocedure.
(200) Finland stelt dat de gemeente Mikkeli bij de koop van de aandelen in overeenstemming handelde met het beginsel van een investeerder in een markteconomie. Ten eerste moet, volgens de redenering van de zaak-BP Chemicals (zie de overwegingen 189, 190 en 191), worden bepaald of het beginsel van een investeerder in een markteconomie wel op maatregel 7 kan worden toegepast, aangezien de gemeente Mikkeli al eerder steunmaatregelen aan Karjaportti had verleend. In dit verband merkt de Commissie op dat de maatregelen 4 en 5 vóór aanvang van de herstructureringsprocedure werden genomen, terwijl de koop van aandelen pas nadien plaatsvond. En hoewel de maatregelen 4 en 5 bedoeld waren om ervoor te zorgen dat de begunstigde toegang behield tot liquide middelen, was het na aanvang van de herstructureringsprocedure duidelijk dat in het kader van een dergelijke procedure in deze behoeften zou worden voorzien. Geoordeeld wordt dan ook dat maatregel 7 los kan worden beschouwd van de maatregelen 4 en 5 en dat het beginsel van een investeerder in een markteconomie op maatregel 7 kan worden toegepast.
(201) Zoals beschreven in overweging (156) is het beginsel van een investeerder in een markteconomie van toepassing op de overheidsaankopen van grond of andere activa. Finland liet de waarde van de aandelen taxeren door […], een in Helsinki gevestigde vastgoedbeheerder. Bij deze taxatie van 29 maart 2005 werden de aandelen in de vastgoedmaatschappij gewaardeerd op een bedrag van 1 tot 1,1 miljoen EUR, op basis van de waarde van het onroerend goed dat de onderneming bezat. Voor het bepalen van de waarden werden twee methoden gebruikt: de kapitaalwaarde op de huurmarkt (op grond van volkshuisvestingsstatistieken van Tilastokeskus, het Finse bureau voor de statistiek) en de verkoopwaarde (op grond van vraagprijzen).
(202) Op het moment van verkoop van de aandelen werd het onroerend goed onder de marktprijs verhuurd. Volgens de taxatie kon de markthuurprijs met de maximale jaarlijkse huurverhoging in twee jaar worden bereikt. De waarde van het onroerend goed werd op het moment van aanschaf overeenkomstig bijgesteld en uiteindelijk kocht de gemeente Mikkeli de aandelen voor een prijs van 860000 EUR.
(203) De taxatie werd uitgevoerd door een onafhankelijke expert. De gebruikte methode, zoals die hierboven is beschreven, was om eerst naar de kapitaalwaarde op de huurmarkt te kijken en vervolgens naar de verkoopwaarde. De beide waarden werden gebaseerd op marktgegevens en werden allebei gebruikt om de waarde van de aandelen te bepalen, die bovendien werd aangepast aan de markthuurprijs op het moment van aankoop. Deze methode wordt als plausibel beschouwd. De Commissie concludeert dat de aandelen in Kiinteistö Oy Suksimäki werden gekocht tegen marktprijs en dat de maatregel geen voordeel opleverde voor Karjaportti.
(204) Op grond van het voorgaande zijn de twijfels die de Commissie had geuit in het besluit tot inleiding van de procedure, weggenomen en wordt geconcludeerd dat de maatregel geen staatssteun omvat.
Omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8)
(205) Finland voert aan dat de omzetting van niet-betaalde rente in leningen een gebruikelijke maatregel is in herstructureringsprocedures onder toezicht van de rechter. Dat is correct, een dergelijke maatregel kan inderdaad als inherent aan dergelijke herstructureringsprocedures worden beschouwd. In het onderhavige geval was de omzetting van niet-betaalde rente in leningen in 2005 in beginsel al vastgelegd in het herstructureringsprogramma voor alle schuldeisers van grote gedekte schulden ([twee particuliere schuldeisers] en Finnvera). In dat opzicht beschouwt de Commissie het feit dat niet-betaalde rente werd omgezet in een lening, op zich niet als staatssteun. Er moet echter wel worden nagegaan of het rentepercentage dat de gemeente Mikkeli bij Karjaportti in rekening bracht, een voordeel voor deze laatste opleverde.
(206) In dit verband is Finland van oordeel dat de gemeente Mikkeli in overeenstemming met het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie handelde, omdat samen met de gemeente Mikkeli, ook particuliere schuldeisers niet-betaalde rentevorderingen in leningen hebben omgezet. Ten eerste is de Commissie van mening dat, net als voor de herstructureringsprocedure, het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie ook kan worden toegepast voor maatregel 8, aangezien deze maatregel los kan worden beschouwd van de maatregelen 4 en 5 (zie de overwegingen 189, 190 en 191). Bij de toepassing van het beginsel van een particuliere investeerder in een markteconomie op het onderhavige geval plaatst de Commissie de volgende opmerkingen. Weliswaar gold de omzetting zowel voor de gemeente Mikkeli als voor [de particuliere schuldeisers], maar de voor de leningen berekende rentemarge was niet gelijk. [De ene particuliere schuldeiser] vroeg namelijk de driemaands EURIBOR, met een opslag van 1,5 % en [de andere particuliere schuldeiser] om de driemaands EURIBOR, met een opslag van 2 %, terwijl de gemeente Mikkeli slechts de driemaands EURIBOR, met een opslag van 0,3 % vroeg. Het rentepercentage dat de gemeente Mikkeli bereid was voor de lening te rekenen, is 1,2 % lager dan de rente die [de ene particuliere schuldeiser] rekende en 1,7 % lager dan de rente die [de andere particuliere schuldeiser] rekende. Het argument dat de gemeente Mikkeli onder gelijke voorwaarden handelde als particuliere schuldeisers, kan dan ook worden verworpen. In het licht van het verschil in rentepercentages kan tevens worden uitgesloten dat de gemeente Mikkeli een markttarief rekende voor de lening. De lening waarin de gemeente Mikkeli de niet-betaalde rentevorderingen heeft omgezet, levert derhalve een voordeel op voor Karjaportti.
(207) Bovendien voldoet maatregel 8, zoals beschreven in de overwegingen (133), (140) en (141), aan alle andere criteria om van staatssteun te kunnen spreken: de lening bestaat uit staatsmiddelen en is toerekenbaar aan de Staat, ze is selectief, vervalst de mededinging en beïnvloedt van het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.
(208) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat maatregel 8 als staatssteun moet worden aangemerkt.
(209) Finland heeft geen argumenten aangevoerd met betrekking tot de verenigbaarheid van maatregel 8. Aangezien Karjaportti ten tijde van de omzetting van de niet-betaalde rente in moeilijkheden verkeerde (zie de overwegingen (123) tot en met (129)) gaat de Commissie eerst na of maatregel 8 verenigbaar is als reddings- en herstructureringssteun in de zin van de betrokken richtsnoeren. Op het moment van toekenning waren de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 van toepassing.
(210) Volgens deze richtsnoeren moet reddingssteun voldoen aan bepaalde voorwaarden; de hier te onderzoeken maatregel voldoet echter niet aan al deze voorwaarden:
(210)
(a) ten eerste bestaat de maatregel in kassteun in de vorm van een lening (punt 25, onder a), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004), maar is de berekende rente niet vergelijkbaar met de rentepercentages die golden voor leningen aan gezonde ondernemingen (referentiepercentage voor Finland in december 2005: 4,08 % plus 100 basispunten; voor de lening werd een rentepercentage berekend van de driemaands EURIBOR, met een opslag van 0,3 %, wat op 19 december 2005 uitkwam op 2,486 % plus 30 basispunten);
(b) ten tweede heeft Finland niet toegezegd om binnen zes maanden na de goedkeuring van de steun een herstructureringsplan voor te leggen en is de looptijd van de maatregel niet beperkt tot zes maanden (punt 25, onder a) en c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004);
(c) ten derde wordt niet voldaan aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, (punt 25, onder e) van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004), aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun heeft ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde;
(211) De maatregel voldoet evenmin aan alle voorwaarden voor herstructureringssteun zoals beschreven in de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004:
(211)
(a) ten eerste is aan de maatregel niet de voorwaarde verbonden dat een herstructureringsplan ten uitvoer zou worden gelegd (punt 34 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Er is weliswaar tijdens de herstructureringsprocedure een herstructureringsprogramma voor Karjaportti opgesteld, maar dit voldoet niet aan de vereisten van punt 35 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 (looptijd van tien jaar, geen gevoeligheidsanalyse, geen herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn binnen een redelijk tijdsbestek);
(b) ten tweede dienen de begunstigden van de steun met eigen middelen een belangrijke bijdrage te leveren aan het herstructureringsplan (punt 43 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Voor de hier te onderzoeken maatregelen is er geen enkele aanwijzing voor een eigen bijdrage van de begunstigde;
(c) ten derde voldoet de maatregel niet aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun had ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde.
