Gelex

Beschikking van de Commissie van 30 april 2008 Steunmaatregel van de Staten nr. C 40/06 (ex NN 96/05) Leenregelingen van het Verenigd Koninkrijk (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1612) (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (2008/626/EG)

In forceVersion 2008-04-30from 2008-07-31
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/act/oj/L/2008/626@2008-04-30/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Gelet op Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag, en met name op artikel 7, leden 2 en 3,

Na de belanghebbende derden overeenkomstig de genoemde bepalingen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken,

Overwegende hetgeen volgt: PROCEDURE

(1) Bij brief van 15 juni 2004 werd de Commissie er door een inwoner van het Verenigd Koninkrijk van in kennis gesteld dat de Shetland Islands Council, de overheidsinstantie van het Verenigd Koninkrijk voor de Shetlandeilanden, aan de visserijsector steun heeft verleend, waarbij mogelijk sprake zou zijn van onrechtmatige staatssteun. Bij brieven van 24 augustus 2004, 4 februari 2005, 11 mei 2005 en 16 december 2005 verzocht de Commissie het Verenigd Koninkrijk inlichtingen over die steun te verstrekken. Het Verenigd Koninkrijk verstrekte de Commissie nadere inlichtingen bij brieven van 10 december 2004, 6 april 2005, 8 september 2005 en 31 januari 2006.

(2) Bij brief van 13 september 2006 bracht de Commissie het Verenigd Koninkrijk op de hoogte van haar besluit de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de steunmaatregel in te leiden. Het Verenigd Koninkrijk formuleerde zijn opmerkingen over de steun bij brief van 16 oktober 2006. In antwoord op de verzoeken van de Commissie van 31 januari 2007 en 5 februari 2008, heeft het Verenigd Koninkrijk aanvullende informatie meegedeeld bij brieven van 4 september 2007 en 27 februari 2008.

(3) Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is op 30 november 2006 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de steunmaatregel te maken. De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.

GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING

(4) De Shetland Islands Council heeft betalingen aan de visserijsector verricht in het kader van twee algemene steunmaatregelen, namelijk Aid to the Fish Catching and Processing Industry (steun voor de visserijsector en de visverwerkende industrie) en Aid to the Fish Farming Industry (steun voor de viskwekerijsector), die in feite tal van verschillende steunregelingen omvatten. Een van die steunregelingen waren de Loan assistance schemes (leenregelingen, hierna de regeling genoemd).

(5) Door middel van leenregelingen is via de Fish Farming Association enerzijds steun verleend aan zalmkwekerijen en anderzijds via de Fish Processors' Association aan visverwerkende bedrijven.

(6) De leenregeling voor de zalmteelt is in 2000 opgezet met als doel aan individuele kwekers bedrijfskapitaal te verschaffen om consumptierijpe vis te kunnen kweken. De in het kader van de regeling geleende bedragen variëren tussen GBP 87000 en GBP 250000, met een maximum van 75 % van de kosten voor de aankoop van smolts (jonge zalm). De som van de geleende bedragen is GBP 3477130.

(7) De leningen werden verstrekt aan bedrijven die hun levensvatbaarheid konden staven met een bedrijfsplan en financiële prognoses voor een periode van minstens drie jaar. De intrestvoet op de leningen stemde meestal overeen met het toepasselijke basispercentage in het VK plus 2 %. De leningen werden toegestaan op voorwaarde dat aan de leninggever het eigendomsrecht werd toegekend op de smolts, waardoor de verkoopwaarde van de volwassen vis als zekerheid gold.

(8) In het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven zijn in de periode 1996-2002 5 leningen verstrekt. Het geleende bedrag bedroeg tussen GBP 73000 en GBP 200000, met een totaal van GBP 698300. Om een lening te kunnen krijgen, dienden de bedrijven zich ertoe te verbinden gedurende de looptijd van de lening hun rekeningen door een auditor te laten certificeren, de geldende nationale en EU-normen inzake hygiëne, veiligheid en gezondheid na te leven en lid te blijven van de Shetland Fish Processor's Association.

