Uitvoeringsverordening (EU) 2022/320 van de Commissie van 25 februari 2022 tot verlening van een vergunning voor geperste etherische mandarijnolie als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimvee, varkens, herkauwers, paarden, konijnen en zalmachtigen (Voor de EER relevante tekst)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/2022/320@2022-02-25/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding, en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de gronden en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad.
(2) Voor etherische mandarijnolie is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is dit toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.
(3) Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van geperste etherische mandarijnolie als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten.
(4) De aanvrager heeft ook verzocht om een vergunning te verlenen voor het gebruik van geperste etherische mandarijnolie in drinkwater. Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet echter niet in de verlening van een vergunning voor het gebruik van aromatische stoffen in drinkwater. Daarom mag het gebruik van geperste etherische mandarijnolie in drinkwater niet worden toegestaan.
(5) De aanvrager heeft verzocht om het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie sensoriële toevoegingsmiddelen en de functionele groep aromatische stoffen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.
(6) De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 5 mei 2021 geconcludeerd dat geperste etherische mandarijnolie onder de voorgestelde voorwaarden voor gebruik geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de gezondheid van de consument of het milieu. Er konden echter geen conclusies worden getrokken voor gezelschapsdieren en siervissen die gewoonlijk niet aan bijproducten van citrusvruchten worden blootgesteld. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat geperste etherische mandarijnolie moet worden beschouwd als huidallergeen en irriterend voor de huid, de ogen en de luchtwegen. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen.
(7) De EFSA heeft ook geconcludeerd dat de doeltreffendheid van geperste etherische mandarijnolie niet meer hoeft te worden aangetoond aangezien het toevoegingsmiddel is erkend als aromatische stof in levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen. Zij heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.
(8) Uit de beoordeling van geperste etherische mandarijnolie blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Daarom moet een vergunning worden verleend voor het gebruik van de stof zoals gespecificeerd in de bijlage bij de onderhavige verordening.
(9) Het feit dat geperste etherische mandarijnolie niet als aromatische stof in drinkwater mag worden gebruikt, sluit het gebruik ervan in mengvoeders die via water worden toegediend, niet uit.
(10) Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stof vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.
(11) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Vergunningverlening
Voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie sensoriële toevoegingsmiddelen en de functionele groep aromatische stoffen, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning verleend voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding.
Artikel 2 Overgangsmaatregelen
1. De in de bijlage gespecificeerde stof en voormengsels die deze stof bevatten en die vóór 20 september 2022 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 20 maart 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
2. De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage gespecificeerde stof bevatten, en die vóór 20 maart 2023 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 20 maart 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.
Artikel 3 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 25 februari 2022. Voor de Commissie De voorzitter Ursula von der Leyen
ANNEX
BIJLAGE
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel Naam van de vergunninghouder Toevoegingsmiddel Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode Diersoort of -categorie Maximumleeftijd Minimumgehalte Maximumgehalte Overige bepalingen Einde van de vergunningsperiode mg werkzame stof/kg volledig voeder met een vochtgehalte van 12 % Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen. 2b142-eo — Geperste etherische mandarijnolie Samenstelling van het toevoegingsmiddel Etherische mandarijnolie verkregen van de schil van Citrus reticulata Blanco. Vloeibare vorm Karakterisering van de werkzame stof Etherische mandarijnolie, verkregen door koude persing van de schil van Citrus reticulata Blanco zoals gedefinieerd door de Raad van Europa. d-limoneen: 65-80 % γ-terpineen: 13-22 % α-pineen (pin-2(3)-een): 1-3,5 % myrceen: 1-2 % β-pineen (pin-2(10)-een): 1-2 % methyl N-methylantranilaat: 0,15-0,7 % perillaldehyde: ≤ 0,063 % CAS-nr.: 8008-31-9 FEMA-nummer: 2657 RvE-nr.: 142 Analysemethode Voor de kwantificering van de fytochemische merker d-limoneen in het toevoegingsmiddel voor diervoeding of in een mengsel van aromatische stoffen: Pluimvee Konijnen Zalmachtigen — — 15 20 maart 2032 Varkens — — 33 Herkauwers — — 30 Paarden — — 40
gaschromatografie in combinatie met vlamionisatiedetectie (GC-FID) (op basis van ISO 3528)
1. Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.
2. In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.
3. Geperste etherische mandarijnolie mag worden gemengd met andere botanische toevoegingsmiddelen op voorwaarde dat de hoeveelheden perillaldehyde in voedermiddelen en mengvoeders kleiner zijn dan de hoeveelheid die het gevolg is van het gebruik van één toevoegingsmiddel aan het maximumgehalte of het aanbevolen gehalte voor de diersoort of -categorie.
4. De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met mogelijke risico’s bij inademing, contact met de huid of contact met de ogen om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, waaronder beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid.