Gelex

Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007 (Voor de EER relevante tekst)

In forceVersion 2014-03-27from 2014-04-01
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2014/319@2014-03-27/nl

Contents
  1. Preamble
  2. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
    1. Artikel 1 Onderwerp
    2. Artikel 2 Definities
    3. Artikel 3 Betaling van de vergoedingen en rechten
    4. Artikel 4 Betaling van de vergoedingen en rechten
    5. Artikel 5 Reiskosten
    6. Artikel 6 Prijsopgave
  3. HOOFDSTUK II VERGOEDINGEN
    1. Artikel 7 Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van vergoedingen
    2. Artikel 8 Betalingstermijnen
    3. Artikel 9 Stopzetting van de aanvraag
    4. Artikel 10 Opschorting of intrekking van het certificaat
    5. Artikel 11 Teruggave of overdracht van certificaten
    6. Artikel 12 Certificeringswerkzaamheden op uitzonderlijke basis
  4. HOOFDSTUK III RECHTEN
    1. Artikel 13 Rechten
    2. Artikel 14 Tijdstip waarop de rechten worden geheven
  5. HOOFDSTUK IV BEROEP
    1. Artikel 15 Behandeling van een beroep
  6. HOOFDSTUK V DE PROCEDURES VAN HET AGENTSCHAP
    1. Artikel 16 Algemene bepalingen
    2. Artikel 17 Evaluatie en herziening
  7. HOOFDSTUK VI OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
    1. Artikel 18 Intrekking
    2. Artikel 19 Overgangsbepalingen
    3. Artikel 20 Inwerkingtreding
  8. ANNEX
  9. BIJLAGE
  10. DEEL I Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6 Tabel 7 A Tabel 7 B Tabel 8 Tabel 9 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht Typecertificaten en beperkte typecertificaten (bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Afgeleiden van typecertificaten of beperkte typecertificaten Aanvullende typecertificaten (bedoeld in subdeel E van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Grote wijzigingen en grote reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Kleine wijzigingen en kleine reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het EASA en andere typecertificaten die aanvaardbaar worden geacht krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 (bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als ontwerporganisatie (bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Alternatieve procedures voor erkenning als ontwerporganisatie (bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als productieorganisatie (bedoeld in subdeel G van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als onderhoudsorganisatie (bedoeld in bijlage I, subdeel F, en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining (bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003) Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement (bedoeld in deel M, subdeel G, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003) Aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan deel 145- en deel 147-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten
  11. DEEL II Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht
  12. DEEL III Rechten voor het instellen van beroep
  13. DEEL IV Jaarlijks inflatiepercentage
  14. DEEL V
  15. Toelichting 1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG, en met name artikel 64, lid 1,

Na raadpleging van de raad van beheer van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, hierna het Agentschap genoemd, verkrijgt zijn ontvangsten uit een bijdrage van de Unie en van alle Europese derde landen die partij zijn bij de in artikel 66 van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten, uit de rechten die worden betaald door de aanvragers van de certificaten en goedkeuringen die door het Agentschap worden afgegeven, verlengd of gewijzigd en uit de vergoedingen voor publicaties, behandeling van beroepen, opleiding en alle andere diensten die het Agentschap verricht.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie zijn vergoedingen en rechten vastgesteld die door het Agentschap worden geheven. De tarieven moeten echter worden aangepast om te zorgen voor een evenwicht tussen de kosten van het Agentschap voor bijbehorende certificeringstaken en verleende diensten, en de ontvangsten ter dekking van deze kosten.

(3) De vergoedingen en rechten waarin deze verordening voorziet, moeten op transparante, billijke en uniforme wijze worden vastgesteld.

(4) De door het Agentschap geheven vergoedingen mogen het concurrentievermogen van de betrokken Europese industrietakken niet in het gedrang brengen. Bij de berekening van de vergoedingen moet bovendien rekening worden gehouden met de draagkracht van kleine ondernemingen.

(5) Hoewel de veiligheid van de burgerluchtvaart de hoofdzorg moet zijn, dient het Agentschap bij de uitvoering van zijn taken niettemin ten volle rekening te houden met kostenefficiëntie.

(6) De vestigingsplaats van de ondernemingen op het grondgebied van de lidstaten mag niet tot ongelijke behandeling leiden. Bijgevolg moeten de reiskosten die verband houden met de ten behoeve van dergelijke ondernemingen uitgevoerde certificeringswerkzaamheden worden bijeengevoegd en over de aanvragers verdeeld.

(7) Deze verordening voorziet in de mogelijkheid voor het Agentschap om een vergoeding te vragen voor certificeringswerkzaamheden die niet zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening, maar die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 216/2008 vallen.

(8) De aanvrager moet de mogelijkheid hebben om een prijsopgave te vragen voor het bedrag dat hij waarschijnlijk zal moeten betalen voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst. De criteria op basis waarvan het bedrag wordt vastgesteld, moeten duidelijk, uniform en openbaar zijn. Als het niet mogelijk is dit bedrag van tevoren precies vast te stellen, moet het Agentschap transparante beginselen vaststellen om het voor de certificeringswerkzaamheid of -dienst te betalen bedrag te bepalen.

(9) Er moeten uiterste termijnen worden vastgesteld voor de betaling van de vergoedingen en rechten die krachtens deze verordening worden geheven.