(212) De Commissie is dan ook van mening dat de maatregel niet in overeenstemming met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 is verstrekt.
(213) Voorts moet worden beoordeeld of maatregel 8 verenigbaar zou kunnen zijn op grond van een van de andere afwijkingen van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU. Om dezelfde redenen als hierboven beschreven voor maatregel 4 en maatregel 5 (zie de overwegingen (179) tot en met (186)), is de Commissie van oordeel dat aan geen van de afwijkingen is voldaan. De Commissie concludeert derhalve dat maatregel 8 staatssteun omvat die onverenigbaar is met de interne markt.
Afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 (maatregel 9 en maatregel 10)
(214) Ten eerste moet worden nagegaan of deze afschrijvingen van schulden Karjaportti een voordeel zouden kunnen opleveren. Dit zou het geval zijn als de gemeente Mikkeli van de invordering van de schulden zou afzien en dus de schulden in kwestie zou kwijtschelden.
(215) Zoals beschreven in overweging (105) heeft Finland bevestigd dat de afschrijving van schulden slechts een boekhoudkundige maatregel was die de juridische betrekkingen tussen schuldeiser en schuldenaar onverlet laat, en dat de schulden dus niet worden kwijtgescholden. Volgens de door Finland overgelegde documenten heeft de gemeente Mikkeli niet van de invordering van de schulden afgezien.
(216) Overeenkomstig het zorgvuldigheidsbeginsel in het kader van de goede boekhoudpraktijken en overeenkomstig de jaarrekeningenwet nr. 1336/1997 mag de waarde van de vorderingen die op de balans worden opgenomen, hun waarschijnlijke waarde niet overschrijden. Vorderingen die waarschijnlijk niet kunnen worden geïnd, worden dan ook op de winst- en verliesrekening vermeld als uitgave.
(217) Op grond van het voorgaande is de Commissie van mening dat de afschrijving van schulden in de financiële boekhouding van de gemeente Mikkeli volledig in overeenstemming met de boekhoudkundige normen werd uitgevoerd en dat de verschillende vorderingen worden meegenomen in de herstructureringsprocedure.
(218) De twijfel die de Commissie in het besluit tot inleiding van de procedure had geuit, is weggenomen en de conclusie is gerechtvaardigd dat de maatregelen Karjaportti geen voordeel hebben opgeleverd. De maatregelen 9 en 10 houden geen staatssteun in.
Herschikking van schulden sinds 2009 (maatregel 12)
(219) Het argument van Finland dat de maatregel inherent is aan herstructureringsprocedures onder toezicht van de rechter en geen staatssteun behelst, kan worden verworpen. Ten eerste werd de herschikking van schulden in 2009 niet voorzien in het oorspronkelijke herstructureringsprogramma en ten tweede is het feit dat een dergelijke herstructurering zou worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale wetgeving, niet voldoende om staatssteun uit te sluiten.
(220) In beginsel kunnen ook maatregelen ter verlichting van de lasten die normaal gesproken op het budget van een onderneming worden opgenomen, als staatssteun worden beschouwd. Wat de herschikking van schulden betreft, beoordeelt de Commissie een dergelijk optreden aan de hand van het criterium van de particuliere schuldeiser. In dat verband wordt de Staat beschouwd als een publieke schuldeiser die net als een particuliere schuldeiser de bedragen die een debiteur hem verschuldigd is, wil innen en die daartoe overeenkomsten sluit met de debiteur in het kader waarvan de opgebouwde schulden worden herschikt of in termijnen wordt betaald om de aflossing ervan te vergemakkelijken. Er is sprake van begunstiging in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU indien de voorwaarden voor de terugbetaling van het verschuldigde bedrag aan de publieke schuldeiser gunstiger zijn dan waar een particuliere schuldeiser mee akkoord zou gaan. De Commissie neemt nota van het argument van Finland dat de herschikking nooit is uitgevoerd, omdat de administratieve rechtbank van Kuopio (Kuopion Hallinto-Oikeus) dit verbood. Finland vermeldt echter dat de terugbetalingsregeling toch verlengd is, hetgeen resulteerde in uitstel van de verschuldigde betalingen. De Commissie merkt hierbij op dat de uiteindelijk uitgevoerde herschikking afwijkt van de aangemelde herschikking, zowel wat betreft het bedrag als wat betreft het tijdsbestek. Het bedrag dat uiteindelijk door de gemeente Mikkeli is herschikt, is lager dan het oorspronkelijk aangemelde bedrag en de herschikking werd voor kortere perioden toegewezen dan oorspronkelijk was aangemeld. In het licht hiervan wordt de aangemelde maatregel beschouwd als uitgevoerd met wijzigingen. Ongeacht deze wijzigingen merkt de Commissie op dat geen enkele particuliere schuldeiser ooit een schuldherschikking in welke vorm dan ook geaccepteerd zou hebben en wel om de in deze overweging genoemde redenen.
(221) Een particuliere schuldeiser zal normaal gesproken zijn vorderingen opeisen indien hij eerder overeenkomsten inzake schuldherschikking is aangegaan die de debiteur niet is nagekomen. De gemeente Mikkeli daarentegen ging akkoord met een verdere schuldherschikking nadat Karjaportti zich niet had gehouden aan de voorwaarden van de schuldherschikking die was overeengekomen in het kader van de herstructureringsprocedure. Bovendien zijn er geen bijzondere redenen om de schuld niet op te eisen, zoals de verstrekking van hogere zekerheden aan de gemeente Mikkeli. Ten slotte, wat betreft de vooruitzichten op toekomstige winstgevendheid en levensvatbaarheid van de onderneming, is de Commissie van oordeel dat de financiële situatie van de onderneming zodanig was dat er geen reden was om aan te nemen dat de investeringen binnen een redelijke termijn een aanvaardbaar niveau van winstgevendheid zouden opleveren. Op het moment van toekenning was Karjaportti onderworpen aan een faillissementsprocedure en liep er bovendien sinds 2004 een herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter. In het licht hiervan merkt de Commissie op dat een hypothetische particuliere schuldeiser in dezelfde situatie als de gemeente Mikkeli niet akkoord zou zijn gegaan met een verdere schuldherschikking.
(222) In dit verband stelt Finland dat de gemeente Mikkeli onder gelijke voorwaarden heeft gehandeld als de andere schuldeisers van Karjaportti.
(223) De particuliere schuldeisers zouden volgens Finland echter alleen instemmen met de aangemelde schuldherschikking mits de gemeente Mikkeli akkoord zou gaan. En ten tweede lijkt het erop dat de voorwaarden voor de beoogde schuldherschikking niet voor alle schuldeisers met pandrecht gelijk zouden zijn. De gemeente Mikkeli zou de betaling van de uitstaande schulden hebben uitgesteld tot 2011, terwijl de particuliere schuldeisers toch in 2009 al een tranche ontvangen zouden hebben. Het door Finland aangevoerde argument kan dan ook worden verworpen.
(224) Op grond van het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel niet voldoet aan het criterium van de particuliere schuldeiser en derhalve een voordeel oplevert voor Karjaportti.
(225) Wat de overige criteria voor de aanwezigheid van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU betreft, merkt de Commissie op dat de maatregel genomen is door de gemeente Mikkeli en dat de herschikking dus uit staatsmiddelen bestaat en aan de Staat kan worden toegerekend. Bovendien kan de maatregel als selectief worden aangemerkt. Ten slotte vervalst de maatregel de mededinging en zorgt hij voor de ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer tussen de lidstaten, zoals uitvoeriger beschreven in de overwegingen (133), (140) en (141).
(226) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel staatssteun inhoudt.