(9) De Commissie was van oordeel dat uit de beschikbare informatie niet kon worden afgeleid of de voorwaarden die aan de in het kader van de regeling verstrekte leningen zijn gekoppeld aanvaardbaar zouden zijn voor normale particuliere leninggevers op de markt. Aangezien de leningen in gunstiger omstandigheden bleken te zijn verstrekt of gekoppeld zijn aan gunstiger voorwaarden dan voor een normale particuliere leninggever aanvaardbaar zou zijn, leken de begunstigen een voordeel te hebben genoten dat zij in normale economische omstandigheden niet zouden genieten. Bovendien werden de betrokken bedrijven als rechtstreekse concurrenten van andere ondernemingen in de visserijsector beschouwd zodat er sprake leek te zijn van staatssteun in de zin van artikel 87 van het EG-Verdrag.

(10) Met betrekking tot de verenigbaarheid van die leningen, als staatssteun, met de op het moment waarop de steun is toegekend geldende richtsnoeren voor het onderzoek van staatssteun in de visserij- en aquacultuursector uitte de Commissie haar twijfels betreffende de commerciële aard van de leningen en was zij derhalve van oordeel dat er sprake was van staatssteun. Wat de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt betreft, rees volgens de Commissie op basis van de beschikbare informatie bovendien de vraag of de leningen voldeden aan de richtsnoeren voor het onderzoek van staatssteun in de visserij- en aquacultuursector die op de respectievelijke momenten waarop de steun is toegekend van toepassing waren.

OPMERKINGEN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

(11) In zijn brieven van 16 oktober 2006, 4 september 2007 en 27 februari 2008 heeft het Verenigd Koninkrijk nadere toelichting verschaft over de leningen die in het kader van de regeling zijn verstrekt.

(12) Het Verenigd Koninkrijk stelde dat de leningen werden verstrekt in omstandigheden die door een normale particuliere leninggever zouden worden aanvaard en derhalve geen staatssteun vormden in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

(13) In dit kader verstrekte het Verenigd Koninkrijk toelichting over de intrestvoeten die bij de toekenning van de leningen zijn vastgesteld. De intrestvoeten zijn vastgesteld met het oog op een rendement dat overeenstemt met het in de EG (VK) geldende basispercentage en op basis van een risicobeoordeling. Op basis daarvan is een intrestbeleid ontwikkeld met voor leningen met een laag risico als indicatieve intrestvoet de VK-basisrente plus 2 %, voor leningen met een gemiddeld risico de VK-basisrente plus 3 % en voor risicoleningen de VK-basisrente plus 4 %. Het Verenigd Koninkrijk was van oordeel dat dit beleid strookt met het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie.

(14) In het kader van de leenregeling voor de zalmteelt werden tussen september 2000 en januari 2003 15 leningen verstrekt. Op die leningen waren de volgende voorwaarden en intrestvoeten van toepassing: Begunstigde Datum Bedrag (GBP) Geleend % ten opzichte van het totale project Termijn Intrestvoet in % Johnson Seawell Ltd 06-2000 250000 24 20 maanden 8,0 North Atlantic Salmon Ltd 06-2000 211500 71,8 2 jaar 8,0 Hoove Salmon Ltd 06-2000 87000 51,1 21 maanden 8,0 Dury Salmon Ltd 06-2000 250000 64,3 2 jaar 8,0 Hoganess Salmon Ltd 09-2000 213000 72 2 jaar 8,0 North Isles Seafood Ltd 08-2000 250000 74,7 2 jaar 8,0 Bressay Salmon Ltd 06-2000 156300 74,9 2 jaar 8,0 Wester Sound Salmon Ltd 10-2000 250000 56,8 2 jaar 8,0 Scord Salmon (Shetland) Ltd 02-2001 107100 72,6 2 jaar 7,5 Hoove Salmon Ltd 07-2001 226481 73,2 2 jaar 7,5 Skerries Salmon Ltd 07-2001 249750 75,7 2 jaar 7,5 Unst Salmon Ltd 08-2001 250000 28,9 2 jaar 7,5 SSG Seafoods Ltd 04-2002 250000 30,2 2 jaar 6,5 Cro Lax Ltd 05-2002 250000 49,6 2 jaar 6,5 Aqua Farm Ltd 09-2002 250000 34,8 15 maanden 6,5

