Gelex

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/966 van de Commissie van 11 juni 2021 waarbij aan Kaapverdië een tijdelijke afwijking van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde regels betreffende de preferentiële oorsprong wordt toegestaan voor bereidingen of conserven van tonijnfilets, bereidingen of conserven van makreelfilets en bereidingen of conserven van filets van valse bonito of kogeltonijn

In forceVersion 2021-06-11from 2021-01-01
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2021/966@2021-06-11/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3
    4. Artikel 4
    5. Artikel 5
    6. Artikel 6
  2. ANNEX
  3. BIJLAGE I
  4. BIJLAGE II
  5. BIJLAGE III Door de bevoegde Kaapverdische autoriteiten te rapporteren maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 4
  6. a)
  7. b)
  8. c)
  9. d)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, en met name artikel 64, lid 6, en artikel 66, punt b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Kaapverdië komt in aanmerking voor de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur, het zogenaamde stelsel van algemene preferenties (SAP+), waarin artikel 1, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad voorziet. De regels betreffende de preferentiële oorsprong voor de toepassing van het stelsel van algemene preferenties (SAP), met uitzondering van de procedureregels, zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie.

(2) Bij brief van 18 maart 2020 heeft Kaapverdië verzocht om verlenging van de tijdelijke afwijkingen van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde regels betreffende de preferentiële oorsprong, die bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2019/561 en (EU) 2019/620 van de Commissie waren verleend. Dit verzoek betrof een jaarlijkse hoeveelheid van 5000 ton bereidingen of conserven van tonijnfilets, 3000 ton bereidingen of conserven van makreelfilets en 1000 ton bereidingen of conserven van filets van valse bonito of kogeltonijn. Op grond van de gevraagde afwijking zouden deze producten worden beschouwd als van oorsprong uit Kaapverdië, ook als ze uit niet van oorsprong zijnde vis zijn vervaardigd.

(3) Om zijn verzoek om verlenging van deze afwijkingen te onderbouwen, voerde Kaapverdië dezelfde argumenten als in zijn eerdere verzoeken aan, die het nog altijd relevant acht, namelijk de lage vangsten van tonijn en makreel in zijn territoriale wateren, de beperkte vismogelijkheden buiten zijn territoriale wateren en de korte duur van het visseizoen. Een ander element dat in het verzoek werd benadrukt, is dat Kaapverdië onlangs zijn haveninfrastructuur heeft uitgebouwd. Daardoor kunnen grotere hoeveelheden vis worden verwerkt als aanvoer voor de lokale visverwerkende industrie, zodat deze haar productiecapaciteit in stand kan houden. Tot slot wordt in het verzoek benadrukt dat Kaapverdië te kampen heeft met moeilijkheden vanwege de vertragingen die de toepassing van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en West-Afrika heeft opgelopen. In zijn argumentatie benadrukt Kaapverdië dat het van de SAP-regels betreffende de preferentiële oorsprong moet kunnen afwijken omdat het nog geen gebruik kan maken van de oorsprongscontingenten of cumulatieregels van de economische partnerschapsovereenkomst, waarvan de voorlopige toepassing nog niet van start is gegaan.

(4) De afwijking waarin artikel 64, lid 6, van Verordening (EU) nr. 952/2013 (het douanewetboek) voorziet, is tijdelijk van aard en wordt slechts toegekend als de naleving van de oorsprongsregels voor de betrokken producten erop vooruitgaat en de administratieve samenwerking beter verloopt. Om de afwijking van de preferentiële oorsprongsregels te beheren, moet het verzoekende land aan de oorsprongsregels voor de betrokken producten en de desbetreffende procedures voldoen en een goede administratieve samenwerking waarborgen.

(5) In dit verband zijn er bij het toezicht dat de Europese Commissie de afgelopen jaren in het kader van de op grond van artikel 64, lid 6, van Verordening (EU) nr. 952/2013 toegestane afwijking heeft uitgeoefend, enkele tekortkomingen aan het licht gekomen ten aanzien van de administratieve samenwerking van Kaapverdië met de douaneautoriteiten van de lidstaten bij de controle van bewijzen van oorsprong. Deze tekortkomingen hadden kunnen leiden tot een afwijzing van de gevraagde derogatie zoals die door Kaapverdië is onderbouwd. Na de indiening van het desbetreffende verzoek is Kaapverdië, en met name zijn visserijsector, evenwel in een diepe crisis terechtgekomen door de COVID-19-pandemie en het daaruit voortvloeiende verlies aan inkomsten. Op grond van artikel 64, lid 6, van het wetboek mag de Commissie rekening houden met deze nieuwe situatie wanneer zij op eigen initiatief over de toekenning van een afwijking besluit.