(227) Het voornaamste argument van Finland was dat maatregel 12 geen staatssteun inhield, hoewel het deze maatregel ook als reddingssteun had aangemeld (zie overweging (1)). Op het moment dat de gemeente Mikkeli akkoord ging met de schuldherschikking, verkeerde Karjaportti namelijk in moeilijkheden in de zin van punt 10, onder c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 (zie de overwegingen (123) tot en met (129)). De verenigbaarheid van de maatregel in kwestie moet daarom worden beoordeeld op grond van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
(228) Volgens deze richtsnoeren moet reddingssteun voldoen aan bepaalde voorwaarden; de hier te onderzoeken maatregel voldoet echter niet aan al deze voorwaarden:
(228)
(a) ten eerste bestaat de maatregel niet in kassteun in de vorm van een lening (punt 25, onder a), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004) maar in uitstel van betaling;
(b) ten tweede heeft Finland niet toegezegd om binnen zes maanden na de goedkeuring van de steun een herstructureringsplan voor te leggen en is de looptijd van de maatregel niet beperkt tot zes maanden (punt 25, onder a) en c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004);
(c) ten derde wordt niet voldaan aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, (punt 25, onder e) van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004), aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun heeft ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde.
(229) De maatregel voldoet evenmin aan alle voorwaarden voor herstructureringssteun zoals beschreven in de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004:
(229)
(a) ten eerste is aan de maatregel niet de voorwaarde verbonden dat een herstructureringsplan ten uitvoer zou worden gelegd (punt 34 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Er zij op gewezen dat er geen herstructureringsplan in de zin van punt 35 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 is opgesteld;
(b) ten tweede dienen de begunstigden van de steun met eigen middelen een belangrijke bijdrage te leveren aan het herstructureringsplan (punt 43 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Voor de hier te onderzoeken maatregelen is er geen enkele aanwijzing voor een eigen bijdrage van de begunstigde.
(c) ten derde moeten er compenserende maatregelen worden genomen ter voorkoming van ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging (punt 38 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Dergelijke maatregelen ontbreken.
(d) Ten vierde voldoet de maatregel niet aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun had ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde.
(230) De Commissie is dan ook van mening dat de maatregel niet verstrekt is in overeenstemming met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
(231) Voorts moet worden beoordeeld of maatregel 12 verenigbaar zou kunnen zijn op grond van een van de andere afwijkingen van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU.
(232) De afwijkingen van artikel 107, lid 2, VWEU zijn in dit geval niet van toepassing, aangezien deze maatregel niet van sociale aard is, niet bestemd was voor individuele verbruikers, niet dient tot herstel van schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen en niet gold voor de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland.
(233) Lid 3 van artikel 107, VWEU voorziet in nog een aantal afwijkingen.
(234) In artikel 107, lid 3, onder a), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst met de interne markt verenigbaar kunnen worden verklaard. Op het moment van toekenning was Karjaportti in een dergelijke streek gevestigd.
(235) De verenigbaarheid van staatssteun aan steungebieden wordt bepaald door de richtsnoeren regionale steun van 1998. Volgens die richtsnoeren komen ondernemingen in moeilijkheden niet in aanmerking voor regionale steun. De Commissie concludeert daarom dat de steun niet in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 107, lid 3, onder a), VWEU.
(236) In artikel 107, lid 3, onder b), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen met de interne markt verenigbaar kunnen worden beschouwd. De Commissie merkt op dat de steun in kwestie niet bedoeld is ter bevordering van de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang, en zij heeft evenmin bewijs gevonden dat de steun bedoeld is om een ernstige verstoring in de Finse economie op te heffen. Gelet op de voorgaande overwegingen concludeert de Commissie dat de steun niet in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU.
(237) In artikel 107, lid 3, onder d), VWEU wordt bepaald dat steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen met het VWEU verenigbaar beschouwd kunnen worden wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Unie niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Deze bepaling is duidelijk niet van toepassing op het onderhavige geval.
(238) Artikel 107, lid 3, onder c), VWEU voorziet in de mogelijkheid tot goedkeuring van staatssteunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. De Commissie heeft verscheidene richtsnoeren en mededelingen opgesteld die toelichten hoe zij de afwijking van dit artikel zal toepassen. De Commissie is evenwel van mening dat het gezien de aard en de kenmerken van de steun, vanzelf spreekt dat de afwijkingen in het kader van deze richtsnoeren en mededelingen niet van toepassing zijn op het onderhavige geval.
(239) Op grond van voorgaande argumenten is de Commissie van mening dat maatregel 12 staatssteun inhoudt die onverenigbaar is met de interne markt.
Door Finnvera genomen maatregelen
(240) Als opmerking vooraf wijst de Commissie erop dat Finland, in het kader van het besluit betreffende steunmaatregel N 715/2006, heeft toegezegd dat Finnvera haar activiteiten zal beperken tot het beheer van staatssteunregelingen. Op grond daarvan heeft de Commissie op 25 september 2007 (de datum van het besluit van de Commissie) besloten dat de vrijstelling van inkomstenbelasting voor Finnvera geen staatssteun inhoudt. De maatregelen 13 tot en met 17 zijn genomen vóór het besluit van de Commissie betreffende steunmaatregel N 715/2006. Maatregel 18 is genomen na de goedkeuring van datzelfde besluit van de Commissie. In haar beoordeling van maatregel 18 moet de Commissie daarom rekening houden met de toezegging die de Finse autoriteiten in deze zaak hebben gedaan.
Garantie verstrekt op 17 maart 2004 (maatregel 13)
(241) Om als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU te worden aangemerkt, moet een maatregel al dan niet rechtstreeks zijn bekostigd met staatsmiddelen en aan de Staat toerekenbaar zijn. Finland heeft niet weersproken dat de door Finnvera genomen maatregelen uit staatsmiddelen bestaan en aan de Staat kunnen worden toegerekend. Volgens de rechtspraak moeten middelen van een onderneming als staatsmiddelen worden beschouwd wanneer de Staat door zijn dominerende invloed op dergelijke ondernemingen het gebruik van hun middelen kan sturen. Maatregelen die worden toegekend door een bijzondere financieringsinstelling die op grond van haar statuut als een instelling van de openbare sector kan worden beschouwd, zijn in het algemeen aan de Staat toe te rekenen. Het Gerecht heeft het begrip toerekenbaarheid nader toegelicht in de zaak-Stardust Marine. Het gaf de volgende indicatoren voor het vaststellen van de toerekenbaarheid: het feit dat de onderneming deel uitmaakt van de structuur van de openbare administratie, de aard van haar activiteiten en het feit dat de onderneming bij het verrichten van deze activiteiten op de markt normaal gesproken concurreert met particuliere marktdeelnemers, het juridische statuut van de onderneming – of het publiek recht van toepassing is dan wel het algemene vennootschapsrecht – en de mate waarin de overheid toezicht op het beheer van de onderneming uitoefent. In dit verband merkt de Commissie op dat het optreden van Finnvera onderworpen was aan het bestuursrecht, wat aangeeft dat het nauw verbonden is met het openbaar bestuur. Finnvera is een bijzondere financieringsmaatschappij die voor 100 % in staatshanden is, die een staatsgarantie geniet en die voornamelijk staatssteun verstrekt en financiering die moeilijk op de markt te verkrijgen is, zoals exportkredieten. Haar activiteiten mogen dan zijdelings overlappen met die van commerciële banken, Finnvera concurreert bij het verrichten van deze activiteiten niet normaal met particuliere marktdeelnemers. Finnvera is opgericht onder het algemene vennootschapsrecht, maar de Staat oefent intensief toezicht uit: de Staat benoemt de leden van de raad van commissarissen uit de parlementaire fracties van de politieke partijen op basis van hun vertegenwoordiging in het Finse parlement. De meeste leden van de raad van bestuur moeten worden gekozen uit kandidaten die zijn voorgedragen door verschillende ministeries (zie de overwegingen (56) en (57)). In het licht hiervan is de Commissie van oordeel dat de door Finnvera genomen maatregelen staatsmiddelen inhouden en aan de Staat kunnen worden toegerekend.
