Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/164 van de Commissie van 2 februari 2015 houdende een afwijking van de in Besluit 2013/755/EU van de Raad vastgestelde oorsprongsregels wat betreft ruwe rietsuiker uit Curaçao
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2015/164@2015-02-02/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit), en met name artikel 16, lid 1, onder c), van bijlage VI,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder g), j) en k), van bijlage VI bij Besluit 2013/755/EU worden het geheel of gedeeltelijk vermalen van suiker, het zeven en het verpakken in zakken als be- of verwerkingen beschouwd die ontoereikend zijn om de oorsprong te verlenen.
(2) In 2002 heeft Nederland verzocht om een afwijking van de regel van oorsprong voor een jaarlijkse hoeveelheid van 3000 ton op de Nederlandse Antillen verwerkte suikerproducten die zijn ingedeeld onder de GN-codes 17011190, 17019910 en 17019100. Dat verzoek werd toegestaan en deze afwijking is op 31 december 2007 verstreken.
(3) In 2009 heeft Nederland om verlenging van de in 2002 toegestane afwijking verzocht en om een nieuwe afwijking verzocht. Het verzoek om verlenging werd bij Beschikking 2009/699/EG van de Commissie afgewezen, terwijl het verzoek om een nieuwe afwijking, tot de hoeveelheden waarvoor in 2009 en 2010 aan de Nederlandse Antillen invoervergunningen voor suiker waren verleend, werd toegestaan.
(4) In 2010 verzocht Nederland voor de periode van 2011 tot en met 2013 om een nieuwe afwijking voor op de Nederlandse Antillen verwerkte suikerproducten. Bij Besluit 2011/47/EU van de Commissie werd de afwijking overeenkomstig artikel 37, leden 1, 3 en 7, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG van de Raad toegestaan, onder bepaalde voorwaarden die zijn bedoeld om de legitieme belangen van de bedrijven in de LGO te verzoenen met de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker van de Unie.
(5) Op 11 februari 2013 heeft Nederland namens de regering van Curaçao verzocht om voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 (de einddatum van Besluit 2001/822/EG) opnieuw te mogen afwijken van de oorsprongsregels in bijlage III bij Besluit 2001/822/EG. Het verzoek betrof een totale jaarlijkse hoeveelheid van 5500 ton suikerproducten van GN-code 17011490, omschreven als biosuiker, van oorsprong uit derde landen en verwerkt op Curaçao om naar de Unie te worden uitgevoerd. Dit verzoek werd op 17 april 2013 officieel ingetrokken door Nederland omdat de in het verzoek beschreven verwerkende activiteiten niet langer werden uitgevoerd op de Nederlandse Antillen. Op 17 april 2013 heeft Nederland voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 een tweede verzoek om een afwijking ingediend voor 5000 ton suikerproducten, omschreven als biologische ruwe rietsuiker van GN-code 17011490. Dit verzoek werd bij Uitvoeringsbesluit 2013/460/EU van de Commissie afgewezen.
(6) Op 23 juni 2014 heeft de regering van Curaçao voor de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2018 een verzoek om een afwijking ingediend voor een jaarlijkse hoeveelheid van 7000 ton suikerproducten, omschreven als biologische ruwe rietsuiker, traditionele ruwe rietsuiker van GN-code 170113 en suikermengsels van GN-codes 170199, 180610 en 210690. Op 1 september 2014 heeft de regering van Curaçao aanvullende informatie met betrekking tot haar verzoek ingediend, waarin zij onder meer aangaf dat zij de afwijking aanvroeg voor de periode van 1 oktober 2014 tot 1 januari 2020.
