Gelex

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1693 van de Commissie van 9 oktober 2019 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China

In forceVersion 2019-10-09from 2019-10-11
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2019/1693@2019-10-09/nl

Contents
  1. Preamble
  2. (150) Tabel 1 ———————————————————————————
  3. (194) Tabel 2 Verbruik in de Unie
  4. (198) Tabel 3 Omvang van de invoer en marktaandeel
  5. (201) Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/kilo)
  6. (210) Tabel 5 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
  7. (212) Tabel 6 Verkoophoeveelheden en marktaandeel
  8. (215) Tabel 7 Werkgelegenheid en productiviteit
  9. (219) Tabel 8 Gemiddelde verkoopprijzen in de Unie (EUR)
  10. (221) Tabel 9 Gemiddelde arbeidskosten per werknemer (EUR)
  11. (223) Tabel 10 Voorraden
  12. (226) Tabel 11 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
  13. (239) Tabel 12 Invoer uit derde landen
  14. (244) Tabel 13 Uitvoerprestaties van de producenten in de Unie
  15. (248) Tabel 14 Gemiddelde kostprijs van opgerold warmgewalst staal voor de productie van één wiel
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3
  16. ANNEX
  17. BIJLAGE I Niet in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producenten-exporteurs

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie, en met name artikel 7,

Na raadpleging van de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt: PROCEDURE Opening van het onderzoek

(1) Op 15 februari 2019 heeft de Europese Commissie (de Commissie) op grond van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/1036 (de basisverordening) een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van stalen wielen (SW) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (de VRC of het betrokken land). De Commissie heeft daartoe een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (bericht van inleiding).

(2) De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een klacht die op 3 januari 2019 werd ingediend door de Association of European Wheel Manufacturers (EUWA of de klager) namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van stalen wielen vertegenwoordigen. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om de opening van een onderzoek te rechtvaardigen.

(3) Naar aanleiding van het bericht van inleiding heeft de Commissie een aantal vragen en opmerkingen met betrekking tot de omschrijving van het betrokken product ontvangen. Daarop heeft de Commissie de productomschrijving verduidelijkt in het bericht tot wijziging van het bericht van inleiding.

(4) Op grond van artikel 14, lid 5 bis, van de basisverordening moet de Commissie de aan een antidumpingonderzoek onderworpen invoer registeren gedurende de periode van voorafgaande kennisgeving, tenzij zij over voldoende bewijs beschikt dat niet aan bepaalde vereisten is voldaan. Eén van deze vereisten, als vermeld in artikel 10, lid 4, van de basisverordening, behelst dat er sprake moet zijn van een aanzienlijke toename van invoer naast de invoer die in het onderzoektijdvak schade heeft veroorzaakt. Volgens de beschikbare gegevens van Eurostat is de invoer in kilogram van SW uit de VRC in de eerste vier maanden na de opening van het onderzoek (d.w.z. van maart 2019 tot en met juni 2019) met 72 % gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2018 en met 74 % ten opzichte van het viermaandsgemiddelde in het onderzoektijdvak (2018 — zie overweging 23)). De Commissie merkt voorts op dat de daling van de omvang van de invoer van het betrokken product volgens de Surveillance 2 gegevensbank vergelijkbaar sterk is. Derhalve heeft de Commissie de invoer van het betrokken product niet aan registratie onderworpen overeenkomstig artikel 14, lid 5 bis, van de basisverordening, aangezien niet was voldaan aan de tweede materiële voorwaarde van artikel 10, lid 4, namelijk een aanzienlijke toename van de invoer.

Belanghebbenden

(5) In het bericht van inleiding werden de belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de klager, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van de VRC alsmede de haar bekende importeurs en gebruikers specifiek in kennis gesteld van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd mee te werken.

(6) De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het onderzoek en te verzoeken om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

Samenstelling van steekproef

(7) In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

Steekproef van producenten in de Unie

(8) In het bericht van inleiding heeft de Commissie aangegeven dat zij had besloten haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie te beperken door gebruik te maken van een steekproef en dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie heeft de steekproef samengesteld op basis van de informatie waarover zij beschikte in de fase van de opening van het onderzoek. Haar steekproefsamenstelling was gebaseerd op de omvang van de productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie in het onderzoektijdvak. Deze steekproef bestond uit drie producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, die in drie verschillende lidstaten gevestigd zijn, vertegenwoordigden meer dan 35 % van de geschatte totale EU-productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd om opmerkingen over de voorlopige steekproef in te dienen. Alleen EUWA heeft opmerkingen ingediend en verzocht om opname van een extra onderneming teneinde de representativiteit van de steekproef te verbeteren. Naar aanleiding van deze opmerkingen heeft de Commissie besloten om één onderneming toe te voegen. Die producent in de Unie heeft echter geweigerd aan het onderzoek mee te werken. De voorlopige steekproef, bestaande uit drie producenten in de Unie, werd bijgevolg bevestigd. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie.

(9) De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en andere producenten in de Unie die aan dit onderzoek meewerkten, hebben de Commissie op grond van artikel 19 van de basisverordening verzocht gedurende de procedure hun identiteit geheim te houden, uit vrees voor vergeldingsacties door sommige van hun afnemers. De Commissie heeft er op grond van in het verzoek aangevoerde valide redenen mee ingestemd dat de producenten in de Unie anoniem blijven.

Steekproef van importeurs

(10) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken.

(11) De gevraagde informatie werd door twee niet-verbonden importeurs verstrekt. Gelet op het lage aantal heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was.

Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(12) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te samen te stellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, te achterhalen en/of contact met hen op te nemen.

(13) Zevenentwintig ondernemingen uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie heeft vastgesteld dat twintig producenten-exporteurs/groepen van producenten-exporteurs in aanmerking kwamen voor de steekproef. Zeven producenten gaven aan het betrokken product in het onderzoektijdvak niet naar de Unie te hebben uitgevoerd en werden daarom niet voor de steekproef in aanmerking genomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef samengesteld van drie ondernemingen die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs konden worden onderzocht. De steekproef werd samengesteld op basis van de grootste uitvoerhoeveelheid naar de Unie, maar er is ook op toegezien dat alle soorten SW (SW voor personenauto’s en voor bedrijfsvoertuigen) in de steekproef werden opgenomen.

(14) Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle de Commissie bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. Er zijn geen opmerkingen ontvangen.

(15) Later heeft één van de in de steekproef opgenomen ondernemingen geweigerd medewerking te verlenen, waarna deze werd vervangen door de volgende grootste producent-exporteur.

(16) Gezien de ernstige tekortkomingen in de informatie die door één van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs was verstrekt, heeft de Commissie na het controlebezoek besloten deze informatie buiten beschouwing te laten op grond van artikel 18, lid 1, van de basisverordening.

(17) Voorts had het onderhavige onderzoek, wegens de uitsluiting van bepaalde productsoorten van de reikwijdte ervan zoals uiteengezet in punt 2.3, niet langer betrekking op één van de in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs.

(18) Bijgevolg werd de steekproef gereduceerd tot slechts één onderneming, die in het onderzoektijdvak ongeveer 20 % van de Chinese uitvoer van het betrokken product naar de Unie vertegenwoordigde. Gelet op het gebrek aan medewerking met betrekking tot de steekproef en het gebrek aan tijd om een nieuwe steekproef samen te stellen, heeft de Commissie op grond van artikel 17, lid 4, van de basisverordening voorlopig besloten de bepalingen ter zake van artikel 18 van de basisverordening toe te passen.

Individueel onderzoek

(19) Oorspronkelijk hebben tien van de producenten-exporteurs die het steekproefformulier hadden ingevuld, verzocht om een individueel onderzoek overeenkomstig artikel 17, lid 3, van de basisverordening. De Commissie heeft de vragenlijst op de dag van de opening van het onderzoek online beschikbaar gesteld. Voorts heeft de Commissie bij de aankondiging van de steekproef de producenten-exporteurs die niet in de steekproef waren opgenomen, ervan in kennis gesteld dat zij de vragenlijst moesten beantwoorden indien zij voorwerp van een individueel onderzoek wilden zijn. Geen van de ondernemingen heeft daarna echter antwoorden op de vragenlijst ingediend. Derhalve is er geen verzoek om individueel onderzoek ingewilligd.

Antwoorden op de vragenlijsten en controlebezoeken

(20) De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (Chinese overheid) een vragenlijst toegezonden over het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening. De vragenlijsten voor de producenten in de Unie, importeurs, gebruikers en producenten-exporteurs zijn op de dag van de inleiding van de procedure online ter beschikking gesteld.

(21) De vragenlijst is ingevuld teruggestuurd door de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de drie in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs. Eén niet-verbonden importeur heeft de vragenlijst ingevuld aan de Commissie toegezonden, maar dat antwoord was onvolledig en deze partij heeft haar medewerking stopgezet toen zij werd verzocht haar antwoorden op de vragenlijst te vervolledigen. Van de Chinese overheid is geen antwoord ontvangen.

(22) De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, daardoor veroorzaakte schade en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende partijen: producenten in de Unie: vereniging van producenten in de Unie: producenten-exporteurs in de VRC:

Onderneming C, Europese Unie;

Onderneming E, Europese Unie;

Onderneming H, Europese Unie.

EUWA, Brussel, België;

Hangtong Group:

Zhejiang Hangtong Machinery Manufacture Co., Ltd (producent), Taizhou, China;

Ningbo Hi-Tech Zone Tongcheng Auto Parts Co., Ltd (handelaar), Ningbo, China;

Ningbo Wheelsky Company Limited (offshorehandelaar), Ningbo, China;

Xingmin Group:

Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd(producent-exporteur), Longkou, China;

Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd (producent), Tangshan, China;

Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd (producent), Xianning, China.

Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode

(23) Het onderzoek naar dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 (het onderzoektijdvak). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2015 tot het einde van het onderzoektijdvak (de beoordelingsperiode).

Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(24) Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening, achtte de Commissie het passend om het onderzoek te openen uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(25) Om de nodige gegevens te verzamelen voor de uiteindelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van inleiding alle producenten-exporteurs in het betrokken land verzocht de in bijlage III bij het bericht van inleiding gevraagde informatie met betrekking tot de voor de productie van SW gebruikte basisproducten te verstrekken. Drieëntwintig producenten-exporteurs hebben de relevante informatie verstrekt.

(26) Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening nodig achtte, heeft de Commissie ook aan de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Van de Chinese overheid is geen antwoord ontvangen. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen.

(27) In het bericht van inleiding heeft de Commissie tevens alle belanghebbenden verzocht om binnen 37 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie te verstrekken en ondersteunend bewijs in te dienen met betrekking tot de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Eén producent-exporteur heeft opmerkingen gemaakt over het bestaan van verstoringen van betekenis.

(28) In het bericht van inleiding heeft de Commissie tevens aangegeven dat zij, gezien het beschikbare bewijs, mogelijk een geschikt representatief land zou moeten selecteren overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening teneinde de normale waarde op basis van niet-verstoorde prijzen of benchmarks vast te stellen.

(29) Op 6 maart 2019 heeft de Commissie een eerste mededeling in het dossier (de mededeling van 6 maart 2019) bekendgemaakt, waarin de belanghebbenden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder e), tweede streepje, van de basisverordening werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken over de relevante bronnen die de Commissie zou kunnen gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, energie en arbeid die bij de productie van het betrokken product door de producenten-exporteurs worden gebruikt. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks mogelijke representatieve landen aangewezen (te weten Argentinië, Brazilië, Colombia, Maleisië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika, Thailand en Turkije).

(30) De Commissie heeft alle belanghebbenden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft opmerkingen ontvangen van één producent-exporteur en van de klager. De Chinese overheid heeft geen opmerkingen ingediend.

(31) De Commissie heeft de opmerkingen die zij had ontvangen over de mededeling van 6 maart 2019 behandeld in een tweede mededeling, van 16 april 2019, over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde (de mededeling van 16 april 2019). De Commissie heeft ook de lijst van productiefactoren opgesteld en geconcludeerd dat Brazilië in dat stadium het meest geschikte representatieve land was in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening. In dat stadium kon nog geen definitieve lijst worden vastgesteld van de GS-codes waaronder de productiefactoren moeten worden ingedeeld. Aangezien er onder sommige mogelijke GS-codes geen invoer naar Brazilië heeft plaatsgevonden, heeft de Commissie in dat stadium geconcludeerd dat Turkije en Zuid-Afrika zo nodig ook als geschikt representatief land konden worden beschouwd. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hierover opmerkingen te maken. De Commissie heeft alleen opmerkingen ontvangen van de klager. In deze verordening wordt ingegaan op die opmerkingen.

BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT Betrokken product

(32) Het betrokken product, zoals gewijzigd bij het in overweging 3 bedoelde bericht, is stalen wielen, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, bestemd voor: van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex87087010, ex87087099 en ex87169090 (Taric-codes 8708701080, 8708701085, 8708709920, 8708709980, 8716909095 en 8716909097) (het betrokken product).

aanhangwagentrekkers,

motorvoertuigen voor het vervoer van personen en/of het vervoer van goederen,

automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld brandweerauto’s, sproeiauto’s),

aanhangwagens, opleggers, caravans en soortgelijke voertuigen zonder eigen beweegkracht,

(33) De volgende producten blijven buiten beschouwing:

stalen wielen bestemd voor de industriële montage van motoculteurs, momenteel ingedeeld onder onderverdeling 870110,

wielen voor quads voor gebruik op de weg,

stervormige delen van wielen, uit één stuk gegoten, van staal,

wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtrekkers, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein).

Soortgelijk product

(34) Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het betrokken product;

het product dat wordt geproduceerd en verkocht op de binnenlandse markt van de VRC;

het product dat wordt geproduceerd en verkocht op de binnenlandse markt van Brazilië, dat als representatief land in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening diende, en

het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie geproduceerde en verkochte product.

(35) De Commissie heeft in dit stadium beslist dat die producten derhalve soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

Argumenten betreffende de productomschrijving

(36) Eén van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs heeft aangevoerd dat stalen wielen die specifiek zijn ontworpen voor aanhangers voor personenauto’s en caravans, die zijn ingedeeld onder GN-code 87169090 met een velgdiameter van maximaal 16 inch, moeten worden uitgesloten van de productomschrijving omdat zij niet worden geproduceerd in de Unie en niet dezelfde technische basiskenmerken hebben als alle andere producten die binnen de productomschrijving vallen.

(37) Met betrekking tot de technische kenmerken heeft de onderneming in kwestie aangevoerd dat de specificaties voor wielen van aanhangwagens voor personenauto’s en caravans, met name wat betreft sterkte (en dus ook tests), minder streng zijn dan voor wielen van personenauto’s. Bovendien moeten zij voldoen aan bijzondere specificaties in verband met de hogere belasting- en de lagere snelheidsvereisten van dergelijke wielen om in de Unie te kunnen worden verkocht. Dat zou ook betekenen dat een stalen wiel voor een door een personenauto getrokken caravan of aanhangwagen niet legaal kan worden verkocht en gebruikt als stalen wiel voor een personenauto. De onderneming heeft er tevens op gewezen dat stalen wielen voor door personenauto’s getrokken caravans of aanhangwagens moeten worden ingedeeld onder GN-code 87169090, terwijl stalen wielen voor personenauto’s moeten worden ingedeeld onder post 8708.

(38) In de loop van het onderzoek heeft de Commissie bovendien opmerkingen ontvangen met betrekking tot de mogelijke uitsluiting van het onderzoek van wielen voor landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers, waarvan is vastgesteld dat zij een velgdiameter van maximaal 16 inch hebben. In het bericht van inleiding worden uitdrukkelijk uitgesloten wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtrekkers, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein). Stalen wielen voor voertuigen zonder eigen beweegkracht, zoals landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers, vielen oorspronkelijk echter wel binnen de productomschrijving. Volgens de onderneming hebben dergelijke wielen, net als stalen wielen voor door personenauto’s getrokken caravans en aanhangwagens, eveneens andere technische kenmerken en zijn zij niet uitwisselbaar met de andere producten die binnen de productomschrijving vallen.

(39) Op 24 juni 2019 heeft de Commissie een mededeling in het dossier bekendgemaakt waarin alle belanghebbenden werd verzocht opmerkingen in te dienen over de bovenstaande argumenten betreffende de productomschrijving. De klager, drie producenten-exporteurs en een importeur in de Unie hebben opmerkingen over de bovenstaande mededeling ingediend. Al deze partijen hebben zich aangesloten bij het in de overwegingen 36 en 38 samengevatte argument inzake productuitsluiting.