(242) Wat betreft de vraag of maatregel 13, in weerwil van het standpunt van Finland, een voordeel voor de begunstigde oplevert, moet worden opgemerkt dat de maatregel niet onder dezelfde voorwaarden samen met particuliere schuldeisers werd toegekend. Weliswaar verstrekten zowel […] als […] in 2004 leningen aan Karjaportti, maar de Commissie heeft geen aanwijzingen dat die banken ook garanties verstrekten. Bovendien werden de door de beide particuliere schuldeisers verstrekte leningen pas in de zomer van 2004 verstrekt, d.w.z. een aantal maanden nadat Finnvera maatregel 13 had toegekend, zodat niet kan worden gesteld dat Finnvera samen met deze banken heeft gehandeld. Het argument van Finland dat de garantie is verstrekt in overeenstemming met de garantiemededeling van 2000, kan eveneens worden verworpen. Ten eerste zal de Commissie zich, zoals hierboven vermeld, bij de beoordeling van de maatregel baseren op de garantiemededeling van 2008 (zie overweging (134)). Overeenkomstig punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 kan de aanwezigheid van staatssteun in het kader van een afzonderlijke staatsgarantie worden uitgesloten indien de kredietverschaffer niet in financiële moeilijkheden verkeert. Aangezien de Commissie van mening is dat Karjaportti in maart 2004 al in moeilijkheden verkeerde in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 (zie de overwegingen (123) tot en met (128)), kan de toepassing van de garantiemededeling worden uitgesloten. Finland voert ook aan dat voor de garantie een hoge opslag werd berekend. In het licht van de financiële moeilijkheden van Karjaportti op het moment van toekenning van de garantie, wordt de door Finnvera berekende garantieopslag niet als een markttarief beschouwd. De totale financieringskosten voor de begunstigde waren [5-8]% voor de lening samen met de garantie, terwijl het op dat moment geldende referentiepercentage 4,43 % was, waar nog ten minste 400 basispunten bij geteld zouden moeten worden vanwege de financiële moeilijkheden waarin de begunstigde verkeerde. Gezien het voorgaande wordt daarom geoordeeld dat de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti.
(243) Bovendien moet een maatregel om als staatssteun te worden aangemerkt specifiek of selectief zijn in die zin dat alleen bepaalde ondernemingen of de productie van bepaalde goederen wordt bevoordeeld. Maatregel 13 werd toegekend aan Karjaportti, één specifieke onderneming. De Commissie is daarom van mening dat deze een selectief voordeel aan de begunstigde verleent.
(244) De Commissie moet voorts beoordelen of maatregel 13 de mededinging kan vervalsen en de handel tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. Hierbij voert Finland aan dat het steunelement van de garantie onder de de-minimisdrempel lag. Toen maatregel 13 werd toegekend, was Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun van toepassing. Een van de voorwaarden voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 69/2001 is dat het totale bedrag van de de-minimissteun die is verleend aan één onderneming, niet hoger mag zijn dan 100000 EUR over een periode van drie jaar. De onderhavige garantie beliep slechts 91000 EUR, zodat deze het plafond van 100000 EUR zelfs zou eerbiedigen als het gehele bedrag als steunelement in aanmerking zou moeten worden genomen. Er moet evenwel worden bepaald of maatregel 13 samen moet worden onderzocht samen met maatregel 4, een garantie die de gemeente Mikkeli in maart 2004 verstrekte, slechts 9 dagen eerder dan maatregel 13, de door Finnvera verstrekte garantie. Hoewel de beide garanties werden verstrekt door twee verschillende entiteiten en twee afzonderlijke leningen met verschillende looptijd dekten, vervingen deze twee leningen één enkele lening die in 1992 door Tapiola was verstrekt. Hieruit kan worden afgeleid dat maatregel 4 en maatregel 13 voor hetzelfde doel werden verstrekt, namelijk om een omzetting van de lening van Tapiola van 1992 in nieuwe leningen mogelijk te maken. Gezien het nauwe verband tussen de beide maatregelen, is de Commissie van oordeel dat maatregel 4 en maatregel 13 voor de toepassing van het plafond van 100000 EUR van Verordening (EG) nr. 69/2001 als één maatregel moeten worden beschouwd. Samen genomen overschrijdt het steunelement in deze twee maatregelen het plafond van 100000 EUR. De Commissie concludeert dan ook dat maatregel 13 niet onder Verordening (EG) nr. 69/2001 valt.
(245) Ten slotte stelt Finland dat maatregel 13 de voortzetting vormt van reeds bestaande verplichtingen en dat het risico van Finnvera dus niet vergroot is. Finland voerde een vergelijkbaar argument aan voor maatregel 4. Evenmin als maatregel 4 beschouwt de Commissie maatregel 13 als louter een voortzetting van een eerder toegekende maatregel (zie de overwegingen (164) en (165)).
(246) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat maatregel 13 als staatssteun moet worden aangemerkt.
(247) Finland heeft geen argumenten aangevoerd met betrekking tot de verenigbaarheid van maatregel 13. Aangezien Karjaportti in moeilijkheden verkeerde toen Finnvera de garantie verstrekte (zie de overwegingen (123) tot en met (128)), gaat de Commissie eerst na of de maatregel verenigbaar is als reddings- en herstructureringssteun in de zin van de betrokken richtsnoeren. Op het moment van toekenning waren de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 van toepassing.
(248) Volgens deze richtsnoeren moet reddingssteun voldoen aan bepaalde voorwaarden; de hier te onderzoeken maatregel voldoet echter niet aan al deze voorwaarden:
(248)
(a) ten eerste werd de garantie niet gekoppeld aan leningen die over een periode van ten hoogste twaalf maanden na de laatste storting aan de onderneming moesten worden terugbetaald (punt 23, onder b), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(b) ten tweede heeft Finland geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de steun gerechtvaardigd werd door dringende sociale omstandigheden en geen ernstig spill-over-effect had naar andere lidstaten (punt 23, onder c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(c) ten derde werd de garantie niet binnen zes maanden afgelost, noch was er een herstructureringsplan in de zin van de richtsnoeren opgesteld (punt 23, onder d), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999);
(d) ten slotte zijn er geen aanwijzingen dat de garantie zich, wat het bedrag betreft, beperkt tot hetgeen noodzakelijk was voor de exploitatie van de onderneming gedurende de periode waarvoor de steun werd goedgekeurd (punt 23, onder e), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999).
(249) Om dezelfde redenen als hierboven beschreven voor maatregel 4 en maatregel 5 (zie de overwegingen (177) en (178)), is de Commissie van oordeel dat maatregel 13 niet voldoet aan alle voorwaarden voor herstructureringssteun zoals beschreven in de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999. De Commissie is dan ook van mening dat de maatregel niet verstrekt is in overeenstemming met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999.
(250) Voorts moet worden beoordeeld of maatregel 13 verenigbaar zou kunnen zijn op grond van een van de andere afwijkingen van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU. Om dezelfde redenen als hierboven beschreven voor maatregel 4 en maatregel 5 (zie de overwegingen 179 tot en met 186), is de Commissie van oordeel dat aan geen van de afwijkingen is voldaan. De Commissie concludeert derhalve dat maatregel 13 staatssteun omvat die onverenigbaar is met de interne markt.
Lening verstrekt op 12 januari 2006 (maatregel 14)
(251) Finland voert aan dat de maatregel was opgenomen in het herstructureringsprogramma voor de herstructureringsprocedure en dat Finnvera de maatregel samen met de particuliere schuldeisers heeft genomen.
(252) De maatregel was inderdaad opgenomen in het herstructureringsprogramma voor zowel de particuliere als de publieke schuldeisers van Karjaportti. Volgens de door Finland overgelegde documenten vond de renteomzetting eind 2005 en begin 2006 plaats. Ook de particuliere schuldeisers zetten hun rente om in leningen.
(253) Ten eerste moet, volgens de redenering van de zaak-BP Chemicals (zie de overwegingen 189, 190 en 191), worden bepaald of het beginsel van een investeerder in een markteconomie wel op maatregel 14 kan worden toegepast. In dit verband merkt de Commissie op dat de maatregelen 4, 5 en 13 voor aanvang van de herstructureringsprocedure werden genomen, terwijl maatregel 14 in de loop van deze procedure werd genomen. Om de redenen uiteengezet in de overwegingen 189, 190 en 191 is de Commissie van mening dat maatregel 14 los kan worden beschouwd van de maatregelen 4, 5 en 13. Bovendien was maatregel 14 zelfs opgenomen in het herstructureringsprogramma zelf, dat bedoeld was om de onderneming weer op de rails te zetten.
(254) Ten tweede, wat betreft de toepassing van het beginsel van een investeerder in een markteconomie op deze maatregel, is de Commissie van mening dat de door de particuliere schuldeisers […] en […] verstrekte leningen vergelijkbaar zijn met de lening van Finnvera. Als schuldeisers met pandrecht in de herstructureringsprocedure verkeren de bedrijven alle in een vergelijkbare situatie. Aangezien de voorwaarden voor deze leningen vergelijkbaar zijn met die voor de lening van Finnvera (zelfde looptijd, vergelijkbare terugbetalingsperiode) en de rente die Finnvera verlangde, nog gunstiger was voor Finnvera (zesmaands EURIBOR + 2 % was 4,643 % op 1 januari 2006) dan de rente die de particuliere schuldeisers ontvingen (driemaands EURIBOR, met een opslag van 1,5 % was 3,988 % op 1 januari 2006 en driemaands EURIBOR + 2 % was 4,488 %), concludeert de Commissie dat de maatregel Karjaportti geen voordeel opleverde.