(10) Er moeten passende verhaalmiddelen worden vastgesteld in geval van wanbetaling, zoals het stopzetten van de desbetreffende aanvraagprocessen, het ongeldig verklaren van de bijbehorende goedkeuringen, het stopzetten van de verdere verstrekking van certificeringswerkzaamheden of -diensten aan de aanvrager in kwestie en het invorderen van de uitstaande bedragen met de beschikbare middelen.

(11) Het bedrijfsleven moet een duidelijk beeld hebben van de financiële aspecten en op voorhand weten welke vergoedingen en rechten het zal moeten betalen. Tegelijk is het belangrijk een evenwicht te bewaren tussen de totale uitgaven van het Agentschap voor certificeringswerkzaamheden en -diensten en de totale ontvangsten van het Agentschap uit de vergoedingen en rechten. Overeenkomstig de bepalingen van de financiële kaderregeling, moeten de vergoedingen en rechten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat een tekort of een aanzienlijk overschot wordt vermeden. Het niveau van de vergoedingen en rechten moet dan ook worden herzien als een aanzienlijk tekort of overschot duidelijk wordt op basis van de financiële resultaten en vooruitzichten van het Agentschap.

(12) Vóór elke wijziging van de vergoedingen moeten de belanghebbende partijen worden geraadpleegd. Bovendien moet het Agentschap de belanghebbende partijen regelmatig informatie verstrekken over de wijze en de grondslag waarop de vergoedingen worden berekend. Dergelijke informatie moet de belanghebbende partijen inzicht verschaffen in de kosten en de productiviteit van het Agentschap.

(13) De in deze verordening opgenomen tarieven moeten gebaseerd zijn op de voorspellingen van het Agentschap betreffende zijn werkbelasting en gerelateerde kosten. De herziening van de tarieven dient plaats te vinden volgens een procedure die het mogelijk maakt zonder onnodige vertraging wijzigingen aan te brengen op basis van de ervaring die het Agentschap heeft opgedaan met de toepassing van deze verordening, het permanent toezicht op de hulpmiddelen en werkmethode en de bijbehorende efficiëntiewinst, en de voortdurende beoordeling van de financiële behoeften. In dit verband moet worden opgemerkt dat het Agentschap uiterlijk in januari 2016 wordt verplicht om met de inkomsten uit de vergoedingen en rechten de bijdragen te dekken aan de pensioenregelingen van zijn personeel. De vergoedingen en rechten moeten worden aangepast om deze financiële verplichting te kunnen nakomen.

(14) De kosten die verband houden met de door het Agentschap geleverde diensten op het gebied van luchtverkeersbeheer- en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) moeten in aanmerking komen voor financiering door heffingen die worden opgelegd aan gebruikers van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie.

(15) Het is redelijk dat een beroep tegen een besluit van het Agentschap alleen ontvankelijk is als de vergoedingen voor een dergelijk beroep volledig zijn betaald.

(16) De in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde overeenkomsten moeten de basis vormen voor de beoordeling van de werkbelasting die de certificering van producten van derde landen met zich meebrengt. In beginsel is het proces waarbij het Agentschap certificaten valideert die zijn afgegeven door derde landen waarmee de Unie een passende overeenkomst heeft gesloten, beschreven in deze overeenkomsten en leidt dit proces tot een andere werkbelasting dan die welke vereist is voor de certificeringsactiviteiten van het Agentschap.

(17) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingestelde comité,

(18) Verordening (EG) nr. 593/2007 moet derhalve worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Bij deze verordening wordt vastgesteld voor welke aangelegenheden vergoedingen en rechten verschuldigd zijn, wordt het bedrag van de vergoedingen en rechten bepaald, alsmede de wijze waarop zij moeten worden betaald.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a) vergoedingen de door het Agentschap geheven bedragen die door de aanvragers verschuldigd zijn voor certificeringswerkzaamheden; b) rechten de door het Agentschap geheven bedragen die verschuldigd zijn door de aanvragers van andere diensten van het Agentschap dan certificering of, in geval van een beroep, door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het beroep instelt; c) certificeringswerkzaamheden alle direct of indirect door het Agentschap uitgevoerde activiteiten die noodzakelijk zijn voor de afgifte, verlenging of wijziging van certificaten krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsregels daarvan; d) dienst alle door het Agentschap uitgevoerde activiteiten behalve certificeringswerkzaamheden, met inbegrip van de levering van goederen; e) aanvrager elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die om een door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheid of dienst verzoekt.

Artikel 3 Betaling van de vergoedingen en rechten

1. De vergoedingen en rechten worden uitsluitend in overeenstemming met deze verordening door het Agentschap verlangd en geheven.

2. De lidstaten heffen geen vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden, zelfs niet wanneer zij deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren. Het Agentschap vergoedt de lidstaten voor de certificeringswerkzaamheden die zij voor rekening van het Agentschap uitvoeren.

3. Alle vergoedingen en rechten worden uitgedrukt en betaald in euro.

4. De in de delen I en II van de bijlage vermelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de inflatie, in overeenstemming met de methode die in deel IV van de bijlage is uiteengezet.

5. In afwijking van de vergoedingen waarnaar wordt verwezen in de bijlage kunnen in een bilaterale overeenkomst specifieke bepalingen worden vastgesteld inzake vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van die bilaterale overeenkomst.