(15) Het Verenigd Koninkrijk verklaarde dat de meeste leningen zijn toegekend tegen het basispercentage van de Bank of England plus 2 %, in sommige gevallen 3 %. De terugbetalingstermijn was vastgesteld op basis van de groeicyclus van de smolts. Meestal bedroeg de termijn ongeveer 2 jaar met maandelijks intrestaflossingen en terugbetaling van het kapitaal na afloop van de op de oogst afgestemde looptijd van de lening. De geleende waarde varieerde tussen 24 % en 75 %.

(16) De leningen werden toegestaan op voorwaarde dat een zekerheid werd gesteld waarbij de leninggever het eigendomsrecht verwierf op de smolts, waardoor de verkoopwaarde van de volwassen vis als zekerheid geldt. In een normale markt zou volgens het Verenigd Koninkrijk rekening worden gehouden met de verwachte waardestijging van de smolts tijdens hun kweekperiode, waardoor de ratio van de lening ten opzichte van de waarde in die periode toeneemt. Bovendien werd voor de toegekende leningen een zekerheid gesteld via vlottende vorderingen, die niet alleen een zekerheid bieden dankzij de waarde van de vis, maar ook dankzij de materiële vaste activa van de onderneming, zoals viskooien, vergunningen enz.

(17) Ten slotte heeft het Verenigd Koninkrijk informatie meegedeeld over de ondernemingen waaraan leningen zijn toegekend: het maatschappelijk kapitaal van de ondernemingen, het percentage kapitaalverlies bij de investering en tijdens de 12 maanden die daaraan vooraf gingen, informatie waaruit blijkt dat geen enkele onderneming bij de toekenning van de lening het voorwerp uitmaakte van een insolventieprocedure, de financiële prognoses die de ondernemingen bij hun aanvraag hebben ingediend om hun levensvatbaarheid aan te tonen alsmede informatie over de specifieke zekerheden en de rangorde van de verschillende leningen.

(18) In het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven zijn de volgende leningen verstrekt: Begunstigde Datum Geleend bedrag (GBP) Lening als % van totale project Termijn Intrestvoet in % Lerwick Fish Traders Ltd 05-1996 200000 24,4 10 jaar 7,75 Shetland Seafood Specialities Ltd 10-1996 73000 39,2 10 jaar 9,0 Whalsay Fish Processing Ltd 08-1997 173000 36,6 10 jaar 8,0 D Watt (Shetland) Ltd 12-1998 110000 21,6 10 jaar 8,0/5,0 D Watt (Shetland) Ltd 05-2002 142002 39,1 7 jaar 6,5

(19) Het Verenigd Koninkrijk stelt dat op één na alle leningen zijn verstrekt tegen een intrestvoet die hoger ligt dan zowel de basisrente van de Bank of England als het in de EG (VK) geldende referentiepercentage; de leningen waren meestal bedoeld voor uitrusting en hadden meestal een looptijd van 10 jaar; de voorwaarden stemden overeen met de voorwaarden die normale commerciële leninggevers aanbieden en het geleende kapitaal bedroeg nooit meer dan 40 % van de totale investering. De aan de leningen gekoppelde zekerheden waren standaardzekerheden en vlottende vorderingen

(20) Het Verenigd Koninkrijk heeft informatie meegedeeld over de ondernemingen waaraan leningen zijn verstrekt: hun maatschappelijk kapitaal, het percentage kapitaalverlies op het moment van de investering en tijdens de twaalf maanden daarvoor, informatie waaruit blijkt dat geen van de ondernemingen op het moment waarop de lening werd verstrekt het voorwerp uitmaakte van een insolventieprocedure, de bij de aanvraag door de ondernemingen ingediende financiële prognoses om hun levensvatbaarheid aan te tonen alsmede informatie over de specifieke zekerheden en rangorde van elke lening.