(255) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel geen staatssteun omvat.
Contragarantie verstrekt op 14 september 2006 (maatregel 15)
(256) Ten eerste is de Commissie van mening dat Karjaportti de begunstigde van de maatregel is, hoewel de contragarantie verstrekt werd aan […]. Uit de lage opslag die […] bij Karjaportti in rekening bracht, blijkt dat […] de garantie alleen maar verstrekte in het licht van de door Finnvera verstrekte garantie. Het is dan ook Karjaportti - en niet […] - die de garantieopslag voor de garantie aan Finnvera betaalt.
(257) Hoe dan ook heeft Finnvera volgens Finland dezelfde voorwaarden gehanteerd als de particuliere schuldeisers […] en […]. […] en […] verkeerden inderdaad in een vergelijkbare situatie als Finnvera. Alle drie de bedrijven zijn schuldeisers met pandrecht in de herstructureringsprocedure. Ze hebben alle drie eerder leningen en garanties aan Karjaportti verstrekt ([…]).
(258) Volgens de redenering van de zaak-BP Chemicals (zie de overwegingen 189, 190 en 191) is de Commissie van mening dat voor maatregel 15, net als voor maatregel 14, het beginsel van een investeerder in een markteconomie kan worden toegepast, aangezien deze maatregel los kan worden beschouwd van de maatregelen 4, 5 en 13 (zie overweging 253).
(259) Bij de maatregel in kwestie ging het om een gegarandeerde lening van in totaal 1,8 miljoen EUR. Finnvera verstrekte een contragarantie aan […] voor slechts 16,7 % van dit bedrag (300000 EUR). Het restant van de lening werd afgedekt door garanties van […] en […] (respectievelijk 825000 en 675000 EUR), waarvoor Finnvera geen contragarantie verstrekte. Voor de begunstigde Karjaportti waren de totale kosten voor de garantie waarvoor de contragarantie werd verstrekt, hoger dan voor de garanties die werden verstrekt door […] en […]. Deze laatste twee brachten Karjaportti een garantieopslag van 1,75 % in rekening, maar de totale financieringskosten voor de contragarantie voor Karjaportti beliepen 2,9 % (1,65 % voor de garantie van […] plus 1,25 % voor de contragarantie). Hieruit volgt dat de door Finnvera genomen maatregel Karjaportti geen voordeel opleverde.
(260) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel geen staatssteun omvat.
Lening verstrekt op 6 juli 2007 (maatregel 16)
(261) Zoals beschreven in overweging (110) vindt Finland dat de lening geen staatssteun omvat, omdat deze onderdeel was van een grotere financieringsmaatregel waaraan ook particuliere schuldeisers deelnamen.
(262) Volgens de redenering van de zaak-BP Chemicals (zie de overwegingen 189, 190 en 191) is de Commissie van mening dat voor maatregel 16, net als voor maatregel 14, het beginsel van een investeerder in een markteconomie kan worden toegepast (zie overweging (253)).
(263) Zoals aangegeven in overweging (254) is de Commissie van mening dat […] en […] in een vergelijkbare situatie verkeren als Finnvera. Wat betreft deze specifieke maatregel heeft Finnvera de lening inderdaad op hetzelfde moment onder vergelijkbare omstandigheden verstrekt als […] en […]. De looptijd van de leningen was voor alle schuldeisers zes maanden; voor alle leningen werd de betaling evenzeer uitgesteld (voor alle schuldeisers is het uitstaande bedrag ongeveer […]% van het oorspronkelijke bedrag). Alle drie de leningen werden gedekt met hetzelfde onderpand, zoals beschreven in overweging (66), en het onderpand is onder de schuldeisers verdeeld naar verhouding van het risico van de betreffende schuldeiser ten aanzien van de door hem verstrekte lening. Wat het rentepercentage betreft ziet het ernaar uit dat de rente die Finnvera vroeg nog gunstiger was voor Finnvera (zesmaands EURIBOR + 2,5 % was 6,847 % op 6 juli 2007) dan de rente die de particuliere schuldeisers ontvingen (eenmaands EURIBOR + 2 % was 6,105 % op 9 juli 2007). De lening kan dan ook worden beschouwd als een maatregel die in overeenstemming is met het beginsel van een investeerder in een markteconomie en geen staatssteun inhoudt.
(264) Op basis van het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel geen staatssteun omvat.
Garantie verstrekt op 9 januari 2008 (maatregel 17)
(265) Eerst moet worden bepaald welke entiteit van de maatregel in kwestie profiteert, […] of Karjaportti. Finnvera verstrekte de contragarantie aan […], de belangrijkste bank van Karjaportti. Vervolgens verstrekte […] weer een garantie aan Karjaportti. […] bracht Karjaportti voor deze garantie een zeer geringe opslag in rekening, waaruit valt op te maken dat […]de garantie aan Karjaportti alleen maar verstrekte omdat deze gedekt was door een contragarantie van Finnvera. Bovendien merkt de Commissie op dat niet […] maar Karjaportti de garantieopslag voor de garantie aan Finnvera betaalt. In het licht hiervan is de Commissie van mening dat Karjaportti de begunstigde van de maatregel is.
(266) Voorts moet worden nagegaan of de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti. In dit verband stelt Finland dat de contragarantie geen staatssteun omvat, omdat er nog een andere particuliere partij bij de regeling betrokken was. Dit argument kan worden verworpen, daar Finnvera een contragarantie verstrekt heeft voor de garantie van de betrokken particuliere partij, hetgeen betekent dat Finnvera en de particuliere partij in een allerminst vergelijkbare situatie verkeerden.
(267) In het licht hiervan beoordeelt de Commissie de maatregel op basis van de garantiemededeling van 2008. Finnvera's contragarantie dekt weliswaar niet meer dan 80 % van de garantie van […], maar op het moment van toekenning verkeerde de begunstigde, Karjaportti, in moeilijkheden, zoals uitvoeriger beschreven in de overwegingen (123) tot en met (128). Op basis van punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 kan de aanwezigheid van staatssteun dan ook niet worden uitgesloten.
(268) Zelfs als een garantie niet aan alle criteria van punt 3.2 van de garantiemededeling van 2008 voldoet, kan de opslag die voor een garantie is betaald, toch de conclusie rechtvaardigen dat de garantie geen staatssteun behelst. Hoe dan ook acht de Commissie in het onderhavige geval, in weerwil van het standpunt van Finland, de maatregel niet vrij van steun. De garantie werd tegen een geringe garantieopslag verstrekt terwijl de onderneming in moeilijkheden verkeerde (zie de overwegingen (123) tot en met (128)) en het risico voor Finnvera als aanzienlijk kon worden beschouwd. Geoordeeld wordt daarom dat de maatregel een voordeel oplevert voor Karjaportti. Bovendien merkt de Commissie in dit verband op dat Finnvera, volgens de toezegging die de Finse autoriteiten hebben gedaan in het kader van steunmaatregel N 715/2006, geen marktfinanciering mocht verstrekken.
(269) Daarnaast beantwoordt de maatregel aan alle overige criteria om van staatssteun te kunnen spreken. Zoals beschreven in overweging (241) bestaan de door Finnvera genomen maatregelen uit staatsmiddelen en kunnen ze aan de Staat worden toegerekend. Bovendien is maatregel 17 selectief, want de enige begunstigde is Karjaportti. Ten slotte vervalst de maatregel de mededinging en beïnvloedt het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.
(270) Gezien het voorgaande concludeert de Commissie dat de maatregel staatssteun inhoudt.
(271) Finland voerde niet aan dat maatregel 17 verenigbaar was met de interne markt. Op het moment dat Finnvera de maatregel toekende, verkeerde Karjaportti in moeilijkheden in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 (zie de overwegingen (123) tot en met (128)). De maatregel kon dan ook alleen verenigbaar zijn als reddings- en herstructureringssteun volgens de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
(272) Volgens deze richtsnoeren moet reddingssteun voldoen aan bepaalde voorwaarden; de hier te onderzoeken maatregel voldoet echter niet aan al deze voorwaarden:
(272)
(a) ten eerste liep de garantie niet af binnen een termijn van maximaal zes maanden na de uitkering van het eerste bedrag (punt 25, onder a), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004);
(b) ten tweede heeft Finland niet binnen zes maanden na de eerste tenuitvoerlegging van de maatregel een herstructurerings- of liquidatieplan voorgelegd dan wel aangetoond dat de garantie is stopgezet (punt 25, onder c), van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004);
(c) ten derde wordt niet voldaan aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, (punt 25, onder e) van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004), aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun had ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde.
