Definitieve vaststelling (EU, Euratom) 2017/292 van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/act/oj/L/2017/292@2016-12-01/nl
DE VOORZITTER VAN HET EUROPEES PARLEMENT,
gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314,
gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,
gezien Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen,
gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002,
gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020,
gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer,
gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, goedgekeurd door de Commissie op 18 juli 2016,
gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, vastgesteld door de Raad op 12 september 2016 en aan het Europees Parlement toegezonden op 14 september 2016,
gezien nota van wijzigingen nr. 1/2017 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, door de Commissie ingediend op 17 oktober 2016,
gezien de resolutie van het Europees Parlement van 26 oktober 2016 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017,
gezien de door het Europees Parlement op 26 oktober 2016 aangenomen amendementen op het ontwerp van algemene begroting,
gezien de brief van de voorzitter van de Raad van 26 oktober 2016 waarin deze meedeelt dat de Raad niet alle door het Parlement aangenomen amendementen kan aanvaarden,
gezien de brief van 26 oktober 2016 aan de voorzitter van de Raad waarmee het bemiddelingscomité bijeen wordt geroepen,
gezien het feit dat het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp binnen de termijn van 21 dagen als bedoeld in artikel 314, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
gezien de goedkeuring van het gemeenschappelijk ontwerp door de Raad op 29 november 2016,
gezien de goedkeuring van het gemeenschappelijk ontwerp door het Parlement op 1 december 2016,
gezien de artikelen 90 en 91 van het Reglement van het Europees Parlement,
CONSTATEERT:
Enig artikel
De procedure zoals vastgelegd in artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is afgesloten en de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017 is definitief vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 1 december 2016. De voorzitter M. Schulz
ALGEMENE BEGROTING VAN DE EUROPESE UNIE VOOR HET BEGROTINGSJAAR 2017
INLEIDING EN FINANCIERING VAN DE ALGEMENE BEGROTING De algemene begroting van de Unie is het besluit waarbij voor elk begrotingsjaar alle noodzakelijk geachte ontvangsten en uitgaven van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie worden geraamd en goedgekeurd. Bij de opstelling en de uitvoering van de begroting moeten het eenheids-, het begrotingswaarachtigheids-, het jaarperiodiciteits-, het evenwichts-, het rekeneenheids-, het universaliteits- en het specialiteitsbeginsel, het beginsel van goed financieel beheer en het transparantiebeginsel in acht worden genomen.
Het eenheidsbeginsel en het begrotingswaarachtigheidsbeginsel houden in dat alle ontvangsten en uitgaven van de Unie, voor zover die ten laste van de begroting komen, in een enkel document moeten worden opgenomen.
Het jaarperiodiciteitsbeginsel impliceert dat de begroting per begrotingsjaar wordt vastgesteld en dat zowel de vastleggings- als de betalingskredieten van een bepaald begrotingsjaar in beginsel in datzelfde begrotingsjaar moeten worden besteed.
Volgens het evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten gelijk zijn aan de betalingskredieten. Een lening aangaan om een eventueel begrotingstekort te dekken, strookt niet met het stelsel van eigen middelen en is dus niet toegestaan.
Volgens het rekeneenheidsbeginsel wordt de begroting in euro opgesteld, uitgevoerd en onderworpen aan rekening en verantwoording.
Het universaliteitsbeginsel houdt in dat de gezamenlijke ontvangsten ter dekking van de gezamenlijke betalingskredieten dienen, behoudens bepaalde ontvangsten die bestemd zijn voor de financiering van bepaalde specifieke uitgaven. De ontvangsten en de uitgaven moeten in hun geheel in de begroting worden opgenomen en mogen niet met elkaar worden gecompenseerd.
Het specialiteitsbeginsel houdt in dat ieder krediet een bepaalde bestemming heeft en voor een bepaald doel wordt gebruikt, zodat geen verwarring met andere kredieten mogelijk is.
De definitie van het beginsel van goed financieel beheer is gebaseerd op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid.
De begroting wordt opgesteld met inachtneming van het transparantiebeginsel, waarbij goede informatie over de uitvoering van de begroting en over de boekhouding wordt gegeven.
Om tot meer transparantie te komen en de doelstellingen van een goed financieel beheer te verwezenlijken, met name wat efficiëntie en doeltreffendheid betreft, zijn de kredieten en middelen in de begroting opgenomen naar bestemming, d.w.z. op basis van de activiteiten (activiteitenbegroting of ABB (activity based budgeting)). De toegestane uitgaven in deze begroting belopen in totaal 157857787116 EUR aan vastleggingskredieten en 134490371363 EUR aan betalingskredieten, hetgeen neerkomt op een verschil van respectievelijk + 1,66 % en – 1,57 % ten opzicht van de begroting 2016. De begrotingsontvangsten bedragen in totaal 134490371363 EUR. Het uniforme afroepingspercentage van de btw-middelen bedraagt 0,30 % (behalve voor Duitsland, Nederland en Zweden waarvoor het voor de periode 2014-2020 is vastgesteld op 0,15%) en dat van de middelen van het bruto nationaal inkomen (bni) 0,6077 %. De begroting voor 2017 wordt voor 15,96 % gefinancierd met traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen), voor 12,34 % met btw-middelen en voor 69,63 % met bni-middelen. De diverse ontvangsten voor dit begrotingsjaar worden geraamd op 2772392898 EUR. De eigen middelen die vereist zijn om de begroting 2017 te financieren, vertegenwoordigen 0,85 % van het totale bni. Aan de hand van de hiernavolgende tabellen kan de financiering van de begroting 2017 stap voor stap worden gevolgd. Omschrijving Begroting 2017 Begroting 2016 Verschil (in %) Slimme en inclusieve groei 56521763545 59290697648 –4,67 Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen 54913969537 54972403654 –0,11 Veiligheid en burgerschap 3786957287 3022387739 +25,30 Europa als wereldspeler 9483081178 10155590403 –6,62 Administratie 9394599816 8950916040 +4,96 Compensatie p.m. p.m. — Speciale instrumenten 390000000 250475125 +55,70 Totaal uitgaven 134490371363 136642470609 –1,57 Omschrijving Begroting 2017 Begroting 2016 Verschil (in %) Diverse ontvangsten (titels 4 t/m 9) 2772392898 1616701373 +71,48 Overschot van het vorige begrotingsjaar (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 0) p.m. 1349116814 — Terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 2) p.m. p.m. — Saldi aan btw- en aan bnp/bni-middelen uit vorige begrotingsjaren (hoofdstukken 3 1 en 3 2) p.m. p.m. — Totaal van de ontvangsten van de titels 3 t/m 9 2772392898 2965818187 –6,52 Nettobedrag van de douanerechten en de suikerheffingen (hoofdstukken 1 1 en 1 2) 21467000000 20247900000 +6,02 Eigen middelen uit de btw tegen uniform percentage (tabellen 1 en 2, hoofdstuk 1 3) 16598937750 16279317150 +1,96 Nog te financieren uit de aanvullende middelenbron (bni-middelen, tabel 3, hoofdstuk 1 4) 93652040715 97149435272 –3,60 Uit de eigen middelen zoals bedoeld in artikel 2 van Besluit 2014/335/EU, Euratom te dekken kredieten 131717978465 133676652422 –1,47 Totaal ontvangsten 134490371363 136642470609 –1,57 Lidstaat 1 % van de niet-afgetopte btw-grondslag 1 % van het bruto nationaal inkomen Aftoppingspercentage (in %) 1 % van het bruto nationaal inkomen (bni) × aftoppingspercentage 1 % van de afgetopte btw-grondslag Lidstaten met afgetopte btw-grondslag (1) (2) (3) (4) (5) (6) België 1767744000 4364202000 50 2182101000 1767744000 Bulgarije 215501000 451147000 50 225573500 215501000 Tsjechië 708186000 1645692000 50 822846000 708186000 Denemarken 1062675000 2916093000 50 1458046500 1062675000 Duitsland 13506186000 33059999000 50 16529999500 13506186000 Estland 108283000 219513000 50 109756500 108283000 Ierland 837734000 2049014000 50 1024507000 837734000 Griekenland 777516000 1822161000 50 911080500 777516000 Spanje 4903148000 11604439000 50 5802219500 4903148000 Frankrijk 9947380000 23286561000 50 11643280500 9947380000 Kroatië 269162000 459302000 50 229651000 229651000 Kroatië Italië 6241490000 17121047000 50 8560523500 6241490000 Cyprus 119229000 177085000 50 88542500 88542500 Cyprus Letland 104543000 274048000 50 137024000 104543000 Litouwen 160059000 395700000 50 197850000 160059000 Luxemburg 275481000 363484000 50 181742000 181742000 Luxemburg Hongarije 467100000 1156112000 50 578056000 467100000 Malta 67040000 96738000 50 48369000 48369000 Malta Nederland 2884590000 7241616000 50 3620808000 2884590000 Oostenrijk 1607452000 3575020000 50 1787510000 1607452000 Polen 1889516000 4330202000 50 2165101000 1889516000 Portugal 895989000 1877440000 50 938720000 895989000 Roemenië 593753000 1768712000 50 884356000 593753000 Slovenië 185469000 404677000 50 202338500 185469000 Slowakije 276354000 813883000 50 406941500 276354000 Finland 930644000 2170886000 50 1085443000 930644000 Zweden 2133382000 5125505000 50 2562752500 2133382000 Verenigd Koninkrijk 11838873000 25335255000 50 12667627500 11838873000 Totaal 64774479000 154105533000 77052766500 64591871500 Lidstaat 1 % van de afgetopte btw-grondslag Uniform percentage van de eigen middelen btw (in %) Eigen middelen btw tegen uniform percentage (1) (2) (3) = (1) × (2) België 1767744000 0,30 530323200 Bulgarije 215501000 0,30 64650300 Tsjechië 708186000 0,30 212455800 Denemarken 1062675000 0,30 318802500 Duitsland 13506186000 0,15 2025927900 Estland 108283000 0,30 32484900 Ierland 837734000 0,30 251320200 Griekenland 777516000 0,30 233254800 Spanje 4903148000 0,30 1470944400 Frankrijk 9947380000 0,30 2984214000 Kroatië 229651000 0,30 68895300 Italië 6241490000 0,30 1872447000 Cyprus 88542500 0,30 26562750 Letland 104543000 0,30 31362900 Litouwen 160059000 0,30 48017700 Luxemburg 181742000 0,30 54522600 Hongarije 467100000 0,30 140130000 Malta 48369000 0,30 14510700 Nederland 2884590000 0,15 432688500 Oostenrijk 1607452000 0,30 482235600 Polen 1889516000 0,30 566854800 Portugal 895989000 0,30 268796700 Roemenië 593753000 0,30 178125900 Slovenië 185469000 0,30 55640700 Slowakije 276354000 0,30 82906200 Finland 930644000 0,30 279193200 Zweden 2133382000 0,15 320007300 Verenigd Koninkrijk 11838873000 0,30 3551661900 Totaal 64591871500 16598937750 Lidstaat 1 % van het bruto nationaal inkomen Uniform percentage van de eigen middelen aanvullende grondslag Eigen middelen aanvullende grondslag tegen uniform percentage (1) (2) (3) = (1) × (2) België 4364202000 2652185262 Bulgarije 451147000 274168204 Tsjechië 1645692000 1000109543 Denemarken 2916093000 1772149611 Duitsland 33059999000 20091013685 Estland 219513000 133401053 Ierland 2049014000 1245213840 Griekenland 1822161000 1107352169 Spanje 11604439000 7052176340 Frankrijk 23286561000 14151561702 Kroatië 459302000 279124109 Italië 17121047000 10404694494 Cyprus 177085000 107616977 Letland 274048000 0,6077137 166542719 Litouwen 395700000 240472304 Luxemburg 363484000 220894200 Hongarije 1156112000 702585079 Malta 96738000 58789006 Nederland 7241616000 4400829115 Oostenrijk 3575020000 2172588564 Polen 4330202000 2631522997 Portugal 1877440000 1140945973 Roemenië 1768712000 1074870480 Slovenië 404677000 245927749 Slowakije 813883000 494607834 Finland 2170886000 1319277122 Zweden 5125505000 3114839510 Verenigd Koninkrijk 25335255000 15396581074 Totaal 154105533000 93652040715 Lidstaat Brutovermindering Aandelen in de bni-grondslagen Bni-sleutel toegepast op de brutovermindering Financiering van de vermindering (1) (2) (3) (4) = (1) + (3) België 2,83 31168279 31168279 Bulgarije 0,29 3222004 3222004 Tsjechië 1,07 11753211 11753211 Denemarken –141660311 1,89 20826167 –120834144 Duitsland 21,45 236108063 236108063 Estland 0,14 1567719 1567719 Ierland 1,33 14633658 14633658 Griekenland 1,18 13013518 13013518 Spanje 7,53 82876639 82876639 Frankrijk 15,11 166308075 166308075 Kroatië 0,30 3280245 3280245 Italië 11,11 122275177 122275177 Cyprus 0,11 1264707 1264707 Letland 0,18 1957197 1957197 Litouwen 0,26 2826012 2826012 Luxemburg 0,24 2595932 2595932 Hongarije 0,75 8256726 8256726 Malta 0,06 690884 690884 Nederland –757337819 4,70 51718211 –705619608 Oostenrijk 2,32 25532095 25532095 Polen 2,81 30925458 30925458 Portugal 1,22 13408310 13408310 Roemenië 1,15 12631796 12631796 Slovenië 0,26 2890124 2890124 Slowakije 0,53 5812594 5812594 Finland 1,41 15504044 15504044 Zweden –201593520 3,33 36605357 –164988163 Verenigd Koninkrijk 16,44 180939448 180939448 Totaal –1100591650 100,00 1100591650 0 Omschrijving Coëfficiënt (%) Bedrag Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de theoretische niet-afgetopte btw-grondslag 18,0077 Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegerekende uitgaven 7,2983 (1) – (2) 10,7095 Totale toegerekende uitgaven 129383323229 Met de uitbreiding verband houdende uitgaven 34414600712 Voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegewezen uitgaven = (4) – (5) 94968722517 Oorspronkelijk bedrag van de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (3) × (6) × 0,66 6712622123 Voordeel voor het Verenigd Koninkrijk 1524007149 Kerncorrectie voor het Verenigd Koninkrijk = (7) – (8) 5188614974 Uitzonderlijke meevallers aan traditionele eigen middelen –49835714 Correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (9) – (10) 5238450688 Lidstaat Aandelen in de bni-grondslagen Aandelen zonder het Verenigd Koninkrijk Aandelen zonder Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk 3/4 van het aandeel van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden in kolom 2 Kolom 4 verdeeld volgens de sleutel van kolom 3 Financieringssleutel Op de correctie toegepaste financieringssleutel (1) (2) (3) (4) (5) (6) = (2) + (4) + (5) (7) België 2,83 3,39 5,47 1,56 4,95 259335598 Bulgarije 0,29 0,35 0,57 0,16 0,51 26808676 Tsjechië 1,07 1,28 2,06 0,59 1,87 97792567 Denemarken 1,89 2,26 3,66 1,04 3,31 173284078 Duitsland 21,45 25,67 0,00 –19,26 0,00 6,42 336225054 Estland 0,14 0,17 0,28 0,08 0,25 13044203 Ierland 1,33 1,59 2,57 0,73 2,32 121759321 Griekenland 1,18 1,42 2,28 0,65 2,07 108278950 Spanje 7,53 9,01 14,55 4,15 13,16 689574892 Frankrijk 15,11 18,08 29,19 8,33 26,42 1383765970 Kroatië 0,30 0,36 0,58 0,16 0,52 27293273 Italië 11,11 13,30 21,46 6,13 19,42 1017390340 Cyprus 0,11 0,14 0,22 0,06 0,20 10522988 Letland 0,18 0,21 0,34 0,10 0,31 16284856 Litouwen 0,26 0,31 0,50 0,14 0,45 23513828 Luxemburg 0,24 0,28 0,46 0,13 0,41 21599445 Hongarije 0,75 0,90 1,45 0,41 1,31 68700073 Malta 0,06 0,08 0,12 0,03 0,11 5748498 Nederland 4,70 5,62 0,00 –4,22 0,00 1,41 73648300 Oostenrijk 2,32 2,78 0,00 –2,08 0,00 0,69 36358479 Polen 2,81 3,36 5,43 1,55 4,91 257315203 Portugal 1,22 1,46 2,35 0,67 2,13 111563815 Roemenië 1,15 1,37 2,22 0,63 2,01 105102831 Slovenië 0,26 0,31 0,51 0,14 0,46 24047272 Slowakije 0,53 0,63 1,02 0,29 0,92 48363672 Finland 1,41 1,69 2,72 0,78 2,46 129001366 Zweden 3,33 3,98 0,00 –2,99 0,00 1,00 52127140 Verenigd Koninkrijk 16,44 0,00 0,00 0,00 0,00 0 Totaal 100,00 100,00 100,00 –28,54 28,54 100,00 5238450688 De berekening is tot op 15 decimalen nauwkeurig. Lidstaat Traditionele eigen middelen (TEM) Btw- en bni-middelen, inclusief aanpassingen Totale eigen middelen Aandeel (%) in totaal nationale bijdragen Nettobijdragen van de suikersector (80 %) Nettodouanerechten (80 %) Totaal netto traditionele eigen middelen (80 %) Inningskosten (20 % van bruto TEM) (p.m.) Eigen middelen uit de btw Bni-middelen Vermindering ten voordele van Denemarken, Nederland, Oostenrijk en Zweden Correctie voor het Verenigd Koninkrijk Totaal nationale bijdragen (1) (2) (3) = (1) + (2) (4) (5) (6) (7) (8) (9) = (5) + (6) + (7) + (8) (10) (11) = (3) + (9) België 7000000 2113800000 2120800000 530200000 530323200 2652185262 31168279 259335598 3473012339 3,15 5593812339 Bulgarije 400000 67900000 68300000 17075000 64650300 274168204 3222004 26808676 368849184 0,33 437149184 Tsjechië 3600000 265700000 269300000 67325000 212455800 1000109543 11753211 97792567 1322111121 1,20 1591411121 Denemarken 3600000 415800000 419400000 104850000 318802500 1772149611 –120834144 173284078 2143402045 1,94 2562802045 Duitsland 28100000 4415800000 4443900000 1110975000 2025927900 20091013685 236108063 336225054 22689274702 20,58 27133174702 Estland 0 29900000 29900000 7475000 32484900 133401053 1567719 13044203 180497875 0,16 210397875 Ierland 0 333500000 333500000 83375000 251320200 1245213840 14633658 121759321 1632927019 1,48 1966427019 Griekenland 1500000 155400000 156900000 39225000 233254800 1107352169 13013518 108278950 1461899437 1,33 1618799437 Spanje 5000000 1501400000 1506400000 376600000 1470944400 7052176340 82876639 689574892 9295572271 8,43 10801972271 Frankrijk 33000000 1743100000 1776100000 444025000 2984214000 14151561702 166308075 1383765970 18685849747 16,95 20461949747 Kroatië 1900000 47300000 49200000 12300000 68895300 279124109 3280245 27293273 378592927 0,34 427792927 Italië 5000000 1952000000 1957000000 489250000 1872447000 10404694494 122275177 1017390340 13416807011 12,17 15373807011 Cyprus 0 19600000 19600000 4900000 26562750 107616977 1264707 10522988 145967422 0,13 165567422 Letland 0 34000000 34000000 8500000 31362900 166542719 1957197 16284856 216147672 0,20 250147672 Litouwen 900000 85900000 86800000 21700000 48017700 240472304 2826012 23513828 314829844 0,29 401629844 Luxemburg 0 19000000 19000000 4750000 54522600 220894200 2595932 21599445 299612177 0,27 318612177 Hongarije 2200000 150100000 152300000 38075000 140130000 702585079 8256726 68700073 919671878 0,83 1071971878 Malta 0 13200000 13200000 3300000 14510700 58789006 690884 5748498 79739088 0,07 92939088 Nederland 7700000 2555700000 2563400000 640850000 432688500 4400829115 –705619608 73648300 4201546307 3,81 6764946307 Oostenrijk 3400000 223600000 227000000 56750000 482235600 2172588564 25532095 36358479 2716714738 2,46 2943714738 Polen 13700000 602600000 616300000 154075000 566854800 2631522997 30925458 257315203 3486618458 3,16 4102918458 Portugal 200000 136800000 137000000 34250000 268796700 1140945973 13408310 111563815 1534714798 1,39 1671714798 Roemenië 1000000 141000000 142000000 35500000 178125900 1074870480 12631796 105102831 1370731007 1,24 1512731007 Slovenië 0 73600000 73600000 18400000 55640700 245927749 2890124 24047272 328505845 0,30 402105845 Slowakije 1400000 100600000 102000000 25500000 82906200 494607834 5812594 48363672 631690300 0,57 733690300 Finland 800000 137600000 138400000 34600000 279193200 1319277122 15504044 129001366 1742975732 1,58 1881375732 Zweden 2800000 575000000 577800000 144450000 320007300 3114839510 –164988163 52127140 3321985787 3,01 3899785787 Verenigd Koninkrijk 10100000 3423800000 3433900000 858475000 3551661900 15396581074 180939448 –5238450688 13890731734 12,60 17324631734 Totaal 133300000 21333700000 21467000000 5366750000 16598937750 93652040715 0 0 110250978465 100,00 131717978465 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN PER BEGROTINGSONDERDEEL Titel Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 1 EIGEN MIDDELEN 131717978465 133676652422 130738028247,59 3 OVERSCHOTTEN, SALDI EN AANPASSINGEN p.m. 1349116814 8031205136,60 4 ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN PERSONEN DIE VERBONDEN ZIJN AAN DE INSTELLINGEN EN ANDERE ORGANEN VAN DE UNIE 1490262072 1348027707 1328550809,26 5 ONTVANGSTEN VOORTVLOEIENDE UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN 70200866 55455129 563178944,11 6 BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN IN HET KADER VAN OVEREENKOMSTEN EN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE 60000000 60000000 4197795189,34 7 ACHTERSTANDSRENTE EN GELDBOETEN 1120000000 123000000 1703065168,67 8 OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN 6928960 5217537 42413817,62 9 DIVERSE ONTVANGSTEN 25001000 25001000 19392981,26 TOTAAL-GENERAAL 134490371363 136642470609 146623630294,45 BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM) DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN AAN BEPAALDE LIDSTATEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 1 1 1 1 0 Productieheffingen met betrekking tot het verkoopseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen p.m. p.m. –3457652,14 1 1 1 Bijdragen in verband met de opslag van suiker p.m. p.m. 0,— 1 1 3 Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop, en van vervangende C-suiker en C-isoglucose p.m. p.m. 2152992,41 1 1 7 Productieheffing 133300000 133300000 124659108,27 93,52 1 1 8 Eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota p.m. p.m. 0,— 1 1 9 Overschotheffing p.m. p.m. 362718,83 HOOFDSTUK 1 1 — TOTAAL 133300000 133300000 123717167,37 92,81 HOOFDSTUK 1 2 1 2 0 Douanerechten en overige rechten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2014/335/EU, Euratom 21333700000 20114600000 18606636770,66 87,22 HOOFDSTUK 1 2 — TOTAAL 21333700000 20114600000 18606636770,66 87,22 HOOFDSTUK 1 3 1 3 0 Eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2014/335/EU, Euratom 16598937750 16279317150 18268893143,27 110,06 HOOFDSTUK 1 3 — TOTAAL 16598937750 16279317150 18268893143,27 110,06 HOOFDSTUK 1 4 1 4 0 Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2014/335/EU, Euratom 93652040715 97149435272 94008966506,53 100,38 HOOFDSTUK 1 4 — TOTAAL 93652040715 97149435272 94008966506,53 100,38 HOOFDSTUK 1 5 1 5 0 Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden, welke aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Besluit 2014/335/EU, Euratom 0,— 0,— –270185340,24 HOOFDSTUK 1 5 — TOTAAL 0,— 0,— –270185340,24 HOOFDSTUK 1 6 1 6 0 Aan bepaalde lidstaten toegekende brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2014/335/EU, Euratom 0,— 0,— 0,— HOOFDSTUK 1 6 — TOTAAL 0,— 0,— 0,— Titel 1 — Totaal 131717978465 133676652422 130738028247,59 99,26 BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM) Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. –3457652,14 In het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker betaalden de producenten van suiker, isoglucose en inulinestroop heffingen op de productie van basis- en B-suiker. Deze heffingen waren bedoeld om de uitgaven voor marktondersteuning te dekken. De bedragen die thans onder dit artikel zijn opgevoerd, zijn een gevolg van de herziening van in het verleden vastgestelde heffingen. De heffingen voor het verkoopseizoen 2007/2008 en volgende worden opgevoerd op artikel 1 1 7 van dit hoofdstuk als productieheffing. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1). Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a). Verordening (EU) nr. 1360/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2001/2002, 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, de coëfficiënt voor de berekening van de aanvullende heffing voor de verkoopseizoenen 2001/2002 en 2004/2005 en de bedragen die de suikerfabrikanten aan de suikerbietenverkopers moeten betalen vanwege het verschil tussen de maximumheffing en de te innen heffing voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004 en 2005/2006 (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 2). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 0,— Bulgarije — — 0,— Tsjechië p.m. p.m. 0,— Denemarken p.m. p.m. 0,— Duitsland p.m. p.m. –2250956,24 Estland — — 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland p.m. p.m. 0,— Spanje p.m. p.m. –684341,45 Frankrijk p.m. p.m. –278021,83 Kroatië — — 0,— Italië p.m. p.m. 0,— Cyprus — — 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen p.m. p.m. 0,— Luxemburg — — 0,— Hongarije p.m. p.m. –244332,62 Malta — — 0,— Nederland p.m. p.m. 0,— Oostenrijk p.m. p.m. 0,— Polen p.m. p.m. 0,— Portugal p.m. p.m. 0,— Roemenië — — 0,— Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije p.m. p.m. 0,— Finland p.m. p.m. 0,— Zweden p.m. p.m. 0,— Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 0,— Totaal van artikel 1 1 0 p.m. p.m. –3457652,14 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die aan de nieuwe lidstaten in rekening worden gebracht in geval van niet-wegwerking van overtollige voorraden suiker in de zin van Verordening (EG) nr. 60/2004 van de Commissie van 14 januari 2004 houdende overgangsmaatregelen in de sector suiker in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 8). Onder dit artikel worden tevens de ontvangsten geboekt uit de restanten van de bijdrage voor de opslag van suiker, die bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1) is afgeschaft. Voorts worden hier de resterende bedragen geboekt die krachtens artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 65/82 van de Commissie van 13 januari 1982 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van suiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker (PB L 9 van 14.1.1982, blz. 14) verschuldigd zijn wanneer de verplichting tot opslag van de overgebrachte suiker niet is nagekomen en de bedragen die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1789/81 van de Raad van 30 juni 1981 tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker verschuldigd zijn (PB L 177 van 1.7.1981, blz. 39), wanneer de algemene regels betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker niet zijn nagekomen. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder a). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2017 België p.m. p.m. 0,— Bulgarije p.m. p.m. 0,— Tsjechië p.m. p.m. 0,— Denemarken p.m. p.m. 0,— Duitsland p.m. p.m. 0,— Estland p.m. p.m. 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland p.m. p.m. 0,— Spanje p.m. p.m. 0,— Frankrijk p.m. p.m. 0,— Kroatië p.m. p.m. 0,— Italië p.m. p.m. 0,— Cyprus p.m. p.m. 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen p.m. p.m. 0,— Luxemburg — — 0,— Hongarije p.m. p.m. 0,— Malta p.m. p.m. 0,— Nederland p.m. p.m. 0,— Oostenrijk p.m. p.m. 0,— Polen p.m. p.m. 0,— Portugal p.m. p.m. 0,— Roemenië p.m. p.m. 0,— Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije p.m. p.m. 0,— Finland p.m. p.m. 0,— Zweden p.m. p.m. 0,— Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 0,— Totaal van artikel 1 1 1 p.m. p.m. 0,— Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2152992,41 Bedragen van de heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop. Hierin zijn ook de heffingen op vervangende C-suiker en C-isoglucose opgenomen. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Verordening (EEG) nr. 2670/81 van de Commissie van 14 september 1981 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de productie buiten de quota in de sector suiker (PB L 262 van 16.9.1981, blz. 14). Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 0,— Bulgarije — — 0,— Tsjechië p.m. p.m. 0,— Denemarken p.m. p.m. 0,— Duitsland p.m. p.m. 2152992,41 Estland — — 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland p.m. p.m. 0,— Spanje p.m. p.m. 0,— Frankrijk p.m. p.m. 0,— Kroatië — — 0,— Italië p.m. p.m. 0,— Cyprus — — 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen p.m. p.m. 0,— Luxemburg — — 0,— Hongarije p.m. p.m. 0,— Malta — — 0,— Nederland p.m. p.m. 0,— Oostenrijk p.m. p.m. 0,— Polen p.m. p.m. 0,— Portugal p.m. p.m. 0,— Roemenië — — 0,— Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije p.m. p.m. 0,— Finland p.m. p.m. 0,— Zweden p.m. p.m. 0,— Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 0,— Totaal van artikel 1 1 3 p.m. p.m. 2152992,41 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 133300000 133300000 124659108,27 In het kader van de huidige gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, wordt een productieheffing opgelegd aan ondernemingen die suiker, isoglucose of inulinestroop produceren. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 16. Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1), met name artikel 51. Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671), met name artikel 128. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder a). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 7000000 7000000 6601725,90 Bulgarije 400000 400000 401391,00 Tsjechië 3600000 3600000 3350305,44 Denemarken 3600000 3600000 3340317,25 Duitsland 28100000 28100000 26339173,20 Estland — — 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland 1500000 1500000 1428318,00 Spanje 5000000 5000000 4728467,70 Frankrijk 33000000 33000000 30933280,80 Kroatië 1900000 1900000 1723713,67 Italië 5000000 5000000 3962693,25 Cyprus — — 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen 900000 900000 812268,00 Luxemburg — — 0,— Hongarije 2200000 2200000 2138688,72 Malta — — 0,— Nederland 7700000 7700000 7243992,00 Oostenrijk 3400000 3400000 3159246,60 Polen 13700000 13700000 12917870,62 Portugal 200000 200000 56250,00 Roemenië 1000000 1000000 788619,15 Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije 1400000 1400000 1317300,75 Finland 800000 800000 728991,00 Zweden 2800000 2800000 2563532,39 Verenigd Koninkrijk 10100000 10100000 10122962,83 Totaal van artikel 1 1 7 133300000 133300000 124659108,27 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Een eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota die aan ondernemingen zijn toegewezen overeenkomstig artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 8 en artikel 9, leden 2 en 3. Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39). Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 0,— Bulgarije p.m. p.m. 0,— Tsjechië p.m. p.m. 0,— Denemarken p.m. p.m. 0,— Duitsland p.m. p.m. 0,— Estland — — 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland p.m. p.m. 0,— Spanje p.m. p.m. 0,— Frankrijk p.m. p.m. 0,— Kroatië — — 0,— Italië p.m. p.m. 0,— Cyprus — — 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen p.m. p.m. 0,— Luxemburg — — 0,— Hongarije p.m. p.m. 0,— Malta — — 0,— Nederland p.m. p.m. 0,— Oostenrijk p.m. p.m. 0,— Polen p.m. p.m. 0,— Portugal p.m. p.m. 0,— Roemenië p.m. p.m. 0,— Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije p.m. p.m. 0,— Finland p.m. p.m. 0,— Zweden p.m. p.m. 0,— Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 0,— Totaal van artikel 1 1 8 p.m. p.m. 0,— Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 362718,83 Er wordt een door de lidstaten aan te rekenen heffing opgelegd aan op hun grondgebied gevestigde ondernemingen overeenkomstig artikel 142 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 15. Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 318/2006 met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 22). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1), met name artikel 64. Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671). Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder a). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 32272,24 Bulgarije p.m. p.m. 341,62 Tsjechië p.m. p.m. 899,04 Denemarken p.m. p.m. 8619,20 Duitsland p.m. p.m. 1015,49 Estland — — 0,— Ierland p.m. p.m. 0,— Griekenland p.m. p.m. 0,— Spanje p.m. p.m. 0,— Frankrijk p.m. p.m. 384375,00 Kroatië p.m. p.m. 0,— Italië p.m. p.m. 0,— Cyprus — — 0,— Letland p.m. p.m. 0,— Litouwen p.m. p.m. 0,— Luxemburg — — 0,— Hongarije p.m. p.m. 0,— Malta — — 0,— Nederland p.m. p.m. –64851,75 Oostenrijk p.m. p.m. 0,— Polen p.m. p.m. 47,99 Portugal p.m. p.m. 0,— Roemenië p.m. p.m. 0,— Slovenië p.m. p.m. 0,— Slowakije p.m. p.m. 0,— Finland p.m. p.m. 0,— Zweden p.m. p.m. 0,— Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 0,— Totaal van artikel 1 1 9 p.m. p.m. 362718,83 DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 21333700000 20114600000 18606636770,66 De toewijzing van de douanerechten als eigen middelen voor de financiering van de gemeenschappelijke uitgaven vloeit logischerwijs voort uit het feit dat er binnen de Unie vrij verkeer van goederen bestaat. Onder dit artikel kunnen de heffingen, premies, extra bedragen of compenserende bedragen, aanvullende bedragen of aanvullende elementen, rechten van het gemeenschappelijk douanetarief en de overige door de instellingen van de Unie ingevoerde of in te voeren rechten op het handelsverkeer met derde landen en de douanerechten op de onder het vroegere Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende producten worden opgevoerd. Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder a). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 2113800000 1984800000 1772171334,68 Bulgarije 67900000 65100000 59444034,78 Tsjechië 265700000 250600000 223880020,27 Denemarken 415800000 381200000 327266351,45 Duitsland 4415800000 4124900000 3815805891,35 Estland 29900000 27800000 25298073,34 Ierland 333500000 314600000 280925399,77 Griekenland 155400000 151000000 135746739,95 Spanje 1501400000 1429900000 1312929886,39 Frankrijk 1743100000 1676800000 1562649013,63 Kroatië 47300000 44000000 38614875,57 Italië 1952000000 1829400000 1684758023,35 Cyprus 19600000 19600000 18343389,46 Letland 34000000 32400000 29713167,06 Litouwen 85900000 80300000 73054272,67 Luxemburg 19000000 18300000 16481816,36 Hongarije 150100000 141600000 125897835,33 Malta 13200000 12600000 11806196,08 Nederland 2555700000 2411000000 2180736875,48 Oostenrijk 223600000 214500000 193962423,13 Polen 602600000 550400000 505492228,49 Portugal 136800000 136800000 117680528,24 Roemenië 141000000 137500000 126219939,11 Slovenië 73600000 69500000 62685962,40 Slowakije 100600000 96900000 87560373,96 Finland 137600000 126300000 124345169,36 Zweden 575000000 549400000 503405935,98 Verenigd Koninkrijk 3423800000 3237400000 3189761013,02 Totaal van artikel 1 2 0 21333700000 20114600000 18606636770,66 EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 16598937750 16279317150 18268893143,27 Het toegepaste, voor alle lidstaten geldende uniforme percentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld volgens de voorschriften van de Unie, bedraagt 0,30 %. De hiertoe in aanmerking te nemen grondslag mag niet meer bedragen dan 50 % van het bni van elke lidstaat. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 2, lid 4. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 530323200 516597300 511842600,00 Bulgarije 64650300 62357400 59662964,05 Tsjechië 212455800 204113400 196423722,98 Denemarken 318802500 306711900 302486306,91 Duitsland 2025927900 1947663300 3776991726,96 Estland 32484900 30842400 28498014,00 Ierland 251320200 242726400 214960200,00 Griekenland 233254800 227779200 216364200,00 Spanje 1470944400 1416915600 1327940850,00 Frankrijk 2984214000 2913773100 2892563036,04 Kroatië 68895300 65774850 62324066,43 Italië 1872447000 1826488800 1703589150,00 Cyprus 26562750 25881300 24307200,00 Letland 31362900 29487300 26840306,04 Litouwen 48017700 45314700 42528984,96 Luxemburg 54522600 52522800 45415200,00 Hongarije 140130000 130172400 129806559,35 Malta 14510700 13695900 11921060,04 Nederland 432688500 418055850 796827900,00 Oostenrijk 482235600 467034600 449740050,00 Polen 566854800 549946800 512331791,15 Portugal 268796700 261332700 235658100,00 Roemenië 178125900 165256500 165422772,12 Slovenië 55640700 53565000 55037400,00 Slowakije 82906200 79902900 78020250,00 Finland 279193200 274607100 274014000,00 Zweden 320007300 305226750 564070620,92 Verenigd Koninkrijk 3551661900 3645570900 3563304111,32 Totaal van artikel 1 3 0 16598937750 16279317150 18268893143,27 EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2014/335/EU, EURATOM Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 93652040715 97149435272 94008966506,53 De bni-middelenbron is een aanvullende bron van eigen middelen, die de ontvangsten verschaft welke in een begrotingsjaar nodig zijn ter dekking van uitgaven die uitstijgen boven het bedrag aan traditionele eigen middelen, btw-afdrachten en andere ontvangsten. Deze middelenbron zorgt er met andere woorden voor dat de algemene begroting van de Unie altijd in evenwicht is ex ante. Het bni-afroepingspercentage is afhankelijk van hoeveel aanvullende middelen er nodig zijn ter financiering van de gebudgetteerde uitgaven die niet gedekt worden door de andere middelen (btw-afdrachten, traditionele eigen middelen en overige ontvangsten). Het afroepingspercentage wordt toegepast op het bruto nationaal inkomen van elk van de lidstaten. Het voor dit begrotingsjaar op het bruto nationaal inkomen van de lidstaten toe te passen percentage bedraagt is 0,6077%. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 1, onder c). Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 2652185262 2733775413 2677114262,96 Bulgarije 274168204 281365594 272938188,95 Tsjechië 1000109543 1020585364 954997310,58 Denemarken 1772149611 1808680961 1778972038,17 Duitsland 20091013685 20646938325 19854398529,96 Estland 133401053 134108593 129683490,04 Ierland 1245213840 1256583955 1062586372,04 Griekenland 1107352169 1135260631 1164029800,00 Spanje 7052176340 7219986146 7097387238,04 Frankrijk 14151561702 14650391312 14360602477,04 Kroatië 279124109 282833623 274929001,88 Italië 10404694494 10763324824 10445402587,00 Cyprus 107616977 111290286 107251143,96 Letland 166542719 166921883 162773242,00 Litouwen 240472304 242644067 240751810,04 Luxemburg 220894200 225849452 200386395,04 Hongarije 702585079 692524059 695077810,41 Malta 58789006 58892738 52599532,00 Nederland 4400829115 4534954332 4360923078,96 Oostenrijk 2172588564 2232878182 2119039398,04 Polen 2631522997 2732857573 2700793018,44 Portugal 1140945973 1172210977 1131025757,04 Roemenië 1074870480 1059757104 1017023674,74 Slovenië 245927749 252657754 242842620,04 Slowakije 494607834 500601819 487964975,96 Finland 1319277122 1372422809 1318547149,96 Zweden 3114839510 3160809363 2855045339,49 Verenigd Koninkrijk 15396581074 16698328133 16243880263,75 Totaal van artikel 1 4 0 93652040715 97149435272 94008966506,53 CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 0,— 0,— –270185340,24 Het mechanisme ter correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk (de Britse correctie) is ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te compenseren door een vermindering van de door dit land aan de Unie af te dragen middelen. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name de artikelen 4 en 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 259335598 300419482 227330088,00 Bulgarije 26808676 30919770 23176845,00 Tsjechië 97792567 112153956 81066891,67 Denemarken 173284078 198759194 151054775,49 Duitsland 336225054 388574256 290405952,96 Estland 13044203 14737434 11012214,96 Ierland 121759321 138088264 90230685,00 Griekenland 108278950 124755826 98844864,96 Spanje 689574892 793417224 602682405,96 Frankrijk 1383765970 1609957772 1219446279,00 Kroatië 27293273 31081094 23330517,12 Italië 1017390340 1182801065 886982795,04 Cyprus 10522988 12229889 9107348,04 Letland 16284856 18343345 13822068,00 Litouwen 23513828 26664592 20443703,04 Luxemburg 21599445 24819001 17016030,00 Hongarije 68700073 76102711 59016985,04 Malta 5748498 6471829 4466547,00 Nederland 73648300 85347594 63786269,04 Oostenrijk 36358479 42022646 30994725,96 Polen 257315203 300318619 229804274,15 Portugal 111563815 128816366 96042290,04 Roemenië 105102831 116458609 86185448,71 Slovenië 24047272 27765014 20621247,00 Slowakije 48363672 55012032 41436080,04 Finland 129001366 150818003 111965874,96 Zweden 52127140 59486260 41826593,74 Verenigd Koninkrijk –5238450688 –6056341847 –4822285140,16 Totaal van artikel 1 5 0 0 0 –270185340,24 AAN BEPAALDE LIDSTATEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 0,— 0,— 0,— Onder dit artikel worden verminderingen van de jaarlijkse bni-bijdragen van bepaalde lidstaten geboekt bedoeld in Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad. Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 10 bis, lid 6. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 2, lid 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België 31168279 31449227 0,— Bulgarije 3222004 3236817 0,— Tsjechië 11753211 11740767 0,— Denemarken –120834144 –121632572 0,— Duitsland 236108063 237521435 0,— Estland 1567719 1542779 0,— Ierland 14633658 14455684 0,— Griekenland 13013518 13059986 0,— Spanje 82876639 83058391 0,— Frankrijk 166308075 168537432 0,— Kroatië 3280245 3253705 0,— Italië 122275177 123820797 0,— Cyprus 1264707 1280278 0,— Letland 1957197 1920262 0,— Litouwen 2826012 2791366 0,— Luxemburg 2595932 2598162 0,— Hongarije 8256726 7966765 0,— Malta 690884 677499 0,— Nederland –705619608 –709333867 0,— Oostenrijk 25532095 14730040 0,— Polen 30925458 31438669 0,— Portugal 13408310 13485062 0,— Roemenië 12631796 12191397 0,— Slovenië 2890124 2906563 0,— Slowakije 5812594 5758900 0,— Finland 15504044 15788289 0,— Zweden –164988163 –166340637 0,— Verenigd Koninkrijk 180939448 192096804 0,— Totaal van artikel 1 6 0 0 0 0,— OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 TER VAN VERORDENING (EU, EURATOM) NR. 609/2014 SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 TER VAN VERORDENING (EU, EURATOM) NR. 609/2014 VERREKENING VAN AANPASSINGEN VAN DE BTW- EN DE BNI-MIDDELEN VAN VOORGAANDE BEGROTINGSJAREN AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK AANPASSING MET BETREKKING TOT DE TENUITVOERLEGGING VAN EIGENMIDDELENBESLUITEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 3 0 3 0 0 Overschot van het vorige begrotingsjaar p.m. 1349116814 1434557707,74 3 0 2 Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds voor extern optreden p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 3 0 — TOTAAL p.m. 1349116814 1434557707,74 HOOFDSTUK 3 1 3 1 0Resultaat van de toepassing van artikel 10 ter van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995 3 1 0 3 Resultaat van de toepassing van artikel 10 ter van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995 p.m. p.m. –181930423,57 Artikel 3 1 0 — Totaal p.m. p.m. –181930423,57 HOOFDSTUK 3 1 — TOTAAL p.m. p.m. –181930423,57 HOOFDSTUK 3 2 3 2 0Resultaat van de toepassing van artikel 10 ter van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995 3 2 0 3 Resultaat van de toepassing van artikel 10 ter van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995 p.m. p.m. 6958480072,45 Artikel 3 2 0 — Totaal p.m. p.m. 6958480072,45 HOOFDSTUK 3 2 — TOTAAL p.m. p.m. 6958480072,45 HOOFDSTUK 3 3 3 3 0 Verrekening van aanpassingen van de btw- en de bni-middelen van voorgaande begrotingsjaren p.m. p.m. HOOFDSTUK 3 3 — TOTAAL p.m. p.m. HOOFDSTUK 3 4 3 4 0 Aanpassing in verband met de gevolgen van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten aan sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht p.m. p.m. –7041092,78 HOOFDSTUK 3 4 — TOTAAL p.m. p.m. –7041092,78 HOOFDSTUK 3 5 3 5 0Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk 3 5 0 4 Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk p.m. 0,— –27203917,64 Artikel 3 5 0 — Totaal p.m. 0,— –27203917,64 HOOFDSTUK 3 5 — TOTAAL p.m. 0,— –27203917,64 HOOFDSTUK 3 6 3 6 0Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk 3 6 0 4 Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk p.m. 0,— –145657209,60 Artikel 3 6 0 — Totaal p.m. 0,— –145657209,60 HOOFDSTUK 3 6 — TOTAAL p.m. 0,— –145657209,60 HOOFDSTUK 3 7 3 7 0 Aanpassing met betrekking tot de tenuitvoerlegging van eigenmiddelenbesluiten p.m. 0,— HOOFDSTUK 3 7 — TOTAAL p.m. 0,— Titel 3 — Totaal p.m. 1349116814 8031205136,60 OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 1349116814 1434557707,74 Overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement wordt het saldo van elk begrotingsjaar, naargelang het een overschot of tekort betreft, in de begroting van het volgende begrotingsjaar als ontvangst of als betalingskrediet opgenomen. De ramingen van deze ontvangsten of uitgaven worden in de begroting opgenomen tijdens de begrotingsprocedure en, in voorkomend geval, door middel van de procedure van een nota van wijzigingen, die wordt ingediend overeenkomstig artikel 39 van het Financieel Reglement. Zij worden vastgesteld overeenkomstig de beginselen bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 608/2014. Na de afsluiting van de rekeningen van elk begrotingsjaar worden verschillen ten opzichte van de raming in de begroting van het volgende begrotingsjaar opgenomen middels een gewijzigde begroting, die door de Commissie moet worden gepresenteerd binnen 15 dagen nadat de voorlopige rekeningen zijn ingediend. Een tekort wordt onder artikel 27 02 01 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie opgenomen. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 18. Verordening (EU, Euratom) nr. 608/2014 van de Raad van 26 mei 2014 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 29). Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39). Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 7. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Dit artikel dient ter opname, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009, van de eventuele overschotten in het Garantiefonds voor extern optreden die uitgaan boven het streefbedrag van het fonds, wanneer eenmaal dit streefbedrag is bereikt. Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 7, lid 2. SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 TER VAN VERORDENING (EU, EURATOM) NR. 609/2014 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. –181930423,57 Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 zenden de lidstaten vóór 31 juli aan de Commissie een overzicht waarin het totale eindbedrag wordt vermeld van de voor het voorgaande kalenderjaar berekende grondslag van de btw-middelen. Op de debetzijde van elke lidstaat wordt een bedrag ingeschreven dat volgens regels van de Unie wordt berekend op basis van dat overzicht en op de creditzijde de twaalf betalingen die in het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht. De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de betrokken lidstaat mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bedoelde rekening van de Commissie kan boeken. Rectificaties van de bovenbedoelde overzichten als gevolg van controles door de Commissie op grond van artikel 9 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 en/of wijzigingen in het bni van vroegere begrotingsjaren die gevolgen hebben wat betreft de aftopping van de btw-grondslag, geven aanleiding tot aanpassingen van de btw-saldi. De Commissie deelt de lidstaten de uit deze berekening voortvloeiende bedragen mee vóór 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de gegevens voor de aanpassingen zijn verstrekt. Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9). Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 10 ter. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 72870422,32 Bulgarije p.m. p.m. 1463491,19 Tsjechië p.m. p.m. 9670282,40 Denemarken p.m. p.m. –7938586,81 Duitsland p.m. p.m. –103806392,35 Estland p.m. p.m. 608207,50 Ierland p.m. p.m. 7098740,69 Griekenland p.m. p.m. –45285857,90 Spanje p.m. p.m. –72891855,57 Frankrijk p.m. p.m. –43477376,79 Kroatië p.m. p.m. –1184196,21 Italië p.m. p.m. –216644308,93 Cyprus p.m. p.m. 11238367,08 Letland p.m. p.m. 1669310,93 Litouwen p.m. p.m. 357646,34 Luxemburg p.m. p.m. 14819300,57 Hongarije p.m. p.m. 4362134,20 Malta p.m. p.m. 3629621,99 Nederland p.m. p.m. –26154725,61 Oostenrijk p.m. p.m. –4400310,88 Polen p.m. p.m. 30171014,47 Portugal p.m. p.m. 18273460,27 Roemenië p.m. p.m. –12397596,34 Slovenië p.m. p.m. 1905097,92 Slowakije p.m. p.m. 6966837,99 Finland p.m. p.m. –8411875,12 Zweden p.m. p.m. 1365258,22 Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 174193464,86 Totaal van post 3 1 0 3 p.m. p.m. –181930423,57 SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 TER VAN VERORDENING (EU, EURATOM) NR. 609/2014 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 6958480072,45 Aan de hand van de op grond van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 door de lidstaten verstrekte cijfers betreffende de bni/mp-grootheid en de elementen daarvan voor het voorgaande begrotingsjaar, wordt iedere lidstaat gedebiteerd voor een bedrag dat volgens regels van de Unie wordt berekend en gecrediteerd voor de 12 betalingen die in de loop van het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht. Wijzigingen in het bruto nationaal product/bruto nationaal inkomen van vroegere begrotingsjaren in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003, geven met inachtneming van de artikelen 4 en 5 daarvan, voor de betrokken lidstaat aanleiding tot een aanpassing van het overeenkomstig artikel 10 ter van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bepaalde saldo. De Commissie deelt de lidstaten de uit deze berekening voortvloeiende bedragen mee vóór 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de gegevens voor de aanpassingen zijn verstrekt. Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 10 ter. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 147715885,84 Bulgarije p.m. p.m. 59923060,18 Tsjechië p.m. p.m. 51630545,28 Denemarken p.m. p.m. –60418755,24 Duitsland p.m. p.m. 383851122,16 Estland p.m. p.m. 11786069,02 Ierland p.m. p.m. 156656865,08 Griekenland p.m. p.m. –247848527,88 Spanje p.m. p.m. –333271028,58 Frankrijk p.m. p.m. 300400009,19 Kroatië p.m. p.m. –5553213,60 Italië p.m. p.m. 1167876744,85 Cyprus p.m. p.m. 55183667,43 Letland p.m. p.m. –1292762,15 Litouwen p.m. p.m. 6460362,25 Luxemburg p.m. p.m. 73793818,93 Hongarije p.m. p.m. 42700936,90 Malta p.m. p.m. 17766797,67 Nederland p.m. p.m. 538657199,49 Oostenrijk p.m. p.m. –72667801,63 Polen p.m. p.m. 196206494,27 Portugal p.m. p.m. 21687976,96 Roemenië p.m. p.m. 40481495,14 Slovenië p.m. p.m. 14745944,15 Slowakije p.m. p.m. –14817079,60 Finland p.m. p.m. 9615649,80 Zweden p.m. p.m. 41386196,50 Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. 4355822400,04 Totaal van post 3 2 0 3 p.m. p.m. 6958480072,45 VERREKENING VAN AANPASSINGEN VAN DE BTW- EN DE BNI-MIDDELEN VAN VOORGAANDE BEGROTINGSJAREN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. Resultaat van de berekening voor de aanpassingen van de btw- en de bni-middelen van voorgaande begrotingsjaren. Deze berekening is het resultaat van de vermenigvuldiging van de totale bedragen van de aanpassingen bedoeld in artikel 10 ter, leden 1 tot en met 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad, met uitzondering van specifieke aanpassingen overeenkomstig artikel 10 ter, lid 2, onder b) en c), van die verordening, met het aandeel dat het bni van die lidstaat vertegenwoordigt in het bni van alle lidstaten, zoals van toepassing op 15 januari op de geldende begroting voor het jaar dat volgt op dat waarin de gegevens voor de aanpassingen zijn verstrekt. De Commissie deelt de lidstaten de uit deze berekening voortvloeiende bedragen mee vóór 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de gegevens voor de aanpassingen zijn verstrekt. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105). Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 10 ter, lid 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. Bulgarije p.m. p.m. Tsjechië p.m. p.m. Denemarken p.m. p.m. Duitsland p.m. p.m. Estland p.m. p.m. Ierland p.m. p.m. Griekenland p.m. p.m. Spanje p.m. p.m. Frankrijk p.m. p.m. Kroatië p.m. p.m. Italië p.m. p.m. Cyprus p.m. p.m. Letland p.m. p.m. Litouwen p.m. p.m. Luxemburg p.m. p.m. Hongarije p.m. p.m. Malta p.m. p.m. Nederland p.m. p.m. Oostenrijk p.m. p.m. Polen p.m. p.m. Portugal p.m. p.m. Roemenië p.m. p.m. Slovenië p.m. p.m. Slowakije p.m. p.m. Finland p.m. p.m. Zweden p.m. p.m. Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. Totaal van artikel 3 3 0 p.m. p.m. AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. –7041092,78 Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken en artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dragen deze lidstaten geen andere financiële gevolgen van sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten. Zij kunnen bijgevolg een aanpassing verkrijgen van de betaalde eigen middelen voor elk jaar waarin zij niet deelnemen. Hoeveel elke lidstaat aan het aanpassingsmechanisme bijdraagt, wordt berekend door op de begrotingsuitgaven waartoe de maatregelen aanleiding geven de verdeelsleutel toe te passen van het bni-aggregaat en zijn componenten van het voorgaande jaar, meegedeeld door de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1). De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de betrokken lidstaat mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 op de in artikel 9, lid 1, van die verordening bedoelde rekening kan boeken. Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 11. Protocol betreffende de positie van Denemarken gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 3, en Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. p.m. 1535993,28 Bulgarije p.m. p.m. 164434,37 Tsjechië p.m. p.m. 542524,31 Denemarken p.m. p.m. –3106869,66 Duitsland p.m. p.m. 11253226,97 Estland p.m. p.m. 74247,17 Ierland p.m. p.m. –2640389,50 Griekenland p.m. p.m. 678729,87 Spanje p.m. p.m. 3949179,22 Frankrijk p.m. p.m. 8228944,98 Kroatië p.m. p.m. 160775,53 Italië p.m. p.m. 6137836,59 Cyprus p.m. p.m. 64617,86 Letland p.m. p.m. 90881,33 Litouwen p.m. p.m. 138556,05 Luxemburg p.m. p.m. 126359,34 Hongarije p.m. p.m. 374636,80 Malta p.m. p.m. 29182,52 Nederland p.m. p.m. 2546232,29 Oostenrijk p.m. p.m. 1212008,49 Polen p.m. p.m. 1490578,26 Portugal p.m. p.m. 649241,11 Roemenië p.m. p.m. 566625,18 Slovenië p.m. p.m. 141283,99 Slowakije p.m. p.m. 277927,76 Finland p.m. p.m. 766339,43 Zweden p.m. p.m. 1637858,33 Verenigd Koninkrijk p.m. p.m. –44132054,65 Totaal van artikel 3 4 0 p.m. p.m. –7041092,78 RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 0,— –27203917,64 Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk. De cijfers voor 2015 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2011. De cijfers voor 2016 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2012. Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name de artikelen 4 en 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. 12108628 11815757,04 Bulgarije p.m. 1275199 1392513,00 Tsjechië p.m. 3342634 4439312,04 Denemarken p.m. 4686427 3481339,13 Duitsland p.m. 7934870 10915347,00 Estland p.m. 568776 364152,00 Ierland p.m. 5094409 3453266,04 Griekenland p.m. 1773357 2741328,96 Spanje p.m. 7537051 27503186,04 Frankrijk p.m. 38002662 43503201,00 Kroatië — 382317 0,— Italië p.m. 19830215 53237595,96 Cyprus p.m. 241390 1207563,00 Letland p.m. 102976 242114,03 Litouwen p.m. 646364 768575,04 Luxemburg p.m. 1741166 37104,00 Hongarije p.m. 2179154 2329023,03 Malta p.m. 101561 344459,04 Nederland p.m. 4101900 5167025,04 Oostenrijk p.m. 1068284 1172370,96 Polen p.m. 7063680 9350415,63 Portugal p.m. 3441569 2909280,96 Roemenië p.m. 2351280 2931076,92 Slovenië p.m. 554253 702416,04 Slowakije p.m. 1502129 1459572,00 Finland p.m. 4198567 4044692,04 Zweden p.m. 1007093 1623104,10 Verenigd Koninkrijk p.m. –132837911 –224339707,68 Totaal van post 3 5 0 4 p.m. 0 –27203917,64 RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 0,— –145657209,60 Deze post is bestemd om het verschil tussen de vorige in de begroting opgenomen en de meest recente tussentijdse bijstelling van de Britse correctie te boeken voordat de definitieve berekeningen plaatsvinden. De cijfers voor 2015 zijn het resultaat van de tussentijdse berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van begrotingsjaren 2012 en 2013. De cijfers voor 2016 zijn het resultaat van de tussentijdse berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2014. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name de artikelen 4 en 5. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. 13297611 41696055,96 Bulgarije p.m. 2322802 5399849,04 Tsjechië p.m. 6423102 16393083,40 Denemarken p.m. 10254706 26096695,89 Duitsland p.m. 19889796 59409243,00 Estland p.m. 870740 2731925,04 Ierland p.m. 13998232 26072953,92 Griekenland p.m. 5098964 16075509,96 Spanje p.m. 34026198 119160675,00 Frankrijk p.m. 77369366 231245357,04 Kroatië p.m. 2743129 2784074,36 Italië p.m. 59231069 184985384,04 Cyprus p.m. 851288 3521069,04 Letland p.m. 1033546 1744769,08 Litouwen p.m. 869479 4386556,92 Luxemburg p.m. 3575795 –1314717,96 Hongarije p.m. 3913949 12108308,20 Malta p.m. 643682 1555077,00 Nederland p.m. 4823050 17466600,00 Oostenrijk p.m. 2127855 4156023,96 Polen p.m. 19937548 37845297,50 Portugal p.m. 6712478 22456571,04 Roemenië p.m. 8464009 19160983,97 Slovenië p.m. 1770672 4698045,96 Slowakije p.m. 3026145 6628581,96 Finland p.m. 9102902 18511656,96 Zweden p.m. 3441697 6389754,04 Verenigd Koninkrijk p.m. –315819810 –1037022593,92 Totaal van post 3 6 0 4 p.m. 0 –145657209,60 AANPASSING MET BETREKKING TOT DE TENUITVOERLEGGING VAN EIGENMIDDELENBESLUITEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 0,— Resultaat van de berekening voor de tenuitvoerlegging met terugwerkende kracht van het eigenmiddelenbesluit 2014/335/EU, Euratom voor de jaren 2014 en 2015. Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105), met name artikel 11. Lidstaat Begroting 2017 Begroting 2016 Resultaat 2015 België p.m. 380157383 Bulgarije p.m. 12976885 Tsjechië p.m. 120908594 Denemarken p.m. –147742832 Duitsland p.m. –1996696973 Estland p.m. 7533435 Ierland p.m. 170564976 Griekenland p.m. 60999683 Spanje p.m. 444555900 Frankrijk p.m. 1063986397 Kroatië p.m. 13236646 Italië p.m. 887769484 Cyprus p.m. 9862666 Letland p.m. 6740740 Litouwen p.m. 12047755 Luxemburg p.m. 4601725 Hongarije p.m. 45076397 Malta p.m. 2539423 Nederland p.m. –1798837531 Oostenrijk p.m. 180218679 Polen p.m. 155777950 Portugal p.m. 77069484 Roemenië p.m. 32865560 Slovenië p.m. 22119731 Slowakije p.m. 33257802 Finland p.m. 132868521 Zweden p.m. –635351204 Verenigd Koninkrijk p.m. 700892724 Totaal van artikel 3 7 0 p.m. 0 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING OVERIGE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 4 0 4 0 0 Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden, alsmede van de leden van de organen, de personeelsleden en de gepensioneerden van de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds 771386385 718322869 692085428,54 89,72 4 0 3 Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst p.m. p.m. 70706,52 4 0 4 Opbrengst van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst 85949434 80907654 79492977,54 92,49 HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL 857335819 799230523 771649112,60 90,01 HOOFDSTUK 4 1 4 1 0 Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling 451191279 426470277 425649271,37 94,34 4 1 1 Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel 141960601 100592938 108628817,70 76,52 4 1 2 Bijdragen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling 110000 110000 156159,02 141,96 HOOFDSTUK 4 1 — TOTAAL 593261880 527173215 534434248,09 90,08 HOOFDSTUK 4 2 4 2 0 Werkgeversbijdragen van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling 39664373 21623969 22467448,57 56,64 4 2 1 Bijdragen van de leden van het Europees Parlement aan de pensioenregeling p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 4 2 — TOTAAL 39664373 21623969 22467448,57 56,64 Titel 4 — Totaal 1490262072 1348027707 1328550809,26 89,15 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 771386385 718322869 692085428,54 Deze ontvangsten omvatten alle belastingen op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van eender welke aard, met uitzondering van gezins- en kinderbijslagen, betaald aan de leden van de Commissie, de ambtenaren, de andere personeelsleden, de personen die de ontslagvergoeding ontvangen vermeld in hoofdstuk 01 van elke titel van de staat van uitgaven, en de gepensioneerden. Europees Parlement 74105828 Raad 26381000 Commissie: 520219327 — Administratie (417294000) — Onderzoek en technologische ontwikkeling (18410671) — Onderzoek (acties onder contract) (17341492) — Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (3582000) — Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (758000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB) (2631000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL) (871000) — Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) (1399000) — Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP) (3858000) — Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) (292626) — Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) (865922) — Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) (70788) — Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) — Bureau (58909) — Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (278931) — Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO) (294926) — Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (Chafea ex-EAHC) (195707) — Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) (1413764) — Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel, ex-Artemis & Eniac) (171530) — Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) (255803) — Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) (1711574) — Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) (409497) — Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) (4717959) — Europese Bankautoriteit (EBA) (1692983) — Europees orgaan voor justitiële samenwerking (Eurojust) (842866) — Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) (1271895) — Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (544252) — Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) (3706249) — Europees Milieuagentschap (EEA) (1357134) — Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA) (403291) — Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) (1796646) — Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) (828352) — Europees GNSS-Agentschap (GSA) (607802) — Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) (129155) — Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) (138346) — Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) (729302) — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy — F4E) (2053943) — Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) (1078351) — Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA) (6021404) — Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) (542307) — Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) (261668) — Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) (100231) — Europese Politiedienst (Europol) (3122432) — Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) (20594) — Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA) (1041313) — Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea) (1510131) — Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) (1060819) — Europese Stichting voor opleiding (ETF) (879324) — Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) (605924) — Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO ex-HBIM) (4712745) — Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (Easme ex-EACI) (1251057) — Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH) (155975) — Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA ex-TEN-T EA) (72466) — Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI) (301666) — Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (265909) — Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) (1802768) — Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) (1247340) — Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) (1179588) Hof van Justitie van de Europese Unie 28312000 Rekenkamer 10826000 Europees Economisch en Sociaal Comité 5013628 Comité van de Regio's 3711179 Europese Ombudsman 671423 Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 659000 Europese Dienst voor extern optreden 21267000 Europese Investeringsbank 45720000 Europese Centrale Bank 30500000 Europees Investeringsfonds 4000000 Totaal 771386385 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8). Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24). Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1). Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15). Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1). Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36). Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38). Verordening (EG) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 70706,52 De bepalingen betreffende de tijdelijke bijdrage waren van toepassing tot en met 30 juni 2003. Op dit begrotingsonderdeel zullen daarom ontvangsten worden opgevoerd die voortkomen uit het restbedrag van de tijdelijke bijdrage op de bezoldigingen van de leden van de Commissie, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie: p.m. — Administratie (p.m.) — Onderzoek en technologische ontwikkeling (p.m.) — Onderzoek (acties onder contract) (p.m.) — Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (p.m.) — Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (p.m.) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB) (p.m.) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL) (p.m.) — Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) (p.m.) — Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP) (p.m.) — Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO) (p.m.) — Eurojust (p.m.) — Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) (p.m.) — Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA) (p.m.) — Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) (p.m.) — Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (p.m.) — Europees Milieuagentschap (EEA) (p.m.) — Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) (p.m.) — Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) (p.m.) — Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) (p.m.) — Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) (p.m.) — Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) (p.m.) — Europese Stichting voor opleiding (ETF) (p.m.) — Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO ex-HBIM) (p.m.) — Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) (p.m.) Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Totaal p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, met name artikel 66 bis in de versie die van kracht was tot 15 december 2003. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 85949434 80907654 79492977,54 Onder dit artikel zal de opbrengst worden opgevoerd van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst overeenkomstig artikel 66 bis van het Statuut. Europees Parlement 11006056 Raad 3530000 Commissie: 57405978 — Administratie (37184000) — Onderzoek en technologische ontwikkeling (3865304) — Onderzoek (acties onder contract) (3225764) — Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (707000) — Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (149000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB) (484000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL) (156000) — Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) (266000) — Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP) (817000) — Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) (79603) — Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) (181084) — Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) (15225) — Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) — Bureau (16729) — Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (60826) — Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO) (63020) — Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (Chafea ex-EAHC) (40028) — Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) (243448) — Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel, ex-Artemis & Eniac) (38111) — Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) (60674) — Europees Grens- en kustwachtagentschap (ex-Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie) (Frontex) (535316) — Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) (102849) — Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) (1171805) — Europese Bankautoriteit (EBA) (219186) — Europese Eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust) (129813) — Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) (225501) — Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (141050) — Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) (701670) — Europees Milieuagentschap (EEA) (224447) — Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC) (103364) — Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) (425108) — Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) (144926) — Europees GNSS-Agentschap (GSA) (183527) — Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) (39587) — Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) (46922) — Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) (168693) — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (F4E) (483244) — Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) (321733) — Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) (751543) — Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) (151815) — Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) (67674) — Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) (36777) — Europese Politiedienst (Europol) (63766) — Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) (3617) — Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA) (229082) — Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea) (276734) — Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) (221439) — Europese Stichting voor opleiding (ETF) (186288) — Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) (151138) — Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO ex-HBIM) (1066464) — Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (Easme ex-EACI) (187376) — Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH) (38868) — Uitvoerend Agentschap Innovatie en netwerken (INEA ex-TEN-T EA) (12958) — Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI) (67173) — Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (60780) — Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) (301492) — Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) (253152) — Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) (256285) Hof van Justitie van de Europese Unie 6172000 Rekenkamer 1850000 Europees Economisch en Sociaal Comité 983267 Comité van de Regio's 742064 Europese Ombudsman 103069 Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 112000 Europese Dienst voor extern optreden 4045000 Totaal 85949434 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1). Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15). Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1). Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36). Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38). Verordening (EG) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 451191279 426470277 425649271,37 Deze ontvangsten worden gevormd door de bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling. Europees Parlement 64712299 Raad 22584000 Commissie: 308270359 — Administratie (186924000) — Onderzoek en technologische ontwikkeling (19229056) — Onderzoek (acties onder contract) (16315072) — Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (3331000) — Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (912000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB) (4751000) — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL) (1440000) — Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) (2655000) — Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP) (4582000) — Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) (507385) — Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) (1109049) — Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) (99566) — Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) — Bureau (119375) — Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (317733) — Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO) (344690) — Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (Chafea ex-EAHC) (330772) — Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) (2281586) — Gemeenschappelijke Onderneming Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap (Ecsel, ex-Artemis & Eniac) (208957) — Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) (410300) — Europees Grens- en kustwachtagentschap (ex-Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie) (Frontex) (2855903) — Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) (708543) — Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) (6012140) — Europese Bankautoriteit (EBA) (1159365) — Europese Eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust) (1294901) — Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) (1616455) — Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (818766) — Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) (4050331) — Europees Milieuagentschap (EEA) (1314336) — Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC) (524714) — Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) (2756111) — Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) (72377) — Europees GNSS-Agentschap (GSA) (996289) — Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) (247286) — Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) (311894) — Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) (918432) — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (F4E) (2876597) — Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) (1770531) — Europees Geneesmiddelenbureau (EEA) (4800661) — Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) (775381) — Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) (440305) — Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) (236375) — Europese Politiedienst (Europol) (4367449) — Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) (57822) — Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA) (1264210) — Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea) (2408254) — Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) (106168) — Europese Stichting voor opleiding (ETF) (989275) — Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) (832332) — Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO ex-HBIM) (5958239) — Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (Easme ex-EACI) (1994106) — Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH) (204350) — Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA ex-TEN-T EA) (1 267625) — Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI) (344805) — Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (315085) — Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) (3084013) — Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) (1049452) — Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT) (1600940) Hof van Justitie van de Europese Unie 19111000 Rekenkamer 7618000 Europees Economisch en Sociaal Comité 5304342 Comité van de Regio's 4148349 Europese Ombudsman 575930 Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 546000 Europese Dienst voor extern optreden 18321000 Totaal 451191279 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 141960601 100592938 108628817,70 Deze ontvangsten worden gevormd door de aan de Unie betaalde actuariële tegenwaarde of de afkoopsom van de pensioenrechten die ambtenaren in een vorige werkkring hebben verworven. Europees Parlement 9200000 Raad p.m. Commissie 132760601 Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 141960601 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 110000 110000 156159,02 Ambtenaren en andere personeelsleden die verlof om persoonlijke redenen nemen, kunnen pensioenrechten blijven opbouwen mits zij ook de werkgeversbijdrage voor hun rekening nemen. Europees Parlement 10000 Raad p.m. Commissie 100000 Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 110000 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. OVERIGE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 39664373 21623969 22467448,57 Deze ontvangsten worden gevormd door de werkgeversbijdrage van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling. Commissie 39664373 Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden gevormd door de bijdrage van de leden van het Europees Parlement in de financiering van de pensioenregeling. Europees Parlement p.m. Regeling betreffende de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement, met name bijlage III. OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN HUUROPBRENGSTEN OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN DIVERSE VERGOEDINGEN OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 5 0 5 0 0Opbrengst van de verkoop van roerende goederen (levering van goederen) 5 0 0 0 Verkoop van voertuigen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 45974,09 5 0 0 1 Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 268295,18 5 0 0 2 Ontvangsten die voortvloeien uit de levering van goederen aan andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 980439,05 Artikel 5 0 0 — Totaal p.m. p.m. 1294708,32 5 0 1 Opbrengst van de verkoop van onroerende goederen p.m. p.m. 0,— 5 0 2 Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 29997,40 HOOFDSTUK 5 0 — TOTAAL p.m. p.m. 1324705,72 HOOFDSTUK 5 1 5 1 0 Opbrengst van de verhuur van meubilair en materieel — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 162123,02 5 1 1Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten 5 1 1 0 Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 19395117,20 5 1 1 1 Terugbetaling van huurlasten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 2421124,33 Artikel 5 1 1 — Totaal p.m. p.m. 21816241,53 HOOFDSTUK 5 1 — TOTAAL p.m. p.m. 21978364,55 HOOFDSTUK 5 2 5 2 0 Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van de instellingen 200866 455129 325004,84 161,80 5 2 1 Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van gesubsidieerde organisaties die aan de Commissie worden overgemaakt 25000000 10000000 86241722,81 344,97 5 2 2 Rente op betaalde voorfinanciering 40000000 40000000 13329281,22 33,32 5 2 3 Ontvangsten uit trustrekeningen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 220876,60 HOOFDSTUK 5 2 — TOTAAL 65200866 50455129 100116885,47 153,55 HOOFDSTUK 5 5 5 5 0 Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief kosten van dienstreizen voor rekening van andere instellingen of organen en door deze instellingen of organen betaald — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 51400574,63 5 5 1 Ontvangsten afkomstig van op verzoek van derden verrichte diensten of werkzaamheden — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 836362,81 HOOFDSTUK 5 5 — TOTAAL p.m. p.m. 52236937,44 HOOFDSTUK 5 7 5 7 0 Ontvangsten voortvloeiende uit de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 49581369,47 5 7 1 Ontvangsten die voor een bepaald doel zijn bestemd, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, daaronder begrepen de aan elke instelling vooraf toegewezen specifieke ontvangsten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 33150,36 5 7 2 Terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven p.m. p.m. 0,— 5 7 3 Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instelling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 141327030,55 5 7 4 Ontvangsten uit hoofde van de bijdrage van de Commissie aan de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) voor personeelsleden van de Commissie die in de delegaties van de Unie werkzaam zijn — Bestemmingsuitgaven p.m. p.m. 192747035,41 HOOFDSTUK 5 7 — TOTAAL p.m. p.m. 383688585,79 HOOFDSTUK 5 8 5 8 0 Ontvangsten uit huurvergoedingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 178762,69 5 8 1 Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 214486,70 HOOFDSTUK 5 8 — TOTAAL p.m. p.m. 393249,39 HOOFDSTUK 5 9 5 9 0 Overige ontvangsten uit het administratieve beheer 5000000 5000000 3440215,75 68,80 HOOFDSTUK 5 9 — TOTAAL 5000000 5000000 3440215,75 68,80 Titel 5 — Totaal 70200866 55455129 563178944,11 802,24 OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 45974,09 Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van de voertuigen van de instellingen. Tevens worden hier de opbrengsten geboekt van de verkoop van voertuigen die worden vervangen of die volledig afgeschreven zijn. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 268295,18 Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van andere roerende goederen van de instellingen dan voertuigen. Tevens worden hier de opbrengsten geboekt van de verkoop van materieel, installaties, materialen en wetenschappelijke en technische apparaten die worden vervangen of die volledig afgeschreven zijn. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 980439,05 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop van onroerende goederen van de instellingen. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 29997,40 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder h), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Dit artikel omvat tevens de ontvangsten uit de verkoop van deze producten in elektronische vorm. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. HUUROPBRENGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 162123,02 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 19395117,20 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2421124,33 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 200866 455129 325004,84 Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die afkomstig zijn van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten, gestort op of geïnd van de rekeningen van de instellingen. Europees Parlement 200000 Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's 866 Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 200866 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 25000000 10000000 86241722,81 Op dit begrotingsonderdeel worden de ontvangsten opgevoerd die voortkomen uit de terugstorting van rente door gesubsidieerde organisaties die voorschotten van de Commissie op rentedragende rekeningen hebben geplaatst. De ongebruikte voorschotten en de rente daarop moeten aan de Commissie worden teruggestort. Commissie 25000000 Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 40000000 40000000 13329281,22 Onder dit artikel worden de ontvangsten uit de rente op voorfinancieringen geboekt. Deze ontvangsten kunnen overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder d), van het Financieel Reglement worden gebruikt ter opvoering van de extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. De rente op uit de begroting betaalde voorfinanciering is niet verschuldigd aan de Unie tenzij anders is bepaald in de delegatieovereenkomsten, met uitzondering van die overeenkomsten die zijn gesloten met derde landen of de door hen aangewezen organen. In gevallen waarin dat is voorzien wordt de rente hergebruikt voor de corresponderende actie, ofwel in mindering gebracht op het bedrag van betalingsverzoeken overeenkomstig artikel 23, lid 1, eerste alinea, onder c), van het Financieel Reglement of teruggevorderd. In de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 worden ook bepalingen vastgelegd betreffende het boeken van de rente op betaalde voorfinanciering. Commissie 40000000 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 3, onder d). Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 220876,60 Onder dit artikel worden rente en andere ontvangsten uit trustrekeningen geboekt. De trustrekeningen worden namens de Unie aangehouden door internationale financiële instellingen (Europees Investeringsfonds, Europese Investeringsbank, Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa/Kreditanstalt für Wiederaufbau, Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) die uniale programma's beheren en de door de Unie overgemaakte bedragen blijven op de rekening totdat deze beschikbaar worden gesteld voor de begunstigden in het kader van het enige programma, zoals kleine en middelgrote ondernemingen of instellingen die projecten in toetredingslanden beheren. Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement geeft rente uit trustrekeningen voor uniale programma's aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op de begrotingsonderdelen van de oorspronkelijke uitgave die tot de desbetreffende ontvangsten heeft geleid. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 51400574,63 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 836362,81 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 49581369,47 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 33150,36 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de inkomsten geboekt in verband met de terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 141327030,55 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 192747035,41 Deze ontvangsten vloeien voort uit een bijdrage van de Commissie aan de EDEO om de ter plaatse beheerde uitgaven te dekken van de personeelsleden van de Commissie die in de delegaties van de Unie werkzaam zijn, inclusief personeelsleden van de Commissie die met middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) worden betaald. Overeenkomstig artikel 21, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder begrotingspost 3 0 0 5 van de staat van uitgaven in afdeling X Europese Dienst voor extern optreden. Europese Dienst voor extern optreden p.m. DIVERSE VERGOEDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 178762,69 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder g), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 214486,70 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder f), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Onder dit artikel wordt tevens de bezoldigingsvergoeding geboekt die de verzekering uitkeert bij ongevallen van ambtenaren. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 5000000 5000000 3440215,75 Onder dit artikel worden de overige ontvangsten uit het administratieve beheer geboekt. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie 5000000 Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 5000000 BIJDRAGEN AAN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN ONTVANGSTEN UIT ONDER BEZWARENDE TITEL VERRICHTE DIENSTEN BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN FINANCIËLE CORRECTIES OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN ONTVANGSTEN IN HET KADER VAN HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) EN HET EUROPEES LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (ELFPO) Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 6 0 6 0 1Diverse onderzoeksprogramma's 6 0 1 1 Samenwerkingsovereenkomsten Zwitserland-Euratom op het gebied van de beheerste thermische kernversmelting en de plasmafysica — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 0 1 2 European Fusion Development Agreements (EFDAs) — Bestemmingsontvangsten — p.m. 0,— 6 0 1 3 Samenwerkingsovereenkomsten met derde landen in het kader van onderzoeksprogramma's van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 271378484,15 6 0 1 5 Samenwerkingsovereenkomsten met instellingen van derde landen in het kader van wetenschappelijke en technologische projecten van belang voor de Unie (Eureka en andere) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 0 1 6 Europese samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 0 1 — Totaal p.m. p.m. 271378484,15 6 0 2Andere programma's 6 0 2 1 Diverse ontvangsten bestemd voor activiteiten in verband met humanitaire hulp en noodhulp — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 74978225,02 Artikel 6 0 2 — Totaal p.m. p.m. 74978225,02 6 0 3Associatieovereenkomsten tussen de Unie en derde landen 6 0 3 1 Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan programma's van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 240843351,91 6 0 3 2 Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van derde landen, die geen kandidaat-lidstaten of potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan zijn aan samenwerkingsovereenkomsten op douanegebied — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 903962,26 6 0 3 3 Deelneming van derde landen of organen aan activiteiten van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 47338020,80 Artikel 6 0 3 — Totaal p.m. p.m. 289085334,97 HOOFDSTUK 6 0 — TOTAAL p.m. p.m. 635442044,14 HOOFDSTUK 6 1 6 1 1Terugbetaling van voor rekening van één of meer lidstaten gedane uitgaven 6 1 1 3 Opbrengsten van de beleggingen zoals bedoeld in artikel 4 van Beschikking 2003/76/EG — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 53222776,22 6 1 1 4 Ontvangsten uit de invorderingen in het kader van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 1 — Totaal p.m. p.m. 53222776,22 6 1 2 Terugbetaling van specifieke uitgaven in verband met de uitvoering van werkzaamheden op verzoek en tegen vergoeding — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 4Terugbetaling van voor projecten en werkzaamheden toegekende uniale steun bij geslaagde commerciële exploitatie 6 1 4 3 Terugbetaling van de uniale subsidies toegekend in het kader van een Europese activiteit met risicodragend kapitaal ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 4 4 Terugbetaling van steun van de Unie aan risicodelingsinstrumenten die gefinancierd worden uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 62290,— Artikel 6 1 4 — Totaal p.m. p.m. 62290,— 6 1 5Terugbetaling van niet-gebruikte uniale bijstand 6 1 5 0 Terugbetaling van niet-gebruikte bijstand van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, het financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij, het Cohesiefonds, het EU-Solidariteitsfonds, ISPA, IPA, EVF, FEAD, EFMZV en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 226292430,87 6 1 5 1 Terugbetaling van niet-gebruikte subsidies voor het begrotingsevenwicht — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 5 2 Terugbetaling van niet-gebruikte rentesubsidies — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 5 3 Terugbetaling van niet-gebruikte bedragen in het kader van contracten van de instelling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 108,96 6 1 5 7 Terugbetaling van voorschotten in het kader van de structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 987,69 6 1 5 8 Terugbetaling van diverse niet-gebruikte bedragen aan uniale bijstand — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 680991,— Artikel 6 1 5 — Totaal p.m. p.m. 226974518,52 6 1 6 Terugbetaling van de uitgaven voor rekening van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 7Terugbetaling van in het kader van de uniale hulp aan derde landen uitgekeerde bedragen 6 1 7 0 Terugbetaling in het kader van de samenwerking met Zuid-Afrika — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 7 — Totaal p.m. p.m. 0,— 6 1 8Terugbetaling van in het kader van de voedselhulp gestorte bedragen 6 1 8 0 Terugbetaling door leveranciers of begunstigden van uit hoofde van de voedselhulp te veel ontvangen bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 8 1 Terugbetaling van door begunstigden van voedselhulp veroorzaakte aanvullende kosten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 8000,— Artikel 6 1 8 — Totaal p.m. p.m. 8000,— 6 1 9Overige terugbetalingen van voor rekening van derden gedane uitgaven 6 1 9 1 Overige terugbetalingen van in het kader van Besluit 77/270/Euratom van de Raad voor rekening van derden gedane uitgaven — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 9 — Totaal p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 1 — TOTAAL p.m. p.m. 280267584,74 HOOFDSTUK 6 2 6 2 0 Verstrekking tegen vergoeding van grondstoffen of bijzondere splijtstoffen (artikel 6, onder b), van het Euratom-Verdrag) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 2 2Ontvangsten uit door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding voor derden verrichte werkzaamheden 6 2 2 1 Ontvangsten uit de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 8321877,58 6 2 2 3 Andere ontvangsten uit door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding voor derden verrichte werkzaamheden die aanleiding geven tot de opvoering van aanvullende kredieten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 9161207,54 6 2 2 4 Ontvangsten uit door de Commissie verleende licenties op al dan niet voor een octrooi in aanmerking komende uitvindingen voortvloeiend uit het uniale onderzoek door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 87533,59 6 2 2 5 Andere ontvangsten ten voordele van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 2 2 6 Ontvangsten van door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor andere Unie-instellingen of andere diensten van de Commissie op basis van concurrentie verrichte diensten waaruit aanvullende kredieten voortvloeien — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 61398662,70 Artikel 6 2 2 — Totaal p.m. p.m. 78969281,41 6 2 4 Ontvangsten uit door de Commissie verleende licenties op al dan niet voor een octrooi in aanmerking komende uitvindingen voortvloeiend uit het uniale onderzoek (werkzaamheden onder contract) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 2 — TOTAAL p.m. p.m. 78969281,41 HOOFDSTUK 6 3 6 3 0 Bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 392009812,— 6 3 1Bijdragen in het kader van het Schengenacquis 6 3 1 1 Bijdragen in de administratieve uitgaven die voortvloeien uit de overeenkomst met IJsland en Noorwegen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1177891,59 6 3 1 2 Bijdragen voor de ontwikkeling, de instelling, werking en gebruik van grootschalige informatiesystemen in het kader van de overeenkomsten met IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 746489,08 6 3 1 3 Andere bijdragen in het kader van het Schengenacquis (IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 31963,65 Artikel 6 3 1 — Totaal p.m. p.m. 1956344,32 6 3 2 Bijdragen voor de uitgaven van het Europees Ontwikkelingsfonds op het gebied van gemeenschappelijke administratieve ondersteuning — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 96451586,29 6 3 3Bijdragen voor bepaalde programma's voor externe hulp — Bestemmingsontvangsten 6 3 3 0 Bijdragen van de lidstaten, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen, voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 24483151,90 6 3 3 1 Bijdragen van derde landen, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen, voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 2167565,18 6 3 3 2 Bijdragen van internationale organisaties voor sommige externe steunprogramma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 3 3 — Totaal p.m. p.m. 26650717,08 6 3 4Bijdragen van trustfondsen en financiële instrumenten 6 3 4 0 Bijdragen van trustfonds voor de beheerskosten van de Commissie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1600000,— 6 3 4 1 Bijdragen van financiële instrumenten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 3 4 — Totaal p.m. p.m. 1600000,— 6 3 5Bijdrage van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) — Bestemmingsontvangsten 6 3 5 0 Bijdrage van het Europees Ontwikkelingsfonds aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 1 Bijdragen van de lidstaten, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 2 Bijdragen van derde landen, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 3 Bijdragen van internationale organisaties aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. Artikel 6 3 5 — Totaal p.m. HOOFDSTUK 6 3 — TOTAAL p.m. p.m. 518668459,69 HOOFDSTUK 6 5 6 5 1 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiodes voor het jaar 2000 p.m. p.m. 20076489,01 6 5 2 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2000-2006 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 166865494,34 6 5 3 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2007-2013 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 5 4 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2014-2020 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 5 — TOTAAL p.m. p.m. 186941983,35 HOOFDSTUK 6 6 6 6 0Overige bijdragen en terugbetalingen 6 6 0 0 Overige bestemmingsbijdragen en -terugbetalingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 596149925,86 6 6 0 1 Overige bijdragen en terugbetalingen zonder specifieke bestemming 60000000 60000000 28526384,61 47,54 Artikel 6 6 0 — Totaal 60000000 60000000 624676310,47 1041,13 HOOFDSTUK 6 6 — TOTAAL 60000000 60000000 624676310,47 1041,13 HOOFDSTUK 6 7 6 7 0Ontvangsten in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds 6 7 0 1 Goedkeuring van de rekeningen van het Europees Landbouwgarantiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1066592735,69 6 7 0 2 Onregelmatigheden in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 155453811,40 6 7 0 3 Heffing voor melkproducenten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 409588955,14 Artikel 6 7 0 — Totaal p.m. p.m. 1631635502,23 6 7 1Ontvangsten in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling 6 7 1 1 Goedkeuring van de rekeningen van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 237409797,77 6 7 1 2 Onregelmatigheden in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 3784225,54 Artikel 6 7 1 — Totaal p.m. p.m. 241194023,31 HOOFDSTUK 6 7 — TOTAAL p.m. p.m. 1872829525,54 Titel 6 — Totaal 60000000 60000000 4197795189,34 6996,33 BIJDRAGEN AAN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten voortvloeiend uit de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 32 05 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 — p.m. 0,— Ontvangsten, voortvloeiende uit de multilaterale EFDA tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar 26 partners op fusiegebied. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 32 05 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 271378484,15 Ontvangsten voortvloeiend uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Unie en derde landen, in het bijzonder met die landen die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijke en technische onderzoek (COST), met het doel hen bij onderzoeksprogramma's van de Unie te betrekken. De eventuele middelen zijn bestemd voor het dekken van de kosten van vergaderingen, deskundigencontracten en onderzoek in het kader van de desbetreffende programma's. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 08 03 50, 08 04 50, 09 04 50, 15 03 50, 32 04 50, 32 05 50 (werkzaamheden onder contract), 10 02 50 en 10 03 50 (eigen werkzaamheden) van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. De associatie van Zwitserland met onderdelen van Horizon 2020, met het Euratom-programma 2014-2020 en met de activiteiten van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor 2014-2020 (Fusion for Energy) liep tot en met 31 december 2016: Ingevolge de ratificatie van het Protocol betreffende de uitbreiding tot Kroatië van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, door de Zwitserse Bondsraad op 16 december 2016, blijft met ingang van 1 januari 2017 de overeenkomst over de associatie van Zwitserland met Horizon 2020 van toepassing en wordt deze uitgebreid ter dekking van Horizon 2020, het Euratom-programma 2014-2018 en de door Fusion for Energy uitgevoerde activiteiten. De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en Oekraïne (PB L 49 van 19.2.1998, blz. 3) ondertekend op 14 juni 1994, trad in werking op 1 maart 1998 en blijft van toepassing voor de onderdelen die niet gedekt worden door de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Besluit 2008/372/EG van de Raad van 12 februari 2008 betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing van een Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de staat Israël, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël over de algemene beginselen van de deelname van de staat Israël aan communautaire programma’s (PB L 129 van 17.5.2008, blz. 39). Besluit 2011/28/EU van de Raad van 12 juli 2010 betreffende de sluiting van een Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap wordt ingesteld tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Moldavië aan EU-programma’s (PB L 14 van 19.1.2011, blz. 5). Besluit 2012/777/EU van de Raad van 10 december 2012 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van een Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Armenië aan EU-programma’s (PB L 340 van 13.12.2012, blz. 26). Besluit C(2014) 2089 van de Commissie van 2 april 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Staat Israël over de deelname van Israël aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit 2014/494/EU van de Raad van 16 juni 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (PB L 261 van 30.8.2014, blz. 1). Besluit C(2014) 4290 van de Commissie van 30 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië over de deelname van Moldavië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit 2014/691/EU van de Raad van 29 september 2014 tot wijziging van Besluit 2014/668/EU inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, wat titel III (met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal werken op het grondgebied van de andere partij) en de titels IV, V, VI en VII, alsmede de desbetreffende bijlagen en protocollen daarvan betreft (PB L 289 van 3.10.2014, blz. 1). Besluit 2014/953/EU van de Raad van 4 december 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 1). Besluit 2014/954/Euratom van de Raad van 4 december 2014 houdende goedkeuring van de sluiting door de Europese Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en de Zwitserse Bondsstaat, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 19). Besluit C(2014) 9320 van de Commissie van 5 december 2014 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van een Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten. Besluit (EU) 2015/209 van de Raad van 10 november 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Faeröer, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB L 35 van 11.2.2015, blz. 1). Besluit (EU) 2015/575 van de Raad van 17 december 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan EU-programma's (PB L 96 van 11.4.2015, blz. 1). Besluit C(2015) 1355 van de Commissie van 3 maart 2015 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne over de deelname van Oekraïne aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit (EU) 2015/1795 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Faeröer, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB L 263 van 8.10.2015, blz. 6). Besluit (EU) 2015/1796 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten (PB L 263 van 8.10.2015, blz. 8). Besluit C(2015) 8195 van de Commissie van 25 november 2015 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie ende Republiek Tunesië inzake over de deelname van de Republiek Tunesië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). (Overeenkomst nog niet ondertekend. Besluit C(2016) 1360 van de Commissie van 9 maart 2016 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, en ondertekening van een overeenkomst over de deelname van Georgië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit C(2016) 2119 van de Commissie van 14 april 2016 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, en ondertekening van een overeenkomst over de deelname van de Republiek Armenië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (Overeenkomst ondertekend op 19 mei 2016 die na de goedkeuring door de Armeense wetgevende autoriteiten in werking zal treden). Besluit (2016) 3119 van de Commissie van 27 mei 2016 betreffende de goedkeuring van een Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Oekraïne ten einde Oekraïne te associëren met het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding (2014-2018). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten voortvloeiende uit tussen de Unie en instellingen van derde landen in het kader van wetenschappelijke en technologische projecten van belang voor de Unie gesloten samenwerkingsovereenkomsten (Eureka en andere). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden opgevoerd bij de artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 09 04 50, 15 03 50 en 32 04 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten van staten die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijke en technische onderzoek. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden opgevoerd bij de artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 09 04 50, 15 03 50 en 32 04 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie. Resolutie van de ministers van de staten die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijke en technische onderzoek (COST) (ondertekend te Wenen op 21 november 1991) (PB C 333 van 24.12.1991, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 74978225,02 Eventuele deelnemingen van derden aan activiteiten in verband met humanitaire hulp en noodhulp. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder afdeling III Commissie. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening (EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp) (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1). Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie (PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 240843351,91 Ontvangsten voortvloeiend uit de associatieovereenkomsten welke tussen de Unie en hierna genoemde landen zijn gesloten om deze landen te betrekken bij diverse programma's van de Unie. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Turkije inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Turkije aan communautaire programma's (PB L 61 van 2.3.2002, blz. 29). Besluit C(2014) 3502 van de Commissie van 2 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije over de deelname van de Republiek Turkije aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de algemene beginselen van de deelname van de Republiek Albanië aan communautaire programma's (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 2). Besluit C(2014) 3711 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Albanië over de deelname van Albanië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina inzake de algemene beginselen voor de deelname van Bosnië en Herzegovina aan communautaire programma's (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 9). Besluit C(2014) 3693 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina over de deelname van Bosnië en Herzegovina aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Servië en Montenegro inzake de algemene beginselen voor de deelname van Servië en Montenegro aan communautaire programma’s (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 29). Besluit C(2014) 3710 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Servië over de deelname van Servië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds betreffende een kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake de algemene beginselen voor de deelname van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan communautaire programma’s (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 23). Besluit C(2014) 3707 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over de deelname van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Protocol 8 bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds inzake de algemene beginselen voor de deelname van Montenegro aan communautaire programma’s (PB L 108 van 29.4.2010, blz. 1). Besluit C(2014) 3705 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Montenegro over de deelname van Montenegro aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Kosovo inzake de algemene beginselen voor de deelname van Kosovo aan EU-programma’s werd op 25 november 2016 ondertekend en wacht op goedkeuring (COM(2013) 218 final). Aanvullende protocollen bij de Europaovereenkomsten (artikelen 228 en 238), waarbij wordt bepaald dat de communautaire programma's zullen worden opengesteld voor de geassocieerde kandidaat-lidstaten. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 903962,26 Onder deze post worden de bijdragen van derde landen aan samenwerkingsovereenkomsten op douanegebied geboekt. Daarbij gaat het voornamelijk om het Transit-project en de verspreiding (langs telematische weg) van tariefgegevens en andere informatie. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 14 02 02, 14 02 51, 14 03 02 en 14 03 51 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Overeenkomst van 20 mei 1987 tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2). Besluit 2000/305/EG van de Raad van 30 maart 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 102 van 27.4.2000, blz. 50). Besluit 2000/506/EG van de Raad van 31 juli 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 35). Besluit van de Raad van 19 maart 2001 waarbij de Commissie wordt gemachtigd namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over een wijziging van het op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad, teneinde het de Europese Gemeenschap mogelijk te maken van genoemde organisatie lid te worden. Verordening (EU) nr. 1294/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma voor douane in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Douane 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 624/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 47338020,80 Deze post is bedoeld om eventuele bijdragen van derde landen of organen aan activiteiten van de Unie te ontvangen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 53222776,22 Beschikking 2003/76/EG bepaalt dat de Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen van het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Volgens artikel 4 van die beschikking gelden de netto-opbrengsten van de beleggingen van de beschikbare activa als ontvangsten in de algemene begroting van de Europese Unie met een bijzondere bestemming, te weten de financiering van onderzoeksprojecten ten behoeve van sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie door middel van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. De netto-ontvangsten die beschikbaar zijn voor de financiering van de onderzoeksprojecten van het jaar n + 2, worden opgenomen in de balans van de EGKS in liquidatie van het jaar n en, wanneer de liquidatie is afgesloten, in de balans van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kool en staal. Dit financieringsmechanisme trad in werking in 2003. De ontvangsten van 2015 zullen in 2017 worden gebruikt voor onderzoek. Teneinde eventuele schommelingen in de financiering van het onderzoek als gevolg van de ontwikkeling van de financiële markten zoveel mogelijk te beperken, zal een egalisatie worden uitgevoerd. De netto-ontvangsten die in 2017 beschikbaar zijn voor onderzoek, worden geraamd op 42100000 EUR. Krachtens artikel 4 van Beschikking 2003/76/EG is 72,8 % van de middelen van het fonds beschikbaar voor de staalsector en 27,2 % voor de kolensector. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 181, lid 2, van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder hoofdstuk 08 05 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Beschikking 2003/76/EG van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (PB L 29 van 5.2.2003, blz. 22). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Beschikking 2003/76/EG bepaalt dat de Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen van het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Krachtens artikel 4, lid 5, van die beschikking worden de ingevorderde bedragen eerst geboekt bij het vermogen van de EGKS in liquidatie en, wanneer de liquidatie is afgesloten, bij de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Beschikking 2003/76/EG van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (PB L 29 van 5.2.2003, blz. 22). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Commissie p.m. Raad p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de steun voor commercieel succesvolle projecten, met mogelijke deelneming in de winst die voortkomt uit subsidies die in het kader van de Europese activiteiten op het gebied van risicodragend kapitaal uit de instrumenten Venture Consort en Eurotech Capital zijn verleend ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 62290,— Terugbetaling van terugvloeiende middelen en resterende bedragen van steun van de Unie aan risicodelingsinstrumenten die gefinancierd worden uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor de ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name de artikelen 14 en 36 bis. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 226292430,87 Terugbetaling van niet-gebruikte bijstand van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij, het Cohesiefonds, het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA), het Europees Visserijfonds (EVF), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor de ontvangsten zijn. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 108,96 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 987,69 Op deze post worden de terugbetalingen geboekt van de vooruitbetalingen in het kader van de structuurfondsen (het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds), het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds (EVF), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). De op deze post geboekte bedragen geven overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie, indien zij nodig zijn om de bijdrage van de fondsen aan de betrokken activiteit niet te laten dalen. Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1), met name artikel D van bijlage II. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikel 82, lid 2, en hoofdstuk II. Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 680991,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Terugbetaling door de Internationale Organisatie voor Atoomenergie van de bedragen welke de Commissie heeft voorgeschoten voor de door deze organisatie op grond van de verificatieovereenkomsten verrichte controles (artikelen 32 03 01 en 32 03 02 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie ter uitvoering van artikel III, de leden 1 en 4, van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (PB L 51 van 22.2.1978, blz. 1), met name artikel 15. Driepartijenovereenkomst tussen de Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Driepartijenovereenkomst tussen de Gemeenschap, Frankrijk en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Terugbetaling door leveranciers of begunstigden van uit hoofde van de ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika te veel ontvangen bedragen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de posten 21 02 05 01 en 21 02 05 02 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Bepalingen vervat in de berichten van aanbesteding of in de financiële bepalingen die zijn gevoegd bij de brieven van de Commissie waarin de voorwaarden voor de toekenning van voedselhulp aan de begunstigden worden omschreven. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EEG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 8000,— Bepalingen vervat in de leveringsmodaliteiten die zijn gevoegd bij de brieven van de Commissie waarin de voorwaarden voor de toekenning van voedselhulp aan de begunstigden worden omschreven. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EEG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 21 06 01, 21 06 02, 21 06 51 en 22 02 51 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 81 van 22.3.2007, blz. 1). Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109). ONTVANGSTEN UIT ONDER BEZWARENDE TITEL VERRICHTE DIENSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten uit leveringen onder bezwarende titel van grondstoffen of bijzondere splijtstoffen aan de lidstaten voor de uitvoering van onderzoeksprogramma's. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met name artikel 6, onder b). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 8321877,58 Ontvangsten voortvloeiende uit de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) van de vestiging te Petten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. Betalingen door derden ter dekking van alle soorten uitgaven in het kader van de exploitatie van de HFR door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05 en 10 04 04 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Voltooiing van vroegere programma's De ontvangsten zijn afkomstig van Frankrijk en Nederland. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 9161207,54 Ontvangsten afkomstig van personen, ondernemingen en nationale organen (derde partijen) waarvoor het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding werkzaamheden zal uitvoeren of diensten zal verrichten. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement zullen de eventuele ontvangsten worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05, 10 02 01, 10 02 51, 10 02 52, 10 03 01, 10 03 51, 10 03 52 en 10 04 02 van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie, ten bedrage van de specifieke uitgaven in het kader van elk contract met derden. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 87533,59 Besluit 2013/743/EU van de Raad bepaalt dat het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek overdracht van kennis en technologie moet bevorderen en aanvullende middelen moet genereren, o.a. door de exploitatie van de intellectuele eigendom. Volgens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met name artikel 12, hebben de lidstaten, personen en ondernemingen het recht om tegen betaling van een passende vergoeding niet-uitsluitende licenties op octrooien, voorlopig bescherming gevende rechten, gebruiksmodellen of octrooiaanvragen, die eigendom van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn, te verkrijgen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05, 10 04 02 en 10 04 03 en de hoofdstukken 10 02 en 10 03 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Artikelen 182 183 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 12 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Verordening (EEG) nr. 2380/74 van de Raad van 17 september 1974 tot vaststelling van de regels voor de verspreiding van kennis betreffende onderzoeksprogramma's voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 255 van 20.9.1974, blz. 1). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten, afkomstig van bijdragen, giften of legaten door derden, ten behoeve van diverse door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek verrichte activiteiten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 10 01 05 en de hoofdstukken 10 02, 10 03 en 10 04 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 61398662,70 Ontvangsten van andere Unie-instellingen of andere diensten van de Commissie waarvoor het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen betaling werk verricht en/of diensten verleent, en ontvangsten die voortvloeien uit de deelname aan de activiteiten van de kaderprogramma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort, die worden opgevoerd bij de artikelen 10 01 05, 10 02 01, 10 02 51, 10 02 52, 10 03 01, 10 03 51, 10 03 52 en 10 04 03 van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie, ten bedrage van de specifieke uitgaven in het kader van contracten met andere Unie-instellingen of diensten van de Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Volgens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met name artikel 12, hebben de lidstaten, personen en ondernemingen hebben het recht om tegen betaling van een passende vergoeding niet-uitsluitende licenties op octrooien, voorlopig bescherming gevende rechten, gebruiksmodellen of octrooiaanvragen, die eigendom van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn, te verkrijgen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Verordening (EEG) nr. 2380/74 van de Raad van 17 september 1974 tot vaststelling van de regels voor de verspreiding van kennis betreffende onderzoeksprogramma's voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 255 van 20.9.1974, blz. 1). BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 392009812,— Dit artikel dient voor de opname van de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, die voortvloeien uit hun financiële deelneming aan bepaalde activiteiten van de Unie overeenkomstig artikel 82 van en Protocol 32 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. De totale geraamde bijdrage is te vinden in de samenvatting die ter informatie wordt gegeven in een bijlage bij de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. De bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie worden de Commissie ter beschikking gesteld overeenkomstig de artikelen 1, 2 en 3 van Protocol 32 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1177891,59 Bijdragen aan de administratieve kosten die voortvloeien uit de Overeenkomst van 18 mei 1999 tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36), met name artikel 12 van die overeenkomst. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Raad p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 746489,08 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden geboekt bij de artikelen 18 02 07, 18 02 08, 18 02 09 en 18 03 03 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). Besluit 1999/439/EG van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de sluiting van de overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35). Besluit 2001/258/EG van de Raad van 15 maart 2001 inzake de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38), met name artikel 9 van die overeenkomst. Besluit 2001/886/JBZ van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4). Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3). Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4). Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63). Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1). Besluit 2008/147/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 3). Besluit 2008/149/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50). Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129). Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60). Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1). Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19). Besluit 2011/351/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 37). Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1). Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 31963,65 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot opvoering van aanvullende kredieten onder artikel 18 03 02 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). Besluit 1999/439/EG van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de sluiting van de Overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35). Besluit 2001/258/EG van de Raad van 15 maart 2001 inzake de sluiting van een Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38), met name artikel 9 van de overeenkomst. Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1). Besluit 2008/147/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 3). Besluit 2008/149/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50). Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11). Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1). Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19). Besluit 2012/192/EU van de Raad van 12 juli 2010 over de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van deze staten aan de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 103 van 13.4.2012, blz. 1.). Besluit 2012/193/EU van de Raad van 13 maart 2012 over de sluiting, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van deze staten aan de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 103 van 13.4.2012, blz. 3). Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het Besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27). Besluit 2014/185/EU van de Raad van 11 februari 2014 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 102 van 5.4.2014, blz. 1). Besluit 2014/194/EU van de Raad van 11 februari 2014 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Republiek IJsland aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 106 van 9.4.2014, blz. 2). Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Besluit nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143). Besluit (EU) 2014/301 van de Raad van 19 mei 2014 inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van Noorwegen aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 157 van 27.5.2014, blz. 33). Besluit (EU) 2014/344 van de Raad van 19 mei 2014 inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van Liechtenstein aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 170 van 11.6.2014, blz. 49). Besluit (EU) 2016/350 van de Raad van 25 februari 2016 inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 61). Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende extra voorschriften met betrekking tot het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, ondertekend op 8 december 2016. Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende aanvullende regels met betrekking tot het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, ondertekend op 8 december 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011 (COM(2016) 194 final), door de Commissie ingediend op 6 april 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/794 en (EU) 2016/1624 (COM(2016) 731 final). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 96451586,29 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) die bijdragen tot de kosten van de ondersteuningsmaatregelen gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder post 21 01 04 07 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1). Besluit 2013/759/EU van de Raad van 12 december 2013 betreffende overgangsmaatregelen voor het beheer van het EOF tussen 1 januari 2014 en de inwerkingtreding van het elfde Europees Ontwikkelingsfonds (PB L 335 van 14.12.2013, blz. 48). Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008/2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2011 — Opstelling van het meerjarig financieel kader betreffende de financiering van de EU-samenwerking met de landen van Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan en de landen en gebieden overzee voor de periode 2014-2020 (Elfde Europees Ontwikkelingsfonds) (COM(2011) 837 final). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 24483151,90 Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van de lidstaten inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2167565,18 Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van derde landen inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1600000,— Op deze post worden de beheersprovisies geboekt die de Commissie tot maximaal 5 % van de in het trustfonds samengebrachte bedragen mag inhouden bij wijze van vergoeding voor haar beheerskosten voor de jaren waarin de bijdragen aan elk trustfonds voor het eerst werden gebruikt. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement worden deze beheersvergoedingen voor de duur van het trustfonds gelijkgesteld met bestemmingsontvangsten. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 187, lid 7. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 259. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Jaarlijkse terugbetalingen, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, die worden terugbetaald aan de Commissie of aan de trustrekeningen die zijn geopend voor financiële instrumenten en zijn toe te schrijven aan steun uit de begroting uit hoofde van een financieringsinstrument, vormen overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement interne bestemmingsontvangsten en worden gebruikt voor dezelfde financieringsinstrumenten, onverminderd lid 9 van artikel 140 van dezelfde verordening, gedurende een termijn die niet langer duurt dan de termijn voor de vastlegging van kredieten plus twee jaar, tenzij in een basisbesluit anders is bepaald. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 140, lid 6. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. FINANCIËLE CORRECTIES Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 20076489,01 Op deze post worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL — afdeling Oriëntatie), het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (FIOV) en het Cohesiefonds (CF) in verband met de programmeringsperiode voor het jaar 2000. De op dit artikel opgenomen bedragen geven overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 doet die verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van bijstand met medefinanciering uit de structuurfondsen of van projecten met medefinanciering uit het Cohesiefonds die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 2052/88, (EEG) nr. 4253/88, (EG) nr. 1164/94 en (EG) nr. 1260/1999 of van enige andere regelgeving die op 31 december 2006 op de betrokken bijstand van toepassing was; de betrokken regelgeving blijft derhalve van toepassing op de bijstand of de projecten totdat deze worden afgesloten. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1), met name artikel 24. Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EEG) nr. 4256/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het EOGFL, afdeling Oriëntatie (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 25). Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 193 van 31.7.1993, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39, lid 2. Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 166865494,34 Op dit artikel worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) — afdeling Oriëntatie), het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (FIOV), het Cohesiefonds (CF) en het speciale toetredingsprogramma op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling (Sapard), voor de programmeringsperiode 2000-2006, en het overgangsinstrument voor plattelandsontwikkeling (OIPO), gefinancierd uit het EOGFL — afdeling Garantie. De op dit artikel opgenomen bedragen geven overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 doet die verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van bijstand met medefinanciering uit de structuurfondsen of van projecten met medefinanciering uit het Cohesiefonds die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 2052/88, (EEG) nr. 4253/88, (EG) nr. 1164/94 en (EG) nr. 1260/1999 of van enige andere regelgeving die op 31 december 2006 op de betrokken bijstand van toepassing was; de betrokken regelgeving blijft derhalve van toepassing op de bijstand of de projecten totdat deze worden afgesloten. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39, lid 2. Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 1999 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 448/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de procedure inzake financiële correcties betreffende uit de structuurfondsen toegekende bijstand (PB L 64 van 6.3.2001, blz. 13). Verordening (EG) nr. 1386/2002 van de Commissie van 29 juli 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen en de procedure inzake financiële correcties betreffende uit het Cohesiefonds toegekende bijstand (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 5). Verordening (EG) nr. 27/2004 van de Commissie van 5 januari 2004 houdende overgangsbepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad met betrekking tot de financiering door het EOGFL, afdeling Garantie, van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 36). Verordening (EG) nr. 141/2004 van de Commissie van 28 januari 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad ten aanzien van de overgangsmaatregelen voor plattelandsontwikkeling die gelden voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Op deze post worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Visserijfonds (EVF) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA I) in verband met de programmeringsperiode 2007-2013. De op dit artikel opgenomen bedragen geven overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Op deze post worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) in verband met de programmeringsperiode 2014-2020. De op dit artikel opgenomen bedragen geven overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 596149925,86 Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van deze titel en die aanleiding geven tot de opvoering van aanvullende kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Europees Parlement p.m. Raad p.m. Commissie p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal p.m. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 60000000 60000000 28526384,61 Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van titel 6. Europees Parlement p.m. Commissie 60000000 Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 60000000 ONTVANGSTEN IN HET KADER VAN HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) EN HET EUROPEES LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (ELFPO) Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1066592735,69 Op deze post worden de ontvangsten geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de algemene begroting van de Unie gegeven conformiteitsbesluiten betreffende uitgaven gefinancierd uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (afdeling Garantie) in het kader van rubriek 1 van de financiële vooruitzichten 2000-2006 en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in het kader van rubriek 2 van het meerjarig financieel kader 2007-2013 en 2014-2020 overeenkomstig de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Deze post omvat correcties vanwege de niet-naleving van betalingstermijnen overeenkomstig artikel 40 van deze verordening. Op deze post worden ook bedragen geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de begroting van de Unie gegeven conformiteitsbesluiten betreffende uitgaven die zijn gefinancierd door de bij Verordening (EG) nr. 320/2006 ingestelde tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Gemeenschap (Fonds voor de herstructurering van de suikerindustrie), die op 30 september 2012 is afgelopen. Overeenkomstig artikel 1, van Verordening (EG) nr. 320/2006 en artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie. De op deze post geboekte ontvangsten zijn geraamd op 2580000000 EUR, inclusief 1302000000 EUR die naar verwachting van 2016 naar 2017 wordt overgedragen overeenkomstig artikel 14 van het Financieel Reglement. Bij de opstelling van de begroting 2017 is rekening gehouden met een bedrag van 400000000 EUR voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 02 08 (post 05 02 08 03) en met het resterende bedrag van 2180000000 EUR voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 155453811,40 Op deze post worden bedragen geboekt die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of nalatigheden, inclusief de daarmee samenhangende rente, in het bijzonder bedragen die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of fraude, ontvangen boeten en rente, en verbeurd verklaarde zekerheden, deposito's of waarborgen, betreffende uitgaven gefinancierd uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (afdeling Garantie) in het kader van rubriek 1 van de financiële vooruitzichten 2000-2006 en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in het kader van rubriek 2 van het meerjarig financieel kader 2007-2013 en 2014-2020 overeenkomstig de artikelen 54 en 55 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Op deze post worden ook bedragen, inclusief rente, boeten en verkregen zekerheden geboekt die in verband met onregelmatigheden of nalatigheden zijn teruggevorderd, betreffende uitgaven die zijn gefinancierd uit de bij Verordening (EG) nr. 320/2006 ingestelde tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie (Fonds voor de herstructurering van de suikerindustrie) in de Unie vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 320/2006, die per 30 september 2012 is afgeschaft. Deze post dient ook ter dekking van de teruggevorderde nettobedragen waarvoor de lidstaten 20 % kunnen inhouden overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Overeenkomstig artikel 1, van Verordening (EG) nr. 320/2006 en de artikelen 43 en 55 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie. De ontvangsten voor deze post worden geraamd op 152000000 EUR. Bij de opstelling van de begroting 2017 is met dit bedrag rekening gehouden voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 409588955,14 Op deze post worden de ontvangsten geboekt in verband met de overschotheffing van het melkquotastelsel, die worden geïnd of teruggevorderd overeenkomstig deel II, titel I, hoofdstuk III, deel III van Verordening (EG) nr. 1234/2007, met name artikel 78. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van de afdeling III Commissie. De superheffing voor melk werd voor het laatst geïnd en aangegeven door de lidstaten in het kader van de algemene begroting van de Unie voor 2016 naar aanleiding van de afschaffing van de melkquotaregeling in het kalenderjaar 2015. Alle op deze post geboekte ontvangsten zouden alleen worden benut voor mogelijke regularisaties van sommige dossiers, waarvoor geen voorafgaande ramingen mogelijk waren en zouden worden gebruikt voor de financieringsbehoeften voor maatregelen uit hoofde van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 237409797,77 Op deze post worden de bedragen geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de algemene begroting van de Unie genomen boekhoudbesluiten en conformiteitsbesluiten betreffende voor plattelandsontwikkeling uit het Elfpo gefinancierde uitgaven, overeenkomstig de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Op deze post worden ook voorschotten geboekt die in het kader van het Elfpo waren betaald en die worden terugbetaald. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het Elfpo. Bij de opstelling van de begroting 2017 werd geen specifiek bedrag voor de artikelen 05 04 05 en 05 04 60 voorzien. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 3784225,54 Op deze post worden bedragen geboekt die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of nalatigheden, inclusief de daarmee samenhangende rente, in het bijzonder bedragen die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of fraude, ontvangen boeten en rente, en verbeurd verklaarde zekerheden, betreffende uitgaven in het kader van plattelandsontwikkeling (Elfpo) overeenkomstig de artikelen 54 en 56 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het Elfpo. Bij de opstelling van de begroting 2017 werd geen specifiek bedrag voor de artikelen 05 04 05 en 05 04 60 voorzien. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). ACHTERSTANDSRENTE EN GELDBOETEN GELDBOETEN EN DWANGSOMMEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 7 0 7 0 0Achterstandsrente 7 0 0 0 Achterstandsrente met betrekking tot door de lidstaten ter beschikking gestelde eigen middelen 5000000 5000000 22566266,97 451,33 7 0 0 1 Overige achterstandsrente p.m. 3000000 423965,88 Artikel 7 0 0 — Totaal 5000000 8000000 22990232,85 459,80 7 0 1 Achterstandsrente met betrekking tot geldboeten en dwangsommen 15000000 15000000 86069211,25 573,79 7 0 2 Rente op deposito's in het kader van de economische governance van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 7 0 9 Overige rente p.m. HOOFDSTUK 7 0 — TOTAAL 20000000 23000000 109059444,10 545,30 HOOFDSTUK 7 1 7 1 0 Geldboeten, dwangsommen en andere sancties in verband met de uitvoering van de mededingingsregels 1100000000 100000000 1439608863,28 130,87 7 1 1 Artikel 7 1 1 — Aan een lidstaat opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen wegens niet-nakoming van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat een lidstaat een krachtens het Verdrag op hem rustende verplichting niet is nagekomen p.m. p.m. 153278000,— 7 1 2 Geldboeten wegens fraude en onregelmatigheden ten koste van de financiële belangen van de Europese Unie p.m. 7 1 3 Artikel 7 1 3 — Geldboeten in het kader van de economische governance van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 7 1 9Andere geldboeten en dwangsommen 7 1 9 0 Andere geldboeten en dwangsommen — Bestemmingsontvangsten p.m. 7 1 9 1 Andere geldboeten en dwangsommen zonder specifieke bestemming p.m. p.m. 1118861,29 Artikel 7 1 9 — Totaal p.m. p.m. 1118861,29 HOOFDSTUK 7 1 — TOTAAL 1100000000 100000000 1594005724,57 144,91 Titel 7 — Totaal 1120000000 123000000 1703065168,67 152,06 ACHTERSTANDSRENTE EN GELDBOETEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 5000000 5000000 22566266,97 Elke te late boeking op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde rekening die op naam van de Commissie is geopend, verplicht de betrokken lidstaat tot het betalen van rente. Indien het rentebedrag lager is dan 500 EUR wordt echter niet tot inning overgegaan. Voor de btw-middelen en de bni-middelen moet alleen rente worden betaald aangaande vertragingen bij de boeking van in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde bedragen. Voor de lidstaten van de economische en monetaire unie is de rentevoet gelijk aan de door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet van de eerste dag van de maand van de vervaldag, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Voor de lidstaten die niet aan de economische en monetaire unie deelnemen, is de rentevoet gelijk aan de rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand door de respectieve centrale banken op hun basisherfinancieringstransacties wordt toegepast, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Voor de lidstaten waarvoor de rentevoet van de centrale bank niet beschikbaar is, is de rentevoet gelijk aan de meest equivalente rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand op de geldmarkt van de lidstaat wordt toegepast, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Deze rente wordt met 0,25 punt per maand vertraging verhoogd. De totale stijging mag niet meer dan 16 procentpunten bedragen. De verhoogde rente geldt voor de gehele periode van de vertraging. Raad p.m. Commissie 5000000 Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 5000000 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 12. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 3000000 423965,88 Op deze post wordt achterstandsrente geboekt op vorderingen met uitzondering van de eigen middelen. Raad p.m. Commissie p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Total p.m. Protocol 32 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3), met name artikel 2, lid 5. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikel 102. Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 83. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 15000000 15000000 86069211,25 Onder dit artikel wordt de uitstaande rente geboekt op bijzondere bankrekeningen voor geldboeten en achterstandsrente in verband met geldboeten en dwangsommen, met inbegrip van door lidstaten te betalen dwangsommen. Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1), met name de artikelen 14 en 15. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 83. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Nieuw artikel (omvat onderdeel van voormalige post 7 2 0 0) Onder dit artikel wordt de rente geboekt op deposito's in het kader van de economische governance van de Unie. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6), met name artikel 16. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuw artikel Onder dit artikel worden alle andere mogelijke rente-inkomsten geboekt die betrekking hebben op betalingsachterstand en die niet onder hoofdstuk 7 0 zijn opgenomen en die alleen in uitzonderlijke omstandigheden verschuldigd zijn, waardoor de oprichting van een specifiek begrotingsonderdeel niet gerechtvaardigd is. GELDBOETEN EN DWANGSOMMEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 1100000000 100000000 1439608863,28 De Commissie kan boeten, dwangsommen en andere sancties opleggen aan ondernemingen en ondernemersverenigingen bij niet-nakoming van een verbod of niet-uitvoering van verplichtingen in het kader van de hierna vermelde verordeningen of van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De geldboeten moeten in de regel worden betaald binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit van de Commissie. De Commissie int het verschuldigde bedrag echter niet wanneer een onderneming in beroep gaat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uiterlijk op de uiterste datum voor betaling moet de onderneming hetzij een voorlopige betaling ter beschikking stellen van de Commissie, hetzij een financiële garantie verstrekken die zowel de hoofdsom van de schuld als de rente of toeslagen dekt. Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1), met name de artikelen 14 en 15. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 153278000,— Oud artikel 7 1 2 Onder dit artikel worden de aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen geboekt wegens niet-nakoming van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat een lidstaat een krachtens het Verdrag op hem rustende verplichting niet is nagekomen. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 260, lid 2. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe inhoud Onder dit artikel worden de mogelijke geldboeten geboekt die het gevolg zijn van door de Commissie getroffen maatregelen bij vaststelling van onregelmatigheden in het kader van de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Verordening (EU) nr. 1294/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma voor douane in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Douane 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 624/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Nieuw artikel (omvat onderdeel van voormalige post 7 2 0 0) Onder dit artikel worden de geldboeten geboekt in het kader van de economische governance van de Unie. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6), met name artikel 16. Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8). Nieuw artikel Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van titel 7 en die aanleiding geven tot de opvoering van aanvullende kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1118861,29 Nieuwe post (omvat oud artikel 7 1 1) Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van artikel 7 1 0. ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR IN DE LIDSTATEN OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN DOOR DE COMMISSIE VERSTREKTE LENINGEN ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR LENINGEN OPGENOMEN DOOR EN VERSTREKT AAN DERDE LANDEN ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE IN DERDE LANDEN DOOR FINANCIËLE INSTELLINGEN VERSTREKTE LENINGEN OPBRENGSTEN VAN PARTICIPATIES IN GARANTIE-INSTELLINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 8 0 8 0 0 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Unieleningen ter ondersteuning van betalingsbalansen p.m. p.m. 0,— 8 0 1 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Euratom-leningen p.m. p.m. 0,— 8 0 2 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Unieleningen voor financiële bijstand in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 0 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 1 8 1 0 Aflossingen op en renteopbrengst van in het kader van de financiële samenwerking met derde landen van het Middellandse Zeegebied verstrekte speciale leningen en risicodragend kapitaal p.m. p.m. 36735192,12 8 1 3 Aflossingen op en renteopbrengst van door de Commissie in het kader van European Union Investment Partners aan de ontwikkelingslanden in het Middellandse Zeegebied en Zuid-Afrika verstrekte leningen en risicodragend kapitaal p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 1 — TOTAAL p.m. p.m. 36735192,12 HOOFDSTUK 8 2 8 2 7 Garantie van de Europese Unie voor de leningprogramma's van de Unie om macrofinanciële bijstand te verlenen aan derde landen p.m. p.m. 0,— 8 2 8 Garantie van de Europese Unie voor de door Euratom opgenomen leningen voor de verbetering van de efficiëntie en de veiligheid van kerncentrales in de landen van Midden- en Oost-Europa, alsmede in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 2 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 3 8 3 5 Garantie van de Europese Unie voor door de Europese Investeringsbank aan derde landen verstrekte leningen p.m. p.m. 0,— 8 3 6 Garantie van de Europese Unie voor het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) p.m. HOOFDSTUK 8 3 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 5 8 5 0 Door het Europees Investeringsfonds uitgekeerde dividenden 6928960 5217537 5678625,50 81,95 HOOFDSTUK 8 5 — TOTAAL 6928960 5217537 5678625,50 81,95 Titel 8 — Totaal 6928960 5217537 42413817,62 612,12 ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR IN DE LIDSTATEN OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— De garantie van de Unie betreft op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen opgenomen leningen. Het bedrag dat in hoofdsom aan de lidstaten kan worden toegekend, is beperkt tot 50000000000 EUR. Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 02 02 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1). Beschikking 2009/102/EG van de Raad van 4 november 2008 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Hongarije (PB L 37 van 6.2.2009, blz. 5). Beschikking 2009/290/EG van de Raad van 20 januari 2009 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Letland (PB L 79 van 25.3.2009, blz. 39). Beschikking 2009/459/EG van de Raad van 6 mei 2009 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Roemenië (PB L 150 van 13.6.2009, blz. 8). Besluit van de Raad van 12 mei 2011 tot verlening van anticiperende financiële bijstand van de Unie op middellange termijn aan Roemenië (PB L 132 van 19.5.2011, blz. 15). Besluit van de Raad van 22 oktober 2013 tot verlening van anticiperende financiële bijstand van de Unie op middellange termijn aan Roemenië (PB L 286 van 29.10.2013, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 04 03 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 77/270/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 9). Besluit 77/271/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 11). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— De garantie van de Unie betreft leningen die opgenomen zijn op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. Het uitstaande bedrag van de leningen of kredietlijnen die aan de lidstaten worden verstrekt, moet binnen de marges vallen waarin de rechtsgrondslag voorziet. Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 02 03 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1). Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU van de Raad van 7 december 2010 tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Ierland (PB L 30 van 4.2.2011, blz. 34). Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU van de Raad van 30 mei 2011 tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Portugal (PB L 159 van 17.6.2011, blz. 88). DOOR DE COMMISSIE VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 36735192,12 Op dit artikel worden de aflossingen op en de renteopbrengst geboekt van speciale leningen en risicodragend kapitaal die uit de kredieten van de hoofdstukken 22 02 en 22 04 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie zijn verstrekt aan derde landen van het Middellandse Zeegebied. Het bevat ook de aflossingen op en de renteopbrengst van speciale leningen en risicodragend kapitaal verstrekt aan sommige lidstaten in het Middellandse Zeegebied, maar dit maakt slechts een zeer klein gedeelte van het totale bedrag uit. De leningen dateren van toen de betrokken landen nog geen lid van de Unie waren. De werkelijke ontvangsten overtreffen gewoonlijk de begrotingsramingen, in verband met de uitkering in het voorgaande begrotingsjaar alsmede in het lopende begrotingsjaar van speciale leningen en risicodragend kapitaal waarover rente moet worden betaald. De rente op speciale leningen en risicodragend kapitaal loopt vanaf het ogenblik van uitkering; in het eerste geval wordt deze halfjaarlijks betaald, in het tweede geval doorgaans jaarlijks. Op deze post kunnen overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de bestemmingsontvangsten worden geboekt die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voor de rechtsgrondslag, zie de toelichting bij hoofdstukken 22 02 en 22 04 van de staat van uitgaven in afdeling III Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Op dit artikel worden de kapitaalaflossingen en de renteopbrengst geboekt van leningen en risicodragend kapitaal uit de kredieten in artikels 21 02 51 en 22 04 51 van de staat van ontvangsten van afdeling III Commissie onder de concrete actie EU-investeringspartners. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Voor de rechtsgrondslag, zie de toelichting bij de artikelen 21 02 51 en 22 04 51 van de staat van uitgaven in afdeling III Commissie. ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR LENINGEN OPGENOMEN DOOR EN VERSTREKT AAN DERDE LANDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 03 03 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 97/471/EG van de Raad van 22 juli 1997 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (PB L 200 van 29.7.1997, blz. 59). Besluit 97/472/EG van de Raad van 22 juli 1997 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bulgarije (PB L 200 van 29.7.1997, blz. 61). Besluit 97/787/EG van de Raad van 17 november 1997 tot toekenning van buitengewone financiële bijstand aan Armenië en Georgië (PB L 322 van 25.11.1997, blz. 37). Besluit 98/592/EG van de Raad van 15 oktober 1998 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 284 van 22.10.1998, blz. 45). Besluit 1999/325/EG van de Raad van 10 mei 1999 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (PB L 123 van 13.5.1999, blz. 57). Besluit 1999/731/EG van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Bulgarije (PB L 294 van 16.11.1999, blz. 27). Besluit 1999/732/EG van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Roemenië (PB L 294 van 16.11.1999, blz. 29). Besluit 1999/733/EG van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (PB L 294 van 16.11.1999, blz. 31). Besluit 2001/549/EG van de Raad van 16 juli 2001 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 38). Besluit 2002/639/EG van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22). Besluit 2002/882/EG van de Raad van 5 november 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 308 van 9.11.2002, blz. 25). Besluit 2002/883/EG van de Raad van 5 november 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (PB L 308 van 9.11.2002, blz. 28). Besluit 2004/580/EG van de Raad van 29 april 2004 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Albanië en tot intrekking van Besluit 1999/282/EG (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 116). Besluit 2007/860/EG van de Raad van 10 december 2007 tot toekenning van communautaire macro-financiële bijstand aan Libanon (PB L 337 van 21.12.2007, blz. 111). Besluit 2009/890/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Armenië (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 3). Besluit 2009/891/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 6). Besluit 2009/892/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 9). Besluit nr. 388/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 179 van 14.7.2010, blz. 1). Besluit nr. 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 15). Besluit nr. 1025/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Kirgizische Republiek (PB L 283 van 25.10.2013, blz. 1). Besluit nr. 1351/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 4). Besluit 2014/215/EU van de Raad van 14 april 2014 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 111 van 15.4.2014, blz. 85). Besluit nr. 534/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië (PB L 151 van 21.5.2014, blz. 9). Besluit (EU) 2015/601 van het Europees Parlement en de Raad van 15 april 2015 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 100 van 17.4.2015, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 03 04 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 77/270/Euratom van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 9). Voor de rechtsgrond van de Euratom-leningen aan lidstaten, zie de toelichting bij artikel 8 0 1. ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE IN DERDE LANDEN DOOR FINANCIËLE INSTELLINGEN VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van post 01 03 05 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. In de bijlage Opgenomen en verstrekte leningen van afdeling III Commissie wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit van de Raad van 8 maart 1977 (Middellandse Zeeprotocollen). Verordening (EEG) nr. 1273/80 van de Raad van 23 mei 1980 houdende sluiting van het Interim-protocol tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië betreffende de vervroegde tenuitvoerlegging van Protocol nr. 2 van de Samenwerkingsovereenkomst (PB L 130 van 27.5.1980, blz. 98). Besluit van de Raad van 19 juli 1982 (aanvullende uitzonderlijke hulp voor de wederopbouw van Libanon). Verordening (EEG) nr. 3180/82 van de Raad van 22 november 1982 betreffende de sluiting van het Protocol inzake de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 337 van 29.11.1982, blz. 22). Verordening (EEG) nr. 3183/82 van de Raad van 22 november 1982 betreffende de sluiting van het Protocol inzake de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 337 van 29.11.1982, blz. 43). Besluit van de Raad van 9 oktober 1984 (lening aan Joegoslavië buiten het protocol om). Besluit 87/604/EEG van de Raad van 21 december 1987 betreffende de sluiting van het Tweede Protocol betreffende de financiële samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (PB L 389 van 31.12.1987, blz. 65). Besluit 88/33/EEG van de Raad van 21 december 1987 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 22 van 27.1.1988, blz. 25). Besluit 88/34/EEG van de Raad van 21 december 1987 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 22 van 27.1.1988, blz. 33). Besluit 88/453/EEG van de Raad van 30 juni 1988 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko (PB L 224 van 13.8.1988, blz. 32). Besluit 90/62/EEG van de Raad van 12 februari 1990 waarbij de Gemeenschap zich jegens de Europese Investeringsbank garant stelt voor verliezen op leningen voor projecten in Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië (PB L 42 van 16.2.1990, blz. 68). Besluit 91/252/EEG van de Raad van 14 mei 1991 houdende uitbreiding tot Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië van Besluit 90/62/EEG waarbij de Gemeenschap zich jegens de Europese Investeringsbank garant stelt voor verliezen op leningen voor projecten in Hongarije en Polen (PB L 123 van 18.5.1991, blz. 44). Besluit 92/44/EEG van de Raad van 19 december 1991 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 18 van 25.1.1992, blz. 34). Besluit 92/207/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Republiek Egypte (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 21). Besluit 92/208/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 29). Besluit 92/209/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 37). Besluit 92/210/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Staat Israël (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 45). Verordening (EEG) nr. 1763/92 van de Raad van 29 juni 1992 betreffende de financiële samenwerking met de mediterrane derde landen (PB L 181 van 1.7.1992, blz. 5), ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1488/96 (PB L 189 van 30.7.1996, blz. 1). Besluit 92/548/EEG van de Raad van 16 november 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko (PB L 352 van 2.12.1992, blz. 13). Besluit 92/549/EEG van de Raad van 16 november 1992 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek (PB L 352 van 2.12.1992, blz. 21). Besluit 93/115/EEG van de Raad van 15 februari 1993 waarbij aan de Europese Investeringsbank een garantie van de Gemeenschap wordt verleend voor verliezen uit hoofde van leningen voor projecten van gemeenschappelijk belang in bepaalde derde landen (PB L 45 van 23.2.1993, blz. 27). Besluit 93/166/EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot toekenning van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor investeringsprojecten in Estland, Letland en Litouwen (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 42). Besluit 93/408/EEG van de Raad van 19 juli 1993 inzake de sluiting van het Protocol betreffende de financiële samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Slovenië (PB L 189 van 29.7.1993, blz. 152). Besluit 93/696/EG van de Raad van 13 december 1993 tot toekenning van de garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor projecten in de Midden- en Oost-Europese landen (Polen, Hongarije, Tsjechische Republiek, Slowaakse Republiek, Roemenië, Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen en Albanië) (PB L 321 van 23.12.1993, blz. 27). Besluit 94/67/EG van de Raad van 24 januari 1994 houdende sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek (PB L 32 van 5.2.1994, blz. 44). Besluit 95/207/EG van de Raad van 1 juni 1995 tot toekenning van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor projecten in Zuid-Afrika (PB L 131 van 15.6.1995, blz. 31). Besluit 95/485/EG van de Raad van 30 oktober 1995 betreffende de sluiting van het Protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Cyprus (PB L 278 van 21.11.1995, blz. 22). Besluit 96/723/EG van de Raad van 12 december 1996 waarbij aan de Europese Investeringsbank een garantie van de Gemeenschap wordt verleend voor verliezen op leningen voor projecten van gemeenschappelijk belang in landen in Latijns-Amerika en Azië waarmee de Gemeenschap samenwerkingsovereenkomsten gesloten heeft (Argentinië, Bolivië, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, El Salvador, Uruguay en Venezuela; Bangladesh, Brunei, China, India, Indonesië, Macao, Maleisië, Pakistan, Filipijnen, Singapore, Sri Lanka, Thailand en Viëtnam) (PB L 329 van 19.12.1996, blz. 45). Besluit 97/256/EG van de Raad van 14 april 1997 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (landen in Midden- en Oost-Europa, mediterrane landen, landen in Azië en Latijns-Amerika, Zuid-Afrika, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Bosnië-Herzegovina) (PB L 102 van 19.4.1997, blz. 33). Besluit 98/348/EG van de Raad van 19 mei 1998 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en tot wijziging van Besluit 97/256/EG tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (landen in Midden- en Oost-Europa, mediterrane landen, landen in Azië en Latijns-Amerika, Zuid-Afrika) (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 53). Besluit 1999/786/EG van de Raad van 29 november 1999 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank (EIB) voor verliezen uit leningen voor projecten voor de wederopbouw van de door de aardbeving getroffen gebieden van Turkije (PB L 308 van 3.12.1999, blz. 35). Besluit 2000/24/EG van de Raad van 22 december 1999 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (Midden- en Oost-Europa, Middellandse Zeegebied, Latijns-Amerika en Azië en de Republiek Zuid-Afrika) (PB L 9 van 13.1.2000, blz. 24). Besluit 2001/777/EG van de Raad van 6 november 2001 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op buitengewone leningen, in het kader van de Noordelijke Dimensie verstrekt voor concrete milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland (PB L 292 van 9.11.2001, blz. 41). Besluit 2005/48/EG van de Raad van 22 december 2004 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor bepaalde projecten in Rusland, Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland (PB L 21 van 25.1.2005, blz. 11). Besluit 2006/1016/EG van de Raad van 19 december 2006 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (PB L 414 van 30.12.2006, blz. 95). Besluit 633/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Gemeenschap (PB L 190 van 22.7.2009, blz. 1). Besluit 1080/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Unie (PB L 280 van 27.10.2011, blz. 1). Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op financieringsverrichtingen van projecten buiten de Unie (PB L 135 van 8.5.2014, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuw artikel Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 03 07 van de staat van uitgaven van afdeling III Commissie voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. OPBRENGSTEN VAN PARTICIPATIES IN GARANTIE-INSTELLINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 6928960 5217537 5678625,50 Dit artikel dient voor het ontvangen van door het Europees Investeringsfonds krachtens deze bijdrage uitgekeerde dividenden. Besluit 94/375/EG van de Raad van 6 juni 1994 betreffende het lidmaatschap van de Gemeenschap van het Europees Investeringsfonds (PB L 173 van 7.7.1994, blz. 12). Besluit 2007/247/EG van de Raad van 19 april 2007 inzake de deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 107 van 25.4.2007, blz. 5). Besluit nr. 562/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de deelneming van de Europese Unie in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 156 van 24.5.2014, blz. 1). DIVERSE ONTVANGSTEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 9 0 9 0 0 Diverse ontvangsten 25001000 25001000 19392981,26 77,57 HOOFDSTUK 9 0 — TOTAAL 25001000 25001000 19392981,26 77,57 Titel 9 — Totaal 25001000 25001000 19392981,26 77,57 TOTAAL-GENERAAL 134490371363 136642470609 146623630294,45 109,02 DIVERSE ONTVANGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 25001000 25001000 19392981,26 Onder dit artikel worden diverse ontvangsten geboekt. Europees Parlement 1000 Raad p.m. Commissie 25000000 Hof van Justitie van de Europese Unie p.m. Rekenkamer p.m. Europees Economisch en Sociaal Comité p.m. Comité van de Regio's p.m. Europese Ombudsman p.m. Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming p.m. Europese Dienst voor extern optreden p.m. Totaal 25001000 PERSONEEL VOLGENS DE LIJST VAN HET AANTAL AMBTEN Instellingen 2017 2016 Vaste ambten Tijdelijke ambten Vaste ambten Tijdelijke ambten Europees Parlement 5467 1276 5596 1201 Europese Raad en Raad 2991 36 3004 36 Commissie: 23335 421 23617 427
Administratie
18411 375 18482 375
Onderzoek en technologische ontwikkeling
3285 3431
Bureau voor publicaties van de Europese Unie
595 613
Europees Bureau voor fraudebestrijding
304 45 317 51
Europees Bureau voor personeelsselectie
108 1 111 1
Bureau beheer en afwikkeling van de individuele rechten
165 169
Bureau voor infrastructuur en logistiek in Brussel
339 360
Bureau voor infrastructuur en logistiek in Luxemburg
128 134 Hof van Justitie van de Europese Unie 1541 522 1551 522 Rekenkamer 712 141 721 141 Europees Economisch en Sociaal Comité 626 39 635 35 Comité van de Regio's 435 54 442 54 Europese Ombudsman 46 19 47 19 Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 56 47 Europese Dienst voor extern optreden 1610 1 1627 1 Totaal 36819 2509 37287 2436 Door de Unie opgerichte organen met rechtspersoonlijkheid 2017 2016 Vaste ambten Tijdelijke ambten Vaste ambten Tijdelijke ambten Gedecentraliseerde organen 111 5409 116 5134 Europese gemeenschappelijke ondernemingen 52 270 55 267 Europees Instituut voor innovatie en technologie 41 39 Uitvoerende agentschappen 590 571 Totaal 163 6310 171 6011 ONROERENDGOEDBEZIT Instelling Huurpanden Onroerendgoedbezit Kredieten 2017 Kredieten 2016 Afdeling I Europees Parlement 37169000 33058000 942705792 Afdeling II Europese Raad en Raad 1982000 3829000 288808275 Afdeling III Commissie: 1549913583,70 — Zetels (Brussel en Luxemburg) 250846000 249276000 1327003970,66 — Bureaus in de Unie 12295000 12724000 31463200,85 — Voedsel- en Veterinair Bureau 2285000 2285000 16110897,35 — delegaties van de Unie 21931000 22160000 — — Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek 1376014 1374083 175335514,84 — Bureau voor publicaties van de Europese Unie 6727000 7100000 — — Europees Bureau voor fraudebestrijding 5109000 5109000 — — Europees Bureau voor personeelsselectie 2852000 2812000 — — Bureau beheer en afwikkeling van de individuele rechten 3661000 3619000 — — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel 5760000 5675000 — — Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg 1827000 1458000 — Afdeling IV Hof van Justitie van de Europese Unie 41893000 42321500 350744694,19 Afdeling V Rekenkamer 175000 169000 78526569,68 Afdeling VI Europees Economisch en Sociaal Comité 14034634 13886537 107982395 Afdeling VII Comité van de Regio's 14218674 14034634 69426868 Afdeling VIII Europese Ombudsman 749000 749000 — Afdeling IX Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 926000 922000 — Afdeling X Europese Dienst voor extern optreden 317954680,54 — hoofdzetel (Brussel) 18372000 18372000 — delegaties van de Unie 84055736 84055736 Totaal 528292222 525188534 3706062858,11 Instelling Plaats Jaar van verwerving Boekwaarde Subtotalen Totalen Europees Parlement Brussel 587139829 Grond 125647743 Paul-Henri Spaak 1993 28732888 Altiero Spinelli 1995 180230846 Willy Brandt 2007 67534592 József Antall 2008 97756866 Atrium 1999 15400959 Atrium II 2004 5677330 Montoyer 75 2006 16242614 Trier 2011 12394135 Eastman 2008 13258333 Cathedrale 2005 1490261 Wayenberg (Marie Haps) 2003 4527094 Remard 2010 10476167 Montoyer 70 2012 7770000 Straatsburg Louise Weiss 1998 164593801 264802844 Churchill, de Madariaga, Pflimlin 2006 93519043 Václav Havel 2012 6690000 Luxemburg Konrad Adenauer 2003 31206668 32603589 KAD Z 2010 1396921 Jean Monnet House (Bazoches) 1982 1021800 Bureaus in de Unie Lissabon 1986 232139 57137731 Athene 1991 2260372 Kopenhagen 2005 3041244 's-Gravenhage 2006 4038024 Valletta 2006 1917473 Nicosia 2006 2407576 Wenen 2008 21625240 Londen 2008 10268056 Boedapest 2010 3026506 Sofia 2013 8321100 Europese Raad en Raad Brussel 288808275 Grond 73293850 Justus Lipsius 1995 79366461 Crèche 2006 8829286 Lex 2007 127318678 Commissie Brussel 1227049972,66 Overijse 1997 8874725,10 Loi 130 1987 51649644,00 Breydel 1989 7298833,00 Haren 1993 5222815,10 Clovis 1995 7425370,77 Sint-Michielswarande 1 1997 14957933,84 Belliard 232 1997 15957985,73 Demot 24 1997 26077464,90 Breydel II 1997 30982960,48 Beaulieu 29/31/33 1998 27682723,72 Charlemagne 1997 90186734,29 Demot 28 1999 21047768,32 Jozef II 99 1998 14772125,95 Loi 86 1998 27879667,37 Luxemburg 46 1999 31015786,21 Montoyer 59 1998 15168790,53 Froissart 101 2000 16564342,01 VM 18 2000 14514843,73 Jozef II 70 2000 33021216,93 Loi 41 2000 53048903,39 SC 11 2000 17507804,13 Jozef II 30 2000 27757344,27 Jozef II 54 2001 33654945,03 Jozef II 79 2002 32693782,82 VM 2 2001 32547320,10 Palmerston 2002 5795744,56 SPA 3 2003 23514339,01 Berlaymont 2004 324749703,81 CCAB 2005 40194911,72 BU-25 2006 43574154,47 Cornet-Leman 2006 18097648,09 Madou 2006 97662202,77 WALI 2009 15634583,97 Houtweg 2014 314852,54 Luxemburg 99953998,00 Euroforum 2004 68160201,10 Foyer européen 2009 6557666,67 CPE V 2012 25236130,23 Bureaus in de Unie 31463200,85 Lissabon 1986 — 1993 140526,90 Marseille 1991 6777,98 1993 6828,90 Milaan 1986 — Kopenhagen 2005 3026968,13 Valletta 2007 765537,03 Nicosia (Byron) 2006 2407575,65 's-Gravenhage 2006 3946841,08 Londen 2010 16619743,88 Boedapest 2010 4542401,30 Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek 175335514,84 Ispra 98052377,57 Geel 31448800,25 Karlsruhe 36524527,81 Petten 9309809,21 Voedsel- en Veterinair Bureau 16110897,35 Grange (Ierland) 2002 16110897,35 Totaal Commissie 1549913583,70 Hof van Justitie van de Europese Unie Luxemburg 350744694,19 (Annexe A — Erasmus, Annexe B — Thomas More en Annexe C 1994 11568832,16 Complex van het nieuwe Paleis (het gerenoveerde oude Paleis, de Anneau, de twee Torens en de Galerij) 2008 339175862,03 Rekenkamer Luxemburg 78526569,68 Grond 1990 776631,00 Luxemburg (K1) 1990 8547715,06 Luxemburg (K2) 2004 14079778,14 Luxemburg (K3) 2009 55122445,48 Europees Economisch en Sociaal Comité Brussel 107982395 Montoyer 92-102 2001 26222384 Belliard 99-101 2001 63410494 Belliard 68-72 2004 7583472 Trier 74 2005 6783609 Belliard 93 2005 3982435 Comité van de Regio's Brussel 69426868 Montoyer 2001 12892348 Belliard 101-103 2001 31162310 Belliard 68 2004 11273945 Trier 74 2004 10133577 Belliard 93 2005 3964687 Europese Dienst voor extern optreden Dienst voor extern optreden Hoofdzetel Brussel Delegaties van de Unie 2012 208116143,92 317954680,54 Tirana (Albanië) 2015 1568392,80 Buenos Aires (Argentinië) 1992 300594,73 Canberra (Australië) 1983 — 1990 — Cotonou (Benin) 1992 105965,14 Gaborone (Botswana) 1982 50866,95 1985 14594,35 1986 5912,85 1987 12572,25 Brasilia (Brazilië) 1994 218136,78 Ouagadougou (Burkina Faso) 1984 19248,47 1997 637820,64 Bujumbura (Burundi) 1982 36584,40 1986 111426,72 Phnom Pen (Cambodja) 2005 466319,81 Ottawa (Canada) 1977 64132,79 Praia (Kaapverdië) 1981 14091,34 Praia (Kaapverdië) 2015 1137361,95 Bangui (Centraal-Afrikaanse Republiek) 1983 65707,89 Ndjamena (Tsjaad) 1991 11965,76 2009 361840,50 Peking (China) 1995 1902194,88 Moroni (Comoren) 1988 18232,81 Brazzaville (Congo) 1994 90198,76 San José (Costa Rica) 1995 132602,56 Abidjan (Ivoorkust) 1993 103234,13 1994 57174,83 Parijs (Frankrijk) 1990 1236105,57 Libreville (Gabon) 1996 194334,98 Banjul (Gambia) 1989 22778,48 Bissau (Guinee-Bissau) 1995 188941,92 Port-au-Prince (Haïti) 2012 1399504,20 2014 5338865,77 Tokio (Japan) 2006 34008178,59 2011 43117859,38 Nairobi (Kenia) 2005 515225,69 Maseru (Lesotho) 1985 30467,06 1985 — 1990 33605,58 2006 173186,66 Lilongwe (Malawi) 1982 42053,03 1988 — 1988 12969,50 Mexico-stad (Mexico) 1995 1018838,21 Rabat (Marokko) 1987 62541,23 Port Louis (Mauritius) 1988 18232,81 Maputo (Mozambique) 2008 667433,83 2008 2634880,47 Windhoek (Namibië) 1992 28773,04 1992 32962,55 1992 52707,15 1993 64919,42 Niamey (Niger) 1997 70366,48 Abuja (Nigeria) 1992 207993,09 2005 2947552,11 2012 3304383,33 Port Moresby (Papoea-Nieuw-Guinea) 1982 48274,53 Kigali (Rwanda) 1980 112548,18 1982 71627,45 Dakar (Senegal) 1984 325145,55 Honiara (Salomonseilanden) 1990 16968,28 Pretoria (Zuid-Afrika) 1994 184410,95 1994 153601,18 1996 384327,41 Mbabane (Swaziland) 1987 26994,00 1988 13497,00 Dar es Salaam (Tanzania) 2002 2146104,52 Kampala (Uganda) 1986 28096,41 1986 — 1996 30549,95 New York (Verenigde Staten van Amerika) 1987 253001,13 Washington (Verenigde Staten van Amerika) 1997 859937,62 Lusaka (Zambia) 1982 43366,60 Harare (Zimbabwe) 1990 73859,06 1994 133392,58 Totaal-generaal 3706062858,11 Omschrijving Bedrag Uitgaven 1909590000 Eigen inkomsten –159235183 Te ontvangen bijdrage 1750354817 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING OVERIGE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 4 0 4 0 0 Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instelling, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden 74105828 73484272 69454180,— 93,72 4 0 3 Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst p.m. p.m. 13613,— 4 0 4 Opbrengst van de bijzondere heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst 11006056 10797731 9959483,— 90,49 HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL 85111884 84282003 79427276,— 93,32 HOOFDSTUK 4 1 4 1 0 Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling 64712299 59667459 58498210,— 90,40 4 1 1 Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel 9200000 9100000 9241578,— 100,45 4 1 2 Bijdragen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling 10000 10000 57702,— 577,02 HOOFDSTUK 4 1 — TOTAAL 73922299 68777459 67797490,— 91,71 HOOFDSTUK 4 2 4 2 1 Bijdrage van de leden van het Europees Parlement voor een ouderdomspensioenregeling p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 4 2 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— Titel 4 — Totaal 159034183 153059462 147224766,— 92,57 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 74105828 73484272 69454180,— Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12. Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 13613,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, met name artikel 66 bis in de versie van kracht tot 15 december 2003. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 11006056 10797731 9959483,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis. BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 64712299 59667459 58498210,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 83, lid 2. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 9200000 9100000 9241578,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 4, artikel 11, leden 2 en 3, en artikel 48 van bijlage VIII. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 10000 10000 57702,— OVERIGE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Regeling inzake de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement, met name bijlage III. OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE GOEDEREN (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN VERHUUROPBRENGST OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING DIVERSE VERGOEDINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 5 0 5 0 0Verkoop van roerende goederen (levering van goederen) 5 0 0 0 Verkoop van voertuigen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 5 0 0 1 Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 25526,— 5 0 0 2 Levering van goederen ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 55871,— Artikel 5 0 0 — Totaal p.m. p.m. 81397,— 5 0 1 Verkoop van onroerende goederen p.m. p.m. 0,— 5 0 2 Verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 5 0 — TOTAAL p.m. p.m. 81397,— HOOFDSTUK 5 1 5 1 1Verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten 5 1 1 0 Verhuur en onderverhuur van onroerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 2807906,— 5 1 1 1 Terugbetaling van huurlasten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 16372,— Artikel 5 1 1 — Totaal p.m. p.m. 2824278,— HOOFDSTUK 5 1 — TOTAAL p.m. p.m. 2824278,— HOOFDSTUK 5 2 5 2 0 Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van de instelling 200000 410000 216417,— 108,21 HOOFDSTUK 5 2 — TOTAAL 200000 410000 216417,— 108,21 HOOFDSTUK 5 5 5 5 0 Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief kosten van dienstreizen voor rekening van andere instellingen of organen en door deze instellingen of organen terugbetaald — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 5557309,— 5 5 1 Ontvangsten van derden afkomstig van op verzoek van derden verleende diensten en werkzaamheden — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 729104,— HOOFDSTUK 5 5 — TOTAAL p.m. p.m. 6286413,— HOOFDSTUK 5 7 5 7 0 Ontvangsten afkomstig van de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 3292213,— 5 7 1 Ontvangsten die voor een bepaald doel zijn bestemd, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, daaronder begrepen de aan elke instelling vooraf toegewezen specifieke ontvangsten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 5 7 2 Terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven p.m. p.m. 0,— 5 7 3 Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instellingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 3476281,— HOOFDSTUK 5 7 — TOTAAL p.m. p.m. 6768494,— HOOFDSTUK 5 8 5 8 1 Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 179793,— HOOFDSTUK 5 8 — TOTAAL p.m. p.m. 179793,— Titel 5 — Totaal 200000 410000 16356792,— 8178,40 OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE GOEDEREN (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van de voertuigen van de instelling. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 25526,— Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van andere roerende goederen van de instelling dan voertuigen. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 55871,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Details van de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit leningen of huur of de verlening van diensten in het kader van deze post worden gegeven in een bijlage bij deze begroting. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop van onroerende goederen van de instelling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Dit artikel omvat tevens de ontvangsten uit de verkoop van deze producten in elektronische vorm. VERHUUROPBRENGST Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2807906,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Details van de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit leningen of huur of de verlening van diensten in het kader van deze post worden gegeven in een bijlage bij deze begroting. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 16372,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 200000 410000 216417,— Op dit artikel worden de ontvangsten geboekt die afkomstig zijn van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten, geïnd op de rekeningen van de instelling. ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 5557309,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 729104,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 3292213,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de inkomsten geboekt in verband met de terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 3476281,— DIVERSE VERGOEDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 179793,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Dit artikel omvat tevens de terugbetaling door de verzekering van de bezoldiging van ambtenaren in geval van ongevallen. OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 6 6 6 6 0Overige bijdragen en terugbetalingen 6 6 0 0 Overige bestemmingsbijdragen en -terugbetalingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 11848214,— 6 6 0 1 Overige bijdragen en terugbetalingen zonder bestemming p.m. p.m. 0,— Artikel 6 6 0 — Totaal p.m. p.m. 11848214,— HOOFDSTUK 6 6 — TOTAAL p.m. p.m. 11848214,— Titel 6 — Totaal p.m. p.m. 11848214,— OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 11848214,— Op deze post worden, overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement, de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien bij de andere onderdelen van titel 6 en die worden aangewend voor de opvoering van extra kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— DIVERSE ONTVANGSTEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 9 0 9 0 0 Diverse ontvangsten 1000 1000 937952,— 93795,20 HOOFDSTUK 9 0 — TOTAAL 1000 1000 937952,— 93795,20 Titel 9 — Totaal 1000 1000 937952,— 93795,20 TOTAAL-GENERAAL 159235183 153470462 176367724,— 110,76 DIVERSE ONTVANGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 1000 1000 937952,— Onder dit artikel worden diverse ontvangsten opgenomen. Details van de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit leningen of huur of de verlening van diensten in het kader van deze post worden gegeven in een bijlage bij deze begroting. Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN 1 0 LEDEN VAN DE INSTELLING 210660500 213281500 213915852,18 1 2 AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN 650213700 627530883 597484149,80 1 4 ANDER PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN 137040500 125501000 116618310,28 1 6 OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN 17539500 17772500 17535480,84 Titel 1 — Totaal 1015454200 984085883 945553793,10 2GEBOUWEN, MEUBILAIR, MATERIEEL EN DIVERSE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 2 0 GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN 255137000 211173440 265369123,44 2 1 INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR 170034500 173482428 144897967,56 Reserves (10 0) p.m. 170034500 173482428 144897967,56 2 3 LOPENDE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 5719000 5992750 4458475,10 Titel 2 — Totaal 430890500 390648618 414725566,10 Reserves (10 0) p.m. 430890500 390648618 414725566,10 3UITGAVEN VOORTVLOEIEND UIT DE ALGEMENE TAKEN VAN DE INSTELLING 3 0 VERGADERINGEN EN CONFERENTIES 32827000 35423000 31170192,25 3 2 EXPERTISE EN INFORMATIE: VERWERVING, ARCHIVERING, PRODUCTIE EN VERSPREIDING 108238000 108796482 99814193,57 Titel 3 — Totaal 141065000 144219482 130984385,82 4UITGAVEN VOORTVLOEIEND UIT SPECIALE TAKEN VAN DE INSTELLING 4 0 UITGAVEN IN VERBAND MET BEPAALDE INSTELLINGEN EN ORGANEN 112905000 111100000 102924578,— 4 2 ASSISTENTIE AAN DE LEDEN 207991000 202140000 184233696,17 4 4 VERGADERINGEN EN ANDERE ACTIVITEITEN VAN LEDEN EN VOORMALIGE LEDEN 420000 420000 400000,— Titel 4 — Totaal 321316000 313660000 287558274,17 5AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN EN VAN HET COMITE VAN ONAFHANKELIJKE VOORAANSTAANDE PERSONEN 5 0 UITGAVEN VAN DE AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN EN VAN HET COMITÉ VAN ONAFHANKELIJKE VOORAANSTAANDE PERSONEN p.m. p.m. Titel 5 — Totaal p.m. p.m. 10OVERIGE UITGAVEN 10 0 VOORZIENINGEN p.m. p.m. 0,— 10 1 RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN 864300 6000000 0,— 10 3 RESERVE VOOR DE UITBREIDING p.m. p.m. 0,— 10 4 RESERVE VOOR HET VOORLICHTINGS- EN COMMUNICATIEBELEID p.m. p.m. 0,— 10 5 VOORZIENINGEN VOOR GEBOUWEN p.m. p.m. 0,— 10 6 RESERVE VOOR PRIORITAIRE PROJECTEN IN ONTWIKKELING p.m. p.m. 0,— 10 8 RESERVE VOOR EMAS p.m. p.m. 0,— Titel 10 — Totaal 864300 6000000 0,— TOTAAL-GENERAAL 1909590000 1838613983 1778822019,19 LEDEN VAN DE INSTELLING AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN ANDER PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 1 0 1 0 0Bezoldigingen en vergoedingen 1 0 0 0 Bezoldigingen Niet-gesplitste kredieten 75846000 72520000 71860133,95 94,74 1 0 0 4 Normale reiskosten Niet-gesplitste kredieten 69200000 73340000 71418750,— 103,21 1 0 0 5 Overige reiskosten Niet-gesplitste kredieten 6000000 7050000 5550000,— 92,50 1 0 0 6 Algemene kostenvergoeding Niet-gesplitste kredieten 39886000 39715000 38754450,55 97,16 1 0 0 7 Ambtsvergoedingen Niet-gesplitste kredieten 181500 181500 175257,06 96,56 Artikel 1 0 0 — Totaal 191113500 192806500 187758591,56 98,24 1 0 1Ongevallen- en ziektekostenverzekering en andere sociale voorzieningen 1 0 1 0 Ongevallen- en ziektekostenverzekering en andere sociale lasten Niet-gesplitste kredieten 3097000 3058000 2191208,67 70,75 1 0 1 2 Specifieke voorzieningen ten behoeve van gehandicapte leden Niet-gesplitste kredieten 775000 798000 653406,83 84,31 Artikel 1 0 1 — Totaal 3872000 3856000 2844615,50 73,47 1 0 2 Overbruggingstoelagen Niet-gesplitste kredieten 939000 1770000 9544350,06 1016,44 1 0 3Pensioenen 1 0 3 0 Ouderdomspensioenen (KVL) Niet-gesplitste kredieten 11450000 11450000 10675653,64 93,24 1 0 3 1 Invaliditeitspensioenen (KVL) Niet-gesplitste kredieten 303000 291000 281721,32 92,98 1 0 3 2 Overlevingspensioenen (KVL) Niet-gesplitste kredieten 2313000 2458000 2207741,36 95,45 1 0 3 3 Vrijwillige pensioenregeling van de leden Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 3178,74 Artikel 1 0 3 — Totaal 14066000 14199000 13168295,06 93,62 1 0 5 Talen- en computercursussen Niet-gesplitste kredieten 670000 650000 600000,— 89,55 1 0 9 Voorziening Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 1 0 — TOTAAL 210660500 213281500 213915852,18 101,55 HOOFDSTUK 1 2 1 2 0Salaris en andere rechten 1 2 0 0 Salaris en vergoedingen Niet-gesplitste kredieten 645973700 623232883 594444744,13 92,02 1 2 0 2 Betaalde overuren Niet-gesplitste kredieten 135000 248000 66500,— 49,26 1 2 0 4 Rechten in verband met indiensttreding, overplaatsing en beëindiging van de dienst Niet-gesplitste kredieten 2950000 2950000 2560000,— 86,78 Artikel 1 2 0 — Totaal 649058700 626430883 597071244,13 91,99 1 2 2Vergoedingen bij vervroegde beëindiging van de dienst 1 2 2 0 Vergoedingen bij ontheffing van het ambt en verlof om redenen van dienstbelang Niet-gesplitste kredieten 1155000 1100000 412905,67 35,75 1 2 2 2 Vergoedingen bij definitieve beëindiging van de dienst en speciale pensioenregeling voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— Artikel 1 2 2 — Totaal 1155000 1100000 412905,67 35,75 HOOFDSTUK 1 2 — TOTAAL 650213700 627530883 597484149,80 91,89 HOOFDSTUK 1 4 1 4 0Andere personeelsleden en externe personen 1 4 0 0 Andere personeelsleden — Secretariaat-generaal en fracties Niet-gesplitste kredieten 44392000 41867289 38317487,57 86,32 1 4 0 1 Andere personeelsleden — Beveiliging Niet-gesplitste kredieten 25233000 22433711 17222235,— 68,25 1 4 0 2 Andere personeelsleden — Chauffeurs in het secretariaat-generaal Niet-gesplitste kredieten 6169000 1 4 0 4 Stages, beurzen en uitwisseling van ambtenaren Niet-gesplitste kredieten 6806500 7185000 6379886,24 93,73 1 4 0 5 Uitgaven voor tolkendiensten Niet-gesplitste kredieten 46244000 45125000 46423856,43 100,39 1 4 0 6 Waarnemers Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— Artikel 1 4 0 — Totaal 128844500 116611000 108343465,24 84,09 1 4 2 Externe vertalingsdiensten Niet-gesplitste kredieten 8196000 8890000 8274845,04 100,96 HOOFDSTUK 1 4 — TOTAAL 137040500 125501000 116618310,28 85,10 HOOFDSTUK 1 6 1 6 1Uitgaven in verband met personeelsbeheer 1 6 1 0 Uitgaven in verband met aanwerving Niet-gesplitste kredieten 214000 254000 215980,— 100,93 1 6 1 2 Bijscholing Niet-gesplitste kredieten 5515000 6200000 4950971,49 89,77 Artikel 1 6 1 — Totaal 5729000 6454000 5166951,49 90,19 1 6 3Voorzieningen voor het personeel van de instelling 1 6 3 0 Sociale dienst Niet-gesplitste kredieten 768000 784000 485584,20 63,23 1 6 3 1 Mobiliteit Niet-gesplitste kredieten 700000 754000 636049,44 90,86 1 6 3 2 Sociale betrekkingen tussen de leden van het personeel en andere maatregelen op sociaal gebied Niet-gesplitste kredieten 230000 238000 198962,27 86,51 Artikel 1 6 3 — Totaal 1698000 1776000 1320595,91 77,77 1 6 5Activiteiten met betrekking tot alle aan de instelling verbonden personen 1 6 5 0 Medische dienst Niet-gesplitste kredieten 1275000 1250000 1095232,08 85,90 1 6 5 2 Exploitatie van restaurants en kantines Niet-gesplitste kredieten 1380000 1365000 3500000,— 253,62 1 6 5 4 Voorzieningen voor kinderopvang Niet-gesplitste kredieten 7162500 6727500 6167701,36 86,11 1 6 5 5 Bijdrage van het Europees Parlement voor geaccrediteerde type II-Europese scholen Niet-gesplitste kredieten 295000 200000 285000,— 96,61 Artikel 1 6 5 — Totaal 10112500 9542500 11047933,44 109,25 HOOFDSTUK 1 6 — TOTAAL 17539500 17772500 17535480,84 99,98 Titel 1 — Totaal 1015454200 984085883 945553793,10 93,12 LEDEN VAN DE INSTELLING Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 75846000 72520000 71860133,95 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de in het statuut van de leden voorziene vergoeding. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 9 en 10. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 1 en 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 69200000 73340000 71418750,— Dit krediet dient ter dekking van de vergoeding van reis- en verblijfkosten in verband met reizen van en naar de plaatsen waar de instelling haar werkzaamheden verricht en andere dienstreizen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 25000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 20. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 10 tot en met 21 en artikel 24. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6000000 7050000 5550000,— Dit krediet dient ter dekking van de vergoeding van bijkomende reiskosten, de kosten van reizen in het land van verkiezing. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 20. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 22 en 23. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 39886000 39715000 38754450,55 Dit krediet dient ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de parlementaire activiteiten van de leden, overeenkomstig de Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 75000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 20. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 25 tot en met 28. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 181500 181500 175257,06 Dit krediet dient ter dekking van de vaste verblijfs- en representatievergoedingen in verband met het uitoefenen van de functie van voorzitter van het Europees Parlement. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 20. Besluit van het Bureau van 17 juni 2009. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3097000 3058000 2191208,67 Dit krediet dient ter dekking van de ongevallenverzekering, de vergoeding van medische kosten en de verzekering tegen verlies en diefstal van persoonlijke bezittingen van de leden. Het dient tevens ter dekking van verzekering en bijstand in geval van repatriëring van de leden bij een officiële reis, als gevolg van ernstige ziekte, ongeval of onvoorziene omstandigheden waardoor voortzetting van de reis onmogelijk is. De bijstand omvat het organiseren van de repatriëring en het voor rekening nemen van de aan de repatriëring verbonden kosten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 60000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 18 en 19. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 3 tot en met 9 en artikel 29. Gemeenschappelijke regeling voor de verzekering van ambtenaren van de Europese Unie tegen ongevallen en beroepsziekten. Gemeenschappelijke regeling voor de verzekering van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen tegen ziekten. Besluit van de Commissie houdende vaststelling van de algemene uitvoeringsbepalingen voor de vergoeding van ziektekosten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 775000 798000 653406,83 Dit krediet dient ter dekking van bepaalde uitgaven die nodig zijn om bijstand te verlenen aan ernstig gehandicapte leden. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 30. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 939000 1770000 9544350,06 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de overbruggingstoelage bij ambtsbeëindiging van leden. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 13. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 45 tot en met 48 en artikel 77. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 11450000 11450000 10675653,64 Dit krediet dient ter dekking van de uitkering van een ouderdomspensioen na beëindiging van het mandaat van een lid. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 150000 EUR. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 75 en bijlage III bij de KVL-regeling (regeling kosten en vergoedingen van leden van het Europees Parlement). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 303000 291000 281721,32 Dit krediet dient ter dekking van de uitkering van een pensioen bij invaliditeit van een lid die tijdens het mandaat is ontstaan. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 75 en bijlage II bij de KVL-regeling (regeling kosten en vergoedingen van leden van het Europees Parlement). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2313000 2458000 2207741,36 Dit krediet dient ter dekking van de uitkering van een overlevings- en/of wezenpensioen bij overlijden van een lid of van een voormalig lid. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 15000 EUR. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 75 en bijlage I bij de KVL-regeling (regeling kosten en vergoedingen van leden van het Europees Parlement). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 3178,74 Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van de instelling aan de vrijwillige aanvullende pensioenregeling voor leden van het Parlement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 500 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 27. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 76 en bijlage VII bij de KVL-regeling (regeling kosten en vergoedingen van leden van het Europees Parlement). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 670000 650000 600000,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van talencursussen en computercursussen voor de leden. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 44. Besluit van het Bureau van 4 mei 2009 betreffende talen- en computercursussen voor de leden. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiële consequenties van de eventuele actualiseringen van de vergoedingen van de leden van het Parlement. Het heeft louter het karakter van een voorziening en mag pas worden gebruikt nadat het overeenkomstig het bepaalde in het Financieel Reglement naar andere begrotingslijnen is overgeschreven. AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 645973700 623232883 594444744,13 Dit krediet dient vooral ter dekking, voor de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een ambt bekleden op de lijst van het aantal ambten, van:
de salarissen, vergoedingen en aan de salarissen gekoppelde toelagen;
de ziekte-, ongevallen- en beroepsziektekostenverzekering en andere sociale lasten;
de forfaitaire vergoedingen voor overuren;
de overige toelagen en vergoedingen;
de betaling van de jaarlijkse reiskosten van de ambtenaren en tijdelijke functionarissen, hun echtgenoten en de personen te hunnen laste van de standplaats naar de plaats van herkomst;
de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de bezoldigingen en op het gedeelte van de emolumenten dat naar een ander land dan dat van de standplaats wordt overgemaakt;
de werkloosheidsverzekering voor tijdelijke functionarissen, alsmede betalingen met het oog op de totstandkoming of de handhaving van pensioenrechten in het land van herkomst van tijdelijke functionarissen.