(6) Daarom dient aan Kaapverdië een tijdelijke afwijking te worden toegestaan van de in de regels betreffende de preferentiële oorsprong opgenomen verplichting dat producten slechts als van oorsprong uit het begunstigde land worden beschouwd als de daarin verwerkte materialen van de hoofdstukken 3 en 16 van de gecombineerde nomenclatuur geheel en al in dat land zijn verkregen. In het eerste jaar waarin zij van toepassing is, moet de afwijking worden toegekend voor een jaarlijkse hoeveelheid van 5000 ton bereidingen of conserven van tonijnfilets, 3000 ton bereidingen of conserven van makreelfilets en een jaarlijkse hoeveelheid van 1000 ton bereidingen of conserven van filets van valse bonito of kogeltonijn. Om rekening te houden met de handelsbelangen van de Europese Unie en een eerlijke concurrentie tussen de visserijsector van de Unie en die van derde landen te handhaven, moet de jaarlijkse hoeveelheid in de daaropvolgende jaren worden verminderd overeenkomstig de in de bijlagen I en II vastgestelde hoeveelheden, behalve in het geval van bereidingen of conserven van filets van valse bonito of kogeltonijn. De looptijd van de afwijking moet worden beperkt tot een periode van drie jaar, waarin Kaapverdië van de COVID-19-crisis kan herstellen en de nodige inspanningen kan leveren om de vereiste structurele aanpassingen in zijn visserijsector te voltooien zodat het aan de oorsprongsregels voor de betrokken producten kan voldoen. Aan de toekenning van de afwijking moet evenwel de voorwaarde worden verbonden dat de Kaapverdische douaneautoriteiten kwantitatieve controles verrichten op de uitvoer van de onder de afwijking vallende producten en dat zij de Commissie een overzicht bezorgen van de hoeveelheden waarvoor krachtens deze verordening attesten van oorsprong zijn afgegeven, en van de volgnummers van die attesten.

(7) Voorts moet Kaapverdië een beroep kunnen doen op een afwijking voor tonijn en makreel in het kader van de preferentiële oorsprongsregels van het SAP, op voorwaarde dat het bij de bevoegde diensten van de Commissie regelmatig rapporteert over de maatregelen die het heeft genomen om de naleving van de regels betreffende de oorsprong van de producten en de desbetreffende procedures te verbeteren en om administratieve samenwerking te verlenen zoals vereist voor de tenuitvoerlegging van de preferentiële SAP-regeling als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 978/2012. Deze rapportage moet volgens een nauwkeurig tijdschema gebeuren, waarbij elke vertraging bij de naleving van de vastgestelde termijnen tot een opschorting van de afwijking leidt, wat aan de bevoegde autoriteiten van Kaapverdië moet worden gemeld na een aanmaning en een verzoek om binnen tien werkdagen de rapportage te verrichten. Een opschorting heeft geen verlenging van de periode waarin deze verordening en de bijlagen I en II voorzien, tot gevolg. De te rapporteren informatie is in een bijlage bij deze verordening opgenomen.

(8) De in de bijlagen bij deze verordening vermelde hoeveelheden moeten worden beheerd overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie, waarin het beheer van tariefcontingenten is geregeld.

(9) De in deze verordening vervatte maatregelen moeten in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan en met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 1 januari 2021 om rekening te houden met de moeilijke situatie waarin Kaapverdië zich bevindt, en om het land in staat te stellen de afwijking toe te passen op producten die sinds die datum in de EU zijn ingevoerd.

(10) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 41, punt b), en artikel 45 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie worden de in de bijlagen I en II bedoelde producten, vervaardigd in Kaapverdië uit niet van oorsprong zijnde vis, beschouwd als van oorsprong uit Kaapverdië overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 4 van deze verordening.