Conclusie inzake het betrokken product

(40) Het onderzoek heeft uitgewezen dat de in de overwegingen 36 en 38 genoemde wielen een beperkte diameter van maximaal 16 inch hebben en andere technische kenmerken hebben dan de andere soorten wielen in de productomschrijving, aangezien zij niet kunnen worden gemonteerd op de motorvoertuigen zelf en daar ook niet voor bestemd zijn. Derhalve heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat deze producten moeten worden uitgesloten.

(41) Naar aanleiding van de in overweging 40 beschreven uitsluiting wordt één van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, die enkel de uitgesloten productsoorten produceerde en naar de Unie uitvoerde, niet langer als een producent-exporteur van het betrokken product beschouwd.

(42) Derhalve wordt het betrokken product voorlopig gedefinieerd als stalen wielen, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, bestemd voor: van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex87087010, ex87087099 en ex87169090 (Taric-codes 8708701080, 8708701085, 8708709920, 8708709980, 8716909095 en 8716909097) (het betrokken product). De volgende producten blijven buiten beschouwing:

aanhangwagentrekkers,

motorvoertuigen voor het vervoer van personen en/of het vervoer van goederen,

automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld brandweerauto’s, sproeiauto’s),

aanhangwagens of opleggers, zonder eigen beweegkracht, van aanhangwagentrekkers

stalen wielen bestemd voor de industriële montage van motoculteurs, momenteel ingedeeld onder onderverdeling 870110,

wielen voor quads voor gebruik op de weg,

stervormige delen van wielen, uit één stuk gegoten, van staal,

wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtrekkers, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein),

wielen voor aanhangwagens voor personenauto’s, caravans, landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers, met een velgdiameter van maximaal 16 inch.

DUMPING Voorafgaande opmerkingen

(43) Zoals toegelicht in overweging 17 bleven slechts twee producenten-exporteurs in de steekproef over, die vervolgens werden gecontroleerd.

(44) Ten aanzien van één van deze ondernemingen heeft de Commissie besloten om de bepalingen van artikel 18 van de basisverordening, met name de eerste zin van artikel 18, lid 1, toe te passen en heeft zij de verstrekte informatie buiten beschouwing gelaten. Dit besluit werd genomen omdat de gemelde gegevens inzake verkoop ten uitvoer onbetrouwbaar werden geacht, aangezien zij niet strookten met de gecontroleerde rekeningen van de onderneming. De Commissie heeft derhalve niet de informatie ontvangen die nodig was om een dumpingmarge vast te stellen voor de onderneming.

(45) In overeenstemming met artikel 18, lid 4, van de basisverordening werd de belanghebbende in kennis gesteld van de redenen voor het buiten beschouwing laten van de verstrekte informatie, en in de gelegenheid gesteld om nadere toelichtingen te verstrekken.

(46) De onderneming heeft opmerkingen ingediend over het voornemen van de Commissie om artikel 18 van de basisverordening toe te passen en werd conform haar eigen verzoek door de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures gehoord. Vanwege de vertrouwelijke en ondernemingsspecifieke aard van de afgewezen gegevens en de door de onderneming in de door haar ingediende stukken en daaropvolgende hoorzitting gemaakte opmerkingen, zijn de details van de bevindingen van de Commissie in dit verband aan de betrokken onderneming meegedeeld in een afzonderlijke specifieke voorlopige mededeling.

(47) Aangezien de door de onderneming in de door haar ingediende stukken en de daaropvolgende hoorzitting met de raadadviseur-auditeur gemaakte opmerkingen niets hebben veranderd aan de conclusies die de Commissie tijdens het controlebezoek ten kantore van de onderneming had vastgesteld, heeft de Commissie voorlopig bevestigd dat ten aanzien van deze producent-exporteur de beschikbare gegevens worden gebruikt.

(48) De onderstaande beschrijving van de berekening van de dumpingmarge heeft derhalve betrekking op de enige overblijvende onderneming in de steekproef.

Normale waarde

(49) Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de basisverordening is de normale waarde normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.

(50) In artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening is echter het volgende bepaald: Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, en de normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.. Zoals hieronder nader toegelicht, heeft de Commissie in het onderhavige onderzoek geconcludeerd dat, op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid, het passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

Aanwezigheid van verstoringen van betekenis Inleiding

(51) Artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening worden verstoringen van betekenis als volgt gedefinieerd: Verstoringen van betekenis zijn de verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en energie, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, doordat zij door aanzienlijk overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van de volgende factoren:

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen;

overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt;

discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden;

het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving;

verstoringen van loonkosten;

toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat.

(52) Overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening wordt bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), onder meer rekening gehouden met de niet-limitatieve lijst van factoren in voornoemde bepaling. Krachtens artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening moet bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis acht worden geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van deze factoren voor de prijzen en kosten van het betrokken product in het land van uitvoer. Aangezien die lijst niet-cumulatief is, hoeft niet op alle factoren acht te worden geslagen om een verstoring van betekenis te kunnen vaststellen. Bovendien kunnen dezelfde feitelijke omstandigheden worden gebruikt om de aanwezigheid van een of meer factoren van de lijst aan te tonen. Alle conclusies ten aanzien van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), moeten echter worden getrokken op basis van al het voorhanden zijnde bewijsmateriaal. In de algehele beoordeling betreffende de aanwezigheid van verstoringen mag ook rekening worden gehouden met de algemene context en situatie in het land van uitvoer, in het bijzonder wanneer de overheid op grond van fundamentele elementen van de economische en bestuursstructuur van het land van uitvoer over ruime bevoegdheden beschikt om zodanig in te grijpen in de economie dat prijzen en kosten niet het gevolg zijn van vrije marktwerking.

(53) In artikel 2, lid 6 bis, onder c), van de basisverordening is bepaald: Wanneer de Commissie beschikt over gegronde aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verstoringen van betekenis zoals bedoeld onder b), in een bepaald land of een bepaalde sector in dat land, en waar passend voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, stelt zij een rapport op waarin de marktomstandigheden, zoals bedoeld onder b), in dat land of die sector worden beschreven; zij maakt dat rapport openbaar en actualiseert het geregeld.

(54) In dit verband heeft de Commissie een landenrapport opgesteld met betrekking tot de VRC (hierna het rapport genoemd), waaruit blijkt dat er sprake was van aanzienlijk overheidsingrijpen op veel niveaus van de economie, waaronder specifieke verstoringen met betrekking tot veel belangrijke productiefactoren (zoals grond, energie, kapitaal, grondstoffen en arbeid) evenals met betrekking tot specifieke sectoren (zoals staal en chemie). Het rapport is in het onderzoeksdossier opgenomen in de fase van de opening van het onderzoek. De klacht bevatte tevens relevant bewijsmateriaal ter aanvulling van het rapport. De belanghebbenden werden uitgenodigd om het bewijsmateriaal dat zich ten tijde van de opening van het onderzoek in het onderzoeksdossier bevond, te weerleggen, aan te vullen of daarover opmerkingen te maken.

(55) De klacht bevatte bijgewerkte informatie over de overcapaciteit in de staalproductie; staal is de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het betrokken product en maakt meer dan 60 % van de productiekosten uit. In de klacht werd verwezen naar een verslag van de Kamer van Koophandel van Europese Unie in de VRC, waarin staat dat de VRC haar beloften om de productiecapaciteit tot een realistischer niveau terug te brengen, niet is nagekomen. Hierbij speelden een bijzondere rol:

de wens van een deel van de regio’s om zelfvoorzienend te zijn, wat tot extra overcapaciteit op nationaal niveau heeft geleid;

het bestaan van staatsondernemingen, die niet op grond van overwegingen inzake winst/verlies handelen;

het stimuleringspakket van de Chinese overheid, dat grote staalfabrieken ertoe heeft aangezet de capaciteit uit te breiden en kleine en middelgrote staalfabrieken weer rendabel heeft gemaakt;

de levering van gesubsidieerde energie door regionale overheden.

(56) De klager heeft tevens aangevoerd dat de Chinese binnenlandse vraag de verhoogde staalproductie niet kon absorberen. Ter staving heeft de klager verwezen naar de World Steel Association, die heeft gemeld dat de maandelijkse productiehoeveelheden in de VRC in oktober 2018 ten opzichte van oktober 2017 met 9,1 % zijn gestegen, terwijl die productiehoeveelheden in de 64 landen die aan de World Steel Association rapporteren, gemiddeld slechts met 5,8 % zijn toegenomen.

(57) De klacht bevatte informatie dat de toegenomen staalproductie in de VRC, in combinatie met een daling van de uitvoer als gevolg van de onlangs door de Europese Unie en de Verenigde Staten opgelegde handelsmaatregelen, tot een daling van de staalprijzen kon leiden.

(58) Ten slotte werd in de klacht verwezen naar andere praktijken die van invloed zijn op de prijzen van grondstoffen:

de kosten van grondstoffen en energie in de VRC zijn niet het resultaat van vrije marktwerking, aangezien zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen;

de Chinese staalmarkt wordt nog steeds in belangrijke mate bediend door twee ondernemingen die in handen zijn van de Chinese overheid, waarover zij zeggenschap heeft en waarop zij beleidstoezicht uitoefent;

in de VRC is nog steeds een gebrek aan adequate handhaving van faillissements-, vennootschaps- en eigendomswetgeving;

de loonkosten zijn verstoord aangezien zij niet het resultaat zijn van een normale marktwerking of onderhandelingen tussen ondernemingen en werknemers.

(59) Zoals aangegeven in respectievelijk overweging 26 en overweging 27 heeft de Chinese overheid geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het Rapport, en het door de klager verstrekte aanvullende bewijsmateriaal over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of over de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

(60) Opmerkingen in dit verband werden ontvangen van slechts één van de producenten-exporteurs, die stelde dat de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening onverenigbaar is met de WTO-overeenkomsten, waaronder het Protocol inzake de toetreding van China tot de WTO (protocol) en de Antidumpingovereenkomst (ADO).

(61) In dit verband heeft de producent-exporteur aangevoerd dat de EU na het buiten werking treden van punt 15 van het protocol niet mag afwijken van de standaardmethode voor de vaststelling van de normale waarde, namelijk dat alleen mag worden gebruikgemaakt van de binnenlandse prijzen en kosten van het land van uitvoer, tenzij de ADO anderszins toestaat. In het licht van het bovenstaande zou de Unie overeenkomstig artikel 2 van de ADO de standaardmethode moeten hanteren. Voorts stelde de belanghebbende dat het begrip verstoringen van betekenis niet eens in de ADO voorkomt. Aangezien de ADO noch de GATT 1994 een rechtsgrondslag bevat voor een dergelijke specifieke maatregel, zijn de bevindingen omtrent de aanwezigheid van verstoringen van betekenis, en bijgevolg de berekening van de normale waarde, in strijd met de artikelen 1, 2, 6.1 en 18.1 van de ADO.

(62) Wat dit onderzoek aangaat, heeft de Commissie in overweging 112 geconcludeerd dat het passend is om artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. De Commissie is het niet eens met de stelling van de belanghebbende dat zij niet artikel 2, lid 6 bis, moet toepassen. Integendeel, de Commissie is van mening dat artikel 2, lid 6 bis, toepasselijk is en moet worden toegepast in de omstandigheden van dit geval. Voorst is de Commissie van mening dat de bepaling niet indruist tegen de verplichtingen van de WTO-verplichtingen van de Europese Unie. De Commissie meent dat, zoals verduidelijkt in zaak DS473 EU-biodiesel (Argentinië), de bepalingen van de basisverordening die over het algemeen van toepassing zijn op alle WTO-leden, met name artikel 2, lid 5, tweede alinea, gebruikmaking van gegevens van een derde land toestaan, die naar behoren aangepast zijn wanneer dergelijke aanpassingen noodzakelijk en onderbouwd zijn. Ten slotte blijven de delen van punt 15 van het toetredingsprotocol van China die nog van kracht zijn, van toepassing in antidumpingprocedures inzake producten uit China bij de vaststelling van de normale waarde, zowel met betrekking tot de markteconomienorm en met betrekking tot het gebruik van een methode die niet op een strikte vergelijking met Chinese prijzen of kosten is gebaseerd.

(63) De producent-exporteur heeft voorts aangevoerd dat de klager geen bewijs van verstoringen van betekenis op de markt voor stalen wielen zelf heeft verstrekt, maar zijn argumenten veeleer heeft gebaseerd op verstoringen in de situatie op de Chinese staalmarkt.

(64) De Commissie heeft erop gewezen dat eventuele opmerkingen over de situatie op de Chinese staalmarkt relevant zijn voor het betrokken product zelf, aangezien het een staalproduct is en dus kan worden beschouwd als een onderdeel van de staalsector. In feite vertegenwoordigt maakt staal meer dan 60 % van de productiekosten van het betrokken product uit. Bovendien is de belangrijkste grondstof voor de productie van SW warmgewalst plat staal (WGS), dat meer dan 50 % van de totale productiekosten uitmaakt, dat tevens op de Chinese staalmarkt wordt geproduceerd en waarvoor bevindingen inzake verstoringen zijn bevestigd in het kader van andere handelsbeschermingsonderzoeken.

(65) De Commissie heeft onderzocht of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft zij gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het rapport, dat gebaseerd is op openbaar beschikbare bronnen. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de sector met inbegrip van het betrokken product.

Verstoringen van betekenis die van invloed zijn op de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC

(66) Het Chinese economische stelsel is gebaseerd op het concept van een socialistische markteconomie. Dit concept is vastgelegd in de Chinese grondwet en bepaalt het economische bestuur van de VRC. Het kernbeginsel is socialistisch staatseigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectief eigendom van de werkende bevolking. De staatseconomie wordt als de leidende kracht van de nationale economie beschouwd en de staat heeft de opdracht om de consolidatie en groei ervan te waarborgen. De Chinese economie is derhalve in het algemeen zo ingericht dat aanzienlijk overheidsingrijpen in de economie niet alleen is toegestaan, maar zelfs uitdrukkelijk is voorgeschreven. Het idee dat staatseigendom voorrang heeft boven particuliere eigendom, doet zich in het gehele rechtsstelsel gevoelen en wordt in alle centrale onderdelen van wetgeving als algemeen beginsel benadrukt. De Chinese eigendomswetgeving vormt een voorbeeld bij uitstek hiervan: het verwijst naar de eerste fase van het socialisme en geeft de staat de opdracht het fundamentele economische stelsel in stand te houden waarin staatseigendom een overheersende rol speelt. Andere vormen van eigendom worden gedoogd, waarbij de wet toestaat dat deze zich naast staatseigendom ontwikkelen.

(67) Daarnaast wordt naar Chinees recht de socialistische markteconomie ontwikkeld onder leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP). De structuren van de Chinese staat en van de CCP zijn op alle niveaus (juridisch, institutioneel, persoonlijk) met elkaar vervlochten en vormen een superstructuur waarin de rollen van de CCP en de staat niet van elkaar zijn te onderscheiden. Na een wijziging van de Chinese grondwet in maart 2018 is de leidende rol van de CCP nog sterker op de voorgrond getreden, omdat die nu is bevestigd in de tekst van artikel 1 van de grondwet. Achter de reeds bestaande eerste zin van de bepaling: [h]et socialistische systeem is het fundamentele stelsel van de Volksrepubliek China, is een nieuwe tweede zin ingevoegd, die luidt: [d]e bepalende eigenschap van het socialisme met Chinese kenmerken is het leiderschap van de Communistische Partij van China. Dit illustreert de onbetwiste en steeds toenemende zeggenschap van de CCP over het economische stelsel van de VRC. Dit leiderschap en deze zeggenschap is inherent aan het Chinese systeem en gaat veel verder dan de gebruikelijke situatie in andere landen waar de overheden algemene macro-economische zeggenschap uitoefenen binnen de grenzen van de vrije marktwerking.

(68) De Chinese staat hanteert een interventionistisch economisch beleid om zijn doelen na te streven, die niet zozeer een afspiegeling zijn van de heersende economische omstandigheden op een vrije markt, maar veeleer samenvallen met de politieke agenda van de CCP. Door de Chinese autoriteiten worden uiteenlopende interventionistische economische hulpmiddelen ingezet, waaronder het systeem van industriële planning en het financiële stelsel, maar ook op het niveau van de regelgeving.

