Besluit (EU) 2021/778 van de Raad van 6 mei 2021 tot vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de 103e vergadering van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie en de 76e vergadering van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de Internationale Maritieme Organisatie in verband met de vaststelling van wijzigingen van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen, de Internationale code voor brandveiligheidssystemen en het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2021/778@2021-05-06/nl
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het optreden van de Unie in de maritieme-vervoerssector moet gericht zijn op de verbetering van de maritieme veiligheid en op de bescherming van het mariene milieu en de gezondheid van de mens.
(2) De Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zal tijdens haar 103e vergadering (MSC 103) van 5 tot en met 14 mei 2021 naar verwacht wijzigingen vaststellen van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-verdrag), de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen van 2011 (de ESP-code 2011) en de Internationale Code voor brandveiligheidssystemen (de FSS-code).
(3) De Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO zal tijdens haar 76e vergadering (MEPC 76) van 10 tot 17 juni 2021 naar verwacht wijzigingen vaststellen van het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen van 2001 (het AFS-verdrag).
(4) De wijzigingen van deel A van de STCW-code van het STCW-verdrag zouden het operationele niveau van de functies van elektrotechnisch officier verduidelijken en voorzien in een gemeenschappelijke definitie van de term hoogspanning. Deze wijzigingen zijn erop gericht verduidelijken de functies van de personen die aan boord werken te verduidelijken, waardoor de verschillende verantwoordelijkheden en taken duidelijker worden omschreven.
(5) De wijzigingen van bijlage B, deel A, bijlage 2, bij de ESP-code 2011 zouden inspecteurs in staat stellen zich bij diktemetingen van dubbelwandige olietankschepen te concentreren op verdachte plaatsen. Deze wijzigingen zijn erop gericht de veiligheid op zee ten goede ten komen en het risico op lekkage bij ongevallen te verminderen.
(6) De wijzigingen van hoofdstuk 9 van de FSS-code zouden de installatie mogelijk maken van systemen die een verhoogde veiligheid van individueel identificeerbare branddetectoren, die vereist zijn voor passagiersschepen, combineren met minder complexe en goedkopere systemen voor het isoleren van storingen met sectie-identificatie, die momenteel alleen aanvaardbaar zijn voor vrachtschepen en kajuitbalkons van passagiersschepen. Deze wijzigingen beogen een betere bescherming van de opvarenden in geval van brand.
(7) Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie tijdens MSC 103 moet worden ingenomen, aangezien de wijzigingen van het STCW-verdrag, de ESP-code 2011 en de FSS-code een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad.
(8) De wijzigingen van de bijlagen 1 en 4 bij het AFS-verdrag zouden leiden tot een wereldwijd verbod op de aangroeiwerende stof cybutryne, waarvan de verkoop en het gebruik in de Unie reeds verboden zijn.
(9) Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens MEPC 76, aangezien de wijzigingen van de bijlagen 1 en 4 bij het AFS-verdrag een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad.
(10) De Unie is geen lid van de IMO, noch partij bij de desbetreffende verdragen en codes. De Raad moet de lidstaten derhalve machtigen het standpunt van de Unie te vertolken.
(11) De werkingssfeer van dit besluit moet beperkt blijven tot de inhoud van de voorgestelde wijzigingen, voor zover die gevolgen kunnen hebben voor gemeenschappelijke regels van de Unie en onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Dit besluit doet geen afbreuk aan de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 103e zitting van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) houdt in dat wordt ingestemd met de aanneming van wijzigingen van:
a) het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, zoals vastgelegd in de bijlagen 7 en 8 bij IMO-document MSC 102/24;
b) de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen, zoals vastgelegd in bijlage 15 bij IMO-document MSC 102/24, en
c) de Internationale Code voor brandveiligheidssystemen, zoals vastgelegd in bijlage 20 bij IMO-document MSC 102/24.
Artikel 2
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 76e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO houdt in dat wordt ingestemd met de aanneming van de wijzigingen van het Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen als vastgelegd in bijlage 7 bij IMO-document MEPC 75/18.
Artikel 3
1. De in de artikelen 1 en 2 vervatte standpunten die namens de Unie moeten worden ingenomen betreffen de voornoemde wijzigingen voor zover zij onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen en gevolgen kunnen hebben voor de gemeenschappelijke regels van de Unie, en worden vertolkt door de lidstaten, die alle lid zijn van de IMO en gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.
2. Kleine wijzigingen van de in de artikelen 1 en 2 genoemde standpunten kunnen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.
Artikel 4
De lidstaten worden hierbij gemachtigd ermee in te stemmen dat ze in het belang van de Unie gebonden zijn door de in de artikelen 1 en 2 genoemde wijzigingen voor zover deze onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 6 mei 2021. Voor de Raad De voorzitter J. Borrell Fontelles