Het dient tevens ter dekking van de premies voor de verzekering van ongelukken in verband met sportactiviteiten voor gebruikers van het sportcentrum van het Europees Parlement in Brussel en Straatsburg. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 300000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 135000 248000 66500,— Dit krediet dient voor het uitbetalen van overuren onder de voorwaarden vervat in de bovenstaande bepalingen. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 56, alsmede bijlage VI. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2950000 2950000 2560000,— Dit krediet dient ter financiering van:
de reiskosten van ambtenaren en tijdelijke functionarissen (en van hun gezinsleden) bij indiensttreding, beëindiging van de dienst of overplaatsing met verandering van standplaats;
de inrichtings- en herinrichtingsvergoedingen en de verhuiskosten voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen die bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, en voor ambtenaren die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen;
de dagvergoedingen die verschuldigd zijn aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen die aantonen dat zij bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een nieuwe standplaats genoodzaakt zijn van woonplaats te veranderen;
de ontslagvergoeding voor ambtenaren op proef in geval van hun kennelijke onbekwaamheid;
de vergoeding in geval van ontbinding door de instelling van het contract met een tijdelijk personeelslid;
het verschil tussen de bijdragen van de contractuele functionarissen aan een pensioenstelsel van een lidstaat en die welke zij aan het communautaire stelsel moeten afdragen in geval van herkwalificatie van een contract.
Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1155000 1100000 412905,67 Dit krediet dient ter dekking van de vergoedingen:
aan ambtenaren die ter beschikking zijn gesteld ingevolge een maatregel tot vermindering van het aantal ambten bij de instelling;
aan ambtenaren die op verlof geplaatst om organisatorische redenen die verband houden met de verwerving van nieuwe vaardigheden binnen de instelling;
aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen van fracties, die een ambt bekleden in rang AD 16 of AD 15 en van dit ambt worden ontheven om redenen van dienstbelang.
Het dient ook ter dekking van de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering en de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten hierop (met uitzondering van de personen die vallen onder artikel 42 quater, die geen recht hebben op de aanpassingscoëfficiënt). Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 41, 42 quater en 50, alsmede bijlage IV, en artikel 48 bis van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter financiering van:
de vergoedingen die verschuldigd zijn uit hoofde van het Statuut of van de Verordeningen (EG, Euratom, EGKS) nr. 2689/95 en (EG, Euratom) nr. 1748/2002 van de Raad;
de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering van de begunstigden van deze vergoedingen;
de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten die voor de diverse vergoedingen gelden.
Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 64 en 72. Verordening (EG, Euratom, EGKS) nr. 2689/95 van de Raad van 17 november 1995 tot vaststelling van bijzondere maatregelen betreffende de beëindiging van de dienst van tijdelijke functionarissen van de Europese Gemeenschappen naar aanleiding van de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden (PB L 280 van 23.11.1995, blz. 4). Verordening (EG, Euratom) nr. 1748/2002 van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling, in het kader van de modernisering van de instelling, van bijzondere maatregelen inzake beëindiging van de dienst door ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die in vaste dienst bij het Europees Parlement zijn aangesteld, en tijdelijke functionarissen van de politieke fracties van het Europees Parlement (PB L 264 van 2.10.2002, blz. 9). ANDER PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 44392000 41867289 38317487,57 Dit krediet dient hoofdzakelijk ter dekking van de volgende uitgaven, met uitzondering van de uitgaven voor de andere personeelsleden die werkzaam zijn in het directoraat-generaal dat met beveiliging belast is en die taken uitvoeren die verband houden met de beveiliging van personen en goederen, de informatiebeveiliging alsook met de risicobeoordeling en de uitgaven voor de andere personeelsleden die in het secretariaat-generaal de taken van chauffeur uitvoeren of die zorgen voor de coördinatie ervan:
de bezoldiging, met inbegrip van toewijzingen en vergoedingen, van de andere personeelsleden, met inbegrip van arbeidscontractanten en bijzondere adviseurs (overeenkomstig de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie), de werkgeversbijdrage voor de diverse socialezekerheidsregelingen, voor het grootste deel voor het communautaire stelsel, en de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de vergoedingen van deze personeelsleden,
het inschakelen van uitzendkrachten,
facturen ingediend door PMO ter dekking van de kosten voor personeel aangenomen om de administratieve dossiers van personeelsleden van het Parlement te verwerken (met name werkloosheidstoelagen en pensioenrechten).
Een deel van dit krediet dient om personen met een handicap aan te werven als arbeidscontractanten, overeenkomstig het Besluit van het Bureau van 7 en 9 juli 2008. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 3000000 EUR. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (titel IV, titel V en titel VI). Algemene uitvoeringsbepalingen inzake vergelijkende onderzoeken en selectieprocedures, aanwerving en inschaling van ambtenaren en andere personeelsleden van het Europees Parlement (besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 17 oktober 2014). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 25233000 22433711 17222235,— Nieuwe post Dit krediet dient hoofdzakelijk ter dekking van de volgende uitgaven voor de andere personeelsleden die werkzaam zijn in het directoraat-generaal dat verantwoordelijk is voor de beveiliging en die taken uitvoeren die verband houden met de beveiliging van personen en goederen, de informatiebeveiliging alsook met de risicobeoordeling:
de bezoldiging van arbeidscontractanten en arbeidscontractanten voor hulptaken, met inbegrip van de toelagen en vergoedingen alsook de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de vergoedingen van deze personeelsleden,
het inschakelen van tijdelijke krachten.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (titel IV). Algemene uitvoeringsbepalingen inzake vergelijkende onderzoeken en selectieprocedures, aanwerving en inschaling van ambtenaren en andere personeelsleden van het Europees Parlement (besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 17 oktober 2014). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6169000 Nieuwe post Dit krediet dient hoofdzakelijk ter dekking van de volgende uitgaven in verband met de andere personeelsleden die in het secretariaat-generaal de taken van chauffeur uitvoeren of die zorgen voor de coördinatie ervan:
de bezoldiging van arbeidscontractanten en arbeidscontractanten voor hulptaken, met inbegrip van de toelagen en vergoedingen alsook de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de vergoedingen van deze personeelsleden,
het inschakelen van tijdelijke krachten.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (titel IV). Algemene uitvoeringsbepalingen inzake vergelijkende onderzoeken en selectieprocedures, aanwerving en inschaling van ambtenaren en andere personeelsleden van het Europees Parlement (besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 17 oktober 2014). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6806500 7185000 6379886,24 Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten van de selectie, de aanwerving en het onthaal van de stagiairs,
emolumenten voor stagiairs (beurzen), met inbegrip van enerzijds eventuele kostwinnerstoelagen en anderzijds de kosten van een bijkomende arbeidsongeschiktheidsuitkering (tot 50 % van de beurs),
aan stagiairs uitbetaalde vergoedingen,
reiskosten voor stagiairs,
de kosten van ziektekosten- en ongevallenverzekeringen voor stagiairs,
de uitgaven die voortvloeien uit het wederzijds ter beschikking stellen van personeel door het Parlement en de openbare sector in de lidstaten of in andere landen die specifiek in de regeling worden genoemd,
de kosten in verband met de detachering van nationale deskundigen bij het Europees Parlement, met inbegrip van vergoedingen en reiskosten,
de kosten van ongevallenverzekeringen voor gedetacheerde deskundigen,
de vergoeding van studiebezoeken,
de organisatie van opleidingen voor conferentietolken en vertalers, met name in samenwerking met tolkenscholen en universiteiten die een vertalersopleiding aanbieden, alsmede de kosten voor de toekenning van beurzen voor de opleiding en bijscholing van tolken en vertalers, de aankoop van didactisch materiaal alsmede bijkomende kosten.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Regeling inzake de terbeschikkingstelling van ambtenaren van het Europees Parlement en tijdelijke functionarissen van fracties bij nationale administraties, hiermee gelijkgestelde organen of internationale organisaties (besluit van het Bureau van 7 maart 2005). Regeling inzake de detachering van nationale deskundigen bij het Europees Parlement (besluit van het Bureau van 4 mei 2009). Interne regels betreffende stages bij en studiebezoeken aan het secretariaat-generaal van het Europees Parlement (besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 1 februari 2013). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 46244000 45125000 46423856,43 Nieuwe post, oude post 1 4 0 2 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven:
de vergoedingen en hiermee gelijkgestelde toelagen, sociale bijdragen en andere kosten van de contractuele conferentietolken die door het Europees Parlement worden aangeworven voor vergaderingen die het Europees Parlement voor zichzelf of andere instellingen of organen organiseert, waarvoor de benodigde diensten niet door de tolken die als ambtenaar of tijdelijk functionaris werkzaam zijn, kunnen worden geleverd;
de uitgaven voor technisch en ander personeel voor conferenties voor de hierboven genoemde vergaderingen, wanneer de benodigde diensten niet door ambtenaren, tijdelijke functionarissen of andere personeelsleden van het Europees Parlement kunnen worden geleverd;
de kosten in verband met de voor het Parlement verrichte diensten van tolken die werkzaam zijn bij andere regionale, nationale of internationale instellingen;
de kosten in verband met vertolkingsactiviteiten, in het bijzonder de voorbereiding op vergaderingen en de opleiding en selectie van tolken.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 4830000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Overeenkomst betreffende de arbeidsvoorwaarden en de financiële regeling voor de als hulpfunctionaris aangestelde conferentietolken (en de uitvoeringsbepalingen daarvan), vastgesteld op 28 juli 1999, zoals geannoteerd op 13 oktober 2004 en zoals herzien op 31 juli 2008. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten betreffende de waarnemers, overeenkomstig artikel 13 van het Reglement van orde van het Europees Parlement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 8196000 8890000 8274845,04 Dit krediet dient ter dekking van door derden verrichte diensten op het gebied van vertaling, codering, typewerkzaamheden en technische assistentie. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 135000 EUR. OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 214000 254000 215980,— Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten voor het organiseren van de in artikel 3 van Besluit 2002/621/EG bedoelde vergelijkende onderzoeken, alsmede de reis- en verblijfkosten van de kandidaten voor aanwervingsgesprekken en medische onderzoeken in verband met aanwerving;
de kosten van de organisatie van procedures voor de aanwerving van personeelsleden.
In gevallen waarin een en ander naar behoren is aangetoond op grond van functionele behoeften en na raadpleging van het Europees Bureau voor personeelsselectie, kan dit krediet worden gebruikt voor door de instelling zelf georganiseerde vergelijkende onderzoeken. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 27 tot en met 31 en artikel 33, alsmede bijlage III. Besluit 2002/620/EG van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman van 25 juli 2002 betreffende de oprichting van het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen (PB L 197 van 26.7.2002, blz. 53) en Besluit 2002/621/EG van de secretarissen-generaal van het Europees Parlement, van de Raad en van de Commissie, de griffier van het Hof van Justitie, de secretarissen-generaal van de Rekenkamer, van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio's, en de vertegenwoordiger van de Europese Ombudsman van 25 juli 2002 betreffende de organisatie en de werking van het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen (PB L 197 van 26.7.2002, blz. 56). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5515000 6200000 4950971,49 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor opleiding met als doel de vaardigheden van het personeel en de prestaties en de efficiëntie van de instelling te verbeteren, bijvoorbeeld door de organisatie van talencursussen in de officiële werktalen. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 24 bis. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 768000 784000 485584,20 Dit krediet dient ter financiering van:
in het kader van het interinstitutionele gehandicaptenbeleid, voor gehandicapten die behoren tot een van de volgende groepen: de op grond van de handicap gemaakte, als noodzakelijk erkende, naar behoren aangetoonde niet-medische kosten die niet door de Gemeenschappelijke Regeling voor de ziektekostenverzekering worden vergoed, binnen de grenzen van de budgettaire mogelijkheden en na uitputting van de eventuele rechten die door het land van herkomst of woonplaats worden toegekend;
ambtenaren en tijdelijke functionarissen in actieve dienst,
echtgenoten van ambtenaren en tijdelijke functionarissen in actieve dienst,
kinderen ten laste in de zin van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie,
de kosten voor bijstand aan ambtenaren en andere personeelsleden die in zeer benarde omstandigheden verkeren;
de verstrekking van een subsidie voor het Personeelscomité en kleinere uitgaven van sociale aard. De door het Personeelscomité gefinancierde bijdragen of overname van kosten ten behoeve van deelnemers aan een sociale activiteit zijn bestemd voor activiteiten met een sociale, culturele of taaldimensie, maar er wordt geen subsidie verleend aan individuele personeelsleden of gezinsleden;
andere institutionele of interinstitutionele maatregelen van sociale aard, gericht op de integratie van ambtenaren en ander personeel;
de financiering van redelijke maatregelen voor het bieden van ondersteuning aan of uitgaven voor medisch of sociaal onderzoek voor ambtenaren, ander personeel en stagiairs met een handicap of ambtenaren en ander personeel met een handicap tijdens de aanwervingsprocedure en stagiairs met een handicap tijdens de selectieprocedure, uit hoofde van artikel 1 quinquies van het Statuut van de ambtenaren, in het bijzonder individuele ondersteuning op de arbeidsplaats of tijdens dienstreizen.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 1 quinquies, artikel 9, lid 3, derde alinea, en artikel 76. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 700000 754000 636049,44 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor het mobiliteitsplan in de verschillende werklocaties. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 230000 238000 198962,27 Dit krediet dient ter aanmoediging en financiële ondersteuning van alle initiatieven ter bevordering van sociale contacten tussen personeelsleden van verschillende nationaliteiten, zoals subsidies voor sportclubs en culturele verenigingen van het personeel, alsmede voor een bijdrage in de kosten van een ontmoetingscentrum (culturele activiteiten, ontspanning, restaurant) voor vrijetijdsbesteding. Het dient tevens ter dekking van de financiële bijdrage in de interinstitutionele sociale activiteiten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 600000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1275000 1250000 1095232,08 Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van de medische dienst in de drie vergaderplaatsen, met inbegrip van de aanschaf van materieel en geneesmiddelen, de kosten van preventief medisch onderzoek, de huishoudelijke uitgaven van het invaliditeitscomité, alsmede van de diensten van externe specialisten die door de raadgevend geneesheren noodzakelijk worden geacht. Tevens dient het ter dekking van de aanschaf van bepaalde werkmiddelen die vanuit medisch oogpunt noodzakelijk worden geacht, samen met uitgaven voor medisch en paramedisch personeel betaald volgens de regeling inzake verleende diensten of werkend met een vervangopdracht van korte duur. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 59, alsmede bijlage II, artikel 8. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1380000 1365000 3500000,— Dit krediet dient ter dekking van de beheers- en exploitatiekosten van restaurants en kantines. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 70000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7162500 6727500 6167701,36 Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van het Europees Parlement aan het totaal van de kosten voor het kinderdagverblijf en voor de externe crèches waarmee een contract is afgesloten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 3400000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 295000 200000 285000,— Tenuitvoerlegging van Besluit C(2013) 4886 van de Commissie van 1 augustus 2013 (PB C 222 van 2.8.2013, blz. 8). Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van het Europees Parlement aan de type II-Europese scholen geaccrediteerd door de Raad van bestuur van de Europese scholen of de terugbetaling van de door de Commissie namens het Europees Parlement betaalde bijdrage aan de type II-Europese scholen geaccrediteerd door de Raad van bestuur van de Europese scholen. Het dekt de kosten voor in een type II-Europese school ingeschreven kinderen van personeelsleden van het Europees Parlement die vallen onder het Personeelsstatuut. GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR LOPENDE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 2 0 2 0 0Gebouwen 2 0 0 0 Huur Niet-gesplitste kredieten 37169000 33058000 28433672,09 76,50 2 0 0 1 Erfpacht Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 77584999,73 2 0 0 3 Aankoop van gebouwen Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— 2 0 0 5 Oprichting van gebouwen Niet-gesplitste kredieten 32970000 15770000 19569857,83 59,36 2 0 0 7 Inrichting van dienstruimten Niet-gesplitste kredieten 84550000 57045440 44515781,85 52,65 2 0 0 8 Overige specifieke regelingen voor het beheer van onroerend goed Niet-gesplitste kredieten 5114000 5256000 4116976,99 80,50 Artikel 2 0 0 — Totaal 159803000 111129440 174221288,49 109,02 2 0 2Uitgaven in verband met de gebouwen 2 0 2 2 Onderhoud en schoonmaak van en toezicht op de gebouwen Niet-gesplitste kredieten 59440000 62944000 55608835,44 93,55 2 0 2 4 Energieverbruik Niet-gesplitste kredieten 16690000 19660000 16058031,06 96,21 2 0 2 6 Veiligheid van en toezicht op de gebouwen Niet-gesplitste kredieten 18420000 16760000 18844027,40 102,30 2 0 2 8 Verzekeringen Niet-gesplitste kredieten 784000 680000 636941,05 81,24 Artikel 2 0 2 — Totaal 95334000 100044000 91147834,95 95,61 HOOFDSTUK 2 0 — TOTAAL 255137000 211173440 265369123,44 104,01 HOOFDSTUK 2 1 2 1 0Informatica en telecommunicatie 2 1 0 0 Informatica en telecommunicatie — Terugkerende operationele activiteiten Niet-gesplitste kredieten 24920000 25310000 24431283,98 98,04 2 1 0 1 Informatica en telecommunicatie — Terugkerende operationele activiteiten in verband met de infrastructuur Niet-gesplitste kredieten 18382000 19029000 15985141,04 86,96 2 1 0 2 Informatica en telecommunicatie — Terugkerende operationele activiteiten in verband met algemene ondersteuning van gebruikers Niet-gesplitste kredieten 13588000 14170985 13370460,21 98,40 2 1 0 3 Informatica en telecommunicatie — Terugkerende operationele activiteiten met betrekking tot het beheer van ICT-applicaties Niet-gesplitste kredieten 23139400 24788302 25259382,50 109,16 2 1 0 4 Informatica en telecommunicatie — Infrastructuurinvesteringen Niet-gesplitste kredieten 22023500 21824135 23291216,22 105,76 2 1 0 5 Informatica en telecommunicatie — Projectinvesteringen Niet-gesplitste kredieten 28086500 25549621 14417285,70 51,33 Artikel 2 1 0 — Totaal 130139400 130672043 116754769,65 89,72 2 1 2 Meubilair Niet-gesplitste kredieten 6005000 6014000 2415168,52 40,22 2 1 4 Technisch materieel en technische installaties Niet-gesplitste kredieten 29356100 30114385 19982469,18 68,07 2 1 6 Vervoer van leden, andere personen en goederen Niet-gesplitste kredieten 4534000 6682000 5745560,21 126,72 Reserves (10 0) p.m. 4534000 6682000 5745560,21 HOOFDSTUK 2 1 — TOTAAL 170034500 173482428 144897967,56 85,22 Reserves (10 0) p.m. 170034500 173482428 144897967,56 HOOFDSTUK 2 3 2 3 0 Papier, kantoorbenodigdheden en diverse producten Niet-gesplitste kredieten 1440500 1756000 1406201,94 97,62 2 3 1 Financiële kosten Niet-gesplitste kredieten 40000 40000 21500,— 53,75 2 3 2 Juridische kosten en schadevergoedingen Niet-gesplitste kredieten 1110000 1110000 870825,70 78,45 2 3 6 Porto en verzendkosten Niet-gesplitste kredieten 271000 303000 209661,67 77,37 2 3 7 Verhuizingen Niet-gesplitste kredieten 1434000 1440000 1064561,92 74,24 2 3 8 Overige huishoudelijke uitgaven Niet-gesplitste kredieten 1161000 1093750 854287,77 73,58 2 3 9 EMAS-activiteiten, met inbegrip van voorlichting, en compensatieregeling voor CO2-emissies van het Europees Parlement Niet-gesplitste kredieten 262500 250000 31436,10 11,98 HOOFDSTUK 2 3 — TOTAAL 5719000 5992750 4458475,10 77,96 Titel 2 — Totaal 430890500 390648618 414725566,10 96,25 Reserves (10 0) p.m. 430890500 390648618 414725566,10 Daar de dekking van de risico's van arbeidsconflicten en terroristische aanslagen waaraan de gebouwen van het Europees Parlement zijn blootgesteld door de verzekeringsmaatschappijen is opgezegd, dienen deze risico's door de algemene begroting van de Europese Unie te worden gedekt. Dientengevolge dienen de kredieten van deze titel ter dekking van alle uitgaven als gevolg van schade door arbeidsconflicten en terroristische aanslagen. GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 37169000 33058000 28433672,09 Dit krediet dient ter dekking van de huurbedragen betreffende de onroerende goederen of gedeelten daarvan die door het Europees Parlement worden gebruikt. Tevens dient het ter dekking van de onroerende voorheffing. De huren zijn berekend over twaalf maanden en op basis van bestaande of in voorbereiding zijnde contracten, die normaliter voorzien in een indexering op basis van de kosten van het levensonderhoud of van de bouwkosten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1500000 EUR. Financiële bijdragen van de lidstaten of hun openbare instanties in de vorm van financiering of terugbetaling van kosten en van bijkomende kosten in verband met de aankoop of het gebruik van grond, gebouwen, alsmede van kosten in verband met gebouwen en faciliteiten van de instelling, worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 77584999,73 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de erfpacht van gebouwen of gedeelten van gebouwen op grond van lopende of in voorbereiding zijnde contracten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Financiële bijdragen van de lidstaten of hun openbare instanties in de vorm van financiering of terugbetaling van kosten en van bijkomende kosten in verband met de aankoop of het gebruik van grond, gebouwen, alsmede van kosten in verband met gebouwen en faciliteiten van de instelling, worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de aankoop van onroerende goederen. De subsidies voor de grondstukken en het bouwrijp maken ervan worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000000 EUR. Financiële bijdragen van de lidstaten of hun openbare instanties in de vorm van financiering of terugbetaling van kosten en van bijkomende kosten in verband met de aankoop of het gebruik van grond, gebouwen, alsmede van kosten in verband met gebouwen en faciliteiten van de instelling, worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 32970000 15770000 19569857,83 Op deze post kan eventueel een krediet worden opgenomen ter dekking van de kosten voor de constructie van gebouwen (werkzaamheden, honoraria voor studies, eerste inrichting en uitrusting noodzakelijk voor ingebruikneming en alle hieraan gerelateerde kosten). Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Financiële bijdragen van de lidstaten of hun openbare instanties in de vorm van financiering of terugbetaling van kosten en van bijkomende kosten in verband met de aankoop of het gebruik van grond, gebouwen, alsmede van kosten in verband met gebouwen en faciliteiten van de instelling, worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 84550000 57045440 44515781,85 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van de uitvoering van werkzaamheden in verband met de inrichting van dienstruimten, alsmede van andere hiermee samenhangende uitgaven, met name architecten- of ingenieurshonoraria enz. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 600000 EUR. Financiële bijdragen van de lidstaten of hun openbare instanties in de vorm van financiering of terugbetaling van kosten en van bijkomende kosten in verband met de aankoop of het gebruik van grond, gebouwen, alsmede van kosten in verband met gebouwen en faciliteiten van de instelling, worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5114000 5256000 4116976,99 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor het beheer van onroerend goed waarin door de overige artikelen van dit hoofdstuk niet speciaal is voorzien, en met name:
het beheer en de behandeling van afval;
verplichte controles, kwaliteitscontroles, expertises, audits, toezicht op de naleving van de regelgeving enz.;
de technische bibliotheek;
assistentie bij het beheer (building helpdesk);
het beheer van de plannen van de gebouwen en het informatiemateriaal;
de overige uitgaven.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 59440000 62944000 55608835,44 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van onderhoud en schoonmaak van en toezicht op de gebouwen (ruimten en technische installaties) die eigendom zijn van of gehuurd worden door het Europees Parlement, overeenkomstig de lopende contracten. Voorafgaand aan de hernieuwing of de sluiting van contracten, overlegt de instelling met de andere instellingen over de door elk van hen verkregen contractuele voorwaarden (prijs, valuta, indexering, duur, andere clausules) met inachtneming van artikel 104 van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 200000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 16690000 19660000 16058031,06 Dit krediet dient met name ter dekking van de kosten van het gebruik van water, gas, elektriciteit en verwarming. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 100000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 18420000 16760000 18844027,40 Dit krediet dient voornamelijk ter dekking van de kosten van de bewaking van en het toezicht op de gebouwen die het Europees Parlement in de drie gewoonlijke vergaderplaatsen en de voorlichtingskantoren in gebruik heeft, de ruimten van het Europees Parlement in de Europahuizen in de Unie en de buitenkantoren in derde landen. Voorafgaand aan de hernieuwing of de sluiting van contracten, overlegt de instelling met de andere instellingen over de door elk van hen verkregen contractuele voorwaarden (prijs, valuta, indexering, duur, andere clausules) met inachtneming van artikel 104 van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 120000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 784000 680000 636941,05 Dit krediet dient ter dekking van verzekeringspremies. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR Op het gebied van overheidsopdrachten overlegt de instelling met de andere instellingen over de door elk van hen verkregen voorwaarden. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 24920000 25310000 24431283,98 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de aankoop, de huur en het onderhoud van de hardware en software, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor de terugkerende operationele activiteiten die nodig zijn voor de goede werking van de informatica- en telecommunicatiesystemen van het Europees Parlement. Deze uitgaven betreffen in het bijzonder de systemen van het informaticacentrum en het telecommunicatiecentrum, het materiaal voor de afdelingen en het beheer van het netwerk. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 184200 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 18382000 19029000 15985141,04 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de aankoop, de huur en het onderhoud van de hardware en software, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor de terugkerende operationele activiteiten met betrekking tot het beheer en het onderhoud van de infrastructuur in verband met de informatica- en telecommunicatiesystemen van het Europees Parlement. Deze uitgaven betreffen met name de infrastructuur in verband met de netwerken, de bekabeling, de telecommunicatie, de individuele uitrustingen en de stemsystemen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 165000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 13588000 14170985 13370460,21 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor de aankoop, de huur en het onderhoud van de hardware en software, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor de terugkerende activiteiten met betrekking tot de bijstand en algemene ondersteuning van gebruikers in verband met de informatica- en telecommunicatiesystemen van het Europees Parlement. Deze uitgaven betreffen de ondersteunende diensten voor de leden en andere gebruikers, met name voor administratieve, wetgevende en communicatie-applicaties. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 23139400 24788302 25259382,50 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de aankoop, de huur en het onderhoud van de hardware en software en de daarmee verband houdende werkzaamheden, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor de terugkerende activiteiten met betrekking tot het beheer van de ict-applicaties van de instelling. Deze uitgaven betreffen met name de applicaties voor de leden, de communicatieapplicaties, alsook de administratieve en de wetgevingsapplicaties. Het dient ook ter dekking van de uitgaven voor de ICT-apparatuur die gezamenlijk gefinancierd wordt in het kader van de interinstitutionele samenwerking op taalgebied, als gevolg van de besluiten van het Interinstitutioneel Comité voor vertaling en vertolking. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 32000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 22023500 21824135 23291216,22 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de aankoop van de hardware en software, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor investeringen met betrekking tot de informatica- en telecommunicatie-infrastructuur van het Europees Parlement. De investeringen betreffen met name de systemen van het informaticacentrum en het telecommunicatiecentrum, de netwerken, de bekabeling, alsook de videoconferentiesystemen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 9000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 28086500 25549621 14417285,70 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de aankoop van de hardware en software, alsook ter dekking van de kosten van de service- en adviesbedrijven voor bijstand en voor investeringen met betrekking tot bestaande of nieuwe ICT-projecten. De investeringen betreffen met name toepassingen voor de leden, toepassingen op wetgevings-, administratief, financieel en communicatiegebied, alsook toepassingen met betrekking tot het beheer van de informatie- en communicatietechnologieën. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 2600 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6005000 6014000 2415168,52 Dit krediet dient ter dekking van de aankoop, de huur, het onderhoud en de reparatie van meubilair, met name de aankoop van ergonomisch kantoormeubilair en de vervanging van verouderd meubilair en meubilair dat niet langer wordt gebruikt, alsmede van kantoormachines. Het dient tevens ter dekking van de diverse beheersuitgaven in verband met het meubilair van het Europees Parlement. Voor kunstwerken dient dit krediet ter dekking van de uitgaven voor zowel de aanschaf van specifiek materiaal als de daarmee samenhangende lopende uitgaven, zoals die voor expertise, het conserveren, inlijsten, restaureren en schoonmaken, voor verzekeringen en voor los vervoer. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 29356100 30114385 19982469,18 Dit krediet dient ter dekking van aankoop, huur, onderhoud, reparatie en beheer van technisch materieel en technische installaties, met name:
diverse vaste of mobiele apparatuur en technische installaties in verband met drukkerij, beveiliging (inclusief software), kantines, gebouwen enz.;
apparatuur, met name voor printshop, telefoondienst, kantines, inkoopcentrales, veiligheid, technische dienst voor conferenties, de audiovisuele sector enz.;
speciaal materieel (elektronische, elektrische en computerapparatuur), met inbegrip van de eraan verbonden externe prestaties;
installatie van twee extra telefoonlijnen in kantoren van leden die daarom verzoeken.
Dit krediet dient voorts ter dekking van de kosten voor het bekendmaken van de verkoop en de verwijdering van afgeschreven goederen, alsmede de kosten van technische assistentie (consulting) voor dossiers waarvoor externe expertise nodig is. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 35000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2 1 6 4534000 6682000 5745560,21 Reserves (10 0) p.m. Totaal 4534000 6682000 5745560,21 Dit krediet dient ter dekking van aankoop, onderhoud, gebruik en reparatie van voertuigen (wagenpark en fietsen) en van de huur van auto's, taxi's, bussen en vrachtwagens, met of zonder chauffeur, met inbegrip van de bijbehorende verzekeringen, alsook de overige beheerskosten. Bij de vervanging van het wagenpark of de aankoop of de huur van voertuigen moet de voorkeur worden gegeven aan de minst vervuilende typen, zoals hybride auto's. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 100000 EUR. LOPENDE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Op het gebied van overheidsopdrachten overlegt de instelling met de andere instellingen over de door elk van hen verkregen voorwaarden. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1440500 1756000 1406201,94 Dit krediet dient ter dekking van de aanschaf van papier, enveloppen, kantoorbehoeften, producten voor de drukkerij en de reproductiewerkplaatsen enz., alsook de beheerskosten in verband daarmee. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 2500 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 40000 40000 21500,— Dit krediet dient ter dekking van de bankkosten (commissies, agio's en diverse kosten) en de andere financiële kosten, met inbegrip van de bijkomende kosten voor de financiering van de gebouwen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1110000 1110000 870825,70 Dit krediet dient ter dekking van:
het te betalen bedrag in geval van een veroordeling van het Europees Parlement tot betaling van de door het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht voor ambtenarenzaken, alsook de nationale rechtbanken vastgestelde proceskosten;
de kosten voor het inschakelen van externe advocaten die het Europees Parlement vertegenwoordigen voor rechtbanken van de Unie of nationale rechtbanken, en het inschakelen van juridische adviseurs of deskundigen ter assistentie van de Juridische Dienst;
de vergoeding van de kosten van advocaten in het kader van tuchtprocedures en daarmee vergelijkbare procedures;
de uitgaven die voortvloeien uit schadevergoedingen;
het bedrag van bij minnelijke regelingen toegekende vergoedingen, in toepassing van de artikelen 91 en 92 (oude artikelen 69 en 70) van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 271000 303000 209661,67 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor porto en voor verwerking en versturing door nationale postdiensten en koeriersdiensten. Het dient tevens ter financiering van postdiensten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 2500 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1434000 1440000 1064561,92 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor verhuizing en opslag door verhuisbedrijven of door inschakeling van tijdelijke arbeidskrachten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1161000 1093750 854287,77 Dit krediet dient ter dekking van:
verzekeringen die niet expliciet onder andere posten worden genoemd;
de uitgaven voor aankoop en onderhoud van uniformen voor bodes, chauffeurs, receptionisten, magazijnbedienden, verhuizers, alsmede voor het personeel van de diensten bezoekers en studiebijeenkomsten, van het Parlamentarium, de medische dienst, de veiligheidsdienst, de dienst onderhoud gebouwen en diverse technische diensten;
diverse huishoudelijke en beheersuitgaven, inclusief de aan PMO betaalde beheerskosten, met betrekking tot de statutaire pensioenen van voormalige leden, alsook aankoop van goederen en diensten waarin niet specifiek wordt voorzien door een andere post;
diverse aankopen in verband met Eco-Management and Audit Scheme (EMAS) (voorlichtingscampagnes enz.).
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 262500 250000 31436,10 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voortvloeiend uit EMAS-activiteiten gericht op het verbeteren van de milieuprestaties van het Europees Parlement, met inbegrip van voorlichting over die activiteiten, en uit de compensatieregeling voor CO2-emissies van het Europees Parlement. VERGADERINGEN EN CONFERENTIES EXPERTISE EN INFORMATIE: VERWERVING, ARCHIVERING, PRODUCTIE EN VERSPREIDING Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 3 0 3 0 0 Dienstreizen van het personeel en reizen tussen de drie vergaderplaatsen Niet-gesplitste kredieten 25370000 27700000 25160801,87 99,18 3 0 2 Onthaal en representatie Niet-gesplitste kredieten 1015000 1388000 790910,91 77,92 3 0 4Diverse uitgaven voor vergaderingen 3 0 4 0 Interne vergaderingen Niet-gesplitste kredieten 1712000 1400000 1736000,— 101,40 3 0 4 2 Vergaderingen, congressen en conferenties Niet-gesplitste kredieten 1565000 1795000 1133175,80 72,41 3 0 4 3 Diverse uitgaven voor de organisatie van vergaderingen van parlementaire vergaderingen, interparlementaire delegaties en andere delegaties Niet-gesplitste kredieten 1005000 1100000 430151,67 42,80 3 0 4 9 Werkingskosten van het reisbureau Niet-gesplitste kredieten 2160000 2040000 1919152,— 88,85 Artikel 3 0 4 — Totaal 6442000 6335000 5218479,47 81,01 HOOFDSTUK 3 0 — TOTAAL 32827000 35423000 31170192,25 94,95 HOOFDSTUK 3 2 3 2 0 Verwerving van expertise Niet-gesplitste kredieten 9211500 9309500 6768247,79 73,48 3 2 1 Expertise voor de parlementaire onderzoeksdiensten, de bibliotheek en de archieven Niet-gesplitste kredieten 8314000 8829000 6995311,01 84,14 3 2 2 Documentatie Niet-gesplitste kredieten 2044000 2010621 378881,87 18,54 3 2 3 Ondersteuning van de democratie en versterking van de capaciteit van de parlementen van derde landen Niet-gesplitste kredieten 1175000 1100000 708187,42 60,27 3 2 4Productie en verspreiding 3 2 4 0 Publicatieblad Niet-gesplitste kredieten 4500000 4373000 3867901,53 85,95 3 2 4 1 Digitale en traditionele publicaties Niet-gesplitste kredieten 3650000 3771000 3245065,10 88,91 3 2 4 2 Kosten van publicatie, voorlichting en deelneming aan openbare evenementen Niet-gesplitste kredieten 10580000 11395930 10990325,20 103,88 3 2 4 3 Parlamentarium — Bezoekerscentrum van het Europees Parlement Niet-gesplitste kredieten 5742500 5841817 5810992,39 101,19 3 2 4 4 Organisatie en ontvangst van bezoekersgroepen, Euroscola en uitnodigingen aan opiniemakers uit derde landen Niet-gesplitste kredieten 30845000 30431966 30859064,13 100,05 3 2 4 5 Organisatie van colloquia, studiedagen en culturele acties Niet-gesplitste kredieten 4466000 5262000 4573742,50 102,41 3 2 4 6 Televisiekanaal van het Parlement (Web TV) Niet-gesplitste kredieten 4600000 4509804 4507668,22 97,99 3 2 4 7 Huis van de Europese geschiedenis Niet-gesplitste kredieten 7470000 6305844 7318160,12 97,97 3 2 4 8 Audiovisuele voorlichting Niet-gesplitste kredieten 14490000 14506000 13018782,11 89,85 3 2 4 9 Informatie-uitwisseling met de nationale parlementen Niet-gesplitste kredieten 250000 250000 103180,83 41,27 Artikel 3 2 4 — Totaal 86593500 86647361 84294882,13 97,35 3 2 5 Uitgaven in verband met de voorlichtingsbureaus Niet-gesplitste kredieten 900000 900000 668683,35 74,30 3 2 6Europees wetenschaps- en mediaknooppunt 3 2 6 1 Europees wetenschaps- en mediaknooppunt Niet-gesplitste kredieten p.m. Artikel 3 2 6 — Totaal p.m. HOOFDSTUK 3 2 — TOTAAL 108238000 108796482 99814193,57 92,22 Titel 3 — Totaal 141065000 144219482 130984385,82 92,85 VERGADERINGEN EN CONFERENTIES Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 25370000 27700000 25160801,87 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor reiskosten van het personeel van de instelling, gedetacheerde nationale deskundigen, stagiairs en personeel van andere Europese of internationale instellingen dat door de instelling is uitgenodigd, tussen de standplaats en een van de drie vergaderplaatsen van het Europees Parlement (Brussel, Luxemburg en Straatsburg), alsook voor dienstreizen naar elke andere plaats buiten de drie vergaderplaatsen. De gedekte uitgaven betreffen de reiskosten, dagvergoedingen en verblijfskosten, en compensatie voor ongebruikelijke arbeidstijden. Bijkomende kosten (met inbegrip van kosten van de annulering van plaatsbewijzen en hotelreserveringen, kosten in verband met elektronische facturering, kosten in verband met verzekeringen) zijn eveneens gedekt. Dit krediet is ook bedoeld ter dekking van de kosten voor eventuele compensatie voor CO2-emissies als gevolg van dienstreizen en verplaatsingen van het personeel. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 240000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 71, alsmede bijlage VII, artikelen 11, 12 en 13. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1015000 1388000 790910,91 Dit krediet dient ter financiering van:
de uitgaven in verband met de verplichtingen van de instelling inzake ontvangst, met inbegrip van ontvangst in het kader van de werkzaamheden van de afdeling Scientific and Technological Options Assessment (STOA), en representatie van de leden van de instelling;
de representatiekosten van de voorzitter bij reizen buiten de vergaderplaatsen;
de representatiekosten en de bijdrage in de secretariaatskosten van het kabinet van de voorzitter;
de kosten van ontvangst en representatie van het secretariaat-generaal, inclusief de aankoop van artikelen en medailles voor ambtenaren met 15 en/of 25 dienstjaren;
diverse kosten van het protocol, zoals vlaggen, drukwerk, uitnodigingen, menukaarten enz.;
reis- en verblijfkosten van VIP-bezoekers van de instelling;
kosten van visa van leden en personeelsleden van het Europees Parlement bij officiële reizen;
kosten van ontvangst en representatie en andere specifieke kosten voor leden die een officiële functie bij het Europees Parlement bekleden.
Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1712000 1400000 1736000,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor verfrissingen en andere dranken en voor lichte maaltijden die soms tijdens vergaderingen van de instelling worden verstrekt, met inbegrip van het beheer van die diensten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1565000 1795000 1133175,80 Dit krediet dient met name ter dekking van:
de kosten van het organiseren van vergaderingen buiten de plaatsen waar de instelling haar werkzaamheden verricht (commissies en commissiedelegaties, fracties), met inbegrip, waar passend van representatiekosten;
de bijdragen aan internationale organisaties waarvan het Europees Parlement of één van zijn organen lid is (Interparlementaire Unie, Vereniging van de secretarissen-generaal van parlementen, Groep 12+ bij de Interparlementaire Unie);
de terugbetaling aan de Commissie, op basis van een dienstenovereenkomst tussen het Europees Parlement, van het aandeel van het Parlement in de kosten van het produceren van de laissez-passer van de EU (apparatuur, personeel en voorraden), overeenkomstig het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (artikel 6), artikel 23 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, artikelen 11 en 81 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie en Verordening (EU) nr. 1417/2013 van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van de vorm van de door de Europese Unie afgegeven laissez-passer (PB L 353 van 28.12.2013, blz. 26).
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 20000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1005000 1100000 430151,67 Dit krediet dient vooral ter dekking van de kosten, behalve die welke reeds worden gedekt door hoofdstuk 1 0 en artikel 3 0 0, voor de organisatie van de vergaderingen van:
delegaties naar de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de Parlementaire Vergadering van EuroLat, de Parlementaire Vergadering Euronest en hun organen;
de Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ), de commissies en het bureau hiervan; deze uitgave omvat de bijdrage van het Europees Parlement aan de begroting van het autonome secretariaat van de UMZ of de rechtstreekse tenlasteneming van de kosten van het aandeel van het Europees Parlement in de begroting van de UMZ;
de interparlementaire delegaties, ad-hocdelegaties, de gemengde parlementaire commissies, de parlementaire samenwerkingscommissies, parlementaire delegaties naar de WTO, alsmede de Parlementaire Conferentie van de WTO en haar Stuurcomité.
Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2160000 2040000 1919152,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten die voortvloeien uit de werking van het reisbureau waarmee het Europees Parlement een contract heeft gesloten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. EXPERTISE EN INFORMATIE: VERWERVING, ARCHIVERING, PRODUCTIE EN VERSPREIDING Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9211500 9309500 6768247,79 Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten van overeenkomsten met gekwalificeerde deskundigen en onderzoeksinstituten voor studies en andere onderzoekswerkzaamheden (workshops, rondetafelconferenties, panels of hoorzittingen met deskundigen, conferenties) ten behoeve van de organen van het Europees Parlement, de parlementaire commissies en delegaties en de administratie;
verwerving of huur van gespecialiseerde informatiebronnen, zoals gespecialiseerde databanken, gerelateerde literatuur en technische ondersteuning, om in voorkomend geval de bovengenoemde expertiseovereenkomsten aan te vullen;
reis- en verblijfkosten en bijkomende kosten van deskundigen en andere personen — met inbegrip van personen die een verzoekschrift aan het Europees Parlement hebben gericht — die worden uitgenodigd voor vergaderingen van commissies, delegaties, studie- en werkgroepen en workshops;
de kosten van de verspreiding van de resultaten van het interne of externe parlementaire onderzoek en van andere relevante producten ten gunste van de instelling en het grote publiek (met name door middel van publicatie op internet, interne databanken, brochures en publicaties);
de uitgaven voor een beroep op externen voor deelname aan de werkzaamheden van organen als de tuchtraad en het speciaal panel voor financiële onregelmatigheden.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 8314000 8829000 6995311,01 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de activiteiten van het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten (DG EPRS), met name:
de verwerving van gespecialiseerde expertise en ondersteuning voor de onderzoeksactiviteiten van het Europees Parlement (met inbegrip van artikelen, studies, workshops, seminars, rondetafelconferenties, panels van deskundigen, conferenties), indien nodig in het kader van een partnerschap met andere instellingen, internationale organisaties, onderzoeksafdelingen en bibliotheken van nationale parlementen, thinktanks, onderzoeksinstanties en ander gekwalificeerde deskundigen;
de verwerving van gespecialiseerde expertise op het gebied van impactbeoordeling/evaluatie ex-ante en ex-post, van de Europese meerwaarde en van de evaluatie van wetenschappelijke en technische opties (Scientific and Technological Options Assessment, STOA);
de verwerving of huur van boeken, tijdschriften, kranten, databanken, producten van persagentschappen en elke andere informatiedrager voor de bibliotheek, in diverse vormen, inclusief kosten als gevolg van de auteursrechten, kwaliteitsbeheerssysteem, materiaal en werkzaamheden in verband met het inbinden en conserveren en andere relevante diensten;
de kosten van de externe archiveringsdiensten (organisatie, selectie, beschrijving, omzetting op verschillende informatiedragers en in papierloze vorm, verwerving van primaire archiefbronnen);
de verwerving, de installatie, de exploitatie en het onderhoud van speciale bibliotheek- en archiveringsdocumentatie en speciaal mediatheekmateriaal, inclusief elektrische, elektronische en computerapparatuur en/of -systemen, alsmede materiaal in verband met het inbinden en conserveren;
de kosten van de verspreiding van de resultaten van het interne of externe parlementaire onderzoek en van andere relevante producten ten gunste van de instelling en het grote publiek (met name door middel van publicatie op internet, interne databanken, brochures en publicaties);
reis- en verblijfkosten en bijkomende kosten van deskundigen en auteurs die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de presentaties, seminars, workshops of andere, soortgelijke activiteiten die door DG EPRS worden georganiseerd;
de deelname van de STOA aan wetenschappelijke organen;
de verplichtingen van het Europees Parlement op grond van internationale en/of interinstitutionele samenwerkingsovereenkomsten, inclusief de bijdrage van het Parlement aan de dekking van de kosten als gevolg van het beheer van de historische archieven van de Unie overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 354/83 van de Raad.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 20000 EUR. Verordening (EEG, Euratom) nr. 354/83 van de Raad van 1 februari 1983 inzake het voor het publiek toegankelijk maken van de historische archieven van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 43 van 15.2.1983, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Besluit goedgekeurd door het Bureau van 28 november 2001 over de regeling inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, laatstelijk gewijzigd op 22 juni 2011 (PB C 216 van 22.7.2011, blz. 19). Besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 16 december 2002 over de regels betreffende de archieven van het Europees Parlement, zoals geconsolideerd op 3 mei 2004. Besluit van het Bureau van 10 maart 2014 over de regeling inzake de verwerking van persoonlijke archieven van leden en voormalige leden van het Europees Parlement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2044000 2010621 378881,87 Dit krediet dient ter financiering van:
abonnementen op dagbladen, tijdschriften, nieuwsagentschappen en op hun publicaties en diensten online, met inbegrip van de kosten van auteursrechten voor de reproductie en verspreiding van deze abonnementen langs klassieke of elektronische weg en dienstverleningscontracten voor persoverzichten en krantenknipsels;
abonnementen of dienstverleningscontracten voor de levering van samenvattingen en inhoudsanalysen van tijdschriften of van het invoeren in optische dragers van uit deze tijdschriften geselecteerde artikelen;
kosten in verband met het gebruik van externe databanken voor documenten en statistische gegevens, met uitzondering van computerapparatuur en telecommunicatiekosten;
de aanschaf van nieuwe of vervangende woordenboeken, lexicons, ongeacht het medium, ook voor de nieuwe taalsecties, alsmede andere werken voor de taaldiensten en voor de Afdelingen kwaliteit van de wetgeving.
Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1175000 1100000 708187,42 Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten als gevolg van de programma's inzake informatie-uitwisseling en samenwerking tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen van de pretoetredingslanden, met name de Westelijke Balkan en Turkije;
de uitgaven voor het bevorderen van de (niet onder het vorige streepje bedoelde) betrekkingen tussen het Europees Parlement en democratisch verkozen nationale parlementen van derde landen alsook met regionale parlementaire organisaties. De activiteiten in kwestie hebben als doel de parlementaire capaciteit te versterken in nieuwe en ontluikende democratieën, met name in de (zuidelijke en oostelijke) Europese buurlanden;
de uitgaven voor de bevordering van activiteiten ter ondersteuning van bemiddeling en van programma's ten gunste van jonge politieke leiders uit de Europese Unie en de Europese buurlanden;
de kosten van de organisatie van de Sacharov-prijs (met name het geldbedrag van de prijs, de kosten in verband met de verplaatsing en het onthaal van de laureaat of laureaten, de werkingskosten van het Sacharov-netwerk en de dienstreizen van de leden van dit netwerk) en van de activiteiten ter bevordering van de mensenrechten.
Deze activiteiten omvatten onder meer voorlichtingsbezoeken aan het Europees Parlement te Brussel, Luxemburg of Straatsburg. De kredieten dienen ter volledige of gedeeltelijke dekking van de kosten van de deelnemers, met name reiskosten, kosten van vervoer, verblijfkosten en dagvergoedingen. Besluit van het Bureau van 12 december 2011 tot oprichting van het directoraat Democratieondersteuning binnen DG EXPO. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4500000 4373000 3867901,53 Dit krediet dient ter dekking van het aandeel van de instelling in de kosten van publicatie, verspreiding en andere bijkomende kosten van het Publicatiebureau voor de teksten die gepubliceerd moeten worden in het Publicatieblad van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3650000 3771000 3245065,10 Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten van digitale (intranet) en traditionele (diverse documenten en drukwerk in onderaanneming) uitgaven, met inbegrip van distributie;
de actualisering en het updaten en corrigeren van de systemen voor publicatie.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 6000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10580000 11395930 10990325,20 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor voorlichtingspublicaties, met inbegrip van elektronische publicaties, voorlichtingsactiviteiten, public relations, deelname aan openbare evenementen, tentoonstellingen en beurzen in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en in de landen waar het Europees Parlement een verbindingskantoor heeft, alsmede voor de actualisering van het Legislative Observatory (OEIL) en de ontwikkeling van instrumenten of middelen om de toegang ertoe voor het publiek door middel van mobiele apparatuur te verruimen of te vergemakkelijken. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5742500 5841817 5810992,39 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van het Parlamentarium — het bezoekerscentrum van het Europees Parlement in Brussel —, alsmede van installaties, tentoonstellingen en materiaal dat is aangepast of gekopieerd voor afzonderlijk gebruik buiten Brussel. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 9300 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 30845000 30431966 30859064,13 Dit krediet dient ter dekking van subsidies voor bezoekersgroepen, alsmede de daarmee samenhangende uitgaven voor begeleiding en infrastructuur, de financiering van stages voor opiniemakers uit derde landen (EUVP) en de kosten van het functioneren van het Euroscola-, het EuroMed-Scola- en het Euronest-Scolaprogramma. Het EuroMed-Scola- en het Euronest-Scolaprogramma vinden ieder jaar beurtelings plaats in de gebouwen van het Europees Parlement in Straatsburg of Brussel, behalve tijdens verkiezingsjaren. Dit krediet wordt jaarlijks verhoogd door toepassing van een deflator waarbij rekening wordt gehouden met de wijzigingen van het bni en het prijspeil. Elk lid van het Europees Parlement heeft het recht om per kalenderjaar ten hoogste vijf bezoekersgroepen uit te nodigen met in totaal 110 bezoekers. Er wordt ook voorzien in een adequaat bedrag voor bezoekers met een handicap. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 100000 EUR. Besluit van het Bureau van 16 december 2002 betreffende de regeling voor de ontvangst van bezoekersgroepen en voor het Euroscola, EuroMed-Scola- en Euronest-Scola-programma, als laatstelijk gewijzigd op 26 februari 2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4466000 5262000 4573742,50 Dit krediet dient ter financiering van:
de kosten of subsidies in verband met de organisatie van colloquia en studiedagen van nationale of internationale aard voor opiniemakers uit de lidstaten, de toetredingslanden en de landen waar het EP over een kantoor beschikt, alsmede de kosten voor het organiseren van parlementaire colloquia en symposia en de financiering van culturele initiatieven van Europees belang, zoals de LUX-filmprijs van het Europees Parlement voor de Europese film;
de uitvoering van vergaderzaalactiviteiten in Straatsburg en Brussel, overeenkomstig het door het Bureau vastgestelde jaarlijkse programma;
ondersteunende maatregelen en instrumenten voor meertaligheid, zoals studiedagen en conferenties, vergaderingen met aanbieders van opleidingen voor tolken of vertalers, maatregelen en acties gericht op de bewustmaking voor meertaligheid en de bevordering van het beroep van tolk of vertaler, met inbegrip van een subsidieprogramma voor universiteiten, scholen en andere instellingen die zich met tolken- en vertaalstudies bezighouden waarbij gebruik wordt gemaakt van virtuele communicatie, evenals deelneming aan soortgelijke acties en maatregelen georganiseerd tezamen met andere diensten in het kader van de interinstitutionele en internationale samenwerking.
Dit krediet dient eveneens ter dekking van kosten in verband met de organisatie van deze activiteiten, met inbegrip van cateringdiensten en -kosten, en de kosten voor de uitnodiging van journalisten bij deze werkzaamheden. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 25000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4600000 4509804 4507668,22 Dit krediet dient ter dekking van de kosten in verband met de productie en de huisvesting door het Europees Parlement (Europarl TV), clips voor het web en audiovisueel materiaal dat uitzendrijp is, in overeenstemming met de communicatiestrategie van de instelling. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7470000 6305844 7318160,12 Dit krediet is bestemd voor de financiering van de activiteiten van het Huis van de Europese geschiedenis, zoals de specifieke interieurinrichting, de aankoop van collecties, de organisatie van tentoonstellingen en de exploitatiekosten, met inbegrip van de kosten voor de aanschaf van boeken, tijdschriften en andere publicaties die verband houden met de activiteiten van het Huis van de Europese geschiedenis. Het dient ook ter dekking van de kosten van overeenkomsten met gekwalificeerde deskundigen en onderzoeksinstituten voor studies en andere onderzoekswerkzaamheden (workshops, rondetafelconferenties, panels van deskundigen, conferenties) ten behoeve van het Huis van de Europese geschiedenis. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 5000000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 14490000 14506000 13018782,11 Dit krediet dient ter dekking van:
de huishoudelijke uitgaven van de audiovisuele sector (eigen producties en externe bijstand), zoals technische werkzaamheden bij radio- en televisiestations, realisatie, productie, coproductie en verspreiding van audiovisuele programma's, huur van straalverbindingen en uitzending van televisie- en radioprogramma's, alsmede andere activiteiten ter ontwikkeling van de contacten van de instelling met de audiovisuele sector;
de uitgaven voor het direct via internet uitzenden van plenaire vergaderingen en vergaderingen van de commissies van het Parlement;
het opzetten van een passend archief om de media en burgers permanent toegang tot deze informatie te garanderen.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 13000 EUR. Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2002 over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2003 (PB C 47 E van 27.2.2003, blz. 72). Resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2002 over de raming van de uitgaven en ontvangsten van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2003 (PB C 180 E van 31.7.2003, blz. 150). Resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2003 over de raming van de uitgaven en ontvangsten van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2004 (PB C 67 E van 17.3.2004, blz. 179). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 250000 250000 103180,83 Dit krediet dient ter financiering van:
uitgaven voor de bevordering van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen. De uitgaven hebben betrekking op de parlementaire betrekkingen, andere dan die genoemd onder de hoofdstukken 1 0 en 3 0, de uitwisseling van informatie en documentatie en bijstand bij de analyse en het beheer van deze informatie, met inbegrip van uitwisseling met het Europees Centrum voor onderzoek en parlementaire documentatie (ECOPD);
de financiering van samenwerkingsprogramma's en opleidingsactiviteiten voor ambtenaren van de bovengenoemde parlementen en, in het algemeen, activiteiten ter versterking van hun parlementaire capaciteiten. Deze activiteiten omvatten onder meer voorlichtingsbezoeken aan het Europees Parlement te Brussel, Luxemburg of Straatsburg. de kredieten dienen ter volledige of gedeeltelijke dekking van de kosten van de deelnemers, met name reiskosten, kosten van lokaal vervoer, verblijfkosten en dagvergoedingen;
samenwerkingsacties, met name in verband met de wetgevingsactiviteiten, alsmede de acties in verband met documentatie, analyse, voorlichting en beveiliging van het domein, met inbegrip van de acties die worden uitgevoerd door het Europees Centrum voor onderzoek en parlementaire documentatie (ECOPD).
Dit krediet dient ter voorbereiding op de versterkte samenwerking tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen op het gebied van de parlementaire controle op het GBVB/GVDB, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 9 en 10 van Protocol nr. 1 over de rol van nationale parlementen in de Europese Unie. Conferenties van de voorzitters van de Europese parlementaire vergaderingen (juni 1977) en van de parlementen van de Europese Unie (september 2000, maart 2001). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 900000 900000 668683,35 Dit krediet dient ter dekking van de algemene uitgaven en diverse incidentele uitgaven in verband met de voorlichtingsbureaus van het Europees Parlement (in het bijzonder kantoorbenodigdheden, telecommunicatie, portokosten, behandeling, vervoer, opslag, standaard promotiemateriaal, databanken). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. Om in de behoeften van de leden te voorzien en duidelijk te communiceren over het werk van het Europees Parlement, is een goed uitgerust mediacentrum nodig, dat ook voor verschillende doeleinden buiten de plenaire vergaderingen kan worden gebruikt. De kredieten in het kader van deze post dienen om de opwaardering van technisch materieel en mediavoorzieningen te ondersteunen, met het oog op de toegenomen media-aandacht, het groeiende belang van sociale media en de extra vraag van de leden, alsook om een nauwere samenwerking tussen het Europees Parlement, ARTE, lokale universiteiten en scholen te bewerkstelligen teneinde een Europees mediaknooppunt tot stand te brengen om bijvoorbeeld jonge journalisten op te leiden, buiten de gewone plenaire vergaderingen. Paragraaf 30 van de resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2015 over de raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2016 (PB C 346 van 21.9.2016, blz. 188). Paragraaf 54 van de resolutie van het Europees Parlement van 14 april 2016 over de raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2017 (Aangenomen teksten, P8_TA(2016) 132). UITGAVEN IN VERBAND MET BEPAALDE INSTELLINGEN EN ORGANEN ASSISTENTIE AAN DE LEDEN VERGADERINGEN EN ANDERE ACTIVITEITEN VAN LEDEN EN VOORMALIGE LEDEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 4 0 4 0 0 Lopende huishoudelijke uitgaven en uitgaven in verband met de politieke en de voorlichtingsactiviteiten van de fracties en de niet-fractiegebonden leden Niet-gesplitste kredieten 62000000 61000000 58950000,— 95,08 4 0 2 Financiering van de Europese politieke partijen Niet-gesplitste kredieten 31905000 31400000 27913879,— 87,49 4 0 3 Financiering van Europese politieke stichtingen Niet-gesplitste kredieten 19000000 18700000 16060699,— 84,53 HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL 112905000 111100000 102924578,— 91,16 HOOFDSTUK 4 2 4 2 2 Assistentie aan de leden Niet-gesplitste kredieten 207991000 202140000 184233696,17 88,58 HOOFDSTUK 4 2 — TOTAAL 207991000 202140000 184233696,17 88,58 HOOFDSTUK 4 4 4 4 0 Kosten voor vergaderingen en andere activiteiten van voormalige leden Niet-gesplitste kredieten 210000 210000 200000,— 95,24 4 4 2 Kosten van vergaderingen en andere activiteiten van de Europese Parlementaire Vereniging Niet-gesplitste kredieten 210000 210000 200000,— 95,24 HOOFDSTUK 4 4 — TOTAAL 420000 420000 400000,— 95,24 Titel 4 — Totaal 321316000 313660000 287558274,17 89,49 UITGAVEN IN VERBAND MET BEPAALDE INSTELLINGEN EN ORGANEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 62000000 61000000 58950000,— Dit krediet dient, voor de fracties en de niet-ingeschreven leden, ter dekking van:
secretariaatskosten en administratieve en huishoudelijke uitgaven;
de uitgaven voor politieke en voorlichtingsactiviteiten in het kader van de politieke activiteiten van de Unie.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Besluit van het Bureau van 30 juni 2003 betreffende de regeling inzake het gebruik van kredieten van begrotingspost 400, als laatstelijk gewijzigd op 27 april 2015. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 31905000 31400000 27913879,— Dit krediet dient ter financiering van de politieke partijen op Europees niveau. Goed bestuur en grondig toezicht op het gebruik van middelen moeten worden gewaarborgd. Verdrag betreffende de Europese Unie, met name artikel 10, lid 4. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 224. Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau (PB L 297 van 15.11.2003, blz. 1). Besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 29 maart 2004 houdende de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau (PB C 112 van 9.4.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 19000000 18700000 16060699,— Dit krediet dient ter financiering van de politieke stichtingen op Europees niveau. Goed bestuur en grondig toezicht op het gebruik van middelen moeten worden gewaarborgd. Verdrag betreffende de Europese Unie, met name artikel 10, lid 4. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 224. Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau (PB L 297 van 15.11.2003, blz. 1). Besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 29 maart 2004 houdende de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau (PB C 112 van 9.4.2011, blz. 1). ASSISTENTIE AAN DE LEDEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 207991000 202140000 184233696,17 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor personeel en dienstverleners die belast zijn met de parlementaire assistentie aan de leden, alsook de kosten verbonden aan derdebetalenden. Het dient tevens ter dekking van de koersverschillen ten laste van de begroting van het Europees Parlement, overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn op de terugbetaling van de kosten voor parlementaire assistentie, alsook de kosten voor de ondersteunende diensten voor het beheer van de parlementaire assistentie. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 775000 EUR. Statuut van de leden van het Europees Parlement, met name artikel 21. Bepalingen ter uitvoering van het statuut van de leden van het Europees Parlement, met name de artikelen 33 tot en met 44. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, met name artikel 5 bis en de artikelen 125 tot en met 139. Besluit van het Bureau van 14 april 2014 betreffende de maatregelen ter uitvoering van titel VII van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. VERGADERINGEN EN ANDERE ACTIVITEITEN VAN LEDEN EN VOORMALIGE LEDEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 210000 210000 200000,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van vergaderingen van de Vereniging van voormalige leden van het Europees Parlement, alsmede van eventuele andere kosten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 210000 210000 200000,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor vergaderingen van de Europese Parlementaire Vereniging, alsmede van eventuele bijkomende kosten. UITGAVEN VAN DE AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN EN VAN HET COMITÉ VAN ONAFHANKELIJKE VOORAANSTAANDE PERSONEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 5 0 5 0 0 Operationele uitgaven voor de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 5 0 1 Uitgaven in verband met het Comité van onafhankelijke vooraanstaande personen Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. HOOFDSTUK 5 0 — TOTAAL p.m. p.m. Titel 5 — Totaal p.m. p.m. UITGAVEN VAN DE AUTORITEIT VOOR EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN EN EUROPESE POLITIEKE STICHTINGEN EN VAN HET COMITÉ VAN ONAFHANKELIJKE VOORAANSTAANDE PERSONEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen om het volledig en onafhankelijk functioneren daarvan te waarborgen. Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1), met name artikel 6, leden 1 en 7. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor het secretariaat en de financiering van het Comité van onafhankelijke vooraanstaande personen Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1), met name artikel 11, lid 2. VOORZIENINGEN RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN RESERVE VOOR DE UITBREIDING RESERVE VOOR HET VOORLICHTINGS- EN COMMUNICATIEBELEID VOORZIENINGEN VOOR GEBOUWEN RESERVE VOOR PRIORITAIRE PROJECTEN IN ONTWIKKELING RESERVE VOOR EMAS Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 10 0 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 0 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 1 864300 6000000 0,— 0 HOOFDSTUK 10 1 — TOTAAL 864300 6000000 0,— 0 HOOFDSTUK 10 3 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 3 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 4 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 4 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 5 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 5 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 6 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 6 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 8 p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 10 8 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— Titel 10 — Totaal 864300 6000000 0,— 0 TOTAAL-GENERAAL 1909590000 1838613983 1778822019,19 93,15 VOORZIENINGEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 864300 6000000 0,— Dit krediet dient ter dekking van niet te voorziene uitgaven, voortkomend uit tijdens het begrotingsjaar te nemen begrotingsbesluiten. RESERVE VOOR DE UITBREIDING Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten die worden gemaakt om de instelling voor te bereiden op de uitbreiding. RESERVE VOOR HET VOORLICHTINGS- EN COMMUNICATIEBELEID Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor het voorlichtings- en communicatiebeleid. VOORZIENINGEN VOOR GEBOUWEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor investeringen in onroerend goed en inrichtingswerken door de instelling. Het Bureau van het Europees Parlement wordt verzocht een coherente en verantwoordelijke strategie voor de lange termijn op het gebied van onroerend goed en gebouwen vast te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke probleem van stijgende onderhoudskosten, de noodzaak van renovatie en beveiligingskosten, en waarbij de duurzaamheid van de begroting van het Europees Parlement wordt gewaarborgd. RESERVE VOOR PRIORITAIRE PROJECTEN IN ONTWIKKELING Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van de instelling voor prioritaire projecten in ontwikkeling. RESERVE VOOR EMAS Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Aansluitend op de besluiten die het Bureau moet nemen inzake de tenuitvoerlegging van het EMAS-actieplan, met name na de koolstofaudit van het Europees Parlement, dient dit krediet ter financiering van de relevante huishoudelijke lijnen. Functiegroep en rang Europees Parlement 2017 2016 Vaste ambten Tijdelijke ambten Vaste ambten Tijdelijke ambten Overige Fracties Overige Fracties Niet-ingedeeld 1 — — — 1 — — — AD 16 13 — 1 7 13 — 1 7 AD 15 54 — 1 5 47 — 1 4 AD 14 214 2 7 36 223 2 7 30 AD 13 439 8 2 38 443 8 2 40 AD 12 294 — 13 60 242 — 12 64 AD 11 154 — 7 29 174 — 6 30 AD 10 213 — 7 25 195 — 9 25 AD 9 149 — 6 32 177 — 6 29 AD 8 446 — 7 40 433 — 3 37 AD 7 311 — 2 65 286 — 6 59 AD 6 181 — 8 46 196 — 8 48 AD 5 143 — 5 88 220 — 5 63 Totaal AD 2611 10 66 471 2649 10 66 436 AST 11 120 10 — 37 120 10 — 36 AST 10 82 — 20 35 84 — 20 33 AST 9 570 — 4 42 491 — 4 44 AST 8 288 — 6 39 308 — 6 40 AST 7 321 — 2 47 388 — 2 43 AST 6 304 — 6 73 309 — 6 72 AST 5 376 — 19 70 305 — 19 74 AST 4 354 — 3 90 393 — 3 78 AST 3 216 — 15 84 231 — 16 78 AST 2 38 — — 53 88 — — 58 AST 1 2 — — 94 45 — — 67 Totaal AST 2671 10 75 664 2762 10 76 623 AST/SC 6 — — — — — — — — AST/SC 5 — — — — — — — — AST/SC 4 — — — — — — — — AST/SC 3 — — — — — — — — AST/SC 2 50 — — — 50 — — — AST/SC 1 134 — — — 134 — — — Totaal AST/SC 184 — — — 184 — — — Totaal 5467 20 141 1135 5596 20 142 1059 Totaal-generaal 6743 6797 Omschrijving Bedrag Uitgaven 561576000 Eigen inkomsten –52495000 Te ontvangen bijdrage 509081000 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 4 0 4 0 0 Opbrengst van de belasting op de salarissen, lonen en vergoedingen van de leden van de instelling, ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden 26381000 25490000 22856747,— 86,64 4 0 3 Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van leden van de instelling, ambtenaren en andere personeelsleden in actieve dienst p.m. p.m. 0,— 4 0 4 Opbrengst van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instelling, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst 3530000 3192000 4389231,— 124,34 HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL 29911000 28682000 27245978,— 91,09 HOOFDSTUK 4 1 4 1 0 Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling 22584000 21733000 22861582,— 101,23 4 1 1 Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel p.m. p.m. 2671910,— 4 1 2 Bijdragen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 4 1 — TOTAAL 22584000 21733000 25533492,— 113,06 Titel 4 — Totaal 52495000 50415000 52779470,— 100,54 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 26381000 25490000 22856747,— Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12. Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, met name artikel 66 bis, in de versie die van kracht was tot 15 december 2003. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 3530000 3192000 4389231,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis. Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 22584000 21733000 22861582,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 83, lid 2. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2671910,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name bijlage VIII, artikel 4 en artikel 11, lid 2. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name bijlage VIII, artikel 11, lid 2, en artikel 48. OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE EN ONROERENDE GOEDEREN HUUROPBRENGST OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTE ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING DIVERSE VERGOEDINGEN OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 5 0 5 0 0Opbrengst van de verkoop van roerende goederen 5 0 0 0 Verkoop van vervoermiddelen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 28570,— 5 0 0 1 Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 71488,— 5 0 0 2 Verkoop van materieel ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 5 0 0 — Totaal p.m. p.m. 100058,— 5 0 1 Opbrengst van de verkoop van onroerende goederen p.m. p.m. 0,— 5 0 2 Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerken en films p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 5 0 — TOTAAL p.m. p.m. 100058,— HOOFDSTUK 5 1 5 1 0 Opbrengst van de verhuur van meubilair en materieel p.m. p.m. 0,— 5 1 1 Verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten p.m. p.m. 567672,— HOOFDSTUK 5 1 — TOTAAL p.m. p.m. 567672,— HOOFDSTUK 5 2 5 2 0 Ontvangsten van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere rente, geïnd op de rekeningen van de instelling p.m. p.m. 1377,— HOOFDSTUK 5 2 — TOTAAL p.m. p.m. 1377,— HOOFDSTUK 5 5 5 5 0 Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief kosten van dienstreizen voor rekening van andere instellingen of organen en door deze instellingen of organen terugbetaald — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 227912,— 5 5 1 Ontvangsten afkomstig van op verzoek van derden verleende diensten en werkzaamheden — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 102034,— HOOFDSTUK 5 5 — TOTAAL p.m. p.m. 329946,— HOOFDSTUK 5 7 5 7 0 Ontvangsten voortvloeiend uit de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 16297919,— 5 7 1 Ontvangsten die voor een bepaald doel zijn bestemd, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, daaronder begrepen de aan elke instelling vooraf toegewezen specifieke ontvangsten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 22695,— 5 7 2 Terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 5 7 3 Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instellingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1470668,— HOOFDSTUK 5 7 — TOTAAL p.m. p.m. 17791282,— HOOFDSTUK 5 8 5 8 0 Diverse vergoedingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 173988,— HOOFDSTUK 5 8 — TOTAAL p.m. p.m. 173988,— HOOFDSTUK 5 9 5 9 0 Overige ontvangsten uit het administratieve beheer p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 5 9 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— Titel 5 — Totaal p.m. p.m. 18964323,— OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE EN ONROERENDE GOEDEREN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 28570,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 71488,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. HUUROPBRENGST Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 567672,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTE Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1377,— ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 227912,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 102034,— OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 16297919,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 22695,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1470668,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. DIVERSE VERGOEDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 173988,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 6 1 6 1 2 Terugbetaling van specifieke uitgaven in verband met de uitvoering van werkzaamheden op verzoek en tegen vergoeding — Bestemmingsuitgaven p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 1 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 3 6 3 1Bijdragen in het kader van het Schengenacquis — Bestemmingsontvangsten 6 3 1 1 Bijdrage aan de administratieve kosten in verband met de overeenkomst met IJsland en Noorwegen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1177892,— Artikel 6 3 1 — Totaal p.m. p.m. 1177892,— HOOFDSTUK 6 3 — TOTAAL p.m. p.m. 1177892,— HOOFDSTUK 6 6 6 6 0Overige bijdragen en terugbetalingen 6 6 0 0 Andere bestemmingsbijdragen en -terugbetalingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 6 0 — Totaal p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 6 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— Titel 6 — Totaal p.m. p.m. 1177892,— TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1177892,— Bijdragen aan de administratieve kosten die voortvloeien uit de Overeenkomst van 18 mei 1999 tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop deze twee landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis — Slotakte (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36), en met name artikel 12 van deze overeenkomst. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de begrotingslijn van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement dient deze post voor ontvangsten die niet voorzien zijn in enig ander onderdeel van titel 6 en gebruikt worden om te voorzien in extra kredieten ter financiering van uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. ACHTERSTANDSRENTE EN INTREST OP BOETEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 7 0 7 0 0Achterstandsrente 7 0 0 0 Achterstandsrente op door de lidstaten ter beschikking gestelde eigen middelen p.m. p.m. 2,— 7 0 0 1 Overige achterstandsrente p.m. p.m. 0,— Artikel 7 0 0 — Totaal p.m. p.m. 2,— 7 0 9 Overige rente p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 7 0 — TOTAAL p.m. p.m. 2,— Titel 7 — Totaal p.m. p.m. 2,— ACHTERSTANDSRENTE EN INTREST OP BOETEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2,— Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Nieuw artikel Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. DIVERSE ONTVANGSTEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 9 0 9 0 0 Diverse ontvangsten p.m. p.m. 9,— HOOFDSTUK 9 0 — TOTAAL p.m. p.m. 9,— Titel 9 — Totaal p.m. p.m. 9,— TOTAAL-GENERAAL 52495000 50415000 72921696,— 138,91 DIVERSE ONTVANGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 9,— Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN 1 0 LEDEN VAN DE INSTELLING 1322000 1302000 994898,— 1 1 AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN 315446000 299452000 283827465,— 1 2 ANDERE PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN 14149000 13306000 12068985,— 1 3 OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN 9407000 9242000 8489088,— Titel 1 — Totaal 340324000 323302000 305380436,— 2GEBOUWEN, MATERIEEL EN OPERATIONELE UITGAVEN 2 0 GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN 57789000 55768000 71008420,— 2 1 INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR 48449000 46204000 41451817,— 2 2 OPERATIONELE UITGAVEN 113014000 117780000 82160133,— Titel 2 — Totaal 219252000 219752000 194620370,— 10OVERIGE UITGAVEN 10 0 VOORZIENINGEN p.m. p.m. 10 1 RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN 2000000 2000000 Titel 10 — Totaal 2000000 2000000 TOTAAL-GENERAAL 561576000 545054000 500000806,— LEDEN VAN DE INSTELLING AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN ANDERE PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 1 0 1 0 0Salaris en andere rechten 1 0 0 0 Basissalaris Niet-gesplitste kredieten 335000 319000 310335,— 92,64 1 0 0 1 Aan het ambt verbonden rechten Niet-gesplitste kredieten 68000 66000 68818,— 101,20 1 0 0 2 Rechten in verband met de persoonlijke situatie Niet-gesplitste kredieten 10000 9000 8977,— 89,77 1 0 0 3 Sociale zekerheid Niet-gesplitste kredieten 14000 13000 13113,— 93,66 1 0 0 4 Andere beheersuitgaven Niet-gesplitste kredieten 675000 675000 426849,— 63,24 1 0 0 6 Rechten bij indiensttreding, overplaatsing en beëindiging van de dienst Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 1000,— Artikel 1 0 0 — Totaal 1102000 1082000 829092,— 75,24 1 0 1Beëindiging van de dienst 1 0 1 0 Pensioenen Niet-gesplitste kredieten 170000 170000 165806,— 97,53 Artikel 1 0 1 — Totaal 170000 170000 165806,— 97,53 1 0 2Voorziening 1 0 2 0 Voorziening voor gewijzigde rechten Niet-gesplitste kredieten 50000 50000 0,— Artikel 1 0 2 — Totaal 50000 50000 0,— HOOFDSTUK 1 0 — TOTAAL 1322000 1302000 994898,— 75,26 HOOFDSTUK 1 1 1 1 0Salaris en andere rechten 1 1 0 0 Basissalarissen Niet-gesplitste kredieten 236814000 223785000 214421734,— 90,54 1 1 0 1 Aan het ambt verbonden statutaire rechten Niet-gesplitste kredieten 1850000 1950000 1275945,— 68,97 1 1 0 2 Statutaire rechten in verband met de persoonlijke situatie van het personeelslid Niet-gesplitste kredieten 59571000 57214000 55075847,— 92,45 1 1 0 3 Sociale zekerheid Niet-gesplitste kredieten 9452000 9032000 8971696,— 94,92 1 1 0 4 Aanpassingscoëfficiënten Niet-gesplitste kredieten 50000 50000 97524,— 195,05 1 1 0 5 Overuren Niet-gesplitste kredieten 1500000 1500000 1142126,— 76,14 1 1 0 6 Statutaire rechten bij indiensttreding, overplaatsing en beëindiging van de dienst Niet-gesplitste kredieten 2600000 2700000 2187077,— 84,12 Artikel 1 1 0 — Totaal 311837000 296231000 283171949,— 90,81 1 1 1Beëindiging van de dienst 1 1 1 0 Vergoedingen bij ontheffing van het ambt om redenen van dienstbelang (overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 41 en 50 van het Statuut) Niet-gesplitste kredieten 171000 56000 162608,— 95,09 1 1 1 1 Vergoedingen bij definitieve beëindiging van de dienst Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— 1 1 1 2 Rechten van de voormalige secretarissen-generaal Niet-gesplitste kredieten 665000 506000 492908,— 74,12 Artikel 1 1 1 — Totaal 836000 562000 655516,— 78,41 1 1 2Voorziening 1 1 2 0 Voorziening (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) Niet-gesplitste kredieten 2767000 2653000 0,— 1 1 2 1 Voorziening (gepensioneerde en afgevloeide personeelsleden) Niet-gesplitste kredieten 6000 6000 0,— Artikel 1 1 2 — Totaal 2773000 2659000 0,— HOOFDSTUK 1 1 — TOTAAL 315446000 299452000 283827465,— 89,98 HOOFDSTUK 1 2 1 2 0Andere personeelsleden en externe dienstverlening 1 2 0 0 Andere personeelsleden Niet-gesplitste kredieten 9706000 9189000 8472464,— 87,29 1 2 0 1 Gedetacheerde nationale deskundigen Niet-gesplitste kredieten 973000 953000 850647,— 87,43 1 2 0 2 Stages Niet-gesplitste kredieten 670000 650000 613505,— 91,57 1 2 0 3 Externe dienstverlening Niet-gesplitste kredieten 2498000 2215000 1953850,— 78,22 1 2 0 4 Aanvullende dienstverlening voor de vertaaldienst Niet-gesplitste kredieten 200000 200000 178519,— 89,26 Artikel 1 2 0 — Totaal 14047000 13207000 12068985,— 85,92 1 2 2 Voorziening Niet-gesplitste kredieten 102000 99000 HOOFDSTUK 1 2 — TOTAAL 14149000 13306000 12068985,— 85,30 HOOFDSTUK 1 3 1 3 0Uitgaven voor personeelsbeheer 1 3 0 0 Diverse uitgaven voor aanwerving Niet-gesplitste kredieten 181000 173000 162171,— 89,60 1 3 0 1 Bijscholing Niet-gesplitste kredieten 1992000 1970000 1936760,— 97,23 Artikel 1 3 0 — Totaal 2173000 2143000 2098931,— 96,59 1 3 1Bijstandsmaatregelen ten behoeve van het personeel van de instelling 1 3 1 0 Buitengewone bijstand Niet-gesplitste kredieten 30000 30000 12630,— 42,10 1 3 1 1 Sociale betrekkingen tussen de leden van het personeel Niet-gesplitste kredieten 117000 117000 116525,— 99,59 1 3 1 2 Aanvullende steun voor gehandicapten Niet-gesplitste kredieten 210000 210000 148442,— 70,69 1 3 1 3 Overige sociale uitgaven Niet-gesplitste kredieten 66000 66000 65600,— 99,39 Artikel 1 3 1 — Totaal 423000 423000 343197,— 81,13 1 3 2Activiteiten met betrekking tot alle aan de instelling verbonden personen 1 3 2 0 Medische dienst Niet-gesplitste kredieten 498000 450000 482161,— 96,82 1 3 2 1 Restaurants en kantines Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— 1 3 2 2 Kinderdagverblijven en -bewaarplaatsen Niet-gesplitste kredieten 2683000 2646000 2525017,— 94,11 Artikel 1 3 2 — Totaal 3181000 3096000 3007178,— 94,54 1 3 3Dienstreizen 1 3 3 1 Uitgaven voor dienstreizen van het secretariaat-generaal van de Raad Niet-gesplitste kredieten 2980000 2980000 2406597,— 80,76 1 3 3 2 Reiskosten van personeel in verband met de Europese Raad Niet-gesplitste kredieten 650000 600000 633185,— 97,41 Artikel 1 3 3 — Totaal 3630000 3580000 3039782,— 83,74 1 3 4 Bijdrage voor geaccrediteerde Europese Scholen (type II) Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 1 3 — TOTAAL 9407000 9242000 8489088,— 90,24 Titel 1 — Totaal 340324000 323302000 305380436,— 89,73 LEDEN VAN DE INSTELLING Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 335000 319000 310335,— Dit krediet dient ter dekking van het basissalaris van de voorzitter van de Europese Raad. Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 68000 66000 68818,— Dit krediet dient ter dekking van de rechten die verbonden zijn aan het ambt van de voorzitter van de Europese Raad. Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10000 9000 8977,— Dit krediet dient ter dekking van rechten in verband met de persoonlijke situatie van de voorzitter van de Europese Raad. Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 14000 13000 13113,— Dit krediet dient ter dekking van de werkgeversbijdragen voor de voorzitter van de Europese Raad. Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 675000 675000 426849,— Dit krediet dient ter dekking van:
reiskosten en daarmee samenhangende dagvergoedingen, alsmede bijkomende of bijzondere kosten in het kader van dienstreizen van de voorzitter van de Europese Raad;
representatiekosten van de voorzitter van de Europese Raad in de uitoefening van zijn/haar functie en in het kader van de werkzaamheden van de instelling;
tijdelijke uitgaven in verband met de voorbereiding op het aantreden of aftreden van de voorzitter van de Europese Raad.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 1000,— Dit krediet dient ter dekking van de rechten van de voorzitter van de Europese Raad in verband met indiensttreding, overplaatsing en beëindiging van de dienst. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 170000 170000 165806,— Dit krediet dient ter dekking van:
de tijdelijke toelage/het ouderdomspensioen van de voormalige voorzitters van de Europese Raad;
de overlevingspensioenen (overlevende echtgenoten en wezen) van de voormalige voorzitters van de Europese Raad;
de gevolgen van de aanpassingscoëfficiënten die gelden voor het ouderdomspensioen van de voormalige voorzitters van de Europese Raad.
Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 50000 50000 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiële gevolgen die voortvloeien uit een wijziging van de rechten van de voorzitter van de Europese Raad. Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). AMBTENAREN EN TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN De kredieten van dit hoofdstuk zijn geraamd op basis van de lijst van het aantal ambten van de Europese Raad en de Raad voor dit begrotingsjaar. Op de salarissen, vergoedingen en toelagen is een forfaitaire verlaging van 5,5 % toegepast om rekening te houden met onvolledige invulling van de lijst van het aantal ambten van de Europese Raad en de Raad. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 236814000 223785000 214421734,— Dit krediet dient ter dekking van het basissalaris, niet opgenomen jaarlijks verlof en managementtoelagen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een op de lijst van het aantal ambten voorkomend ambt bekleden. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1850000 1950000 1275945,— Dit krediet dient met name ter dekking, voor de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een op de lijst van het aantal ambten voorkomend ambt bekleden, van:
secretariaatstoelagen;
huisvestings- en vervoervergoedingen;
vaste vergoedingen voor lokaal vervoer;
vergoedingen voor continudienst, ploegendienst of wachtdienst op het werk of thuis;
overige toelagen en vergoedingen;
overuren (chauffeurs, beveiligingspersoneel, secretariaatspersoneel voor de secretaris-generaal/de voorzitter van de Europese Raad).
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 59571000 57214000 55075847,— Dit krediet dient met name ter dekking, voor de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een op de lijst van het aantal ambten voorkomend ambt bekleden, van:
ontheemdingstoelagen en toelagen voor verblijf in het buitenland;
de kostwinners-, de kinder- en de schooltoelage;
de vergoeding voor ouderschapsverlof en verlof om gezinsredenen;
de betaling van de reiskosten van de ambtenaren en tijdelijke functionarissen, hun echtgenoten en de personen te hunnen laste van de standplaats naar de plaats van herkomst;
de overige toelagen en vergoedingen.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9452000 9032000 8971696,— Dit krediet dient vooral ter dekking, voor de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een op de lijst van het aantal ambten voorkomend ambt bekleden, van:
de ziekte-, ongevallen- en beroepsziektekostenverzekering en andere sociale lasten;
de werkloosheidsverzekering voor tijdelijke functionarissen, alsmede de door de instelling te verrichten betalingen met het oog op de totstandkoming of de handhaving van pensioenrechten van tijdelijke functionarissen in hun land van herkomst.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 50000 50000 97524,— Dit krediet dient ter dekking, voor de ambtenaren en tijdelijke functionarissen die een op de lijst van het aantal ambten voorkomend ambt bekleden, van de gevolgen van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en op het gedeelte van de emolumenten dat naar een ander land dan dat van de standplaats wordt overgemaakt. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1500000 1500000 1142126,— Dit krediet dient voor het uitbetalen van overuren onder de voorwaarden vervat in de onderstaande bepalingen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 56, alsmede bijlage VI. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2600000 2700000 2187077,— Dit krediet dient ter dekking van:
de reiskosten van ambtenaren en tijdelijke functionarissen (en van hun gezinsleden) bij indiensttreding, beëindiging van de dienst of overplaatsing met verandering van standplaats;
de inrichtings- en herinrichtingsvergoedingen en de verhuiskosten voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen die bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, en voor ambtenaren die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen;
de dagvergoedingen die verschuldigd zijn aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen die aantonen dat zij bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een nieuwe standplaats genoodzaakt zijn van woonplaats te veranderen;
de vergoeding bij ontslag wegens gebleken ongeschiktheid van ambtenaren op proef;
de vergoeding bij opzegging door de instelling van een overeenkomst met een tijdelijke functionaris.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 171000 56000 162608,— Dit krediet dient ter dekking van de vergoedingen voor ambtenaren:
die ter beschikking zijn gesteld ingevolge een maatregel tot vermindering van het aantal ambten bij de instelling;
die een ambt bekleden in rang AD 16 of AD 15 en van dit ambt worden ontheven om redenen van dienstbelang.
Het dient ook ter dekking van de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering en de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten hierop. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van:
de vergoedingen die in toepassing van het Statuut of van Verordening (EG, Euratom) nr. 1747/2002 moeten worden betaald;
de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering van de begunstigden van deze vergoedingen;
de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten die voor de diverse vergoedingen gelden.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Verordening (EG, Euratom) nr. 1747/2002 van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling, in het kader van de modernisering van de instelling, van bijzondere maatregelen inzake beëindiging van de dienst door ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die in vaste dienst zijn aangesteld bij de Raad van de Europese Unie (PB L 264 van 2.10.2002, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 665000 506000 492908,— Dit krediet dient ter dekking van:
het ouderdomspensioen van de voormalige secretarissen-generaal van de instelling;
de overlevingspensioenen van de overlevende echtgenoten of de wezen van de voormalige secretarissen-generaal van de instelling;
de bedragen die voortvloeien uit de aanpassingscoëfficiënten die gelden voor het ouderdomspensioen van de voormalige secretarissen-generaal van de instelling.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2767000 2653000 0,— Dit krediet dient ter dekking van eventuele aanpassingen van de bezoldiging overeenkomstig de besluiten van de Raad in de loop van het begrotingsjaar. Het heeft het karakter van een voorziening en mag pas worden gebruikt nadat het naar de desbetreffende begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk is overgeschreven. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 65, alsmede bijlage XI. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6000 6000 0,— Dit krediet dient ter dekking van eventuele aanpassingen van de bezoldiging overeenkomstig de besluiten van de Raad in de loop van het begrotingsjaar. Het heeft het karakter van een voorziening en mag pas worden gebruikt nadat het naar de desbetreffende begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk is overgeschreven. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 65, alsmede bijlage XI. ANDERE PERSONEEL EN PRESTATIES VAN DERDEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9706000 9189000 8472464,— Dit krediet dient vooral ter dekking van de bezoldiging van de andere personeelsleden, met name hulpfunctionarissen, arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen, bijzondere adviseurs (overeenkomstig de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie), de werkgeversbijdrage voor de diverse socialezekerheidsregelingen en de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de vergoedingen van deze personeelsleden. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 973000 953000 850647,— Dit krediet dient ter dekking van vergoedingen en beheerskosten in verband met gedetacheerde nationale deskundigen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Besluit 2007/829/EG van de Raad van 5 december 2007 betreffende de regeling die van toepassing is op nationale deskundigen en militairen die bij het secretariaat-generaal van de Raad zijn gedetacheerd en tot intrekking van Besluit 2003/479/EG (PB L 327 van 13.12.2007, blz. 10). Besluit (EU) 2015/1027 van de Raad van 23 juni 2015 betreffende de regeling die van toepassing is op nationale deskundigen die bij het secretariaat-generaal van de Raad zijn gedetacheerd en tot intrekking van Besluit 2007/829/ (PB L 163 van 30.6.2015, blz. 40). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 670000 650000 613505,— Dit krediet dient ter dekking van een beurs en de kosten voor studiereizen en dienstreizen voor stagiair(e)s, alsmede van een ongevallen- en ziekteverzekering tijdens de stage. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2498000 2215000 1953850,— Dit krediet dient ter dekking van alle verrichtingen door personen die niet aan de instelling zijn verbonden, met name:
tijdelijk personeel voor diverse diensten;
extra personeel voor de vergaderingen in Luxemburg en Straatsburg;
deskundigen op het gebied van de arbeidsomstandigheden.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 200000 200000 178519,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor, enerzijds, het vertaalwerk van externe vertaalbureaus bij tijdelijke werkoverlast in de talendienst van de Raad en, anderzijds, de werkzaamheden bij de verificatie van de versies van overeenkomsten, verdragen en andere regelingen met derde landen in niet-EU-talen. Dit krediet dient tevens ter dekking van de ontwikkelingsprojecten van de Raad op vertaalgebied. De werkzaamheden die eventueel zullen worden gevraagd aan het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie, komen ook ten laste van deze post. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 102000 99000 Dit krediet dient ter dekking van eventuele actualiseringen van de bezoldiging overeenkomstig de besluiten van de Raad in de loop van het begrotingsjaar. Het heeft het karakter van een voorziening en mag pas worden gebruikt nadat het naar de desbetreffende rubrieken van dit hoofdstuk is overgeschreven. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. OVERIGE UITGAVEN IN VERBAND MET AAN DE INSTELLING VERBONDEN PERSONEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 181000 173000 162171,— Dit krediet dient ter dekking van:
de kosten voor het organiseren van de in artikel 3 van Besluit 2002/621/EG bedoelde vergelijkende onderzoeken, alsmede de reis- en verblijfkosten van de kandidaten voor aanwervingsgesprekken en medische onderzoeken in verband met aanwerving;
de kosten van de organisatie van procedures voor de aanwerving van tijdelijke, plaatselijke en hulpfunctionarissen;
de kosten in verband met de werkzaamheden van jury's, en met name de kosten van gespecialiseerde toetsen ter evaluatie van de bekwaamheid van de kandidaten; in gevallen waarin een en ander naar behoren is aangetoond op grond van functionele behoeften en na raadpleging van het Europees Bureau voor personeelsselectie, kan dit krediet worden gebruikt voor door de instelling zelf georganiseerde vergelijkende onderzoeken;
de kosten voor het organiseren van outplacementactiviteiten.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Besluit 2002/620/EG van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Ombudsman van 25 juli 2002 betreffende de oprichting van het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen (PB L 197 van 26.7.2002, blz. 53) en Besluit 2002/621/EG van de secretarissen-generaal van het Europees Parlement, van de Raad en van de Commissie, de griffier van het Hof van Justitie, de secretarissen-generaal van de Rekenkamer, van het Europees Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio's, en de vertegenwoordiger van de Europese Ombudsman van 25 juli 2002 betreffende de organisatie en de werking van het Bureau voor personeelsselectie van de Europese Gemeenschappen (PB L 197 van 26.7.2002, blz. 56). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1992000 1970000 1936760,— Dit krediet dient ter dekking van:
de organisatiekosten van voortgezette beroepsopleiding en bijscholingscursussen, alsmede van talencursussen, op interinstitutionele basis en binnen de instelling zelf, en competentietests;
de inschrijvingskosten voor de deelname van ambtenaren aan studiebijeenkomsten en conferenties.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 24 bis. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 30000 30000 12630,— Dit krediet dient ter dekking van de bijstand aan personeelsleden die in zeer benarde omstandigheden verkeren. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 24 en 76. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 117000 117000 116525,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten in verband met de sociale betrekkingen tussen de leden van het personeel. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 210000 210000 148442,— Dit krediet is, in het kader van het gehandicaptenbeleid, bestemd voor gehandicapten die behoren tot een van de volgende groepen:
ambtenaren in actieve dienst;
echtgenoten van ambtenaren in actieve dienst;
alle kinderen ten laste in de zin van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.
Het dient ter dekking, binnen de budgettaire mogelijkheden en na uitputting van de eventuele rechten die door het land van herkomst of woonplaats worden toegekend, van de als noodzakelijk erkende en naar behoren aangetoonde niet-medische kosten die op grond van de handicap zijn gemaakt. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement wordt geraamd op 10000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 66000 66000 65600,— Dit krediet dient ter dekking van de overige sociale uitgaven ten behoeve van de personeelsleden en hun gezinnen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 498000 450000 482161,— Dit krediet dient ter dekking van met name:
uitgaven voor medische zorgen in verband met de Europese Raad;
operationele uitgaven voor de dispensaria, uitgaven voor verbruiksgoederen, zorg en medische apparatuur;
uitgaven in verband met medische onderzoeken (bij aanwerving en jaarlijks onderzoek);
uitgaven die onder de titel van de invaliditeitscomités en specifieke expertise moeten worden geplaatst;
uitgaven voor brillen voor het werken op beeldschermen.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Interne richtlijn nr. 2/2010 van de secretaris-generaal betreffende de terugbetaling van uitgaven voor brillen voor het werken op beeldschermen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de vergoeding voor de diensten die door de exploitant van de restaurants en kantines worden geleverd. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2683000 2646000 2525017,— Dit krediet dient ter dekking van:
het aan de Commissie te betalen aandeel van de Raad in de uitgaven van het kinderopvangcentrum en andere kinderdagverblijven en -bewaarplaatsen;
de beheerskosten in verband met de exploitatie van het kinderdagverblijf van de Raad.
De ontvangsten uit de ouderbijdragen en de bijdragen van de organisaties die ouders in dienst hebben, vormen bestemmingsontvangsten. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement wordt geraamd op 957000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2980000 2980000 2406597,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor dienstreizen en lokaal vervoer van de ambtenaren van het secretariaat-generaal van de Raad, andere vervoerskosten en de betaling van dagvergoedingen tijdens dienstreizen, alsmede voor bijkomende of uitzonderlijke kosten bij dienstreizen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 11, 12 en 13 van bijlage VII. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 650000 600000 633185,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor dienstreizen en lokaal vervoer van ambtenaren van het secretariaat-generaal van de Raad voor specifieke activiteiten van de Europese Raad, andere vervoerskosten en de betaling van dagvergoedingen tijdens dienstreizen, alsmede voor bijkomende of uitzonderlijke kosten bij dienstreizen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name de artikelen 11, 12 en 13 van bijlage VII. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van de Raad aan door de Raad van Bestuur van de Europese Scholen geaccrediteerde Europese scholen van type II of de vergoeding aan de Commissie van de bijdrage aan door de Raad van bestuur van de Europese scholen geaccrediteerde Europese scholen van type II, die betaald is door de Commissie namens de Raad, op basis van de met de Commissie ondertekende dienstenovereenkomst. Het dekt de kosten voor kinderen van ambtenaren van de Raad die zijn ingeschreven in een Europese school van type II. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Besluit C(2013) 4886 van de Commissie van 1 augustus 2013 (PB C 222 van 2.8.2013, blz. 8). GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR OPERATIONELE UITGAVEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 2 0 2 0 0Gebouwen 2 0 0 0 Huur Niet-gesplitste kredieten 1982000 2829000 21843002,— 1102,07 2 0 0 1 Erfpacht Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— 2 0 0 2 Verkrijging van onroerende goederen Niet-gesplitste kredieten p.m. 1000000 9750000,— 2 0 0 3 Inrichtings- en installatiewerkzaamheden Niet-gesplitste kredieten 10618000 11530000 6344146,— 59,75 2 0 0 4 Beveiligingswerkzaamheden Niet-gesplitste kredieten 2830000 1635000 540427,— 19,10 2 0 0 5 Initiële kosten voor de verkrijging, oprichting en inrichting van gebouwen Niet-gesplitste kredieten 711000 649000 359365,— 50,54 Artikel 2 0 0 — Totaal 16141000 17643000 38836940,— 240,61 2 0 1Uitgaven in verband met de gebouwen 2 0 1 0 Schoonmaak en onderhoud Niet-gesplitste kredieten 19057000 19100000 14693197,— 77,10 2 0 1 1 Water, gas, elektriciteit en verwarming Niet-gesplitste kredieten 4974000 4990000 3230517,— 64,95 2 0 1 2 Beveiliging en bewaking van de gebouwen Niet-gesplitste kredieten 16815000 13217000 13689001,— 81,41 2 0 1 3 Verzekeringen Niet-gesplitste kredieten 191000 214000 137444,— 71,96 2 0 1 4 Overige uitgaven voor de gebouwen Niet-gesplitste kredieten 611000 604000 421321,— 68,96 Artikel 2 0 1 — Totaal 41648000 38125000 32171480,— 77,25 HOOFDSTUK 2 0 — TOTAAL 57789000 55768000 71008420,— 122,88 HOOFDSTUK 2 1 2 1 0Informatica en telecommunicatie 2 1 0 0 Aanschaf van hardware en software Niet-gesplitste kredieten 12262000 9883000 9502752,— 77,50 2 1 0 1 Externe dienstverlening voor het toepassen en opzetten van informaticasystemen Niet-gesplitste kredieten 21850000 21053000 20521916,— 93,92 2 1 0 2 Werkzaamheden aan en onderhoud van hardware en software Niet-gesplitste kredieten 7156000 7384000 5180847,— 72,40 2 1 0 3 Telecommunicatie Niet-gesplitste kredieten 1532000 1980000 1781499,— 116,29 Artikel 2 1 0 — Totaal 42800000 40300000 36987014,— 86,42 2 1 1 Meubilair Niet-gesplitste kredieten 942000 1016000 853644,— 90,62 2 1 2Technisch materieel en technische installaties 2 1 2 0 Aanschaf en vervanging van technisch materieel en technische installaties Niet-gesplitste kredieten 2650000 3195000 1601817,— 60,45 2 1 2 1 Externe dienstverlening voor het bedienen en opzetten van technisch materieel en technische installaties Niet-gesplitste kredieten 78000 90000 67613,— 86,68 2 1 2 2 Huur, onderhoud en reparatie van technisch materieel en technische installaties, alsmede werkzaamheden daaraan Niet-gesplitste kredieten 931000 749000 508706,— 54,64 Artikel 2 1 2 — Totaal 3659000 4034000 2178136,— 59,53 2 1 3 Vervoer Niet-gesplitste kredieten 1048000 854000 1433023,— 136,74 HOOFDSTUK 2 1 — TOTAAL 48449000 46204000 41451817,— 85,56 HOOFDSTUK 2 2 2 2 0Vergaderingen en conferenties 2 2 0 0 Reiskosten van de delegaties Niet-gesplitste kredieten 17802000 17802000 17517650,— 98,40 2 2 0 1 Diverse reiskosten Niet-gesplitste kredieten 470000 465000 312357,— 66,46 2 2 0 2 Kosten van vertolking Niet-gesplitste kredieten 79816000 82739000 51914971,— 65,04 2 2 0 3 Representatie Niet-gesplitste kredieten 150000 281000 839094,— 559,40 2 2 0 4 Diverse kosten voor interne vergaderingen Niet-gesplitste kredieten 4174000 5462000 3019751,— 72,35 2 2 0 5 Organisatie van conferenties, congressen en vergaderingen Niet-gesplitste kredieten 190000 275000 272345,— 143,34 Artikel 2 2 0 — Totaal 102602000 107024000 73876168,— 72,00 2 2 1Informatie 2 2 1 0 Documentatie en bibliotheek Niet-gesplitste kredieten 2000000 1361000 1583364,— 79,17 2 2 1 1 Publicatieblad Niet-gesplitste kredieten 3500000 4000000 2427276,— 69,35 2 2 1 2 Algemene publicaties Niet-gesplitste kredieten 250000 330000 214170,— 85,67 2 2 1 3 Voorlichting en openbare evenementen Niet-gesplitste kredieten 2535000 2560000 2696972,— 106,39 Artikel 2 2 1 — Totaal 8285000 8251000 6921782,— 83,55 2 2 3Diverse uitgaven 2 2 3 0 Kantoorbenodigdheden Niet-gesplitste kredieten 408000 482000 365378,— 89,55 2 2 3 1 Porto Niet-gesplitste kredieten 80000 80000 79803,— 99,75 2 2 3 2 Studies, enquêtes en adviezen Niet-gesplitste kredieten 45000 45000 0,— 2 2 3 3 Interinstitutionele samenwerking Niet-gesplitste kredieten p.m. p.m. 0,— 2 2 3 4 Verhuizing Niet-gesplitste kredieten 80000 370000 11154,— 13,94 2 2 3 5 Financiële kosten Niet-gesplitste kredieten 10000 10000 4328,— 43,28 2 2 3 6 Proceskosten, juridische kosten, schadevergoedingen en schadeloosstellingen Niet-gesplitste kredieten 1250000 1250000 746168,— 59,69 2 2 3 7 Overige operationele uitgaven Niet-gesplitste kredieten 254000 268000 155352,— 61,16 Artikel 2 2 3 — Totaal 2127000 2505000 1362183,— 64,04 HOOFDSTUK 2 2 — TOTAAL 113014000 117780000 82160133,— 72,70 Titel 2 — Totaal 219252000 219752000 194620370,— 88,77 GEBOUWEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE KOSTEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1982000 2829000 21843002,— Dit krediet dient ter dekking van de huur en de belastingen voor de door de Europese Raad en de Raad gebruikte gebouwen, alsmede voor het huren van zalen, van opslagruimte en van parkeerplaatsen, namelijk:
te Brussel in gebruik zijnde dienstruimten;
te Luxemburg in gebruik zijnde dienstruimten (Kirchberg).
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement wordt geraamd op 147000 EUR. De kredietaanvragen zijn verlaagd met inachtneming van de geraamde bestemmingsontvangsten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de erfpacht van gebouwen of gedeelten van gebouwen op grond van lopende of in voorbereiding zijnde contracten. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. 1000000 9750000,— Dit krediet dient ter dekking van de aankoop van onroerende goederen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10618000 11530000 6344146,— Dit krediet dient met name ter dekking van de volgende uitgaven:
inrichting en verbouwing van dienstruimten naargelang van de behoeften van de diensten;
aanpassing van ruimten en technische installaties aan de geldende eisen en normen op het gebied van veiligheid en hygiëne.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2830000 1635000 540427,— Dit krediet dient ter dekking van de uitvoering van inrichtingswerkzaamheden in de gebouwen met betrekking tot de fysieke en materiële beveiliging van personen en goederen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 711000 649000 359365,— Dit krediet dient ter dekking van, onder meer, de bijstand van deskundigen in het kader van de studies voor aanpassing en verruiming van de gebouwen van de Raad. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 19057000 19100000 14693197,— Dit krediet dient ter dekking van de volgende schoonmaak- en onderhoudskosten:
schoonmaken van kantoorruimten;
diverse onderhouds- en reparatiewerkzaamheden;
technische benodigdheden;
contracten voor het onderhoud van de diverse technische installaties (klimaatregeling, verwarming, afvalverwijdering, liften, elektrische installaties en beveiligingsinstallaties);
onderhoud van tuinen en planten.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4974000 4990000 3230517,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van water, gas, elektriciteit en verwarming. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 16815000 13217000 13689001,— Dit krediet dient voornamelijk ter dekking van de kosten van de bewaking van en het toezicht op de gebouwen die de Europese Raad en de Raad in gebruik hebben. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 191000 214000 137444,— Dit krediet dient ter dekking van de premies van de contracten die met verzekeringsmaatschappijen zijn gesloten voor de door de Europese Raad en de Raad gebruikte gebouwen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 611000 604000 421321,— Dit krediet dient ter dekking van de andere lopende uitgaven voor gebouwen, die niet specifiek zijn opgenomen in de andere artikelen van dit hoofdstuk, met name de kosten van vuilnisophaling, bewegwijzerings- en informatieborden, controles door gespecialiseerde instanties enz. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. INFORMATICA, MATERIEEL EN MEUBILAIR Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 12262000 9883000 9502752,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de aankoop of de huur van hardware en software voor informaticasystemen en -toepassingen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 21850000 21053000 20521916,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning en opleiding door dienstverlenende en consultancybedrijven op het gebied van informatica met het oog op het gebruiken en opzetten van informaticasystemen en -toepassingen, met inbegrip van de ondersteuning van gebruikers. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7156000 7384000 5180847,— Dit krediet dient ter dekking van het onderhoud van hardware en software voor informaticasystemen en -toepassingen, en werkzaamheden daaraan. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1532000 1980000 1781499,— Dit krediet dient ter dekking van de abonnementen en de kosten voor communicatie en de telematicakosten. Deze ramingen zijn gemaakt met inachtneming van de bedragen die opnieuw kunnen worden aangewend door de terugvordering van kosten van telefoongesprekken. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 942000 1016000 853644,— Dit krediet dient ter dekking van:
de aanschaf van meubilair en van speciaal meubilair;
de vervanging van een gedeelte van het meubilair dat ten minste 15 jaar oud is of niet meer kan worden gerepareerd;
de huur van meubilair;
onderhoud en reparatie van meubilair.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2650000 3195000 1601817,— Dit krediet dient ter dekking van de aanschaf en de vervanging van divers, vast of mobiel, technisch materieel en technische installaties voornamelijk in verband met het archief, de aankoopdienst, de veiligheid, de technische dienst voor conferenties, kantines en gebouwen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 78000 90000 67613,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor technische ondersteuning en controle, met name in verband met de technische dienst voor conferenties en de kantines. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 931000 749000 508706,— Dit krediet dient ter dekking van de huur van technisch materieel en technische installaties, alsook van de kosten van het onderhoud en de reparatie daarvan, alsmede werkzaamheden daaraan. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1048000 854000 1433023,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van:
de aanschaf, leasing en vervanging van het wagenpark;
de huur van auto's;
de kosten van onderhoud en reparatie van de dienstvoertuigen (aanschaf van brandstof, banden enz.);
de kosten verbonden aan het mobiliteitsbeleid van het Secretariaat-Generaal van de Raad.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. OPERATIONELE UITGAVEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 17802000 17802000 17517650,— Dit krediet dient ter dekking van de reiskosten van de afgevaardigden van de lidstaten overeenkomstig Besluit nr. 30/2013 van de secretaris-generaal van de Raad. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Besluit nr. 30/2013 van de secretaris-generaal van de Raad betreffende de vergoeding van de reiskosten van de afgevaardigden van de lidstaten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 470000 465000 312357,— Dit krediet dient ter dekking van de reis- en verblijfkosten van deskundigen die worden opgeroepen of op missie worden gezonden door de secretaris-generaal van de Raad of door de voorzitter van de Europese Raad. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Besluit nr. 21/2009 van de plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie inzake de vergoeding van de kosten van dienstreizen van andere personen dan personeelsleden van de Raad van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 79816000 82739000 51914971,— Dit krediet dient ter dekking van de vertolkingskosten overeenkomstig Besluit nr. 111/2007 van de secretaris-generaal van de Raad. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Besluit nr. 111/2007 van de secretaris-generaal van de Raad/hoge vertegenwoordiger van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid betreffende de tolkenregeling voor de Europese Raad, de Raad en zijn voorbereidende instanties. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 150000 281000 839094,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de verplichtingen van de instelling op het gebied van representatie en diverse uitgaven met uitzondering van de catering. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4174000 5462000 3019751,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven met betrekking tot de verbintenissen van de instelling op het gebied van catering (bijv. maaltijden, dranken, snacks), met inbegrip van goederen en diensten die verband kunnen houden met de cateringovereenkomsten (bijv. wasserijdiensten, aankoop van tafelbekleding en kleine aankopen). Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 190000 275000 272345,— Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 1361000 1583364,— Dit krediet dient ter dekking van:
de aanschaf van boeken en werken voor de bibliotheek op papier en/of in digitale vorm;
abonnementen op kranten, tijdschriften, diensten voor de levering van analysen van de inhoud daarvan en andere onlinepublicaties (met uitzondering van persbureaus); het dient eveneens ter dekking van de eventuele auteursrechten voor de reproductie en verspreiding op papier en/of via elektronische weg van deze publicaties;
toegangskosten voor het gebruik van externe documentaire en statistische gegevensbanken;
de kosten van abonnementen bij persagentschappen via telexapparaten;
de uitgaven voor inbinden en dergelijke, voor een goede bewaring van boekwerken en tijdschriften;
verbetering van informatie- en kennisbeheer.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3500000 4000000 2427276,— Dit krediet dient ter dekking van de voorbereiding, de uitgave en de verspreiding van de teksten die de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend moet maken uit hoofde van artikel 297 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met het oog op de inwerkingtreding van rechtshandelingen van de Unie. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 250000 330000 214170,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor de voorbereiding en de — traditionele (op papier of film) of elektronische — uitgave van publicaties in de officiële talen van de lidstaten, en ter dekking van de kosten van de verspreiding van publicaties van de Europese Raad en de Raad die niet in het Publicatieblad van de Europese Unie verschijnen. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2535000 2560000 2696972,— Dit krediet dient ter dekking van:
de kosten van met name de openbare zittingen van de Raad en van bijstand aan de audiovisuele media die zich bezighouden met de werkzaamheden van de instelling (huur van materieel, dienstverleningscontracten met radio en televisie, aanschaf, onderhoud en reparatie van het benodigde materieel voor radio- en televisie-uitzendingen, externe fotografiediensten enz.);
de kosten van diverse voorlichtings- en publicrelationsactiviteiten;
de uitgaven betreffende publiciteit en promotie van publicaties en openbare evenementen in verband met de activiteiten van de Raad, met inbegrip van de kosten van de bijbehorende begeleiding en infrastructuurvoorzieningen.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 408000 482000 365378,— Dit krediet dient ter dekking van:
de aanschaf van papier;
fotokopieën en vaste rechten;
specifiek papier en kantoorbenodigdheden (gebruikelijke benodigdheden);
drukwerk;
benodigdheden voor de verzending van post (enveloppen, pakpapier, plaatjes voor de frankeermachine, stempels, frames);
benodigdheden voor de reproductiedienst (inkt, offsetplaten, films en chemische producten).
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 80000 80000 79803,— Dit krediet dient ter dekking van portokosten. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 45000 45000 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies en adviezen die onder contract aan hooggekwalificeerde deskundigen worden toevertrouwd. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de interinstitutionele activiteiten. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 80000 370000 11154,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van het verplaatsen en vervoeren van materieel. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10000 10000 4328,— Dit krediet dient ter dekking van alle financiële kosten, met name bankkosten. Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1250000 1250000 746168,— Dit krediet dient ter dekking van:
de kosten in geval van een veroordeling van de Raad tot betaling van de proceskosten die door een van de rechterlijke instanties waaruit het Hof van Justitie van de Europese Unie bestaat, worden vastgesteld;
door externe advocaten in rekening gebrachte honoraria om de Raad voor de rechtbank te vertegenwoordigen of om hem te adviseren in administratiefrechtelijke en contractuele aangelegenheden;
de schadevergoedingen en schadeloosstellingen die ten laste van de Raad kunnen komen.
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 254000 268000 155352,— Dit krediet dient ter dekking van:
de uitgaven voor andere verzekeringen dan die met betrekking tot de gebouwen, welke zijn opgenomen onder post 2 0 1 3;
de aankoop van werkkleding voor het personeel overeenkomstig de door DGA vastgestelde regels, van werkmaterieel voor het personeel van de werkplaatsen en de interne diensten, en van het herstel en onderhoud van de werkkleding;
de deelneming van de Raad in de uitgaven van enkele verenigingen waarvan de activiteit rechtstreeks verband houdt met de activiteiten van de instellingen van de Unie;
de overige operationele uitgaven, die in de voorgaande begrotingsonderdelen niet uitdrukkelijk zijn genoemd (vlaggen, diverse diensten).
Bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21 van het Financieel Reglement: p.m. VOORZIENINGEN RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN Artikel Post Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 10 0 p.m. p.m. HOOFDSTUK 10 0 — TOTAAL p.m. p.m. HOOFDSTUK 10 1 2000000 2000000 HOOFDSTUK 10 1 — TOTAAL 2000000 2000000 Titel 10 — Totaal 2000000 2000000 TOTAAL-GENERAAL 561576000 545054000 500000806,— 89,04 VOORZIENINGEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. In dit hoofdstuk zijn voorzieningen opgenomen die slechts mogen worden gebruikt na overschrijving naar andere hoofdstukken overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). RESERVE VOOR ONVOORZIENE UITGAVEN Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 2000000 Dit krediet dient ter dekking van niet te voorziene uitgaven, voortkomend uit tijdens het begrotingsjaar te nemen begrotingsbesluiten. Functiegroep en rang Europese Raad en Raad 2017 2016 Vaste ambten Tijdelijke ambten Vaste ambten Tijdelijke ambten Voorzitter van de Europese Raad Overige Voorzitter van de Europese Raad Overige Niet ingedeeld 1 0 0 1 0 0 AD 16 8 1 0 8 1 0 AD 15 33 1 0 33 1 0 AD 14 127 2 1 152 2 1 AD 13 128 3 0 133 3 0 AD 12 172 2 1 160 2 2 AD 11 80 1 1 78 1 0 AD 10 105 5 0 97 5 0 AD 9 173 1 0 148 1 0 AD 8 200 0 0 192 0 0 AD 7 148 1 0 151 1 0 AD 6 145 3 0 139 3 0 AD 5 92 0 0 119 0 0 Totaal AD 1411 20 3 1410 20 3 AST 11 30 0 0 18 0 0 AST 10 28 0 0 22 0 0 AST 9 147 2 0 119 2 0 AST 8 184 1 0 182 1 0 AST 7 160 0 0 170 0 0 AST 6 161 3 0 161 3 0 AST 5 235 3 0 205 3 0 AST 4 236 1 0 220 1 0 AST 3 178 2 0 228 2 0 AST 2 57 1 0 131 1 0 AST 1 8 0 0 47 0 0 Totaal AST 1424 13 0 1503 13 0 AST/SC 6 0 0 0 0 0 0 AST/SC 5 0 0 0 0 0 0 AST/SC 4 0 0 0 0 0 0 AST/SC 3 15 0 0 0 0 0 AST/SC 2 15 0 0 0 0 0 AST/SC 1 125 0 0 90 0 0 Totaal AST/SC 155 0 0 90 0 0 Totaal 2991 33 3 3004 33 3 Totaal-generaal 3027 3040 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING OVERIGE BIJDRAGEN IN HET KADER VAN DE PENSIOENREGELING Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 4 0 4 0 0 Opbrengst van de belasting op de salarissen, lonen en vergoedingen van de leden van de instelling, ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden 600439327 551045378 537839323,82 89,57 4 0 3 Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de salarissen van de leden van de instelling, ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst p.m. p.m. 56961,63 4 0 4 Opbrengst van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de leden van de instelling, ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst 57405978 54463584 53770128,10 93,67 HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL 657845305 605508962 591666413,55 89,94 HOOFDSTUK 4 1 4 1 0 Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling 308270359 292000614 292201733,57 94,79 4 1 1 Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel 132760601 91492938 92659399,28 69,79 4 1 2 Bijdragen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling 100000 100000 95157,55 95,16 HOOFDSTUK 4 1 — TOTAAL 441130960 383593552 384956290,40 87,27 HOOFDSTUK 4 2 4 2 0 Werkgeversbijdrage van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling 39664373 21623969 22467448,57 56,64 HOOFDSTUK 4 2 — TOTAAL 39664373 21623969 22467448,57 56,64 Titel 4 — Totaal 1138640638 1010726483 999090152,52 87,74 DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 600439327 551045378 537839323,82 Deze ontvangsten zijn de opbrengst van de belastingen op de salarissen, lonen en vergoedingen, met uitzondering van de uitkeringen en kinderbijslagen, die worden betaald aan leden van de Commissie, ambtenaren, andere personeelsleden en personen aan wie een vergoeding wordt uitgekeerd bij de beëindiging van een dienstverband bedoeld in hoofdstuk 01 van elke titel van de staat van uitgaven en aan gepensioneerden. De geraamde ontvangsten omvatten ook de bedragen voor de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht, alsmede de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8). Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 56961,63 De bepalingen betreffende de tijdelijke bijdrage waren van toepassing tot en met 30 juni 2003. Derhalve heeft dit onderdeel betrekking op alle ontvangsten die voortvloeien uit het restbedrag van de tijdelijke bijdrage van de bezoldigingen van de leden van de Commissie, de ambtenaren en andere personeelsleden in actieve dienst. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis in de versie die van kracht was tot 15 december 2003. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht, alsmede de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 57405978 54463584 53770128,10 Onder dit artikel wordt de opbrengst geboekt van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst overeenkomstig artikel 66 bis van het Statuut. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht, alsmede de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1). Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1). BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 308270359 292000614 292201733,57 De ontvangsten vertegenwoordigen de bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 132760601 91492938 92659399,28 De ontvangsten vertegenwoordigen de betaling aan de Unie van de actuariële tegenwaarde of de afkoopsom van pensioenrechten die ambtenaren uit hoofde van hun vorige beroepsactiviteiten hebben verworven. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 100000 100000 95157,55 Ambtenaren en andere personeelsleden die verlof om redenen van persoonlijke aard hebben opgenomen, kunnen pensioenrechten blijven verwerven op voorwaarde dat zij ook de kosten van de werkgeversbijdrage op zich nemen. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. OVERIGE BIJDRAGEN IN HET KADER VAN DE PENSIOENREGELING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 39664373 21623969 22467448,57 De ontvangsten vertegenwoordigen de werkgeversbijdrage van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN HUUROPBRENGSTEN OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING DIVERSE VERGOEDINGEN OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 5 0 5 0 0Opbrengst van de verkoop van roerende goederen (levering van goederen) 5 0 0 0 Verkoop van voertuigen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 17404,09 5 0 0 1 Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 62023,98 5 0 0 2 Ontvangsten uit leveringen van goederen ten behoeve van andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 924567,92 Artikel 5 0 0 — Totaal p.m. p.m. 1003995,99 5 0 1 Opbrengst van de verkoop van onroerende goederen p.m. p.m. 0,— 5 0 2 Opbrengst van de verkoop van publicaties, drukwerk en films — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 27519,90 HOOFDSTUK 5 0 — TOTAAL p.m. p.m. 1031515,89 HOOFDSTUK 5 1 5 1 0 Opbrengst van de verhuur van meubilair en materieel — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 162123,02 5 1 1Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten 5 1 1 0 Verhuur en onderverhuur van onroerende goederen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 13437781,36 5 1 1 1 Terugbetaling van huurlasten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 2404751,89 Artikel 5 1 1 — Totaal p.m. p.m. 15842533,25 HOOFDSTUK 5 1 — TOTAAL p.m. p.m. 16004656,27 HOOFDSTUK 5 2 5 2 0 Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van de instelling p.m. p.m. 9537,87 5 2 1 Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere renten geïnd op de rekeningen van gesubsidieerde organisaties die aan de Commissie worden overgemaakt 25000000 10000000 86241722,81 344,97 5 2 2 Rente op voorfinancieringen 40000000 40000000 13329281,22 33,32 5 2 3 Ontvangsten uit trustrekeningen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 220876,60 HOOFDSTUK 5 2 — TOTAAL 65000000 50000000 99801418,50 153,54 HOOFDSTUK 5 5 5 5 0 Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief kosten van dienstreizen voor rekening van andere instellingen of organen en door deze instellingen of organen terugbetaald — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 42848787,83 5 5 1 Ontvangsten afkomstig van op verzoek van derden verleende diensten en werkzaamheden — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 7121,20 HOOFDSTUK 5 5 — TOTAAL p.m. p.m. 42855909,03 HOOFDSTUK 5 7 5 7 0 Ontvangsten afkomstig van de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 12357180,24 5 7 1 Ontvangsten die voor een bepaald doel zijn bestemd, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, daaronder begrepen de aan elke instelling vooraf toegewezen specifieke ontvangsten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 5 7 2 Terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven p.m. p.m. 0,— 5 7 3 Overige bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instelling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 135398490,98 HOOFDSTUK 5 7 — TOTAAL p.m. p.m. 147755671,22 HOOFDSTUK 5 8 5 8 0 Ontvangsten uit huurvergoedingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 5 8 1 Ontvangsten afkomstig van verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 22923,77 HOOFDSTUK 5 8 — TOTAAL p.m. p.m. 22923,77 HOOFDSTUK 5 9 5 9 0 Overige ontvangsten uit het administratieve beheer 5000000 5000000 3440215,75 68,80 HOOFDSTUK 5 9 — TOTAAL 5000000 5000000 3440215,75 68,80 Titel 5 — Totaal 70000000 55000000 310912310,43 444,16 OPBRENGST VAN DE VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERING VAN GOEDEREN) EN ONROERENDE GOEDEREN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 17404,09 Op deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van de voertuigen van de instelling. Voorts wordt op deze post ook de opbrengst geboekt van de verkoop bij vervanging of het buiten dienst stellen van voertuigen, na volledige afschrijving van hun boekwaarde. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 62023,98 Op deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van andere roerende goederen van de instelling dan voertuigen. Voorts wordt op deze post ook de opbrengst geboekt van de verkoop bij vervanging of het buiten dienst stellen van uitrusting, installaties, materiaal en wetenschappelijke en technische apparaten na volledige afschrijving van hun boekwaarde. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 924567,92 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de ontvangsten uit de verkoop van onroerende goederen van de instelling geboekt. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 27519,90 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder h), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Dit artikel omvat tevens de ontvangsten uit de verkoop van deze producten op elektronische drager. HUUROPBRENGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 162123,02 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 13437781,36 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2404751,89 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE RENTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 9537,87 Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die afkomstig zijn van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere interesten, gecrediteerd of gedebiteerd op de rekeningen van de instellingen. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 25000000 10000000 86241722,81 Dit artikel bevat de ontvangsten uit de opbrengst van de terugbetaling van rente door gesubsidieerde organisaties die de voorschotten van de Commissie op rentedragende rekeningen hebben geplaatst. Worden die voorschotten niet besteed, dan moeten zij samen met de verworven rente aan de Commissie worden terugbetaald. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 40000000 40000000 13329281,22 Onder dit artikel worden de ontvangsten uit de rente op voorfinancieringen geboekt. Deze ontvangsten kunnen overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder d), van het Financieel Reglement worden gebruikt ter opvoering van de extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. De rente op uit de begroting betaalde voorfinanciering is niet verschuldigd aan de Unie tenzij anders is bepaald in de delegatieovereenkomsten, met uitzondering van die overeenkomsten die zijn gesloten met derde landen of de door hen aangewezen organen. In gevallen waarin dat is voorzien, wordt de rente ofwel hergebruikt voor de corresponderende actie, ofwel in mindering gebracht op het bedrag van betalingsverzoeken overeenkomstig artikel 23, lid 1, eerste alinea, onder c), van het Financieel Reglement ofwel teruggevorderd. In Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 worden ook bepalingen vastgelegd betreffende het boeken van de rente op betaalde voorfinanciering. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 8, lid 4, en artikel 21, lid 3, onder d). Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 220876,60 Onder dit artikel worden rente en andere ontvangsten uit trustrekeningen geboekt. De trustrekeningen worden namens de Unie aangehouden door internationale financiële instellingen (Europees Investeringsfonds, Europese Investeringsbank, Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa/Kreditanstalt für Wiederaufbau, Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) die uniale programma's beheren en de door de Unie overgemaakte bedragen blijven op de rekening totdat deze beschikbaar worden gesteld voor de begunstigden in het kader van het enige programma, zoals kleine en middelgrote ondernemingen of instellingen die projecten in toetredingslanden beheren. Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement geeft rente uit trustrekeningen voor programma's van de Unie aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op de begrotingsonderdelen van de oorspronkelijke uitgave die tot de desbetreffende ontvangsten heeft geleid. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 42848787,83 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 7121,20 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLING Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 12357180,24 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die voortvloeien uit de terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 135398490,98 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. DIVERSE VERGOEDINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder g), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 22923,77 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder f), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 5000000 5000000 3440215,75 Onder dit artikel worden de overige ontvangsten uit het administratieve beheer geboekt. BIJDRAGEN AAN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN ONTVANGSTEN UIT ONDER BEZWARENDE TITEL VERRICHTE DIENSTEN BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN FINANCIËLE CORRECTIES OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN ONTVANGSTEN IN HET KADER VAN HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) EN HET EUROPEES LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (ELFPO) Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 6 0 6 0 1Diverse onderzoeksprogramma's 6 0 1 1 Samenwerkingsovereenkomsten Zwitserland-Euratom op het gebied van de beheerste thermische kernversmelting en de plasmafysica — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 0 1 2 European Fusion Development Agreements (EFDA) — Bestemmingsontvangsten — p.m. 0,— 6 0 1 3 Samenwerkingsovereenkomsten met derde landen in het kader van uniale onderzoeksprogramma's — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 271378484,15 6 0 1 5 Samenwerkingsovereenkomsten met instellingen van derde landen in het kader van wetenschappelijke en technologische projecten van belang voor de Unie (Eureka en andere) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 0 1 6 Europese samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van het wetenschappelijk en technisch onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 0 1 — Totaal p.m. p.m. 271378484,15 6 0 2Overige programma's 6 0 2 1 Diverse ontvangsten bestemd voor activiteiten in verband met humanitaire hulp en noodhulp — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 74978225,02 Artikel 6 0 2 — Totaal p.m. p.m. 74978225,02 6 0 3Associatieovereenkomsten tussen de Unie en derde landen 6 0 3 1 Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan uniale programma's — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 240843351,91 6 0 3 2 Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van andere derde landen dan kandidaat-lidstaten, en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan samenwerkingsovereenkomsten op douanegebied — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 903962,26 6 0 3 3 Deelname van derde landen en instanties aan activiteiten van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 47338020,80 Artikel 6 0 3 — Totaal p.m. p.m. 289085334,97 HOOFDSTUK 6 0 — TOTAAL p.m. p.m. 635442044,14 HOOFDSTUK 6 1 6 1 1Terugbetaling van voor rekening van één of meer lidstaten gedane uitgaven 6 1 1 3 Opbrengsten van de beleggingen zoals bedoeld in artikel 4 van Beschikking 2003/76/EG — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 53222776,22 6 1 1 4 Ontvangsten uit de invorderingen in het kader van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 1 — Totaal p.m. p.m. 53222776,22 6 1 2 Terugbetaling van specifieke uitgaven in verband met de uitvoering van werkzaamheden op verzoek en tegen vergoeding — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 4Terugbetaling van voor projecten en werkzaamheden toegekende uniale steun bij geslaagde commerciële exploitatie 6 1 4 3 Terugbetaling van uniale steun toegekend in het kader van een Europese activiteit met risicodragend kapitaal ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 4 4 Terugbetaling van uniale steun voor risicodelingsinstrumenten gefinancierd uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 62290,— Artikel 6 1 4 — Totaal p.m. p.m. 62290,— 6 1 5Terugbetaling van niet-gebruikte uniale bijstand 6 1 5 0 Terugbetaling van niet-gebruikte bijstand van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij, het Cohesiefonds, het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, het ISPA, het IPA, het EVF, het FEAD, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 226292430,87 6 1 5 1 Terugbetaling van niet-gebruikte subsidies voor het begrotingsevenwicht — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 5 2 Terugbetaling van niet-gebruikte rentesubsidies — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 5 3 Terugbetaling van niet-gebruikte bedragen in het kader van contracten van de instelling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 108,96 6 1 5 7 Terugbetaling van voorschotten in het kader van de structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds, het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 987,69 6 1 5 8 Terugbetaling van diverse niet-gebruikte bedragen aan uniale bijstand — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 680991,— Artikel 6 1 5 — Totaal p.m. p.m. 226974518,52 6 1 6 Terugbetaling van de uitgaven voor rekening van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 7Terugbetaling van in het kader van de uniale hulp aan derde landen uitgekeerde bedragen 6 1 7 0 Terugbetaling in het kader van de ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 7 — Totaal p.m. p.m. 0,— 6 1 8Terugbetaling van in het kader van de voedselhulp gestorte bedragen 6 1 8 0 Terugbetaling door leveranciers of begunstigden van uit hoofde van de voedselhulp te veel ontvangen bedragen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 1 8 1 Terugbetaling van door begunstigden van voedselhulp veroorzaakte extra kosten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 8000,— Artikel 6 1 8 — Totaal p.m. p.m. 8000,— 6 1 9Overige terugbetalingen van voor rekening van derden gedane uitgaven 6 1 9 1 Overige terugbetalingen van in het kader van Besluit 77/270/Euratom van de Raad voor rekening van derden gedane uitgaven — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 1 9 — Totaal p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 1 — TOTAAL p.m. p.m. 280267584,74 HOOFDSTUK 6 2 6 2 0 Verstrekking tegen vergoeding van grondstoffen of bijzondere splijtstoffen (artikel 6, onder b), van het Euratom-Verdrag) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 2 2Ontvangsten uit door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding voor derden verrichte diensten 6 2 2 1 Ontvangsten uit de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 8321877,58 6 2 2 3 Andere ontvangsten uit door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding voor derden verrichte diensten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 9161207,54 6 2 2 4 Ontvangsten uit door de Commissie verleende licenties op al dan niet voor een octrooi in aanmerking komende uitvindingen voortvloeiend uit het uniale onderzoek door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 87533,59 6 2 2 5 Andere ontvangsten ten voordele van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 2 2 6 Ontvangsten van door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor andere Unie-instellingen of andere diensten van de Commissie op basis van concurrentie verrichte diensten waaruit aanvullende kredieten voortvloeien — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 61398662,70 Artikel 6 2 2 — Totaal p.m. p.m. 78969281,41 6 2 4 Ontvangsten uit door de Commissie verleende licenties op al dan niet voor een octrooi in aanmerking komende uitvindingen voortvloeiend uit het uniale onderzoek (werkzaamheden onder contract) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 2 — TOTAAL p.m. p.m. 78969281,41 HOOFDSTUK 6 3 6 3 0 Bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 392009812,— 6 3 1Bijdragen in het kader van het Schengenacquis 6 3 1 2 Bijdragen voor de ontwikkeling, de instelling, werking en gebruik van grootschalige informatiesystemen in het kader van de overeenkomsten met IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 746489,08 6 3 1 3 Andere bijdragen in het kader van het Schengenacquis (IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 31963,65 Artikel 6 3 1 — Totaal p.m. p.m. 778452,73 6 3 2 Bijdrage voor uitgaven voor administratieve ondersteuning voor het Europees Ontwikkelingsfonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 96451586,29 6 3 3Bijdragen voor bepaalde programma's voor externe hulp — Bestemmingsontvangsten 6 3 3 0 Bijdragen van de lidstaten, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen, voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 24483151,90 6 3 3 1 Bijdragen van derde landen, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 2167565,18 6 3 3 2 Bijdrage van internationale organisaties voor bepaalde programma's voor externe hulp die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 3 3 — Totaal p.m. p.m. 26650717,08 6 3 4Bijdragen van trustfondsen en financiële instrumenten 6 3 4 0 Bijdragen van trustfondsen voor de beheerskosten van de Commissie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1600000,— 6 3 4 1 Bijdragen van financiële instrumenten p.m. p.m. 0,— Artikel 6 3 4 — Totaal p.m. p.m. 1600000,— 6 3 5Bijdrage van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) — Bestemmingsontvangsten 6 3 5 0 Bijdrage van het Europees Ontwikkelingsfonds aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 1 Bijdragen van de lidstaten, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 2 Bijdragen van derde landen, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. 6 3 5 3 Bijdragen van internationale organisaties aan het EFDO — Bestemmingsontvangsten p.m. Artikel 6 3 5 — Totaal p.m. HOOFDSTUK 6 3 — TOTAAL p.m. p.m. 517490568,10 HOOFDSTUK 6 5 6 5 1 Financiële correcties in verband met de programmeringsperioden vóór 2000 p.m. p.m. 20076489,01 6 5 2 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2000-2006 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 166865494,34 6 5 3 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2007-2013 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 6 5 4 Financiële correcties in verband met de programmeringsperiode 2014-2020 — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 6 5 — TOTAAL p.m. p.m. 186941983,35 HOOFDSTUK 6 6 6 6 0Overige bijdragen en terugbetalingen 6 6 0 0 Overige bestemmingsbijdragen en -terugbetalingen — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 584301631,82 6 6 0 1 Overige bijdragen en terugbetalingen zonder specifieke bestemming 60000000 60000000 28526384,61 47,54 Artikel 6 6 0 — Totaal 60000000 60000000 612828016,43 1021,38 HOOFDSTUK 6 6 — TOTAAL 60000000 60000000 612828016,43 1021,38 HOOFDSTUK 6 7 6 7 0Ontvangsten in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds 6 7 0 1 Goedkeuring van de rekeningen van het Europees Landbouwgarantiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 1066592735,69 6 7 0 2 Onregelmatigheden in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 155453811,40 6 7 0 3 Heffing voor melkproducenten — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 409588955,14 Artikel 6 7 0 — Totaal p.m. p.m. 1631635502,23 6 7 1Ontvangsten in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling 6 7 1 1 Goedkeuring van de rekeningen van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 237409797,77 6 7 1 2 Onregelmatigheden in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 3784225,54 Artikel 6 7 1 — Totaal p.m. p.m. 241194023,31 HOOFDSTUK 6 7 — TOTAAL p.m. p.m. 1872829525,54 Titel 6 — Totaal 60000000 60000000 4184769003,71 6974,62 BIJDRAGEN AAN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten voortvloeiend uit de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 32 05 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 — p.m. 0,— Ontvangsten voortvloeiend uit de multilaterale EFDA-overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar 26 partners op fusiegebied. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 32 05 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 271378484,15 Ontvangsten voortvloeiend uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Unie en derde landen, in het bijzonder met die landen die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijke en technische onderzoek (Cost), met het doel hen bij uniale onderzoeksprogramma's te betrekken. De eventuele middelen zijn bestemd voor het dekken van de kosten van vergaderingen, deskundigencontracten en onderzoek in het kader van de desbetreffende programma's. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten, afhankelijk van de te dekken uitgaven, worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 08 03 50, 08 04 50, 09 04 50, 15 03 50, 32 04 50, 32 05 50 (werkzaamheden onder contract), 10 02 50 en 10 03 50 (eigen werkzaamheden) van de staat van uitgaven van deze afdeling. De associatie van Zwitserland met onderdelen van Horizon 2020, met het Euratom-programma 2014-2020 en met de activiteiten van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor 2014-2020 (Fusion for Energy) loopt naar verwachting tot en met 31 december 2016. Ingevolge de ratificatie van het Protocol betreffende de uitbreiding tot Kroatië bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, door de Zwitserse Bondsraad op 16 december 2016, blijft met ingang van 1 januari 2017 de overeenkomst over de associatie van Zwitserland met Horizon 2020 van toepassing en wordt deze uitgebreid ter dekking van Horizon 2020, het Euratom-programma 2014-2018 en de door Fusion for Energy uitgevoerde activiteiten. De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en Oekraïne (PB L 49 van 19.02.1998, blz. 3) ondertekend op 14 juni 1994, trad in werking op 1 maart 1998 en blijft van toepassing voor de onderdelen die niet gedekt worden door de voorlopige toepassing van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Besluit 2008/372/EG van de Raad van 12 februari 2008 betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing van een Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de staat Israël, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël over de algemene beginselen van de deelname van de staat Israël aan communautaire programma’s (PB L 129 van 17.5.2008, blz. 39). Besluit 2011/28/EU van de Raad van 12 juli 2010 betreffende de sluiting van een Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap wordt ingesteld tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Moldavië aan EU-programma’s (PB L 14 van 19.1.2011, blz. 5). Besluit 2012/777/EU van de Raad van 10 december 2012 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van een protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Armenië aan EU-programma’s (PB L 340 van 13.12.2012, blz. 26). Besluit C(2014) 2089 van de Commissie van 2 april 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Staat Israël over de deelname van Israël aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit 2014/494/EU van de Raad van 16 juni 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (PB L 261 van 30.8.2014, blz. 1). Besluit C(2014) 4290 van de Commissie van 30 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië over de deelname van Moldavië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit 2014/691/EU van de Raad van 29 september 2014 tot wijziging van Besluit 2014/668/EU van de Raad inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, met betrekking tot titel III (met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal als werknemer op het grondgebied van de andere partij verblijven), en de titels IV, V, VI en VII, alsmede de bijbehorende bijlagen en protocollen (PB L 289 van 3.10.2014, blz. 1). Besluit 2014/953/EU van de Raad van 4 december 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 1). Besluit 2014/954/Euratom van de Raad van 4 december 2014 houdende goedkeuring van de sluiting door de Europese Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten. (PB L 370 van 30.12.2014, blz. 19). Besluit C(2014) 9320 van de Commissie van 5 december 2014 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van een Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van Zwitserland aan de door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten. Besluit (EU) 2015/209 van de Raad van 10 november 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Faeröer, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB L 35 van 11.2.2015, blz. 1). Besluit (EU) 2015/575 van de Raad van 17 december 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan EU-programma's (PB L 96 van 11.4.2015, blz. 1). Besluit C(2015) 1355 van de Commissie van 3 maart 2015 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne over de deelname van Oekraïne aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit (EU) 2015/1795 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Faeröer, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB L 263 van 8.10.2015, blz. 6). Besluit (EU) 2015/1796 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, teneinde de Zwitserse Bondsstaat te associëren met Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ter aanvulling van Horizon 2020, en teneinde een regeling uit te werken voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan door Fusion for Energy uitgevoerde ITER-activiteiten (PB L 263 van 8.10.2015, blz. 8). Besluit C(2015) 8195 van de Commissie van 25 november 2015 betreffende de goedkeuring en ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de deelname van de Republiek Tunesië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit C(2016)1360 van de Commissie van 9 maart 2016 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, en de ondertekening van een overeenkomst over de deelname van Georgië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Besluit C(2016) 2119 van de Commissie van 14 april 2016 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, en de ondertekening van een overeenkomst over de deelname van de Republiek Armenië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (Overeenkomst ondertekend op 19 mei 2016; wordt van kracht na goedkeuring door de Armeense wetgevende autoriteiten). Beschikking C(2016) 3119 van de Commissie van 27 mei 2016 betreffende de sluiting van een overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Oekraïne voor de associatie van Oekraïne met het programma voor onderzoek en opleiding van Euratom (2014-2018). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten voortvloeiend uit tussen de Unie en instellingen van derde landen in het kader van wetenschappelijke en technologische projecten van belang voor de Unie gesloten samenwerkingsovereenkomsten (Eureka en andere). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden opgevoerd bij de artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 09 04 50, 15 03 50 en 32 04 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten van staten die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijk en technisch onderzoek. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden opgevoerd bij de artikelen 02 04 50, 05 09 50, 06 03 50, 08 02 50, 09 04 50, 15 03 50 en 32 04 50 (werkzaamheden onder contract) van de staat van uitgaven van deze afdeling. Resolutie van de ministers van de staten die deelnemen aan de Europese samenwerking op het gebied van het wetenschappelijk en technisch onderzoek (COST) (ondertekend te Wenen op 21 november 1991) (PB C 333 van 24.12.1991, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 74978225,02 Eventuele deelnemingen van derden aan activiteiten in verband met humanitaire hulp en noodhulp. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten in deze afdeling. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening (EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp) (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1). Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie (PB L 70 van 16.3.2016, blz.1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 240843351,91 Ontvangsten voortvloeiend uit de associatieovereenkomsten die tussen de Unie en hierna genoemde landen zijn gesloten om deze landen te betrekken bij diverse uniale programma's. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Turkije inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Turkije aan communautaire programma's (PB L 61 van 2.3.2002, blz. 29). Besluit C(2014) 3502 van de Commissie van 2 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije over de deelname van Turkije aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Albanië aan communautaire programma’s (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 2). Besluit C(2014) 3711 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Albanië over de deelname van Albanië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina inzake de algemene beginselen voor de deelname van Bosnië en Herzegovina aan communautaire programma's (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 9). Besluit C(2014) 3693 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina over de deelname van Bosnië en Herzegovina aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Servië en Montenegro inzake de algemene beginselen voor de deelname van Servië en Montenegro aan communautaire programma’s (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 29). Besluit C(2014) 3710 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Servië over de deelname van Servië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds betreffende een Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake de algemene beginselen voor de deelname van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan communautaire programma’s (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 23). Besluit C(2014) 3707 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over de deelname van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). Protocol 8 bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds inzake de algemene beginselen voor de deelname van Montenegro aan communautaire programma’s (PB L 108 van 29.4.2010, blz. 1). Besluit C(2014) 3705 van de Commissie van 10 juni 2014 betreffende de goedkeuring en ondertekening van een Overeenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro over de deelname van Montenegro aan het programma van de Unie Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020). De Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Kosovo inzake de algemene beginselen voor de deelname van Kosovo aan EU-programma’s werd op 25 november 2016 ondertekend — COM(2013) 219 final (en wacht op goedkeuring). Aanvullende protocollen bij de Europaovereenkomsten (artikelen 228 en 238), waarbij de Unieprogramma's opengesteld worden voor de kandidaat-lidstaten. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 903962,26 Op deze post worden de bijdragen van derde landen aan samenwerkingsovereenkomsten op douanegebied geboekt. Daarbij gaat het voornamelijk om het Transit-project en het project betreffende de verspreiding (langs telematische weg) van tariefgegevens en andere informatie. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten onder de artikelen 14 02 02, 14 02 51, 14 03 02 en 14 03 51 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Overeenkomst van 20 mei 1987 tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2). Besluit 2000/305/EG van de Raad van 30 maart 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 102 van 27.4.2000, blz. 50). Besluit 2000/506/EG van de Raad van 31 juli 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 35). Besluit van de Raad van 19 maart 2001 waarbij de Commissie wordt gemachtigd namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over een wijziging van het op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad, teneinde het de Europese Gemeenschap mogelijk te maken van genoemde organisatie lid te worden. Verordening (EU) nr. 1294/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma voor douane in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Douane 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 624/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 47338020,80 Bijdragen van derde landen en instanties aan activiteiten van de Unie. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. TERUGBETALING VAN DIVERSE UITGAVEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 53222776,22 In Beschikking 2003/76/EG wordt bepaald dat de Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Volgens artikel 4 van die beschikking gelden de netto-opbrengsten van de beleggingen van de beschikbare activa als ontvangsten in de algemene begroting van de Europese Unie met een bijzondere bestemming, te weten de financiering van onderzoeksprojecten ten behoeve van sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie door middel van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. De netto-ontvangsten die beschikbaar zijn voor de financiering van de onderzoeksprojecten van het jaar n + 2, worden opgenomen in de balans van de EGKS in liquidatie van het jaar n en, wanneer de liquidatie is afgesloten, in de balans van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kool en staal. Dit financieringsmechanisme trad in werking in 2003. De ontvangsten van 2015 zullen in 2017 worden gebruikt voor onderzoek. Teneinde eventuele schommelingen in de financiering van het onderzoek als gevolg van de ontwikkeling van de financiële markten zoveel mogelijk te beperken, zal een egalisatie worden uitgevoerd. De netto-ontvangsten die in 2017 beschikbaar zijn voor onderzoek, worden geraamd op 42100000 EUR. Krachtens artikel 4 van Beschikking 2003/76/EG is 72,8 % van de middelen van het fonds beschikbaar voor de staalsector en 27,2 % voor de kolensector. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 181, lid 2, van het Financieel Reglement geven eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten onder hoofdstuk 08 05 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Beschikking 2003/76/EG van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (PB L 29 van 5.2.2003, blz. 22). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— In Beschikking 2003/76/EG wordt bepaald dat de Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Krachtens artikel 4, lid 5, van die beschikking worden de ingevorderde bedragen eerst geboekt bij het vermogen van de EGKS in liquidatie en, wanneer de liquidatie is afgesloten, bij de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Beschikking 2003/76/EG van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (PB L 29 van 5.2.2003, blz. 22). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de steun voor commercieel succesvolle projecten, met mogelijke winstdeelname als gevolg van de subsidies toegekend in het kader van een Europese activiteit met risicodragend kapitaal ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf in het kader van de instrumenten Venture Consort en Eurotech Capital. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 62290,— Terugbetaling van terugvloeiende middelen en resterende bedragen van uniale steun voor risicodelingsinstrumenten gefinancierd uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en uit het Cohesiefonds. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor de ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikelen 14 en 36 bis. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 226292430,87 Terugbetaling van niet-gebruikte bijstand van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij, het Cohesiefonds, het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA), het Europees Visserijfonds (EVF), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). Deze ontvangsten kunnen overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 108,96 Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 987,69 Op deze post worden de terugbetalingen geboekt van voorschotten in het kader van de structuurfondsen (het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF)), het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds (EVF), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). De op deze post geboekte bedragen geven overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten onder de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van deze afdeling, om de bijdrage van de fondsen aan de betrokken activiteit niet te laten dalen. Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.94, blz. 1), met name artikel D van bijlage II. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikel 82, lid 2, en hoofdstuk II. Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 680991,— Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Terugbetaling door de Internationale Organisatie voor Atoomenergie van de bedragen welke de Commissie heeft voorgeschoten voor de door deze organisatie op grond van de verificatieovereenkomsten verrichte controles (artikelen 32 03 01 en 32 03 02 van de staat van uitgaven van deze afdeling). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (PB L 51 van 22.2.1978, blz. 1), met name artikel 15. Driepartijenovereenkomst tussen de Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Driepartijenovereenkomst tussen de Gemeenschap, Frankrijk en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Terugbetaling door leveranciers of begunstigden van uit hoofde van de ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika te veel ontvangen bedragen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de begrotingsposten 21 02 05 01 en 21 02 05 02 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Bepalingen vervat in de berichten van aanbesteding of de financiële bepalingen die zijn gevoegd bij de brieven van de Commissie waarin de voorwaarden voor de toekenning van voedselhulp aan de begunstigden worden omschreven. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 8000,— Bepalingen vervat in de leveringsmodaliteiten die zijn gevoegd bij de brieven van de Commissie waarin de voorwaarden voor de toekenning van voedselhulp aan de begunstigden worden omschreven. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten onder de artikelen 21 06 01, 21 06 02, 21 06 51 en 22 02 51 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 81 van 22.3.2007, blz. 1). Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109). ONTVANGSTEN UIT ONDER BEZWARENDE TITEL VERRICHTE DIENSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten uit leveringen onder bezwarende titel van grondstoffen of bijzondere splijtstoffen aan de lidstaten voor de uitvoering van onderzoeksprogramma's. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met name artikel 6, onder b). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 8321877,58 Ontvangsten voortvloeiend uit de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) van de vestiging te Petten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. Betalingen door derden ter dekking van alle soorten uitgaven in het kader van de exploitatie van de HFR door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05 en 10 04 04 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Voltooiing van vroegere programma's De ontvangsten zijn afkomstig van Frankrijk en Nederland. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 9161207,54 Ontvangsten afkomstig van personen, ondernemingen en andere instellingen (derden) waarvoor het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen vergoeding werkzaamheden zal uitvoeren of diensten zal verrichten. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement zullen de eventuele ontvangsten worden gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05, 10 02 01, 10 02 51, 10 02 52, 10 03 01, 10 03 51, 10 03 52 en 10 04 02 van de staat van uitgaven van deze afdeling, ten bedrage van de specifieke uitgaven in het kader van elk contract met een derde. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 87533,59 Besluit 2013/743/EU schrijft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor kennis- en technologieoverdracht te ondersteunen en extra middelen te genereren door onder meer de exploitatie van intellectuele eigendom. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 12, geeft de lidstaten, personen en ondernemingen het recht tegen de betaling van een passende vergoeding niet-uitsluitende licenties op octrooien, voorlopig bescherming gevende octrooirechten, gebruiksmodellen of octrooiaanvragen, die eigendom van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn, te verkrijgen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder de artikelen 10 01 05, 10 04 02 en 10 04 03 en de hoofdstukken 10 02 en 10 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Artikelen 182 en 183 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 12 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Verordening (EEG) nr. 2380/74 van de Raad van 17 september 1974 tot vaststelling van de regels voor de verspreiding van kennis betreffende onderzoeksprogramma's voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 255 van 20.9.1974, blz. 1). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Ontvangsten afkomstig van bijdragen, giften of legaten door derden, ten behoeve van diverse door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek verrichte activiteiten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement worden de eventuele ontvangsten gebruikt ter opvoering van extra kredieten onder artikel 10 01 05 en bij de hoofdstukken 10 02, 10 03 en 10 04 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 61398662,70 Ontvangsten van andere Unie-instellingen of andere diensten van de Commissie waarvoor het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek tegen betaling werk verricht en/of diensten verleent, en ontvangsten die voortvloeien uit de deelname aan de activiteiten van de kaderprogramma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort, die worden opgevoerd bij de artikelen 10 01 05, 10 02 01, 10 02 51, 10 02 52, 10 03 01, 10 03 51, 10 03 52 en 10 04 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling, ten bedrage van de specifieke uitgaven in het kader van contracten met andere Unie-instellingen of andere diensten van de Commissie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 12, geeft de lidstaten, personen en ondernemingen het recht tegen de betaling van een passende vergoeding niet-uitsluitende licenties op octrooien, voorlopig bescherming gevende octrooirechten, gebruiksmodellen of octrooiaanvragen, die eigendom van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn, te verkrijgen. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Verordening (EEG) nr. 2380/74 van de Raad van 17 september 1974 tot vaststelling van de regels voor de verspreiding van kennis betreffende onderzoeksprogramma's voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 255 van 20.9.1974, blz. 1). BIJDRAGEN IN HET KADER VAN SPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 392009812,— Dit artikel dient voor de opname van de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, die voortvloeien uit hun financiële deelneming aan bepaalde activiteiten van de Unie overeenkomstig artikel 82 van en in Protocol nr. 32 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Het totaal van de geraamde bijdrage blijkt uit de ter informatie in een bijlage bij de staat van uitgaven van deze afdeling weergegeven samenvatting. De bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie worden de Commissie ter beschikking gesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3 van Protocol nr. 32 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 746489,08 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen eventuele ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor de artikelen 18 02 07, 18 02 08, 18 02 09 en 18 03 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). Besluit 1999/439/EG van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de sluiting van de Overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35). Besluit 2001/258/EG van de Raad van 15 maart 2001 inzake de sluiting van een Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38), met name artikel 9 van de overeenkomst. Besluit 2001/886/JBZ van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4). Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3). Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4). Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63). Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1). Besluit 2008/147/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 3). Besluit 2008/149/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50). Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129). Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60). Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1). Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19). Besluit 2011/351/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 37). Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1). Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1.) Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 31963,65 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement vloeien uit de eventuele ontvangsten aanvullende kredieten voort die worden opgevoerd bij artikel 18 03 02 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31). Besluit 1999/439/EG van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de sluiting van de Overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35). Besluit 2001/258/EG van de Raad van 15 maart 2001 inzake de sluiting van een Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38), met name artikel 9 van de overeenkomst. Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1). Besluit 2008/147/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 3). Besluit 2008/149/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50). Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11). Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1). Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19). Besluit 2012/192/EU van de Raad van 12 juli 2010 over de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van deze staten aan de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 103 van 13.4.2012, blz. 1). Besluit 2012/193/EU van de Raad van 13 maart 2012 over de sluiting, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van deze staten aan de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 103 van 13.4.2012, blz. 3). Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatie- en toezichtsmechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis en tot intrekking van het Besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998 tot oprichting van een Permanente Schengenbeoordelings- en Toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27). Besluit 2014/185/EU van de Raad van 11 februari 2014 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 102 van 5.4.2014, blz. 1). Besluit 2014/194/EU van de Raad van 11 februari 2014 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Regeling tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Republiek IJsland aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 106 van 9.4.2014, blz. 2. Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Besluit nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143). Besluit 2014/301/EU van de Raad van 19 mei 2014 inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Koninkrijk Noorwegen aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 157 van 27.5.2014, blz. 33). Besluit 2014/344/EU van de Raad van 19 mei 2014 inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Koninkrijk Noorwegen aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 170 van 11.6.2014, blz. 49). Besluit (EU) 2016/350 van de Raad van 25 februari 2016 inzake de sluiting van de regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 61). Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende extra voorschriften met betrekking tot het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, ondertekend op 8 december 2016. Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende aanvullende regels met betrekking tot het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, ondertekend op 8 december 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 6 april 2016, tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011 — COM(2016) 194 final. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/794 en (EU) 2016/1624 — COM(2016) 731 final. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 96451586,29 Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven eventuele ontvangsten van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) die bijdragen tot de kosten van de ondersteuningsmaatregelen, aanleiding tot de opvoering van extra kredieten onder post 21 01 04 07 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1). Besluit 2013/759/EU van de Raad van 12 december 2013 betreffende overgangsmaatregelen voor het beheer van het EOF tussen 1 januari 2014 en de inwerkingtreding van het elfde Europees Ontwikkelingsfonds (PB L 335 van 14.12.2013, blz. 48). Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2011 — Opstelling van het meerjarig financieel kader betreffende de financiering van de EU-samenwerking met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de landen en gebieden overzee voor de periode 2014-2020 (Elfde Europees Ontwikkelingsfonds) — COM(2011) 837 final. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 24483151,90 Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van de lidstaten, inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen, voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 2167565,18 Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van derde landen inclusief hun overheidsagentschappen, entiteiten of natuurlijke personen, voor sommige externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Op deze post worden de financiële bijdragen geboekt van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprogramma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1600000,— Op deze post worden de beheersprovisies geboekt die de Commissie mag inhouden bij wijze van vergoeding voor haar beheerskosten voor de jaren waarin de bijdragen voor elk trustfonds voor het eerst werden gebruikt. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement worden deze beheersvergoedingen voor de duur van het trustfonds gelijkgesteld met bestemmingsontvangsten. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 187, lid 7. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 259. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Jaarlijkse terugbetalingen, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, die worden terugbetaald aan de Commissie of aan de trustrekeningen die zijn geopend voor financiële instrumenten en zijn toe te schrijven aan steun uit de begroting uit hoofde van een financieringsinstrument, vormen overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement interne bestemmingsontvangsten en worden gebruikt voor hetzelfde financieringsinstrument, onverminderd artikel 140, lid 9, van dezelfde verordening, gedurende een termijn die niet langer duurt dan de termijn voor de vastlegging van kredieten plus twee jaar, tenzij in een basisbesluit anders is bepaald. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 140, lid 6. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO-garantiefonds. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 14 september 2016, betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds — COM(2016) 586 final. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO-garantiefonds. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 14 september 2016, betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds — COM(2016) 586 final. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO-garantiefonds. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 14 september 2016, betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds — COM(2016) 586 final. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden bovengenoemde financiële bijdragen geboekt aan het EFDO-garantiefonds. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Financieel Reglement geven de eventuele ontvangsten aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 14 september 2016, betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds — COM(2016) 586 final. FINANCIËLE CORRECTIES Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 20076489,01 Onder dit artikel worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL, afdeling Oriëntatie), het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (FIOV) en het Cohesiefonds voor de programmeringsperioden vóór 2000. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de onder dit artikel opgenomen bedragen aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 doet die verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van bijstand met medefinanciering uit de structuurfondsen of van projecten met medefinanciering uit het Cohesiefonds die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 2052/88, (EEG) nr. 4253/88, (EG) nr. 1164/94 en (EG) nr. 1260/1999 of van enige andere regelgeving die op 31 december 2006 op de betrokken bijstand van toepassing was; de betrokken regelgeving blijft derhalve van toepassing op de bijstand of de projecten totdat deze worden afgesloten. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1), met name artikel 24. Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EEG) nr. 4256/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het EOGFL, afdeling Oriëntatie (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 25). Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het EOGFL, afdeling Oriëntatie (PB L 193 van 31.7.1993, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39, lid 2. Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 166865494,34 Op dit artikel worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) afdeling Oriëntatie, het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (FIOV), het Cohesiefonds (CF) en het speciaal toetredingsprogramma op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling (Sapard) in verband met de programmeringsperiode 2000-2006 en het overgangsinstrument voor plattelandsontwikkeling (OIPO) dat wordt gefinancierd met middelen uit de afdeling Garantie van het EOGFL. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de onder dit artikel opgenomen bedragen aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 doet die verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van bijstand met medefinanciering uit de structuurfondsen of van projecten met medefinanciering uit het Cohesiefonds die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van de Verordeningen (EEG) nr. 2052/88, (EEG) nr. 4253/88, (EG) nr. 1164/94 en (EG) nr. 1260/1999 of van enige andere regelgeving die op 31 december 2006 op de betrokken bijstand van toepassing was; de betrokken regelgeving blijft derhalve van toepassing op de bijstand of de projecten totdat deze worden afgesloten. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39, lid 2. Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 448/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de procedure inzake financiële correcties betreffende uit de structuurfondsen toegekende bijstand (PB L 64 van 6.3.2001, blz. 13). Verordening (EG) nr. 1386/2002 van de Commissie van 29 juli 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen en de procedure inzake financiële correcties betreffende uit het Cohesiefonds toegekende bijstand (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 5). Verordening (EG) nr. 27/2004 van de Commissie van 5 januari 2004 houdende overgangsbepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad met betrekking tot de financiering door het EOGFL, afdeling Garantie, van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 36). Verordening (EG) nr. 141/2004 van de Commissie van 28 januari 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad ten aanzien van de overgangsmaatregelen voor plattelandsontwikkeling die gelden voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds (EVF) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA I) voor de programmeringsperiode 2007-2013. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen de onder dit artikel opgenomen bedragen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten op de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Overeenkomstig artikel 152, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 doet deze verordening geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke intrekking, van de betrokken projecten tot de afsluiting daarvan, of van de steun die de Commissie heeft goedgekeurd op grond van Verordening (EG) nr. 1083/2006 of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de financiële correcties geboekt in verband met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) voor de programmeringsperiode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement geven de onder dit artikel opgenomen bedragen aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op de desbetreffende begrotingsonderdelen van de titels 04, 05, 11 en 13 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). OVERIGE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 584301631,82 Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van titel 6 en die aanleiding geven tot de opvoering van aanvullende kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 60000000 60000000 28526384,61 Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van titel 6. ONTVANGSTEN IN HET KADER VAN HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) EN HET EUROPEES LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (ELFPO) Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1066592735,69 Op deze post worden de bedragen geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de algemene begroting van de Unie genomen boekhoudbesluiten en conformiteitsbesluiten betreffende uitgaven gefinancierd uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (afdeling Garantie) in het kader van rubriek 1 van de financiële vooruitzichten 2000-2006 en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in het kader van rubriek 2 van het meerjarig financieel kader 2007-2013 en 2014-2020 overeenkomstig de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Deze post omvat correcties vanwege de niet-naleving van betalingstermijnen overeenkomstig artikel 40 van die verordening. Op deze post worden ook bedragen geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de algemene Uniebegroting genomen boekhoudbesluiten en conformiteitsbesluiten betreffende uitgaven die zijn gefinancierd door de bij Verordening (EG) nr. 320/2006 ingestelde tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Gemeenschap (Fonds voor de herstructurering van de suikerindustrie), die op 30 september 2012 is afgelopen. Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 320/2006 en artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement (Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002). Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van deze afdeling. De op deze post geboekte ontvangsten zijn geraamd op 2580000000 EUR, inclusief 1302000000 EUR die naar verwachting van 2016 naar 2017 wordt overgedragen overeenkomstig artikel 14 van het Financieel Reglement. Bij de opstelling van de begroting 2017 is rekening gehouden met een bedrag van 400000000 EUR voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 02 08 (post 05 02 08 03) en met het resterende bedrag van 2180000000 EUR voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 155453811,40 Op deze post worden bedragen geboekt die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of nalatigheden, inclusief de daarmee samenhangende rente, in het bijzonder bedragen die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of fraude, ontvangen boeten en rente, en verbeurd verklaarde zekerheden, deposito's of waarborgen, betreffende uitgaven gefinancierd uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (afdeling Garantie) in het kader van rubriek 1 van de financiële vooruitzichten 2000-2006 en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in het kader van rubriek 2 van het meerjarig financieel kader 2007-2013 en 2014-2020 overeenkomstig de artikelen 54 en 55 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Op deze post worden ook bedragen, inclusief rente, boeten en verkregen zekerheden geboekt die in verband met onregelmatigheden of nalatigheden zijn teruggevorderd, betreffende uitgaven die zijn gefinancierd uit de bij Verordening (EG) nr. 320/2006 ingestelde tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie (Fonds voor de herstructurering van de suikerindustrie) in de Unie vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 320/2006, die per 30 september 2012 is afgelopen. Deze post dient ook ter dekking van de teruggevorderde nettobedragen waarvoor de lidstaten 20 % kunnen inhouden overeenkomstig artikel 55, van Verordening (EG) nr. 1306/2013. Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 320/2006 en de artikelen 43 en 55 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van deze afdeling. De ontvangsten voor deze post worden geraamd op 152000000 EUR. Bij de opstelling van de begroting 2017 is met dit bedrag rekening gehouden voor de financiering van de behoeften in het kader van maatregelen uit hoofde van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 409588955,14 Op deze post worden de bedragen geboekt in verband met de overschotheffing van het melkquotastelsel, die worden geïnd of teruggevorderd overeenkomstig titel 1, deel II, hoofdstuk III, deel III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, met name artikel 78. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het ELGF van de staat van uitgaven van deze afdeling. Wegens de beëindiging van de melkquotaregeling in het kalenderjaar 2015 hebben de lidstaten de heffing voor melkproducenten voor het laatst in het kader van de algemene begroting van de Europese Unie voor 2016 geïnd en aangegeven. De eventuele onder deze post vallende ontvangsten kunnen enkel betrekking hebben op een eventuele regularisatie van sommige dossiers, waarvoor vooraf geen ramingen mogelijk zijn; de bedragen zullen worden gebruikt voor de financiering van maatregelen in het kader van artikel 05 03 01 (post 05 03 01 10). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 237409797,77 Op deze post worden de bedragen geboekt die voortvloeien uit in het kader van de goedkeuring van de rekeningen ten gunste van de algemene begroting van de Unie genomen boekhoudbesluiten en conformiteitsbesluiten betreffende voor plattelandsontwikkeling uit het Elfpo gefinancierde uitgaven, overeenkomstig de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Op deze post worden ook voorschotten geboekt die in het kader van het Elfpo waren betaald en die worden terugbetaald. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het Elfpo. Bij de opstelling van de begroting 2017 werd geen specifiek bedrag voor de artikelen 05 04 05 en 05 04 60 voorzien. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 3784225,54 Op deze post worden bedragen geboekt die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of nalatigheden, inclusief de daarmee samenhangende rente, in het bijzonder bedragen die zijn teruggevorderd in verband met onregelmatigheden of fraude, ontvangen boeten en rente, en verbeurd verklaarde zekerheden, betreffende uitgaven in het kader van plattelandsontwikkeling gefinancierd door het Elfpo overeenkomstig de artikelen 54 en 56 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden deze bedragen beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. Alle op deze post geboekte ontvangsten worden gebruikt ter aanvulling van de kredieten voor alle begrotingsposten van het Elfpo. Bij de opstelling van de begroting 2017 werd geen specifiek bedrag voor de artikelen 05 04 05 en 05 04 60 voorzien. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). ACHTERSTANDSRENTE EN INTREST OP BOETEN GELDBOETEN EN SANCTIES Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 7 0 7 0 0Achterstandsrente 7 0 0 0 Achterstandsrente op door de lidstaten ter beschikking gestelde eigen middelen 5000000 5000000 22566265,07 451,33 7 0 0 1 Overige achterstandsrente p.m. 3000000 422221,40 Artikel 7 0 0 — Totaal 5000000 8000000 22988486,47 459,77 7 0 1 Rente op boeten en dwangsommen 15000000 15000000 86069211,25 573,79 7 0 2 Rente op deposito’s in het kader van het economisch bestuur van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 7 0 9 Overige rente p.m. HOOFDSTUK 7 0 — TOTAAL 20000000 23000000 109057697,72 545,29 HOOFDSTUK 7 1 7 1 0 Geldboeten, dwangsommen en andere sancties in verband met de uitvoering van de mededingingsregels 1100000000 100000000 1439608863,28 130,87 7 1 1 Aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen wegens niet-nakoming van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat een lidstaat de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen p.m. p.m. 153278000,— 7 1 2 Boeten wegens fraude en onregelmatigheden ten koste van de financiële belangen van de Unie p.m. 7 1 3 Geldboeten in het kader van het economisch bestuur van de Unie — Bestemmingsontvangsten p.m. p.m. 0,— 7 1 9Overige boeten en dwangsommen 7 1 9 0 Overige boeten en dwangsommen — Bestemmingsontvangsten p.m. 7 1 9 1 Overige boeten en dwangsommen zonder specifieke bestemming p.m. p.m. 1118861,29 Artikel 7 1 9 — Totaal p.m. p.m. 1118861,29 HOOFDSTUK 7 1 — TOTAAL 1100000000 100000000 1594005724,57 144,91 Titel 7 — Totaal 1120000000 123000000 1703063422,29 152,06 ACHTERSTANDSRENTE EN INTREST OP BOETEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 5000000 5000000 22566265,07 Elke te late boeking op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde rekening die op naam van de Commissie is geopend, verplicht de betrokken lidstaat tot het betalen van rente. Indien het rentebedrag lager is dan 500 EUR wordt echter niet tot inning overgegaan. Voor de btw-middelen en de bni-middelen moet alleen rente worden betaald aangaande vertragingen bij de boeking van in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde bedragen. Voor de lidstaten van de economische en monetaire unie is de rentevoet gelijk aan de door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet van de eerste dag van de maand van de vervaldag, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Deze rente wordt met 0,25 punt per maand vertraging verhoogd. Voor de lidstaten die niet aan de economische en monetaire unie deelnemen, is de rentevoet gelijk aan de rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand door de respectieve centrale banken op hun basisherfinancieringstransacties wordt toegepast, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Voor de lidstaten waarvoor de rentevoet van de centrale bank niet beschikbaar is, is de rentevoet gelijk aan de meest equivalente rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand op de geldmarkt van de lidstaat wordt toegepast, of 0 procent als dit hoger is, vermeerderd met 2,5 procentpunten. Deze rente wordt met 0,25 punt per maand vertraging verhoogd. De totale stijging mag niet meer dan 16 procentpunten bedragen. De verhoogde rente geldt voor de gehele periode van de vertraging. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39), met name artikel 12. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. 3000000 422221,40 Op deze post wordt ontvangen achterstandsrente op andere bedragen dan eigen middelen geboekt. Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3), met name artikel 2, lid 5, van Protocol nr. 32. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikel 102. Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 371 van 27.12.2006, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 83. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 15000000 15000000 86069211,25 Dit artikel dient voor het boeken van de uitstaande rente op bijzondere rekeningen voor boeten en de achterstandsrente in verband met geldboeten en dwangsommen, met inbegrip van aan de lidstaten opgelegde dwangsommen. Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1), met name de artikelen 14 en 15. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 78, lid 4. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1), met name artikel 83. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Nieuw artikel (omvat een deel van de oude post 7 2 0 0) Onder dit artikel wordt de rente op deposito’s in het kader van het economisch bestuur van de Unie geboekt. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6), met name artikel 16. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuw artikel Dit artikel dient voor het boeken van alle andere mogelijke rente wegens betalingsachterstand, die niet in hoofdstuk 70 is opgenomen en alleen in uitzonderlijke omstandigheden verschuldigd is, en waarvoor de invoering van een specifieke begrotingslijn niet gerechtvaardigd is. GELDBOETEN EN SANCTIES Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 1100000000 100000000 1439608863,28 De Commissie kan geldboeten, dwangsommen en andere sancties opleggen aan ondernemingen en ondernemingsverenigingen bij niet-nakoming van een verbod of niet-uitvoering van verplichtingen in het kader van de hierna opgesomde verordeningen of in het kader van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De boeten moeten in de regel worden betaald binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit van de Commissie. De Commissie int het verschuldigde bedrag echter niet wanneer een onderneming in beroep gaat bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De onderneming moet de Commissie uiterlijk op de uiterste datum voor betaling ofwel een voorlopige betaling, ofwel een financiële garantie verstrekken die de hoofdsom van de schuld en rente of kosten dekt. Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1), met name de artikelen 14 en 15. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 153278000,— Oud artikel 7 1 2 Onder dit artikel worden aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen geboekt wegens niet-nakoming van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat een lidstaat een krachtens het Verdrag op hem rustende verplichting niet is nagekomen. Artikel 260, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuw artikel Onder dit artikel worden eventuele dwangsommen geboekt die verschuldigd zijn wanneer de Commissie onregelmatigheden vaststelt en maatregelen neemt met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Verordening (EU) nr. 1294/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma voor douane in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Douane 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 624/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209). Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Nieuw artikel (omvat een deel van de oude post 7 2 0 0) Onder dit artikel worden geldboeten in het kader van het economisch bestuur van de Unie opgenomen. Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6), met name artikel 16. Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8). Nieuw artikel Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuwe post Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van deze titel en die aanleiding geven tot de opvoering van aanvullende kredieten ter financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 1118861,29 Nieuwe post (omvat het oude artikel 7 1 1) Op deze post worden overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement de eventuele ontvangsten geboekt die niet zijn voorzien in de andere onderdelen van artikel 7 1 0. ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR IN DE LIDSTATEN OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN DOOR DE COMMISSIE VERSTREKTE LENINGEN ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR LENINGEN OPGENOMEN DOOR EN VERSTREKT AAN DERDE LANDEN ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE IN DERDE LANDEN DOOR FINANCIËLE INSTELLINGEN VERSTREKTE LENINGEN OPBRENGSTEN VAN PARTICIPATIES IN GARANTIE-INSTELLINGEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 8 0 8 0 0 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Unieleningen ter ondersteuning van betalingsbalansen p.m. p.m. 0,— 8 0 1 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Euratom-leningen p.m. p.m. 0,— 8 0 2 Garantie van de Europese Unie voor opgenomen Unieleningen voor financiële bijstand in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 0 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 1 8 1 0 Aflossingen op en renteopbrengst van in het kader van de financiële samenwerking met derde landen van het Middellandse Zeegebied verstrekte speciale leningen en risicodragend kapitaal p.m. p.m. 36735192,12 8 1 3 Aflossingen op en renteopbrengst van door de Commissie in het kader van European Union Investment Partners aan de ontwikkelingslanden in het Middellandse Zeegebied en Zuid-Afrika verstrekte leningen en risicodragend kapitaal p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 1 — TOTAAL p.m. p.m. 36735192,12 HOOFDSTUK 8 2 8 2 7 Garantie van de Europese Unie voor de leningprogramma's van de Unie om macrofinanciële bijstand te verlenen aan derde landen p.m. p.m. 0,— 8 2 8 Garantie voor de door Euratom opgenomen leningen voor de verbetering van de efficiëntie en de veiligheid van kerncentrales in de landen van Midden- en Oost-Europa, alsmede in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 2 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 3 8 3 5 Garantie van de Europese Unie voor door de Europese Investeringsbank aan derde landen verstrekte leningen p.m. p.m. 0,— 8 3 6 Garantie van de Europese Unie voor het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) p.m. HOOFDSTUK 8 3 — TOTAAL p.m. p.m. 0,— HOOFDSTUK 8 5 8 5 0 Door het Europees Investeringsfonds uitgekeerde dividenden 6928960 5217537 5678625,50 81,95 HOOFDSTUK 8 5 — TOTAAL 6928960 5217537 5678625,50 81,95 Titel 8 — Totaal 6928960 5217537 42413817,62 612,12 ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR IN DE LIDSTATEN OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— De garantie van de Unie betreft leningen opgenomen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. Het bedrag in hoofdsom dat in leningen aan de lidstaten kan worden toegekend is beperkt tot 50000000000 EUR. Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 02 02, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 02 02 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 04 03, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 04 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— De garantie van de Unie betreft leningen opgenomen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. Het uitstaande bedrag van de leningen of kredietlijnen die aan lidstaten worden verstrekt, wordt beperkt tot hetgeen in de rechtsgrond is bepaald. Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 02 03, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 02 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling. DOOR DE COMMISSIE VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 36735192,12 Op dit artikel worden de aflossingen op en de renteopbrengst geboekt van speciale leningen en risicodragend kapitaal die uit de kredieten van de hoofdstukken 22 02 en 22 04 van de staat van uitgaven van deze afdeling zijn verstrekt aan derde landen van het Middellandse Zeegebied. Het omvat ook aflossingen op en renteopbrengst van speciale leningen en risicodragend kapitaal aan bepaalde lidstaten uit het Middellandse Zeegebied, die een zeer klein gedeelte van het totaalbedrag vertegenwoordigen. Deze leningen/dit risicokapitaal werd(en) verstrekt op het ogenblik dat de landen nog niet tot de Unie waren toegetreden. De werkelijke ontvangsten overtreffen gewoonlijk de begrotingsramingen, in verband met de uitkering in het voorgaande begrotingsjaar alsmede in het lopende begrotingsjaar van speciale leningen en risicodragend kapitaal waarover rente moet worden betaald. De rente op speciale leningen en risicodragend kapitaal loopt vanaf het ogenblik van uitkering; in het eerste geval wordt deze halfjaarlijks betaald, in het tweede geval doorgaans jaarlijks. Dit artikel is overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement bestemd voor de opname van de eventuele ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor de financiering van de uitgaven waarvoor deze ontvangsten zijn bestemd. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij hoofdstukken 22 02 en 22 04 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Dit artikel dient voor het boeken van de aflossingen op en de renteopbrengst van leningen en risicodragend kapitaal die uit de kredieten van de artikelen 21 02 51 en 22 04 51 in het kader van European Union Investment Partners zijn verstrekt. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot invoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij de artikelen 21 02 51 en 22 04 51 van de staat van uitgaven in deze afdeling. ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR LENINGEN OPGENOMEN DOOR EN VERSTREKT AAN DERDE LANDEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 03 03, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 03 03 van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 03 04, voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 03 04 van de staat van uitgaven van deze afdeling. ONTVANGSTEN MET BETREKKING TOT DE GARANTIE VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE IN DERDE LANDEN DOOR FINANCIËLE INSTELLINGEN VERSTREKTE LENINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. p.m. 0,— Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 03 05 van de staat van uitgaven van deze afdeling. De bijlage bij deel II van de staat van uitgaven van deze afdeling bevat een overzicht van de opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Voor de rechtsgrond, zie de toelichting bij artikel 01 03 05van de staat van uitgaven van deze afdeling. Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 p.m. Nieuw artikel Onder dit artikel worden de eventuele ontvangsten geboekt die voortvloeien uit het uitoefenen van rechten in verband met een beroep op de garantie uit hoofde van artikel 01 03 07 van de staat van uitgaven van deze afdeling voor zover deze ontvangsten niet in mindering van de uitgaven zijn geboekt. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 14 september 2016, betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds — COM(2016) 586 final. OPBRENGSTEN VAN PARTICIPATIES IN GARANTIE-INSTELLINGEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 6928960 5217537 5678625,50 Dit artikel dient voor het ontvangen van door het Europees Investeringsfonds krachtens deze participatie uitgekeerde dividenden. Besluit 94/375/EG van de Raad van 6 juni 1994 betreffende het lidmaatschap van de Gemeenschap van het Europees Investeringsfonds (PB L 173 van 7.7.1994, blz. 12). Besluit 2007/247/EG van de Raad van 19 april 2007 inzake de deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 107 van 25.4.2007, blz. 5). Besluit nr. 562/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de deelname van de Europese Unie in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 156 van 24.5.2014, blz. 1). DIVERSE ONTVANGSTEN Artikel Post Omschrijving Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 % 2015-2017 HOOFDSTUK 9 0 9 0 0 Diverse ontvangsten 25000000 25000000 17961486,67 71,85 HOOFDSTUK 9 0 — TOTAAL 25000000 25000000 17961486,67 71,85 Titel 9 — Totaal 25000000 25000000 17961486,67 71,85 TOTAAL-GENERAAL 2420569598 1278944020 7258210193,24 299,86 DIVERSE ONTVANGSTEN Begrotingsjaar 2017 Begrotingsjaar 2016 Begrotingsjaar 2015 25000000 25000000 17961486,67 Onder dit artikel worden diverse ontvangsten geboekt. Titel Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 01 ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN 3086394801 2840247301 2606581157 1097025157 1648867940,72 418650879,73 02 INTERNE MARKT, INDUSTRIE, ONDERNEMERSCHAP EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF 2455727091 2260420906 2285812989 1894487636 2580988956,39 2071250234,93 03 CONCURRENTIE 108427562 108427562 102698620 102698620 99991590,72 99991590,72 04 WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE 13813326529 10725565124 12924259299 11185720525 18112955105,37 10757082443,37 05 LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 57537879867 54110140315 61380834429 54625119708 65491966489,08 57093310144,82 06 MOBILITEIT EN VERVOER 3783964054 1815351093 4220977187 2297113330 2683905382,14 2055079058,37 07 MILIEU 472838520 388338137 448266445 397061087 436307063,76 397990224,07 08 ONDERZOEK EN INNOVATIE 6192803780 5911660897 5851738306 5401700507 6259564911,40 5820355448,88 09 COMMUNICATIENETWERKEN, INHOUD EN TECHNOLOGIE 2008048360 2164759630 1803314364 2373056657 1967416437,50 1980654260,33 10 EIGEN ONDERZOEK 401736330 401569370 396834657 402688960 504440682,87 518532553,84 11 MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ 1090330395 752871678 994490215 536326774 1834203382,82 959839262,31 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 1105139917 767681200 1074005965 612937524 1834203382,82 959839262,31 12 FINANCIËLE STABILITEIT, FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTENUNIE 85913287 88425287 84986304 85662304 89761434,96 88359113,22 Reserves (40 02 41) 4856000 3267000 90769287 91692287 84986304 85662304 89761434,96 88359113,22 13 REGIONAAL BELEID EN STADSONTWIKKELING 38588139808 26768072268 36020105786 31306574112 50634760865,89 41100414945,55 Reserves (40 01 40, 40 02 41) 23625000 12375000 38611764808 26780447268 36020105786 31306574112 50634760865,89 41100414945,55 14 BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE 178361995 161007995 166447251 159265251 164867164,76 154952021,18 15 ONDERWIJS EN CULTUUR 3366357284 3146029354 2889262253 3030752053 3095620424,55 3036037497,20 16 COMMUNICATIE 211571438 210059438 203694896 196759396 208027510,98 203598132,56 17 GEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID 564254603 541521603 557855060 558557060 592082628,96 528221314,28 18 MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN 3419137519 3075013252 3475091730 2333443097 2026257159,15 1383269323,57 Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 3459137519 3103013252 3475091730 2333443097 2026257159,15 1383269323,57 19 INSTRUMENTEN VOOR HET BUITENLANDS BELEID 738187747 699292859 782603058 677343652 705572634,99 589716066,56 20 HANDEL 113201323 111701323 107216392 105566392 115685236,75 115912475,41 21 INTERNATIONALE SAMENWERKING EN ONTWIKKELING 3702842929 3339435538 3161973792 3345883780 3106617551,75 2827691372,75 22 NABUURSCHAP EN UITBREIDINGSONDERHANDELINGEN 4508080400 3856253509 3835177683 3565517946 4026495250,19 2646383979,03 23 HUMANITAIRE HULP EN CIVIELE BESCHERMING 1052651277 1254755387 1202303141 1560487834 1483671267,91 1325672656,56 24 FRAUDEBESTRIJDING 82246700 80192081 79346800 84775500 77352363,18 73197720,60 25 BELEIDSCOÖRDINATIE EN JURIDISCH ADVIES VAN DE COMMISSIE 232305442 232055442 206099587 205749587 198519037,55 198519037,55 26 ADMINISTRATIE VAN DE COMMISSIE 1065512732 1063133732 1022708825 1022164205 1121475746,64 1119250255,58 Reserves (40 01 40) 4644253 4644253 3426739 3426739 1070156985 1067777985 1026135564 1025590944 1121475746,64 1119250255,58 27 BEGROTING 76142758 76142758 72184538 72184538 60379644,87 60379644,87 28 AUDIT 19227094 19227094 18774034 18774034 12451085,54 12451085,54 29 STATISTIEK 143533663 127573663 139150570 127507570 141098048,23 125033100,62 30 PENSIOENEN EN DAARMEE SAMENHANGENDE UITGAVEN 1796802000 1796802000 1647355000 1647355000 1562987832,58 1562987832,58 31 TALENDIENSTEN 407877123 407877123 398824459 398824459 424634430,21 424634430,21 32 ENERGIE 1643319742 1316740381 1457767330 1507745646 1393962572,49 1453066624,70 Totaal 152947144153 129850664100 150544736157 132323892377 172862887834,90 141202484731,49 Waarvan reserves (40 01 40, 40 02 41) 87934775 63095775 82942489 80037489 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR BELEIDSTERREINEN XX 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op beleidsterreinen XX 01 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen in dienst bij de instelling XX 01 01 01 01 Salarissen en vergoedingen 5,2 2011496000 1913010000 1925385565,15 XX 01 01 01 02 Uitgaven en vergoedingen voor aanwerving, overplaatsing en beëindiging van de dienst 5,2 12072000 11828000 11669158,99 XX 01 01 01 03 Aanpassing van de salarissen 5,2 18170000 17279000 0,— Subtotaal 2041738000 1942117000 1937054724,14 XX 01 01 02Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen van de Commissie die werkzaam zijn in de delegaties van de Unie XX 01 01 02 01 Salarissen en vergoedingen 5,2 111637000 104747000 102581450,13 XX 01 01 02 02 Uitgaven en vergoedingen voor aanwerving, overplaatsing en beëindiging van de dienst 5,2 7430000 7188000 6750772,95 XX 01 01 02 03 Kredieten ter dekking van een aanpassing van de salarissen 5,2 967000 912000 0,— Subtotaal 120034000 112847000 109332223,08 Artikel XX 01 01 — Subtotaal 2161772000 2054964000 2046386947,22 XX 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven XX 01 02 01Aan de instelling verbonden extern personeel XX 01 02 01 01 Arbeidscontractanten 5,2 68270000 65206000 70763093,62 XX 01 02 01 02 Uitzendkrachten en technisch-administratieve bijstand ter ondersteuning van verschillende activiteiten 5,2 22460000 21900000 20543059,33 XX 01 02 01 03 Tijdelijk bij de instelling gedetacheerde nationale ambtenaren 5,2 38533000 37308000 32571030,36 Subtotaal 129263000 124414000 123877183,31 XX 01 02 02Extern personeel van de Commissie in delegaties van de Unie XX 01 02 02 01 Salarissen van de andere personeelsleden 5,2 9131000 8945000 9980990,— XX 01 02 02 02 Opleiding van jonge deskundigen en gedetacheerde nationale deskundigen 5,2 1868000 1828000 1690000,— XX 01 02 02 03 Uitgaven in verband met andere personeelsleden en andere verrichte diensten 5,2 351000 343000 398000,— Subtotaal 11350000 11116000 12068990,— XX 01 02 11Overige beheersuitgaven van de instelling XX 01 02 11 01 Dienstreizen en representatie 5,2 57319000 57067000 56979191,69 XX 01 02 11 02 Uitgaven voor conferenties, vergaderingen en deskundigengroepen 5,2 25490000 25890000 21772745,41 XX 01 02 11 03 Vergaderingen van comités 5,2 12015000 12215000 10479467,54 XX 01 02 11 04 Studies en adviezen 5,2 6090000 6090000 5219144,66 XX 01 02 11 05 Informatie- en beheerssystemen 5,2 28937000 28793000 33797162,76 XX 01 02 11 06 Bijscholing en managementopleidingen 5,2 13100000 13101000 15194875,61 Subtotaal 142951000 143156000 143442587,67 XX 01 02 12Overige beheersuitgaven met betrekking tot personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie XX 01 02 12 01 Dienstreizen, conferenties en representatie 5,2 5652000 5587000 5807000,— XX 01 02 12 02 Bijscholing voor het personeel van de delegaties 5,2 485000 699000 274000,— Subtotaal 6137000 6286000 6081000,— Artikel XX 01 02 — Subtotaal 289701000 284972000 285469760,98 XX 01 03Uitgaven voor apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, en gebouwen XX 01 03 01Uitgaven voor apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie van de Commissie XX 01 03 01 03 Apparatuur voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 64283000 61113000 63319231,67 XX 01 03 01 04 Diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 63210000 61634000 69690972,29 Subtotaal 127493000 122747000 133010203,96 XX 01 03 02Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven met betrekking tot personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie XX 01 03 02 01 Aankoop, huur en daarmee samenhangende uitgaven 5,2 28503000 28797000 26182000,— XX 01 03 02 02 Materieel, meubilair, leveringen en diensten 5,2 827000 836000 236000,— Subtotaal 29330000 29633000 26418000,— Artikel XX 01 03 — Subtotaal 156823000 152380000 159428203,96 HOOFDSTUK XX 01 — TOTAAL 2608296000 2492316000 2491284912,16 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR BELEIDSTERREINEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen in dienst bij de instelling XX 01 01 01 01 Salarissen en vergoedingen 5,2 2011496000 1913010000 1925385565,15 XX 01 01 01 02 Uitgaven en vergoedingen voor aanwerving, overplaatsing en beëindiging van de dienst 5,2 12072000 11828000 11669158,99 XX 01 01 01 03 Aanpassing van de salarissen 5,2 18170000 17279000 0,— Post XX 01 01 01 — Totaal 2041738000 1942117000 1937054724,14 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven ten behoeve van de ambtenaren en de tijdelijke functionarissen die een ambt bekleden dat op de lijst van het aantal ambten voorkomt, met uitzondering van de in derde landen tewerkgestelde personeelsleden:
de salarissen, vergoedingen en aan de salarissen gekoppelde toelagen;
de ongevallen- en ziektekostenverzekering en andere sociale lasten;
de werkloosheidsverzekering voor tijdelijke functionarissen, alsmede betalingen met het oog op de totstandkoming of de handhaving van pensioenrechten in het land van herkomst van tijdelijke functionarissen;
de overige toelagen en vergoedingen;
de vergoedingen aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor continudienst, ploegendienst of verplichte beschikbaarheid op het werk en/of thuis;
de vergoeding bij ontslag wegens gebleken ongeschiktheid van ambtenaren op proef;
de vergoeding bij opzegging door de instelling van overeenkomsten met tijdelijke functionarissen;
de terugbetaling van de uitgaven voor beveiliging van de woningen van de ambtenaren die werkzaam zijn bij de bureaus van de Unie en de delegaties van de Unie op het grondgebied van de Unie;
de vaste vergoedingen en de vergoedingen volgens uurtarief voor overuren van de ambtenaren van de functiegroep AST, die niet volgens de desbetreffende regeling met vrije tijd konden worden gecompenseerd;
de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de bezoldiging van de ambtenaren en de tijdelijke functionarissen en de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënt op het gedeelte van de emolumenten dat naar een ander land dan dat van de standplaats wordt overgemaakt;
de reiskosten van ambtenaren en tijdelijke functionarissen (en van hun gezinsleden) bij indiensttreding, beëindiging van de dienst of overplaatsing met verandering van standplaats;
de inrichtings- en herinrichtingsvergoedingen voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen die bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, en voor ambtenaren die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen;
de kosten van verhuizing die verschuldigd zijn aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen die bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, of die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen;
de dagvergoedingen die verschuldigd zijn aan ambtenaren en tijdelijke functionarissen die aantonen dat zij bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een nieuwe standplaats genoodzaakt zijn van woonplaats te veranderen;
de tijdelijke kosten in verband met ambtenaren die vóór de toetreding in een nieuwe lidstaat zijn tewerkgesteld en van wie wordt gevraagd om na de datum van toetreding in dat land in dienst te blijven; voor deze ambtenaren gelden, bij wijze van uitzondering, de financiële en de materiële voorwaarden die vóór de toetreding door de Commissie werden toegepast overeenkomstig bijlage X van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie;
de kosten van een eventuele aanpassing van de salarissen in de loop van het begrotingsjaar.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 49200000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 01 02Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen van de Commissie die werkzaam zijn in de delegaties van de Unie XX 01 01 02 01 Salarissen en vergoedingen 5,2 111637000 104747000 102581450,13 XX 01 01 02 02 Uitgaven en vergoedingen voor aanwerving, overplaatsing en beëindiging van de dienst 5,2 7430000 7188000 6750772,95 XX 01 01 02 03 Kredieten ter dekking van een aanpassing van de salarissen 5,2 967000 912000 0,— Post XX 01 01 02 — Totaal 120034000 112847000 109332223,08 Met betrekking tot de posten 19 01 01 02, 20 01 01 02, 21 01 01 02 en 22 01 01 02, betreffende de delegaties van de Unie in derde landen en bij internationale organisaties, dient dit krediet ten behoeve van de ambtenaren en de tijdelijke functionarissen die een ambt bekleden dat op de lijst van het aantal ambten van de Commissie voorkomt, ter dekking van:
de salarissen, vergoedingen en aan de salarissen gekoppelde toelagen;
de ongevallen- en ziektekostenverzekering en andere sociale lasten;
de werkloosheidsverzekering voor tijdelijke functionarissen, alsmede betalingen met het oog op de totstandkoming of de handhaving van pensioenrechten in het land van herkomst van tijdelijke functionarissen;
de overige toelagen en vergoedingen;
de overuren;
de gevolgen van de toepassing van de aanpassingscoëfficiënten op de bezoldiging van de ambtenaren en de tijdelijke functionarissen;
de kosten van een eventuele aanpassing van de salarissen in de loop van het begrotingsjaar;
de inrichtings- en herinrichtingsvergoedingen voor ambtenaren die bij indiensttreding of bij benoeming in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, of die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen;
de reiskosten, met inbegrip van die van gezinsleden van ambtenaren, bij indiensttreding, bij vertrek of bij overplaatsing met verandering van standplaats;
de kosten van verhuizing voor ambtenaren die bij indiensttreding of bij tewerkstelling in een andere standplaats van woonplaats moeten veranderen, of die zich bij de definitieve beëindiging van de dienst in een andere plaats vestigen.
Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 02 01Aan de instelling verbonden extern personeel XX 01 02 01 01 Arbeidscontractanten 5,2 68270000 65206000 70763093,62 XX 01 02 01 02 Uitzendkrachten en technisch-administratieve bijstand ter ondersteuning van verschillende activiteiten 5,2 22460000 21900000 20543059,33 XX 01 02 01 03 Tijdelijk bij de instelling gedetacheerde nationale ambtenaren 5,2 38533000 37308000 32571030,36 Post XX 01 02 01 — Totaal 129263000 124414000 123877183,31 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven, die op het grondgebied van de Unie worden gedaan:
de bezoldiging van arbeidscontractanten (in de zin van titel IV van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie), het stelsel van sociale verzekering voor arbeidscontractanten van de instelling zoals beschreven in titel IV, en de kosten van aanpassingscoëfficiënten die op de bezoldiging van dergelijke personeelsleden van toepassing zijn;
de bedragen die nodig zijn om arbeidscontractanten die personen met een handicap begeleiden, te vergoeden;
uitgaven voor uitzendkrachten, met name beambten en stenotypisten;
personeelsuitgaven in het kader van aannemingscontracten voor technische en administratieve bijstand en intellectueledienstprestaties, alsmede uitgaven voor gebouwen en materieel en huishoudelijke uitgaven ten behoeve van het betrokken personeel;
uitgaven voor detachering of tijdelijke tewerkstelling bij de diensten van de Commissie van ambtenaren uit de lidstaten en andere deskundigen of voor overleg van korte duur, met name ter voorbereiding van besluiten inzake harmonisatie op verschillende gebieden, alsmede voor uitwisselingen die het de lidstaten mogelijk moeten maken de uniale wetgeving uniform toe te passen;
de kosten van een eventuele aanpassing van de salarissen in de loop van het begrotingsjaar.
Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van de lidstaten van de EVA in de algemene kosten van de Unie krachtens artikel 82 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten bij de desbetreffende begrotingsonderdelen, overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement. Het bedrag van deze ontvangsten wordt geraamd op 163584 EUR. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt op basis van de beschikbare gegevens geraamd op 4755000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Modaliteiten in verband met de aanstelling en de bezoldiging en andere financiële voorwaarden vastgesteld door de Commissie. Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16). Gedragscode ten aanzien van de aanwerving van mensen met een handicap, goedgekeurd door het Bureau van het Europees Parlement op 22 juni 2005. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 02 02Extern personeel van de Commissie in delegaties van de Unie XX 01 02 02 01 Salarissen van de andere personeelsleden 5,2 9131000 8945000 9980990,— XX 01 02 02 02 Opleiding van jonge deskundigen en gedetacheerde nationale deskundigen 5,2 1868000 1828000 1690000,— XX 01 02 02 03 Uitgaven in verband met andere personeelsleden en andere verrichte diensten 5,2 351000 343000 398000,— Post XX 01 02 02 — Totaal 11350000 11116000 12068990,— Met betrekking tot de posten 19 01 02 02, 20 01 02 02, 21 01 02 02 en 22 01 02 02, betreffende extern personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie in derde landen en bij internationale organisaties, dient dit krediet ter dekking van:
de bezoldiging van de plaatselijke functionarissen en arbeidscontractanten en de ten laste van de werkgever komende sociale lasten en voorzieningen;
de werkgeversbijdragen in de aanvullende socialezekerheidsregeling welke van toepassing is op plaatselijke functionarissen;
de prestaties van de uitzend- en zelfstandige krachten.
Voor jonge deskundigen en gedetacheerde nationale deskundigen in opleiding in de delegaties van de Unie dient dit krediet ter dekking van:
de financiering of cofinanciering van de uitgaven voor de detachering van jonge deskundigen (academici) bij delegaties van de Unie;
de kosten van studiebijeenkomsten die voor jonge diplomaten uit de lidstaten en uit derde landen worden georganiseerd;
de uitgaven die verband houden met de detachering of de tijdelijke tewerkstelling van ambtenaren van de lidstaten bij delegaties van de Unie.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 02 11Overige beheersuitgaven van de instelling XX 01 02 11 01 Dienstreizen en representatie 5,2 57319000 57067000 56979191,69 XX 01 02 11 02 Uitgaven voor conferenties, vergaderingen en deskundigengroepen 5,2 25490000 25890000 21772745,41 XX 01 02 11 03 Vergaderingen van comités 5,2 12015000 12215000 10479467,54 XX 01 02 11 04 Studies en adviezen 5,2 6090000 6090000 5219144,66 XX 01 02 11 05 Informatie- en beheerssystemen 5,2 28937000 28793000 33797162,76 XX 01 02 11 06 Bijscholing en managementopleidingen 5,2 13100000 13101000 15194875,61 Post XX 01 02 11 — Totaal 142951000 143156000 143442587,67 Oude posten XX 01 02 11 en XX 01 03 01 (ten dele) Dit krediet dient ter dekking van de volgende gedecentraliseerde huishoudelijke uitgaven: Dienstreizen:
vervoerskosten, met inbegrip van de kosten die verband houden met het opstellen van plaatsbewijzen en reserveringen, dagvergoedingen en bijkomende of bijzondere kosten bij dienstreizen voor het onder het statuut vallende personeel van de Commissie, alsmede voor de nationale of internationale deskundigen of ambtenaren welke bij de diensten van de Commissie zijn gedetacheerd (terug te ontvangen bedragen van kosten van dienstreizen voor rekening van andere instellingen of organen van de Unie of voor rekening van derden, vormen bestemmingsontvangsten). Indien mogelijk maakt de Commissie gebruik van luchtvaartmaatschappijen die collectieve arbeidsovereenkomsten hebben gesloten en de ter zake geldende IAO-verdragen naleven.
Representatiekosten:
kosten in verband met representatieverplichtingen namens de Commissie in het belang van de dienst, die voor vergoeding in aanmerking komen (er bestaat geen representatieverplichting jegens ambtenaren of andere personeelsleden van de Commissie of van andere instellingen van de Unie).
Vergaderingen van deskundigen:
vergoeding van de kosten voor de werking van door de Commissie ingestelde of bijeengeroepen deskundigengroepen: reis- en verblijfkosten en bijkomende kosten van deskundigen die worden uitgenodigd om deel te nemen aan studiegroepen en werkgroepen, en de overige kosten van dergelijke vergaderingen, voor zover deze niet worden gedekt door de bestaande infrastructuur in de plaatsen van vestiging van de instellingen of in de externe vertegenwoordigingen (deskundigen worden vergoed op basis van de besluiten van de Commissie).
Conferenties:
uitgaven voor door de Commissie georganiseerde conferenties, congressen en vergaderingen met het oog op de uitvoering van het beleid op de verschillende gebieden, evenals uitgaven voor een netwerk voor organen en instellingen op het gebied van financiële controle, inclusief een jaarlijkse bijeenkomst tussen deze organisaties en leden van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement, zoals gevraagd in paragraaf 88 van de resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2006 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie over het begrotingsjaar 2004, afdeling III — Commissie (PB L 340 van 6.12.2006, blz. 5);
uitgaven met betrekking tot de organisatie van conferenties, studiebijeenkomsten, opleidingscursussen en stages voor de ambtenaren van de lidstaten die de door de uniale fondsen gefinancierde acties of de inning van eigen middelen van de Unie beheren of controleren of meewerken aan het systeem van uniale statistieken, alsmede uitgaven voor de ambtenaren van de staten van Midden- en Oost-Europa die de in het kader van de uniale programma's gefinancierde acties beheren of controleren;
uitgaven in verband met de opleiding van ambtenaren uit derde landen, wanneer de uitoefening van hun beheers- of controlefunctie rechtstreeks verband houdt met de bescherming van de financiële belangen van de Unie;
uitgaven voor de deelneming door de Commissie aan conferenties, congressen en vergaderingen;
inschrijvingskosten voor conferenties, met uitsluiting van uitgaven voor vorming;
de kosten voor deelname aan beroepsorganisaties en wetenschappelijke organisaties;
de kosten voor verfrissingen, en incidenteel voor lichte maaltijden, die tijdens interne vergaderingen worden verstrekt.
Vergaderingen van comités:
reis- en verblijfkosten en bijkomende kosten van deskundigen die zijn opgeroepen in het kader van de krachtens het Verdrag en krachtens verordeningen van het Europees Parlement en de Raad of verordeningen van de Raad opgerichte comités, en overige kosten van de vergaderingen, voor zover deze niet worden gedekt door de bestaande infrastructuur in de plaatsen van vestiging van de instellingen of in de externe bureaus (deskundigen worden vergoed op basis van de besluiten van de Commissie).
Studies en raadplegingen:
uitgaven voor het verrichten van gespecialiseerde studies en het verstrekken van advies onder contract door hooggekwalificeerde deskundigen (natuurlijke of rechtspersonen) in gevallen waarin de Commissie niet over het nodige personeel beschikt om deze rechtstreeks uit te voeren;
uitgaven voor de aankoop van reeds verrichte studies of voor abonnementen bij gespecialiseerde onderzoeksinstituten.
Informatie- en beheerssystemen:
ontwikkeling en onderhoud onder contract van informatie- en beheerssystemen;
aanschaf en onderhoud van volledige (bedrijfsklare) administratieve informatie- en beheerssystemen (personeelsbeheer, begroting, financiën, boekhouding enz.);
studies, documentatie en opleiding in verband met deze systemen, alsmede het beheer van de werkzaamheden;
verwerving van kennis en deskundigheid op het gebied van de gegevensverwerking in alle diensten: kwaliteit, veiligheid, technologie, ontwikkelingsmethodologie, beheer van computersystemen enz.;
technische ondersteuning van deze systemen en uitvoering van de technische werkzaamheden die nodig zijn voor de goede functionering ervan.
Bijscholing en managementopleidingen:
uitgaven voor algemene opleiding met als doel om de vaardigheden van het personeel en de prestaties en de efficiëntie van de instelling te verbeteren:
het inschakelen van deskundigen voor de identificatie van de behoeften aan en het ontwerp, het opstellen, de realisatie, de evaluatie van en het toezicht op opleiding,
het inschakelen van consultants op verschillende terreinen, met name inzake organisatiemethodiek, management, strategie, kwaliteit en personeelsbeheer,
de uitgaven voor het ontwerpen, de realisatie en de evaluatie van de door de diensten van de Commissie georganiseerde opleiding in de vorm van cursussen, seminars of conferenties (instructeurs, reis- en verblijfkosten en didactisch materiaal),
kosten voor deelneming aan externe opleiding en voor lidmaatschap van relevante beroepsorganisaties,
uitgaven in verband met de praktische organisatie van cursussen en uitgaven voor leslokalen, vervoer, maaltijden en het verblijf van deelnemers aan cursussen met verblijf,
de opleidingsuitgaven met betrekking tot publicaties, informatie, desbetreffende websites, aankoop van didactisch materiaal, abonnementen en licenties voor afstandsonderwijs, boeken, perspublicaties en multimedia,
de financiering van didactisch materiaal.
Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van de EVA-lidstaten in de algemene kosten van de Unie krachtens artikel 82 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten bij de desbetreffende begrotingsonderdelen, overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement. Het bedrag van deze ontvangsten wordt geraamd op 727500 EUR. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt op basis van de beschikbare gegevens geraamd op 8883000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 02 12Overige beheersuitgaven met betrekking tot personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie XX 01 02 12 01 Dienstreizen, conferenties en representatie 5,2 5652000 5587000 5807000,— XX 01 02 12 02 Bijscholing voor het personeel van de delegaties 5,2 485000 699000 274000,— Post XX 01 02 12 — Totaal 6137000 6286000 6081000,— Met betrekking tot de posten 19 01 02 12, 20 01 02 12, 21 01 02 12 en 22 01 02 12 betreffende personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie in derde landen en bij internationale organisaties, dient dit krediet ter dekking van:
diverse kosten en vergoedingen voor de overige personeelsleden, onder andere voor juridisch advies;
de uitgaven naar aanleiding van de aanwervingsprocedures voor ambtenaren, arbeidscontractanten en plaatselijke functionarissen, met name advertentiekosten, reis- en verblijfkosten, de ongevallenverzekering voor de opgeroepen kandidaten, de kosten die voortvloeien uit de organisatie van de gezamenlijke aanwervingsexamens, en de kosten voor het medische onderzoek bij indiensttreding;
de kosten van het jaarlijks medisch onderzoek van ambtenaren, arbeidscontractanten en plaatselijke functionarissen, onder andere van in het kader daarvan verrichte analyses en tests, uitgaven voor culturele activiteiten en initiatieven ter bevordering van sociale contacten;
de medische kosten van plaatselijke functionarissen met een arbeidsovereenkomst naar plaatselijk recht, dokters- en tandartskosten, en de kosten in verband met het aidsbeleid op de arbeidsplaats;
de vaste ambtsvergoeding voor ambtenaren die gezien de aard van de hun toevertrouwde taken regelmatig representatiekosten moeten maken, en de vergoeding van de kosten die de daartoe gemachtigde ambtenaren van de Commissie/Unie hebben moeten maken om aan de representatieverplichtingen namens de Commissie in het belang van de dienst en in het kader van hun werkzaamheden te voldoen (voor de delegaties van de Unie op het grondgebied van de Unie wordt een deel van de huisvestingskosten gedekt door de vaste ambtsvergoeding);
vervoerskosten, dagvergoedingen en bijkomende of bijzondere kosten bij dienstreizen voor de ambtenaren en andere personeelsleden;
vervoerskosten en dagvergoedingen in verband met het vervoer van zieken;
uitgaven die het gevolg zijn van crisissituaties, inclusief de vergoedingen van reis- en verblijfkosten en dagvergoedingen;
uitgaven voor algemene en taalopleiding met als doel om de vaardigheden van het personeel en de prestaties van de instelling te verbeteren:
het inschakelen van deskundigen voor de identificatie van de behoeften aan en het ontwerpen, het opstellen, de realisatie, de evaluatie van en het toezicht op opleiding,
het inschakelen van consultants op verschillende terreinen, met name inzake organisatiemethodiek, planning, management, strategie, kwaliteit en personeelsbeheer,
de uitgaven voor het ontwerpen, de realisatie en de evaluatie van de door de diensten van de Commissie of de EDEO georganiseerde opleiding in de vorm van cursussen, seminars of conferenties (instructeurs, reis- en verblijfkosten en didactisch materiaal),
de uitgaven voor de praktische en logistieke aspecten van het organiseren van cursussen, waaronder de uitgaven voor leslokalen, vervoer en de huur van uitrusting voor opleiding en plaatselijke en regionale seminars alsook voor diverse verwante kosten als verfrissingen en maaltijden,
de kosten in verband met het deelnemen aan conferenties en colloquia, en inschrijvingskosten voor beroepsorganisaties en wetenschappelijke organisaties,
de opleidingsuitgaven met betrekking tot publicaties, informatie, desbetreffende internetsites, aankoop van pedagogisch materiaal, abonnementen en licenties voor afstandsonderwijs, boeken, perspublicaties en multimedia.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR. Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 03 01Uitgaven voor apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie van de Commissie XX 01 03 01 03 Apparatuur voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 64283000 61113000 63319231,67 XX 01 03 01 04 Diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 63210000 61634000 69690972,29 Post XX 01 03 01 — Totaal 127493000 122747000 133010203,96 Oude post XX 01 03 01 (ten dele) Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven, die op het grondgebied van de Unie worden gedaan:
uitrusting op het gebied van telecommunicatie binnen de gebouwen van de Commissie, met name de aankoop, de huur, de installatie en het onderhoud van de telefooncentrales en de lijnen, de geluidssystemen en videoconferentie-installaties, intercominstallaties en mobilofoons;
informatienetwerken (uitrusting en onderhoud) en daarmee samenhangende diensten (beheer, ondersteuning, documentatie, installatie en verhuizing);
aankoop, huur of leasing van computers, terminals, microcomputers, randapparatuur, aansluitingsapparatuur, alsmede de voor hun werking benodigde programmatuur;
aankoop, huur of leasing van apparatuur (waaronder inktpatronen) voor de weergave van de informatie op papier, zoals printers, faxtoestellen, fotokopieerapparaten en scanners;
aankoop, huur of leasing van in kantoren gebruikte elektronische apparatuur;
installatie, configuratie, onderhoud, studies, documentatie en benodigdheden in verband met deze apparatuur;
uitgaven voor abonnementen op en het gebruik van elektronische informatiediensten en externe gegevensbanken, en voor de verwerving van elektronische informatiedragers, uitgaven in verband met de voor het gebruik van deze informatie benodigde opleiding en ondersteuning;
abonnementskosten, kosten van gesprekken via kabel of radioverbinding (vaste en mobiele telefoon, televisie, teleconferentie, videoconferentie), kosten in verband met de netwerken voor gegevenstransmissie, kosten van telefoongesprekken en computerverbindingen tussen de verschillende gebouwen en van de internationale telecommunicatie tussen de verschillende vestigingsplaatsen;
kosten van technische en logistieke ondersteuning, opleiding en andere activiteiten van algemeen belang met betrekking tot computerapparatuur en -programmatuur, opleiding op het gebied van de informatica van algemeen belang, abonnementen voor de technische documentatie op papier of op elektronische drager enz., extern personeel, servicebureaus, abonnementen bij internationale organisaties enz., veiligheidsstudies en kwaliteitsbewaking op het gebied van computerapparatuur en programmatuur;
uitgaven in verband met het Data Centre:
aankoop, huur of leasing van computers, randapparatuur en programmatuur van het Data Centre, alsmede helpdesks,
onderhoud, ondersteuning, studies, documentatie, opleiding en benodigdheden voor deze apparatuur, alsmede extern personeel belast met exploitatiewerkzaamheden;
het onder contract ontwikkelen en onderhouden van de voor de werking van het Data Centre benodigde programmatuur.
De overeenkomstige uitgaven voor onderzoek zijn gedekt door de kredieten van artikel 01 05 van de desbetreffende titels. Het krediet dient tevens ter dekking van de uitgaven op het grondgebied van de Unie, behalve van de vertegenwoordigingen van de Commissie in de Unie, waarvoor de uitgaven worden afgeboekt op post 16 01 03 03. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 17475000 EUR. Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1). Richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 156 van 21.6.1990, blz. 14). Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 XX 01 03 02Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven met betrekking tot personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie XX 01 03 02 01 Aankoop, huur en daarmee samenhangende uitgaven 5,2 28503000 28797000 26182000,— XX 01 03 02 02 Materieel, meubilair, leveringen en diensten 5,2 827000 836000 236000,— Post XX 01 03 02 — Totaal 29330000 29633000 26418000,— Met betrekking tot de posten 19 01 03 02, 20 01 03 02, 21 01 03 02 en 22 01 03 02, betreffende personeel van de Commissie in de delegaties van de Unie in derde landen en bij internationale organisaties, dient dit krediet ter dekking van:
tijdelijke ontheemdingstoelagen en dagvergoedingen;
voor alle gebouwen of gedeelten van gebouwen voor ambtenaren die buiten de Unie zijn tewerkgesteld: huur (met inbegrip van tijdelijke huisvesting) en fiscale lasten, verzekeringspremies, uitgaven voor inrichtingswerkzaamheden en grote reparaties, lopende uitgaven inzake de beveiliging van personen;
voor gebouwen of gedeelten van gebouwen die door ambtenaren binnen de Unie worden bewoond: de vergoeding van uitgaven voor woningbeveiliging;
aankoop, onderhoud en reparatie van apparatuur zoals generatoren en airconditioning voor huisvesting van ambtenaren;
meubilair en uitrusting voor de ter beschikking van de ambtenaren gestelde woningen.
Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 01 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN 81979051 81979051 82891865 82891865 81319687,73 81319687,73 01 02 ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE 12547500 14000000 15990500 14692500 12600970,70 12915563,50 01 03 INTERNATIONALE ECONOMISCHE EN FINANCIËLE KWESTIES 286368250 286368250 336790792 336790792 144472418,— 167439324,20 01 04 FINANCIËLE VERRICHTINGEN EN INSTRUMENTEN 2705500000 2457900000 2170908000 662650000 1410474864,29 156976304,30 Titel 01 — Totaal 3086394801 2840247301 2606581157 1097025157 1648867940,72 418650879,73 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 01 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN 01 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Economische en financiële zaken 5,2 67718579 65698945 64345516,06 95,02 01 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Economische en financiële zaken 01 01 02 01 Extern personeel 5,2 3989271 6008098 5453595,99 136,71 01 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 5642625 6721845 6889900,38 122,10 Artikel 01 01 02 — Subtotaal 9631896 12729943 12343496,37 128,15 01 01 03Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie en specifieke uitgaven in het beleidsterrein Economische en financiële zaken 01 01 03 01 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie en specifieke uitgaven 5,2 4228576 4192977 4415879,27 104,43 01 01 03 04 Uitgaven in verband met specifieke behoeften op het gebied van elektronica, telecommunicatie en informatie 5,2 400000 270000 214796,03 53,70 Artikel 01 01 03 — Subtotaal 4628576 4462977 4630675,30 100,05 Hoofdstuk 01 01 — Totaal 81979051 82891865 81319687,73 99,20 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 67718579 65698945 64345516,06 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3989271 6008098 5453595,99 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5642625 6721845 6889900,38 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4228576 4192977 4415879,27 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 400000 270000 214796,03 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven die binnen het grondgebied van de Unie zijn gedaan:
uitgaven in verband met de uitrusting van gebouwen op het gebied van telecommunicatie, met name de aankoop, de huur, de installatie en het onderhoud van de telefooncentrales en de lijnen, de geluidssystemen en videoconferentie-installaties, intercom- en mobilofoonsystemen, alsmede de uitgaven voor de informatienetwerken (uitrusting en onderhoud) en de uitgaven voor de daarmee samenhangende diensten (beheer, ondersteuning, documentatie, installatie, verhuizing);
aankoop, huur of leasing, installatie en onderhoud van elektronische kantoorapparatuur, computers, terminals, microcomputers, randapparatuur en aansluitingsapparatuur alsmede van de benodigde software;
uitgaven voor abonnementen op en het gebruik van externe elektronische informatie- en gegevensbanken en de verwerving van elektronische informatiedragers (cd-roms enz.);
uitgaven in verband met de voor het gebruik van deze informatie benodigde opleiding en ondersteuning;
abonnementskosten en de kosten van gesprekken via kabel of radiogolflengte (vaste en mobiele telefoon, telegraaf, telex, televisie, teleconferentie, videoconferentie), alsmede de kosten in verband met de netwerken voor gegevenstransmissie, telematica enz., en de aankoop van abonneelijsten;
kosten voor verbinding met telecommunicatienetwerken zoals SWIFT (interbancair) en CoreNet (beveiligd netwerk dat door de ECB is opgezet) en aanverwante infrastructuur en diensten;
installatie, configuratie, onderhoud, studies, beoordelingen, documentatie en benodigdheden in verband met deze apparatuur.
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 01 02ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE 01 02 01 Coördinatie van en toezicht op en communicatie over de Economische en Monetaire Unie inclusief de euro 1,1 11500000 12000000 11952000 11700000 11633231,37 12120618,41 101,01 01 02 02 Garantie van de Europese Unie voor door de Unie opgenomen leningen ter ondersteuning van de betalingsbalansen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 02 03 Garantie van de Europese Unie voor door de Unie opgenomen leningen voor financiële bijstand in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 02 04 Bescherming van eurobankbiljetten en -munten tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude 1,1 1047500 1000000 1038500 992500 967739,33 741198,59 74,12 01 02 05 De aan het Europees Stabiliteitsmechanisme over te dragen opbrengst van het versterkt begrotingstoezicht 1,1 p.m. p.m. 01 02 51 Voltooiing van Pericles 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 53746,50 01 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 01 02 77 01 Voorbereidende actie — Capaciteitsontwikkeling en institutionele opbouw ter ondersteuning van de uitvoering van economische hervormingen 1,2 p.m. 1000000 3000000 2000000 Artikel 01 02 77 — Subtotaal p.m. 1000000 3000000 2000000 Hoofdstuk 01 02 — Totaal 12547500 14000000 15990500 14692500 12600970,70 12915563,50 92,25 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11500000 12000000 11952000 11700000 11633231,37 12120618,41 Dit krediet dient ter dekking van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het geharmoniseerde programma voor conjunctuurenquêtes van de Europese Unie in de lidstaten en kandidaat-lidstaten. Het programma is in november 1961 bij een besluit van de Commissie in werking gesteld en is middels opeenvolgende besluiten van de Raad en de Commissie gewijzigd. Het is laatstelijk goedgekeurd bij Besluit C(97) 2241 van de Commissie van 15 juli 1997 en op 12 juli 2006 gepresenteerd in Mededeling COM(2006) 379 final van de Commissie (PB C 245 van 12.10.2006, blz. 5). Het dient ook ter dekking van de kosten van studies, workshops, conferenties, analyses, evaluaties, publicaties, technische bijstand, de aankoop en het onderhoud van databases en software en de medefinanciering en ondersteuning van maatregelen in verband met:
het begrotingsbeleid, inclusief het monitoren van begrotingssituaties;
de beoordeling van de omzetting en de toepassing door de lidstaten van het nieuwe Uniekader voor begrotingsbeheer, dat erop gericht is de werking van de Economische en Monetaire Unie (EMU) te ondersteunen;
de monitoring van de economie, de analyse van gecombineerde maatregelen en de coördinatie van het economische beleid;
de externe aspecten van de EMU;
de macro-economische ontwikkelingen in de eurozone;
de monitoring van structurele hervormingen en de verbetering van de functionering van de markten in de EMU en in de Unie;
de coördinatie met de financiële instellingen, de analyse en ontwikkeling van de financiële markten en de leen- en uitleenoperaties waarbij lidstaten betrokken zijn;
het mechanisme voor financiële ondersteuning van de betalingsbalans van de lidstaten en het Europees financieel stabilisatiemechanisme;
de samenwerking met de economische actoren en besluitvormers op de bovengenoemde gebieden;
de uitbreiding van de EMU;
de aankoop van apparatuur, de ontwikkeling en het onderhoud van software voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij en de bijbehorende opleiding.
Dit krediet dient voorts ter dekking van de financiering van prioritaire voorlichtingsacties met betrekking tot de Uniebeleidsterreinen betreffende alle aspecten van de regels en de werking van de EMU, alsmede met betrekking tot de voordelen van nauwere beleidscoördinatie en structurele hervormingen, en ter voorziening in de bij belangrijke belanghebbenden en burgers bestaande behoeften aan informatie over de EMU. Deze actie wordt gezien als een effectief instrument voor communicatie en dialoog tussen de burgers van de Unie en de instellingen van de Unie. In deze actie wordt rekening gehouden met specifieke nationale en regionale kenmerken, in voorkomend geval, in nauwe samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten. Ook zal nadruk worden gelegd op het voorbereiden van burgers op de invoering van de euro in de lidstaten die dit van plan zijn. Daartoe behoren:
de ontwikkeling van communicatieactiviteiten op centraal niveau (brochures, folders, nieuwsbrieven, ontwerp, ontwikkeling en onderhoud van websites, sociale media, tentoonstellingen, stands, conferenties, seminars, audiovisuele producten, opiniepeilingen, onderzoeken, studies, promotiemateriaal, jumelageprogramma's, opleiding enz.), en in samenwerking met de vertegenwoordigingen van de Commissie te ontplooien soortgelijke activiteiten op nationaal en regionaal niveau;
partnerschapsovereenkomsten met de lidstaten die informatiecampagnes over de euro of over de EMU willen opzetten;
samenwerken en netwerken met lidstaten in de passende fora;
voorlichtingsinitiatieven in derde landen om met name te wijzen op de internationale rol van de euro en op het belang van financiële integratie.
Bij de uitvoering van dit artikel moet de Commissie rekening houden met de resultaten van de vergaderingen van de Interinstitutionele Groep voorlichting (IGV). De voorlichtingsstrategie van de Commissie wordt in nauwe samenwerking met de lidstaten en met het Europees Parlement uitgevoerd. De Commissie stippelt een strategie en een jaarlijks werkprogramma uit op basis van de uitgangspunten die in haar mededeling van 11 augustus 2014 (COM(2004) 552) zijn aangegeven, en brengt periodiek verslag uit aan de desbetreffende commissie van het Europees Parlement over de uitvoering van het programma en over de planning voor het volgende jaar. Dit krediet dient ook ter dekking of ter tijdelijke prefinanciering van de kosten die de Unie heeft gemaakt bij het tot stand brengen en uitvoeren van operaties in verband met de leen- en uitleenoperaties voor macrofinanciële bijstand, Euratom, de betalingsbalans en het Europees financieel stabilisatiemechanisme. Alle ontvangsten die zijn opgenomen in post 5 5 1 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1). Beschikking 2003/861/EG van de Raad van 8 december 2003 betreffende de analyse van valse euromunten en de samenwerking ter zake (PB L 325 van 12.12.2003, blz. 44). Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1). Besluit 2005/37/EG van de Commissie van 29 oktober 2004 tot oprichting van het Europees technisch en wetenschappelijk centrum (ETWC) en tot coördinatie van de technische maatregelen ter bescherming van de euromunten tegen namaak (PB L 19 van 21.1.2005, blz. 73). Besluit van de Commissie C(2015) 6968 final van 19 oktober 2015 tot oprichting van de Deskundigengroep vervalsing euromunten met betrekking tot het beleid van de Commissie en de regelgeving betreffende de bescherming van euromunten tegen valsemunterij (PB C 347 van 20.10.2015, blz. 4). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— De garantie van de Unie betreft leningen betrokken op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. Het bedrag in hoofdsom dat in leningen aan de lidstaten kan worden toegekend, is beperkt tot 50000000000 EUR. Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie de schulden aflossen wanneer debiteuren in gebreke blijven. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de schuldendienst tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. In een specifieke bijlage bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de door de algemene begroting gegarandeerde opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1). Beschikking 2009/102/EG van de Raad van 4 november 2008 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Hongarije (PB L 37 van 6.2.2009, blz. 5). Beschikking 2009/290/EG van de Raad van 20 januari 2009 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Letland (PB L 79 van 25.3.2009, blz. 39). Beschikking 2009/459/EG van de Raad van 6 mei 2009 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Roemenië (PB L 150 van 13.6.2009, blz. 8). Besluit 2011/288/EU van de Raad van 12 mei 2011 tot verlening van anticiperende financiële bijstand van de Unie op middellange termijn aan Roemenië (PB L 132 van 19.5.2011, blz. 15). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in de mogelijkheid financiële bijstand van de Unie aan een lidstaat te verstrekken in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen. De door de Unie verstrekte garantie betreft leningen betrokken op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 407/2010 moet het uitstaande bedrag van de leningen of kredietlijnen die in het kader van dit stabilisatiemechanisme aan lidstaten worden verstrekt, worden beperkt tot de voor de betalingskredieten beschikbare marge onder het plafond van de eigen middelen van de Unie. Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie de schulden aflossen wanneer debiteuren in gebreke blijven. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de aflossing van de schulden tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. Artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2000/597/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) is van toepassing. In een specifieke bijlage bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de door de algemene begroting gegarandeerde, opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1). Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU van de Raad van 7 december 2010 tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Ierland (PB L 30 van 4.2.2011, blz. 34). Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU van de Raad van 17 mei 2011 tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Portugal (PB L 159 van 17.6.2011, blz. 88). Uitvoeringsbesluit 2011/682/EU van de Raad van 11 oktober 2011 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Ierland (PB L 269 van 14.10.2011, blz. 31). Uitvoeringsbesluit 2011/683/EU van de Raad van 11 oktober 2011 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Portugal (PB L 269 van 14.10.2011, blz. 32). Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 122, lid 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1047500 1000000 1038500 992500 967739,33 741198,59 Dit krediet dient ter financiering van de in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 331/2014 opgesomde acties met het oog op uitwisseling van informatie, samenwerking en wederzijdse bijstand waardoor een geharmoniseerd kader ter bescherming van de euro wordt geschapen. Zo wordt ook bijgedragen tot bewustmaking van de burgers van de Unie en daarmee tot de bescherming van de euro. Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding, voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles 2020) en tot intrekking van de Besluiten 2001/923/EG, 2001/924/EG, 2006/75/EG, 2006/76/EG, 2006/849/EG en 2006/850/EG van de Raad (PB L 103 van 5.4.2014, blz. 1), met name artikel 4. Verordening (EU) 2015/768 van de Raad van 11 mei 2015 waarbij de toepassing van Verordening (EU) nr. 331/2014 tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (het programma Pericles 2020) wordt uitgebreid tot niet-deelnemende lidstaten (PB L 121 van 14.5.2015, blz. 1), met name artikel 1. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. Nieuw artikel Dit artikel slaat op de toewijzing aan het Europees stabiliteitsmechanisme van de op grond van de artikelen 6 en 8 van Verordening (EU) nr. 1173/2011 geïnde geldboeten, overeenkomstig met name artikel 10. Alle in artikel 7 1 3 van de staat van ontvangsten opgenomen ontvangsten uit geldboeten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van kredieten. Het in de Verordening (EU) nr. 1173/2011 vervatte systeem van sancties zorgt voor een betere handhaving van het preventieve en het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact in de eurozone. Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 53746,50 Dit krediet dient ter financiering van de kosten voor de voltooiing van het actieprogramma Pericles inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij. Besluit 2001/923/EG van de Raad van 17 december 2001 tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 339 van 21.12.2001, blz. 50). Besluit 2001/924/EG van de Raad van 17 december 2001 houdende uitbreiding van de werking van het besluit tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding, voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen (PB L 339 van 21.12.2001, blz. 55). Besluit 2006/75/EG van de Raad van 30 januari 2006 tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 40). Besluit 2006/76/EG van de Raad van 30 januari 2006 waarbij de toepassing van Besluit 2006/75/EG tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) wordt uitgebreid tot de niet-deelnemende lidstaten (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 42). Besluit 2006/849/EG van de Raad van 20 november 2006 tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 330 van 28.11.2006, blz. 28). Besluit 2006/850/EG van de Raad van 20 november 2006 waarbij de toepassing van Besluit 2006/849/EG tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) wordt uitgebreid tot de niet-deelnemende lidstaten (PB L 330 van 28.11.2006, blz. 30). Mededeling van de Commissie van 22 juli 1998 aan de Raad, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank — Bescherming van de euro — Bestrijding van valsemunterij (COM(98) 474 final). Resolutie van het Europees Parlement van 17 november 1998 over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank Bescherming van de euro — Bestrijding van valsemunterij (PB C 379 van 7.12.1998, blz. 39). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1000000 3000000 2000000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Met deze voorbereidende actie wordt beoogd de steunverlening aan de lidstaten te financieren voor de implementatie van belangrijke hervormingen op het gebied van budgettaire verantwoordelijkheid, groeibevorderend openbaar bestuur en concurrentievermogen. Deze steun zal gericht zijn op het vergroten van de capaciteit van de lidstaten om hervormingen door te voeren en hun openbare instellingen te versterken. Hij dient met name te worden toegespitst op budgettaire, structurele en institutionele hervormingen die in het kader van de periodieke cyclus van macro-economisch toezicht van de Unie, van een economisch aanpassingsprogramma, van de uitoefening van versterkt toezicht, of van postprogrammatoezicht als prioriteiten zijn aangemerkt. De steun zal op verzoek van de betrokken lidstaat door de Commissie worden toegekend en staat open voor alle lidstaten. Het krediet mag worden gebruikt ter dekking van de uitvoering van programma's voor technische bijstand en projecten, zowel door nationale en internationale overheidsorganisaties met veel deskundigheid op het gebied van capaciteitsontwikkeling en institutionele opbouw, als door actoren uit de particuliere sector. Het mag ook worden aangewend ter dekking van uitgaven die verband houden met de voorbereidende fasen van dergelijke programma's en projecten (programmering, identificatie en formulering), alsook met monitoring, evaluatie, audit en controle tijdens en na de uitvoering. Het mag ook worden gebruikt ter dekking van de kosten van technische bijstand op korte termijn, van jumelageregelingen tussen overheidsinstanties en van uitgaven voor de ondersteuning van dergelijke activiteiten (opleiding, vergaderingen, seminars en studies). Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). INTERNATIONALE ECONOMISCHE EN FINANCIËLE KWESTIES Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 01 03INTERNATIONALE ECONOMISCHE EN FINANCIËLE KWESTIES 01 03 01Deelneming in het kapitaal van internationale financiële instellingen 01 03 01 01 Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling — Terbeschikkingstelling van de te storten bedragen van het geplaatste kapitaal 4 — — — — 0,— 0,— 01 03 01 02 Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling — Opvraagbaar gedeelte van het geplaatste kapitaal 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 01 03 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 03 02 Macrofinanciële bijstand 4 45828000 45828000 79669000 79669000 62900,— 23029806,20 50,25 01 03 03 Garantie van de Europese Unie voor door de Unie opgenomen leningen voor macrofinanciële bijstand aan derde landen 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 03 04 Garantie voor de door Euratom opgenomen leningen voor de verbetering van de efficiëntie en veiligheid van kerncentrales in derde landen 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 03 05 Garantie van de Europese Unie voor door de Europese Investeringsbank verstrekte leningen en garanties van leningen voor activiteiten in derde landen 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 03 06 Voorziening van het Garantiefonds voor extern optreden 4 240540250 240540250 257121792 257121792 144409518,— 144409518,— 60,04 01 03 07 Garantie van de Europese Unie voor het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) 4 p.m. p.m. 01 03 08 Voorziening van het EFDO-garantiefonds 4 p.m. p.m. Hoofdstuk 01 03 — Totaal 286368250 286368250 336790792 336790792 144472418,— 167439324,20 58,47 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen — — — — 0,— 0,— Deze post dient ter dekking van het kapitaal dat de Unie bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) heeft geplaatst. Besluit 90/674/EEG van de Raad van 19 november 1990 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (PB L 372 van 31.12.1990, blz. 1). Besluit 97/135/EG van de Raad van 17 februari 1997 inzake inschrijving door de Europese Gemeenschap op nieuwe aandelen die worden uitgegeven ingevolge het besluit om het kapitaal van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling te verdubbelen (PB L 52 van 22.2.1997, blz. 15). Besluit nr. 1219/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de inschrijving door de Europese Unie op nieuwe aandelen in het kapitaal van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) ingevolge het besluit dit kapitaal te verhogen (PB L 313 van 26.11.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van het kapitaal dat de Unie bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) heeft geplaatst. Het geplaatste eigen kapitaal van de EBWO bedraagt thans 29674000000 EUR, waarbij in totaal 900440000 EUR van het aandelenkapitaal (3 %) is geplaatst door de Unie. Van dit geplaatste aandelenkapitaal is 187810000 EUR volgestort, hetgeen betekent dat er nog een opvraagbaar gedeelte van 712630000 EUR rest. Besluit 90/674/EEG van de Raad van 19 november 1990 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (PB L 372 van 31.12.1990, blz. 1). Besluit 97/135/EG van de Raad van 17 februari 1997 inzake inschrijving door de Europese Gemeenschap op nieuwe aandelen die worden uitgegeven ingevolge het besluit om het kapitaal van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling te verdubbelen (PB L 52 van 22.2.1997, blz. 15). Besluit nr. 1219/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de inschrijving door de Europese Unie op nieuwe aandelen in het kapitaal van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) ingevolge het besluit dit kapitaal te verhogen (PB L 313 van 26.11.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 45828000 45828000 79669000 79669000 62900,— 23029806,20 Macrofinanciële bijstand (MFB) is een vorm van financiële steun die door de Unie wordt toegekend aan partnerlanden die een betalingsbalanscrisis doormaken. MFB is bestemd voor landen die geografisch, economisch en politiek dicht bij de Unie liggen. Daartoe behoren kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen en, in sommige omstandigheden, andere derde landen. In principe is MFB alleen beschikbaar voor landen die van een programma van het Internationaal Monetair Fonds profiteren. MFB is uitzonderlijk en wordt per geval ingezet om landen te helpen bij het aanpakken van ernstige betalingsbalansmoeilijkheden. Het doel ervan is de externe financiële situatie weer houdbaar te maken en daarbij economische aanpassingen en structurele hervormingen aan te moedigen. Hoewel MFB de vorm kan aannemen van leningen of subsidies op middellange/lange termijn of een combinatie daarvan, dient dit artikel alleen ter dekking van het subsidie-element van MFB-operaties. Kredieten uit hoofde van dit artikel zullen ook worden gebruikt ter dekking van kosten die zijn gemaakt in verband met MFB-operaties, met name: i) kosten die zijn gemaakt om operationele beoordelingen in de begunstigde landen te verrichten om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over het functioneren van de administratieve procedures en financiële circuits, ii) kosten in verband met de toepassing van de richtsnoeren voor Betere regelgeving, met name voor ex-postevaluaties van MFB-operaties, en iii) kosten ter dekking van comitologievereisten. De Commissie zal de begrotingsautoriteit regelmatig op de hoogte brengen van de macrofinanciële situatie in de begunstigde landen en zal eenmaal per jaar uitvoerig verslag uitbrengen van de tenuitvoerlegging van MFB. Alle ontvangsten die zijn opgenomen in post 5 5 1 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 15). Besluit nr. 1351/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 4). Besluit nr. 534/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van donderdag 15 mei 2014 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Tunesië (PB L 151 van 21.5.2014, blz. 9). Besluit (EU) 2015/601 van het Europees Parlement en de Raad van 15 april 2015 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 100 van 17.4.2015, blz. 1). Besluit (EU) 2016/1112 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië (PB L 186 van 9.7.2016, blz. 1). Besluit (EU) 2016/2371 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 18). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie zo nodig de schuldendienst betalen (aflossing hoofdsom, rente en andere kosten) wanneer debiteuren in gebreke blijven in verband met de hieronder genoemde leningsbesluiten. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de schuldendienst tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. In een specifieke bijlage bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de door de algemene begroting gegarandeerde, opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 97/471/EG van de Raad van 22 juli 1997 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (PB L 200 van 29.7.1997, blz. 59), voor een bedrag van 40000000 EUR in hoofdsom. Besluit 1999/325/EG van de Raad van 10 mei 1999 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina (PB L 123 van 13.5.1999, blz. 57), voor een bedrag van maximaal 30000000 EUR in hoofdsom in de vorm van een lening voor een periode van 15 jaar. Besluit 1999/732/EG van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Roemenië (PB L 294 van 16.11.1999, blz. 29), voor een bedrag van maximaal 200000000 EUR in hoofdsom. Besluit 1999/733/EG van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (PB L 294 van 16.11.1999, blz. 31), voor een bedrag van maximaal 50000000 EUR in hoofdsom. Besluit 2000/244/EG van de Raad van 20 maart 2000 tot wijziging van Besluit 97/787/EG tot toekenning van buitengewone financiële bijstand aan Armenië en Georgië, met het oog op de uitbreiding ervan tot Tadzjikistan (PB L 77 van 28.3.2000, blz. 11), voor een bedrag van maximaal 245000000 EUR in hoofdsom. Besluit 2001/549/EG van de Raad van 16 juli 2001 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 38). Besluit 2002/639/EG van de Raad van 12 juli 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 209 van 6.8.2002, blz. 22). Besluit 2002/882/EG van de Raad van 5 november 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 308 van 9.11.2002, blz. 25). Besluit 2002/883/EG van de Raad van 5 november 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina (PB L 308 van 9.11.2002, blz. 28). Besluit 2003/825/EG van de Raad van 25 november 2003 tot wijziging van Besluit 2002/882/EG tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië inzake aanvullende macrofinanciële bijstand aan Servië en Montenegro (PB L 311 van 27.11.2003, blz. 28). Besluit 2004/580/EG van de Raad van 29 april 2004 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Albanië en tot intrekking van Besluit 1999/282/EG (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 116). Besluit 2004/861/EG van de Raad van 7 december 2004 tot wijziging van Besluit 2002/883/EG van de Raad tot toekenning van extra macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina (PB L 370 van 17.12.2004, blz. 80). Besluit 2004/862/EG van de Raad van 7 december 2004 betreffende macrofinanciële bijstand aan Servië en Montenegro en tot wijziging van Besluit 2002/882/EG tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 370 van 17.12.2004, blz. 81). Besluit 2007/860/EG van de Raad van 10 december 2007 tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Libanon (PB L 337 van 21.12.2007, blz. 111). Besluit 2009/890/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Armenië (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 3). Besluit 2009/891/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 6). Besluit 2009/892/EG van de Raad van 30 november 2009 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 9). Besluit nr. 388/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 179 van 14.7.2010, blz. 1). Besluit nr. 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 15). Besluit nr. 1025/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Kirgizische Republiek (PB L 283 van 25.10.2013, blz.1). Besluit nr. 1351/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 4). Besluit 2014/215/EU van de Raad van 14 april 2014 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 111 van 15.4.2014, blz. 85). Besluit nr. 534/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië (PB L 151 van 21.5.2014, blz. 9). Besluit (EU) 2015/601 van het Europees Parlement en de Raad van 15 april 2015 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (PB L 100 van 17.4.2015, blz. 1). Besluit (EU) 2016/1112 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië (PB L 186 van 9.7.2016, blz. 1). Besluit (EU) 2016/2371 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 18). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie zo nodig de schuldendienst betalen (aflossing hoofdsom, rente en andere kosten) wanneer debiteuren in gebreke blijven. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de schuldendienst tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. Het maximumbedrag van de door Euratom opgenomen leningen voor de lidstaten en derde landen blijft vastgesteld op 4000000000 EUR, zoals vermeld in artikel 01 04 03. In een specifieke bijlage bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de door de algemene begroting gegarandeerde, opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 77/270/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 9). Zie voor de rechtsgrond voor Euratom-leningen ook artikel 01 04 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Volgens het besluit van de Raad van 8 maart 1977 garandeert de Unie de leningen die door de Europese Investeringsbank (EIB) worden toegekend in het kader van de financiële verplichtingen van de Unie tegenover de landen van het Middellandse Zeegebied. Dat besluit ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de EIB die op 30 oktober 1978 te Brussel en op 10 november 1978 te Luxemburg is ondertekend en volgens welke een totaalgarantie wordt ingevoerd ten belope van 75 % van het totaal van de geopende kredieten uit hoofde van in de volgende landen te verstrekken leningen: Malta, Tunesië, Algerije, Marokko, Portugal (financieel protocol, spoedhulp), Turkije, Cyprus, Syrië, Israël, Jordanië, Egypte, voormalig Joegoslavië en Libanon. Besluit 90/62/EEG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst betreffende de in Hongarije en Polen verstrekte leningen, die op 24 april 1990 te Brussel en op 14 mei 1990 te Luxemburg door de Europese Economische Gemeenschap en de EIB werd ondertekend, alsmede aan een uitbreiding van deze overeenkomst tot leningen in Tsjecho-Slowakije, Roemenië en Bulgarije, welke op 31 juli 1991 te Brussel en te Luxemburg werd ondertekend. Besluit 93/696/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB, die op 22 juli 1994 te Brussel en op 12 augustus 1994 te Luxemburg werd ondertekend. Overeenkomstig de Besluiten 93/115/EEG en 96/723/EG stelt de Unie zich garant voor de leningen die van geval tot geval door de EIB zullen worden toegekend in landen in Latijns-Amerika en Azië waarmee de Europese Gemeenschap samenwerkingsovereenkomsten heeft gesloten. Besluit 93/115/EEG ligt ten grondslag aan een waarborgcontract dat werd ondertekend door de Europese Gemeenschap en de EIB op 4 november 1993 te Brussel en op 17 november 1993 te Luxemburg. Besluit 96/723/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB, die op 18 maart 1997 te Brussel en op 26 maart 1997 te Luxemburg is ondertekend. Overeenkomstig Besluit 95/207/EG stelt de Unie zich garant voor de leningen die van geval tot geval door de EIB zullen worden toegekend aan Zuid-Afrika. Besluit 95/207/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst die is ondertekend door de Europese Gemeenschap en de EIB op 4 oktober 1995 te Brussel en op 16 oktober 1995 te Luxemburg. Besluit 97/256/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB op 25 juli 1997 in Brussel en op 29 juli 1997 in Luxemburg ondertekend, volgens welke de garantie wordt beperkt tot 70 % van het totaalbedrag van de uitstaande kredieten, verhoogd met alle bijkomende kosten. Het algemene plafond van de uitstaande kredieten is gelijk aan 7105000000 EUR. Besluit 2000/24/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB op 24 januari 2000 te Brussel en op 17 januari 2000 te Luxemburg ondertekend, welke laatstelijk in 2005 is aangepast en volgens welke de garantie wordt beperkt tot 65 % van het totaalbedrag van de uitstaande kredieten, verhoogd met alle bijkomende kosten. Het totaalbedrag aan uitstaande kredieten beloopt maximaal 19460000000 EUR. De EIB wordt verzocht 30 % te beschouwen als een streefcijfer voor de dekking van het handelsrisico door middel van niet-soevereine garanties. Dit percentage dient steeds te worden verhoogd zodra de markt dat toelaat. Besluit 2001/777/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB op 6 mei 2002 te Brussel en op 7 mei 2002 te Luxemburg ondertekend, volgens welke een volledige garantie wordt verleend voor verliezen van de EIB op buitengewone leningen, in het kader van de Noordelijke Dimensie verstrekt voor concrete milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland. Het totaalbedrag beloopt maximaal 100000000 EUR. Besluit 2005/48/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB op 9 december 2005 te Luxemburg en op 21 december 2005 te Brussel ondertekend, volgens welke een volledige garantie wordt verleend voor verliezen op leningen voor bepaalde projecten in Rusland, Oekraïne, Moldavië en Belarus. Het totaalbedrag beloopt maximaal 500000000 EUR. Dit plafond geldt voor een periode tot 31 januari 2007. Aangezien bij het verstrijken van deze periode het bedrag van de door de EIB verstrekte leningen niet het bovengenoemde plafond bereikt had, is de periode automatisch met zes maanden verlengd. Besluit 2006/1016/EG ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB op 1 augustus 2007 te Luxemburg en op 29 augustus 2007 te Brussel ondertekend, volgens welke een garantie wordt verleend tot 65 % van het totale bedrag van de in het kader van de financieringsverrichtingen van de EIB uitbetaalde kredieten en verleende garanties, verminderd met de terugbetaalde bedragen en verhoogd met alle bijkomende kosten. Het totale bedrag aan kredieten dat in het kader van dit besluit voor alle landen tezamen ter beschikking wordt gesteld, beloopt maximaal 27800000000 EUR en geldt voor de periode van 1 februari 2007 tot en met 31 december 2013, met de mogelijkheid tot verlenging met zes maanden. Dat besluit is vervangen door Besluit nr. 633/2009/EG. Besluit nr. 633/2009/EG ligt ten grondslag aan een op 28 oktober 2009 ondertekende wijziging op de garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB die op 1 augustus 2007 te Luxemburg en op 29 augustus 2007 te Brussel was ondertekend. De garantie van de Unie is beperkt tot 65 % van het totale bedrag van uitbetaalde kredieten en verleende garanties. Voor de financieringsverrichtingen van de EIB, verminderd met de geannuleerde bedragen, geldt een plafond van 27800000000 EUR, dat is uitgesplitst over een basisplafond van 25800000000 EUR en een facultatief mandaat van 2000000000 EUR. Dit plafond geldt voor een periode tot 31 oktober 2011. Besluit nr. 1080/2011/EU ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB, op 22 november 2011 te Luxemburg en te Brussel ondertekend. De Uniegarantie is beperkt tot 65 % van het totale bedrag aan uitbetaalde kredieten en verleende garanties, verminderd met de terugbetaalde bedragen en vermeerderd met alle daarmee verband houdende bedragen. Het plafond van de financieringsverrichtingen van de EIB, met aftrek van de geannuleerde bedragen, beloopt ten hoogste 29484000000 EUR, opgesplitst in een algemeen mandaat van 27484000000 EUR en een klimaatveranderingsmandaat van 2000000000 EUR. Dit plafond geldt voor een periode die begint op 1 februari 2007 en eindigt op 31 december 2013, met een verlenging tot het nieuwe besluit in werking is getreden. Besluit nr. 466/2014/EU ligt ten grondslag aan een garantieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de EIB, op 22 juli 2014 te Luxemburg en op 25 juli 2014 te Brussel ondertekend. De Uniegarantie is beperkt tot 65 % van het totale bedrag aan uitbetaalde kredieten en verleende garanties onder de financieringsverrichtingen van de EIB, verminderd met de terugbetaalde bedragen en vermeerderd met alle daarmee verband houdende bedragen. Het maximumplafond van de financieringsverrichtingen van de EIB onder de Uniegarantie, met aftrek van de geannuleerde bedragen, beloopt ten hoogste 30000000000 EUR, opgesplitst over een basisplafond van 27000000000 EUR en een facultatief mandaat van 3000000000 EUR. Het Europees Parlement en de Raad beslissen volgens de gewone wetgevingsprocedure over de gehele of gedeeltelijke activering van het facultatief mandaat. De Uniegarantie dekt de financieringsverrichtingen van de EIB ondertekend voor een periode die begint op 25 juli 2014 en eindigt op 31 december 2020, met een verlenging van zes maanden indien het Europees Parlement en de Raad geen nieuw besluit aangenomen hebben, volgens welke een Uniegarantie van de EIB wordt verleend voor verliezen op haar financieringsverrichtingen buiten de Unie voor een periode tot eind 2020. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de schuldendienst tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie zo nodig de schuldendienst betalen (aflossing hoofdsom, rente en andere kosten) wanneer debiteuren in gebreke blijven in verband met door de EIB verstrekte leningen. Besluit van de Raad van 8 maart 1977 (Middellandse Zeeprotocollen). Verordening (EEG) nr. 1273/80 van de Raad van 23 mei 1980 houdende sluiting van het interim-protocol tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië betreffende de vervroegde tenuitvoerlegging van Protocol nr. 2 van de samenwerkingsovereenkomst (PB L 130 van 27.5.1980, blz. 98). Besluit van de Raad van 19 juli 1982 (aanvullende uitzonderlijke hulp voor de wederopbouw van Libanon). Verordening (EEG) nr. 3180/82 van de Raad van 22 november 1982 betreffende de sluiting van het Protocol inzake de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 337 van 29.11.1982, blz. 22). Verordening (EEG) nr. 3183/82 van de Raad van 22 november 1982 betreffende de sluiting van het Protocol inzake de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 337 van 29.11.1982, blz. 43). Besluit van de Raad van 9 oktober 1984 (lening aan Joegoslavië buiten het protocol om). Besluit 87/604/EEG van de Raad van 21 december 1987 betreffende de sluiting van het tweede protocol betreffende de financiële samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (PB L 389 van 31.12.1987, blz. 65). Besluit 88/33/EEG van de Raad van 21 december 1987 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 22 van 27.1.1988, blz. 25). Besluit 88/34/EEG van de Raad van 21 december 1987 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 22 van 27.1.1988, blz. 33). Besluit 88/453/EEG van de Raad van 30 juni 1988 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko (PB L 224 van 13.8.1988, blz. 32). Besluit 90/62/EEG van de Raad van 12 februari 1990 waarbij de Gemeenschap zich jegens de Europese Investeringsbank garant stelt voor verliezen op leningen voor projecten in Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië (PB L 42 van 16.2.1990, blz. 68). Besluit 91/252/EEG van de Raad van 14 mei 1991 houdende uitbreiding tot Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië van Besluit 90/62/EEG waarbij de Gemeenschap zich jegens de Europese Investeringsbank garant stelt voor verliezen op leningen voor projecten in Hongarije en Polen (PB L 123 van 18.5.1991, blz. 44). Besluit 92/44/EEG van de Raad van 19 december 1991 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië (PB L 18 van 25.1.1992, blz. 34). Besluit 92/207/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Republiek Egypte (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 21). Besluit 92/208/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 29). Besluit 92/209/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Libanese Republiek (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 37). Besluit 92/210/EEG van de Raad van 16 maart 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Staat Israël (PB L 94 van 8.4.1992, blz. 45). Verordening (EEG) nr. 1763/92 van de Raad van 29 juni 1992 betreffende de financiële samenwerking met de mediterrane derde landen (PB L 181 van 1.7.1992, blz. 5). Besluit 92/548/EEG van de Raad van 16 november 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko (PB L 352 van 2.12.1992, blz. 13). Besluit 92/549/EEG van de Raad van 16 november 1992 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek (PB L 352 van 2.12.1992, blz. 21). Besluit 93/115/EEG van de Raad van 15 februari 1993 waarbij aan de Europese Investeringsbank een garantie van de Gemeenschap wordt verleend voor verliezen uit hoofde van leningen voor projecten van gemeenschappelijk belang in bepaalde derde landen (PB L 45 van 23.2.1993, blz. 27). Besluit 93/166/EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot toekenning van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor investeringsprojecten in Estland, Letland en Litouwen (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 42). Besluit 93/408/EEG van de Raad van 19 juli 1993 inzake de sluiting van het protocol betreffende de financiële samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Slovenië (PB L 189 van 29.7.1993, blz. 152). Besluit 93/696/EG van de Raad van 13 december 1993 tot toekenning van de garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor projecten in de Midden- en Oost-Europese landen (Polen, Hongarije, Tsjechische Republiek, Slowaakse Republiek, Roemenië, Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen en Albanië) (PB L 321 van 23.12.1993, blz. 27). Besluit 94/67/EG van de Raad van 24 januari 1994 houdende sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek (PB L 32 van 5.2.1994, blz. 44). Besluit 95/207/EG van de Raad van 1 juni 1995 tot toekenning van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor projecten in Zuid-Afrika (PB L 131 van 15.6.1995, blz. 31). Besluit 95/485/EG van de Raad van 30 oktober 1995 betreffende de sluiting van het protocol betreffende de financiële en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Cyprus (PB L 278 van 21.11.1995, blz. 22). Besluit 96/723/EG van de Raad van 12 december 1996 waarbij aan de Europese Investeringsbank een garantie van de Gemeenschap wordt verleend voor verliezen op leningen voor projecten van gemeenschappelijk belang in landen in Latijns-Amerika en Azië waarmee de Gemeenschap samenwerkingsovereenkomsten (Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, El Salvador, Uruguay en Venezuela; Bangladesh, Brunei, China, India, Indonesië, Macao, Maleisië, Pakistan, Filippijnen, Singapore, Sri Lanka, Thailand en Vietnam) gesloten heeft (PB L 329 van 19.12.1996, blz. 45). Besluit 97/256/EG van de Raad van 14 april 1997 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (landen in Midden- en Oost-Europa, mediterrane landen, landen in Azië en Latijns-Amerika, Zuid-Afrika, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Bosnië en Herzegovina) (PB L 102 van 19.4.1997, blz. 33). Besluit 98/348/EG van de Raad van 19 mei 1998 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en tot wijziging van Besluit 97/256/EG tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (landen in Midden- en Oost-Europa, mediterrane landen, landen in Azië en Latijns-Amerika, Zuid-Afrika) (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 53). Besluit 98/729/EG van de Raad van 14 december 1998 tot wijziging van Besluit 97/256/EG om de aan de Europese Investeringsbank verleende garantie van de Gemeenschap uit te breiden tot leningen voor projecten in Bosnië en Herzegovina (PB L 346 van 22.12.1998, blz. 54). Besluit 1999/786/EG van de Raad van 29 november 1999 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank (EIB) op leningen voor projecten voor de wederopbouw van de door de aardbeving getroffen gebieden van Turkije (PB L 308 van 3.12.1999, blz. 35). Besluit 2000/24/EG van de Raad van 22 december 1999 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (Midden- en Oost-Europa, Middellandse Zeegebied, Latijns-Amerika en Azië en de Republiek Zuid-Afrika) (PB L 9 van 13.1.2000, blz. 24). Besluit 2000/688/EG van de Raad van 7 november 2000 houdende wijziging van Besluit 2000/24/EG tot uitbreiding van de garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank tot leningen voor projecten in Kroatië (PB L 285 van 10.11.2000, blz. 20). Besluit 2000/788/EG van de Raad van 4 december 2000 houdende wijziging van Besluit 2000/24/EG tot vaststelling van een speciaal actieprogramma van de Europese Investeringsbank ter ondersteuning van de consolidatie en verdieping van de douane-unie tussen de EG en Turkije (PB L 314 van 14.12.2000, blz. 27). Besluit 2001/777/EG van de Raad van 6 november 2001 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op buitengewone leningen, in het kader van de Noordelijke Dimensie verstrekt voor concrete milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland (PB L 292 van 9.11.2001, blz. 41). Besluit 2001/778/EG van de Raad van 6 november 2001 tot wijziging van Besluit 2000/24/EG met het oog op de uitbreiding van de aan de Europese Investeringsbank verleende garantie van de Gemeenschap tot leningen voor projecten in de Federale Republiek Joegoslavië (PB L 292 van 9.11.2001, blz. 43). Besluit 2005/47/EG van de Raad van 22 december 2004 tot wijziging van Besluit 2000/24/EG in het licht van de uitbreiding van de Europese Unie en het Europese nabuurschapsbeleid (PB L 21 van 25.1.2005, blz. 9). Besluit 2005/48/EG van de Raad van 22 december 2004 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank voor verliezen op leningen voor bepaalde projecten in Rusland, Oekraïne, Moldavië en Belarus (PB L 21 van 25.1.2005, blz. 11). Besluit 2006/174/EG van de Raad van 27 februari 2006 tot wijziging van Besluit 2000/24/EG met het oog op de opneming van de Maldiven in de lijst van bestreken landen naar aanleiding van de tsunami van december 2004 in de Indische Oceaan (PB L 62 van 3.3.2006, blz. 26). Besluit nr. 1080/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Unie en houdende intrekking van Besluit nr. 633/2009/EG (PB L 280 van 27.10.2011, blz. 1). Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op financieringsverrichtingen van projecten buiten de Unie (PB L 135 van 8.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 240540250 257121792 144409518,— Met dit krediet worden de financiële middelen beschikbaar gesteld die nodig zijn voor de betalingen aan het Garantiefonds voor extern optreden volgens de voorzieningsregeling van dit fonds en voor de betaling van de operationele kosten die verbonden zijn aan het beheer van het fonds en aan de externe evaluatie die zal plaatsvinden in het kader van de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB. Uit hoofde van artikel 8 1 0 van de staat van ontvangsten ontvangen bestemmingsontvangsten kunnen aanleiding geven tot extra kredieten uit hoofde van dit artikel, in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement en artikel 10 van Besluit nr. 466/2014/EU. Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10). Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op financieringsoperaties ter ondersteuning van investeringsprojecten buiten de Europese Unie (PB L 135 van 8.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. Nieuw artikel Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie zo nodig de schuldendienst betalen (aflossing hoofdsom, rente en andere kosten) wanneer debiteuren in gebreke blijven met betrekking tot de gegarandeerde instrumenten. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen zorg dragen voor de schuldendienst. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (COM(2016) 586 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. Nieuw artikel Met dit krediet worden de financiële middelen beschikbaar gesteld die nodig zijn voor de betalingen aan het EFDO-garantiefonds in overeenstemming met de rechtsgrondslag en met de daarin vastgestelde procedures. Uit hoofde van artikel 6 3 5 van de staat van ontvangsten ontvangen bestemmingsontvangsten kunnen aanleiding geven tot extra kredieten uit hoofde van dit artikel in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad ingediend door de Commissie op 14 september 2016 betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds, (COM(2016) 586 final). FINANCIËLE VERRICHTINGEN EN INSTRUMENTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 01 04FINANCIËLE VERRICHTINGEN EN INSTRUMENTEN 01 04 01Europees Investeringsfonds 01 04 01 01 Europees Investeringsfonds — Terbeschikkingstelling van de volgestorte bedragen van het geplaatste kapitaal 1,1 44500000 44500000 41000000 41000000 49974916,25 49974916,25 112,30 01 04 01 02 Europees Investeringsfonds — Opvraagbaar gedeelte van het geplaatste kapitaal 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 01 04 01 — Subtotaal 44500000 44500000 41000000 41000000 49974916,25 49974916,25 112,30 01 04 02 Nucleaire veiligheid — Samenwerking met de Europese Investeringsbank 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 145543,43 01 04 03 Garantie voor door Euratom opgenomen leningen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 04 04 Garantie voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 01 04 05 Voorziening van het EFSI-garantiefonds 1,1 2641000000 2300000000 2103908000 500000000 1350000000,— 0,— 0 01 04 06 Europees investeringsadvieshub (EIAH) en Europees investeringsprojectenportaal (EIPP) 1,1 20000000 16800000 20000000 20000000 10499948,04 3643200,— 21,69 01 04 07 Vergoedingen verschuldigd aan het Europees Investeringsfonds wegens grotere bijstand in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen 1,1 p.m. p.m. 5000000 5000000 01 04 51 Voltooiing van programma's voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) (van voor 2014) 1,1 p.m. 96000000 p.m. 96000000 0,— 103212644,62 107,51 01 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 01 04 77 01 Proefproject — Versterking van de samenwerking en synergieën tussen nationale stimuleringsbanken teneinde de langetermijnfinanciering van de reële economie te ondersteunen 1,1 p.m. p.m. p.m. 250000 0,— 0,— 01 04 77 02 Proefproject — Beheer van staatseigendom 1,1 p.m. 600000 1000000 400000 Artikel 01 04 77 — Subtotaal p.m. 600000 1000000 650000 0,— 0,— 0 Hoofdstuk 01 04 — Totaal 2705500000 2457900000 2170908000 662650000 1410474864,29 156976304,30 6,39 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 44500000 44500000 41000000 41000000 49974916,25 49974916,25 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de terbeschikkingstelling van de volgestorte bedragen van het door de Unie geplaatste kapitaal. Het Europees Investeringsfonds (EIF) werd in 1994 opgericht. Het is opgericht door de Europese Gemeenschap (daartoe vertegenwoordigd door de Commissie), de Europese Investeringsbank (EIB) en een aantal financiële instellingen. Momenteel is bij Besluit 94/375/EG bepaald dat de Unie lid is van het EIF. Besluit 94/375/EG van de Raad van 6 juni 1994 betreffende het lidmaatschap van de Gemeenschap van het Europees Investeringsfonds (PB L 173 van 7.7.1994, blz. 12). Besluit 2007/247/EG van de Raad van 19 april 2007 inzake de deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 107 van 25.4.2007, blz. 5). Besluit nr. 562/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de deelneming van de Europese Unie in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 156 van 24.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van een opvraging ten bedrage van het door de Unie geplaatste kapitaal. Besluit 94/375/EG van de Raad van 6 juni 1994 betreffende het lidmaatschap van de Gemeenschap van het Europees Investeringsfonds (PB L 173 van 7.7.1994, blz. 12). Besluit 2007/247/EG van de Raad van 19 april 2007 inzake de deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 107 van 25.4.2007, blz. 5). Besluit nr. 562/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de deelneming van de Europese Unie in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds (PB L 156 van 24.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 145543,43 Dit krediet dient ter dekking van de technische en juridische bijstand die nodig is voor de beoordeling van de veiligheids- en milieuaspecten en de economische en financiële kanten van de projecten waarvoor om financiering in de vorm van een Euratom-lening is gevraagd, met inbegrip van studies van de Europese Investeringsbank (EIB). De maatregelen moeten het tevens mogelijk maken om leningsovereenkomsten te sluiten en uit te voeren. De in dit artikel opgenomen kredieten zullen ook worden gebruikt voor de dekking of tijdelijke voorfinanciering van de kosten die de Unie maakt in het kader van de sluiting en uitvoering van transacties voor het aangaan en verstrekken van Euratom-leningen. Alle ontvangsten die zijn opgenomen in post 5 5 1 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement. Besluit 77/270/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 9). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Er werd machtiging verleend tot het opnemen van leningen tot een maximumbedrag van 4000000000 EUR, waarvan 500000000 EUR bij Besluit 77/270/Euratom, 500000000 EUR bij Besluit 80/29/Euratom, 1000000000 EUR bij Besluit 82/170/Euratom, 1000000000 EUR bij Besluit 85/537/Euratom en 1000000000 EUR bij Besluit 90/212/Euratom. Dit artikel dient voor de opname in de begroting van de door de Unie verstrekte garantie. Aldus kan de Commissie de schulden aflossen wanneer debiteuren in gebreke blijven. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de schuldendienst tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen bekostigen. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. In een specifieke bijlage bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling wordt een samenvatting gegeven van het geheel van de door de algemene begroting gegarandeerde opgenomen en verstrekte leningen, met inbegrip van het beheer van de schuld, naar hoofdsom en rente. Besluit 77/270/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 9). Besluit 77/271/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 88 van 6.4.1977, blz. 11). Besluit 80/29/Euratom van de Raad van 20 december 1979 tot wijziging van Besluit 77/271/Euratom houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 12 van 17.1.1980, blz. 28). Besluit 82/170/Euratom van de Raad van 15 maart 1982 tot wijziging van Besluit 77/271/Euratom met betrekking tot het totaalbedrag van Euratom-leningen tot het aangaan waarvan de Commissie is gemachtigd teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 78 van 24.3.1982, blz. 21). Besluit 85/537/Euratom van de Raad van 5 december 1985 tot wijziging van Besluit 77/271/Euratom met betrekking tot het totaalbedrag van Euratom-leningen die de Commissie mag aangaan teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 334 van 12.12.1985, blz. 23). Besluit 90/212/Euratom van de Raad van 23 april 1990 tot wijziging van Besluit 77/271/Euratom houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen teneinde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (PB L 112 van 3.5.1990, blz. 26). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Op dit artikel zullen alleen kredieten worden geboekt wanneer de Europese Investeringsbank op de EFSI-garantie een beroep doet dat de beschikbare middelen van het garantiefonds overschrijdt en dat in overeenstemming is met Verordening (EU) 2015/1017, met de overeenkomst die de Bank daartoe met de Commissie heeft gesloten en met de daarin vastgestelde procedures. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 26 november 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank — Een investeringsplan voor Europa (COM(2014) 903 final). Mededeling van de Commissie van 1 juni 2016 aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Europa investeert weer — Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen (COM(2016) 359 final). Mededeling van de Commissie van 29 november 2016 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Het investeringsplan voor Europa: evaluaties bevestigen dat het plan moet worden versterkt (COM(2016) 764 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2641000000 2300000000 2103908000 500000000 1350000000,— 0,— Dit krediet dient om de nodige financiële middelen ter beschikking te stellen voor stortingen in het EFSI-garantiefonds overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1017 en de daarin vastgestelde procedures. De voorziening heeft met name ten doel een correcte uitvoering van de begroting te waarborgen wanneer een beroep op de EFSI-garantie wordt gedaan. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 26 november 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank — Een investeringsplan voor Europa (COM(2014) 903 final). Besluit C(2016) 165 van de Commissie van 21 januari 2016 tot goedkeuring van de richtsnoeren voor het beheer van activa van het Garantiefonds van het Europees Fonds voor strategische investeringen. Mededeling van de Commissie van 1 juni 2016 aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Europa investeert weer — Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen (COM(2016) 359 final). Mededeling van de Commissie van 29 november 2016 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Het investeringsplan voor Europa: evaluaties bevestigen dat het plan moet worden versterkt (COM(2016) 764 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 20000000 16800000 20000000 20000000 10499948,04 3643200,— Dit krediet dient ter dekking van:
financiële steun aan de Europese Investeringsbank voor het opzetten en activeren van het EIAH in overeenstemming met artikel 14 van Verordening (EU) 2015/1017, door onder meer ondersteunend advies aan projectontwikkelaars te verlenen, zoals onder meer technisch advies over het gebruik en de vormgeving van financiële instrumenten, en
kosten in verband met het opzetten en ontwikkelen, beheren, ondersteunen, onderhouden en hosten van het EIPP, alsmede kosten voor profilering en communicatie overeenkomstig de relevante artikelen van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1214 van de Commissie van 22 juli 2015 tot oprichting van het Europees investeringsprojectenportaal met bijbehorende technische specificaties (PB L 196 van 24.7.2015, blz. 23).
Eventuele ontvangsten uit vergoedingen opgenomen in post 6 6 0 0 die in verband met het EIPP aan particuliere projectontwikkelaars worden aangerekend, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 26 november 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de regio's en de Europese Investeringsbank — Een investeringsplan voor Europa (COM(2014) 903 final). Mededeling van de Commissie van 1 juni 2016 aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Europa investeert weer — Balans van het investeringsplan voor Europa en volgende stappen (COM(2016) 359 final). Mededeling van de Commissie van 29 november 2016 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Het investeringsplan voor Europa: evaluaties bevestigen dat het plan moet worden versterkt (COM(2016) 764 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 5000000 5000000 Het Europees Investeringsfonds (EIF) voert het kmo-onderdeel uit van het Europees Fonds voor strategische investeringen, dat de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps met vreemd en eigen vermogen ondersteunt. Het EIF heeft recht op beheersvergoedingen voor de implementatie van het kmo-onderdeel. Zoals in Verordening (EU) 2015/1017 is bepaald, zullen aan het EIF verschuldigde vergoedingen in de eerste plaats worden gefinancierd met opbrengsten uit de middelen van het EFSI-garantiefonds en het Europees Fonds voor strategische investeringen. Voor zover deze inkomsten niet toereikend zijn om de EIF-vergoedingen te dekken, zal de algemene begroting van de Unie worden aangesproken. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 26 november 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank — Een investeringsplan voor Europa (COM(2014) 903 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 96000000 p.m. 96000000 0,— 103212644,62 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van voorgaande jaren. Ofschoon de vastleggingsperiode is afgelopen, moeten de faciliteiten nog enkele jaren worden beheerd, omdat er betalingen zullen moeten worden verricht voor investeringen en om de garantieverplichtingen na te komen. De rapportage- en toezichtsvoorschriften zullen dus doorlopen totdat de faciliteiten ten einde lopen. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de Commissie tijdelijk uit haar eigen kasmiddelen zorg dragen voor de schuldendienst. In dat geval is artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1) van toepassing. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Eventuele inkomsten uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan uniale programma's, die worden opgevoerd onder post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het openen van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Eventuele ontvangsten en terugbetalingen gerealiseerd op trustrekeningen die onder artikel 5 2 3 van de staat van ontvangsten worden geboekt, zullen in de algemene begroting van de Unie worden teruggestort of worden overgeheveld naar de opvolgende financiële instrumenten die vallen onder de vermogensinstrumenten voor onderzoek en innovatie van de Unie in het kader van Horizon 2020, dan wel de eigenvermogensfaciliteit voor groei in het kader van Cosme, al naargelang het geval, in overeenstemming met het Financieel Reglement en de Verordeningen (EU) nr. 1287/2013 en (EU) nr. 1290/2013. Besluit 98/347/EG van de Raad van 19 mei 1998 betreffende maatregelen voor financiële bijstand aan innoverende en werkgelegenheid scheppende kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) — Het groei- en werkgelegenheidsinitiatief (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 43). Beschikking 2000/819/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 84). Besluit nr. 1776/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 14). Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33). Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 250000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 600000 1000000 400000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject stimuleert de herstructurering en/of privatisering van ondernemingen en andere vormen van eigendom van nationale en lokale overheden, met als doel om het concurrentievermogen en de interne markt te versterken. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNE MARKT, INDUSTRIE, ONDERNEMERSCHAP EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF 138439538 138439538 142672092 142672092 142960599,95 142960599,95 02 02 PROGRAMMA VOOR HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN ONDERNEMINGEN EN VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN (COSME) 343600000 269121432 291507692 162988600 317367432,26 239040518,37 02 03 INTERNE MARKT VOOR GOEDEREN EN DIENSTEN 124830500 117789500 120961000 118305000 51089450,69 48222357,89 02 04 HORIZON 2020 — ONDERZOEK IN VERBAND MET ONDERNEMINGEN 322536617 329375000 271047805 342633544 289706456,95 261212267,38 02 05 EUROPESE PROGRAMMA'S VOOR NAVIGATIE PER SATELLIET (EGNOS EN GALILEO) 921488436 711523436 876057400 547888400 1199186594,54 855669555,54 02 06 EUROPEES PROGRAMMA VOOR AARDOBSERVATIE 604832000 694172000 583567000 580000000 580678422,— 524144935,80 Titel 02 — Totaal 2455727091 2260420906 2285812989 1894487636 2580988956,39 2071250234,93 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNE MARKT, INDUSTRIE, ONDERNEMERSCHAP EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 02 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNE MARKT, INDUSTRIE, ONDERNEMERSCHAP EN MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF 02 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 5,2 89338192 91416624 92903359,20 103,99 02 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 02 01 02 01 Extern personeel 5,2 7341175 7718931 7804370,99 106,31 02 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 5059144 5290863 5466063,81 108,04 Artikel 02 01 02 — Subtotaal 12400319 13009794 13270434,80 107,02 02 01 03 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 5,2 5578578 5834308 6384067,47 114,44 02 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 02 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) 1,1 3440000 3363000 3873698,78 112,61 02 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor normalisatie en harmonisatie van de wetgevingen 1,1 160000 160000 159721,36 99,83 02 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor Europese programma’s voor navigatie per satelliet 1,1 2500000 3400000 2229141,87 89,17 02 01 04 04 Ondersteunende uitgaven voor het Europees programma voor aardobservatie (Copernicus) 1,1 2600000 2600000 2533583,75 97,45 Artikel 02 01 04 — Subtotaal 8700000 9523000 8796145,76 101,11 02 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het beleidsterrein Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 02 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de tenuitvoerlegging van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 7855592 8517385 8180551,09 104,14 02 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de tenuitvoerlegging van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 2605344 2405948 2817896,87 108,16 02 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 2937950 3179000 2560167,76 87,14 Artikel 02 01 05 — Subtotaal 13398886 14102333 13558615,72 101,19 02 01 06Uitvoerende agentschappen 02 01 06 01 Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen — Bijdrage van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) 1,1 9023563 8786033 8047977,— 89,19 Artikel 02 01 06 — Subtotaal 9023563 8786033 8047977,— 89,19 Hoofdstuk 02 01 — Totaal 138439538 142672092 142960599,95 103,27 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 89338192 91416624 92903359,20 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7341175 7718931 7804370,99 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5059144 5290863 5466063,81 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5578578 5834308 6384067,47 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3440000 3363000 3873698,78 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand (overheidstaken uitgezonderd) die door de Commissie wordt uitbesteed in het kader van ad-hocdienstverleningscontracten. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Zie hoofdstuk 02 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 160000 160000 159721,36 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand (overheidstaken uitgezonderd) die door de Commissie wordt uitbesteed in het kader van ad-hocdienstverleningscontracten. Zie artikel 02 03 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2500000 3400000 2229141,87 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand (overheidstaken uitgezonderd) die door de Commissie wordt uitbesteed in het kader van ad-hocdienstverleningscontracten. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 02 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2600000 2600000 2533583,75 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand (overheidstaken uitgezonderd) die door de Commissie wordt uitbesteed in het kader van ad-hocdienstverleningscontracten. Dit krediet kan ook activiteiten dekken in verband met het gebruikersforum dat is opgericht bij artikel 17 van Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013) (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1). Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Zie hoofdstuk 02 06. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7855592 8517385 8180551,09 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 02 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2605344 2405948 2817896,87 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor extern personeel dat belast is met de tenuitvoerlegging van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 02 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2937950 3179000 2560167,76 Dit krediet dient ter dekking van andere administratieve uitgaven voor alle beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven voor personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de beschrijving, de voorbereiding, het management, de monitoring, de audit en de supervisie van het programma of van projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en representatiekosten. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 02 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9023563 8786033 8047977,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Agentschap ingevolge zijn rol bij het beheer van maatregelen die deel uitmaken van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme). Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33). Besluit 2004/20/EG van de Commissie van 23 december 2003 tot oprichting van een uitvoerend agentschap, genaamd het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van energie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 85). Besluit 2007/372/EG van de Commissie tot wijziging van Besluit nr. 2004/20/EG waarbij het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie wordt omgevormd tot het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (PB L 140 van 1.6.2007, blz. 52). Uitvoeringsbesluit van de Commissie 2013/771/EU van 17 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot intrekking van de Besluiten 2004/20/EG en 2007/372/EG (PB L 341van 18.12.2013, blz. 73). Besluit van de Commissie C(2013) 9414 van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het vlak van energie, milieu, klimaatactie, concurrentievermogen en kmo's, onderzoek en innovatie, ICT, maritiem beleid en visserij, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. PROGRAMMA VOOR HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN ONDERNEMINGEN EN VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN (COSME) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 02PROGRAMMA VOOR HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN ONDERNEMINGEN EN VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN (COSME) 02 02 01 Ondernemerschap bevorderen en het concurrentievermogen en de toegang tot markten van ondernemingen in de Unie verbeteren 1,1 119820000 140000000 110264720 47905000 112002238,87 93267204,55 66,62 02 02 02 Kleine en middelgrote ondernemingen meer toegang geven tot financiering in de vorm van eigen vermogen en schuld 1,1 217030000 120000000 172842972 100000000 200036996,63 98610257,67 82,18 02 02 51 Voltooiing van eerdere activiteiten op het gebied concurrentievermogen en ondernemerschap 1,1 p.m. 700000 p.m. 6200000 83293,47 41370051,93 5910,01 02 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 02 02 77 02 Proefproject — Erasmus voor jonge ondernemers 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 02 02 77 03 Voorbereidende actie — Erasmus voor jonge ondernemers 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 130238,54 02 02 77 08 Voorbereidende actie — Bevordering van Europese en transnationale toeristische producten, met bijzondere nadruk op culturele en industriële producten 1,1 p.m. 485000 p.m. 825000 0,— 1302360,85 268,53 02 02 77 09 Voorbereidende actie — Toerisme en toegankelijkheid voor iedereen 1,1 p.m. 270000 p.m. 490600 0,— 460350,19 170,50 02 02 77 10 Voorbereidende actie — Euromed innoverende ondernemers voor verandering 1,1 p.m. 490000 p.m. 490000 0,— 658348,33 134,36 02 02 77 11 Proefproject — Vergemakkelijken van de toegang tot verzekeringen voor zelfstandige bouwondernemers en kleine bouwbedrijven, om de innovatie en bevordering van ecotechnologie in de Europese Unie te stimuleren 1,1 p.m. p.m. p.m. 143000 0,— 428607,— 02 02 77 12 Proefproject — Een Europees competentienetwerk voor zeldzame aardelementen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 251625,33 02 02 77 13 Proefproject — Ontwikkeling van Europese creatieve districten 3 p.m. p.m. p.m. 285000 0,— 63002,99 02 02 77 16 Proefproject — De toekomst van industriële productie 1,1 p.m. p.m. p.m. 800000 1000000,— 1600000,— 02 02 77 17 Proefproject — Overdracht van bedrijven aan werknemers en coöperatief model: waarborgen van de duurzaamheid van kmo's 1,1 p.m. 270000 p.m. 350000 500000,— 0,— 0 02 02 77 18 Proefproject — Vrouwelijke business angels 1,1 p.m. 1060000 1200000 900000 1000000,— 0,— 0 02 02 77 19 Proefproject — Ontvangst van toeristen uit de hele wereld 1,1 p.m. 225000 p.m. 250000 750000,— 0,— 0 02 02 77 20 Proefproject — Naar regionale economische convergentie in de EU (TREC) 1,1 p.m. 346432 p.m. 150000 494903,29 148470,99 42,86 02 02 77 21 Voorbereidende actie — Transnationaal Europees toeristisch product op het gebied van cultuur 1,1 1500000 1000000 p.m. 600000 1500000,— 750000,— 75,00 02 02 77 22 Proefproject — Naar een deeleconomie voor Europese producenten: verlaging van bedrijfskapitaal en kosten door middel van cloudplatforms ter ondersteuning van synergiën en integratie 1,1 p.m. p.m. 500000 250000 02 02 77 23 Proefproject — Youth on the SPOT — Special partnerschap voor toerisme 1,1 p.m. p.m. 500000 250000 02 02 77 24 Proefproject — Bestemming Europa als merk — Promotie van Europa in de toeristische sector 1,1 1000000 500000 500000 250000 02 02 77 25 Proefproject — Opbouw van ondernemingscapaciteit voor jonge migranten 1,1 1000000 1000000 2200000 1100000 02 02 77 26 Proefproject — Initiatief voor startende ondernemingen in de deeleconomie — Financiering voor de toekomst van Europees ondernemerschap 1,1 p.m. 1150000 2500000 1250000 02 02 77 27 Proefproject — Verlaging van de jeugdwerkloosheid en oprichting van coöperaties om de arbeidskansen in de EU te vergroten 1,1 p.m. p.m. 500000 250000 02 02 77 28 Proefproject — Kmo-instrument ter versterking van de participatie van vrouwen 1,1 p.m. p.m. 500000 250000 02 02 77 29 Voorbereidende actie — De Europese Toerismehoofdstad 1,1 2500000 1250000 02 02 77 30 Proefproject — Actief leiderschap op ondernemerschapsniveau en kansen voor samenwerking (Aleco) 1,1 750000 375000 Artikel 02 02 77 — Subtotaal 6750000 8421432 8400000 8883600 5244903,29 5793004,22 68,79 Hoofdstuk 02 02 — Totaal 343600000 269121432 291507692 162988600 317367432,26 239040518,37 88,82 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 119820000 140000000 110264720 47905000 112002238,87 93267204,55 Dit krediet dient om het concurrentievermogen van de ondernemingen, met name de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), te versterken, een ondernemingscultuur aan te moedigen en de oprichting en groei van kleine en middelgrote ondernemingen te bevorderen. Met name zullen de volgende maatregelen worden genomen:
netwerken met deelname van uiteenlopende belanghebbenden;
markttoepassingsprojecten;
analyse, ontwikkeling en coördinatie van het beleid met de deelnemende landen;
onderzoeken naar gendergerelateerde discriminatie in verband met vrouwelijk ondernemerschap en de uitvoering van beleidsmaatregelen om vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren;
delen en verspreiden van informatie, bewustmaking en adviesverlening om het concurrentievermogen van kmo's te vergroten en hen te helpen om op de eengemaakte markt en daarbuiten actief te zijn;
ondersteuning van gezamenlijke acties van ondernemingen door lidstaten of regio's, evenals andere maatregelen van het Cosme-programma.