(69) Ten eerste, wat de algehele administratieve controle betreft, wordt de Chinese economie gestuurd door middel van een complex systeem van industriële planning dat gevolgen heeft voor alle economische activiteiten in het land. Deze plannen hebben in hun totaliteit betrekking op een alomvattende en complexe matrix van sectoren en sectoroverstijgende beleidsmaatregelen die op alle niveaus van de overheid aanwezig is. De plannen op provinciaal niveau zijn gedetailleerd, terwijl in nationale plannen bredere doelen worden gesteld. In de plannen worden tevens de middelen bepaald waarmee de desbetreffende bedrijfstakken/sectoren worden ondersteund, evenals de termijnen waarbinnen de doelstellingen moeten worden gehaald. Sommige plannen bevatten nog steeds expliciete productiestreefcijfers, terwijl dit in eerdere planningscycli regelmatig voorkwam. In het kader van de plannen worden afzonderlijke industriële sectoren en/of projecten aangewezen als (positieve of negatieve) prioriteiten in overeenstemming met de prioriteiten van de overheid en worden er specifieke ontwikkelingsdoelstellingen aan toegekend (industriële modernisering, internationale expansie enz.). De marktdeelnemers, zowel de particuliere als de publieke, moeten hun bedrijfsactiviteiten aanpassen aan de realiteit zoals opgelegd door het planningsysteem. Dit geldt niet slechts vanwege de bindende aard van de plannen, maar ook omdat de Chinese autoriteiten op alle overheidsniveaus zich aan het systeem van plannen houden en de aan hen verleende bevoegdheden dienovereenkomstig gebruiken, en de marktdeelnemers er aldus toe bewegen zich te houden aan de prioriteiten die in de plannen zijn gesteld (zie ook punt 3.2.1.5).

(70) Ten tweede, wat de toewijzing van financiële middelen betreft, wordt het financiële stelsel van de VRC gedomineerd door handelsbanken in eigendom van de staat. Bij het vaststellen en uitvoeren van hun kredietverleningsbeleid moeten deze banken niet zozeer de economische merites van een bepaald project beoordelen, maar zich in de eerste plaats voegen naar de doelstellingen van het industriële beleid van de overheid (zie ook punt 3.2.1.8). Hetzelfde geldt voor de andere onderdelen van het Chinese financiële systeem, zoals de aandelenmarkten, obligatiemarkten, private-equitymarkten enz. Ook deze niet-bancaire onderdelen van de financiële sector zijn institutioneel en operationeel opgezet op een manier die er niet op gericht is de efficiënte werking van de financiële markten te maximaliseren, maar de zeggenschap te waarborgen en het ingrijpen door de staat en de CCP mogelijk te maken.

(71) Ten derde, wat het regelgevingsklimaat betreft, grijpt de staat op een aantal manieren in de economie in. Regels omtrent overheidsopdrachten worden bijvoorbeeld regelmatig gebruikt om andere beleidsdoelstellingen na te streven dan economische doelmatigheid, waardoor het beginsel van marktwerking op dat terrein wordt ondergraven. In de toepasselijke wetgeving is specifiek bepaald dat overheidsopdrachten worden geplaatst met het oog op het behalen van doelstellingen overeenkomstig het beleid van de staat. De aard van deze doelstellingen wordt echter niet omschreven, waardoor de besluitvormende organen over een ruime beoordelingsmarge beschikken. Evenzo behoudt de Chinese overheid op het gebied van investeringen aanzienlijke zeggenschap over en invloed op de bestemming en omvang van zowel overheids- als particuliere investeringen. Het doorlichten van investeringen en diverse stimulansen, beperkingen en verbodsbepalingen in verband met investeringen worden door de autoriteiten gebruikt als een belangrijk instrument ter ondersteuning van de doelstellingen van het industriebeleid, zoals de handhaving van de zeggenschap van de staat over belangrijke sectoren of de versterking van de binnenlandse industrie.

(72) Kortom, het Chinese economische model is gebaseerd op bepaalde fundamentele axioma’s die voorzien in grootschalig overheidsingrijpen en dit aanmoedigen. Dergelijk aanzienlijk overheidsingrijpen verhoudt zich moeizaam tot de vrije marktwerking en leidt tot verstoringen in de doeltreffende toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen.

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), eerste streepje, van de basisverordening: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen

(73) In de VRC zijn ondernemingen die in handen zijn van de staat, waarover de staat zeggenschap heeft of waarop de staat beleidstoezicht uitoefent een cruciaal onderdeel van de economie.

(74) De Chinese overheid en de CCP houden vast aan structuren waarmee hun blijvende invloed op ondernemingen, en met name staatsondernemingen, wordt verzekerd. De staat (en in veel opzichten ook de CCP) speelt niet alleen een actieve rol in het formuleren en controleren van de uitvoering van algemeen bedrijfseconomisch beleid door individuele staatsondernemingen, maar eist ook het recht op om deel te nemen aan de operationele besluitvorming in staatsondernemingen. Dit gebeurt doorgaans door de roulatie van leidinggevend personeel tussen overheidsinstanties en staatsondernemingen, door de aanwezigheid van partijleden in de uitvoerende organen van staatsondernemingen en van partijcellen in ondernemingen (zie ook punt 3.2.1.4), alsook door het vormgeven van de bedrijfsstructuur van de sector staatsondernemingen. In ruil daarvoor genieten staatsondernemingen een bijzondere status binnen de Chinese economie, wat een aantal economische voordelen inhoudt, zoals met name afscherming tegen mededinging en preferentiële toegang tot relevante basisproducten, waaronder financiële middelen.

(75) Met name in de staalsector is een aanzienlijk deel van de ondernemingen nog altijd in handen van de Chinese overheid. De nominale verdeling tussen het aantal staatsondernemingen en particuliere ondernemingen is volgens ramingen weliswaar bijna gelijk, maar van de vijf Chinese staalproducenten die tot “s werelds tien grootste staalproducenten behoren, zijn er vier staatsondernemingen. En terwijl de tien grootste producenten in 2016 slechts ongeveer 36 % van de totale industriële productie voor hun rekening namen, stelde de Chinese overheid in datzelfde jaar de doelstelling vast om tegen 202560 % tot 70 % van de ijzer- en staalproductie te consolideren in circa tien grote ondernemingen. Dit voornemen is door de Chinese overheid in april 2019 herhaald, bij de aankondiging van richtsnoeren betreffende de consolidering van de staalindustrie. Deze consolidatie kan ertoe leiden dat winstgevende particuliere ondernemingen moeten fuseren met ondermaats presterende staatsondernemingen.

(76) Door de hoge mate van overheidsingrijpen in de staalindustrie en een groot aandeel van staatsondernemingen in de sector, worden zelfs particuliere staalproducenten verhinderd om onder marktomstandigheden te opereren. Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de staalsector zijn immers ook onderworpen aan beleidstoezicht, zoals vermeld in punt 3.2.1.5.

(77) Hoewel de producenten van SW in China overwegend particuliere ondernemingen zijn, vallen zeggenschap van de staat over en staatsingrijpen in de markt van de belangrijkste grondstof WGS niet buiten het hierboven beschreven algemene kader.

(78) Er is vastgesteld dat de gecontroleerde SW-producenten hun WGS zowel bij staatsondernemingen als bij particuliere leveranciers inkochten. In het licht van de bevindingen van verschillende antisubsidieonderzoeken betreffende Chinese warmgewalste staalproducten of andere staalproducten, waarbij WGS als grondstof is gebruikt, waarvan het meest recente een onderzoek naar organisch beklede staalproducten (OBS) was, is de vorm van eigendom van de GWS-producent echter niet relevant voor de bevindingen in verband met verstoringen.

(79) In het bovenbedoelde OBS-onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat staatsondernemingen die OBS-producenten warmgewalst staal leveren, overheidsinstellingen waren volgens de test van de WTO-beroepsinstantie, aangezien zij overheidsfuncties uitvoerden en daarmee overheidsgezag uitoefenden. De Commissie is bovendien tot de conclusie gekomen dat aan particuliere producenten van WGS in de VRC door de Chinese overheid de functie was toevertrouwd en dat zij ermee waren belast goederen te verstrekken overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), punt iii), en artikel 3, lid 1, onder a), punt iv), van de antisubsidiebasisverordening en dat zij op dezelfde manier handelden als staalproducerende staatsondernemingen. Tot slot werd vastgesteld dat er sprake was van verstoring van de prijzen van WGS in de VRC. Dit was enerzijds het gevolg van de sterke dominante positie van de staatsondernemingen binnen de markt voor WGS in de VRC en werd anderzijds veroorzaakt doordat de prijzen van particuliere leveranciers van WGS op één lijn zijn gebracht met die van staatsondernemingen.

(80) Voorts zijn de meeste autoproducerende bedrijven nog steeds (gedeeltelijk) in staatshanden. Buitenlandse autoproducenten hebben joint ventures gevormd met grotere staatsondernemingen, aangezien buitenlandse deelnemingen sinds 1994 zijn beperkt.

(81) Op basis van het bovenstaande werd geconcludeerd dat de markt voor SW in de VRC in belangrijke mate werd bediend door ondernemingen die de Chinese overheid in eigendom had, waarover zij zeggenschap had of waarop zij beleidstoezicht uitoefende.

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), tweede streepje, van de basisverordening: overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt

(82) Naast de uitoefening van zeggenschap over de economie door staatsondernemingen in handen te hebben en andere instrumenten, kan de Chinese overheid zich ook in de prijzen en kosten mengen via overheidsdeelneming in ondernemingen. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de CCP-cellen in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Overeenkomstig het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) worden opgezet en de onderneming dient de noodzakelijke voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie te scheppen. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 echter heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om vaderlandslievendheid voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben over de besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze regels zijn van algemene toepassing in de hele Chinese economie, in alle sectoren, ook bij producenten van SW en de leveranciers van de basisproducten daarvoor.

(83) Zoals reeds is opgemerkt, zijn met name in de staalsector veel van de grote producenten (waaronder producenten van WGS) in handen van de staat. In het Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020 worden sommige producenten specifiek genoemd als voorbeelden van de verwezenlijkingen van het Twaalfde Vijfjarenplan (zoals Baosteel, Anshan Iron and Steel, Wuhan Iron and Steel enz.). In de openbare documenten van de WGS-producenten in staatseigendom wordt soms de band met de Chinese overheid benadrukt. Zo heeft Baoshan Iron & Steel (of Baosteel) in het halfjaarverslag 2016 verklaard: De onderneming heeft zich ertoe verbonden om het Dertiende Vijfjarenplan voor de regio te evenaren en heeft een brede consensus bereikt met de lokale overheden over het delen van middelen, het verbinden van stedelijke industrieën en de totstandbrenging van een ecologische omgeving. In het recente antisubsidieonderzoek naar bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de VRC heeft de Commissie vastgesteld dat drie van de vier in de steekproef opgenomen groepen van producenten-exporteurs staatsondernemingen waren. In alle drie de groepen fungeerde de voorzitter van de raad van bestuur of de directeur tevens als secretaris van het partijcomité van de CCP-organisatie van de groep.

(84) Er is ook sprake van interventie door de Chinese overheid in de automobielsector. Bijvoorbeeld vermeldde het jaarverslag van SAIC Motor, een staatsonderneming in de automobielsector, dat dankzij de krachtige promotie door de overheid en de niet-aflatende inspanningen van de ondernemingen in de automobielsector is China opgeklommen tot de grootste wereldmarkt voor motorvoertuigen die gebruikmaken van nieuwe-energieën, met sterk groeiende en op wereldniveau leidende nieuwe technologieën en nieuwe modellen, zoals intelligente en communicerende voertuigen en carpoolen, en neemt het het voortouw in het vormgeven van een nieuwe tijdperk van de mondiale autoindustrie.

(85) De aanwezigheid van de staat op en het ingrijpen door de staat in de financiële markten (zie ook punt 3.2.1.8) alsmede het ingrijpen door de staat in de levering van grondstoffen en basisproducten hebben een aanvullend verstorend effect op de SW-markt. De aanwezigheid van de staat in ondernemingen, waaronder staatsondernemingen, in de staalindustrie, de automobielsector en andere sectoren (zoals de financiële sector en de sector voor basisproducten) maakt het de Chinese overheid dus mogelijk zich te mengen in de prijzen en kosten.

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), derde streepje, van de basisverordening: discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden

(86) De koers van de Chinese economie wordt in aanzienlijke mate bepaald door een uitgebreid planningssysteem waarin prioriteiten worden gesteld en waarin de doelstellingen worden voorgeschreven waar de centrale en lokale overheden zich op moeten concentreren. Op alle overheidsniveaus bestaan plannen die vrijwel alle economische sectoren bestrijken. De bij de planningsinstrumenten bepaalde doelstellingen zijn van bindende aard en de autoriteiten op elk bestuurlijk niveau houden toezicht op de uitvoering van de plannen door het desbetreffende lagere overheidsniveau. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, waarbij de marktwerking buiten beschouwing blijft.

(87) De staalindustrie, met inbegrip van de productie van SW, wordt door de Chinese overheid als een belangrijke industrie beschouwd. Dit wordt bevestigd in de talrijke op de staalproductie gerichte plannen, richtsnoeren en andere documenten die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden gepubliceerd, zoals het Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020. In dit plan staat te lezen dat de staalindustrie een belangrijke, fundamentele sector van de nationale economie en een hoeksteen van de natie is. De voornaamste in dit plan beschreven taken en doelstellingen bestrijken alle aspecten van de ontwikkeling van de industrie.

(88) Het Dertiende Vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling voorziet in steun aan ondernemingen die hoogwaardige soorten staalproducten produceren. Daarnaast is het gericht op het realiseren van kwaliteit, duurzaamheid en betrouwbaarheid van de producten door ondernemingen te ondersteunen die technologieën toepassen voor schone staalproductie, precisiewalsen en kwaliteitsverbetering.

(89) In de Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011) (wijziging van 2013) (de catalogus) worden ijzer en staal genoemd als bevorderde bedrijfstakken. De toepasselijkheid van de catalogus werd bevestigd door het recente antisubsidieonderzoek naar bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, niet-gelegeerd staal of ander gelegeerd staal van oorsprong uit de VRC.

(90) De Chinese overheid stuurt de ontwikkeling van de sector verder aan de hand van een breed scala aan beleidsinstrumenten en richtlijnen in verband met onder meer: marktsamenstelling en -herstructurering, grondstoffen, investeringen, terugdringing van capaciteit, productassortiment, verplaatsing van bedrijfsactiviteit, modernisering enz. Via deze en andere middelen stuurt en controleert de Chinese overheid vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en de werking van de sector (met inbegrip van SW). De gevolgen van het beleid van de GOC en de daaruit voortvloeiende verstoringen worden misschien wel het best geïllustreerd door het huidige probleem van overcapaciteit.

(91) Met betrekking tot de automobielsectore heeft het Beleid inzake de ontwikkeling van de automobielsector voorzien in een beperking van buitenlandse aandeelhouderschap in joint ventures op het gebied van auto’s, welke nog altijd van kracht was gedurende het onderzoektijdvak. Derhalve waren ook de afnemers van SW onderworpen aan discriminerende maatregelen ten gunste van binnenlandse producenten.

(92) Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om bevorderde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van WGS als de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het betrokken product alsmede SW, als deel van de bevorderde staalsector. Dergelijke maatregelen belemmeren de normale marktwerking.

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), vierde streepje, van de basisverordening: het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving

(93) Volgens de informatie in het dossier slaagt het Chinese systeem voor faillissementen er niet in zijn belangrijkste doelstellingen te verwezenlijken, zoals een billijke vereffening van vorderingen en schulden en de bescherming van de wettelijke rechten en belangen van crediteuren en debiteuren. Dit lijkt zijn oorsprong te hebben in het feit dat het Chinese faillissementsrecht, ook al berust het formeel op beginselen die gelijkenis vertonen met de beginselen van het overeenkomstige recht in andere landen dan de VRC, wordt gekenmerkt door structureel ontoereikende handhaving. Het aantal faillissementen is nog altijd opvallend laag in verhouding tot de omvang van de economie van het land, niet in de laatste plaats doordat de insolventieprocedures lijden aan een aantal tekortkomingen die in de praktijk ontmoedigen om een faillissementsaanvraag in te dienen. Bovendien blijft de staat een vooraanstaande en actieve rol in de insolventieprocedures spelen, met vaak een directe invloed op de uitkomst van de procedure.

