Aanbeveling van de Commissie van 11 oktober 2004 inzake de monitoring van achtergrondconcentraties van dioxinen en dioxineachtige PCB’s in diervoeders (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 3461) (Voor de EER relevante tekst) (2004/704/EG)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/oj/L/2004/704@2004-10-11/nl
Contents
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211, tweede streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Richtlijn 2002/32/EG van 7 mei 2002 van het Europees Parlement en de Raad inzake ongewenste stoffen in diervoeding zijn maximumgehalten vastgesteld voor dioxinen in voedermiddelen en mengvoeder.
(2) Hoewel eventuele gehalten uit toxicologisch oogpunt voor zowel dioxinen, furanen als dioxineachtige PCB’s zouden moeten gelden, zijn er alleen maximumgehalten vastgesteld voor dioxinen en furanen en niet voor dioxineachtige PCB’s, omdat er nog te weinig bekend is over de prevalentie van dioxineachtige PCB’s. Bovengenoemde richtlijn beoogt de maximumgehalten uiterlijk op 31 december 2004 voor het eerst te herzien in het licht van nieuwe gegevens over de aanwezigheid van dioxinen en dioxineachtige PCB’s, zodanig dat de vast te stellen niveaus ook voor dioxineachtige PCB’s zullen gelden.
(3) Richtlijn 2002/32/EG beoogt de maximumgehalten uiterlijk op 31 december 2006 nogmaals te herzien met als doel deze gehalten fors te verlagen.
(4) Er moeten in de hele Europese Gemeenschap betrouwbare gegevens worden verzameld over de aanwezigheid van dioxineachtige PCB’s in een zo groot mogelijk aantal producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren (zoals vastgesteld bij Richtlijn 2002/32/EG inzake ongewenste stoffen in diervoeding) om een duidelijk beeld te kunnen krijgen van de temporele trends van de achtergrondniveaus van deze stoffen in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren.
(5) Het verband tussen de aanwezigheid van dioxinen, furanen, dioxineachtige PCB’s en niet-dioxineachtige PCB’s is belangrijk, maar grotendeels onbekend. Het is derhalve gewenst de gekozen monsters waar mogelijk ook op niet-dioxineachtige PCB’s te onderzoeken.
(6) Krachtens Aanbeveling 2002/201/EG van de Commissie van 4 maart 2002 inzake de reductie van de aanwezigheid van dioxinen, furanen en PCB’s in diervoeder en levensmiddelen moeten de lidstaten afhankelijk van hun productie, gebruik en consumptie van producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren een steekproefsgewijze controle uitvoeren op de aanwezigheid van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s. Deze controles moeten worden uitgevoerd volgens nauwkeurige richtsnoeren van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Om een hoog niveau van uniformiteit in de gehele Europese Unie te waarborgen moeten deze richtsnoeren onder andere voorschriften omvatten inzake het minimumaantal controles en de wijze van verslaglegging van de resultaten.
(7) Het is van belang dat deze gegevens op regelmatige basis aan de Commissie worden doorgegeven. De Commissie zorgt voor het samenvoegen van deze gegevens in een gegevensbank die kan worden geraadpleegd door het publiek.
(8) Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije zijn op 1 mei 2004 lid geworden van de Europese Gemeenschap. De nieuwe lidstaten moeten zo snel mogelijk aan het monitoringprogramma gaan deelnemen. Het wordt echter onderkend dat er overgangsmaatregelen moeten komen voor de nieuwe lidstaten en dat er voor hen op dit moment nog geen gedetailleerde minimumaantallen dienen te worden aanbevolen voor de steekproefsgewijze controle op de aanwezigheid van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s in diervoeder,
BEVEELT AAN: Dat de lidstaten vanaf het jaar 2004 tot en met 31 december 2006 controles uitvoeren van de achtergrondniveaus van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren, overeenkomstig het in de tabel in bijlage I aanbevolen minimumaantal monsters voor jaarlijkse analyse. Het aantal monsters moet jaarlijks opnieuw worden bezien in het licht van de opgedane ervaring; Dat Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije zo snel mogelijk deelnemen aan het monitoringprogramma inzake de aanwezigheid van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s in diervoeders. Het aantal jaarlijks door Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije te analyseren monsters zal met ingang van het jaar 2005 worden vastgesteld; Dat de lidstaten de Commissie op regelmatige basis de gegevens doorgeven, conform het model van bijlage II, die dan worden samengevoegd in een gegevensbank. Verder dienen zij ook de gegevens te verstrekken die de afgelopen jaren zijn verkregen met gebruikmaking van een analysemethode overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2002/70/EG van de Commissie van 26 juli 2002 tot vaststelling van voorschriften voor de gehaltebepaling van dioxinen en dioxineachtige PCB’s in diervoeders en rekening houdend met de achtergrondniveaus; Dat de lidstaten, indien mogelijk, ook analyses uitvoeren op niet-dioxineachtige PCB’s in dezelfde monsters. Gedaan te Brussel, 11 oktober 2004. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie
ANNEX
BIJLAGE I
Totaal aantal aanbevolen monsters per land Voedermiddelen, toevoegingsmiddelen, voormengsels Mengvoeders Plantaardig Mineralen Sporenelementen, bindmiddelen, verdunningsmiddelen Voormengsels — alle soorten Dierlijk Totaal Landdieren Vis Totaal Land Aantal Granen en daarvan afgeleide producten en bijproducten Oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide producten en bijproducten/Zaden van peulvruchten en daarvan afgeleide producten en bijproducten Ruwgewassen en ruwvoedergewassen Overige voedermiddelen van plantaardige oorsprong Dierlijk vet/Dierlijke producten (inclusief melkpoeder en eiproducten) Visolie Vismeel Aantal Runderen Varkens Pluimvee Overige dieren (konijnen, paarden, gezelschapsdieren Vis Aantal België 60 5 5 5 3 3 3 3 4 3 3 37 4 10 5 2 2 23 Denemarken 107 5 5 5 3 3 3 4 3 24 23 78 4 10 3 2 10 29 Duitsland 163 20 12 11 9 9 9 8 10 3 3 94 24 19 14 4 8 69 Griekenland 53 5 5 3 2 2 2 3 3 4 3 32 2 2 2 1 14 21 Spanje 135 8 6 5 7 8 8 8 6 5 9 70 12 21 14 8 10 65 Frankrijk 232 28 19 28 11 11 11 12 7 4 5 136 15 19 32 15 15 96 Ierland 56 5 3 5 2 3 3 3 3 3 3 33 7 3 3 3 5 21 Italië 117 10 7 12 5 5 5 7 5 4 3 63 12 6 14 7 15 54 Luxemburg 33 3 3 3 2 1 1 2 2 1 1 19 3 3 3 2 3 14 Nederland 111 5 5 5 7 8 8 7 5 3 3 56 14 19 13 6 3 55 Oostenrijk 47 5 5 5 2 2 2 3 3 3 3 33 3 3 3 2 3 14 Portugal 50 3 5 5 2 3 3 3 3 3 3 33 4 3 5 2 3 17 Finland 48 5 3 5 2 3 3 3 3 3 3 33 3 3 3 2 4 15 Zweden 49 5 3 6 2 3 3 3 3 3 3 34 4 3 3 2 3 15 Verenigd Koninkrijk 158 10 10 10 6 6 6 10 4 10 8 80 15 7 13 10 33 78 Totaal EU 1417 122 96 113 65 70 70 79 64 76 76 831 126 131 130 68 131 586 IJsland 67 3 3 3 2 1 1 2 3 19 16 53 3 3 3 2 3 14 Noorwegen 127 5 5 5 3 3 3 5 3 13 15 60 3 3 3 2 56 67 Totaal EER 1611 130 104 121 70 74 74 86 70 108 107 944 132 137 136 72 190 667
Tabel: Overzicht van het aanbevolen minimumaantal monsters voor jaarlijkse analyse. De verdeling van de monsters is gebaseerd op de productie en/of het gebruik in elk land. Bijzondere aandacht is besteed aan voedermiddelen en mengvoeder met naar verwachting een grotere variatie in achtergrondniveaus van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s
BIJLAGE II A.
Toelichting bij het model voor de analyseresultaten van dioxinen, furanen en dioxineachtige PCB’s en andere PCB’s in diervoeder
1. Algemene informatie over de geanalyseerde monsters Land Naam van de lidstaat waar de controle is uitgevoerd. Jaar Jaar waarin de controle is uitgevoerd. Product Geanalyseerd voeder — gebruik, indien mogelijk, voor voedermiddelen de terminologie van Richtlijn 1996/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen. Voor mengvoeders is informatie over de samenstelling zeer nuttig. Handelsstadium Plaats waar het product is bemonsterd. Weergave van de resultaten De resultaten moeten op productbasis worden weergegeven. De resultaten moeten worden uitgedrukt volgens de basis waarop de maximumniveaus zijn vastgesteld (met betrekking tot een diervoeder met een vochtgehalte van 12 % — Richtlijn 2002/32/EG). Voor de analyse van niet-dioxineachtige PCB’s wordt dringend aanbevolen de niveaus op dezelfde basis uit te drukken. Soort bemonstering Steekproefsgewijs — de analyseresultaten van een gerichte bemonstering kunnen ook worden vermeld mits duidelijk wordt aangegeven dat het een gerichte bemonstering betreft en dat deze niet noodzakelijkerwijze de normale achtergrondniveaus weergeeft. Methode Gebruikte methode. Erkend Geef aan of de analysemethode erkend is of niet. Onzekerheid (%) Het onzekerheidspercentage van de analysemethode.