Artikel 4 Betaling van de vergoedingen en rechten

1. Het Agentschap stelt de wijze van betaling van de vergoedingen en rechten vast en geeft aan onder welke voorwaarden het Agentschap vergoedingen en heffingen oplegt voor certificeringswerkzaamheden en diensten. Het Agentschap publiceert de voorwaarden op zijn website.

2. De aanvrager moet het volledige verschuldigde bedrag, inclusief eventuele bankkosten, betalen binnen 30 kalenderdagen na de datum waarop de factuur naar de aanvrager is verstuurd.

3. Wanneer de betaling van een factuur niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn is ontvangen, mag het Agentschap rente in rekening brengen voor elke kalenderdag vertraging.

4. Het rentepercentage is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met acht procentpunten.

5. Als het Agentschap over bewijzen beschikt dat de financiële draagkracht van de aanvrager in gevaar is, mag het een aanvraag weigeren, tenzij de aanvrager een bankgarantie of deposito verstrekt.

6. Het Agentschap mag een aanvraag ook weigeren als de aanvrager zijn betalingsverplichtingen ten gevolge van de door het Agentschap verrichte certificeringswerkzaamheden of -diensten niet is nagekomen, tenzij de aanvrager de uitstaande verschuldigde bedragen voor die certificeringswerkzaamheden of -diensten betaalt.

Artikel 5 Reiskosten

1. Als een certificeringswerkzaamheid of -dienst, zoals bedoeld in deel I en deel II, punt 1, van de bijlage, geheel of gedeeltelijk buiten het grondgebied van de lidstaten wordt uitgevoerd, dan betaalt de aanvrager de reiskosten overeenkomstig de formule: dv a h1 e

2. Voor de diensten als bedoeld in deel II, punt 2, betaalt de aanvrager, ongeacht de geografische locatie waar de dienst wordt uitgevoerd, de reiskosten overeenkomstig de formule: dv a h2

3. Voor de toepassing van de formules zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is het volgende van toepassing: d verschuldigde reiskosten; v vervoerskosten; a officiële dagvergoedingen van de Commissie, welke accommodatie, maaltijden, lokaal vervoer op de plaats van bestemming en diverse kosten omvatten; h1 reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 1, van de bijlage; h2 reistijd (uren die door deskundigen besteed zijn aan reizen), betaald tegen het uurtarief dat is uiteengezet in deel II, punt 2, van de bijlage; e gemiddelde reiskosten op het grondgebied van de lidstaten, inclusief de gemiddelde vervoerskosten en de gemiddelde reistijd op het grondgebied van de lidstaten, vermenigvuldigd met het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief. Het wordt jaarlijks herzien en geïndexeerd.

Artikel 6 Prijsopgave

1. De aanvrager kan een prijsopgave voor de te betalen bedragen vragen.

2. Wanneer de aanvrager een prijsopgave of een wijziging ervan vraagt, worden de activiteiten opgeschort tot de prijsopgave door het Agentschap is verstrekt en door de aanvrager is aanvaard.

3. De prijsopgave wordt door het Agentschap aangepast indien blijkt dat de werkzaamheden eenvoudiger of sneller kunnen worden uitgevoerd dan aanvankelijk gepland of, in het tegenovergestelde geval, indien zij complexer zijn en meer tijd in beslag nemen dan het Agentschap redelijkerwijze kon verwachten.

HOOFDSTUK II VERGOEDINGEN

Artikel 7 Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van vergoedingen

1. Het volledige bedrag van de verschuldigde vergoedingen moet worden betaald vóór de certificeringstaak wordt uitgevoerd, tenzij het Agentschap anders beslist na een afweging van de financiële risico’s. Het Agentschap mag de vergoeding in een keer factureren nadat het de aanvraag heeft ontvangen, of bij het begin van de jaarlijkse of de toezichtsperiode.

2. De door de aanvrager voor een bepaalde certificeringswerkzaamheid te betalen vergoeding bestaat uit:

a) een vaste vergoeding, zoals uiteengezet in deel I van de bijlage; of

b) een variabele vergoeding.

3. De in lid 2, onder b), vermelde variabele vergoeding wordt vastgesteld door vermenigvuldiging van het feitelijke aantal gewerkte uren en het in deel II, punt 1, van de bijlage vermelde uurtarief.

4. Bij de toepassing van toekomstige verordeningen in verband met certificeringstaken die door het Agentschap moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 216/2008, mag het Agentschap overeenkomstig deel II, punt 1, van de bijlage vergoedingen heffen voor andere certificeringstaken dan die welke vermeld zijn in de bijlage, tot specifieke bepalingen inzake de relevante vergoedingen kunnen worden opgenomen in deze verordening.

Artikel 8 Betalingstermijnen

1. De in de tabellen 1 tot en met 4 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag en per periode van twaalf maanden. Voor de periode na de eerste twaalf maanden bedragen de vergoedingen 1/365e van de relevante jaarvergoeding per dag.

2. De in tabel 5 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag.

3. De in tabel 6 van deel I van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden.

4. De vergoedingen voor organisaties als bedoeld in de tabellen 7 tot en met 11 van deel I van de bijlage, worden geheven als volgt:

a) vergoedingen voor goedkeuringen worden geheven per aanvraag;

b) toezichtsvergoedingen worden geheven per periode van twaalf maanden;

c) wijzigingen van de organisatie die gevolgen hebben voor de goedkeuring hebben met ingang van de volgende periode van twaalf maanden een herberekening van de verschuldigde toezichtsvergoeding tot gevolg.