(94) Daarnaast zijn de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten met name evident met betrekking tot de eigendom van grond en het recht op het gebruik van grond in de VRC. Alle grond is eigendom van de Chinese staat (landbouwgrond in collectieve eigendom en stedelijke grond in staatseigendom). Uitsluitend de staat beslist over de toewijzing ervan. Er zijn wettelijke bepalingen waarmee wordt beoogd de rechten op het gebruik van grond op transparante wijze en tegen marktprijzen toe te wijzen, bijvoorbeeld door invoering van biedprocedures. Die bepalingen worden echter regelmatig niet in acht genomen, wat ertoe leidt dat bepaalde kopers grond kosteloos of onder de marktprijs verkrijgen. Bovendien streven de autoriteiten bij het toewijzen van grond vaak specifieke politieke doelen na, waaronder de uitvoering van de economische plannen.

(95) Net als andere sectoren in de Chinese economie zijn de producenten van SW onderworpen aan de gewone regels van de Chinese faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving. Dit heeft tot gevolg dat ook deze ondernemingen te maken hebben met verstoringen van bovenaf wegens de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving. Uit het onderhavige onderzoek is niets naar voren gekomen dat deze bevindingen ter discussie stelt. Derhalve heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert en dus verstoringen veroorzaakt wanneer insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en als het gaat om het toewijzen van grond in de VRC. Op grond van het beschikbare bewijsmateriaal lijken deze overwegingen tevens volledig toepasselijk te zijn op de staalsector, meer specifiek op WGS (als de voornaamste input die wordt gebruikt voor de vervaardiging van het betrokken product) en op SW als deel uitmakend van de staalsector. De Commissie heeft met name vastgesteld dat de producenten van WGS profijt hebben getrokken van de verstrekking van grondgebruiksrechten tegen een ontoereikende beloning.

(96) In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er sprake was van discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving in de staalsector, ook ten aanzien van het onderzochte product.

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), vijfde streepje, van de basisverordening: verstoringen van loonkosten

(97) In de VRC kan een systeem van marktgebaseerde lonen zich niet ten volle ontwikkelen, omdat werknemers en werkgevers worden belemmerd in hun recht op collectieve organisatie. Een aantal essentiële verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), met name die inzake de vrijheid van vereniging en inzake collectieve onderhandelingen, is door de VRC niet geratificeerd. Krachtens het nationale recht is slechts één vakbond actief. Deze organisatie is echter niet onafhankelijk van de overheid en houdt zich slechts in beperkte mate bezig met collectieve onderhandelingen en de bescherming van de rechten van werknemers. Bovendien wordt de mobiliteit van werknemers in China beperkt door het systeem van registratie van huishoudens, waarbij de toegang tot het volledige scala van socialezekerheids- en andere voorzieningen is beperkt tot de lokale inwoners van een bepaald administratief gebied. Dit leidt er doorgaans toe dat werknemers die niet als lokale ingezetene zijn geregistreerd, zich in een kwetsbare werkgelegenheidssituatie bevinden en een lager inkomen ontvangen dan de houders van de ingezetenenregistratie. Deze bevindingen leiden tot verstoring van de loonkosten in de VRC.

(98) Er is geen bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat de staalsector, met inbegrip van de producenten van SW en WGS, niet onderworpen zou zijn aan het beschreven Chinese arbeidsrechtstelsel. De onderdelen SW en WGS van de staalsector staan derhalve bloot aan verstoringen van de loonkosten, zowel direct (bij het vervaardigen van het betrokken product of de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn).

Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), zesde streepje, van de basisverordening: toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat

(99) De toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC is onderhevig aan uiteenlopende verstoringen.

(100) Ten eerste wordt het Chinese financiële systeem gekenmerkt door de sterke positie van staatsbanken, die bij het verschaffen van toegang tot kapitaal andere criteria dan de economische levensvatbaarheid van een project hanteren. Net als niet-financiële staatsondernemingen blijven de banken verbonden met de staat, niet alleen via de eigendomsrelatie maar ook via persoonlijke betrekkingen (de hoogste bestuurders van de grote financiële instellingen in handen van de overheid worden in laatste instantie door de CCP benoemd), en zij voeren, wederom net als niet-financiële staatsondernemingen, geregeld overheidsbeleid uit. Hiermee voldoen de banken aan een uitdrukkelijke wettelijke verplichting om te handelen in overeenstemming met de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat. Daarbij komen nog aanvullende bestaande regels, die geldmiddelen naar sectoren leiden die volgens de overheid moeten worden bevorderd of anderszins als belangrijk zijn aangemerkt.

(101) Hoewel wordt erkend dat in diverse wettelijke bepalingen is vastgesteld dat het normale gedrag van banken en de prudentiële regels, zoals de noodzaak om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te onderzoeken, moeten worden geëerbiedigd, wijst het overgrote deel van het bewijsmateriaal, waaronder de bevindingen van handelsbeschermingsonderzoeken, erop dat deze bepalingen bij de toepassing van de verschillende rechtsinstrumenten slechts een secundaire rol spelen.

(102) Voorts zijn obligatie- en kredietratings dikwijls om verscheidene redenen verstoord, onder meer omdat de risicobeoordeling wordt beïnvloed door het strategische belang van het bedrijf voor de Chinese overheid en door de kracht van eventuele impliciete garanties van de overheid. Ramingen geven sterk de indruk dat Chinese kredietratings systematisch overeenkomen met lagere internationale ratings.

(103) Daarbij komen nog aanvullende bestaande regels, die geldmiddelen naar sectoren leiden die volgens de overheid moeten worden bevorderd of anderszins als belangrijk zijn aangemerkt. Dit leidt ertoe dat gemakkelijker kredieten worden verstrekt aan staatsondernemingen, grote particuliere bedrijven met goede connecties en bedrijven in belangrijke sectoren van de industrie, wat impliceert dat de beschikbaarheid en de kosten van kapitaal niet voor alle marktdeelnemers gelijk zijn.

(104) Ten tweede zijn de financieringskosten kunstmatig laag gehouden om de groei van investeringen te stimuleren. Dit heeft geleid tot een buitensporige groei van kapitaalinvesteringen met een steeds lager rendement. Dit wordt geïllustreerd door de recente toename van de schuldenlast bij staatsondernemingen, ondanks een sterke afname van de winstgevendheid, waaruit valt op te maken dat de in het bankenstelsel vigerende mechanismen niet door de gebruikelijke commerciële overwegingen worden aangedreven.

(105) Ten derde zijn de prijssignalen, ondanks de liberalisering van de nominale rente in oktober 2015, nog steeds niet het resultaat van de vrije marktwerking, maar worden zij beïnvloed door verstoringen die door de overheid zijn veroorzaakt. Het aandeel verstrekte kredieten tegen of onder de referentierente maakt immers nog steeds 45 % van alle kredieten uit, en gerichte kredietverlening lijkt te zijn geïntensiveerd, aangezien dit aandeel sinds 2015 ondanks de verslechterende economische omstandigheden aanzienlijk is toegenomen. Een kunstmatig lage rentevoet leidt tot te lage prijzen en daarmee tot buitensporig gebruik van kapitaal.

(106) De algehele groei van kredietverlening in de VRC wijst op een verslechterende efficiëntie van de kapitaaltoewijzing, zonder dat er aanwijzingen zijn voor een krappere kredietverstrekking die te verwachten zou zijn in een niet-verstoorde marktomgeving. Dientengevolge is er de afgelopen jaren een snelle toename geweest van niet-renderende kredieten. Nu de risicovolle schulden toenemen, heeft de Chinese overheid ervoor gekozen om te voorkomen dat bedrijven in gebreke blijven wat terugbetaling betreft. Als gevolg hiervan is het probleem van oninbare vorderingen aangepakt door schulden door te rollen, wat heeft geleid tot het ontstaan van zombie-ondernemingen, of door de eigendom van de schuld over te dragen (bv. via fusies of schuldconversies), zonder dat daarbij noodzakelijkerwijs het totale schuldprobleem werd verholpen of de onderliggende oorzaken van dat probleem werden weggenomen.

(107) In essentie wordt het stelsel voor ondernemingskredieten in de VRC, ondanks de stappen die onlangs zijn genomen om de markt te liberaliseren, beïnvloed door verstoringen van betekenis als gevolg van de voortdurende en alomtegenwoordige rol van de staat op de kapitaalmarkten.

(108) Er is geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de staalsector, met inbegrip van de productie van SW en WGS, niet onderworpen zou zijn aan het hierboven beschreven overheidsingrijpen in het financiële stelsel. De Commissie heeft ook vastgesteld dat voor de grondstof GWS preferentiële leningen in de vorm van subsidies zijn verstrekt. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

Systemische aard van de beschreven verstoringen

(109) De Commissie heeft opgemerkt dat de in het rapport beschreven verstoringen kenmerkend waren voor de Chinese economie. Uit het beschikbare bewijs blijkt dat de feiten en kenmerken van het Chinese systeem zoals hierboven beschreven in de punten 3.2.1.1-3.2.1.5 en in deel A van het rapport, van toepassing zijn op het hele land en alle sectoren van de economie. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de productiefactoren zoals hierboven bedoeld in de punten 3.2.1.6-3.2.1.8 en in deel B van het rapport.

(110) De Commissie herinnert eraan dat om SW te produceren, een breed scala aan basisproducten nodig is. Volgens het bewijsmateriaal in het dossier betrekken alle in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs al hun basisproducten in de VRC. Wanneer de producenten van SW deze basisproducten inkopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Leveranciers van basisproducten maken bijvoorbeeld gebruik van arbeid die aan de verstoringen onderhevig is. Mogelijk lenen zij geld dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/bij de kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningsysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is.

(111) Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van SW ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening, maar zijn alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) eveneens aangetast omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen A en B van het rapport. Het overheidsingrijpen dat is beschreven met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen, vindt in heel de VRC plaats. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door een combinatie van een reeks productiefactoren, wordt blootgesteld aan verstoringen van betekenis. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz. Noch de Chinese overheid noch de producenten-exporteurs hebben bewijzen of argumenten van het tegendeel aangedragen in het kader van dit onderzoek.

Conclusie

(112) Uit de analyse in de punten 3.2.1.2 tot en met 3.2.1.9, waarbij al het beschikbare bewijsmateriaal over het ingrijpen van de VRC in haar economie in het algemeen en in de staalsector en de automobielsector is onderzocht, is gebleken dat de prijzen en kosten van het betrokken product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door de vrije marktwerking tot stand zijn gekomen doordat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening, hetgeen wordt aangetoond door de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde factoren. Op grond daarvan en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid heeft de Commissie geconcludeerd dat het in dit geval niet passend is om voor het vaststellen van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten.

(113) Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, te weten, in dit geval, aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een geschikt representatief land, overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening, zoals besproken in het volgende punt.

Representatief land Algemene opmerkingen

(114) De keuze van het representatieve land is gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling vergelijkbaar met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gebruikt met een bruto nationaal inkomen dat volgens de database van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC;

productie van het onderzochte product in dat land;

beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in dat land;

waar er meer dan één mogelijk representatief land was, is waar passend de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale bescherming en milieubescherming.

(115) Zoals toegelicht in de overwegingen 29 tot en met 31, heeft de Commissie in het dossier twee mededelingen aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt.

Een niveau van economische ontwikkeling vergelijkbaar met dat van de VRC

(116) In de mededeling van 6 maart 2019 heeft de Commissie de volgende negen landen aangewezen: Argentinië, Brazilië, Colombia, Maleisië, Mexico, Rusland, Thailand, Turkije en Zuid-Afrika, die door de Wereldbank worden beschouwd als landen met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC, d.w.z. zij worden alle ingedeeld als hogeremiddeninkomensland op basis van het bruto nationaal inkomen (hierna bni genoemd).

(117) In zijn opmerkingen van 11 maart 2019 heeft de klager aangevoerd dat Mexico niet als representatief land dient te worden geselecteerd omdat de Mexicaanse producenten uitsluitend het Nafta-gebied beleveren. De klager heeft echter geen bewijsmateriaal verstrekt over de reden waarom de bestemming van de geproduceerde goederen relevant zou zijn voor de selectie van het representatieve land en over de gevolgen die dit zou hebben voor de representativiteit van de relevante productiefactoren. Het argument werd derhalve afgewezen.

(118) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie opgemerkt dat Argentinië in het onderzoektijdvak werd ingedeeld als een hooginkomensland. De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat slechts acht van de oorspronkelijk aangewezen hogeremiddeninkomenslanden in aanmerking konden worden genomen voor de selectie van het representatieve land.

(119) Na de mededeling van 16 april 2019 zijn geen verdere opmerkingen ontvangen over het niveau van economische ontwikkeling.

Productie van het onderzochte product in het representatieve land en beschikbaarheid van de relevante openbare gegevens in het representatieve land

(120) In de mededeling van 6 maart 2019 heeft de Commissie aangegeven dat bekend was dat het betrokken product werd geproduceerd in Argentinië, Brazilië, Colombia, Maleisië, Mexico, Rusland, Thailand, Turkije en Zuid-Afrika.

(121) De Commissie heeft ook vastgesteld dat er geen openbaar beschikbare financiële gegevens over de producent van SW in Argentinië beschikbaar waren. De klager heeft in zijn opmerkingen van 11 maart 2019 bevestigd dat de producent in Argentinië niet langer actief was. Om die reden en om de in overweging 118 uiteengezette reden heeft de Commissie Argentinië niet in aanmerking genomen als mogelijk representatief land.

(122) De Commissie heeft verder opgemerkt dat de voor het onderzoektijdvak relevante financiële gegevens voor geen enkele producent in de in aanmerking genomen landen beschikbaar waren toen de mededeling van 6 maart 2019 werd gepubliceerd.

(123) Door een producent-exporteur is in zijn opmerkingen van 18 maart 2019 betoogd dat India als representatief land moest worden geselecteerd. Volgens deze onderneming waren er ten minste twee producenten van deze specifieke productsoort die door deze producent-exporteur wordt vervaardigd. De onderneming heeft verder aangevoerd dat het bruto nationaal inkomen (bni), dat door de Wereldbank wordt gebruikt om landen in te delen, geen geschikte indicator is om het niveau van economische ontwikkeling van een land te beoordelen aangezien het bni per inwoner niet geschikt is om het ontwikkelingsniveau van een land samen te vatten of de welvaart te meten. Volgens de onderneming zou in de plaats daarvan het bbp moeten worden gebruikt.

(124) In dit verband heeft de Commissie erop gewezen dat in de basisverordening is bepaald dat het representatieve land een niveau van economische ontwikkeling moet hebben dat vergelijkbaar is met dat van het land van uitvoer. De basisverordening voorziet echter in geen verdere voorschriften met betrekking tot de selectie van het geschikte representatieve land. De Commissie heeft besloten dat de databank van de Wereldbank de geschikte bron voor deze informatie was. Dankzij deze databank beschikte de Commissie over genoeg potentieel geschikte representatieve landen met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau waaruit zij de meest geschikte bron van niet-verstoorde kosten en prijzen kon kiezen. Bovendien is dit een rangschikking op basis van een objectief criterium die consequent wordt gebruikt in alle gevallen waarin de vaststelling van de normale waarde is gebaseerd op de bepalingen van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, wat de eenvormigheid en gelijke behandeling in verschillende procedures garandeert. Het BNI wordt door de Wereldbank gebruikt in haar classificatie van economieën in groepen van inkomens, daar dit de methodologie weerspiegelt van het operationele kredietverleningsbeleid van de Wereldbank. Daar het alle inkomsten erkent die in een nationale economie vloeien, ongeacht de herkomst ervan, weerspiegelt dit op adequate wijze de totale economische activiteit in een land.

(125) Tegelijk heeft de Commissie erop gewezen dat India in de rangschikking van de Wereldbank was ingedeeld in de lijst van lage- en middeninkomenslanden en derhalve geen ontwikkelingsniveau heeft dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Bijgevolg kon India niet in aanmerking worden genomen als een geschikt representatief land voor de VRC. De Commissie heeft dit argument derhalve afgewezen.

(126) In hun opmerkingen over de mededeling van 6 maart 2019 hebben EUWA en een producent-exporteur verscheidene argumenten aangevoerd met betrekking tot het feit dat het onderzochte product in sommige van de in aanmerking genomen landen wordt geproduceerd, de beschikbaarheid van financiële gegevens die voldoende relevant kunnen zijn voor de in aanmerking genomen landen in het geval van geconsolideerde jaarrekeningen van internationale groepen, en de beschikbaarheid van financiële gegevens voor het onderzoektijdvak.

(127) De Commissie heeft deze argumenten onderzocht en in de nota van 16 april geconcludeerd dat Colombia, Maleisië, Mexico, Rusland en Thailand voor de selectie van een representatief land langer in aanmerking konden komen, omdat er geen financiële gegevens van de producenten in Colombia, Maleisië, Rusland en Thailand beschikbaar waren voor het onderzoektijdvak. Voorts betroffen de geconsolideerde financiële gegevens die beschikbaar waren voor de producent in Mexico, een groep in verschillende landen gevestigde en in verschillende landen actieve ondernemingen, terwijl de bijdrage van de productie en de verkoop in Mexico aan de financiële resultaten niet in kaart kon worden gebracht. De Commissie heeft ook voorlopig vastgesteld dat één van de Braziliaanse producenten alleen aluminium wielen produceerde en dus niet in aanmerking kon worden genomen voor de berekening van de VAA-kosten en de winst.

(128) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie erop gewezen dat de financiële gegevens voor het onderzoektijdvak eenvoudig te raadplegen waren voor een internationale groep die actief is in Brazilië en Turkije (en andere landen). Het desbetreffende jaarverslag bevatte niet alleen informatie over de geconsolideerde resultaten van de groep, maar ook gedetailleerde informatie over de individuele resultaten van de in Brazilië gevestigde moedermaatschappij, die tevens stalen wielen produceerde, en minder gedetailleerde informatie over de resultaten van de twee dochterondernemingen die in Turkije actief zijn. De informatie over de dochterondernemingen in Turkije was beperkt tot de netto-verkoopopbrengsten, verkoopkosten, exploitatiekosten, inkomstenbelasting en de winst. Derhalve kon op basis hiervan niet de relevantie van de kosten die in de post exploitatiekosten waren opgenomen, worden beoordeeld.

(129) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie ook vastgesteld dat redelijkerwijs kon worden verwacht dat de producent in Zuid-Afrika zijn jaarverslag voor het onderzoektijdvak tijdig zou publiceren zodat het met het oog op de berekening zou kunnen worden gebruikt. Hoewel de producent in Zuid-Afrika deel uitmaakte van een internationale groep, zou de Commissie de geconsolideerde financiële gegevens eventueel kunnen toelaten als relevant voor de producent in Zuid-Afrika, aangezien het aandeel van de in Zuid-Afrika behaalde omzet in de totale omzet van de groep niet verwaarloosbaar was.

(130) Niettegenstaande het bovenstaande werden de gegevens die beschikbaar waren voor de Braziliaanse producent als bedoeld in overweging 128 de meest volledige gegevens geacht voor het bepalen van de representatieve SG & A en de winst.

(131) De klager herhaalde in zijn opmerkingen over de nota van 16 april 2019 zijn voorkeur voor Turkije als representatief land; er werd echter niet opgekomen tegen de conclusie van de Commissie dat Brazilië als representatief land kon worden gebruikt.

(132) Bijgevolg heeft de Commissie in de mededeling van 16 april 2019 geconcludeerd dat Brazilië een geschikt representatief land was wat betreft de productie van het onderzochte product en de beschikbaarheid en kwaliteit van financiële gegevens voor het onderzoektijdvak, zoals toegelicht in overweging 128.

(133) Naar aanleiding van de controlebezoeken aan de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC, waar de Commissie een definitieve lijst van grondstoffen en overeenkomstige GS of tariefcodes heeft vastgesteld, kon worden bevestigd dat Brazilië de meest volledige reeks gegevens heeft verstrekt voor de vaststelling van niet-verstoorde prijzen en benchmarks die nodig zijn voor de berekening van de normale waarde.

Niveau van sociale en milieubescherming

(134) Aangezien was vastgesteld dat Brazilië het meest geschikte representatieve land was, hoefde er geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden conform artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

Conclusie

(135) Gezien de analyse hierboven voldeed Brazilië aan alle criteria van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening om als geschikt representatief land te worden beschouwd. In het bijzonder wordt het onderzochte product in Brazilië in aanzienlijke mate geproduceerd en is er voor dit land een volledige reeks gegevens over de productiefactoren, de VAA-kosten en de winst gedurende het onderzoektijdvak beschikbaar.

Bronnen aan de hand waarvan niet-verstoorde kosten worden vastgesteld

(136) In de mededeling van 6 maart 2019 heeft de Commissie verklaard dat zij met het oog op de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren zou vaststellen aan de hand van de Global Trade Atlas (GTA), dat zij de niet-verstoorde arbeidskosten zou vaststellen aan de hand van de statistieken van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en nationale statistieken, en dat zij de niet-verstoorde kosten voor energie (zoals elektriciteit, aardgas en water) zou vaststellen aan de hand van andere bronnen naargelang van het geselecteerde representatieve land.

(137) In zijn opmerkingen van 18 maart 2019 heeft een producent-exporteur aangevoerd dat Brazilië niet als een geschikt representatief land mag worden beschouwd vanwege de uitvoerbeperkingen in Brazilië met betrekking tot gewalste platte producten die zijn opgenomen in de inventaris inzake uitvoerbeperkingen voor industriële grondstoffen van de OESO, die niet alleen van invloed kunnen zijn op de binnenlandse prijs, maar ook op de invoerprijs van die grondstoffen. In dat opzicht heeft de producent-exporteur met name opgemerkt dat warmgewalst staal de belangrijkste grondstof is en tussen 40 % en 60 % van de totale productiekosten vertegenwoordigt.

(138) De Commissie heeft het bestaan van uitvoerbeperkingen in Brazilië onderzocht en in de mededeling van 16 april 2019 bevestigd dat de uitvoer van bepaalde platte staalproducten onderworpen was aan een uitvoervergunning uit hoofde van wet nr. 9.112 van 10 oktober 1995 betreffende de uitvoer van gevoelige goederen en aanverwante diensten. In dat stadium geeft de Commissie opgemerkt dat de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs voor hun productie niet gebruikmaakten van gewalste platte producten die vallen onder GS-codes die in Brazilië aan uitvoerbeperkingen waren onderworpen.

(139) Na de controlebezoeken heeft de Commissie evenwel vastgesteld dat gewalste platte producten die onder een van de GS-codes vallen waarvoor de in overweging 138 genoemde uitvoerbeperking geldt, namelijk GS-onderverdeling 722870 (profielen), inderdaad door de enige onderzochte producent-exporteur werden gebruikt voor de vervaardiging van het betrokken product.

(140) Derhalve heeft de Commissie besloten de verstoorde kosten van die specifieke productiefactor te vervangen door een internationale benchmark in plaats van een invoerprijs in Brazilië. Deze benchmark wordt toegelicht in overweging 158.

(141) In zijn opmerkingen van 18 maart 2019 heeft een producent-exporteur aangevoerd dat verbruiksgoederen niet dienen te worden opgenomen in de productiefactoren voor de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening, omdat artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening betrekking heeft op grondstoffen en energie en niet op verbruiksgoederen.

(142) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie betoogd dat verbruiksgoederen binnen het toepassingsgebied van artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening vallen, omdat die bepaling betrekking heeft op alle productie- en verkoopkosten — zonder enige uitzondering — die nodig zijn voor de berekening van de normale waarde. Artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening daarentegen verduidelijkt het begrip verstoringen van betekenis die aanleiding geven tot de toepassing van de bepalingen voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, maar bevat wel een vermelding van gerapporteerde prijzen en kosten (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, grondstoffen en energie) in deze verschillende context. De Commissie was derhalve van oordeel dat alle productie- en verkoopkosten, waaronder die van verbruiksgoederen, en ongeacht hun aandeel in de totale productiekosten, moeten worden gerapporteerd door producenten-exporteurs en in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de normale waarde. Derhalve heeft de Commissie dit argument afgewezen.

(143) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie op basis van het besluit om Brazilië als representatief land te gebruiken, de belanghebbenden ervan in kennis gesteld dat zij de GTA zou gebruiken voor het vaststellen van niet-verstoorde kosten van de productiefactoren, de IAO-statistieken en andere openbaar beschikbare bronnen voor het vaststellen van niet-verstoorde arbeidskosten, en de door geselecteerde Braziliaanse leveranciers in rekening gebrachte tarieven voor elektriciteit, aardgas en water voor het vaststellen van niet-verstoorde kosten van die soorten energie.

(144) De Commissie heeft de belanghebbenden er ook van in kennis gesteld dat zij voor de vaststelling van de niet-verstoorde VAA-kosten en de winst gebruik zou maken van de financiële gegevens van de IochpeMaxion-groep, met name van de in Brazilië gevestigde moedermaatschappij, waarvoor gedetailleerde gegevens beschikbaar waren in de afzonderlijke en geconsolideerde jaarrekeningen voor het per 31 december 2018 afgesloten boekjaar en het rapport van de onafhankelijke auditor van de groep.

(145) Na de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie geen verdere opmerkingen over de bronnen voor niet-verstoorde kosten en benchmarks ontvangen. Derhalve werden de in de overwegingen 143 en 144 vermelde bronnen voorlopig bevestigd.

Niet-verstoorde kosten en benchmarks Productiefactoren

(146) Zoals reeds vermeld in overweging 29, heeft de Commissie in de mededeling van 6 maart 2019 getracht een initiële lijst van productiefactoren en bronnen op te stellen die zou kunnen worden gebruikt voor alle productiefactoren zoals materialen, energie en arbeid die door de producenten-exporteurs worden gebruikt bij de vervaardiging van het betrokken product.

(147) De Commissie heeft naar aanleiding van de mededeling van 6 maart 2019 of de mededeling van 16 april 2019 geen opmerkingen ontvangen over de lijst van productiefactoren.

(148) In de mededeling van 16 april 2019 heeft de Commissie op basis van de informatie die zij van belanghebbenden heeft ontvangen, een lijst opgesteld van 60 mogelijke GS-codes die overeenstemmen met de productiefactoren die worden ingezet bij de vervaardiging van het betrokken product.

(149) Na de controlebezoeken bij de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs heeft de Commissie vervolgens een definitieve lijst van productiefactoren en overeenkomstige GS-codes opgesteld.

(150) Tabel 1 ———————————————————————————

Op basis van alle door de belanghebbenden verstrekte en tijdens de controlebezoeken verzamelde informatie zijn, waar van toepassing, de volgende productiefactoren en GS-codes vastgesteld: Productiefactor Code in de Braziliaanse tariefindeling Niet-verstoorde waarde Grondstoffen Warmgewalste platte staalproducten, ongebeitst, met een breedte van 600 mm of meer en een dikte van meer dan 10 mm; 720836 4,91 CNY/kg 4,75 mm maar niet meer dan 10 mm; 72083700 4,86 CNY/kg 3 mm maar minder dan 4,75 mm; 720838 4,89 CNY/kg minder dan 3 mm 720839 4,57 CNY/kg Profielstaal profielen [n.v.t.] 5,06 CNY/kg Verf op basis van polyesters; 320810 42,87 CNY/kg op basis van acryl- of vinylpolymeren; 320820 42,12 CNY/kg andere; 320890 54,65 CNY/kg epoxyharsen 390730 28,70 CNY/kg Lasdraad draad van roestvrij staal; 721730 12,51 CNY/kg draad van siliciummangaanstaal; 72292000 9,73 CNY/kg draad van ander gelegeerd staal 72299000 21,74 CNY/kg Ventiel 84813000 10,30 CNY/stk Gassen vloeibaar gemaakt propaan; 271112 3,73 CNY/kg argon; 280421 n.v.t. (zie overwegingen 153 en 154) stikstof; 28043000 10,86 CNY/m3 zuurstof; 28044000 6,69 CNY/m3 koolstofdioxide 28112100 24,76 CNY/kg Andere chemische producten zoutzuur; 280610 1,68 CNY/kg bijtende soda; 28151200 2,41 CNY/kg Dinatriumcarbonaat; 283620 1,45 CNY/kg melkzuur; 29181100 21,22 CNY/kg Natriumwaterstofcarbonaat; 34021900 15,03 CNY/kg smeermiddelen; 34031900 44,54 CNY/kg preparaten voor beitsen van metalen; 381010 66,46 CNY/kg verdunners; 381400 40,26 CNY/kg natriumnitraat; 381590 74,48 CNY/kg polyacrylamide 390690 17,74 CNY/kg Arbeid Arbeidskosten in de productiesector [n.v.t.] 34,53 CNY/uur Energie Elektriciteit [n.v.t.] 0,69 — 1,01 CNY/kWh Aardgas [n.v.t.] 3,42 — 4,03 CNY/m3 Water [n.v.t.] 181,92 CNY/maand of 35,41 — 70,67 CNY/ton Houtpellets 44013100 0,65 CNY/kg Bijproduct/afval Afval van staal in de vorm van draaisel, krullen, spanen, slijpsel, zaagsel, vijlsel, en afval van het stampen of stansen, ook indien in pakketten 72044100 1,70 CNY/kg

Grondstoffen en afval

(151) Tijdens de controlebezoeken heeft de Commissie de bij de vervaardiging van het betrokken product gebruikte grondstoffen en het daarbij gegenereerde staalschroot gecontroleerd.

(152) Voor alle grondstoffen met uitzondering van profielstaal is de Commissie, bij gebrek aan informatie over de markt van het representatieve land, uitgegaan van invoerprijzen. Een invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 112 tot de conclusie komt dat het niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen voor de voor de uitvoer bestemde producten hebben, was de Commissie van mening dat dezelfde verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. In werkelijkheid blijkt dat de invoerprijzen van veel van de door de VRC naar Brazilië uitgevoerde grondstoffen lager zijn dan die van andere invoer. Na de uitsluiting van de VRC bleef de invoer uit andere derde landen representateif, aangezien die 40 % tot 100 % van de totale invoer in Brazilië uitmaakte.

(153) De Commissie heeft vastgesteld dat de hoeveelheid van de invoer van argon in Brazilië verwaarloosbaar was en dat de benchmark derhalve niet als betrouwbaar kon worden beschouwd. Met betrekking tot staalschroot heeft de Commissie vastgesteld dat de prijs bij invoer in Brazilië aanzienlijk hoger was dan de invoerprijs van warmgewalste platte staalproducten, om welke reden de invoerprijs van staalschroot evenees onbetrouwbaar werd geacht.

(154) Aangezien de werkelijke kosten voor argon voor de medewerkende producent-exporteur in het onderzoektijdvak een verwaarloosbaar deel uitmaakten van de totale grondstofkosten (minder dan 0,005 %), en geen invloed hadden op de berekening van de dumpingmarge, ongeacht de bron die zou worden gebruikt om deze te vervangen, heeft de Commissie besloten deze kosten op te nemen in de algemene productiekosten.

(155) Om de niet-verstoorde prijs van staalschroot vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van Braziliaanse uitvoerstatistieken. Voor de berekening van de uitvoerprijs van staalschroot is overweging 152 van overeenkomstige toepassing. Bovendien heeft de Commissie opgemerkt dat er geen staalschroot uit Brazilië naar de Volksrepubliek China is uitgevoerd.

(156) Teneinde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening de niet-verstoorde prijs van grondstoffen vast te stellen zoals afgeleverd aan de poort van de fabriek van de producent-exporteur, heeft de Commissie bij de invoerprijs de kosten van internationaal vervoer en de verzekeringskosten opgeteld, het invoerrecht van het representatieve land toegepast en er kosten van binnenlands vervoer bij opgeteld. De kosten van internationaal en binnenlands vervoer voor alle grondstoffen en de verzekeringskosten werden geschat aan de hand van de door de medewerkende producent-exporteur verstrekte gecontroleerde gegevens.

(157) Wanneer de uitvoerprijs is gebruikt om de niet-verstoorde prijs van een grondstof vast te stellen, zijn er geen verdere correcties op de gegevens van de GTA toegepast. De Commissie was van oordeel dat in de kosten van vervoer tussen een Braziliaanse leverancier en een internationale haven de kosten van vervoer tussen die leverancier en zijn Braziliaanse afnemer waren weergegeven. De prijs uit de GTA kon derhalve worden aanvaard als de prijs van een grondstof zoals afgeleverd aan de poort van de fabriek van de producent-exporteur.