(21) Met betrekking tot de in 1998 aan D Watt (Shetland) Ltd toegestane lening heeft het Verenigd Koninkrijk ten slotte verklaard dat de intrestvoet aanvankelijk 8 % bedroeg, maar later door middel van een door de Shetland Islands Council rechtstreeks aan de leninggever betaalde rentesubsidie van GBP 20000 is verlaagd tot 5 %. Het Verenigd Koninkrijk merkte op dat men de subsidie ook rechtstreeks aan de lener had kunnen betalen, aangezien hij in aanmerking kwam voor subsidies. Om het administratief beheer te vereenvoudigen, is er echter voor geopteerd de subsidie aan de leninggever te betalen en de intrestvoet te verlagen.

(22) Het Verenigd Koninkrijk argumenteerde dat indien de Commissie zou oordelen dat het niet om commerciële leningen gaat, de leningen voldoen aan de toepasselijke regels inzake staatssteun.

(23) Tot slot heeft het Verenigd Koninkrijk gesteld dat, als de Commissie een negatieve beschikking zou geven, de vóór 3 juni 2003 verleende steun niet mag worden teruggevorderd, aangezien dit in strijd zou zijn met het beginsel van de bescherming van de legitieme verwachtingen. In dit verband verwees het Verenigd Koninkrijk naar Beschikking 2003/612/EG van de Commissie van 3 juni 2003 inzake leningen voor de aankoop van visserijquota op de Shetlandeilanden (Verenigd Koninkrijk) en Beschikking 2006/226/EG van de Commissie van 7 december 2005 betreffende investeringen van Shetland Leasing and Property Developments Ltd op de Shetlandeilanden (Verenigd Koninkrijk), waarin is bepaald dat de Shetland Islands Council er tot 3 juni 2003 terecht is vanuit gegaan dat de gebruikte middelen privémiddelen waren, en geen overheidsmiddelen.

BEOORDELING

(24) Er moet worden nagegaan of de regeling als staatssteun kan worden beschouwd en zo ja, of die steun verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

(25) Overeenkomstig artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(26) Volgens jurisprudentie kan de toekenning van een lening door de staat of door een instelling die onder overheidscontrole staat een onderneming bevoordelen in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag indien die onderneming gunstiger voorwaarden krijgt dan die welke zij op de kapitaalmarkt zou krijgen.

(27) Een passend criterium om te oordelen of een lening als staatssteun moet worden beschouwd, is de mate waarin die onderneming dezelfde bedragen op de particuliere markt tegen vergelijkbare voorwaarden zou hebben kunnen lenen.

(28) Relevante factoren om de lening te vergelijken met de private kapitaalmarkten zijn met name de looptijd en het bedrag van de lening, het risico dat de kredietnemer in gebreke blijft, de intrestvoet, de aard van de gestelde zekerheid en de rangorde.

(29) Wat de intrestvoet van dergelijke leningen betreft, dient de door de Commissie overeenkomstig de mededeling over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld bepaalde referentierentevoet als referentie te worden gehanteerd. Het aldus vastgestelde referentiepercentage is een minimumpercentage dat in omstandigheden met bijzondere risico's (zoals een onderneming in moeilijkheden of bij het ontbreken van de gebruikelijke zekerheden die banken verlangen) kan worden verhoogd. Indien geen enkele particuliere bank de betrokken lening zou hebben willen verstrekken, kan de verhoging oplopen tot 400 basispunten en meer.