Artikel 9 Stopzetting van de aanvraag

1. De aanvraag kan worden verworpen als de verschuldigde vergoedingen voor certificeringswerkzaamheden niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn en nadat het Agentschap overleg heeft gepleegd met de aanvrager.

2. Het saldo van alle verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de vaste vergoeding, moet volledig worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap zijn certificeringswerkzaamheid beëindigt, samen met de reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, in de volgende gevallen:

a) als het Agentschap de aanvraag verwerpt; of

b) als de certificeringswerkzaamheid door het Agentschap moet worden stopgezet omdat de aanvrager:

i) over onvoldoende middelen beschikt;

ii) de toepasselijke voorschriften niet naleeft; of

iii) zijn aanvraag intrekt of zijn project uitstelt.

3. Wanneer het Agentschap op verzoek van de aanvrager eerder stopgezette certificeringstaken opnieuw opneemt, brengt het Agentschap een nieuwe vergoeding in rekening, ongeacht de reeds betaalde vergoedingen voor de stopgezette taken.

Artikel 10 Opschorting of intrekking van het certificaat

1. Indien de verschuldigde vergoedingen niet zijn ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn kan het Agentschap het certificaat schorsen of intrekken, na raadpleging van de aanvrager.

2. Als het Agentschap het certificaat schorst wegens niet-betaling van de jaarvergoeding of toezichtsvergoeding of omdat de aanvrager niet voldoet aan de toepasselijke eisen, blijft de respectieve vergoedingsperiode lopen en moet de aanvrager betalen voor de schorsingssperiode.

3. Indien het Agentschap het certificaat intrekt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald, samen met alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.

Artikel 11 Teruggave of overdracht van certificaten

Indien de certificaathouder het certificaat teruggeeft of overdraagt, moet het saldo van de verschuldigde vergoedingen, berekend op uurbasis voor de lopende periode van twaalf maanden, maar niet meer dan de toepasselijke vaste vergoeding, volledig worden betaald op de datum waarop de teruggave of overdracht van kracht wordt, samen met de reiskosten en alle andere op dat ogenblik verschuldigde bedragen.

Artikel 12 Certificeringswerkzaamheden op uitzonderlijke basis

Om alle kosten te dekken die het Agentschap moet maken om tegemoet te komen aan het bijzondere verzoek van de aanvrager, wordt een buitengewone toeslag op de vergoeding in rekening gebracht indien ten gevolge van het verzoek een certificeringstaak uitzonderlijk als volgt wordt uitgevoerd:

a) door categorieën van personeelsleden in te zetten die het Agentschap volgens de gebruikelijke procedures niet zou inzetten, of

b) door die personeelsleden in te zetten om de taak sneller uit te voeren dan het geval zou zijn volgens de gebruikelijke procedures van het Agentschap.

HOOFDSTUK III RECHTEN

Artikel 13 Rechten

1. Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor diensten die vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de door het Agentschap gespendeerde tijd gefactureerd tegen het in die lijst vermelde uurtarief.

2. Het bedrag van de door het Agentschap geheven rechten voor andere diensten dan die welke vermeld zijn in deel II, punt 1, van de bijlage is gelijk aan de werkelijke kosten van de geleverde dienst. Daartoe wordt de tijd die door het Agentschap wordt gespendeerd aan het verlenen van de dienst gefactureerd tegen het in deel II, punt 2, van de bijlage bedoelde uurtarief.

3. Kosten die het Agentschap heeft gemaakt voor de uitvoering van specifieke diensten die niet naar behoren kunnen worden bepaald en in rekening gebracht volgens het uurtarief worden in rekening gebracht volgens de interne administratieve procedures.

Artikel 14 Tijdstip waarop de rechten worden geheven

Behoudens andersluidende beslissing van het Agentschap, worden de rechten, na een afweging van de financiële risico’s, geheven vóór de dienst wordt verleend.

HOOFDSTUK IV BEROEP

Artikel 15 Behandeling van een beroep

1. Voor de behandeling van een overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EG) nr. 216/2008 ingesteld beroep worden rechten geheven. Het bedrag van de rechten wordt berekend overeenkomstig de methode van deel III van de bijlage. Het beroep is slechts ontvankelijk nadat het recht voor het instellen van het beroep is betaald binnen de in lid 3 bedoelde termijn.

2. Als het beroep wordt ingesteld door een rechtspersoon, moet deze bij het Agentschap een door een daartoe bevoegde ambtenaar ondertekende verklaring indienen, met vermelding van de omzet van de aanvrager. Deze verklaring moet samen met het beroep worden ingediend.

3. Beroepsrechten worden betaald overeenkomstig de door het Agentschap vastgestelde toepasselijke procedure binnen 60 kalenderdagen na de datum waarop het beroep bij het Agentschap is ingediend.

4. Als het beroep in het voordeel van de aanvrager wordt uitgesproken, worden de beroepsrechten onmiddellijk door het Agentschap terugbetaald.

HOOFDSTUK V DE PROCEDURES VAN HET AGENTSCHAP

Artikel 16 Algemene bepalingen

1. Het Agentschap moet bepalen welke ontvangsten en uitgaven zijn toe te schrijven aan certificeringswerkzaamheden en verleende diensten. Om de ontvangsten en uitgaven te kunnen bepalen zoals bedoeld in de eerste alinea:

a) worden de vergoedingen en rechten die het Agentschap heft op een afzonderlijke rekening gestort en in een afzonderlijke boekhouding bijgehouden;

b) stelt het Agentschap een analytische boekhouding op voor de ontvangsten en uitgaven.