(158) Om de in de overwegingen 137 tot en met 140 uiteengezette redenen heeft de Commissie een internationale benchmarkt gehanteerd om de niet-verstoorde kosten van profielstaal vast te stellen. De gehanteerde niet-verstoorde internationale benchmark die is gehanteerd, is de Latijns-Amerikaanse prijs af-fabriek van bouwprofielen en -balken. Deze benchmark werd niet-verstoord geacht omdat hij wegens het feit dat hij was gebaseerd op een rekenkundig gemiddelde van de in Brazilië en Mexico vastgestelde transactiewaarden, werd geacht voor dit gebied concurrerende marktvoorwaarden te weerspiegelen. Deze benchmark liet prijzen zien die in het onderzoektijdvak varieerden tussen 4,55 CNY/kg en 5,61 CNY/kg.

(159) Van sommige grondstoffen kon de medewerkende producent-exporteur de verbruikshoeveelheid niet vaststellen in zijn administratie. De werkelijke kosten van deze grondstoffen maakten een verwaarloosbaar deel van de totale werkelijke productiekosten uit, namelijk minder dan 0,5 %. Die kosten zijn opgenomen in de algemene productiekosten, zoals toegelicht in overweging 169.

Arbeid

(160) Om de benchmark voor arbeidskosten vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de IAO-statistieken, samen met openbaar beschikbare informatie over de extra arbeidskosten die een werkgever in Brazilië maakt.

(161) De IAO-statistieken bevatten gegevens over de gemiddelde wekelijkse werkelijk gewerkte uren per werknemer en het maandloon van werknemers in de industriesector tijdens het onderzoektijdvak. Aan de hand van deze gegevens heeft de Commissie een uurloon in de industriesector berekend, waarbij de extra arbeidsgerelateerde kosten (door de werkgever betaalde socialezekerheids- en werkloosheidsbijdragen) zijn opgeteld.

Elektriciteit

(162) De elektriciteitsprijs die in rekening wordt gebracht door één van de grootste elektriciteitsleveranciers in Brazilië, de onderneming EDP Brasil, was eenvoudig te raadplegen. De informatie was gedetailleerd genoeg om de door industriële gebruikers betaalde prijs voor elektriciteit en de prijs voor het gebruik van het distributiesysteem (modalidade tarifaria azul) vast te stellen.

(163) Opgemerkt zij dat de regelgevende autoriteit, Agência Nacional de Energia Elétrica (ANEEL), de elektriciteitsleveranciers in Brazilië verplicht hun tarieven met een bepaald percentage te verhogen om het elektriciteitsverbruik in het land te reguleren. ANEEL hanteert een vlaggensysteem (groen, geel, rood 1, rood 2) om aan te geven of de elektriciteitsprijs moet worden gehandhaafd zoals voorgesteld door de leverancier (groen) dan wel verhoogd met 0,010 BRL/kWh (geel), 0,030 BRL/kWh (rood 1), of 0,050 BRL/kWh (rood 2). De vlaggen worden maandelijks door ANEEL gepubliceerd en waren voor het onderzoektijdvak eenvoudig te raadplegen op de website van EDP Brasil. Bij de vaststelling van de niet-verstoorde elektriciteitskosten heeft de Commissie rekening gehouden met de vlaggen die in het onderzoektijdvak zijn gebruikt en de prijs dienovereenkomstig aangepast.

(164) De niet-verstoorde elektriciteitskosten in tabel 1 worden weergegeven als een bandbreedte aangezien er voor individuele verbruikers verschillende tarieven van toepassing, afhankelijk van hun verbruik.

Aardgas en houtpellets

(165) De producenten-exporteurs hebben aardgas en houtpellets gebruikt om warmte te produceren. De gemiddelde aardgasprijs voor industriële gebruikers in Brazilië in het onderzoektijdvak was eenvoudig te raadplegen in een maandelijkse publicatie van het Braziliaanse ministerie van Mijnbouw en Energie. De niet-verstoorde kosten van houtpellets zijn vastgesteld op basis van de prijs bij invoer in Brazilië, zoals toegelicht in overweging 152.

(166) De niet-verstoorde kosten van aardgas in tabel 1 worden weergegeven als een bandbreedte, aangezien er voor individuele verbruikers verschillende tarieven van toepassing zijn, afhankelijk van hun verbruik.

Water

(167) Het watertarief — zoals aangerekend door de onderneming Sabesp, die in de staat São Paulo verantwoordelijk is voor de watervoorziening en de afvalwaterverzameling en -behandeling — was eenvoudig te raadplegen. De informatie bevatte gedetailleerde gegevens over de tarieven die in 2018 voor industriële gebruikers golden voor verschillende subregio’s en gemeenten van de staat São Paulo. De Commissie heeft de niet-verstoorde kosten voor water en afvalwaterverzameling vastgesteld op basis van het tarief dat in het onderzoektijdvak van toepassing was op de industriële afnemers in de agglomeratie.

(168) De niet-verstoorde kosten van water in tabel 1 worden weergegeven als een bandbreedte, aangezien er voor individuele verbruikers verschillende tarieven van toepassing, afhankelijk van hun verbruik.

Algemene productiekosten, VAA-kosten en winst

(169) De algemene productiekosten van de medewerkende producent-exporteur werden verhoogd met de kosten van grondstoffen waarvan de verbruikshoeveelheid niet kon worden vastgesteld in de administratie van de producent-exporteur en met de kosten van argon zoals toegelicht in de overwegingen 153 en 154, en vervolgens uitgedrukt als een deel van de werkelijke productiekosten van de medewerkende producent-exporteur. Dit percentage is toegepast op de niet-verstoorde productiekosten.

(170) Voor de VAA-kosten en de winstmarge heeft de Commissie gebruikgemaakt van de financiële gegevens van de in Brazilië gevestigde moedermaatschappij van de Iochupe Maxion group, aangezien de moedermaatschappij in Brazilië is gevestigd en een producent van het betrokken product is, en zoals aangekondigd in de nota van 16 april 2019.

(171) Bij de berekening van de VAA-kosten heeft de Commissie geen rekening gehouden met de post aandeel in de winst (het verlies) van dochterondernemingen aangezien dergelijke kosten (of inkomsten) geen verband hielden met het betrokken product en specifiek waren voor de internationale structuur van de groep. In 2018 heeft de moedermaatschappij een aandeel in de winst van de dochterondernemingen ontvangen. De correctie heeft geresulteerd in een hoger percentage van de VAA-kosten, maar een lager percentage van de winst. In totaal had deze correctie geen invloed op het niveau van de VAA-kosten en de winst als geheel.

Berekening van de normale waarde

(172) Om de door berekening vastgestelde normale waarde te bepalen, heeft de Commissie de volgende stappen ondernomen.

(173) Ten eerste heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Zij heeft de niet-verstoorde kosten per eenheid toegepast op het werkelijke verbruik van de individuele productiefactoren van de medewerkende producent-exporteur.

(174) Ten tweede heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten verhoogd door er de algemene productiekosten bij op te tellen die zijn vastgesteld zoals beschreven in overweging 169, teneinde de niet-verstoorde productiekosten te bepalen.

(175) Ten slotte heeft de Commissie de in de overwegingen 170 en 171 toegelichte VAA-kosten en de winst van de moedermaatschappij van de groep IochpeMaxion toegepast op de productiekosten die zijn vastgesteld zoals beschreven in overweging 174.

(176) De VAA-kosten, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen (KVG) en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 11,21 %.

(177) De winst, uitgedrukt als percentage van de KVG en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroeg 5,06 %.

(178) Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening. Aangezien slechts één producent-exporteur overbleef in de steekproef, heeft de Commissie de normale waarde per productsoort alleen voor deze producent-exporteur berekend.

Uitvoerprijs

(179) De producent-exporteur in kwestie voerde rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie uit. Daarom was de uitvoerprijs de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het betrokken product dat met het oog op uitvoer naar de Unie werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.

Vergelijking

(180) De Commissie heeft de normale waarde en de uitvoerprijs van de medewerkende producent-exporteur vergeleken in het stadium af fabriek.

(181) Waar dat voor een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen. Op basis van de werkelijke cijfers van de medewerkende onderneming werden correcties toegepast voor kosten in verband met laden en lossen en binnenlands vervoer, verpakkingskosten, kredietkosten en bankkosten.

Dumpingmarge

(182) Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie voor de in de steekproef opgenomen medewerkende producent-exporteur de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product.

(183) Op basis daarvan is de voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, als volgt: Onderneming Voorlopige dumpingmarge (%) Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd. 69,4 Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4 Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4

(184) Zoals toegelicht in overweging 18 werd de steekproef als gevolg van de niet-medewerking van twee in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en de uitsluiting van een andere producent-exporteur wegens de beperking van de productomschrijving, gereduceerd tot slechts één onderneming, namelijk de Xingmin-groep. Derhalve was het niet mogelijk om overeenkomstig artikel 9, lid 6, van de basisverordening een gewogen gemiddelde dumpingmarge vast te stellen voor de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs. Gelet op het gebrek aan medewerking van de steekproef en het gebrek aan tijd om in dit late stadium een nieuwe steekproef samen te stellen, heeft de Commissie besloten op grond van artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening de beste beschikbare gegevens met betrekking tot de steekproef te gebruiken.

(185) Op basis hiervan heeft de Commissie ten aanzien van de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs bij wijze van uitzondering besloten de dumpingmarge op hetzelfde niveau vast te stellen als de enige overblijvende in de steekproef opgenomen producent-exporteur. Zij was immers van oordeel dat het mislukken van de steekproef ook was veroorzaakt door de uitsluiting van bepaalde productsoorten die, met de daarmee gepaard gaande uitsluiting van één van de twee medewerkende producenten-exporteurs die nog in de steekproef waren opgenomen, rechtstreekse gevolgen had voor de steekproef. De Commissie heeft ook rekening gehouden met het feit dat de overblijvende onderneming in de steekproef ongeveer 20 % van de invoer van het betrokken product vertegenwoordigde en een breed scala van productsoorten naar de Unie uitvoerde.

(186) Voor alle andere producenten-exporteurs heeft de Commissie besloten om de residuele dumpingmarge te baseren op het niveau dat overeenkomt met de gewogen gemiddelde dumpingmarge die in de in de steekproef opgenomen onderneming is vastgesteld voor de acht productsoorten met de hoogste individuele dumpingmarges. De hoeveelheid van de uitvoer van deze productsoorten vertegenwoordigde ongeveer 29 % van het totale door de betrokken onderneming naar de Unie uitgevoerde hoeveelheid, wat als voldoende representatief wordt beschouwd.

(187) De voorlopige dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, zijn als volgt: Onderneming Voorlopige dumpingmarge (%) Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd. 69,4 Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4 Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4 Andere medewerkende ondernemingen 69,4 Alle andere ondernemingen 80,1

SCHADE Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(188) Het soortgelijke product werd tijdens het onderzoektijdvak vervaardigd door elf producenten in de Unie. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(189) De totale productie in de Unie tijdens het onderzoektijdvak werd vastgesteld op ongeveer 35 miljoen stalen wielen. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van EUWA, die zijn getoetst en, in voorkomend geval, zijn bijgewerkt aan de hand van de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Zoals aangegeven in overweging 8, bestond de steekproef uit drie producenten in de Unie die meer dan 35 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden.

Markt en verbruik in de Unie

(190) De markt voor stalen wielen omvat een verscheidenheid aan productsoorten, met name afhankelijk van het type voertuig waarop zij worden bevestigd. Deze productsoorten variëren voornamelijk in omvang, waarbij kleinere maten bstemd zijn voor personenauto’s en grotere diameters voor zware vrachtwagens en motorvoertuigen voor speciale doeleinden. Deze productsoorten worden door de industrie door de bedrijfstak gewoonlijk in twee categorieën ingedeeld: wielen voor personenauto’s (voor voertuigen met hoogstens 8 zitplaatsen) en wielen voor bedrijfsvoertuigen (alle andere). Al deze verschillende soorten hebben dezelfde fysieke basiskenmerken en gebruiksdoeleinden en worden derhalve voor het doel van dit onderzoek als één enkel product beschouwd.

(191) Uit het onderzoek is gebleken dat zowel China als de producenten in de Unie actief zijn op het gebied van wielen van personenauto’s als op dat van wielen voor bedrijfsvoertuigen. Op basis van de door de klager verstrekte informatie bestond ongeveer 45 % van de Chinese invoer tijdens het OT uit wielen voor personenauto’s en 55 % uit wielen voor bedrijfsvoertuigen. In de Unie is ongeveer 65 % van de verkoop bestemd voor wielen van personenauto’s en 35 % voor wielen voor bedrijfsvoertuigen.

(192) In de Unie worden stalen wielen via twee hoofdkanalen verkocht: hetzij rechtstreeks aan voertuigfabrikanten (OEM’s), hetzij aan onafhankelijke ondernemingen die SW ontwikkelen en voorzien van een merk, welke SW vervolgens aan groothandelaren of detailhandelaren worden verkocht. Hoewel de autoproducenten verlangen dat vrij strikte specificaties worden gerespecteerd, hebben alle wielen dezelfde of vergelijkbare kenmerken, ongeacht hun distributiekanaal, en vormen uiteindelijk alle SW-soorten één homogeen type. Het belangrijkste is dat er duidelijke onderlinge verbanden bestaan tussen de twee distributiekanalen, aangezien de prijzen van één distributiekanaal druk kunnen uitoefenen op het andere distributiekanaal.

(193) De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de hoeveelheid van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie plus de invoer uit alle derde landen.

(194) Tabel 2 Verbruik in de Unie

Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA, in de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Totaal verbruik in de Unie (duizend stuks) 38554 38523 40161 39387 Index 100 100 104 102

(195) Tijdens de beoordelingsperiode nam het verbruik in de Unie toe met 2 %.

Invoer uit het betrokken land

(196) De GS-codes ex87087010, ex87087099 en ex87169090 omvatten een breder productscala dan SW. Voorts is de enige beschikbare meeteenheid wat Eurostat aangaat het gewicht, wat niet noodzakelijk een adequate vergelijkbaarheid van de gegevens tussen de verschillende bronnen van invoer mogelijk maakt, gezien de verschillende soorten SW met een breed scala aan diameters met uiteenlopend gewicht, en mogelijk verschillende en/of veranderende productassortimenten (wielen voor personenauto’s en wielen voor bedrijfsvoertuigen, waaronder wielen voor trekkers en aanhangwagens). EUWA heeft deze kwestie aan de orde gesteld in haar klacht en naast de cijfers in de klacht ook haar eigen schattingen van de omvang van de invoer uit de VRC, Turkije en andere landen verstrekt, hetgeen is gecontroleerd door de Commissie. Op basis hiervan heeft de Commissie de belanghebbenden op de hoogte gesteld en hen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de verschillende gegevensbronnen, waaronder de schattingen van de invoerhoeveelheden die in de loop van het onderzoek door EUWA zijn verstrekt en de invoerhoeveelheden en -prijzen op basis van Eurostat-gegevens. Geen van de belanghebbenden heeft bezwaar gemaakt tegen de schattingen van de invoerhoeveelheden, die derhalve werden beschouwd als de beste beschikbare informatiebron. Hoewel EUWA twijfels heeft geuit over de door Eurostat verstrekte hoogte van de prijzen, heeft de Commissie zich bij gebrek aan andere beschikbare informatiebronnen gebaseerd op de gegevens van Eurostat om ten minste prijsontwikkelingen vast te stellen. De Commissie heeft evenwel gebruikgemaakt van de prijzen die zij van de in de steekproef opgenomen belanghebbenden had ontvangen om de prijsniveaus te vergelijken met het oog op de vaststelling van de prijsonderbiedings- en schademarge.

Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC

(197) Het marktaandeel van de invoer werd vastgesteld door de hoeveelheden van de invoer te vergelijken met het verbruik in de Unie.

(198) Tabel 3 Omvang van de invoer en marktaandeel

De invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA. 2015 2016 2017 OT Omvang van de invoer uit de VRC (duizend stuks) 1007 1257 1963 2093 Index 100 125 195 208 Marktaandeel 2,6 % 3,3 % 4,9 % 5,3 % Index 100 125 187 204

(199) De invoer uit de VRC en het marktaandeel ervan zijn in de beoordelingsperiode verdubbeld. De invoer is gestegen van ongeveer 1 miljoen tot 2 miljoen stuks, wat overeenkomt met een toename van het marktaandeel van 2,6 % tot 5,3 % in het onderzoektijdvak. De invoer uit de VRC bedroeg in het OT ongeveer 25 % van de totale invoer. Er zij op gewezen dat, op basis van de beschikbare gegevens, de Chinese invoer zowel betrekking had op wielen voor personenauto’s als op wielen voor bedrijfsvoertuigen en dat deze invoer voor beide soorten steeg, maar dat de stijging veel groter was voor de wielsoorten voor personenauto’s.

Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding

(200) Zoals in overweging 196 is uiteengezet, heeft de Commissie de ontwikkeling van de invoerprijzen vastgesteld op basis van de gegevens van Eurostat zoals door de Commissie in de loop van het onderzoek aan de partijen is meegedeeld. Hoewel de gegevens van Eurostat geen precies beeld gaven van de absolute omvang van de invoer — en dus van de prijzen per eenheid — vormden zij evenwel de enige beschikbare bron van informatie om op zijn minst prijsontwikkelingen vast te stellen. De onderstaande gegevens werden daarom in die context beschouwd en dus niet gebruikt om prijsniveaus te vergelijken.

(201) Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/kilo)

De prijs van de invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Bron: Eurostat. 2015 2016 2017 OT VRC 2,04 1,90 1,85 1,90 Index 100 93 91 93

(202) De prijzen bij invoer uit de VRC zijn in de beoordelingsperiode gemiddeld met 7 % gedaald.

(203) De Commissie heeft ook de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:

de gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort van de invoer die door de in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producent aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie werden berekend, op cif-basis, met de nodige correcties voor douanerechten en kosten na invoer, en

de overeenkomstige gewogen gemiddelde verkoopprijzen per productsoort die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in rekening werden gebracht aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek.

(204) De prijzen werden vergeleken per productsoort voor transacties in hetzelfde handelsstadium, zo nodig na correctie, en met aftrek van kortingen en rabatten. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het onderzoektijdvak. Daaruit bleek een aanzienlijke prijsonderbiedingsmarge, variërend van 8,7 % tot 42,6 %, wat leidde tot een gewogen gemiddelde marge van 26,2 % voor de medewerkende exporteur.

Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie Algemene opmerkingen

(205) Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(206) Zoals in overweging 8 vermeld, is voor de vaststelling van mogelijke door de bedrijfstak van de Unie geleden schade gebruikgemaakt van een steekproef.

(207) Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens in de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van EUWA. Deze gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie, maar werden waar nodig bijgewerkt na de controles bij de in de steekproef opgenomen producenten van de Unie. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren geëvalueerd op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide reeksen gegevens bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(208) De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheid, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit en hoogte van de dumpingmarges.

(209) De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, gemiddelde arbeidskosten, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

Macro-economische indicatoren Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(210) Tabel 5 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA, in de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Geproduceerde hoeveelheid (duizend stuks) 36399 35252 36860 34999 Index 100 97 101 96 Productiecapaciteit (duizend stuks) 52050 52226 52744 52289 Index 100 100 101 100 Bezettingsgraad 69,9 % 67,5 % 69,9 % 66,9 % Index 100 97 100 96

(211) De totale productie van de bedrijfstak van de Unie fluctueerde maar is in de beoordelingsperiode met 4 % gedaald. Aangezien de productiecapaciteit bijna op hetzelfde niveau gehandhaafd gedurende de beoordelingsperiode, is de bezettingsgraad gedaald van 69,9 % tot 66,9 %.

Verkoophoeveelheid en marktaandeel

(212) Tabel 6 Verkoophoeveelheden en marktaandeel

De verkoophoeveelheden en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA, in de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Totale verkoophoeveelheid op de markt van de Unie (duizend stuks) 32731 32299 32581 31451 Index 100 99 100 96 Marktaandeel 84,9 % 83,8 % 81,1 % 79,8 % Index 100 99 96 94

(213) De verkoophoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 4 % gedaald, terwijl de invoer uit de VRC is verdubbeld. Daardoor is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode gedaald met 6 % (van 84,9 % tot 79,8 %).

Groei

(214) De bovenstaande cijfers met betrekking tot productie, verkoop, omvang en marktaandeel laten zien dat de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode niet in staat was te groeien, noch in absolute termen, noch wat betreft het verbruik.

Werkgelegenheid en productiviteit

(215) Tabel 7 Werkgelegenheid en productiviteit

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA, in de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Aantal werknemers 2970 2949 2947 2985 Index 100 99 99 100 Productiviteit (duizend stuks/werknemer) 12,3 12,0 12,4 11,6 Index 100 98 102 95

(216) Tijdens de beoordelingsperiode is de werkgelegenheid in de Unie stabiel gebleven. De groei van het verbruik hield zelfs geen gelijke tred met de groei van de werkgelegenheid, aangezien de verkoop- en productiehoeveelheden daalden. Aangezien de productie met 4 % is gedaald, is de productiviteit van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met 5 % gedaald.

Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(217) Alle dumpingmarges lagen aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien de omvang en de prijzen van de invoer uit de VRC.

(218) Dit is het eerste antidumpingonderzoek ten aanzien van het betrokken product. Daarom waren er geen gegevens beschikbaar om de gevolgen van mogelijke dumping in het verleden vast te stellen.

Micro-economische indicatoren Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(219) Tabel 8 Gemiddelde verkoopprijzen in de Unie (EUR)

De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan afnemers in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: In de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Gemiddelde verkoopprijs af fabriek per eenheid in de Unie voor niet-verbonden afnemers 15,3 15,8 18,0 18,4 Index 100 104 118 121 Productiekosten per eenheid 14,4 14,3 17,1 18,5 Index 100 99 118 128

(220) Terwijl de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met 28 % zijn gestegen, voornamelijk als gevolg van een sterke stijging van de kosten van warmgewalste platte staalproducten, een belangrijke grondstof, stegen de gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie tijdens het OT met slechts 21 %. Hieruit blijkt de ernstige prijsdruk die de sterk stijgende invoer van het betrokken product heeft veroorzaakt. Zoals hieronder in punt 4.4.3.4 wordt toegelicht, had dit aanzienlijke gevolgen voor de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie, die in het onderzoektijdvak verliesgevend werd.

Arbeidskosten

(221) Tabel 9 Gemiddelde arbeidskosten per werknemer (EUR)

De gemiddelde arbeidskosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: In de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Gemiddelde arbeidskosten per werknemer 51975 48466 51577 53484 Index 100 93 99 103

(222) De gemiddelde arbeidskosten per werknemer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn tussen 2015 en het eind van het onderzoektijdvak licht toegenomen met 3 %. De arbeidskosten zijn vooral in 2017 gestegen als gevolg van een wetswijziging in de lidstaat van één van de in de steekproef opgenomen producenten.

Voorraden

(223) Tabel 10 Voorraden

De voorraden van de producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA, in de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Eindvoorraden (duizend stuks) 2327 1845 2155 1631 Index 100 79 93 70 Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie 6,4 % 5,2 % 5,8 % 4,7 % Index 100 82 91 73

(224) Voorraden kunnen niet als een relevante schade-indicator worden beschouwd omdat stalen wielen veelal op bestelling worden geproduceerd; de voorraad op een bepaald tijdstip bestaat meestal uit goederen die reeds zijn verkocht maar nog niet zijn geleverd. Daarom worden de ontwikkelingen van de voorraden alleen ter informatie gegeven.

(225) De eindvoorraden zijn in de beoordelingsperiode in totaal met 30 % gedaald. De eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie zijn iets teruggelopen, namelijk van 6,4 % in 2015 tot 4,7 % in het onderzoektijdvak, d.w.z. met 27 %.

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(226) Tabel 11 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: In de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet) 2,3 % 7,1 % 3,5 % -1,1 % Index 100 309 153 -49 Kasstroom (EUR) 7,9 % 11,9 % 4,3 % 6,1 % Index 100 151 54 78 Investeringen (000 EUR) 7326 6830 9990 13713 Index 100 93 136 187 Rendement van investeringen 16,1 % 48,6 % 24,7 % -5,5 % Index 100 301 153 -34

(227) De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. De winstgevendheid was wisselvallig tijdens de beoordelingsperiode, maar vertoonde vanaf 2016 een dalende trend en werd negatief tijdens de beoordelingsperiode.

(228) De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De nettokasstroom gaf in de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling te zien, hoewel de achteruitgang, met name aan het einde van het onderzoektijdvak, minder uitgesproken was dan de ontwikkeling van de winstgevendheid.

(229) De investeringen zijn in de beoordelingsperiode toegenomen met 87 %. Bijna de helft van de investeringen ging naar het onderhoud van de productielijnen. Er werd echter ook aanzienlijk geïnvesteerd in nieuwe capaciteit in overeenstemming met de verwachte toename in de komende jaren van de vraag naar wielen met een grotere diameter, waarvoor extra machines en spuitinstallaties nodig zijn.

(230) Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Ondanks een stijging van de totale investeringen in 2016 gaf het rendement van investeringen in de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling te zien, hetgeen strookt met de eerder beschreven ontwikkelingen voor winstgevendheid en kasstroom.

Conclusie inzake schade

(231) In de beoordelingsperiode zijn de verkoopprijzen gestegen met 21 %, wat niet voldoende was om de stijging van de productiekosten (28 %) in het onderzoektijdvak te dekken. Het winstniveau van de bedrijfstak van de Unie van 2,3 % in 2015 sloeg om in verliezen (-1,1 %) tijdens het onderzoektijdvak. Deze ontwikkeling ging gepaard met een vergelijkbare daling van de kasstroom (-22 %) en het rendement van de investeringen (-134 %).

(232) In de beoordelingsperiode is het productieniveau van de bedrijfstak van de Unie met 4 % gedaald, is ook de verkoophoeveelheid met 4 % gedaald en is het marktaandeel afgenomen van 84,9 % tot 79,8 %, terwijl het verbruik met 2 % is gestegen. Opgemerkt zij dat de VRC er in dezelfde periode in is geslaagd haar marktaandeel te verdubbelen. Door deze ontwikkelingen is de bedrijfstak van de Unie in een kwetsbare situatie terechtgekomen.

(233) Slechts zeer weinig van de onderzochte indicatoren gaven in de beoordelingsperiode een positieve ontwikkeling te zien. De investeringen zijn met 87 % gestegen, maar deze investeringen betreffen hoofdzakelijk de vervanging en modernisering van machines. Ook zijn de voorraden tijdens de beoordelingsperiode gedaald, maar aangezien het product grotendeels wordt geproduceerd op verzoek, kan de daling van de voorraden niet worden beschouwd als een positieve ontwikkeling in dit geval.

(234) Op basis van het bovenstaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

OORZAKELIJK VERBAND

(235) Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de VRC aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade had kunnen lijden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit de VRC, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren zijn: invoer uit derde landen, uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie en de ontwikkeling van de grondstofprijzen.

Gevolgen van de invoer met dumping

(236) De invoer uit de VRC is in de beoordelingsperiode met 108 % gestegen en het marktaandeel van deze invoer is ook verdubbeld. De toename van het marktaandeel van de invoer met dumping uit de VRC was grotendeels verantwoordelijk voor de daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie. Bovendien daalden de prijzen van de invoer uit de VRC gemiddeld met 7 % en onderboden zij, uitgaande van de beste beschikbare informatie, de prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens het onderzoektijdvak met gemiddeld 26,2 %. De lage prijzen van de invoer uit de VRC hebben tijdens het onderzoektijdvak ook aanzienlijke prijsdruk uitgeoefend, waardoor de bedrijfstak van de Unie verliezen heeft geleden omdat hij zijn prijzen niet kon verhogen tot boven zijn productiekosten.

(237) Uit de analyse van de schade-indicatoren in de overwegingen 186 tot en met 211 blijkt dat de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie erop achteruit is gegaan en dit samenvalt met een stijging van de invoer met dumping uit de VRC, tegen prijzen die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbieden. De bedrijfstak van de Unie verloor marktaandeel aan goedkopere invoer met dumping uit de VRC, en sommige in de steekproef opgenomen producenten in de Unie bevestigden ook het feit dat, zoals reeds is vastgesteld in het kader van het onderzoek naar de aluminium wielen, autofabrikanten nog steeds Chinese offertes als benchmark gebruiken om de prijzen onder druk te zetten. Dit heeft een aanzienlijke druk uitgeoefend op de prijzen in de Unie, waarin niet de kostenstijgingen konden worden doorberekend. De belangrijkste factoren hierbij zijn in dit geval de stijging van de invoer en de substantieel lage prijzen die werden vastgesteld. De prijsdruk die door de invoer met dumping uit de VRC werd uitgeoefend, verhinderde dat de bedrijfstak van de Unie de prijzen kon verhogen. Met name in 2017 en tijdens het onderzoektijdvak, toen de productiekosten per eenheid stegen als gevolg van de hogere staalprijzen, kon de bedrijfstak van de Unie deze kostenstijgingen niet volledig doorberekenen in zijn verkoopprijzen. Hierdoor verslechterden de prestatie-indicatoren van de bedrijfstak van de Unie, wat heeft geleid tot verliezen in het onderzoektijdvak.

(238) Op grond daarvan wordt geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC aanmerkelijke schade heeft veroorzaakt voor de bedrijfstak van de Unie.

Gevolgen van andere factoren Invoer uit derde landen

(239) Tabel 12 Invoer uit derde landen

De hoeveelheden van de invoer uit andere derde landen hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA voor hoeveelheid, Eurostat voor prijsontwikkelingen. Land 2015 2016 2017 OT Turkije Hoeveelheid (duizend stuks) 3433 3450 3557 3793 Index 100 100 104 110 Marktaandeel 8,9 % 9,0 % 8,9 % 9,6 % Index 100 101 100 108 Gemiddelde prijs (per kilo) 2,11 1,98 2,00 1,96 Index 100 94 95 93 Andere landen Hoeveelheid (duizend stuks) 1383 1517 2050 2050 Index 100 110 148 148 Marktaandeel 3,6 % 3,9 % 5,1 % 5,2 % Index 100 110 142 145 Gemiddelde prijs (per kilo) 2,85 2,69 2,77 2,85 Index 100 94 97 100

(240) Zelfs als de invoer uit Turkije in het onderzoektijdvak is toegenomen, was de ontwikkeling ervan veel minder uitgesproken dan die van de invoer uit de VRC.

(241) De Turkse invoer won, in termen van volume, tijdens het OT driehonderzestigduizend eenheden, terwijl China de invoer in de Unie verdubbelde, die in dezelfde periode met één miljoen eenheden steeg. Als gevolg hiervan namen de Chinese marktaandelen toe met 2,7 procentpunten (van 2,6 % tot 5,3 %), terwijl de Turkse stijging bescheidener bleef (+0,7 procentpunten). Wat prijzen aangaat bieden de Eurostatgegevens zoals hierboven genoemd geen precieze basis voor een prijsvergelijking. EUWA heeft in haar klacht echter gegevens verstrekt waaruit bleek dat — uitgaande van zes representatieve wielsoorten — de Turkse prijzen substantieel hoger waren dan de Chinese, d.w.z. gemiddeld ongeveer 25 % hoger, hetgeen vergelijkbaar is met de in overweging 205 vastgestelde onderbiedingsmarge. Derhalve kan, op basis van het beschikbare bewijsmateriaal, de Turkse invoer niet worden geacht tegen schadeveroorzakende prijzen te hebben plaatsgevonden.

(242) Samen genomen is de invoer uit de andere landen met 48 % gestegen tijdens de beoordelingsperiode en is het marktaandeel ervan gestegen van 3,6 % tot 5,2 %. Desondanks en op basis van de beschikbare informatie lagen de prijzen uit andere derde landen ongeveer 50 % hoger dan de Chinese dumpingprijzen.

(243) Derhalve werd voorlopig geconcludeerd dat de invoer uit andere derde landen dan de VRC niets afdoet aan het oorzakelijke verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade.

Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie

(244) Tabel 13 Uitvoerprestaties van de producenten in de Unie

De omvang van de uitvoer van de producenten in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Bron: EUWA (hoeveelheid), in de steekproef opgenomen producenten (prijzen). 2015 2016 2017 OT Hoeveelheid van de uitvoer (duizend stuks) 1003 1156 1401 1371 Index 100 115 140 137 Gemiddelde prijs (EUR/stuk) 16,2 16,0 19,3 17,4 Index 100 99 119 108 Marktaandeel van de uitvoer 3,0 % 3,5 % 4,1 % 4,2 % Index 100 116 139 140

(245) Het aandeel van de uitvoer van de bedrijfstak van de Unie maakte in de beoordelingsperiode minder dan 3 % van zijn totale productie uit. Ook al is de uitvoer met 40 % gestegen, namelijk met ongeveer 300000 stuks, vertegenwoordigt deze slechts een fractie van de daling van de productie. De Unie bleef de belangrijkste afzetmarkt voor de bedrijfstak van de Unie, goed voor 95,8 % van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie tijdens het onderzoektijdvak, en deze verkoop is in de beoordelingsperiode zowel in absolute cijfers als qua marktaandeel gedaald.

