Besluit (EU) 2021/1274 van de Europese Centrale Bank van 27 juli 2021 betreffende de subdelegatie van de bevoegdheden om bepaalde besluiten te nemen met betrekking tot de accreditatie van een producent en van bepaalde bevoegdheden met betrekking tot de accreditatieprocedures voor geaccrediteerde producenten en tot intrekking van Besluit (EU) 2016/1975 (ECB/2021/32)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2021/1274@2021-07-27/nl
Contents
- Preamble
- Artikel 1 Subdelegatie van bevoegdheden om producenten te accrediteren en het verlenen van voorafgaande schriftelijke toestemming van de ECB
- Artikel 2 Subdelegatie van bevoegdheden om besluiten te nemen met betrekking tot een onmiddellijke stopzetting van beveiligde euro-itemactiviteiten
- Artikel 3 Rapportageverplichting
- Artikel 4 Intrekking
- Artikel 5 Vankrachtwording
- Artikel 6 Geadresseerden
DE DIRECTIE VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 128, lid 1,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 16,
Gezien Besluit (EU) 2020/637 van de Europese Centrale Bank van 27 april 2020 betreffende accreditatieprocedures voor producenten van beveiligde euro-items en euro-items (ECB/2020/2024), en met name artikel 20, leden 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Krachtens artikel 20, lid 1, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) is de directie bevoegd om alle besluiten te nemen met betrekking tot de accreditatie van een producent uit hoofde van artikel 6, leden 1, 3 en 7, artikel 7, artikel 10, artikel 14, leden 1 en 4, en de artikelen 16 tot en met 19 van dat besluit. Op grond van artikel 20, lid 2, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) kan de directie specifieke besluitvormingsbevoegdheden om bepaalde besluiten met betrekking tot de accreditatie van een producent te nemen subdelegeren aan een van zijn leden. Daarnaast kan de directie krachtens artikel 20, lid 3, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) ook specifieke besluitvormingsbevoegdheden subdelegeren aan het operationele niveau van de Europese Centrale Bank (ECB).
(2) Teneinde de accreditatieprocedures verder te stroomlijnen, moeten de bevoegdheden om alle besluiten met betrekking tot de accreditatie van een producent te nemen uit hoofde van artikel 6, leden 1, 3 en 7 en artikel 7 van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) worden gesubdelegeerd aan het lid van de directie aan wie de directie Bankbiljetten rapporteert. Daarnaast moeten de procedures met betrekking tot de activiteiten van geaccrediteerde producenten, waarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van de ECB vereist is op grond van artikel 10, lid 1, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024), worden gestroomlijnd door subdelegatie van de bevoegdheid om deze voorafgaande schriftelijke toestemming te verlenen aan het operationele niveau van de directie Bankbiljetten.
(3) Ernstige gevallen van niet-naleving die tijdens inspecties van geaccrediteerde producenten aan het licht komen, kunnen vereisen dat de desbetreffende beveiligde euro-itemactiviteit met onmiddellijke ingang wordt stopgezet. Teneinde een snelle reactie van de ECB te vergemakkelijken, moeten besluiten over dergelijke onderbrekingen worden gesubdelegeerd aan het operationele niveau van de directie Bankbiljetten.
(4) Besluit (EU) 2016/1975 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/39) verwijst naar de bevoegdheden van de directie overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Besluit ECB/2013/54 van de Europese Centrale Bank. Besluit ECB/2013/54 werd ingetrokken bij Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024). Omwille van de duidelijkheid moet Besluit (EU) 2016/1975 (ECB/2016/39) eveneens worden ingetrokken.
(5) Teneinde de collectieve verantwoordelijkheid van de directie te waarborgen, moeten besluiten die door het lid van de directie aan wie de subdelegatie werd verleend of op het operationele niveau van de directie Bankbiljetten werden genomen op basis van de subdelegatie jaarlijks aan de directie worden gerapporteerd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Subdelegatie van bevoegdheden om producenten te accrediteren en het verlenen van voorafgaande schriftelijke toestemming van de ECB
1. De directie subdelegeert aan het lid van de directie aan wie de directie Bankbiljetten rapporteert de bevoegdheid om alle besluiten te nemen met betrekking tot de accreditatie van een producent uit hoofde van artikel 6, leden 1, 3 en 7 en artikel 7 van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024).
2. De directie subdelegeert aan de directeur Bankbiljetten en het hoofd van de afdeling Muntbeheer van de directie Bankbiljetten de bevoegdheid om namens de ECB voorafgaande schriftelijke toestemming te verlenen overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) in gevallen waarin een geaccrediteerde producent voldoet aan alle toepasselijke accreditatie-eisen uit hoofde van de artikelen 3 en 4 van dat besluit en aan alle relevante verplichtingen uit hoofde van artikel 9 van datzelfde besluit.
Artikel 2 Subdelegatie van bevoegdheden om besluiten te nemen met betrekking tot een onmiddellijke stopzetting van beveiligde euro-itemactiviteiten
De directie subdelegeert de bevoegdheid om besluiten te nemen om van een geaccrediteerde producent te verlangen dat hij de relevante beveiligde euro-itemactiviteit overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Besluit (EU) 2020/637 (ECB/2020/2024) met onmiddellijke ingang stopzet aan twee personeelsleden van de directie Bankbiljetten, welke bevoegd zijn om inspecties uit te voeren overeenkomstig artikel 11 van dat besluit.
Artikel 3 Rapportageverplichting
1. Het lid van de directie aan wie de directie Bankbiljetten rapporteert, dient bij de directie een jaarverslag in over de krachtens artikel 1, lid 1, verleende accreditaties in het voorafgaande kalenderjaar, tenzij dergelijke besluiten niet werden genomen.
2. De directie Bankbiljetten dient bij de directie een jaarverslag in over de krachtens artikel 1, leden 1 en 2, verleende accreditaties in het voorafgaande kalenderjaar, tenzij geen accreditaties werden verleend.
Artikel 4 Intrekking
Besluit (EU) 2016/1975 (ECB/2016/39) wordt hierbij ingetrokken.
Artikel 5 Vankrachtwording
Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan aan de geadresseerden.
Artikel 6 Geadresseerden
Dit besluit is gericht tot producenten en geaccrediteerde producenten van beveiligde euro-items en euro-items.
Gedaan te Frankfurt am Main, 27 juli 2021. De president van de ECB Christine Lagarde