Artikel 2

1. De afwijking is van toepassing op producten die worden uitgevoerd uit Kaapverdië en voor het vrije verkeer in de Unie worden aangegeven tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023.

2. De afwijking is van toepassing op producten tot de jaarlijkse hoeveelheden die zijn vastgesteld in bijlage I (tonijn) en bijlage II (makreel en kogeltonijn).

3. De afwijking vindt slechts toepassing mits de in artikel 43 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 vastgestelde voorwaarden worden nageleefd.

Artikel 3

De in de bijlagen I en II bij deze verordening vermelde hoeveelheden worden beheerd overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie, waarin het beheer van tariefcontingenten is geregeld.

Artikel 4

De afwijking wordt verleend op de volgende voorwaarden: De door de bevoegde Kaapverdische autoriteiten te rapporteren informatie is opgenomen in bijlage III.

1. De Kaapverdische douaneautoriteiten nemen de nodige maatregelen voor het verrichten van kwantitatieve controles op de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten.

2. De door de geregistreerde exporteurs opgestelde attesten van oorsprong worden voorzien van de volgende aantekening: Afwijking — Uitvoeringsverordening (EU) 2021/966 van de Commissie.

3. De bevoegde Kaapverdische autoriteiten doen de Commissie ieder kwartaal een overzicht toekomen van de hoeveelheden waarvoor krachtens deze verordening attesten van oorsprong zijn opgesteld, samen met de kopieën van deze bewijzen. Deze informatie wordt zes maanden, 18 maanden en 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aan de Commissie gerapporteerd.

4. De bevoegde Kaapverdische autoriteiten doen de Commissie, tegelijk met de in lid 3 bedoelde rapportage, een verslag toekomen met gedetailleerde informatie over de maatregelen die zij hebben genomen om:

a) de naleving van de regels betreffende de oorsprong van de producten en de desbetreffende procedures te waarborgen;

b) administratieve samenwerking te verlenen zoals vereist voor de tenuitvoerlegging van de preferentiële SAP-regeling.

Artikel 5

Indien de bevoegde autoriteiten de in artikel 4, leden 3 en 4, vastgestelde rapportageverplichting niet binnen de gestelde termijnen nakomen, zendt de Commissie de bevoegde Kaapverdische autoriteiten een aanmaning met het verzoek om de vereiste informatie binnen 10 werkdagen te verstrekken. Indien de bevoegde Kaapverdische autoriteiten niet binnen de gestelde termijn op dat verzoek reageren, kan de Commissie de afwijking waarin deze verordening voorziet, opschorten. Een opschorting heeft geen verlenging van de periode waarin deze verordening en de bijlagen I en II voorzien, tot gevolg. Een opschorting wordt ter kennis gebracht van de bevoegde Kaapverdische autoriteiten en in de C-reeks van het Publicatieblad bekendgemaakt.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 11 juni 2021. Voor de Commissie De voorzitter Ursula von der Leyen

ANNEX

BIJLAGE I

Volgnummer GN-code Taric-code Omschrijving Perioden Jaarlijkse hoeveelheid (in ton nettogewicht) 09.1602 1604142100 1604142690 1604142800 1604207050 1604207055 1604143190 1604143690 1604143800 1604207099 0304870090 1604144120 1604144629 1604144820 1604207045 0304870020 1604144130 1604144830 10 Bereidingen of conserven van filets en loins van boniet (Katsuwonus pelamis) Bereidingen of conserven van filets en loins van geelvintonijn (Thunnus albacares) Bereidingen of conserven van filets en loins van grootoogtonijn (Thunnus obesus) Bereidingen van witte tonijn (Thunnus alalunga) 1.1.2021 tot en met 31.12.2021 1.1.2022 tot en met 31.12.2022 1.1.2023 tot en met 31.12.2023 5000 ton 3500 ton 2500 ton