2. Specifieke informatie over de geanalyseerde monsters Aantal monsters Aantal geanalyseerde monsters van hetzelfde soort product. Indien u over resultaten beschikt van meer monsters dan het aantal kolommen, gelieve nieuwe kolommen met een nummer toe te voegen aan het einde van het formulier. Productiemethode Conventioneel/biologisch (zo gedetailleerd mogelijk). Gebied Voorzover relevant, gebied of regio waarin het monster is verzameld, indien mogelijk met vermelding van het soort gebied (platteland, stedelijk, industriegebied, haven, open zee, enz.). Bv. Brussel — stedelijk, Middellandse Zee — open zee. Aantal deelmonsters Indien het geanalyseerde monster een verzamelmonster is, dient het aantal deelmonsters te worden aangegeven. Indien het analyseresultaat slechts op één monster gebaseerd is, dient dit te worden aangegeven. Aangezien het aantal deelmonsters in een verzamelmonster kan variëren, dient dit aantal voor ieder monster te worden aangegeven. Vetgehalte (%) Vochtpercentage in het monster (indien beschikbaar). Vochtgehalte (%) Vochtpercentage in het monster (indien beschikbaar).
3. Resultaten Dioxinen, furanen, dioxineachtige PCB’s De resultaten van elke congeneer moeten worden weergegeven in ppt — nanogram/kilo (ng/kg). Niet-dioxineachtige PCB’s De resultaten van elke congeneer moeten worden weergegeven in ppb — microgram/kilo (μg/kg). LOQ Limit of quantification (bepaalbaarheidsgrens) in ng/kg of μg/kg (voor niet-dioxineachtige PCB’s). LOD Limit of detection (aantoonbaarheidsgrens) in ng/kg of μg/kg (voor niet-dioxineachtige PCB’s). Voor geanalyseerde congeneren met een waarde onder de aantoonbaarheidsgrens moet het resultaat worden ingevuld als < LOD (de LOD moet als een waarde worden weergegeven). Voor geanalyseerde congeneren met een waarde onder de bepaalbaarheidsgrens moet het resultaat worden ingevuld als < LOQ (de LOQ moet als een waarde worden weergegeven). Voor extra PCB-congeneren die zijn geanalyseerd naast de PCB-7 en dioxineachtige PCB’s moeten de nummers van de PCB-congeneren op het formulier worden ingevuld, bv. 31, 99, 110, enz. Indien u over resultaten beschikt van meer PCB-congeneren dan het aantal rijen op het formulier, gelieve nieuwe rijen toe te voegen aan het einde van het formulier.
4. Opmerkingen Behalve voor de gebruikte vetextractiemethode, dient deze ruimte ook gebruikt te worden voor relevante extra informatie over de verstrekte gegevens.
B.
Formulier voor congeneerspecifieke analyseresultaten van dioxinen, furanen, dioxineachtige PCB’s en andere PCB’s in diervoeder
LandOpmerkingenJaarGebruikte vetextractiemethode:ProductHandelsstadiumWeergave van de resultatenSoort bemonsteringAantal monstersProductiemethodeGebiedAantal deelmonstersVetgehalte (%)Vochtgehalte (%)1.Dioxinen en furanen (ng/kg)CongenerenTEFLODLOQTerugvinding (%)ResultatenTEQMethode2,3,7,8 — TCDD1Detectie1,2,3,7,8 — PeCDD1Eenheid1,2,3,4,7,8 — HxCDD0,1Erkend1,2,3,6,7,8 — HxCDD0,1Onzekerheid (%)1,2,3,7,8,9 — HxCDD0,11,2,3,4,6,7,8 — HpCDD0,01OCDD0,00012,3,7,8 — TCDF0,11,2,3,7,8 — PeCDF0,052,3,4,7,8 — PeCDF0,51,2,3,4,7,8 — HxCDF0,11,2,3,6,7,8 — HxCDF0,11,2,3,7,8,9 — HxCDF0,1Totaal TEQ-PCDD/PCDF2,3,4,6,7,8 — HxCDF0,11,2,3,4,6,7,8 — HpCDF0,01Bovengrens1,2,3,4,7,8,9 — HpCDF0,01MiddelwaardeOCDF0,0001Ondergrens2.Non-ortho PCB's (pg/g of ng/kg)PCB-congenerenTEFLODLOQTerugvinding (%)ResultatenTEQMethodePCB-770,0001DetectiePCB-810,0001EenheidPCB-1260,1ErkendPCB-1690,01Onzekerheid (%)3.Mono-ortho PCB’s (pg/g of ng/kg)PCB-congenerenTEFLODLOQTerugvinding (%)ResultatenTEQMethodePCB-1050,0001DetectiePCB-1140,0005EenheidPCB-1180,0001ErkendPCB-1230,0001Totaal TEQ-PCBOnzekerheid (%)PCB-1560,0005PCB-1570,0005BovengrensPCB-1670,00001MiddelwaardePCB-1890,0001Ondergrens NIET-DIOXINEACHTIGE PCB’s4.PCB-7 (6) (μg/kg of ppb)PCB-congenerenLODLOQResultatenMethodePCB-28ErkendPCB-52EenheidPCB-101Onzekerheid (%)PCB-118PCB-138PCB-153PCB-1805.Overige PCB`s (μg/kg of ppb)PCB-congenerenLODLOQResultatenMethodePCB-ErkendPCB-EenheidPCB-Onzekerheid (%)PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-PCB-