De Unie zal initiatieven zoals het Enterprise Europe Network en de acties ter bevordering van de ondernemingsgeest ondersteunen. Zij zal ook steun verlenen aan projecten in verband met de eerste toepassing of het op de markt brengen van technieken, producten of praktijken (bijvoorbeeld op het gebied van nieuwe bedrijfsconcepten voor consumptiegoederen) die van belang zijn voor de Unie en die reeds succesvol technisch zijn gedemonstreerd, maar vanwege resterende risico's nog geen significante marktpenetratie hebben bereikt. Deze projecten zijn erop gericht een grootschaliger gebruik daarvan in de deelnemende landen te bevorderen en de verwerving van een marktaandeel te vergemakkelijken. De projecten zullen eveneens tot doel hebben de raamvoorwaarden te verbeteren, onder meer door middel van capaciteitsopbouw in clusters en andere bedrijfsnetwerken, met name met het oog op de internationalisatie van het mkb om te garanderen dat de bedrijven in de Unie onder meer in de toeristische sector concurrerend en duurzaam zijn, door coherentie en consistentie bij de implementatie en gefundeerde beleidsvorming op het niveau van de Unie te ondersteunen. Daarnaast komen er ook projecten die de tenuitvoerlegging van de Small Business Act voor Europa ondersteunen. Ook de financiering van ondersteunende acties die rechtstreeks verband houden met de realisatie van deze doelstellingen wordt overwogen: vergaderingen, studies, voorlichting en publicaties, deelname aan studiegroepen, conferenties, workshops. Wat gendergelijkheid betreft, zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan projecten ter bevordering van de positie van vrouwelijke ondernemers, teneinde hen te helpen op gender gebaseerde obstakels te overwinnen en teneinde in de hele Unie tot een gelijke vertegenwoordiging van mannelijke en vrouwelijke ondernemers te komen. Bijzondere nadruk zal worden gelegd op duurzame toeristische activiteiten met als eerste prioriteit zachte mobiliteit, fietsnetwerken, ecotoerisme en natuurbescherming. Toegankelijkheid voor iedereen, in het bijzonder voor mensen met beperkte mobiliteit en kansarmen, is in dit verband eveneens van groot belang. De Unie coördineert, bevordert en ondersteunt acties ten behoeve van duurzaam toerisme, onder meer met betrekking tot:
het waarborgen van duurzaam toerisme op lange termijn door de bescherming van natuurlijk, cultureel, historisch en industrieel erfgoed;
de coördinatie en ondersteuning van de toegankelijkheid van toeristische informatie en dienstverlening voor kansarme burgers die in armoede leven, alsmede voor personen met beperkte mobiliteit;
de grensoverschrijdende coördinatie van Europese fietsnetwerken, samen met informatie en dienstverlening met betrekking tot trein- en busvervoer over lange afstanden.
De actie Erasmus voor ondernemers beoogt het ondernemerschap in Europa te stimuleren, kennis en goede praktijken uit te wisselen, alsook zeer nuttige netwerken en partnerschappen te creëren. Gelet op de huidige moeilijke economische situatie is het absoluut noodzakelijk om de Europese bedrijven, met name jonge innovatieve starters en vrouwelijke ondernemers, te ondersteunen en om het ondernemerschap te bevorderen door voldoende middelen toe te wijzen aan programma's zoals het Programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme). In het bijzonder is het belangrijk de meest innoverende en moderne sectoren te ondersteunen, bijvoorbeeld de sharing economy en de digitale economie: het is belangrijk dat de Unie jonge ondernemers die in deze sectoren actief zijn, ondersteunt en dat zij instrumenten ontwikkelt en ten uitvoer legt om ervoor te zorgen dat innoverende start-ups kunnen concurreren op mondiale schaal, met bedrijven buiten Europa. Met name het programma Erasmus voor jonge ondernemers is zeer succesvol en doeltreffend gebleken en heeft op een efficiënte manier bijgedragen tot de bestrijding van de werkloosheid en de ondersteuning van gezonde start-ups in heel Europa. Met het oog op het relatief geringe aantal vrouwelijke ondernemers moet speciale aandacht worden besteed aan het betrekken van jonge vrouwelijke ondernemers bij het programma, teneinde hen aan te moedigen hun loopbaan als ondernemer voort te zetten en ervaring op te doen m.b.t. hoe zij het hoofd kunnen bieden aan de genderspecifieke obstakels waarmee zij mogelijk worden geconfronteerd. De financiële middelen voor het programma Erasmus voor jonge ondernemers moeten worden verhoogd om met name de volgende redenen:
het programma draagt bij aan de stimulering van Europees ondernemerschap, het uitwisselen van kennis en goede praktijken, alsook het oprichten van waardevolle netwerken en partnerschappen;
het programma kent veel succes en heeft een toenemend aantal deelnemers over de afgelopen jaren, een aantal dat naar verwacht verder zal toenemen;
het programma pakt het jeugdwerkloosheidsprobleem doeltreffend aan door werkloze jongeren te helpen als zelfstandige van start te laten gaan en bestaande kmo's te helpen banen te scheppen in het kader van de uitbreiding en/of internationalisering van hun activiteiten;
het aantal aanvragen overtreft ruimschoots de capaciteit van de Commissie om daar met de huidig beschikbare middelen aan te voldoen.
Een deel van dit krediet van de Cosme-actie voor 2016 Migrant Entrepreneurs Lab wordt gebruikt voor de nationale stelsels voor bedrijfsondersteuning voor allochtone ondernemers en hun informele netwerken. Dit kan gebeuren door middel van voorlichtings- en netwerkingsinitiatieven/platforms die mainstream-bedrijfsorganisaties voor allochtone ondernemers organiseren. Deze hebben tot doel allochtone ondernemers beter voor te lichten over de in het gastland aanwezige ondersteuningssystemen, informele en mainstream netwerken aan elkaar te koppelen en de aandacht te vestigen op de specifieke behoeften en problemen van allochtone ondernemers. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van overeenkomstige kredieten en tot uitvoering van de bijlage van de Europese Economische Ruimte bij dit deel van de staat van uitgaven in deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting vormt. Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33), met name artikel 3, lid 1 onder a), b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 217030000 120000000 172842972 100000000 200036996,63 98610257,67 Dit krediet moet worden gebruikt om de toegang van kmo's, waaronder bedrijven van vrouwelijke ondernemers, tot financiering in de vorm van eigen vermogen en schuld te verbeteren in hun start-up-, groei- en overdrachtsfase. Een leninggarantiefaciliteit (LGF) zal tegengaranties, directe garanties en andere risicodelingsregelingen bieden voor a) schuldfinanciering, die de specifieke moeilijkheden moet verminderen waarmee levensvatbare kleine en middelgrote ondernemingen worden geconfronteerd om toegang te krijgen tot financiering, ofwel ten gevolge van het veronderstelde hogere risico of van onvoldoende beschikbaar onderpand en voor b) effectisering van kmo-schuldfinancieringsportefeuilles. Een eigenvermogensfaciliteit voor groei (equity facility for growth — EFG) moet investeringen mogelijk maken in durfkapitaalfondsen die investeren in kleine en middelgrote ondernemingen in de expansie- en groeifase, met name in die welke grensoverschrijdend werken. De mogelijkheid moet bestaan om te investeren in fondsen voor de allereerste beginfase, in combinatie met de eigenvermogensfaciliteit voor RDI in het kader van Horizon 2020. In gevallen van gezamenlijke investeringen in meerfasefondsen zullen investeringen pro rata uit de EFG van Cosme en de eigenvermogensfaciliteit voor RDI in het kader van Horizon 2020 worden geboden. Steun van de EFG wordt verleend rechtstreeks door het Europees Investeringsfonds (EIF) of andere met de tenuitvoerlegging namens de Commissie belaste organisaties, of door paraplufondsen of investeringsmechanismen die grensoverschrijdend investeren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Terugbetalingen van financiële instrumenten overeenkomstig artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, aan de Commissie en die zijn geboekt op post 6 3 4 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder i), van het Financieel Reglement Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33), met name artikel 3, lid 1 onder d). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 700000 p.m. 6200000 83293,47 41370051,93 Dit krediet dient ter dekking van betalingen in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van voorgaande jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit 89/490/EEG van de Raad van 28 juli 1989 inzake de verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (PB L 239 van 16.8.1989, blz. 33). Besluit 91/179/EEG van de Raad van 25 maart 1991 betreffende de aanvaarding van het statuut van de Internationale Studiegroep voor koper (PB L 89 van 10.4.1991, blz. 39). Besluit 91/319/EEG van de Raad van 18 juni 1991 tot herziening van het programma voor verbetering van het ondernemingsklimaat en de bevordering van de ontwikkeling van ondernemingen, in het bijzonder van het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (PB L 175 van 4.7.1991, blz. 32). Besluit 91/537/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de aanvaarding van het statuut van de Internationale Studiegroep voor nikkel (PB L 293 van 24.10.1991, blz. 23). Besluit 92/278/EEG van de Raad van 18 mei 1992 tot goedkeuring van de consolidatie van het Centrum voor industriële samenwerking EG-Japan (PB L 144 van 26.5.1992, blz. 19). Besluit 93/379/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende een meerjarenprogramma van communautaire acties ter versterking van de prioritaire krachtlijnen en ter verzekering van de continuïteit en de consolidatie van het beleid ten aanzien van de ondernemingen, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, in de Gemeenschap (PB L 161 van 2.7.1993, blz. 68). Besluit 96/413/EG van de Raad van 25 juni 1996 betreffende de uitvoering van een communautair actieprogramma ten behoeve van het concurrentievermogen van de Europese industrie (PB L 167 van 6.7.1996, blz. 55). Besluit 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) in de Europese Unie (1997-2000) (PB L 6 van 10.1.1997, blz. 25). Beschikking 2000/819/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 84). Besluit 2001/221/EG van de Raad van 12 maart 2001 betreffende deelname van de Europese Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor lood en zink (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 21). Besluit 2002/651/EG van de Raad van 22 juli 2002 betreffende de deelname van de Gemeenschap aan de Internationale Studiegroep voor rubber (PB L 215 van 10.8.2002, blz. 13). Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1). Beschikking nr. 593/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 juli 2004 tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 268 van 16.8.2004, blz. 3). Besluit nr. 1776/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 14). Besluit 2006/77/EG van de Commissie van 23 december 2005 tot oprichting van een groep op hoog niveau voor concurrentievermogen, energie en milieu (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 43). Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 130238,54 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 485000 p.m. 825000 0,— 1302360,85 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 270000 p.m. 490600 0,— 460350,19 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 490000 p.m. 490000 0,— 658348,33 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 143000 0,— 428607,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 251625,33 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 285000 0,— 63002,99 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 800000 1000000,— 1600000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 270000 p.m. 350000 500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1060000 1200000 900000 1000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 225000 p.m. 250000 750000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 346432 p.m. 150000 494903,29 148470,99 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 1000000 p.m. 600000 1500000,— 750000,— Dit krediet dient ter financiering van de ontwikkelingsfase van de in 2015 geïnitieerde voorbereidende actie. De voorbereidende actie heeft de volgende hoofddoelstellingen:
het diversifiëren van het toeristische aanbod in Europa;
het verminderen van de invloed van de seizoenen voor Europese bestemmingen;
het versterken van het profiel van Europa als één enkele toeristische bestemming.
Het logo van Unesco is wereldberoemd. Het staat garant voor het bijzondere culturele belang van een locatie, maar er worden tevens nieuwe toeristenstromen mee aangetrokken. Samenwerking met Unesco, een gespecialiseerde VN-organisatie, kan van essentieel belang zijn voor de intensivering van de internationale samenwerking met de VN en de ontwikkeling van een regionale strategie voor de promotie van Europese locaties op de Unesco-lijst. Een kaart met toonaangevende Unesco-locaties die zijn ingedeeld op thema (bv. middeleeuwse steden, subaquatisch erfgoed, Griekse/Romeinse archeologische vindplaatsen) of op het verhaal waarin hun gemeenschappelijke elementen samenkomen, zal bijdragen aan de bevordering van cultureel toerisme op zowel binnenlandse als langeafstandsmarkten. Er kunnen verschillende communicatie-instrumenten worden ontwikkeld op basis van een Europese kaart met Unesco-locaties. Met deze voorbereidende actie wordt beoogd verder onderzoek te doen naar het verband tussen toerisme en cultuur. De toewijzing van 2015 (1500000 EUR) is gebruikt voor de startfase. Deze fase bestaat uit a) het ontwerpen van vier Unesco-erfgoedroutes in Europa, die alle bestaan uit vijf tot zeven afzonderlijke bestemmingen; b) het aantrekken van belangrijke spelers die zich ertoe verbinden deze erfgoedroutes te ontwikkelen en promoten; c) het vaststellen van marketing- en communicatiestrategieën voor iedere route; d) het ontwikkelen van een interactief online-platform voor communicatie, promotie en het delen van kennis (wellicht met steun van National Geographic); en e) het ontwikkelen van één kaartengids en mobiele applicatie per route. Dit krediet zal door Unesco worden gebruikt ter financiering van specifieke acties voor de verdere ontwikkeling van de reeds geselecteerde routes en ter cofinanciering van promotiecampagnes die zijn gericht op de grootste bronmarkten voor aan Unesco gerelateerde producten (China, Noord-Amerika en Europa). Gecofinancierde acties kunnen zich richten op synergieën tussen toerisme, cultuur en creatieve bedrijfstakken. Tijdens deze tweede fase zal Unesco proactief naar andere donoren zoeken om de voortzetting van dit initiatief na afloop van de Uniefinanciering te waarborgen. Voorbereidende actie als bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject dient om de invoering van een cloudplatform voor integratie en synergie voor Europese producenten te onderzoeken. Als eerste fase worden kritische en niet-kritische hulpbronnen in kaart gebracht. Het is bekend dat het samenvoegen en op dynamische wijze herdistribueren van kritische en niet-kritische hulpbronnen voor de productie kan leiden tot een drastische daling van het door producenten benodigde bedrijfskapitaal en hun kosten kan verlagen. Het proefproject onderzoekt of een transparant en intuïtief cloudplatform kan bijdragen aan het vertrouwen tussen producenten om hulpbronnen samen te voegen en een deeleconomie te verwezenlijken. De daling van bedrijfskapitaal en de verlaging van de kosten voor het aanhouden van voorraden maakt middelen vrij die geïnvesteerd kunnen worden in innovatie, om productieprocessen winstgevender te maken en de groei te bevorderen. Het doel is om een eerste platform voor het delen van hulpbronnen op te zetten om te zorgen voor meer integratie en samenwerking tussen producenten in Europa, wat kan bijdragen aan de economische groei. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Tegenwoordig wordt de Europese Unie geconfronteerd met uiteenlopende structurele veranderingen die gevolgen hebben voor de hele economie; ook het toerisme heeft daar dus mee te maken. Een van de ernstigste problemen waar Europa mee te kampen heeft is het gebrek aan banen voor jongeren. In november 2014 waren in Europa meer dan 5 miljoen jongeren werkeloos. Dit betekent dat een van de vier jongeren beneden de 25 jaar op zoek is naar werk. Het toerisme staat bekend als een sector waar veel jongeren worden aangeworven. Uit de statistieken blijkt dat het toerisme alleen al in de Europese Unie meer dan 20 miljoen banen levert bij ruim 2 miljoen ondernemingen. Bovendien zorgt de grote economische invloed van het toerisme voor belangrijke effecten op het gebied van groei en werkgelegenheid. Dit zijn precies de gebieden waarop de Unie behoefte heeft aan sterke impulsen, na de economische crisis. De instellingen en nationale regeringen in de Unie kunnen het creëren van banen vergemakkelijken en ondersteunen, zoals is gebleken bij de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie. Niettemin kunnen alleen particuliere ondernemingen en actoren banen creëren of opleidingsmogelijkheden opzetten. De toeristische sector heeft een groot aantal particuliere actoren (hotels, cafés, restaurants enz.) en kan daarmee een unieke bijdrage leveren aan het aanpakken van de banencrisis in Europa en aan het economisch herstel. Het is bijvoorbeeld een interessante paradox dat de landen met de hoogste jeugdwerkloosheid (Griekenland, Spanje, Italië, Portugal) tot de populairste toeristische bestemmingen in Europa behoren. Daarom bevindt de toeristische sector zich in een goede positie om proactief bij te dragen aan de inspanningen van de instellingen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. De toeristische sector moet ook deelnemen aan en verantwoordelijkheid nemen voor de aanpak van sociale problemen, in dit geval de jeugdwerkloosheid, door de inspanningen van de overheidssector te steunen op het gebied van het scheppen van mogelijkheden voor jongeren. Om dit doel te bereiken moet een speciaal partnerschap voor toerisme (SPOT) worden opgezet tussen de Europese besluitvormende instanties en vertegenwoordigers van de toeristische sector. In het kader van SPOT moet een nieuw publiek-privaat partnerschap worden ontwikkeld om kwalitatief hoogwaardige banen, leerlingenplaatsen en stageplaatsen aan te bieden in het toerisme in de hele EU, met nadruk op kleine en middelgrote ondernemingen. Hier kunnen alle soorten ondernemingen bij betrokken worden, alsmede de toeleveringsketen, vakbonden, onderwijsinstellingen, Europese/nationale/regionale toeristische organisaties, autoriteiten en agentschappen, bedrijfsverenigingen en jongerenorganisaties. Dit initiatief kan het belang van de toeristische sector voor de Europese economie voor het voetlicht brengen. Tevens kan het besluitvormende instanties in de Unie stimuleren om rekening te houden met het potentieel van deze sector en een specifiek beleid te ontwikkelen dat de verdere ontwikkeling en groei van de sector ondersteunt. Bovendien kan een dergelijk partnerschap inspelen op de dynamiek van de Europese jeugd, zodat jongeren weer hoop en mogelijkheden kunnen krijgen en ze een betere toekomst tegemoet kunnen zien doordat ze de kans krijgen de arbeidsmarkt te betreden. Tot slot moet worden benadrukt dat dit ook in het belang is van de toeristische sector zelf. Indien Europa 's werelds belangrijkste toeristische bestemming wil blijven moet de sector zich richten op de nieuwe generatie: zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en duurzame arbeidsplaatsen voor personen met IT-vaardigheden en ervaring met het ontvangen van toeristen met uiteenlopende verwachtingen en wensen, vooral uit derde landen. Dit maakt groei mogelijk en houdt de sector aantrekkelijk. Het proefproject heeft de volgende hoofddoelstellingen:
onderzoek naar het belang van de toeristische sector voor de hele Europese economie en werkgelegenheid; dit belang moet worden erkend en onder de aandacht van het publiek worden gebracht;
stimulering, versterking en ontwikkeling van de inzetbaarheid van jongeren door:
te streven naar nieuwe mogelijkheden voor jongeren (banen, leerlingenplaatsen en stageplaatsen) in het toerisme;
de verwerving van vaardigheden, kennis en kwalificaties te ondersteunen;
loopbaanmogelijkheden te ontwikkelen en de overstap van school naar werkgelegenheid te vergemakkelijken: loopbaanadvies, cv-workshops en sollicitatietraining in nauwe samenwerking met onderwijsinstellingen en jongerenorganisaties.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Met een marktaandeel van 52 % is Europa de belangrijkste toeristische bestemming van de wereld. Bovendien vertegenwoordigt het toerisme in de Europese Unie een belangrijke sociaaleconomische activiteit, met verstrekkende gevolgen voor economische groei, werkgelegenheid en sociale ontwikkeling, en kan daarom een krachtig instrument zijn voor de aanpak van de economische teruggang en de werkloosheid. Niettemin heeft de toeristische sector te maken met een aantal uitdagingen die benaderd kunnen worden door zowel toeristische ondernemingen als overheidsinstanties. Een van deze uitdagingen is de toenemende concurrentie van opkomende bestemmingen. Daarom moet Europa worden gepromoot als unieke toeristische bestemming en moet het Europese imago op de langeafstandsmarkt versterkt worden. Met het oog hierop moet een omvattende holistische benadering worden gevolgd door een duidelijke merk te ontwikkelen. Dit proefproject dient ter ontwikkeling van een aantal gecoördineerde acties met het oog op de vaststelling van een langetermijnstrategie voor het promoten van Bestemming Europa. Bestemmingen in de Unie moeten voor elke markt een specifieke aanpak hanteren om het Europese merk wereldwijd onder de aandacht te brengen met behulp van de nieuwe vormen van communicatie. Om het aantal toeristen in de Unie te verhogen en daarmee de koppositie van Europa als toeristische bestemming in de wereld te behouden, moet de Commissie investeringen in toeristische infrastructuur en regionale ontwikkeling stimuleren en meer inspanningen verrichten om het merk Bestemming Europa te promoten, in samenwerking met de lidstaten. Het proefproject heeft de volgende hoofddoelstellingen:
ontwikkeling van een duidelijk merk en de zichtbaarheid van Europa in belangrijke derde landen waarborgen: bijvoorbeeld door het organiseren van vier grote overlegstructuren voor de sector in Europa (Londen en/of Brussel), Azië, Noord-Amerika en Latijns-Amerika;
versterking van publiek-private partnerschappen: voortbouwen op goede betrekkingen met handelsorganen, samenwerken met belangrijke internationale belanghebbenden en organisaties zoals het Europees Parlement, de Commissie, het Chinese nationale toeristische agentschap (CNTA), de European Tourism Association (ETOA), de US Travel Association, BRAZTOA, JATA, de leiding van grote ondernemingen enz.;
gegevens en kennis uit de sector verzamelen op een groot aantal terreinen: uitwerking van een SWOT-model van de Europese toerismesector en vaststelling van kritische succesfactoren: Sterke punten — Welke producten zorgen voor het boeken van reizen naar Europa en welke interessante trends ontwikkelen zich? Zwakke punten — Welke factoren gaan het boeken van vakanties in Europa tegen (imago onder consumenten, zorgen over veiligheid, valutaschommelingen, hotel- en luchtvaartcapaciteit, prijs, visa enz.)? Kansen — Ter versterking en verbreding van het Europese productaanbod, in het bijzonder ter ondersteuning van een pan-Europees aanbod en aandacht voor minder bekende bestemmingen en culturele routes. Bedreigingen — Analyse van concurrenten om inzicht te krijgen in aantrekkelijke kanten van andere bestemmingen, waarbij Europa kan optreden als rechtstreekse concurrent. Kritische succesfactoren — Wat moeten het merk en de strategie voor Bestemming Europa doen om de komende jaren een positieve trend voor Europa te bewerkstelligen en welke rol kan de sector spelen bij het waarborgen dat het merk wordt aanvaard en gepromoot, om zo succes te waarborgen?
ontwikkeling van instrumenten en strategieën voor coöperatieve marketing:
online en offline marketingcampagnes om Bestemming Europa onder de aandacht te brengen op basis van de overlegstructuren van belanghebbenden (coöperatieve marketing met belangrijkste particuliere ondernemingen in de sector);
samenwerking met belangrijke wereldwijde partners (CNN, BBC, Financial Times enz.);
deelname aan toerismebeurzen en andere belangrijke nationale en internationale evenementen (jeugdfestivals, sportevenementen, levensmiddelenbeurzen);
het politiek bewustzijn verhogen ten aanzien van het belang van toerisme naar Europa voor de Europese economie en steun verwerven op de verschillende politieke besluitvormingsniveaus om de belemmeringen voor de Europese toeristische sector uit de weg te ruimen.
Aan dit proefproject zijn voor het eerste jaar in het kader van de begroting 2016 vastleggingskredieten toegewezen. De doelstellingen van het proefproject zijn:
Europa meer zichtbaarheid geven als toeristische bestemming en de promotie van Europese en transnationale tourismeproducten op de markten van derde landen ondersteunen door publiek-private partnerschappen;
meer bezoekers uit geselecteerde derde doellanden naar Europa lokken.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 1000000 2200000 1100000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Kennis en vaardigheden zijn niet alleen noodzakelijk voor het persoonlijk welzijn van elke burger, maar ook voor duurzame ontwikkeling en economische groei. Daarom is het van belang perspectieven te bieden aan — met name jonge — mensen uit landen die in een economische en sociale crisis verkeren, zodat zij de kans krijgen om meerwaarde te creëren, niet alleen voor zichzelf maar ook in het algemeen belang. Het is dan ook van belang dat jonge migranten en vluchtelingen toegang krijgen tot kennis en hun vaardigheden kunnen ontwikkelen die zij kunnen benutten als zij terugkeren naar hun land. Op die manier kunnen zij niet alleen een degelijk bestaan opbouwen, maar kunnen zij eventueel ook ondernemer worden, hun eigen bedrijf opzetten en werkgelegenheid scheppen. De kern van dit initiatief is gericht op begeleidingsprogramma's van diverse organisaties, zoals burgerbescherming en collectieve diensten, en van bedrijven (met inbegrip van plaatselijke leveranciers). Een ten dele uit duale opleiding bestaand systeem zou de begunstigden helpen vast te stellen wat de specifieke behoeften van de organisaties en bedrijven ter plaatse zijn. De juridische situatie met betrekking tot de wachttijd voordat met een economische activiteit mag worden begonnen, verschilt fors van lidstaat tot lidstaat. Om dit proefproject tot een succes te maken zal het dus noodzakelijk zijn de huidige nationale rechtskaders onder de loep te nemen en beste praktijken vast te stellen die gestimuleerd zouden kunnen worden om de procedures te versnellen, zodat jonge migranten zo spoedig mogelijk na aankomst de voorgestelde programma's kunnen benutten. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1150000 2500000 1250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject dient voor het financieren van startende ondernemingen in de deeleconomie. Op deze wijze moeten deze ondernemingen gesteund worden bij het ontwikkelen van ideeën, waarbij in ieder geval een deel van de initiële kosten gedekt worden en eventueel een financiële garantie wordt geleverd voor de meest ambitieuze en risicovolle voorstellen. Gezien de kleinschaligheid en geringere kosten van dit soort initiatieven kan het project zelfs met een relatief beperkte Uniebijdrage meewerken aan het opstarten van een groot aantal kleine ondernemingen die na verloop van tijd kunnen concurreren in de sector. Specifieke doelstellingen:
vaststellen welke sectoren zullen profiteren van een aanpak uitgaand van de deeleconomie;
formuleren van nieuwe wetgevingsinstrumenten voor het reguleren van de deeleconomie, waarbij verzwakking van het innovatief potentieel vermeden moet worden;
uitvoeren van een enquête onder bedrijven in de deeleconomie in Europa, het delen van beste praktijken tussen lidstaten en relevante ondernemersorganisaties;
bieden van financiële steun en economische garanties aan veelbelovende bedrijven, ook al zijn hun plannen te risicovol om te worden gefinancierd door reguliere bancaire instellingen;
omschrijven van een model van de deeleconomie in overeenstemming met de Europese waarden, met aandacht voor de rechten van consumenten en van werknemers.
Voorgestelde acties:
in samenwerking met lokale bedrijven en organisaties een Europees netwerk opzetten van ondernemingen die werkzaam zijn in de deeleconomie;
beschikbaar stellen van beurzen en financiële steun, specifiek gericht op onderzoekers en jonge ondernemers die activiteiten willen ontplooien op het gebied van de deeleconomie.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. In de Unie treft de werkloosheid momenteel twee groepen die een enorm potentieel hebben: jongeren en hoger opgeleiden. Deze groepen kunnen in de Unie banen creëren door te werken in coöperaties waarvan ze zelf ook eigenaar zijn, maar hiertoe hebben zij begeleiding en ondersteuning nodig in de vorm van een specifieke opleiding voor de arbeidsmarkt. Werknemerscoöperaties zijn een economisch haalbare manier om als ondernemer te beginnen, en door de betrokken samenhorigheid en gezamenlijke kansen en verplichtingen houden zij voor de deelnemers een gering risico in om te werken en tegelijkertijd eigenaar te zijn van een deel van de onderneming. De deelnemers zullen nieuwe werknemerscoöperaties oprichten, waarbij eenieders specifieke vaardigheden en kennis in het wederzijds belang en voordeel worden gecombineerd. Deze coöperaties hebben een goede kans om hun eigenaars/werknemers duurzame banen aan te bieden omdat zij dankzij hun lage overheadkosten een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van de meeste andere soorten ondernemingen. Het proefproject zal worden opgestart in drie lidstaten met de meeste ervaring op dit gebied. Het voornaamste doel bestaat erin bij te dragen aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid door voor de hele Unie goede praktijken ter zake te ontwikkelen. Het proefproject omvat:
voorbereidingen en het opzetten van het programma in drie landen (eerste jaar);
ontwikkeling en opzet van opleidingen (eerste en tweede jaar);
follow-up en oprichting van coöperaties met doelgroepen (tweede jaar);
beoordeling van juridische barrières voor het ondernemerschap door deskundigen (derde jaar, indien het proefproject doorgaat als voorbereidende actie);
beoordeling van de resultaten (derde jaar, indien het proefproject doorgaat als voorbereidende actie); en
beoordeling van de resultaten, inclusief voorstellen voor mogelijke volgende operationele activiteiten (derde jaar, indien het proefproject doorgaat als voorbereidende actie).
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject moet kleine en middelgrote ondernemingen die zijn gevestigd in de Unie of een Horizon 2020-land de mogelijkheid bieden Uniefinanciering en steun te ontvangen voor innovatieprojecten die hen helpen sterker te groeien en hun activiteiten uit te breiden tot andere landen (in Europa en daarbuiten). Tegelijkertijd wordt coaching op het gebied van innovatie en bedrijfsontwikkeling voorgesteld, gedurende fase 1 en 2, ter ondersteuning van kmo's. Het proefproject omvat een speciaal coachingsprogramma voor vrouwelijke ondernemers, naast het reeds bestaande programma. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2500000 1250000 Het toerisme vormt de op twee na grootste sector in Europa. In de Unie zijn de reissector en de toeristische sector samen goed voor bijna 25 miljoen (directe en indirecte) banen, en bezoekers genereren jaarlijks 351 miljard EUR. De toeristische sector genereert 9,7 % van het totale bbp van de EU-28, een cijfer dat naar verwachting tegen zal stijgen tot 10,4 % in 2025. Vorig jaar kwamen meer dan 455 miljoen toeristen naar de Unie. Toerisme behoort tot het dagelijkse leven van de burgers en tot de Europese waarden. Met het oog op de diverse crises van de afgelopen maanden en in tijden van toenemende terrorismedreiging is er meer behoefte aan toerisme als sector die de vrede bevordert. Voor de duurzame ontwikkeling en de bescherming van deze economisch zeer belangrijke sector is meer samenwerking nodig tussen de Europese instellingen en de regeringen van de lidstaten, alsook maximale betrokkenheid van de burgers. Er bestaan al twee programma's, namelijk de Culturele Hoofdstad van Europa en de Europese Sporthoofdstad. Uit de evaluaties van de het programma Culturele Hoofdsteden van Europa en de openbare raadpleging over de toekomst daarvan na 2019 is gebleken dat dit is uitgegroeid tot een van de meest ambitieuze en door de Europese burgers meest gewaardeerde culturele initiatieven in Europa. In het merendeel van de steden heeft het programma economische groei tot stand gebracht. In 2013 ontving Marseille (Frankrijk) bijna 11 miljoen toeristen en was in Pécs (Hongarije) het aantal geboekte hotelkamers met 27 % gestegen. Bovenal heeft het programma gemeenschappen gecreëerd en hebben de meeste van de steden nieuwe grondslagen voor hun ontwikkelingsplannen gevonden. Ook in de regio's rond deze steden hebben deze resultaten groei gecreëerd. Het is van belang deze waarden hoog in het vaandel te houden en ze zo wijd mogelijk te verspreiden. Daartoe kan de titel Europese Toerismehoofdstad een uitstekend instrument zijn. De doelstellingen van dit programma zijn: het rijke toeristische aanbod van de Europese landen promoten; de burgers een sterker gevoel geven dat ze waarden in verband met lokaal toerisme delen; sterkere ontwikkeling dankzij toerisme in steden, in hun omgeving en in hun regio's; het imago van de steden die deze titel krijgen, versterken, en in ruimere zin hun regio's meer zichtbaarheid geven. Voor steden waaraan de titel is toegekend, is het ook belangrijk te streven naar meer sociale inclusie en gelijke kansen en al het mogelijke te doen om alle maatschappelijke geledingen, met bijzondere aandacht voor jongeren, randroepen en kansarme groepen, zo veel mogelijk te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van het programma rond toerisme. De toekenning van de titel moet gebaseerd zijn op een specifiek ontworpen programma rond toerisme, dat een sterke Europese dimensie moet hebben. Dit programma voor de ontwikkeling van het toerisme moet deel uitmaken van een langetermijnstrategie met een duurzame invloed op de lokale economische, culturele en sociale ontwikkeling. Omdat toerisme een sterke regionale dimensie heeft, is het belangrijk om tegelijk met de titel Europese Toerismehoofdstad de mogelijkheid te hebben om steden en regio's te belonen die op het gebied van toerisme een uniek en innovatief resultaat hebben geboekt. Met het oog hierop zou de Europese Toerismeprijs door een panel van onafhankelijke deskundigen kunnen worden toegekend in verschillende categorieën (bv. duurzaam toerisme, digitaal toerisme, gezondheidstoerisme) die door het Europees Parlement, de Europese Commissie en het Comité van de Regio's worden vastgesteld. Daarbij kan het netwerk van belanghebbenden dat het toerismemanifest voor groei en banen heeft gecreëerd, ondersteund door maatschappelijke organisaties, een uitstekende partner zijn. Het algemene doel van de voorbereidende actie is:
toerisme op lokaal niveau een eigen profiel bezorgen en de banden tussen de steden en hun regio's aanhalen;
binnen het bestaande institutionele kader de Europese Toerismehoofdstad instellen, in combinatie met de reeds goed werkende methoden van de Culturele Hoofdstad en de Sporthoofdstad; gemeenschappelijke waarden vinden, de mogelijkheden van synergieën benutten en overlapping vermijden;
de aantrekkelijkheid van steden en regio's vergroten die tot economische groei en banencreatie kan leiden.
De operationele doelstellingen zijn:
maximaal drie prijzen voor Europese Toerismehoofdstad per jaar;
vaststelling van de voorwaarden en categorieën voor de Europese Toerismeprijs;
de lidstaten vanaf het begin op vrijwillige basis betrekken, en een structurele dialoog met de Raad aangaan;
instelling van het professionele orgaan, het voorbereidende comité, de jury, de tenders in samenwerking met het Europees Parlement, de Commissie en het Comité van de Regio's;
aangezien de regio's de belangrijkste begunstigden van de Uniefinanciering zijn, de mogelijkheid onderzoeken van een financiële bijdrage tot de duurzaamheid van het programma;
een jaarlijks kosteneffectiviteitsplan opstellen wat het aantal titels en prijzen betreft.
Voorbereidende actie als bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 Dit proefproject is een mobiliteitsregeling voor jonge Europese ondernemers met een maximale duur van één tot zes maanden in speciaal geselecteerde derde landen van ontvangst. Het doel is Aleco integrerend onderdeel uit te doen maken van Erasmus voor jonge ondernemers (EYE) door de geografische reikwijdte ervan en de blootstelling aan succesvolle ondernemerschapsmodellen te vergroten. Het proefproject zal gebruik maken van de bestaande EYE-infrastructuur, inclusief het ondersteuningsbureau, bemiddelende organisaties en IT-instrumenten. Er zullen naar verwachting maximaal 200 jonge ondernemers uit de lidstaten aan het project deelnemen. Kandidaten moeten een aanvraag indienen, waarna de doelgroep wordt gekozen op basis van ondernemerschapsprofielen en een beoordeling. Subsidiabiliteitscriteria: 1. Het presenteren van uitvoerbare businessplannen en de bindende toezegging een onderneming te zullen beginnen. 2. Het gedurende de drie voorafgaande jaren alleen of met een partner opgestart hebben van een bedrijf. 3. Deelname aan de EYE-uitwisseling en aantoonbare vooruitgang in hun bedrijf. Tot de landen van ontvangst kunnen behoren de VS, Israël, Canada, Singapore, Japan, China en Zuid-Korea. Het voorstel wordt gesteund door Eurochambers, het Europees Jeugdforum, Junior Achievement, Knowledge 4 Innovation en Europese Democratische Studenten. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). INTERNE MARKT VOOR GOEDEREN EN DIENSTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 03INTERNE MARKT VOOR GOEDEREN EN DIENSTEN 02 03 01 Werking en ontwikkeling van de interne markt voor goederen en diensten 1,1 27159000 20500000 22693000 18500000 23234337,91 20111159,11 98,10 02 03 02Normalisatie en harmonisatie van de wetgevingen 02 03 02 01 Steun aan normalisatiewerkzaamheden van CEN, Cenelec en ETSI 1,1 18562000 18600000 17970000 18100000 18216524,31 19412756,86 104,37 02 03 02 02 Steun aan organisaties die kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en maatschappelijke belanghebbenden bij normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigen 1,1 3970000 4000000 3843000 3700000 3444847,72 3814962,89 95,37 Artikel 02 03 02 — Subtotaal 22532000 22600000 21813000 21800000 21661372,03 23227719,75 102,78 02 03 03 Europees Agentschap voor chemische stoffen — Wetgeving over chemische producten 1,1 69489500 69489500 72805000 72805000 0,— 0,— 0 02 03 04 Instrumenten voor het bestuur van de interne markt 1,1 3650000 3700000 3650000 3500000 3998758,15 3630776,80 98,13 02 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 02 03 77 01 Voorbereidende actie — Recap: recycling op lokale schaal van intern plastic afval dat wordt geproduceerd door belangrijke polymeerverwerkende regio's van de Unie 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 597360,— 02 03 77 02 Proefproject — Internemarktforum 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2749,02 02 03 77 03 Proefproject — Internemarktforum 1,1 p.m. p.m. p.m. 1200000 1194982,60 652593,21 02 03 77 04 Proefproject — Steunmaatregelen voor de traditionele detailhandel 1,1 p.m. 500000 p.m. 500000 1000000,— 0,— 0 02 03 77 05 Proefproject — Dynamische ontwikkeling van grensoverschrijdende e-commerce door efficiënte oplossingen voor pakketbezorging 1,1 500000 250000 02 03 77 06 Proefproject — Ruimtevaarttechnologieën 1,1 1500000 750000 Artikel 02 03 77 — Subtotaal 2000000 1500000 p.m. 1700000 2194982,60 1252702,23 83,51 Hoofdstuk 02 03 — Totaal 124830500 117789500 120961000 118305000 51089450,69 48222357,89 40,94 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 27159000 20500000 22693000 18500000 23234337,91 20111159,11 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven als gevolg van maatregelen die moeten bijdragen tot de voltooiing, de werking en de ontwikkeling van de interne markt:
maatregelen om de interne markt doeltreffender te laten functioneren en om burgers en het bedrijfsleven toegang te bieden tot alle rechten en mogelijkheden die ontstaan als gevolg van de openstelling en de verdieping van de interne markt zonder grenzen en hen daar ten volle van te laten profiteren; maatregelen voor het toezicht op en de evaluatie van de manier waarop burgers en het bedrijfsleven van deze rechten en mogelijkheden gebruikmaken, teneinde vast te stellen of er eventueel sprake is van belemmeringen die hen ervan weerhouden ten volle van hun rechten te profiteren en in voorkomend geval gunstige voorwaarden te scheppen voor het wegnemen van dergelijke belemmeringen;
harmonisatie van normen en totstandbrenging van een informatiesysteem voor technische normen en voorschriften; onderzoek van de regels waarvan door de lidstaten, de EVA-staten en Turkije kennisgeving is gedaan en vertaling van de ontwerpen van technische voorschriften;
financiering van de administratieve en technische coördinatie en van de samenwerking tussen de aangemelde instanties; subsidies ter ondersteuning van de Europese Organisatie voor Technische Goedkeuring (EOTA) en van door externe organen opgezette projecten van belang voor de Unie;
toepassing van de wetgeving van de Unie op medische hulpmiddelen, cosmetica, voedingsmiddelen, textielproducten, chemische stoffen, indeling en etikettering van stoffen en mengsels, auto's en veiligheid, speelgoed, wettelijke metrologie, voorverpakking en kwaliteit van het milieu, spuitbussen, en voorlichting en publiciteit om de wetgeving van de Unie meer onder de aandacht te brengen;
algemeen onderzoek naar de noodzakelijkheid van de herziening van de verordeningen en analyse van de doeltreffendheid van de maatregelen die worden genomen met het oog op een goede werking van de interne markt, en een evaluatie van de algemene impact van de interne markt op het bedrijfsleven en de economie, met inbegrip van de aanschaf van gegevens en toegang van diensten van de Commissie tot externe databanken; doelgerichte acties ter verbetering van het begrip van de werking van de interne markt en voor de beloning van actieve deelname aan de bevordering ervan;
sectorale harmonisatie op het gebied van de richtlijnen nieuwe aanpak, met name de uitbreiding van het toepassingsgebied van de nieuwe aanpak tot andere sectoren;
uitvoering van het strategische programma voor de interne markt en toezicht op de markt, maatregelen voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 765/2008, zowel wat betreft de infrastructuren als het markttoezicht, en Verordening (EG) nr. 764/2008 wat betreft procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht;
de ontwikkeling van een eengemaakte ruimte voor veiligheid en defensie, met maatregelen voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/43/EG betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie en maatregelen ter bevordering van de coördinatie van de procedures voor overheidsopdrachten voor dergelijke producten op het niveau van de Unie, alsook in voorkomend geval, het opzetten van onderzoeken en het uitwerken van bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot de toepassing van de goedgekeurde wetgeving;
deelname aan de onderhandelingen over overeenkomsten van onderlinge erkenning, en in het kader van de Europese overeenkomsten, steunverlening aan de geassocieerde landen voor de omzetting van het acquis van de Unie;
maatregelen voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1907/2006, in het bijzonder die welke voortvloeien uit het verslag over de evaluatie van REACH (COM(2013) 49 final);
uitvoering van en toezicht op de bepalingen op het gebied van overheidsopdrachten, in het bijzonder met betrekking tot de omzetting van de Richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU;
maatregelen in verband met de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/60/EU;
tenuitvoerlegging en toezicht op de bepalingen toepasselijk op overheidsopdrachten, teneinde de optimale werking ervan en de werkelijke openbaarheid van aanbestedingen te waarborgen, met inbegrip van de bewustmaking en opleiding van de verschillende actoren bij deze opdrachten; de invoering en toepassing van nieuwe technologieën op de gebieden waarop deze opdrachten worden toegepast; de continue aanpassing van het wet- en regelgevende kader in het licht van de ontwikkelingen die het gevolg zijn van deze contracten, met name de mondialisering van de markten en bestaande of toekomstige internationale overeenkomsten;
versterking van de bestuurlijke samenwerking met de ondersteuning van, onder andere, het informatiesysteem voor de interne markt, verdieping van de kennis van de wetgeving inzake de interne markt in lidstaten, betere toepassing ervan door de lidstaten en ondersteuning van de bestuurlijke samenwerking tussen de autoriteiten die belast zijn met de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake de interne markt, teneinde de strategische doelstellingen van Lissabon te halen zoals vastgesteld in de jaarlijkse beleidsstrategie;
waarborging van de voltooiing en het beheer van de interne markt, in het bijzonder op het gebied van het vrije verkeer van diensten, de erkenning van beroepskwalificaties, en intellectuele en industriële eigendom, met name de uitwerking van voorstellen voor de invoering van een Unie-octrooi;
analyse van de effecten van het wegnemen van belemmeringen voor de interne markt voor diensten en van de effecten van de geldende maatregelen als onderdeel van de follow-up van de geleidelijke liberalisering van de postdiensten; coördinatie van het beleid van de Unie op het gebied van postdiensten met betrekking tot internationale systemen en met name met betrekking tot deelnemers aan activiteiten van de Wereldpostvereniging (UPU); samenwerking met landen van Midden- en Oost-Europa; alsook analyse van de praktische gevolgen van de toepassing van de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) op de postsector en overlapping met de UPU-regelgeving;
acties in verband met de uitvoering van het EU-actieplan voor de circulaire economie.
Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, evaluaties, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of van maatregelen die onder dit artikel vallen, zoals het onderhouden, actualiseren en ontwikkelen van IT-systemen die met technische verordeningen verband houden of in verband staan met de invoering van en het toezicht op beleidsmaatregelen in het kader van de interne markt, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 34, 35 en 36 (PB C 326 van 26.10.2012). Richtlijn 75/107/EEG van de Raad van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake flessen, gebruikt als tapmaat (PB L 42 van 15.2.1975, blz. 14). Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aerosols (PB L 147 van 9.6.1975, blz. 40). Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen (PB L 46 van 21.2.1976, blz. 1). Richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten (PB L 262 van 27.9.1976, blz. 169). Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PB L 78 van 26.3.1977, blz. 17). Richtlijn 80/181/EEG van de Raad van 20 december 1979 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG (PB L 39 van 15.2.1980, blz. 40). Richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (PB L 210 van 7.8.1985, blz. 29). Richtlijn 89/105/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de doorzichtigheid van maatregelen ter regeling van de prijsstelling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de opneming daarvan in de nationale stelsels van gezondheidszorg (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 8). Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PB L 189 van 20.7.1990, blz. 17). Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 256 van 13.9.1991, blz. 51). Besluit van de Raad van 21 september 1992 waarbij de Commissie wordt gemachtigd te onderhandelen over overeenkomsten tussen de Europese Economische Gemeenschap en bepaalde derde landen inzake de wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling (document 8300/92). Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen (PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1). Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20). Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169 van 12.7.1993, blz. 1). Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming die in de richtlijnen voor technische harmonisatie moeten worden gebruikt (PB L 220 van 22.7.1993, blz. 23). Besluit 94/358/EG van de Raad van 16 juni 1994 houdende aanvaarding namens de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake de samenstelling van een Europese farmacopee (PB L 158 van 25.6.1994, blz. 17). Besluit van de Raad tot bevestiging van de interpretatie van het Comité 113 van het besluit van de Raad van 21 september 1992 waarbij de Commissie richtsnoeren worden gegeven voor onderhandelingen over Europese conformiteitsbeoordelingsovereenkomsten (ECAA's) (document 8453/97). Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PB L 77 van 14.3.1998, blz. 36). Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 331 van 7.12.1998, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2679/98 van de Raad van 7 december 1998 inzake de werking van de interne markt wat het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten betreft (PB L 337 van 12.12.1998, blz. 8). Richtlijn 1999/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake extracten van koffie en extracten van cichorei (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 26). Richtlijn 1999/36/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende vervoerbare drukapparatuur (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 20). Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PB L 162 van 3.7.2000, blz. 1). Richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (PB L 200 van 8.8.2000, blz. 35). Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1). Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67). Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 37 van 13.2.2003, blz. 19). Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PB L 37 van 13.2.2003, blz. 24). Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese coöperatieve vennootschap (SCE) (PB L 207 van 18.8.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1). Richtlijn 2003/102/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 betreffende de bescherming van voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers voor en bij een botsing met een motorvoertuig en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 321 van 6.12.2003, blz. 15). Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1). Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 28). Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PB L 50 van 20.2.2004, blz. 44). Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia tot intrekking van Richtlijn 73/404/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake detergentia (PB L 297 van 22.9.2004, blz. 19). Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1). Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PB L 135 van 30.4.2004, blz. 1). Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22). Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1). Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten, tot intrekking van de Richtlijnen 75/106/EEG en 80/232/EEG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 76/211/EEG van de Raad (PB L 247 van 21.9.2007, blz. 17). Verordening (EG) nr. 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 21). Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30). Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82). Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1). Richtlijn 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende niet-automatische weegwerktuigen (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 6). Richtlijn 2009/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen (PB L 106 van 28.4.2009, blz. 7). Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1). Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76). Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10). Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1). Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5). Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2011 betreffende textielvezelbenamingen en de desbetreffende etikettering en merking van de vezelsamenstelling van textielproducten, en houdende intrekking van Richtlijn 73/44/EEG van de Raad en Richtlijnen 96/73/EG en 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 272 van 18.10.2011, blz. 1). Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 27). Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1). Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65). Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243). Richtlijn 2014/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 107). Richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 149). Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 1). Verordening (EU) nr. 2014/540 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131). Richtlijn 2014/60/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 159 van 28.5.2014, blz. 1). Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1). Richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad tot uitvoering van de nieuwe aanpak in bepaalde sectoren, zoals machines, elektromagnetische compatibiliteit, radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur, laagspanningscomponenten, persoonlijke beschermingsmiddelen op de arbeidsplaats, liften, gevaarlijke explosieve atmosfeer, medische voorzieningen, speelgoed, drukapparatuur, gastoestellen, bouwsector, spoorweginteroperabiliteit, pleziervaartuigen, autobanden, uitstoot van motorvoertuigen, explosieven, pyrotechnische artikelen, kabelbaaninstallaties enz. Richtlijnen van de Raad inzake de opheffing van technische handelsbelemmeringen op andere terreinen dan die waarvoor de nieuwe aanpak geldt. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 van de Commissie van 24 juni 2015 betreffende de procedure voor de afgifte van de Europese beroepskaart en de toepassing van het waarschuwingsmechanisme overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 27). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 27 januari 2016, inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (COM(2016) 31 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18562000 18600000 17970000 18100000 18216524,31 19412756,86 In overeenstemming met de algemene doelstelling die erin bestaat de interne markt goed te laten functioneren en het concurrentievermogen van de Europese industrie te ondersteunen, met name door een wederzijdse erkenning van de normen en de vaststelling van Europese normen in bepaalde gevallen, dient dit krediet ter dekking van:
de financiële verplichtingen die voortvloeien uit contracten die gesloten worden met de Europese normalisatie-instellingen (Europees Normalisatie-instituut voor Telecommunicatie (ETSI), Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec)), voor de opstelling van normen;
de werkzaamheden in verband met de controle op en de certificering van overeenstemming met de normen en demonstratieprojecten;
de uitgaven voor contracten met het oog op de uitvoering van bovengenoemd programma en bovengenoemde projecten. Het betreft hier met name contracten voor onderzoek, samenwerking, evaluatie, technische werkzaamheden, coördinatie, beurzen, subsidies, opleiding en mobiliteit van wetenschappers, deelneming aan internationale overeenkomsten en deelneming in de uitrustingskosten;
versterking van de prestaties van de normalisatie-instituten;
bevordering van de kwaliteit van de normalisatie en de controle hierop;
steun voor de omzetting van de Europese normen in nationale normen, onder meer door vertaling ervan;
acties op het gebied van voorlichting, promotie en zichtbaarheid van de normalisatie, alsmede behartiging van de Europese belangen bij de internationale normalisatie;
de secretariaten van de technische comités;
de technische projecten op het gebied van keuringen inzake overeenstemming met de normen;
onderzoek van de overeenstemming van ontwerpnormen met de betrokken mandaten;
samenwerkings- en bijstandsprogramma's voor derde landen;
de uitvoering van werkzaamheden die de geharmoniseerde toepassing van internationale normen in de Unie mogelijk maken;
de nadere uitwerking van certificatiemethoden en de ontwikkeling van technische certificatiemethoden;
de bevordering van de toepassing van de normen in het kader van overheidsopdrachten;
de coördinatie van de verschillende activiteiten die de toepassing van de normen moeten voorbereiden en bevorderen (handleidingen, demonstraties enz.). Bij het voorbereiden van de normen moeten genderspecifieke kenmerken in aanmerking worden genomen.
De Uniefinanciering moet dienen om de normalisatieactiviteiten te omschrijven en ten uitvoer te leggen in overleg met de voornaamste betrokkenen: het bedrijfsleven, vertegenwoordigers van de werknemers, van de consumenten, in voorkomend geval met inbegrip van vrouwenorganisaties, het midden- en kleinbedrijf, de nationale en Europese normalisatie-instellingen, de uitschrijvers van openbare aanbestedingen in de lidstaten, alle gebruikers en degenen die op nationaal en EU-niveau het industriebeleid bepalen. Met het oog op interoperabiliteit zijn specifieke bepalingen op het gebied van technische ICT-specificaties bij openbare aanbesteding opgenomen in Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie. Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3970000 4000000 3843000 3700000 3444847,72 3814962,89 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van de werking en de activiteiten van Europese niet-gouvernementele en non-profitorganisaties die de belangen van het mkb en de consumenten, alsmede de belangen van het milieu en de samenleving bij normalisatiewerkzaamheden vertegenwoordigen. Zulke vertegenwoordiging bij normalisatiewerkzaamheden op Europees niveau maakt deel uit van het statutair doel van deze organisaties en zij hebben van nationale non-profitorganisaties uit ten minste twee derde van de lidstaten de opdracht gekregen deze belangen te vertegenwoordigen. Bijdragen aan deze Europese organisaties werden vroeger gedekt door het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, het consumentenbeleid en het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE+). In Verordening (EU) nr. 1025/2012 zijn de door specifieke programma's gefinancierde acties op het gebied van normalisatie in één rechtshandeling samengebracht. Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Besluit nr. 1926/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van consumentenbeleid (2007-2013) (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 39). Verordening (EG) nr. 614/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE+) (PB L 149 van 9.6.2007, blz. 17). Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 69489500 69489500 72805000 72805000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het Agentschap stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt op post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. In 2017 zullen de Ontvangsten uit vergoedingen en rechten van het Agentschap en het overschot dat van het voorgaande jaar werd overgedragen, niet volstaan om de verwachte uitgaven te dekken. Bijgevolg is een evenwichtssubsidie van de Commissie nodig. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 69489500 EUR. Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3650000 3700000 3650000 3500000 3998758,15 3630776,80 Dit krediet dient ter dekking van:
de uitgaven voor beheer, opleiding, verdere ontwikkeling en informatie in verband met door het Solvit-netwerk verstrekte diensten, het webportaal Uw Europa en om de instrumenten te creëren die nodig zijn om een nauwere samenwerking tussen beide mogelijk te maken,
de uitgaven voor het managen van het dienstencontract voor het beheer van Uw Europa — Advies, feedbackrapportage en de kosten van bewustmakingsactiviteiten,
de verwachte uitgaven voor het informatiesysteem voor de interne markt (IMI),
bewustmakingsactiviteiten voor alle instrumenten voor het bestuur van de eengemaakte markt, waaronder het Scorebord van de interne markt.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 daarvan en Protocol nr. 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 597360,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2749,02 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1200000 1194982,60 652593,21 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 500000 1000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Doel van het proefproject is met de hulp van deskundigen de best practices op het gebied van grensoverschrijdende pakjesdiensten te verzamelen, te publiceren en te communiceren, op basis van succesvolle toepassing door alle marktgebruikers, teneinde alle lidstaten te helpen hetzelfde niveau van efficiëntie te bereiken en verschillen weg te werken. Tegelijk kan ook worden nagegaan op welke gebieden verdere maatregelen kunnen worden genomen om de consumententevredenheid nog te verhogen. Het project zou 4 fasen kunnen omvatten: 1) een allesomvattende beoordeling van de behoeften van de gebruikers van e-commercegerelateerde (grensoverschrijdende) pakketbezorgingsdiensten, 2) een beoordeling van de mate waarin de bestaande praktijk van de pakketbezorgingssector aan die behoeften tegemoetkomt, 3) de vaststelling van good practices van bedrijven op dit gebied en 4) een analyse van lacunes, d.w.z. gebieden waarop meer innovatie en betere dienstverlening nodig zijn om aan de bestaande en opkomende behoeften van de consument tegemoet te komen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2015 over de toepassing van de richtlijn postdiensten (Richtlijn 97/67/EG als gewijzigd bij de Richtlijnen 2002/39/EG en 2008/6/EG) — COM(2015) 568 final. Zoals vicevoorzitter Andrus Ansip, bevoegd voor de strategie voor een digitale eengemaakte markt, heeft verklaard, zal de Commissie:
1. maatregelen nemen om het toezicht door de regelgever te verbeteren en tegelijk innovatie te ondersteunen en voor een gelijk speelveld tussen bedrijven te zorgen;
2. de kwestie van de transparantie van de prijzen (onder meer van kleine leveringen) aanpakken. Deze maatregel moet vooral de consumenten en kleine bedrijven ten goede komen. Na twee jaar zal een uitgebreide beoordeling van situatie worden gemaakt om na te gaan of er verdere maatregelen nodig zijn.
Artikel van de Commissie (DG GROWTH) van 22 december 2015, getiteld Cheaper cross-border parcel delivery to boost e-commerce in the EU. Studie van WIK-Consult in opdracht van de Commissie (DG Interne Markt en Diensten), Bad Honnef, augustus 2014. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 750000 Het proefproject over ruimtevaarttechnologieën zal vooral gericht zijn op het testen van partnerschapsregelingen met het bedrijfsleven om de prioriteiten voor het concurrentievermogen vast te stellen. Hiermee kan de weg worden geëffend voor een publiek-privaat partnerschap (een gezamenlijk technologie-initiatief of iets soortgelijks) in ruimtetechnologieën en een daarmee samenhangend stappenplan op basis van een gestructureerde dialoog met het bedrijfsleven. Het proefproject zal zich richten op twee thema's die niet aan bod komen in de bestaande programma's: innovatieve materialen voor ruimtevaartapparatuur en een schonere ruimte door afval uit de baan rond de aarde te verwijderen. Het specifieke domein van materialen voor ruimtevaartapparatuur is cruciaal voor de Europese ruimtevaartsector die momenteel op bepaalde essentiële gebieden voor materialen in een afhankelijke positie verkeert. Teneinde de afhankelijkheid van toelevering van materialen te verminderen en te komen tot een duurzame, concurrerende, met REACH verenigbare, ruimtevaartsector kunnen er twee belangrijke onderwerpen worden aangepakt met de ontwikkeling van innovatieve materialen voor ruimtevaartapparatuur: gediversifieerde toelevering voor cruciale ruimtevaartapparatuur en onafhankelijkheid van materialen en processen. Op de markt voor op koolstof gebaseerde grondstoffen is er onvoldoende aanbod waarvan de ruimtevaartsector als kleinere afnemer de meeste schade ondervindt. De toeleveringskanalen voor samengestelde grondstoffen zijn nog steeds sterk geconcentreerd in de VS en Japan. Om niet meer afhankelijk te zijn van materialen en processen dienen voor cruciale materialen en processen waarbij afhankelijkheid en/of de REACH-verordening een rol speelt, moeten Europese bronnen worden bevorderd. Innovatieve materialen voor ruimtevaartapparatuur zouden ook een oplossing zijn voor het opruimen van satellieten in een baan rond de aarde door de ontwikkeling van passende technologie waardoor satellieten aan het einde van hun missie worden verwijderd. De baan rond de aarde moet in goede staat zijn om bemande en onbemande ruimtevaartoperaties in de toekomst mogelijk te maken. De Unie moet een begin maken met de nodige acties om de groei van het ruimteschroot te beperken. De drie belangrijkste aandachtspunten voor technologische ontwikkeling zijn in dit kader:
1. oplossingen om aan het eind van de levensduur afval uit de baan rond de aarde te verwijderen (voortstuwing);
2. traject en gecontroleerde terugkeer (ontwerp en modellering);
3. ontwerpen met het oog op afbreekbaarheid (gecontroleerd uiteenvallen bij terugkeer). De totstandkoming van een langetermijnregeling voor de verwijdering van afval uit de baan rond de aarde met behulp van een proefproject kan ook aanzienlijk bijdragen aan het milieu.
Het doel is om door middel van innovatie tot duurzame vervangingsoplossingen voor materialen te komen, en voor het bedrijfsleven is het cruciaal om oplossingen te vinden voor ruimteschroot. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). HORIZON 2020 — ONDERZOEK IN VERBAND MET ONDERNEMINGEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 04HORIZON 2020 — ONDERZOEK IN VERBAND MET ONDERNEMINGEN 02 04 02Industrieel leiderschap 02 04 02 01 Leiderschap in de ruimte 1,1 179406948 172900000 159792893 147533544 173445697,79 75195751,75 43,49 02 04 02 02 De toegang tot risicofinanciering voor investeringen in onderzoek en innovatie verbeteren 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 02 04 02 03 Stimuleren van innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen 1,1 35426341 46810000 35738414 18500000 35108705,— 14682706,79 31,37 Artikel 02 04 02 — Subtotaal 214833289 219710000 195531307 166033544 208554402,79 89878458,54 40,91 02 04 03Maatschappelijke uitdagingen 02 04 03 01 Een hulpbronefficiënte en klimaatbestendige economie en een duurzame grondstoffenbevoorrading tot stand brengen 1,1 82703328 54380000 75016498 62200000 76077049,— 31435273,66 57,81 Artikel 02 04 03 — Subtotaal 82703328 54380000 75016498 62200000 76077049,— 31435273,66 57,81 02 04 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 02 04 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 3072783,21 3499241,33 02 04 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 29583,54 1513117,53 Artikel 02 04 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 3102366,75 5012358,86 02 04 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek — Zevende kaderprogramma — EC (2007-2013) 1,1 p.m. 27300000 p.m. 85800000 42725,41 98244431,81 359,87 02 04 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma’s voor onderzoek (van vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 55128,14 02 04 53 Voltooiing van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie — Onderdeel innovatie (2007-2013) 1,1 p.m. 17460000 p.m. 27600000 0,— 35832868,44 205,23 02 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 02 04 77 01 Proefproject — Ontwerp, implementatie en uitvoering van een technische structuur in de hele Unie ter beoordeling van mogelijkheid van de 112 PSAP's om op veilige en betrouwbare wijze GNSS-locatie- en andere gegevens over te brengen van 112 noodapps naar Europese PSAP's 1,1 p.m. p.m. p.m. 500000 929913,— 278973,90 02 04 77 02 Proefproject — GVDB-onderzoek 1,1 p.m. 525000 500000 500000 1000000,— 474774,03 90,43 02 04 77 03 Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek 1,1 25000000 10000000 Artikel 02 04 77 — Subtotaal 25000000 10525000 500000 1000000 1929913,— 753747,93 7,16 Hoofdstuk 02 04 — Totaal 322536617 329375000 271047805 342633544 289706456,95 261212267,38 79,31 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingslijnen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat betrekking heeft op de periode 2014-2020, en voor de voltooiing van eerdere onderzoeksprogramma's (zevende kaderprogramma en eerdere kaderprogramma's) en het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt gebruik van hulpbronnen, Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese Onderzoeksruimte. Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. Horizon 2020 zal worden uitgevoerd met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, teneinde bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij, gebaseerd op de Europese Onderzoeksruimte, d.w.z. door transnationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie te ondersteunen, door de dynamiek, de creativiteit en de uitmuntendheid van het Europese onderzoek in staat te stellen de grenzen van de kennis te verleggen, door meer en betere personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen, en door de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in heel Europa te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal worden gebruikt. De gelijkheid van mannen en vrouwen is een rode draad doorheen Horizon 2020 met de bedoeling onevenwichtigheden tussen mannen en vrouwen te corrigeren en in het inhoudelijke aspect van onderzoek en innovatie een genderdimensie te integreren. Voorts wordt in het bijzonder rekening gehouden met de noodzaak van het opvoeren van de inspanningen ter versterking van de participatie van vrouwen in wetenschap en onderzoek op alle niveaus en onder meer in de besluitvorming. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor communautaire actie, en met name in het kader van de Europese onderzoeksruimte alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma 's zijn uitgevoerd. Dit krediet zal worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van landen aan de Europese samenwerking op het terrein van wetenschappelijk en technisch onderzoek die zijn geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Aanvullende kredieten zullen onder post 02 04 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 02 01 05 worden opgevoerd. Deze prioriteit van Horizon 2020 moet Europa aantrekkelijker maken voor investeringen in onderzoek en innovatie door activiteiten te promoten waarbij de agenda door het bedrijfsleven wordt bepaald, en de ontwikkeling te versnellen van nieuwe technologieën die toekomstige ondernemingen en economische groei zullen ondersteunen. Een en ander zal grote investeringen in belangrijke industriële technologieën teweegbrengen en maximale groeikansen creëren voor Europese bedrijven dankzij een passende financiering en steun om innoverende kleine en middelgrote ondernemingen door te laten groeien tot wereldleiders. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 179406948 172900000 159792893 147533544 173445697,79 75195751,75 Dit krediet heeft tot doel een concurrerende en innovatieve ruimtevaartindustrie en onderzoeksgemeenschap te bevorderen om ruimte-infrastructuur te ontwikkelen en te exploiteren teneinde aan toekomstige behoeften van het EU-beleid en de maatschappij te kunnen voldoen. De grote lijnen van de activiteiten zijn: bevorderen van het Europees concurrentievermogen en van de onafhankelijkheid en innovatie van de Europese ruimtevaartsector, bevorderen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtevaarttechnologieën, bevorderen van de exploitatie van ruimtevaartgegevens en bevorderen van Europees onderzoek ter ondersteuning van internationale ruimtevaartpartnerschappen. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder a), vi). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet moet de te beperkte toegang op de markt tot risicofinanciering voor onderzoek en innovatie helpen verbeteren. De eigenvermogensfaciliteit beoogt met name investeringen in risicokapitaalfondsen die aanloopinvesteringen doen. Het zal het mogelijk maken eigen vermogen te investeren in onder meer startkapitaalfondsen, grensoverschrijdende startkapitaalfondsen, medefinancieringsfaciliteiten van business angels en risicokapitaalfondsen gericht op de eerste bedrijfsstadia. De eigenvermogensfaciliteit zal vraaggestuurd zijn en gebruikmaken van een portefeuillemethode, waarbij risicokapitaalfondsen en andere vergelijkbare intermediairs de bedrijven selecteren waarin zal worden geïnvesteerd. Er dient speciale aandacht te worden besteed aan het aanmoedigen van vrouwelijke ondernemers om deel te nemen aan dergelijke programma's. Terugbetalingen van financiële instrumenten overeenkomstig artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, aan de Commissie en die zijn geboekt op post 6 3 4 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder i), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder b). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 35426341 46810000 35738414 18500000 35108705,— 14682706,79 Het doel van dit krediet is:
financiering te verstrekken voor het in het kader van het Cosme-programma ingestelde Enterprise Europe Network voor zijn versterkte diensten in verband met Horizon 2020. De in dit begrotingsonderdeel verstrekte steun is beperkt tot diensten die het vermogen van kmo's (en in het bijzonder begunstigden van het kmo-instrument) om innovatie te beheren, vergroten,
de uitvoering en aanvulling van de specifieke maatregelen voor kmo's in Horizon 2020 ondersteunen, met name om de effectiviteit en de efficiëntie van de aan kmo's verstrekte innovatiediensten te verbeteren. Bij die activiteiten kan het gaan om bewustmaking, het verstrekken en verspreiden van informatie, opleiding en mobiliteitsactiviteiten, netwerking en uitwisseling van beste praktijken, de ontwikkeling van regelingen en diensten van hoge kwaliteit met een hoge toegevoegde waarde van de Unie voor kmo's die innovatie (zoals het beheer van intellectuele eigendom en innovatie, en kennisoverdracht) ondersteunen, alsook kmo's bijstaan om contacten te leggen met onderzoeks- en innovatiepartners in de hele Unie,
marktgedreven innovatie ondersteunen om de innovatiecapaciteit van bedrijven te vergroten door de raamvoorwaarden voor innovatie te verbeteren en de specifieke belemmeringen die de groei van innovatieve bedrijven in de weg staan, uit de weg te ruimen.
Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder c). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Deze prioriteit van Horizon 2020 stemt rechtstreeks overeen met de beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen die in de Europa 2020-strategie zijn vastgesteld. Bij het uitvoeren van die activiteiten zullen de uitdagingen centraal staan, waarbij middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden worden gebundeld. De activiteiten zullen de volledige cyclus van onderzoek tot markt bestrijken, met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde acties zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindverbruikers aangestuurde innovaties, sociale innovatie en de integratie van innovaties op de markt. Deze activiteiten zullen een directe ondersteuning bieden aan de overeenkomstige sectorale beleidsbevoegdheden op het niveau van de Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 82703328 54380000 75016498 62200000 76077049,— 31435273,66 Dit krediet heeft tot doel de grondstoffenvoorziening te helpen garanderen om tegemoet te komen aan de behoeften van de Uniesamenleving binnen de duurzame grenzen van de natuurlijke hulpbronnen van onze planeet. De activiteiten zullen gericht zijn op een verbetering van de kennisbasis over grondstoffen en de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de kosteneffectieve en milieuvriendelijke exploratie, winning, verwerking, recycling en terugwinning van grondstoffen en voor hun vervanging door economisch aantrekkelijke alternatieven. Ook het uit de weg ruimen van belemmeringen voor de ontwikkeling van de circulaire economie zoals de terugwinning van grondstoffen uit verschillende afvalstromen, zal worden ondersteund. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder e). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 3072783,21 3499241,33 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 29583,54 1513117,53 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 27300000 p.m. 85800000 42725,41 98244431,81 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 55128,14 Dit krediet dient ter dekking van de eerdere verplichtingen in verband met kaderprogramma’s voor onderzoek van vóór 2003. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit 87/516/Euratom, EEG van de Raad van 28 september 1987 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1987-1991) (PB L 302 van 24.10.1987, blz. 1). Besluit 90/221/Euratom, EEG van de Raad van 23 april 1990 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 28). Besluit 93/167/Euratom, EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot aanpassing van Besluit 90/221/Euratom, EEG betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 43). Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 april 1994 betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 126 van 18.5.1994, blz. 1). Besluit nr. 616/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 1996 tot aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998), in verband met de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (PB L 86 van 4.4.1996, blz. 69). Besluit nr. 2535/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 1 december 1997 tot tweede aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 347 van 18.12.1997, blz. 1). Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1). Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Beschikking 2002/835/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Structurering van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 17460000 p.m. 27600000 0,— 35832868,44 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 500000 929913,— 278973,90 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 525000 500000 500000 1000000,— 474774,03 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 25000000 10000000 Nieuwe post Europa wordt vandaag geconfronteerd met een steeds verslechterende veiligheidssituatie met nieuwe en bestaande bedreigingen; de financiële crisis zet de nationale defensiebegrotingen constant onder druk, en sinds 2006 is het bedrag dat in Europa aan O&O op het gebied van defensie wordt uitgegeven met 30 % gedaald. In deze context verwachten de lidstaten en de publieke opinie een grotere betrokkenheid van de Unie bij veiligheid en defensie. De voorbereidende actie heeft als hoofddoel een mechanisme voor samenwerking met het Europees Defensieagentschap op te zetten en te testen teneinde verschillende activiteiten inzake defensieonderzoek, -technologie en -ontwikkeling voor te bereiden, te organiseren en uit te voeren. Het uiteindelijke doel van deze activiteiten bestaat erin het concurrentievermogen van en de innovatie in de Europese defensie-industrie te verbeteren en groei en het scheppen van banen te stimuleren. De voorbereidende actie moet tijdig zichtbare resultaten opleveren voor de besluitvorming met het oog op de bespreking van een eventueel onderzoeksprogramma voor defensie binnen het volgende meerjarig financieel kader. De voorbereidende actie zal worden uitgevoerd door werkprogramma's, hoofdzakelijk via oproepen tot het indienen van voorstellen voor onderzoeksprojecten. Het beheer van de actie zal aan het Europees Defensieagentschap worden gedelegeerd. In 2017 zou de nadruk liggen op een grootschalig demonstratieproject dat tijdig het meest tastbare resultaat moet opleveren: een eerste experimentele ontwikkeling van nieuwe, innovatieve defensietechnologie. Dit demonstratieproject zou moeten worden aangevuld met een aantal onderzoeksprojecten, onder meer inzake kritieke defensietechnologieën en toekomstige baanbrekende technologieën, en ondersteunende activiteiten ter verbetering van bijvoorbeeld normalisatie en interoperabiliteit. Deze thema's zullen onder meer overleg met de lidstaten en de belanghebbenden bij O&O in verband met defensie omvatten. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derde landen en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Voorbereidende actie als bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 24 juli 2013 Naar een meer competitieve en efficiënte defensie- en veiligheidssector — COM(2013) 542 final. EUROPESE PROGRAMMA'S VOOR NAVIGATIE PER SATELLIET (EGNOS EN GALILEO) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 05EUROPESE PROGRAMMA'S VOOR NAVIGATIE PER SATELLIET (EGNOS EN GALILEO) 02 05 01 Ontwikkeling en levering van mondiale satellietnavigatie-infrastructuur en -diensten (Galileo) tegen 2020 1,1 614965000 495000000 588169000 297000000 915110076,— 539057284,13 108,90 02 05 02 Levering van satellietdiensten die de prestaties van het gps-systeem verbeteren om tegen 2020 geleidelijk de hele regio van de Europese Burgerluchtvaartconferentie (European Civil Aviation Conference — ECAC) te bestrijken (Egnos) 1,1 280000000 150000000 260000000 207000000 256470104,— 153759176,— 102,51 02 05 11 Europees GNSS-Agentschap 1,1 26523436 26523436 27888400 27888400 27606414,54 22785047,— 85,91 02 05 51 Voltooiing van Europese programma’s voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo) 1,1 p.m. 40000000 p.m. 16000000 0,— 140068048,41 350,17 Hoofdstuk 02 05 — Totaal 921488436 711523436 876057400 547888400 1199186594,54 855669555,54 120,26 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 614965000 495000000 588169000 297000000 915110076,— 539057284,13 De bijdrage van de Unie aan de Europese GNSS-programma’s wordt verleend met het oog op financiering van activiteiten in verband met:
de voltooiing van de stationeringsfase van het Galileo-programma, die bestaat in de bouw, de installatie en de bescherming van alle ruimte- en grondinfrastructuren alsmede de voorbereidende activiteiten voor de exploitatiefase, waaronder activiteiten die verband houden met de voorbereiding van dienstverlening;
de exploitatiefase van het Galileo-programma, die bestaat in het beheer, het onderhoud, de permanente verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de ruimte- en grondinfrastructuren, de ontwikkeling van toekomstige generaties van het systeem en de ontwikkeling van de door het systeem verstrekte diensten, certificering en normalisatieoperaties, verstrekking en marketing van de door het systeem verleende diensten en alle andere activiteiten die nodig zijn om te garanderen dat het programma vlot loopt.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder b) en d), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bijdrage van lidstaten voor specifieke elementen van de programma's kunnen bij de in dit artikel opgevoerde kredieten worden gevoegd. Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1), met name artikel 2, lid 4. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 280000000 150000000 260000000 207000000 256470104,— 153759176,— De bijdrage van de Unie aan de Europese GNSS-programma's wordt toegekend met het oog op de financiering van activiteiten die verband houden met de exploitatie van het Egnos-systeem, met inbegrip van alle elementen waarmee de betrouwbaarheid van het systeem en de exploitatie ervan wordt aangetoond. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder b) en d), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bijdrage van lidstaten voor specifieke elementen van de programma's kunnen bij de in dit artikel opgevoerde kredieten worden gevoegd. Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 1), met name artikel 2, lid 5. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 26523436 26523436 27888400 27888400 27606414,54 22785047,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het Agentschap stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt op post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Europees GNSS-Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 27847000 EUR. Een bedrag van 1323564 EUR afkomstig van de reserve van overschotten is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 26523436 EUR. Verordening (EU) nr. 512/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 912/2010 tot oprichting van het Europees GNSS-Agentschap (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 72). Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 40000000 p.m. 16000000 0,— 140068048,41 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo) (PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1). EUROPEES PROGRAMMA VOOR AARDOBSERVATIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 02 06EUROPEES PROGRAMMA VOOR AARDOBSERVATIE 02 06 01 Operationele diensten leveren die op observaties vanuit de ruimte en in-situgegevens berusten (Copernicus) 1,1 118306000 129796000 122353000 121000000 97336246,91 41316402,53 31,83 02 06 02 Bouwen aan een autonome aardobservatiecapaciteit van de Unie (Copernicus) 1,1 486526000 564376000 461214000 459000000 483342175,09 480751124,67 85,18 02 06 51 Voltooiing van het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2077408,60 Hoofdstuk 02 06 — Totaal 604832000 694172000 583567000 580000000 580678422,— 524144935,80 75,51 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 118306000 129796000 122353000 121000000 97336246,91 41316402,53 Het doel van dit krediet is:
operationele Copernicus-diensten te leveren die op de behoeften van de gebruikers zijn afgestemd;
bij te dragen tot het garanderen van de vereiste toegang tot gegevens van de observatie-infrastructuur om Copernicus-diensten te exploiteren;
mogelijkheden te scheppen voor een steeds groter gebruik van informatiebronnen door de privésector en zo innovatie gemakkelijker maken voor dienstverleners die waarde toevoegen.
Met dit krediet zullen met name het opzetten, de instelling en de werking van de zes in de Verordening (EU) nr. 377/2014 vermelde diensten en de gerelateerde activiteiten worden gefinancierd. Met dit krediet kunnen eveneens dienstoverschrijdende activiteiten worden gefinancierd, alsook het op elkaar aansluiten en coördineren van activiteiten, in-situ coördinatie, acceptatie door de gebruikers, opleiding en communicatie. De begrotingsmiddelen zullen ofwel direct door de diensten van de Commissie worden beheerd, dan wel indirect via delegatieovereenkomsten met agentschappen van de Unie en internationale organisaties, of elke entiteit die daar overeenkomstig artikel 58 van het Financieel Reglement voor in aanmerking komt. Wanneer de Commissie de begroting rechtstreeks beheert, kan zij het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) met wetenschappelijke en technische ondersteuningstaken belasten. De financiering van deze taken kan overeenkomstig artikel 183, lid 2, onder c), en artikel 183,lid 6, van het Financieel Reglement in de begroting van het JRC voor onderzoek door derden worden opgenomen. Bovendien kunnen met dit krediet met het oog op de ondersteuning van het concurrentievermogen en de groei ook gegevensverspreiding en de begeleiding van start-ups worden gefinancierd door middel van ondersteuning van sterkere en innovatievere IT-structuren in Europa. Copernicus-diensten zullen de toegang vergemakkelijken tot essentiële gegevens die nodig zijn voor de beleidsvorming op het niveau van de Unie, en op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau op gebieden zoals landbouw, bosmonitoring, waterbeheer, vervoer, stadsplanning, klimaatverandering en tal van andere gebieden. Dit krediet dient hoofdzakelijk ter dekking van de implementatie van delegatieovereenkomsten voor het Copernicus-programma overeenkomstig artikel 58 van het Financieel Reglement. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de in artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 486526000 564376000 461214000 459000000 483342175,09 480751124,67 Het doel van dit krediet is:
de Unie van een autonome aardobservatiecapaciteit te voorzien door ruimte-infrastructuur te financieren en de Europese industrie in dat opzicht te stimuleren, met name bij de bouw en de lancering van satellieten;
bij te dragen tot de beschikbaarheid van de observatiecapaciteit die nodig is om de Copernicus-diensten operationeel te maken, met name door de operationele diensten van het grondsegment van de ruimte-infrastructuur;
mogelijkheden te scheppen voor een steeds groter gebruik van informatiebronnen door de privésector en zo innovatie gemakkelijker maken voor dienstverleners die waarde toevoegen.
De ontwikkeling van een Europese ruimte-infrastructuur is zeer belangrijk voor de bevordering van het concurrentievermogen en de innovatie en vereist consequent overheidsoptreden om de inspanningen van de sector te ondersteunen. Met dit krediet zullen de ontwikkeling, de bouw en de werking van satellieten worden gefinancierd. De gegevens en informatie die dankzij de ruimte-infrastructuur werden verkregen, vallen onder het beleid inzake gratis, volledige en open toegang tot gegevens, waardoor deze beschikbaarder zullen zijn en de downstreammarkt zullen stimuleren. Ter aanvulling van de gegevens die de gebruikers nodig hebben, kan met dit krediet ook de aankoop van gegevens van derde partijen en de toegang tot bijdragende missies van lidstaten worden gefinancierd, alsook het speciale verspreidingsplatform (belangrijkste grondsegment), dat prioritair zal dienen voor de in het kader van artikel 02 06 01 gefinancierde operationele diensten. De begrotingsmiddelen zullen ofwel direct door de diensten van de Commissie worden beheerd, dan wel indirect via delegatieovereenkomsten met agentschappen van de Unie en internationale organisaties, of elke entiteit die daar overeenkomstig artikel 58 van het Financieel Reglement voor in aanmerking komt. Wanneer de Commissie de begroting rechtstreeks beheert, kan zij het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) met wetenschappelijke en technische ondersteuningstaken belasten. De financiering van deze taken kan overeenkomstig artikel 183, lid 2, onder c), en artikel 183, lid 6, van het Financieel Reglement in de begroting van het JRC voor onderzoek door derden worden opgenomen. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de in de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2077408,60 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van derden en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten die overeenkomstig het Financieel Reglement op deze post dienen te worden geboekt. Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013) (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1). Besluit 2010/67/EU van de Commissie van 5 februari 2010 tot oprichting van de GMES-partnerraad (PB L 35 van 6.2.2010, blz. 23). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 03 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN CONCURRENTIE 108427562 102698620 99991590,72 Titel 03 — Totaal 108427562 102698620 99991590,72 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN CONCURRENTIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 03 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN CONCURRENTIE 03 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Concurrentie 5,2 89910140 84068715 81544191,57 90,70 03 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven voor het beleidsterrein Concurrentie 03 01 02 01 Extern personeel 5,2 5184921 5514128 4944936,— 95,37 03 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 7718209 7750421 7903380,87 102,40 Artikel 03 01 02 — Subtotaal 12903130 13264549 12848316,87 99,58 03 01 03 Uitgaven voor apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie ten behoeve van het beleidsterrein Concurrentie 5,2 5614292 5365356 5599082,28 99,73 03 01 07 Schadevergoedingsclaims als gevolg van juridische procedures tegen besluiten van de Commissie in concurrentiezaken 5,2 p.m. p.m. 0,— Hoofdstuk 03 01 — Totaal 108427562 102698620 99991590,72 92,22 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 89910140 84068715 81544191,57 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5184921 5514128 4944936,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7718209 7750421 7903380,87 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5614292 5365356 5599082,28 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Om ervoor te zorgen dat de regels inzake mededinging betreffende overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), misbruik van een machtspositie (artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), steunmaatregelen van de staten (artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) en concentraties van ondernemingen (Verordening (EG) nr. 139/2004) worden gehandhaafd, kan de Commissie besluiten vaststellen, onderzoeken voeren en sancties of terugvorderingen opleggen. De besluiten van de Commissie zijn overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan het toezicht van het Hof van Justitie van de Europese Unie onderworpen. Bij wijze van voorzorg is het passend rekening te houden met de mogelijke budgettaire gevolgen van arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit krediet dient ter dekking van uitgaven die voortvloeien uit schadevergoedingen die door het Hof van Justitie van de Europese Unie worden toegekend aan eisers en die het gevolg zijn van juridische procedures tegen besluiten van de Commissie in concurrentiezaken. Aangezien vooraf geen redelijke raming van de financiële gevolgen voor de algemene begroting kan worden opgesteld, wordt in dit artikel een pro-memorievermelding (p.m.) opgenomen. In voorkomend geval zal de Commissie voorstellen de kredieten voor de werkelijke behoeften beschikbaar te stellen door middel van overschrijvingen of door een ontwerp van gewijzigde begroting. Artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (oude artikelen 81 en 82 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap) en afgeleid recht, met name:
Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1);
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de EG-concentratieverordening) (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).
Artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (oude artikelen 87 en 88 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap) en afgeleid recht, met name Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB L 248 van 24.9.2015, blz. 9). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE 103133045 103133045 102287606 102287606 100190359,61 100190359,61 04 02 EUROPEES SOCIAAL FONDS 12899726072 9891741079 12033016235 10319352919 17149014081,20 10264244215,20 04 03 WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE 264640500 214691000 253802800 208080000 249123555,56 204373928,— 04 04 EUROPEES FONDS VOOR AANPASSING AAN DE GLOBALISERING (EFG) p.m. 25000000 p.m. 30000000 78285798,— 78285798,— 04 05 INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN ONTWIKKELING VAN HET MENSELIJK POTENTIEEL p.m. 50000000 p.m. 65000000 0,— 64547800,— 04 06 FONDS VOOR EUROPESE HULP AAN DE MEEST BEHOEFTIGEN 545826912 441000000 535152658 461000000 536341311,— 45440342,56 Titel 04 — Totaal 13813326529 10725565124 12924259299 11185720525 18112955105,37 10757082443,37 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 04 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE 04 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke medewerkers voor het beleidsterrein Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie 5,2 69663198 67427864 68939337,25 98,96 04 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven voor het beleidsterrein Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie 04 01 02 01 Extern personeel 5,2 5180803 4780312 4563481,85 88,08 04 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 5009039 5218111 4780147,66 95,43 Artikel 04 01 02 — Subtotaal 10189842 9998423 9343629,51 91,70 04 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie 5,2 4350005 4303319 4735972,26 108,87 04 01 04Ondersteunende uitgaven voor activiteiten en programma's op het beleidsterrein Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie 04 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Sociaal Fonds en niet-operationele technische bijstand 1,2 14500000 15400000 12540639,97 86,49 04 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het programma Werkgelegenheid en sociale vernieuwing 1,1 4000000 4728000 3740863,75 93,52 04 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor het pretoetredingsinstrument — Werkgelegenheid, sociaal beleid en ontwikkeling van menselijke hulpbronnen 4 p.m. p.m. 0,— 04 01 04 04 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering 9 p.m. p.m. 584916,87 04 01 04 05 Ondersteunende uitgaven voor het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen 1,2 430000 430000 305000,— 70,93 Artikel 04 01 04 — Subtotaal 18930000 20558000 17171420,59 90,71 Hoofdstuk 04 01 — Totaal 103133045 102287606 100190359,61 97,15 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 69663198 67427864 68939337,25 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5180803 4780312 4563481,85 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5009039 5218111 4780147,66 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4350005 4303319 4735972,26 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 14500000 15400000 12540639,97 Dit krediet is bestemd ter dekking van door het Europees Sociaal Fonds (ESF) gefinancierde technische bijstandsmaatregelen in het kader van de artikelen 58 en 118 van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Bij de technische bijstand kan het gaan om financiering van maatregelen voor de voorbereiding, het toezicht, de evaluatie, de controle en het beheer die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van het ESF door de Commissie. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van:
uitgaven voor ondersteuning (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen en vertalingen);
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot 5000000 EUR, met inbegrip van dienstreizen van/voor het externe personeel dat uit deze post wordt gefinancierd.
Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4000000 4728000 3740863,75 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, comités, vergaderingen van deskundigen, waaronder vergaderingen, en andere uitgaven in verband met de werkzaamheden van het Europees platform ter verbetering van de samenwerking bij de bestrijding van zwartwerk, conferenties, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van kandidaat-lidstaten en eventueel de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten opgevoerd voor het programma, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 04 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het pretoetredingsinstrument.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Dit krediet dekt de administratieve uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 04 05. Zie hoofdstuk 04 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 584916,87 Dit krediet is bedoeld om op initiatief van de Commissie te worden gebruikt tot een plafond van 0,5 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), zoals aangegeven in Verordening (EU) nr. 1309/2013. Het krediet kan gebruikt worden voor het financieren van de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor en het creëren van een kennisbasis die relevant is voor de implementatie van het EFG. Het mag tevens worden gebruikt ter financiering van administratieve en technische bijstand, informatie- en communicatieactiviteiten alsook boekhoudkundige controle en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de activiteiten van het EFG. Zie hoofdstuk 04 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 430000 430000 305000,— Dit krediet dient ter dekking van de van technische bijstand als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 223/2014. Het krediet voor technische bijstand kan worden gebruikt om maatregelen te financieren op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische bijstand, audit, informatieverstrekking, controle en evaluatie die voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 223/2014 nodig zijn, en om activiteiten overeenkomstig artikel 10 van die verordening te financieren. Dit krediet dient in het bijzonder ter dekking van:
uitgaven voor ondersteuning (representatiekosten, opleiding, vergaderingen, dienstreizen en vertalingen);
de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor en het creëren van een kennisbasis die relevant is voor de implementatie van het FEAD;
contracten voor dienstverleners en studies.
Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). EUROPEES SOCIAAL FONDS Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 02EUROPEES SOCIAAL FONDS 04 02 01 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds (ESF) — Doelstelling 1 (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 02 Voltooiing van het speciale programma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en het grensgebied in Ierland (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 03 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Doelstelling 1 (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 04 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Doelstelling 2 (2000-2006) p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 05 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Doelstelling 2 (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 06 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Doelstelling 3 (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 390274,17 04 02 07 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Doelstelling 3 (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 08 Voltooiing van Equal (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 09 Voltooiing van eerdere communautaire initiatieven (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 10 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Innovatieve acties en technische bijstand (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 11 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Innovatieve acties en technische bijstand (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. — — 0,— 0,— 04 02 17 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Convergentie (2007-2013) 1,2 p.m. 510000000 p.m. 2825000000 0,— 5085800501,29 997,22 04 02 18 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Peace (2007-2013) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 02 19 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid (2007-2013) 1,2 p.m. 190000000 p.m. 1109595811 0,— 2575833985,— 1355,70 04 02 20 Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Operationele technische bijstand (2007-2013) 1,2 p.m. 500000 p.m. 1500000 0,— 3183635,94 636,73 04 02 60 Europees Sociaal Fonds — Minder ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 7346787700 4979660000 6904001096 2892000000 9266035395,— 995432520,53 19,99 04 02 61 Europees Sociaal Fonds — Overgangsregio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 1907753625 1109539000 1631895346 735965850 2020723782,— 195936615,86 17,66 04 02 62 Europees Sociaal Fonds — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 3629184747 2490475000 3479119793 1698091258 4213592213,— 365230778,83 14,67 04 02 63Europees Sociaal Fonds — Operationele technische bijstand 04 02 63 01 Europees Sociaal Fonds — Operationele technische bijstand 1,2 16000000 11000000 18000000 7200000 11801111,20 5727632,86 52,07 04 02 63 02 Europees Sociaal Fonds — Op verzoek van een lidstaat door de Commissie beheerde operationele technische bijstand 1,2 p.m. 567079 p.m. p.m. 0,— 1651884,50 291,30 Artikel 04 02 63 — Subtotaal 16000000 11567079 18000000 7200000 11801111,20 7379517,36 63,80 04 02 64 Werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren 1,2 — 600000000 — 1050000000 1636861580,— 1035056386,22 172,51 Hoofdstuk 04 02 — Totaal 12899726072 9891741079 12033016235 10319352919 17149014081,20 10264244215,20 103,77 In artikel 175 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is voorzien dat de verwezenlijking van de in artikel 174 aangegeven doelstellingen inzake economische, sociale en territoriale samenhang ondersteund moet worden door het optreden van de Unie via de structuurfondsen, waaronder het Europees Sociaal Fonds (ESF). De taken, prioritaire doelstellingen en organisatie van de structuurfondsen worden bepaald overeenkomstig artikel 177 VWEU. Artikel 80 van het Financieel Reglement voorziet in financiële correcties in geval van uitgaven die in strijd met de geldende wettelijke bepalingen zijn gedaan. In artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/1999, de artikelen 100 en 102 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 en de artikelen 85, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 betreffende criteria voor financiële correcties door de Commissie zijn specifieke regels vastgelegd voor financiële correcties in verband met het ESF. Inkomsten uit de financiële correcties die op die basis worden uitgevoerd, worden geboekt op het artikel 6 5 1, 6 5 2, 6 5 3 of 6 5 4 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement. Artikel 177 van het Financieel Reglement stelt de voorwaarden vast voor gehele of gedeeltelijke terugbetaling van voorfinancieringen betreffende een bepaalde interventie. In artikel 82 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zijn specifieke regels voor terugbetaling van voorfinanciering vastgelegd die van toepassing zijn op het ESF. Terugbetaalde voorfinancieringsbedragen vormen interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement en worden opgenomen in post 6 1 5 0 of 6 1 5 7. De maatregelen inzake fraudebestrijding worden gefinancierd met middelen uit artikel 24 02 01. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 174, 175 en 177. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39. Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 inzake het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name de artikelen 82, 83, 100 en 102. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, leden 3 en 4, en de artikelen 80 en 177. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Conclusies van de Europese Raad van Berlijn van 24 en 25 maart 1999. Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 16 en 17 december 2005. Conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de in de programmeringsperiode 2000-2006 nog uit het ESF betaalbaar te stellen verplichtingen. Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de in de programmeringsperiode 2000-2006 nog uit het ESF betaalbaar te stellen verplichtingen. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Beschikking 1999/501/EG van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000-2006 (PB L 194 van 27.7.1999, blz. 49). Conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 24 en 25 maart 1999 in Berlijn, met name punt 44, onder b). Conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 17 en 18 juni 2004 in Brussel, met name punt 49. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uit het ESF nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden in het kader van de vroegere doelstellingen 1 en 6. Besluit 83/516/EEG van de Raad van 17 oktober 1983 betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (PB L 289 van 22.10.1983, blz. 38). Verordening (EEG) nr. 2950/83 van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (PB L 289 van 22.10.1983, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de in de programmeringsperiode 2000-2006 nog uit het ESF af te wikkelen vastleggingen. Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uit het ESF nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden in het kader van de vroegere doelstellingen 2 en 5 b). Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 390274,17 Dit krediet dient ter dekking van de in de programmeringsperiode 2000-2006 nog uit het ESF af te wikkelen vastleggingen. Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uit het ESF nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden in het kader van de vroegere doelstellingen 3 en 4. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de in de programmeringsperiode 2000-2006 nog uit het ESF af te wikkelen vastleggingen. Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 14 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief Equal betreffende transnationale samenwerking voor de bevordering van nieuwe praktijken voor de bestrijding van discriminaties en ongelijkheden van welke aard ook wat de arbeidsmarkt betreft (PB C 127 van 5.5.2000, blz. 2). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog uit het ESF af te wikkelen vastleggingen die in het kader van vorige communautaire initiatieven van vóór de programmeringsperiode 2000-2006 zijn aangegaan. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 13 mei 1992 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's die de lidstaten worden uitgenodigd op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor de sterk van de textiel- en kledingsector afhankelijke regio's (Retex) (PB C 142 van 4.6.1992, blz. 5). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor globale subsidies of geïntegreerde operationele programma's in het kader waarvan de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen uit hoofde van een communautair initiatief betreffende de herstructurering van de visserijsector (Pesca) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor stedelijke gebieden (Urban) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 6). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief betreffende de aanpassing van middelgrote en kleine bedrijven aan de interne markt (kmo-initiatief) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 10). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende nadere bijzonderheden betreffende de richtsnoeren voor het initiatief Retex (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 17). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de omschakeling van de defensiesector (Konver) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 18). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de economische omschakeling van ijzer- en staalzones (Resider II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 22). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de economische omschakeling van steenkoolwinningsgebieden (Rechar II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 26). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief Aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (Adapt), dat gericht is op de bevordering van de werkgelegenheid en de aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 30). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's/globale subsidies die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief inzake Werkgelegenheid en ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen (Emploi) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 36). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap voor de ultraperifere gebieden (Regis II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 44). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van richtsnoeren voor geïntegreerde globale subsidies en geïntegreerde operationele programma's in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling, waarvoor de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen (Leader II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 48). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap betreffende de ontwikkeling van grensgebieden, grensoverschrijdende samenwerking en geselecteerde energienetten (Interreg II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 60). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 16 mei 1995 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een initiatief in het kader van het speciaal steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (Peace I-programma) (PB C 186 van 20.7.1995, blz. 3). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor stedelijke gebieden (Urban) (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 4). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 over de vaststelling van gewijzigde richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief: Aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (Adapt), dat gericht is op de bevordering van de werkgelegenheid en de aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 7). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 betreffende de vaststelling van gewijzigde richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief inzake Werkgelegenheid en ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen, bedoeld om de groei van de werkgelegenheid in hoofdzaak door de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen te bevorderen (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 13). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de door de lidstaten op te stellen operationele programma's in het kader van het communautaire initiatief Interreg betreffende transnationale samenwerking op het gebied van ruimtelijke ordening (Interreg II C) (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 23). Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 26 november 1997 over het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) (Peace I-programma) (COM(1997) 642 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uit het ESF nog af te wikkelen vastleggingen van de programmeringsperiode 2000-2006 voor innovatieve acties en technische bijstand zoals bedoeld in de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 1260/1999. Bij de innovatieve acties gaat het om studies, modelprojecten en uitwisseling van ervaringen. Deze acties waren met name bedoeld om de kwaliteit van de bijstandsverlening uit de structuurfondsen te verbeteren. De technische bijstand omvat maatregelen voor de voorbereiding, het toezicht, de evaluatie, de controle en het beheer die nodig zijn voor de uitvoering van het ESF. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van :
ondersteunende uitgaven (representatiekosten, opleiding, vergaderingen en dienstreizen);
uitgaven voor informatie en publicatie;
uitgaven voor informatietechnologie en telecommunicatie;
contracten voor de verlening van diensten en het maken van studies;
beurzen.
Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. — — 0,— 0,— Dit artikel dient ter dekking van de afwikkeling van ESF-vastleggingen van vorige programmeringsperioden voor innovatieve acties op het gebied van voorbereiding, toezicht, evaluatie, controle en beheer, of andere soortgelijke vormen van technische bijstand waarin de relevante verordeningen voorzien. Het dient ook voor de financiering van de vroegere meerjarenacties, met name die welke zijn goedgekeurd en uitgevoerd in het kader van de hieronder genoemde verordeningen, maar die niet onder de prioritaire doelstellingen van de structuurfondsen vallen. Besluit 83/516/EEG van de Raad van 17 oktober 1983 betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (PB L 289 van 22.10.1983, blz. 38). Verordening (EEG) nr. 2950/83 van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (PB L 289 van 22.10.1983, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2088/85 van de Raad van 23 juli 1985 inzake de geïntegreerde mediterrane programma's (PB L 197 van 27.7.1985, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1784/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende het Europees Sociaal Fonds (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 510000000 p.m. 2825000000 0,— 5085800501,29 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen voor programma's in het kader van de convergentiedoelstelling van het ESF in de programmeringsperiode 2007-2013. Met deze doelstelling wordt beoogd de convergentie van de minst ontwikkelde lidstaten en regio's te versnellen door de voorwaarden voor groei en werkgelegenheid te verbeteren. Het doel van dit krediet is het verminderen van de economische, sociale en territoriale ongelijkheden die zich vooral in landen en regio's met een ontwikkelingsachterstand voordoen, in verband met de versnelling van de economische en sociale herstructurering en met de veroudering van de bevolking. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 als gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grotere projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd onder Verordening (EG) nr. 1085/2006 en waarvan de uitvoering nog niet voltooid is op die datum, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd onder Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van Verordening (EG) nr.°1085/2006 genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen voor het Peace-programma in het kader van het ESF in de programmeringsperiode 2007-2013. Omdat het belang van de speciale inspanningen voor het vredesproces in Noord-Ierland werd erkend, werd voor de periode 2007-2013 een totaalbedrag van 200000000 EUR aan het Peace-programma toegewezen. Dit programma wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de additionaliteit van de acties van de structuurfondsen. Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 16 en 17 december 2005. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 190000000 p.m. 1109595811 0,— 2575833985,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen voor programma's in het kader van de doelstelling inzake regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid van het ESF in de programmeringsperiode 2007-2013. Buiten de minst ontwikkelde regio's wordt met deze doelstelling beoogd het concurrentievermogen en de aantrekkelijkheid van de regio's alsook de werkgelegenheid te verbeteren door rekening te houden met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Het doel van dit krediet is het verminderen van de economische, sociale en territoriale ongelijkheden die zich vooral in landen en regio's met een ontwikkelingsachterstand voordoen, in verband met de versnelling van de economische en sociale herstructurering en met de vergrijzing van de bevolking. Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 1500000 0,— 3183635,94 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van de programmeringsperiode 2007-2013 voor technische bijstand zoals bedoeld in de artikelen 45 en 46 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 en in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1081/2006. De technische bijstand omvat maatregelen voor de voorbereiding, het toezicht, de evaluatie, de controle en het beheer die nodig zijn voor de uitvoering van het ESF. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van:
ondersteunende uitgaven (representatiekosten, opleiding, vergaderingen, reizen);
uitgaven voor informatie en publicatie;
uitgaven voor informatietechnologie en telecommunicatie;
uitgaven voor steun voor toegankelijkheid van personen met een handicap binnen maatregelen voor technische bijstand;
uitgaven voor een groep op hoog niveau om te zorgen voor de toepassing van horizontale beginselen zoals gelijkheid van mannen en vrouwen, toegankelijkheid voor personen met een handicap en duurzame ontwikkeling;
contracten voor dienstverleners en studies;
beurzen.
Dit krediet dient ook ter ondersteuning van maatregelen die de Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de voorbereiding van de programmeringsperiode 2014-2020. Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1784/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 7346787700 4979660000 6904001096 2892000000 9266035395,— 995432520,53 Dit krediet dient ter dekking van steun van het ESF in het kader van de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid in de minder ontwikkelde regio's in de programmeringsperiode 2014-2020. Het inhaalproces voor deze economisch en sociaal achteropgeraakte regio's vereist aanhoudende inspanningen op de lange termijn. Deze categorie regio's omvat regio's met een bbp per inwoner van minder dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU. Het bevorderen van de gelijkheid van vrouwen en mannen, zowel horizontaal als door specifieke acties, moet deel uitmaken van de steun uit hoofde van het ESF, om de inzetbaarheid en participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan non-discriminatie op de arbeidsmarkt, bestrijding van de vervrouwelijking van armoede, toegang tot onderwijs en betaalbare kinderopvang. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470), met name artikel 4, lid 3, onder c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1907753625 1109539000 1631895346 735965850 2020723782,— 195936615,86 Dit krediet dient ter dekking van steun van het ESF in het kader van de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid in de programmeringsperiode 2014-2020 in een nieuwe categorie regio's, de overgangsregio's, die in de plaats komen van het systeem van in- en uitfaseren in de periode 2007-2013. Deze categorie omvat alle regio's met een bbp per inwoner tussen 75 % en 90 % van het gemiddelde bbp van de EU-27. Specifieke acties op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid moeten deel uitmaken van de steun uit hoofde van het ESF, om de inzetbaarheid en participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan non-discriminatie op de arbeidsmarkt, bestrijding van de vervrouwelijking van armoede, toegang tot onderwijs en betaalbare kinderopvang. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470), met name artikel 4, lid 3, onder b). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3629184747 2490475000 3479119793 1698091258 4213592213,— 365230778,83 Dit krediet dient ter dekking van steun van het ESF in het kader van de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid in de meer ontwikkelde regio's in de programmeringsperiode 2014-2020. Hoewel steunmaatregelen voor de minder ontwikkelde regio's de prioriteit voor het cohesiebeleid blijven, is dit krediet bedoeld om te kunnen reageren op belangrijke uitdagingen waarmee alle lidstaten geconfronteerd worden, zoals de mondiale concurrentie in de kenniseconomie, de overgang naar een koolstofarme economie en de sociale polarisatie die wordt verergerd door het huidige economische klimaat. Deze categorie heeft betrekking op de regio's met een bbp per inwoner van meer dan 90 % van het gemiddelde bbp van de Unie. Specifieke acties op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid moeten deel uitmaken van de steun uit hoofde van het ESF, om de inzetbaarheid en participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan non-discriminatie op de arbeidsmarkt, bestrijding van de vervrouwelijking van armoede, toegang tot onderwijs en betaalbare kinderopvang. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470), met name artikel 4, lid 3, onder a). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 16000000 11000000 18000000 7200000 11801111,20 5727632,86 Dit krediet dient ter dekking van maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, technische bijstand, evaluatie, audit en controle alsook van het publicrelationsprogramma, die voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 nodig zijn, zoals bepaald in de artikelen 58 en 118 van die verordening. Het kan met name worden gebruikt om de kosten van activiteiten met partnerorganisaties en belanghebbenden in de lidstaten (zoals opleidingen, vergaderingen of conferenties) te dekken. Dit krediet is ook bedoeld voor administratief leren en samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en sociale partners. Dit krediet dient ook ter financiering van onder andere:
instrumenten voor elektronische projectaanvraag en verslaglegging en gestandaardiseerde documentatie en procedures voor het beheer en de uitvoering van de operationele programma’s;
intercollegiale toetsing van de prestaties van elke lidstaat op het gebied van financieel management en kwaliteit;
standaarddocumentatie voor openbare aanbestedingen;
een gemeenschappelijk systeem van resultaat- en impactindicatoren;
een handboek met beproefde praktijken om het absorptieproces te optimaliseren en het foutenpercentage te verlagen.
Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 567079 p.m. p.m. 0,— 1651884,50 Dit krediet dient ter dekking van een deel van het nationale totaalbedrag voor technische bijstand dat op verzoek van een lidstaat met tijdelijke begrotingsproblemen is overgeheveld naar technische bijstand op initiatief van de Commissie. Dit krediet dient in overeenstemming met artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 ter dekking van maatregelen om naar aanleiding van economische en maatschappelijke problemen in die lidstaat structurele en administratieve hervormingen te bepalen, hieraan een rangorde te geven en deze uit te voeren. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen — 600000000 — 1050000000 1636861580,— 1035056386,22 Dit krediet is bedoeld voor aanvullende steun voor maatregelen ter bestrijding van jeugdwerkloosheid die gefinancierd worden door het ESF. Het vertegenwoordigt de specifieke toewijzing voor het werkgelegenheidsinitiatief voor jongeren in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in regio's waar de jeugdwerkloosheid in 2012 meer dan 25 % bedroeg, of voor lidstaten waar het werkloosheidspercentage onder jongeren in 2012 is gestegen met meer dan 30% (in aanmerking komende regio's). De aanvullende 3000000000 EUR voor dit onderdeel voor de periode 2014-2020 is bedoeld om matchingfinanciering te bieden voor steunverlening van het ESF in dergelijke regio's. Dit krediet dient ter financiering van het scheppen van volwaardige werkgelegenheid. Bij het bevorderen van gendergelijkheid moet speciale aandacht worden besteed aan de situatie van jonge vrouwen die met genderspecifieke obstakels kunnen worden geconfronteerd, opdat zij kunnen profiteren van hoogwaardige werkgelegenheid, vervolgopleidingen, leerlingplaatsen of stages. Dit krediet dient onder andere ter ondersteuning van het opzetten van onderwijsstructuren waarin niet-formeel onderwijs, taalcursussen, democratisch bewustzijn en beroepsopleiding worden gecombineerd in de regio's met de hoogste jeugdwerkloosheid, zowel door overheidsinstanties als door niet-gouvernementele organisaties. Marges die beschikbaar blijven onder de maxima van het meerjarig financieel kader (MFK) voor vastleggingskredieten voor de jaren 2014-2017 vormen een overkoepelende MFK-marge voor vastleggingen, die beschikbaar worden gesteld boven de maxima die in de bijlage zijn vastgesteld voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren, zoals bepaald in Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470). WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 03WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE 04 03 01Prerogatieven en specifieke bevoegdheden 04 03 01 01 Vooroverleg met vakorganisaties 1,1 450000 300000 452800 350000 444645,03 265016,88 88,34 04 03 01 03 Vrij verkeer van werknemers, coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en maatregelen ten behoeve van migranten, met inbegrip van migranten uit niet-lidstaten 1,1 8822000 6365000 8589000 6200000 7506270,77 6903039,14 108,45 04 03 01 04 Analyse en studies betreffende de sociale situatie, demografie en gezin 1,1 4018500 2660000 4118000 2800000 3701959,89 2024452,61 76,11 04 03 01 05 Voorlichtings- en opleidingsmaatregelen ten behoeve van werknemersorganisaties 1,1 19263200 17800000 18758200 16500000 17838544,72 17137077,13 96,28 04 03 01 06 Voorlichting, raadpleging en participatie van de vertegenwoordigers van ondernemingen 1,1 7313000 5372000 7313000 6400000 6401131,90 3467569,57 64,55 04 03 01 07 Europees Jaar voor Actief Ouder Worden en Solidariteit tussen de Generaties (2012) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 01 08 Arbeidsverhoudingen en sociale dialoog 1,1 16206000 12400000 15775000 12300000 11657597,22 12258075,95 98,86 Artikel 04 03 01 — Subtotaal 56072700 44897000 55006000 44550000 47550149,53 42055231,28 93,67 04 03 02Programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) 04 03 02 01 Progress — Ondersteuning van de ontwikkeling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de Unie en van de regelgeving inzake arbeidsomstandigheden 1,1 65000000 41167000 74681600 38850000 71841420,60 28295399,59 68,73 04 03 02 02 Eures — Het bevorderen van de vrijwillige geografische mobiliteit van werknemers en het vergroten van arbeidskansen 1,1 23578000 17753000 22061000 14300000 23024481,86 13417695,85 75,58 04 03 02 03 Microfinanciering en sociaal ondernemerschap — Verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van financiering voor natuurlijke en rechtspersonen, met name voor wie het verst van de arbeidsmarkt af staat, en sociale ondernemingen 1,1 43465800 27500000 25624200 17000000 31427570,48 9975125,43 36,27 Artikel 04 03 02 — Subtotaal 132043800 86420000 122366800 70150000 126293472,94 51688220,87 59,81 04 03 11 Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden 1,1 20364000 20364000 20360000 20360000 20371000,— 20371000,— 100,03 04 03 12 Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk 1,1 14514000 14514000 14663000 14663000 14965660,— 14732995,— 101,51 04 03 13 Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) 1,1 17375000 17375000 17051000 17051000 17224000,— 17000000,— 97,84 04 03 14 Europese Stichting voor opleiding (ETF) 4 19771000 19771000 19956000 19956000 20143234,16 20143234,16 101,88 04 03 51 Voltooiing van Progress 1,1 p.m. 5000000 p.m. 11400000 0,— 15915128,14 318,30 04 03 52 Voltooiing van Eures 1,1 p.m. 300000 p.m. 2000000 0,— 4944171,88 1648,06 04 03 53 Voltooiing van andere activiteiten 1,1 p.m. 1700000 p.m. 2000000 76038,93 12918443,43 759,91 04 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 04 03 77 02 Proefproject — Bevordering van de bescherming van het recht op huisvesting 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 499665,— 04 03 77 04 Proefproject — Maatregelen voor instandhouding werkgelegenheid 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 05 Proefproject — Het vergroten van de mobiliteit en de integratie van werknemers binnen de Unie 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 06 Proefproject — Alomvattende samenwerking tussen de overheid, commerciële ondernemingen en ondernemingen zonder winstoogmerk met het oog op sociale en arbeidsintegratie 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 11148,35 04 03 77 07 Voorbereidende actie — Je eerste Eures-baan 1,1 p.m. p.m. p.m. 750000 0,— 621958,03 04 03 77 08 Proefproject — Maatschappelijke solidariteit voor maatschappelijke integratie 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 898116,— 04 03 77 09 Voorbereidende actie — Informatiecentra voor gedetacheerde werknemers en arbeidsmigranten 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 49897,47 04 03 77 10 Proefproject — Stimulering van de omzetting van tijdelijke arbeid in vaste arbeid met rechten 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 12 Proefproject — Gezondheid en veiligheid op het werk van oudere werknemers 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 13 Voorbereidende actie — Activeringsmaatregelen voor jongeren — Implementatie van het initiatief Jeugd in beweging 1,1 p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 1207886,94 04 03 77 14 Voorbereidende actie — Sociale innovatie dankzij sociaal en jong ondernemerschap 1,1 p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 737544,19 04 03 77 15 Proefproject — Haalbaarheid en toegevoegde waarde van een Europese regeling voor werkloosheidsuitkeringen 1,1 p.m. p.m. p.m. 1000000 0,— 183862,— 04 03 77 16 Voorbereidende actie — Microkredieten specifiek bedoeld ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 17 Proefproject — Socialezekerheidskaart 1,1 p.m. 500000 700000 350000 500000,— 0,— 0 04 03 77 18 Voorbereidende actie — Maatschappelijke solidariteit voor maatschappelijke integratie 1,1 p.m. 750000 p.m. 750000 1500000,— 0,— 0 04 03 77 19 Voorbereidende actie — Steun voor de actieve integratie van kansarme migranten in Europa door het ontwikkelen en testen van lokale centra voor sociale en economische integratie 1,1 p.m. 250000 p.m. 250000 500000,— 0,— 0 04 03 77 20 Proefproject — Gevolgen van verlaging van sociale uitkeringen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 03 77 21 Proefproject — Unietoepassing en dienst voor gebarentaal in realtime 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 395425,26 04 03 77 23 Voorbereidende actie — Reactivate — Programma voor mobiliteit binnen de Unie voor werklozen van 35 jaar en ouder 1,1 2500000 1500000 3000000 1500000 04 03 77 24 Proefproject — Hoogwaardige werkgelegenheid voor intreders op de arbeidsmarkt via ondernemerschap 1,1 p.m. 350000 700000 350000 04 03 77 25 Voorbereidende actie — Kindergarantie / Vaststelling van een Europese kindergarantie en de financiering daarvan 1,1 2000000 1000000 Artikel 04 03 77 — Subtotaal 4500000 4350000 4400000 5950000 2500000,— 4605503,24 105,87 Hoofdstuk 04 03 — Totaal 264640500 214691000 253802800 208080000 249123555,56 204373928,— 95,19 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 450000 300000 452800 350000 444645,03 265016,88 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor voorbereidende vergaderingen van vertegenwoordigers van de Europese vakorganisaties ter vergemakkelijking van hun meningsvorming en om hun standpunten over de ontwikkeling van de beleidslijnen van de Unie nader tot elkaar te kunnen brengen. Dit krediet dient ook ter dekking van de kosten van studies, workshops, conferenties, analysen, evaluaties, publicaties, technische bijstand, de aankoop en het onderhoud van databases en software en de medefinanciering en ondersteuning van maatregelen in verband met de monitoring van de economie, de analyse van gecombineerde maatregelen en de coördinatie van het economische beleid. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 8822000 6365000 8589000 6200000 7506270,77 6903039,14 De doelstelling van deze actie is het bevorderen van de geografische en beroepsmobiliteit (met inbegrip van de coördinatie van socialezekerheidsstelsels) van werknemers in Europa teneinde de belemmeringen voor vrij verkeer voor werknemers weg te nemen en een werkelijke arbeidsmarkt op Europees niveau tot stand te brengen. Zij kan ook worden gebruikt ter ondersteuning van de integratie van legale arbeidsmigranten, waaronder uit derde landen, op de Europese arbeidsmarkt. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de analyse met het oog op het wegnemen van de genderspecifieke belemmeringen voor beroepsmobiliteit en van genderspecifieke risico's. Dit krediet is bedoeld ter dekking van acties ter ondersteuning van het toezicht op de naleving van de Uniewetgeving, door het financieren van een netwerk van deskundigen inzake vrij verkeer van werknemers en sociale zekerheid dat regelmatig verslag uitbrengt over de tenuitvoerlegging van rechtshandelingen van de Unie in de lidstaten en op Unieniveau, en de belangrijkste trends in wetgeving van de lidstaten analyseert ten aanzien van het vrije verkeer van werknemers en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Dit krediet is eveneens bedoeld ter dekking van acties ter ondersteuning van de governance van rechtshandelingen van de Unie door vergaderingen van de comités, bewustmakingsacties en tenuitvoerlegging, en andere specifieke technische bijstand en de ontwikkeling van de EESSI (Electronic exchange of social security information) en de tenuitvoerlegging daarvan. Dit krediet dient ter dekking van met name:
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
analyse en beoordeling van de overheersende tendensen in de wetgeving van de lidstaten betreffende het vrije verkeer van werknemers, en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels, alsmede de financiering van deskundigennetwerken op die gebieden;
analyse van en onderzoek naar nieuwe beleidsontwikkelingen op het gebied van het vrije verkeer van werknemers, bijvoorbeeld in verband met het aflopen van overgangsperiodes en de modernisering van bepalingen inzake de coördinatie van socialezekerheidsstelsels;
het garanderen van eerlijke mobiliteit door het opzetten van aanvullende informatiecentra,
steun voor het werk van de Administratieve Commissie en haar subgroepen, en follow-up van de genomen besluiten, alsmede steun voor het werk van het Technisch Comité en het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers;
steun voor acties ter voorbereiding van de toepassing van de nieuwe verordeningen inzake sociale zekerheid, waaronder transnationale uitwisselingen van ervaringen en informatie, alsook op nationaal niveau ontwikkelde opleidingsinitiatieven;
financiering van acties die tot doel hebben de dienstverlening aan en de bewustmaking van het publiek te verbeteren, inclusief maatregelen die een inventarisering van de problemen inzake de sociale zekerheid en werkgelegenheid van migrerende werknemers beogen, met inbegrip van de situatie van mensen met onzeker werk en vrouwelijk huishoudelijk of verzorgend personeel, alsmede acties ter versnelling en vereenvoudiging van de administratieve procedures, het op genderbewuste wijze analyseren van de belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers en het gebrek aan coördinatie van socialezekerheidsstelsels en de gevolgen daarvan voor mensen met een handicap, inclusief de aanpassing van administratieve procedures aan de nieuwe informatieverwerkingstechnieken, ter verbetering van de regelingen voor de verwerving van rechten en de vaststelling en de betaling van de uitkeringen die voortvloeien uit Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72, Verordening (EG) nr. 859/2003, alsook Verordening (EG) nr. 883/2004, de uitvoeringsverordening daarvan (Verordening (EG) nr. 987/2009) en Verordening (EU) nr. 1231/2010;
ontwikkeling van informatie en acties om de burgers bewust te maken van hun rechten inzake vrij verkeer van werknemers en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels;
ondersteuning van de elektronische uitwisseling van socialezekerheidsinformatie tussen lidstaten, ter vergemakkelijking van de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 883/2004 en van de verordening tot vaststelling van de wijze van toepassing van die Verordening (EG) nr. 987/2009). Dit omvat ook het onderhoud van de centrale node van het EESSI-systeem, het testen van componenten van het systeem, helpdeskactiviteiten, ondersteuning van de verdere ontwikkeling van het systeem en de opleiding.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 45 en 48. Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2). Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden, zelfstandigen en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 74 van 27.3.1972, blz. 1). Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46). Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en Verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot uitbreiding van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze verordeningen vallen (PB L 344 van 29.12.2010, blz. 1). Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1). Richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten (PB L 128 van 30.4.2014, blz. 1). Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken (PB L 128 van 30.4.2014, blz. 8). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4018500 2660000 4118000 2800000 3701959,89 2024452,61 Het doel van deze activiteit is het bevorderen van betere beleidsreacties in de lidstaten op demografische en sociale uitdagingen door middel van het produceren en verspreiden van vergelijkende informatie in de context van de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, en door het identificeren van toekomstige prioriteiten voor sociaal beleid, met inbegrip van genderspecifieke maatregelen. Dit krediet is bedoeld ter dekking van acties ter bevordering van de ontwikkeling van vergelijkende analyse en de uitwisseling van gezichtspunten en ervaringen op alle relevante niveaus (regionaal, nationaal, Unie en internationaal) met betrekking tot de sociale en demografische situatie, de sociaal-economische trends in de Unie evenals de genderloonkloof en de discriminatie van vrouwen op de werkplek. Dit krediet is eveneens bedoeld ter dekking van de acties ter ondersteuning van een Waarnemingscentrum voor de sociale situatie, de samenwerking op het gebied van relevante activiteiten in de lidstaten en met internationale organisaties, en het beheer van een groep voor technische ondersteuning voor de Europese Alliantie voor het gezin. Dit krediet is bedoeld ter dekking van met name uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Dit krediet is bedoeld ter dekking van met name uitgaven voor verslagen van de Commissie, (waaronder een jaarlijks verslag over de sociale situatie en een tweejaarlijks verslag over demografische veranderingen en de gevolgen daarvan overeenkomstig artikel 159 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)), alsmede verslagen van de Commissie over problemen betreffende de sociale situatie (die kunnen worden verlangd door het Europees Parlement uit hoofde van artikel 161 VWEU). Dit krediet is eveneens bedoeld ter dekking van uitgaven voor analysen ten behoeve van de in het VWEU bedoelde verslagen, alsmede voor de verspreiding van kennis betreffende belangrijke sociale en demografische uitdagingen. Met name kunnen de volgende activiteiten worden nagestreefd, waarbij voldoende rekening moet worden gehouden met het genderaspect:
de analyse van het effect van de vergrijzing van de bevolking in het kader van een samenleving voor alle leeftijden, met betrekking tot ontwikkeling van de behoeften op het gebied van zorg en sociale bescherming, het gedrag en het flankerende beleid, en met inbegrip van onderzoek betreffende ouderen bij minderheden of migranten en de situatie van mantelzorgers;
de analyse van de gevolgen van demografische veranderingen op beleid, maatregelen en programma's van de Unie en de lidstaten, en het formuleren van aanbevelingen voor aanpassingen in het economisch beleid en andere beleidsmaatregelen en -programma's op Unie- en nationaal niveau, teneinde negatieve gevolgen van de vergrijzing te voorkomen;
analyse van de verbanden tussen de gezinnen en de demografische trends;
analyse van de trends inzake armoede, inkomen en verdeling van de rijkdom en de bredere gevolgen daarvan voor de samenleving;
vaststelling van de bestaande verbanden tussen de technologische ontwikkeling (impact op de communicatietechnologieën, de geografische en de beroepsmobiliteit) en de gevolgen voor de gezinnen en de maatschappij in haar geheel;
de analyse van de band tussen handicap en demografische trends, analyse van de sociale situatie van personen met een handicap en hun gezinnen en de behoeften van kinderen met een handicap binnen hun gezinnen en gemeenschappen;
de analyse van de ontwikkeling van de sociale vraag (wat het behoud of de vermeerdering van verworven rechten betreft) zowel ten aanzien van goederen als ten aanzien van diensten, rekening houdend met zowel de nieuwe maatschappelijke uitdagingen als de demografische ontwikkelingen en de verandering van de verhoudingen tussen de generaties;
de ontwikkeling van passende methodologische instrumenten (reeksen sociale indicatoren, simulatietechnieken, gegevensverzameling over beleidsinitiatieven op alle niveaus enz.) om de verslagen over de sociale situatie, sociale bescherming en sociale integratie kwantitatief en wetenschappelijk stevig te onderbouwen;
bewustmaking van en organisatie van debatten over de belangrijke maatschappelijke en demografische uitdagingen, teneinde betere beleidsmaatregelen te bevorderen;
aandacht voor demografische trends, het gezinsleven en het kind bij de uitvoering van het desbetreffende EU-beleid, zoals het vrije verkeer van personen en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 159 en 161. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19263200 17800000 18758200 16500000 17838544,72 17137077,13 Dit krediet dient ter dekking van voorlichtings- en opleidingsactiviteiten ten behoeve van werknemersorganisaties, waaronder de werknemersorganisaties in de kandidaat-lidstaten, voortvloeiend uit maatregelen van de Unie in het kader van de tenuitvoerlegging van de sociale dimensie van de Unie. Deze maatregelen moeten de werknemersorganisaties helpen een bijdrage te leveren aan de aanpak van de overkoepelende uitdagingen voor de werkgelegenheid in Europa en het Europese sociale beleid zoals vastgesteld in de Europa 2020-strategie en de sociale agenda, in de context van de initiatieven van de Unie om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden. Er zal speciale aandacht worden besteed aan opleidingsactiviteiten inzake uitdagingen op het werk op het gebied van gender. Dit krediet dient ter dekking van met name:
ondersteuning van de werkprogramma's van de twee vakbondsinstellingen ETUI (European Trade Union Institute) en EZA (European Centre for Workers' Questions), die zijn opgericht ter bevordering van capaciteitsopbouw door middel van opleiding en onderzoek op Europees niveau om de participatie van werknemersvertegenwoordigers bij het besluitvormingsproces te versterken;
voorlichtings- en opleidingsactiviteiten ten behoeve van werknemersorganisaties, waaronder de werknemersorganisaties in de kandidaat-lidstaten, bij de tenuitvoerlegging van de maatregelen van de Unie in het kader van de sociale dimensie;
maatregelen waarbij vertegenwoordigers van de sociale partners in de kandidaat-lidstaten betrokken zijn, met het specifieke doel de sociale dialoog op het niveau van de Unie te bevorderen. Tevens dient het om de gelijkwaardige deelname van vrouwen en mannen in de besluitvormingsorganen van zowel vakbonden als werkgeversorganisaties te bevorderen.
Sterke en kundige sociale partners zijn nodig voor een betere herstart en het beter functioneren van de sociale dialoog, om het herstel en de versterking van het concurrentievermogen en de eerlijkheid van de sociale markteconomie te ondersteunen. Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens het artikel 154 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend. Overeenkomst gesloten in 1959 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Internationaal Centrum voor informatie betreffende arbeidsveiligheid en -hygiëne van het Internationaal Arbeidsbureau. Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1), en de desbetreffende bijzondere richtlijnen. Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (PB L 113 van 30.4.1992, blz. 19). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 7313000 5372000 7313000 6400000 6401131,90 3467569,57 Dit krediet dient ter financiering van acties, met name :
acties voor een grotere betrokkenheid van werknemers in ondernemingen, om de tenuitvoerlegging te bevorderen van Richtlijn 2009/38/EG betreffende de Europese ondernemingsraden, de Richtlijnen 2001/86/EG en 2003/72/EG betreffende de betrokkenheid van de werknemers in de Europese vennootschap respectievelijk de Europese coöperatieve vennootschap, Richtlijn 2002/14/EG tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap, Richtlijn 98/59/EG inzake collectief ontslag en artikel 16 van Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen;
maatregelen ter versterking van de transnationale samenwerking tussen werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers inzake voorlichting, raadpleging en participatie van werknemers in ondernemingen die in meer dan één lidstaat actief zijn. Korte trainingen voor onderhandelaars en vertegenwoordigers in transnationale informatie-, raadplegings- en participatieorganen kunnen in dit kader worden gefinancierd. Ook de sociale partners uit de kandidaat-lidstaten komen in aanmerking;
maatregelen die het sociale partners mogelijk maken hun rechten en plichten ten aanzien van de inspraak van werknemers uit te oefenen, in het bijzonder in Europese ondernemingsraden en in kmo's, om hen vertrouwd te maken met transnationale bedrijfsovereenkomsten en meer samen te werken op het gebied van de naleving van het Unierecht betreffende de inspraak van werknemers;
maatregelen ter bevordering van de actieve betrokkenheid van werknemers in ondernemingen en ter beoordeling van de bevindingen van de geschiktheidscontrole en de gevolgen ervan voor Uniehandelingen op het gebied van voorlichting en raadpleging van werknemers;
innovatieve acties met betrekking tot de rol van werknemers, met het oog op ondersteuning van het anticiperen op verandering en de preventie en oplossing van geschillen in de context van herstructureringen, fusies, overnames en verplaatsingen bij ondernemingen en groepen van ondernemingen op Unieschaal;
maatregelen ter stimulering van de samenwerking tussen de sociale partners voor de ontwikkeling van de betrokkenheid van werknemers bij het zoeken naar oplossingen voor de gevolgen van de economische crisis, zoals massale ontslagen, of de noodzaak van een overschakeling naar een inclusieve, duurzame en koolstofarme economie;
transnationale uitwisseling van informatie en goede praktijken in aangelegenheden die van belang zijn voor het sociale overleg op bedrijfsniveau.
Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens het artikel 154 en 155 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend. Overeenkomst gesloten in 1959 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Internationaal Centrum voor informatie betreffende arbeidsveiligheid en -hygiëne van het Internationaal Arbeidsbureau. Richtlijn 97/74/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de uitbreiding tot het Verenigd Koninkrijk van Richtlijn 94/45/EG inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 10 van 16.1.1998, blz. 22). Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16). Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16). Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 294 van 10.11.2001, blz. 22). Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29). Richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 207 van 18.8.2003, blz. 25). Richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1). Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Het Europees Jaar voor Actief Ouder Worden en Solidariteit tussen de Generaties had tot doel het algemene bewustzijn van de waarde van actief ouder worden te vergroten, het debat te stimuleren, informatie uit te wisselen en het van elkaar leren tussen lidstaten en belanghebbenden op alle niveaus te ontwikkelen, een kader te bieden voor engagement en concrete actie om de Unie, de lidstaten en de belanghebbenden op alle niveaus in staat te stellen vernieuwende oplossingen, beleidsmaatregelen en langetermijnstrategieën te ontwikkelen door middel van specifieke activiteiten, en specifieke doelstellingen in verband met actief ouder worden en de solidariteit tussen de generaties na te streven, en activiteiten aan te moedigen die helpen discriminatie op grond van leeftijd te bestrijden. Dit krediet diende ter dekking, op het niveau van de Unie, van activiteiten die met de doelstellingen van het Europees Jaar voor Actief Ouder Worden en Solidariteit tussen de Generaties strookten, alsmede ter dekking van de kosten in verband met de organisatie van de afsluitende EU-conferentie door het fungerende voorzitterschap. Een deel van dit krediet diende daarnaast ter dekking van de kosten in verband met de evaluatie van het Europees Jaar voor Actief Ouder Worden en Solidariteit tussen de Generaties. Besluit nr. 940/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2011 betreffende het Europees Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties (2012) (PB L 246 van 23.9.2011, blz. 5). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 16206000 12400000 15775000 12300000 11657597,22 12258075,95 De doelstelling van deze activiteit is de rol van het sociale overleg te versterken en de vaststelling van overeenkomsten en andere gezamenlijke acties tussen de sociale partners op Unieniveau te bevorderen. De gefinancierde acties dienen de organisaties van sociale partners te helpen de horizontale uitdagingen aan te gaan waarmee de Europese werkgelegenheid en het sociale beleid zoals vervat in de Europa 2020-strategie worden geconfronteerd, alsmede om in de context van initiatieven van de Unie de gevolgen van de economische crisis aan te pakken en bij te dragen aan de verbetering en verspreiding van kennis inzake de institutionele en praktische aspecten van arbeidsverhoudingen. Dit krediet strekt er met name toe de volgende activiteiten te omvatten:
studies, raadplegingen, vergaderingen van deskundigen, onderhandelingen, voorlichting, publicaties en andere activiteiten die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van bovengenoemde doelstelling of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
acties van de sociale partners met het oog op de bevordering van het sociale overleg (met inbegrip van competenties van de sociale partners) op sectoraal en intersectoraal niveau;
acties ter bevordering van kennis inzake de institutionele en praktische aspecten van arbeidsverhoudingen in de EU en verspreiding van de resultaten;
maatregelen waarbij vertegenwoordigers van de sociale partners in de kandidaat-lidstaten worden betrokken met het specifieke oogmerk het sociale overleg op het niveau van de Unie te bevorderen. De bedoeling is tevens de gelijke participatie van vrouwen en mannen in de besluitvormingsorganen van zowel vakbonden als werkgeversorganisaties te bevorderen;
acties ter ondersteuning van maatregelen inzake arbeidsverhoudingen die met name gericht zijn op de ontwikkeling van deskundigheid en de uitwisseling van voor de ganse Unie relevante informatie.
Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens de artikelen 154 en 155 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 65000000 41167000 74681600 38850000 71841420,60 28295399,59 De algemene doelstelling van het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is bij te dragen tot de uitvoering van de Europa 2020-strategie en de gerelateerde kerndoelen inzake werkgelegenheid, onderwijs en de bestrijding van armoede, door financiële ondersteuning te verlenen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie. Teneinde de algemene doelstellingen van het EaSI in termen van het bevorderen van een hoog werkgelegenheidsniveau, het garanderen van adequate sociale bescherming, het bestrijden van sociale uitsluiting en armoede, het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te verwezenlijken, zijn de specifieke doelstellingen van de Progress-pijler:
hoogwaardige vergelijkbare analytische kennis ontwikkelen en verspreiden om ervoor te zorgen dat het werkgelegenheids- en sociaal beleid en de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk zijn gebaseerd op betrouwbare gegevens en zijn afgestemd op de behoeften, uitdagingen en omstandigheden in de afzonderlijke lidstaten en de andere deelnemende landen;
doeltreffende en inclusieve informatie-uitwisseling, van elkaar leren en dialoog over het werkgelegenheids- en sociaal beleid en de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk op Europees, nationaal en internationaal niveau bevorderen om de lidstaten en de andere deelnemende landen te helpen bij de ontwikkeling van hun beleid en de uitvoering van de wetgeving van de Unie;
beleidsmakers financiële steun bieden om hervormingen van het sociaal en arbeidsmarktbeleid te bevorderen, de capaciteit van de belangrijkste actoren voor het ontwikkelen en uitvoeren van sociale experimenten vergroten, en de relevante kennis en deskundigheid toegankelijk maken;
Europese en nationale organisaties financiële steun bieden om de uitvoering van het werkgelegenheids- en sociaal beleid en de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk te ontwikkelen, te stimuleren en te ondersteunen;
de bewustwording vergroten, goede werkwijzen uitwisselen, informatie verspreiden en de discussie — ook tussen de sociale partners — over de belangrijkste uitdagingen en beleidskwesties in verband met de arbeidsomstandigheden, gendergelijkheid, de veiligheid en de gezondheid op het werk, het combineren van werk en gezinsleven en de vergrijzende samenleving bevorderen;
stimuleren van het scheppen van nieuwe banen, bevordering van jeugdwerkgelegenheid en bestrijding van armoede door sociale convergentie te versterken, met behulp van een sociaal keurmerk.
Daarnaast kan steun worden verleend voor acties in verband met de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke bepalingen van EaSI, zoals monitoring, evaluatie, verspreiding van resultaten en communicatie. Artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1296/2013 beschrijft de soorten activiteiten die gefinancierd kunnen worden. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Eventuele inkomsten uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan EU-programma’s, die worden opgevoerd onder post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSi) en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 23578000 17753000 22061000 14300000 23024481,86 13417695,85 De algemene doelstelling van het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is bij te dragen tot de uitvoering van de Europa 2020-strategie en de gerelateerde kerndoelen inzake werkgelegenheid, onderwijs en de bestrijding van armoede, door financiële ondersteuning te verlenen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie. EaSI is opgebouwd rond de volgende drie complementaire pijlers: Progress, Eures, en Microfinanciering en sociaal ondernemerschap. Teneinde de algemene doelstellingen van het EaSI te verwezenlijken, met name de geografische mobiliteit van werknemers te bevorderen en arbeidskansen te vergroten door arbeidsmarkten van de Unie te ontwikkelen die open en voor iedereen toegankelijk zijn, zijn de specifieke doelstellingen van de Eures-pijler:
ervoor zorgen dat aanvragen om en aanbiedingen van werk en alle gerelateerde informatie transparant zijn voor werkzoekenden en werkgevers; dit wordt bereikt door deze uit te wisselen en te verspreiden op transnationaal, interregionaal en grensoverschrijdend niveau door middel van standaard-interoperabiliteitsformulieren;
ervoor helpen zorgen dat vacatures en mobiliteitsopties op Europees niveau gelijktijdig met nationale vacatures en werkaanvragen worden aangekondigd en niet alleen nadat plaatselijke of nationale mogelijkheden zijn uitgeput;
diensten voor de aanwerving en plaatsing van werknemers ontwikkelen door het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk op Unie-niveau; dit heeft betrekking op alle fasen van de bemiddeling, van de voorbereiding voor de werving tot steun na plaatsing, met inbegrip van opties voor de ontwikkeling van de talenkennis, met als doel werkzoekenden te helpen succesvol te integreren op de arbeidsmarkt; deze diensten omvatten gerichte mobiliteitsregelingen om vacatures te vervullen waar de arbeidsmarkt tekortkomingen vertoont en/of om bepaalde groepen werknemers zoals jongeren te helpen.
hulp bieden voor ondersteunende activiteiten die op nationaal en grensoverschrijdend niveau door de Eures-partners in grensregio's worden georganiseerd;
initiële scholing en bijscholing van de Eures-adviseurs in de lidstaten;
contacten tussen de Eures-adviseurs en samenwerking tussen de openbare diensten voor arbeidsvoorziening, inclusief die in de kandidaat-lidstaten;
bevordering van de bekendheid van Eures bij ondernemingen en het publiek;
ontwikkeling van specifieke samenwerkings- en dienstenstructuren in de grensgebieden, overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 1612/68;
maatregelen om belemmeringen van de mobiliteit uit de weg te ruimen, met name op het gebied van werkgerelateerde sociale zekerheid.
Dit programma moet ook de selectie en plaatsing van jongeren met een leercontract en stagiairs vereenvoudigen, wat immers cruciaal is voor een vlotte overgang voor jonge mensen van school naar een baan, zoals dat al begonnen is met de voorbereidende actie Je eerste Eures-baan, dat een vervolg heeft gekregen in het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (YEI). Bedrijven, met name kmo's, zullen worden aangemoedigd om meer jongeren aan te nemen, met name door middel van financiële steun. Doelgroepen:
jongeren tot 30 jaar, ongeacht hun kwalificaties en werkervaring, aangezien de regeling niet enkel is bedoeld voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt;
alle wettelijk gevestigde bedrijven, met name kmo's, om hen te helpen de kosten van internationale aanwervingen te drukken, die met name kleinere bedrijven treffen.
Banen die voor subsidie uit hoofde van dit onderdeel van het programma in aanmerking komen, zullen stageplaatsen voor jongeren, eerste werkervaringen of gespecialiseerde banen omvatten. De regeling is niet bedoeld ter ondersteuning van vervanging van werkgelegenheid en onzeker werk, en is in geen geval in strijd met de nationale arbeidsregelgeving. Om in aanmerking te komen voor financiering, moeten de banen eveneens voldoen aan de volgende criteria:
ze moeten gevestigd zijn in een land dat lid is van Eures en dat niet het land van oorsprong is van de jonge werkzoekende (transnationale vacatures);
de duur van het contract bedraagt minimaal zes maanden.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Daarnaast kan steun worden verleend voor acties in verband met de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke bepalingen van EaSI, zoals monitoring, evaluatie, verspreiding van resultaten en communicatie. Artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1296/2013 beschrijft de soorten activiteiten die gefinancierd kunnen worden. Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257 van 19.10.1968, blz. 2). Beschikking 2003/8/EG van de Commissie van 23 december 2002 tot uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk (PB L 5 van 10.1.2003, blz. 16). Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSi) en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 43465800 27500000 25624200 17000000 31427570,48 9975125,43 De algemene doelstelling van het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is bij te dragen tot de uitvoering van de Europa 2020-strategie en de gerelateerde kerndoelen inzake werkgelegenheid, onderwijs en de bestrijding van armoede, door financiële ondersteuning te verlenen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie. EaSI is opgebouwd rond de volgende drie complementaire pijlers: Progress, Eures, en Microfinanciering en sociaal ondernemerschap. Teneinde de algemene doelstellingen van het EaSI te verwezenlijken, met name de werkgelegenheid en sociale integratie te bevorderen door het verbeteren van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van microfinanciering voor kwetsbare groepen en micro-ondernemingen en door het verbeteren van de toegang tot financiering voor sociale ondernemingen, zijn de specifieke doelstellingen van de pijler Microfinanciering en sociaal ondernemerschap:
de toegang tot en beschikbaarheid van microfinanciering verbeteren voor personen die hun baan verloren hebben of dreigen te verliezen of die moeilijk toegang krijgen tot of kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt, alsook personen die met sociale uitsluiting worden bedreigd of kwetsbare personen, waaronder vrouwen die een loopbaan als ondernemer willen starten, die qua toegang tot de traditionele kredietmarkt in een nadelige positie verkeren en die hun eigen micro-onderneming wensen op te richten of uit te breiden; en ook voor bestaande micro-ondernemingen, met name die waar dergelijke personen in dienst zijn;
de institutionele capaciteit van microkredietverstrekkers opbouwen;
de ontwikkeling van sociale ondernemingen ondersteunen.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Eventuele inkomsten uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan EU-programma’s, die worden opgevoerd onder post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Terugbetalingen van financiële instrumenten uit hoofde van artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement, met inbegrip van terugbetaling van kapitaal, vrijgegeven garanties, en terugbetaling van de hoofdsom van leningen, die aan de Commissie worden terugbetaald en worden opgevoerd in post 6 3 4 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding zijn tot verstrekking van aanvullende kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder i), van het Financieel Reglement. Een deel van de kredieten is bestemd voor het verlenen van ondersteuning van en technische bijstand aan ontvangers van microfinanciering. Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSi) en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 20364000 20364000 20360000 20360000 20371000,— 20371000,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven voor het werkprogramma (titel 3). Eurofound stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen beleidsuitgaven en administratieve uitgaven. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 20371000 EUR. Een bedrag van 7000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 20364000 EUR. Een deel van dit krediet dient ter dekking van studies betreffende werkomstandigheden en arbeidsverhoudingen ter ondersteuning van beleidsmaatregelen voor meer en betere banen, duurzamer werk en een sterkere sociale dialoog in Europa. Een ander deel van dit krediet dient ter dekking van studies en toekomstgericht onderzoek betreffende arbeidsmarkten, met name het opvolgen van en anticiperen op structurele veranderingen, de impact ervan op de werkgelegenheid en het beheer van de gevolgen. Het krediet dient ook ter dekking van onderzoek en het verzamelen van informatie over de levensomstandigheden en -kwaliteit, met bijzondere aandacht voor sociaal beleid en de rol die openbare diensten spelen bij het verbeteren van de levenskwaliteit. Onderzoek naar de combinatie van werk en privéleven, met speciale nadruk op de situatie van vrouwen, alsook de bestrijding van onzekere banen, waar vrouwen oververtegenwoordigd zijn, moeten tevens worden gedekt door dit krediet. Ten slotte zal dit krediet ook worden gebruikt voor de analyse van de impact van de digitalisering op elk van de bovengenoemde gebieden alsook voor studies die bijdragen aan beleidsmaatregelen gericht op opwaartse convergentie in de Unie. De personeelsformatie van de Stichting is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14514000 14514000 14663000 14663000 14965660,— 14732995,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven voor het werkprogramma (titel 3). Het Agentschap stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Het Agentschap streeft ernaar aan de instellingen van de Unie, de lidstaten en de belanghebbende partijen technische, wetenschappelijke en economische informatie te verstrekken die nuttig is op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk. Er zal speciale aandacht worden besteed aan de genderaspecten op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 14679000 EUR. Een bedrag van 165000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 14514000 EUR. Dit krediet is bestemd voor acties die nodig zijn om de in Verordening (EG) nr. 2062/94 vastgestelde taken van het Agentschap uit te voeren, met name:
anticiperende en voorlichtingsacties met bijzondere aandacht voor de kmo's;
de werking van de Europese waarnemingspost voor risico's op basis van voorbeelden van goede praktijken in ondernemingen of specifieke sectoren;
de voorbereiding en de verstrekking van passende instrumenten waarmee kleinere ondernemingen de gezondheid en de veiligheid op het werk kunnen beheren;
de werking van het netwerk, bestaande uit de belangrijkste samenstellende elementen van de nationale informatienetwerken, waaronder de organisaties van de nationale sociale partners, overeenkomstig de nationale wetgeving en/of gebruiken, alsook de nationale steunpunten;
de organisatie van uitwisseling van ervaringen, informatie en goede praktijkvoorbeelden, onder meer in samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie en andere internationale organisaties;
de integratie van de kandidaat-lidstaten in deze informatienetwerken en de ontwikkeling van aan hun specifieke situatie aangepaste instrumenten;
de organisatie en het beheer van de Europese campagnes voor gezondheid op de werkplek en van de Europese week over Gezondheid en Veiligheid, waarbij de nadruk wordt gelegd op specifieke risico's en behoeften van gebruikers en eindbegunstigden.
