Gemeenschappelijk Standpunt 2004/493/GBVB van de Raad van 17 mei 2004 tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/oj/L/2004/493@2004-05-17/nl
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Op 21 mei 2002 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB aangenomen betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie en het verlenen aan deze Palestijnen van nationale vergunningen met een geldigheidsduur van ten hoogste 12 maanden.
(2) Op 19 mei 2003 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2003/366/GBVB aangenomen tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB en tot wijziging van de geldigheidsduur van die vergunningen voor een periode van ten hoogste 24 maanden.
(3) De geldigheidsduur van die vergunningen moet met nog eens 6 maanden worden verlengd,
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:
Artikel 1
Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB wordt als volgt gewijzigd: (1) de eerste alinea van artikel 3 komt als volgt te luiden: Elk van de in artikel 2 bedoelde lidstaten verleent de Palestijnen die hij opvangt, een nationale vergunning om zijn grondgebied te betreden en daar voor een periode van ten hoogste 30 maanden te verblijven. ; Art. 008. De Raad blijft dit gemeenschappelijk standpunt toetsen en evalueert de toepassing ervan uiterlijk 29 maanden na de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt, dan wel eerder indien een van zijn leden hierom verzoekt. (2) artikel 8 komt als volgt te luiden: .
1) de eerste alinea van artikel 3 komt als volgt te luiden: Elk van de in artikel 2 bedoelde lidstaten verleent de Palestijnen die hij opvangt, een nationale vergunning om zijn grondgebied te betreden en daar voor een periode van ten hoogste 30 maanden te verblijven. ;
2) artikel 8 komt als volgt te luiden: . Art. 008. De Raad blijft dit gemeenschappelijk standpunt toetsen en evalueert de toepassing ervan uiterlijk 29 maanden na de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt, dan wel eerder indien een van zijn leden hierom verzoekt.
Artikel 1
2)
Artikel 8
De Raad blijft dit gemeenschappelijk standpunt toetsen en evalueert de toepassing ervan uiterlijk 29 maanden na de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt, dan wel eerder indien een van zijn leden hierom verzoekt.
Artikel 2
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.
Artikel 3
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 17 mei 2004. Voor de Raad De voorzitter B. Cowen