(273) De maatregel voldoet evenmin aan alle voorwaarden voor herstructureringssteun zoals beschreven in de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004:
(273)
(a) ten eerste is aan de maatregel niet de voorwaarde verbonden dat een herstructureringsplan ten uitvoer zou worden gelegd (punt 34 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Er zij op gewezen dat er geen herstructureringsplan in de zin van punt 35 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004 is opgesteld;
(b) ten tweede dienen de begunstigden van de steun met eigen middelen een belangrijke bijdrage te leveren aan het herstructureringsplan (punt 43 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Voor de hier te onderzoeken maatregelen is er geen enkele aanwijzing voor een eigen bijdrage van de begunstigde;
(c) ten derde moeten er compenserende maatregelen worden genomen ter voorkoming van ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging (punt 38 van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004). Dergelijke maatregelen ontbreken;
(d) ten vierde voldoet de maatregel niet aan het beginsel dat dit soort steun eenmalig moet zijn, aangezien de onderneming al eerder onverenigbare en onrechtmatige staatssteun had ontvangen toen zij in moeilijkheden verkeerde.
(274) De Commissie is dan ook van mening dat de maatregel niet verstrekt is in overeenstemming met de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004.
(275) Voorts moet worden beoordeeld of maatregel 17 verenigbaar zou kunnen zijn op grond van een van de andere afwijkingen van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU. Om dezelfde redenen als hierboven beschreven voor maatregel 4 en maatregel 5 (zie de overwegingen (179) tot en met (186)) is de Commissie van oordeel dat aan geen van de afwijkingen is voldaan. De Commissie concludeert derhalve dat maatregel 17 staatssteun omvat die onverenigbaar is met de interne markt.
TERUGVORDERING
(276) Krachtens het VWEU en vaste rechtspraak van het Hof van Justitie mag de Commissie besluiten dat een land steun moet afschaffen of wijzigen wanneer deze onverenigbaar is bevonden met de interne markt. Het is vaste rechtspraak van het Hof dat de verplichting van een staat tot afschaffing van steun die door de Commissie onverenigbaar wordt geacht met de interne markt, bedoeld is om de vroegere toestand te herstellen. In dit verband heeft het Hof vastgesteld dat die doelstelling verwezenlijkt is zodra de ontvanger de bedragen heeft terugbetaald die als onrechtmatige staatssteun zijn verleend, waardoor het voordeel teniet wordt gedaan dat deze genoot ten opzichte van zijn concurrenten op de markt, en de situatie van vóór de betaling van steun wordt hersteld.
(277) Aansluitend bij die rechtspraak bepaalt artikel 14 van de procedureverordening: Indien negatieve beschikkingen worden gegeven in gevallen van onrechtmatige steun beschikt de Commissie dat de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen.
(278) Derhalve moeten zes van de onderhavige maatregelen als onrechtmatige en onverenigbare steun worden aangemerkt:
garantie verstrekt op 8 maart 2004 door de gemeente Mikkeli (maatregel 4);
garantie verstrekt op 10 mei 2004 door de gemeente Mikkeli (maatregel 5);
omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8);
herschikking van schuld sinds 2009 (maatregel 12);
garantie verstrekt op 17 maart 2004 door Finnvera (maatregel 13);
garantie verstrekt op 9 januari 2008 door Finnvera (maatregel 17).
(279) Deze moeten daarom worden teruggevorderd om de marktsituatie van vóór de toekenning van steun te herstellen. De terugvordering zal dan ook lopen vanaf het moment dat het voordeel voor de begunstigde zich voor het eerst voordeed, d.w.z. toen de steun ter beschikking van de begunstigde werden gesteld, en zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente tot het tijdstip van de daadwerkelijke terugbetaling ervan.
Terugvordering van de steun toegekend in de vorm van garanties
(280) Het onverenigbare steunelement van twee garanties die in 2004 werden verstrekt door de gemeente Mikkeli (maatregel 4 en maatregel 5) en van de garanties die werden verstrekt door Finnvera in 2005 (maatregel 13) en in 2008 (maatregel 17), zal worden bepaald op basis van de volgende uitgangspunten.
(281) In beginsel zou een staatsgarantie steun kunnen zijn tot het totaalbedrag van de onderliggende lening, indien de begunstigde op eigen kracht geen toegang heeft tot de financiële markt. In het onderhavige geval heeft Finland echter aangetoond, door informatie te verstrekken over leningen die door particuliere kredietverstrekkers aan de begunstigde werden verstrekt (zie overweging (93)), dat Karjaportti ten tijde van de toekenning van de garanties in 2004 nog wel degelijk toegang had tot de financiële markt. Er zijn weinig aanwijzingen of Karjaportti in 2008, toen maatregel 17 werd toegekend, nog steeds toegang had tot de markt. In dit verband merkt de Commissie op dat de door Finnvera verstrekte contragarantie slechts 80 % dekte van de garantie die door een particuliere schuldeiser werd verstrekt, hetgeen betekent dat de particuliere schuldeiser nog altijd 20 % van het risico droeg. Hieruit kan worden afgeleid dat de onderneming ook zonder de garantie van 2008 nog steeds toegang had tot de financiële markten.
(282) Vanwege de financiële moeilijkheden waarin Karjaportti verkeerde op het moment dat de maatregelen werden toegekend, zouden commerciële banken evenwel een evenredig hogere rente hebben berekend dan de rente die met de staatsgaranties werd bereikt, omdat deze garanties de banken een aanvullende zekerheid bieden. De Commissie is daarom van oordeel dat Karjaportti van lagere rentepercentages heeft geprofiteerd, die zij heeft gekregen dankzij de garanties.
(283) Volgens punt 4.2 van de garantiemededeling van 2008 dient, bij ontbreken van een overeenkomstige benchmark voor de garantiepremie, de totale financiële kostprijs van de gegarandeerde lening (rentepercentage plus garantiepremie) te worden vergeleken met het marktrentepercentage voor een vergelijkbare lening zonder staatsgarantie. In veel gevallen is een dergelijk marktrentepercentage niet voorhanden. Daarom heeft de Commissie in haar mededeling over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (hierna de mededeling referentiepercentages genoemd) een financiële methode vastgesteld die in de omstandigheden beschreven in punt 4.2 van de garantiemededeling van 2008, als maatstaf kan worden gebruikt voor het marktrentepercentage.
(284) In het onderhavige geval is er geen duidelijk aanknopingspunt voor wat Karjaportti voor een vergelijkbare, niet-gegarandeerde lening zou hebben betaald. Daarbij komt dat de drie garanties zijn verstrekt voordat de economische en financiële crisis begon. Bovendien is de Commissie van mening dat, vanwege de tijd die sinds de toekenning van de maatregelen is verstreken, de berekening van een reële marktrente voor een Finse vleesproducent een moeilijke opgave zou zijn. De Commissie gebruikt daarom het relevante referentiepercentage als maatstaf voor het markttarief.
Garantie verstrekt op 8 maart 2004 (maatregel 4)
(285) Wat maatregel 4 aangaat, kunnen de voor van de leningen aan Karjaportti gestelde zekerheden als normaal worden beschouwd wat betreft de toepassing van de mededeling referentiepercentages. Karjaportti heeft voor maatregel 4 een onroerendgoedhypotheek en een bedrijfshypotheek verstrekt. De geregistreerde waarde van deze twee instrumenten is tamelijk hoog (zie overweging (27)). Er moet echter wel rekening mee worden gehouden dat ditzelfde onderpand ook al gebruikt was voor andere vorderingen van de gemeente Mikkeli (waaronder maatregel 1), zodat voor de hier te onderzoeken maatregel niet het volledige bedrag beschikbaar zou zijn. Bovendien moet in aanmerking worden genomen dat de feitelijke waarde van de onroerendgoedhypotheek en de bedrijfshypotheek afhangt van de waarde van de bezwaarde goederen en de volgorde van rang van de gemeente Mikkeli.