(30) In onderstaande tabel worden de in het kader van de regeling toegestane intrestvoeten vergeleken met de op het moment waarop de leningen werden toegestaan geldende communautaire referentiepercentages. Begunstigde Datum Intrestvoet in % EU-referentie-rentevoet in % Leenregeling voor visverwerkende bedrijven Lerwick Fish Traders Ltd 05-1996 7,75 11,18 Shetland Seafood Specialities Ltd 10-1996 9,0 10,26 Whalsay Fish Processing Ltd 08-1997 8,0 8,15 D Watt (Shetland) Ltd 12-1998 8,0/5,0 7,77 D Watt (Shetland) Ltd 05-2002 6,5 6,01 Leenregeling voor de zalmteelt Johnson Seawell Ltd 06-2000 8,0 7,64 North Atlantic Salmon Ltd 06-2000 8,0 7,64 Hoove Salmon Ltd 06-2000 8,0 7,64 Dury Salmon Ltd 06-2000 8,0 7,64 Hoganess Salmon Ltd 09-2000 8,0 7,64 North Isles Seafood Ltd 08-2000 8,0 7,64 Bressay Salmon Ltd 06-2000 8,0 7,06 Wester Sound Salmon Ltd 10-2000 8,0 7,06 Scord Salmon (Shetland) Ltd 02-2001 7,5 7,06 Hoove Salmon Ltd 07-2001 7,5 7,06 Skerries Salmon Ltd 07-2001 7,5 7,06 Unst Salmon Ltd 08-2001 7,5 6,01 SSG Seafoods Ltd 04-2002 6,5 6,01 Cro Lax Ltd 05-2002 6,5 6,01 Aqua Farm Ltd 09-2002 6,5 6,01

(31) De intrestvoet van de drie leningen die in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven zijn toegekend, in mei 1996 aan Lerwick Fish Traders Ltd, in oktober 1996 aan Shetland Seafood Specialities Ltd en in augustus 1997 aan Whalsay Fish Processing Ltd, was lager dan het communautaire referentiepercentage. Bovendien werd de aanvankelijke intrestvoet van de in 1998 aan D Watt (Shetland) Ltd toegestane lening, die hoger lager dan het communautaire referentiepercentage, door middel van rentesubsidies verlaagd tot een niveau onder dat referentiepercentage. Derhalve moet worden geconcludeerd dat deze leningen aan gunstiger voorwaarden zijn toegekend dan leningen op de kapitaalmarkt en de betrokken ondernemingen een voordeel opleverden.

(32) De intrestvoeten van alle overige leningen die vanaf september 2000 zijn verstrekt in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven en de leenregeling voor de zalmteelt lagen daarentegen allemaal hoger dan de op de respectievelijke op de momenten waarop de leningen zijn toegekend toepasselijke referentiepercentages en hadden onder normale voorwaarden kunnen zijn verstrekt op de kapitaalmarkt. Vervolgens moeten alle andere aspecten van de betrokken leningen worden vergeleken met tegen normale marktvoorwaarden toegekende leningen.

(33) Uit de door het Verenigd Koninkrijk meegedeelde informatie, met een overzicht van de financiële situatie van elke onderneming, blijkt dat de leningen werden verstrekt overeenkomstig het in overweging 13 toegelichte intrestbeleid en dat voor elke onderneming een risicobeoordeling is uitgevoerd op basis waarvan de leningverstrekkende autoriteit geval per geval, afhankelijk van het reële risico voor elke lening en overeenkomstig normale handelsvoorwaarden de looptijd, de intrestvoet, de zekerheid en rangorde kon bepalen.

(34) In dit verband moet er met name op worden gewezen dat geen enkele onderneming waaraan een lening werd verstrekt op het respectieve tijdstip van de toekenning van de lening zich in moeilijkheden bevond in de zin van de communautaire kaderregeling voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden. In die context is het risico dat de kredietnemer in gebreke blijft, waarbij bepaalde ondernemingen een groter risico vertegenwoordigden dan andere, gecompenseerd op een manier die vergelijkbaar is met de op de private markt voor leningen in deze sector gangbare voorwaarden, namelijk door een hogere intrestvoet in combinatie met een aanvullende zekerheid.