De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17375000 17375000 17051000 17051000 17224000,— 17000000,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Centrum, alsook van beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma. Het Centrum stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen huishoudelijke en beleidsuitgaven. Indien het Centrum hierom verzoekt, stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke overschrijving tussen administratieve en beleidskredieten. De personeelsformatie van het Centrum is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 17434000 EUR. Een bedrag van 59000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 17375000 EUR. Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19771000 19771000 19956000 19956000 20143234,16 20143234,16 Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van de Stichting (titels 1 en 2), alsook van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het dient eveneens ter dekking van de steun voor partnerlanden in het Middellandse Zeegebied voor hervorming van hun arbeidsmarkten en hun beroepsopleidingsstelsels, en voor de bevordering van de sociale dialoog en de ondersteuning van het ondernemerschap. De Stichting stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. De personeelsformatie van de Stichting is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 20144000 EUR. Een bedrag van 373000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 19771000 EUR. Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 5000000 p.m. 11400000 0,— 15915128,14 Dit krediet dient ter dekking van eerdere vastleggingen in het kader van het communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (Progress). Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Eventuele ontvangsten uit bijdragen van kandidaat-lidstaten of eventuele potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan voor deelname aan programma's van de Unie, die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het openen van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 1672/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress (PB L 315 van 15.11.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 p.m. 2000000 0,— 4944171,88 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van oud artikel 04 03 04. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257 van 19.10.1968, blz. 2). Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1). Beschikking 2003/8/EG van de Commissie van 23 december 2002 tot uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk (PB L 5 van 10.1.2003, blz. 16). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1700000 p.m. 2000000 76038,93 12918443,43 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van oude artikelen 04 04 07, 04 04 12 en 04 04 15. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit van de Raad van 9 juli 1957 betreffende het mandaat en het reglement van orde van het Permanent Orgaan voor de veiligheid in de steenkolenmijnen (PB 28 van 31.8.1957, blz. 487/57). Besluit 74/325/EEG van de Raad van 27 juni 1974 betreffende de oprichting van een Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats (PB L 185 van 9.7.1974, blz. 15). Besluit 74/326/EEG van de Raad van 27 juni 1974 houdende uitbreiding van de bevoegdheden van het Permanent Orgaan voor de veiligheid en de gezondheidsvoorwaarden in de steenkolenmijnen tot alle winningsindustrieën (PB L 185 van 9.7.1974, blz. 18). Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1), en de bijzondere richtlijnen in de zin van deze richtlijn. Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (PB L 113 van 30.4.1992, blz. 19). Besluit 98/171/EG van de Raad van 23 februari 1998 betreffende communautaire activiteiten ter zake van analyse, onderzoek en samenwerking op het gebied van de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt (PB L 63 van 4.3.1998, blz. 26). Besluit 2000/750/EG van de Raad van 27 november 2000 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006) (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 23). Besluit nr. 50/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2001 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter aanmoediging van samenwerking tussen lidstaten bij de bestrijding van sociale uitsluiting (PB L 10 van 12.1.2002, blz. 1). Besluit nr. 1145/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 inzake communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van de werkgelegenheid (PB L 170 van 29.6.2002, blz. 1). Besluit van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats (PB C 218 van 13.9.2003, blz. 1). Beschikking nr. 1554/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 tot wijziging van Beschikking 2001/51/EG van de Raad betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen en Besluit nr. 848/2004/EG tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van organisaties die op Europees niveau op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen actief zijn (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 9). Besluit nr. 1098/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (2010) (PB L 298 van 7.11.2008, blz. 20). Besluit nr. 283/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 87 van 7.4.2010, blz. 1). Overeenkomst gesloten in 1959 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Internationaal Centrum voor informatie betreffende arbeidsveiligheid en -hygiëne van het Internationaal Arbeidsbureau. Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens de artikelen 151, 153 en 156 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 499665,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 11148,35 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 750000 0,— 621958,03 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 898116,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 49897,47 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 1207886,94 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 737544,19 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1000000 0,— 183862,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 700000 350000 500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 750000 p.m. 750000 1500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze nieuwe voorbereidende actie dient om de capaciteit te vergroten van nationale minimuminkomennetwerken voor het ontwikkelen van een strategie ter uitvoering van de aanbevelingen die het proefproject heeft opgeleverd, en de koppeling met het Europa 2020-strategie te versterken door de uitvoering van de relevante landenspecifieke aanbevelingen te volgen; de bewustwording inzake minimum inkomensstelsels te vergroten, met nadruk op dekking, toereikendheid en benutting; actoren op Unieniveau in te zetten door middel van een voortgezette dialoog over inkomensstelsels; de gezamenlijke methodologie voor referentiebegrotingen te bevorderen (in voorbereiding als onderdeel van een ander proefproject Netwerk referentiebegrotingen) op lokaal, nationaal en niveau van de Unie, om de toereikendheid van minimum inkomenssteun te waarborgen. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 250000 p.m. 250000 500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze voorbereidende actie dient om een bijdrage te leveren aan het algemene Uniebeleid inzake de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, met name onder kansarme groepen, zoals migranten. De actie vormt in het bijzonder een aanvulling op de mededelingen van de Commissie getiteld het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting: een Europees kader voor sociale en territoriale samenhang (COM(2010) 758 final) en Naar sociale investering voor groei en cohesie — inclusief de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds 2014-2020 (COM(2013) 83 final), alsmede op de Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470). Doel Deze voorbereidende actie dient om een bijdrage te leveren aan het welzijn en de volledige sociale en economische integratie van migranten in Europa (zowel Europese ingezetenen als onderdanen van derde landen), met name degenen die zich in uiterst moeilijke sociale en economische situaties bevinden (werkloosheid, herhaalde uitsluiting, gezondheidsproblemen, verslavingen en andere vormen van marginalisering) door het ontwikkelen en testen van proefcentra voor integratie in lidstaten met uiteenlopende sociale zekerheidsstelsels en arbeidsmarktstructuren. Deze centra zullen deel uitmaken van het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting en zullen gericht zijn op het versterken van de vaardigheden en capaciteiten van migranten, om ze beter in staat te stellen volledig deel te nemen aan het arbeids- en sociale leven, door middel van het leveren van een geïntegreerd pakket activiteiten en diensten. Te financieren acties/maatregelen De maatregelen omvatten onder meer het volgende:
De oprichting van proefcentra voor sociale integratie, die:
zullen worden gevestigd in stedelijke en plattelandsgebieden met ernstige problemen op integratiegebied, in lidstaten gekozen in samenwerking met lokale sociale, openbare en economische belanghebbende partijen,
werkshops en voltijds beroepsopleidingen, job coaching en stageplaatsen zullen aanbieden op gebieden die aansluiten bij de behoeften van plaatselijke gemeenschappen, zoals zorgverlening, groenvoorziening, professionele schoonmaakdiensten, bouwactiviteiten en andere diensten,
een eenloketfunctie zullen vervullen voor kansarme migranten die behoefte hebben aan ondersteuning inzake alle juridische en maatschappelijke aspecten (sociale hulp, advies op arbeidsmarktgebied, financiële stimulansen),
gunstige omgevingen en lokale partnerschappen zullen bieden voor de ontwikkeling van sociaal ondernemerschap.
Deze proefcentra zullen bijstaan met het testen van geschikte voorwaarden voor de latere opzet van lokale centra voor sociale en economische integratie in alle lidstaten, als onderdeel van het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting. Deze lokale centra zullen een tweeledig doel hebben: 1) het aanmoedigen en in staat stellen van migranten om hun kansen van hernieuwde deelname aan de economie en voor volledige integratie in de ontvangende gemeenschappen en samenleving te vergroten, en 2) het helpen van lokale autoriteiten, sociale partners en maatschappelijke organisaties om barrières te slechten, de mobiliteit te vergroten en de sociale en economische integratie van kansarme migranten te bevorderen. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 395425,26 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2500000 1500000 3000000 1500000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De arbeidsmobiliteit in de Unie is laag, ook al wordt dit over het algemeen niet zo ervaren. Binnen en tussen landen heerst hoge werkloosheid en lage arbeidsmobiliteit. Tegelijkertijd bestaat er in sommige landen en regio's een tekort aan vaardigheden en arbeidskrachten. Goed functionerende arbeidsmarkten zijn belangrijk om schokken te kunnen opvangen, middelen zo goed mogelijk in te kunnen zetten en mogelijke tekorten aan arbeidskrachten als gevolg van veroudering te kunnen aanpakken. Mobiliteit binnen de Unie kan in principe bijdragen aan het verhelpen van een gebrek aan arbeidskrachten en het wegwerken van onevenwichtigheden. De mobiliteit van werknemers in de leeftijdsgroep van 35 jaar en ouder wordt ernstig belemmerd. Daarom moet speciaal op deze groep toegesneden financiële en/of andere steun worden getest. Reactivate is een mobiliteitsprogramma voor stages en werken op proef voor volwassenen in een andere lidstaat, voor een periode van 6 tot 12 maanden. Het is gericht op werklozen, ook langdurig werklozen, in de leeftijdsgroep van 35 jaar en ouder. Deze leeftijdsgroep vertegenwoordigt over het algemeen een bevolkingsgroep met hoge vaardigheden dankzij een lange werkervaring, waar dit programma op inspeelt. Gezien het hoge aantal langdurig werklozen is Reactivate gericht op het leveren van specifiek op deze groep gerichte steun. Ook dient Reactivate voor het testen van maatregelen om werkgevers op dit vlak te activeren en financiële en/of andere steun te bieden aan werkgevers, om hen te stimuleren tot het aanbieden van werkmogelijkheden aan werklozen uit andere lidstaten. Reactivate is opgezet als uitbreiding van het succesvolle programma Je eerste Eures-baan, met gelijksoortige mogelijkheden voor werklozen (met name langdurig) van 35 jaar en ouder. Dit project kan voortbouwen op Je eerste Eures-baan als deugdelijk platform voor het organiseren van verhuizingen. Reactivate biedt werklozen, ook langdurig werklozen, in deze leeftijdsgroep een uitgelezen kans om uiteenlopende kennis en ervaring op te doen, nieuwe talen te leren en inzicht te krijgen in de Europese interne markt. Al deze voordelen bevorderen een sterkere Europese identiteit en verscheidenheid, waarbij de arbeidsmobiliteit wordt vergroot en de werkgelegenheid wordt gestimuleerd. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 350000 700000 350000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het doel van dit proefproject is na te gaan of de initiatieven voor jonge ondernemers doeltreffend zijn om op de lange termijn hoogwaardige werkgelegenheid te creëren, met name onder jongeren. Het proefproject heeft raakvlakken met prioriteiten van de Commissie werkgelegenheid van het Europees Parlement, zoals werkloosheid onder jongeren, ondernemerschap voor jongeren, de jongerengarantie en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief. De volgende acties en maatregelen worden gefinancierd: monitoring van ondernemers in Europa en nagaan welke invloed het huidige beleid heeft op het creëren van hoogwaardige werkgelegenheid voor intreders op de arbeidsmarkt. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2000000 1000000 Ongelijkheden worden gezien als een oorzaak van macro-economische destabilisatie en lagere groei. In dat verband kunnen Europese en nationale acties ter vermindering van ongelijkheden waar kinderen mee te maken hebben gezien worden als langetermijnbeleid gericht op macro-economische stabilisatie en groei. Het creëren van kansen kan de economie versterken en de levensomstandigheden verbeteren. De bestrijding van armoede en sociale uitsluiting is een van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, waarbij ernaar wordt gestreefd het aantal mensen dat in armoede leeft of dreigt te leven en het slachtoffer is van sociale uitsluiting of dreigt te worden met minstens 20 miljoen mensen te verlagen. Tussen 2008 en 2014 is echter het aantal mensen dat kans loopt op armoede of sociale uitsluiting in de EU27 gestegen van 116 tot 121 miljoen, waardoor elke vierde inwoner van de EU27 nu kans loopt op armoede of sociale uitsluiting. Binnen deze groep is de armoede onder kinderen bijzonder alarmerend. In 2014 liepen 26 miljoen kinderen in de Unie kans op armoede en leden meer dan negen miljoen kinderen ernstige materiële ontberingen. Als er geen maatregelen worden genomen om deze situatie te veranderen, lopen ze een groter risico om vast te lopen in het onderwijs (EU2020-doelstelling inzake onderwijs) en ondervinden ze meer problemen bij het betreden van de arbeidsmarkt (EU2020-doelstelling inzake werkgelegenheid). De kindergarantie is een geïntegreerde benadering voor de aanpak van armoede onder kinderen, gericht op volledige uitvoering van de aanbeveling van de Commissie Investeren in kinderen, om te waarborgen dat elk kind in Europa dat kans loopt op armoede (waaronder vluchtelingen) toegang heeft tot gratis gezondheidszorg, onderwijs en kinderopvang, behoorlijke huisvesting en toereikende voeding. Door Europese en nationale acties op deze vijf gebieden kan ervoor worden gezorgd dat de levensomstandigheden, kansen en langetermijnperspectieven voor miljoenen kinderen in Europa aanzienlijk verbeteren. De kindergarantie is een belangrijke horizontale beleidsmaatregel en moet worden gezien als investering in de stabiliteit en de welvaart van de Unie, die nodig is om het groeipotentieel van de Unie te behouden. Om de kindergarantie als succesvol instrument voor de bestrijding van kinderarmoede te kunnen laten functioneren moet financiële steun van de Unie worden toegewezen om een gecoördineerde inspanning in samenwerking met de lidstaten te waarborgen, gericht op gezamenlijke doelstellingen met bindende indicatoren. De voorbereidende actie dient voor het definiëren van het uitvoeringskader van de kindergarantie, door middel van:
1. het vaststellen van vergelijkende meetbare criteria voor de toekenning van middelen overeenkomstig de aanbeveling van de Commissie Investeren in kinderen;
2. het evalueren van bestaande nationale en Unie-acties voor de aanpak van multidimensionale aspecten van kinderarmoede, en het in kaart brengen van beste praktijken;
3. het formuleren van de typologie van te financieren programma's;
4. het vaststellen van financieringsregelingen voor het fonds, en
5. het vaststellen van beheersmechanismen, waaronder monitoring en evaluatie.
Dit zal worden bereikt door middel van onafhankelijk onderzoek, overleg met partners, zoals overheidsinstellingen, ngo's, de academische wereld, de particuliere sector en het Europees netwerk van kinderombudsmannen en technische workshops. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). EUROPEES FONDS VOOR AANPASSING AAN DE GLOBALISERING (EFG) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 04EUROPEES FONDS VOOR AANPASSING AAN DE GLOBALISERING (EFG) 04 04 01 EFG— Ter ondersteuning van werknemers en zelfstandigen die door de globalisering werkloos zijn geworden 9 p.m. 25000000 p.m. 30000000 48651286,— 48651286,— 194,61 04 04 51 Voltooiing van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) (2007-2013) 9 p.m. p.m. p.m. p.m. 29634512,— 29634512,— Hoofdstuk 04 04 — Totaal p.m. 25000000 p.m. 30000000 78285798,— 78285798,— 313,14 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 25000000 p.m. 30000000 48651286,— 48651286,— Dit krediet dient ter dekking van het EFG teneinde de Unie de mogelijkheid te bieden solidariteit te betonen met en steun te verlenen aan werknemers en zelfstandigen die werkloos zijn geworden als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, als gevolg van het voortduren van de wereldwijde financiële en economische crisis, een bij Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26) ingevoerd criterium, of als gevolg van een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, alsook om financiële steun te verlenen voor hun snelle en duurzame terugkeer op de arbeidsmarkt. De acties van het EFG moeten complementair zijn met die van het Europees Sociaal Fonds; dubbele financiering uit deze instrumenten is niet toegestaan. Acties en maatregelen die door het EFG worden gesteund, moeten tot doel hebben zo veel mogelijk deelnemers zo snel mogelijk duurzaam werk te laten vinden vóór de inleverdatum van het eindverslag. De regels voor de opvoering van de kredieten in deze reserve en de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG zijn vastgesteld in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855), met name artikel 1. Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 29634512,— 29634512,— Dit krediet dient ter dekking van het EFG, om de Unie in staat te stellen in de tijd beperkte en gerichte steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisatie veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, in gevallen waarin dergelijke ontslagen een zeer negatieve impact hebben op de regionale of plaatselijke economie. Het dient ter dekking van alle aanvragen die tot en met 31 december 2013 werden ingediend. Voor aanvragen die tussen 1 mei 2009 en 31 december 2011 werden ingediend, kan het ook worden gebruikt voor de verlening van steun aan werknemers die zijn ontslagen ten gevolge van de wereldwijde financiële en economische crisis. De acties van het EFG moeten complementair zijn met die van het Europees Sociaal Fonds. Dubbele financiering uit deze instrumenten is niet toegestaan. De regels voor de opvoering van de kredieten in deze reserve en de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG zijn vastgesteld in punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 406 van 30.12 2006, blz. 1). Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN ONTWIKKELING VAN HET MENSELIJK POTENTIEEL Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 05INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN ONTWIKKELING VAN HET MENSELIJK POTENTIEEL 04 05 01Steun voor Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 04 05 01 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 01 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 04 05 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 02Steun voor IJsland 04 05 02 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 02 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 04 05 02 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 03Steun voor Turkije 04 05 03 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 03 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 04 05 03 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 04 05 51 Voltooiing van acties (van voor 2014) — Instrument voor pretoetredingssteun — Ontwikkeling van het menselijk potentieel 4 p.m. 50000000 p.m. 65000000 0,— 64547800,— 129,10 Hoofdstuk 04 05 — Totaal p.m. 50000000 p.m. 65000000 0,— 64547800,— 129,10 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet in de Westelijke Balkan gebruikt worden voor de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in de Westelijke Balkan:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet worden gebruikt voor de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen in IJsland:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in IJsland:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet worden gebruikt voor de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen in Turkije:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in Turkije:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 50000000 p.m. 65000000 0,— 64547800,— Dit krediet dient ter dekking van de afwikkeling van vastleggingen van vóór 2014. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006, als gewijzigd bij punt 7 van bijlage III, bij het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grotere projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd onder Verordening (EG) nr. 1085/2006 en waarvan de uitvoering nog niet voltooid is op die datum, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd onder Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van Verordening (EG) nr.°1085/2006 genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). FONDS VOOR EUROPESE HULP AAN DE MEEST BEHOEFTIGEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 04 06FONDS VOOR EUROPESE HULP AAN DE MEEST BEHOEFTIGEN 04 06 01 Bevordering van sociale samenhang en verlichting van de ergste vormen van armoede in de Unie 1,2 544386912 440000000 533712658 460000000 535451601,— 45438842,19 10,33 04 06 02 Operationele technische bijstand 1,2 1440000 1000000 1440000 1000000 889710,— 1500,37 0,15 Hoofdstuk 04 06 — Totaal 545826912 441000000 535152658 461000000 536341311,— 45440342,56 10,30 Artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geeft de doelstelling van de Unie van economische, sociale en territoriale samenhang aan, en artikel 175 zet de rol van de structuurfondsen bij de verwezenlijking van deze doelstelling uiteen en voorziet in de mogelijkheid van vaststelling van specifieke maatregelen buiten de structuurfondsen om. Artikel 80 van het Financieel Reglement voorziet in financiële correcties in geval van uitgaven die in strijd met de geldende wettelijke bepalingen zijn gedaan. De artikelen 56 en 57 van Verordening (EU) nr. 223/2014 betreffende de criteria voor financiële correcties door de Commissie voorzien in specifieke regels voor op het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) toe te passen financiële correcties. Ontvangsten uit op die basis verrichte financiële correcties worden opgenomen in post 6 5 0 0 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement. Artikel 177 van het Financieel Reglement stelt de voorwaarden vast voor gehele of gedeeltelijke terugbetaling van voorfinancieringen betreffende een bepaalde interventie. Artikel 44 van de FEAD-verordening voorziet in specifieke regels voor de terugbetaling van voorfinanciering die op het FEAD van toepassing zijn. Terugbetaalde voorfinancieringsbedragen vormen interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement en worden opgenomen in post 6 1 5 0 of 6 1 5 7. In artikel 19 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de herziening van het meerjarig financieel kader om de toegewezen bedragen die in 2014 niet zijn gebruikt over te dragen naar daaropvolgende jaren, boven de vastgestelde uitgavenmaxima, indien na 1 januari 2014 nieuwe regels of programma's worden vastgesteld. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 174 en 175. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, leden 3 en 4, en de artikelen 80 en 177. Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 544386912 440000000 533712658 460000000 535451601,— 45438842,19 Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) vervangt de regeling voor de voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie, die eind 2013 afliep. Met het oog op de continuïteit tussen de twee programma's zullen de uitgaven in aanmerking komen voor steun uit een operationeel programma van het FEAD indien deze door een begunstigde zijn gedaan en tussen 1 december 2013 en 31 december 2023 werden betaald. Het FEAD bevordert de sociale samenhang, versterkt de sociale inclusie en draagt daarmee uiteindelijk bij aan de uitbanning van de armoede in de Unie doordat het een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie om ten minste 20 miljoen minder mensen bloot te stellen aan het risico op armoede en sociale uitsluiting, en vormt een aanvulling op de structuurfondsen. Aangezien vrouwen meer kans lopen op armoede of sociale uitsluiting dan mannen, volgt het FEAD een genderbewuste aanpak, door de maatregelen af te stemmen op de verschillende groepen die aan het risico op armoede en sociale uitsluiting zijn blootgesteld, met inbegrip van vrouwen en ouderen. Het FEAD draagt bij tot de verwezenlijking van het specifieke doel van verlichting en uitroeiing van de ergste vormen van armoede door het verstrekken van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen: voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand en sociale-inclusieactiviteiten die gericht zijn op de sociale integratie van de meest behoeftigen. Dit doel en de resultaten van de uitvoering van het Fonds worden kwalitatief en kwantitatief beoordeeld. Het FEAD wordt gebruikt ter aanvulling, en niet ter vervanging of afzwakking, van nationale beleidsmaatregelen op het gebied van armoedebestrijding en sociale re-integratie, die de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven. Voor vastlegging in de begroting voor de periode 2014-2020 is voor het Fonds een bedrag van 3395684880 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2011, beschikbaar. Armoede is een probleem met vele dimensies en de aanpak ervan moet een van onze hoofddoelen worden. Er moet in alle strategieën grotere nadruk worden gelegd op armoede, aangezien armoede een complex probleem is met vele oorzaken. Het heeft niet alleen uitwerking in het heden, maar ook verstrekkende gevolgen voor de toekomst. Mensen die in armoede leven, met name kinderen, lopen een groter risico later in hun leven te mislukken en van de maatschappij te worden uitgesloten. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1440000 1000000 1440000 1000000 889710,— 1500,37 Dit krediet dient ter dekking van de technische bijstand als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 223/2014. Technische bijstand omvat maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, audit, informatieverstrekking, controle en evaluatie die voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 223/2014 nodig zijn alsook activiteiten overeenkomstig artikel 10 van die verordening. Dit krediet dient in het bijzonder ter dekking van:
de kosten van activiteiten met partnerorganisaties en belanghebbenden in de lidstaten (zoals opleidingen, vergaderingen, conferenties, netwerk van deskundigen, werkgroepen);
uitgaven voor informatieverstrekking en publicaties;
uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie;
contracten voor de levering van diensten en studies;
subsidies;
audit-, controle- en evaluatieactiviteiten.
Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 135331385 135331385 134218823 134218823 134339307,12 134339307,12 05 02 VERBETERING VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE LANDBOUWSECTOR DOOR INTERVENTIES OP DE LANDBOUWMARKTEN 2806800000 2766337000 2703000000 2691337221 2666887140,44 2666485413,02 05 03 RECHTSTREEKSE BETALINGEN OM BIJ TE DRAGEN TOT DE LANDBOUWINKOMENS, DE VARIABILITEIT DAARVAN TE BEPERKEN EN AAN MILIEU- EN KLIMAATDOELSTELLINGEN TE VOLDOEN 39661700000 39661700000 39445708157 39445708157 42168038032,66 42168038032,66 05 04 PLATTELANDSONTWIKKELING 14355548697 11201022443 18671922495 11742025443 20132767010,52 11788335585,15 05 05 INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN (IPA) — LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 199000000 89970000 112000000 425400000 168000000,— 201901687,16 05 06 INTERNATIONALE ASPECTEN VAN HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 8285849 8285849 6966518 6966518 3888819,03 3888819,03 05 07 AUDIT VAN UIT HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) GEFINANCIERDE LANDBOUWUITGAVEN 85279139 83900515 58630000 58630000 58489913,58 58489913,58 05 08 BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 48810940 41944954 34183167 41555618 52116609,62 49414025,54 05 09 HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE MET BETREKKING TOT LANDBOUW 237123857 121648169 214205269 79277928 107439656,11 22417361,56 Titel 05 — Totaal 57537879867 54110140315 61380834429 54625119708 65491966489,08 57093310144,82 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 05 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 05 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor het beleidsterrein Landbouw en plattelandsontwikkeling 5,2 100777140 100493451 102138232,83 101,35 05 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Landbouw en plattelandsontwikkeling 05 01 02 01 Extern personeel 5,2 3419215 3395913 3656689,81 106,95 05 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 6490597 6692410 6662693,46 102,65 Artikel 05 01 02 — Subtotaal 9909812 10088323 10319383,27 104,13 05 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Landbouw en plattelandsontwikkeling 5,2 6292864 6413600 7017356,99 111,51 05 01 04Ondersteunende uitgaven voor maatregelen en programma's op het beleidsterrein Landbouw en plattelandsontwikkeling 05 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) — Niet-operationele technische bijstand 2 7682000 8116124 7985026,16 103,94 05 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor pretoetredingssteun op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling (IPA) 4 459960 552600 393181,24 85,48 05 01 04 04 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) — Niet-operationele technische bijstand 2 4910000 4368000 4128265,86 84,08 Artikel 05 01 04 — Subtotaal 13051960 13036724 12506473,26 95,82 05 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het beleidsterrein Landbouw en plattelandsontwikkeling 05 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 1535400 1483475 1314634,— 85,62 05 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 433545 424210 330437,— 76,22 05 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 830664 830664 546789,77 65,83 Artikel 05 01 05 — Subtotaal 2799609 2738349 2191860,77 78,29 05 01 06Uitvoerende agentschappen 05 01 06 01 Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding — Bijdrage van het programma ter bevordering van de afzet van landbouwproducten 2 2500000 1448376 166000,— 6,64 Artikel 05 01 06 — Subtotaal 2500000 1448376 166000,— 6,64 Hoofdstuk 05 01 — Totaal 135331385 134218823 134339307,12 99,27 De volgende rechtsgrond geldt voor alle artikelen/posten van dit hoofdstuk, tenzij anders bepaald. Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100777140 100493451 102138232,83 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3419215 3395913 3656689,81 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6490597 6692410 6662693,46 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6292864 6413600 7017356,99 Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 870/2004 van de Raad van 24 april 2004 tot vaststelling van een communautair programma inzake de instandhouding, de karakterisering, de verzameling en het gebruik van genetische hulpbronnen in de landbouw en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1467/94 (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 18). Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487). Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608). Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671). Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7682000 8116124 7985026,16 Dit krediet dient ter dekking van de maatregelen betreffende voorbereiding, monitoring, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en controle die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en met name de maatregelen die zijn opgesomd in artikel 6, onder a), d), e) en f), van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Hieronder vallen uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die direct verband houden met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma inzake genetische hulpbronnen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 870/2004. Dit krediet dient eveneens voor de financiering van de kosten van het bemiddelingsorgaan in het kader van de goedkeuring van de rekeningen in de context van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (uren, materiaal, reiskosten, vergaderingen). Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 459960 552600 393181,24 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand (waarbij het niet om overheidstaken gaat) die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden wordt uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de extra logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, informatiesystemen, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en beste praktijken en andere uitgaven voor publicatieactiviteiten en andere administratieve of technische bijstand die direct aan de doelstellingen van het programma zijn gekoppeld;
onderzoeksactiviteiten over relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Dit krediet dient voor de financiering van de administratieve uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 05 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4910000 4368000 4128265,86 Dit krediet dient ter dekking van de uit het Elfpo gefinancierde technische bijstand als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1305/2013, artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 58 van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Technische bijstand omvat maatregelen op het vlak van voorbereiding, monitoring, administratieve ondersteuning, evaluatie en inspectie die nodig zijn voor de uitvoering van het GLB. Dit krediet kan met name worden aangewend voor de financiering van:
verspreiding van informatie, met inbegrip van samenwerking en uitwisselingen op Unie-niveau en netwerkvorming tussen de betrokken partijen;
verstrekking van informatie, met inbegrip van studies en evaluaties;
uitgaven voor IT en telecommunicatie;
uitgaven voor de bescherming van de belangen van de Unie (wettigheid en regelmatigheid, fraude, sancties en terugvorderingsmaatregelen);
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot 1850000 EUR, alsook dienstreizen van dat extern personeel.
Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 1 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van „Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder b). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 - het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1535400 1483475 1314634,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de EVA-lidstaten ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 433545 424210 330437,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de EVA-lidstaten ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 830664 830664 546789,77 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het volledige beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven door personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met beschrijving, voorbereiding, beheer, monitoring, audit en supervisie van het programma of van projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de EVA-lidstaten ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2500000 1448376 166000,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van het Agentschap voor personeel en administratie als gevolg van de rol van het Agentschap bij het beheer van maatregelen die met ingang van 1 december 2015 deel uitmaken van het afzetbevorderingsprogramma. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma’s worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 56). Uitvoeringsbesluit 2013/770/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van een Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding en tot intrekking van Besluit 2004/858/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 69). Uitvoeringsbesluit 2014/927/EU van de Commissie van 17 december 2014 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/770/EU teneinde het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding om te vormen tot het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 183). Besluit C(2014) 9594 van de Commissie van 19 december 2014 tot wijziging van Besluit C(2013) 9505 wat betreft het delegeren van bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding met het oog op het uitvoeren van taken in verband met de tenuitvoerlegging van voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen en opleidingsmaatregelen voor voedselveiligheid krachtens Besluit C(2014) 1269, met name wat betreft de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie. VERBETERING VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE LANDBOUWSECTOR DOOR INTERVENTIES OP DE LANDBOUWMARKTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 02VERBETERING VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE LANDBOUWSECTOR DOOR INTERVENTIES OP DE LANDBOUWMARKTEN 05 02 01Granen 05 02 01 01 Uitvoerrestituties voor granen 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 01 02 Interventie in de vorm van opslag van granen 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 01 99 Overige maatregelen (granen) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 02Rijst 05 02 02 01 Uitvoerrestituties voor rijst 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 02 02 Interventie in de vorm van opslag van rijst 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 02 99 Overige maatregelen (rijst) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 02 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 03 Restituties voor niet in bijlage I genoemde producten 2 p.m. p.m. 100000 100000 53778,27 53778,27 05 02 04Voedselprogramma's 05 02 04 99 Overige maatregelen (voedselprogramma’s) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. –3225804,10 –3225804,10 Artikel 05 02 04 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. –3225804,10 –3225804,10 05 02 05Suiker 05 02 05 01 Uitvoerrestituties voor suiker en isoglucose 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 05 03 Productierestituties voor in de chemische industrie gebruikte suiker 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 05 08 Particuliere opslag van suiker 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 05 99 Overige maatregelen (suiker) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 05 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 06Olijfolie 05 02 06 03 Particuliere opslag van olijfolie 2 p.m. p.m. p.m. p.m. –6730,— –6730,— 05 02 06 05 Acties ter verbetering van de kwaliteit 2 46000000 46000000 45000000 45000000 43989142,78 43989142,78 95,63 05 02 06 99 Overige maatregelen (olijfolie) 2 300000 300000 300000 300000 86764,75 86764,75 28,92 Artikel 05 02 06 — Subtotaal 46300000 46300000 45300000 45300000 44069177,53 44069177,53 95,18 05 02 07Vezelgewassen 05 02 07 02 Particuliere opslag van vlasvezels 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 07 03 Katoen — Nationale herstructureringsprogramma’s 2 6100000 6100000 6100000 6100000 6134000,— 6134000,— 100,56 05 02 07 99 Overige maatregelen (vezelgewassen) 2 100000 100000 100000 100000 0,— 0,— 0 Artikel 05 02 07 — Subtotaal 6200000 6200000 6200000 6200000 6134000,— 6134000,— 98,94 05 02 08Groenten en fruit 05 02 08 03 Actiefondsen van de producentenorganisaties 2 455000000 455000000 298000000 298000000 813098490,15 813098490,15 178,70 05 02 08 11 Steun aan voorlopig erkende producentengroeperingen 2 22000000 22000000 86000000 86000000 120269161,02 120269161,02 546,68 05 02 08 12 Schoolfruitregeling 2 130000000 130000000 150000000 150000000 104063824,03 104063824,03 80,05 05 02 08 99 Overige maatregelen (groenten en fruit) 2 54500000 54500000 77800000 77800000 81136096,52 81136096,52 148,87 Artikel 05 02 08 — Subtotaal 661500000 661500000 611800000 611800000 1118567571,72 1118567571,72 169,10 05 02 09Producten van de wijnbouwsector 05 02 09 08 Nationale steunprogramma's voor de wijnsector 2 1075000000 1075000000 1075000000 1075000000 1030755825,91 1030755825,91 95,88 05 02 09 99 Overige maatregelen (wijnbouwsector) 2 1000000 1000000 1000000 1000000 –939652,59 –939652,59 –93,97 Artikel 05 02 09 — Subtotaal 1076000000 1076000000 1076000000 1076000000 1029816173,32 1029816173,32 95,71 05 02 10Afzetbevordering 05 02 10 01 Afzetbevordering — Betalingen door de lidstaten 2 83000000 83000000 77000000 77000000 66331452,09 66331452,09 79,92 05 02 10 02 Afzetbevordering — Rechtstreekse betalingen door de Unie 2 52500000 12037000 16000000 4337221 1185298,76 783571,34 6,51 05 02 10 99 Overige maatregelen (afzetbevordering) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 10 — Subtotaal 135500000 95037000 93000000 81337221 67516750,85 67115023,43 70,62 05 02 11Overige plantaardige producten/overige maatregelen 05 02 11 03 Hop — Steun aan producentenorganisaties 2 2300000 2300000 2300000 2300000 2277000,— 2277000,— 99,00 05 02 11 04 Posei (met uitzondering van rechtstreekse betalingen) 2 237000000 237000000 237000000 237000000 237747027,38 237747027,38 100,32 05 02 11 99 Overige maatregelen (overige plantaardige producten/overige maatregelen) 2 100000 100000 100000 100000 –1832,76 –1832,76 –1,83 Artikel 05 02 11 — Subtotaal 239400000 239400000 239400000 239400000 240022194,62 240022194,62 100,26 05 02 12Melk en zuivelproducten 05 02 12 01 Restituties voor melk en zuivelproducten 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 12 02 Opslagmaatregelen voor mageremelkpoeder 2 19000000 19000000 17000000 17000000 731683,73 731683,73 3,85 05 02 12 04 Opslagmaatregelen voor boter en room 2 9000000 9000000 15000000 15000000 2680335,83 2680335,83 29,78 05 02 12 06 Particuliere opslag van bepaalde kaassoorten 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 12 08 Schoolmelk 2 75000000 75000000 75000000 75000000 73350308,20 73350308,20 97,80 05 02 12 09 Zuivelproducten zoals dringende reactie op humanitaire crises 2 p.m. p.m. 30000000 30000000 05 02 12 99 Overige maatregelen (melk en zuivelproducten) 2 504700000 504700000 430100000 430100000 42833509,41 42833509,41 8,49 Artikel 05 02 12 — Subtotaal 607700000 607700000 567100000 567100000 119595837,17 119595837,17 19,68 05 02 13Rund- en kalfsvlees 05 02 13 01 Restituties voor rund- en kalfsvlees 2 p.m. p.m. 100000 100000 87903,76 87903,76 05 02 13 02 Opslagmaatregelen voor rund- en kalfsvlees 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 13 04 Restituties voor levende runderen 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 66676,03 66676,03 05 02 13 99 Overige maatregelen (rund- en kalfsvlees) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 13 — Subtotaal p.m. p.m. 100000 100000 154579,79 154579,79 05 02 14Schapen- en geitenvlees 05 02 14 01 Particuliere opslag van schapen- en geitenvlees 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 14 99 Overige maatregelen (schapen- en geitenvlees) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 02 14 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 15Varkensvlees, eieren, pluimvee, producten van de bijenteelt en andere dierlijke producten 05 02 15 01 Restituties voor varkensvlees 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 71260,86 71260,86 05 02 15 02 Particuliere opslag van varkensvlees 2 p.m. p.m. 32000000 32000000 11491400,— 11491400,— 05 02 15 04 Restituties voor eieren 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 02 15 05 Restituties voor slachtpluimvee 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 27822,32 27822,32 05 02 15 06 Bijzondere steun voor de bijenteelt 2 34000000 34000000 32000000 32000000 27667369,75 27667369,75 81,37 05 02 15 99 Overige maatregelen (varkensvlees, pluimvee, eieren, producten van de bijenteelt en andere dierlijke producten) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 4925028,34 4925028,34 Artikel 05 02 15 — Subtotaal 34000000 34000000 64000000 64000000 44182881,27 44182881,27 129,95 05 02 18 Schoolregelingen 2 200000 200000 Hoofdstuk 05 02 — Totaal 2806800000 2766337000 2703000000 2691337221 2666887140,44 2666485413,02 96,39 Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elke begrotingslijn van dit hoofdstuk overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Bij de vaststelling van de begrotingskredieten voor dit hoofdstuk is voor artikel 05 02 08, met name voor post 05 02 08 03, rekening gehouden met een bedrag van 400000000 EUR uit post 6 7 0 1 van de algemene staat van ontvangsten. De volgende rechtsgrond geldt voor alle artikelen en posten van dit hoofdstuk, tenzij anders bepaald. Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671). Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitvoerrestituties voor granen die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van technische, financierings- en andere kosten, met name ter financiering van de waardevermindering van voorraden, voor de openbare opslag van granen overeenkomstig de artikelen 8, 9, 11 tot en met 16, 19 en 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van resterende bedragen en andere uitgaven in verband met interventiemaatregelen voor granen op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007, Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 1370/2013 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 01. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient voor de financiering van de uitvoerrestituties voor rijst die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van technische, financierings- en andere kosten, met name ter financiering van de waardevermindering van voorraden, voor de openbare opslag van rijst overeenkomstig de artikelen 8, 9, 11 tot en met 16, 19 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven uit hoofde van andere interventiemaatregelen voor rijst op grond van Verordeningen (EG) nr. 1234/2007, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 02. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. 100000 53778,27 Dit krediet dient ter dekking, overeenkomstig de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013, van de restituties voor granen die worden uitgevoerd in de vorm van bepaalde gedistilleerde dranken, alsmede overeenkomstig Verordening (EU) nr. 510/2014, van de restituties voor goederen die zijn verkregen door de verwerking van granen en rijst, suiker en isoglucose, magere melk, boter en eieren. Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. –3225804,10 Dit krediet dient ter dekking van resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden en van op de EU-markt aangeschafte producten aan bepaalde organisaties met het oog op verstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van uitvoerrestituties voor suiker en isoglucose die worden toegekend overeenkomstig de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013, alsook van resterende uitgaven voor restituties op grond van artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1260/2001, inclusief die voor suiker die aan verwerkte groenten en fruit wordt toegevoegd, overeenkomstig de artikelen 16 en 18 van Verordening (EG) nr. 2201/96. Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening van de markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29). Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven inzake productierestituties voor industriële suiker overeenkomstig artikel 129 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1370/2013, en van resterende uitgaven voor restituties voor gebruik in de chemische industrie overeenkomstig artikel 97 van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor steun voor de particuliere opslag van suiker overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de andere uitgaven voor suiker op grond van Verordeningen (EG) nr. 1234/2007, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013, alsmede eventuele andere resterende bedragen, met inbegrip van correcties daarop, die voortkomen uit de toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1260/2001, (EG) nr. 318/2006 en (EG) nr. 320/2006 en die niet worden gedekt door de kredieten voor andere posten van artikel 05 02 05. Deze resterende bedragen omvatten met name mogelijke resterende uitgaven voor maatregelen inzake steun voor de afzet van in de Franse overzeese departementen geproduceerde ruwe suiker, overeenkomstig artikel 7, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/2001, en voor de steun voor de aanpassing van de raffinaderijen, overeenkomstig artikel 7, lid 4, tweede alinea, artikel 33, lid 2, en artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1260/2001. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikel 219 en artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. –6730,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor steun voor de particuliere opslag van olijfolie overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 46000000 45000000 43989142,78 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor steun aan organisaties van marktdeelnemers overeenkomstig de artikelen 29 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 300000 300000 86764,75 Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven in verband met olijfolie op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013, alsmede van andere resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van Verordening nr. 136/66/EEG en de Verordeningen (EG) nr. 865/2004 en (EG) nr. 1234/2007 en die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 06. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor steun voor de particuliere opslag van vlasvezels overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6100000 6100000 6134000,— Dit krediet dient ter dekking van uitgave overeenkomstig artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de nog te betalen productiesteun voor katoen, niet gekaard en niet gekamd, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1051/2001, alsmede alle andere uitgaven voor vezelgewassen, waaronder resterende uitgaven voor steun voor de verwerking van vlasvezels en hennepvezels, die voortkomen uit de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en Verordening (EU) nr. 1308/2013 en die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 07. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EG) nr. 1050/2001 van de Raad van 22 mei 2001 houdende zesde aanpassing van de steunregeling voor katoen die bij het aan de Akte van toetreding van Griekenland gehechte Protocol nr. 4 is ingesteld (PB L 148 van 1.6.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad van 22 mei 2001 betreffende de steun voor de katoenproductie (PB L 148 van 1.6.2001, blz. 3). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 455000000 298000000 813098490,15 Dit krediet dient voor de financiering, overeenkomstig de artikelen 32 tot en met 38 en de artikelen 152 tot en met 160 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, van het voor rekening van de Unie vallende gedeelte van de uitgaven voor de actiefondsen van telersverenigingen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 22000000 86000000 120269161,02 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met steun voor producentengroeperingen die voorlopig zijn erkend overeenkomstig deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV bis, subsectie I, van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 130000000 150000000 104063824,03 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met de bijdrage van de Unie aan de schoolfruitregeling op grond van de artikelen 22 tot en met 25 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1370/2013, waarbij voorkeur wordt gegeven aan producten van lokale en/of nationale herkomst. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 54500000 77800000 81136096,52 Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven voor groenten en fruit op grond van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013, alsmede van andere resterende uitgaven voor maatregelen op grond van de Verordeningen (EG) nr. 399/94, (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96, (EG) nr. 2202/96, (EG) nr. 1782/2003 en (EG) nr. 1234/2007 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 08. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1075000000 1075000000 1030755825,91 Dit krediet dient voor de financiering van de uitgaven voor steunprogramma's voor de wijnsector overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 54 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1000000 1000000 –939652,59 Dit krediet dient ter dekking van resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 882/87, (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 479/2008, (EG) nr. 1234/2007 en (EU) nr. 1308/2013 die niet worden gedekt door de kredieten voor andere posten van artikel 05 02 09. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 219 en 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 84 van 27.3.1987, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 148 van 6.6.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad van 17 december 2007 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen (PB L 3 van 5.1.2008, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 56). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 83000000 77000000 66331452,09 Dit krediet dient voor de medefinanciering van door de lidstaten uitgevoerde programma’s voor afzetbevordering die betrekking hebben op landbouwproducten, de methoden voor de productie daarvan en levensmiddelen overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 3/2008 en (EU) nr. 1144/2014. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 52500000 12037000 16000000 4337221 1185298,76 783571,34 Dit krediet dient voor de financiering van rechtstreeks door de Commissie beheerde afzetbevorderingsacties en van de technische bijstand die overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 3/2008 en (EU) nr. 1144/2014 voor de uitvoering van de afzetbevorderingsprogramma’s nodig is, zoals voorbereiding, monitoring, evaluatie, controle en beheer. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient voor de financiering van overige maatregelen op grond van de Verordeningen (EG) nr. 3/2008 en (EU) nr. 1144/2014 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 10. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2300000 2300000 2277000,— Dit krediet dient ter dekking van de artikelen 58, 59 en 60 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steun voor producentenorganisaties in de hopsector. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 237000000 237000000 237747027,38 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven die worden gedaan overeenkomstig Verordeningen (EU) nr. 228/2013 en (EU) nr. 229/2013, alsmede de resterende uitgaven die voortvloeien uit de uitvoering van de regelgeving inzake Posei en eilanden van de Egeïsche Zee op grond van de Verordeningen (EG) nr. 247/2006 en (EG) nr. 1405/2006. Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad van 18 september 2006 houdende vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23). Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 –1832,76 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van alle andere resterende bedragen en andere uitgaven voor overige plantaardige producten/overige maatregelen op grond van Verordeningen (EEG) nr. 2075/92, (EG) nr. 1786/2003, (EG) nr. 1234/2007 en (EU) nr. 1308/2013 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 11. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 219, artikel 220, lid 1, onder b), en artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (PB L 215 van 30.7.1992, blz. 70). Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 114). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient voor de financiering van de uitvoerrestituties voor melk en zuivelproducten die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 19000000 17000000 731683,73 Dit krediet dient ter dekking van technische, financierings- en andere kosten, met name ter financiering van de waardevermindering van voorraden, die worden gemaakt voor de openbare opslag van mageremelkpoeder overeenkomstig de artikelen 8, 9, 11 tot en met 16, 19 en 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Het dient eveneens ter dekking van steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9000000 15000000 2680335,83 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de particuliere opslag van boter en room overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Het dient eveneens ter dekking van technische, financierings- en andere kosten, met name ter financiering van de waardevermindering van voorraden, die worden gemaakt voor de openbare opslag van boter en room overeenkomstig de artikelen 8, 9, 11 tot en met 16, 19 en 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 75000000 75000000 73350308,20 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de uitgaven voor de in artikel 26 tot en met 28 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1370/2013 bedoelde steun van de Unie voor de uitreiking van bepaalde zuivelproducten aan leerlingen van onderwijsinstellingen, waarbij voorkeur wordt gegeven aan producten van lokale en/of nationale herkomst. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 30000000 30000000 In het kader van de noodmaatregelen om het marktevenwicht in de zuivelsector van de Unie te herstellen, dienen deze kredieten ter dekking van de uitgaven in verband met de verdeling van zuivelproducten uit de Unie als onderdeel van de humanitaire hulp die de Unie aan derde landen verleent overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad, met name de artikelen 1 en 6. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 504700000 430100000 42833509,41 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor maatregelen in de zuivelsector op grond van de Verordeningen (EG) nr. 2330/98, (EG) nr. 1234/2007 en (EU) nr. 1233/2009, alsmede van andere uitgaven voor de sector op grond van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013 die niet worden gedekt door de kredieten voor de andere posten van artikel 05 02 12. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 219 tot en met 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EG) nr. 2330/98 van de Raad van 22 oktober 1998 inzake een vergoedingsvoorstel aan bepaalde producenten van melk en zuivelproducten die tijdelijk in de uitoefening van hun activiteit zijn beperkt (PB L 291 van 30.10.1998, blz. 4). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. 100000 87903,76 Dit krediet dient voor de financiering van de uitvoerrestituties voor rund- en kalfsvlees op grond van de artikelen 196 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor steun voor de particuliere opslag van rund- en kalfsvlees overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 en de artikelen 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Het dient eveneens ter dekking van technische, financierings- en andere kosten, met name ter financiering van de waardevermindering van voorraden, die worden gemaakt voor de openbare opslag van rund- en kalfsvlees overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 16, 19 en 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 66676,03 Dit krediet dient voor de financiering van de uitvoerrestituties voor levende dieren op grond van de artikelen 196 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven voor maatregelen in de rundvleessector op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013, alsmede eventuele andere resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van Verordeningen (EG) nr. 1254/1999 en (EG) nr. 1234/2007 en die niet worden gedekt door de kredieten voor andere posten van artikel 05 02 13. Dit krediet dient eveneens ter dekking van uitstaande betalingen ingevolge de toepassing van Verordening (EG) nr. 716/96 van de Commissie van 19 april 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk (PB L 99 van 20.4.1996, blz. 14). Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 219 tot en met 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PB L 263 van 18.10.2000, blz. 34). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de particuliere opslag van schapen- en geitenvlees overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 en de artikelen 17 tot en met 21 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven voor maatregelen in de sector schapen- en geitenvlees op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013, alsmede eventuele andere resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van Verordeningen (EG) nr. 2529/2001 en (EG) nr. 1234/2007 die niet worden gedekt door de kredieten voor andere posten van artikel 05 02 14. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 219 tot en met 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 71260,86 Dit krediet dient voor de financiering van de uitvoerrestituties voor varkensvlees die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. 32000000 11491400,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten in verband met de particuliere opslag van varkensvlees overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 17 tot en met 20 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor uitvoerrestituties voor eieren die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 27822,32 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor uitvoerrestituties voor slachtpluimvee die worden toegekend op grond van de artikelen 196 tot en met 199 en de artikelen 201 tot en met 204 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 34000000 32000000 27667369,75 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van nationale programma's voor de bijenteeltsector, overeenkomstig de artikelen 55 tot en met 57 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 4925028,34 Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven voor maatregelen in de sectoren varkensvlees, pluimvee, eieren, producten van de bijenteelt en andere dierlijke producten op grond van Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013, alsmede eventuele andere resterende bedragen die voortkomen uit de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en die niet worden gedekt door de kredieten voor andere posten van artikel 05 02 15. Het omvat met name uitgaven voor uitzonderlijke maatregelen die worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 219 tot en met 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 200000 Nieuw artikel Dit krediet dient voor de financiering van de uitgaven in verband met de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen, met ingang van 1 augustus 2017, overeenkomstig artikelen 22 tot en met 25 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1370/2013. Verordening (EU) 2016/791 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PB L 135, 24.5.2016, blz. 1). RECHTSTREEKSE BETALINGEN OM BIJ TE DRAGEN TOT DE LANDBOUWINKOMENS, DE VARIABILITEIT DAARVAN TE BEPERKEN EN AAN MILIEU- EN KLIMAATDOELSTELLINGEN TE VOLDOEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 05 03RECHTSTREEKSE BETALINGEN OM BIJ TE DRAGEN TOT DE LANDBOUWINKOMENS, DE VARIABILITEIT DAARVAN TE BEPERKEN EN AAN MILIEU- EN KLIMAATDOELSTELLINGEN TE VOLDOEN 05 03 01Ontkoppelde rechtstreekse betalingen 05 03 01 01 Bedrijfstoeslagregeling (BTR) 2 45000000 61000000 29281971881,63 65071,05 05 03 01 02 Regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) 2 4101000000 4237000000 7770300202,13 189,47 05 03 01 03 Afzonderlijke betaling voor suiker 2 500000 1000000 277543437,82 55508,69 05 03 01 04 Afzonderlijke betaling voor groenten en fruit 2 100000 100000 12149747,76 12149,75 05 03 01 05 Specifieke steun (artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009) — Ontkoppelde rechtstreekse betalingen 2 100000 1000000 500566469,09 500566,47 05 03 01 06 Afzonderlijke betaling voor zacht fruit 2 100000 100000 11423749,37 11423,75 05 03 01 07 Herverdelingsbetaling 2 1609000000 1251000000 440052278,77 27,35 05 03 01 10 Basisbetalingsregeling (BBR) 2 15296000000 15927000000 05 03 01 11 Betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken 2 11696000000 12239000000 05 03 01 12 Betaling voor landbouwers in gebieden met natuurlijke beperkingen 2 3000000 3000000 05 03 01 13 Betaling voor jonge landbouwers 2 441000000 549000000 05 03 01 99 Andere (ontkoppelde rechtstreekse betalingen) 2 p.m. p.m. –522815,66 Artikel 05 03 01 — Subtotaal 33191800000 34269200000 38293484950,91 115,37 05 03 02Andere rechtstreekse betalingen 05 03 02 06 Premies voor zoogkoeien 2 1000000 1500000 880815901,95 88081,59 05 03 02 07 Aanvullende zoogkoeienpremie 2 100000 100000 48277258,83 48277,26 05 03 02 13 Schapen- en geitenpremie 2 500000 500000 21559197,71 4311,84 05 03 02 14 Aanvullende schapen- en geitenpremie 2 100000 100000 6840335,38 6840,34 05 03 02 28 Steun voor zijderupsen 2 100000 500000 439733,25 439,73 05 03 02 40 Gewasspecifieke betaling voor katoen 2 246000000 247000000 244017454,34 99,19 05 03 02 44 Specifieke steun (artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009) — Gekoppelde rechtstreekse betalingen 2 6000000 3000000 1397951928,73 23299,20 05 03 02 50 Posei — Steunprogramma’s van de Europese Unie 2 411000000 416000000 410893473,95 99,97 05 03 02 52 Posei — Kleinere eilanden van de Egeïsche Zee 2 17000000 17000000 15729105,24 92,52 05 03 02 60 Vrijwillige regeling voor gekoppelde steun 2 3988000000 4046000000 05 03 02 61 Regeling voor kleine landbouwbedrijven 2 1347000000 p.m. 05 03 02 99 Andere (rechtstreekse betalingen) 2 2500000 3108157 –5979988,94 –239,20 Artikel 05 03 02 — Subtotaal 6019300000 4734808157 3020544400,44 50,18 05 03 03 Extra steunbedragen 2 100000 100000 43188,06 43,19 05 03 09 Terugbetaling van rechtstreekse betalingen aan landbouwers uit kredieten die zijn overgedragen in verband met financiële discipline 2 p.m. p.m. 853965493,25 05 03 10 Reserve voor crisissituaties in de landbouwsector 2 450500000 441600000 0,— 0 Hoofdstuk 05 03 — Totaal 39661700000 39445708157 42168038032,66 106,32 Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elke begrotingslijn van dit hoofdstuk overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Bij de vaststelling van de begrotingskredieten voor dit hoofdstuk is voor artikel 05 03 01, met name voor post 05 03 01 10, rekening gehouden met een bedrag van 2332000000 EUR uit de posten 6 7 0 1, 6 7 0 2 en 6 7 0 3 van de algemene staat van ontvangsten. De volgende rechtsgrond geldt voor alle artikelen en posten van dit hoofdstuk, tenzij anders bepaald. Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 30 van 31.1.2009, blz. 16). Verordening (EU) nr. 671/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat de toepassing van de rechtstreekse betalingen aan landbouwers voor 2013 betreft (PB L 204 van 31.7.2012, blz. 11). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608). Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 45000000 61000000 29281971881,63 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven in het kader van de bedrijfstoeslagregeling als bedoeld in titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel III van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4101000000 4237000000 7770300202,13 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling op grond van titel III, hoofdstuk 1, afdeling 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, alsmede van resterende uitgaven in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling op grond van titel V van Verordening (EG) nr. 73/2009, titel IV bis van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Toetredingsakten van 2003 en 2005. Toetredingsakte van 2003 voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, met name bijlage II Lijst bedoeld in artikel 20 van de Toetredingsakte, punt 6A, lid 26, als gewijzigd bij Besluit 2004/281/EG van de Raad (PB L 93 van 30.3.2004, blz. 1). 2005 Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië, met name bijlage III Lijst bedoeld in artikel 19 van de Toetredingsakte. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 500000 1000000 277543437,82 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven in het kader van de afzonderlijke betaling voor suiker voor de lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast overeenkomstig titel V van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV bis van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 12149747,76 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven in het kader van de afzonderlijke betaling voor groenten en fruit voor de lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast overeenkomstig titel V van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV bis van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 1000000 500566469,09 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde ontkoppelde specifieke steun, met name de in lid 1, onder a), v), en lid 1, onder c) en d), bedoelde steun. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 11423749,37 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven in het kader van de in artikel 129 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde afzonderlijke betaling voor zacht fruit voor de lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling hebben toegepast overeenkomstig titel V van die verordening. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1609000000 1251000000 440052278,77 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de herverdelingsbetaling als bedoeld in titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, alsmede van resterende uitgaven in het kader van de herverdelingsbetaling in het kalenderjaar 2014 als bedoeld in de artikelen 72 bis en 125 bis van Verordening (EG) nr. 73/2009. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 15296000000 15927000000 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in het kader van de basisbetalingsregeling als bedoeld in titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 11696000000 12239000000 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken als bedoeld in titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3000000 3000000 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen als bedoeld in titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 441000000 549000000 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de betaling voor jonge landbouwers als bedoeld in titel III, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. –522815,66 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor andere ontkoppelde rechtstreekse betalingen die niet kunnen worden gefinancierd uit de kredieten voor de andere posten onder artikel 05 03 01 en ter dekking van correcties die voortvloeien uit de niet-naleving van de van maxima die zijn vastgesteld in de artikelen 8 en 40 van Verordening (EG) nr. 73/2009 en in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 die niet aan een bepaald begrotingsonderdeel onder artikel 05 03 01 kunnen worden toegerekend. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1000000 1500000 880815901,95 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de zoogkoeienpremies overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV, hoofdstuk 12, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 48277258,83 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de aanvullende nationale zoogkoeienpremie overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV, hoofdstuk 12, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 500000 500000 21559197,71 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de veebetalingen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 10, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV, hoofdstuk 11, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 6840335,38 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de toekenning van specifieke steun per ooi of vrouwelijke geit aan producenten van schapen- of geitenvlees in probleem- of berggebieden overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 10, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV, hoofdstuk 11, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 500000 439733,25 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de in artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun voor zijderupsen. Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 246000000 247000000 244017454,34 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de gewasspecifieke betaling voor katoen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, alsmede van resterende uitgaven voor de gewasspecifieke betaling voor katoen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en titel IV, hoofdstuk 10 bis, van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6000000 3000000 1397951928,73 Dit krediet dient ter dekking van resterende uitgaven voor de in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde gekoppelde specifieke steun, met name de in lid 1, onder a), i), ii), iii) en iv), en in lid 1, onder b) en e), bedoelde steun. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 411000000 416000000 410893473,95 Dit krediet dient ter dekking van rechtstreekse betalingen in verband met programma's die specifieke maatregelen omvatten ter ondersteuning van de lokale landbouwproductie in de ultraperifere gebieden van de Unie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 228/2013, alsmede van resterende uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van titel III van Verordening (EG) nr. 247/2006. Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 17000000 17000000 15729105,24 Dit krediet dient ter dekking van andere uitgaven voor rechtstreekse steun die voortvloeien uit de uitvoering van Verordening (EU) nr. 229/2013 en van resterende uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93 en (EG) nr. 1405/2006. Verordening (EEG) nr. 2019/93 van de Raad van 19 juli 1993 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 184 van 27.7.1993, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad van 18 september 2006 houdende vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3988000000 4046000000 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor vrijwillige gekoppelde steun als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1347000000 p.m. Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in het kader van de regeling voor kleine landbouwbedrijven als bedoeld in titel V van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2500000 3108157 –5979988,94 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor andere rechtstreekse betalingen die niet kunnen worden gefinancierd uit de kredieten voor de andere posten van artikel 05 03 02 en ter dekking van correcties die niet aan een bepaald begrotingsonderdeel kunnen worden toegerekend. Het is eveneens bedoeld ter dekking van correcties die uit de niet-naleving van de in de artikelen 8 en 40 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde maxima voortvloeien en niet aan een bepaald begrotingsonderdeel onder artikel 05 03 02 kunnen worden toegerekend. Dit krediet kan met name dienen voor de financiering van resterende uitgaven in verband met:
de toeslag op de areaalbetaling zoals bedoeld in titel IV, hoofdstuk 8, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de steun per hectare voor de instandhouding van de teelt van kekers, linzen en wikke overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 13, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de overgangsregeling voor gedroogde voedergewassen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de toeslag voor durumtarwe in niet-traditionele productiegebieden overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de seizoencorrectiepremie voor rundvlees overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 12, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
het extensiveringsbedrag voor rundvlees overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 12, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de extra betalingen aan rundvleesproducenten overeenkomstig artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de extra betalingen in de sector schapen en geiten overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 11, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de melkpremie aan melkproducenten overeenkomstig hoofdstuk 7 van titel IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de aanvullende premies aan melkproducenten overeenkomstig hoofdstuk 7 van titel IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de compenserende steun voor bananen overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 404/93;
de overgangsbetaling voor suikerbietentelers overeenkomstig hoofdstuk 10 sexies van titel IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2799/98;
de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde areaalsteun voor krenten en rozijnen;
de areaalsteun aan producenten van energiegewassen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de areaalsteun voor granen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen, kuilgras en braaklegging overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de toeslag op de areaalbetaling voor producenten van durumtarwe in traditionele productiegebieden overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de productiesteun voor zaaizaad overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de speciale premies voor rundvlees overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de slachtpremies voor runderkalveren overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de slachtpremies voor volwassen runderen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de productiesteun aan producenten van voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de areaalsteun voor rijst overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de steun voor olijfgaarden overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10 ter, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de steun aan producenten van ruwe tabak overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10 quater, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de areaalsteun voor hop overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10 quinquies, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de specifieke kwaliteitspremie voor durumtarwe overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
de steun voor producenten van eiwithoudende gewassen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de areaalsteun aan producenten van noten overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de overgangsbetalingen aan landbouwers die tomaten produceren overeenkomstig artikel 54, lid 1, en artikel 128, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 en de steun in verband met de overgangsbetaling voor zacht fruit overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 9, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de in de ultraperifere gebieden overeenkomstig artikel 70, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 verleende rechtstreekse steun en de in die gebieden vóór 2006 verleende rechtstreekse steun;
de betalingen voor specifieke soorten landbouw en kwaliteitsproductie overeenkomstig artikel 72, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
het extra bedrag voor telers van suikerbieten en suikerriet overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 7, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
de overgangsbetalingen aan landbouwers die één of meer groente- en fruitproducten, andere dan tomaten, produceren, overeenkomstig artikel 54, lid 2, en artikel 128, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009.
Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (PB L 47 van 25.2.1993, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29). Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro (PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1). Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 43188,06 Dit krediet dient voor de financiering van resterende betalingen overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1782/2003. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 853965493,25 Dit artikel voorziet niet in nieuwe kredieten maar dient voor de bedragen die overeenkomstig artikel 169, lid 3, van het Financieel Reglement kunnen worden overgedragen voor terugbetalingen in verband met de verlaging van rechtstreekse betalingen naar aanleiding van financiëledisciplinemaatregelen in het vorige jaar. Overeenkomstig artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de lidstaten de eindontvangers vergoeden die in het begrotingsjaar waarnaar de kredieten worden overgedragen, het voorwerp uitmaken van financiëledisciplinemaatregelen overeenkomstig artikel 26, leden 1 tot en met 4. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 450500000 441600000 0,— De kredieten van dit reserveartikel dienen ter dekking van uitgaven voor maatregelen die nodig zijn om het hoofd te bieden aan grote crises die de landbouwproductie of -distributie treffen. De reserve wordt aangelegd door aan het begin van elk jaar een verlaging op de rechtstreekse betalingen (hoofdstuk 05 03) toe te passen aan de hand van de mechanismen voor financiële discipline overeenkomstig de artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de reserve overeenkomstig de desbetreffende wetgevingshandeling moet worden aangesproken, legt zij aan het Europees Parlement en de Raad een voorstel over om, ter financiering van de nodig geachte maatregel, middelen uit de reserve over te schrijven naar de desbetreffende begrotingsonderdelen. Voorstellen van de Commissie tot overschrijving van middelen waarmee de reserve wordt aangesproken, moeten worden voorafgegaan door een onderzoek van de mogelijkheden tot herschikking van kredieten. Aan het einde van het begrotingsjaar wordt elk bedrag van de reserve dat niet voor crisismaatregelen beschikbaar is gesteld, overeenkomstig artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 terugbetaald aan de eindontvangers van de rechtstreekse betalingen. Alle terugbetalingen worden in het kader van artikel 05 03 09 gedaan uit de van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten. Overschrijvingen om de reserve aan te spreken en middelen uit de reserve naar de rechtstreekse betalingen over te hevelen, worden gedaan overeenkomstig het Financieel Reglement. Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). PLATTELANDSONTWIKKELING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 04PLATTELANDSONTWIKKELING 05 04 01Voltooiing van plattelandsontwikkeling gefinancierd uit het EOGFL, afdeling Garantie — Programmeringsperiode 2000-2006 05 04 01 14 Voltooiing van plattelandsontwikkeling gefinancierd uit het EOGFL, afdeling Garantie — Programmeringsperiode 2000-2006 2 p.m. p.m. p.m. p.m. –1289466,10 –1289466,10 Artikel 05 04 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. –1289466,10 –1289466,10 05 04 03Voltooiing van andere maatregelen 05 04 03 02 Plantaardige en dierlijke genetische hulpbronnen — Voltooiing van reeds eerder genomen maatregelen 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 04 03 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 04 05Voltooiing van plattelandsontwikkeling gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (2007-2013) 05 04 05 01 Programma’s voor plattelandsontwikkeling 2 p.m. 1280000000 p.m. 3235000000 1903952,19 6464298559,94 505,02 05 04 05 02 Operationele technische bijstand 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 154655,26 Artikel 05 04 05 — Subtotaal p.m. 1280000000 p.m. 3235000000 1903952,19 6464453215,20 505,04 05 04 51 Voltooiing van plattelandsontwikkeling gefinancierd uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie — Programmeringsperioden vóór 2000 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 04 52 Voltooiing van plattelandsontwikkeling gefinancierd uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie, en het overgangsinstrument voor plattelandsontwikkeling voor de nieuwe lidstaten gefinancierd uit het EOGFL, afdeling Garantie — Programmeringsperiode 2000-2006 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 64192735,24 05 04 60Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Elfpo (2014-2020) 05 04 60 01 Bevordering van de duurzame ontwikkeling van het platteland en van een territoriaal en ecologisch evenwichtigere, klimaatvriendelijkere en innovatievere landbouwsector van de Unie 2 14337026697 9902000000 18650559495 8487000000 20119632033,— 5252192422,— 53,04 05 04 60 02 Operationele technische bijstand 2 18522000 19022443 21363000 20025443 12520491,43 8786678,81 46,19 05 04 60 03 Op verzoek van een lidstaat door de Commissie beheerde operationele technische bijstand 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 04 60 — Subtotaal 14355548697 9921022443 18671922495 8507025443 20132152524,43 5260979100,81 53,03 Hoofdstuk 05 04 — Totaal 14355548697 11201022443 18671922495 11742025443 20132767010,52 11788335585,15 105,24 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. –1289466,10 Dit krediet dient ter dekking van door de lidstaten teruggevorderde bedragen die niet in verband kunnen worden gebracht met onregelmatigheden of nalatigheden overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1290/2005. Deze bedragen worden geboekt als correctie op uitgaven die voordien uit de posten 05 04 01 01 tot en met 05 04 01 13 werden gefinancierd, en mogen door de lidstaten niet opnieuw worden gebruikt. Het dient tevens ter dekking van de betaling van resterende bedragen die worden gedeclareerd door de lidstaten als gevolg van de toepassing van artikel 39, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1290/2005 van de Raad. Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elk begrotingsonderdeel van dit artikel. Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1), met name artikel 39. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van het communautaire programma inzake de instandhouding, de karakterisering, de verzameling en het gebruik van genetische hulpbronnen in de landbouw. Dit krediet wordt prioritair aangewend voor de instandhouding en de verdere ontwikkeling van de biologische diversiteit via samenwerking tussen boeren, ter zake erkende niet-gouvernementele organisaties en overheids- en particuliere instituten. Het dient tevens om de sensibilisering van de verbruikers op dit gebied te bevorderen. Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. Verordening (EG) nr. 870/2004 van de Raad van 24 april 2004 tot vaststelling van een communautair programma inzake de instandhouding, de karakterisering, de verzameling en het gebruik van genetische hulpbronnen in de landbouw en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1467/94 (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 18). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 1 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elke begrotingslijn van dit artikel overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. De volgende rechtsgrondslag geldt voor alle posten van dit artikel, tenzij anders bepaald. Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1). Verordening (EG) nr. 378/2007 van de Raad van 27 maart 2007 houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 (PB L 95 van 5.4.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 30 van 31.1.2009, blz. 16). Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865). Uitvoeringsverordening (EU) nr. 335/2013 van de Commissie van 12 april 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 105 van 13.4.2013, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1280000000 p.m. 3235000000 1903952,19 6464298559,94 Dit krediet dient ter dekking van de verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) voor 2007-2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 154655,26 Dit krediet dient ter dekking van verplichtingen inzake technische ondersteuningsmaatregelen als bedoeld in artikel 66, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005, met name het Europese netwerk voor plattelandsontwikkeling. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Oude posten 05 04 02 03, 05 04 02 04, 05 04 02 05, 05 04 02 07 en 05 04 02 08 Dit krediet dient voor de financiering van resterende betalingen ten laste van de verplichtingen die het EOGFL-Oriëntatie voor de programmeringsperioden vóór 2000 heeft aangegaan voor de vroegere doelstellingen 1, 6, 5a en 5b en de communautaire initiatieven. Dit krediet dient ook voor de financiering van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen die in vorige programmeringsperioden zijn aangegaan voor innoverende acties, maatregelen op het gebied van voorbereiding, monitoring of evaluatie, of andere soortgelijke vormen van technische bijstand waarin de betrokken verordeningen voorzien. Voorts dient het ter dekking van resterende bedragen in verband met oude meerjarenacties, met name voor die acties welke zijn goedgekeurd en uitgevoerd in het kader van andere, hieronder genoemde verordeningen, maar die niet onder de prioritaire doelstellingen van de fondsen vallen. In voorkomend geval zal dit krediet ook worden aangewend voor de dekking van de bedragen die in het kader van het EOGFL, afdeling Oriëntatie, verschuldigd zijn voor bijstand waarvoor de overeenkomstige vastleggingskredieten niet beschikbaar zijn en ook niet zijn vastgesteld in de programmering voor 2000-2006. Artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 voorziet in financiële correcties, waarvan de eventuele ontvangsten worden opgevoerd onder post 6 5 0 0 van de staat van ontvangsten. Overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement kunnen deze ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in specifieke gevallen wanneer deze kredieten nodig blijken om het risico af te dekken dat correcties waartoe eerder was besloten, komen te vervallen of worden verlaagd. Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1), met name artikel 39. Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap voor de ultraperifere gebieden (Regis II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 44). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van richtsnoeren voor geïntegreerde globale subsidies en geïntegreerde operationele programma's in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling, waarvoor de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen (Leader II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 48). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap betreffende de ontwikkeling van grensgebieden, grensoverschrijdende samenwerking en geselecteerde energienetten (Interreg II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 60). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 16 mei 1995 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een initiatief in het kader van het speciaal steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (PB C 186 van 20.7.1995, blz. 3) (Peace I-programma). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de door de lidstaten op te stellen operationele programma's in het kader van het communautair initiatief Interreg betreffende transnationale samenwerking op het gebied van ruimtelijke ordening (Interreg II C) (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 23). Mededeling van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio's van 26 november 1997 over het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) (COM(1997) 642 def.) (Peace I-programma). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 64192735,24 Oude posten 05 04 02 01, 05 04 02 02, 05 04 02 06, 05 04 02 09 en artikel 05 04 04 Dit krediet dient voor de financiering van resterende betalingen ten laste van de verplichtingen die in de programmeringsperiode 2000-2006 zijn aangegaan voor uit het EOGFL-Oriëntatie gefinancierde bijstand voor doelstelling 1, het communautaire initiatief Leader+ en het speciale programma voor vrede en verzoening. Het dient ook voor de financiering uit het EOGFL-Oriëntatie van resterende betaalbaar te stellen verplichtingen die in de programmeringsperiode 2000-2006 zijn aangegaan voor maatregelen op het gebied van technische bijstand als bedoeld in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1260/1999. Artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 voorziet in financiële correcties, waarvan de eventuele ontvangsten worden opgevoerd onder post 6 5 0 0 van de staat van ontvangsten. Overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement kunnen deze ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in specifieke gevallen wanneer deze kredieten nodig blijken om het risico af te dekken dat correcties waartoe eerder was besloten, komen te vervallen of worden verlaagd. Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80). Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33), met name bijlage II Lijst bedoeld in artikel 20 van de Toetredingsakte, punt 6A, lid 26, als gewijzigd bij Besluit 2004/281/EG van de Raad (PB L 93 van 30.3.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1), met name artikel 39. Beschikking 1999/501/EG van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006 (PB L 194 van 27.7.1999, blz. 49), met name in het licht van overweging 5. Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 14 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader+) (PB C 139 van 18.5.2000, blz. 5). Ontvangsten in verband met de programma's 2014-2020 die zijn geboekt op artikel 6 7 1 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elke post van dit artikel overeenkomstig de artikelen 21 en 177 van het Financieel Reglement. De volgende rechtsgrondslag geldt voor alle posten van dit artikel, tenzij anders bepaald. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende bepaalde overgangsbepalingen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft middelen en de verdeling ervan met betrekking tot 2014, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepassing ervan in 2014 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 865). Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14337026697 9902000000 18650559495 8487000000 20119632033,— 5252192422,— Dit krediet dient ter dekking van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) voor 2014-2020. De maatregelen voor plattelandsontwikkeling zullen worden beoordeeld met verfijnde prestatie-indicatoren voor landbouwsystemen en productiemethoden, zodat rekening kan worden gehouden met de uitdagingen op het vlak van klimaatverandering, waterbescherming, biodiversiteit en hernieuwbare energiebronnen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18522000 19022443 21363000 20025443 12520491,43 8786678,81 Dit krediet dient ter dekking van technische ondersteuningsmaatregelen op initiatief van de Commissie als bedoeld in de artikelen 51 tot en met 54 van Verordening (EU) nr. 1305/2013, artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 58 van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Dit omvat het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling en het EIP-Netwerk (Europees partnerschap voor innovatie). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van een deel van het nationale totaalbedrag voor technische bijstand dat op verzoek van een lidstaat met tijdelijke begrotingsproblemen is overgeheveld naar technische bijstand op initiatief van de Commissie. Overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 dient het ter dekking van maatregelen om naar aanleiding van economische en maatschappelijke problemen in deze lidstaat structurele en administratieve hervormingen te bepalen, hieraan een rangorde te geven en deze uit te voeren. INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN (IPA) — LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 05INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN (IPA) — LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 05 05 01Speciaal toetredingsprogramma op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling (Sapard) — Voltooiing van reeds eerder genomen maatregelen (vóór 2014) 05 05 01 01 Pretoetredingsinstrument Sapard — Voltooiing van het programma (2000-2006) 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 05 01 02 Pretoetredingsinstrument Sapard — Voltooiing van de Sapard-pretoetredingshulp voor acht kandidaat-lidstaten 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 05 05 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 05 02 Instrument voor pretoetredingssteun op het gebied van plattelandsontwikkeling (Instrument for Pre-accession Assistance for Rural Development — IPARD) — Voltooiing van het programma (2007-2013) 4 p.m. 25320000 p.m. 375000000 0,— 201901687,16 797,40 05 05 03Steun aan Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 05 05 03 01 Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 05 03 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 51000000 12900000 43000000 9000000 30000000,— 0,— 0 Artikel 05 05 03 — Subtotaal 51000000 12900000 43000000 9000000 30000000,— 0,— 0 05 05 04Steun aan Turkije 05 05 04 01 Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 05 05 04 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 148000000 51750000 69000000 41400000 138000000,— 0,— 0 Artikel 05 05 04 — Subtotaal 148000000 51750000 69000000 41400000 138000000,— 0,— 0 Hoofdstuk 05 05 — Totaal 199000000 89970000 112000000 425400000 168000000,— 201901687,16 224,41 De volgende rechtsgrondslag geldt voor alle posten van dit artikel, tenzij anders bepaald. Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening (EG) nr. 2257/2004 van de Raad van 20 december 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3906/89, Verordening (EG) nr. 1267/1999, Verordening (EG) nr. 1268/1999 en Verordening (EG) nr. 2666/2000, teneinde rekening te houden met de status van Kroatië als kandidaat-lidstaat (PB L 389 van 30.12.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de nakoming van de betalingsverplichtingen die zijn aangegaan tot 31 december 2006 in Bulgarije, Roemenië en Kroatië voor steunmaatregelen inzake landbouw en plattelandsontwikkeling in het kader van Sapard. Op deze post mogen, ongeacht de begunstigde van de actie, geen administratieve uitgaven worden afgeboekt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet is bestemd voor de nakoming van de betalingsverplichtingen die zijn aangegaan tot 31 december 2003 voor steunmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in het kader van Sapard in de acht lidstaten die in 2004 zijn toegetreden. Op deze post mogen, ongeacht de begunstigde van de actie, geen administratieve uitgaven worden afgeboekt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 25320000 p.m. 375000000 0,— 201901687,16 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) worden met dit krediet in de Westelijke Balkan de volgende specifieke doelstellingen nagestreefd:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. De onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 51000000 12900000 43000000 9000000 30000000,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in de Westelijke Balkan:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling om slimme, duurzame en inclusieve groei tot stand te brengen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. De onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in Turkije:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. De onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 148000000 51750000 69000000 41400000 138000000,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doestellingen in Turkije:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling om slimme, duurzame en inclusieve groei tot stand te brengen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. De onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). INTERNATIONALE ASPECTEN VAN HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 06INTERNATIONALE ASPECTEN VAN HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 05 06 01 Internationale landbouwovereenkomsten 4 8105849 8105849 6966518 6966518 3888819,03 3888819,03 47,98 05 06 02 Internationale landbouworganisaties 4 180000 180000 Hoofdstuk 05 06 — Totaal 8285849 8285849 6966518 6966518 3888819,03 3888819,03 46,93 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 8105849 8105849 6966518 6966518 3888819,03 3888819,03 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de bijdragen van de Unie aan de hierna genoemde internationale overeenkomsten. Besluit 92/580/EEG van de Raad van 13 november 1992 betreffende de ondertekening en de sluiting van de Internationale Suikerovereenkomst, 1992 (PB L 379 van 23.12.1992, blz. 15). Besluit 96/88/EG van de Raad van 19 december 1995 betreffende de goedkeuring, door de Europese Gemeenschap, van het Graanhandelsverdrag en het Voedselhulpverdrag, die samen de Internationale Graanovereenkomst 1995 vormen (PB L 21 van 27.1.1996, blz. 47). Besluit 2005/800/EG van de Raad van 14 november 2005 betreffende de sluiting van de Internationale Overeenkomst van 2005 voor olijfolie en tafelolijven (PB L 302 van 19.11.2005, blz. 46). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 54, lid 2, onder d). Besluit 2014/664/EU van de Raad van 15 september 2014 over het namens de Europese Unie in de Ledenraad van de Internationale Olijfolieraad in te nemen standpunt betreffende de verlenging van de Internationale Overeenkomst van 2005 voor olijfolie en tafelolijven (PB L 275 van 17.9.2014, blz. 6). Besluit van de Raad tot vaststelling van het namens de Europese Unie in de Internationale Suikerraad in te nemen standpunt met betrekking tot de verlenging van de Internationale Suikerovereenkomst 1992, genomen tijdens de 3381e zitting van de Raad van 20 april 2015. Dit besluit voorziet in de verlenging van de Internationale Suikerovereenkomst voor een periode van 2 jaar vanaf 1 januari 2016. Besluit van de Raad tot vaststelling van het namens de Europese Unie in de Internationale Graanraad in te nemen standpunt met betrekking tot de verlenging van het Graanhandelsverdrag 1995, genomen tijdens de 3381e zitting van de Raad van 20 april 2015. Dit besluit voorziet in de verlenging van het Graanhandelsverdrag voor een periode van 2 jaar vanaf 1 juli 2015. Informatie met betrekking tot de verlenging van het Graanhandelsverdrag, 1995. De Internationale Graanraad heeft tijdens zijn 41e zitting (Londen, 8 juni 2015) besloten het Graanhandelsverdrag (1995) met twee jaar te verlengen tot en met 30 juni 2017 (PB L 234 van 8.9.2015, blz. 5). Informatie met betrekking tot de verlenging van de Internationale Suikerovereenkomst, 1992. De Internationale Suikerraad heeft tijdens zijn 47e zitting (Antigua, Guatemala, 25 juni 2015) besloten de Internationale Suikerovereenkomst (1992) met twee jaar te verlengen tot en met 31 december 2017 (PB L 234 van 8.9.2015, blz. 6). Besluit (EU) 2016/1892 van de Raad van 10 oktober 2016 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Internationale Overeenkomst van 2015 voor olijfolie en tafelolijven (PB L 293 van 28.10.2016, blz. 2). Voorstel voor een besluit van de Raad van … 2017 tot vaststelling van het standpunt dat in de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) namens de Europese Unie moet worden ingenomen met het oog op haar lidmaatschap van de Overeenkomst van Lissabon (COM(2017) …final), door de Commissie ingediend op … 2017. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 180000 180000 Nieuw artikel Dit krediet dient voor de financiering van de bijdrage van de Unie aan de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV). Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder d), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). AUDIT VAN UIT HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) GEFINANCIERDE LANDBOUWUITGAVEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 07AUDIT VAN UIT HET EUROPEES LANDBOUWGARANTIEFONDS (ELGF) GEFINANCIERDE LANDBOUWUITGAVEN 05 07 01Controle van de landbouwuitgaven 05 07 01 02 Controle- en preventiemaatregelen — Rechtstreekse betalingen door de Unie 2 11279139 9900515 9130000 9130000 7480000,— 7480000,— 75,55 05 07 01 06 Ten laste van het EOGFL, afdeling Garantie (vorige maatregelen) en het ELGF gedeclareerde uitgaven voor financiële correcties ten gunste van lidstaten naar aanleiding van besluiten inzake boekhoudkundige vereffening betreffende voorgaande begrotingsjaren 2 20000000 20000000 20000000 20000000 20150134,58 20150134,58 100,75 05 07 01 07 Ten laste van het EOGFL, afdeling Garantie (vorige maatregelen) en het ELGF gedeclareerde uitgaven voor financiële correcties ten gunste van lidstaten naar aanleiding van besluiten inzake conformiteitsgoedkeuring van de rekeningen over de voorgaande begrotingsjaren 2 25000000 25000000 p.m. p.m. 29187839,12 29187839,12 116,75 Artikel 05 07 01 — Subtotaal 56279139 54900515 29130000 29130000 56817973,70 56817973,70 103,49 05 07 02 Regeling van geschillen 2 29000000 29000000 29500000 29500000 1671939,88 1671939,88 5,77 Hoofdstuk 05 07 — Totaal 85279139 83900515 58630000 58630000 58489913,58 58489913,58 69,71 Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten voor elke post van dit hoofdstuk overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. De volgende rechtsgrond geldt voor alle artikelen en posten van dit hoofdstuk, tenzij anders bepaald. Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11279139 9900515 9130000 9130000 7480000,— 7480000,— Dit krediet dient voor de financiering van de uitgaven voor de uitvoering van teledetectiecontroles, de beoordeling van de kwaliteit van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen (LPIS) en de ondersteuning van de daaruit voortvloeiende technische diensten overeenkomstig artikel 6, onder a) en b), en artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 20000000 20000000 20150134,58 Dit krediet dient ter dekking van de resultaten van de goedkeuring van de rekeningen overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 die ten gunste van de lidstaten worden vastgesteld. Het dient ook ter dekking van de resultaten van besluiten tot boekhoudkundige goedkeuring van rekeningen in verband met het Fonds voor de suikerherstructurering die ten gunste van de lidstaten worden vastgesteld. Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 25000000 p.m. 29187839,12 Dit krediet dient ter dekking van de resultaten van conformiteitsgoedkeuringsbesluitenresultaten overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 die ten gunste van de lidstaten worden vastgesteld. Het dient ook ter dekking van de resultaten van conformiteitsgoedkeuringsbesluiten betreffende het Fonds voor de suikerherstructurering die ten gunste van de lidstaten worden vastgesteld. Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 29000000 29500000 1671939,88 Dit krediet dient ter dekking van de eventuele opneming van kredieten ter dekking van uitgaven die door een beslissing van een rechtbank aan de Commissie kunnen worden aangerekend, met name als schadevergoeding en rente. Het is tevens bedoeld ter dekking van eventuele uitgaven waarmee de Commissie kan worden geconfronteerd overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 595/91 van de Raad van 4 maart 1991 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en terugvordering van bedragen die in dat kader onverschuldigd zijn betaald, alsmede de organisatie van een informatiesysteem op dit gebied (PB L 67 van 14.3.1991, blz. 11). BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 08BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE VOOR HET BELEIDSTERREIN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING 05 08 01 Communautair informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen (ILB) 2 18000830 17811386 15119325 17487116 14715911,71 14150128,24 79,44 05 08 02 Enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven 2 250000 1436500 250000 1500000 19317815,88 12371271,01 861,21 05 08 03 Herstructurering van het stelsel van landbouwenquêtes 2 16090110 7330573 4431842 5437303 4661180,06 3416822,85 46,61 05 08 06 Verbetering van het bewustzijn bij het publiek over het gemeenschappelijk landbouwbeleid 2 8000000 8000000 8000000 8000000 7294620,99 7294620,99 91,18 05 08 09 Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) — Operationele technische bijstand 2 6270000 6270000 4382000 4382000 1848926,19 1848926,19 29,49 05 08 77Proefprojecten en voorbereidende acties 05 08 77 06 Voorbereidende actie — Europese Observatiepost voor landbouwprijzen en marges 2 p.m. p.m. p.m. 670000 0,— 282271,51 05 08 77 08 Proefproject — Uitwisselingsprogramma voor jonge landbouwers 2 p.m. p.m. p.m. 299969 0,— 899904,60 05 08 77 09 Voorbereidende actie — Plantaardige en dierlijke genetische hulpbronnen in de Unie 2 p.m. 384800 p.m. 1144230 0,— 744230,— 193,41 05 08 77 10 Proefproject — Agropol: ontwikkeling van een Europese grensoverschrijdende modelregio voor de agro-industrie 2 p.m. 201695 p.m. 480000 0,— 0,— 0 05 08 77 11 Proefproject — Agrobosbouw 2 p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 0,— 05 08 77 12 Proefproject — Slimme ecosociale dorpen 2 p.m. 120000 400000 200000 05 08 77 13 Proefproject — Verbetering van criteria en strategieën inzake crisispreventie en -beheersing in de landbouwsector 2 p.m. 90000 300000 150000 05 08 77 14 Proefproject — Herstructurering van de honingbijketen en Varroa-resistentieteelt en -selectieprogramma 2 200000 210000 700000 350000 05 08 77 15 Proefproject — Analyse van beste manieren voor de oprichting, het functioneren en de ondersteuning van producentenorganisaties (PO's) 2 p.m. 90000 300000 150000 Artikel 05 08 77 — Subtotaal 200000 1096495 1700000 3944199 0,— 1926406,11 175,69 05 08 80 Deelname van de Unie aan de wereldtentoonstelling van 2015 Voedsel voor de planeet — Energie voor het leven in Milaan 2 p.m. p.m. 300000 805000 4278154,79 8405850,15 Hoofdstuk 05 08 — Totaal 48810940 41944954 34183167 41555618 52116609,62 49414025,54 117,81 Ontvangsten die zijn geboekt op artikel 6 7 0 van de algemene staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig de artikelen 21 en 174 van het Financieel Reglement. De volgende rechtsgrond geldt voor alle artikelen/posten van dit hoofdstuk, tenzij anders bepaald. Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18000830 17811386 15119325 17487116 14715911,71 14150128,24 Dit krediet dient voor de financiering van de forfaitaire vergoedingen per bedrijfsformulier en van de ontwikkeling van instrumenten voor de inzameling, de behandeling, de analyse, de publicatie en de verspreiding van de gegevens en de resultaten van de landbouwbedrijfsboekhoudingen. Verordening (EG) nr. 1217/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Gemeenschap (PB L 328 van 15.12.2009, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 250000 1436500 250000 1500000 19317815,88 12371271,01 Dit krediet dient ter cofinanciering van de uitgaven voor de statistische enquêtes waarmee de ontwikkeling van de landbouwstructuur in de Unie wordt gevolgd, inclusief de uitgaven voor de database Eurofarm. Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad (PB L 321 van 1.12.2008, blz. 14). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 16090110 7330573 4431842 5437303 4661180,06 3416822,85 Dit krediet dient ter dekking van:
de uitgaven voor de verbetering van de stelsels inzake de landbouwstatistieken in de Unie;
de subsidies, de contractuele uitgaven en de uitgaven voor dienstverlening in verband met de aankoop en de raadpleging van gegevensbanken;
de subsidies, de contractuele uitgaven en de uitgaven voor dienstverlening in verband met het opstellen van modellen over de landbouwsector, het maken van prognoses op korte en middellange termijn over de ontwikkeling van de markt en van de landbouwstructuur en het verspreiden van de resultaten;
de subsidies, de contractuele uitgaven en de uitgaven voor dienstverlening in verband met de toepassing van teledetectie, gebiedssteekproeven en agrometeorologische modellen voor het opstellen van landbouwstatistieken;
de subsidies, de contractuele uitgaven en de uitgaven voor dienstverlening in verband met de uitvoering van economische analysen en de ontwikkeling van indicatoren op het gebied van het landbouwbeleid;
de subsidies, de contractuele uitgaven en de uitgaven voor diensten in verband met maatregelen die nodig zijn voor de analyse, het beheer en de monitoring van agrarische hulpbronnen en de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid overeenkomstig artikel 6, onder c), en artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, alsmede voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke kader voor toezicht en evaluatie overeenkomstig artikel 6, onder a), en artikel 110 van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
uitstaande verplichtingen op grond van Verordening (EG) nr. 78/2008 van de Raad.
Taken die voortvloeien uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bepaald in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Beschikking 96/411/EG van de Raad van 25 juni 1996 betreffende de verbetering van de communautaire landbouwstatistiek (PB L 162 van 1.7.1996, blz. 14). Besluit nr. 1445/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2000 inzake de toepassing van areal frame sampling en teledetectie voor landbouwstatistieken in de periode 1999-2003 (PB L 163 van 4.7.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 78/2008 van de Raad van 21 januari 2008 betreffende door de Commissie in de periode 2008-2013 te nemen maatregelen op basis van teledetectietoepassingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 25 van 30.1.2008, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 8000000 8000000 7294620,99 Dit krediet dient ter dekking van de financiering door de Unie van voorlichtingsmaatregelen om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verduidelijken, uit te voeren en te ontwikkelen en om het publiek bewust te maken van de inhoud en de doelstellingen van dit beleid, als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van jaarlijkse werkprogramma's of andere specifieke maatregelen die door derden worden voorgesteld en/of activiteiten die op initiatief van de Commissie worden uitgevoerd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6270000 4382000 1848926,19 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven zoals bedoeld in artikel 6, onder a), d), e) en f), van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Dit krediet omvat eveneens de uitgaven voor het opzetten van een databank met analyseresultaten over de wijnbouwproducten waarin wordt voorzien bij artikel 89, lid 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 670000 0,— 282271,51 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 299969 0,— 899904,60 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 384800 p.m. 1144230 0,— 744230,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 201695 p.m. 480000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 120000 400000 200000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Ontvolking van het platteland zorgt in de hele Unie voor problemen, maar vooral in Midden- en Oost-Europa. Het project Slimme ecosociale dorpen dient om modellen te ontwikkelen voor een aantal verschillende soorten slimme dorpen in de Unie, met specifieke aandacht voor de landen van de Visegrád-groep. In het kader van het project worden praktische, sociaal bruikbare modellen ontwikkeld en wordt het vaststellen van succesvolle praktijken gestimuleerd. Daarnaast wordt ICT/online ondersteuning verleend. Het project is gericht op groei en werkgelegenheid in plattelandsgebieden door middel van:
een analyse van gemeenschappelijke kenmerken van plattelandsdorpen in de Unie (met speciale aandacht voor de landen van de Visegrád-groep): infrastructuur, verschillende hulpbronnen, diensten, toegang tot markten, de mogelijkheden van de digitale interne markt, verbanden tussen stad en platteland, verbanden met de bio-economie en de circulaire economie (innovatie, precisielandbouw, milieubeheer, lokale hernieuwbare energie, toeleveringsketen, diensten, plaatselijke levensmiddelen), kansen voor de verbetering van de levenskwaliteit en de werkgelegenheid, rekening houden met de rol van vrouwen en jongeren;
vaststellen en documenteren van beste praktijken en doeltreffende programma's in de plattelandsgebieden in de Unie, analyse van duurzaam milieu- en dorpsbeheer, in overeenstemming met bovengenoemde aspecten. Het project maakt gebruik van regionale casestudies, filmopnamen, ICT en documentatie; daarnaast worden beste praktijken vastgesteld;
beoordelen van casestudies, in samenwerking met lokale overheden, onderzoekers, plaatselijke gemeenschappen, de particuliere sector en ngo's in plattelandsgebieden;
ontwikkelen van een aantal ecosociaal gerichte en praktische modellen voor slimme dorpen, met operationele IT-ondersteuning.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 90000 300000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten bevat horizontale en sectorale maatregelen voor crisispreventie en crisisbeheersing op de landbouw. In deze verordening wordt de term crisissituatie echter niet nader gedefinieerd of gespecificeerd. Het is daarom van groot belang een typologie van crisissituaties op te stellen. Met het voorgestelde proefproject wordt een lijst van parameters opgesteld met het oog op grotere duidelijkheid en vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van maatregelen voor crisispreventie en crisisbeheersing in de landbouw. Bovendien wordt de haalbaarheid beoordeeld van de oprichting van marktwaarnemingscentra met als doel het bieden van een basis om beter het hoofd te kunnen bieden aan crisissituaties en de marktvolatiliteit door middel van vroegtijdige waarschuwing van de noodzaak om tegenmaatregelen te nemen. Voornaamste doel is verduidelijking van de criteria voor de gebruikmaking van instrumenten die beschikbaar zijn voor Europese landbouwers om de gevolgen op te vangen van zowel natuurrampen als marktschommelingen, die de laatste paar jaar geleidelijk erger zijn geworden. Europa moet zich beter voorbereiden op de aanpak van crises in de landbouwsector. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 200000 210000 700000 350000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. De verdwijning van bijen heeft gevolgen voor de hele Unie, leidt tot een vermindering van de bestuiving en vormt een bedreiging voor de biodiversiteit en de volksgezondheid. De Unie moet dit verschijnsel tegengaan door een daadwerkelijke economische strategie van productie tot consumptie te ontwikkelen, met aandacht voor de hele honingproductieketen. In het kader van de nationale programma's inzake bijenteelt kunnen maatregelen, zoals technische bijstand aan bijenhouders en hun organisaties, de bevoorrading van korven en toegepast onderzoek, door de Unie medegefinancierd worden. Dit proefproject combineert de verschillende strategieën van de Unie betreffende innovatie, sociale inclusie en het scheppen van banen, teneinde die te koppelen aan een hervormd gemeenschappelijk landbouwbeleid, en steun te verlenen aan de ontwikkeling van de landbouw naar meer duurzaamheid en een praktisch onderzoek naar de teelt van een bijenpopulatie die met name resistent is tegen de Varroamijt. Methodologie:
implementatie van een aantal aanvullende en geïntegreerde acties, d.w.z. genetische selectie (met name Varroa-resistentieselectie), teelt en instandhouding, opleidingen in bijenkunde/hygiëne (bijengedrag, veterinaire en hygiënische techniek);
ondersteuning van de vestiging van lokale volken, voortplanting van koninginnen en teeltbedrijven;
samenwerking met betrokken wetenschappers en wetenschappelijke instellingen, om een maximale synergie te behalen (onder meer met bestaande onderzoeksprogramma's van de Unie inzake de honingbij).
Er is grote behoefte aan specifiek toegepast onderzoek, met name met betrekking tot de Varroa-resistentieselectie, om de honingbij te redden en aan financiering van het praktisch samenbrengen van vrijwilligers enerzijds en de resultaten van fundamenteel onderzoek in bijenkundeprojecten van door de Unie gesteunde wetenschappelijke instellingen anderzijds. De overdracht van kennis, ondersteuning van de tenuitvoerlegging en de communicatiemiddelen voor de methodologie kunnen niet door een bestaand programma worden gefinancierd. Een eerste Europees opleidingscentrum voor bijenkunde zou de hoeksteen zijn van het proefproject, op basis van de volgende onderwerpen: onderzoek, selectie en instandhouding, repopulatie en biodiversiteit. Hoewel de honingbij een zeer belangrijke rol speelt in de landbouw, zijn de meeste bijenhouders en telers vrijwilligers. Op het gebied van bestuiving en honingproductie zijn er beroepsbijenhouders en kleine bedrijven die grote aantallen bijenkolonies beheren. Maar deze professionals krijgen hun teeltmateriaal van de voornamelijk uit vrijwilligers bestaande teeltgroepen. Als gevolg hiervan is er binnen de bijenhoudersgemeenschap bijna geen geld beschikbaar voor de toepassing van onderzoek naar Varroa-resistente lijnen van bijen door een Unie-brede alliantie van vrijwilligers (bijenhouders) en wetenschappers op dit gebied. Dit proefproject dient ter overbrugging van deze praktische kloof in het KP7-programma SmartBees en de nationale programma's voor de bijenteelt. Als gevolg hiervan focust het project op een praktisch broedprogramma met Varroa-resistente lijnen van bijen waarop met het project als producten wordt gemikt en het project wordt uitgevoerd in samenwerking met grote teeltgroepen en ervaren bijentelers in een aantal lidstaten. De gevolgde methoden zijn gebaseerd op de vaststelling van de Varroa Sensitive Hygiene-eigenschap (VSH) en worden gecoördineerd, wat het aspect van Varroa-resistente teelt betreft, door een specifieke organisatie, met het oog op een efficiënte en effectieve distributie van Varroa-resistente lijnen van bijen. Internationale samenwerking met andere deskundigen op het gebied van toegepast onderzoek naar Varroa-resistentie wordt bijzonder belangrijk geacht. De bijenrassen van Europese honingbijen, Carnica, Buckfast en Black Bee, zijn in het project opgenomen. Na één jaar zou een internationale workshop kunnen worden georganiseerd voor het presenteren van de resultaten van de experimenten. De meetbare resultaten zullen naar verwachting liggen op 7 miljard EUR voor de periode 2016-2020:
het verwezenlijken van 10 miljoen korven in de Unie betekent een omzet van ruim 2 miljard EUR;
de aankoop van materiaal dat nodig is voor het onderhouden van een korf en het produceren van honing vertegenwoordigen voor korfproducenten en -verkopers een omzet van ruim 3 miljard EUR;
stijging van de productie van honing in de Unie voortvloeiend uit de toename met 10 miljoen nieuwe volken die de huidige jaarlijkse invoer (50 % van de vraag) uit derde landen compenseert en een omzet vertegenwoordigt van ruim 2 miljard EUR.
De opvoering van de benodigde bestuiving tot het niveau dat nodig is voor de handhaving van de landbouwproductie van de Unie, met meer en betere producten, maakt niet alleen een stijging van de landbouwproductie mogelijk, maar ook een verlaging van de subsidies aan landbouwers ter compensatie van hun productiviteitsverlies. 30000 nieuwe banen zouden 30000 daaraan gelieerde banen meebrengen, oftewel in totaal 60000 banen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 90000 300000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject omvat een analyse van:
de positieve en negatieve stimulansen voor landbouwers om zich te verenigen en samen te werken in producentenorganisaties (PO's);
de bestuursvormen, samenwerkingsterreinen en mate van concentratie van het aanbod die PO's het best in staat stelt hun activiteiten doeltreffend uit te voeren en hun leden te ondersteunen;
de doeltreffendste financiële en juridische instrumenten die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kunnen worden ingezet ter ondersteuning van PO's.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 300000 805000 4278154,79 8405850,15 Dit krediet dient ter financiering van de deelname van de Unie aan de universele expo Voedsel voor de planeet — Energie voor het leven, die in 2015 plaatsvond in Milaan. De kredieten dienen ter dekking van de basiskosten voor de participatie van de Unie in het Italiaanse paviljoen (huur van de ruimte, opbouw en decoratie van de stand, exploitatiekosten) en voor de voorbereidende en eerste fasen van een elementair wetenschappelijk programma voor de EXPO 2015, waaronder de verzameling van basisgegevens voor beleidsondersteuning. De kosten voor het organiseren van evenementen en tentoonstellingen (bijvoorbeeld de vergoeding van kosten voor deskundigen, tentoonstellingsmateriaal enz.) worden gedekt door kredieten van de desbetreffende specifieke programma's naargelang van het betrokken beleidsgebied. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bepaald in artikel 54, lid 2, onder d), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE MET BETREKKING TOT LANDBOUW Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 05 09HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE MET BETREKKING TOT LANDBOUW 05 09 03Maatschappelijke uitdagingen 05 09 03 01 Een toereikend aanbod van veilige en hoogwaardige voedsel- en andere producten van biologische origine verzekeren 1,1 237123857 121648169 214205269 79277928 106243729,40 22374079,— 18,39 Artikel 05 09 03 — Subtotaal 237123857 121648169 214205269 79277928 106243729,40 22374079,— 18,39 05 09 50Kredieten afkomstig van de deelneming van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 05 09 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 1195926,71 43282,56 Artikel 05 09 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 1195926,71 43282,56 Hoofdstuk 05 09 — Totaal 237123857 121648169 214205269 79277928 107439656,11 22417361,56 18,43 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingslijnen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat de periode 2014-2020 bestrijkt. Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa, Een industriebeleid in een tijd van mondialisering en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese onderzoeksruimte (EOR). Horizon 2020 zal bijdragen aan de totstandkoming van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. De programma's zijn gericht op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, teneinde bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij, gebaseerd op de Europese onderzoeksruimte, d.w.z. door het ondersteunen van transnationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie, door de dynamiek, de creativiteit en de uitmuntendheid van het Europese onderzoek in staat te stellen de grenzen van de kennis te verleggen, door meer personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen, en ook de kwaliteit daarvan te verbeteren, en door de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in heel Europa te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal worden gebruikt. In Horizon 2020 wordt gendergelijkheid als een horizontale kwestie behandeld teneinde onevenwichtige situaties tussen mannen en vrouwen weg te nemen en de genderdimensie in de inhoud van onderzoek en innovatie te integreren. In het bijzonder wordt er rekening mee gehouden dat de inspanningen moeten worden opgevoerd om de participatie van vrouwen in onderzoek en innovatie op alle niveaus, met inbegrip van de besluitvorming, te versterken. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor actie door de Unie, onder meer in het kader van de Europese onderzoeksruimte, alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma's zijn uitgevoerd. Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de EVA-lidstaten ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van landen aan de Europese samenwerking op het terrein van wetenschappelijk en technisch onderzoek die zijn geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen op post 05 09 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 05 01 05 worden opgevoerd. Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt direct ingespeeld op de in de Europa 2020-strategie in kaart gebrachte beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen. Bij het uitvoeren van deze activiteiten zullen de uitdagingen centraal staan, waarbij middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden worden gebundeld. De activiteiten zullen de volledige cyclus van onderzoek tot markt bestrijken, met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde acties zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindverbruikers aangestuurde innovaties, sociale innovatie en de integratie van innovaties op de markt. Deze activiteiten zullen een directe ondersteuning bieden aan de overeenkomstige sectorale beleidsbevoegdheden op het niveau van de Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 237123857 121648169 214205269 79277928 106243729,40 22374079,— Deze activiteit is gericht op de ontwikkeling van duurzamere en productievere land- en bosbouwsystemen, maar ook op de ontwikkeling van diensten, concepten en beleid om de bestaanszekerheid op het platteland te garanderen. Daarnaast ligt de nadruk op gezond en veilig voedsel voor iedereen en op concurrerende voedselverwerkingsmethoden waarbij minder grondstoffen worden gebruikt en minder bijproducten worden geproduceerd. Tegelijkertijd worden er inspanningen gedaan voor een duurzame exploitatie van levende aquatische hulpbronnen (bijvoorbeeld door duurzame en milieuvriendelijke visserij). Europese groene industrieën die weinig koolstof uitstoten en weinig grondstoffen gebruiken en tegelijkertijd duurzaam en concurrerend zijn, worden bevorderd. Dit krediet zal worden gebruikt voor onderzoek en innovatie in verband met landbouw, om een toereikende voorziening te garanderen van veilige en kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen en andere producten op biologische basis; onderzoeksprojecten met rechtstreekse participatie van primaire producenten krijgen prioriteit, om de praktische toepasbaarheid van de resultaten zo groot mogelijk te maken. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programme tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 - het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 1195926,71 43282,56 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 06 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MOBILITEIT EN VERVOER 72528558 72528558 71348528 71348528 74929144,73 74929144,73 06 02 EUROPEES VERVOERSBELEID 3447030702 1476262853 3933087922 1910568257 2360803650,39 1824646797,13 06 03 HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE OP HET GEBIED VAN VERVOER 264404794 266559682 216540737 315196545 248172587,02 155503116,51 Titel 06 — Totaal 3783964054 1815351093 4220977187 2297113330 2683905382,14 2055079058,37 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MOBILITEIT EN VERVOER De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 06 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MOBILITEIT EN VERVOER 06 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Mobiliteit en vervoer 5,2 36147079 35442852 42712145,28 118,16 06 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Mobiliteit en vervoer 06 01 02 01 Extern personeel 5,2 2404640 2276288 2391747,— 99,46 06 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2032932 2061310 2430292,91 119,55 Artikel 06 01 02 — Subtotaal 4437572 4337598 4822039,91 108,66 06 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Mobiliteit en vervoer 5,2 2257145 2262001 2934837,82 130,02 06 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Mobiliteit en vervoer 06 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor de Connecting Europe Facility (CEF) — Vervoer 1,1 2000000 2500000 1856095,02 92,80 Artikel 06 01 04 — Subtotaal 2000000 2500000 1856095,02 92,80 06 01 05Ondersteunende uitgaven voor programma's inzake onderzoek en innovatie op het beleidsterrein Mobiliteit en vervoer 06 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor de uitvoering van programma's inzake onderzoek en innovatie — Horizon 2020 1,1 4776024 4728548 4819642,81 100,91 06 01 05 02 Extern personeel voor de uitvoering van programma's inzake onderzoek en innovatie — Horizon 2020 1,1 2370000 2318624 2624623,29 110,74 06 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor programma's inzake onderzoek en innovatie — Horizon 2020 1,1 608000 595089 573138,60 94,27 Artikel 06 01 05 — Subtotaal 7754024 7642261 8017404,70 103,40 06 01 06Uitvoerende agentschappen 06 01 06 01 Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken — Bijdrage van de Connecting Europe Facility (CEF) 1,1 14832226 15010344 13372921,— 90,16 06 01 06 03 Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken — Bijdrage van het Cohesiefonds 1,2 5100512 4153472 1213701,— 23,80 Artikel 06 01 06 — Subtotaal 19932738 19163816 14586622,— 73,18 Hoofdstuk 06 01 — Totaal 72528558 71348528 74929144,73 103,31 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 36147079 35442852 42712145,28 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2404640 2276288 2391747,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2032932 2061310 2430292,91 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2257145 2262001 2934837,82 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 2500000 1856095,02 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de acties ter ondersteuning van het programma die in artikel 2, lid 7, en artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129) worden omschreven als begeleidende maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van het CEF-programma en de richtsnoeren voor het trans-Europees vervoersnet (TEN-T). Deze uitgaven omvatten studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties, software en databanken, ter ondersteuning van acties die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van de doelstelling van de CEF. Zie artikel 06 02 01. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4776024 4728548 4819642,81 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen (ook in delegaties van de Unie) die op in de goedgekeurde personeelsformatie beschikbare posten uitvoering geven aan programma's inzake onderzoek en innovatie (Horizon 2020) in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Zie hoofdstuk 06 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2370000 2318624 2624623,29 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met extern personeel (ook in delegaties van de Unie) dat uitvoering geeft aan programma's inzake onderzoek en innovatie (Horizon 2020) in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Zie hoofdstuk 06 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 608000 595089 573138,60 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het beheer van programma's inzake onderzoek en innovatie (Horizon 2020) in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van overige administratieve uitgaven door personeel in de delegaties van de Unie. Dit krediet dient tevens ter dekking van uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het halen van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en ter dekking van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de beschrijving, voorbereiding, monitoring, audit, supervisie en het management van het programma of projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Zie hoofdstuk 06 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 14832226 15010344 13372921,— Dit krediet vormt het bedrag van de subsidie die bestemd is ter dekking van de door het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken gemaakte administratieve huishoudelijke en personeelsuitgaven die voortvloeien uit de deelname van dit Agentschap aan het beheer van het programma inzake de Connecting Europe Facility en gaat naar de afronding van de projecten die zijn gefinancierd in het kader van het programma voor het trans-Europees vervoersnet (TEN-T) voor de perioden 2000-2006 en 2007-2013. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-lidstaten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot de uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Besluit C(2007) 5282 van de Commissie van 5 november 2007 inzake het delegeren van bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk met het oog op het verrichten van taken in verband met de communautaire programma's voor subsidies op het gebied van het trans-Europese vervoersnetwerk, met name wat betreft het beheer van de in de EU-begroting opgenomen kredieten, als gewijzigd bij Besluit C(2008) 5538 van 7 oktober 2008. Uitvoeringsbesluit 2013/801/EU van de Commissie van 23 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken en tot intrekking van Besluit 2007/60/EG (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 65). Besluit C(2013) 9235 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake transport, energie- en telecommunicatie-infrastructuur en inzake onderzoek en innovatie op het vlak van transport en energie, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5100512 4153472 1213701,— Dit krediet vertegenwoordigt de subsidie ter dekking van de door het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken gemaakte administratieve huishoudelijke en personeelsuitgaven voor de deelname van dit Agentschap aan het beheer van de middelen uit het Cohesiefonds voor het programma inzake de Connecting Europe Facility. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129). Besluit C(2007) 5282 van de Commissie van 5 november 2007 inzake het delegeren van bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk met het oog op het verrichten van taken in verband met de communautaire programma's voor subsidies op het gebied van het trans-Europese vervoersnetwerk, met name wat betreft het beheer van de in de EU-begroting opgenomen kredieten, als gewijzigd bij Besluit C(2008) 5538 van 7 oktober 2008. Uitvoeringsbesluit 2013/801/EU van de Commissie van 23 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken en tot intrekking van Besluit 2007/60/EG (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 65). Besluit C(2013) 9235 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake transport, energie- en telecommunicatie-infrastructuur en inzake onderzoek en innovatie op het vlak van transport en energie, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. EUROPEES VERVOERSBELEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 06 02EUROPEES VERVOERSBELEID 06 02 01Connecting Europe Facility (CEF) 06 02 01 01 Het wegwerken van knelpunten, de interoperabiliteit van de spoorwegen verbeteren, het aanleggen van ontbrekende schakels en het verbeteren van grensoverschrijdende tracés. 1,1 1174293698 428362267 1092004777 582450000 599261377,47 650378543,22 151,83 06 02 01 02 Zorgen voor duurzame en efficiënte vervoersystemen op lange termijn 1,1 59776865 43209743 68547064 31045375 45687775,98 31432385,84 72,74 06 02 01 03 De integratie en interconnectie van vervoerwijzen optimaliseren en de interoperabiliteit verbeteren 1,1 410321493 83988294 203641042 92100505 296005193,21 128931658,17 153,51 06 02 01 04 Connecting Europe Facility (CEF) — Toewijzing in het kader van het Cohesiefonds 1,2 1588194081 377581583 2372380457 378659459 1215764778,— 392349008,58 103,91 06 02 01 05 Het scheppen van een klimaat dat gunstiger is voor particuliere investeringen in vervoersinfrastructuurprojecten 1,1 62109000 50000000 66354000 43300000 70000000,— 0,— 0 Artikel 06 02 01 — Subtotaal 3294695137 983141887 3802927340 1127555339 2226719124,66 1203091595,81 122,37 06 02 02 Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart 1,1 34184000 34184000 34818550 34818550 37428353,— 37428353,— 109,49 06 02 03Europees Agentschap voor maritieme veiligheid 06 02 03 01 Europees Agentschap voor maritieme veiligheid 1,1 48597565 42650882 29549032 29523073 32955384,80 32777567,25 76,85 06 02 03 02 Europees Agentschap voor maritieme veiligheid — Maatregelen tegen verontreiniging 1,1 22800000 20245132 21600000 17811801 21211820,— 13354026,71 65,96 Artikel 06 02 03 — Subtotaal 71397565 62896014 51149032 47334874 54167204,80 46131593,96 73,35 06 02 04 Europees Spoorwegbureau 1,1 29643000 29643000 25213000 25213000 26345372,— 26345000,— 88,87 06 02 05 Ondersteunende activiteiten in het kader van het Europees beleid inzake vervoer en passagiersrechten, met inbegrip van communicatieactiviteiten 1,1 11821000 13052654 12705000 15621386 11868714,37 17068141,43 130,76 06 02 06 Beveiliging van het vervoer 1,1 1950000 1077798 2200000 1700000 1974881,56 1109948,— 102,98 06 02 51 Voltooiing van het programma trans-Europese netwerken 1,1 p.m. 340000000 p.m. 630340000 0,— 477142041,08 140,34 06 02 52 Voltooiing van het Marco Polo-programma 1,1 p.m. 8135000 p.m. 19185423 0,— 9433670,85 115,96 06 02 53 Voltooiing van maatregelen tegen verontreiniging 1,1 p.m. p.m. p.m. 4688199 0,— 6368844,— 06 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 06 02 77 01 Voorbereidende actie — Europese interface voor transportinformatie en boekingen 1,1 p.m. p.m. p.m. 790000 0,— 0,— 06 02 77 03 Voorbereidende actie — Schepen op lng (vloeibaar aardgas) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 470225,— 06 02 77 05 Proefproject — De rol van rollend materieel in de Europese interoperabiliteit 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 06 02 77 06 Voorbereidende actie — Algemene luchtvaart — Statistieken en belangrijkste cijfers 1,1 p.m. p.m. p.m. 133986 0,— 57384,— 06 02 77 07 Proefproject —Verkeersopstoppingen tegengaan door intelligente, geïntegreerde vervoersopties voor weginfrastructuur 1,1 p.m. 650000 p.m. 650000 1300000,— 0,— 0 06 02 77 08 Proefproject — GNSS-monitoring voor zware voertuigen 1,1 p.m. 245000 350000 175000 06 02 77 09 Proefproject — De Europese vervoerssector aantrekkelijk maken voor toekomstige generaties 1,1 p.m. 350000 500000 250000 06 02 77 10 Voorbereidende actie — Smart Port City 1,1 p.m. p.m. 700000 350000 06 02 77 11 Proefproject — Haalbaarheidsstudie naar het gebruik van een publiek-private gezamenlijke onderneming ter ondersteuning van de toepassing van het Rail Transport Management System (ERTMS) in de kernnetwerkcorridors 1,1 p.m. 280000 400000 200000 06 02 77 12 Voorbereidende actie — Integratie van op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen (RPAS) in het Europese luchtruim door middel van een Active Geofencing Service (AGS) 1,1 p.m. 350000 500000 250000 06 02 77 13 Proefproject — Innovatieve wijzen van duurzame financiering voor het openbaar vervoer 1,1 p.m. 87500 125000 62500 06 02 77 14 Voorbereidende actie — Naar een intern en innovatief Europees vervoersysteem 1,1 p.m. 500000 1500000 1250000 1000000,— 0,— 0 06 02 77 15 Proefproject — Bewustmaking over alternatieven voor de particuliere auto 1,1 490000 245000 06 02 77 16 Proefproject — Duurzame gedeelde mobiliteit in connectie met het openbaar vervoer in Europese plattelandsgebieden (ontwikkeling van het concept slimme vervoersgebieden op het platteland (smart rural transport areas — SMARTA's)) 1,1 600000 300000 06 02 77 17 Proefproject — Luchtruimarchitectuur van het gemeenschappelijk Europees luchtruim 1,1 800000 400000 06 02 77 18 Proefproject — Toegankelijk vervoer voor mensen met beperkte mobiliteit in kaart brengen 1,1 600000 300000 06 02 77 19 Proefproject — Beveiligde parkeerterreinen voor vrachtwagens 1,1 850000 425000 Artikel 06 02 77 — Subtotaal 3340000 4132500 4075000 4111486 2300000,— 527609,— 12,77 Hoofdstuk 06 02 — Totaal 3447030702 1476262853 3933087922 1910568257 2360803650,39 1824646797,13 123,60 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1174293698 428362267 1092004777 582450000 599261377,47 650378543,22 De doelstelling Knelpunten wegwerken en ontbrekende verbindingen aanleggen verwijst naar artikel 4, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1316/2013. Met het oog op het halen van deze doelstelling zullen in het kader van de meerjarige en jaarlijkse werkprogramma's die financieringsbesluiten zijn in de zin van artikel 84 van het Financieel Reglement, oproepen tot het indienen van voorstellen worden gedaan met betrekking tot vervoersprojecten voor het kernnetwerk en vervoerscorridors van de Unie, als omschreven in de bijlage bij de CEF en de TEN-T-richtsnoeren. De verwezenlijking van deze doelstelling zal naar verwachting worden gemeten aan de hand van het aantal nieuwe en verbeterde grensoverschrijdende verbindingen en weggewerkte knelpunten die CEF-steun hebben genoten. Een deel van het krediet zal worden gebruikt ter ondersteuning van de routes van het trans-Europese EuroVelo-fietsnetwerk. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 4, lid 2, onder a). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 59776865 43209743 68547064 31045375 45687775,98 31432385,84 De doelstelling Zorgen voor duurzaam en efficiënt vervoer op lange termijn verwijst naar artikel 4, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1316/2013. Met het oog op het halen van deze doelstelling zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gedaan in het kader van de meerjarige en jaarlijkse werkprogramma's die financieringsbesluiten zijn in de zin van artikel 84 van het Financieel Reglement. In de periode 2014-2020 zal aan de hand van de Connecting Europe Facility een follow-up van het Marco Polo-programma ten uitvoer worden gelegd in het kader van de herziene TEN-T-richtsnoeren. Overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1) zal in dit verband een nieuwe benadering worden ingevoerd ter ondersteuning van de vrachtvervoersdiensten in de Unie (indicatieve begroting 70-140 miljoen EUR per jaar). Het is belangrijk het gebruik van de vervoersinfrastructuur te optimaliseren door overschakeling van het vrachtvervoer naar duurzamere vormen van vervoer, waaronder binnenlandse waterwegen, en door de doeltreffendheid van multimodale diensten te vergroten. Duurzame regelingen om de kosten van modal shift waar vrachtwagens mee te maken hebben deels te compenseren (eco-bonus) kunnen ook worden ondersteund. Digitale initiatieven om vracht te poolen, alsook gedeelde-mobiliteitsprojecten in landelijke en stedelijke gebieden kunnen steun krijgen. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 4, lid 2, onder b). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 410321493 83988294 203641042 92100505 296005193,21 128931658,17 De doelstelling De integratie en interconnectie van vervoerwijzen optimaliseren en de interoperabiliteit, veiligheid en beveiliging van het vervoer verbeteren verwijst naar artikel 4, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 1316/2013. Met het oog op het halen van deze doelstelling zullen oproepen tot het indienen van voorstellen worden gedaan in het kader van de meerjarige en/of jaarlijkse werkprogramma's die financieringsbesluiten zijn in de zin van artikel 84 van het Financieel Reglement. De verwezenlijking van deze doelstelling zal worden gemeten aan de hand van het aantal binnenhavens, zeehavens en luchthavens die verbonden zijn met het spoorwegnetwerk, door het aantal verbeterde multimodale logistieke platforms, het aantal verbeterde verbindingen door maritieme snelwegen en het aantal bevoorradingspunten voor alternatieve energiebronnen op het kernnetwerk. In het kader van deze doelstelling wordt verder gewerkt aan de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de uitrol van Onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Sesar). Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 4, lid 2, onder c). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1588194081 377581583 2372380457 378659459 1215764778,— 392349008,58 Dit krediet is bestemd ter dekking van de steun uit het Cohesiefonds die op grond van de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid wordt verleend voor transportinfrastructuur in het kader van CEF overeenkomstig artikel 84, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1316/2013 dient een bedrag van 11305500000 EUR in lopende prijzen te worden overgedragen uit het Cohesiefonds om overeenkomstig die Verordening uitsluitend te worden besteed in de lidstaten die in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds. Overeenkomstig artikel 11 zullen voor de verwezenlijking van deze doelstelling in het kader van de meerjarige en jaarlijkse werkprogramma's oproepen tot het indienen van voorstellen worden gedaan die uitsluitend open staan voor de lidstaten die in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds. Die meerjarige en/of jaarlijkse werkprogramma's zijn financieringsbesluiten in de zin van artikel 84 van het Financieel Reglement. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, en artikel 5, lid 2, dient tot 1 % van de financiële middelen te worden toegewezen aan acties ter ondersteuning van het programma. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name:
artikel 5, lid 1, onder a), inzake de overdracht van 11305500000 EUR van het Cohesiefonds naar CEF,
artikel 11 inzake de specifieke oproepen voor fondsen die zijn overgedragen uit het Cohesiefonds,
artikel 2, lid 7, en artikel 5, lid 2, inzake de acties ter ondersteuning van het programma, met als doel de tenuitvoerlegging van CEF te ondersteunen.
Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 62109000 50000000 66354000 43300000 70000000,— 0,— De doelstelling Het scheppen van een klimaat dat gunstiger is voor particuliere investeringen in vervoersinfrastructuurprojecten is gericht op de uitvoering van de projecten van gemeenschappelijk belang aan de hand van de financiële instrumenten, en dat op basis van voorafgaande beoordelingen, zoals vereist op grond van artikel 224 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1). Overeenkomstig artikel 21, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1316/2013, zal tussen 10 % en 20 % van de CEF middelen voor vervoer beschikbaar zijn voor innovatieve financieringsinstrumenten, zoals het instrument inzake projectobligaties, het leninggarantie-instrument en andere instrumenten, zoals joint ventures en de aandeleninstrumenten, met als doel publieke en private financiële middelen te bundelen om investeringen in infrastructuur in Europa te versnellen. De financiële instrumenten moeten de toegang tot particuliere financiering vergemakkelijken en op die manier de financiering van de TEN-T-projecten die in het kader van de TEN-T-richtsnoeren en Verordening (EU) nr. 1316/2013 voor steun in aanmerking komen, versnellen of faciliteren. De financiële instrumenten moeten fungeren als kaders voor vreemd vermogen of eigen vermogen en moeten worden ingezet om specifieke gevallen van gebrekkige marktwerking aan te pakken en adequate financieringsoplossingen te bieden. Deze instrumenten moeten ten uitvoer worden gelegd hetzij in het kader van rechtstreeks beheer door de met de uitvoering belaste entiteiten in de zin van het Financieel Reglement, hetzij gezamenlijk met deze uitvoeringsentiteiten. De met de uitvoering belaste entiteiten moeten geaccrediteerd zijn zodat zij ten aanzien van de Commissie de nodige garanties bieden met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie overeenkomstig de eisen van het Financieel Reglement van de Unie. Terugbetalingen uit financiële instrumenten die overeenkomstig artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement aan de Commissie worden gedaan, onder meer in de vorm van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, en die zijn geboekt op post 6 3 4 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder i), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 14. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 34184000 34184000 34818550 34818550 37428353,— 37428353,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het Agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42) worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 35985000 EUR. Een bedrag van 1801000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten, is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 34184000 EUR. Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1108/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 op het gebied van luchtvaartterreinen, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 51). Verordening (EG) nr. 768/2006 van de Commissie van 19 mei 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/36/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de verzameling en uitwisseling van informatie over de veiligheid van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruikmaken van luchthavens in de Gemeenschap en het beheer van het informatiesysteem (PB L 134 van 20.5.2006, blz. 16). Verordening (EG) nr. 1356/2008 van de Commissie van 23 december 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 593/2007 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart geheven vergoedingen en rechten (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 46). Uitvoeringsverordening (EU) nr. 628/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de werkmethoden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor de uitvoering van normaliseringsinspecties en het toezicht op de toepassing van de regels van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 736/2006 van de Commissie (PB L 179 van 29.6.2013, blz. 46). Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 593/2007 (PB L 93 van 28.3.2014, blz. 58). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (COM(2015) 613 final), door de Commissie ingediend op 7 december 2015. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 48597565 42650882 29549032 29523073 32955384,80 32777567,25 Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3), met uitzondering van maatregelen tegen verontreiniging (zie post 06 02 03 02). Het Agentschap stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017, m.i.v. maatregelen tegen verontreiniging, bedraagt in totaal 72358565 EUR. Een bedrag van 961000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten, is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 71397565 EUR. Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1). Verordening (EU) 2016/1625 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 77). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 22800000 20245132 21600000 17811801 21211820,— 13354026,71 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor maatregelen tegen verontreiniging zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 911/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Overeenkomstig het besluit van het Europees Parlement en de Raad wordt het Agentschap ook belast met de bestrijding van door offshore-installaties voor olie- en gaswinning veroorzaakte mariene verontreiniging. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1). Verordening (EU) nr. 911/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 over meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid op het gebied van de bestrijding van door schepen en olie- en gasinstallaties veroorzaakte verontreiniging van de zee (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 115). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 29643000 29643000 25213000 25213000 26345372,— 26345000,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Bureau (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het Bureau stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Bureau is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 30000000 EUR. Een bedrag van 357000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten, is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 29643000 EUR. Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44). Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 51). Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1). Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11821000 13052654 12705000 15621386 11868714,37 17068141,43 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies en vergaderingen van deskundigen die rechtstreeks verband houden met het halen van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken, en die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Dit krediet dient ter dekking van informatie en communicatie, conferenties en evenementen om activiteiten in de vervoerssector te promoten, sociale-media-activiteiten, audiovisuele producten, de ontwikkeling van website- en andere IT-tools, consultancy en digitale en gedrukte publicaties die rechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het vervoersbeleid en tot de beveiliging en bescherming van vervoersgebruikers. Dit krediet dient tevens ter dekking van de uitgaven van de Commissie voor de verzameling en verwerking van alle mogelijke gegevens met het oog op de analyse, vaststelling, bevordering, follow-up, evaluatie en tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk vervoersbeleid van de Unie voor de verschillende vervoerswijzen (weg, spoor, lucht-, zee- en binnenvaart) en in alle vervoersectoren (veiligheid, de interne vervoersmarkt en de uitvoeringsmodaliteiten daarvan, de optimalisering van het vervoersnetwerk, het vaststellen en waarborgen van de passagiersrechten bij alle vervoerswijzen, gebruik van alternatieve brandstoffen bij alle vervoerswijzen, de aanschaf van schone voertuigen en stedelijke mobiliteit, werkgelegenheidscijfers, alsmede voor alle andere vervoersgerelateerde sectoren). De belangrijkste acties en doelstellingen hebben tot doel het gemeenschappelijk vervoersbeleid van de Unie te ondersteunen, waaronder een uitbreiding naar derde landen, technische assistentie voor alle vervoersmodaliteiten en -sectoren, specifieke opleiding, de vaststelling van voorschriften inzake vervoersveiligheid, de vereenvoudiging van administratieve procedures, het gebruik van ICT, bijdragen aan het standaardiseringsproces en het bevorderen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, met inbegrip van de ontwikkeling en de bouw van de bij het VWEU bekrachtigde visie inzake de trans-Europese netwerken alsmede de versterking van de passagiersrechten en de bescherming van die rechten voor alle vervoerswijzen, alsook een betere toepassing en handhaving van de bestaande regelgeving inzake passagiersrechten, met name door middel van bewustmakingsacties over de inhoud van die regelgeving ten behoeve van zowel de vervoersondernemingen als de reizigers. Vervoer over zee en logistiek Dit krediet dient ter dekking van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van de strategie van de Unie inzake zeevervoer overeenkomstig de in het witboek over de toekomst van het vervoer geformuleerde doelstellingen. Het omvat analyses van economische en technologische ontwikkelingen, ondersteuning van internationale onderhandelingen, de ontwikkeling en interpretatie van cabotageregels, het volgen van klachten- en inbreukprocedures, de ontwikkeling en uitvoering van acties ter bevordering van de korte vaart, de herziening van Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PB L 283 van 29.10.2010, blz. 1), administratieve vereenvoudiging, het gebruik van ICT in de logistieke sector en het vervoer over water en ten slotte ondersteuning van duurzame ontwikkeling in de scheepvaart. Dit krediet dient ter dekking van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een strategie van de Unie voor goederenlogistiek, waaronder de digitale agenda's voor vervoer en logistiek, met een kader en acties voor interoperabele multimodale-vervoersinformatie- en managementsystemen en de daaraan gekoppelde standaardiseringsaspecten, een (Europees) eenloketsysteem voor multimodaal vervoer, één enkel vervoersdocument en een multimodale aansprakelijkheidsregeling. Dit krediet dient ook ter dekking van de ontwikkeling van een referentiekader voor het berekenen van de koolstofvoetafdruk, de follow-up van de modale verschuiving (Marco Polo-programma), de ondersteuning van de standaardisering en harmonisering van uitrusting en gecombineerd vervoer. Maritieme veiligheid Dit krediet is bestemd ter dekking van uitgaven voor monitoring, evaluatie en herziening (effectbeoordeling) van de Uniewetgeving op het gebied van maritieme veiligheid, de bescherming van het mariene milieu en de verbetering van de kwalificaties en arbeidsomstandigheden van zeevarenden. Passagiersrechten Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de monitoring, evaluatie, herziening en bewustmaking betreffende de Uniewetgeving inzake passagiersrechten. Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 261/2004 moet de Commissie bijkomende maatregelen uitwerken om de handhaving van die verordening doeltreffender te maken. Ook de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1107/2006 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen (PB L 285 van 17.10.1997, blz. 1) moet worden gewaarborgd. De tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1371/2007 vergt specifieke uitvoeringsmaatregelen om de correcte toepassing en handhaving daarvan in de lidstaten te waarborgen, mede in het licht van de complexe interactie van regionale, nationale en internationale (COTIF) administratieve structuren die betrokken zijn bij de toepassing van de verordening. De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1177/2010 vergt specifieke uitvoeringsmaatregelen om te waarborgen dat de verordening in de lidstaten correct wordt toegepast en gehandhaafd en dat de lidstaten hun verslagleggingsverplichtingen ten aanzien van de Commissie nakomen. De tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 181/2011 vergt specifieke uitvoeringsmaatregelen om te waarborgen dat de verordening in de lidstaten correct wordt toegepast en gehandhaafd en dat de lidstaten hun verslagleggingsverplichtingen ten aanzien van de Commissie nakomen. Een belangrijke maatregel ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging zijn de gerichte acties die de Commissie in bepaalde of alle lidstaten uitvoert om de passagiersrechten beter bekend te maken. Bijna één derde van de burgers van de Unie verklaarde bij de aankoop van een vervoerbewijs (31 %) op de hoogte te zijn van hun rechten en plichten, terwijl 59 % daar niet van op de hoogte is (Eurobarometer 2014 inzake passagiersrechten). Deze acties en doelstellingen kunnen op verschillende niveaus worden ondersteund (lokaal, regionaal, nationaal, Europees en internationaal), voor alle vervoerswijzen en transportgerelateerde sectoren en dit vanuit een technische, technologische, juridische, informatieve, ecologische, klimatologische en politieke invalshoek en teneinde duurzame ontwikkeling te stimuleren. De luchtvaart is reeds lange tijd een van de sectoren waarover consumenteninstanties in de Unie de meeste klachten ontvangen. De toename van het aantal commerciële transacties langs elektronische weg (internet of mobiele telefoon) heeft het aantal schendingen van de consumentenwetgeving van de Unie alleen maar doen stijgen. Een van de belangrijkste klachten van de consumenten van de Unie betreft het ontbreken van deugdelijke rechtsmiddelen op de luchthavens zelf, met name wanneer zich geschillen voordoen vanwege nalatigheid van luchtvaartmaatschappijen of andere dienstverleners. De consumenten van de Unie en de luchtvaartinstanties moeten daarom samenwerken om een snelle verbetering van de ondersteuning van reizigers en informatiefaciliteiten op luchthavens te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor meer coregulering in de sector. Verkeersveiligheid In haar mededeling van 20 juli 2010, Naar een Europese verkeersveiligheidsruimte — Strategische beleidsoriëntaties inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2011-2020 (COM(2010) 389), heeft de Commissie zeven doelstellingen voorgesteld: verbetering van de scholing en opleiding van weggebruikers, een versterkte handhaving van het verkeersreglement, veiliger wegeninfrastructuur, veiliger voertuigen, gebruik van moderne technologieën, verbetering van de noodinterventie- en revalidatiediensten en bescherming van kwetsbare weggebruikers. Er wordt verder gewerkt aan het voorstel van de Commissie, het nieuwe rijbewijs van de Unie, de herziening van de regels inzake de kwalificatie en opleiding van beroepschauffeurs, de follow-up van de Richtlijnen 2014/45/EU, 2014/46/EU en 2014/47/EU, en de strategie op het gebied van ernstig verkeersletsel. Het werk van de Commissie op het vlak van verkeersveiligheid omvat tevens het beheer van het Europees Handvest voor de verkeersveiligheid, het beheer van de voorschriften inzake gevaarlijke goederen, het bijhouden van een Europese databank inzake ongevallen in het wegverkeer (CARE), de follow-up van de richtlijnen over het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur en tunnels, en bepaalde aspecten inzake de veiligheid van zwakke weggebruikers. Met het oog op de uitvoering van de beleidsoriëntaties 2011-2020 zijn bovendien specifieke uitvoeringsmaatregelen nodig voor de uitwisseling van goede praktijken, verkeersveiligheidscampagnes, oproepen tot het indienen van voorstellen en het Europees Studiecentrum voor de verkeersveiligheid; alsmede de evaluaties van de opties om de werkzaamheden op het gebied van verkeersveiligheid in de Unie in de toekomst doeltreffender en efficiënter te maken. Dit krediet dient ook ter dekking van uitgaven voor communicatieactiviteiten en publieke evenementen zoals de jaarlijkse Europese Dag van de Verkeersveiligheid en soortgelijke initiatieven voor bewustmaking en interactie met de burger. Het is tevens bedoeld om tot doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten te komen op het gebied van handhaving ten aanzien van verkeersveiligheidsgerelateerde overtredingen. Vervoer over land De voornaamste activiteiten op het gebied van vervoer over land behelzen de tenuitvoerlegging en herziening van bestaand beleid en de planning van nieuwe initiatieven. Het gaat onder meer om activiteiten op het gebied van tolheffing, spoorwegaspecten, markttoegang, sociale regelgeving (met inbegrip van de handhaving daarvan), technische voorschriften en internationale aspecten (betrekkingen met derde landen en internationale organisaties voor vervoer over land). Havens en binnenvaart Dit krediet dient ter dekking van de ontwikkeling, monitoring, evaluatie en herziening (effectbeoordeling) van de wetgeving en het beleid van de Unie inzake de havens en binnenvaart. Gemeenschappelijk Europees luchtruim De volledige tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (vier basisverordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004, (EG) nr. 551/2004 en (EG) nr. 552/2004 en meer dan twintig uitvoeringsbesluiten) is essentieel om de veiligheidsprestaties van de luchtnavigatiediensten te verbeteren, hun kostenefficiëntie te verhogen, de vertragingen in de luchtvaart terug te dringen en de milieuprestaties te verbeteren en is derhalve een prioriteit voor de Europese luchtvaart. De invoering van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en Onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Sesar), de technologische pijler daarvan, zijn eveneens prioriteiten van de in 2015 aangenomen luchtvaartstrategie voor Europa. De uitbreiding van de regelgeving inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim naar de landen van Zuidoost-Europa via de Multilaterale Overeenkomst betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (Multilateral Agreement on the Establishment of a European Common Aviation Area — ECAA) is een belangrijke stap in het kader van het nabuurschapsbeleid. De actie is gebaseerd op artikel 7 van Verordening (EG) nr. 549/2004. Andere voor de Commissie belangrijke activiteiten in het kader van dit artikel zijn het promoten van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de initiatieven die bijdragen tot de tijdige invoering en de en toekomstige ontwikkeling daarvan. Luchtvaartveiligheid en milieu Het gebruik van verschillende wetgevende instrumenten is belangrijk om de veiligheid van de Europese luchtvaart en een ecologisch duurzame groei te waarborgen. De Commissie kan op grond van de artikelen 3 tot en met 5 van Verordening (EG) nr. 2111/2005 een volledig exploitatieverbod of gedeeltelijke beperkingen opleggen aan luchtvaartmaatschappijen die vanuit derde landen naar de Unie vliegen. In dit kader en overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 473/2006 kunnen de Commissie, het EASA (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart) en deskundigen van de lidstaten beoordelingsmissies uitvoeren om ter plaatse veiligheidstekortkomingen van luchtvaartmaatschappijen en hun toezichthoudende autoriteiten op te sporen. De kosten van beoordelingsbezoeken ter plaatse door nationale deskundigen worden hetzij vergoed door de Unie, hetzij uit hun eigen begroting gefinancierd. Er is een duidelijke behoefte aan meer positieve en preventieve acties als aanvulling op deze missies en aan technische samenwerking ex post om landen waaraan een verbod of beperking is opgelegd te helpen om de geconstateerde tekortkomingen weg te werken. Bovendien streven de Commissie en het EASA ernaar de strengste normen inzake luchtvaartveiligheid wereldwijd te bevorderen. In dit verband bieden de grootschalige projecten van de Unie voor samenwerking op het gebied van burgerluchtvaart die door andere directoraten-generaal worden beheerd (ELARG en DEVCO), die alleen op langetermijnbasis kunnen worden uitgevoerd, geen onmiddellijk antwoord op de behoeften op korte termijn. Het doel van dit initiatief bestaat er derhalve in de bestaande instrumenten aan te vullen met een flexibel instrument voor de uitvoering van preventieve en ondersteunende ad-hocacties ten behoeve van nationale autoriteiten die belast zijn met het toezicht op luchtvaartmaatschappijen waaraan de Unie een exploitatieverbod in de Unie heeft opgelegd. De geplande acties zijn kleinschalige en kortlopende activiteiten. Aangezien het in 2009 tussen EASA en DG MOVE gesloten raamcontract voor diensten zijn effectiviteit en efficiency voor de verlening van technische bijstand heeft aangetoond, is voor de periode 2013-2016 een nieuw contract gesloten met het EASA en wordt voor de periode 2016-2020 een nieuwe kaderovereenkomst voorbereid. Bovendien voorziet Verordening (EU) nr. 996/2010 in de oprichting van een Europees netwerk van instanties voor veiligheidsonderzoek in de burgerluchtvaart (Encasia). Encasia dient acties op te zetten om de kwaliteit van door instanties voor veiligheidsonderzoek uitgevoerde onderzoeken verder te verbeteren en de preventie van ongevallen in de Unie te versterken. Op grond van die verordening wordt de Commissie betrokken bij de werkzaamheden van Encasia en verleent zij het netwerk de nodige steun. Voorts werkt de Commissie sinds 2003 samen met Eurocontrol op grond van het Memorandum van samenwerking in verband met de ondersteuning van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en andere beleidsinitiatieven van de Unie. De Commissie heeft op 19 december 2012 de nieuwe kaderovereenkomst MOVE/E2/2012/FV/397-3 aangenomen. Het doel van deze kaderovereenkomst is de Commissie te ondersteunen bij de voorbereiding en tenuitvoerlegging van het milieubeleid van de Unie in de luchtvaart. Dit beleid heeft betrekking op geluid en uitstoot (CO2 of NOx), waarvoor de ICAO normen ontwikkelt die op grond van artikel 6 van Richtlijn 216/2008 nagenoeg automatisch in Unierecht worden omgezet. Voor de tenuitvoerlegging en beoordeling van de Unieregelgeving moeten data en methoden worden ontwikkeld om bij te dragen tot de algemene Europese capaciteit inzake milieubeoordeling. Deze fiche omvat geen nieuwe activiteiten, maar activiteiten die in het verleden uit de algemene middelen voor Eurocontrol werden gefinancierd. Het Memorandum van samenwerking bestrijkt ten slotte een aantal luchtvaartaspecten waarvoor zowel de Commissie als de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) verantwoordelijk zijn (bv. veiligheid, milieu, luchtverkeersbeheer en luchtvaartveiligheid). Deze versterkte samenwerking zal de onmisbare deelname en bijdragen waarborgen aan ICAO-initiatieven op verschillende belangrijke gebieden van het luchtvaartbeleid waar op mondiaal niveau rond wordt gewerkt. Dit omvat het initiatief om de veiligheid van de internationale luchtvaart op wereldschaal te versterken of de ontwikkeling en uitvoering van wereldwijd aanvaardbare maatregelen in verband met de milieu-impact van de luchtvaart. Het doel is ervoor te zorgen dat de ICAO meer rekening houdt met de Europese belangen (onder meer van industriële aard, bv. met betrekking tot de vaststelling van wereldwijde technische standaarden). De overeenkomst zal de ICAO ertoe aanzetten de toenemende rol die regionale organisaties in de huidige en toekomstige ontwikkeling van de internationale luchtvaart spelen, te aanvaarden, te ondersteunen en te versterken. Stedelijke mobiliteit. Dit krediet dient ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het pakket van 2013 inzake stedelijke mobiliteit. Dit pakket heeft tot doel de Europese steden beter te ondersteunen bij de aanpak van mobiliteitsproblemen. Daartoe zal de Commissie onder andere ondersteuning bieden voor studies, congressen, campagnes (zoals de Europese Week van de Mobiliteit), de oprichting van platforms voor de uitwisseling van informatie, beste praktijken. Gebruik van alternatieve brandstoffen voor vervoer Dit krediet dient ter dekking van steun voor de tenuitvoerlegging van de in het pakket Schone energie voor het vervoer gedefinieerde strategie (mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Schone energie voor het vervoer — Een Europese strategie voor alternatieve brandstoffen (COM(2013) 17 final). Het krediet zal ook dienen ter ondersteuning van de Commissie bij de monitoring en beoordeling van de tenuitvoerlegging van nationale beleidskaders die door de lidstaten moeten worden ingediend op grond van artikel 3 van Richtlijn 2014/94/EU, en bij de voorbereiding van de verslagen waarin artikel 10 van die richtlijn voorziet. Ook de activiteiten ter ondersteuning van de decarbonisatiestrategie en het in juli 2016 aangenomen actieplan voor alternatieve brandstoffen vallen hieronder. Aanschaf van schone voertuigen De volledige omzetting van Richtlijn 2009/33/EG is in november 2013 voltooid. De resultaten van het eerste verslag over de tenuitvoerlegging van de richtlijn zijn op 18 april 2013 gepubliceerd. Er wordt aan een externe evaluatie ter verstrekking van beleidsaanbevelingen gewerkt. Dit krediet dient ter dekking van de verslagleggings- en evaluatieverplichtingen die zijn vastgesteld bij artikel 10 van Richtlijn 2009/33/EG en van andere ondersteunende acties (bv. communicatieactiviteiten). Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2829/77 van de Raad van 12 december 1977 met betrekking tot de inwerkingtreding van de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de b emanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR) (PB L 334 van 24.12.1977, blz. 11), met name artikel 22 bis van de overeenkomst. Verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen (PB L 378 van 31.12.1986, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4057/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB L 378 van 31.12.1986, blz. 14). Verordening (EEG) nr. 4058/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende een gecoördineerd optreden ter vrijwaring van de vrije toegang tot lading in het vervoer over zee (PB L 378 van 31.12.1986, blz. 21). Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer) (PB L 364 van 12.12.1992, blz. 7). Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen lidstaten (PB L 368 van 17.12.1992, blz. 38). Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens (PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1). Beschikking 93/704/EG van de Raad van 30 november 1993 betreffende de oprichting van een communautaire gegevensbank inzake ongevallen in het wegverkeer (PB L 329 van 30.12.1993, blz. 63). Richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB L 249 van 17.10.1995, blz. 35). Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59). Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap (PB L 302 van 26.11.1996, blz. 28). Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 57). Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (PB L 187 van 20.7.1999, blz. 42). Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2000 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Gemeenschap deelnemen aan het verkeer (PB L 203 van 10.8.2000, blz. 1), met name artikel 7. Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 35). Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap (PB L 85 van 28.3.2002, blz. 40). Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10), met name artikel 26. Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 91), met name artikel 45 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg. Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen (PB L 285 van 17.10.1997, blz. 1). Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor roropassagiersschepen (PB L 123 van 17.5.2003, blz. 22), met name artikel 10. Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart (PB L 167 van 4.7.2003, blz. 26). Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4). Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de kaderverordening) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10). Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtruimverordening) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20). Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging (de interoperabiliteitsverordening) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 26). Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en vliegtuigexploitanten (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 1). Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44). Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 124). Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PB L 167 van 30.4.2004, blz. 39). Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij (PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15). Richtlijn 2006/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (PB L 33 van 4.2.2006, blz. 82). Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35). Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 8). Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1). Richtlijn 2006/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (PB L 389 van 30.12.2006, blz. 1). Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PB L 403 van 30.12.2006, blz. 18). Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 4). Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 51). Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3). Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PB L 260 van 30.9.2008, blz. 18). Richtlijn 2008/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur (PB L 319 van 29.11.2008, blz. 59). Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1), met name de artikelen 6 en 14. Verordening (EG) nr. 80/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake een gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 47). Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden (PB L 70 van 14.3.2009, blz. 11). Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 128), met name artikel 35. Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 114), met name artikel 23. Richtlijn 2009/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 132), met name artikel 7 en artikel 10, lid 2. Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5). Richtlijn 2009/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (PB L 122 van 16.5.2009, blz. 28). Verordening (EG) nr. 223/2009 van de Raad en het Europees Parlement van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164). Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 24). Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51). Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72). Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 88). Richtlijn 2010/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2010 betreffende vervoerbare drukapparatuur en houdende intrekking van Richtlijnen 76/767/EEG, 84/525/EEG, 84/526/EEG, 84/527/EEG en 1999/36/EG van de Raad (PB L 165 van 30.6.2010, blz. 1). Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1). Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 22). Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en tot intrekking van richtlijn 94/56/EG (PB L 295 van 12.11.2010, blz. 35). Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1). Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1). Besluit 2012/243/EU van de Raad van 8 maart 2012 inzake de sluiting van een memorandum van samenwerking tussen de Europese Unie en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie houdende vaststelling van een kader voor versterkte samenwerking, en tot vaststelling van de daarmee verband houdende procedures (PB L 121 van 8.5.2012, blz. 16). Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32). Verordening (EU) nr. 99/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende het Europees statistisch programma 2013-2017 (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 12), met name artikel 8. Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 51). Richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen en tot intrekking van Richtlijn 2000/30/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 134), met name artikel 4, lid 3, onder b), en artikel 18. Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1). Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18). Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1). Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9). Beschikking van de Commissie van 6 oktober 2009 tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 7547). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1950000 1077798 2200000 1700000 1974881,56 1109948,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van de Commissie voor de verzameling en verwerking van alle mogelijke gegevens met het oog op de analyse, de omschrijving, de bevordering, de follow-up, de evaluatie en de tenuitvoerlegging van maatregelen en regelgeving die nodig zijn voor een versterkte beveiliging van het land-, zee- en luchtvervoer alsook voor de uitbreiding van deze maatregelen tot derde landen en voor de technische bijstand en specifieke opleidingsactiviteiten. De actie zal vooral gericht zijn op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regelgeving op het gebied van de beveiliging van het vervoer, met als voornaamste doelstellingen:
maatregelen om kwaad opzet op vervoersgebied te voorkomen;
de harmonisatie van de wetgevingen en de technische normen alsook van de administratieve controlepraktijken met het oog op het waarborgen van de beveiliging van het vervoer;
de vaststelling van gemeenschappelijke indicatoren, methoden en doelstellingen met betrekking tot de beveiliging van de vervoersector en de verzameling van de gegevens die daarvoor nodig zijn;
follow-up van de maatregelen van de lidstaten op het gebied van vervoersveiligheid, voor alle vervoersmodaliteiten;
internationale coördinatie op het gebied van vervoersveiligheid;
de bevordering van onderzoek op het gebied van de beveiliging van het vervoer.