(286) In dit verband zij erop gewezen dat Finland geen taxatie kon overleggen van de waarde van het onderpand op het moment dat de garantie werd verstrekt. Het legde echter wel twee onafhankelijke taxaties over van de waarde van het onderpand in het algemeen, die waren gebruikt bij het opstellen van het herstructureringsprogramma en dateerden van 15 februari 2005 (zie overweging (43)), niet ver van de datum waarop de garantie werd verstrekt. In dit verband zij vermeld dat, in het licht van de volgorde van rang van de gemeente Mikkeli, de onroerendgoedhypotheek zou kunnen volstaan om haar vorderingen te dekken indien het onroerend goed in gebruik blijft; in het geval van liquidatie van Karjaportti zou de waarde van het onroerend goed te laag kunnen zijn om een van de vorderingen van de gemeente Mikkeli te dekken. De bedrijfshypotheek dekt slechts een gedeelte van de vorderingen van de gemeente Mikkeli. Het lijkt daarom plausibel om het verstrekte onderpand te beschouwen als onderpand van normale kwaliteit.
(287) Het rentepercentage dat Karjaportti onder marktomstandigheden, zonder garantie, voor een lening had moeten betalen, is derhalve het referentiepercentage van 4,43 % plus een risicopremie van 650 basispunten, hetgeen overeenkomt met de risicopremie voor een bedrijf in moeilijkheden dat normaal onderpand verstrekt. Het steunbedrag moet daarom worden berekend als het verschil tussen deze theoretische marktrente en het rentepercentage waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt (4 %), na aftrek van de prijs die feitelijk voor de garantie werd betaald, te weten 0 basispunten. Het verschil tussen deze percentages moet worden berekend voor de periode waarover de feitelijk berekende rente werd toegepast.
(288) De steun zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente die wordt berekend vanaf het moment waarop het verschil tussen de theoretische rente en de rente waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt, verschuldigd was geweest tot het tijdstip van de daadwerkelijke betaling ervan.
Garantie verstrekt op 10 mei 2004 (maatregel 5)
(289) Wat maatregel 5 aangaat, kunnen de gestelde zekerheden als normaal worden beschouwd wat betreft de toepassing van de mededeling referentiepercentages. Karjaportti verstrekte hetzelfde onderpand als voor maatregel 4, te weten een onroerendgoedhypotheek op de productielocatie van Tikkala en een bedrijfshypotheek. Bovendien werd speciaal pandrecht op de productielocatie van Tikkala verleend, met een geregistreerde waarde van 1135268 EUR (zie overweging (29)). Voor al deze onderpanden geldt dezelfde redenering als bovenstaande voor maatregel 4, en het lijkt plausibel het verstrekte onderpand als normaal onderpand te beschouwen.
(290) Het rentepercentage dat Karjaportti, zonder de garantie, voor een lening tegen marktvoorwaarden had moeten betalen, is wederom het referentiepercentage van 4,43 % plus een risicopremie van 650 basispunten. Het steunbedrag moet daarom worden berekend als het verschil tussen deze theoretische marktrente en het rentepercentage waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt (twaalfmaands EURIBOR, met een opslag van 0,3 %), na aftrek van de prijs die feitelijk voor de garantie werd betaald, te weten 0 basispunten. Het verschil tussen deze percentages moet worden berekend voor de periode waarover de feitelijk berekende rente werd toegepast.
(291) De steun zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente die wordt berekend vanaf het moment waarop het verschil tussen de theoretische rente en de rente waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt, verschuldigd was geweest tot het tijdstip van de daadwerkelijke betaling ervan.
Garantie verstrekt op 17 maart 2004 (maatregel 13)
(292) De Commissie is niet op de hoogte van de zekerheden die precies voor maatregel 13 zijn gesteld, en kan daarom alleen de methode geven volgens welke de terugvordering moet plaatsvinden. Als eerste stap moet, indien voor maatregel 13 een onderpand werd verstrekt, de waarde van dat onderpand worden bepaald aan de hand van de mededeling over referentiepercentages.
(293) Het rentepercentage dat Karjaportti, zonder de garantie, voor een lening tegen marktvoorwaarden had moeten betalen, is wederom het referentiepercentage van 4,43 % plus een risicopremie die overeenstemt met de waarde van de gestelde zekerheden. Het steunelement moet worden berekend als het verschil tussen deze theoretische marktrente en het rentepercentage waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt ([2-5]%), na aftrek van de prijs die feitelijk voor de garantie werd betaald, te weten 3 %. Het verschil tussen deze percentages moet worden berekend voor de periode waarover de feitelijk berekende rente werd toegepast.
(294) De steun zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente die wordt berekend vanaf het moment waarop het verschil tussen de theoretische rente en de rente waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt, verschuldigd was geweest tot het tijdstip van de daadwerkelijke betaling ervan.
Garantie verstrekt op 9 januari 2008 (maatregel 17)
(295) Wat maatregel 17 aangaat, kunnen de gestelde zekerheden als normaal worden beschouwd wat betreft de toepassing van de mededeling referentiepercentages. Karjaportti verstrekte een onderpand in de vorm van een deelneming in de onderneming, die Finnvera waardeerde op een zekerheid ter waarde van […] EUR, zoals nader beschreven in overweging (67). Het rentepercentage dat Karjaportti, zonder de garantie, voor een lening tegen marktvoorwaarden had moeten betalen, is wederom het referentiepercentage van 5,19 % plus een risicopremie van 650 basispunten. Het steunbedrag moet daarom worden berekend als het verschil tussen deze theoretische marktrente en het rentepercentage waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt ([0-3]% plus het rentepercentage voor uitstaande bedragen in het kader van de toeleveringsovereenkomst), na aftrek van de prijs die feitelijk voor de garantie werd betaald, te weten 250 basispunten. Het verschil tussen deze percentages moet worden berekend voor de periode waarover de feitelijk berekende rente werd toegepast.
(296) De steun zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente die wordt berekend vanaf het moment waarop het verschil tussen de theoretische rente en de rente waartegen de gegarandeerde lening feitelijk werd verstrekt, verschuldigd was geweest tot het tijdstip van de daadwerkelijke betaling ervan.
Terugvordering van de steun die werd toegekend in de vorm van de omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8)
(297) Voor maatregel 8 (een lening van de gemeente Mikkeli) moet worden bepaald hoe groot het onverenigbare steunelement is. Zoals beschreven in de overwegingen (45) en (46) heeft de gemeente Mikkeli de lening verstrekt tegen lagere rentepercentages dan de particuliere schuldeisers van Karjaportti. In beginsel wordt het steunelement voor een lening berekend als het verschil tussen het rentepercentage waartegen de lening feitelijk werd verstrekt, en het markttarief. In het onderhavige geval hebben, samen met de gemeente Mikkeli, ook particuliere schuldeisers leningen verstrekt. De door de particuliere schuldeisers berekende rente kan worden beschouwd als indicatie voor een markttarief.
(298) Het steunbedrag moet daarom worden berekend als het verschil tussen het gemiddelde rentepercentage dat werd berekend voor de leningen die door de particuliere schuldeisers werden verstrekt (driemaands EURIBOR, met een opslag van 2 % en driemaands EURIBOR, met een opslag van 1,5 %), en het rentepercentage waartegen de lening feitelijk werd verstrekt (driemaands EURIBOR, met een opslag van 0,3 %).
(299) Het verschil tussen deze percentages moet worden berekend voor de periode waarover de feitelijk berekende rente werd toegepast.
(300) De steun zal worden vermeerderd met terugvorderingsrente die wordt berekend vanaf het moment waarop het verschil tussen de theoretische rente en de rente waartegen de lening feitelijk werd verstrekt, verschuldigd was geweest tot het tijdstip van de daadwerkelijke betaling ervan.
Terugvordering van de steun die werd toegekend in de vorm van een herschikking van schulden sinds 2009 (maatregel 12)
(301) Voor maatregel 12 (een herschikking van schulden door de gemeente Mikkeli vanaf 2009) moet worden bepaald hoe groot het onverenigbare steunelement is. Zoals beschreven in de overwegingen (219) tot en met (226) is de aangemelde schuldherschikking uitgevoerd met wijzigingen. Omdat de Commissie niet op de hoogte is van de details van de uiteindelijk uitgevoerde herschikking, kan zij alleen de methode geven volgens welke de terugvordering moet plaatsvinden.
