Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1336 van de Commissie van 2 juni 2021 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 wat betreft het financieel beheer
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2021/1336@2021-06-02/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, en met name artikel 40 en artikel 46, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In artikel 40, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 is bepaald dat betalingen van een betaalorgaan van de lidstaten aan de begunstigden vóór de vroegst mogelijke datum van betaling of na de laatst mogelijke datum van betaling niet voor financiering van de Unie in aanmerking komen, behalve in bepaalde gevallen.
(2) In artikel 5 en artikel 5 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie is bepaald onder welke voorwaarden uitgaven die na de betalingstermijnen worden verricht, worden geacht in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel voor Uniefinanciering in aanmerking te komen.
(3) Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/160 van de Commissie werd in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 lid 3 bis ingevoegd om rechtszekerheid te bieden en de voorwaarden te verduidelijken die golden voor rechtstreekse betalingen die in begrotingsjaar 2015 zijn verricht op grond van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad. Die bepaling is achterhaald en kan derhalve worden geschrapt.
(4) De controles op de naleving van de laatste betalingstermijn moeten worden uitgevoerd voor zowel betalingen in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) als voor de betalingen in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). De controles op de naleving van de betalingstermijnen voor het ELGF worden echter tweemaal per begrotingsjaar uitgevoerd, namelijk op de uitgaven die tot en met 31 juli zijn verricht en op de overige uitgaven die tot en met 15 oktober zijn verricht, terwijl de controles op de naleving van de betalingstermijn voor het Elfpo slechts eenmaal per begrotingsjaar worden verricht voor alle betalingen die voor het betrokken begrotingsjaar zijn verricht.
(5) Met het oog op vereenvoudiging en doeltreffendheid en om de administratieve lasten voor de lidstaten en de Commissie te verminderen, moet ook voor de ELGF-uitgaven één enkele controle op de naleving van de betalingstermijnen voor het hele begrotingsjaar worden vastgesteld. Die controle moet worden uitgevoerd voor de uitgaven die tot en met 15 oktober zijn verricht. Het moet voor de Commissie echter mogelijk zijn om een extra controle uit te voeren op de uitgaven die tot en met 31 juli zijn verricht, indien een niet-naleving van de betalingstermijnen in het kader van de uitgavendeclaraties wordt geconstateerd.
(6) Bij Verordening (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad is Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad gewijzigd, is de looptijd van plattelandsontwikkelingsprogramma’s die uit het Elfpo worden gesteund, verlengd tot en met 31 december 2022, en hebben de lidstaten de mogelijkheid gekregen om hun verlengde programma’s te financieren uit de overeenkomstige begrotingstoewijzing voor de jaren 2021 en 2022. Voorts zijn bij Verordening (EU) 2020/2220 aanvullende middelen uit het herstelinstrument van de Europese Unie (EURI) beschikbaar gesteld in de verlengde programma’s in de jaren 2021 en 2022 ter financiering van maatregelen in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013, met als doel de impact van de COVID-19-crisis en de gevolgen daarvan voor de landbouwsector en de plattelandsgebieden van de Unie aan te pakken.
(7) Zoals bepaald in overweging 24 van Verordening (EU) 2020/2220 gelden voor de aanvullende middelen uit het EURI specifieke voorwaarden. Die aanvullende middelen moeten met name afzonderlijk van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling worden geprogrammeerd en gemonitord, waarbij, in beginsel, de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1305/2013 moeten worden toegepast. Die aanvullende middelen moeten daarom worden besteed overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 en in het kader van die verordening worden beschouwd als bedragen ter financiering van maatregelen in het kader van het Elfpo. Bijgevolg moeten de respectieve in artikel 5 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 bedoelde marges en verlagingen afzonderlijk worden berekend met betrekking tot de Elfpo-toewijzingen en met betrekking tot de in artikel 58 bis van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde aanvullende middelen.
(8) Op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 verricht de Commissie maandelijks of met andere regelmatige tussenpozen betalingen aan de lidstaten op basis van door de lidstaten ingediende uitgavendeclaraties. Daarbij moet de Commissie evenwel rekening houden met de ontvangsten die de betaalorganen ten behoeve van de Uniebegroting hebben geïnd en die de lidstaten in hun maandopgaven hebben gedeclareerd. Momenteel verrekent de Commissie de bedragen van de uitgaven in het kader van het ELGF rechtstreeks met de bestemmingsontvangsten in het door de Commissie vastgestelde besluit over de maandelijkse betalingen. Deze financiële verrichting wijkt af van de wijze waarop de bestemmingsontvangsten in het kader van andere fondsen van de Unie worden beheerd: die worden namelijk niet verrekend, maar geïnd via een invorderingsopdracht die wordt opgesteld overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad. Om de boekhoudpraktijken van de Commissie, en met name het beheer van de bestemmingsontvangsten, te harmoniseren, moet dit technische aspect van het financiële beheer van het ELGF in overeenstemming worden gebracht met de door andere fondsen van de Unie gebruikte financiële stroom. De voorwaarden waaronder de bestemmingsontvangsten in het kader van het ELGF moeten worden verrekend, moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, zonder de tijdige uitvoering van de betalingen aan de lidstaten in gevaar te brengen.
(9) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 wordt als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
(a) lid 3 bis wordt geschrapt;
(b) lid 5 wordt vervangen door:
5. De naleving van de betalingstermijnen wordt elk begrotingsjaar eenmaal gecontroleerd voor de uitgaven die tot en met 15 oktober zijn gedaan. Indien een niet-naleving van de betalingstermijnen in het kader van de maandelijkse uitgavendeclaraties wordt geconstateerd, kan een extra controle op de naleving van de betalingstermijnen worden verricht voor de uitgaven die tot en met 31 juli zijn verricht. Met overschrijdingen van de betalingstermijnen wordt op zijn laatst rekening gehouden in het besluit over de goedkeuring van de rekeningen als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013..
(2) Aan artikel 5 bis wordt het volgende lid toegevoegd:
7. De in de leden 2 en 3 bedoelde marges en verlagingen worden afzonderlijk berekend met betrekking tot de toewijzingen uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, zonder de in artikel 58 bis van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde aanvullende middelen, en met betrekking tot die aanvullende middelen..
(3) In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:
1. In haar uit hoofde van artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 genomen besluit over de maandelijkse betalingen stelt de Commissie de betaling vast van het saldo van de door elke lidstaat in zijn maandopgave gedeclareerde uitgaven minus het bedrag aan bestemmingsontvangsten dat de betrokken lidstaat in zijn uitgavendeclaraties heeft opgenomen. Deze verrekening geldt als inning van de overeenkomstige ontvangsten. De door de bestemmingsontvangsten gegenereerde vastleggings- en betalingskredieten worden geopend zodra deze ontvangsten zijn toegewezen aan de betrokken begrotingsonderdelen..
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 2 juni 2021. Voor de Commissie De voorzitter Ursula von der Leyen