2. Aan het begin van elk boekjaar wordt een voorlopige algemene raming van de vergoedingen en rechten opgesteld. Deze raming is gebaseerd op de financiële resultaten die het Agentschap in het verleden heeft geboekt, op een raming van de uitgaven en ontvangsten en op het voorlopige werkprogramma.

3. Indien aan het einde van een boekjaar de totale ontvangsten uit vergoedingen, die bestemmingsontvangsten vormen overeenkomstig artikel 64, lid 5, van Verordening (EG) nr. 216/2008, de totale kosten van de certificeringswerkzaamheden overschrijden, wordt het overschot gebruikt voor het financieren van certificeringstaken overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), van het financieel reglement van het Agentschap.

Artikel 17 Evaluatie en herziening

1. Het Agentschap verstrekt de Commissie, de raad van beheer en het adviesorgaan van de belanghebbende partijen die zijn opgericht overeenkomstig artikel 33, lid 4, van Verordening (EG) nr. 216/2008 jaarlijks informatie over de onderdelen die als basis dienen voor het bepalen van het bedrag van de vergoedingen. Deze informatie omvat met name een kostenspecificatie betreffende vorige en volgende jaren.

2. De bijlage bij deze verordening wordt periodiek opnieuw bekeken door het Agentschap om ervoor te zorgen dat belangrijke informatie met betrekking tot de aannamen waarop de schatting van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap is gebaseerd, wordt weerspiegeld in de vergoedingen of rechten die door het Agentschap worden geheven. Voor zover nodig wordt deze verordening uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding herzien. Wanneer nodig wordt ze gewijzigd, met name rekening houdende met de inkomsten van het Agentschap en de daarmee samenhangende kosten.

3. Het Agentschap raadpleegt het adviesorgaan van de belanghebbende partijen, als bedoeld in lid 1, vóór het advies geeft over een voorgestelde wijziging van de in de bijlage vermelde bedragen. Tijdens deze raadpleging zet het Agentschap de redenen voor de voorgestelde wijziging uiteen.

HOOFDSTUK VI OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 Intrekking

Verordening (EG) nr. 593/2007 wordt ingetrokken.

Artikel 19 Overgangsbepalingen

1. Deze verordening is als volgt van toepassing:

a) de aanvraagkosten die in deel I en deel II van de bijlage zijn uiteengezet, zijn van toepassing op elke aanvraag die is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening;

b) de jaarvergoeding en de toezichtsvergoeding die zijn uiteengezet in de tabellen 1 tot en met 4 en 6 tot en met 12 van deel I van de bijlage zijn van toepassing op alle lopende certificeringstaken vanaf de volgende jaarlijkse termijn na de inwerkingtreding van deze verordening;

c) de uurtarieven die zijn uiteengezet in deel II van de bijlage zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing op alle lopende taken die op uurbasis moeten worden betaald;

d) de indexering als bedoeld in artikel 3, lid 4, vindt plaats op 1 januari van elk jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, met ingang van januari 2015.

2. Onverminderd artikel 18 blijven de bepalingen van Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie en Verordening (EG) nr. 593/2007 van toepassing op alle vergoedingen en rechten die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen, overeenkomstig artikel 20.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 27 maart 2014. Voor de Commissie De voorzitter José Manuel Barroso

ANNEX

BIJLAGE

DEEL I Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Tabel 6 Tabel 7 A Tabel 7 B Tabel 8 Tabel 9 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Werkzaamheden waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht Typecertificaten en beperkte typecertificaten (bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Afgeleiden van typecertificaten of beperkte typecertificaten Aanvullende typecertificaten (bedoeld in subdeel E van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Grote wijzigingen en grote reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Kleine wijzigingen en kleine reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het EASA en andere typecertificaten die aanvaardbaar worden geacht krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 (bedoeld in subdeel B en subdeel O van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als ontwerporganisatie (bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Alternatieve procedures voor erkenning als ontwerporganisatie (bedoeld in subdeel J van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als productieorganisatie (bedoeld in subdeel G van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) Erkenning als onderhoudsorganisatie (bedoeld in bijlage I, subdeel F, en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining (bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003) Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement (bedoeld in deel M, subdeel G, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003) Aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan deel 145- en deel 147-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten

Vaste vergoeding (EUR) Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 1785000 Van 50000 kg tot 150000 kg 1530000 Van 22000 kg tot 50000 kg 510000 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 382500 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 263800 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 13940 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 6970 Lichte sportvliegtuigen 5230 Draagschroefvliegtuigen Groot 464000 Middelgroot 185600 Klein 23240 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 23240 Andere Ballonnen 6970 Luchtschepen grote 38630 Luchtschepen middelgrote 15450 Luchtschepen kleine 7730 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 395000 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 263300 Niet-turbinemotoren 34860 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 17430 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 11910 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 3400 Propeller van klasse CS-22J 1700 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR 8780 Waarde tussen 2000 en 20000 EUR 5020 Waarde van minder dan 2000 EUR 2910 Hulpaggregaten (APU’s) 208800 Vaste vergoeding (EUR) Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 614100 Van 50000 kg tot 150000 kg 368500 Van 22000 kg tot 50000 kg 245600 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 196500 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 93000 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 3250 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 2790 Lichte sportvliegtuigen 2090 Draagschroefvliegtuigen Groot 185600 Middelgroot 116000 Klein 11600 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 6970 Andere Ballonnen 2790 Luchtschepen grote 23200 Luchtschepen middelgrote 9280 Luchtschepen kleine 4640 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 80800 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 69600 Niet-turbinemotoren 11620 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 5810 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 2910 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 890 Propeller van klasse CS-22J 450 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR Waarde tussen 2000 en 20000 EUR Waarde van minder dan 2000 EUR Hulpaggregaten (APU’s) 53900 Vaste vergoeding (EUR) Complex Standaard Eenvoudig Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 60200 12850 3660 Van 50000 kg tot 150000 kg 36130 10280 2880 Van 22000 kg tot 50000 kg 24090 7710 2620 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 14450 5140 2620 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 4420 2030 1020 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 1860 1160 580 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 290 290 290 Lichte sportvliegtuigen 220 220 220 Draagschroefvliegtuigen Groot 46400 6960 2320 Middelgroot 23200 4640 1860 Klein 9280 3480 1160 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 1050 460 290 Andere Ballonnen 990 460 290 Luchtschepen grote 11600 9280 4640 Luchtschepen middelgrote 4640 3710 1860 Luchtschepen kleine 2320 1860 930 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 11600 6960 4640 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 6960 5460 3640 Niet-turbinemotoren 3250 1450 730 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 1630 730 350 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 2320 1160 580 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 1740 870 440 Propeller van klasse CS-22J 870 440 220 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR Waarde tussen 2000 en 20000 EUR Waarde van minder dan 2000 EUR Hulpaggregaten (APU’s) 6960 4640 2320 Vaste vergoeding (EUR) Complex Standaard Eenvoudig Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 50800 9330 3330 Van 50000 kg tot 150000 kg 25420 7000 2140 Van 22000 kg tot 50000 kg 20340 4670 1670 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 12710 2330 1670 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 3490 1630 810 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 1280 580 290 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 290 290 290 Lichte sportvliegtuigen 220 220 220 Draagschroefvliegtuigen Groot 34800 6960 2320 Middelgroot 18560 4640 1620 Klein 7430 3480 930 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 990 460 290 Andere Ballonnen 990 460 290 Luchtschepen grote 9280 6960 4640 Luchtschepen middelgrote 3710 2780 1860 Luchtschepen kleine 1860 1390 930 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 6410 2360 1420 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 3480 1180 710 Niet-turbinemotoren 1510 700 350 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 700 350 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 1250 290 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 940 290 290 Propeller van klasse CS-22J 470 150 150 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR Waarde tussen 2000 en 20000 EUR Waarde van minder dan 2000 EUR Hulpaggregaten (APU’s) 3480 1160 700 Vaste vergoeding (EUR) Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 890 Van 50000 kg tot 150000 kg 890 Van 22000 kg tot 50000 kg 890 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 890 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 290 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 290 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 290 Lichte sportvliegtuigen 220 Draagschroefvliegtuigen Groot 460 Middelgroot 460 Klein 460 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 290 Andere Ballonnen 290 Luchtschepen grote 810 Luchtschepen middelgrote 460 Luchtschepen kleine 460 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 600 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 600 Niet-turbinemotoren 290 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 290 Propeller van klasse CS-22J 150 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR Waarde tussen 2000 en 20000 EUR Waarde van minder dan 2000 EUR Hulpaggregaten (APU’s) 460 Vaste vergoeding (EUR) EU-ontwerp Niet-EU-ontwerp Vliegtuigen met vaste vleugels Meer dan 150000 kg 1078000 385400 Van 50000 kg tot 150000 kg 852900 252600 Van 22000 kg tot 50000 kg 257000 96300 Van 5700 kg tot 22000 kg (inclusief high performance-luchtvaartuigen) 42010 14270 Van 2000 kg tot 5700 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 4650 1630 Tot 2000 kg (met uitzondering van high performance-luchtvaartuigen) 2320 780 Heel lichte vliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen 1050 350 Lichte sportvliegtuigen 780 260 Draagschroefvliegtuigen Groot 105600 33780 Middelgroot 52800 18610 Klein 20880 7710 Heel lichte draagschroefvliegtuigen 3490 1160 Andere Ballonnen 1050 350 Luchtschepen grote 3480 1160 Luchtschepen middelgrote 2320 770 Luchtschepen kleine 1860 620 Voortstuwing Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2000 kW 107100 31870 Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot 25 KN of een opstijgvermogen tot 2000 kW 53550 26650 Niet-turbinemotoren 1160 410 CS-22.H, CS-VLR App. B motoren 580 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa van meer dan 5700 kg 870 290 Propeller voor gebruik op een luchtvaartuig met een maximale opstijgmassa tot 5700 kg 440 150 Propeller van klasse CS-22J 220 70 Onderdelen en uitrustingsstukken Waarde van meer dan 20000 EUR 4500 1500 Waarde tussen 2000 en 20000 EUR 2250 750 Waarde van minder dan 2000 EUR 1130 540 Hulpaggregaten (APU’s) 85000 26000 (in EUR) Erkenningsvergoeding DOA 1 A DOA 1 B DOA 2 A DOA 1 C DOA 2 B DOA 3 A DOA 2 C DOA 3 B DOA 3 C Ingezette medewerkers minder dan 10 13600 10700 8000 5400 4180 10 tot 49 38250 27320 16390 10930 50 tot 399 109300 82000 54600 41830 400 tot 999 218600 163900 136600 115000 1000 tot 2499 437200 2500 tot 5000 655700 Meer dan 5000 3643000 Surveillancevergoeding Ingezette medewerkers minder dan 10 6800 5350 4000 2700 2090 10 tot 49 19130 13660 8200 5460 50 tot 399 54600 40980 27320 21860 400 tot 999 109300 82000 68300 60100 1000 tot 2499 218600 2500 tot 5000 327900 Meer dan 5000 1822000 (in EUR) Categorie Beschrijving Alternatieve procedure voor erkenning als ontwerporganisatie 1 A Typecertificering 7500 1 B Typecertificering — Alleen blijvende luchtwaardigheid 3000 2 A Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen 6000 2 B Aanvullende typecertificaten en/of grote herstellingen — Alleen permanente luchtwaardigheid 2500 3 A ETSOA 6000 3 B ETSOA — Alleen blijvende luchtwaardigheid 3000 (in EUR) Erkenningsvergoeding Surveillancevergoeding Omzet minder dan 1 miljoen EUR 10460 7550 Tussen 1000000 en 4999999 58000 36790 Tussen 5000000 en 9999999 206400 49050 Tussen 10000000 en 49999999 309600 73600 Tussen 50000000 en 99999999 358000 174000 Tussen 100000000 en 499999999 417600 232000 Tussen 500000000 en 999999999 732100 464000 Meer dan 999999999 2784000 2207000 (in EUR) Erkenningsvergoeding Surveillancevergoeding Ingezette medewerkers minder dan 5 3490 2670 Tussen 5 en 9 5810 4650 Tussen 10 en 49 15000 12000 Tussen 50 en 99 24000 24000 Tussen 100 en 499 32080 32080 Tussen 500 en 999 44300 44300 Meer dan 999 62200 62200 Technische classificaties Vaste vergoeding op basis van technische classificatie Vaste vergoeding op basis van technische classificatie A 1 12780 12780 A 2 2910 2910 A 3 5810 5810 A 4 580 580 B 1 5810 5810 B 2 2910 2910 B 3 580 580 C 580 580 Erkenningsvergoeding (EUR) Surveillancevergoeding (EUR) Ingezette medewerkers minder dan 5 3490 2670 Tussen 5 en 9 9880 7670 Tussen 10 en 49 21260 19660 Tussen 50 en 99 41310 32730 Meer dan 99 54400 50000 Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende faciliteit 3330 2500 Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende opleidingscursus 3330 Vergoeding voor de erkenning van opleidingscursussen 3330 Vaste vergoeding (EUR) Erkenningsvergoeding 50000 Surveillancevergoeding 50000 Technische classificaties Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (EUR) — Initiële erkenning Vaste vergoeding op basis van technische classificatie (EUR) — Surveillance A1 = vliegtuigen boven 5,7 ton 12500 12500 A2 = vliegtuigen onder 5,7 ton 6250 6250 A3 = helikopters 6250 6250 A4: alle andere 6250 6250 (in EUR) Nieuwe erkenningen, per aanvraag en per periode van eerste twaalf maanden 1700 Verlengingen van bestaande erkenningen, per periode van twaalf maanden 850

DEEL II Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht

1. Uurtarief Toepasselijk uurtarief (EUR/u) 233 Uurbasis volgens de betrokken werkzaamheden: Productie zonder erkenning Werkelijk aantal uren Alternatieve methoden om de luchtwaardigheidsvoorschriften na te leven Werkelijk aantal uren Ondersteuning van valideringen (aanvaarding van EASA-certificering door buitenlandse overheden) Werkelijk aantal uren Aanvaarding van verslagen van de Maintenance Review Board door het EASA Werkelijk aantal uren Overdracht van certificaten Werkelijk aantal uren Certificaat van erkende opleidingsorganisatie Werkelijk aantal uren Certificaat van luchtvaartgeneeskundig centrum Werkelijk aantal uren Certificaat van ATM-ANS-organisatie Werkelijk aantal uren Certificaat van opleidingsorganisatie voor luchtverkeersleiders Werkelijk aantal uren Operationele gegevens met betrekking tot typecertificaten Wijzigingen van typecertificaten en aanvullende typecertificaten Werkelijk aantal uren Aanvaarding van verslagen van de Operational Evaluation Board door het EASA Werkelijk aantal uren Kwalificatiecertificaat voor vluchtsimulatietrainingstoestellen Werkelijk aantal uren Erkenning van vluchtcondities voor vliegvergunning 3 uur Administratieve heruitreiking van documenten 1 uur Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor CS 25-luchtvaartuigen 6 uur Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor andere luchtvaartuigen 2 uur

2. Uurtarief voor diensten die niet vermeld zijn in punt 1 Toepasselijk uurtarief (EUR/u) 221

DEEL III Rechten voor het instellen van beroep

De rechten voor het instellen van beroep worden als volgt berekend: het vastte recht wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de overeenkomstige rechtencategorie voor de persoon of organisatie in kwestie. Vast recht 10000 EUR Categorie rechten voor natuurlijke personen Coëfficiënt 0,1 Categorie rechten voor rechtspersonen, overeenkomstig de omzet (in EUR) van de organisatie die het beroep instelt Coëfficiënt minder dan 100001 0,25 Tussen 1100001 en 1200000 0,5 Tussen 1200001 en 2500000 0,75 Tussen 2500001 en 5000000 1 Tussen 5000001 en 50000000 2,5 Tussen 50000001 en 500000000 5 Tussen 500000001 en 1000000000 7,5 Meer dan 1000000000 10

DEEL IV Jaarlijks inflatiepercentage

Te gebruiken jaarlijks inflatiepercentage: Eurostat GICP (alle bestanddelen) — EU 27 (2005 = 100) Procentuele wijziging/gemiddelde van twaalf maanden Waarde van het in aanmerking te nemen percentage: Waarde van het percentage drie maanden vóór de toepassing van de indexering

DEEL V

Toelichting 1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.