(35) Bijgevolg kan worden geconcludeerd dat de vanaf september 2008 verstrekte leningen vergelijkbaar zijn met de sommen die een private leninggever in een markteconomie bereid zou zijn geweest te lenen tegen dezelfde voorwaarden en dat de voorwaarden waartegen deze leningen zijn toegekend derhalve niet gunstiger waren dan de normale marktvoorwaarden.

(36) Leningen die zijn toegekend tegen voorwaarden die een afspiegeling zijn van de normale marktvoorwaarden bieden de begunstigde geen voordeel ten opzichte van andere spelers op de markt en dienen bij gebrek aan een voordeel voor de betrokken ondernemingen niet te worden beschouwd als staatssteun als bedoeld in artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

(37) De betrokken ondernemingen concurreren rechtstreeks met andere visverwerkende bedrijven, zowel binnen het Verenigd Koninkrijk als in andere lidstaten. Die concurrentie kan door dergelijke leningen worden verstoord of bedreigd. De regelingen dienen derhalve te worden beschouwd als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

(38) Staatssteun kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd wanneer die steun in aanmerking komt voor een van de uitzonderingen waarin het EG-Verdrag voorziet. Met betrekking tot staatssteun in de visserijsector worden steunmaatregelen van de Staten geacht in overeenstemming te zijn met de gemeenschappelijke markt indien voldaan is aan de voorwaarden van de Richtsnoeren voor het onderzoek van staatssteun in de visserij- en aquacultuursector.

(39) Op grond van de tweede alinea van punt 5.3 van de huidige Richtsnoeren voor het onderzoek van de steunmaatregelen van de staten in de visserij- en de aquacultuursector dient onrechtmatige steun in de zin van artikel 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 659/1999 te worden beoordeeld overeenkomstig de richtsnoeren die van toepassing zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de steun. Aangezien de leningen die moeten worden beoordeeld zijn toegestaan in 1996, 1997 en 1998, dient de verenigbaarheid te worden getoetst aan de richtsnoeren voor het onderzoek van de nationale steunmaatregelen in de visserij- en aquacultuursector van 1994 (de richtsnoeren van 1994) en die van 1997 (de richtsnoeren van 1997).

(40) Op grond van punt 2.3 van de richtsnoeren van 1994 kan steun voor investeringen op het gebied van de verwerking en de afzet van visserijproducten verenigbaar worden geacht met de gemeenschappelijke markt mits de voorwaarden voor de toekenning vergelijkbaar zijn met die van Verordening (EG) nr. 3699/93 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de producten daarvan en minstens even stringent zijn, en op voorwaarde dat de staatssteun, omgerekend in subsidie-equivalent, niet hoger ligt dan de som van de overeenkomstig bijlage IV van die verordening toegelaten nationale en communautaire subsidies.

(41) Krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 3699/93 en punt 2.4 van bijlage III bij die verordening, dienen voor leningen aan visverwerkende bedrijven de subsidiabele investeringen met name betrekking te hebben op de bouw en aankoop van gebouwen en installaties, de aankoop van nieuwe voorzieningen en installaties die nodig zijn voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten tussen het lossen en het stadium van het eindproduct alsmede de toepassing van nieuwe technologieën die met name gericht zijn op de verbetering van het concurrentievermogen. Investeringen met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten die niet met het oog op menselijke consumptie worden gebruikt en verwerkt, tenzij het gaat om investeringen die uitsluitend gericht zijn op de behandeling, verwerking en afzet van afval van visserij- en aquacultuurproducten, komen niet in aanmerking voor steun.

(42) De in mei 1996 aan Lerwick Fish Traders Ltd toegestane lening van GBP 200000 was bedoeld om de bouw van een fabriek voor de verpakking en verwerking van zalm te financieren. Dit project beantwoordt aan de bepalingen van de overwegingen 40 en 41. Er werd steun verleend voor investeringen in een gebouw en installaties en de aanschaf van uitrusting. Bovendien had de investering geen betrekking op visserij- en aquacultuurproducten die niet met het oog op menselijke consumptie worden gebruikt en verwerkt.