BIJLAGE II

Volgnummer GN-code Omschrijving Perioden Jaarlijkse hoeveelheid (in ton nettogewicht) 09.1647 16041511 ex16041997 Bereidingen of conserven van makreelfilets (Scomber scombrus, Scomber japonicus, Scomber colias) 1.1.2021 tot en met 31.12.2021 1.1.2022 tot en met 31.12.2022 1.1.2023 tot en met 31.12.2023 3000 ton 2500 ton 2000 ton 09.1648 16042090 ex16041997 Bereidingen of conserven van filets van valse bonito of kogeltonijn (Auxis thazard, Auxis rochei) 1.1.2021 tot en met 31.12.2021 1.1.2022 tot en met 31.12.2022 1.1.2023 tot en met 31.12.2023 1000 ton 1000 ton 1000 ton

BIJLAGE III Door de bevoegde Kaapverdische autoriteiten te rapporteren maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 4

Bij de in artikel 4, lid 4, bedoelde rapportage wordt een nauwkeurige beschrijving gegeven van de maatregelen die de bevoegde Kaapverdische autoriteiten hebben genomen om te waarborgen dat: Bij de in punt a) bedoelde rapportage over maatregelen wordt per verzoek om controle van de oorsprong door de douaneautoriteiten van de lidstaten de volgende informatie verstrekt: Bij de in punt c) bedoelde rapportage over maatregelen wordt de volgende informatie verstrekt: Bij de in punt d) bedoelde rapportage over maatregelen worden de instructies, documenten en opleidingscursussen verstrekt die zijn gebruikt om de exporteurs en overheidsfunctionarissen van Kaapverdië te onderrichten over de preferentiële oorsprongsregels in het kader van het SAP en de desbetreffende procedures. Bij de in artikel 4, leden 3 en 4, bedoelde rapportage wordt de informatie van de vorige rapportages geactualiseerd.

a)

controles van de oorsprong van producten worden verricht op verzoek van de douaneautoriteiten van de lidstaten, per verzoek, binnen de in artikel 109 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 vastgestelde termijnen;

b)

bij de controles van de oorsprong van producten van de zeevisserij als bedoeld in artikel 44, lid 1, punt h), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie ook de plaats van vangst wordt gecontroleerd, en dat bij de controles van de oorsprong van andere buiten de territoriale zee uit de zee gewonnen producten als bedoeld in artikel 44, lid 1, punt h), van die gedelegeerde verordening ook de voorwaarden inzake de scheepseigendom worden gecontroleerd;

c)

de in artikel 108, lid 1, punt b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 bedoelde controles bij exporteurs worden verricht met tussenpozen die worden bepaald aan de hand van passende risicoanalysecriteria overeenkomstig artikel 108, lid 2, van die uitvoeringsverordening;

d)

exporteurs en overheidsfunctionarissen in Kaapverdië een gedegen kennis hebben van de regels betreffende de preferentiële oorsprong met het oog op de toepassing van het SAP en de desbetreffende procedures, door middel van toereikende instructies, opleidingen, seminars en/of informatie op het internet.

de referentie en de datum van het verzoek om controle van de oorsprong;

de lidstaat die het verzoek heeft gedaan [de verzoekende lidstaat];

de datum van ontvangst van het verzoek door de bevoegde Kaapverdische autoriteiten;

de betrokken producten (GS-code en goederenomschrijving);

de datum van verzending van het antwoord aan de verzoekende lidstaat;

in voorkomend geval, de redenen voor een eventuele vertraging bij het beantwoorden van het verzoek;

de beoordeling van het verzoek door de bevoegde Kaapverdische autoriteiten (dat wil zeggen of de op het attest van oorsprong vermelde oorsprong wordt bevestigd of niet).

het aantal verrichte controles;

de door de bevoegde autoriteiten gebruikte risicoanalysecriteria om de risico’s te beoordelen en de tussenpozen tussen de periodieke controles bij de exporteurs te bepalen;

de bij de controles gevolgde werkwijze;

informatie of de bevoegde autoriteiten van (sommige) exporteurs kopieën of een lijst van de door hen opgestelde attesten van oorsprong hebben opgevraagd om de in artikel 108, lid 1, punt b), bedoelde controles te verrichten overeenkomstig artikel 108, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447;

informatie of uit de controles is gebleken dat de exporteurs in Kaapverdië de toepasselijke oorsprongsregels en de desbetreffende procedures begrijpen;

alle corrigerende maatregelen die zijn genomen en/of sancties die zijn opgelegd aan de exporteur wegens het opstellen van een onjuist attest van oorsprong.

Versions

  1. 2021-06-11