In deze bijlage opgenomen certificeringsspecificaties (CS) zijn vastgesteld ingevolge artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 216/2008 en bekendgemaakt in de officiële publicatie van het Agentschap in overeenstemming met besluit 2003/8 van EASA van 30 oktober 2003 (www.easa.europa.eu). Grote draagschroefvliegtuigen heeft betrekking op CS 29 en CS 27 cat A; kleine draagschroefvliegtuigenheeft betrekking op CS 27 met maximaal startgewicht (MTOW) minder dan 3175 kg en beperkt tot 4 zitplaatsen, inclusief piloot; middelgrote draagschroefvliegtuigen heeft betrekking op andere CS 27. In de tabellen 1, 2 en 6 van deel I verwijzen de waarden van de onderdelen en uitrustingsstukken naar de relevante catalogusprijzen van de fabrikant. De MSG van de initiële typecertificaten, en nadien de meerderheid (meer dan 50 %) van de betreffende modellen waarop dit typecertificaat betrekking heeft, bepaalt welk MSG categorie van toepassing is. Luchtvaartuigen met hoge prestaties in de gewichtscategorie tot 5700 kg [12500 lbs] zijn vliegtuigen met een Mmo van meer dan 0,6 en/of een maximumvlieghoogte van meer dan 25000 ft. Ze worden in rekening gebracht zoals gedefinieerd in de categorieën meer dan 5700 kg [12500 lbs] tot 22000 kg. Onder afgeleide wordt verstaan: een gewijzigd typecertificaat zoals gedefinieerd en toegepast door de houder van het typecertificaat. In de tabellen 3 en 4 van deel I verwijzen Eenvoudig, Standaard en Complex naar het volgende: Eenvoudig Standaard Complex Aanvullend typecertificaat (EASA) (STC) Grote ontwerpwijzigingen (EASA) Grote reparaties (EASA) STC, grote ontwerpwijziging of reparatie waarbij enkel actuele en beproefde rechtvaardigingsmethoden worden gevolgd, waarvoor bij de aanvraag een compleet pakket gegevens (beschrijving, conformiteitschecklist en -documenten) kan worden overgelegd, waarvoor de aanvrager ervaring heeft aangetoond, en die door de projectcertificeringsbeheerder alleen of met beperkte hulp van één specialist kan worden beoordeeld. Alle andere STC’s, grote ontwerpwijzigingen of reparaties Belangrijk STC of grote ontwerpwijziging. Krachtens een bilaterale regeling gevalideerd aanvullend typecertificaat Fundamenteel Niet-fundamenteel Niet-fundamenteel aanvullend typecertificaat wanneer de certificeringsautoriteit de wijziging als significant heeft geclassificeerd Krachtens een bilaterale regeling gevalideerde grote ontwerpwijziging Grote ontwerpwijzigingen van niveau 2 wanneer niet automatisch aanvaard Niveau 1 Grote ontwerpwijziging van niveau 1 wanneer de certificeringsautoriteit de wijziging als significant heeft geclassificeerd Krachtens een bilaterale regeling gevalideerde grote reparatie n.v.t. (automatische aanvaarding) Reparaties aan kritieke onderdelen n.v.t. In tabel 7 A van deel I worden ontwerporganisaties als volgt gecategoriseerd: Werkingssfeer van de overeenkomst betreffende de ontwerporganisatie (DOA) Groep A Groep B Groep C DOA 1 Houders van typecertificaten Zeer complex/groot Complex/klein-middelgroot Minder complex/zeer klein DOA 2 STC/wijzigingen/reparaties Onbeperkt Beperkt (technische gebieden) Beperkt (vliegtuiggrootte) DOA 3 Kleine wijzigingen/reparaties In de tabellen 7, 9 en 10 van deel I wordt rekening gehouden met het aantal personeelsleden in verband met activiteiten die onder de werkingssfeer van de overeenkomst vallen. Certificering van producten overeenkomstig specifieke luchtwaardigheidsspecificaties, de bijbehorende wijzigingen en reparaties en de permanente luchtwaardigheid daarvan, worden in rekening gebracht als omschreven in de tabellen 1 tot en met 6. Op zichzelf staande herzieningen en/of wijzigingen van het vlieghandboek worden in rekening gebracht als een wijziging van het overeenkomstige product. Onder kleine luchtschepen wordt verstaan: Onder middelgrote luchtschepen wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 2000 m3 tot 15000 m3; Onder grote luchtschepen wordt verstaan: gasluchtschepen met een volume van meer dan 15000 m3.

alle warmelucht-luchtschepen, ongeacht hun omvang,

gasluchtschepen begrensd tot een volume van 2000 m3;

Versions

  1. 2014-03-27