(7) Curaçao heeft verklaard dat de industrie met ingang van 1 januari 2014 haar suikerverwerkende activiteiten heeft stopgezet, aangezien het in Besluit 2013/755/EU niet mogelijk is rechtenvrij te exporteren naar de Unie omdat de verwerkende activiteiten van de industrie ontoereikend worden geacht om de oorsprong te verlenen. De industrie is echter bereid te investeren in de verwerking, verpakking en groothandel in droge biologische producten voor de uitvoer in de regio zodra de noodzakelijke winst om deze investeringen te financieren is gegenereerd. Het doel is om in de tweede helft van 2015 met deze nieuwe activiteiten te beginnen. Als gevolg van deze nieuwe activiteiten verwacht de industrie het aantal arbeidsplaatsen uit te breiden.
(8) Volgens de van Curaçao ontvangen informatie kan er met de uitvoer naar de Unie van 2000 ton op Curaçao vermaalde biologische suiker uit derde landen tegen de huidige marktprijs een nettowinst na belastingen van 25,42 EUR per ton worden gerealiseerd, op voorwaarde dat de suiker in het kader van een preferentiële behandeling kan worden ingevoerd als suiker van oorsprong uit Curaçao.
(9) De productiekosten voor rietsuiker in Brazilië, inclusief de administratieve kosten, bedragen 294 EUR per ton ruwe rietsuiker. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de aan de Commissie doorgegeven kosten voor het schoonmaken, vermalen en verpakken van biologische rietsuiker op Curaçao hoger zouden zijn dan 294 EUR per ton, zelfs als de vervoerskosten naar de EU zijn meegerekend. In plaats daarvan moet worden aangenomen dat deze kosten andere overheadkosten en baten bevatten. Om een duurzame economische activiteit te waarborgen, moeten de productiekosten op Curaçao (waar alleen een eenvoudige verwerking wordt uitgevoerd), inclusief de vervoerskosten naar de Unie lager of gelijk zijn aan de kosten voor het oogsten en verwerken van rietsuiker in Brazilië. Daarom kan er, indien 294 EUR per ton als realistische productiekosten voor het schoonmaken, vermalen en verpakken van biologische ruwe rietsuiker op Curaçao en het vervoer naar de EU worden beschouwd, een nettowinst na belastingen van 192 EUR per ton worden gerealiseerd. Het genereren van een winst van slechts 25,42 EUR per ton voor rietsuiker die op Curaçao is verkregen na het vermalen van suiker uit derde landen, terwijl rechtenvrije toegang tot de Unie wordt verleend alsook vrijstelling van betaling van 419 EUR per ton aan invoerrechten voor suiker uit derde landen, wordt als onevenredig beschouwd.
(10) De afwijking wordt gevraagd voor 7000 ton suikerproducten, omschreven als biologische rietsuiker, traditionele rietsuiker en mengsels van suiker. In het verzoek wordt echter geen melding gemaakt van de prijs van de voor de productie van deze suikermengsels benodigde pectine, caseïne, poedermelk en cacaopoeder, die nodig is om te kunnen berekenen welke winst kan worden gerealiseerd. De afwijking moet daarom alleen voor biologische ruwe rietsuiker en traditionele ruwe rietsuiker worden toegestaan.
(11) Curaçao verklaart dat de industrie dankzij de afwijking haar activiteiten opnieuw zou kunnen opstarten en weer werkgelegenheid zou kunnen creëren, wat de uitvoer zou ondersteunen en deviezen zou genereren. De industrie draagt ook bij aan de overheidsinkomsten door aan haar fiscale verplichtingen te voldoen.
(12) In de periode 2009 tot en met 2013 kwam Curaçao in aanmerking voor op grond van Besluit 2001/822/EG toegestane afwijkingen, die de noodzakelijke omzet moesten helpen te genereren om te investeren in diversificatie in de richting van producten waarvoor geen afwijking van de oorsprongsregels is vereist. Uit de ontvangen informatie blijkt echter dat er in 2009 zeer weinig investeringen waren en tussen 2010 en 2012 geen enkele investering werd gedaan. Deze afwijkingen hebben daarom slechts bijgedragen aan het behoud van de vermalings- en verpakkingsactiviteiten en hebben niet duurzaam bijgedragen aan de ontwikkeling van een bestaande industrie of de vestiging van een nieuwe industrie. Daarom is het noodzakelijk om aan het eind van de geldigheidsduur van de afwijking na te gaan of de door de afwijking gegenereerde winst daadwerkelijk is geïnvesteerd in nieuwe machines voor de productie van droge biologische producten en in welke mate zij heeft bijgedragen aan het scheppen van nieuwe banen. Om die reden dient de regering van Curaçao de Unie ter controle geverifieerde stukken over te leggen die de gerealiseerde investeringen en de werkgelegenheidscijfers staven.