Dit krediet dient met name ter dekking van de uitgaven voor de oprichting en de werking van een team van inspecteurs die toezien op de naleving van de veiligheidsregelgeving van de Unie in luchthavens, havens en havenfaciliteiten in de lidstaten, met in begrip van de uitbreiding naar derde landen en schepen onder de vlag van een lidstaat. Deze kosten omvatten de vergoedingen en reiskosten van de inspecteurs van de Commissie en de kosten van de inspecteurs uit de lidstaten die ten laste worden genomen overeenkomstig die regelgeving. Daarnaast zijn er nog de kosten van inspecteursopleidingen, voorbereidende vergaderingen en het voor de inspecties benodigd klein materieel. Dit krediet dient tevens ter dekking van de uitgaven voor informatie en communicatie, alsmede voor gedrukte en digitale publicaties, die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het beleidsterrein vervoer en de beveiliging en bescherming van vervoersgebruikers. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6). Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens (PB L 310 van 25.11.2005, blz. 28). Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72). Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PB L 260 van 30.9.2008, blz. 13). Referentiebesluiten Verordening (EU) nr. 72/2010 van de Commissie van 26 januari 2010 tot vaststelling van procedures voor inspecties door de Commissie op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (PB L 23 van 27.1.2010, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 340000000 p.m. 630340000 0,— 477142041,08 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1). Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnetwerk (PB L 228 van 9.9.1996, blz. 1). Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad van 21 mei 2002 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Galileo (PB L 138 van 28.5.2002, blz. 1). Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (PB L 64 van 2.3.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 680/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van de trans-Europese netwerken voor vervoer en energie (PB L 162 van 22.6.2007, blz. 1). Besluit C(2007) 3512 van de Commissie van 23 juli 2007 tot vaststelling van het meerjarenwerkprogramma voor subsidies op het gebied van de trans-Europese netwerken voor de periode 2007-2013. Verordening (EG) nr. 67/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (PB L 27 van 30.1.2010, blz. 20). Besluit nr. 661/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende uniale richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet (PB L 204 van 5.8.2010, blz. 1). Beschikking C(2001) 2654 van de Commissie van 19 september 2001 tot instelling van een indicatief meerjarenprogramma voor het verlenen van communautaire financiële bijstand op het gebied van het trans-Europese vervoersnetwerk voor de periode 2001-2006. Besluit C(2007) 6382 van de Commissie van 17 december 2007 betreffende de sluiting van een samenwerkingsovereenkomst tussen de Commissie en de Europese Investeringsbank met betrekking tot een leninggarantie-instrument voor TEN-T-vervoersprojecten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 8135000 p.m. 19185423 0,— 9433670,85 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EG) nr. 1382/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 betreffende de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoersysteem te verbeteren (Marco Polo-programma) (PB L 196 van 2.8.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1692/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot instelling van het tweede Marco Polo-programma voor de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren (Marco Polo II) (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 4688199 0,— 6368844,— Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 790000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 470225,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 133986 0,— 57384,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 650000 p.m. 650000 1300000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 245000 350000 175000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject omvat de uitvoering van een studie naar de mogelijke ontwikkeling van een Europees Wereldwijd satellietnavigatiesysteem-monitoringsysteem (GNSS)voor zware bedrijfsvoertuigen. Het systeem moet zorgen voor een betere veiligheid, traceerbaarheid, naleving van de regelgeving en billijke mededinging in het vervoer. Middels deze studie wordt onderzocht hoe een GNSS-monitoringsysteem het best kan worden gebruikt om de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake het wegvervoer te verbeteren. Met behulp van een systeem voor monitoring in realtime kunnen illegale praktijken in de vervoerssector en smokkel van goederen en afval doeltreffender worden bestreden en kan alle informatie met betrekking tot vrachtwagens en chauffeurs in realtime worden gecontroleerd. Op basis van de bestaande verordeningen en systemen (digitale tachograaf voor de controle van de arbeidstijden en weegsystemen in voertuigen om toe te zien op de naleving van het toegestane maximumgewicht) moet de studie achtereenvolgens:
1. de doelstellingen definiëren door een evaluatie van de wetgeving die door het systeem moet worden gemonitord (bijvoorbeeld volgen/traceren van gevaarlijke goederen, cabotageregels) en van eventuele nieuwe wetgeving voor HGV (bv. eCall, event data recorders ...), in het bijzonder rekening houdend met de resultaten van de studie Benefit and Feasibility of a Range of New Technologies and Unregulated Measures in the fields of Vehicle Occupant Safety and Protection of Vulnerable Road Users, door de Commissie gepubliceerd in maart 2015;
2. de functionele vereisten voor de in punt 1) genoemde toepassingen definiëren;
3. een systeemarchitectuur opzetten waarin de digitale tachograaf wordt geïntegreerd, en de technische vereisten bepalen voor alle modules die voor dat systeem nodig zijn;
4. analyse van de veiligheidsmechanismen om fraude en blokkering te voorkomen;
5. de voorwaarden voor marktintroductie verifiëren;
6. de acceptatie van het project door de wegvervoerssector beoordelen via een open raadpleging van de belanghebbenden in een stuurgroep die alle projectfasen volgt;
7. de gevolgen beoordelen van eventuele wetgeving om het systeem verplicht of sterk aanbevolen te maken.
De Commissie heeft reeds studies uitgevoerd over de technische aspecten van een dergelijk geïntegreerd boordsysteem (fasen 1 en 3 hierboven). Daarom zal deze studie voornamelijk focussen op de politieke aspecten (fasen 5 t.e.m. 7) en de verdere uitdieping van de technische aspecten (fasen 1 t.e.m. 4). Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 350000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Om concurrerend te zijn moet de vervoerssector beschikken over hooggekwalificeerd, concurrerend en goed opgeleid personeel. Op een aantal gebieden is er momenteel duidelijk behoefte aan gespecialiseerd personeel omdat de arbeidsmarkt onvoldoende stimulansen biedt voor de invulling van bepaalde zeer gespecialiseerde vacatures in de sector, terwijl het ook moeilijk is om kandidaten te vinden voor laaggekwalificeerde banen. In de zeevaart verdwijnt een groeiend aantal banen voor zeelieden en het wordt steeds moeilijker om werknemers in de Unie in deze sector aan te werven, vooral vanwege de zware arbeidsomstandigheden en slechte arbeidsvoorwaarden. In de luchtvaart verlaten steeds meer piloten en cabinepersoneel de Unie en een groeiend aantal aanvaardt binnen de Unie arbeidsvoorwaarden die veel minder gunstig zijn dan de traditionele normen in de luchtvaart. Bovendien moeten dringend voorbereidingen worden getroffen voor de vervanging van werknemers uit de vervoerssector die met pensioen gaan. Doelstellingen:
dit scenario voorbereiden en de Commissie, het Europees Parlement en de Raad de nodige tools aanreiken om te bepalen welke maatregelen dringend genomen moeten worden om een negatieve impact op de arbeidsmarkt in de sector te voorkomen;
de beroepen in de vervoerssector aantrekkelijker maken, op EU-niveau bekijken welke de behoeften zijn aan opleiding en levenslang leren en welke kosten en belemmeringen mensen ervan weerhouden om voor een baan in de sector te kiezen, en passende maatregelen voorstellen;
de behoeften in de vervoerssector wat betreft werkgelegenheid en opleidingen voor de komende jaren uitgebreid in kaart brengen.
Voorgestelde acties:
een overzicht opstellen van functieprofielen en opleidings- en beroepseisen voor de meest gevraagde functies, en van de belangrijkste universiteiten, opleidingscentra en vooraanstaande instituten waar opleidingen gevolgd kunnen worden voor hooggespecialiseerde technische functies in deze sector;
een studie uitvoeren naar mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling voor nieuwe generaties en, samen met bevoegde autoriteiten en belanghebbenden, waaronder de sociale partners, stimulansen ontwikkelen om werknemers in de Unie aan te trekken en ten slotte de mogelijkheden bekijken om een beroep te doen op EU-financiering of steunprogramma's als het Europese Jeugdinitiatief;
een portaalsite ontwikkelen voor toekomstige werknemers waar de belangrijkste loopbaanmogelijkheden en opleidingen en de daarmee gemoeide kosten worden aangegeven, en waar tevens vacatures worden bekendgemaakt. Het platform zal voor alle vormen van vervoer gelden en gericht zijn op alle belanghebbenden. Het biedt een instrument voor het uitwisselen van ervaringen en beste praktijken. Er zal voor alle vervoersmodi tevens informatie worden gegeven over arbeidsomstandigheden, loopbanen enz. Speciale aandacht wordt besteed aan leerlingenplaatsen. Die website zal in de eerste plaats gericht zijn op jongeren.
Het internetplatform zal tevens het volgende omvatten:
een module over betere handhaving met een lijst van richtsnoeren (op nationaal en EU-niveau), alsmede informatie over de cultuur van billijkheid en de nalevingscultuur;
een speciale module voor genderevenwicht om iets te doen aan het zeer lage percentage vrouwelijke werknemers in de vervoerssector. In deze module wordt bijzondere aandacht besteed aan stedelijk vervoer;
een speciale module inzake de werkzaamheden van de sociale partners;
in het kader van de uitwisseling van beste praktijken, een overzicht van recente campagnes en de resultaten daarvan;
statistische ondersteuning voor arbeidsmarktanalyse in de sector, waaronder vergelijkende analyses met andere regio's en een inventaris van relevante studies en statistieken (gegevens van Eurostat, de OESO en het Europees Instituut voor gendergelijkheid, alsmede van andere bronnen) en gegevens van de digitale economie.
In het kader van het proefproject wordt gekeken naar de beschikbare instrumenten (waaronder financiering) en mogelijke kosteneffectieve acties om banen in de vervoerssector te promoten, m.i.v. een beoordeling van eventuele doeltreffende stimulansen voor goede sociale praktijken in de sector (bv. een sociaal handvest of sociale prijzen). Binnen dit proefproject kan het platform worden aangevuld met lopende acties van de Commissie, zoals:
het in kaart brengen van belangrijke beroepen in de Europese vervoerssector waar de vervanging van werknemers de komende jaren problemen zal opleveren;
de vaststelling van gebieden van mogelijke groei en gebrek aan menselijke hulpbronnen of deskundigheid.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 700000 350000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De voorbereidende actie is gericht op ondersteuning van de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van de relatie tussen steden en havens, en innovatieve Smart Port City-projecten. De actie kan gecoördineerd worden met de acties voor slimme en duurzame steden. Havensteden kampen met enorme uitdagingen om economische mededinging en een duurzame stedelijke ontwikkeling met elkaar te verzoenen. Voorbeelden daarvan zijn verplaatsing van havenfuncties, containervervoer, de herwaardering van haven-stadverbindingen en waterkantzones, en de dialoog met stadsbewoners. De spanningen tussen stad en haven, toerisme en industrie, natuurlijke en bebouwde gebieden, moeten worden aangepakt. De doelstellingen van de slimme stad en die van een Smart Port City moeten elkaar aanvullen. Een Smart Port City die gebruik maakt van kennis en ICT kan haar verbindingen met het achterland benutten om de efficiëntie en kwaliteit van de dienstverlening verder te verbeteren. Gezien het concept van snelwegen op zee is dit voorstel in overeenstemming met de Europa 2020-strategie en de herziening van het witboek van 28 maart 2011 getiteld Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte — Werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem (COM(2011) 144 final). Steden en havens hebben te maken met dezelfde problemen en kansen. Daarom moeten acties worden ontwikkeld om innovatieve oplossingen in de praktijk te brengen voor: a) de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de zeevaart, maar ook door havenactiviteiten, b) de ontwikkeling van hinterlandverbindingen (spoor, wegen, binnenvaart), c) het bevorderen van het gebruik van hernieuwbare energie en de verbetering van de energie-efficiëntie, d) het bevorderen van het gebruik van ICT en de interoperabiliteit daarvan, e) het versterken van de concurrentiepositie, rekening houdend met de strategische ligging van de perifere regio's en het belang van verbindingen tussen eilanden, en f) het bevorderen van synergieën tussen stad en haven. Deze innovatieve acties hebben moeten ook het maritieme en kusttoerisme ten goede komen. De acties kunnen ook gericht zijn op havenfaciliteiten en de dialoog tussen haven- en stedelijke autoriteiten inzake ruimtelijke ordening van stad en haven. De diversificatie van havens wordt ook bevorderd door middel van kust- en maritiem toerisme. Deze voorbereidende actie moet duidelijk maken welke de voordelen zijn van de ontwikkeling van Smart Port Cities in heel Europa en een volledig beeld schetsen van de belangrijke rol die havens vervullen. De actie omvat ook initiatieven om een Europees netwerk van Smart Port Cities op te zetten. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 280000 400000 200000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Sinds vele jaren verleent de Unie subsidies voor de uitrusting van het spoornet en het rollend materieel met ERTMS om de interoperabiliteit binnen de interne Europese spoorwegruimte te verbeteren en een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau van het spoorwegvervoer te bereiken. Volgens voorlopige beoordelingen kan ERTMS ook voor extra de capaciteit op bestaande spoorlijnen zorgen. De Europese coördinator voor ERTMS heeft in december 2014 het werkplan voor ERTMS voorgesteld, met een overzicht van de stand van zaken voor de uitrol van ERTMS op de spoornetten en de toekomstige behoeften op dat gebied. Hieruit bleek duidelijk dat de volledige uitrol van ERTMS op de kernnetwerkcorridors meer dan 50 jaar in beslag zal nemen en aanzienlijke financiële middelen vergt die de capaciteiten van de Unie en de lidstaten overstijgen. Het huidige beleid van de Unie ter ondersteuning van het ERTMS door middel van subsidies uit de Uniebegroting heeft zijn grenzen bereikt qua doeltreffendheid en omvang. Het is dan ook zinvol een beroep te doen op financiering uit de particuliere sector. Met het oog op de beperkingen van de huidige financieringsregeling heeft de Commissie een studie laten uitvoeren over mogelijke oplossingen op maat voor innovatieve financiering van ERTMS-projecten, in het bijzonder op de negen kernnetwerkcorridors. In die studie is bekeken op welke manier een beroep kan worden gedaan op de particuliere sector, maar om de business case voor innovatieve financiering voor de ondersteuning van ERTMS te kunnen testen, is er behoefte aan een Europees proefproject en een follow-up van die studie. Uitgaande van de voorlopige analyse en de beperkte ervaring van de Commissie en de EIB met private financiering van ERTMS-projecten, zal in het kader van dit proefproject worden bekeken of het haalbaar is een publiek-private gemeenschappelijke onderneming op te richten ter ondersteuning van de uitrol van ERTMS op de kernnetwerkcorridors, of minstens op één corridor, gebruikmakend van de Unie- of EIB-kaders. In het kader van dit proefproject wordt een beoordeling gemaakt van de regelgevende, juridische en financiële haalbaarheid van de oprichting van gemeenschappelijke ondernemingen op corridorniveau, waaraan alle lidstaten deelnemen die door een corridor worden doorkruist. Bovendien dient het proefproject om te beoordelen in hoeverre particuliere investeerders bereid zijn aan een dergelijke gezamenlijke onderneming met ondersteuning van de Unie deel te nemen en te peilen naar de belangstelling bij ERTMS-fabrikanten, infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen. Verder kan dit proefproject, of een daaropvolgende voorbereidende actie, ondersteuning bieden voor de concrete oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die belast wordt met de ondersteuning van de uitrol van ERTMS op één van de kernnetwerkcorridors. Indien een dergelijke actie succesvol blijkt, kan een nieuw EU-programma voor alle corridors worden opgezet. De invoering op één corridor dient voor het testen van de business case van een publiek-private onderneming die als special purpose vehicle (SPV) aan infrastructuurbeheerders langs de geselecteerde corridor financiering verleent voor de invoering van ERTMS. Zodra de invoering volledig of grotendeels is verwezenlijkt, genieten spoorwegondernemingen op de hele corridor de voordelen van volledige interoperabiliteit en kan een mark-up bij de toegangsheffing voor de spoorlijn in rekening gebracht worden om de gezamenlijke onderneming en de particuliere aandeelhouders terug te betalen. Verwacht wordt dat spoorwegondernemingen de verhoging zullen kunnen betalen omdat hun sneller vervoersaanbod voor passagiers en goederen vervoer per spoor op de corridor aantrekkelijker maakt. Naar verwachting zullen spoorvervoersdiensten sneller en eenvoudiger worden dankzij de volledige interoperabiliteit die ERTMS waarborgt. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 350000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Doel van deze voorbereidende actie is het demonstreren van een Active Geofencing Service (AGS) voor RPAS (drones) die lager dan 150 meter (500 voet) boven de grond vliegen. Dit wordt verwezenlijkt door het Remote Pilot Station op de grond te verbinden met een internetplatform. Dit internetplatform geeft de positie van de RPAS weer en valideert de naleving van de verschillende nationale wetgevingen, afhankelijk van de locatie van de RPAS. Het platform kan no-flyzones creëren overeenkomstig de luchtvaartnormen. Door het internetplatform te koppelen aan de RPAS kan ervoor gezorgd worden dat de gebruikers met hun RPAS geen toegang krijgen tot no-flyzones. Deze no-flyzones kunnen worden ingesteld, gemonitord en gecontroleerd door de verantwoordelijke autoriteiten. De door het internetplatform gegenereerde informatie kan ook worden gedeeld met alle belanghebbenden in het Europese luchtvaartnetwerk. Deze actie kan een oplossing leveren voor de veilige integratie van kleine drones in het bestaande luchtvaartnetwerk, waarbij een even hoog veiligheidsniveau wordt gegarandeerd als bij de bemande luchtvaart, iets waar alle belanghebbenden op het gebied van RPAS baat bij hebben. De privacy kan worden beschermd door no-flyzones voor RPAS vast te stellen en, nog belangrijker, het mkb op het gebied van RPAS wordt geholpen om nieuwe banen en kansen te creëren in Europa. De volgende RPAS-diensten kunnen door middel van een internetplatform worden gedemonstreerd: een AGS die wordt gemonitord en gecontroleerd door de bevoegde autoriteiten, en een dienst om de geldende regelgeving te controleren en te valideren. Dit platform kan toegankelijk zijn voor verschillende belanghebbenden: gebruikers van RPAS, verleners van luchtvaartnavigatiediensten, burgerluchtvaartautoriteiten, politie, noodhulpdiensten, RPAS-producenten en gekwalificeerde entiteiten. Het internetplatform maakt gebruik van bestaande luchtvaartnormen, sluit aan bij de regels voor de bemande luchtvaart en zal zorgen voor een veiliger en gestandaardiseerde integratie in het luchtvaartnetwerk. Naast deze normen moet het platform interoperabel zijn met alle RPAS, zodat de Europese markt open wordt gesteld voor alle producenten en gebruikers van RPAS. Tot slot moet het RPAS-platform kunnen worden uitgebreid zodat het alle lidstaten bestrijkt. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 87500 125000 62500 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het proefproject is gericht op het beoordelen van nieuwe methoden voor de duurzame financiering van openbaar vervoer, met bijzondere aandacht voor ecologische duurzaamheid, digitalisering en toegankelijkheid, en tracht een nieuwe boost te geven aan de economie en werkgelegenheid. De Commissie wil het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren om de congestie te verminderen en de milieuvervuilende en gezondheidsbedreigende uitstoot in stedelijke gebieden te verminderen, met name door het gebruik van alternatieve schonere brandstoffen. Uit talrijke studies blijkt dat de ticketprijs slechts een klein deel van de totale exploitatiekosten dekt. Gebruikers betalen een hoge prijs via belastingen en ticketverkoop. Er moeten nieuwe manieren gevonden worden om het openbaar vervoer te financieren door de evaluatie van nieuwe modellen die de kosten voor de belastingbetaler en de overheid sterk drukken of wegnemen en tegelijk de uitstoot verminderen. Bovendien draagt een betere stedelijke mobiliteit bij tot de groei van het aantal passagiers. Een efficiëntere mobiliteit zou ook het bedrijfsleven ten goede komen en meer banen opleveren. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in Tallinn, Estland. Het doel van het project is enerzijds de selectie en uitwisseling van beste praktijken en anderzijds het onderzoeken van nieuwe financieringsmethoden en de mogelijkheid om één Europees loket op te richten ter ondersteuning van steden en gemeenten die duurzame financieringssystemen en -projecten willen opzetten. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 1500000 1250000 1000000,— 0,— Oude post 08 02 77 04 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze voorbereidende actie bestaat uit twee fasen en heeft tot doel de obstakels te identificeren die de ontwikkeling van een geoptimaliseerd intern Europees vervoersysteem in de weg staan en daarna een reeks maatregelen voor te stellen die, wanneer zij collectief worden genomen, kunnen helpen dat proces te versnellen. De actie ondersteunt de initiatieven van de Unie en de Commissie ten volle. De actie:
vormt een inspiratie voor toekomstige beleidsontwikkelingen en onderzoeks- en innovatieprogramma's, zowel op EU- als op lidstaatniveau;
speelt in op één van de zeven uitdagingen waarop Horizon 2020 is gebaseerd, namelijk slim, groen en geïntegreerd vervoer;
draagt bij aan de tenuitvoerlegging van Europe 2020-vlaggenschipinitiatieven zoals de verbetering van de bereikbaarheid en schoon vervoer en bevordering van innovatie en uitmuntendheid.
In de onderzoeksfase:
worden de belanghebbenden (het bedrijfsleven, onderzoek, overheden, toezichthouders en het maatschappelijk middenveld) en hun meningen, behoeften en verwachtingen in kaart gebracht;
wordt de huidige situatie beschreven: overheidsbeleid (op alle niveaus); structuur van de sector; de markt- en regelgevingscontext; mechanismen voor samenwerking tussen belanghebbenden; vervoersprogramma's;
worden soortgelijke kwesties in andere delen van de wereld bekeken en worden daar lessen uit getrokken;
worden de mogelijkheden en obstakels voor de verbetering van het Europees vervoersysteem als geheel in kaart gebracht.
In de routekaartfase worden maatregelen voorgesteld die de steun genieten van een dwarsdoorsnede van belanghebbenden en die de totstandbrenging van een geoptimaliseerd vervoersysteem kunnen versnellen. In deze fase worden onderzocht:
welke nieuwe organisatie(s) kan/kunnen helpen, zonder eenvoudigweg bestaande structuren te dupliceren;
hoe, op alle niveaus, een sterkere, systeemomvattende manier van denken tot stand kan worden gebracht;
op welke manier bestaande initiatieven kunnen worden aangemoedigd om meer aandacht te besteden aan hun interactie met de rest van het systeem;
welke mogelijke beleidsinitiatieven er op EU-, lidstaat- en lokaal niveau zijn.
Het eindresultaat zal een diepgaande analyse zijn van de mogelijkheden en obstakels voor de verwezenlijking van een volledig geoptimaliseerd vervoersysteem in heel Europa, alsook van de betrokken belanghebbenden in alle sectoren. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 490000 245000 Achtergrond: Ongeveer 55 % van de autoritten zijn minder dan vijf kilometer lang. De gemiddelde bezettingsgraad is laag, namelijk ca. 1,3 personen per auto. Uit deze cijfers blijkt dat de alternatieven voor particulier autogebruik nog onderontwikkeld zijn en dat er een enorm potentieel is voor een verschuiving naar duurzamere vervoerswijzen. Bewustmaking is een eerste stap in de richting van de ontwikkeling van alternatieven voor particulier autogebruik. Doel is een gedragswijziging te bewerkstelligen, bv. voor woon-werkverkeer of verplaatsingen naar de winkel. Er zijn al een aantal initiatieven om van individueel autogebruik over te stappen op niet-gemotoriseerde individuele mobiliteit, zoals lopen en fietsen, en elektrische fietsen (die het potentieel hebben om op afstanden tot 10 kilometer de betrouwbaarste en snelste vervoerswijze te zijn). Deze initiatieven, die vooral op individueel gedrag gericht zijn, kunnen echter worden bespoedigd met een collectieve aanpak. Project: Het proefproject heeft tot doel nieuwe tools te ontwikkelen om op collectief niveau aan bewustmaking te doen. In overheids- en particuliere bedrijven, bij lokale overheden en tijdens internationale conferenties is er veel potentieel voor experimenten met nieuwe tools om doelstellingen voor een modal shift op groepsniveau te meten en vast te stellen. Deze tools worden groepsprestatiegebaseerde systemen genoemd en maken gebruik van crowdsourcing en geconnecteerde technologie. Ze maken meer flexibiliteit, teamgeest en coördinatie tussen mensen op lange termijn mogelijk en verschaffen statistieken en gegevens op grote schaal over gedragswijzigingen. Het proefproject beoogt een nieuwe reeks tools te ontwikkelen en te verspreiden om het autogebruik te beperken tot wat strikt noodzakelijk is. Inachtneming van:
de voornaamste doelstelling van de COP21-overeenkomst, namelijk de toename van de gemiddelde temperatuur wereldwijd ruim onder de drempel van 2 °C boven het pre-industriële niveau houden;
de ambitieuze doelstellingen voor de vermindering van CO2-uitstoot in het witboek van 28 maart 2011 getiteld Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte — werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem (COM(2011 144 final): Tegen 2030 wordt voor vervoer gestreefd naar een daling van de broeikasgasemissies met 20 % ten opzichte van 2008;
het initiatiefverslag van het Europees Parlement over duurzame stedelijke mobiliteit, waarin het Parlement benadrukt ervan overtuigd [te zijn] dat luchtverontreiniging een plaatselijke, regionale, nationale en grensoverschrijdende dimensie heeft en optreden vereist op alle bestuursniveaus, en „daarom [aandringt] op versterking van de aanpak op basis van meerlagig bestuur, waarin alle actoren de verantwoordelijkheid nemen voor de maatregelen die op het desbetreffende niveau kunnen en moeten worden getroffen;
de mededeling van de Commissie van juli 2016 over het koolstofvrij maken van het vervoer, waarin de vermindering van CO2-uitstoot als topprioriteit voor het vervoersbeleid van de Unie wordt gepresenteerd.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 600000 300000 In plattelandsgebieden in de Unie is er een sterke toename van projecten die gedeelde mobiliteit in connectie met het openbaar vervoer en niet-gemotoriseerde individuele mobiliteit ontwikkelen. Ze zijn gebaseerd op verschillende conventionele en digitale tools (bv. smartphoneapplicaties) en omvatten bv. autodelen, carpooling, gedeeld rijden, liften, taxideling en flexibele belbussen. Deze ontwikkeling vormt een enorme kans om slimme vervoersgebieden op het platteland (smart rural transport areas — SMARTA's) in de hand te werken. Het proefproject zal meer inzicht geven in de mate waarin er behoefte is aan een grensoverschrijdende aanpak van SMARTA's, zoals een uitwisseling van voorbeelden van best practices, interoperabiliteit, duurzame regionale ontwikkeling, cohesie, onderzoek en ontwikkeling en innovatie. Het proefproject biedt potentieel voor win-winsituaties, zoals vermindering van de CO2-uitstoot (COP21-overeenkomst) en betere mobiliteitsconnecties in afgelegen en plattelandsgebieden voor personen die geen auto kunnen of willen kopen (jongeren, ouderen, kansarmen). In het witboek van 28 maart 2011 getiteld Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte — Werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem (COM(2011) 144 final) luidt de achtste doelstelling van de tien doelstellingen voor een concurrerend vervoersystemen met een efficiënt gebruik van hulpbronnen: tegen 2020 het kader ontwikkelen voor een Europees multimodaal informatie-, beheers- en tariefsysteem. In datzelfde witboek beoogt initiatief nr. 22, Naadloze mobiliteit van deur tot deur: de nodige maatregelen [te] definiëren voor de verdere integratie van de verschillende vervoerswijzen met het oog op naadloos reizen van deur tot deur. Initiatief nr. 27, Reisinformatie, moet het bewustzijn aanzwengelen over de beschikbare alternatieven voor het klassieke individuele vervoer (autogebruik verminderen, stappen en fietsen, autodelen, park & ride, intelligente tarieven enz.). Ten slotte is dit proefproject een goede gelegenheid om de Uniewetgeving inzake intelligente vervoerssystemen (Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1) en het betreffende werkprogramma van de Commissie) toe te passen en verder te werken aan de uitvoering van Horizon 2020 en de digitale agenda. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 800000 400000 Het Europese luchtverkeersbeheer wordt verzorgd door 28 verleners van luchtvaartnavigatiediensten, op basis van de nationale grenzen op de grond. De kosten van deze versnippering van het luchtruim worden op 4 miljard EUR per jaar geraamd. In het kader van het prefproject wordt een nieuwe Unieluchtruimarchitectuur geëvalueerd, op basis van efficiëntie van de verkeersstroom, directe routes en het meest efficiënte aantal verkeersleidingscentra. Dit voorstel moet rekening houden met Onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Sesar)-gerelateerde technologie om de meest efficiënte locaties uit te kiezen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 600000 300000 Dit proefproject heeft tot doel een digitaal platform te ontwikkelen voor stedelijke vervoerstrajecten die geschikt zijn voor mensen met beperkte mobiliteit. Een op de zes mensen in Europa heeft enige mate van beperking. Met de vergrijzing zal de vraag naar informatie over vervoersmogelijkheden zonder hinderpalen alleen maar toenemen. Overal in Europa spannen gemeenten en vervoersmaatschappijen zich in om het vervoer toegankelijker en meer geharmoniseerd te maken. Toch ontbreekt het nog aan duidelijke communicatie over mobiliteitsopties zonder hinderpalen en moeten veel van de mensen in kwestie nog particulier georganiseerd vervoer gebruiken. Met het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (COM(2015) 615 final) (de Europese toegankelijkheidswet) werd de grondslag gelegd om het leven van mensen met een beperking te verbeteren. Doel is om orde te scheppen in de uiteenlopende, en vaak tegenstrijdige, nationale toegankelijkheidsvereisten, die obstakels voor het bedrijfsleven opwierpen en daardoor mensen met een beperking beletten profijt te trekken van het potentieel van de interne markt. Het proefproject zal eerst de verzameling van informatie over onbelemmerde mobiliteit in stedelijke gebieden ondersteunen en die informatie vervolgens delen op een gemeenschappelijk onlineplatform, dat idealiter toegankelijk moet zijn via een mobiele app en even toegankelijke informatietools. Dit platform zal bijvoorbeeld rekening houden met een preciezere wandelsnelheid, de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en van bepaalde straten, en de bestaande gespecialiseerde vervoersdiensten. Een van de doelstellingen van de toegankelijkheidswet is vervoer toegankelijker te maken voor mensen met een beperking door de toegankelijkheidscriteria van de lidstaten te harmoniseren. Doel van dit proefproject is op deze impuls voort te bouwen door ervoor te helpen zorgen dat informatie over toegankelijk vervoer beter aan de doelgroep wordt gecommuniceerd. Dit moet vervoersmaatschappijen aanmoedigen om hun toegankelijkheidsnormen sneller te verbeteren, en moet bedrijven aanmoedigen om profijt te trekken van de marktkansen van de digitale economie die deze relatief onontgonnen markt biedt. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 850000 425000 De toegenomen migratiedruk op de Unie heeft op een aantal plaatsen in bepaalde lidstaten ernstige gevolgen voor de verkeersveiligheid en de veiligheid van het goederenvervoer over de weg. In Calais (Frankrijk) bijvoorbeeld proberen vluchtelingen vrachtwagens binnen te komen. Deze crisis vereist maatregelen. Er moeten beveiligde parkeerterreinen komen voor vrachtwagens om te verhinderen dat vluchtelingen omkomen, vrachtwagenchauffeurs te beschermen en materiële schade, die voor rekening van de wegvervoerders komt, te vermijden. Het proefproject dient ter dekking van de uitgaven voor de inrichting van beveiligde en bewaakte parkeerterreinen voor vrachtwagens langs de belangrijkste wegen in Europa die naar grensovergangen leiden en op plaatsen waar de veiligheid van het verkeer en vrachtvervoer in het gedrang komt doordat een groot aantal vluchtelingen probeert om in vrachtwagens te klimmen en zo de grens over te steken. Dit krediet komt bovenop de 5000000 EUR die de vicevoorzitter van de Commissie, Frans Timmermans, aan de Franse autoriteiten heeft beloofd voor het aanpakken van de vluchtelingenkampen in Calais. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE OP HET GEBIED VAN VERVOER Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 06 03HORIZON 2020 — ONDERZOEK EN INNOVATIE OP HET GEBIED VAN VERVOER 06 03 03Maatschappelijke uitdagingen 06 03 03 01 Realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoersysteem 1,1 102781794 103235669 110916737 127796246 142843911,— 89643516,59 86,83 Artikel 06 03 03 — Subtotaal 102781794 103235669 110916737 127796246 142843911,— 89643516,59 86,83 06 03 07Gemeenschappelijke ondernemingen 06 03 07 31 Gemeenschappelijke Onderneming voor het onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Sesar) — Ondersteunende uitgaven 1,1 3241507 3241507 p.m. p.m. 0,— 0,— 0 06 03 07 32 Gemeenschappelijke Onderneming voor het onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim 2 (Sesar2) 1,1 96758493 65088493 60000000 55000000 51470000,— 10517725,— 16,16 06 03 07 33 Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) — Uitgaven voor administratieve ondersteuning 1,1 1579870 1579870 1577618 1577618 1352212,— 1230304,90 77,87 06 03 07 34 Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R) 1,1 60043130 50800000 44046382 24227092 45334167,— 0,— 0 Artikel 06 03 07 — Subtotaal 161623000 120709870 105624000 80804710 98156379,— 11748029,90 9,73 06 03 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 06 03 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 6854172,70 1185771,03 06 03 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 286259,92 4874411,21 Artikel 06 03 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 7140432,62 6060182,24 06 03 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek — Zevende kaderprogramma — EG (2007-2013) 1,1 p.m. 42614143 p.m. 106595589 31864,40 47976596,53 112,58 06 03 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma's voor onderzoek (vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 74791,25 Hoofdstuk 06 03 — Totaal 264404794 266559682 216540737 315196545 248172587,02 155503116,51 58,34 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Deze kredieten zijn bestemd voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat de periode 2014-2020 bestrijkt, en voor de voltooiing van de vroegere onderzoeksprogramma's (zevende kaderprogramma en voorgaande kaderprogramma's). Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt gebruik van hulpbronnen, Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering, en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese onderzoeksruimte. Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. Het kaderprogramma zal worden uitgevoerd met het oog op het bereiken van de algemene doelstellingen van artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en is bedoeld als bijdrage tot de totstandbrenging van een kennissamenleving, op basis van een Europese onderzoeksruimte; daarbij zal grensoverschrijdende samenwerking op alle niveaus binnen de Europese Unie worden ondersteund, zullen de dynamiek, de creativiteit en het niveau van het Europese onderzoek aan het front van de kennis worden opgevoerd, zal het menselijke kapitaal in de sector onderzoek en technologie in Europa kwantitatief en kwalitatief worden versterkt, zal de onderzoeks- en innovatiecapaciteit in heel Europa worden verhoogd en zal worden gezorgd voor een optimaal gebruik daarvan. Gendergelijkheid wordt in Horizon 2020 aangepakt als horizontale prioriteit om de onevenwichtigheden tussen mannen en vrouwen weg te werken en de genderdimensie mee te nemen in onderzoek en innovatie. Er wordt met name rekening gehouden met de behoefte aan extra inspanningen om de deelname van vrouwen op alle niveaus aan te moedigen, ook bij de besluitvorming. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor EU-actie, met name in het kader van de Europese onderzoeksruimte alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma 's zijn uitgevoerd. Deze kredieten zullen worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting van de Unie uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten van landen die zijn betrokken bij de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek worden geboekt op post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen op post 06 03 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 06 01 05 worden opgevoerd. Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt direct ingespeeld op de in de Europa 2020-strategie in kaart gebrachte beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen. Bij het uitvoeren van deze activiteiten zullen de uitdagingen centraal staan, waarbij middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden worden gebundeld. De activiteiten zullen de volledige cyclus van onderzoek tot markt bestrijken, met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde acties zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindverbruikers aangestuurde innovaties, sociale innovatie en de integratie van innovaties op de markt. Deze activiteiten zullen een directe ondersteuning bieden aan de overeenkomstige sectorale beleidsbevoegdheden op het niveau van de Unie. Er worden met name middelen uitgetrokken voor de volgende uitdagingen:
slim, groen en geïntegreerd vervoer;
innovatie en onderzoek, in het bijzonder op het gebied van gedragsverandering, modal shift, toegankelijkheid voor iedereen, integratie (interconnectiviteit, intermodaliteit en interoperabiliteit) en duurzaamheid (klimaatverandering, vermindering van emissies en geluidshinder), hetgeen van cruciaal belang is voor de sectoren vervoer en toerisme.
Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 102781794 103235669 110916737 127796246 142843911,— 89643516,59 Dit krediet dient ter dekking van acties op het gebied van onderzoek en innovatie die in aanzienlijke mate moeten bijdragen tot de komst van een nieuw tijdperk van slimme mobiliteit op het gebied van vervoer. Deze acties moeten de ontwikkeling en het gebruik van de daartoe vereiste oplossingen voor alle vervoersmodi ondersteunen door vervoergerelateerde emissies die schadelijk zijn voor het milieu, drastisch te beperken en het vervoer minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen, en moeten op die manier de impact van het vervoer op de biodiversiteit verlagen en de natuurlijke hulpbronnen beschermen. Verwacht wordt dat deze doelen zullen worden gehaald door, met name in de vorm van grootschalige publiek-private partnerschappen, te investeren in specifieke activiteiten, zoals het schoner en stiller maken van vliegtuigen, treinen, voertuigen en vaartuigen, de ontwikkeling van slimme apparatuur, infrastructuur en diensten en de verbetering van vervoer en mobiliteit in stedelijke gebieden. De op grond van deze post uitgevoerde onderzoeks- en innovatieactiviteiten zullen naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren tot het optimaliseren van prestaties en efficiency in het licht van de toenemende eisen op het gebied van mobiliteit. Deze acties zullen bovendien tot doel hebben het aantal files in aanzienlijke mate te reduceren, de mobiliteit van personen en goederen sterk te verbeteren, nieuwe concepten van vrachtvervoer en logistiek te ontwikkelen en toe te passen, het aantal ongevallen en dodelijke slachtoffers te verminderen en de veiligheid te verbeteren. Deze acties hebben tot doel van Europa de veiligste regio voor luchtvaart te maken en het aantal dodelijke verkeersslachtoffers tegen 2050 terug te brengen tot nul. Onderzoek en innovatie zullen er naar verwachting in belangrijke mate toe bijdragen dat de Europese vervoersector zich tot wereldleider kan ontwikkelen en dat het midden- en kleinbedrijf groeit, dat de sector voorop blijft op het gebied van nieuwe technologieën en de kosten van de bestaande productieprocessen kan reduceren, en dat op die manier de economische groei en de werkgelegenheid voor hooggekwalificeerd personeel in de Europese vervoersector wordt gestimuleerd. In dit verband zullen acties voor het ontwikkelen van de volgende generatie vervoersmiddelen en het verkennen van geheel nieuwe vervoersconcepten waarschijnlijk in het kader van dit artikel ten uitvoer worden gelegd en gefinancierd. Sociaaleconomisch onderzoek en toekomstgerichte activiteiten met het oog op beleidsvorming vallen ook onder deze post: er moeten acties worden ondernomen ter bevordering van de beleidsanalyse en -ontwikkeling, onder meer met betrekking tot de sociaaleconomische aspecten van vervoer, teneinde innovatie te stimuleren en de uitdagingen op vervoergebied het hoofd te kunnen bieden. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder d). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3241507 3241507 p.m. p.m. 0,— 0,— De Gemeenschappelijke Onderneming voor het onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim (Sesar) draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name met betrekking tot de maatschappelijke uitdaging realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos Europees vervoersysteem. Op die manier wil men de modernisering waarborgen van het Europees systeem voor luchtverkeersbeheer (ATM) door de concentratie en coördinatie van alle in de Unie verrichte relevante onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van ATM binnen het Sesar 2020-programma en overeenkomstig het Europees ATM-masterplan. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 721/2014 van de Raad van 16 juni 2014 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar), voor wat de verlenging van de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming tot 2024 betreft (PB L 192 van 1.7.2014, blz. 1). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 96758493 65088493 60000000 55000000 51470000,— 10517725,— De Gemeenschappelijke Onderneming voor het onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer in het gemeenschappelijke Europese luchtruim 2 (Sesar2) draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name met betrekking tot de maatschappelijke uitdaging realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos Europees vervoersysteem. Op die manier wil men de modernisering waarborgen van het Europees systeem voor luchtverkeersbeheer (ATM) door de concentratie en coördinatie van alle in de Unie verrichte relevante onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van ATM binnen het Sesar 2020-programma en overeenkomstig het Europees ATM-masterplan. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 721/2014 van de Raad van 16 juni 2014 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar), voor wat de verlenging van de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming tot 2024 betreft (PB L 192 van 1.7.2014, blz. 1). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1579870 1579870 1577618 1577618 1352212,— 1230304,90 De Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name de maatschappelijke uitdaging slim, groen en geïntegreerd vervoer. Zij heeft tot doel, via een omvattende en gecoördineerde aanpak van op de behoeften van het spoorwegsysteem en zijn gebruikers afgestemde onderzoeks- en innovatieprojecten, bij te dragen tot de totstandbrenging van de Europese spoorwegruimte, tot een snellere en goedkopere overschakeling naar een aantrekkelijker, concurrerend, efficiënt en duurzaam Europees spoorwegsysteem. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 12.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 60043130 50800000 44046382 24227092 45334167,— 0,— De Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name de maatschappelijke uitdaging slim, groen en geïntegreerd vervoer. Zij heeft tot doel, via een omvattende en gecoördineerde aanpak van op de behoeften van het spoorwegsysteem en zijn gebruikers afgestemde onderzoeks- en innovatieprojecten, bij te dragen tot de totstandbrenging van de Europese spoorwegruimte, tot een snellere en goedkopere overschakeling naar een aantrekkelijker, concurrerend, efficiënt en duurzaam Europees spoorwegsysteem. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 12.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 6854172,70 1185771,03 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 286259,92 4874411,21 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 42614143 p.m. 106595589 31864,40 47976596,53 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (PB L 64 van 2.3.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1361/2008 van de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (PB L 352 van 31.12.2008, blz. 12). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 74791,25 Dit krediet dient ter dekking van eerdere verplichtingen in het kader van het vorige kaderprogramma voor onderzoek (vóór 2007). Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit 87/516/Euratom, EEG van de Raad van 28 september 1987 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1987-1991) (PB L 302 van 24.10.1987, blz. 1). Besluit 90/221/Euratom, EEG van de Raad van 23 april 1990 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 28). Besluit 93/167/Euratom, EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot aanpassing van Besluit 90/221/Euratom, EEG betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 43). Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 april 1994 betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 126 van 18.5.1994, blz. 1). Besluit nr. 616/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 1996 tot aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998), in verband met de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (PB L 86 van 4.4.1996, blz. 69). Besluit nr. 2535/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 1 december 1997 tot tweede aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 347 van 18.12.1997, blz. 1). Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1). Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Beschikking 2002/834/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Integratie en versterking van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 07 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN MILIEU 63016195 63016195 61249353 61249353 65920652,89 65920652,89 07 02 MILIEUBELEID OP HET NIVEAU VAN DE UNIE EN OP INTERNATIONAAL NIVEAU 409822325 325321942 387017092 335811734 370386410,87 332069571,18 Titel 07 — Totaal 472838520 388338137 448266445 397061087 436307063,76 397990224,07 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN MILIEU De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 07 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN MILIEU 07 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Milieu 5,2 46327744 45384139 48422348,82 104,52 07 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Milieu 07 01 02 01 Extern personeel 5,2 3640624 3557474 3945365,95 108,37 07 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 3269144 3339633 3315174,77 101,41 Artikel 07 01 02 — Subtotaal 6909768 6897107 7260540,72 105,08 07 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Milieu 5,2 2892861 2896465 3325461,31 114,95 07 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Milieu 07 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het programma voor het milieu en klimaatactie (Life) — Subprogramma Milieu 2 1600000 1600000 1303452,04 81,47 Artikel 07 01 04 — Subtotaal 1600000 1600000 1303452,04 81,47 07 01 06Uitvoerende agentschappen 07 01 06 01 Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen — Bijdrage van Life 2 5285822 4471642 5608850,— 106,11 Artikel 07 01 06 — Subtotaal 5285822 4471642 5608850,— 106,11 Hoofdstuk 07 01 — Totaal 63016195 61249353 65920652,89 104,61 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 46327744 45384139 48422348,82 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3640624 3557474 3945365,95 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3269144 3339633 3315174,77 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2892861 2896465 3325461,31 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1600000 1600000 1303452,04 Dit krediet dient onder meer ter dekking van:
uitgaven voor ontwikkeling, hosting, onderhoud, veiligheid, kwaliteitsgarantie, exploitatie en ondersteuning van geschikte informatietechnologiesystemen (IT-systemen) voor communicatie, selectie, monitoring, rapportage over projecten en verspreiding van resultaten van projecten, alsook van IT-systemen die rechtstreeks samenhangen met de realisatie van de beleidsdoelstellingen van het programma, in het gemeenschappelijk belang van de Commissie en de begunstigden en belanghebbenden. Het krediet dient eveneens om IT-deskundigen intra muros aan te werven om de ontwikkeling, kwaliteitsgarantie en veiligheid van cruciale beleidsondersteunende IT-systemen te ondersteunen;
aanbesteding van technische en/of administratieve bijstand in verband met de evaluatie, audit en supervisie van programma's en projecten;
aanbesteding van technische en/of administratieve bijstand in verband met communicatieactiviteiten zoals sociale media, met inbegrip van de aanwerving van deskundigen intra muros.
Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5285822 4471642 5608850,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Agentschap ingevolge zijn rol bij het beheer van maatregelen die deel uitmaken van het programma voor het milieu en klimaatactie (Life). De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185). Uitvoeringsbesluit 2013/771/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot intrekking van de Besluiten 2004/20/EG en 2007/372/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 73). Besluit C(2013) 9414 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van energie, milieu, klimaatactie, concurrentiekracht en kmo’s, onderzoek en innovatie, ICT, maritiem beleid en visserij, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. MILIEUBELEID OP HET NIVEAU VAN DE UNIE EN OP INTERNATIONAAL NIVEAU Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 07 02MILIEUBELEID OP HET NIVEAU VAN DE UNIE EN OP INTERNATIONAAL NIVEAU 07 02 01 Bijdragen tot een groenere en meer hulpbronnenefficiënte economie en aan de ontwikkeling en uitvoering van het milieubeleid en de milieuwetgeving van de Unie 2 139399233 67000000 128831000 49000000 121815800,— 32641653,25 48,72 07 02 02 Tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies 2 165584150 57000000 157206000 49000000 149372750,— 41484378,07 72,78 07 02 03 Het ondersteunen van betere milieugovernance en -informatie op alle niveaus 2 59383000 50000000 55683358 40000000 51386990,86 22626800,46 45,25 07 02 04 Bijdrage aan multilaterale en internationale milieuovereenkomsten 4 3900000 3900000 4000000 4000000 3524580,19 3524580,19 90,37 07 02 05 Europees Agentschap voor chemische stoffen — Activiteiten op het vlak van wetgeving inzake de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen 2 1139537 1139537 1039880 1039880 1222000,65 1222000,65 107,24 07 02 06 Europees Milieuagentschap 2 35166405 35166405 35556854 35556854 41718306,72 41718306,72 118,63 07 02 51 Voltooiing van eerdere milieuprogramma’s 2 p.m. 105000000 — 153000000 0,— 183520759,09 174,78 07 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 07 02 77 02 Voorbereidende actie — Milieumonitoring van het Zwarte Zeebekken en een gemeenschappelijk Europees kaderprogramma voor de ontwikkeling van de Zwarte Zeeregio 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 190422,34 07 02 77 04 Voorbereidende actie — Toekomstige rechtsgrond betreffende geharmoniseerde informatie van de Unie over bossen 2 p.m. p.m. p.m. 195000 0,— 350000,— 07 02 77 09 Proefproject — Certificering van koolstofarme landbouwpraktijken 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 07 02 77 13 Voorbereidende actie — BEST-regeling (vrijwillige regeling voor diensten op het gebied van biodiversiteit en ecosystemen in landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio’s van de Unie) 2 p.m. 180000 p.m. 600000 0,— 868071,71 482,26 07 02 77 15 Voorbereidende actie — Ontwikkeling van preventieve acties voor het tegengaan van verwoestijning in Europa 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 519694,46 07 02 77 16 Proefproject — Atmosferische neerslag — Bescherming en efficiënt gebruik van zoet water 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 815415,— 07 02 77 19 Proefproject — Terugwinning van zwerfafval op zee 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 379870,— 07 02 77 21 Proefproject — Nieuwe kennis voor een geïntegreerd beheer van menselijke activiteiten op zee 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 805551,94 07 02 77 22 Proefproject — Bescherming van de biodiversiteit door middel van een op resultaten gebaseerde vergoeding van ecologische verwezenlijkingen 2 p.m. 585000 p.m. 200000 0,— 920819,40 157,41 07 02 77 23 Proefproject — Transversale communicatie over Uniebeleid met betrekking tot het milieu: proefproject om het tekort aan milieubewustzijn onder burgers van de Unie aan te pakken door middel van audiovisuele instrumenten (films) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 07 02 77 24 Proefproject — Efficiënt beheer van grondstoffen in de praktijk — Een gesloten mineralencyclus 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 271077,90 07 02 77 26 Proefproject — Oprichting van een Oost-Europees regionaal centrum voor geavanceerde recycling van elektrisch en elektronisch afval 2 p.m. 281000 p.m. 215000 0,— 210170,— 74,79 07 02 77 27 Proefproject — Hulpbronnenefficiënt gebruik van gemengd afval 2 p.m. p.m. p.m. 335000 0,— 0,— 07 02 77 28 Proefproject — Het vinden van een evenwicht tussen het recht van de staat om de legitieme doelstellingen te bepalen van het overheidsbeleid, het recht van investeerders op bescherming van hun investeringen en de rechten van de burgers op het gebied van milieu en volksgezondheid in het kader van het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) 2 p.m. 330000 200000 120000 352695,— 0,— 0 07 02 77 29 Proefproject — Capaciteitsopbouw, programmatische ontwikkeling en communicatie op het gebied van milieubelastingen en budgettaire hervorming 2 p.m. 315000 p.m. 300000 993287,45 0,— 0 07 02 77 30 Proefproject — Stimuleren van de groene circulaire economie in Europa door middel van capaciteitsopbouw, netwerken en de uitwisseling van innovatieve oplossingen — overbruggen van de groene innovatiekloof 2 p.m. 400000 1000000 500000 07 02 77 31 Proefproject — Beperking van besmettelijke ziekten om het verlies van biodiversiteit in Europa tegen te gaan, als vereist door de habitatrichtlijn 2 p.m. 360000 900000 450000 07 02 77 32 Proefproject — Protocollen voor de opzet van programma's voor de beoordeling van groene infrastructuur in de Unie 2 p.m. 240000 600000 300000 07 02 77 33 Proefproject — Vermindering van de impact van windturbines op vleermuis- en vogelpopulaties en hun migratieroutes 2 p.m. 400000 1000000 500000 07 02 77 34 Proefproject — Inventariseren van soorten en habitats in de ultraperifere regio's van Frankrijk 2 p.m. 400000 1000000 500000 07 02 77 35 Proefproject — Het in kaart brengen en beoordelen van de toestand van de ecosystemen en hun diensten in ultraperifere gebieden en landen en gebieden overzee: het aanleggen van verbanden en het bijeenbrengen van hulpbronnen 2 1000000 500000 07 02 77 36 Proefproject — Netwerk van Europese groene steden 2 1000000 500000 07 02 77 37 Proefproject — De gevolgen van de verbranding van vaste huishoudelijke afvalstoffen voor de luchtkwaliteit in Europa en eventuele mitigatiemaatregelen 2 750000 375000 07 02 77 38 Proefproject - Milieumonitoring van het gebruik van pesticiden met behulp van honingbijen 2 500000 250000 07 02 77 39 Proefproject — Het opzetten van regionale of lokale platformen inzake de co-existentie van mensen en grote carnivoren, gericht op kernacties met betrekking tot grote carnivoren die door talrijke conflicten gekenmerkte gebieden als hun leefgebied hebben 2 500000 250000 07 02 77 40 Proefproject — Op feitenmateriaal gebaseerde verbeteringen van de tenuitvoerlegging van de vogel- en habitatrichtlijnen: systematische evaluatie en meta-analyse 2 500000 250000 07 02 77 41 Proefproject — Bevordering van alternatieven voor dierproeven 2 1000000 500000 Artikel 07 02 77 — Subtotaal 5250000 6116000 4700000 4215000 1345982,45 5331092,75 87,17 Hoofdstuk 07 02 — Totaal 409822325 325321942 387017092 335811734 370386410,87 332069571,18 102,07 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 139399233 67000000 128831000 49000000 121815800,— 32641653,25 Verordening (EU) nr. 1293/2013 heeft vier algemene doelstellingen (artikel 3) en drie prioritaire gebieden van het subprogramma Milieu (artikel 9); het eerste daarvan is milieu en efficiënt hulpbronnengebruik. De specifieke doelstellingen van dit eerste prioritaire gebied zijn vastgesteld in artikel 10. De door Life gefinancierde maatregelen kunnen ten uitvoer worden gelegd via subsidies voor het uitvoeren van acties, exploitatiesubsidies, financiële instrumenten, overheidsopdrachten of andere vormen van interventie die nodig zijn (artikelen 17, 18, 21 en 22). Ten minste 81 % van de voor het Life-programma bestemde begrotingsmiddelen wordt toegewezen aan projecten die worden ondersteund met behulp van subsidies voor het uitvoeren van acties of, in voorkomend geval, met behulp van financiële instrumenten (artikel 17, lid 4). Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 165584150 57000000 157206000 49000000 149372750,— 41484378,07 Verordening (EU) nr. 1293/2013 heeft vier algemene doelstellingen (artikel 3) en drie prioritaire gebieden van het subprogramma Milieu (artikel 9); het tweede daarvan is natuur en biodiversiteit. De specifieke doelstellingen van dit tweede prioritaire gebied zijn vastgesteld in artikel 11. De door Life gefinancierde maatregelen kunnen ten uitvoer worden gelegd via subsidies voor het uitvoeren van acties, exploitatiesubsidies, financiële instrumenten, overheidsopdrachten of andere vormen van interventie die nodig zijn (artikelen 17, 18, 21 en 22). Ten minste 81 % van de voor het Life-programma bestemde begrotingsmiddelen wordt toegewezen aan projecten die worden ondersteund met behulp van subsidies voor het uitvoeren van acties of, in voorkomend geval, met behulp van financiële instrumenten (artikel 17, lid 4). Ten minste 55 % van de begrotingsmiddelen die worden toegewezen aan projecten die door middel van subsidies voor het uitvoeren van acties in het kader van het subprogramma Milieu worden gesteund, zijn bestemd voor projecten ter ondersteuning van natuur- en biodiversiteitsbehoud (artikel 9, lid 3). Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 59383000 50000000 55683358 40000000 51386990,86 22626800,46 Verordening (EU) nr. 1293/2013 heeft vier algemene doelstellingen (artikel 3) en drie prioritaire gebieden van het subprogramma Milieu (artikel 9); het derde daarvan is milieubeleid en -bestuur en informatie. De specifieke doelstellingen van dit derde prioritaire gebied zijn vastgesteld in artikel 12. De door Life gefinancierde maatregelen kunnen ten uitvoer worden gelegd via subsidies voor het uitvoeren van acties, exploitatiesubsidies, financiële instrumenten, overheidsopdrachten of andere vormen van interventie die nodig zijn (artikelen 17, 18, 21 en 22). Ten minste 81 % van de voor het LIFE-programma bestemde begrotingsmiddelen wordt toegewezen aan projecten die worden ondersteund met behulp van subsidies voor het uitvoeren van acties of, in voorkomend geval, met behulp van financiële instrumenten (artikel 17, lid 4). Met dit krediet kunnen ook de kosten van technische bijstand voor de selectie van projecten en de monitoring, evaluatie en audit van projecten in het kader van het Life- en Life+-programma (met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties die via exploitatiesubsidies worden gesteund) worden gefinancierd. Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3900000 3900000 4000000 4000000 3524580,19 3524580,19 Dit krediet dient ter dekking van verplichte en vrijwillige bijdragen aan een aantal internationale conventies, protocollen en overeenkomsten waarbij de Unie partij is, alsmede aan het voorbereidende werk met betrekking tot toekomstige internationale overeenkomsten waarbij de Unie betrokken is. In sommige gevallen zijn de bijdragen aan latere protocollen inbegrepen in de bijdragen aan de overeenkomstige basisovereenkomst. De acties worden door de Commissie uitgevoerd op grond van taken die resulteren uit haar prerogatieven op institutioneel niveau krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en krachtens artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Besluit 77/585/EEG van de Raad van 25 juli 1977 houdende sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging alsmede van het Protocol inzake de voorkoming van verontreiniging van de Middellandse Zee door storten vanuit schepen en luchtvaartuigen (PB L 240 van 19.9.1977, blz. 1). Besluit 81/462/EEG van de Raad van 11 juni 1981 met betrekking tot de sluiting van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 171 van 27.6.1981, blz. 11). Besluit 82/72/EEG van de Raad van 3 december 1981 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk milieu in Europa (PB L 38 van 10.2.1982, blz. 1). Besluit 82/461/EEG van de Raad van 24 juni 1982 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (PB L 210 van 19.7.1982, blz. 10) en daarmee samenhangende overeenkomsten. Besluit 84/358/EEG van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (PB L 188 van 16.7.1984, blz. 7). Besluit 86/277/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de sluiting van het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand aangaande de langlopende financiering van het programma voor samenwerking inzake de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (PB L 181 van 4.7.1986, blz. 1). Besluit 93/98/EEG van de Raad van 1 februari 1993 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel) (PB L 39 van 16.2.1993, blz. 1). Besluit 93/550/EEG van de Raad van 20 oktober 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake samenwerking bij de bescherming van de kusten en het aquatische milieu van het Noordoost-Atlantische gebied tegen verontreiniging (PB L 267 van 28.10.1993, blz. 20). Besluit 93/626/EEG van de Raad van 25 oktober 1993 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake biologische diversiteit (PB L 309 van 13.12.1993, blz. 1). Besluit 94/156/EG van de Raad van 21 februari 1994 betreffende de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag ter bescherming van het mariene milieu in het Oostzeegebied 1974 (Verdrag van Helsinki) (PB L 73 van 16.3.1994, blz. 1). Besluit 95/308/EG van de Raad van 24 juli 1995 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren (PB L 186 van 5.8.1995, blz. 42). Beschikking van de Raad van 27 juni 1997 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (ESPOO-verdrag) (voorstel PB C 104 van 24.4.1992, blz. 5; beschikking niet bekendgemaakt). Besluit 97/825/EG van de Raad van 24 november 1997 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake samenwerking voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de Donau (PB L 342 van 12.12.1997, blz. 18). Besluit 98/216/EG van de Raad van 9 maart 1998 met betrekking tot de sluiting, namens de Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika (PB L 83 van 19.3.1998, blz. 1). Besluit 98/249/EG van de Raad van 7 oktober 1997 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (PB L 104 van 3.4.1998, blz. 1). Besluit 98/685/EG van de Raad van 23 maart 1998 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen (PB L 326 van 3.12.1998, blz. 1). Besluit 2000/706/EG van de Raad van 7 november 2000 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake de bescherming van de Rijn (PB L 289 van 16.11.2000, blz. 30). Besluit 2002/628/EG van de Raad van 25 juni 2002 inzake de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 48). Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1). Besluit 2006/61/EG van de Raad van 2 december 2005 inzake de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het VN-ECE-protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen (PB L 32 van 4.2.2006, blz. 54). Besluit 2006/507/EG van de Raad van 14 oktober 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 209 van 31.7.2006, blz. 1). Besluit 2006/730/EG van de Raad van 25 september 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (PB L 299 van 28.10.2006, blz. 23). Besluit 2006/871/EG van de Raad van 18 juli 2005 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst ter instandhouding van de Afrikaanse en Euraziatische trekkende watervogels (PB L 345 van 8.12.2006, blz. 24). Besluit 2008/871/EG van de Raad van 20 oktober 2008 betreffende de goedkeuring namens de Europese Gemeenschap van het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 (PB L 308 van 19.11.2008, blz. 33). Besluit 2011/731/EU van de Raad van 8 november 2011 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 (PB L 294 van 12.11.2011, blz. 1). Besluit 2014/283/EU van de Raad van 14 april 2014 tot sluiting namens de Europese Unie van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische hulpbronnen en de eerlijke en billijke verdeling van de baten die voortvloeien uit het gebruik ervan bij het Verdrag inzake biodiversiteit (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 231). Besluit (EU) 2015/451 van de Raad van 6 maart 2015 betreffende de toetreding van de Europese Unie tot de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) (PB L 75 van 19.3.2015, blz. 1). Voorstel voor een besluit van de Raad, door de Commissie ingediend op 2 februari 2016, betreffende de sluiting van het Verdrag van Minamata inzake kwik (COM(2016) 42 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1139537 1139537 1039880 1039880 1222000,65 1222000,65 Dit krediet dient ter dekking van de personeelsuitgaven, administratieve uitgaven en beleidsuitgaven van het agentschap voor de activiteiten die verband houden met de uitvoering van wetgeving inzake de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen. Het agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. De personeelsformatie van het Europees Agentschap voor chemische stoffen is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 1183000 EUR. Een bedrag van 43463 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten van 2015 is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 1139537 EUR. Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 60). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 35166405 35166405 35556854 35556854 41718306,72 41718306,72 Dit krediet dient ter dekking van de personeelsuitgaven, de administratieve uitgaven en de beleidsuitgaven van het agentschap. Het agentschap heeft als taak de Unie en de lidstaten objectieve, betrouwbare en op Unieniveau vergelijkbare informatie over het milieu te verschaffen, zodat de Unie en de lidstaten in staat zijn de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om het milieu te beschermen, de resultaten van die maatregelen te evalueren en de bevolking voor te lichten. Het agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overschrijving van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden teruggestort overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie vormen bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement) die onder post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten moeten worden geboekt. De personeelsformatie van het Europees Milieuagentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 36309240 EUR. Een bedrag van 1142835 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten van 2015 is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 35166405 EUR. Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 105000000 — 153000000 0,— 183520759,09 Dit krediet is bestemd ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren die voortvloeien uit de algemene doelstellingen van de vorige Life-programma’s en uit andere programma's en algemene acties op grond van het communautaire milieuactieprogramma. De acties worden door de Commissie uitgevoerd op grond van taken die resulteren uit haar prerogatieven op institutioneel niveau krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en krachtens artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 103 van 25.4.1979, blz. 1). Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7). Verordening (EG) nr. 1655/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE) (PB L 192 van 28.7.2000, blz. 1). Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van het zesde milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap (PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van bossen en milieu-interacties in de Gemeenschap (Forest Focus) (PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 614/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE+) (PB L 149 van 9.6.2007, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 190422,34 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 195000 0,— 350000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 180000 p.m. 600000 0,— 868071,71 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 519694,46 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 815415,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 379870,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 805551,94 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 585000 p.m. 200000 0,— 920819,40 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 271077,90 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 281000 p.m. 215000 0,— 210170,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 335000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 330000 200000 120000 352695,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 315000 p.m. 300000 993287,45 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 1000000 500000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het verwezenlijken van een circulaire economie is de kern van de agenda voor hulpbronnenefficiëntie, vastgesteld in het kader van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. De belangrijkste ideeën voor meer doen met minder worden uitgewerkt in het milieu-actieprogramma van de Unie voor 2020. Hulpbronnenefficiëntie en duurzaamheid zijn van cruciaal belang voor het verwezenlijken van de doelen van de Europa 2020-strategie en om het concurrentievermogen van de Unie te verbeteren en de energiezekerheid te waarborgen. Dit grensoverschrijdende, transnationale proefproject heeft betrekking op alle lidstaten. Het is volledig in overeenstemming met de mededeling van de Commissie Naar een circulaire economie: Een afvalvrij programma voor Europa (COM(2014) 398 final), alsmede met de resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2015 over hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie (Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0266). Dit proefproject heeft de volgende hoofddoelstellingen:
het vaststellen, analyseren en stimuleren van beste innoverende praktijken en bestaande netwerken voor groene oplossingen, om de kennisoverdracht en uitwisseling van innovaties in de circulaire economie te ondersteunen;
het ontwikkelen van capaciteit, innoverend potentieel en het bieden van grondige analysen om onderzoekers, industrie, gemeenschappen en individuele personen de mogelijkheid te geven gebruik te maken van nieuwe en innoverende mogelijkheden in de groene circulaire economie, om zo de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen gaan.
Dit project zal twee jaar duren en zal op de volgende kernactiviteiten gericht zijn:
het analyseren van alle bestaande innoverende praktijken en bestaande netwerken voor groene oplossingen, en het opzetten van een netwerk van de Europese groene circulaire economie, dat alle bestaande netwerken omvat om de kennisoverdracht te stimuleren en de uitwisseling van beste praktijken en innovaties mogelijk te maken, alsmede circulaire economische modellen. Het netwerk kan ook een platform bieden voor gezamenlijke probleemoplossing en maakt directe toegang mogelijk tot belangrijke hulpbronnen, zoals onderzoek, analytische tools, financiering en technische expertise. Het kan dienst doen als faciliteit voor e-learning voor de ontwikkeling van capaciteit in de circulaire economie;
capaciteitsopbouw, ontwikkeling van innoverend potentieel en bewustmaking, met als doel een gezamenlijke aanpak van uitdagingen, kansen en beste innovatiepraktijken, de organisatie van minstens twee fora per jaar inzake de groene circulaire economie, alsmede een startconferentie en een afsluitende conferentie in Brussel. Opgezet rond een aantal trainingsmodules, zullen de fora de deelnemers aanmoedigen om actief na te denken over manieren om innoverende oplossingen voor het overschakelen op de circulaire economie aan te passen aan hun eigen land. Ze zullen gericht zijn op duurzame consumptie en een productie die efficiënter en winstgevender is, met minder gebruik van ruwe grondstoffen, minder vervuiling en afval, waarbij beter wordt ingespeeld op de behoeften van consumenten, met minder energie- en waterverbruik en minder afval; een beter gebruik van hulpbronnen en een lagere afvalproductie, oplossingen op basis van de circulaire economie en groene normen, alsmede investeringen binnen de circulaire economie in innovatie en onderzoek, fiscale beleidsinstrumenten;
het uitvoeren van een studie voor grondige analyse en beleidsopties voor specifieke sectoren, zoals stadsplanning, duurzame bouwwijzen, afval- en waterbeheer, handel, de voedingssector, fiscaal beleid enz., en de vaststelling van casestudies die gedetailleerde informatie opleveren over innovatieve praktijken en benaderingen voor de bevordering van de groene circulaire economie in de regio's. Er moeten acties worden voorgesteld zoals overheidsinvesteringen op belangrijke terreinen, marktgebaseerde instrumenten en regelgevende kaders voor de lidstaten.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 360000 900000 450000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Verlies van biodiversiteit is een grote maatschappelijke uitdaging. Om de Europese biodiversiteit te behouden, is Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7) (habitatrichtlijn) vastgesteld, de hoeksteen van het Europese beleid inzake natuurbehoud. In bijlage IV bij die richtlijn staan 27 van 34 salamandersoorten opgesomd, die de lidstaten verplicht moeten beschermen tegen factoren die hun voortbestaan bedreigen. Zeer recentelijk is een nieuwe ziekteverwekkende schimmel, Batrachochytrium salamandrivorans, in Europa opgedoken die momenteel een grootschalige teruggang veroorzaakt van salamanderpopulaties in drie Europese lidstaten, waardoor het voortbestaan van de meeste Europese salamandersoorten wordt bedreigd. Dit proefproject ondersteunt de lidstaten bij het voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de habitatrichtlijn. Het programma Horizon 2020 biedt geen mogelijkheden om dergelijke onmiddellijke actie te ondernemen. Het proefproject dient voor het opzetten van duurzame beperkende maatregelen voor het tegengaan van de gevolgen van de epidemie veroorzaakt door de schimmel Batrachochytrium salamandrivorans, zowel op korte als lange termijn, door middel van samenwerking tussen de relevantste lidstaten van de EU (op basis van het huidige voorkomen van de schimmel en de grootste diversiteit aan salamandersoorten, waaronder, maar niet uitsluitend, België, Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland). Op korte termijn (de eerste twee jaar) brengt het project de huidige distributie van de schimmel in bedreigde salamanderpopulaties in Europa in kaart. Daarnaast worden in het kader van het project, om de verspreiding van de schimmel tegen te gaan, verschillende methoden onderzocht (bescherming door barrières op te werpen, verwateringseffect door de tijdelijke verwijdering van een deel van de populatie tijdens een uitbraak) in en ex situ, waarbij door meerdere lidstaten wordt samengewerkt. Op lange termijn (drie jaar) worden proof of concepts ontwikkeld voor inenting (grotere weerstand van de amfibieën tegen de schimmel), alsmede strategieën voor bioaugmentation (omstandigheden in het milieu bevorderen die het overleven van de schimmel en de effecten op amfibieën beperken (bv. Schmeller et al. 2014)). Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 240000 600000 300000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Diverse nationale en regionale initiatieven zijn gericht op het bevorderen van groene infrastructuur (GI) in het licht van de strategie voor groene infrastructuur van de Unie (mei 2013) en bij wijze van erkenning van de rol die GI vervult bij de tenuitvoerlegging van de biodiversiteitsstrategie voor 2020 van de EU, in het kader waarvan ten minste 15 % van de aangetaste ecosystemen moet worden hersteld. Een van de meest doeltreffende manieren om stedelijke GI aan te leggen is door middel van stadsplanning, maar planners hebben behoefte aan op bewijs gebaseerde beoordelingsinstrumenten en beste praktijken op het gebied van GI om hun besluitvorming te ondersteunen. In het kader van dit proefproject worden protocollen ontwikkeld voor het opzetten van regio-/stadsspecifieke programma's voor de beoordeling van GI, ter ondersteuning van de beperking van de klimaatverandering in steden. Het doel van het project is derhalve het ontwikkelen van protocollen ter bevordering van de aanleg en het beheer van GI. Een tweede doel is het onderzoeken van het katalysatoreffect dat GI kan hebben bij de verbetering van de weerbaarheid van steden in diverse contexten (binnen gemeenschappen en organisaties) tegen verschillende stedelijke sociaaleconomische, klimatologische en culturele achtergronden. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 1000000 500000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het doel van het project is bestaande gegevens te verzamelen en indien nodig nader onderzoek te verrichten naar de gevolgen van windturbines voor het milieu, en met name de impact daarvan op vleermuis- en vogelpopulaties en hun migratieroutes. Op basis van de verzamelde gegevens zullen er richtsnoeren worden opgesteld voor grootschalige tenuitvoerlegging, die mogelijk ook als basis kunnen dienen voor wetgevingsvoorstellen, teneinde de vastgestelde impact te verminderen of eventueel zelfs teniet te doen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 1000000 500000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het programma voor de coördinatie van informatie over het milieu (Corine) is in 1991 door de Commissie opgezet met als belangrijkste doelstellingen de identificatie en bescherming van biotopen, de bestrijding van milieuvervuiling, het in kaart brengen van de diverse typen bodembedekking en het behoud van de natuurlijke omgeving. Het in het kader van het programma opgestelde gegevensbestand is inmiddels vervangen door dat van het natuurinformatiesysteem van de Europese Unie (Eunis), dat een inventaris omvat van de Europese habitats (natuurlijk, semi-natuurlijk, kunstmatig, op het land, in het water) en als uitgangspunt dient voor de natuurwetgeving van de Unie (Natura 2000). De soorten en habitats in de ultraperifere regio's van Frankrijk (Martinique, Guadeloupe, Guyana, La Réunion en Mayotte), die elk heel specifieke biologische en ecologische kenmerken hebben en waar een bijzonder groot aantal endemische soorten voorkomt, zijn echter niet in die inventaris opgenomen. Dit proefproject heeft tot doel een register op te stellen, met behulp van dezelfde instrumenten als de programma's Corine Biotope en Eunis, van de soorten en habitats in de genoemde regio's — heuse hotspots van de wereldwijde biodiversiteit — en van de kwetsbare zones in deze regio's. De oprichting van dit nieuwe gemeenschappelijke gegevensbestand is noodzakelijk om leemten op te vullen en gepaste maatregelen te nemen voor het behoud van de biotoop van deze regio's, zoals ook is gebeurd voor de andere Unieregio's. De haalbaarheid en het nut van dit initiatief is al gebleken voor de andere regio's van de Unie, en dit proefproject is dan ook een eerste stap in de richting van de goedkeuring van wetgeving ter bescherming van de biodiversiteit in de ultraperifere regio's van Frankrijk. Het project zal gebruikmaken van de mogelijke synergieën met de activiteiten van de voorbereidende actie BEST. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Krachtens actie 5 van de biodiversiteitsstrategie van de EU moeten de lidstaten de toestand van de ecosystemen en de ecosysteemdiensten op hun nationale grondgebied in kaart brengen en evalueren. In 2012 werd er een werkgroep in het leven geroepen voor het in kaart brengen en evalueren van de ecosystemen en ecosysteemdiensten (MAES). De digitale atlas van de werkgroep MAES laat echter duidelijk zien dat de huidige inspanningen voornamelijk op het Europese vasteland gericht zijn, hoewel ook enkele delen van Macaronesië in kaart zijn gebracht. Dit valt niet te rijmen met de rijke biodiversiteit van de ultraperifere gebieden en de landen en gebieden overzee, waar bijvoorbeeld meer inheemse soorten leven dan op het gehele Europese continent. De Europese overzeese gebieden moeten derhalve, op zichzelf en gezien de internationale verbintenissen van de Unie, centraal staan in het MAES-initiatief. Er zijn verschillende redenen waarom dit niet het geval is, waaronder de onvolledigheid van gegevens over landvegetatie en -gebruik, de logistieke problemen die het werken in kleine afgelegen gebieden met zich meebrengt, de taalkundige en politieke belemmeringen en het tekort aan lokale mankracht. De grote lacunes op het gebied van kennis over de biodiversiteit, hetgeen een belangrijke belemmering vormt voor het naar behoren in kaart brengen en evalueren van de ecosystemen, worden bevestigd in de door BEST (vrijwillige regeling voor diensten op het gebied van biodiversiteit en ecosystemen in de landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio’s van de Unie) ontwikkelde ecosysteemprofielen voor alle ultraperifere gebieden en landen en gebieden overzee. Het is zonneklaar dat er methoden moeten worden ontwikkeld die zijn aangepast aan de kenmerken van de Europese overzeese gebieden. Hierbij moet op grote schaal gebruik worden gemaakt van lokale kennis, via de collaboratieve instrumenten en het netwerk van NetBiome-CSA. In het kader van dit proefproject worden beleidsmakers, onderzoekers en organisaties uit het maatschappelijk middenveld bij de ontwikkeling van methodologieën voor het in kaart brengen en evalueren van de toestand van de ecosystemen en de ecosysteemdiensten in de ultraperifere gebieden en de landen en gebieden overzee betrokken. Er wordt gepleit voor een gecoördineerde en synergetische aanpak om de geografische, politieke en kennisversnippering van deze gebieden om te zetten in rijkdommen, in de bundeling van middelen en in de opbouw van robuuste participatieve instrumenten. In het kader van het project zal om te beginnen de stand van zaken worden beoordeeld van het MAES-initiatief dat in de deelnemende overzeese gebieden wordt uitgevoerd, en zullen de mankracht en de materiële capaciteiten worden geïnventariseerd en beschreven waarover elk van deze gebieden beschikt. Het project kan voortbouwen op de inventarisatie van soorten en habitats, alsook op het MAES-project dat gepland is in het kader van het proefproject Inventariseren van soorten en habitats in de ultraperifere regio's van Frankrijk en dat is goedgekeurd in het kader van de begroting voor 2016 (post 07 02 77 34). Er zullen casusonderzoeken worden uitgevoerd naar specifieke regio's, en vastgesteld zal worden waar het zwaartepunt komt te liggen van de werkzaamheden van een speciaal team van lokale deskundigen, beleidsmakers en organisaties uit het middenveld, die worden aangetrokken vanuit de ultraperifere gebieden en de landen en gebieden overzee. Dit project levert niet alleen een concrete bijdrage aan het MAES-initiatief, maar wil ook laten zien dat er een bottom-upbenadering kan worden gehanteerd die toegevoegde waarde heeft en lokale actoren activeert en erbij betrekt. Als dit project succesvol blijkt, kan de MAES-methodologie worden uitgetest en toegepast in regio's elders in de wereld, waarbij de methodologie en de richtsnoeren met betrekking tot goede praktijken ter beschikking worden gesteld en wordt bijgedragen tot internationaal leiderschap van de Unie op dit gebied. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Doel van dit proefproject is het bieden van financiële ondersteuning aan de ontwikkeling van een nieuw netwerk van Europese groene hoofdsteden (de winnaars van de prijs voor Europese groene hoofdstad en de voor de prijs genomineerde steden maken deel uit van dit netwerk), zodat zij hun ervaring, kennis en expertise op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling kunnen delen met andere Europese steden. Het netwerk beoogt ecologische duurzaamheid ingang te doen vinden in Europese steden door middel van een reeks specifieke acties die erop gericht zijn om alle steden – van groenere steden tot steden die minder ver zijn op ecologisch gebied – te helpen verdere stappen te zetten in de richting van werkelijke duurzaamheid. Sinds 2010 kent de Unie elk jaar de titel Europese groene hoofdstad toe aan een stad in de Unie die goede resultaten boekt met het naleven van strenge milieunormen en vastbesloten is lopende, ambitieuze doelen voor verdere ecologische verbetering en duurzame ontwikkeling te halen, waarbij deze stad kan fungeren als rolmodel ter inspiratie van andere steden en optimale praktijken ingang kan doen vinden bij alle andere Europese steden. De winnende steden ondernemen het hele jaar door bepaalde activiteiten ter bevordering van het concept groene stad, maar hun begroting en de mogelijkheden om het concept over heel Europa te verbreiden, zijn zeer beperkt. Het uitgangspunt van dit project is de ruime ervaring die is opgedaan met voor de prijs in aanmerking komende deelnemers, en dit brede scala aan waardevolle ervaringen samen te voegen en aan andere steden door te geven, zodat zij wellicht geïnspireerd raken door deze activiteiten en inzicht krijgen in datgene wat bij de praktische uitvoering ervan is komen kijken. Concreet betekent dit vergroting van de invloed van de prijs voor Europese groene hoofdstad op de lange termijn en totstandbrenging van overloopeffecten waar hele regio's en landen voordeel van ondervinden. Dit project gaat verder dan het enkel organiseren van de uitwisseling van optimale praktijken (hoewel dit een belangrijk onderdeel ervan is), en beoogt tevens een specifieke reeks pakketten en onderwijsmateriaal te ontwikkelen, waarvan verschillende typen stadsbesturen die stappen in de richting van meer duurzaamheid willen nemen, gebruik kunnen maken. Deze hulpmiddelen kunnen worden gecombineerd met strategisch gerichte seminars, workshops en/of conferenties, zodat deze werkzaamheden zoveel mogelijk voordeel voor het milieu hebben (als uitgangspunt daarbij dient een analyse van gebieden in de Unie waar verspreiding van deze ervaring het meeste effect heeft). Het proefproject zal tevens de noodzakelijke kredieten verstrekken ter dekking van de opzet en het beheer van het netwerk. Allereerst worden de volgende steden uitgenodigd om toe te treden tot het netwerk van Europese groene steden:
(a) eerdere prijswinnaars: Stockholm (2010); Hamburg (2011); Vitoria-Gastiez (2012); Nantes (2013); Kopenhagen (2014); Bristol (2015); Ljubljana (2016); en Essen (2017);
(b) eerdere winnaars van tweede en derde prijzen: Amsterdam, Freiburg, Münster, Oslo, Barcelona, Malmö, Neurenberg, Reykjavik, Frankfurt, Brussel, Glasgow, Nijmegen, 's-Hertogenbosch en Umeå
Alle toekomstige winnaars van eerste, tweede en derde prijzen zullen worden uitgenodigd om toe te treden tot het netwerk. De Commissie verzorgt het beheer van het lidmaatschap van het netwerk. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 Een van de ernstigste gevaren voor de luchtkwaliteit in Europese steden, in het bijzonder voor steden in Midden- en Oost-Europa, is het veelvuldig voorkomen van concentraties van inadembaar fijnstof (PM10/PM2.5) die veel hoger liggen dan de grenswaarden van de Unie. Er zijn rechtstreekse verbanden aangetoond tussen de blootstelling aan hoge concentraties van fijnstof en cardiovasculaire aandoeningen en aandoeningen aan de luchtwegen met vroegtijdig overlijden tot gevolg, alsook tussen de blootstelling aan hoge concentraties van fijnstof en de toename van ziekten, zoals aandoeningen aan de luchtwegen bij kinderen. Algemene luchtvervuiling is onlangs aangemerkt als kankerverwekkend. Hetzelfde geldt voor fijnstof als een afzonderlijke component van luchtvervuiling. Bovendien wordt het specifieke gevaar van fijnstof doorgaans in verband gebracht met de aanwezigheid van giftige metalen en honderden kankerverwekkende, mutagene of giftige organische verbindingen. Conventionele bronnen van primair fijnstof, zoals motoruitlaten en industriële processen, zijn tegenwoordig goed gereguleerd en dragen, met uitzondering van een klein aantal enorme uitstootbronnen, slechts in geringe mate bij tot de luchtvervuiling in steden. In de winter, het jaargetijde waarin de meeste schendingen van de luchtkwaliteitsnormen plaatsvinden, veroorzaakt de verbranding van vaste huishoudelijke afvalstoffen aanzienlijke hoeveelheden fijnstof, niet alleen in steden maar ook in kleine dorpen. Eerdere analyses suggereren dat huishoudens ongeveer een derde van de vaste afvalstoffen verbranden. Het lijkt erop dat tonnen banden, kleding, bouwafval, verf en vuilnis in de kachels van huishoudens terechtkomen. De verbranding van afval veroorzaakt een enorme uitstoot van fijnstof in woonwijken, waardoor een groot aantal mensen wordt blootgesteld aan hoge concentraties extreem gevaarlijke fijnstof. Roet met daarin lood, kwik, cadmium en andere giftige stoffen, bestrijdingsmiddelen, zoutzuur, isocyanaten en polycyclische aromatische koolwaterstoffen komen in grote hoeveelheden in de lucht terecht en leiden tot acute en chronische aandoeningen bij mensen die er gevoelig voor zijn. Het probleem is het grootst in arme wijken en regio's, maar vanwege de aard van de atmosferische vervuiling worden onder ongunstige meteorologische omstandigheden grote gebieden aangetast door deze vorm van vervuiling. De rook die vrijkomt bij de verbranding van vaste afvalstoffen heeft gevolgen voor de gezondheid van grote delen van de bevolking, en veroorzaakt onder meer een afname van de arbeidsproductiviteit en een toename van de gezondheidskosten, waardoor een ernstige daling van het bbp kan worden verwacht. Het probleem zal naar verwachting in ernst toenemen ten gevolge van de toenemende energie-armoede in grote delen van Europa. Er moeten doeltreffende maatregelen worden genomen om de omvang van het probleem te beoordelen en de impact ervan te verkleinen. De voornaamste doelstellingen van het project zijn:
1) een wetenschappelijk onderzoek uitvoeren om vast te stellen in hoeverre de verbranding van vast huishoudelijk afval bijdraagt aan de vervuiling in verschillende regio's in Midden-, Oost- en Zuid-Europa;
2) de verschillen tussen de afvalverbranding in stedelijke en plattelandsgebieden in kaart brengen, evenals de gevolgen ervan voor de lokale luchtkwaliteit;
3) per regio de voornaamste bronnen van de verbranding van vaste afvalstoffen in kaart brengen (landbouwafval, afval van steenkoolmijnen, kleding, bouwafval, banden enz.);
4) vaststellen voor welke gebieden in iedere regio afvalverbranding met name een probleem vormt;
5) het verband tussen armoede en de verbranding van vaste huishoudelijke afvalstoffen bestuderen en onderzoeken in hoeverre de bevolking zich bewust is van het probleem;
6) de bevolking meer bewust maken van het probleem door specifieke campagnes te organiseren (informatie, thema's enz.) en nagaan welke maatregelen er kunnen worden genomen om het probleem aan te pakken, waaronder controles op de wetgeving en de handhaving ervan.
Trefwoorden: luchtvervuiling, fijnstof, luchtkwaliteitsnormen, overschrijding van de grenswaarden, verbranding van vaste afvalstoffen, kachels van huishoudens, rook, gezondheidsrisico's, zware metalen, kankerverwekkende verbindingen, giftigheid, publieke bewustmaking, energie-armoede, arme regio's, daling van het bbp, mitigatie, wetgeving, verbetering van de luchtkwaliteit. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Het doel van dit proefproject is het ontwikkelen van een instrument voor het beoordelen van de blootstelling aan pesticiden in het milieu met behulp van bijen en producten van bijen. De gebruikte benadering combineert de monitoring van milieucontaminanten met de gezondheid van dieren en voedselveiligheid. Honingbijen komen door hun biologische behoeften en gedrag in contact met verschillende milieu-elementen. Bij hun verzamelgedrag bestrijken bijen grote gebieden (radius tot 15 kilometer). Ze komen elke dag in contact met talloze planten om nectar, afscheidingen van sapzoekende insecten, stuifmeel en water te verzamelen, terwijl plantgom wordt verzameld voor de productie van propolis. Wanneer ze vliegen, komen ze daarnaast in contact met deeltjes in de lucht, die zich aan hun lichaamshaartjes hechten, of met stoffen die in de lucht worden verdund. Er zijn verspreid studies verricht met bijen en producten van bijen als biologische monitoringinstrumenten voor het meten van de luchtkwaliteit. Er bestaan dus reeds beschrijvingen van verschillende niveaus van milieumonitoring met honingbijen, elk met hun eigen mate van complexiteit en gevoeligheid. Vanwege hun bezorgdheid om het verlies aan bijenkolonies zijn imkers en wetenschappers in specifieke gebieden in Europa ook reeds begonnen met het analyseren van het gehalte aan pesticiden in bijen en producten van bijen. De resultaten hiervan zijn vaak identiek: bijen worden gelijktijdig en consecutief blootgesteld aan een brede waaier aan contaminanten. Verrassend is dat de ontdekte pesticiden in veel gevallen niet toegestaan waren, terwijl ze in andere gevallen ook werden ontdekt in natuurgebieden ver weg van de bron van contaminatie. Dit proefproject is een wetenschappelijk project van burgers in het kader waarvan imkers uit meerdere Europese landen wekelijks gedurende twee seizoenen stuifmeelmonsters zullen verzamelen. Analyses van stuifmeel en pesticiden zullen worden gebruikt om de botanische oorsprong en contaminatie van de monsters vast te stellen. De analytische gegevens zullen in een geospatiale context worden geplaatst, waarbij het erom gaat de mogelijke bronnen te achterhalen van zowel hetgeen de bijen hebben gegeten als van de contaminatie. In specifieke gevallen worden mogelijkerwijs ook honingmonsters verzameld, teneinde de eventuele contaminatie van honingdauw te begrijpen. In specifieke gevallen kan ook een veldstudie worden gehouden in een gebied met een straal van drie kilometer rond de geteste imkerij, teneinde te achterhalen welke landbouwpraktijken daar gangbaar zijn. De analyses zullen betrekking hebben op zowel geautoriseerde als niet-geautoriseerde pesticiden en veterinaire producten, op basis waarvan kan worden vastgesteld hoe het staat met de implementatie van de pesticidenwetgeving van de Unie. De looptijd van het project is dertig maanden, waarmee dus gedurende twee jaar monsters kunnen worden genomen en fluctuaties in de gegevens kunnen worden ondervangen. De verwachte resultaten zijn 1) ontwikkeling van een non-invasief, eenvoudig en in heel Europa reproduceerbaar milieumonitoringsysteem; 2) vergroting van de kennis over milieuvervuiling middels het gebruik van milieumonsters; 3) identificatie van probleemgebieden, zowel in geografische als chemische zin; 4) verificatie van de doeltreffendheid van de wetgeving van de Unie op het gebied van het voorkomen van milieu- en voedselverontreiniging; 5) vaststelling van de plantdiversiteit van het landschap in de loop van het jaar, en 6) verificatie van de kwaliteit van de Corine-gegevensbank voor landschappelijke blootstellingsmodellen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Van alle diersoorten is het behoud van de vier belangrijkste soorten grote carnivoren in Europa – de bruine beer, de wolf, de Euraziatische lynx en de veelvraat – een van de grootste uitdagingen. De Commissie heeft aanzienlijke inspanningen geleverd om inzicht te verwerven in hun biologische behoeften en de conflicten tussen belanghebbenden. Er is veel ervaring opgedaan met conflictbeperking, van lokale kennis over traditionele veeteelt en jaagpraktijken tot het nieuwste hightechonderzoek, met inbegrip van projecten die lokaal worden uitgevoerd en worden medegefinancierd door het Life-programma van de Unie. In 2012 zijn door diverse deskundigen en belanghebbenden de prioriteiten bepaald, waardoor voor iedere populatie van grote carnivoren sectoroverschrijdende en op de soorten toegespitste kernacties konden worden vastgesteld. In de zomer van 2014 werd het EU-platform inzake de co-existentie van mensen en grote carnivoren opgericht om boeren, veehoeders, natuurbeschermers, jagers, landeigenaars en wetenschappers de mogelijkheid te bieden om ideeën en optimale werkwijzen uit te wisselen. Het platform is gericht op de bevordering van manieren en middelen om conflicten tussen menselijke belangen en de aanwezigheid van soorten grote carnivoren te minimaliseren en, indien mogelijk, op te lossen door kennis uit te wisselen en op een open, constructieve en wederzijds respectvolle manier samen te werken. Het platform van de Unie heeft te maken met grote uitdagingen wat betreft de overdracht van de besproken optimale werkwijzen en de samenwerking tussen de belanghebbenden die in dezelfde gebieden leven als de grote carnivoren. De leden van het platform beschikken over onvoldoende middelen om zich volledig toe te leggen op de communicatie met de eigen leden of om af te reizen naar regionale vergaderingen. Om de belangrijkste co-existentieproblemen bij de bron aan te pakken zijn soortgelijke lokale groepen noodzakelijk. Tegelijkertijd is het van essentieel belang om contact te onderhouden met het platform van de Unie en om de communicatie tussen de bestuursniveaus zowel op verticaal als op horizontaal niveau te verbeteren teneinde doeltreffende informatieoverdracht te waarborgen. De doelstelling van dit project is daarom om verscheidene lokale of regionale proefgroepen van belanghebbenden op te richten naar het voorbeeld van het EU-platform. Er wordt voortgebouwd op ervaring die met andere regionale platformen is opgedaan, zoals platformen die via Life-projecten zijn opgericht. Methoden en vereisten
Selectie van twee Europese gebieden voor de verkennende studies. Het moet gaan om gebieden die door ernstige conflicten worden gekenmerkt, die het gezamenlijk leefgebied vormen van mensen en grote carnivoren en waar slechts een klein aantal oplossingen is uitgetest.
Oprichting van een regionaal platform inzake de co-existentie van mensen en grote carnivoren. Bij het platform wordt een groep belanghebbenden betrokken die de belangrijkste, op het gebied actieve belangengroep vertegenwoordigt. De overeenkomst van het EU-platform wordt als uitgangspunt genomen en er wordt rekening gehouden met de ervaring van andere regionale platformen.
Gebruik van Kernacties gericht op de populaties van soorten grote carnivoren in Europa als uitgangspunt, uitvoering van een prioriteitstelling met belanghebbenden om vast te stellen welke kernacties het best kunnen worden uitgevoerd in bepaalde gebieden. Het zwaartepunt ligt bij acties met betrekking tot conflictoplossing, communicatie, vermindering van de sociaaleconomische problemen en de totstandbrenging van sociaaleconomische voordelen overeenkomstig de doelstellingen van de natuurbeschermingsrichtlijnen van de Unie en de EU 2020-biodiversiteitsstrategie.
Ondersteuning van de uitvoering van twee of drie acties (gefinancierd in het kader van het proefproject).
Om de uitvoering van de acties te bevorderen is een van de belangrijkste begunstigden verantwoordelijk voor de coördinatie van de acties. Deze begunstigde werkt tevens toe naar de inventarisatie en de oprichting van de lokale platformen en zou de interactie tussen de Unie en de regionale platformen in goede banen leiden. Deze belangrijke begunstigde beheert de begroting van alle regionale platformen, om zo de participatie van belanghebbenden aan te moedigen, de individuele leden ondersteuning te bieden met het oog op studiereizen en regionale vergaderingen en de kernacties te financieren die door de regionale platformen worden vastgesteld. Het waarborgen van passende mechanismen voor bemiddeling, met inbegrip van de selectie van de leden van de platformen, is eveneens belangrijk. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 De Commissie heeft de vogel- en de habitatrichtlijnen onlangs aan een geschiktheidscontrole onderworpen teneinde de richtlijnen te beoordelen aan de hand van vijf criteria: doeltreffendheid, doelmatigheid, samenhang, relevantie en Europese meerwaarde. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat de belangrijkste belemmeringen voor het succes van de vogel- en habitatrichtlijnen verband houden met de ontoereikende tenuitvoerlegging ervan, met de gebrekkige integratie in en conflicten met andere beleidslijnen en economische sectoren, alsook met de samenwerking tussen de betrokken organisaties en belanghebbenden, die te wensen overlaat. Belanghebbenden hebben vastgesteld dat kennishiaten en ontoereikende toegang tot informatie ernstige belemmeringen vormen voor de tenuitvoerlegging, ook in verband met de doeltreffendheid en doelmatigheid van vergunningen voor gebieden en soorten in het kader van de richtlijnen. Voorts viel de vergelijking en analyse van casusonderzoeken, instrumenten en aanbevelingen ter verbetering van de vogel- en habitatrichtlijnen buiten de reikwijdte van de geschiktheidscontrole. Het proefproject is bedoeld om deze hiaten op te vullen en bij te dragen tot een betere tenuitvoerlegging van de vogel- en habitatrichtlijnen door middel van systematische verzameling en analyse van kennis, bewijs, instrumenten en beginselen waarmee de uitvoering van de habitatrichtlijnen op een hoger plan kan worden gebracht. Gezien de enorme ervaring van wetenschappers en anderen in de Unie die kennis bezitten, zijn een systematische evaluatie, een meta-analyse en de ontwikkeling van een uitgebreide reeks richtsnoeren ter verbetering van de tenuitvoerlegging van de richtlijnen een goede stap voorwaarts. Bestaande benaderingen kunnen worden aangevuld door de academische wereld de vereiste kennis bijeen te laten brengen, als een kosteneffectieve manier om tot een maximale reikwijdte, geografische vertegenwoordiging en kwaliteit te komen. De doelstelling van het proefproject is om een dergelijke systematische evaluatie uit te voeren en de eerste stappen te zetten in de richting van een voorbereidende actie die de uitvoering van de voorgestelde verbeteringen beoogt. De belangrijkste elementen van de evaluatie zijn:
a)
het opzetten van een uitgebreide databank van collegiaal getoetste publicaties en andere kennis uit alle EU-lidstaten, het verzamelen en rangschikken van instrumenten, beginselen, richtsnoeren, aanbevelingen en casusonderzoeken waarin naar voren komt hoe de tenuitvoerlegging van de habitatrichtlijnen kan worden verbeterd. In de databank zal om te beginnen de bestaande literatuur worden opgenomen die gedurende de geschiktheidscontrole is verzameld. Vervolgens zal de databank worden uitgebreid en zal de informatie worden gecategoriseerd op basis van omvang en geografische/politieke relevantie;
b)
het beoordelen van de manier waarop:
de doeltreffendheid in termen van planning, beheer en toezicht kan worden verbeterd;
de kostenefficiënte kan worden bevorderd door middel van conflictvermindering en beter gebruik van bestaande fondsen;
andere beleidslijnen van de Unie invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de habitatrichtlijnen en verbeteringen kunnen worden aangebracht om conflicten te verminderen en de beleidsintegratie te bevorderen;
handhavingsmechanismen en het beheer kunnen worden verbeterd met het oog op de maximalisering van de rol van de Unie bij de doeltreffende tenuitvoerlegging van de habitatrichtlijnen;
c)
workshops kunnen worden georganiseerd tijdens welke kennis kan worden vergaard, opties kunnen worden besproken, bewijs kan worden geïnterpreteerd, op feitenmateriaal gebaseerde richtsnoeren kunnen worden ontwikkeld en de toekomstige kennisbehoeften kunnen worden vastgesteld (vijf workshops met in totaal minimaal honderd deelnemers);
d)
een robuuste meta-analyse van de uitkomsten kan worden uitgevoerd, met inbegrip van een kwantitatieve vergelijking van de kosteneffectiviteit en de kostenefficiëntie van diverse beleidsinstrumenten;
e)
een reeks zorgvuldig geregionaliseerde, schaalgevoelige en niet-normatieve aanbevelingen kan worden opgesteld;
f)
de aanbevelingen kunnen worden opengesteld voor discussie en intercollegiale toetsing door de academische wereld, om zo de kwaliteit en de transparantie van de uitkomsten te maximaliseren en de samenwerking met alle relevante belanghebbenden te bevorderen.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 In Europa worden dierproeven gebruikt voor vier verschillende doeleinden: fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, toxicologie en onderwijs. Met Richtlijn 2010/63/EU wordt voorzien in een Europees kader voor de bescherming van dieren die worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden, waarmee naleving van het 3R-beginsel (replacement, reduction, refinement) een wettelijk vereiste wordt. In overweging 28 van deze richtlijn wordt eraan herinnerd dat het welzijn van de dieren die in procedures worden gebruikt, in hoge mate afhankelijk is van de kwaliteit en de professionele bekwaamheid van de personen die het toezicht hebben op de procedures, dan wel de procedures uitvoeren, alsook van de personen die toezicht houden op het personeel dat de dieren dagelijks verzorgt. Daarom is het onontbeerlijk dat het personeel dat in de diverse lidstaten met deze taken belast is, naar behoren geïnformeerd, opgeleid en bekwaam is met betrekking tot kwesties in verband met dierenwelzijn en dat het toegang heeft tot alle nuttige informatie en tot de instrumenten en de kennis die vereist zijn om alternatieven voor dierproeven ten uitvoer te kunnen leggen. Een van de belangrijkste belemmeringen voor de ontwikkeling en het gebruik van alternatieven is het ontbreken van onderlinge betrekking en het gebrek aan informatie-uitwisseling tussen de diverse wetenschappelijke sectoren, hetgeen ontwikkeling van de bestaande methoden en het gebruik ervan door gebruikers van dierproeven verhindert. Het proefproject is bedoeld om in de Unie het gebruik te bevorderen van alternatieven voor dierproeven. Er moeten namelijk extra middelen worden ingezet en preciezer toegewezen, om een beter gebruik van alternatieven te bevorderen, om het aantal gebruikte dieren te kunnen verminderen en uiteindelijk het gebruik van dieren te vervangen. Doel met het project is, door de bevoegdheden te verruimen en de middelen op te trekken van de bestaande instanties (bv. Cevma), de informatie- en kennisuitwisseling tussen de wetenschappelijke gemeenschap, de agentschappen van de Unie, de nationale autoriteiten en de gebruikers van dierproeven in de diverse EU-lidstaten te verbeteren, om de oriënteringen van de Unie die de invoering van Richtlijn 2010/63/EU hebben begeleid, voort te zetten. Het heeft als doel actief de bestaande alternatieven voor dierproeven te bevorderen, de validering van nieuwe alternatieven te faciliteren, informatiecampagnes voor te stellen, de uitwisseling van informatie, kennis en goede praktijken te bevorderen tussen wetenschappers en autoriteiten van de diverse lidstaten met betrekking tot de bestaande methoden, de manier om deze te gebruiken, de bestaande behoeften inzake ontwikkeling van nieuwe methoden of verbetering van bestaande methoden. Het proefproject heeft ook als doel, door de bevoegdheden te verruimen en de middelen op te trekken van het Europees platform en het Onderwijs- en opleidingsplatform voor proefdierkunde (Etplas), specifieke opleiding te verstrekken, ook online, aan wetenschappers, volgens hun activiteitenterrein (bv. fundamenteel onderzoek, toxicologie), aan artsen en aan dierartsen, maar ook aan de industrie. Tegelijk moet het proefproject een ruimte mogelijk maken voor reflectie en voorstellen, met het oog op de bevordering en optimalisering van het wetenschappelijk onderzoek voor de ontwikkeling van alternatieven, de totstandbrenging van een verband tussen het niveau van de regelgeving van de Unie en de nationale structuren en evolutie in de richting van efficiëntere alternatieven in de Unie. De uitvoering van dit proefproject moet een essentiële stap zijn in de richting van de tenuitvoerlegging van de bestaande wetgeving en van het doel, dat de Commissie steunt, dierproeven uiteindelijk te vervangen door alternatieven. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 08 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERZOEK EN INNOVATIE 330480222 330480222 326792757 326792757 308618156,15 308618156,15 08 02 HORIZON 2020 — ONDERZOEK 5646818801 5359033635 5333570831 4926092012 5724074090,30 5252249864,43 08 03 EURATOM-PROGRAMMA — ACTIES ONDER CONTRACT 215504757 222147040 191374718 148815738 179525503,95 214380219,16 08 05 ONDERZOEKSPROGRAMMA VAN HET FONDS VOOR ONDERZOEK INZAKE KOLEN EN STAAL p.m. p.m. p.m. p.m. 47347161,— 45107209,14 Titel 08 — Totaal 6192803780 5911660897 5851738306 5401700507 6259564911,40 5820355448,88 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van deze titel. De onder deze titel vallende onderzoeks- en innovatieactiviteiten zullen bijdragen tot twee grote onderzoeksprogramma’s: Horizon 2020 en Euratom. Onder deze titel vallen ook onderzoeksprogramma's van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. De programma's zijn gericht op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, teneinde bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij, gebaseerd op de Europese Onderzoeksruimte, d.w.z. door het ondersteunen van transnationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie, door de dynamiek, de creativiteit en de uitmuntendheid van het Europese onderzoek in staat te stellen de grenzen van de kennis te verleggen, door meer personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen, en ook de kwaliteit daarvan te verbeteren, en door de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in heel Europa te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal worden gebruikt. De gelijkheid van mannen en vrouwen is een rode draad doorheen Horizon 2020 met de bedoeling onevenwichtigheden tussen mannen en vrouwen te corrigeren en in het inhoudelijke aspect van onderzoek en innovatie een genderdimensie te integreren. Voorts wordt in het bijzonder rekening gehouden met de noodzaak van het opvoeren van de inspanningen ter versterking van de participatie van vrouwen in wetenschap en onderzoek op alle niveaus en onder meer in de besluitvorming. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor actie door de Unie, onder meer in het kader van de Europese onderzoeksruimte, alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma's zijn uitgevoerd. Deze kredieten dienen tevens ter dekking van de administratieve uitgaven, waaronder de uitgaven voor statutair en ander personeel, de uitgaven voor voorlichting en publicaties, administratieve en technische werkzaamheden en bepaalde andere uitgaven voor interne infrastructuur die betrekking hebben op de verwezenlijking van de doelstelling van de actie waarvoor zij worden gedaan, inclusief de acties en initiatieven die nodig zijn om de strategie van de Unie inzake onderzoek, technologische ontwikkeling, en demonstratie (OTO) uit te werken en te bewaken. Ontvangsten die voortvloeien uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Zwitserland of de multilaterale European Fusion Development Agreement (EFDA) die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 1 en 6 0 1 2 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten van landen die betrokken zijn bij de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek worden geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen onder de posten 08 02 50 01, 08 03 50 01 en 08 04 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van deze titel zullen onder artikel 08 01 05 worden opgevoerd. ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERZOEK EN INNOVATIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 08 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERZOEK EN INNOVATIE 08 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Onderzoek en innovatie 5,2 9036770 8644598 8838832,18 97,81 08 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Onderzoek en innovatie 08 01 02 01 Extern personeel 5,2 333599 282168 207770,36 62,28 08 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 531032 369192 389018,91 73,26 Artikel 08 01 02 — Subtotaal 864631 651360 596789,27 69,02 08 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Onderzoek en innovatie 5,2 564287 551707 607173,06 107,60 08 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het beleidsterrein Onderzoek en innovatie 08 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 94221251 96541173 98354139,— 104,39 08 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 26116578 27238539 26773157,— 102,51 08 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 1,1 45500949 49036366 42217342,58 92,78 08 01 05 11 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de onderzoeks- en innovatieprogramma's — Euratom-programma 1,1 9702170 9448832 10574665,— 108,99 08 01 05 12 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Euratom-programma 1,1 709823 727200 720000,— 101,43 08 01 05 13 Overige beheersuitgaven voor de onderzoeks- en innovatieprogramma's — Euratom-programma 1,1 3272850 3272850 2187632,26 66,84 Artikel 08 01 05 — Subtotaal 179523621 186264960 180826935,84 100,73 08 01 06Uitvoerende agentschappen 08 01 06 01 Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad — Bijdrage van Horizon 2020 1,1 45122000 40981475 38677409,— 85,72 08 01 06 02 Uitvoerend Agentschap onderzoek — Bijdrage van Horizon 2020 1,1 62627224 59972046 54456061,80 86,95 08 01 06 03 Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen — Bijdrage van Horizon 2020. 1,1 27390168 24877409 20825577,— 76,03 08 01 06 04 Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken — Bijdrage van Horizon 2020 1,1 5351521 4849202 3789378,— 70,81 Artikel 08 01 06 — Subtotaal 140490913 130680132 117748425,80 83,81 Hoofdstuk 08 01 — Totaal 330480222 326792757 308618156,15 93,38 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9036770 8644598 8838832,18 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 333599 282168 207770,36 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 531032 369192 389018,91 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 564287 551707 607173,06 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 94221251 96541173 98354139,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 26116578 27238539 26773157,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 45500949 49036366 42217342,58 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het volledige beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven door personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de beschrijving, de voorbereiding, het management, de monitoring, de audit en de supervisie van het programma of van projecten, zoals onder meer uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 9702170 9448832 10574665,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Euratom-programma, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van het personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 709823 727200 720000,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Euratom-programma in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3272850 3272850 2187632,26 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het volledige beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Euratom-programma in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven door personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de beschrijving, de voorbereiding, het management, de monitoring, de audit en de supervisie van het programma of van projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 08 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 45122000 40981475 38677409,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad voor de opdracht die het Agentschap vervult bij het beheer van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/972/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Ideeën tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 243). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Uitvoeringsbesluit 2013/779/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad en tot intrekking van Besluit 2008/37/EG (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 58). Besluit C(2013) 9428 van de Commissie van 20 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake grensverleggend onderzoek, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten, als gewijzigd bij Besluit C(2014) 9437 van 12 december 2014. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 62627224 59972046 54456061,80 Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het Uitvoerend Agentschap Europees Onderzoek voor de opdracht die het Agentschap vervult bij het beheer van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). Beschikking 2006/973/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Mensen tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 270). Beschikking 2006/974/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Capaciteiten tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 299). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Besluit 2008/46/EG van de Commissie van 14 december 2007 tot oprichting, ingevolge Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad, van het Uitvoerend Agentschap onderzoek voor het beheer van bepaalde gebieden van de communautaire specifieke programma’s Mensen, Capaciteiten en Samenwerking inzake onderzoek (PB L 11 van 15.1.2008, blz. 9). Uitvoeringsbesluit 2013/778/EU van de Commissie van 13 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderzoek en tot intrekking van Besluit 2008/46/EG (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 54). Besluit C(2013) 9418 van de Commissie van 20 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap onderzoek worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake onderzoek en innovatie, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 27390168 24877409 20825577,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen voor de opdracht die het Agentschap vervult bij het beheer van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Beschikking nr. 1230/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor acties op energiegebied: Intelligente energie — Europa (2003-2006) (PB L 176 van 15.7.2003, blz. 29). Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Besluit 2004/20/EG van de Commissie van 23 december 2003 tot oprichting van een uitvoerend agentschap, genaamd het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van energie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 85). Besluit 2007/372/EG van de Commissie tot wijziging van Besluit nr. 2004/20/EG waarbij het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie wordt omgevormd tot het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (PB L 140 van 1.6.2007, blz. 52). Besluit C(2007) 3198 van de Commissie van 9 juli 2007 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van het programma Intelligente energie — Europa 2003-2006, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie 2007-2013, het Marco Poloprogramma 2007-2013, met name wat betreft het beheer van de in de EU-begroting opgenomen kredieten. Uitvoeringsbesluit 2013/771/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot intrekking van de Besluiten 2004/20/EG en 2007/372/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 73). Besluit C(2013) 9414 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van energie, milieu, klimaatactie, concurrentiekracht en kmo’s, onderzoek en innovatie, ICT, maritiem beleid en visserij, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5351521 4849202 3789378,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken voor de opdracht die het Agentschap vervult bij het beheer van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Uitvoeringsbesluit 2013/801/EU van de Commissie van 23 december 2013 tot invoering van het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken en tot intrekking van Besluit 2007/60/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2008/593/EG (PB L 352 van 24.12.2013, blz. 65). Besluit C(2013) 9235 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake transport, energie- en telecommunicatie-infrastructuur en inzake onderzoek en innovatie op het vlak van transport en energie, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. HORIZON 2020 — ONDERZOEK Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 08 02HORIZON 2020 — ONDERZOEK 08 02 01Wetenschap van topkwaliteit 08 02 01 01 Stimuleren van grensverleggend onderzoek in de Europese Onderzoeksraad 1,1 1753136644 935198152 1622722376 591884144 1706365095,93 426606975,— 45,62 08 02 01 02 Stimuleren van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 08 02 01 03 Versterken van Europese onderzoeksinfrastructuren, waaronder e-infrastructuren 1,1 200959521 244123783 183905321 83564914 193681145,— 153244367,— 62,77 Artikel 08 02 01 — Subtotaal 1954096165 1179321935 1806627697 675449058 1900046240,93 579851342,— 49,17 08 02 02Industrieel leiderschap 08 02 02 01 Leiderschap in nanotechnologie, geavanceerde materialen, lasers, biotechnologie en geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen 1,1 556192455 415708687 504175361 407929917 519248106,— 297035900,28 71,45 08 02 02 02 Verbeteren van de toegang tot risicokapitaal voor investeringen in onderzoek en innovatie 1,1 400331277 358772793 329381199 337572482 410836506,31 409849267,52 114,24 08 02 02 03 Stimuleren van innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen 1,1 42032876 1226502 36120567 31169883 34105056,39 4869366,51 397,01 Artikel 08 02 02 — Subtotaal 998556608 775707982 869677127 776672282 964189668,70 711754534,31 91,76 08 02 03Maatschappelijke uitdagingen 08 02 03 01 Verbeteren van gezondheid en welzijn gedurende het hele leven 1,1 530484227 448768061 524745272 299890040 588228532,43 373709857,13 83,27 08 02 03 02 Een toereikend aanbod van veilige, gezonde en kwalitatief hoogwaardige voedselproducten en andere biogebaseerde producten verzekeren 1,1 185315580 160057663 142233804 89735746 97048684,— 79239788,39 49,51 08 02 03 03 Overschakelen naar een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem 1,1 321697313 227788241 335369074 242548217 322852089,90 155567028,86 68,29 08 02 03 04 Realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoersysteem 1,1 374512012 327823067 331555393 174476315 164157496,— 177192707,54 54,05 08 02 03 05 Een hulpbronefficiënte en klimaatbestendige economie en een duurzame grondstoffenbevoorrading tot stand brengen 1,1 311465457 239716355 284530369 150855696 306477896,54 113159661,24 47,21 08 02 03 06 Inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen bevorderen 1,1 115787740 106192615 112411389 117834666 121198032,15 58563127,53 55,15 Artikel 08 02 03 — Subtotaal 1839262329 1510346002 1730845301 1075340680 1599962731,02 957432170,69 63,39 08 02 04 Topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden 1,1 140157850 108860005 105470711 47808292 95923167,— 68963813,23 63,35 08 02 05 Horizontale activiteiten van Horizon 2020 1,1 114734030 104622798 109162522 79820088 47450000,— 20100000,— 19,21 08 02 06 Wetenschap met en voor de samenleving 1,1 58457571 54171621 53497266 40461390 56466691,— 21834153,17 40,31 08 02 07Gemeenschappelijke ondernemingen 08 02 07 31 Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen 2 (IMI 2) — Ondersteunende uitgaven 1,1 1265453 1265453 1200000 1200000 690300,— 690300,— 54,55 08 02 07 32 Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen 2 (IMI 2) 1,1 173798000 74953762 197787000 68973824 217593970,— 62000000,— 82,72 08 02 07 33 Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) — Ondersteunende uitgaven 1,1 2285155 2285155 1946263 1946263 1459414,— 1459414,— 63,86 08 02 07 34 Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) 1,1 78889310 66887748 156136237 60148775 206390497,— 18042892,— 26,97 08 02 07 35 Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 — Ondersteunende uitgaven 1,1 3037689 3037689 2625785 2625785 1919026,— 1914428,— 63,02 08 02 07 36 Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 1,1 189833010 167476200 194773655 177301922 349972868,— 97145039,— 58,01 08 02 07 37 Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (FCH 2) — Ondersteunende uitgaven 1,1 55406 55406 454948 454948 480558,— 479406,— 865,26 08 02 07 38 Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (FCH 2) 1,1 91990225 139529054 102166319 47344982 112322124,— 29915275,— 21,44 Artikel 08 02 07 — Subtotaal 541154248 455490467 657090207 359996499 890828757,— 211646754,— 46,47 08 02 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 08 02 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 154714699,42 36233713,93 08 02 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 2166986,04 81893512,13 Artikel 08 02 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 156881685,46 118127226,06 08 02 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek — Zevende kaderprogramma — EG-acties onder contract (2007 tot 2013) 1,1 p.m. 1169097029 p.m. 1867645867 10499511,21 2554883740,74 218,53 08 02 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma’s voor onderzoek — Acties onder contract (vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. 1272856 1075637,98 7656130,23 08 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 08 02 77 01 Proefproject — Coördinatie van het onderzoek naar het gebruik van homeopathie en fytotherapie in de veehouderij 2 p.m. 50000 p.m. 75000 0,— 0,— 0 08 02 77 03 Proefproject — Onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot armoedegerelateerde en verwaarloosde ziekten teneinde gezondheidszorg voor iedereen te verwezenlijken in de periode na 2015 1,1 p.m. 565796 p.m. 300000 750000,— 0,— 0 08 02 77 05 Proefproject — Inenting van moeders: overbrugging van de kenniskloof ter bevordering van de inenting van moeders in gebieden waar weinig hulpbronnen beschikbaar zijn 1,1 p.m. 200000 600000 300000 08 02 77 06 Voorbereidende actie — Actieve medezeggenschaps- en medebeslissingsparticipatie van de jongere en de oudere generatie in Europa 1,1 p.m. 400000 600000 250000 08 02 77 07 Proefproject — Optimalisering van non-invasieve in situ detectie onder water van vis met behulp van een UFO preprototype, ten behoeve van beoordelingen van bestanden op EEA-basis en een betere tenuitvoerlegging van de kaderrichtlijn mariene strategie (KRMS) 2 p.m. p.m. p.m. 100000 08 02 77 08 Proefproject — Ontwikkeling van een geautomatiseerd optisch-akoestische UFO-testopstelling voor waarneming van biodiversiteit en andere indicatoren van de kaderrichtlijn mariene strategie (KRMS) in belangrijke mariene gebieden 2 p.m. p.m. p.m. 600000 08 02 77 09 Proefproject – Naar een zorgtraject voor clitoraal herstel in de Europese Unie 2 400000 200000 Artikel 08 02 77 — Subtotaal 400000 1415796 1200000 1625000 750000,— 0,— 0 Hoofdstuk 08 02 — Totaal 5646818801 5359033635 5333570831 4926092012 5724074090,30 5252249864,43 98,01 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat betrekking heeft op de periode 2014-2020 en waarin alle bestaande EU-middelen voor onderzoek en innovatie, waaronder het kaderprogramma voor onderzoek, de innovatiegerelateerde maatregelen van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), worden gebundeld. Het programma zal een centrale rol vervullen bij de tenuitvoerlegging van het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie van Europa 2020 en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Een digitale agenda voor Europa, Efficiënt gebruik van hulpbronnen en Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering, en eveneens bij de ontwikkeling en werking van de Europese onderzoeksruimte (EOR). Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. Het krediet zal ook worden gebruikt voor de voltooiing van de voorgaande onderzoeksprogramma's (zevende kaderprogramma en eerdere kaderprogramma's). Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt beoogd de excellentie van de wetenschapsbasis van de Unie te versterken en uit te breiden en een constante stroom van onderzoek van wereldklasse te garanderen om het concurrentievermogen van de Unie op lange termijn te waarborgen. De beste ideeën worden ondersteund, talent in de Unie wordt ontwikkeld, onderzoekers wordt toegang verleend tot prioritaire onderzoeksinfrastructuur en de Unie wordt aantrekkelijk gemaakt voor de beste onderzoekers ter wereld. Op grond van de behoeften en de kansen van de wetenschap zal worden bepaald welke onderzoeksacties worden gefinancierd, en er zullen vooraf geen thematische prioriteiten worden gesteld. De onderzoeksagenda zal in nauwe samenwerking met wetenschappelijke kringen worden vastgesteld, en onderzoek zal op basis van excellentie worden gefinancierd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1753136644 935198152 1622722376 591884144 1706365095,93 426606975,— De basisactiviteit van de ERC is het verstrekken van financiering op lange termijn tegen aantrekkelijke voorwaarden ter ondersteuning van toponderzoekers en hun onderzoeksteams bij hun streven om baanbrekend onderzoek te verrichten waaraan zowel grote voordelen als hoge risico's verbonden kunnen zijn. Er zal met name prioriteit worden gegeven aan het ondersteunen van pas beginnende, maar zeer talentvolle onderzoekers, zodat zij op den duur onafhankelijk onderzoek kunnen verrichten. Dit gebeurt door hen van adequate bijstand te voorzien in de cruciale fase waarin zij hun eigen onderzoeksteam of onderzoeksprogramma trachten op te zetten of te consolideren. Het ERC geeft, waar nodig, ook steun aan nieuwe werkmethoden in de wetenschappelijke wereld die in potentie tot baanbrekende resultaten leiden en bevordert de analyse van de commerciële en sociale innovatiemogelijkheden van het onderzoek dat met ERC-middelen wordt gefinancierd. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder a). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Uitvoeringsbesluit C(2013) 8632 van de Commissie van 10 december 2013 tot goedkeuring van het werkprogramma 2014-2015 in het kader van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) met betrekking tot de specifieke doelstelling Versterken van grensverleggend onderzoek door middel van de activiteiten van de Europese Onderzoeksraad, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit C(2014) 5008 van de Commissie van 22 juli 2014. Besluit C(2013) 9428 van de Commissie van 20 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's inzake grensverleggend onderzoek, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten, zoals gewijzigd bij Besluit C(2014) 9437 van de Commissie van 12 december 2014. Besluit C(2013) 8915 van de Commissie van 12 december 2013 tot oprichting van de Europese Onderzoeksraad (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 23), zoals gewijzigd bij besluit van 17 februari 2015 (PB C 58 van 18.2.2015, blz. 3). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— De activiteiten onder de specifieke doelstelling toekomstige en opkomende technologieën (FET-activiteiten) ondersteunen fundamenteel wetenschappelijk en technologisch onderzoek waarbij nieuwe toekomstige technologieën worden verkend door de huidige paradigma’s ter discussie te stellen en onbekende gebieden te betreden. Daarenboven zal in het kader van de FET-activiteiten nader worden ingegaan op een aantal veelbelovende verkennende onderzoeksthema’s die een kritische massa van onderling gerelateerde projecten kunnen genereren die, in combinatie, een brede en rijk geschakeerde verkenning behelzen van die thema's en een Europese kennispool opbouwen. Ten slotte zal in het kader van de FET-activiteiten steun worden gegeven aan ambitieus grootschalig en wetenschappelijk aangestuurd onderzoek om een wetenschappelijke doorbraak te creëren. Dergelijke activiteiten zullen profijt hebben van de onderlinge afstemming van de Europese en nationale agenda’s. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder b). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 200959521 244123783 183905321 83564914 193681145,— 153244367,— De activiteit onderzoeksinfrastructuren garandeert de tenuitvoerlegging en het gebruik van het Esfri (Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren) en andere onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse, met inbegrip van de ontwikkeling van regionale partnerfaciliteiten, voor 2020 en daarna. Daarenboven zal de integratie van en de toegang tot nationale onderzoeksinfrastructuren en de ontwikkeling, de implementatie en het gebruik van e-infrastructuren worden gewaarborgd. De activiteit zal onderzoeksinfrastructuren er eveneens toe aanzetten om vroegtijdig nieuwe technologieën toe te passen, onderzoek- en ontwikkelingspartnerschappen (O&O) met het bedrijfsleven te bevorderen, het industriële gebruik van onderzoeksinfrastructuren te faciliteren en het creëren van innovatieclusters te stimuleren. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder d). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Deze prioriteit van Horizon 2020 is erop gericht de Unie aantrekkelijker te maken voor investeringen in onderzoek en innovatie door activiteiten te promoten waarbij de agenda door het bedrijfsleven wordt bepaald, alsook op een versnelde ontwikkeling van nieuwe technologieën die toekomstige ondernemingen en economische groei zullen ondersteunen. Een en ander zal grote investeringen in belangrijke industriële technologieën teweegbrengen en maximale groeikansen creëren voor Uniebedrijven dankzij een passende financiering en steun om innoverende kleine en middelgrote ondernemingen door te laten groeien tot wereldleiders. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 556192455 415708687 504175361 407929917 519248106,— 297035900,28 Door leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën wordt beoogd gerichte steun te geven aan onderzoek, ontwikkeling en demonstratie inzake nanotechnologie, geavanceerde materialen, biotechnologie en geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen. Hierbij ligt de nadruk op interacties en convergentie binnen en tussen de verschillende technologieën. Bovendien ligt de nadruk daarbij op O&O, grootschalige proefprojecten en demonstratieactiviteiten, testopstellingen en levende laboratoria, prototyping en het valideren van producten in proefprojecten. De activiteiten zullen zodanig van opzet zijn dat zij een impuls geven aan het industriële concurrentievermogen door het bedrijfsleven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, te stimuleren om meer in onderzoek en innovatie te investeren. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder a), ii) tot en met v). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 400331277 358772793 329381199 337572482 410836506,31 409849267,52 Deze activiteit heeft tot doel ondernemingen en andere organisatievormen die betrokken zijn bij onderzoek en ontwikkeling (O&O) te helpen om via financiële instrumenten gemakkelijker toegang te krijgen tot leningen, garanties, contragaranties en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering. Schuld- en vermogensfaciliteiten zullen vraaggestuurd zijn, maar op de prioriteiten van specifieke sectoren of andere programma's van de Unie worden gericht indien extra financiering wordt vrijgemaakt. De nadruk ligt op het aantrekken van particuliere investeringen in O&O. De Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF) zullen als uitvoerende entiteiten namens en in partnerschap met de Commissie een belangrijke rol spelen bij de implementatie van elk financieel instrument. Een deel van dit krediet zal worden aangewend om het eigen kapitaal van het EIF met gestort kapitaal te versterken. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder b). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 42032876 1226502 36120567 31169883 34105056,39 4869366,51 Om de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) aan Horizon 2020 te ondersteunen, werd een specifiek marktgeoriënteerd instrument ingesteld dat gericht is op alle soorten innovatieve kmo's die zich verder willen ontwikkelen, willen groeien en hun activiteiten willen internationaliseren. Daarnaast zal er steun worden verleend aan onderzoeksintensieve kmo's in transnationale onderzoeksprojecten en aan door vrouwen geleide start-ups. Er zullen ook activiteiten worden ondersteund ter verbetering van de innovatiecapaciteit van kmo's en van de kadervoorwaarden voor innovatie. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1291/2013 zal steun worden verleend voor innovatie door kmo's door middel van de uitvoering van een mkb-instrument onder centraal beheer, uitgevoerd met een bottom-up benadering. Overeenkomstig bijlage II bij die verordening moet, binnen de doelstelling om ten minste 20 % van de totale gecombineerde begrotingen voor de specifieke doelstelling Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën en de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen voor het mkb toe te kennen, in eerste instantie ten minste 5 % van die gecombineerde begrotingen aan het specifieke mkb-instrument worden toegekend. Over de looptijd van Horizon 2020 wordt gemiddeld ten minste 7 % van de totale begrotingen van de specifieke doelstelling Leiderschap in ontsluitende en industriële technologieën en de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen aan het specifieke mkb-instrument toegekend. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder c). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt direct ingespeeld op de in de Europa 2020-strategie in kaart gebrachte beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen. Bij het uitvoeren van deze activiteiten zullen de uitdagingen centraal staan. Daarbij zullen middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden worden gebundeld. De activiteiten zullen de volledige cyclus van onderzoek tot markt bestrijken, met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde activiteiten zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindgebruikers aangestuurde innovaties, sociale innovatie en de integratie van innovaties op de markt. De activiteiten zullen rechtstreeks steun verlenen aan de corresponderende sectorale beleidsbevoegdheden op het niveau van de Unie en een gendergevoelige benadering volgen, waarbij naar een evenwichtige deelname van mannen en vrouwen wordt gestreefd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 530484227 448768061 524745272 299890040 588228532,43 373709857,13 De doelstellingen van deze activiteit zijn gezondheid en welzijn voor iedereen gedurende het hele leven, hoogwaardige en economisch duurzame gezondheidszorg- en zorgstelsels, met een meer verdergaande personalisatie in de gezondheidszorg voor meer doeltreffendheid, en mogelijkheden voor nieuwe banen en groei in de gezondheidssector en de aanverwante bedrijfstakken. Daartoe zullen de activiteiten worden toegespitst op doeltreffende vormen van gezondheidsbevordering en ziektepreventie (bijvoorbeeld het verwerven van inzicht in de determinanten van gezondheid en de ontwikkeling van betere preventieve vaccins). Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan gender- en leeftijdsspecifieke gezondheidsaspecten. Daarnaast zal de nadruk liggen op de beheersing, behandeling en genezing van ziekten (met name via een meer gepersonaliseerde geneeskundige benadering), handicaps en functionele beperkingen (bijvoorbeeld door overdracht van kennis naar de klinische praktijk en flexibel aan te passen innovatieacties, beter gebruik van gezondheidsgegevens, zelfstandig en begeleid wonen). Voorts zullen er inspanningen worden gedaan om de besluitvorming met betrekking tot preventie en behandeling te verbeteren, beste praktijken aan te wijzen en de verspreiding daarvan in de gezondheidszorg te ondersteunen, alsook geïntegreerde zorgverlening en de invoering van technologische, organisatorische en sociale innovaties te steunen die met name ouderen en gehandicapten in staat stellen een actief en onafhankelijk leven te leiden. Tot slot zal bij de activiteiten een gendergevoelige benadering worden gevolgd, die onder andere rekening houdt met de positie van vrouwen in de informele en de formele zorgsector. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder a). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 185315580 160057663 142233804 89735746 97048684,— 79239788,39 Deze activiteiten zullen gericht zijn op de ontwikkeling van duurzamere en productievere land- en bosbouwsystemen, maar ook op de ontwikkeling van diensten, concepten en beleid om de bestaanszekerheid op het platteland te garanderen. Daarnaast zal de nadruk liggen op gezond en veilig voedsel voor iedereen en op concurrerende voedselverwerkingsmethoden waarbij minder grondstoffen worden gebruikt en minder bijproducten worden geproduceerd. Tegelijkertijd zullen er inspanningen worden gedaan voor een duurzame exploitatie van levende aquatische hulpbronnen (bijvoorbeeld door duurzame en milieuvriendelijke visserij). Europese groene industrieën die weinig koolstof uitstoten en weinig grondstoffen gebruiken en tegelijkertijd duurzaam en concurrerend zijn, zullen worden bevorderd. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder b). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 321697313 227788241 335369074 242548217 322852089,90 155567028,86 De onderzoeksinspanningen om veilige, schone en efficiënte energie te garanderen, zullen toegespitst zijn op het verminderen van het energieverbruik en het verkleinen van de koolstofvoetafdruk van de Unie en op goedkope, koolstofarme elektriciteitsvoorziening. Deze inspanningen zullen worden geïnspireerd door de doelstellingen en prioriteiten van de energie-unie en het strategisch plan voor energietechnologie (SET). De activiteiten zullen zich toespitsen op het onderzoek naar en de ontwikkeling en demonstraties op ware grootte van innovatieve hernieuwbare energie en koolstofvastleggings- en opslagtechnologieën. De activiteiten zijn tevens gericht op multidisciplinair onderzoek naar energietechnologieën en de gezamenlijke uitvoering van pan-Europese onderzoeksprogramma's en faciliteiten van wereldklasse. Bovendien zullen instrumenten, methoden en modellen voor een krachtige en transparante beleidsondersteuning worden ontwikkeld, en zal de marktintroductie van energie-innovatie worden gestimuleerd. Minstens 85 % van de begrotingskredieten zal worden toegewezen aan de beleidsgebieden hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, en onder meer aan slimme energienetten, energieopslag en Slimme steden en gemeenschappen. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder c). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 374512012 327823067 331555393 174476315 164157496,— 177192707,54 In het kader van deze activiteit zal het accent komen te liggen op grondstofzuinig vervoer (bijvoorbeeld door de ontwikkeling en toepassing van een nieuwe generatie elektrische en andere emissiearme of emissievrije vliegtuigen, voertuigen en vaartuigen te versnellen), alsook op grotere mobiliteit met minder congestie en meer veiligheid en beveiliging (bijvoorbeeld door geïntegreerd vervoer en logistiek van deur tot deur te bevorderen). De nadruk zal eveneens liggen op de versterking van het concurrentievermogen en de prestaties van de Europese vervoermiddelenindustrie en aanverwante diensten, door bijvoorbeeld de volgende generatie innovatieve vervoermiddelen te ontwikkelen en de weg te bereiden voor de daaropvolgende generatie. Daarnaast zullen activiteiten die erop gericht zijn het inzicht in vervoergerelateerde sociaaleconomische trends en de vooruitzichten te verbeteren en beleidsmakers op feitenmateriaal gebaseerde gegevens en analyses te bieden, eveneens worden ondersteund. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder d). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 311465457 239716355 284530369 150855696 306477896,54 113159661,24 De voornaamste doelstelling van deze activiteit is een grondstofzuinige en klimaatveranderingsbestendige economie en een duurzame grondstoffenvoorziening tot stand te brengen om tegemoet te komen aan de behoeften van een toenemende wereldbevolking binnen de duurzame beperkingen van de natuurlijke hulpbronnen van de planeet. Daartoe zal de nadruk worden gelegd op de bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering, op duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen en op het mogelijk maken van de overgang naar een groene economie door middel van eco-innovatie. Er zullen eveneens systemen worden ontwikkeld voor alomvattende en onafgebroken mondiale milieuwaarneming en -informatie. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder e). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 115787740 106192615 112411389 117834666 121198032,15 58563127,53 Deze activiteit heeft tot doel bij te dragen tot inclusievere, innovatievere en reflexievere Europese samenlevingen door slimme, duurzame en inclusieve groei te bevorderen. De acties zullen gecoördineerde beleidsvorming ondersteunen door empirische gegevens te verzamelen en instrumenten, toekomstgerichte activiteiten en proefprojecten te ontwikkelen teneinde de grensoverschrijdende efficiëntie en het economische effect van onderzoeks- en innovatiebeleid te vergroten en de Europese Onderzoeksruimte en Innovatie-Unie goed te laten functioneren. Met de acties wordt eveneens beoogd de innovatiekloof te dichten, maatschappelijk engagement in onderzoek en innovatie te garanderen, een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in onderzoekteams te garanderen, coherente en doeltreffende samenwerking met derde landen te bevorderen en het inzicht in de intellectuele basis van Europa te ontwikkelen: de geschiedenis van Europa en de veelheid aan Europese en niet-Europese invloeden, als bron van inspiratie voor de tijd waarin wij leven. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder f). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 140157850 108860005 105470711 47808292 95923167,— 68963813,23 Doel van deze activiteiten is het potentieel van het in Europa aanwezige talent ten volle te benutten en ervoor te zorgen dat de voordelen van een door innovatie aangestuurde economie geoptimaliseerd worden en breed verspreid worden over de hele Unie overeenkomstig het beginsel van topkwaliteit. Doordat zij gebundelde topkwaliteit voeden en verbinden, zullen de voorgestelde activiteiten de Europese Onderzoeksruimte helpen versterken. Deze activiteiten zullen zich toespitsen op: teamvorming tussen vooraanstaande onderzoeksinstellingen en regio's met een achterstand op het gebied van OOI (onderzoek, ontwikkeling en innovatie), gericht op de oprichting van nieuwe (of een ingrijpende vernieuwing van bestaande) kenniscentra in lidstaten en regio's met een achterstand op het gebied van OOI, samenwerkingsverbanden tussen onderzoeksinstellingen, het opzetten van EOR-leerstoelen, een beleidsondersteuningsfaciliteit om het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van nationaal/regionaal onderzoeks- en innovatiebeleid te verbeteren, ondersteuning van de toegang tot internationale netwerken voor toponderzoekers en -innoveerders die onvoldoende bij Europese en internationale netwerken betrokken zijn en het versterken van de bestuurlijke en operationele capaciteit van transnationale netwerken van nationale contactpunten, onder meer door middel van opleiding. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 4. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 114734030 104622798 109162522 79820088 47450000,— 20100000,— Dit krediet dient ter dekking van acties van horizontale aard die de uitvoering van Horizon 2020 ondersteunen. Hieronder vallen bijvoorbeeld activiteiten ter ondersteuning van de bekendmaking en verspreiding van resultaten en activiteiten die gebruikmaken van de resultaten om de innovatie en het concurrentievermogen te bevorderen, alsmede steun aan onafhankelijke deskundigen die projectvoorstellen beoordelen. Hierbij kan het eveneens gaan om sectoroverschrijdende activiteiten waarbij meerdere prioriteiten van Horizon 2020 betrokken zijn. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 58457571 54171621 53497266 40461390 56466691,— 21834153,17 Het doel van deze activiteit bestaat erin effectieve samenwerking tussen de wetenschap en de samenleving tot stand te brengen, nieuw talent voor wetenschappelijke beroepen te rekruteren en excellente wetenschap aan maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke verantwoordelijkheid te koppelen. De nadruk zal worden gelegd op de aantrekkelijkheid van een wetenschappelijke opleiding en loopbaan voor jongeren, gendergelijkheid, de betere integratie van de belangen en waarden van burgers in wetenschap en innovatie, en de zodanige organisatie van de governance dat alle belanghebbenden (onderzoekers, overheidsinstanties, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) werken aan de ontwikkeling van verantwoord onderzoek en verantwoorde innovatie. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 5. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1265453 1265453 1200000 1200000 690300,— 690300,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 173798000 74953762 197787000 68973824 217593970,— 62000000,— De Gemeenschappelijke Onderneming (GO) voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen 2 (IMI 2) is een GO tussen de Commissie en de biofarmaceutische industrie en zal voortbouwen op de resultaten van het voorgaande initiatief, het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI). Het doel van IMI 2 bestaat erin het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen te verbeteren door een doeltreffender samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling tussen de academische wereld, kleine en middelgrote ondernemingen en de biofarmaceutische industrie te ondersteunen, met als doel de patiënten van betere en veiligere geneesmiddelen te voorzien. GO IMI 2 zal bijdragen aan de uitvoering van Horizon 2020, met name de specifieke doelstelling Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn van de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2285155 2285155 1946263 1946263 1459414,— 1459414,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 560/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 130). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 78889310 66887748 156136237 60148775 206390497,— 18042892,— De Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI) is een gemeenschappelijke onderneming (GO) van de Commissie en de biogebaseerde industrieën, die beoogt een bijdrage te leveren aan de doelstellingen van het BBI-initiatief, namelijk een duurzame koolstofarme economie die efficiënter omspringt met haar hulpbronnen alsmede snellere economische groei en grotere werkgelegenheid, met name in plattelandsgebieden, door in Europa duurzame en concurrerende biogebaseerde industrieën te ontwikkelen op basis van geavanceerde bioraffinaderijen die hun biomassa uit duurzame bron verkrijgen. GO BBI zal bijdragen aan de uitvoering van Horizon 2020, met name de specifieke doelstelling Voedselzekerheid, duurzame landbouw en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en de bio-economie van de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen en de component Sleuteltechnologieën van de specifieke doelstelling Leiderschap in industriële technologieën. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 560/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 130). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3037689 3037689 2625785 2625785 1919026,— 1914428,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 558/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 77). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 189833010 167476200 194773655 177301922 349972868,— 97145039,— De Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 is een gemeenschappelijke onderneming (GO) van de Commissie en de Europese luchtvaartsector en zal voortbouwen op de resultaten van het voorgaande initiatief, Clean Sky. GO Clean Sky 2 heeft tot doel de milieueffecten van de Europese luchtvaarttechnologie te beperken door middel van geavanceerd onderzoek en demonstraties op ware grootte van groene technologie voor het luchtvervoer, zodat wordt bijgedragen aan het toekomstige concurrentievermogen van de luchtvaartsector. De technische activiteit wordt ontwikkeld op verschillende technische gebieden en heeft tot doel in alle luchtvaartsegmenten demonstratiemodellen op ware grootte te ontwikkelen. GO Clean Sky 2 zal bijdragen aan de uitvoering van Horizon 2020, met name de specifieke doelstelling Slim, groen en geïntegreerd vervoer van de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 558/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 77). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 55406 55406 454948 454948 480558,— 479406,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 91990225 139529054 102166319 47344982 112322124,— 29915275,— De Gemeenschappelijke Onderneming (GO) brandstofcellen en waterstof 2 (FCH 2), een publiek-privaat partnerschap tussen de Commissie, de industriegroepering en de onderzoeksgroepering, zal voortbouwen op de resultaten van de voorgaande gemeenschappelijke onderneming onder het zevende kaderprogramma. GO FCH 2 heeft tot doel een aantal hinderpalen voor het in de handel brengen van brandstofcel- en waterstoftechnologie uit de weg te ruimen door de kosten van FCH-systemen te drukken, door deze doeltreffender te maken en hun haalbaarheid aan te tonen, en aldus de weg vrij te maken voor een sterke, duurzame en wereldwijd concurrerende brandstofcel- en waterstofsector in de Unie. Dit krediet dient ter dekking van de beleidskosten van GO FCH 2. GO FCH 2 zal bijdragen aan de uitvoering van Horizon 2020, met name de specifieke doelstellingen De overstap maken naar een betrouwbaar, betaalbaar, algemeen aanvaard, duurzaam en concurrerend energiesysteem en Realiseren van een hulpbronnenefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoersysteem van de prioriteit Maatschappelijke uitdagingen. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 154714699,42 36233713,93 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Ontvangsten die voortvloeien uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Zwitserland of de multilaterale European Fusion Development Agreement (EFDA) worden geboekt onder de posten 6 0 1 1 en 6 0 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 2166986,04 81893512,13 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Ontvangsten die voortvloeien uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Zwitserland of de multilaterale European Fusion Development Agreement (EFDA) worden geboekt onder de posten 6 0 1 1 en 6 0 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1169097029 p.m. 1867645867 10499511,21 2554883740,74 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). Beschikking 2006/972/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Ideeën tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 243). Beschikking 2006/974/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Capaciteiten tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 299). Verordening (EG) nr. 71/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (PB L 30 van 4.2.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 73/2008 van de Raad van 20 december 2007 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijke technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (PB L 30 van 4.2.2008, blz. 38). Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1). Resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2007 over de TRIPS-overeenkomst en toegang tot geneesmiddelen (PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 591). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1272856 1075637,98 7656130,23 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bijdrage van de lidstaten van de EVA is uitsluitend afkomstig van hun deelneming aan de niet-nucleaire activiteiten van het kaderprogramma. Besluit 87/516/Euratom, EEG van de Raad van 28 september 1987 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1987-1991) (PB L 302 van 24.10.1987, blz. 1). Besluit 90/221/Euratom, EEG van de Raad van 23 april 1990 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 28). Besluit 93/167/Euratom, EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot aanpassing van Besluit 90/221/Euratom, EEG betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 43). Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 april 1994 betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 126 van 18.5.1994, blz. 1). Besluit nr. 2535/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 1 december 1997 tot tweede aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 347 van 18.12.1997, blz. 1). Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1). Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Beschikking 2002/834/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Integratie en versterking van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 1). Beschikking 2002/835/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Structurering van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 44). Beschikking nr. 1209/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 betreffende de deelname van de Gemeenschap aan een programma voor onderzoek en ontwikkeling met het oog op de ontwikkeling van nieuwe klinische interventies voor de bestrijding van hiv/aids, malaria en tuberculose door middel van een partnerschap op lange termijn tussen Europa en de ontwikkelingslanden, opgezet door verscheidene lidstaten (PB L 169 van 8.7.2003, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 50000 p.m. 75000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 565796 p.m. 300000 750000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 200000 600000 300000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. In het kader van de onvoltooide agenda van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MDG) vormt het uitbreiden van het inenten van moeders tot zwangere vrouwen en hun baby's, om ze te beschermen tegen ziekten die tot ernstige gezondheidsproblemen en sterfte kunnen leiden, zoals malaria, hiv, tuberculose, griep of tetanus, een unieke kans om de gezondheid van vrouwen en kinderen (MDG4 en MDG5) op kosteneffectieve, gelijkwaardige en doeltreffende wijze te bevorderen. Vaccins behoren tot de meest doeltreffende preventieve instrumenten die momenteel beschikbaar zijn om besmettelijke ziekten en de complicaties en gevolgen ervan terug te dringen. De meeste ziekten die voorkomen kunnen worden met inenting tijdens de zwangerschap hebben de ernstigste gevolgen bij moeders en kinderen in lage-inkomenslanden. Inenting van moeders is een veelbelovende benadering waarbij zwangere vrouwen worden ingeënt om zuigelingen te beschermen die nog te jong zijn om zelf ingeënt te worden. De neonatale sterfte omvat naar schatting 600000 door besmetting veroorzaakte sterfgevallen per jaar, waarvan een deel kan worden aangepakt door middel van inenting van moeders. Bovendien kan inenting van moeders een deel van de naar schatting 965000 doden vanwege vroeggeboortes voorkomen, alsmede een deel van de 10 tot 50 % miskramen die naar schatting worden veroorzaakt door besmettelijke ziekten. Het bewijs dat voorhanden is uit die gebieden voor de ziektes die voorkomen kunnen worden door inenting van moeders en voor de veiligheid en doeltreffendheid van de inenting van zwangere vrouwen is momenteel echter onvolledig en van lage kwaliteit. Het genereren van hoogwaardige gegevens over en deugdelijk bewijs voor ziektes tijdens de zwangerschap en de vroege jeugd in lage-inkomenslanden die voorkomen kunnen worden door inenting is van cruciaal belang en een voorwaarde voor de toekomstige opstelling van een stappenplan voor een beleid inzake inenting van moeders in die gebieden. Doel: In kaart brengen van de prevalentie van ziektes tijdens de zwangerschap en de vroege jeugd in lage-inkomenslanden die voorkomen kunnen worden door inenting en het beoordelen van de gevolgen van comorbiditeit zoals hiv, tuberculose en de ziekte van Chagas op deze prevalentie. Doelstellingen: Gebruikmakend van recente gegevens dient het project om de prevalentie van ziektes tijdens zwangerschap en de vroege jeugd in lage-inkomenslanden die voorkomen kunnen worden door inenting (met specifieke aandacht voor Guillain-Barré syndroom, respiratoir syncytieel virus, kinkhoest, influenza, tetanus en rode hond) vast te stellen en te bestuderen hoe deze prevalentie in zwangere vrouwen wordt beïnvloed door comorbiditeit zoals besmetting met hiv, tuberculose of gezamenlijke hiv-tuberculosebesmetting in representatieve locaties in Afrika beneden de Sahara. Het proefproject kan ook bijdragen aan de evaluatie van toegelaten vaccins en van vaccins in ontwikkeling bij zwangere vrouwen in lage-inkomenslanden waar aan deze vaccins het meest behoefte is (er kan bijvoorbeeld een platform voor inenting tegen griep bij moeders worden opgezet met integratie van prenatale zorg in ontwikkelingslanden), het aanpakken van belemmeringen voor de inenting van moeders, het bijdragen aan de formulering van het stappenplan voor het beleid inzake inenting van moeders, en bijdragen aan het vaststellen van prioriteiten op deze gebieden. Bovendien is het project nodig gezien de aandacht die belanghebbenden op het gebied van de mondiale gezondheidszorg nu hebben voor de effecten van inenting en het feit dat in de loop van het komende decennium lage- en middeninkomenslanden nieuwe levensreddende vaccins zullen opnemen in hun reguliere inentingsprogramma's. Het project kan bijdragen aan de publiek-private samenwerking en de samenwerking tussen noord en zuid op het vlak van onderzoek. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 600000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Fundamenteel onderzoek op Unieniveau van de status quo in elke lidstaat om actiegebieden te identificeren of politieke conclusies te trekken. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 100000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het voorgestelde onderzoek is volledig nieuw, voor zover het een gelijktijdige combinatie vormt van akoestische (midfield tot farfield) en optische (nearfield) waarneming (weinig licht, hoge frequenties) door middel van een meng- en calibratiemechanisme om de informatie om te zetten van nearfield naar farfield en omgekeerd. Hiermee moet het voorkomen van de vis, de biomassa, de diversiteit op belangrijke gebieden alsmede andere KRMS-indicatoren in kaart worden gebracht (door middel van een aantal aanvullende (milieu-)instrumenten). In plaats van momentopnames (zoals bij reguliere onderzoeken) worden video's geproduceerd, waarvan de beoordelingsmethode in overeenstemming zal zijn met internationale (ICES) normen. Het volledige systeem moet autonoom, continu en op non-invasieve wijze functioneren, op basis van feitelijke gebeurtenissen ter besparing van energie. Het onderzoeksinstituut krijgt voor het project als onderzoeksplatform kosteloos de beschikking over een optisch-akoestische opstelling (waarneming onder water van vis), met het oog op verbetering van de algoritmen voor patroonherkenning en daarmee verband houdend onderzoek. Het aangegeven bedrag dekt onder meer de kosten voor biometrische metingen van vis, modellering van leeftijd, lengte, biomassa, verhouding volume en foto/videogegevens, kwantificering van het rifeffect door middel van merken, calibrering (integratie) van biologische resultaten met akoestische en optische gegevens, optimalisering van de waarnemingsopzet vanuit biologisch perspectief, migratie en waarneming van afzonderlijke vissen (midfield tot farfield volgen van vissen), controle van volledige inschakeling van instrumenten op basis van gebeurtenissen, schatting van afstand (nearfield stereowaarneming), waarneming van afzonderlijke vissen (nearfield volgen van vissen) en calibrering (integratie) van optische resultaten met akoestische en biologische gegevens. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 600000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het voorgestelde onderzoek is volledig nieuw, voor zover het een gelijktijdige combinatie vormt van akoestische (midfield tot farfield) en optische (nearfield) waarneming (weinig licht, hoge frequenties) door middel van een meng- en calibratiemechanisme om de informatie om te zetten van nearfield naar farfield en omgekeerd. Hiermee moet het voorkomen van de vis, de biomassa, de diversiteit op belangrijke gebieden alsmede andere KRMS-indicatoren in kaart worden gebracht (door middel van een aantal aanvullende (milieu-)instrumenten). In plaats van momentopnames (zoals bij reguliere onderzoeken) worden video's geproduceerd, waarvan de beoordelingsmethode in overeenstemming zal zijn met internationale (ICES) normen. Het volledige systeem moet autonoom, continu en op non-invasieve wijze functioneren, op basis van feitelijke gebeurtenissen ter besparing van energie (Is het een vis of iets anders? Als het een vis is, overschakelen op volledige instrumentatie). De twee onderwaterobservatoria van de testopstelling zullen onderling kunnen communiceren om relevante informatie uit te wisselen (bijvoorbeeld in verband met het rifeffect). Het aangegeven bedrag dekt onder meer de kosten voor biometrische metingen van vis, modellering van leeftijd, lengte, biomassa, verhouding volume en foto/videogegevens, kwantificering van het rifeffect door middel van merken, calibrering (integratie) van biologische resultaten met akoestische en optische gegevens, optimalisering van de waarnemingsopzet vanuit biologisch perspectief, migratie en observatie van afzonderlijke vissen (midfield tot farfield volgen van vissen), controle van volledige inschakeling van instrumenten op basis van gebeurtenissen, schatting van afstand (nearfield stereowaarneming), calibrering (integratie) van optische resultaten met akoestische en biologische gegevens, interfacing van hardware van de opstelling en technische sensoren. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 400000 200000 Een belangrijke vraag die de laatste jaren is opgekomen betreft clitoraal herstel na genitale verminking. Clitoraal herstel is een betrekkelijk nieuwe chirurgische techniek en ondanks het belang van de chirurgische ingreep zijn er geen gegevens beschikbaar over de veiligheid en doeltreffendheid daarvan. Herhaaldelijk is vastgesteld dat meer onderzoek nodig is naar het aantal complicaties op korte en lange termijn, de langetermijnresultaten ten aanzien van onder meer seksuele functies, het lichamelijke en genderzelfbeeld, sociale en esthetische identiteit. Het is met name onduidelijk welke vrouwen voordeel kunnen hebben van deze chirurgische ingreep en voor wie alternatieve zorg zoals psychoseksuele therapie een oplossing kan zijn. Met het project wordt beoogd de vraag op de volgende manier te beantwoorden. In de eerste plaats zullen de bestaande (niet-officiële) richtlijnen, protocollen en goede praktijken in de Unie afzonderlijk geanalyseerd worden. Ten tweede zullen de aantallen complicaties, het postoperatieve seksueel verlangen, de seksuele functie, vulvapijn, lichamelijk en genderzelfbeeld, worden onderzocht met behulp van een goedgekeurd en gestandaardiseerd instrument in vrouwen die de operatie hebben of in de loop van het project zullen ondergaan en zij die geen operatie hebben ondergaan. Ten slotte zullen aanbevelingen voor optimale praktijken van een zorgtraject voor clitoraal herstel in de Unie worden opgesteld. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). EURATOM-PROGRAMMA — ACTIES ONDER CONTRACT Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 08 03EURATOM-PROGRAMMA — ACTIES ONDER CONTRACT 08 03 01Beleidsuitgaven voor het Euratom-programma 08 03 01 01 Euratom — Fusie-energie 1,1 152023159 131090873 132239003 132233979 122147186,— 132325094,41 100,94 08 03 01 02 Euratom — Kernsplijting en stralingsbescherming 1,1 63481598 83064877 59135715 p.m. 54937437,60 38315726,14 46,13 Artikel 08 03 01 — Subtotaal 215504757 214155750 191374718 132233979 177084623,60 170640820,55 79,68 08 03 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 08 03 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 2433464,10 600376,28 08 03 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 2540,72 8702591,73 Artikel 08 03 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 2436004,82 9302968,01 08 03 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek van Euratom (2007-2013) 1,1 p.m. 7991290 p.m. 16387468 4875,53 34181134,26 427,73 08 03 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma's voor onderzoek van Euratom (vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. 194291 0,— 255296,34 Hoofdstuk 08 03 — Totaal 215504757 222147040 191374718 148815738 179525503,95 214380219,16 96,50 Het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding (2014-2018) (Euratom-programma) vult Horizon 2020 aan op het gebied van onderzoek en opleiding inzake kernenergie. Het algemene doel van het programma bestaat erin onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie te organiseren. Het programma legt daarbij de nadruk op een continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de stralingsbescherming, met name om bij te dragen aan de doelstelling om het energiesysteem op lange termijn op een veilige, efficiënte en betrouwbare wijze koolstofvrij te maken. Door dit onderzoek te steunen, zal het Euratom-programma de resultaten van de drie prioriteiten van Horizon 2020 versterken: wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen. De acties onder contract van het Euratom-programma zijn op twee gebieden toegespitst: kernsplijting, veiligheid en stralingsbescherming, en het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma inzake kernfusie. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Het toepassingsgebied van het Euratom-programma voor acties onder contract omvat veiligheid van kernsplijting en stralingsbescherming, alsook het onderzoek naar en de ontwikkeling van kernfusie die erop gericht zijn het succes van het ITER-project te waarborgen en Europa van de voordelen ervan te laten profiteren. Het zal bijdragen aan de resultaten in het kader van de drie prioriteiten van Horizon 2020: wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 152023159 131090873 132239003 132233979 122147186,— 132325094,41 De Euratom-activiteiten op het vlak van fusie beogen de ondersteuning van de gemeenschappelijke onderzoeksactiviteiten van de belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van de uit de routekaart voor fusie voortvloeiende taken. Daarnaast zal er ondersteuning worden gegeven voor gezamenlijke activiteiten om materialen te ontwikkelen en te kwalificeren voor een modelkerncentrale en om operationele kwesties rondom kernfusiereactoren tegen het licht te houden en alle relevante technologieën voor een modelkernfusiecentrale te ontwikkelen en in de praktijk te testen. De activiteit behelst eveneens de tenuitvoerlegging of ondersteuning van kennisbeheer en op het bedrijfsleven gerichte technologieoverdracht naar aanleiding van het onderzoek dat door dit programma medegefinancierd is, waarbij alle innovatieve aspecten van het onderzoek geëxploiteerd zullen worden. Voorts zal de activiteit de constructie, renovatie, exploitatie en continue beschikbaarheid van essentiële onderzoeksinfrastructuren binnen het kader van het Euratom-programma ondersteunen. Verordening (Euratom) nr. 1314/2013 van de Raad van 16 december 2013 tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van het Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 948), met name artikel 3, lid 2, onder e) tot en met h). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 63481598 83064877 59135715 p.m. 54937437,60 38315726,14 De Euratom-activiteiten op het vlak van kernsplijting beogen de ondersteuning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten met betrekking tot een veilige exploitatie van nucleaire systemen die in de Unie in gebruik zijn of in de toekomst kunnen worden gebruikt. De activiteiten zullen eveneens bijdragen tot de ontwikkeling van oplossingen voor het beheer van finaal kernafval. Bovendien zal steun worden geboden aan de gezamenlijke en/of gecoördineerde onderzoeksactiviteiten, waarbij de nadruk wordt gelegd op de risico’s van lage stralingsdoses als gevolg van industriële, medische of milieublootstelling. Verder zullen in het kader van Euratom Splijting activiteiten plaatsvinden ter bevordering van de gezamenlijke opleidingen en van de mobiliteit tussen onderzoekscentra en het bedrijfsleven enerzijds en tussen de verschillende lidstaten en geassocieerde landen anderzijds, evenals maatregelen worden genomen ter ondersteuning van de instandhouding van multidisciplinaire nucleaire competenties. Verordening (Euratom) nr. 1314/2013 van de Raad van 16 december 2013 tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van het Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 948), met name artikel 3, lid 2, onder a) tot en met d). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 2433464,10 600376,28 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Ontvangsten die voortvloeien uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Zwitserland of de multilaterale European Fusion Development Agreement (EFDA) worden geboekt onder de posten 6 0 1 1 en 6 0 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 2540,72 8702591,73 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Ontvangsten die voortvloeien uit samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Zwitserland of de multilaterale European Fusion Development Agreement (EFDA) worden geboekt onder de posten 6 0 1 1 en 6 0 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 7991290 p.m. 16387468 4875,53 34181134,26 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Het programma dekt de volgende twee gebieden: Onderzoek inzake kernfusie, dat activiteiten omvat die gaan van basisonderzoek tot technologische ontwikkeling, het opzetten van grote projecten en opleidings- en onderwijsactiviteiten. Door middel van kernfusie zou een bijna onbeperkte hoeveelheid schone energie kunnen worden opgewekt, waarbij ITER de onontbeerlijke volgende stap in het proces naar dit uiteindelijke doel is. De realisatie van het ITER-project staat dan ook centraal in de huidige strategie van de Unie. Een en ander moet vergezeld gaan van een sterk en gericht Europees O&O-programma inzake kernfusie ter voorbereiding van de exploitatie van ITER en ter ontwikkeling van de technologieën en kennisbasis die gedurende de exploitatie van ITER en daarna nodig zijn; Kernsplijtingsonderzoek gericht op de totstandbrenging van een gezonde wetenschappelijke en technische basis ter versnelling van de praktische ontwikkelingen voor het veiliger beheer van langlevend radioactief afval, de bevordering van veiligere, meer hulpmiddelenefficiënte en kosteneffectieve exploitatie van kernenergie en de zorg voor een robuust en sociaal aanvaardbaar systeem van bescherming van mens en milieu tegen de effecten van ioniserende straling. Besluit 2006/970/Euratom van de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 60). Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 van de Raad van 19 december 2006 tot vaststelling van de regels voor deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/976/Euratom van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 404). Besluit 2012/93/Euratom van de Raad van 19 december 2011 betreffende het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 25). Verordening (Euratom) nr. 139/2012 van de Raad van 19 december 2011 tot vastlegging van de regels voor deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan werkzaamheden onder contract ingevolge het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de verspreiding van de onderzoeksresultaten (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 1). Besluit 2012/94/Euratom van de Raad van 19 december 2011 betreffende het door middel van werkzaamheden onder contract uit te voeren specifieke programma ter tenuitvoerlegging van het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 33). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 194291 0,— 255296,34 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Besluit 94/268/Euratom van de Raad van 26 april 1994 betreffende een kaderprogramma voor communautaire activiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (1994-1998) (PB L 115 van 6.5.1994, blz. 31). Besluit 96/253/Euratom van de Raad van 4 maart 1996 tot aanpassing van Besluit 94/268/Euratom betreffende een kaderprogramma voor communautaire activiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (1994-1998), in verband met de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (PB L 86 van 4.4.1996, blz. 72). Besluit nr. 616/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 1996 tot aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998), in verband met de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (PB L 86 van 4.4.1996, blz. 69). Besluit 1999/64/Euratom van de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor activiteiten op het gebied van onderzoek en opleiding (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 34). Besluit 2002/668/Euratom van de Raad van 3 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie, dat tevens bijdraagt tot de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 34). Beschikking 2002/837/Euratom van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma (Euratom) voor onderzoek en opleiding op het gebied van kernenergie (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 74). ONDERZOEKSPROGRAMMA VAN HET FONDS VOOR ONDERZOEK INZAKE KOLEN EN STAAL Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 08 05ONDERZOEKSPROGRAMMA VAN HET FONDS VOOR ONDERZOEK INZAKE KOLEN EN STAAL 08 05 01 Onderzoeksprogramma staal 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 34496094,— 34763756,34 08 05 02 Onderzoeksprogramma kolen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 12851067,— 10343452,80 Hoofdstuk 08 05 — Totaal p.m. p.m. p.m. p.m. 47347161,— 45107209,14 Het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal biedt elk jaar financiële steun aan innoverende projecten om de veiligheid, de efficiëntie en het concurrentievermogen van de kolen- en staalindustrie van de Unie te verbeteren. Het werd opgericht in 2002 om voort te bouwen op het succes van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. De verdeling van de kredieten voor steenkool (27,2 %) en staal (72,8 %) is gedefinieerd in Beschikking 2003/76/EG van de Raad van 1 februari 2003 tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (PB L 29van 5.2.2003, blz. 22). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 34496094,— 34763756,34 De activiteiten op het vlak van het onderzoeksprogramma staal hebben als doel de staalproductieprocedés te verbeteren om de kwaliteit van het product te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Een verlaging van emissies, energieverbruik en milieueffecten, alsook een beter gebruik van grondstoffen en het behoud van hulpbronnen, vormen een integraal deel van de ontwikkelingen. Beschikking 2008/376/EG van de Raad van 29 april 2008 inzake de vaststelling van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal en inzake de technische meerjarenrichtsnoeren voor dat programma (PB L 130 van 20.5.2008, blz. 7). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 12851067,— 10343452,80 De activiteiten op het vlak van het onderzoeksprogramma kolen hebben als doel de totale productiekosten van de mijnen terug te dringen, de productkwaliteit te verbeteren en de kosten van het gebruik van kolen te verminderen. Onderzoeksprojecten zijn ook gericht op wetenschappelijke en technologische vooruitgang, die moet leiden tot een beter inzicht in het gedrag en de beheersing van kolenlagen met betrekking tot rotsdruk, gasemissies, explosiegevaar, ventilatie en alle andere factoren die de mijnbouw beïnvloeden. Onderzoeksprojecten met deze doelstellingen moeten uitzicht bieden op resultaten die op korte tot middellange termijn toepasbaar zijn op een aanzienlijk deel van de uniale productie. Beschikking 2008/376/EG van de Raad van 29 april 2008 inzake de vaststelling van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal en inzake de technische meerjarenrichtsnoeren voor dat programma (PB L 130 van 20.5.2008, blz. 7). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 09 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIENETWERKEN, INHOUD EN TECHNOLOGIE 117057015 117057015 117303475 117303475 120420732,52 120420732,52 09 02 DIGITALE EENGEMAAKTE MARKT 19965000 20136500 19583000 20817000 19222529,58 18180076,51 09 03 FINANCIERINGSFACILITEIT VOOR EUROPESE VERBINDINGEN (CONNECTING EUROPE FACILITY (CEF)) — TELECOMMUNICATIENETWERKEN 123348258 117224000 140417661 79544909 94404781,32 24428919,22 09 04 HORIZON 2020 1614987087 1778809916 1396861728 2027749775 1604435268,25 1693214219,34 09 05 CREATIEF EUROPA 132691000 131532199 129148500 127641498 128933125,83 124410312,74 Titel 09 — Totaal 2008048360 2164759630 1803314364 2373056657 1967416437,50 1980654260,33 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIENETWERKEN, INHOUD EN TECHNOLOGIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 09 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIENETWERKEN, INHOUD EN TECHNOLOGIE 09 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Communicatienetwerken, inhoud en technologie 5,2 44726291 43222990 43784614,44 97,89 09 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Communicatienetwerken, inhoud en technologie 09 01 02 01 Extern personeel 5,2 2588036 2536752 2530953,— 97,79 09 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 1806103 1891695 2093076,98 115,89 Artikel 09 01 02 — Subtotaal 4394139 4428447 4624029,98 105,23 09 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Communicatienetwerken, inhoud en technologie 5,2 2792861 2758538 3008546,95 107,72 09 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Communicatienetwerken, inhoud en technologie 09 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor de Connecting Europe Facility (CEF) — Informatie- en communicatietechnologie (ICT) 1,1 609000 497000 332496,— 54,60 09 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het programma Creatief Europa — Subprogramma Media 3 1471680 1414980 1439376,83 97,81 Artikel 09 01 04 — Subtotaal 2080680 1911980 1771872,83 85,16 09 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het beleidsterrein Communicatienetwerken, inhoud en technologie 09 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 41300000 43255948 44362058,03 107,41 09 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 10963044 11242239 10700250,— 97,60 09 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 10800000 10483333 12169360,29 112,68 Artikel 09 01 05 — Subtotaal 63063044 64981520 67231668,32 106,61 Hoofdstuk 09 01 — Totaal 117057015 117303475 120420732,52 102,87 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 44726291 43222990 43784614,44 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2588036 2536752 2530953,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1806103 1891695 2093076,98 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2792861 2758538 3008546,95 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 609000 497000 332496,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient ook ter dekking van de uitgaven voor technische en/of administratieve bijstand met betrekking tot identificatie, voorbereiding, beheer, monitoring, audit en controle van het programma of de projecten. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie de artikelen 09 03 01, 09 03 02 en 09 03 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1471680 1414980 1439376,83 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met voorbereidende, toezicht-, evaluatie- en promotieactiviteiten die noodzakelijk zijn voor het beheer van het programma Creatief Europa en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan; met name studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, waaronder institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze posten, uitgaven in verband met IT-netwerken die zijn gericht op informatieverwerking en -uitwisseling, tezamen met alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie doet voor het beheer van het programma. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 15 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 41300000 43255948 44362058,03 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 09 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10963044 11242239 10700250,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 09 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10800000 10483333 12169360,29 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het volledige beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven voor personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de selectie, voorbereiding, management, monitoring, audit en supervisie van het programma of van projecten, zoals onder meer uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 09 04. DIGITALE EENGEMAAKTE MARKT Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 09 02DIGITALE EENGEMAAKTE MARKT 09 02 01 Vaststelling en tenuitvoerlegging van het uniale beleid op het gebied van elektronische communicatie 1,1 3615000 3580000 3530000 4100000 3289829,24 2613165,97 72,99 09 02 03 Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) 1,1 10242000 10242000 10070000 10070000 9425949,— 9425949,— 92,03 09 02 04 Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) 1,1 4026000 4026000 4072000 4072000 4017243,84 4017243,84 99,78 09 02 05 Maatregelen in verband met digitale inhoud alsmede de audiovisuele en andere mediasectoren 3 1082000 1026000 1061000 1200000 989507,50 1304948,50 127,19 09 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 09 02 77 02 Proefproject — Tenuitvoerlegging van het monitoringinstrument voor het pluralisme van de media 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 114832,— 09 02 77 03 Proefproject — Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid 3 p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 603937,20 09 02 77 04 Voorbereidende actie — Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid 3 1000000 1000000 500000 600000 1000000,— 0,— 0 09 02 77 05 Voorbereidende actie — Tenuitvoerlegging van het monitoringinstrument voor het pluralisme van de media 3 p.m. 262500 350000 375000 500000,— 100000,— 38,10 Artikel 09 02 77 — Subtotaal 1000000 1262500 850000 1375000 1500000,— 818769,20 64,85 Hoofdstuk 09 02 — Totaal 19965000 20136500 19583000 20817000 19222529,58 18180076,51 90,28 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3615000 3580000 3530000 4100000 3289829,24 2613165,97 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor een aantal activiteiten om:
via coördinatie van alle aspecten van elektronische communicatie een beter regelgevingskader tot stand te brengen voor mededinging, investeringen en groei: economische analyse, effectbeoordeling, beleidsontwikkeling, naleving van de regelgeving;
het beleid van de Unie op het gebied van elektronischecommunicatienetwerken en -diensten uit te voeren en te herzien teneinde initiatieven te lanceren om de uitdagingen in deze dynamische sector het hoofd te bieden (convergentie van elektronische communicatie met de audiovisuele sector en leveranciers van content);
de totstandbrenging van de digitale eengemaakte markt te faciliteren, via acties in verband met de doelstellingen inzake breedband, door middel van regelgeving, beleid en publieke financiële steun, met inbegrip van coördinatie met het Cohesiebeleid op de gebieden die relevant zijn voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten;
beleids- en coördinatiemaatregelen ontwikkelen om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun nationale breedbandplannen ten uitvoer leggen, met betrekking tot de vaste en mobiele infrastructuur en de mogelijke convergentie; dit omvat ook de samenhang en de economische efficiëntie van overheidsinterventie(s) op Unie en op nationaal niveau;
beleid en wetgeving te ontwikkelen, waarbij de aandacht in het bijzonder wordt toegespitst op aangelegenheden in verband met de toegang tot en de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten, met name interoperabiliteit, interconnectie, civieltechnische werkzaamheden, onafhankelijkheid van de regelgevende instanties en nieuwe maatregelen om de eengemaakte markt te versterken;
de desbetreffende regelgeving in alle lidstaten te controleren en ten uitvoer te leggen;
inbreukprocedures coördineren en input leveren voor staatssteunzaken;
beleid en wetgeving te ontwikkelen, waarbij de aandacht in het bijzonder wordt toegespitst op retail- en consumentenaangelegenheden, met name netneutraliteit, overstappen, roaming, vraag- en gebruiksstimulering en universele dienst;
door de nationale regelgevende instanties toe te passen consistente marktgerichte regelgevingen te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen alsmede te reageren op individuele kennisgevingen van die instanties, met name wat betreft relevante markten, mededinging en maatregelen van regelgevende aard, in het bijzonder voor toegangsnetwerken van de volgende generatie;
beleid op alle terreinen te ontwikkelen dat ervoor zorgt dat de lidstaten elk gebruik van spectrum beheren, met inbegrip van de verschillende domeinen van de interne markt zoals elektronische communicatie, breedbandinternet en innovatie;
de uitvoering van het regelgevingskader voor communicatiediensten (onder andere het mechanisme bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33)) te stimuleren en te volgen;
het mogelijk te maken dat derde landen een beleid voeren ter openstelling van hun markten, dat gelijkwaardig is aan dat van de Unie;
de uitvoering van het programma voor het radiospectrumbeleid te stimuleren en te volgen (Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7));
beleid betreffende auteursrechten op Unieniveau uit te stippelen, met name betreffende de onlinedistributie van auteursrechtelijk beschermde inhoud op de digitale eengemaakte markt, met inbegrip van de beoordeling van juridische of economische drempels die voortvloeien uit het regelgevingskader op het niveau van de Unie of de lidstaten dan wel uit sectorpraktijken;
beleid betreffende de digitale eengemaakte markt op het gebied van e-commerce in de Unie te ontwikkelen, uit te voeren en te monitoren, met name beleid dat verband houdt met Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (richtlijn inzake elektronische handel) (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1), met inbegrip van de beoordeling van juridische en economische belemmeringen die voortvloeien uit het kader betreffende de interne markt op het gebied van elektronische handel of uit aanverwante maatregelen;
acties te ondersteunen die zijn gericht op het waarborgen van de stabiliteit en beveiliging van het internet op basis van een echt multistakeholdermodel om ervoor te zorgen dat de economische en maatschappelijke mogelijkheden van elektronische communicatie ten volle kunnen worden benut;
gevolg te blijven geven aan de mededeling van de Commissie van 12 februari 2014, getiteld Internetbeleid en -governance — De rol van Europa bij het vormgeven van de toekomst van internetgovernance (COM(2014) 72 final) en aan concrete oproepen van de lidstaten in de conclusies van de Raad over internetgovernance van 27 november 2014 en van het Europees Parlement in zijn resolutie van 11 februari 2015 over de verlenging van het mandaat van het forum voor internetbeheer (2015/2526(RSP));
de financiële steun voor het forum voor internetbeheer voort te zetten en te zorgen voor financiële steun voor de pan-Europese dialoog over internetgovernance (EuroDIG) teneinde voor beide forums de financiële stabiliteit en daardoor de operationele levensvatbaarheid te waarborgen; hiertoe behoort financiële steun voor verschillende initiatieven in verband met het vergroten van de impact van beide forums;
het belang te benadrukken van ICT in de ontwikkeling van duurzameontwikkelingsdoelstellingen voor na 2015, onder meer via op derde landen gerichte maatregelen ter bevordering van de capaciteit en het vertrouwen op het gebied van elektronische communicatie.