(43) De in oktober 1996 aan Shetland Seafood Specialities Ltd verstrekte lening van GBP 73000 was bedoeld om de aanschaf, installatie en inbedrijfstelling van een productielijn voor soep te financieren. Dit project voldoet aan de bepalingen van de overwegingen 40 en 41. Er is steun verleend voor investeringen in de aanschaf van nieuwe uitrusting en installaties die nodig zijn voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten tussen het lossen en het stadium van het eindproduct. Bovendien had de investering geen betrekking op visserij- en aquacultuurproducten die niet met het oog op menselijke consumptie worden gebruikt en verwerkt.

(44) Met betrekking tot de in 1997 en 1998 toegestane leningen, worden in punt 2.3 van de richtsnoeren van 1997 dezelfde voorwaarden, zie overweging 39, gesteld als in de richtsnoeren van 1994. De steun moet derhalve worden getoetst aan de hand van de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 3699/93.

(45) De in augustus 1997 aan Whalsay Fish Processors Ltd verstrekte lening van GBP 173000 was bestemd voor de installatie van een visverwerkende lijn en een koelinstallatie in een bestaande fabriek. Dit project voldoet aan de bepalingen van de overwegingen 40 en 41. Er is steun verleend voor investeringen in de aankoop van nieuwe uitrusting en installaties die nodig zijn voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten tussen het lossen en het stadium van het eindproduct. Bovendien had de investering geen betrekking op visserij- en aquacultuurproducten die niet met het oog op menselijke consumptie worden gebruikt en verwerkt.

(46) Wat de in december 1998 aan D Watt (Shetland) Ltd toegekende steun betreft, is Verordening (EG) nr. 3699/93 vervangen door Verordening (EG) nr. 2468/98 van de Raad van november 1998 tot vaststelling van de criteria en de voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en de verwerking en de afzet van de producten daarvan. Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2468/98 gelden verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 3699/93 als verwijzingen naar de nieuwe verordening. De bepalingen inzake steun voor investeringen voor de verwerking en afzet van visserijproducten zijn opgenomen in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2468/98 en punt 2.4 van bijlage II van die verordening.

(47) Krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2468/98 en punt 2.4 van bijlage II bij die verordening, dienen voor leningen aan visverwerkende bedrijven de subsidiabele investeringen met name betrekking te hebben op de bouw en aankoop van gebouwen en installaties, de aankoop van nieuwe voorzieningen en installaties die nodig zijn voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten tussen het lossen en het stadium van het eindproduct (waaronder met name informatica- en telematica-apparatuur). Investeringen met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten die bestemd zijn om voor andere doeleinden dan menselijke consumptie te worden gebruikt en verwerkt, tenzij het gaat om investeringen die uitsluitend gericht zijn op de behandeling, verwerking en afzet van afval van visserij- en aquacultuurproducten komen niet in aanmerking voor steun.

(48) De in december aan D Watt (Shetland) Ltd verstrekte lening van GBP 110000 was bedoeld voor de bouw en uitrusting van een nieuwe fabriek voor de verwerking van weekdieren. Dit project beantwoordt aan de bepalingen van overweging 47. Er is steun verleend voor investeringen in de aanschaf van nieuwe uitrusting en installaties die nodig zijn voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten tussen het lossen en het stadium van het eindproduct. Bovendien had de investering geen betrekking op visserij- en aquacultuurproducten die niet met het oog op menselijke consumptie worden gebruikt en verwerkt.

(49) Op grond van bijlage IV van Verordening (EG) nr. 3699/93 en bijlage III van Verordening (EG) nr. 2468/98 mag de steun tot 50 % van de subsidiabele kosten bedragen.