(13) De Commissie beschouwt een nettowinst na belastingen van 192 EUR per ton als een realistische winst voor het schoonmaken, vermalen en verpakken van biologische ruwe rietsuiker op Curaçao. Het moet dan ook mogelijk zijn om de beoogde investeringen van 300000 EUR, die de regering van Curaçao heeft aangekondigd, via de productie van 1560 ton ruwe rietsuiker te financieren. De afwijking dient dus te worden toegestaan voor een hoeveelheid van 780 ton voor de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2016 en een hoeveelheid van 780 ton voor de periode van 1 april 2016 tot en met 31 maart 2017.
(14) De Commissie heeft Curaçao bij brief van 21 november 2014 verzocht kennis te nemen van haar beoordeling van het verzoek en zijn standpunten mee te delen. De uiterste datum voor het antwoord was 3 december 2014. Op 3 december 2014 werd een antwoord van Curaçao ontvangen.
(15) Wanneer deze voorwaarden in acht worden genomen, is de afwijking niet van dien aard dat een economische sector of een gevestigde industrie in de Unie daardoor ernstige schade lijdt.
(16) Bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie zijn de regels voor het beheer van tariefcontingenten vastgesteld. Deze regels dienen van toepassing te zijn op het beheer van de hoeveelheid waarvoor de betrokken afwijking wordt toegestaan.
(17) Het Comité douanewetboek heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In afwijking van bijlage VI bij Besluit 2013/755/EU wordt ruwe rietsuiker van GN-code ex170113 die is verkregen door het vermalen van niet van oorsprong zijnde ruwe rietsuiker op Curaçao, beschouwd als van oorsprong uit Curaçao overeenkomstig de voorwaarden in de artikelen 2 tot en met 5 van dit besluit.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde afwijking geldt voor de in de bijlage vermelde hoeveelheden die in de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2017 uit Curaçao in de Unie worden ingevoerd.
Artikel 3
De artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93 betreffende het beheer van tariefcontingenten zijn van toepassing op het beheer van de in de bijlage vermelde hoeveelheden.
Artikel 4
1. De douaneautoriteiten van Curaçao nemen de nodige maatregelen om kwantitatieve controles te kunnen verrichten bij de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten.
2. Voor het eind van de maand die volgt op elk kwartaal, doen de bevoegde autoriteiten van Curaçao de Commissie een kwartaaloverzicht toekomen van de hoeveelheden waarvoor krachtens dit besluit certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 zijn afgegeven, en van de volgnummers van die certificaten.
3. De certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 die op grond van dit besluit worden afgegeven, bevatten een van de volgende vermeldingen:
Derogation — [Commission Implementing Decision (EU) 2015/164]
Dérogation — [Décision d'exécution (UE) 2015/164 de la Commission].
Artikel 5
De regering van Curaçao legt de Commissie vóór 1 oktober 2016 stukken over waarin wordt aangetoond dat de winst die de industrie op grond van de afwijking genereert, daadwerkelijk wordt gebruikt voor investeringen in nieuwe machines voor de productie van droge biologische producten en daadwerkelijk bijdraagt aan het scheppen van nieuwe banen.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 2 februari 2015. Voor de Commissie De voorzitter Jean-Claude Juncker
ANNEX
BIJLAGE
Volgnr. GN-code Omschrijving Periode Hoeveelheid 09.1960 170113 Ruwe rietsuiker 1.4.2015 t/m 31.3.2016 1.4.2016 t/m 31.3.2017 780 ton 780 ton