De specifieke doelstellingen van die maatregelen zijn:
uitwerking van een beleid en een strategie van de Unie op het gebied van communicatienetwerken en -diensten (inclusief de convergentie tussen elektronische communicatie en de audiovisuele sector, aspecten die verband houden met het internet enz.);
de ontwikkeling van een radiospectrumbeleid voor de Unie;
ontwikkeling van activiteiten in de sector mobiele en satellietcommunicatie, met name op het gebied van de frequenties en vraagstimulering;
analyse van de situatie en de vastgestelde wetgeving, alsook van staatssteunbesluiten, op deze gebieden;
analyse van de financiële toestand van en de investeringsintensiteit in de sector;
de coördinatie van dit beleid en initiatieven die verband houden met de internationale context (bv. de Wereldradio-communicatieconferentie (WRC) en de Europese Conferentie van Post- en Telecommunicatieadministraties (CEPT) enz.);
de ontwikkeling van activiteiten en initiatieven in het kader van de digitale eengemaakte markt;
ontwikkeling van activiteiten en initiatieven in samenhang met het Cohesiebeleid;
de ontwikkeling en het bijhouden van de database met betrekking tot het programma voor het radiospectrumbeleid en andere acties voor het toezicht op en de uitvoering van het programma;
de bevordering en nadere uitwerking van de visie van de Unie met betrekking tot het multistakeholdermodel voor internetgovernance.
Deze maatregelen bestaan onder meer in de voorbereiding van analyses en voortgangsverslagen, de raadpleging van belanghebbenden en het publiek, de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen en het toezicht op de tenuitvoerlegging van de wetgeving, alsmede vertalingen van kennisgevingen en raadplegingen op grond van artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG. Dit krediet dient met name ter dekking van de uitgaven voor contracten voor analysen en adviezen van deskundigen, specifieke studies, evaluatierapporten, coördinatiewerkzaamheden, subsidies en de cofinanciering van bepaalde werkzaamheden. Het dient bovendien ter dekking van de uitgaven voor vergaderingen van deskundigen, communicatieactiviteiten, lidmaatschap van organisaties, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder dit artikel vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10242000 10242000 10070000 10070000 9425949,— 9425949,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Agentschap (titels 1 en 2), alsook van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het Agentschap is gecreëerd om de Unie, de lidstaten en bijgevolg het bedrijfsleven beter in staat te stellen om netwerk- en informatiebeveiligingsproblemen te voorkomen, aan te pakken en het hoofd te bieden. Om dit doel te verwezenlijken, zal het Agentschap een hoog niveau van deskundigheid ontwikkelen en een ruime samenwerking tussen de betrokkenen uit de publieke en particuliere sector bevorderen. Het Agentschap heeft als doel de Commissie en de lidstaten te helpen en te adviseren bij aangelegenheden in verband met netwerk- en informatiebeveiliging die binnen zijn bevoegdheden vallen, en de Commissie op verzoek te ondersteunen bij de technische voorbereidende werkzaamheden voor de actualisering en ontwikkeling van uniale wetgeving op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging. Het Agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 23 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, vormen bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. Overeenkomstig artikel 208 van het Financieel Reglement en de desbetreffende artikelen van het Financieel Reglement voor elk van de door de Unie opgerichte organen is de rol van het Europees Parlement en de Raad versterkt. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie bedraagt voor 2017 in totaal 10322000 EUR. Een bedrag van 80000 EUR dat afkomstig is van de terugvordering van overschotten, wordt toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 10242000 EUR. Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4026000 4026000 4072000 4072000 4017243,84 4017243,84 Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en personeelsuitgaven van het Bureau (titels 1 en 2), alsook van beleidsuitgaven die uitsluitend in verband met het werkprogramma worden gedaan (titel 3). Berec is een gespecialiseerd en onafhankelijk adviesorgaan dat de Commissie en de regelgevende instanties van de lidstaten ondersteuning biedt bij de tenuitvoerlegging van het uniale regelgevingskader inzake elektronische communicatie teneinde een consistente regelgevende aanpak in de hele Unie te bevorderen. Berec is geen orgaan van de Unie en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Het Bureau is opgericht als orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid, dat Berec professionele en administratieve ondersteuning verleent bij de uitvoering van de in Verordening (EG) nr. 1211/2009 vastgestelde taken. Het Bureau moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overschrijving van kredieten tussen beleidsuitgaven en administratieve uitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 23 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, vormen bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. Overeenkomstig artikel 208 van het Financieel Reglement en de desbetreffende artikelen van het Financieel Reglement voor elk van de door de Unie opgerichte organen is de rol van het Europees Parlement en de Raad versterkt. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie bedraagt voor 2017 in totaal 4246000 EUR. Een bedrag van 220000 EUR dat afkomstig is van de terugvordering van overschotten, wordt toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag 4026000 EUR. Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau (PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1082000 1026000 1061000 1200000 989507,50 1304948,50 Dit krediet dient ter dekking van de volgende acties:
de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (de richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1));
toezicht op de ontwikkeling van de media, met inbegrip van pluralisme, mediavrijheid en mediageletterdheid,
verzameling en verspreiding van economische en juridische informatie en analysen over de audiovisuele sector en convergerende media- en inhoudssectoren.
Het dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van de maatregelen die onder dit artikel vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 114832,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 603937,20 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 1000000 500000 600000 1000000,— 0,— Het belangrijkste doel van deze voorbereidende actie is het faciliteren van de oprichting het Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid. Zij zal gebaseerd zijn op het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Handvest voor persvrijheid. Het Centrum fungeert als meldpunt voor journalistieke organisaties, personen en mediabedrijven die te maken hebben met schendingen van de mediavrijheid. Tevens doet het dienst als alarmcentrum voor acute gevallen, bijvoorbeeld door steun te organiseren voor journalisten waar ook ter wereld die hulp nodig hebben. Het zal een aantal acties uitvoeren of coördineren die gericht zijn op de versterking van mediavrijheid en -pluralisme, zoals bijvoorbeeld opleidingen voor mediaprofessionals, verslagen, onderzoeksmissies, conferenties en bewustmakingsactiviteiten. De voorbereidende actie maakt gebruik van de werkzaamheden van de door de Commissie opgerichte Groep op hoog niveau inzake mediavrijheid en -pluralisme en bouwt voort op de aanbevelingen in de resolutie van het Europees Parlement van 21 mei 2013 inzake het EU-Handvest over vaststelling van normen voor de vrijheid van de media in de gehele EU en de conclusies van de Raad van november 2013 om projecten te blijven steunen die erop gericht zijn de bescherming van journalisten en mediaprofessionals te vergroten. Voorts zal het in Leipzig gevestigde Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid een specifieke subsidieregeling ter hoogte van 500000 EUR ten uitvoer leggen voor grensoverschrijdende onderzoeksjournalistiek, voortbouwend op een proefproject voor Europese onderzoeksbeurzen voor onderzoeksjournalistiek van grensoverschrijdende aard. In een tijd waarin dit intensieve genre steeds meer moeilijkheden ondervindt als gevolg van het veranderende medialandschap, zal steun voor dergelijke projecten de Europese openbare ruimte versterken. Deze regeling zal door het Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid worden beheerd en ondersteunt onderzoek waarbij journalisten uit ten minste twee lidstaten betrokken zijn. De resultaten worden in de deelnemende lidstaten gepubliceerd. De voorbereidende actie maakt het mogelijk om dergelijke subsidiëring een duurzamer karakter te geven door gebruik te maken van de resultaten van het proefproject inzake Europese onderzoeksbeurzen en grensoverschrijdende onderzoeksjournalistiek te implementeren en informatie te delen. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 262500 350000 375000 500000,— 100000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze voorbereidende actie sluit aan op het in 2013 en 2014 door het Europees Parlement gefinancierde proefproject voor het testen en toepassen van de Media Pluralism Monitor (MPM), ontwikkeld in 2009 op verzoek van de Commissie, door een consortium van Europese universiteiten. Het proefproject met het MPM wordt momenteel uitgevoerd door het Centrum voor mediapluralisme en mediavrijheid in het Robert Schuman-centrum voor geavanceerde studies/Europees Universitair Instituut, een academisch centrum dat in 2011 werd opgericht door de Commissie als onderdeel van de voortdurende inspanningen van de Unie om de bescherming van het mediapluralisme en de mediavrijheid in Europa te verbeteren en te beoordelen welke maatregelen er op Europees of nationaal niveau moeten worden genomen om deze doelstellingen te bevorderen. In het kader van het proefproject test het Centrum voor mediapluralisme en mediavrijheid een gestroomlijnde versie van het MPM 2009 op basis van een representatieve steekproef van negen lidstaten: België, Bulgarije, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië en het VK. Deze landen zijn geselecteerd aan de hand van objectieve criteria, om de grootste mate van neutraliteit te waarborgen en een grootschalige tenuitvoerlegging in verschillende omstandigheden mogelijk te maken. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). FINANCIERINGSFACILITEIT VOOR EUROPESE VERBINDINGEN (CONNECTING EUROPE FACILITY (CEF)) — TELECOMMUNICATIENETWERKEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 09 03FINANCIERINGSFACILITEIT VOOR EUROPESE VERBINDINGEN (CONNECTING EUROPE FACILITY (CEF)) — TELECOMMUNICATIENETWERKEN 09 03 01 Breedbandprojecten uitwerken voor publieke en/of private financiering 1,1 p.m. 300000 p.m. 450000 900000,— 300000,— 100,00 09 03 02 Een gunstiger klimaat voor particuliere investeringen in infrastructuurprojecten op het gebied van telecommunicatie creëren — CEF Breedband 1,1 p.m. 45000000 37287000 18643500 10000000,— 0,— 0 09 03 03 Interoperabiliteit, duurzame introductie, exploitatie en opwaardering van trans-Europese digitalediensteninfrastructuren, alsmede coördinatie op Europees niveau bevorderen 1,1 104018258 71830000 103130661 60166409 83492781,32 19311736,97 26,89 09 03 04 WiFi4EU – Ondersteuning van de uitrol van gratis lokale wifi 1,1 19330000 p.m. 09 03 51Voltooiing van voorgaande programma's 09 03 51 01 Afronding van het programma Safer Internet (2009-2013) 1,1 p.m. 94000 p.m. 285000 12000,— 4817182,25 5124,66 09 03 51 02 Voltooiing van Safer Internet plus — Bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe onlinetechnologieën 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 09 03 51 — Subtotaal p.m. 94000 p.m. 285000 12000,— 4817182,25 5124,66 Hoofdstuk 09 03 — Totaal 123348258 117224000 140417661 79544909 94404781,32 24428919,22 20,84 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 p.m. 450000 900000,— 300000,— Acties die onder dit artikel vallen, dragen bij tot de doelstellingen van de Connecting Europe Facility zoals uiteengezet in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 283/2014. Acties die onder dit artikel vallen, dragen bij tot de breedbanddoelstellingen van de Connecting Europe Facility en omvatten studies en ondersteunende acties, in het bijzonder technische bijstand, zoals omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1316/2013. Acties die onder dit artikel vallen, worden gewoonlijk uitgevoerd door gebruikmaking van subsidies of overheidsopdrachten, hetzij onder direct beheer in de zin van artikel 58, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement, hetzij onder indirect beheer in de zin van artikel 58, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 5, lid 2, onder a). Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (PB L 86 van 21.3.2014), met name artikel 6, lid 9, en deel 3 van de bijlage. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 45000000 37287000 18643500 10000000,— 0,— Acties die onder dit artikel vallen, dragen bij tot de doelstellingen van de Connecting Europe Facility zoals uiteengezet in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 283/2014. Acties die onder dit artikel vallen, ondersteunen projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van breedbandnetwerken. Acties die onder dit artikel vallen, dragen bij tot deze doelstellingen door middel van financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 7, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1316/2013. De uitgaven dekken financiële bijstand voor breedbandnetwerken, in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 283/2014. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 7, lid 4. Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (PB L 86 van 21.3.2014), met name artikel 6, lid 7, en deel 2 van de bijlage. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 104018258 71830000 103130661 60166409 83492781,32 19311736,97 Acties die onder dit artikel vallen, dragen bij tot de doelstellingen zoals uiteengezet in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 283/2014. De acties ondersteunen projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van digitalediensteninfrastructuur. Acties die onder dit artikel vallen, dragen gewoonlijk bij aan de genoemde doelstellingen door gebruikmaking van het instrument van subsidies en overheidsopdrachten:
centrale dienstenplatforms worden gewoonlijk gefinancierd door middel van overheidsopdrachten;
algemene diensten worden gewoonlijk gefinancierd door middel van subsidies.
De uitgaven dekken de volledige cyclus van infrastructuurvoorzieningen voor digitale diensten, omvattende haalbaarheidsstudies, uitvoering, exploitatie en verbetering, coördinatie en evaluatie en technische bijstand, zoals omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 283/2014. De aandacht moet niet alleen worden gericht op het creëren van infrastructuurvoorzieningen voor digitale diensten en aanverwante diensten maar ook op de governance betreffende de exploitatie van dergelijke platforms en diensten. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 4, lid 4. Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (PB L 86 van 21.3.2014), met name artikel 6, leden 1 tot en met 6, artikel 6, lid 9, en delen 1 en 3 van de bijlage daarbij. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19330000 p.m. Nieuw artikel Dit krediet dient ter ondersteuning van entiteiten met een openbare opdracht voor de installatie van lokale draadloze toegangspunten in centra van het openbare leven zoals overheidsgebouwen, bibliotheken, gezondheidscentra en openbare buitenruimten. Die lokale draadloze connectiviteit dient te worden verstrekt op niet-commerciële basis of als aanvulling op andere publieke dienstverlening. Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), met name artikel 4, lid 4. Verordening (EU) nr. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (PB L 86 van 21.3.2014), met name artikel 6, leden 1 tot en met 6, artikel 6, lid 9, en delen 1 en 3 van de bijlage daarbij. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 wat de bevordering van internetconnectiviteit in lokale gemeenschappen betreft (COM(2016) 589 final), door de Commissie ingediend op 14 september 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 94000 p.m. 285000 12000,— 4817182,25 Dit krediet dient ter dekking van eerdere vastleggingen in verband met het programma Safer Internet. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 1351/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap betreffende de bescherming van kinderen die het internet en andere communicatietechnologieën gebruiken (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 118). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van eerdere vastleggingen met betrekking tot het programma Safer Internet plus. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 854/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe onlinetechnologieën (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 1). HORIZON 2020 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalin gen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 09 04HORIZON 2020 09 04 01Wetenschap van topkwaliteit 09 04 01 01 Stimuleren van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën 1,1 322099260 216700000 215400890 244098326 243726534,40 106488106,62 49,14 09 04 01 02 Versterken van Europese onderzoeksinfrastructuur, waaronder e-infrastructuur 1,1 108536406 100482000 97889261 95000000 108386200,— 100058865,04 99,58 Artikel 09 04 01 — Subtotaal 430635666 317182000 313290151 339098326 352112734,40 206546971,66 65,12 09 04 02Industrieel leiderschap 09 04 02 01 Leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie 1,1 796050777 843080000 723681812 799548750 877465113,42 556102550,01 65,96 Artikel 09 04 02 — Subtotaal 796050777 843080000 723681812 799548750 877465113,42 556102550,01 65,96 09 04 03Maatschappelijke uitdagingen 09 04 03 01 Verbeteren van gezondheid en welzijn gedurende het hele leven 1,1 112415266 110408000 118188002 142332732 135691299,— 68429298,25 61,98 09 04 03 02 Inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen bevorderen 1,1 47214020 40538000 36564471 47093653 42935845,— 16982895,32 41,89 09 04 03 03 Veilige Europese samenlevingen bevorderen 1,1 49556358 42673000 45791092 50080000 53355278,— 24826611,57 58,18 Artikel 09 04 03 — Subtotaal 209185644 193619000 200543565 239506385 231982422,— 110238805,14 56,94 09 04 07Gemeenschappelijke ondernemingen 09 04 07 31 Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel) — Ondersteunende uitgaven 1,1 1377397 1377397 1019130 1019130 809527,— 809527,— 58,77 09 04 07 32 Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel) 1,1 168037603 128734204 153127070 120651306 102455287,— 55691374,07 43,26 Artikel 09 04 07 — Subtotaal 169415000 130111601 154146200 121670436 103264814,— 56500901,07 43,42 09 04 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 09 04 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 33884107,89 3276119,84 09 04 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 2566235,— 42683102,13 Artikel 09 04 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 36450342,89 45959221,97 09 04 51 Voltooiing van het zevende kaderprogramma (2007-2013) 1,1 p.m. 269111000 p.m. 484237378 864428,09 660395793,70 245,40 09 04 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma's voor onderzoek (vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 09 04 53Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie — Ondersteuning van het beleid op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT-beleidsondersteuningsprogramma) 09 04 53 01 Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie — Ondersteuning van het beleid op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT-beleidsondersteuningsprogramma) (2007-2013) 1,1 p.m. 16820000 p.m. 38588500 295413,45 55990806,29 332,88 09 04 53 02 Voltooiing van voorgaande programma’s op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) (van vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 09 04 53 — Subtotaal p.m. 16820000 p.m. 38588500 295413,45 55990806,29 332,88 09 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 09 04 77 01 Proefproject — Technologieën om kennis toegankelijkheid te maken: kennis in kaart brengen en consolideren 1,1 p.m. 1166315 p.m. 1600000 2000000,— 749999,— 64,31 09 04 77 02 Proefproject — Verbonden voor gezondheid: welzijns- en gezondheidsoplossingen in een open access FTTH-netwerk 1,1 p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 431662,50 09 04 77 03 Proefproject — REIsearch (Research Excellence Innovation Framework) — Vergroting van het concurrentievermogen van de Europese Onderzoeksruimte door betere communicatie tussen onderzoekers, burgers, industrie en beleidsmakers 1,1 p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 297508,— 09 04 77 04 Proefproject — De Europese digitale agenda en Silicon Valley 1,1 p.m. 100000 150000 75000 09 04 77 05 Voorbereidende actie — Technologieën om kennis toegankelijk te maken: kennis in kaart brengen en consolideren 1,1 1000000 750000 1500000 750000 09 04 77 06 Proefproject — Digitale vaardigheden: nieuwe beroepen, nieuwe onderwijsmethodes en nieuwe banen 1,1 p.m. 320000 400000 200000 09 04 77 07 Proefproject — Ontwikkeling van het gebruik van nieuwe technologieën en digitale instrumenten in het onderwijs 1,1 p.m. 200000 400000 200000 09 04 77 08 Voorbereidende actie — REIsearch (Research Excellence Innovation Framework) — Vergroting van het concurrentievermogen van de Europese Onderzoeksruimte door betere communicatie tussen onderzoekers, burgers, industrie en beleidsmakers 1,1 1000000 1000000 750000 375000 09 04 77 09 Voorbereidende actie — Slimme fabrieken in Oost-Europa 1,2 p.m. 1500000 2000000 1000000 09 04 77 10 Proefproject — Kader van goede praktijken voor het aanpakken van seksueel misbruik van kinderen 1,1 1000000 500000 09 04 77 11 Proefproject — Initiatief bewustmaking over algoritmen 1,1 600000 300000 09 04 77 12 Proefproject — Digitale ondersteuners in kmo's: steun voor digitalisering ter versterking van de capaciteit van kmo’s om internationaal te gaan opereren en te innoveren 1,2 1000000 500000 09 04 77 13 Voorbereidende actie — Netwerken van digitale hubs 1,1 1500000 750000 09 04 77 14 Voorbereidende actie — Digitale transformatie van de Europese industrie 1,1 1500000 750000 09 04 77 15 Proefproject — Standaard toepassing van vereisten voor webtoegankelijkheid in tools en platforms voor web-authoring (Web Access By Default) 1,1 600000 300000 09 04 77 16 Proefproject — Europees platform voor kwetsbare mensen in de informatiemaatschappij: het in kaart brengen van beste praktijken voor en het sociaal-economische effect van de empowerment van kwetsbare gemeenschappen door middel van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) 1,2 750000 375000 09 04 77 17 Proefproject — Start This Up! Ecosysteem op basis van startende bedrijven (verbindingen leggen tussen universiteiten, ondernemers en een startershub in West-Pommeren) met regionaal talent buiten de centrale steden in Polen 1,2 750000 375000 Artikel 09 04 77 — Subtotaal 9700000 8886315 5200000 5100000 2000000,— 1479169,50 16,65 Hoofdstuk 09 04 — Totaal 1614987087 1778809916 1396861728 2027749775 1604435268,25 1693214219,34 95,19 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat de periode 2014-2020 bestrijkt, alsmede voor de voltooiing van de voorafgaande onderzoeksprogramma's (het zevende kaderprogramma en de programma's daarvoor) en van voorgaande programma’s op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT PSP (2007-2013) en programma's van vóór 2007). Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese Onderzoeksruimte. Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. De programma's zijn gericht op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, teneinde bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij, gebaseerd op de Europese Onderzoeksruimte, d.w.z. door het ondersteunen van transnationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie, door de dynamiek, de creativiteit en de uitmuntendheid van het Europese onderzoek in staat te stellen de grenzen van de kennis te verleggen, door meer personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen, en ook de kwaliteit daarvan te verbeteren, en door de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in de hele Unie te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal worden gebruikt. De genderproblematiek zal in Horizon 2020 worden benaderd als een horizontaal vraagstuk teneinde onevenwichtige situaties tussen mannen en vrouwen te verhelpen, en de genderdimensie in de inhoud van onderzoek en innovatie te integreren. Voorts wordt in het bijzonder rekening gehouden met de noodzaak van het opvoeren van de inspanningen ter versterking van de participatie op alle niveaus, inclusief de besluitvorming, van vrouwen in wetenschap en onderzoek Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor EU-actie, met name in het kader van de Europese Onderzoeksruimte alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma's zijn uitgevoerd. Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van landen aan de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek worden geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen onder post 09 04 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 09 01 05 worden opgevoerd. Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt beoogd de excellentie van de wetenschapsbasis van de Unie te versterken en uit te breiden en een constante instroom van wereldvermaarde onderzoekers te garanderen om het concurrentievermogen van de Unie op lange termijn te waarborgen. De beste ideeën worden ondersteund, talent in de Unie wordt ontwikkeld, onderzoekers toegang verlenen tot prioritaire onderzoeksinfrastructuur en de Unie wordt aantrekkelijk voor de beste onderzoekers ter wereld. Op grond van de behoeften en de kansen van de wetenschap zal worden bepaald welke onderzoeksacties worden gefinancierd, en er zullen vooraf geen thematische prioriteiten worden gesteld. De onderzoeksagenda zal in nauwe samenwerking met wetenschappelijke kringen worden vastgesteld, en onderzoek zal op basis van excellentie worden gefinancierd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 322099260 216700000 215400890 244098326 243726534,40 106488106,62 De specifieke doelstelling is het bevorderen van baanbrekende nieuwe technologieën door nieuwe en zeer risicovolle ideeën op wetenschappelijke grondslag te onderzoeken. Door een flexibele ondersteuning van doelgericht en interdisciplinair onderzoek in samenwerkingsverbanden op uiteenlopende niveaus en door het vaststellen van innovatieve onderzoekspraktijken wordt getracht kansen in kaart te brengen met langetermijnvoordelen voor de burgers, de economie en de samenleving. Activiteiten onder de specifieke doelstelling onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën bestrijken het gehele spectrum van wetenschappelijk aangestuurde innovatie: van kleinschalige vroegtijdige bottom-upverkenningen van embryonale en fragiele ideeën tot het ontwikkelen van nieuwe onderzoeks- en innovatiegemeenschappen rondom opkomende onderzoeksgebieden met transformatiepotentieel en grote onderzoeksinitiatieven in samenwerkingsverband op basis van een onderzoeksagenda met ambitieuze en visionaire doelstellingen. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder dit artikel vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van voorstellen en de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analysen en evaluaties, de kosten van follow-up en evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de follow-up en de verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder b). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 108536406 100482000 97889261 95000000 108386200,— 100058865,04 De specifieke doelstelling is Europa te voorzien van onderzoeksinfrastructuur van wereldklasse die voor alle onderzoekers binnen en buiten Europa toegankelijk is en die de mogelijkheden voor wetenschappelijke vooruitgang en innovatie volledig benut. De activiteiten zullen zijn gericht op de ontwikkeling, toepassing en exploitatie van e-infrastructuur. Daarnaast zijn er activiteiten op het gebied van innovatie, het ter beschikking stellen van meer personele middelen voor onderzoeksinfrastructuur, het uitstippelen van beleid en internationale samenwerking voorzien. Er wordt een geïntegreerde en servicegerichte benadering gehanteerd om e-infrastructuren te verwezenlijken die tegemoetkomen aan de behoeften van de Europese wetenschap, industrie en maatschappij wat betreft de ontwikkeling en toepassing van geïntegreerde e-infrastructuurdiensten voor zeer uiteenlopende onderzoeksgemeenschappen (waarbij de strikte scheiding tussen deelgebieden wordt weggenomen). De coördinatie en synergie met betrekking tot de ontwikkeling van e-infrastructuur op nationaal niveau en het uitbreiden van e-infrastructuur tot buiten de wetenschap, tot de driehoek wetenschap-industrie-maatschappij. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder dit artikel vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van voorstellen en de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analysen en evaluaties, de kosten van follow-up en evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de follow-up en de verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder d). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Deze prioriteit van Horizon 2020 is erop gericht de Unie aantrekkelijker te maken voor investeringen in onderzoek en innovatie door activiteiten te promoten waarbij de agenda door het bedrijfsleven wordt bepaald, alsook op een versnelde ontwikkeling van nieuwe technologieën die toekomstige ondernemingen en economische groei zullen ondersteunen. Een en ander zal grote investeringen in belangrijke industriële technologieën teweegbrengen en maximale groeikansen creëren voor bedrijven in de Unie dankzij een passende financiering en steun om innoverende kleine en middelgrote ondernemingen door te laten groeien tot wereldleiders. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 796050777 843080000 723681812 799548750 877465113,42 556102550,01 De specifieke doelstelling is het onderhouden en opbouwen van wereldwijd leiderschap op het gebied van ontsluitende technologieën die het concurrentievermogen in een reeks bestaande en opkomende industrieën en sectoren ondersteunen. Overeenkomstig de digitale eengemaakte markt voor Europa is de specifieke doelstelling van onderzoek en innovatie op ICT-gebied Europa in staat te stellen de kansen die de vooruitgang in de ICT biedt te ontwikkelen en benutten ten bate van de burgers, het bedrijfsleven en wetenschappelijke gemeenschappen. ICT is de steunpijler voor innovatie en concurrentievermogen in de meeste uiteenlopende private en publieke markten en sectoren en maakt daarnaast wetenschappelijke vooruitgang op alle gebieden mogelijk. De komende tien jaar zullen alle aspecten van het leven steeds meer doordrongen worden van het transformatie-effect van digitale technologieën alsmede ICT-componenten, -infrastructuren en -diensten. De activiteiten zullen wetenschappelijke en technologische basis in de Unie verstevigen en zijn wereldwijde leiderschap op ICT-gebied consolideren, de innovatie door toepassing van ICT bevorderen en ervoor zorgen dat de vooruitgang in de ICT snel wordt vertaald in voordelen voor de burger, het bedrijfsleven, de industrie en de overheden in Europa. De activiteiten in het kader van de specifieke doelstelling leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie worden voornamelijk gebaseerd op door de industrie en het bedrijfsleven in samenwerking met de onderzoeksgemeenschap bepaalde onderzoeks- en innovatieagenda’s. Hierbij wordt een grote nadruk gelegd op de hefboomwerking om investeringen uit de private sector aan te trekken. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder deze post vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van voorstellen en de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analysen en evaluaties, de kosten van follow-up en evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de follow-up en de verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 2, onder a), i). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt direct ingespeeld op de in de Europa 2020-strategie in kaart gebrachte beleidsprioriteiten en maatschappelijke uitdagingen. Bij het uitvoeren van deze activiteiten zullen de uitdagingen centraal staan, waarbij middelen en kennis uit verschillende terreinen, technologieën en vakgebieden worden gebundeld. De activiteiten zullen de volledige cyclus van onderzoek tot markt bestrijken, met een nieuwe nadruk op innovatiegerelateerde acties zoals proefprojecten, demonstratie, testopstellingen, steun voor overheidsopdrachten, design, door eindverbruikers aangestuurde innovaties, sociale innovatie en de integratie van innovaties op de markt. Deze activiteiten zullen een directe ondersteuning bieden aan de overeenkomstige sectorale beleidsbevoegdheden op het niveau van de Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 112415266 110408000 118188002 142332732 135691299,— 68429298,25 Doel van dit actieplan e-gezondheidszorg 2012-2020 is het gebruik en de ontwikkeling van e-gezondheidszorg om een aantal van de meest dringende uitdagingen voor de gezondheidszorg en de gezondheidszorgstelsels in de eerste helft van de 21e eeuw aan te pakken, namelijk:
verbeteren van de behandeling van chronische ziekten en multimorbiditeit (meerdere ziekten tegelijkertijd) en versterken van doeltreffende maatregelen voor preventie en gezondheidsbevordering;
verhogen van de duurzaamheid en doeltreffendheid van gezondheidsstelsels door het ontsluiten van innovatie, een meer op de patiënt/burger gerichte zorg en meer mondigheid van de burgers, en bevorderen van organisatorische veranderingen;
bevorderen van grensoverschrijdende gezondheidszorg, bescherming van de gezondheid, solidariteit, universaliteit en gelijkheid;
verbeteren van de juridische en marktvoorwaarden voor de ontwikkeling van e-gezondheidsproducten en -diensten.
Het is gebleken dat op ICT gebaseerde producten en diensten kunnen helpen deze aanzienlijke uitdagingen het hoofd te bieden in de vorm van gepersonaliseerde gezondheidszorg-, telegezondheids- en telezorgoplossingen, dienstverlenende robotica voor de gezondheidszorg- en de zorgsector, steun om langer actief en onafhankelijk te leven alsmede de thuiszorg. Dit biedt daarnaast aanzienlijke nieuwe groeikansen, omdat er grote nieuwe markten ontstaan voor op ICT gebaseerde producten en diensten met betrekking tot de gezondheidszorg, demografische ontwikkelingen en welzijn. De activiteiten bestrijken de ontwikkeling en exploitatie van ICT voor oplossingen op het gebied van de gezondheidszorg, welzijn en gezond ouder worden. Hierbij wordt voortgebouwd op ondersteunende technologieën uit de ICT in het kader van het leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën, zoals micro- en nanosystemen, ingebedde systemen, robotica, internet van de toekomst en cloudtechnologieën. Daarnaast wordt er voortgebouwd op de verdere ontwikkeling van technologieën ter bevordering van de beveiliging en de persoonlijke levenssfeer. Verder wordt het gemeenschappelijke onderzoek- en ontwikkelingsprogramma voor omgevingsondersteund wonen, ondersteund om bij te dragen aan de beschikbaarheid en exploitatie van op ICT gebaseerde producten en diensten, en worden de innovatie- en proefprojecten op ICT-gebied ondersteund in het kader van het Europese innovatiepartnerschap voor actief en gezond ouder worden en het actieplan e-gezondheidszorg 2020. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder dit artikel vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de beoordeling van voorstellen en de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analyses en evaluaties, de kosten van de follow-up en de evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de follow-up en de verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder a). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 47214020 40538000 36564471 47093653 42935845,— 16982895,32 De specifieke doelstelling is het bevorderen van inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen in een wereld van transformaties zonder weerga en een wereldwijd toenemende onderlinge afhankelijkheid. De activiteiten bestrijken vier hoofdterreinen: ICT-gestuurde innovaties in de overheidssector, het inzichtelijk maken en behouden van Europa's intellectuele grondslagen en cultureel erfgoed, scholing en sociale inclusie. ICT-ondersteunde innovaties in de overheidssector hebben betrekking op het gebruik van ICT voor het verwezenlijken en uitvoeren van nieuwe processen, producten, diensten en toe te passen methoden, die leiden tot een wezenlijke verbetering van de efficiency, doeltreffendheid en kwaliteit van overheidsdiensten. Overheidsdiensten moeten in de toekomst per definitie digitaal en grensoverschrijdend werken. De activiteiten hebben betrekking op de bevordering van efficiënte, open openbare diensten waarin de burger centraal staat en waarbij de publieke sector een rol vervult als actor van innovatie en verandering, alsook op grensoverschrijdende innovatiemaatregelen en het probleemloze aanbieden van overheidsdiensten. Het doel met betrekking tot het tweede hoofdterrein is Europa's intellectuele grondslagen en cultureel erfgoed inzichtelijker te maken: haar geschiedenis en de veelheid aan Europese en niet-Europese invloeden, als bron van inspiratie voor de tijd waarin wij leven, alsook om de toegang tot en het gebruik van dit cultureel erfgoed te bevorderen. Met betrekking tot het derde hoofdterrein is het doel ondersteunen van de grootschalige invoering van ICT op scholen en voor opleidingen in Europa. Het doel met betrekking tot het vierde hoofdterrein is ervoor te zorgen dat ouderen (65 jaar en ouder), werklozen en laagopgeleiden, migranten, zorgbehoevenden, inwoners van afgelegen en arme gebieden, mensen met een handicap en daklozen volwaardig aan de samenleving deelnemen. De activiteiten zijn erop gericht ervoor te zorgen dat zij over de vereiste digitale vaardigheden beschikken en toegang hebben tot digitale technologieën. Verder worden activiteiten ondersteund die ervoor zorgen dat er bij ICT-gerelateerde innovatie meer rekening wordt gehouden met inclusiviteit en verantwoordelijkheid. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder dit artikel vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analyses en evaluaties, de kosten voor de monitoring en evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de monitoring en verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Een deel van de steun van de Unie voor COST, het intergouvernementele kader voor transnationale samenwerking tussen onderzoekers, ingenieurs en wetenschappers in heel Europa, valt ook onder dit krediet. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)” en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder f). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 49556358 42673000 45791092 50080000 53355278,— 24826611,57 De specifieke doelstelling is veilige samenlevingen te bevorderen en bij te dragen tot de bescherming van de vrijheid en de veiligheid van de Unie en haar burgers. Het gaat om een geïntegreerd gamma van activiteiten om: oplossingen te ontwikkelen om onze samenleving en economie te beschermen tegen al dan niet opzettelijke verstoringen van de informatie- en communicatietechnologieën waarop deze steunen; oplossingen aan te reiken voor volledig beveiligde ICT-systemen, -diensten en toepassingen; het recht van personen op privacy in de digitale samenleving te beschermen; de industrie te stimuleren om veilige ICT te leveren; de keuze voor veilige ICT aan te moedigen. Het optreden is erop gericht computerveiligheid, vertrouwen in en privacy op de digitale eengemaakte markt te waarborgen, en tegelijkertijd de concurrentiepositie van de Uniebeveiligings-, ICT- en dienstensectoren te verbeteren. Daarnaast wordt beoogd het vertrouwen van de gebruikers in hun deelname aan de digitale samenleving te vergroten en de bezorgdheid bij de burgers weg te nemen dat hun persoonlijke informatie (bv. bij internetbankieren of online aankopen) vanwege een gebrekkige beveiliging online openbaar wordt gemaakt. De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma’s. Onder dit artikel vallen tevens de uitgaven voor de inschakeling van onafhankelijke deskundigen bij de evaluatie van projecten, de kosten van door de Commissie georganiseerde evenementen, vergaderingen, conferenties, workshops en colloquia van Europees belang, de kosten van studies, analyses en evaluaties, de kosten voor de monitoring en evaluatie van het specifieke programma en de kaderprogramma's, alsmede de kosten van activiteiten voor de monitoring en verspreiding van de programmaresultaten, met inbegrip van de activiteiten uit hoofde van de voorgaande kaderprogramma's. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder g). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1377397 1377397 1019130 1019130 809527,— 809527,— De Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel) draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name met betrekking tot het segment informatie- en communicatietechnologie van de prioriteit industrieel leiderschap. Het doel ervan is de voortrekkersrol van Europa op het gebied van elektronische componenten en systemen te vrijwaren en het gebruik van elektronische componenten en systemen te versnellen. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 168037603 128734204 153127070 120651306 102455287,— 55691374,07 De Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel) draagt bij tot de tenuitvoerlegging van Horizon 2020, met name met betrekking tot het segment informatie- en communicatietechnologie van de prioriteit industrieel leiderschap. Het doel ervan is de voortrekkersrol van Europa op het gebied van elektronische componenten en systemen te vrijwaren en het gebruik van elektronische componenten en systemen te versnellen. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965). Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 33884107,89 3276119,84 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 2566235,— 42683102,13 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 269111000 p.m. 484237378 864428,09 660395793,70 Dit krediet dient ter dekking van de eerdere verplichtingen in verband met het zevende kaderprogramma (2007-2013). Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de desbetreffende kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). Beschikking 2006/974/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Capaciteiten tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 299). Verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Eniac (PB L 30 van 4.2.2008, blz. 21). Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen (PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet is bestemd voor de dekking van de eerdere verplichtingen in verband met de voltooiing van voorgaande kaderprogramma's voor onderzoek (vóór 2007). Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de desbetreffende kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit 87/516/Euratom, EEG van de Raad van 28 september 1987 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1987-1991) (PB L 302 van 24.10.1987, blz. 1). Besluit 90/221/Euratom, EEG van de Raad van 23 april 1990 betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 28). Besluit 93/167/Euratom, EEG van de Raad van 15 maart 1993 tot aanpassing van Besluit 90/221/Euratom, EEG betreffende het kaderprogramma van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1990-1994) (PB L 69 van 20.3.1993, blz. 43). Besluit nr. 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 april 1994 betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 126 van 18.5.1994, blz. 1). Besluit nr. 616/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 1996 tot aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998), in verband met de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (PB L 86 van 4.4.1996, blz. 69). Besluit nr. 2535/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 1 december 1997 tot tweede aanpassing van Besluit nr. 1110/94/EG betreffende het vierde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap van communautaire werkzaamheden op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1994-1998) (PB L 347 van 18.12.1997, blz. 1). Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1). Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese Onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Beschikking 2002/834/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Integratie en versterking van de Europese Onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 1). Beschikking 2002/835/EG van de Raad van 30 september 2002 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie: Structurering van de Europese Onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 294 van 29.10.2002, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 16820000 p.m. 38588500 295413,45 55990806,29 Dit krediet dient ter dekking van eerdere vastleggingen in verband met het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI) — Ondersteuning van het beleid op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT-beleidsondersteuningsprogramma). Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de desbetreffende kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van eerdere vastleggingen in verband met het meerjarenprogramma e-Inhoud plus, met netwerken in de telecommunicatiesectoren en met het meerjarenprogramma Modinis. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1). Beschikking nr. 2717/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 november 1995 betreffende een reeks richtsnoeren voor de ontwikkeling van Euro-ISDN (digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten) als trans-Europees netwerk (PB L 282 van 24.11.1995, blz. 16). Beschikking 96/339/EG van de Raad van 20 mei 1996 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter bevordering van de ontwikkeling van een Europese multimedia-inhoudindustrie en ter aanmoediging van het gebruik van multimedia-inhoud in de opkomende informatiemaatschappij (Info 2000) (PB L 129 van 30.5.1996, blz. 24). Beschikking 96/664/EG van de Raad van 21 november 1996 tot vaststelling van een meerjarenprogramma ter bevordering van de taalverscheidenheid in de Gemeenschap in de informatiemaatschappij (PB L 306 van 28.11.1996, blz. 40). Beschikking nr. 1336/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken (PB L 183 van 11.7.1997, blz. 12). Beschikking 98/253/EG van de Raad van 30 maart 1998 tot aanneming van een communautair meerjarenprogramma om de totstandbrenging van de informatiemaatschappij in Europa te stimuleren (informatiemaatschappij) (PB L 107 van 7.4.1998, blz. 10). Beschikking 2001/48/EG van de Raad van 22 december 2000 tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter stimulering van de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op de mondiale netwerken en ter bevordering van de taalkundige verscheidenheid in de informatiemaatschappij (PB L 14 van 18.1.2001, blz. 32). Beschikking nr. 2256/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 tot vaststelling van een meerjarenprogramma (2003-2005) voor de monitoring van het eEurope-actieplan 2005, verspreiding van goede praktijken en de verbetering van de netwerk- en informatiebeveiliging (Modinis) (PB L 336 van 23.12.2003, blz. 1). Besluit nr. 456/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1166315 p.m. 1600000 2000000,— 749999,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 500000 0,— 431662,50 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 297508,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 100000 150000 75000 Dit krediet dient ter dekking van met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Al tientallen jaren worden duizenden ondernemers aangetrokken door Silicon Valley, een regio met een uniek innovatief ecosysteem. Veel Europese ondernemers hebben er hun eigen succesvolle bedrijven gevestigd, kennis gegenereerd en wereldwijd geïnvesteerd. Silicon Valley is ook de broedplaats van een groot aantal digitale starters en digitale innovaties. In het kader van de digitale internemarktstrategie van de Commissie, is behoefte aan een platform om samen te werken met Silicon Valley inzake de digitale agenda, alsmede om contact te houden met de expatgemeenschap van de Unie in Silicon Valley, en om bruggen te slaan tussen de digitale ecosystemen in Europa en Silicon Valley. Dat zal synergieën opleveren, de zichtbaarheid van de Europese digitale agenda en van de steun in dat kader voor starters (zoals het initiatief Startup Europe) vergroten, en zal een kanaal vormen voor het delen van de kennis en ervaring die in de Valley is opgedaan. Het zal Europa in staat stellen de digitale agenda onder de aandacht te brengen van de expatgemeenschap van de Unie in Silicon Valley, overeenkomstig de nieuwe hervormingen als de digitale interne markt en de kapitaalmarktunie. Andere landen houden zich reeds met dergelijke activiteiten bezig. India organiseert regelmatig de TiECon Conference in Silicon Valley, om een sterkere samenwerking op te bouwen tussen Indiase experts in Silicon Valley en hun thuisland. Duizenden Indiase ondernemers en CEO's van belangrijke Indiase spelers brengen regelmatig een bezoek aan TiECon. In het kader van het project WELCOME steunde de Commissie een evenement in 2015 voor starters in Silicon Valley getiteld Startup Europe Comes to Silicon Valley (SEC2SV). Het proefproject omvat een conferentie Digital Europe in Silicon Valley met begeleidende evenementen en bijeenkomsten om contact te leggen met expats uit de Unie met specifieke aandacht voor de digitale economie, digitale innovatie en digitalisering. Dit initiatief bouwt ook voort op de ervaring die is opgedaan met het initiatief in 2015. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 750000 1500000 750000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Hoger onderwijs en onderzoek ontwikkelen zich in hoog tempo. De totstandbrenging van nieuwe kennistechnologie vereist de opleiding van docenten, studenten en onderzoekers, almede van iedereen die zich moet aanpassen aan de nieuwe eisen van de markt. De vele initiatieven, zoals burgerwetenschap, games voor wetenschappelijk onderzoek en Massive Open Online Courses (MOOC's) laten zien dat, net als veel andere sectoren, onderwijs en onderzoek een snelle ontwikkeling doormaken. Om het potentieel van dit nieuwe type leervormen voor de arbeidsmarkt volledig te kunnen benutten, zijn er methodes nodig waarmee de kwaliteit van het geleerde kan worden geconsolideerd. Met het oog daarop moet een mechanisme worden ontworpen om personen in staat te stellen hun vaardigheden en kennis te evalueren (in kaart brengen van hun kennis), na te gaan welke kennis nodig is op de arbeidsmarkt en een leerpad uit te stippelen om aansluiting met de arbeidsmarkt te vinden, door voor elk individu de juiste leerinhoud te bieden. Alleen op deze wijze kan worden gewaarborgd dat de juiste inhoud beschikbaar is voor elke doelgroep. Om de voortgang op het leertraject te kunnen volgen, moet de opgedane kennis kunnen worden gevalideerd, door middel van onlinecertificaten of badges. Van dit soort sociale en technologische innovaties moeten alle burgers kunnen gebruikmaken, ongeacht hun inkomen, talen, leeftijd, gezondheid of culturele achtergrond. Deze actie moet daarom bijdragen aan het overbruggen van de kenniskloof en de werkloosheid verlagen door met name jonge werklozen te helpen hun kennis optimaal uit te breiden en nieuwe carrièrekansen te vinden. De algemene doelstelling van deze voorbereidende actie is het demonstreren van een Europabreed ICT-systeem om Europese burgers, met name werklozen, zo snel mogelijk kennis en vaardigheden te laten opdoen door zo goed mogelijk gebruik te maken van onlinecursussen en open onderwijsbronnen. De actie dient voor het ontwikkelen en toepassen van een technologisch platform van geïntegreerde onlinediensten, waaronder de volgende modules:
in kaart brengen van vaardigheden en competenties;
op maat gesneden stappenplannen (met behulp van onderwijsdiensten, waaronder specifieke open onderwijsbronnen);
mechanismen voor het consolideren van opgedane kennis.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 320000 400000 200000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het doel van dit project is de Europese economie, de banenmarkt en de onderwijskaders voor te bereiden op de nieuwe digitale vaardigheden door de erkenning van de nieuwe digitale beroepen te stimuleren en een gezamenlijke methode op te zetten die de lidstaten in staat moet stellen voorop te lopen bij deze nieuwe digitale revolutie. Het project zal bestaan in het opzetten van diverse werkgroepen van deskundigen uit de lidstaten die ideeën zullen uitwisselen over en oplossingen zullen voorstellen voor de wijze waarop het onderwijssysteem de mensen kan voorbereiden op de nieuwe digitale vaardigheden, hoe deze nieuwe beroepen gedefinieerd en erkend kunnen worden of welke de nieuwe vereisten en de nieuwe sociale status voor deze nieuwe digitale banen zullen zijn. Het doel van dit project is materiaal samen te stellen en voorstellen te formuleren waarmee de Unie en de lidstaten zich kunnen voorbereiden op deze nieuwe ontwikkelingen in de Europese economie. De specifieke acties die in het kader van het proefproject zullen worden uitgevoerd zullen leiden tot overleg tussen de lidstaten en belanghebbenden op het gebied van het onderwijs, de sociale diensten of het bedrijfsleven. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 200000 400000 200000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject heeft tot doel de beste Europese modellen en werkwijzen vast te stellen voor het gebruik van nieuwe technologieën en digitale leermiddelen in het onderwijs. Het project zal de belangrijkste doelgroepen meer bewust maken en meer kennis verschaffen inzake de voordelen van digitaal onderwijs en de mechanismen die de ontwikkeling en toepassing van Europese, op nieuwe technologieën gebaseerde onderwijsinstrumenten mogelijk zullen maken. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 1000000 750000 375000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. REIsearch streeft ernaar het Europese intellectuele kapitaal ten volle te benutten met behulp van de nieuwe media, ten behoeve van burgers, ondernemers en wetenschappers. Deze voorbereidende actie bouwt voort op een geslaagd proefproject en zal de werkzaamheden van het platform uitbreiden. Deze voorbereidende actie dient voor de uitwerking van een elektronisch-infrastructuurplatform rond het socialenetwerkconcept, wat de rechtstreekse communicatie tussen onderzoekers, beleidsmakers en burgers en de betrokkenheid van de media in de hele Europese Onderzoeksruimte bevordert. Uitgaande van de maatschappelijke uitdagingen zoals omschreven in Horizon 2020 steunt REIsearch de oprichting van virtuele clusters rond kernthema's, met het oog op een rechtstreekse en open dialoog tussen wetenschap en samenleving. Gestreefd wordt naar actieve interactie tussen wetenschap, burgers en beleidsmakers via de Europese en sociale netwerken, zodat de burgers de onderzoeksagenda kunnen meebepalen, kunnen meepraten over lopende onderzoeksprocessen en kunnen meediscussiëren over de resultaten en gevolgen van onderzoek voor maatschappij, beleid en vervolgonderzoek. Het stimuleert wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming in al het optreden van de Unie, in overeenstemming met het streven naar betere regelgeving. REIsearch steunt wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming door de toegang tot alle soorten wetenschappelijke informatie mogelijk te maken en voor een kritische kennismassa te zorgen; met als doel het vertrouwen van alle platformgebruikers te winnen. Het platform is neutraal en nationaliteit en wetenschappelijke achtergrond spelen geen rol. Discussies worden gekoppeld aan het wetenschappelijke bewijsmateriaal dat als uitgangspunt wordt gebruikt. REIsearch bouwt voort op een geslaagd, 14 maanden durend proefproject en zal worden uitgebreid tot alle mogelijke maatschappelijke uitdagingen, zodat gebruikers zelf de clusters rond en de koers van het debat over de onderwerpen van hun keuze kunnen bepalen. Naast het eigenlijke platform zal REIsearch ook een reeks hulpmiddelen omvatten, zoals big data/datamining op sociale media, nieuwe kunstmatige intelligentie-toepassingen en semantisch-webtoepassingen, met als doel informatie in te winnen over de trends en stromingen in de consensus en discussies op wetenschappelijk gebied. De doelstellingen van de voorbereidende actie zijn:
uitbreiding en versterking van de betrouwbare elektronische infrastructuur zonder winstoogmerk (te vergelijken met sociale netwerken) die in 2015 als bètaversie is gelanceerd, met als doel de communicatie en dialoog tussen disciplines, sectoren en over de grenzen heen te bevorderen;
analyse en evaluatie van de resultaten van de gelanceerde bètaversie en ontwikkeling van de zoekalgoritmen en mechanismen voor datamining die de capaciteiten inzake het in kaart brengen van trends bepalen;
verdere bevordering van de interoperabiliteit met bestaande onderzoeksdatabanken en -platforms, met als doel een enkel toegangspunt op te zetten voor onderzoeksresultaten uit alle landen en sectoren (interoperabiliteit) en aansluiting te zoeken bij bestaande Europese initiatieven;
uitbreiding van de virtuele clusters tot alle mogelijke maatschappelijke uitdagingen die zowel onderzoekers, ondernemingen, burgers als beleidsmakers aangaan, met als doel de samenwerking op deze kerngebieden te verbeteren;
totstandbrenging van een rechtstreekse dialoog tussen die virtuele clusters en de bevolking via toonaangevende Europese media.
De voorbereidende actie biedt een antwoord op de behoeften en punten van zorg die zijn omschreven in de digitale agenda en Horizon 2020. Het steunt ook de onderliggende infrastructuren van de Europese Onderzoeksruimte, die een essentiële motor vormt voor het ontsluiten van Europa's potentieel inzake innovaties die tot banen en economische groei leiden. Actuele onderwerpen waarop de actie inspeelt: uit recente ICT-ontwikkelingen is gebleken hoe sociale netwerken en elektronische infrastructuur kunnen bijdragen aan het kanaliseren van de mogelijkheden die netwerken bieden. De bestaande online-infrastructuur voor onderzoek heeft te maken met de volgende problemen:
Omvang: de meeste bestaande netwerken zijn te klein om contacten te kunnen leggen buiten hun specifieke terrein en onderzoeksgroep (volgens statistieken van de Commissie is de gemiddelde omvang van een onlinenetwerk van onderzoekers ongeveer 100 gebruikers). Er moet een omvangrijk netwerk worden opgezet om onderzoekers en andere belanghebbenden toegang te bieden tot informatie uit andere sectoren en disciplines, met gebruikmaking van een instrument waarmee zij vertrouwd zijn.
Bereik: normaal gesproken worden in netwerken gebruikers bijeengebracht binnen hetzelfde terrein en dezelfde sector. Om de innovatieve capaciteit in Europa ten volle te benutten moet het makkelijker worden om verbindingen te leggen tussen disciplines en sectoren.
Betrouwbaarheid: een belangrijke reden waarom grote onderzoeksnetwerken niet succesvol zijn, is dat bestaande contacten nog altijd zijn gebaseerd op persoonlijke netwerken en dat de online-identiteit van gebruikers niet wordt vertrouwd. Om contacten tussen disciplines te bevorderen moet een systeem voor identiteitscontrole worden ingevoerd waarmee een veilige omgeving voor alle gebruikers wordt gecreëerd.
Vertrouwen: dit is van wezenlijk belang voor elk netwerk. Op basis van marktonderzoek moet in samenwerking met belanghebbenden een Europees sociaal netwerk/elektronische infrastructuur worden ontwikkeld dat geen winstoogmerk heeft en een duidelijk, in samenwerking met onderzoekers ontwikkeld beleid op het gebied van intellectuele eigendom voert.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1500000 2000000 1000000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De voorbereidende actie heeft tot doel om een samenhangende, gecoördineerde en duurzame benadering te waarborgen, de betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden (ondernemingen, universiteiten, onderzoeksorganisaties en het maatschappelijk middenveld) uit Oost-Europa te verzekeren, verder te ontwikkelen en te verbeteren, en de regionale entiteiten in dit deel van Europa te informeren, voor te bereiden en te ondersteunen op het gebied van projectontwikkeling in het kader van de regeling van de Commissie voor slimme fabrieken. De actie omvat de regio's in Oost-Europa die zwaar getroffen zijn door de-industrialisering, waar nog geen slimme fabrieken zijn gestart of opgezet of waar de industriële capaciteit moet worden verbeterd. Deze voorbereidende actie heeft tot doel het industrieel potentieel in de geselecteerde regio's in kaart te brengen, te beoordelen en te ondersteunen, en daarnaast het innovatiepotentieel en de uitbreiding daarvan te bestuderen. De voorbereidende actie is duidelijk gericht op het vaststellen van industriële concurrentievoordelen en de mogelijkheden voor specialisatie op regionaal niveau op basis van ondernemende verkenningen, de vaststelling van een beheersstructuur en een kader voor permanente samenwerking tussen ondernemingen en onderzoekers, alsmede steun voor het opstellen van de relevante beleidsdocumenten. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Cybercriminaliteit neemt toe. Materiaal dat seksueel misbruik van kinderen bevat (kinderporno) overschrijdt in de extreem verweven wereld van nu helaas nationale grenzen op een tot dusver ongekende schaal. Het gaat hier om één van de meest abjecte vormen van cybercriminaliteit. De afgelopen jaren heeft deze afschuwelijke vorm van criminaliteit ons voor steeds meer uitdagingen gesteld. De technologie is immers steeds geavanceerder geworden, waardoor de daders en criminele aanbieders en producenten van kinderporno moeilijker te traceren zijn. Bovendien komen de bij het INHOPE-netwerk werkzame hotline-analisten van digitale inhoud dagelijks meer grafische en gewelddadige inhoud tegen met steeds jongere slachtoffers, waaronder kinderen van één jaar en jonger, aangezien de vraag naar nieuw materiaal groeit. De hotlines van de leden van INHOPE fungeren als publieke dienst, zodat burgers actie kunnen ondernemen en een anonieme melding kunnen doen wanneer zij op internet verdacht materiaal tegenkomen. Nationale hotlines werken met toegewijde en wereldwijd actieve politie-eenheden, en zijn daarmee essentiële partners voor de politie omdat zij erop toezien dat alleen beelden aan de politie worden doorgespeeld waarvan is bevestigd dat zij kinderporno bevatten (volgens de wetgeving van het land waar de hotline is gevestigd). De hotlines van INHOPE zijn zeer nuttig gebleken tijdens het proces Notice-and-Takedown in alle lidstaten en daarbuiten, waarbij sinds 1999 het aantal leden van het INHOPE-netwerk elk jaar is gegroeid, en het netwerk tevens bijdraagt aan de vereiste identificatie van het slachtoffer. Aangezien ieder kind recht heeft op een jeugd zonder geweld en misbruik en beschermd moet worden tegen kwalijke praktijken, wordt in het kader van dit proefproject kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de uitdagingen waarmee hotlines te maken krijgen wanneer zij seksueel misbruik van kinderen in lidstaten proberen aan te pakken. Met dit onderzoek kan een kader van optimale praktijken worden ontwikkeld ter ondersteuning van de ontwikkeling en de verbetering van hotlines in de hele Unie. Iets wat werkt in één lidstaat hoeft niet per definitie ook in een andere lidstaat te werken. Er is daarom onderzoek nodig om te kunnen omgaan met de uitdagingen waar lidstaten mee te maken hebben en te bepalen hoe zij kunnen samenwerken met diverse belanghebbenden zoals rechtshandhavers, ministeries en het bedrijfsleven. Door middel van kwalitatief onderzoek worden de belangrijkste uitdagingen blootgelegd waarmee nationale hotlines ter bestrijding van seksueel misbruik van kinderen in de lidstaten te maken krijgen. Het onderzoek vindt plaats in de vorm van interviews, case studies, enquêtes enz., zodat kan worden vastgesteld welke uitdagingen en belemmeringen de hotlines ondervinden. INHOPE beschikt over een unieke positie en expertise op dit gebied, en kan dan ook dit kader ontwikkelen, aangezien het een wereldwijd netwerk van internethotlines is dat alle lidstaten bestrijkt. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 600000 300000 Dit proefproject beoogt ten behoeve van de burgers en onze democratie de aandacht te vestigen op de mogelijke impact van en de behoefte aan transparantie over algoritmen, en bij te dragen aan de ontwikkeling van de digitale eengemaakte markt. In het proefproject kunnen de volgende kwesties aan bod komen:
bewustmaking van eindgebruikers over de rol van algoritmen in digitale samenlevingen;
beoordelen van het spectrum van mogelijke positieve en negatieve effecten van algoritmen en nadenken over de technische en niet-technische aspecten die tot discriminerende praktijken leiden. Bij de beoordeling kan onder de aandacht worden gebracht welke mogelijkheden algoritmen inhouden en worden bekeken welke gevolgen ze hebben en welke kansen ze scheppen voor innovatie, kmo's, de privacy, de vrijheid van meningsuiting en de vrije stroom van informatie, en hoe een evenwicht kan worden bereikt tussen de transparantie van algoritmen en bv. de bescherming van bedrijfsgeheimen;
aan de hand van de resultaten van de beoordeling en in overleg met belanghebbenden nadenken over een passend en evenredig beleidsantwoord dat voorziet in de behoefte aan transparantie, vertrouwen en bewustmaking, maar ook rekening houdt met de implicaties qua instellingen en capaciteit voor mogelijk overheidstoezicht. Dat kan bestaan in monitoring en sporadische tests op algoritmen om erop toe te zien dat ze best practices inzake ethiek en concurrentie volgen, en het verzamelen van basisinformatie die bevattelijk is voor klanten en burgers. Zo krijgen gebruikers meer inzicht in de basissoorten algoritmische criteria en kunnen ze met kennis van zaken keuzes maken.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Proefproject in de zin van artikel 49, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1). Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB C 83 van 30 maart 2010, blz. 47), met name de artikelen 10 en 169. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB C 83 van 30 maart 2010, blz. 389), met name de artikelen 8, 11 en 38. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1), met name artikel 22. Mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld Online platforms en de digitale eengemaakte markt — Kansen en uitdagingen voor Europa — COM(2016) 288 final. Werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld Online platforms, bij de mededeling van de Commissie over online platforms en de digitale eengemaakte markt — SWD(2016) 172 final. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Ondersteuning van dynamische, op groei georiënteerde kmo's en startende bedrijven om vertrouwd te raken met digitale technologieën en deze in hun kernactiviteiten te integreren, vormt een cruciale factor om bedrijven te helpen hun zakelijke activiteiten en hun innovatiecapaciteit te ontwikkelen, nieuwe markten te betreden, en daarmee hun concurrentievermogen te vergroten. De grote meerderheid van kmo's, met name kleine ondernemingen in traditionele sectoren, hebben grote moeite te begrijpen wat het potentieel is van nieuwe digitale technologieën, zoals data-analyse, e-handel, robotica, micro-elektronica, mechatronica enz., en de voordelen die de toepassing daarvan kan meebrengen voor de werking van hun bedrijf, voor de productieprocessen en voor hun relatie met consumenten. In deze context bestaat de belangrijkste doelstelling van het proefproject, uit het aan elkaar koppelen van kmo’s en hoog gekwalificeerde computerdeskundigen om het gebrek aan adequate technologische vaardigheden binnen het bedrijf te verhelpen, het bedrijf te voorzien van de passende uitrusting en de digitale transformatie mogelijk te maken, als een cruciaal instrument voor internationalisering, hetzij op de interne markt hetzij naar derde landen. Vaak zijn op groei gerichte kmo's en startende bedrijven niet in staat hun eigen personeel in te zetten voor het volgen van de voortdurende evolutie van nieuwe technologieën, zelfs niet op deeltijdbasis. Dit is de reden dat een bedrijf met behulp van digitale ondersteuning in staat zou worden gesteld geschikte digitale technologieën te ontdekken en toe te passen, nieuwe kansen voor innovatie te benutten en de capaciteit om nieuwe markten te betreden, ook binnen de Unie, te vergroten. Tevens biedt het een gelegenheid voor jonge digitale ondersteuners — deskundigen met specifieke vaardigheden, afkomstig van incubatorcentra of universiteiten — om hun technologische kennis binnen een gevestigde kmo te testen. Het project stelt jonge hooggekwalificeerde computerdeskundigen (geen eenvoudige IT-managers) in staat voor een periode van één tot zes maanden in een andere lidstaat in een op groei gerichte kmo te werken, naargelang de digitaliseringsbehoeften van het bedrijf. De belangrijkste elementen van het proefproject zijn:
ondersteuning voor de koppelfase (bedrijvenselectie, vacatures — ook in het Eures-portaal — en aanwerving);
plaatsing van de digitale ondersteuner in de kmo (EU-subsidie voor de adviesdiensten van de digitale ondersteuner);
training/coachingpakket voor de kmo en de digitale ondersteuner;
internationalisering, innovatie, mobiliteit en ondernemerschap.
Het proefproject ondersteunt kmo's bij het ondergaan van een digitale transformatie. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 750000 Deze voorbereidende actie heeft als doel het potentieel van digitale hubs en centra in Europa te versterken door ze met elkaar in verbinding te brengen, gemeenschappelijke projecten te ontwikkelen en een digitale gemeenschap op te bouwen die het Europees concurrentievermogen van deze sector kan vergroten. Met deze actie worden alle Europese digitale belanghebbenden en hubs met elkaar in verbinding gebracht teneinde een plan op te stellen voor integratie en samenwerking, dat erop gericht is om gemeenschappelijke projecten en Europese digitale centra te ontwikkelen die het volledige Europese potentieel kunnen benutten. De actie zal zich richten op de meest innovatieve hubs en centra, die een hoge toegevoegde waarde hebben en de mogelijkheid bieden voor een multiplicatoreffect. Bijgevolg zal in het kader van de voorbereidende actie ten eerste een netwerk van hubs en centra worden opgericht. De comparatieve voordelen en de huidige status van de hubs en centra zullen vervolgens in kaart worden gebracht, evenals hun potentieel voor ontwikkeling en samenwerking. Ook zal er een werkgroep van actieve en stimulerende deskundigen en belanghebbenden in het leven worden geroepen, een gemeenschappelijk integratieplan worden opgesteld op basis van concrete projecten en een reeks beleidsopties worden uitgewerkt waarmee de banden tussen de Europese hubs en centra kunnen worden aangehaald en hun samenwerking kan worden versterkt. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 750000 Deze voorbereidende actie heeft als doel om een samenhangende, gecoördineerde en duurzame benadering te waarborgen, de betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden die belangstelling hebben voor de digitalisering van de Europese industrie (ondernemingen, universiteiten, onderzoeksorganisaties en het maatschappelijk middenveld) te garanderen, verder te ontwikkelen en te verbeteren, en hen te informeren, erop voor te bereiden en te helpen om projecten te ontwikkelen die zijn afgestemd op de nieuwe transformaties. De actie richt zich zowel op regio's die zwaar getroffen zijn door de-industrialisering en nog geen digitaliseringsprogramma/-plan hebben als op regio's waarvan de industriële capaciteit moet worden verbeterd. Deze voorbereidende actie heeft als doel in kaart te brengen en te beoordelen in hoeverre het industrieel potentieel bij het digitaliseringsproces wordt benut, de benutting van dit potentieel te ondersteunen en de mogelijkheden van het innovatiepotentieel en de uitbreiding daarvan te bestuderen. Op basis van ondernemende verkenningen, de vaststelling van een beheersstructuur en een kader voor permanente samenwerking tussen ondernemingen en onderzoekers, alsmede steun voor het opstellen van de nodige beleidsdocumenten, zal de voorbereidende actie zich duidelijk richten op het vaststellen van industriële concurrentievoordelen en mogelijkheden voor digitale specialisatie op sectoraal niveau. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 600000 300000 Dit proefproject beoogt de toepassing van de betreffende toegankelijkheidsvereisten van Europese norm EN 301549 V1.1.2 rechtstreeks aan te moedigen en te steunen door subsidies toe te kennen aan bedrijven, verenigingen of andere non-profitorganisaties die instellingen die aan deze Europese norm voldoen, als standaardoptie opnemen in hun tools en platforms voor web-authoring. Open source- of gratis te gebruiken tools en platforms krijgen bijzondere prioriteit. Deze subsidies kunnen ook worden toegekend aan overheden van lidstaten die interne tools en platforms voor het ontwerpen van overheidswebsites ontwikkelen, en om tests te laten uitvoeren door gebruikers. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 Dit project beoogt de ontwikkeling van een interactieve onlinekaart waarop de bestaande beste praktijken in kaart worden gebracht die zijn ontwikkeld om in de 28 lidstaten een betere integratie van kwetsbare/achtergestelde groepen in de informatiemaatschappij te bewerkstelligen. Beste praktijken zijn gericht op informatie over bestaande instrumenten, praktijken, capaciteiten, technieken, infrastructuur en normen. Dit proefproject zal de belanghebbenden inzicht bieden in wat reeds bestaat en helpen om de ervaringen te benutten die zijn opgedaan met bestaande instrumenten op lokaal, nationaal en Europees niveau. Het project zorgt ervoor dat belanghebbenden duplicatie kunnen vermijden en het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden, terwijl de bestaande kennis wordt geconsolideerd om kwetsbare gemeenschappen in Europa beter te integreren en de uitwisseling tussen belanghebbenden uit de publieke en private sector en het maatschappelijk middenveld wordt gestimuleerd. Het project kan worden ontwikkeld in coördinatie met het Global Internet Policy Observatory (GIPO) en het Europees Internet-Forum. Direct resultaat: interactieve onlinekaart op een onlineplatform waarop de bestaande beste praktijken in kaart worden gebracht. Globaal overzicht Aspecten van de informatiemaatschappij zijn alomtegenwoordig in het dagelijks leven en zijn een integraal onderdeel gaan vormen van dagelijks activiteiten op het werk, thuis of tijdens sociale contacten. Het internet en informatie- en communicatietechnologieën (ICT's) brengen veranderingen in een stroomversnelling; zij zijn tevens een perfect instrument om kwetsbare mensen te helpen ontdekken welke kansen de informatiemaatschappij biedt en optimaal gebruik te maken van hun mensenrechten als Unieburgers. ICT's kunnen een essentiële, vruchtbare omgeving bieden voor de empowerment van mensen, met name mensen die onder kwetsbare omstandigheden leven, en kunnen helpen om in te spelen op de demografische veranderingen die op Unieniveau plaatsvinden. Beoogde groepen kwetsbare mensen:
mensen met een handicap en ouderen;
gemarginaliseerde jonge mensen en kinderen;
werklozen of mensen met sociale problemen;
als gemarginaliseerd aangemerkte mensen, die de gevolgen ondervinden van huidige sociaal-economische of politieke ontwikkelingen (huidige kwetsbaarheden).
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 Voortbouwend op de bestaande infrastructuur van een startershub (bijv. Business Link) in Szczecin, worden in het project ondernemers en studenten, onderzoekers en docenten van universiteiten in West-Pommeren bij elkaar gebracht om betere randvoorwaarden voor starters te creëren. Om de nog steeds ongunstige situatie voor starters in de Unie, en dus ook in Polen, te veranderen, wordt een proefproject gestart voor een ecosysteem dat in drie fundamentele marktbehoeften voorziet: kennis delen, nieuwe ideeën en knowhow om tot een regeling voor starters te komen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). CREATIEF EUROPA Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 09 05CREATIEF EUROPA 09 05 01 Subprogramma Media — Transnationaal en internationaal opereren en transnationale verspreiding en mobiliteit bevorderen 3 107118000 101000000 100712000 98115407 107383125,83 73565270,46 72,84 09 05 05 Multimedia-acties 3 22573000 26997455 26186500 22590000 18550000,— 26928117,83 99,74 09 05 51 Voltooiing van eerdere Media-programma’s 3 p.m. 395416 — 5471576 0,— 22583394,58 5711,30 09 05 77Proefprojecten en voorbereidende acties 09 05 77 01 Voorbereidende actie — Verspreiding van audiovisuele werken in een digitale omgeving 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 833529,87 09 05 77 02 Proefproject — Europese culturele integratie door het ondertitelen van een selectie van tv-programma's in heel Europa 3 p.m. 939328 p.m. 339515 2000000,— 0,— 0 09 05 77 03 Voorbereidende actie — Acties, waaronder crowdsourcing, inzake ondertiteling om de verspreiding van Europese werken te stimuleren 3 1000000 1000000 500000 250000 1000000,— 500000,— 50,00 09 05 77 04 Proefproject — Mediageletterdheid voor iedereen 3 500000 450000 250000 125000 09 05 77 05 Voorbereidende actie — Ondertiteling van Europese culturele tv-inhoud in heel Europa 3 1500000 750000 1500000 750000 Artikel 09 05 77 — Subtotaal 3000000 3139328 2250000 1464515 3000000,— 1333529,87 42,48 Hoofdstuk 09 05 — Totaal 132691000 131532199 129148500 127641498 128933125,83 124410312,74 94,59 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 107118000 101000000 100712000 98115407 107383125,83 73565270,46 Dit krediet dient ter dekking van de volgende maatregelen die verband houden met het subprogramma Media van het programma Creatief Europa:
de bevordering van het verwerven en verbeteren van vaardigheden en competenties van de audiovisuele beroepsbeoefenaars, en van het ontwikkelen van netwerken, met inbegrip van het gebruik van digitale technologieën om te zorgen voor aanpassing aan de marktontwikkeling, het testen van nieuwe benaderingen voor publieksontwikkeling en het testen van nieuwe bedrijfsmodellen;
de vergroting van de capaciteit van audiovisuele actoren om Europese audiovisuele werken te ontwikkelen met verspreidingsmogelijkheden in de Unie en daarbuiten, om Europese en internationale coproducties te stimuleren, ook met en tussen televisieomroepen;
de aanmoediging van business-to-business-uitwisselingen door markten en bedrijfshulpmiddelen toegankelijker te maken voor audiovisuele actoren teneinde de zichtbaarheid van hun projecten op de markt van de Unie en op internationale markten te vergroten;
het ondersteunen van distributie in bioscopen middels transnationale marketing, branding, verspreiding en vertoning van audiovisuele werken;
het bevorderen van een transnationale marketing, branding en de verspreiding van audiovisuele werken via alle andere platforms dan bioscopen;
het ondersteunen van publieksontwikkeling als een middel om de belangstelling voor Europese audiovisuele werken te stimuleren en deze werken toegankelijker te maken, in het bijzonder door promotie, evenementen, filmgeletterdheid en festivals;
het bevorderen van nieuwe wijzen van distributie om het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen mogelijk te maken.
Aan de onder dit artikel opgevoerde kredieten moeten het bevorderen van nieuwe flexibele wijzen van distributie, om het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen mogelijk te maken, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, worden toegevoegd. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 22573000 26997455 26186500 22590000 18550000,— 26928117,83 Dit krediet dient ter financiering van algemene op de burger gerichte voorlichtingsacties betreffende de Unie waarmee wordt beoogd meer zichtbaarheid te verlenen aan de werkzaamheden van de instellingen van de Unie, de besluitvorming en de verschillende fasen van de opbouw van Europa, om de burgers in staat te stellen volledig gebruik te maken van hun recht om te worden geïnformeerd en betrokken bij het beleid van de EU. Het betreft hoofdzakelijk de financiering of de medefinanciering van de productie en/of de verspreiding van multimedia (radio, tv, internet enz.), informatieproducten, met inbegrip van pan-Europese netwerken van lokale en nationale media die nieuws brengen over Europese aangelegenheden, en van de voor de ontwikkeling van een dergelijk beleid noodzakelijke hulpmiddelen. Een deel van dit krediet wordt gebruikt om de continuïteit van de bestaande acties te garanderen. Dit krediet dient eveneens ter dekking van ondersteunende uitgaven, onder meer voor studies, vergaderingen, controles achteraf en deskundige technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc, de evaluatie en audit van huidige of toekomstige activiteiten, haalbaarheidsstudies, publicaties en de terugbetaling van de reis- en verblijfkosten van deskundigen. Waar passend kunnen de aanbestedings- en subsidieprocedures het aangaan van kaderpartnerschappen omvatten, met het oog op de bevordering van een stabiel financieringskader voor de pan-Europese netwerken die uit hoofde van dit krediet worden gefinancierd. Bij de uitvoering van dit artikel moet de Commissie naar behoren rekening houden met de resultaten van de vergaderingen van de Interinstitutionele Groep voorlichting (IGV). Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 395416 — 5471576 0,— 22583394,58 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit 2000/821/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende de uitvoering van een programma ter aanmoediging van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken (Media Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2005) (PB L 336 van 30.12.2000, blz. 82). Besluit nr. 163/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 januari 2001 betreffende de uitvoering van een opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (Media-opleiding) (2001-2005) (PB L 26 van 27.1.2001, blz. 1). Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende de uitvoering van een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007) (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 12). Besluit nr. 1041/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een samenwerkingsprogramma met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied (Media Mundus) (PB L 288 van 4.11.2009, blz. 10). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 833529,87 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 939328 p.m. 339515 2000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 1000000 500000 250000 1000000,— 500000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze voorbereidende actie is een voortzetting van de voorbereidende actie Crowdsourcing van ondertiteling om de verspreiding van Europese werken te stimuleren, maar onder een andere naam. Ondanks de bestaande steun voor ondertiteling uit het Media-programma, worden veel Europese werken (tv-drama, documentaires, films enz.) vaak niet verspreid, met name in relatief kleine lidstaten die geen gemeenschappelijke officiële taal met een ander land hebben. Een van de redenen hiervoor zijn de relatief geringe commerciële mogelijkheden en de kosten, met name die voor ondertiteling. In deze context zal deze actie innovatieve oplossingen zoals crowdsourcing ondersteunen die ertoe kunnen leiden dat de kosten voor ondertiteling dalen. Dit moet zorgen voor een grotere bekendheid en, eventueel, een ruimer publiek voor Europese films, met name via onlinediensten. De doelstellingen van deze voorbereidende actie zijn:
innovatieve oplossingen, processen en modellen te ontwikkelen en testen voor het produceren van ondertitels die goedkoper zijn dan deze die momenteel op de markt beschikbaar zijn;
deze innovatieve benadering toepassen op een evenwichtige catalogus van Europese werken met een duidelijke redactionele lijn;
de beschikbaarheid van werken via onlinediensten ondersteunen.
Verwachte resultaten van de voorbereidende actie zijn:
de kosten om Europese films beschikbaar te stellen helpen verminderen door de ontwikkeling van kosteneffectieve oplossingen voor ondertiteling te bevorderen;
het aanbod en de zichtbaarheid van Europese audiovisuele werken online vergroten, en de catalogi van de beschikbare video-op-aanvraagdiensten in de Unie uitbreiden;
de verspreiding van Europese audiovisuele werken binnen de Unie verbeteren en het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector versterken.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 450000 250000 125000 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het belangrijkste doel van het proefproject bestaat erin van de mensen kritische mediaburgers te maken, die opkomen voor eerlijke media en het communicatie- en voorlichtingsbeleid van de media kunnen doorzien. Bovendien wil het de mogelijkheden van de burgers verbeteren om mediawerken te creëren die hun beleefde ervaringen weergeven. Er worden conferenties, workshops en opleidingsprogramma's georganiseerd, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de vaardigheden om informatie en propaganda van elkaar te kunnen onderscheiden; de verbetering van de creativiteit om mediawerken te maken; het ontwerpen van programma's voor de integratie van minderheden; het bevorderen van de uitwisseling van beste praktijken tussen belanghebbenden en landen; en het aanreiken van instrumenten voor rechtstreekse democratie. Het proefproject in zijn geheel is gericht op alle soorten media (radio, internet, televisie, kranten), maakt gebruik van alle mogelijke kanalen en is gericht op alle leeftijdsgroepen. Er wordt prioriteit gegeven aan laagopgeleide mensen en mensen die sociaal dreigen te worden gemarginaliseerd. Dit proefproject heeft de vorm van een oproep tot het indienen van voorstellen van de Commissie. Het proefproject heeft ten doel te experimenteren met acties die het kritisch denken ten aanzien van de media onder burgers van alle leeftijden beogen te stimuleren en de haalbaarheid en het nut van dergelijke acties te toetsen. Kritisch denken vergt, onder meer, het vermogen om onderscheid te maken tussen informatie en propaganda, om het communicatie- en nieuwsbeleid van de media te analyseren en om op een verstandige manier gebruik te maken van de sociale media. Het uiteindelijke doel van het proefproject is de verbetering van sociale, cognitieve, creatieve en technische vaardigheden teneinde de maatschappelijke betrokkenheid te stimuleren en het inzicht te versterken dat het belangrijk is om actie te ondernemen en direct te participeren in het sociale en democratische leven. Alle soorten media dienen aan bod te komen, zoals radio, internet, televisie, kranten en sociale media. De doelgroep bestaat uit burgers van alle leeftijden, met speciale aandacht voor minderheden, mensen met weinig vaardigheden en mensen die het risico lopen op sociale marginalisatie. De geografische uitvoering ervan moet een brede reeks lidstaten beslaan of, idealiter, allemaal. Het proefproject omvat een reeks socialemediacampagnes om beste praktijken te verspreiden en conferenties, workshops en opleidingsprogramma's te organiseren. Deze campagnes zijn ontworpen om een of meer specifieke doelstellingen op het gebied van mediageletterdheid te bevorderen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 750000 1500000 750000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Bestaand proefproject 09 05 77 02 Europese culturele integratie door het ondertitelen van een selectie van tv-programma's in heel Europa is omgezet in voorbereidende actie 09 05 77 05 Ondertiteling van Europese culturele tv-inhoud in heel Europa. Deze voorbereidende actie is een voortzetting van het proefproject dat in 2014 en 2015 is gefinancierd en van de voorbereidende actie gefinancierd in 2016 door het Europees Parlement, dat tot doel had na te gaan of er een Europees publiek voor culturele programma's bestaat door voor een selectie van tv-programma's in heel Europa ondertiteling in diverse talen aan te bieden. Het in 2014 gefinancierde proefproject wordt momenteel uitgevoerd door ARTE, de Europese culturele televisiezender, die sinds oktober 2015 600 uur tv-programma's in vier talen (Frans, Duits, Engels en Spaans) heeft aangeboden. In november 2016 werden hier programma’s in het Pools aan toegevoegd. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN EIGEN ONDERZOEK 334469370 334469370 331938960 331938960 394046715,40 394046715,40 10 02 HORIZON 2020 — EIGEN ACTIES VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK (JRC) TER ONDERSTEUNING VAN EU-BELEID 27183960 26500000 25686697 26350000 35515100,20 42447202,20 10 03 EURATOM-PROGRAMMA — EIGEN ACTIES 10773000 10600000 10666000 12400000 11380017,50 11343538,61 10 04 ANDERE ACTIVITEITEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK p.m. p.m. p.m. p.m. 33216527,42 44109616,35 10 05 HISTORISCHE VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET EURATOM-VERDRAG 29310000 30000000 28543000 32000000 30282322,35 26585481,28 Titel 10 — Totaal 401736330 401569370 396834657 402688960 504440682,87 518532553,84 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van het beleidsterrein Eigen onderzoek (met uitzondering van hoofdstuk 10 05). De kredieten dienen ter dekking van de uitgaven in verband met:
personeel op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) en extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s;
personeelsgerelateerde kosten zoals dienstreizen, opleiding, medische diensten en aanwerving;
de werking van de JRC-instituten, administratieve ondersteuning, veiligheid en zekerheid van de sites, uitgaven in verband met IT, eenmalige kosten en belangrijke onderzoeksinfrastructuren;
onderzoek en ondersteunende activiteiten, waaronder verkennend onderzoek, wetenschappelijke en technische uitrusting, uitbesteding van diensten enz.;
onderzoek en wetenschappelijke ondersteunende taken in verband met activiteiten die aan het JRC worden toevertrouwd in het kader van de deelname in mededinging van het Centrum aan beleidsmaatregelen van de Unie en voor rekening van derden.
Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 4 en 6 2 2 5 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Diverse ontvangsten kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, die, al naargelang van hun bestemming, zullen worden gebruikt voor hoofdstukken 10 02, 10 03 of 10 04 of voor artikel 10 01 05. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Deelname van derde landen of organisaties uit derde landen aan de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek is voor een aantal van deze projecten mogelijk. Eventuele financiële bijdragen worden geboekt op post 6 0 1 3 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. De extra kredieten zullen worden opgevoerd bij de posten 10 02 50 01 en 10 03 50 01. ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN EIGEN ONDERZOEK Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 10 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN EIGEN ONDERZOEK 10 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s op het beleidsterrein Eigen onderzoek 10 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 139760000 137841590 143429903,56 102,63 10 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 33300000 32688000 60760149,92 182,46 10 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 58163970 58163970 72454551,26 124,57 10 01 05 04 Andere uitgaven voor nieuwe belangrijke onderzoeksinfrastructuren — Horizon 2020 1,1 2000000 2000000 2058761,20 102,94 10 01 05 11 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Euratom-programma 1,1 54200000 54200000 55270664,65 101,98 10 01 05 12 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Euratom-programma 1,1 10000000 10000000 18462646,22 184,63 10 01 05 13 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Euratom-programma 1,1 35045400 35045400 39610038,59 113,02 10 01 05 14 Andere uitgaven voor nieuwe belangrijke onderzoeksinfrastructuren — Euratom-programma 1,1 2000000 2000000 2000000,— 100,00 Artikel 10 01 05 — Subtotaal 334469370 331938960 394046715,40 117,81 Hoofdstuk 10 01 — Totaal 334469370 331938960 394046715,40 117,81 Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 1, 6 2 2 4 en 6 2 2 5 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze ontvangsten worden gebruikt om onder meer de kosten te dekken van de personeelsuitgaven en de middelen voor acties ter ondersteuning van beleidsmaatregelen van de Unie en werkzaamheden die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor derden uitvoert. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 0 1 3 en 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze kredieten kunnen worden verhoogd met kredieten die het Gemeenschappelijk Centrum verdient door in mededinging deel te nemen aan acties onder contract en activiteiten voor wetenschappelijke en technische ondersteuning van het EU-beleid. De activiteiten in mededinging van het JRC bestaan uit:
activiteiten verricht na een subsidie- of aanbestedingsprocedure;
activiteiten voor rekening van derden;
activiteiten uit hoofde van een administratieve overeenkomst met andere instellingen of andere diensten van de Commissie voor de verstrekking van technische en wetenschappelijke diensten.
Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 139760000 137841590 143429903,56 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020, met name:
eigen acties, bestaande uit onderzoeksactiviteiten, acties voor wetenschappelijke en technische ondersteuning, en verkennend onderzoek in de instellingen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek;
acties onder contract, bestaande uit programma's die worden uitgevoerd in het kader van een op concurrentie gestoelde deelname van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek aan bepaalde activiteiten.
Personeelskosten omvatten het basisloon, uitkeringen, diverse vergoedingen en bijdragen op basis van het statuut, met inbegrip van uitgaven in verband met de indiensttreding, verandering van standplaats en beëindiging van de dienst. Bij de onder dit begrotingsonderdeel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 10 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 33300000 32688000 60760149,92 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met extern personeel op posten die geen deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, zoals arbeidscontractanten, bursalen, gedetacheerde nationale deskundigen en gastwetenschappers, en belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de EVA-staten uit hoofde van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte bij dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 10 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 58163970 58163970 72454551,26 Dit krediet dient ter dekking van:
personeelsgerelateerde uitgaven die niet onder de posten 10 01 05 01 en 10 01 05 02 vallen, waaronder dienstreizen, opleiding, medische en sociale diensten, uitgaven voor het organiseren van vergelijkende onderzoeken, het interviewen van kandidaten, representatiekosten enz.;
uitgaven voor alle middelen die worden gebruikt voor de uitvoering van de activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC); hieronder vallen:
uitgaven in verband met de werking van JRC-instituten: geregeld onderhoud van gebouwen, technische infrastructuur en wetenschappelijke uitrusting; nutsvoorzieningen en vloeistoffen; verwarming, koeling en ventilatie; materiaal en uitrusting voor workshops; schoonmaak van sites, wegen en gebouwen; afvalbeheer enz.,
uitgaven in verband met de administratieve ondersteuning van JRC-instituten: meubelen; kantoorbenodigdheden; telecommunicatie; documentatie en publicaties; vervoer; diverse benodigdheden; algemene verzekering enz.,
uitgaven in verband met de veiligheid en zekerheid van de sites: gezondheid en veiligheid op het werk; stralingsbescherming; brandweer enz.,
uitgaven in verband met IT: informaticalokalen; hardware en software; netwerkdiensten; informatiesystemen; helpdesk en bijstand voor de gebruikers enz.,
eenmalige kosten. Deze post dekt renovatie, sanering en bouwwerkzaamheden op de JRC-sites. De post dekt uitgaven zoals uitzonderlijke onderhoudskosten, renovatie, aanpassing aan nieuwe normen enz. Ook de voorbereidende werkzaamheden voor de belangrijke infrastructuren onder post 10 01 05 04 kunnen eruit worden gefinancierd.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 10 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 2000000 2058761,20 Deze post dient ter dekking van uitgaven in verband met alle bronnen voor de financiering van belangrijke onderzoeksinfrastructuurprojecten, met name de bouw van nieuwe gebouwen, de volledige renovatie van bestaande gebouwen en de aankoop van belangrijke uitrusting in verband met de technische infrastructuur van de sites. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 10 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 54200000 54200000 55270664,65 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatie programma's — Euratom-programma, met name:
eigen acties, bestaande uit onderzoeksactiviteiten, acties voor wetenschappelijke en technische ondersteuning, en verkennend onderzoek in de instellingen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek;
acties onder contract, bestaande uit programma's die worden uitgevoerd in het kader van een op concurrentie gestoelde deelname van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek aan bepaalde activiteiten.
Personeelskosten omvatten het basisloon, uitkeringen, diverse vergoedingen en bijdragen op basis van het statuut, met inbegrip van uitgaven in verband met de indiensttreding, verandering van standplaats en beëindiging van de dienst. Zie hoofdstuk 10 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10000000 10000000 18462646,22 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met extern personeel op posten die geen deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, zoals arbeidscontractanten, bursalen, gedetacheerde nationale deskundigen en gastwetenschappers, en belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatie programma's — Euratom-programma. Zie hoofdstuk 10 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 35045400 35045400 39610038,59 Dit krediet dient ter dekking van:
personeelsgerelateerde uitgaven die niet onder de posten 10 01 05 11 en 10 01 05 12 vallen, waaronder dienstreizen, opleiding, medische en sociale diensten, uitgaven voor het organiseren van vergelijkende onderzoeken, het interviewen van kandidaten, representatiekosten enz.;
uitgaven voor alle middelen die worden gebruikt voor de uitvoering van de activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC); hieronder vallen:
uitgaven in verband met de werking van JRC-instituten: geregeld onderhoud van gebouwen, technische infrastructuur en wetenschappelijke uitrusting; nutsvoorzieningen en vloeistoffen; verwarming, koeling en ventilatie; materiaal en uitrusting voor workshops; schoonmaak van sites, wegen en gebouwen; afvalbeheer enz.,
uitgaven in verband met de administratieve ondersteuning van JRC-instituten: meubelen; kantoorbenodigdheden; telecommunicatie; documentatie en publicaties; vervoer; diverse benodigdheden; algemene verzekering enz.,
uitgaven in verband met de veiligheid en zekerheid van de sites: gezondheid en veiligheid op het werk; stralingsbescherming; brandweer enz.,
uitgaven in verband met IT: informaticalokalen; hardware en software; netwerkdiensten; informatiesystemen; helpdesk en bijstand voor de gebruikers enz.,
eenmalige kosten. Deze post dekt de renovatie, sanering en bouwwerkzaamheden op de JRC-sites. De post dekt uitgaven zoals uitzonderlijke onderhoudskosten, renovatie, aanpassing aan nieuwe normen enz. Ook de voorbereidende werkzaamheden voor de belangrijke onderzoeksinfrastructuren onder post 10 01 05 14 kunnen eruit worden gefinancierd.
Zie hoofdstuk 10 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 2000000 2000000,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met alle bronnen voor de financiering van belangrijke onderzoeksinfrastructuurprojecten, met name de bouw van nieuwe gebouwen, de volledige renovatie van bestaande gebouwen en de aankoop van belangrijke uitrusting in verband met de technische infrastructuur van de sites. Zie hoofdstuk 10 03. HORIZON 2020 — EIGEN ACTIES VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK (JRC) TER ONDERSTEUNING VAN EU-BELEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10 02HORIZON 2020 — EIGEN ACTIES VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK (JRC) TER ONDERSTEUNING VAN EU-BELEID 10 02 01 Horizon 2020 — Klantgestuurde wetenschappelijke en technische ondersteuning van EU-beleid 1,1 27183960 25500000 25186697 24500000 25274547,68 27185189,37 106,61 10 02 50Kredieten afkomstig van de bijdragen van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 10 02 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 8539949,51 8764932,31 10 02 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 325125,85 1398318,22 Artikel 10 02 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 8865075,36 10163250,53 10 02 51 Voltooiing van het zevende kaderprogramma — Eigen acties (2007-2013) 1,1 p.m. 600000 p.m. 1600000 1375477,16 5089210,97 848,20 10 02 52 Voltooiing van voorgaande kaderprogramma’s voor onderzoek — Eigen acties (van vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. — — 0,— 9551,33 10 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 10 02 77 01 Proefproject — Oprichting bij de Europese Commissie van een innovatielab voor de overheidssector 1,1 p.m. 400000 500000 250000 Artikel 10 02 77 — Subtotaal p.m. 400000 500000 250000 Hoofdstuk 10 02 — Totaal 27183960 26500000 25686697 26350000 35515100,20 42447202,20 160,18 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat de periode 2014-2020 bestrijkt. Horizon 2020 voorziet in een gemeenschappelijk strategisch kader voor financiering door de Unie van onderzoek en innovatie van topkwaliteit, en vervult daarmee een centrale rol in de uitvoering van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei (Europa 2020-strategie); bijgevolg fungeert het programma als een hefboominstrument voor particuliere en publieke investeringen, het scheppen van nieuwe arbeidsmarktkansen, het waarborgen van Europa's duurzaamheid, groei, economische ontwikkeling, sociale inclusie en industrieel concurrentievermogen op de lange termijn en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen in de gehele Unie. Binnen Horizon 2020 wordt gendergelijkheid als een horizontale kwestie benaderd om onevenwichtigheden tussen mannen en vrouwen weg te nemen en een genderdimensie in onderzoeks- en innovatiecontent te integreren. In het bijzonder zal rekening worden gehouden met de noodzaak tot meer inspanningen om de participatie van vrouwen in onderzoek en innovatie op alle niveaus, inclusief dat van de besluitvorming, te bevorderen. Dit krediet dient te worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 202 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 27183960 25500000 25186697 24500000 25274547,68 27185189,37 Dit krediet dient ter dekking van de wetenschappelijke en technische ondersteunings- en onderzoeksactiviteiten die worden uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek overeenkomstig deel IV van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 Niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC), teneinde klantgestuurde wetenschappelijke en technische ondersteuning van Uniebeleid te bieden. Het JRC richt zich op:
wetenschap van topkwaliteit: het JRC zal onderzoek verrichten om de empirische wetenschapsbasis voor beleidsvorming te verbeteren en opkomende gebieden van wetenschap en technologie te onderzoeken, onder andere door middel van een verkennend onderzoeksprogramma;
industrieel leiderschap: het JRC zal bijdragen tot het uniale concurrentievermogen door het normalisatieproces en normen te steunen door middel van prenormatief onderzoek, de ontwikkeling van referentiemateriaal en metingen en harmonisatie van methodologieën op vijf concentratiegebieden (energie; vervoer; het vlaggenschipinitiatief Digitale agenda voor Europa; veiligheid en beveiliging; consumentenbescherming). Het JRC zal veiligheidsbeoordelingen uitvoeren voor nieuwe technologieën op terreinen als energie, vervoer, gezondheid en consumentenbescherming. Het JRC zal bijdragen tot het vergemakkelijken van de toepassing, normalisatie en validatie van ruimtetechnologie en -gegevens, met name om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden;
maatschappelijke uitdagingen: het JRC zal op de volgende gebieden onderzoek uitvoeren: gezondheid, demografische verandering en welzijn; zekere voedselvoorziening, duurzame land- en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en onderzoek van binnenwateren, en de bio-economie; zekere, schone en efficiënte energie; slim, groen en geïntegreerd vervoer; klimaatactie, milieu, efficiënt gebruik van hulpbronnen en grondstoffen; Europa in een veranderende wereld: inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen; een veilige samenleving - de vrijheid en veiligheid van Europa en haar burgers beschermen.
Dit krediet dekt specifieke uitgaven in verband met onderzoeks- en ondersteunende activiteiten, waaronder de aankoop van wetenschappelijke en technische uitrusting, uitbesteding van wetenschappelijke en technische diensten, toegang tot informatie, aankoop van verbruiksgoederen enz. Daartoe behoren de direct voor de betrokken projecten gedane uitgaven voor wetenschappelijke infrastructuur. Het dekt ook allerlei uitgaven in verband met onderzoek en wetenschappelijke ondersteunende taken in verband met activiteiten die onder dit artikel vallen en aan het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek worden toevertrouwd in het kader van de deelname in mededinging van het Centrum aan beleidsmaatregelen van de Unie en voor rekening van derden. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 6. Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104) en met name artikel 5, lid 4. Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 – het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 8539949,51 8764932,31 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de programma's voor onderzoek en ontwikkeling — Horizon 2020 tijdens de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 0 1 3 en 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 325125,85 1398318,22 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan projecten op het gebied van niet-nucleair onderzoek en technologische ontwikkeling van de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 0 1 3 en 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 600000 p.m. 1600000 1375477,16 5089210,97 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/975/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma dat door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek door middel van eigen acties moet worden uitgevoerd op grond van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 368). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. — — 0,— 9551,33 Dit artikel dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32, de bijdragen van de EVA-staten. Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 1). Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Een toenemend aantal lidstaten ziet de waarde in van het toepassen van een ontwerp- en innovatiebenadering bij de ontwikkeling van nieuwe beleidsmaatregelen en openbare diensten. Er zijn reeds verschillende initiatieven opgezet om te demonstreren hoe gebruikersgericht ontwerp en het testen van prototypes binnen het beleidsvormingsproces kan leiden tot kostenbesparingen, meer resultaten en meer burgergerichte beleidsmaatregelen. De oprichting van een dergelijk beleidslaboratorium wordt besproken binnen het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek. Dit proefproject kan de feitelijke oprichting van het laboratorium bespoedigen. Het Action Plan for Design-Driven Innovation van de Commissie uit 2013 en de Expert Group on Public Sector Innovation van de Commissie benadrukten de positieve effecten die het ondersteunen van innovatie in de overheidssector kan hebben op groei. Hieraan zou de oprichting van een innovatielab van de EU voor de overheidssector bij de Europese Commissie, zoals aanbevolen door de Expert Group een bijdrage kunnen leveren. Een van de hoofddoelstellingen van het proefproject betreft de samenwerking met nationale, regionale en lokale actoren bij het versterken van hun capaciteit voor de uitvoering van Uniebeleid, door gelijksoortige structuren ter plaatse te gebruiken of de toepassing van nieuwe structuren te ondersteunen. Daarmee kan het lab bijdragen aan de verbetering van de besteding van Uniemiddelen en de tenuitvoerlegging van Uniewetgeving. Door te fungeren als het interne innovatieteam van de Commissie zal het lab tevens de Europese instellingen bijstaan bij het opnieuw vormgeven van oude regels of het hanteren van een herhaalbare en kosteneffectieve benadering van beleidsontwerp, van de fase van het opdoen van ideeën tot en met de tenuitvoerlegging. Hierbij worden technieken gebruikt als gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, gedragseconomie, gebruikstesten of systeemdenken, bijvoorbeeld bij het vormgeven van nieuwe financieringsprogramma’s van de Unie voor kmo's, en het vinden van nieuwe manieren om de bureaucratie te verminderen. Het lab kan ook dienen als coördinatiepunt voor Europabrede initiatieven in de lidstaten en voor het delen van kennis en ervaringen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). EURATOM-PROGRAMMA — EIGEN ACTIES Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10 03EURATOM-PROGRAMMA — EIGEN ACTIES 10 03 01 Eigen onderzoek door Euratom 1,1 10773000 10500000 10666000 11500000 10723654,57 9427127,94 89,78 10 03 50Kredieten afkomstig van de bijdragen van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 10 03 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 296657,44 592953,63 10 03 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 36304,84 Artikel 10 03 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 296657,44 629258,47 10 03 51 Voltooiing van het zevende kaderprogramma — Euratom (2007-2013) 1,1 p.m. 100000 p.m. 900000 359705,49 1287152,20 1287,15 10 03 52 Voltooiing van voorgaande Euratom-kaderprogramma’s (van vóór 2007) 1,1 p.m. p.m. — — 0,— 0,— Hoofdstuk 10 03 — Totaal 10773000 10600000 10666000 12400000 11380017,50 11343538,61 107,01 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Dit krediet wordt gebruikt voor het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) (Euratom-programma), dat een integrerend deel uitmaakt van Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Het Euratom-programma zal het kader voor onderzoek en innovatie op nucleair gebied versterken en de onderzoeksinspanningen van de lidstaten coördineren, zodat dubbel werk wordt voorkomen, op sleutelterreinen een kritische massa wordt vastgehouden en de publieke middelen optimaal worden gebruikt. Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). De algemene doelstelling van het Euratom-programma is het verrichten van onderzoeks- en opleidingsactiviteiten op het gebied van kernenergie, met de nadruk op voortdurende verbetering van nucleaire veiligheid en beveiliging en stralingsbescherming, om met name op langere termijn te kunnen bijdragen tot het op efficiënte, veilige en betrouwbare wijze koolstofvrij maken van het energiesysteem. Het programma omvat zowel RTD-acties onder contract inzake onderzoek en ontwikkeling op het vlak van fusie-energie, en onderzoeksactiviteiten op het vlak van kernsplijting, nucleaire veiligheid en stralingsbescherming als de eigen acties van het JRC op het gebied van nucleaire beveiliging en veiligheid. Het JRC voorziet in onafhankelijke klantgestuurde wetenschappelijke en technologische ondersteuning voor de tenuitvoerlegging en monitoring van het beleid van de Gemeenschap, met name op het gebied van nucleaire veiligheid en onderzoek en opleiding inzake beveiliging. Door deze doelstellingen te realiseren zal het Euratom-programma de resultaten versterken voor de drie prioriteiten van het kaderprogramma Horizon 2020 betreft: wetenschap van topkwaliteit, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen. Deze doelstellingen houden duidelijk verband met die van de Europa 2020-strategie en de Energie 2020-strategie en de totstandbrenging en het functioneren van de Europese onderzoeksruimte. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10773000 10500000 10666000 11500000 10723654,57 9427127,94 Dit krediet dient ter dekking van de activiteiten voor wetenschappelijke en technische steun en onderzoek die door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek worden uitgevoerd om het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-208) te implementeren. De eigen acties onder het Euratom-programma hebben de volgende specifieke doelstellingen:
verbetering van de nucleaire veiligheid, met inbegrip van kernreactor- en brandstofveiligheid en afvalbeheer, met inbegrip van definitieve opslag in geologische formaties, partitionering en transmutatie; ontmanteling, en paraatheid bij noodsituaties;
verbetering van de nucleaire beveiliging, met inbegrip van: nucleaire veiligheidscontroles, nucleaire non-proliferatie, bestrijding van illegale handel en nucleair forensisch onderzoek;
verhoging van de deskundigheid in fundamenteel kernwetenschappelijk onderzoek met het oog op normalisering;
bevordering van kennisbeheer, onderwijs en opleiding;
ondersteuning van het Uniebeleid inzake nucleaire veiligheid en beveiliging.
Het dekt eveneens de noodzakelijke werkzaamheden voor de uitvoering van de verplichtingen met betrekking tot de nucleaire veiligheidscontrole, die voortvloeien uit hoofdstuk 7 van titel II van het Euratom-Verdrag, en de verplichtingen die voortvloeien uit het non-proliferatieverdrag en uit de uitvoering van het ondersteuningsprogramma van de Commissie ten behoeve van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). Dit krediet dekt specifieke uitgaven in verband met onderzoeks- en ondersteunende activiteiten, waaronder de aankoop van wetenschappelijke en technische uitrusting, uitbesteding van wetenschappelijke en technische diensten, toegang tot informatie, aankoop van verbruiksgoederen enz. Daartoe behoren de direct voor de betrokken projecten gedane uitgaven voor wetenschappelijke infrastructuur. Het dekt ook allerlei uitgaven in verband met onderzoek en wetenschappelijke ondersteunende taken in verband met activiteiten die onder dit artikel vallen en aan het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek worden toevertrouwd in het kader van de deelname in mededinging van het Centrum aan beleidsmaatregelen van de Unie en voor rekening van derden. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104) en met name artikel 5, lid 4. Verordening (Euratom) nr. 1314/2013 van de Raad van 16 december 2013 tot vaststelling van een programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2014-2018) ter aanvulling van het Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 948). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 296657,44 592953,63 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan het Euratom-programma tijdens de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 0 1 3 en 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 36304,84 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan het Euratom-programma (periode vóór 2014). Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 0 1 3 en 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 100000 p.m. 900000 359705,49 1287152,20 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Besluit 2006/970/Euratom van de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 60). Beschikking 2006/977/Euratom van de Raad van 19 december 2006 betreffende het Specifieke Programma dat door middel van eigen acties door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek moet worden uitgevoerd op grond van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 434). Verordening (Euratom) nr. 1908/2006 van de Raad van 19 december 2006 tot vaststelling van de regels voor deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2011) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 1). Besluit 2012/93/Euratom van de Raad van 19 december 2011 betreffende het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 25). Verordening (Euratom) nr. 139/2012 van de Raad van 19 december 2011 tot vastlegging van de regels voor deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan werkzaamheden onder contract ingevolge het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de verspreiding van de onderzoeksresultaten (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 1). Besluit 2012/95/Euratom van de Raad van 19 december 2011 betreffende het door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek door middel van eigen acties uit te voeren specifieke programma ter tenuitvoerlegging van het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie (2012-2013) (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 40). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. — — 0,— 0,— Dit artikel dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 21 en artikel 183, lid 2, van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Besluit 1999/64/Euratom van de Raad van 22 december 1998 betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor activiteiten op het gebied van onderzoek en opleiding (1998-2002) (PB L 26 van 1.2.1999, blz. 34). Besluit 2002/668/Euratom van de Raad van 3 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake kernenergie, dat tevens bijdraagt tot de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte (2002-2006) (PB L 232 van 29.8.2002, blz. 34). ANDERE ACTIVITEITEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10 04ANDERE ACTIVITEITEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK 10 04 02 Dienstverlening en werkzaamheden op rekening van derden 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 3181330,77 5159172,29 10 04 03 Wetenschappelijke en technische ondersteuning van EU-beleid in mededinging 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 22931865,51 19871832,05 10 04 04Exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) 10 04 04 01 Exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) — Aanvullende HFR-programma's 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 7083331,14 15602705,26 10 04 04 02 Exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) — Voltooiing van vroegere aanvullende HFR-programma's 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 20000,— 3475906,75 Artikel 10 04 04 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 7103331,14 19078612,01 Hoofdstuk 10 04 — Totaal p.m. p.m. p.m. p.m. 33216527,42 44109616,35 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 3181330,77 5159172,29 Onder dit artikel worden de kredieten opgenomen die noodzakelijk zijn voor de specifieke uitgaven voor de verschillende taken die voor rekening van derden worden uitgevoerd. Het omvat onderzoek en het verlenen van diensten onder contract aan derde partijen, zoals de industrie, nationale of regionale autoriteiten, alsook contracten in de context van onderzoeksprogramma's van lidstaten. Het kan daarbij gaan om:
leveringen, verlening van diensten en verrichting van werkzaamheden, over het algemeen tegen betaling, waaronder gecertificeerd referentiemateriaal;
exploitatie van installaties ten gunste van de lidstaten, waaronder bestralingen voor rekening van derden in de hogefluxreactor (HFR) van de vestiging van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek te Petten;
uitvoering van onderzoeksactiviteiten en verlening van diensten die een aanvulling vormen op de specifieke onderzoeksprogramma's, waaronder de industriële groepen waarvoor de industriële partners inschrijvingsgeld en een jaarlijkse bijdrage moeten betalen;
samenwerkingsovereenkomsten met derden.
Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op de posten 6 2 2 3 en 6 2 2 4 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 en artikel 183, lid 2,van het Financieel Reglement worden tijdens het begrotingsjaar extra kredieten voor dit artikel opgevoerd voor de specifieke uitgaven voor elk contract met een derde, tot een maximum van de ontvangsten die worden geboekt onder post 6 2 2 3 van de staat van ontvangsten. Besluit 89/340/EEG van de Raad van 3 mei 1989 inzake door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor derden verricht werk dat van belang is voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 142 van 25.5.1989, blz. 10). Conclusies van de Raad van 26 april 1994 betreffende de rol van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) (PB C 126 van 7.5.1994, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name de artikelen 21 en 183. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 22931865,51 19871832,05 Dit artikel dient om de kredieten onder te brengen die noodzakelijk zijn voor de uitgaven die specifiek zijn voor de diverse taken van wetenschappelijke ondersteuning die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek buiten Horizon 2020 in mededinging uitvoert ter ondersteuning van het beleid van de Unie. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 en artikel 183, lid 2,van het Financieel Reglement worden tijdens het begrotingsjaar extra kredieten voor dit artikel opgevoerd voor de specifieke uitgaven voor elk contract met diensten van de Europese instellingen, tot een maximum van de ontvangsten die worden geboekt onder post 6 2 2 6 van de staat van ontvangsten. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt op post 6 2 2 4 van de staat van ontvangsten aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Besluit 89/340/EEG van de Raad van 3 mei 1989 inzake door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor derden verricht werk dat van belang is voor de Europese Economische Gemeenschap (PB L 142 van 25.5.1989, blz. 10). Conclusies van de Raad van 26 april 1994 betreffende de rol van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) (PB C 126 van 7.5.1994, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name de artikelen 21 en 183. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 7083331,14 15602705,26 Dit krediet dient ter dekking van een deel van de diverse uitgaven die tijdens de uitvoering van het aanvullende HFR-programma (hogefluxreactor) zijn gedaan. De wetenschappelijke en technische doelen van het aanvullende programma zijn als volgt:
een veilige, stabiele en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doelen garanderen;
aan onderzoek en ontwikkeling doen op de volgende gebieden: onderzoek in verband met nucleaire materialen en splijtstoffen om de veiligheid van de bestaande kernreactoren en toekomstige reactoren te verbeteren (zowel splijting als fusie); radio-isotopen die worden gebruikt voor medische toepassingen, management van veroudering en levensduur van reactoren, en afvalbeheer;
functioneren als opleidingsfaciliteit voor promovendi en gepromoveerden en voor gepromoveerde bursalen die hun onderzoeksactiviteiten verrichten in het kader van een nationaal of Europees programma.
Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen binnen de grenzen van de ontvangsten uit de betrokken lidstaten (momenteel Nederland, België en Frankrijk) voor deze post tijdens het begrotingsjaar aanvullende kredieten worden opgevoerd die onder post 6 2 2 1 van de staat van ontvangsten zullen worden geboekt. Besluit 2012/709/Euratom van de Raad van 13 november 2012 tot vaststelling van het aanvullend onderzoeksprogramma voor de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) in de periode 2012-2015, voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (PB L 321 van 20.11.2012, blz. 59). Referentiebesluiten Voorstel voor Besluit van de Raad ..../.../Euratom van ... tot vaststelling van het aanvullend onderzoeksprogramma voor de hogefluxreactor in de periode 2016-2019, ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (COM(2017) xxx). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 20000,— 3475906,75 Dit krediet dient ter dekking van een deel van de diverse uitgaven die tijdens de uitvoering van eerdere aanvullende HFR-programma's (hogefluxreactor) zijn gedaan en waarvoor geen betalingskredieten beschikbaar waren tijdens de voorgaande begrotingsjaren. De wetenschappelijke en technische doelen van het aanvullende programma zijn als volgt:
een veilige, stabiele en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doelen garanderen;
aan onderzoek en ontwikkeling doen op de volgende gebieden: onderzoek in verband met nucleaire materialen en splijtstoffen om de veiligheid van de bestaande kernreactoren en toekomstige reactoren te verbeteren (zowel splijting als fusie); radio-isotopen die worden gebruikt voor medische toepassingen, management van veroudering en levensduur van reactoren, en afvalbeheer;
functioneren als opleidingsfaciliteit voor promovendi en gepromoveerden en voor gepromoveerde bursalen die hun onderzoeksactiviteiten verrichten in het kader van een nationaal of Europees programma.
Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement zullen voor deze post tijdens het begrotingsjaar aanvullende kredieten worden opgevoerd binnen de grenzen van de ontvangsten uit de betrokken lidstaten die onder post 6 2 2 1 van de staat van ontvangsten zullen worden geboekt. Besluit 84/1/Euratom, EEG van de Raad van 22 december 1983 tot vaststelling van een onderzoeksprogramma, uit te voeren door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de Europese Economische Gemeenschap (1984-1987) (PB L 3 van 5.1.1984, blz. 21). Beschikking 88/523/Euratom van de Raad van 14 oktober 1988 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma (PB L 286 van 20.10.1988, blz. 37). Beschikking 92/275/Euratom van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma (1992-1995) (PB L 141 van 23.5.1992, blz. 27). Beschikking 96/419/Euratom van de Raad van 27 juni 1996 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma (1996-1999) (PB L 172 van 11.7.1996, blz. 23). Beschikking 2000/100/Euratom van de Raad van 24 januari 2000 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma (PB L 29 van 4.2.2000, blz. 24). Beschikking 2004/185/Euratom van de Raad van 19 februari 2004 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoekprogramma (PB L 57 van 25.2.2004, blz. 25). Beschikking 2007/773/Euratom van de Raad van 26 november 2007 houdende de verlenging gedurende één jaar van het lopende aanvullende onderzoeksprogramma, voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (PB L 312 van 30.11.2007, blz. 29). Beschikking 2009/410/Euratom van de Raad van 25 mei 2009 tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma (PB L 132 van 29.5.2009, blz. 13). Besluit 2012/709/Euratom van de Raad van 13 november 2012 tot vaststelling van het aanvullend onderzoeksprogramma voor de exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) in de periode 2012-2015, voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (PB L 321 van 20.11.2012, blz. 59). HISTORISCHE VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET EURATOM-VERDRAG Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10 05HISTORISCHE VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET EURATOM-VERDRAG 10 05 01 Ontmanteling van verouderde nucleaire installaties van Euratom en de definitieve verwijdering van afvalstoffen 1,1 29310000 30000000 28543000 32000000 30282322,35 26585481,28 88,62 Hoofdstuk 10 05 — Totaal 29310000 30000000 28543000 32000000 30282322,35 26585481,28 88,62 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 29310000 30000000 28543000 32000000 30282322,35 26585481,28 Dit krediet dient ter financiering van een actieprogramma voor het beperken en oplossen van problemen in verband met de nucleaire verplichtingen ten gevolge van de werkzaamheden die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek sinds zijn oprichting heeft uitgevoerd. Het dient ter financiering van de ontmanteling van stilgelegde centrales en het beheer van het afval daarvan. Dit krediet dient tevens ter financiering van acties die de Commissie onderneemt uit hoofde van de bevoegdheden die haar krachtens artikel 8 van het Euratom-Verdrag zijn toegekend overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de samenwerking in begrotingszaken, de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 17 maart 1999 betreffende de nucleaire erfenis van JRC-werkzaamheden in het kader van het Euratom-Verdrag — Ontmanteling van verouderde kerninstallaties en beheer van afval (COM(99) 114 final). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2004 — Ontmanteling van nucleaire installaties en beheer van afvalstoffen — Beheer van de nucleaire erfenis ten gevolge van de activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) in uitvoering van het Euratom-Verdrag (SEC(2004) 621 final). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 12 januari 2009 — Ontmanteling van nucleaire installaties en beheer van kernafval: beheer van nucleaire verplichtingen ten gevolge van activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) in het kader van het Euratom-Verdrag (COM(2008) 903 final). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 oktober 2013 betreffende de ontmanteling van nucleaire installaties en beheer van kernafval: beheer van nucleaire verplichtingen ten gevolge van activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) in het kader van het Euratom-Verdrag (COM(2013) 734 final). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ 43874839 43874839 42687571 42687571 42939025,16 42939025,16 11 03 VERPLICHTE BIJDRAGEN AAN REGIONALE ORGANISATIES VOOR VISSERIJBEHEER EN ANDERE INTERNATIONALE ORGANISATIES EN DUURZAMEVISSERIJOVEREENKOMSTEN 123590478 118590478 56154250 55654250 135379806,58 125537306,58 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 138400000 133400000 135670000 132265000 135379806,58 125537306,58 11 06 EUROPEES FONDS VOOR MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ (EFMZV) 922865078 590406361 895648394 437984953 1655884551,08 791362930,57 Titel 11 — Totaal 1090330395 752871678 994490215 536326774 1834203382,82 959839262,31 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 1105139917 767681200 1074005965 612937524 1834203382,82 959839262,31 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 11 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ 11 01 01 Uitgaven voor ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor het beleidsterrein Maritieme zaken en visserij 5.2 30427605 29715805 30250934,94 99,42 11 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Maritieme zaken en visserij 11 01 02 01 Extern personeel 5.2 2326625 2194611 2775770,— 119,30 11 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5.2 2572607 2602903 2512202,— 97,65 Artikel 11 01 02 — Subtotaal 4899232 4797514 5287972,— 107,93 11 01 03 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Maritieme zaken en visserij 5.2 1900002 1896494 2078684,22 109,40 11 01 04Ondersteunende uitgaven voor concrete acties en programma’s op het beleidsterrein Maritieme zaken en visserij 11 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor maritieme zaken en visserij — Niet-operationele administratieve en technische bijstand 2 3700000 3700000 3415610,— 92,31 Artikel 11 01 04 — Subtotaal 3700000 3700000 3415610,— 92,31 11 01 06Uitvoerende agentschappen 11 01 06 01 Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen — Bijdrage van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) 2 2948000 2577758 1905824,— 64,65 Artikel 11 01 06 — Subtotaal 2948000 2577758 1905824,— 64,65 Hoofdstuk 11 01 — Totaal 43874839 42687571 42939025,16 97,87 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 30427605 29715805 30250934,94 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2326625 2194611 2775770,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2572607 2602903 2512202,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1900002 1896494 2078684,22 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3700000 3700000 3415610,— Dit krediet dient ter dekking van de niet-operationele technische bijstand voor het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) als bedoeld in artikel 58 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en in artikel 92 van Verordening (EU) nr. 508/2014. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van:
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot hoogstens 850000 EUR, met inbegrip van ondersteunende uitgaven (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen en dienstreizen van/voor het externe personeel dat uit dit krediet wordt gefinancierd) die, wat technische bijstand betreft, nodig zijn voor de uitvoering van maatregelen in het kader van het EFMZV en voor de voltooiing van maatregelen in het kader van de voorganger ervan, het Europees Visserijfonds (EVF);
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) bij de delegaties van de Unie in derde landen, alsmede de aanvullende logistieke en infrastructurele kosten, zoals opleidingskosten, vergaderkosten, kosten van dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van extern personeel dat wordt bezoldigd uit de onder deze post opgevoerde kredieten;
uitgaven voor dienstbezoeken van delegaties uit derde landen die onderhandelingen over visserijovereenkomsten en bijeenkomsten van gemeenschappelijke comités bijwonen;
uitgaven voor studies, evaluatiemaatregelen en audits, vergaderingen van deskundigen en de deelname van belanghebbenden aan ad-hocvergaderingen, studiebijeenkomsten en conferenties over belangrijke aangelegenheden, voorlichting en publicaties op het gebied van maritieme zaken en visserij;
uitgaven voor informatietechnologie (IT) (apparatuur en diensten);
deelname van wetenschappelijke deskundigen aan vergaderingen van regionale organisaties voor visserijbeheer;
andere uitgaven voor niet-operationele technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc.
Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2948000 2577758 1905824,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van het Agentschap voor personeel en administratie ingevolge zijn rol bij het beheer van maatregelen die deel uitmaken van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Besluit C(2013) 9414 van de Commissie van 23 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van energie, milieu, klimaatactie, concurrentiekracht en kmo's, onderzoek en innovatie, ICT, maritiem beleid en visserij, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Besluit C(2014) 4636 van de Commissie houdende wijziging van Besluit C(2013) 9414 van 23 december 2013, wat betreft de delegatie van bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van het programma van de Unie op het gebied van maritiem beleid en visserij, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Uitvoeringsbesluit 2013/771/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot intrekking van de Besluiten 2004/20/EG en 2007/372/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 73). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). VERPLICHTE BIJDRAGEN AAN REGIONALE ORGANISATIES VOOR VISSERIJBEHEER EN ANDERE INTERNATIONALE ORGANISATIES EN DUURZAMEVISSERIJOVEREENKOMSTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11 03VERPLICHTE BIJDRAGEN AAN REGIONALE ORGANISATIES VOOR VISSERIJBEHEER EN ANDERE INTERNATIONALE ORGANISATIES EN DUURZAMEVISSERIJOVEREENKOMSTEN 11 03 01 Vaststelling van een governancekader voor visserijactiviteiten die vissersvaartuigen van de Unie in de wateren van derde landen verrichten 2 118390478 113390478 50654250 50654250 131142884,10 121300384,10 106,98 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 133200000 128200000 130170000 127265000 131142884,10 121300384,10 11 03 02 Bevordering van duurzame ontwikkeling op het gebied van visserijbeheer en maritiem bestuur overeenkomstig de doelstellingen van het GVB (verplichte bijdragen aan internationale organisaties) 2 5200000 5200000 5500000 5000000 4236922,48 4236922,48 81,48 Hoofdstuk 11 03 — Totaal 123590478 118590478 56154250 55654250 135379806,58 125537306,58 105,86 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 138400000 133400000 135670000 132265000 135379806,58 125537306,58 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11 03 01 118390478 113390478 50654250 50654250 131142884,10 121300384,10 Reserves (40 02 41) 14809522 14809522 79515750 76610750 Totaal 133200000 128200000 130170000 127265000 131142884,10 121300384,10 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven die voortvloeien uit de visserijovereenkomsten die de Unie met derde landen heeft onderhandeld of die zij voornemens is te verlengen of te heronderhandelen. Voorts kan de Unie onderhandelen over nieuwe partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied die uit hoofde van dit artikel zouden moeten worden gefinancierd. Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende financieringsmaatregelen van de Unie voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht (PB L 160 van 14.6.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), met name artikel 31. Verordeningen en besluiten inzake de sluiting van overeenkomsten en/of protocollen op visserijgebied tussen de Unie/Gemeenschap en de regeringen van de volgende landen: Status (september 2016) Land Rechtsgrondslag Datum Publicatieblad Looptijd Overeenkomsten die voorlopig van toepassing zijn of van kracht zijn (in 2017 verschuldigde financiële tegenprestatie opgenomen in artikel 11 03 01) Kaapverdië Besluit 2014/948/EU 15 december 2014 L 369 van 24.12.2014 van 23.12.2014 tot en met 22.12.2018 Ivoorkust Besluit 2014/102/EU 28 januari 2014 L 54 van 22.2.2014 van 1.7.2013 tot en met 30.6.2018 Groenland Besluit (EU) 2015/2103 16 november 2015 L 305 van 21.11.2015 van 1.1.2016 tot en met 31.12.2020 Liberia Besluit (EU) 2015/2312 30 november 2015 L 328 van 12.12.2015 van 9.12.2015 tot en met 8.12.2020 Madagaskar Besluit 2014/929/EU 15 december 2014 L 365 van 19.12.2014 van 1.1.2015 tot en met 31.12.2018 Mauritanië Besluit (EU) 2015/2191 10 november 2015 L 315 van 1.12.2015 van 16.11.2015 tot en met 15.11.2019 Marokko Besluit 2013/785/EU 16 december 2013 L 349 van 21.12.2013 van 15.7.2014 tot en met 14.7.2018 Sao Tomé en Principe Besluit 2014/334/EU 19 mei 2014 L 168 van 7.6.2014 van 23.5.2014 tot en met 22.5.2018 Seychellen Besluit 2014/5/EU 16 december 2013 L 4 van 9.1.2014 van 18.1.2014 tot en met 17.1.2020 Senegal Besluit 2014/733/EU 8 oktober 2014 L 304 van 23.10.2014 van 20.10.2014 tot en met 19.10.2019 Cookeilanden Besluit (EU) 2016/776 29 april 2016 L 131 van 20.5.2016 2016-2020 (exacte datum afhankelijk van de ondertekening) Overeenkomsten die nog in de onderhandelingsfase zijn of waarvoor de wetgevingsprocedure lopende is (financiële tegenprestatie opgenomen in artikel 40 02 41) Mauritius Besluit 2014/146/EU 28 januari 2014 L 79 van 18.3.2014 28.1.2014 tot en met 27.1.2017 Comoren Besluit 2014/369/EU 13 mei 2014 L 179 van 19.6.2014 van 1.1.2014 tot en met 31.12.2016 Guinee-Bissau Besluit 2014/782/EU 16 oktober 2014 L 328 van 13.11.2014 van 24.11.2014 tot en met 23.11.2017 Mozambique Besluit 2012/306/EU 12 juni 2012 L 153 van 14.6.2012 van 1.2.2012 tot en met 31.1.2015 Gabon Besluit 2013/462/EU 22 juli 2013 L 250 van 20.9.2013 van 24.7.2013 tot en met 23.7.2016 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 5200000 5200000 5500000 5000000 4236922,48 4236922,48 Dit krediet dient ter financiering van de actieve deelname van de Unie aan de activiteiten van internationale visserijorganisaties die tot taak hebben de instandhouding op lange termijn en de duurzame exploitatie van de visbestanden in volle zee te verzekeren. Hierbij gaat het om verplichte bijdragen aan onder meer de volgende regionale organisaties voor visserijbeheer en andere internationale organisaties:
Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR);
Organisatie voor de instandhouding van zalm in de Noord-Atlantische Oceaan (NASCO);
Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT);
Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC);
Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NAFO);
Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC);
Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM);
Visserijorganisatie voor het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO);
Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (SIOFA);
Visserijcommissie voor het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (WCPFC, voorheen MHLC);
Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (AIDCP);
Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC);
Regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO);
Commissie van het Verdrag voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (CCSBT);
Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (CMS).