(50) De lening van GBP 200000 aan Lerwick Fish Traders Ltd was bestemd voor een project met een totale kostprijs van GBP 819672 en vertegenwoordigt ongeveer 24,4 % van de reële kostprijs van dat project. De lening diende te worden terugbetaald in 108 gelijke maandelijkse termijnen van GBP 2784,94. De gehanteerde intrestvoet bedroeg 7,75 %, ten opzichte van een communautair referentiepercentage van 11,18 %.

(51) De lening van GBP 73000 aan Shetland Seafood Specialities Ltd was bestemd voor een project met een totale kostprijs van GBP 186000 en vertegenwoordigt ongeveer 39,2 % van de reële kostprijs van dat project. De lening diende te worden terugbetaald in 120 gelijke maandelijkse termijnen. De gehanteerde intrestvoet bedroeg 9 %, ten opzichte van een communautair referentiepercentage van 10,26 %.

(52) De lening van GBP 173000 to Whalsay Fish Processors Ltd was bestemd voor een project met een totale kostprijs van GBP 473150 en vertegenwoordigde ongeveer 36,6 % van de reële kostprijs van dat project. De lening diende te worden terugbetaald in 96 gelijke maandelijkse termijnen, beginnende 24 maanden na de toekenning van de lening of de eerste schijf daarvan. De gehanteerde intrestvoet bedroeg 8 %, ten opzichte van een communautair referentiepercentage van 8,15 %.

(53) De lening van GBP 110000 aan Watt (Shetland) Ltd was bestemd voor een project met een totale kostprijs van GBP 510000 en vertegenwoordigde ongeveer 21,6 % van de reële kostprijs van dat project. De lening diende te worden terugbetaald in 120 gelijke maandelijkse termijnen. De gehanteerde intrestvoet bedroeg 5 %, ten opzichte van een communautair referentiepercentage van 7,77 %.

(54) Om het steunbedrag te berekenen moeten voor elke lening de kosten van het project worden vergeleken met het brutosubsidie-equivalent van de lening. Uit de cijfers in de overwegingen 50 tot en met 53 blijkt dat alle leningen, zelfs voor de berekening van het brutosubsidie-equivalent, minder dan 50 % van de totale projectkosten vertegenwoordigen.

(55) Derhalve kan worden geconcludeerd dat het steunbedrag in overeenstemming is met de voorwaarden van bijlage IV van Verordening (EG) nr. 3699/93 en bijlage III van Verordening (EG) nr. 2468/98 als bedoeld in overweging 49.

CONCLUSIE

(56) Gelet op het bovenstaande is de Commissie van mening dat de in het kader van de leenregeling voor de zalmteelt toegekende steun alsmede de in 2002 in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven aan D Watt (Shetland) Ltd toegekende steun geen staatssteun vormt in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

(57) De Commissie is van oordeel dat de steun die in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven in mei 1996 is verleend aan Lerwick Fish Traders Ltd, in oktober 1996 aan Shetland Seafood Specialities Ltd, in augustus 1997 aan Whalsay Fish Processors Ltd en in december 1998 aan D Watt (Shetland) Ltd staatssteun vormt in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag. De steun voldoet evenwel aan de bepalingen van de richtsnoeren voor het onderzoek van de nationale steunmaatregelen in de visserij- en aquacultuursector en is derhalve op grond van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. De steun die het Verenigd Koninkrijk tussen 2000 en 2002 in het kader van de leenregeling voor de zalmteelt heeft toegekend vormt geen staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

2. De steun die het Verenigd Koninkrijk tussen 2000 en 2002 aan D Watt (Shetland) Ltd heef toegekend in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven vormt geen staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag.

3. De steun die in het kader van de leenregeling voor visverwerkende bedrijven in de periode van 1996 tot 1998 is verleend aan Lerwick Fish Traders Ltd, Shetland Seafood Specialities Ltd, Whalsay Fish Processors Ltd en D Watt (Shetland) Ltd is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 30 april 2008. Voor de Commissie Joe Borg Lid van de Commissie

Versions

  1. 2008-04-30