(246) Derhalve wordt geconcludeerd dat deze uitvoer de door de invoer met dumping veroorzaakte schade ten hoogste enigszins heeft verlicht.

(247) Bijgevolg werd voorlopig geconcludeerd dat de uitvoer van de bedrijfstak van de Unie niet heeft bijgedragen aan de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade.

Prijs van staal

(248) Tabel 14 Gemiddelde kostprijs van opgerold warmgewalst staal voor de productie van één wiel

In de klacht is vermeld dat de prijs van staal in de Unie in de beoordelingsperiode aanzienlijk was gestegen en dit werd bevestigd tijdens de controlebezoeken ten kantore van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De gemiddelde prijs van opgerold warmgewalst staal, zoals aangekocht door de in de steekproef opgenomen producenten, heeft zich zelfs als volgt ontwikkeld: Bron: In de steekproef opgenomen producenten. 2015 2016 2017 OT Index 100 98 122 133

(249) De gemiddelde kostprijs van opgerold warmgewalst staal voor de productie van één wiel is in de beoordelingsperiode met 33 % gestegen. Opgerold warmgewalst staal vertegenwoordigt ongeveer 50 % van de productiekosten. Onder normale omstandigheden zou de bedrijfstak dergelijke kostenstijgingen aan zijn afnemers doorberekenen, met name wanneer de winstgevendheid laag is. Onder de huidige omstandigheden — met grote en toenemende hoeveelheden abnormaal laaggeprijsde Chinese invoer — was de bedrijfstak van de Unie niet in staat om zijn verkoopprijzen dienovereenkomstig aan te passen.

(250) Derhalve werd voorlopig geconcludeerd dat niet de stijging van de kosten van de grondstof een oorzaak van de schade was, maar veeleer het feit dat, zoals hierboven vastgesteld (zie overweging 249), de bedrijfstak van de Unie deze prijsstijging niet kon doorberekenen in zijn prijzen als gevolg van de invoer met dumping uit de VRC, hetgeen tot de daling van de winstgevendheid heeft geleid.

Conclusie inzake oorzakelijk verband

(251) In de beoordelingsperiode zijn de omvang van de invoer uit de VRC en het marktaandeel ervan aanzienlijk toegenomen, terwijl de prijzen uit de VRC gemiddeld met 9 % zijn gedaald. Belangrijker is dat de invoer met dumping uit de VRC de prijzen van de Unie voor dit prijsgevoelige product aanzienlijk onderbood. Voorts ondermijnde de prijsdruk van de invoer met dumping uit de VRC de verkoophoeveelheid en de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie gedurende de beoordelingsperiode, maar was deze bijzonder schadelijk in 2017 en tijdens het onderzoektijdvak, toen de kosten stegen. Deze druk heeft in het onderzoektijdvak tot ernstige verliezen op het gebied van productie, verkoop en winstgevendheid geleid.

(252) Op basis van de analyse in de overwegingen 236 tot en met 250 heeft de Commissie in dit stadium geconcludeerd dat geen van de andere factoren — afzonderlijk of gezamenlijk beschouwd — iets afdoet aan het oorzakelijke verband tussen de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft ondervonden en de invoer met dumping uit de VRC.

BELANG VAN DE UNIE

(253) Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of zij duidelijk kon concluderen dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schade veroorzakende dumping. Het belang van de Unie werd vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, gebruikers en andere relevante marktdeelnemers.

Belang van de bedrijfstak van de Unie

(254) Het onderzoek heeft uitgewezen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade lijdt wegens de gevolgen van de invoer met dumping, die heeft geleid tot een neerwaartse druk op de prijzen, tot een aanzienlijk verlies aan marktaandeel en tot verliezen in het onderzoektijdvak, zoals uiteengezet in de punten 4 en 5 hierboven.

(255) Naar verwachting zal de bedrijfstak van de Unie voordeel hebben bij maatregelen, die een verdere toename van invoer met zeer lage prijzen uit de VRC waarschijnlijk zullen voorkomen. Indien geen maatregelen worden ingesteld, wordt verwacht dat deze invoer zal worden voortgezet en zelfs zal toenemen, met verdere schade voor de bedrijfstak van de Unie tot gevolg.

Belang van niet-verbonden importeurs en gebruikers

(256) Bij de inleiding van de procedure is contact opgenomen met 72 importeurs, gebruikers en hun verenigingen.

(257) Slechts twee importeurs hebben een antwoord gestuurd in het kader van de steekproef. Uiteindelijk hebben beiden echter geweigerd verder aan het onderzoek mee te werken, waardoor de Commissie kon geen medewerking van importeurs heeft kunnen verkrijgen.

(258) De Commissie heeft vragenlijsten gezonden aan de twee groepen autofabrikanten die zich na de inleiding van de procedure hadden gemeld, maar geen van hen heeft opmerkingen gemaakt of de vragenlijst ingevuld teruggestuurd.

(259) Uit het onderzoek is gebleken dat het effect van de maatregelen op stalen wielen beperkt is voor autofabrikanten. Deze conclusie vloeit voort uit de raming van een in de steekproef opgenomen producent van de Unie, volgens welke een volledige set stalen wielen ongeveer 0,6 % van de totale productiekosten van een kleine personenauto of 0,7 % van de productiekosten van een vrachtwagen uitmaakt. Het dossier bevat geen andere informatie waaruit blijkt dat de maatregelen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de gebruikers zouden hebben die zwaarder wegen dan de positieve gevolgen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie. Dezelfde conclusie werd getrokken in het laatste onderzoek naar een gelijksoortig product.

Conclusie inzake het belang van de Unie

(260) Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen zijn om te besluiten dat het niet in het belang van de Unie zou zijn om in dit stadium van het onderzoek maatregelen in te stellen ten aanzien van de invoer van stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(261) Gelet op de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

Schadeopheffend prijsniveau (schademarge)

(262) Om het niveau van de maatregelen te bepalen, heeft de Commissie eerst de hoogte van het recht vastgesteld die nodig is om de schade voor de bedrijfstak van de Unie op te heffen.

(263) In dit geval zou de schade worden weggenomen indien de bedrijfstak van de Unie in staat zou zijn om zijn productiekosten te dekken, met inbegrip van de kosten die voortvloeien uit multilaterale milieuovereenkomsten en de bijbehorende protocollen waarbij de Unie partij is, en uit de in bijlage Ibis bij de basisverordening vermelde IAO-verdragen, en een redelijke winst te boeken (nagestreefde winst).

(264) Uit hoofde van artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening is de minimale streefwinst op 6 % vastgesteld. Ter vaststelling van de streefwinst heeft de Commissie, overeenkomstig dat artikel, rekening gehouden met de volgende factoren: de mate van winstgevendheid vóór de toename van de invoer uit de VRC, de mate van winstgevendheid die vereist is ter dekking van alle kosten en investeringen, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling (O & O) en innovatie, alsmede de onder normale mededingingsvoorwaarden te verwachten mate van winstgevendheid.

(265) Zoals aangegeven in tabel 3 is de invoer uit de VRC voortdurend gestegen in de beoordelingsperiode. Geen van deze jaren zou derhalve in aanmerking kunnen worden genomen met het oog op de vaststelling van een nagestreefde winst overeenkomst artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening. Bovendien heeft geen van de in de steekproef opgenomen producenten een met bewijsmateriaal onderbouwde opmerking betreffende gederfde investeringen of O & O- en innovatiekosten ingediend. In het licht van de bovenstaande feiten heeft de Commissie gebruikgemaakt van de minimale nagestreefde winst van 6 %, die bij de werkelijke productiekosten van de bedrijfstak van de Unie is opgeteld om de geen schade veroorzakende prijs vast te stellen.

(266) Aangezien geen opmerkingen overeenkomstig artikel 7, lid 2 quinquies, zijn ingediend met betrekking tot de huidige of toekomstige kosten die voortvloeien uit de multilaterale milieuovereenkomsten en de bijbehorende protocollen of de vermelde IAO-verdragen, zijn geen verdere kosten opgeteld bij de aldus vastgestelde geen schade veroorzakende prijs.

(267) De Commissie heeft vervolgens het schade opheffende prijsniveau bepaald door de gewogen gemiddelde invoerprijs van de in de steekproef opgenomen producent-exporteur in de VRC te vergelijken met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat in het onderzoektijdvak door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de markt van de Unie werd verkocht. Het verschil dat deze vergelijking opleverde, werd uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer. De resulterende prijsbederfmarge bedroeg 50,3 %.

(268) Het schadeopheffende prijsniveau voor andere medewerkende ondernemingen opgenomen in bijlage 1 was het gemiddelde van de steekproef, namelijk 50,3 %.

(269) Het schadeopheffende prijsniveau voor alle andere ondernemingen wordt vastgesteld overeenkomstig de methode die is gebruikt voor de vaststelling van de residuele dumpingmarge, zoals toegelicht in overweging 185, door de gewogen gemiddelde prijsbederfmarge te berekenen die in de in de steekproef opgenomen onderneming is geconstateerd voor de acht productsoorten met de hoogste individuele prijsbederfmarges. Deze productsoorten vertegenwoordigden 15 % van de invoer van de medewerkende Chinese exporteur. De resulterende residuele prijsbederfmarge bedroeg 66,4 %.

Voorlopige maatregelen

(270) Gelet op de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

(271) Er moeten voorlopige antidumpingmaatregelen worden ingesteld op stalen wielen van oorsprong uit de VRC, in overeenstemming met de regel van het laagste recht uit artikel 7, lid 2, van de basisverordening. De Commissie heeft de schademarges en de dumpingmarges vergeleken en daarbij ook rekening gehouden met de in de overwegingen 18 en 184 beschreven omstandigheden. Het bedrag van de rechten moet worden vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge, of van de schademarge indien deze lager is.

(272) Gelet op het voorgaande moeten de voorlopige antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, worden vastgesteld als volgt: Onderneming Dumpingmarge (%) Schademarge (%) Voorlopig antidumpingrecht (%) Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd. 69,4 50,3 50,3 Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4 50,3 50,3 Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd 69,4 50,3 50,3 Andere medewerkende ondernemingen 69,4 50,3 50,3 Alle andere ondernemingen 80,1 66,4 66,4

(273) De bij deze verordening voor de afzonderlijke ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen dan ook de situatie die bij het onderzoek voor die ondernemingen werd vastgesteld. Deze rechten zijn uitsluitend van toepassing op het betrokken product van oorsprong uit de VRC en geproduceerd door de genoemde juridische entiteiten. Op het betrokken product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat voor alle andere ondernemingen geldt. Zij mogen niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(274) Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie. Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om het recht te genieten dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming geen invloed heeft op het recht om het recht te genieten dat op haar van toepassing is, zal een bericht over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(275) Om het gevaar van ontwijking als gevolg van het grote verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De ondernemingen met individuele antidumpingrechten moeten een geldige handelsfactuur overleggen aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. Die factuur moet voldoen aan de voorschriften van artikel 1, lid 3. Ingevoerde producten die niet vergezeld gaan van een dergelijke factuur, worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat op alle andere ondernemingen van toepassing is.

(276) Om een goede toepassing van het antidumpingrecht te garanderen, moet het voor alle andere ondernemingen vastgestelde antidumpingrecht niet alleen gelden voor de niet-medewerkende producenten-exporteurs in dit onderzoek, maar ook voor de producenten die in het onderzoektijdvak geen producten naar de Unie hebben uitgevoerd.

(277) Statistieken van SW worden vaak uitgedrukt in aantal stuks. De gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief bevat evenwel geen bijzondere maatstaf voor stalen wielen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat bij invoer niet alleen het gewicht in kg of ton, maar ook het aantal stuks van het betrokken product in de aangifte voor het vrije verkeer moet worden opgenomen. Het aantal stuks moet worden vermeld voor de Taric-codes 8708701080, 8708701085, 8708709920, 8708709980, 8716909095, en 8716909097.

INFORMATIE OVER VOORLOPIGE MAATREGELEN

(278) Overeenkomstig artikel 19 bis van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden op de hoogte gesteld van de voorgenomen instelling van voorlopige rechten. Deze informatie is ook gedeeld met het grote publiek op de website van DG TRADE. Belanghebbenden kregen drie werkdagen de tijd om opmerkingen in te dienen over de juistheid van de berekeningen die specifiek aan hen zijn medegedeeld.

(279) Over de juistheid van de berekeningen zijn geen opmerkingen ontvangen.

SLOTBEPALINGEN

(280) Met het oog op een behoorlijk bestuur nodigt de Commissie de belanghebbenden uit binnen 15 dagen schriftelijk te reageren en/of binnen vijf dagen een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

(281) De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op stalen wielen, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, bestemd voor: van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex87087010, ex87087099, ex87169090 (Taric-codes 8708701080, 8708701085, 8708709920, 8708709980, 8716909095 en 8716909097) (het betrokken product). De volgende producten blijven buiten beschouwing:

1) aanhangwagentrekkers,

2) motorvoertuigen voor het vervoer van personen en/of het vervoer van goederen,

3) automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld brandweerauto’s, sproeiauto’s),

4) aanhangwagens of opleggers, zonder eigen beweegkracht, van aanhangwagentrekkers

1) stalen wielen bestemd voor de industriële montage van motoculteurs, momenteel ingedeeld onder onderverdeling 870110,

2) wielen voor quads voor gebruik op de weg,

3) stervormige delen van wielen, uit één stuk gegoten, van staal,

4) wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtrekkers, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein),

5) wielen voor aanhangwagens voor personenauto’s, caravans, landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers, met een velgdiameter van maximaal 16 inch.

2. Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product is als volgt: Onderneming Voorlopig antidumpingrecht (%) Aanvullende Taric-code Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd. 50,3 C508 Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd 50,3 C509 Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd 50,3 C510 Andere medewerkende ondernemingen opgenomen in bijlage I 50,3 Zie bijlage I Alle andere ondernemingen 66,4 C999

3. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen, zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: Ondergetekende verklaart dat de [hoeveelheid] [betrokken product] die naar de Europese Unie wordt/worden uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is/zijn vervaardigd door [naam en adres van de onderneming] [aanvullende Taric-code] in de [VRC]. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.

4. Bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

5. Wanneer een aangifte voor het vrije verkeer wordt aangeboden voor het in lid 1 bedoelde product, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte het aantal stuks van de ingevoerde producten vermeld.

6. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1. Belanghebbenden moeten hun schriftelijke opmerkingen inzake deze verordening binnen 15 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie indienen.

2. Belanghebbenden die om een hoorzitting bij de Commissie willen verzoeken, moeten dit binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening doen.

3. Belanghebbenden die om een hoorzitting bij de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures willen verzoeken, moeten dit binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening doen. De raadadviseur-auditeur beoordeelt buiten deze termijn ingediende verzoeken en kan in voorkomend geval besluiten die verzoeken te aanvaarden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 1 is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 9 oktober 2019. Voor de Commissie De voorzitter Jean-Claude Juncker

ANNEX

BIJLAGE I Niet in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producenten-exporteurs

Naam Aanvullende Taric-code Dongfeng Automobile Chassis System CO., LTD. (ook Dongfeng Automotive Wheel Co., Ltd genoemd) Hangzhou Forlong Impex Co., Ltd Hangzhou Xingjie Auto Parts Manufacturing Co., Ltd. Jiaxing Henko Auto Spare Parts Co., Ltd. Jining Junda Machinery Manufacturing Co., Ltd Nantong Tuenz Corporate Co., Ltd Ningbo Luxiang Autoparts Manufacturing Co., Ltd Shandong Zhengshang Wheel Technology Co., Ltd Shandong Zhengyu Wheel Group Co., Ltd Xiamen Sunrise Group Co., Ltd Yantai Leeway Electromechanical Equipment Co., Ltd Yongkang Yuefei Wheel Co., Ltd. Zhejiang Jingu Co., Ltd. Zhejiang Fengchi Mechanical Co., Ltd. Zhengxing Wheel Group Co., Ltd. Zhenjiang R&D Auto Parts Co., Ltd.

Versions

  1. 2019-10-09