(302) De steun werd de onderneming ter beschikking gesteld vanaf het moment dat Osuuskunta Karjaportti afweek van de betalingsregeling zoals in 2006 overeengekomen tijdens de herstructureringsprocedure. De Commissie is van oordeel dat Karjaportti op het moment dat de steun werd toegekend, geen toegang meer had tot de financiële markten. De steun is daarom gelijk aan het bedrag aan herschikte schuld. De terug te vorderen bedragen zijn derhalve gelijk aan het bedrag aan herschikte schulden jegens de gemeente Mikkeli. Reeds gedane betalingen mogen echter op de terug te vorderen bedragen in mindering worden gebracht.
(303) De steun wordt vermeerderd met rente vanaf de datum waarop de steun de onderneming ter beschikking werd gesteld tot de feitelijke terugbetaling ervan.
CONCLUSIE
(304) De Commissie merkt op dat het formele onderzoek naar de garantie van 2,75 miljoen EUR waarvan Finland de aanvankelijke aanmelding weer heeft ingetrokken, zonder voorwerp is geraakt volgens artikel 8 van de procedureverordening.
(305) Wat betreft de garantie die de gemeente Mikkeli in 2000 verstrekte en de toewijzing van grond door de gemeente Mikkeli in datzelfde jaar, is de Commissie van oordeel dat die maatregelen staatssteun omvatten die verenigbaar is als investeringssteun uit hoofde van de richtsnoeren regionale steun van 1998.
(306) De aankoop van grond door de gemeente Mikkeli in 2002 wordt geacht geen staatssteun in te houden, omdat deze aankoop tegen marktvoorwaarden plaatsvond.
(307) De garanties die de gemeente Mikkeli in maart 2004 en mei 2004 heeft verstrekt, kunnen als staatssteun worden aangemerkt, in aanmerking nemende dat Karjaportti op het moment van toekenning een onderneming in moeilijkheden was in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999. Deze maatregelen zijn onverenigbaar met de interne markt omdat aan geen van de voorwaarden van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU wordt voldaan.
(308) De maatregelen die de gemeente Mikkeli heeft genomen in het kader van de herstructureringsprocedure, werden toegekend samen met vergelijkbare particuliere schuldeisers en onder vergelijkbare omstandigheden. De Commissie concludeert derhalve dat aan het beginsel van een investeerder in een markteconomie is voldaan en dat de maatregelen geen staatssteun inhouden.
(309) De koop van aandelen door de gemeente Mikkeli en de afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 kunnen beide als vrij van staatssteun worden beschouwd.
(310) De omzetting van niet-betaalde rente in leningen door de gemeente Mikkeli in december 2005 kan als staatssteun worden aangemerkt, in aanmerking nemende dat Karjaportti op het moment van toekenning een onderneming in moeilijkheden was in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004. Deze maatregelen zijn onverenigbaar met de interne markt omdat aan geen van de voorwaarden van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU wordt voldaan.
(311) Wat betreft de herschikking van schulden waarmee de gemeente Mikkeli in 2009 akkoord ging, zij erop gewezen dat het een verdere schuldherschikking betrof. De Commissie is daarom van oordeel dat een particuliere schuldeiser niet akkoord zou zijn gegaan met een dergelijke schuldherschikking en dat de maatregel staatssteun behelst. Aangezien Karjaportti op het moment van toekenning in moeilijkheden verkeerde in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004, kon de maatregel alleen verenigbaar zijn op grond van die richtsnoeren. Er wordt echter niet aan alle voorwaarden voldaan en daarom wordt geconcludeerd dat de maatregel onverenigbare staatssteun inhoudt.
(312) De garantie die Finnvera op 17 maart 2004 heeft verstrekt, moet op grond van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 1999 eveneens als onverenigbare staatssteun worden aangemerkt. De lening die Finnvera op 12 januari 2006 heeft verstrekt, is niet als staatssteun aan te merken, omdat deze samen met vergelijkbare particuliere schuldeisers en onder vergelijkbare omstandigheden werd verstrekt. Hetzelfde geldt voor de garantie die Finnvera in september 2006 heeft verstrekt en de lening van juli 2007.
(313) Tot slot kan de garantie die Finnvera op 9 januari 2008 heeft verstrekt, als staatssteun worden aangemerkt, in aanmerking nemende dat Karjaportti op het moment van toekenning in moeilijkheden verkeerde in de zin van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van 2004. Deze maatregel is onverenigbaar met de interne markt, omdat aan geen van de voorwaarden van artikel 107, leden 2 en 3, VWEU wordt voldaan,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De formele onderzoeksprocedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ten aanzien van de garantie van 2,75 miljoen EUR (maatregel 11), die Finland had aangemeld maar waarvan het de aanmelding vervolgens heeft ingetrokken, wordt beëindigd.
Artikel 2
De maatregelen die Finland ten uitvoer heeft gelegd ten behoeve van Osuuskunta Karjaportti, bestaande uit: vormen geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
de aankoop van grond in 2002 (maatregel 3),
de maatregelen genomen in het kader van de herstructureringsprocedure onder toezicht van de rechter (maatregel 6),
de koop van aandelen van Osuuskunta Karjaportti (maatregel 7),
de afschrijving van schulden in de jaarrekeningen van 2006 en 2008 (maatregel 9 en maatregel 10),
de lening verstrekt door Finnvera in juni 2006 (maatregel 14),
de contragarantie verstrekt door Finnvera in september 2006 (maatregel 15), en
de lening verstrekt door Finnvera in juli 2007 (maatregel 16),
Artikel 3
De staatssteunmaatregelen die Finland ten uitvoer heeft gelegd ten behoeve van Osuuskunta Karjaportti, bestaande uit: zijn verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
een garantie verstrekt in juni 2000 (maatregel 1) en
de toewijzing van grond in datzelfde jaar (maatregel 2),
Artikel 4
De staatssteunmaatregelen die Finland ten uitvoer heeft gelegd ten behoeve van Osuuskunta Karjaportti, bestaande uit: zijn onrechtmatig door Finland ten uitvoer gelegd, in strijd met artikel 108, lid 3, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en zijn onverenigbaar met de interne markt.
de garantie verstrekt op 8 maart 2004 door de gemeente Mikkeli (maatregel 4),
de garantie verstrekt op 10 mei 2004 door de gemeente Mikkeli (maatregel 5),
de omzetting van niet-betaalde rente in leningen (maatregel 8),
de garantie verstrekt op 17 maart 2004 door Finnvera (maatregel 13),
de garantie verstrekt op 9 januari 2008 door Finnvera (maatregel 17),
de schuldherschikking sinds 2009 (maatregel 12),
Artikel 5
1. Finland vordert de in artikel 4 bedoelde steun van de begunstigde terug.
2. De terug te vorderen bedragen omvatten rente vanaf het tijdstip waarop zij de begunstigde ter beschikking zijn gesteld, tot het tijdstip van de daadwerkelijke terugbetaling ervan.
3. De rente wordt op samengestelde grondslag berekend overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie.
4. Finland schorst alle uitstaande betalingen van de in artikel 4 bedoelde steun vanaf de datum van kennisgeving van dit besluit.
Artikel 6
1. De terugvordering van de in artikel 4 bedoelde steun geschiedt onverwijld en daadwerkelijk.
2. Finland zorgt ervoor dat het onderhavige besluit binnen vier maanden vanaf de datum van kennisgeving ervan ten uitvoer wordt gelegd.
Artikel 7
1. Binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van dit besluit verstrekt Finland de Commissie de volgende informatie:
(a) het totale bedrag (hoofdsom en terugvorderingsrente) dat van de begunstigde teruggevorderd zal worden;
(b) een nadere beschrijving van de reeds genomen en de voorgenomen maatregelen om aan dit besluit te voldoen;
(c) documenten waaruit blijkt dat de begunstigde werd gelast de steun terug te betalen..
2. Finland houdt de Commissie op de hoogte van de stand van uitvoering van de nationale maatregelen die het heeft genomen om dit besluit ten uitvoer te leggen, en dit tot de in artikel 4 bedoelde steun volledig is terugbetaald. Het verstrekt, op eenvoudig verzoek van de Commissie, onverwijld alle inlichtingen over de reeds genomen en de voorgenomen maatregelen om aan dit besluit te voldoen. Het verstrekt tevens nadere inlichtingen over de reeds door de begunstigde terugbetaalde steunbedragen en rente.
Artikel 8
Het onderhavige besluit is gericht tot de Republiek Finland.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2012. Voor de Commissie Joaquín Almunia Vicevoorzitter