Dit krediet dient ook ter dekking van de financiële bijdragen van de Unie aan de organisaties die zijn opgericht in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, en met name de Internationale Zeebodemautoriteit en het Internationaal Hof voor het recht van de zee. Verordening (EEG) nr. 3179/78 van de Raad van 28 december 1978 betreffende de sluiting door de Europese Economische Gemeenschap van de Overeenkomst inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 378 van 30.12.1978, blz. 1). Besluit 81/608/EEG van de Raad van 13 juli 1981 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 227 van 12.8.1981, blz. 21). Besluit 81/691/EEG van de Raad van 4 september 1981 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 252 van 5.9.1981, blz. 26). Besluit 82/461/EEG van de Raad van 24 juni 1982 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (PB L 210 van 19.7.1982, blz. 10). Besluit 82/886/EEG van de Raad van 13 december 1982 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de instandhouding van zalm in de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 378 van 31.12.1982, blz. 24). Besluit 86/238/EEG van de Raad van 9 juni 1986 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen, gewijzigd bij het Protocol gehecht aan de op 10 juli 1984 te Parijs ondertekende Slotakte van de conferentie van gevolmachtigden van de staten die partij zijn bij het Verdrag (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33). Besluit 95/399/EG van de Raad van 18 september 1995 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24). Besluit 98/392/EG van de Raad van 23 maart 1998 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1). Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 3). Besluit 98/416/EG van de Raad van 16 juni 1998 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (PB L 190 van 4.7.1998, blz. 34). Besluit 2002/738/EG van de Raad van 22 juli 2002 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39). Besluit 2005/75/EG van de Raad van 26 april 2004 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1). Besluit 2005/938/EG van de Raad van 8 december 2005 betreffende de goedkeuring namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (PB L 348 van 30.12.2005, blz. 26). Besluit 2006/539/EG van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22). Besluit 2008/780/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27). Besluit 2012/130/EU van de Raad van 3 oktober 2011 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden van de volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (PB L 67 van 6.3.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), met name de artikelen 29 en 30. Besluit (EU) 2015/2437 van de Raad van 14 december 2015 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Commissie voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (CCSBT) betreffende het lidmaatschap van de Unie in de Uitgebreide Commissie van het Verdrag voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (PB L 336 van 23.12.2015, blz. 27). EUROPEES FONDS VOOR MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ (EFMZV) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 11 06EUROPEES FONDS VOOR MARITIEME ZAKEN EN VISSERIJ (EFMZV) 11 06 09 Specifieke maatregelen ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko 2 — — — — 0,— 0,— 11 06 11 Afwikkeling van het Europees Visserijfonds (EVF) — Operationele technische bijstand (2007-2013) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 745079,84 11 06 12 Afwikkeling van het Europees Visserijfonds (EVF) — Convergentiedoelstelling (2007-2013) 2 p.m. 5000000 p.m. 100000000 565576,— 416736481,82 8334,73 11 06 13 Afwikkeling van het Europees Visserijfonds (EVF) — Gebieden die niet onder de convergentiedoelstelling (2007-2013) vallen 2 p.m. 5000000 p.m. 32000000 0,— 154176391,07 3083,53 11 06 14 Voltooiing van interventiemaatregelen voor visserijproducten (2007-2013) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 497310,51 565889,81 11 06 15 Voltooiing van het visserijprogramma voor de ultraperifere regio's (2007-2013) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 11 06 51 Voltooiing van vroegere programma's (van vóór 2000) 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 11 06 52 Afwikkeling van het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) 2000-2006 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 11 06 60 Bevordering van een duurzame en concurrerende visserij en aquacultuur, van een evenwichtige en inclusieve territoriale ontwikkeling van de visserijgebieden en van de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid 2 818478098 480000000 805423852 217319000 1567021714,— 134487252,86 28,02 11 06 61 Stimulering van de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd maritiem beleid van de Unie 2 38426980 27656608 38426980 25342000 32536295,95 16922129,35 61,19 11 06 62Begeleidende maatregelen voor het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerd maritiem beleid 11 06 62 01 Wetenschappelijk advies en kennis 2 9070000 6900000 8680015 14000000 8046944,— 21347261,80 309,38 11 06 62 02 Controle en handhaving 2 15510000 25000000 10510967 17105000 14877083,60 19325915,55 77,30 11 06 62 03 Vrijwillige bijdragen aan internationale organisaties 2 7970000 7100000 7978580 6900000 7712382,36 7777852,68 109,55 11 06 62 04 Governance en communicatie 2 7419000 5430000 5078000 4509000 6004817,10 3587349,50 66,07 11 06 62 05 Marktonderzoek 2 4370000 4568000 4900000 4100000 4047880,— 2428728,— 53,17 Artikel 11 06 62 — Subtotaal 44339000 48998000 37147562 46614000 40689107,06 54467107,53 111,16 11 06 63Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) — Technische bijstand 11 06 63 01 Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) — Operationele technische bijstand 2 3850000 4081954 4080000 4300000 4210547,56 2520765,29 61,75 11 06 63 02 Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) — Op verzoek van een lidstaat door de Commissie beheerde operationele technische bijstand 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 11 06 63 — Subtotaal 3850000 4081954 4080000 4300000 4210547,56 2520765,29 61,75 11 06 64 Europees Bureau voor visserijcontrole 2 17021000 17021000 9070000 9070000 9364000,— 9364000,— 55,01 11 06 77Proefprojecten en voorbereidende acties 11 06 77 02 Proefproject — Instrumenten voor gemeenschappelijk bestuur en duurzaam visserijbeheer: bevordering van onderzoek waarbij wetenschappers en belanghebbenden samenwerken 2 p.m. p.m. p.m. 359953 0,— 0,— 11 06 77 05 Proefproject — Invoering van een enkel instrument voor handelsbenamingen voor visserij- en aquacultuurproducten 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 285000,— 11 06 77 06 Voorbereidende actie — Bewakers van de zee 2 p.m. 85892 p.m. 480000 0,— 369522,20 430,22 11 06 77 07 Proefproject — Het operationeel maken van een netwerk van beschermde mariene gebieden die zijn of worden aangewezen krachtens nationale en internationale milieu- of visserijwetgeving, ter versterking van het productiepotentieel van de mediterrane Unievisserij, op basis van de maximum duurzame vangstniveaus en een ecosysteembenadering van het visserijbeheer 2 p.m. 361656 p.m. 400000 0,— 723310,80 200,00 11 06 77 08 Proefproject — Steun voor kleinschalige visserij 2 p.m. 586251 p.m. 600000 0,— 0,— 0 11 06 77 09 Proefproject — Ontwikkeling van innovatieve, milieuvriendelijke offshore vismethodes voor kleine vaartuigen in de ultraperifere regio's, met inbegrip van de uitwisseling van goede praktijken en visserijproeven 2 p.m. 500000 p.m. 750000 1000000,— 0,— 0 11 06 77 10 Proefproject — Beoordeling van facultatieve informatie met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten in Europa 2 p.m. 125000 250000 125000 11 06 77 11 Proefproject — Modernisering van controles in de visserij en optimalisering van monitoring van vaartuigen door middel van innovatieve Europese systemen 2 p.m. 240000 500000 250000 11 06 77 12 Proefproject — Oprichting van een Europese kustwacht 2 p.m. 375000 750000 375000 11 06 77 13 Voorbereidende actie — Gemeenschappelijk curriculum voor kapiteins van kleine commerciële vaartuigen 2 750000 375000 Artikel 11 06 77 — Subtotaal 750000 2648799 1500000 3339953 1000000,— 1377833,— 52,02 Hoofdstuk 11 06 — Totaal 922865078 590406361 895648394 437984953 1655884551,08 791362930,57 134,04 Artikel 80 van het Financieel Reglement voorziet in financiële correcties voor uitgaven die in strijd met het toepasselijk recht zijn verricht. Artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 voorziet in financiële correcties, waarvan de eventuele ontvangsten worden opgevoerd onder artikel 6 5 2 van de staat van ontvangsten. De artikelen 97, 98 en 99 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 voorzien in financiële correcties, waarvan de eventuele ontvangsten worden opgevoerd onder artikel 6 5 3 van de staat van ontvangsten. De artikelen 85, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 voorzien in financiële correcties, waarvan de eventuele ontvangsten worden opgevoerd onder artikel 6 5 4 van de staat van ontvangsten. Deze ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement en wel in specifieke gevallen wanneer deze kredieten nodig blijken om het risico af te dekken dat correcties waartoe eerder was besloten, komen te vervallen of worden verlaagd. In artikel 177 van het Financieel Reglement zijn de voorwaarden vastgesteld voor volledige of gedeeltelijke terugbetaling van uit hoofde van een interventie betaalde voorfinancieringen. Terugbetaalde bedragen van de voorfinanciering vormen interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement en worden opgevoerd onder post 6 1 5 0 of 6 1 5 7. De maatregelen inzake fraudebestrijding worden gefinancierd met middelen uit artikel 24 02 01. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 174, 175 en 177. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, leden 3 en 4, artikel 80 en artikel 177. Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). Conclusies van de vergadering van de Europese Raad van Berlijn op 24 en 25 maart 1999. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen — — — — 0,— 0,— Dit artikel dient ter dekking van de specifieke maatregel ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko. Naar aanleiding van de schipbreuk van de Prestige is een bedrag van 30000000 EUR beschikbaar gesteld voor specifieke maatregelen om de door olie uit de Prestige veroorzaakte schade te vergoeden voor de vissers, de schaal- en schelpdierensector en de aquacultuursector. Verordening (EG) nr. 2561/2001 van de Raad van 17 december 2001 ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 17). Verordening (EG) nr. 2372/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot instelling van specifieke maatregelen om de schade veroorzaakt door olie uit de Prestige te vergoeden voor de visserijsector, de schelpdierensector en de aquacultuursector in Spanje (PB L 358 van 31.12.2002, blz. 81). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 745079,84 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden met betrekking tot uit het EVF gefinancierde maatregelen op het gebied van technische bijstand als bedoeld in artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1198/2006. De maatregelen op het gebied van technische bijstand omvatten studies, evaluaties, maatregelen ten behoeve van de partners, maatregelen voor de verspreiding van informatie, de installatie, werking en interconnectie van computersystemen voor beheer, monitoring, audit, inspectie en evaluatie, de verbetering van de evaluatiemethoden en de uitwisseling van informatie over praktijken op dit gebied en de oprichting van transnationale netwerken en netwerken van de Unie van actoren inzake duurzame ontwikkeling van kustvisserijgebieden. Bij de technische bijstand gaat het om maatregelen voor de voorbereiding, het toezicht, de audit, de evaluatie, de controle en het beheer die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van het EVF. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter dekking van:
ondersteunende uitgaven (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen);
uitgaven voor informatieverstrekking en publicaties;
uitgaven voor informatietechnologie en telecommunicatie;
dienstverleningscontracten;
steun voor netwerkactiviteiten en de uitwisseling van de beste praktijken.
Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 5000000 p.m. 100000000 565576,— 416736481,82 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen voor operationele programma’s in het kader van de convergentiedoelstelling van het Europees Visserijfonds (EVF) voor de programmeringsperiode 2007-2013. Bij acties die worden gefinancierd uit hoofde van dit artikel wordt rekening gehouden met de noodzaak om een stabiel en duurzaam evenwicht in stand te houden tussen de vangstcapaciteit van de visserijvloot en de beschikbare visbestanden, en met de noodzaak om in de visserij een veiligheidscultuur te bevorderen. Dit krediet dient ook ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden met betrekking tot de financiering van acties om de selectiviteit van vistuig te verbeteren. Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 5000000 p.m. 32000000 0,— 154176391,07 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen voor EVF-maatregelen zonder convergentiedoelstellingen (vastleggingen voor de programmeringsperiode 2007-2013). Bij acties die worden gefinancierd uit hoofde van dit artikel wordt rekening gehouden met de noodzaak om in de visserij een veiligheidscultuur te bevorderen. Dit krediet dient ook ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden met betrekking tot de financiering van acties om de selectiviteit van vistuig te verbeteren. Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 497310,51 565889,81 Dit krediet dient ter dekking van betalingen in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22). Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige programmeringsperioden met betrekking tot de regeling ter compensatie van de door de ultraperifere ligging veroorzaakte extra kosten voor de afzet van bepaalde visserijproducten van de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden en de Franse departementen Guyana en Réunion. Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1). Verordening (EG) nr. 791/2007 van de Raad van 21 mei 2007 tot instelling van een regeling ter compensatie van de extra kosten voor de afzet van bepaalde visserijproducten van de ultraperifere gebieden van de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden, Frans Guyana en Réunion (PB L 176 van 6.7.2007, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Oude artikelen 11 06 03, 11 06 05, 11 06 06 en 11 06 08 Dit krediet dient voor de financiering uit het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) van betalingsverplichtingen die in de programmeringsperioden vóór 2000 zijn aangegaan en nog moeten worden afgewikkeld. Dit artikel dient ook voor de financiering van de afwikkeling van betalingsverplichtingen die het FIOV in vorige programmeringsperioden is aangegaan voor innoverende acties, maatregelen op het gebied van voorbereiding, monitoring of evaluatie, of andere soortgelijke vormen van technische bijstand waarin de betrokken verordeningen voorzien. Het dient ook voor de financiering van de oude meerjarenacties, en met name voor die welke zijn goedgekeurd en uitgevoerd in het kader van de andere bovengenoemde verordeningen, maar die niet onder de prioritaire doelstellingen van de structuurfondsen vallen. Dit artikel zal zo nodig ook worden aangewend voor de financiering van middelen die in het kader van het FIOV verschuldigd zijn voor maatregelen waarvoor de overeenkomstige vastleggingskredieten niet beschikbaar zijn en ook niet zijn vastgesteld in de programmering voor 2000-2006. Verordening (EEG) nr. 2088/85 van de Raad van 23 juli 1985 inzake de geïntegreerde mediterrane programma's (PB L 197 van 27.7.1985, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4028/86 van de Raad van 18 december 1986 inzake communautaire acties voor verbetering en aanpassing van de structuur van de visserij en de aquacultuur (PB L 376 van 31.12.1986, blz. 7). Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (PB L 389 van 31.12.1992, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2468/98 van de Raad van 3 november 1998 tot vaststelling van de criteria en de voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en de verwerking en de afzet van de producten daarvan (PB L 312 van 20.11.1998, blz. 19). Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PB L 337 van 30.12.1999, blz. 10). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor globale subsidies of geïntegreerde operationele programma's in het kader waarvan de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen uit hoofde van een communautair initiatief betreffende de herstructurering van de visserijsector (Pesca) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap voor de ultraperifere gebieden (Regis II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 44). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap betreffende de ontwikkeling van grensgebieden, grensoverschrijdende samenwerking en geselecteerde energienetten (Interreg II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 60). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 16 mei 1995 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een initiatief in het kader van het speciaal steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (Peace I-programma) (PB C 186 van 20.7.1995, blz. 3). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 26 november 1997 over het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) (Peace I-programma) (COM(97) 642 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Oude artikelen 11 06 01, 11 06 02 en 11 06 04 Dit krediet dient voor de financiering uit het FIOV van betalingsverplichtingen die in de programmeringsperiode 2000-2006 zijn aangegaan en nog moeten worden afgewikkeld. Het dient ook voor de financiering uit het FIOV van nog af te wikkelen betalingsverplichtingen die in de programmeringsperiode 2000-2006 voor het speciale programma voor vrede en verzoening zijn aangegaan, en voor de financiering van vroegere, nog af te wikkelen betalingsverplichtingen die in de programmeringsperiode 2000-2006 voor gebieden buiten doelstelling 1 zijn aangegaan. Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 54). Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 2, lid 4. Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PB L 337 van 30.12.1999, blz. 10). Conclusies van de vergadering van de Europese Raad van Berlijn op 24 en 25 maart 1999, met name punt 44, onder b). Beschikking 1999/501/EG van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006 (PB L 194 van 27.7.1999, blz. 49), met name overweging 5. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 818478098 480000000 805423852 217319000 1567021714,— 134487252,86 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de operationele programma’s van het EFMZV met het oog op de versterking van de werkgelegenheid en de economische, sociale en territoriale cohesie, de stimulering van een innovatieve, concurrerende en op kennis gebaseerde visserij en aquacultuur, de ondersteuning van de kleinschalige visserij, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke lidstaat, de bevordering van een duurzame en hulpbronefficiënte visserij en aquacultuur, alsook de stimulering van de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name artikel 5, onder a), c) en d). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 38426980 27656608 38426980 25342000 32536295,95 16922129,35 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven die voortvloeien uit het programma ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van het geïntegreerd maritiem beleid, onder meer voor:
het Europees marien observatie- en datanetwerk;
projecten, waaronder testprojecten en samenwerkingsprojecten;
de implementatie van de routekaart voor de gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur;
verkennende studies over grensoverschrijdende maritieme ruimtelijke ordening;
IT-toepassingen, zoals het Maritiem Forum en de Europese zeeatlas;
evenementen en conferenties;
ontwikkeling en follow-up van zeegebiedstrategieën;
initiatieven voor de medefinanciering, de aankoop en het onderhoud van mariene observatiesystemen en technische instrumenten voor het ontwerpen, opzetten en exploiteren van een operationeel Europees marien observatie- en datanetwerksysteem dat het, via samenwerking tussen de lidstaten en/of betrokken internationale instellingen, gemakkelijker maakt mariene gegevens en kennis te verzamelen, te verwerven, samen te voegen, te verwerken, op kwaliteit te controleren, te hergebruiken en te verspreiden;
secretariaats- of ondersteunende diensten;
Europabrede zeegebiedenstudies over groeiremmende factoren, nieuwe kansen en de gevolgen van menselijke activiteiten op het mariene milieu.
Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name artikel 5, onder b). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 9070000 6900000 8680015 14000000 8046944,— 21347261,80 Dit krediet dekt uitgaven voor:
de financiële bijdrage van de Unie die bestaat uit betalingen voor uitgaven die de lidstaten maken voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in het kader van nationale meerjarenprogramma’s die in 2013 of vroeger zijn gestart;
de financiering van studies en proefprojecten die door de Commissie, in voorkomend geval in samenwerking met de lidstaten, worden uitgevoerd en voor de uitvoering en de ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid nodig zijn, onder meer met betrekking tot alternatieve soorten duurzame visserijtechnieken;
de voorbereiding en verstrekking van wetenschappelijke standpunten en wetenschappelijk advies door wetenschappelijke instellingen, waaronder internationale adviesorganisaties die belast zijn met de beoordeling van de bestanden, door onafhankelijke deskundigen en door onderzoeksinstellingen;
de kosten die de Commissie maakt voor diensten in verband met het verzamelen, beheren en gebruiken van gegevens, in verband met de organisatie en het beheer van deskundigenvergaderingen over visserij en het beheer van jaarlijkse werkprogramma's betreffende visserijgerelateerde wetenschappelijke en technische expertise, in verband met de verwerking van dataoproepen en datareeksen, en in verband met de voorbereidingsfase die voorafgaat aan het verstrekken van wetenschappelijke standpunten en wetenschappelijk advies;
samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van gegevensverzameling, inclusief het opzetten en exploiteren van geregionaliseerde databanken voor de opslag, het beheer en het gebruik van gegevens die bevorderlijk zijn voor de regionale samenwerking, de gegevensverzameling en het gegevensbeheer en de wetenschappelijke expertise ter ondersteuning van het visserijbeheer;
met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of enig ander adviesorgaan van de Unie getroffen administratieve regelingen om het secretariaat voor het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) waar te nemen, om de preanalyse van gegevens te verrichten en om de voor de evaluatie van de toestand van de visbestanden te gebruiken gegevens voor te bereiden;
vergoedingen die aan de leden van het WTECV en/of de door het WTECV uitgenodigde externe deskundigen worden betaald en verzoek om diensten overeenkomstig Besluit 2005/629/EG (of overeenkomstig het besluit dat dat besluit opvolgt en vervangt).
Verordening (EG) nr. 1543/2000 van 29 juni 2000 van de Raad tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 176 van 15.7.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name artikel 84, onder a). Besluit 2005/629/EG van de Commissie van 26 augustus 2005 tot instelling van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (PB L 225 van 31.8.2005, blz. 18). Verordening (EG) nr. 665/2008 van de Commissie van 14 juli 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 186 van 15.7.2008, blz. 3). Verordening (EG) nr. 1078/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad, wat betreft de uitgaven van de lidstaten voor de verzameling en het beheer van de basisgegevens over de visserij (PB L 295 van 4.11.2008, blz. 24). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15510000 25000000 10510967 17105000 14877083,60 19325915,55 Dit krediet dekt de betalingen voor acties in de periode 2007-2013 in verband met uitgaven van de lidstaten voor de organisatie van monitoring- en controlesystemen in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, meer bepaald voor:
investeringen ten behoeve van de controleactiviteiten die worden ontplooid door overheidsinstanties of door de privésector, met inbegrip van de implementatie van nieuwe controletechnologieën, zoals elektronischeregistratiesystemen (ERS), volgsystemen voor vaartuigen (VMS), automatische-identificatiesystemen (AIS) verbonden met vaartuigdetectiesystemen (VDS), en de aanschaf en modernisering van controlemiddelen;
programma’s voor de opleiding en uitwisseling van ambtenaren die zijn belast met toezicht-, controle- en bewakingstaken op visserijgebied;
de uitvoering van proefprogramma’s met betrekking tot inspecties en waarnemers;
kosten-batenanalyse, evaluatie van uitgaven en audits die door de bevoegde autoriteiten zijn verricht met het oog op toezicht, controle en bewaking;
initiatieven, met inbegrip van seminars en het gebruik van media-instrumenten, om enerzijds de vissers en andere actoren zoals inspecteurs, openbare aanklagers en rechters, en anderzijds het grote publiek bewuster te maken van de noodzaak om onverantwoorde en illegale visserij te bestrijden en om de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid toe te passen;
de implementatie van traceerbaarheidssystemen en -procedures en instrumenten voor de controle van de vlootcapaciteit via de monitoring van het motorvermogen;
proefprojecten, zoals CCTV (gesloten televisiecircuit).
Dit krediet dient ook ter dekking van de controleacties onder direct beheer die onder het EFMZV vallen:
gezamenlijke aankopen en/of huur van patrouillevaartuigen, -vliegtuigen en -helikopters door verschillende lidstaten uit hetzelfde geografisch gebied, op voorwaarde dat deze ten minste 60 % van de tijd voor visserijcontroledoeleinden worden gebruikt;
beoordeling en de ontwikkeling van nieuwe controletechnologieën, alsmede processen voor de uitwisseling van gegevens;
operationele uitgaven in verband met de controle en evaluatie die de Commissie op de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid verricht, in het bijzonder de uitgaven voor verificatie-, inspectie- en auditbezoeken, uitrusting en opleiding van functionarissen van de Commissie, de organisatie van of de deelname aan vergaderingen, met inbegrip van de uitwisseling tussen lidstaten van informatie en beste praktijken, studies, IT-diensten en -leveranciers en de huur of aanschaf door de Commissie van inspectiemiddelen als bedoeld in titel X van Verordening (EG) nr. 1224/2009;
steun voor de uitvoering van transnationale projecten die zijn gericht op het tot stand brengen en het testen van interstatelijke systemen voor controle, inspectie en handhaving als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1224/2009;
internationale opleidingsprogramma's voor personeel dat verantwoordelijk is voor de monitoring, controle en bewaking van activiteiten op visserijgebied;
initiatieven, met inbegrip van seminars en het gebruik van media-instrumenten, voor het standaardiseren van de interpretatie van verordeningen en daarmee gepaard gaande controles in de Unie.
Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visserijbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59). Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen. (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name artikel 86. Verordening (EG) nr. 391/2007 van de Commissie van 11 april 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad, wat betreft de uitgaven die de lidstaten doen bij de tenuitvoerlegging van de in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid geldende toezicht- en controleregelingen (PB L 97 van 12.4.2007, blz. 30). Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 7970000 7100000 7978580 6900000 7712382,36 7777852,68 Dit krediet dient voor de financiering van vrijwillige bijdragen van de Unie aan internationale organisaties die actief zijn op het gebied van de visserij en het recht van de zee. Met name kan het dienen voor de financiering van:
voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot nieuwe overeenkomsten inzake duurzame visserij;
bijdragen en inschrijvingsgelden voor vergaderingen van internationale visserijorganisaties waarin de Unie de status van waarnemer heeft (artikel 217 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), d.i. de Internationale Walvisvangstcommissie (IWC) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO);
de ondersteuning van de follow-up en de uitvoering van sommige regionale projecten, met name door bij te dragen tot specifieke gezamenlijke internationale controle- en inspectieactiviteiten. Dit krediet dient eveneens ter dekking van toezichtprogramma's waarover moet worden onderhandeld in West-Afrika en het westelijke deel van de Stille Oceaan;
financiële bijdragen aan de voorbereidende werkzaamheden van nieuwe internationale organisaties in de visserijsector die voor de Unie belangrijk zijn;
financiële bijdragen voor door internationale visserijorganisaties ondernomen wetenschappelijke werkzaamheden die voor de Unie van bijzonder belang zijn;
financiële bijdragen voor activiteiten (werk-, informele of buitengewone vergaderingen van de overeenkomstsluitende partijen) die de belangen van de Unie in internationale organisaties dienen en de samenwerking met haar partners in die organisaties versterken. Wanneer het in dit verband in het belang van de Unie is dat vertegenwoordigers van derde landen aanwezig zijn tijdens onderhandelingen en vergaderingen in internationale fora en organisaties, worden de kosten van de deelname van deze vertegenwoordigers uit het EFMZV betaald;
subsidies voor regionale organisaties in de betrokken subregio, waarvan kuststaten deel uitmaken.
Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder d), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name artikel 88. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 7419000 5430000 5078000 4509000 6004817,10 3587349,50 Dit krediet dient om, ter intensivering van de dialoog met de visserijsector en al wie betrokken is bij het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerd maritiem beleid, het onderstaande te financieren:
subsidies voor adviesraden (ingevolge de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1380/2013 zijn de bestaande regionale adviesraden (RAR's) tot adviesraden (AR's) omgevormd en worden nieuwe AR's opgericht) voor de financiering van operationele kosten en tolk- en vertaalkosten voor vergaderingen van AR's;
de uitvoering van maatregelen op het gebied van voorlichting en documentatie in verband met het gemeenschappelijk visserijbeleid ten behoeve van de visserijsector en al wie betrokken is bij het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerd maritiem beleid.
De Commissie zal de werking van de AR's met een financiële bijdrage blijven ondersteunen. Zij zal zo nodig aan vergaderingen deelnemen en zich buigen over de aanbevelingen van de AR's, die als inbreng kunnen dienen bij de opstelling van wetgeving. Door het overleg met de belanghebbenden in de AR's zal de betrokkenheid van wie in de visserijsector werkt en van andere groepen die bij het gemeenschappelijk visserijbeleid belang hebben, toenemen, waardoor meer rekening wordt gehouden met specifieke regionale kenmerken. Voorts is een deel van het krediet gereserveerd voor voorlichtings- en communicatieactiviteiten in verband met het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerd maritiem beleid, alsmede voor communicatieactiviteiten ten behoeve van de belanghebbende partijen. Opnieuw zal het nodige worden gedaan om belanghebbenden en de gespecialiseerde media in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten informatie over het gemeenschappelijk visserijbeleid en het geïntegreerd maritiem beleid te verstrekken. Eventuele ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder d), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1), met name de artikelen 89 en 91. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/242 van de Commissie van 9 oktober 2014 tot vaststelling van nadere bepalingen over het functioneren van de adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 41 van 17.2.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4370000 4568000 4900000 4100000 4047880,— 2428728,— Dit krediet dient ter dekking van de kosten van de ontwikkeling en de verspreiding van marktonderzoeksresultaten met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten. Specifiek gaat het hierbij onder meer om:
de volledige werking van de marktwaarnemingspost;
het verzamelen, analyseren en verspreiden van economische kennis over en inzicht in de markt van de Unie voor visserij- en aquacultuurproducten in de hele bevoorradingsketen, rekening houdend met de internationale context;
het regelmatig verrichten van onderzoek naar de prijzen in de hele bevoorradingsketen van de Unie voor visserij- en aquacultuurproducten en het maken van analysen over marktontwikkelingen;
het maken van ad-hocmarktstudies en het aanreiken van een methodologie voor onderzoeken inzake prijsvorming;
het vergemakkelijken van de toegang tot beschikbare gegevens over visserij- en aquacultuurproducten die overeenkomstig de wetgeving van de Unie zijn verzameld;
het op het passende niveau beschikbaar maken van marktinformatie voor belanghebbenden.
Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3850000 4081954 4080000 4300000 4210547,56 2520765,29 Dit krediet dient ter dekking van uit het EFMZV gefinancierde maatregelen op het gebied van technische bijstand als bedoeld in artikel 92 van Verordening (EU) nr. 508/2014. De technische bijstand omvat maatregelen op het gebied van voorbereiding, monitoring, audit, evaluatie, controle en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van het EFMZV. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van:
studies, evaluaties en deskundigenverslagen;
acties om informatie te verspreiden, de totstandkoming van netwerken te ondersteunen, communicatieactiviteiten uit te voeren, te zorgen voor bewustmaking, en samenwerking en uitwisseling van ervaringen, ook met derde landen, te bevorderen;
het opzetten, doen functioneren en onderling koppelen van computersystemen voor beheer, monitoring, audit, controle en evaluatie;
acties om de evaluatiemethoden en de uitwisseling van informatie over de evaluatiepraktijk te verbeteren;
acties in verband met audits;
de oprichting van transnationale netwerken en netwerken van de Unie van actoren op het gebied van duurzame ontwikkeling van kustvisserijgebieden.
Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van een deel van het nationale totaalbedrag voor technische bijstand dat op verzoek van een lidstaat met tijdelijke begrotingsproblemen is overgeheveld naar technische bijstand op initiatief van de Commissie. Het dient in overeenstemming met artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 ter dekking van maatregelen om naar aanleiding van economische en maatschappelijke problemen in deze lidstaat structurele en administratieve hervormingen te bepalen, hieraan een rangorde te geven en deze uit te voeren. Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17021000 17021000 9070000 9070000 9364000,— 9364000,— Dit krediet dient ter dekking van de personeels-, administratieve en beleidsuitgaven van het Bureau. Het Bureau stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden teruggestort, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten.De personeelsformatie van het Bureau is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 17113000 EUR. Een bedrag van 92000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten, is toegevoegd aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 17021000 EUR. Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1). Verordening (EU) 2016/1626 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 80). Besluit 2009/988/EU van de Commissie van 18 december 2009 tot aanwijzing van het Communautair Bureau voor visserijcontrole als de instantie die wordt belast met bepaalde taken op grond van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (PB L 338 van 19.12.2009, blz. 104). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 359953 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die de vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 285000,— Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 85892 p.m. 480000 0,— 369522,20 Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die de vorige jaren zijn aangegaan in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 361656 p.m. 400000 0,— 723310,80 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 586251 p.m. 600000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 750000 1000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 125000 250000 125000 Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Er zal een lijst worden opgesteld als basis voor een analyse van de gebruikte systemen voor de certificering van facultatieve informatie met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten. Op basis van de resultaten van die analyse wordt bepaald of een extern orgaan opgericht moet worden om toezicht te houden op de certificering van dergelijke informatie. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 240000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Om de monitoring en controle in de visserij te verbeteren omvat dit proefproject operationele tests van een innovatieve oplossing ontwikkeld binnen het zevende kaderprogramma voor onderzoek waarin een aantal gegevensbronnen worden gecombineerd (AIS, radar, weersvoorspellingen, regelgeving, databanken, enz.) in een systeem voor slimme monitoring om in realtime vaartuigen te kunnen volgen die worden verdacht van illegale activiteiten. Dit systeem, dat kan worden gedemonstreerd in partnerschap met het Europees Bureau voor visserijcontrole en met gebruikmaking van VMS-gegevens, zou veel efficiënter en minder foutgevoelig zijn en zou daarom van zeer veel nut zijn voor de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) en in het bijzonder voor het beheer van plannen voor gezamenlijke stationering (PGS). Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 375000 750000 375000 Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen die vorige jaren zijn aangegaan in het kader van het proefproject. Dit proefproject dient ter versterking van de coördinatie tussen nationale kustwachtdiensten of entiteiten die taken op het gebied van kustwacht uitvoeren, de Commissie en Unie-agentschappen als Frontex, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, om synergieën te verwezenlijken tussen hun respectieve activiteiten in een maritieme omgeving. Betere coördinatie en samenwerking moet de informatie-uitwisseling tussen actoren verbeteren, om sneller handelen op zee mogelijk te maken op al hun activiteitenterreinen. Het proefproject dient voor het testen in de praktijk van operationele acties, gezamenlijk met agentschappen en verschillende nationale autoriteiten, om het delen van capaciteit, bevindingen en expertise te bevorderen (samenvoegen van capaciteit, delen van middelen en gezamenlijke planning). Het proefproject bouwt voort op het bestaande wetgevingskader, in het bijzonder de maritieme veiligheidsstrategie van de Europese Unie, de Europese veiligheidsagenda en de Europese agenda voor migratie, alsmede de wetgeving inzake maritiem vervoer wat betreft de bescherming van milieu en veiligheid. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 Deze voorbereidende actie beoogt de algemene conclusies van het TRECVET — Kerncurriculum voor kapiteins van kleine commerciële vaartuigen (TCC-SCV)-project uit te breiden door in alle lidstaten een gemeenschappelijk curriculum in te voeren. Aan het oorspronkelijke project, dat op 16 juni 2016 is afgerond, namen slechts negen lidstaten deel. Met deze voorbereidende actie wordt het tot andere belangstellende lidstaten uitgebreid. Momenteel worden de beroepskwalificaties van de afzonderlijke lidstaten in de sector kleine commerciële vaartuigen niet wederzijds erkend door de lidstaten. Dit maakt kapiteins minder flexibel en mobiel, aangezien ze alleen in het land kunnen werken waar ze hun kwalificatie hebben behaald. De doelgroep bestaat uit: kapiteins van charterschepen, zeevaartpersoneel dat beroepsmatig met schepen in of tussen havens vaart, opleveringskapiteins en kapiteins van duikschepen die hun cliënten van en naar duikspots varen. De invoering van een kerncurriculum voor kapiteins van kleine commerciële vaartuigen en de toepassing ervan op Unieniveau is het doel van deze actie, in het kader van de richtlijn betreffende wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. Deze voorbereidende actie is complementair en in overeenstemming met de nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa, in een van de zes proefsectoren in 2017 met betrekking tot de maritieme sector. De wederzijdse erkenning op Unieniveau zal een direct en indirect effect op de nationale economieën hebben. Ten eerste zullen de lidstaten die hiervoor nog geen specifiek curriculum hebben, nieuwe kwalificaties voor kapiteins van kleine commerciële vaartuigen kunnen opstellen en toepassen. Ten tweede kunnen de lidstaten die al een curriculum hebben, dat aanpassen en omwerken. Bovendien zal dit nieuwe mensen aantrekken en nieuwe banen en werkgelegenheidskansen creëren, aangezien een aantal beperkingen op mobiliteit zal wegvallen. De sector watertoerisme zal nieuwe kansen scheppen, ook in kust- en eilandregio's. Naast het directe effect op de sector kleine commerciële vaartuigen zal dit ook een ruimere impact hebben, aangezien deze sector een toegang vormt tot de sector superjachten en tot koopvaardijschepen die behoefte hebben aan gekwalificeerd personeel. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 12 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN FINANCIËLE STABILITEIT, FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTENUNIE 42467485 42467485 39171904 39171904 39281839,72 39281839,72 12 02 FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTEN 43445802 45957802 45814400 46490400 50479595,24 49077273,50 Reserves (40 02 41) 4856000 3267000 48301802 49224802 45814400 46490400 50479595,24 49077273,50 Titel 12 — Totaal 85913287 88425287 84986304 85662304 89761434,96 88359113,22 Reserves (40 02 41) 4856000 3267000 90769287 91692287 84986304 85662304 89761434,96 88359113,22 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN FINANCIËLE STABILITEIT, FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTENUNIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 12 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN FINANCIËLE STABILITEIT, FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTENUNIE 12 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie 5,2 34431236 31444725 31527540,86 91,57 12 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie 12 01 02 01 Extern personeel 5,2 3501192 3422768 3224837,— 92,11 12 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2385054 2297574 2364751,48 99,15 Artikel 12 01 02 — Subtotaal 5886246 5720342 5589588,48 94,96 12 01 03 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie 5,2 2150003 2006837 2164710,38 100,68 Hoofdstuk 12 01 — Totaal 42467485 39171904 39281839,72 92,50 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 34431236 31444725 31527540,86 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3501192 3422768 3224837,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2385054 2297574 2364751,48 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2150003 2006837 2164710,38 FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 12 02FINANCIËLE DIENSTEN EN KAPITAALMARKTEN 12 02 01 Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt voor financiële diensten 1,1 3700000 5094000 3306000 3500000 4031206,24 3287571,51 64,54 12 02 03 Standaarden voor financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen 1,1 4925000 5718000 8118000 8600000 7959000,— 7393649,— 129,30 Reserves (40 02 41) 3356000 2517000 8281000 8235000 8118000 8600000 7959000,— 7393649,— 12 02 04 Europese Bankautoriteit (EBA) 1,1 14390504 14390504 14565400 14565400 15533318,— 15533318,— 107,94 12 02 05 Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) 1,1 8736301 8736301 8122000 8122000 8206206,— 8206206,— 93,93 12 02 06 Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) 1,1 10843997 10843997 10203000 10203000 12078557,— 12078557,— 111,38 12 02 07 Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) 1,1 — — p.m. p.m. 998427,— 998427,— 12 02 08 Verbetering van de betrokkenheid van consumenten en andere eindgebruikers bij het beleid van de Unie op het gebied van financiële diensten 1,1 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 1500000 750000 1500000 750000 12 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 12 02 77 02 Proefproject — Capaciteitsopbouw van eindgebruikers en van andere belanghebbenden van buiten de sector in verband met de beleidsvorming van de Unie op het gebied van financiële diensten 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 12 02 77 05 Voorbereidende actie — Capaciteitsopbouw van eindgebruikers en van andere belanghebbenden van buiten de sector in verband met de beleidsvorming van de Unie op het gebied van financiële diensten 1,1 p.m. 750000 1500000 1500000 1672881,— 1579544,99 210,61 12 02 77 06 Proefproject — Horizontale taskforce Distributed Ledger Technology 1,1 850000 425000 Artikel 12 02 77 — Subtotaal 850000 1175000 1500000 1500000 1672881,— 1579544,99 134,43 Hoofdstuk 12 02 — Totaal 43445802 45957802 45814400 46490400 50479595,24 49077273,50 106,79 Reserves (40 02 41) 4856000 3267000 48301802 49224802 45814400 46490400 50479595,24 49077273,50 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3700000 5094000 3306000 3500000 4031206,24 3287571,51 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met maatregelen die moeten bijdragen tot de voltooiing, de werking en de ontwikkeling van de interne markt op het gebied van financiële diensten, financiële stabiliteit en de kapitaalmarktenunie, en maatregelen die met name bijdragen tot:
een grotere betrokkenheid van burgers en bedrijven, met inbegrip van de ontwikkeling en versterking van de dialoog met de burgers en het bedrijfsleven; via maatregelen bedoeld om de interne markt doeltreffender te doen werken, en burgers en bedrijven in de gelegenheid te stellen toegang te krijgen tot, en ten volle te profiteren van alle rechten en mogelijkheden die de openstelling en de verdieping van de interne markt zonder grenzen bieden; en via maatregelen om te monitoren en te beoordelen hoe burgers en bedrijven in de praktijk gebruik maken van hun rechten en mogelijkheden, teneinde eventuele belemmeringen die hun dat beletten te identificeren en gemakkelijk te verwijderen;
een algemeen onderzoek naar de noodzakelijkheid van de herziening van de verordeningen en analyse van de doeltreffendheid van de maatregelen die worden genomen met het oog op een goede werking van de interne markt voor financiële diensten, en de evaluatie van de algemene impact van de interne markt op het bedrijfsleven en de economie, met inbegrip van de aanschaf van gegevens en toegang van diensten van de Commissie tot externe databanken; doelgerichte acties ter verbetering van het begrip van de werking van de interne markt en voor de beloning van actieve deelname aan de bevordering ervan;
de waarborging van de voltooiing en het beheer van de interne markt, in het bijzonder op het gebied van pensioenen, het vrije verkeer van kapitaal en financiële diensten en toezicht op de uitvoering van de verordening door de lidstaten;
de uitbreiding van de strategie voor de verdere ontwikkeling van statistieken van de financiële dienstensector en statistische ontwikkelingsprojecten, in samenwerking met Eurostat en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO);
de versterking en ontwikkeling van financiële en kapitaalmarkten en van financiële diensten voor bedrijven en particulieren; de aanpassing van het marktkader, in het bijzonder met betrekking tot het toezicht op en de regulering van de activiteiten van economische actoren en van transacties, teneinde rekening te houden met de veranderingen op EU-niveau en wereldwijd, de euro en nieuwe financiële instrumenten, door de presentatie van nieuwe initiatieven gericht op de consolidatie en een analyse van het cumulatieve effect van regelgeving;
verbetering van betalingssystemen en financiële diensten voor consumenten in de interne markt; verlaging van de kosten, alsmede verkorting van de uitvoeringstermijn van dergelijke transacties, rekening gehouden met de internemarktdimensie; ontwikkeling en versterking van de externe aspecten van de richtlijnen die van toepassing zijn op het gebied van financiële instellingen, wederzijdse erkenning van de financiële instrumenten met derde landen, internationale onderhandelingen en bijstand aan derde landen bij de totstandbrenging van een markteconomie;
uitvoering van de talrijke maatregelen die zijn aangekondigd in het Europees actieplan inzake vennootschapsrecht en ondernemingsbestuur, dat aanleiding kan geven tot studies over verschillende gerichte onderwerpen met het oog op de opstelling van de nodige wetgevingsvoorstellen;
actieve participatie in vergaderingen die door internationale verenigingen zoals International Association of Insurance Supervisors (IAIS/AICA) en de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders (IOSCO) worden gehouden; ook kosten in verband met het lidmaatschap van de Commissie zijn hieronder begrepen;
uitvoering van evaluaties en effectbeoordelingen met betrekking tot de verschillende aspecten van het onder dit hoofdstuk vallende beleid met het oog op de invoering of herziening van maatregelen op dit beleidsgebied;
het opzetten en onderhouden van informatiesystemen die rechtstreeks in verband staan met de invoering van en het toezicht op beleidsmaatregelen in het kader van de interne markt voor financiële diensten;
ondersteuning van activiteiten die de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie dichterbij brengen door de bevordering van de convergentie van toezichtpraktijken en de samenwerking tussen toezichthouders, en ondersteuning van activiteiten op het gebied van de financiële rapportage, zowel in als buiten de Unie.
Dit krediet dient tevens ter dekking van uitgaven voor raadplegingen, studies, enquêtes, evaluaties, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingsactiviteiten, bewustmakings- en opleidingsmateriaal, en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen of maatregelen die onder dit artikel vallen, alsmede alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de lidstaten van de EVA ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij. Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 12 02 03 4925000 5718000 8118000 8600000 7959000,— 7393649,— Reserves (40 02 41) 3356000 2517000 Totaal 8281000 8235000 8118000 8600000 7959000,— 7393649,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met het programma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen. De algemene doelstelling van dit programma is de voorwaarden te verbeteren voor het functioneren van de interne markt door de verrichtingen, de activiteiten of de acties van bepaalde organen op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen te ondersteunen. Uniale financiering is essentieel om efficiënt en daadwerkelijk toezicht op de interne markt inzake financiële diensten, in het bijzonder gezien de recente financiële crisis te waarborgen. Onder het programma vallen activiteiten waarbij standaarden worden opgesteld of een bijdrage wordt geleverd aan de opstelling ervan, standaarden worden toegepast, beoordeeld of bewaakt of wordt toegezien op procedures voor de vaststelling van standaarden ter ondersteuning van de uitvoering van het beleid van de Unie inzake financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen. Het is de voortzetting van het Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen als vastgesteld bij Besluit nr. 716/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 (PB L 253 van 25.9.2009, blz. 8). Verordening (EU) nr. 258/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van een Unieprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen voor de periode 2014-2020 en houdende intrekking van Besluit nr. 716/2009/EG (PB L 105 van 8.4.2014, blz. 1), met name artikel 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14390504 14390504 14565400 14565400 15533318,— 15533318,— Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 114, alsmede Verordening (EU) nr. 1093/2010, maakt de Europese Toezichthoudende Autoriteit deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFT). Het ESFT heeft als hoofdtaak erop toe te zien dat de regels die gelden voor de financiële sector op de juiste wijze worden geïmplementeerd om de financiële stabiliteit te behouden en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, alsmede voor een afdoende bescherming van de consumenten van financiële diensten. Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van de Europese Bankautoriteit (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma (titel 3). De Europese Bankautoriteit moet de het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog de bijdragen van de lidstaten van de EVA ingevolge de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij. Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42) worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van de Europese Bankautoriteit is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 14543000 EUR. Een bedrag van 152496 EUR, dat overeenstemt met de terugvordering van overschotten voortvloeiend uit de Uniebijdrage in 2015, wordt toegevoegd aan het bedrag van 14390504 EUR, dat in de begroting is opgenomen. Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 8736301 8736301 8122000 8122000 8206206,— 8206206,— Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 114, alsmede Verordening (EU) nr. 1094/2010, maakt de Europese Toezichthoudende Autoriteit deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFT). Het ESFT heeft als hoofdtaak erop toe te zien dat de regels die gelden voor de financiële sector op de juiste wijze worden geïmplementeerd om de financiële stabiliteit te behouden en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, alsmede voor een afdoende bescherming van de consumenten van financiële diensten. Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma (titel 3). De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overschrijving tussen administratieve en beleidskredieten. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 8946404 EUR. Een bedrag van 210103 EUR, dat overeenstemt met de terugvordering van overschotten voortvloeiend uit de Uniebijdrage in 2015, wordt toegevoegd aan het in de begroting opgenomen bedrag van 8736301 EUR. Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10843997 10843997 10203000 10203000 12078557,— 12078557,— Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 114, alsmede Verordening (EU) nr. 1095/2010, maakt de Europese Toezichthoudende Autoriteit deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFT). Het ESFT heeft als hoofdtaak erop toe te zien dat de regels die gelden voor de financiële sector op de juiste wijze worden geïmplementeerd om de financiële stabiliteit te behouden en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, alsmede voor een afdoende bescherming van de consumenten van financiële diensten. Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma (titel 3). De Europese Autoriteit voor effecten en markten moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overschrijving tussen administratieve en beleidskredieten. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol nr. 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van de Europese Autoriteit voor effecten en markten is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 11019549 EUR. Een bedrag van 175552 EUR, dat overeenstemt met de terugvordering van overschotten voortvloeiend uit de Uniebijdrage in 2015, wordt toegevoegd aan het in de begroting opgenomen bedrag van 10843997 EUR. Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen — — p.m. p.m. 998427,— 998427,— De Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (de Raad) is opgericht bij Verordening (EU) nr. 806/2014. De Raad zal gespecificeerde taken uitvoeren betreffende de voorbereiding van de afwikkeling van banken en de feitelijke afwikkeling ervan indien zij failliet gaan of waarschijnlijk failliet gaan. Dit artikel diende ter financiering van de administratieve uitgaven van de Raad tijdens de eerste werkingsmaanden in 2015, die voornamelijk bestaan uit aanwervings- en personeelsuitgaven, kosten van gebouwen en informatietechnologie en de eerste beleidsuitgaven. Deze financiering uit de Uniebegroting zal worden terugbetaald zodra de eerste jaarlijkse bijdragen die door de banken verschuldigd zijn om de administratieve uitgaven van de Raad te dekken door de Raad zijn geïnd, waarna verwacht wordt dat de Raad zichzelf volledig uit eigen ontvangsten zal financieren. Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 12 02 08 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 1500000 750000 Totaal 1500000 750000 Nieuw artikel Dit krediet dient ter dekking en ondersteuning van specifieke activiteiten met het oog op een grotere betrokkenheid van consumenten en andere eindgebruikers bij de beleidsvorming van de Unie op het gebied van financiële diensten in het kader van een specifiek programma. Het programma zal voorzien in de mogelijkheid om medefinanciering te verlenen aan de activiteiten van twee non-profitorganisaties, Finance Watch en Better Finance, gericht op het vergroten van de betrokkenheid van consumenten en andere eindgebruikers bij de beleidsvorming van de Unie op het gebied van financiële diensten en op voorlichting over wat speelt op het gebied van regulering van de financiële sector. Het programma zal onderzoeksactiviteiten, bewustmakings- en communicatieactiviteiten, activiteiten ter versterking van de interactie tussen de leden van elke organisatie en belangenbehartiging ter versterking van de posities van deze leden dekken. EU-financiering is essentieel om te waarborgen dat de tot dusver met het proefproject en de voorbereidende actie bereikte beleidsdoelstellingen tijdens de periode 2017-2020 bewaard blijven. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad, ingediend door de Commissie op 15 juni 2016, tot vaststelling van een programma van de Unie ter ondersteuning van specifieke activiteiten om consumenten en andere eindgebruikers van financiële diensten meer te betrekken bij de beleidsvorming van de Unie op het gebied van financiële diensten voor de periode 2017-2020 (COM(2016) 388). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 750000 1500000 1500000 1672881,— 1579544,99 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 850000 425000 Dit proefproject dient voor de opzet van een taskforce bestaande uit regelgevings- en technische deskundigen, met het oog op de opbouw van technische expertise en regelgevingscapaciteit en de uitwerking van praktijkvoorbeelden, met name voor overheidstoepassingen, op het gebied van gedistribueerd grootboek-technologie (distributed ledger technology — DLT), zoals voorgesteld in de resolutie van het Europees Parlement over virtuele valuta (T8-0228/2016). DLT ondersteunt verschillende virtuele valuta, waaronder bitcoin, en kan een ingrijpende invloed hebben op de wijze waarop transacties plaatsvinden in de financiële sector en daarbuiten. Momenteel wordt de technologie nog niet veel gebruikt en kent het weinig toepassingen. Dit kan echter snel veranderen. Aangejaagd door omvangrijke investeringen en netwerkeffecten kunnen bepaalde toepassingen zich snel uitbreiden en systemisch worden. Een taskforce die zich speciaal bezighoudt met het houden van horizontaal toezicht op DLT en toepassingen daarvan kan zorgen voor de nodige expertise om risico's op de juiste wijze tegen te gaan zonder innovatie te belemmeren door voorbarige regelgeving. De taskforce zal zich richten op het formuleren van normen voor beste praktijken en de ontwikkeling van stresstests voor toepassingen die op het punt staan systemisch te worden, alsmede op de ontwikkeling van praktijkvoorbeelden voor toepassing van de technologie. Een horizontale benadering zal bijdragen aan het vaststellen van kansen en risico's in verband met de technologie en zal zorgen voor synergieën met de workflow. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN REGIONAAL BELEID EN STADSONTWIKKELING 89356102 89356102 89264976 89264976 91066163,91 91066163,91 Reserves (40 01 40) 1125000 1125000 90481102 90481102 89264976 89264976 91066163,91 91066163,91 13 03 EUROPEES FONDS VOOR REGIONALE ONTWIKKELING EN ANDERE REGIONALE ACTIES 29218751321 20321105381 27001568669 23945491090 39268832267,48 28294395700,31 13 04 COHESIEFONDS (CF) 9080135577 6004299508 8764484012 6636678932 11000005999,54 12097661509,95 13 05 INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — REGIONALE ONTWIKKELING EN REGIONALE EN TERRITORIALE SAMENWERKING 115060568 264279412 50101004 529881989 32997804,— 390015100,54 13 06 SOLIDARITEITSFONDS 50000000 50000000 81475125 81475125 209505583,— 209505583,— 13 07 STEUNVERORDENING 34836240 39031865 33212000 23782000 32353047,96 17770887,84 13 08 STEUNPROGRAMMA VOOR STRUCTURELE HERVORMINGEN (SRSP) – OPERATIONELE TECHNISCHE BIJSTAND p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 22500000 11250000 22500000 11250000 Titel 13 — Totaal 38588139808 26768072268 36020105786 31306574112 50634760865,89 41100414945,55 Reserves (40 01 40, 40 02 41) 23625000 12375000 38611764808 26780447268 36020105786 31306574112 50634760865,89 41100414945,55 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN REGIONAAL BELEID EN STADSONTWIKKELING De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 13 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN REGIONAAL BELEID EN STADSONTWIKKELING 13 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Regionaal beleid en stadsontwikkeling 5,2 63257387 62781393 63729900,96 100,75 13 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Regionaal beleid en stadsontwikkeling 13 01 02 01 Extern personeel 5,2 2141597 2350612 2604079,— 121,60 13 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2555212 2752720 3038671,75 118,92 Artikel 13 01 02 — Subtotaal 4696809 5103332 5642750,75 120,14 13 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Regionaal beleid en stadsontwikkeling 5,2 3950004 4006776 4375335,70 110,77 13 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Regionaal beleid en stadsontwikkeling 13 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) 1,2 11300000 11300000 11271378,32 99,75 13 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) — Regionale ontwikkeling 4 1951902 1873475 1856288,94 95,10 13 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor het Cohesiefonds 1,2 4200000 4200000 4190509,24 99,77 13 01 04 04 Uitgaven voor ondersteuning van het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) 1,2 p.m. Reserves (40 01 40) 1125000 1125000 Artikel 13 01 04 — Subtotaal 17451902 17373475 17318176,50 99,23 Reserves (40 01 40) 1125000 18576902 17373475 17318176,50 Hoofdstuk 13 01 — Totaal 89356102 89264976 91066163,91 101,91 Reserves (40 01 40) 1125000 90481102 89264976 91066163,91 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 63257387 62781393 63729900,96 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2141597 2350612 2604079,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2555212 2752720 3038671,75 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3950004 4006776 4375335,70 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 11300000 11300000 11271378,32 Dit krediet dient ter dekking van uit het EFRO gefinancierde technische bijstand zoals bedoeld in de artikelen 58 en 118 van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Technische bijstand kan dienen ter financiering van maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en controle die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van die verordening. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter dekking van:
uitgaven voor ondersteuning (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen, vertalingen, informatiesystemen);
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot 3060000 EUR, met inbegrip van dienstreizen van/voor het externe personeel dat uit dit krediet wordt gefinancierd.
Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1951902 1873475 1856288,94 Dit krediet dient ter dekking van maatregelen voor technische bijstand voor het instrument voor pretoetredingssteun, de geleidelijke afschaffing van de pretoetredingssteun en de steun aan de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap, met name:
uitgaven in verband met de voorbereiding, beoordeling, goedkeuring, follow-up, controles, audits en evaluaties van meerjarenprogramma's en/of individuele operaties en projecten in het kader van de afdeling regionale ontwikkeling van het IPA. Deze acties kunnen het volgende omvatten: contracten voor technische bijstand, studies, deskundige bijstand op korte termijn, vergaderingen, uitwisseling van ervaringen, netwerkactiviteiten, voorlichting en publiciteit, bewustmakingsactiviteiten (inclusief de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie), opleidingsactiviteiten, publicaties die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma, en eventuele andere door de centrale diensten van de Commissie of door de delegaties van de Commissie in de begunstigde landen genomen ondersteunende maatregelen;
uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
de installatie, werking en interconnectie van computersystemen voor beheer, toezicht en evaluatie;
verbetering van de evaluatiemethoden en uitwisseling van informatie over de praktijken op dit gebied;
onderzoek naar relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel en in het Eupso te Nicosia (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot 1873475 EUR, met inbegrip van dienstreizen van/voor het externe personeel dat uit dit krediet wordt gefinancierd.
Dit krediet is ook bedoeld voor steun voor administratief leren en samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en sociale partners. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Dit krediet dekt de administratieve uitgaven uit hoofde van de hoofdstukken 13 05 en 13 07. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4200000 4200000 4190509,24 Dit krediet dient ter dekking van maatregelen voor technische bijstand in het Cohesiefonds zoals bedoeld in de artikelen 58 en 118 van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Technische bijstand kan dienen ter financiering van maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en controle die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van die verordening. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter financiering van:
uitgaven voor ondersteuning (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen, vertalingen, informatiesystemen);
uitgaven voor extern personeel in de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) tot 1340000 EUR, met inbegrip van dienstreizen van/voor het externe personeel dat uit dit krediet wordt gefinancierd.
Verordening (EU) nr. 1300/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 281). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 13 01 04 04 p.m. Reserves (40 01 40) 1125000 Totaal 1125000 Nieuwe post Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van het SRSP en de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan, met name studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, waaronder bedrijfscommunicatie over de politieke prioriteiten van de Unie voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van de desbetreffende verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken die gericht zijn op informatieverwerking en -uitwisseling, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie voor het beheer van het SRSP doet. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 26 november 2015, tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017-2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013 (COM(2015) 701 final). EUROPEES FONDS VOOR REGIONALE ONTWIKKELING EN ANDERE REGIONALE ACTIES Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 03EUROPEES FONDS VOOR REGIONALE ONTWIKKELING EN ANDERE REGIONALE ACTIES 13 03 01 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Doelstelling 1 (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 52046585,43 13 03 02 Voltooiing van het speciale programma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en het grensgebied in Ierland (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 03 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Doelstelling 1 (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 317962138,11 317962138,11 13 03 04 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling(EFRO) — Doelstelling 2 (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2986950,18 13 03 05 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Doelstelling 2 (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 27884692,27 27884692,27 13 03 06 Voltooiing van Urban (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 07 Voltooiing van vroegere programma's — Communautaire initiatieven (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 08 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Technische bijstand en innovatieve acties (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 09 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Technische bijstand en innovatieve acties (van vóór 2000) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 12 Bijdrage van de Unie aan het Internationaal Fonds voor Ierland 1,1 p.m. p.m. p.m. 3000000 0,— 0,— 13 03 13 Voltooiing van het communautair initiatief Interreg III (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 14 Voltooiing van de bijstand voor aan de kandidaat-lidstaten grenzende regio's — Voltooiing van vroegere programma's (2000-2006) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 16 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Convergentie 1,2 p.m. 1367611177 p.m. 10558610000 0,— 18918200772,61 1383,30 13 03 17 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Peace 1,2 p.m. p.m. p.m. 20000000 0,— 31896228,18 13 03 18 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid 1,2 p.m. 129851990 p.m. 1205998509 0,— 3637471602,16 2801,24 13 03 19 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking 1,2 p.m. 68093650 p.m. 277208000 0,— 1005683810,13 1476,91 13 03 20 Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Operationele technische bijstand 1,2 p.m. 1610747 p.m. 4770484 0,— 3464993,91 215,12 13 03 31 Voltooiing van de technische bijstand en verspreiding van informatie over de strategie van de Europese Unie voor de Oostzeeregio en een betere kennis inzake de strategie voor macroregio’s (2007-2013) 1,2 p.m. 154965 p.m. 558015 0,— 0,— 0 13 03 40 Voltooiing van de risicodelingsinstrumenten gefinancierd uit de voor convergentie bestemde middelen van het EFRO (2007-2013) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 41 Voltooiing van de risicodelingsinstrumenten gefinancierd uit de voor regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid bestemde middelen van het EFRO (2007-2013) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 60 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Minder ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 18775111553 12457677000 17862662517 8398650000 26139817601,— 2449043954,26 19,66 13 03 61 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Overgangsregio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 3719489334 2204431000 3396891363 1224036800 4874648304,— 589418832,45 26,74 13 03 62 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 4622273189 3043052000 4426018219 1750605336 6468973349,— 953317193,95 31,33 13 03 63 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Extra toewijzingen voor ultraperifere gebieden en dun bevolkte regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 222029433 139873000 217673091 98017000 278520741,— 25428483,62 18,18 13 03 64Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking 13 03 64 01 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking 1,2 1731601443 783299000 958188214 284930000 1037565751,— 164941341,97 21,06 13 03 64 02 Deelname van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten aan EFRO ETS — Bijdrage uit rubriek 4 (IPA II) 4 9396205 1312500 5171292 1500000 6101230,— 1000000,— 76,19 13 03 64 03 Deelname van Europese nabuurschapslanden aan EFRO ETS — Bijdrage uit rubriek 4 (ENI) 4 1459650 231000 1414450 264000 1380115,— 88000,— 38,10 Artikel 13 03 64 — Subtotaal 1742457298 784842500 964773956 286694000 1045047096,— 166029341,97 21,15 13 03 65Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Operationele technische bijstand 13 03 65 01 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Operationele technische bijstand 1,2 74000000 69400000 74000000 57415941 61249401,10 26102277,59 37,61 13 03 65 02 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Op verzoek van een lidstaat door de Commissie beheerde operationele technische bijstand 1,2 p.m. 1028043 p.m. p.m. 200000,— 0,— 0 Artikel 13 03 65 — Subtotaal 74000000 70428043 74000000 57415941 61449401,10 26102277,59 37,06 13 03 66 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Innovatieve acties op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling 1,2 53090514 42472411 52049523 48649262 51028945,— 80845857,60 190,35 13 03 67 Technische bijstand en verspreiding van informatie over de strategie van de Europese Unie voor de Oostzeeregio en een betere kennis inzake de strategie voor macroregio’s (2014-2020) 1,2 p.m. p.m. p.m. 1420620 0,— 1621164,58 13 03 68 Technische bijstand en verspreiding van informatie over de strategie van de Europese Unie voor de Donauregio en een betere kennis inzake de strategie voor macroregio’s (2014-2020) 1,2 p.m. 500000 p.m. 750000 0,— 1250000,— 250,00 13 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 13 03 77 01 Proefproject — Pan-Europese coördinatie van integratiemethoden voor de Roma 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 77 03 Voorbereidende actie — Bevordering van een gunstiger omgeving voor microkrediet in Europa 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 77 06 Voorbereidende actie — Betere regionale en lokale samenwerking door het bevorderen van het regionaal beleid van de Unie op wereldschaal 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 457733,44 13 03 77 07 Voorbereidende actie — Vaststelling bestuursmodel voor de Donauregio in de Europese Unie (betere en doeltreffende coördinatie) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 224200,— 13 03 77 08 Proefproject — Naar een gemeenschappelijke regionale identiteit, verzoening van naties en economische en sociale samenwerking, waaronder een Platform voor pan-Europese deskundigheid en excellentie in de macroregio van de Donau 1,2 p.m. 322551 p.m. 315452 0,— 185448,58 57,49 13 03 77 09 Voorbereidende actie inzake een Atlantisch forum voor de Atlantische strategie van de Europese Unie 1,2 p.m. p.m. p.m. 334000 0,— 334000,— 13 03 77 10 Voorbereidende actie — Begeleiding van Mayotte of eventuele andere gebieden bij het proces van verkrijging van de status van ultraperifere regio 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 374652,56 13 03 77 12 Voorbereidende actie — Naar een gemeenschappelijke regionale identiteit, verzoening van naties en economische en sociale samenwerking, waaronder een platform voor pan-Europese deskundigheid en excellentie in de macroregio van de Donau 1,2 p.m. 1234347 p.m. 1857671 2000000,— 1277562,38 103,50 13 03 77 13 Proefproject — Cohesiebeleid en synergieën met de fondsen voor onderzoek en ontwikkeling: de trap naar topkwaliteit 1,2 p.m. 600000 p.m. 2100000 1500000,— 0,— 0 13 03 77 14 Voorbereidende actie — Een regionale strategie voor de Noordzeeregio 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 56442,27 13 03 77 15 Voorbereidende actie — Wereldsteden: samenwerking tussen de EU en derde landen op het gebied van stedelijke ontwikkeling 1,2 p.m. 750000 1500000 1500000 0,— 830782,08 110,77 13 03 77 16 Voorbereidende actie — Het feitelijke en gewenste economisch potentieel in regio's buiten de Atheense hoofdstedelijke regio 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 03 77 17 Voorbereidende actie — Samenwerking EU-CELAC inzake territoriale samenhang 1,2 2000000 1700000 2000000 1000000 13 03 77 18 Voorbereidende actie — Cohesiebeleid en synergieën met de fondsen voor onderzoek en ontwikkeling: De trap naar topkwaliteit — de weg vooruit 1,2 1500000 1000000 1000000 500000 13 03 77 19 Voorbereidende actie — Ondersteuning van groei en bestuur in achterstandsregio's 1,2 1000000 1000000 1000000 500000 13 03 77 20 Voorbereidende actie — Economisch concurrentievoordeel en mogelijkheden voor slimme specialisatie op regionaal niveau in Roemenië 1,2 p.m. 1000000 2000000 1000000 13 03 77 21 Proefproject —Europese strategie voor de Adriatische en Ionische regio (Eusair): ontwikkeling en voorbereiding van initiatieven en projecten met echte meerwaarde voor de regio als geheel 1,2 1300000 650000 13 03 77 22 Voorbereidende actie — macroregionale strategie 2014-2020: een EU-strategie voor het Alpengebied 1,2 2000000 1000000 13 03 77 23 Voorbereidende actie — Stedelijke agenda voor de EU 1,2 2500000 1250000 Artikel 13 03 77 — Subtotaal 10300000 10506898 7500000 9107123 3500000,— 3740821,31 35,60 Hoofdstuk 13 03 — Totaal 29218751321 20321105381 27001568669 23945491090 39268832267,48 28294395700,31 139,24 Artikel 175 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat de doelstellingen inzake economische, sociale en territoriale samenhang van artikel 174 worden ondersteund door haar optreden via de structuurfondsen, waartoe het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) behoort. Overeenkomstig artikel 176 is het EFRO bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. De taken, de prioritaire doelstellingen en de organisatie van de structuurfondsen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 177. Artikel 80 van het Financieel Reglement voorziet in financiële correcties in geval van uitgaven die in strijd zijn met het toepasselijk recht. Artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1260/1999, de artikelen 100 en 102 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 en de artikelen 85, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 betreffen criteria voor financiële correcties door de Commissie en voorzien in specifieke regels voor financiële correcties met betrekking tot het EFRO. Inkomsten uit de financiële correcties die op die basis worden uitgevoerd, worden geboekt op het artikel 6 5 1, 6 5 2, 6 5 3 of 6 5 4 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement. Artikel 177 van het Financieel Reglement stelt de voorwaarden vast voor de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van uit hoofde van een interventie betaalde voorfinancieringen. Artikel 82 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 voorziet in specifieke regels voor de terugbetaling van voorfinanciering die van toepassing zijn op het EFRO. Terugbetaalde voorfinancieringen vormen interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement en moeten worden geboekt op post 6 1 5 0 of 6 1 5 7. De maatregelen inzake fraudebestrijding worden gefinancierd met middelen uit artikel 24 02 01. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 174, 175, 176 en 177. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1), met name artikel 39. Verordening (EG) nr. 1783/1999 van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name de artikelen 82, 83, 100 en 102. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, leden 3 en 4, en de artikelen 80 en 177. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Conclusies van de Europese Raad van Berlijn van 24 en 25 maart 1999. Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 december 2005. Conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 52046585,43 Dit krediet dient ter dekking van de voor de programmeringsperiode 2000-2006 nog betaalbaar te stellen verplichtingen in het kader van doelstelling 1 van het EFRO. Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de voor de periode 2000-2006 nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor het speciale programma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en het grensgebied in Ierland. Het speciale programma voor vrede en verzoening werd voortgezet overeenkomstig de hierna genoemde conclusies van de Europese Raad van Berlijn om 500000000 EUR (prijzen van 1999) voor de nieuwe looptijd van het programma (2000-2004) beschikbaar te stellen. Ingevolge het verzoek in de conclusies van de Europese Raad van Brussel van 17 en 18 juni 2004 werd nog eens 105000000 EUR toegevoegd, die in 2005 en 2006 moet worden toegewezen, om de acties in het kader van het programma op één lijn te brengen met die van de andere programma's van de structuurfondsen die in 2006 afliepen. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Beschikking 1999/501/EG van de Commissie van 1 juli 1999 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor doelstelling 1 van de structuurfondsen voor de periode 2000 tot en met 2006 (PB L 194 van 27.7.1999, blz. 49), met name overweging 5. Besluit C(2001) 638 van de Commissie betreffende de goedkeuring van structurele bijstand van de Gemeenschap voor het onder doelstelling 1 vallende EU-werkprogramma voor vrede en verzoening (Peace II-programma) in Noord-Ierland (Verenigd Koninkrijk) en het grensgebied (Ierland). Conclusies van de Europese Raad van Berlijn van 24 en 25 maart 1999, met name punt 44, onder b). Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 17 en 18 juni 2004, met name punt 49. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 317962138,11 317962138,11 Dit krediet dient voor de financiering van de nog uit het EFRO betaalbaar te stellen verplichtingen die in de programmeringsperiode vóór 2000 in het kader van de oude doelstellingen 1 en 6 zijn aangegaan. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 2986950,18 Dit krediet dient ter dekking van de nog uit het EFRO in het kader van doelstelling 2 betaalbaar te stellen verplichtingen voor de programmeringsperiode 2000-2006. Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 27884692,27 27884692,27 Dit krediet dient ter dekking van de nog uit de drie fondsen (EFRO, ESF, EOGFL, afdeling Oriëntatie) betaalbaar te stellen verplichtingen die in de programmeringsperioden vóór 2000 in het kader van de oude doelstellingen 2 en 5 b zijn aangegaan. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de nog uit het communautaire initiatief Urban II betaalbaar te stellen verplichtingen voor de programmeringsperiode 2000-2006. Het communautaire initiatief Urban beoogde de economische en sociale rehabilitatie van in crisis verkerende steden en stadswijken met het oog op duurzame stadsontwikkeling. Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 28 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een communautair initiatief voor economische en sociale rehabilitatie van in crisis verkerende steden en buurten met het oog op een duurzame stadsontwikkeling (Urban II) (PB C 141 van 19.5.2000, blz. 8). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient voor de financiering van de nog uit het EFRO betaalbaar te stellen verplichtingen in verband met communautaire initiatieven van vóór 2000. Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 21). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 13 mei 1992 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's die de lidstaten worden uitgenodigd op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor de sterk van de textiel- en kledingsector afhankelijke regio's (Retex) (PB C 142 van 4.6.1992, blz. 5). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor globale subsidies of geïntegreerde operationele programma's in het kader waarvan de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen uit hoofde van een communautair initiatief betreffende de herstructurering van de visserijsector (Pesca) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor stedelijke gebieden (Urban) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 6). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief betreffende de aanpassing van middelgrote en kleine bedrijven aan de interne markt (mkb-initiatief) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 10). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 houdende nadere bijzonderheden betreffende de richtsnoeren voor het initiatief Retex (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 17). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de omschakeling van de defensiesector (Konver) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 18). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de economische omschakeling van ijzer- en staalzones (Resider II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 22). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies waarvoor de lidstaten voorstellen mogen indienen in het kader van een communautair initiatief voor de economische omschakeling van steenkoolwinningsgebieden (Rechar II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 26). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief Aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (Adapt), dat gericht is op de bevordering van de werkgelegenheid en de aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 30). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's/globale subsidies die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief inzake Werkgelegenheid en ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen (Emploi) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 36). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap voor de ultraperifere gebieden (Regis II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 44). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van richtsnoeren voor geïntegreerde globale subsidies en geïntegreerde operationele programma's in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling, waarvoor de lidstaten bijstandsaanvragen kunnen indienen (Leader II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 48). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 15 juni 1994 tot vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's van de lidstaten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap betreffende de ontwikkeling van grensgebieden, grensoverschrijdende samenwerking en geselecteerde energienetten (Interreg II) (PB C 180 van 1.7.1994, blz. 60). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 16 mei 1995 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een initiatief in het kader van het speciaal steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (Peace I-programma) (PB C 186 van 20.7.1995, blz. 3). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 houdende vaststelling van de richtsnoeren voor operationele programma's die de lidstaten worden verzocht op te stellen in het kader van een communautair initiatief voor stedelijke gebieden (Urban) (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 4). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 betreffende de vaststelling van gewijzigde richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief inzake Werkgelegenheid en ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen, bedoeld om de groei van de werkgelegenheid in hoofdzaak door de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen te bevorderen (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 13). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 over de vaststelling van gewijzigde richtsnoeren voor de operationele programma's of globale subsidies die de lidstaten worden verzocht voor te stellen in het kader van een communautair initiatief: Aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (Adapt), dat gericht is op de bevordering van de werkgelegenheid en de aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 7). Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 8 mei 1996 tot vaststelling van de richtsnoeren voor de door de lidstaten op te stellen operationele programma's in het kader van het communautair initiatief Interreg betreffende transnationale samenwerking op het gebied van ruimtelijke ordening (Interreg II C) (PB C 200 van 10.7.1996, blz. 23). Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 26 november 1997 over het speciale steunprogramma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen van Ierland (1995-1999) (Peace I-programma) (COM(97) 642 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de nog uit het EFRO betaalbaar te stellen verplichtingen in verband met innovatieve acties en technische bijstand die in de programmeringsperiode 2000-2006 zijn aangegaan zoals vastgesteld in de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 1260/1999. Bij de innoverende acties gaat het om studies, modelprojecten en uitwisseling van ervaringen. Deze acties waren met name bedoeld om de kwaliteit van de bijstandsverlening uit de structuurfondsen te verbeteren. Onder technische bijstand vallen de maatregelen ter voorbereiding, follow-up, evaluatie, controle en beheer van de tenuitvoerlegging van het EFRO. Dit krediet kan met name worden gebruikt voor de financiering van:
uitgaven voor ondersteuning (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen);
uitgaven voor informatieverstrekking en publicaties;
uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie;
contracten voor dienstverleners en studies;
beurzen.
Dit krediet dient ook voor de financiering van maatregelen van partners als voorbereiding op de programmeringsperiode 2007-2013. Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de afwikkeling van betalingsverplichtingen die het EFRO in programmeringsperioden vóór 2000 heeft aangegaan voor innoverende acties, maatregelen op het gebied van voorbereiding, follow-up of evaluatie, of andere soortgelijke vormen van technische bijstand waarin de verordeningen voorzien. Het dient ook voor de financiering van de oude meerjarenacties, en met name voor die welke zijn goedgekeurd en uitgevoerd in het kader van andere hieronder genoemde verordeningen, maar die niet onder de prioritaire doelstellingen van de fondsen vallen. Dit krediet zal zo nodig ook worden gebruikt voor financiering, wanneer de overeenkomstige vastleggingskredieten voor de programmeringsperiode 2000-2006 niet beschikbaar zijn of niet zijn vastgesteld. Verordening (EEG) nr. 2088/85 van de Raad van 23 juli 1985 inzake de geïntegreerde mediterrane programma's (PB L 197 van 27.7.1985, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9). Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 374 van 31.12.1988, blz. 15). Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 3000000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de Uniebijdrage in de financiering van het Internationaal Fonds voor Ierland, opgericht bij de Engels-Ierse overeenkomst van 15 november 1985 en bedoeld voor het bevorderen van de economische en sociale vooruitgang en voor het aanmoedigen van de contacten, de dialoog en de verzoening tussen de Ierse bevolkingsgroepen. Uit het fonds kunnen maatregelen in het kader van het initiatiefprogramma worden aangevuld en gesteund ten behoeve van het vredesproces in Noord-Ierland en de Republiek Ierland. Verordening (EG) nr. 177/2005 van de Raad van 24 januari 2005 betreffende financiële bijdragen van de Gemeenschap aan het Internationaal Fonds voor Ierland (2005-2006) (PB L 30 van 3.2.2005, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1232/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 betreffende financiële bijdragen van de Europese Unie aan het Internationaal Fonds voor Ierland (2007-2010) (PB L 346 van 30.12.2010, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de nog uit het communautair initiatief Interreg III betaalbaar te stellen verplichtingen in verband met grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking in de programmeringsperiode 2000-2006. Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan grensoverschrijdende activiteiten, met name met het oog op een betere coördinatie met de programma's Phare, Tacis, ISPA en MEDA. Dit krediet dient ook ter dekking van de kosten van coördinatieactiviteiten op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en -vaardigheden. De nodige aandacht zal worden besteed aan de samenwerking met de ultraperifere regio's. Dit krediet kan worden gecombineerd met kredieten voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het Phare-programma ten behoeve van gezamenlijke projecten aan de buitengrenzen van de Unie. Dit krediet dient onder meer ter dekking van voorbereidende maatregelen ten gunste van lokale en regionale samenwerking tussen de oude en de nieuwe lidstaten en de kandidaat-lidstaten op de terreinen van democratie en sociale en regionale ontwikkeling. Verordening (EG) nr. 1783/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 met betrekking tot het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (PB L 213 van 13.8.1999, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 2 september 2004 tot vaststelling van richtsnoeren voor een communautair initiatief betreffende trans-Europese samenwerking ter stimulering van een harmonieuze en evenwichtige ontwikkeling van de Europese ruimte — Interreg III (PB C 226 van 10.9.2004, blz. 2). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor projecten uit de programmeringsperiode 2000-2006 in de aan de kandidaat-lidstaten grenzende regio's overeenkomstig de regels van het communautair initiatief Interreg III voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. Bij de maatregelen wordt rekening gehouden met de mededeling van de Commissie over de gevolgen van de uitbreiding voor de aan kandidaat-lidstaten grenzende regio's — Communautaire actie ten behoeve van grensregio's (COM(2001) 437 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1367611177 p.m. 10558610000 0,— 18918200772,61 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor programma’s in het kader van de EFRO-doelstelling convergentie in de programmeringsperiode 2007-2013. Met deze doelstelling wordt beoogd de convergentie van de minst ontwikkelde lidstaten en regio’s te versnellen door de voorwaarden voor groei en werkgelegenheid te verbeteren. Een deel van het krediet is bedoeld voor de aanpak van intraregionale verschillen, zodat achter de algemene ontwikkelingssituatie van een regio geen achtergestelde territoriale eenheden schuilgaan waar sprake is van zichzelf bestendigende armoede. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 20000000 0,— 31896228,18 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor het programma Peace in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking van het EFRO in de programmeringsperiode 2007-2013. Het Peace-programma zal ten uitvoer worden gelegd als een grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma in de zin van artikel 3, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1083/2006. Het Peace-programma bevordert sociale en economische stabiliteit in de desbetreffende regio's, en met name acties ter bevordering van de cohesie tussen gemeenschappen. Als gebied komen heel Noord-Ierland en het grensgebied in Ierland in aanmerking. Dit programma zal worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de additionaliteit van de acties van de Structuurfondsen. Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 december 2005. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 129851990 p.m. 1205998509 0,— 3637471602,16 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor programma’s in het kader van de doelstelling regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid van het EFRO in de programmeringsperiode 2007-2013. Buiten de minst ontwikkelde regio's wordt met deze doelstelling beoogd het concurrentievermogen en de aantrekkelijkheid van de regio's alsook de werkgelegenheid te verbeteren door rekening te houden met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 68093650 p.m. 277208000 0,— 1005683810,13 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de nog betaalbaar te stellen verplichtingen voor programma’s in het kader van de EFRO-doelstelling territoriale samenwerking in de programmeringsperiode 2007-2013. Met deze doelstelling wordt beoogd de territoriale en macroregionale samenwerking en de uitwisseling van ervaringen op het passende territoriale niveau te versterken. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1610747 p.m. 4770484 0,— 3464993,91 Dit krediet dient ter dekking van nog betaalbaar te stellen verplichtingen uit de programmeringsperiode 2007-2013 voor acties op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en inspectie die voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1083/2006 nodig zijn, zoals bepaald in artikel 45 van die verordening. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter dekking van:
uitgaven voor ondersteuning (representatievergoedingen, opleiding, vergaderingen, dienstreizen);
uitgaven voor informatie en publicatie;
uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie;
contracten voor dienstverlening en studies;
subsidies.
Dit krediet dient ook voor de financiering van maatregelen die de Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de voorbereiding van de programmeringsperiode 2014-2020. Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 154965 p.m. 558015 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de nog af te wikkelen vastleggingen van de programmeringsperiode 2007-2013 met het oog op:
het waarborgen van een goede verspreiding van informatie door middel van nieuwsbrieven (ook online), rapporten en conferenties, en in het bijzonder door middel van het jaarlijkse forum;
de organisatie van evenementen ter plaatse om alle geïnteresseerde Europese regio’s bekend te maken met de Oostzeeaanpak en de beginselen van de macroregionale aanpak;
een succesvol beheer van de strategie door middel van het gedecentraliseerde systeem en in het bijzonder de werking van het systeem van prioritaire gebiedscoördinatoren en zogenaamde flagship-projectleiders;
technische en administratieve bijstand voor de planning en coördinatie van activiteiten in verband met de EU-strategie voor de Oostzeeregio;
de beschikbaarheid van zaaikapitaal voor het plannen en voorbereiden van projecten ter ondersteuning van de strategie;
steun voor participatie door het maatschappelijk middenveld;
het blijven ondersteunen van coördinatoren van prioritaire gebieden bij hun coördinerende werkzaamheden;
deel te nemen aan een uitvoeringsfaciliteit met de EIB, indien de Baltische lidstaten hierom vragen;
een ambitieuzere communicatiestrategie te ontwikkelen voor de EU-strategie voor de Oostzeeregio.
De voortzetting van de steun voor technische bijstand moet worden gebruikt om:
coördinatoren van prioritaire gebieden te blijven ondersteunen bij hun coördinerende werkzaamheden;
deel te nemen aan een uitvoeringsfaciliteit met de EIB, indien de Baltische lidstaten hierom vragen;
een ambitieuzere communicatiestrategie te ontwikkelen voor de EU-strategie voor de Oostzeeregio.
Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1783/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter financiering van de risicodelingsinstrumenten uit de voor convergentie bestemde middelen van het EFRO voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit. Terugvloeiende middelen en resterende bedragen na de voltooiing van een operatie die door het risicodelingsinstrument wordt gedekt, kunnen binnen het risicodelingsinstrument worden hergebruikt wanneer de lidstaat nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 77, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006. Wanneer de lidstaat niet meer aan die voorwaarden voldoet, worden terugvloeiende middelen en resterende bedragen als bestemmingsontvangsten beschouwd. Eventuele bestemmingsontvangsten als gevolg van de terugbetaling van terugvloeiende middelen en resterende bedragen die worden opgevoerd onder post 6 1 4 4 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Op verzoek van de betrokken lidstaat worden de uit deze bestemmingsontvangsten voortvloeiende aanvullende vastleggingskredieten het daaropvolgende jaar toegevoegd aan de financiële toewijzing in het kader van het cohesiebeleid van de betrokken lidstaat. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999, met name artikel 36 bis (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EU) nr. 423/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 133 van 23.5.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter financiering van de risicodelingsinstrumenten van de voor regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid bestemde middelen van het EFRO voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit. Terugvloeiende middelen en resterende bedragen na de voltooiing van een operatie die door het risicodelingsinstrument wordt gedekt, kunnen binnen het risicodelingsinstrument worden hergebruikt wanneer de lidstaat nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 77, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006. Wanneer de lidstaat niet meer aan die voorwaarden voldoet, worden terugvloeiende middelen en resterende bedragen als bestemmingsontvangsten beschouwd. Eventuele bestemmingsontvangsten als gevolg van de terugbetaling van terugvloeiende middelen en resterende bedragen die worden opgevoerd onder post 6 1 4 4 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Op verzoek van de betrokken lidstaat worden de uit deze bestemmingsontvangsten voortvloeiende aanvullende vastleggingskredieten het daaropvolgende jaar toegevoegd aan de financiële toewijzing in het kader van het cohesiebeleid van de betrokken lidstaat. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999, met name artikel 36 bis (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EU) nr. 423/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 133 van 23.5.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18775111553 12457677000 17862662517 8398650000 26139817601,— 2449043954,26 Dit krediet dient ter dekking van steun van het EFRO in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in minder ontwikkelde regio's in de programmeringsperiode 2014-2020. Het inhaalproces van deze regio’s met een economische en sociale achterstand vraagt ook op de lange termijn om voortdurende inspanningen. Deze categorie omvat de regio's waarin het bbp per inwoner minder dan 75 % van het gemiddelde bbp van de Unie bedraagt. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3719489334 2204431000 3396891363 1224036800 4874648304,— 589418832,45 Dit krediet dient ter dekking van steun van het EFRO in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in de periode 2014-2020 in een nieuwe categorie van regio's — overgangsregio's — die het systeem van phasing-out en phasing-in van 2007-2013 vervangt. Deze categorie omvat regio's met een bbp per inwoner tussen 75 % en 90 % van het gemiddelde bbp van de Unie. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4622273189 3043052000 4426018219 1750605336 6468973349,— 953317193,95 Dit krediet dient ter dekking van steun van het EFRO in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in meer ontwikkelde regio's in de programmeringsperiode 2014-2020. Terwijl steunmaatregelen voor de minder ontwikkelde regio's de prioriteit voor het cohesiebeleid blijven, is dit krediet bedoeld om de belangrijke uitdagingen aan te pakken waarmee alle lidstaten worden geconfronteerd, zoals de mondiale concurrentie in de kenniseconomie, de overgang naar een koolstofarme economie en sociale polarisatie die wordt verergerd door het huidige economische klimaat. Deze categorie omvat de regio's waarin het bbp per inwoner meer dan 90 % van het gemiddelde bbp van de Unie bedraagt. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 222029433 139873000 217673091 98017000 278520741,— 25428483,62 Dit krediet dient ter dekking van specifieke extra steun van het EFRO in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in ultraperifere gebieden en dun bevolkte regio's in de programmeringsperiode 2014-2020. Deze extra financiering dient om rekening te houden met de specifieke uitdagingen waarmee de in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde ultraperifere gebieden en de noordelijke dunbevolkte regio's die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij het Verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden voldoen, worden geconfronteerd. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Dit krediet dient ter dekking van steun uit het EFRO in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking in de programmeringsperiode 2014-2020. Het krediet wordt gebruikt voor de financiering van grensoverschrijdende samenwerking tussen aangrenzende regio's, transnationale samenwerking op grotere transnationale gebieden en interregionale samenwerking. In het kader van het Europees nabuurschapsinstrument en het instrument voor pretoetredingssteun wordt met dit krediet ook financiële steun verleend aan samenwerkingsactiviteiten aan de buitengrenzen van de Unie. Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259). Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1731601443 783299000 958188214 284930000 1037565751,— 164941341,97 Dit krediet dient ter dekking van steun uit het EFRO in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking in de programmeringsperiode 2014-2020. Het krediet wordt gebruikt voor de financiering van grensoverschrijdende samenwerking tussen aangrenzende regio's, transnationale samenwerking op grotere transnationale gebieden en interregionale samenwerking. Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259). Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 9396205 1312500 5171292 1500000 6101230,— 1000000,— Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) tot de transnationale en interregionale samenwerkingsprogramma's van het EFRO waaraan de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden deelnemen. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1459650 231000 1414450 264000 1380115,— 88000,— Dit krediet dient ter dekking van steun uit het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI) in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking in de programmeringsperiode 2014-2020 voor het programma voor grensoverschrijdende samenwerking voor de Oostzee. Uit hoofde van zowel het ENI als het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) moet ondersteuning worden verleend voor programma's voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten, enerzijds, en met partnerlanden en/of de Russische Federatie, anderzijds (andere aan de grensoverschrijdende samenwerking deelnemende landen) aan de buitengrenzen van de Unie, ter bevordering van geïntegreerde en duurzame regionale ontwikkeling en samenwerking tussen gebieden die aan weerszijden van een grens liggen, alsook van harmonieuze territoriale integratie overal in de Unie en met naburige landen. Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259). Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees Nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 74000000 69400000 74000000 57415941 61249401,10 26102277,59 Dit krediet dient ter ondersteuning van maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, technische bijstand, evaluatie, audit en controle, alsook van het publicrelationsprogramma, die voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 nodig zijn, zoals bepaald in de artikelen 58 en 118 van die verordening. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1028043 p.m. p.m. 200000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van een deel van het nationale totaalbedrag voor technische bijstand dat op verzoek van een lidstaat met tijdelijke begrotingsproblemen is overgeheveld naar technische bijstand op initiatief van de Commissie. De post dient in overeenstemming met het artikel 25 van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 ter dekking van maatregelen om naar aanleiding van economische en maatschappelijke problemen in deze lidstaat structurele en administratieve hervormingen te bepalen, hieraan een rangorde te geven en deze uit te voeren. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 53090514 42472411 52049523 48649262 51028945,— 80845857,60 Dit krediet dient ter ondersteuning van innovatieve acties van het EFRO op initiatief van de Commissie op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1301/2013. Deze innovatieve acties omvatten studies en proefprojecten voor het vaststellen of beproeven van nieuwe oplossingen voor kwesties die verband houden met duurzame stedelijke ontwikkeling die van belang zijn op het niveau van de Unie. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1420620 0,— 1621164,58 Dit krediet is bestemd voor de tenuitvoerlegging van de Europese strategie voor het Oostzeegebied. De voortzetting van de steun voor technische bijstand in 2014 moet worden gebruikt om:
coördinatoren van prioritaire gebieden steun te blijven geven bij hun coördinerende werkzaamheden;
deel te nemen aan een uitvoeringsfaciliteit met de EIB, indien de Baltische lidstaten hierom vragen;
een ambitieuzere communicatiestrategie te ontwikkelen voor de EU-strategie voor de Oostzeeregio (EUSBSR).
Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 750000 0,— 1250000,— Dit krediet is bestemd voor de tenuitvoerlegging van de Europese strategie voor de Donauregio. Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling Investeren in groei en werkgelegenheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 457733,44 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 224200,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 322551 p.m. 315452 0,— 185448,58 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 334000 0,— 334000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 374652,56 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1234347 p.m. 1857671 2000000,— 1277562,38 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 600000 p.m. 2100000 1500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 56442,27 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 750000 1500000 1500000 0,— 830782,08 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2000000 1700000 2000000 1000000 Het doel van deze voorbereidende actie is om te blijven werken aan een beleidsdialoog over territoriale samenhang en regionale ontwikkeling, met specifieke nadruk op grensoverschrijdende samenwerking en strategieën voor territoriale ontwikkeling, alsmede op de bevordering van goed bestuur door versterking van de administratieve capaciteit van nationale, regionale en lokale/stedelijke autoriteiten, wat betreft economische ontwikkeling, innovatie en cohesie. De belangrijkste doelstellingen van deze in de begroting van 2016 voor het eerst opgenomen voorbereidende actie zijn de ontwikkeling van systemen voor multilevel governance door middel van programma's voor opleiding en technische ondersteuning in het kader van strategische planning, waarbij een geïntegreerde benadering van territoriale ontwikkeling wordt aangemoedigd. Deze voorbereidende actie bevordert de samenwerking tussen regionale en lokale autoriteiten en de particuliere sector, zowel bij de EU als de CELAC. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 1000000 1000000 500000 Het doel van deze voorbereidende actie is om ook bijstand te verlenen aan regio's die flink achterlopen, met inspanningen om hun trap naar topkwaliteit sterker te maken, en om lijnen voor de toekomst uit te stippelen. Deze voorbereidende actie die is ingevoerd op de begroting 2016 heeft twee hoofddoelstellingen: 1. Een verder uitgewerkte actie inzake specifieke knelpunten op nationaal niveau; 2. Meer steun voor het oplossen van de meest voorkomende belemmeringen voor de uitvoering van beleidsaanbevelingen op dit gebied. Specifieke acties in het kader van deze voorbereidende actie zijn het opzetten van een evaluatieproces op basis van strategieën voor slimme specialisatie waarin alle belanghebbenden zich kunnen vinden, en beleidsmakers voorzien van empirische feiten en ervaringen in verband met de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 en middelen van de Europese structurele en investeringsfondsen 2014-2020, vooral wat betreft de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Het doel is tevens om huidige positieve of negatieve trends vast te stellen in verband met de deelname aan grensoverschrijdende consortia. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 1000000 1000000 500000 Deze voorbereidende actie bouwt voort op de positieve resultaten van een eerder initiatief van het Europees Parlement over de nadere invulling en uitvoering van een RIS 3-strategie in de Griekse regio Oost-Macedonië en Thracië (REMTh), die diende voor het testen van de theorie over slimme specialisatie. De actie biedt passende en specifieke steun voor activiteiten in geselecteerde achterstandsregio's, alsmede een horizontalere aanpak van belangrijke kwesties op het gebied van groei en bestuur in deze regio's. Deze voorbereidende actie is gericht op twee soorten achterstandsregio's: regio's met achterblijvende groei (regio's in lidstaten die een bbp per capita in koopkrachtstandaard (KKS) hebben dat onder het gemiddelde van de EU in 2012 ligt en dat tussen 2002 en 2012 het EU-gemiddelde niet naderde. Het gaat hierbij om regio's in Griekenland, Italië, Spanje en Portugal), en onderontwikkelde regio's (regio's met een bbp per capita in KKS dat lager is dan 50 % van het EU-gemiddelde in 2011. Het gaat hierbij om diverse regio's in Bulgarije, Hongarije, Polen en Roemenië). Deze voorbereidende actie die is opgenomen in de begroting 2016 dient voor het steunen van acht regio's: vier regio's met lage groei en vier onderontwikkelde regio's, waarbij de aandacht uitgaat naar bestuur, transnationale samenwerking en nadere invulling van het RIS 3-model. De specifieke activiteiten in het kader van deze voorbereidende actie vereisen opeenvolgende evenementen ter plaatse in elke regio, waaronder evenementen voor belanghebbenden en peer reviews, waarmee steun wordt geboden voor bepaalde cruciale aspecten van de tenuitvoerlegging van RIS 3 in elke regio, alsmede het ontplooien van horizontale activiteiten, zoals empirisch onderbouwde ondersteuning voor beleidsontwikkeling en verdere ontwikkeling van praktische steun voor achterstandsregio's in de hele EU. De kredieten in kwestie zijn ook bedoeld voor de opname van Kroatië in de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1000000 2000000 1000000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De voorbereidende actie heeft tot doel om een samenhangende, gecoördineerde en duurzame benadering te waarborgen, de betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden (ondernemingen, universiteiten, onderzoeksorganisaties en het maatschappelijk middenveld) te verzekeren, verder te ontwikkelen en te verbeteren, en de regionale onderzoeks- en innovatiestrategieën voor slimme specialisatie (RIS3) te koppelen aan de bestaande nationale RIS3, met het oog op de problemen waar het Roemeense innovatiesysteem mee te maken heeft. De actie omvat de regio's waar nog geen RIS3 is opgezet of gestart en regio's waar de RIS3 moet worden verbeterd. Deze voorbereidende actie heeft ook tot doel het economisch potentieel in de geselecteerde regio's in kaart te brengen, te beoordelen en te ondersteunen, en daarnaast het innovatiepotentieel en de mogelijke versterking daarvan te bestuderen. De voorbereidende actie is duidelijk gericht op het vaststellen van economische concurrentievoordelen en de mogelijkheden voor specialisatie op regionaal niveau op basis van ondernemende verkenningen, de vaststelling van een beheersstructuur en een kader voor permanente samenwerking tussen ondernemingen en onderzoekers, alsmede steun voor het opstellen van relevante beleidsdocumenten. Ook kan worden bestudeerd hoe de samenwerking en coördinatie op alle niveaus (onder meer tussen de verschillende nationale ministeries) verbeterd kan worden. Het zal ook informatie opleveren over de beste manieren om financiering van de cohesiefondsen ten goede te laten komen aan de uitvoering van de nationale en regionale RIS3 en de uitvoering en het beheer van de operationele programma's. Het project maakt gebruik van bestaande mechanismen als het platform van Sevilla. De voorbereidende actie kan leiden tot aanpassingen van de documenten inzake de financiële programmering. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1300000 650000 Dit proefproject richt zich op het organiseren en ontwikkelen van:
doeltreffende multi-level governance bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese strategie voor de Adriatische en Ionische regio (Eusair);
opbouw van de capaciteit van de belangrijkste uitvoerders van Eusair, als een voorwaarde voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Eusair-actieplan;
de ontplooiing, voorbereiding en uitvoering van initiatieven en projecten met echte macro-regionale meerwaarde;
bewustmakingsinitiatieven, culturele evenementen, opleidingsprogramma's en/of seminars voor burgers, en in het bijzonder voor jonge mensen in de regio, met als doel om eigenaarschap te creëren ten aanzien van Eusair, de gedeelde regionale identiteit te benadrukken en het opzetten van regionale partnerschappen en netwerken promoten. Bij deze programma's moet het zwaartepunt liggen bij burgerschapsvorming, internationaal ondernemerschap, mogelijkheden voor culturele evenementen en betrekkingen van goed nabuurschap. Voorts moeten de programma's de doeltreffende EU-integratie helpen bevorderen van kandidaten en potentiële kandidaten voor het Unielidmaatschap.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2000000 1000000 De EU-strategie voor het Alpengebied omvat zeven landen: Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Slovenië, Liechtenstein en Zwitserland. De algemene doelstelling is de bevordering van duurzame economische en sociale welvaart in het Alpengebied door middel van groei en het creëren van werkgelegenheid, door de aantrekkelijkheid, het concurrentievermogen en de connectiviteit van het gebied te verhogen, en tegelijkertijd het milieu te beschermen en een gezond en evenwichtig ecosysteem te behouden, zodat de economische en sociale onevenwichtigheden tussen de verschillende gebieden van de macroregio, die voortkomen uit de specifieke kenmerken van berggebieden, worden teruggedrongen. Het Alpengebied omvat de grootste bergketen van Europa en kent een lage bevolkingsdichtheid, een hoge mate van seizoensgebondenheid, met name in bepaalde toeristische gebieden, en vergrijzing, en is uiterst kwetsbaar voor klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Vervoer en energie-infrastructuur zijn tevens kritische factoren vanwege de invloed ervan op het landschap. Doel van deze nieuwe voorbereidende actie:
het aanwijzen, analyseren en onderzoeken van alle goede innovatieve praktijken en bestaande netwerken voor groene oplossingen in het Alpengebied en in de pre-alpiene gebieden, zodat het doorgeven van kennis en de uitwisseling van innovatie in een kringloopeconomie gemakkelijker wordt, en waarbij strategische sectoren zoals toerisme en landbouw centraal staan;
het bevorderen van integratie, met bijzondere aandacht voor de rol van jongeren door oplossingen te zoeken waarmee werkgelegenheid kan worden gecreëerd, zoals een betere integratie van onderwijs, beroepsopleidingen en het bedrijfsleven;
het ontwikkelen van acties gericht op het verlenen van e-diensten waar de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in de Alpengebieden, zoals jongeren en ouderen, van profiteren;
het ontwikkelen van proefacties voor duurzaam vervoer op lokaal niveau.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2500000 1250000 In het kader van de stedelijke agenda voor de EU wordt een aantal werkgroepen (partnerschappen) opgericht die innovatieve oplossingen bedenken voor de problemen waarmee steden te kampen hebben en die bepalen hoe steden kunnen profiteren van hun mogelijkheden. Deze innovatieve oplossingen hebben betrekking op de belangrijkste stedelijke vraagstukken: stedelijke mobiliteit, luchtkwaliteit, betaalbare huisvesting, armoede onder stadsbewoners, enz.). Het doel van de voorbereidende actie is de deelname van steden aan deze innovatieve benadering mogelijk te maken en een nieuwe manier te ontdekken om steden te betrekken bij beleidsontwikkeling en het boeken van beleidsresultaten. Deze voorbereidende actie is met name belangrijk om input te geven aan de (her)formulering van diverse vormen van EU-beleid, waaronder het cohesiebeleid. De partnerschappen zullen dan ook alle moeten ontdekken hoe zij fondsen en kennis (basiskennis en uitwisseling) beter kunnen aanwenden ter ondersteuning van de werkzaamheden in en door steden, waarmee zij beleidsmakers van nuttige input voorzien. De voorbereidende actie beoogt de werkzaamheden van de Commissie, de lidstaten en de steden te ondersteunen zodat zij deze innovatieve oplossingen ook daadwerkelijk kunnen vinden. De voorbereidende actie is gericht op het volgende:
het bieden van expertise en administratieve ondersteuning aan de partnerschappen door:
de coördinatoren te ondersteunen bij het plannen van hun werkzaamheden (het organiseren van vergaderingen, het opstellen van verslagen, het uitoefenen van controle, enz.);
specifieke expertise/experts aan te bieden;
het voorbereiden en organiseren van vergaderingen en workshops om:
een breder publiek bekend te maken met de verschillende stedelijke vraagstukken waaraan de partnerschappen werken (met inbegrip van het overleg over de actieplannen);
werk te maken van synergieën tussen de partnerschappen bij de verschillende stedelijke vraagstukken (zoals armoede en huisvesting in steden);
specifieke deskundige kennis te vergaren in bijeenkomsten van deskundigen of subgroepen over specifieke onderwerpen, die worden georganiseerd binnen de partnerschappen (bijvoorbeeld over migranten zonder papieren);
een echte multilevel-governancebenadering tot stand te brengen bij de samenwerkende partners;
de voortgang van de werkzaamheden te monitoren en er verslag van te doen;
een overzicht op te stellen van de concrete voorstellen (actieplan) voor veranderingen binnen de verschillende EU-beleidsterreinen (met aanbevelingen voor betere regelgeving, betere financiering en meer kennis) die voortvloeien uit de partnerschappen;
innovatieve oplossingen te ontwikkelen en te testen voor de betrokkenheid van steden bij de beleidsontwikkeling en het verwezenlijken van EU-doelstellingen;
één stedelijk loket te ontwikkelen, dat wil zeggen één informatiepunt over de stedelijke dimensie van het EU-beleid.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). COHESIEFONDS (CF) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 04COHESIEFONDS (CF) 13 04 01 Voltooiing van projecten van het Cohesiefonds (van vóór 2007) 1,2 p.m. p.m. p.m. 70000000 44784371,53 361878904,45 13 04 02 Voltooiing van het Cohesiefonds (2007-2013) 1,2 p.m. 329335976 p.m. 2468266000 0,— 10509342490,86 3191,07 13 04 03 Voltooiing van uit het Cohesiefonds gefinancierde risicodelingsinstrumenten (2007-2013) 1,2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 04 60 Cohesiefonds — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid 1,2 9055827791 5651952000 8738484012 4077806436 10934547843,— 1216035799,58 21,52 13 04 61Cohesiefonds — Operationele technische bijstand 13 04 61 01 Cohesiefonds — Operationele technische bijstand 1,2 24307786 22300000 26000000 20606496 20673785,01 10004397,06 44,86 13 04 61 02 Cohesiefonds — Op verzoek van een lidstaat door de Commissie beheerde operationele technische bijstand 1,2 p.m. 711532 p.m. p.m. 0,— 399918,— 56,21 Artikel 13 04 61 — Subtotaal 24307786 23011532 26000000 20606496 20673785,01 10404315,06 45,21 Hoofdstuk 13 04 — Totaal 9080135577 6004299508 8764484012 6636678932 11000005999,54 12097661509,95 201,48 Artikel 177, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat een Cohesiefonds wordt opgericht om een financiële bijdrage te leveren aan projecten op het gebied van het milieu en trans-Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur. Artikel H van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1164/94, de artikelen 100 en 102 van Verordening (EG) nr. 1083/2006, en de artikelen 85, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, die financiële correcties door de Commissie betreffen, voorzien in specifieke regels voor financiële correcties met betrekking tot het Cohesiefonds. Artikel 80 van het Financieel Reglement voorziet in financiële correcties in geval van uitgaven die in strijd zijn met het toepasselijk recht. Inkomsten uit de financiële correcties die op die basis worden uitgevoerd, worden geboekt op het artikel 6 5 1, 6 5 2, 6 5 3 of 6 5 4 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement. Artikel 177 van het Financieel Reglement stelt de voorwaarden vast voor de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van uit hoofde van een interventie betaalde voorfinancieringen. Artikel 82 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 voorziet in specifieke regels voor de terugbetaling van voorfinanciering die van toepassing zijn op het Cohesiefonds. Terugbetaalde voorfinancieringen vormen interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement en moeten worden geboekt op post 6 1 5 0 of 6 1 5 7. De maatregelen inzake fraudebestrijding worden gefinancierd met middelen uit artikel 24 02 01. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 177. Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name de artikelen 82, 100 en 102. Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006 tot oprichting van het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1164/94 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 79). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, leden 3 en 4, en de artikelen 80 en 177. Verordening (EU) nr. 1300/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 281). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Conclusies van de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 december 2005. Conclusies van de Europese Raad van 7 en 8 februari 2013. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 70000000 44784371,53 361878904,45 Dit krediet dient ter dekking van de nog uit het Cohesiefonds betaalbaar te stellen verplichtingen voor 2000 en de voltooiing van de programmeringsperiode 2000-2006. Verordening (EEG) nr. 792/93 van de Raad van 30 maart 1993 tot instelling van een cohesiefinancieringsinstrument (PB L 79 van 1.4.1993, blz. 74). Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1). Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name de artikelen 158 en 161. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 329335976 p.m. 2468266000 0,— 10509342490,86 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen verplichtingen van het Cohesiefonds van de programmeringsperiode 2007-2013. Dit krediet dient eveneens ter dekking van nog af te wikkelen verplichtingen op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, audit en inspectie die voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1083/2006 nodig zijn, zoals bepaald in artikel 45 van die verordening. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter dekking van:
ondersteunende uitgaven (representatiekosten, opleiding, vergaderingen);
uitgaven voor informatieverstrekking en publicaties;
uitgaven voor informatie- en communicatietechnologie;
contracten voor dienstverlening en studies;
subsidies.
Dit krediet dient ook ter dekking van nog af te wikkelen verplichtingen voor maatregelen die de Commissie heeft goedgekeurd in het kader van de voorbereiding van de programmeringsperiode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006, zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006 tot oprichting van het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1164/94 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 79). Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name de artikelen 158 en 161. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 174 en 177. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter financiering van de risicodelingsinstrumenten uit het Cohesiefonds voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit. Terugvloeiende middelen en resterende bedragen na de voltooiing van een operatie die door het risicodelingsinstrument wordt gedekt, kunnen binnen het risicodelingsinstrument worden hergebruikt wanneer de lidstaat nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 77, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006. Wanneer de lidstaat niet meer aan die voorwaarden voldoet, worden terugvloeiende middelen en resterende bedragen als bestemmingsontvangsten beschouwd. Eventuele bestemmingsontvangsten als gevolg van de terugbetaling van terugvloeiende middelen en resterende bedragen die worden opgevoerd onder post 6 1 4 4 van de staat van ontvangsten, geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Op verzoek van de betrokken lidstaat worden de uit deze bestemmingsontvangsten voortvloeiende aanvullende vastleggingskredieten het daaropvolgende jaar toegevoegd aan de financiële toewijzing in het kader van het cohesiebeleid van de betrokken lidstaat. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25), met name artikel 36 bis. Verordening (EU) nr. 423/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 133 van 23.5.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 9055827791 5651952000 8738484012 4077806436 10934547843,— 1216035799,58 Dit krediet dient ter dekking van steun van het Cohesiefonds in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid in de programmeringsperiode 2014-2020. Het Cohesiefonds zal lidstaten met een bruto nationaal inkomen (bni) per hoofd van minder dan 90 % van het gemiddelde van de Unie blijven steunen. Met inachtneming van een passend evenwicht en rekening houdende met de specifieke behoeften aan investeringen en infrastructuur van iedere lidstaat, is dit krediet bedoeld ter ondersteuning van:
investeringen in het milieu, met inbegrip van gebieden die verband houden met duurzame ontwikkeling en energie waaraan milieuvoordelen zijn verbonden;
trans-Europese netwerken op het gebied van vervoersinfrastructuur, overeenkomstig de bij Besluit nr. 661/2010/EU goedgekeurde richtsnoeren.
Verordening (EU) nr. 1300/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 281). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 24307786 22300000 26000000 20606496 20673785,01 10004397,06 Dit krediet dient ter ondersteuning van maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, technische bijstand, evaluatie, audit en controle, alsook van het publicrelationsprogramma, die voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 nodig zijn, zoals bepaald in de artikelen 58 en 118 van die verordening. Verordening (EU) nr. 1300/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 281). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 711532 p.m. p.m. 0,— 399918,— Dit krediet dient ter dekking van een deel van het nationale totaalbedrag voor technische bijstand dat op verzoek van een lidstaat met tijdelijke begrotingsproblemen is overgeheveld naar technische bijstand op initiatief van de Commissie. Het krediet dient in overeenstemming met het artikel 25 van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 ter dekking van maatregelen om naar aanleiding van economische en maatschappelijke problemen in deze lidstaat structurele en administratieve hervormingen te bepalen, hieraan een rangorde te geven en deze uit te voeren. Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — REGIONALE ONTWIKKELING EN REGIONALE EN TERRITORIALE SAMENWERKING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 05INSTRUMENT VOOR PRETOETREDINGSSTEUN — REGIONALE ONTWIKKELING EN REGIONALE EN TERRITORIALE SAMENWERKING 13 05 01Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (Instrument for Structural Policies for Pre-accession — ISPA) — Voltooiing van vroegere projecten (2000-2006) 13 05 01 01 Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) — Voltooiing van andere vroegere projecten (2000-2006) 4 p.m. p.m. p.m. 64152000 0,— 35997313,45 13 05 01 02 Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid — Afronding van de pretoetredingshulp voor acht kandidaat-lidstaten 4 p.m. p.m. p.m. 7392000 0,— 23844270,77 Artikel 13 05 01 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. 71544000 0,— 59841584,22 13 05 02 Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) — Voltooiing van het onderdeel regionale ontwikkeling (2007-2013) 4 p.m. 172258377 p.m. 355465255 0,— 257187640,83 149,30 13 05 03Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) — Voltooiing van het onderdeel grensoverschrijdende samenwerking (2007-2013) 13 05 03 01 Voltooiing van grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit subrubriek 1b 1,2 p.m. 20988371 p.m. 24321680 0,— 20250401,93 96,48 13 05 03 02 Voltooiing van grensoverschrijdende samenwerking en deelname van kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten aan de transnationale en interregionale samenwerkingsprogramma’s van de structuurfondsen — Bijdrage uit rubriek 4 4 p.m. 6569630 p.m. 28450050 0,— 19737669,56 300,44 Artikel 13 05 03 — Subtotaal p.m. 27558001 p.m. 52771730 0,— 39988071,49 145,11 13 05 60Steun voor Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 13 05 60 01 Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 60 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 13 05 60 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 61Steun voor IJsland 13 05 61 01 Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 61 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 13 05 61 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 62Steun voor Turkije 13 05 62 01 Steun voor politieke hervormingen en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 62 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 13 05 62 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 13 05 63Regionale integratie en territoriale samenwerking 13 05 63 01 Grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit rubriek 1b 1,2 57530284 32231517 25050502 25050502 16498902,— 16498902,— 51,19 13 05 63 02 Grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit rubriek 4 4 57530284 32231517 25050502 25050502 16498902,— 16498902,— 51,19 Artikel 13 05 63 — Subtotaal 115060568 64463034 50101004 50101004 32997804,— 32997804,— 51,19 Hoofdstuk 13 05 — Totaal 115060568 264279412 50101004 529881989 32997804,— 390015100,54 147,58 De door het pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA) verstrekte hulp was bedoeld om de kandidaat-lidstaten van Midden- en Oost-Europa te helpen bij hun toetreding tot de Unie. Het ISPA wordt gebruikt om de begunstigde landen te helpen voldoen aan de eisen van het acquis van de Unie op de gebieden milieu en vervoer. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 64152000 0,— 35997313,45 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1266/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende de coördinatie van de bijstand aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 68). Verordening (EG) nr. 1267/1999 van de Raad van 21 juni 1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73). Verordening (EG) nr. 2257/2004 van de Raad van 20 december 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3906/89, Verordening (EG) nr. 1267/1999, Verordening (EG) nr. 1268/1999 en Verordening (EG) nr. 2666/2000, teneinde rekening te houden met de status van Kroatië als kandidaat-lidstaat (PB L 389 van 30.12.2004, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 7392000 0,— 23844270,77 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1266/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende de coördinatie van de bijstand aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 68). Verordening (EG) nr. 1267/1999 van de Raad van 21 juni 1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 172258377 p.m. 355465255 0,— 257187640,83 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006, zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 20988371 p.m. 24321680 0,— 20250401,93 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van de bijdrage voor 2007-2013 van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling voor grensoverschrijdende samenwerking en de technische bijstand die buiten de Commissie wordt geleverd en nodig is voor de tenuitvoerlegging in de lidstaten. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006, zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 6569630 p.m. 28450050 0,— 19737669,56 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Overeenkomstig artikel 105 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zoals gewijzigd bij bijlage III, punt 7, van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 112 van 24.4.2012), worden programma's en grote projecten die op de datum van toetreding van Kroatië zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1083/2006, met uitzondering van de programma's die zijn goedgekeurd uit hoofde van de in artikel 3, lid 1, onder a) en e), van die verordening genoemde afdelingen. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zullen met dit krediet in de Westelijke Balkan de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Een deel van dit krediet zal worden gebruikt voor maatregelen ter ondersteuning van de begunstigde landen bij het voldoen aan de eisen in verband met visumvrij reizen van en naar de Schengenlanden, of, in het geval van Kosovo, maatregelen om het proces van visumliberalisering te bespoedigen. Een deel van dit krediet zal worden gebruikt voor maatregelen met het oog op verzoening tussen de landen, volkeren en etnische groepen in de hele Westelijke Balkan en er zullen inspanningen mee worden ondersteund om een onpartijdige kijk op de historische en politieke gebeurtenissen te bevorderen. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in de Westelijke Balkan:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de Structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zullen met dit krediet in IJsland de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:
steun voor politieke hervormingen;
versterking van het vermogen van de begunstigde landen om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in IJsland:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de Structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zullen met dit krediet in Turkije de volgende specifieke doelstellingen worden nagestreefd:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in Turkije:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de Structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of –programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 57530284 32231517 25050502 25050502 16498902,— 16498902,— Dit krediet dient ter dekking van de steun van het EFRO in het kader van de doelstelling territoriale samenwerking in de programmeringsperiode 2014-2020 voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II). Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259). Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 57530284 32231517 25050502 25050502 16498902,— 16498902,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de specifieke doelstelling van regionale integratie en territoriale samenwerking met de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 opgenomen begunstigden, de lidstaten, en waar passend, derde landen, binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees Nabuurschapsinstrument. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder d). Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees Nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). SOLIDARITEITSFONDS Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 06SOLIDARITEITSFONDS 13 06 01 Bijstand aan lidstaten in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie 9 50000000 50000000 81475125 81475125 149280978,— 149280978,— 298,56 13 06 02 Bijstand aan toetredingslanden in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie 9 p.m. p.m. p.m. p.m. 60224605,— 60224605,— Hoofdstuk 13 06 — Totaal 50000000 50000000 81475125 81475125 209505583,— 209505583,— 419,01 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 50000000 50000000 81475125 81475125 149280978,— 149280978,— Dit artikel dient voor de opname in de begroting van kredieten voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie in geval van grote of regionale rampen in de lidstaten. De hulp moet bij natuurrampen worden toegekend aan de betrokken lidstaten met een deadline voor het gebruik ervan en de verplichting voor de begunstigde landen om het gebruik van de ontvangen hulp te verantwoorden. Ontvangen hulp die vervolgens wordt verrekend met betalingen door derde partijen, bijvoorbeeld op grond van het principe de vervuiler betaalt, of die het uiteindelijke schadebedrag overschrijdt, moet worden teruggevorderd. Met uitzondering van de voorschotten zal de toewijzing van de kredieten worden uitgevoerd middels kredietoverschrijvingen uit de reserve of middels een gewijzigde begroting in geval van ontoereikende kredieten in de reserve, gelijktijdig met de beslissing over de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3). Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884), en met name artikel 10. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 60224605,— 60224605,— Dit artikel dient voor de opname in de begroting van kredieten voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie in geval van grote of regionale rampen in landen die verwikkeld zijn in toetredingsonderhandelingen met de Unie. De hulp kan bij natuurrampen worden toegekend aan de betrokken landen met een deadline voor het gebruik ervan en de verplichting voor de begunstigde landen om het gebruik van de ontvangen hulp te verantwoorden. Ontvangen hulp die vervolgens wordt verrekend met betalingen door derde partijen, bijvoorbeeld op grond van het principe de vervuiler betaalt, of die het uiteindelijke schadebedrag overschrijdt, moet worden teruggevorderd. Met uitzondering van de voorschotten zal de toewijzing van de kredieten worden uitgevoerd middels kredietoverschrijvingen uit de reserve of middels een gewijzigde begroting in geval van ontoereikende kredieten in de reserve, gelijktijdig met de beslissing over de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3). Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884), en met name artikel 10. STEUNVERORDENING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 07STEUNVERORDENING 13 07 01 Financiële steun ten behoeve van de bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap 4 34836240 39031865 33212000 23782000 32353047,96 17770887,84 45,53 Hoofdstuk 13 07 — Totaal 34836240 39031865 33212000 23782000 32353047,96 17770887,84 45,53 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 34836240 39031865 33212000 23782000 32353047,96 17770887,84 Dit krediet zal de voortzetting mogelijk maken van steun in het kader van Verordening (EG) nr. 389/2006 om de hereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te bevorderen met speciale aandacht voor economische integratie van die gebieden welke door deze verordening worden bestreken, met name acties voor plattelandsontwikkeling, herstructurering van infrastructuur, maatregelen voor verzoening en het opbouwen van vertrouwen, en beurzen in lidstaten voor Turks-Cypriotische studenten. Het TAIEX-instrument zal worden gebruikt voor de voorbereiding van wetgeving om het acquis van de Unie meteen toe te passen zodra een politieke overeenkomst over hereniging is bereikt. Dit krediet dient ook voor de voortzetting van de financiële steun van de Unie ter facilitering van een intensivering van het werk van het Comité vermiste personen, teneinde de doelstellingen te halen van het strategisch plan van dit comité inzake een snellere identificatie van vermisten, alsmede van de tenuitvoerlegging van de besluiten van het bi-communale technisch comité voor cultureel erfgoed, met inbegrip van projecten voor minderheden. Dit krediet moet onder meer worden benut om de resultaten van werkzaamheden, leveringen en subsidies die met eerdere kredieten werden gefinancierd, te ondersteunen. Bovendien kunnen subsidieregelingen voor een brede waaier van begunstigden binnen het maatschappelijk middenveld van de gemeenschap (niet-gouvernementele organisaties, studenten en leraren, scholen, landbouwproducenten, kleine dorpen, de particuliere sector) worden voortgezet. Deze activiteiten beogen de sociaal-economische ontwikkeling en zijn gericht op hereniging. Er moet indien mogelijk voorrang worden gegeven aan verzoeningsprojecten die een brug slaan tussen de twee gemeenschappen en vertrouwen opbouwen. De maatregelen sluiten aan bij het sterke verlangen naar en het engagement van de Unie voor een oplossing en een hereniging op Cyprus. Verordening (EG) nr. 389/2006 van de Raad van 27 februari 2006 tot instelling van een instrument voor financiële steun ter bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2667/2000 betreffende het Europees Bureau voor wederopbouw (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 5). STEUNPROGRAMMA VOOR STRUCTURELE HERVORMINGEN (SRSP) – OPERATIONELE TECHNISCHE BIJSTAND Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 08STEUNPROGRAMMA VOOR STRUCTURELE HERVORMINGEN (SRSP) – OPERATIONELE TECHNISCHE BIJSTAND 13 08 01 Steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) — Operationele technische bijstand overgeschreven van rubriek 1b (ESF, EFRO en CF) 1,2 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 17442912 8721500 17442912 8721500 13 08 02 Steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) — Operationele technische bijstand overgeschreven van rubriek 2 (ELFPO) 2 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 5057088 2528500 5057088 2528500 Hoofdstuk 13 08 — Totaal p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 22500000 11250000 22500000 11250000 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 08 01 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 17442912 8721500 Totaal 17442912 8721500 Nieuw artikel Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de uitvoering van het steunprogramma voor structurele hervormingen om bij te dragen tot de institutionele, administratieve en structurele hervormingen in de lidstaten door de nationale autoriteiten steun te verlenen voor maatregelen die gericht zijn op de hervorming van instellingen, bestuur, overheidsdiensten, economische en sociale sectoren, als antwoord op de economische en sociale problemen, om zo te komen tot een beter concurrentievermogen en meer groei, banen en investeringen, in het bijzonder in het kader van economische beleidsprocessen, inclusief de bijstand voor de efficiënte en effectieve inzet van de fondsen van de Unie. Deze steun zal met name gericht zijn op:
steunverlening aan initiatieven van nationale autoriteiten om hun hervormingen af te stemmen op prioriteiten, rekening houdend met de beginsituatie en de verwachte sociaal-economische effecten;
ondersteuning van de nationale autoriteiten bij het versterken van hun vermogen om een hervormingsbeleid en hervormingsstrategieën te formuleren, te ontwikkelen en uit te voeren en een geïntegreerde aanpak te hanteren die voor alle sectoren consistentie van doelen en middelen garandeert;
ondersteuning van de nationale autoriteiten bij het vaststellen en uitvoeren van geschikte processen en methoden, rekening houdend met de goede praktijken en lessen die andere landen in soortgelijke situaties al hebben geleerd;
ondersteuning van de nationale autoriteiten om de efficiëntie en effectiviteit van het personeelsbeheer waar nodig te versterken, door duidelijk de verantwoordelijkheden te bepalen en de professionele kennis en vaardigheden te verbeteren.
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 26 november 2015, tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017-2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013 (COM(2015) 701 final). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13 08 02 p.m. p.m. Reserves (40 02 41) 5057088 2528500 Totaal 5057088 2528500 Nieuw artikel Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor de uitvoering van het steunprogramma voor structurele hervormingen om bij te dragen tot de institutionele, administratieve en structurele hervormingen in de lidstaten door de nationale autoriteiten steun te verlenen voor maatregelen die gericht zijn op de hervorming van instellingen, bestuur, overheidsdiensten, economische en sociale sectoren, als antwoord op de economische en sociale problemen, om zo te komen tot een beter concurrentievermogen en meer groei, banen en investeringen, in het bijzonder in het kader van economische beleidsprocessen, inclusief de bijstand voor de efficiënte en effectieve inzet van de fondsen van de Unie. Deze steun zal met name gericht zijn op:
steunverlening aan initiatieven van nationale autoriteiten om hun hervormingen af te stemmen op prioriteiten, rekening houdend met de beginsituatie en de verwachte sociaal-economische effecten;
ondersteuning van de nationale autoriteiten bij het versterken van hun vermogen om een hervormingsbeleid en hervormingsstrategieën te formuleren, te ontwikkelen en uit te voeren en een geïntegreerde aanpak te hanteren die voor alle sectoren consistentie van doelen en middelen garandeert;
ondersteuning van de nationale autoriteiten bij het vaststellen en uitvoeren van geschikte processen en methoden, rekening houdend met de goede praktijken en lessen die andere landen in soortgelijke situaties al hebben geleerd;
ondersteuning van de nationale autoriteiten om de efficiëntie en effectiviteit van het personeelsbeheer waar nodig te versterken, door duidelijk de verantwoordelijkheden te bepalen en de professionele kennis en vaardigheden te verbeteren.
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad, door de Commissie ingediend op 26 november 2015, tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017-2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013 (COM(2015) 701 final). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE 59828216 59828216 57950251 57950251 58608851,99 58608851,99 14 02 DOUANE 83024779 66129779 72848000 66615000 71319973,52 62599064,47 14 03 BELASTINGEN 32309000 31850000 32449000 31500000 32038339,25 30046583,72 14 04 BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE 3200000 3200000 3200000 3200000 2900000,— 3697521,— Titel 14 — Totaal 178361995 161007995 166447251 159265251 164867164,76 154952021,18 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 14 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE 14 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Belastingen en douane-unie 5,2 48615533 46896945 47480363,38 97,67 14 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Belastingen en douane-unie 14 01 02 01 Extern personeel 5,2 5360953 5188752 4560591,62 85,07 14 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2616013 2671540 3109137,27 118,85 Artikel 14 01 02 — Subtotaal 7976966 7860292 7669728,89 96,15 14 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie voor het beleidsterrein Belastingen en douane-unie 5,2 3035717 2993014 3260295,52 107,40 14 01 04Ondersteunende uitgaven voor maatregelen en programma's op het beleidsterrein Belastingen en douane-unie 14 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor Douane 1,1 100000 100000 98464,20 98,46 14 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor Fiscalis 1,1 100000 100000 100000,— 100,00 Artikel 14 01 04 — Subtotaal 200000 200000 198464,20 99,23 Hoofdstuk 14 01 — Totaal 59828216 57950251 58608851,99 97,96 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 48615533 46896945 47480363,38 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5360953 5188752 4560591,62 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2616013 2671540 3109137,27 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3035717 2993014 3260295,52 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 98464,20 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Wanneer de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd, in dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 14 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 100000,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Wanneer de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd, in dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 14 03. DOUANE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14 02DOUANE 14 02 01 Ondersteuning van de werking en de modernisering van de douane-unie 1,1 81895000 65000000 71733000 57000000 69837395,12 47648832,07 73,31 14 02 02 Lidmaatschap van internationale organisaties op het gebied van douane 4 1129779 1129779 1115000 1115000 1087578,40 1087578,40 96,26 14 02 51 Voltooiing van eerdere programma's op het gebied van douane 1,1 p.m. p.m. p.m. 8500000 395000,— 13862654,— Hoofdstuk 14 02 — Totaal 83024779 66129779 72848000 66615000 71319973,52 62599064,47 94,66 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 81895000 65000000 71733000 57000000 69837395,12 47648832,07 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de tenuitvoerlegging van het Douane 2020-programma en met name de financiering van gemeenschappelijke acties, IT-capaciteitsopbouw en competentieontwikkeling. Dit krediet dient met name ter dekking van:
de kosten voor de aankoop, de ontwikkeling, het onderhoud, de exploitatie en de kwaliteitsborging van de EU-componenten van Europese informatiesystemen. De EU-componenten van de Europese informatiesystemen zijn: 1) IT-onderdelen zoals hardware, software en netwerkverbindingen van de systemen, inclusief de daarmee verband houdende data-infrastructuur; 2) IT-diensten die nodig zijn voor de ondersteuning van de ontwikkeling, het onderhoud, de verbetering en de werking van de systemen; 3) alle andere elementen die om redenen van efficiency, veiligheid en rationalisering door de Commissie worden aangemerkt als gemeenschappelijk voor de deelnemende landen;
de kosten voor seminars, workshops, projectgroepen, werkbezoeken, toezichtactiviteiten, deskundigenteams, acties voor bestuurlijke capaciteitsopbouw en –ondersteuning, studies en communicatieprojecten;
de kosten in verband met de tenuitvoerlegging van bepalingen betreffende gemeenschappelijke opleidingsacties;
de kosten van voorbereidende werkzaamheden, toezicht, bewaking, controles en evaluaties die voor het beheer van het programma en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan noodzakelijk zijn;
de kosten van overige activiteiten ter ondersteuning van de doelstellingen en activiteitengebieden van het programma.
Wanneer de bijdragen van toetredingslanden, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaten die onder een pretoetredingsstrategie vallen, en partnerlanden van het Europese nabuurschapsbeleid, mits de relevante wetgeving en bestuurlijke methoden in deze landen voldoende zijn aangepast aan die in de Unie, voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e) en f), van het Financieel Reglement. Wanneer de deelname van derde landen, andere dan kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, aan douanesamenwerkingsovereenkomsten tot ontvangsten leidt die worden geboekt onder post 6 0 3 2 van de algemene staat van ontvangsten, worden voor dit artikel extra kredieten opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e) en f), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1294/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma voor douane in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Douane 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 624/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209), met name artikel 5. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1129779 1129779 1115000 1115000 1087578,40 1087578,40 Dit krediet dient ter dekking van de bijdragen van de Unie aan de Werelddouaneorganisatie (WDO). Besluit 2007/668/EG van de Raad van 25 juni 2007 betreffende de uitoefening van de aan het voorlopige lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie verbonden rechten en plichten door de Europese Gemeenschap (PB L 274 van 18.10.2007, blz. 11). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 8500000 395000,— 13862654,— Dit krediet dient ter dekking van betalingen voor nog openstaande vastleggingen van voorgaande jaren. Wanneer de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Wanneer de deelname van derde landen, andere dan kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, aan douanesamenwerkingsovereenkomsten tot ontvangsten leidt die worden geboekt onder post 6 0 3 2 van de algemene staat van ontvangsten, worden voor dit artikel extra kredieten opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel gebied, zoals vastgelegd in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23). Besluit 2000/305/EG van de Raad van 30 maart 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 102 van 27.4.2000, blz. 50). Besluit 2000/506/EG van de Raad van 31 juli 2000 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen betreffende de uitbreiding van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke systeeminterface (CCN/CSI) in het kader van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 35). Beschikking nr. 253/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2003 houdende goedkeuring van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap (Douane 2007) (PB L 36 van 12.2.2003, blz. 1). Beschikking nr. 624/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot vaststelling van een actieprogramma voor de douane in de Gemeenschap (Douane 2013) (PB L 154 van 14.6.2007, blz. 25). Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (PB L 23 van 26.1.2008, blz. 21). Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek) (PB L 145 van 4.6.2008, blz. 1). BELASTINGEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14 03BELASTINGEN 14 03 01 Verbetering van de werking van de belastingstelsels 1,1 31809000 31000000 31449000 27500000 31660555,60 24194316,07 78,05 14 03 02 Lidmaatschap van internationale organisaties op het gebied van belastingen 4 p.m. 100000 p.m. p.m. 121800,— 109462,— 109,46 14 03 51 Voltooiing van eerdere programma's op het gebied van belastingen 1,1 p.m. p.m. p.m. 3500000 255983,65 5742805,65 14 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 14 03 77 01 Proefproject —Digitale fiscale educatie en belastingbetaling 1,1 p.m. 250000 500000 250000 14 03 77 02 Proefproject — Capaciteitsopbouw, programmaontwikkeling en communicatie in het kader van de bestrijding van belastingontwijking, -ontduiking en -fraude 1,1 500000 500000 500000 250000 Artikel 14 03 77 — Subtotaal 500000 750000 1000000 500000 Hoofdstuk 14 03 — Totaal 32309000 31850000 32449000 31500000 32038339,25 30046583,72 94,34 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 31809000 31000000 31449000 27500000 31660555,60 24194316,07 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de tenuitvoerlegging van het Fiscalis 2020-programma en met name de financiering van gemeenschappelijke acties, IT-capaciteitsopbouw en competentieontwikkeling. Dit krediet dient met name ter dekking van:
de kosten voor de aankoop, de ontwikkeling, het onderhoud, de exploitatie en de kwaliteitsborging van de EU-componenten van Europese informatiesystemen. De EU-componenten van de Europese informatiesystemen zijn: 1) IT-onderdelen zoals hardware, software en netwerkverbindingen van de systemen, inclusief de daarmee verband houdende data-infrastructuur; 2) IT-diensten die nodig zijn voor de ondersteuning van de ontwikkeling, het onderhoud, de verbetering en de werking van de systemen; 3) alle andere elementen die om redenen van efficiency, veiligheid en rationalisering door de Commissie worden aangemerkt als gemeenschappelijk voor de deelnemende landen;
de kosten voor seminars, workshops, projectgroepen, bilaterale of multilaterale controles, werkbezoeken, deskundigenteams, acties voor bestuurlijke capaciteitsopbouw en –ondersteuning, studies en communicatieprojecten;
de kosten in verband met de tenuitvoerlegging van bepalingen betreffende gemeenschappelijke opleidingsacties;
de kosten van voorbereidende werkzaamheden, toezicht, bewaking, controles en evaluaties die voor het beheer van het programma en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan noodzakelijk zijn;
de kosten van overige activiteiten ter ondersteuning van de doelstellingen en prioriteiten van het programma.
Wanneer de bijdragen van toetredingslanden, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaten die onder een pretoetredingsstrategie vallen, en partnerlanden van het Europese nabuurschapsbeleid, mits de relevante wetgeving en bestuurlijke methoden in deze landen voldoende zijn aangepast aan die in de Unie, voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Wanneer de deelname van derde landen, andere dan kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, aan douanesamenwerkingsovereenkomsten tot ontvangsten leidt die worden geboekt onder post 6 0 3 2 van de algemene staat van ontvangsten, worden voor dit artikel extra kredieten opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 1, van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1286/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Fiscalis 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 1482/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 25), met name artikel 5. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 100000 p.m. p.m. 121800,— 109462,— Dit krediet dient ter dekking van de bijdragen van de Unie aan de International Tax Dialogue (ITD). Besluit van de Commissie van 4 juni 2008 over de deelname van de Gemeenschap aan de werkzaamheden van de International Tax Dialogue. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 3500000 255983,65 5742805,65 Dit krediet dient ter dekking van betalingen voor nog openstaande vastleggingen van voorgaande jaren. Wanneer de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan voor deelname aan Unieprogramma's tot ontvangsten leiden die worden geboekt onder post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen extra kredieten worden opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Wanneer de deelname van derde landen, andere dan kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, aan douanesamenwerkingsovereenkomsten tot ontvangsten leidt die worden geboekt onder post 6 0 3 2 van de algemene staat van ontvangsten, worden voor dit artikel extra kredieten opgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel gebied, zoals vastgelegd in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake het verkeer van en de controle op accijnsgoederen (PB L 162 van 1.7.2003, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 (PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1). Beschikking nr. 1482/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot vaststelling van een communautair programma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de interne markt (Fiscalis 2013) (PB L 330 van 15.12.2007, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 250000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het doel van dit proefproject is een Europees netwerk van nationale en plaatselijke aanbieders van digitale fiscale educatie en belastingbetaling op te zetten. Door goede praktijken en campagnemodellen uit te wisselen, kan een groep van deskundigen een Europese campagne op internet en de sociale media voeren om het betalen van belasting te verbeteren. Het project dient ter oprichting van een gebruiksvriendelijk en voor jongeren aantrekkelijk internetplatform met een offline applicatie en educatieve software voor individuele personen of scholen. Het project heeft tot doel de fiscale educatie van de Europese burgers, met name jongeren, te vergroten en belastingontduiking en -fraude in heel Europa tegen te gaan. In het kader van het project zal ook worden beoordeeld in welke mate fiscale educatie op internet en de sociale media van invloed is op de belastingbetaling. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 500000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject dient ter ondersteuning van een breed scala aan maatschappelijke organisaties, waaronder enkele nieuwe organisaties die niet actief betrokken zijn bij de bestrijding van belastingfraude en -ontwijking, om hun deskundigheid en capaciteit inzake Europese belastingregels te vergroten, de bewustmaking te versterken en instrumenten te ontwikkelen om belastingontwijking, -ontduiking en -fraude te bestrijden. Gezien de problemen die door de LuxLeaks- en SwissLeaks-schandalen aan het licht gekomen zijn, moet de capaciteit op Unieniveau van een breed scala aan organisaties (zoals consumentenorganisaties, ngo's, vakbonden en academische gemeenschappen) op dit terrein worden versterkt. Versterkte capaciteitsopbouw voor onderzoek, training en bewustmaking, opbouw van samenwerking (waaronder met journalisten) en grotere betrokkenheid van deskundigen uit het maatschappelijk middenveld bij de opzet en tenuitvoerlegging van, en het pleiten voor de bestrijding van belastingontwijking, belastingontduiking en belastingfraude, zorgt voor synergieën met de huidige inspanningen van de Unie om een einde te maken aan misbruikpraktijken zoals agressieve fiscale planning door multinationals of de ontwijking van belastingen door welgestelde personen. Dit proefproject bouwt voort op het project dat in 2016 is gestart voor de opbouw van expertise en capaciteit bij een groot aantal maatschappelijke organisaties in het kader van de aanpak van belastingontwijking, -ontduiking en -fraude. Het dient voor de opzet van een netwerk in de hele Unie van maatschappelijk organisaties, waaronder een aantal nieuwe actoren die zich niet actief bezighouden met campagnevoeren, met het oog op samenwerking op het gebied van ontwerp, uitvoering en bepleiting van maatregelen ter bestrijding van belastingontwijking, -ontduiking en -fraude. Tevens worden maatschappelijke organisaties ondersteund bij de formulering van hun standpunten inzake belastingbeleid en bij het doen van onderzoek naar lopende en komende belastinghervormingen. Het hoofddoel van het netwerk is het uitwisselen van ideeën, het ontwikkelen van synergieën en het opzetten van gezamenlijke initiatieven ter bestrijding van belastingontwijking, -ontduiking en -fraude. Het zal dienen als platform voor het delen van kennis op het gebied van belastingontwijking, -ontduiking en -fraude en manieren om dit aan te pakken, alsmede over het voeren van campagnes en andere initiatieven, benaderingen en instrumenten op dit gebied waar maatschappelijke organisaties gebruik van kunnen maken. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14 04BELEIDSSTRATEGIE EN -COÖRDINATIE 14 04 01 Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt 1,1 3200000 3200000 3200000 3200000 2900000,— 3697521,— 115,55 Hoofdstuk 14 04 — Totaal 3200000 3200000 3200000 3200000 2900000,— 3697521,— 115,55 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3200000 3200000 3200000 3200000 2900000,— 3697521,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma of de maatregelen die onder dit artikel vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Dit krediet dient ter dekking van uitgaven als gevolg van maatregelen die moeten bijdragen tot de voltooiing, de werking en de ontwikkeling van de interne markt. Het ondersteunt het douane- en belastingbeleid van de Unie en omvat maatregelen die niet kunnen worden gefinancierd uit het Douane 2020-programma en het Fiscalis 2020-programma. Op het gebied van belastingen en douane dient dit krediet in de eerste plaats ter dekking van uitgaven voor:
de kosten van advies, studies, analysen en effectbeoordelingen;
activiteiten op het gebied van de indeling van goederen in het douanetarief en de inzameling van gegevens;
investeringen in software;
de productie en ontwikkeling van publiciteits-, bewustmakings- en opleidingsmateriaal.
Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel gebied, zoals vastgelegd in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERWIJS EN CULTUUR 118438201 118438201 116708999 116708999 122651215,06 122651215,06 15 02 ERASMUS+ 2037868700 1859233511 1701213173 1770438678 1813506970,42 1797979535,43 15 03 HORIZON 2020 1120668383 1104848420 993834081 1064324156 1092760307,19 1056142970,76 15 04 CREATIEF EUROPA 89382000 63509222 77506000 79280220 66701931,88 59263775,95 Titel 15 — Totaal 3366357284 3146029354 2889262253 3030752053 3095620424,55 3036037497,20 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERWIJS EN CULTUUR De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 15 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN ONDERWIJS EN CULTUUR 15 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Onderwijs en cultuur 5,2 46785301 45708312 46531347,44 99,46 15 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Onderwijs en cultuur 15 01 02 01 Extern personeel 5,2 3487768 3298903 4045017,63 115,98 15 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 1866415 2337864 2967728,11 159,01 Artikel 15 01 02 — Subtotaal 5354183 5636767 7012745,74 130,98 15 01 03 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Onderwijs en cultuur 5,2 2921432 2917154 3197538,21 109,45 15 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Onderwijs en cultuur 15 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor Erasmus+ 1,1 11673300 10444400 13006503,72 111,42 15 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het programma Creatief Europa — Subprogramma Cultuur 3 864320 831020 845348,30 97,81 Artikel 15 01 04 — Subtotaal 12537620 11275420 13851852,02 110,48 15 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s op het beleidsterrein Onderwijs en cultuur 15 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 1818113 2048214 1822850,— 100,26 15 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 877339 659782 834456,— 95,11 15 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 1196213 1139250 1275132,92 106,60 Artikel 15 01 05 — Subtotaal 3891665 3847246 3932438,92 101,05 15 01 06Uitvoerende agentschappen 15 01 06 01 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van Erasmus+ 1,1 25615000 26112100 25767300,— 100,59 15 01 06 02 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van Creatief Europa 3 12176000 12199000 12244000,— 100,56 Artikel 15 01 06 — Subtotaal 37791000 38311100 38011300,— 100,58 15 01 60 Bibliotheek en e-resources 5,2 2534000 2534000 2641623,67 104,25 15 01 61 Kosten van stages voor afgestudeerden bij de instelling 5,2 6623000 6479000 7472369,06 112,82 Hoofdstuk 15 01 — Totaal 118438201 116708999 122651215,06 103,56 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 46785301 45708312 46531347,44 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3487768 3298903 4045017,63 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1866415 2337864 2967728,11 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2921432 2917154 3197538,21 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 11673300 10444400 13006503,72 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met voorbereidende, toezicht-, controle- , audit- en evaluatieactiviteiten die noodzakelijk zijn voor het beheer van het programma en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan; met name studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, waaronder bedrijfscommunicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT die zijn gericht op informatieverwerking en -uitwisseling, tezamen met alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand, die door de Commissie voor het beheer van het programma zijn gedaan. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 15 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 864320 831020 845348,30 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met voorbereidende, toezicht-, controle- , audit- en evaluatieactiviteiten die noodzakelijk zijn voor het beheer van het programma Creatief Europa en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan; met name studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, waaronder institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze post, uitgaven in verband met IT-netwerken die zijn gericht op informatieverwerking en -uitwisseling, tezamen met alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie doet voor het beheer van het programma. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 15 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1818113 2048214 1822850,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 15 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 877339 659782 834456,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 15 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1196213 1139250 1275132,92 Dit krediet dient ter dekking van overige administratieve uitgaven voor het volledige beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven voor personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met beschrijving, voorbereiding, management, monitoring, audit en supervisie van het programma of van projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 15 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 25615000 26112100 25767300,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke kosten van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur voor de deelname van het Agentschap in het beheer van het programma Erasmus+ onder rubriek 1a, alsook ter dekking van de kosten van het Agentschap die voortvloeien uit het beheer van de voltooiing van de samenwerkingsprogramma's op het gebied van hoger onderwijs en beroepsopleiding- en onderwijs, en het programma Jeugd in actie van het meerjarig financieel kader 2007-2013. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de westelijke Balkan, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Besluit 2006/910/EG van de Raad van 4 december 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (PB L 346 van 9.12.2006, blz. 33). Besluit 2006/964/EG van de Raad van 18 december 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vaststelling van een kader voor samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, beroepsopleiding en jongeren (PB L 397 van 30.12.2006, blz. 14). Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma's van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het EOF. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 12176000 12199000 12244000,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke kosten van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur voor de deelname van het Agentschap in het beheer van het programma Creatief Europa onder rubriek 3b, alsook ter dekking van de huishoudelijke kosten die voortvloeien uit het beheer van het meerjarig financieel kader 2007-2013. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma's van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het EOF. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2534000 2534000 2641623,67 Dit krediet dient ter dekking van:
de aankoop van boekwerken, e-boeken en andere publicaties, supplementen op de aanwezige werken;
de uitgaven voor inbinden en dergelijke, voor een goede bewaring van boekwerken en tijdschriften;
de kosten van abonnementen op kranten, gespecialiseerde tijdschriften en documentaire gegevensbanken;
de kosten van abonnementen op databases voor catalogisering, en
andere gespecialiseerde publicaties op papier en online.
Opgemerkt zij dat dit krediet niet de kosten dekt van:
de vestigingen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, waarvoor de uitgaven worden afgeboekt op artikel 01 05 van de betreffende titels;
vertegenwoordigingen van de Commissie in de Unie, waarvoor de uitgaven worden afgeboekt op post 16 01 03 03;
buiten de Unie gedane soortgelijke uitgaven die worden afgeboekt op post 01 03 02 van de betreffende titels.
Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 38000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6623000 6479000 7472369,06 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van stages voor afgestudeerden. Deze stage moet afgestudeerden een overzicht bieden van de doelstellingen en uitdagingen van de Unie, inzicht in de werking van de instellingen van de Unie en een kans om hun kennis door werkervaring bij de Commissie te vergroten. Dit krediet dekt de toekenning van beurzen en andere uitgaven die hiermee verband houden (aanvullende beurs voor mensen met een handicap, ongevallen- en ziektekostenverzekering, bijdrage in de reiskosten voor de stage, met name de reis naar de stageplaats en terug, organisatiekosten van evenementen die in het kader van het stageprogramma worden georganiseerd zoals bezoeken en kosten van ontvangst). De selectie van stagiair(e)s is op objectieve en transparante criteria gebaseerd. Het bedrag van de gerelateerde bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1729245 EUR. ERASMUS+ Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15 02ERASMUS+ 15 02 01Bevordering van excellentie en samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugd in Europa, het belang hiervan voor de arbeidsmarkt en de deelname van jongeren aan het democratische leven in Europa 15 02 01 01 Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking in de Europese onderwijs- en opleidingssector en het belang daarvan voor de arbeidsmarkt 1,1 1725463700 1579766641 1457638273 1503812182 1546251810,48 1465258949,54 92,75 15 02 01 02 Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking op het gebied van de Europese jeugd en de participatie van jongeren aan het Europees democratisch leven 1,1 227900000 198855087 172700000 171249596 199473408,70 183489699,36 92,27 Artikel 15 02 01 — Subtotaal 1953363700 1778621728 1630338273 1675061778 1745725219,18 1648748648,90 92,70 15 02 02 Stimulering van excellentie in onderwijs- en onderzoeksactiviteiten op het gebied van Europese integratie door middel van de Jean Monnet-activiteiten in de hele wereld 1,1 37505000 33741803 37074900 33676900 40948250,83 36729595,73 108,85 15 02 03 Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport 1,1 36000000 31169036 30000000 28000000 22927324,38 21020617,07 67,44 15 02 10 Speciale jaarlijkse evenementen 1,1 6000000 6000000 15 02 51 Voltooiing van levenslang leren, met inbegrip van meertaligheid 1,1 p.m. 6050944 — 31300000 3900000,— 86517985,46 1429,83 15 02 53 Voltooiing van jeugd en sport 1,1 p.m. p.m. — 500000 0,— 3142733,18 15 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 15 02 77 05 Voorbereidende actie ter dekking van de studiekosten van personen die gespecialiseerd zijn in het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en voor daarmee verband houdende academische activiteiten en andere onderwijsmodules, onder meer de ENB-leerstoel in het Europacollege in Natolin 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 428943,38 15 02 77 06 Voorbereidende actie — Amicus — Vereniging van lidstaten die communautaire universele diensten uitvoeren 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 15 02 77 07 Voorbereidende actie op het gebied van sport 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 15 02 77 08 Voorbereidende actie — Europese sportpartnerschappen 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 884835,68 15 02 77 09 Voorbereidende actie — E-platform voor nabuurschap 1,1 p.m. 100000 p.m. p.m. 6176,03 506176,03 506,18 15 02 77 10 Proefproject — Gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging in heel Europa stimuleren 1,1 p.m. 300000 600000 300000 15 02 77 11 Proefproject — Verbetering van de leerresultaten door ondersteuning van beginnende leraren via online leren, coaching en begeleiding 1,1 p.m. 250000 500000 250000 15 02 77 12 Proefproject — Een Europees kader voor mobiliteit van leerlingen: Europees burgerschap en Europese vaardigheden bevorderen door middel van de integratie van jongeren in de arbeidsmarkt 1,1 2000000 1500000 2000000 1000000 15 02 77 13 Proefproject — Mobiliteit van jongeren die een beroepsopleiding volgen — een grotere mobiliteit van jongeren 1,1 p.m. p.m. 100000 50000 15 02 77 14 Voorbereidende actie — Uitwisselingsprogramma voor kinderen en jongeren EU-Rusland 1,1 p.m. p.m. 300000 150000 15 02 77 15 Voorbereidende actie — Uitwisselingsprogramma voor kinderen en jongeren EU-Oekraïne 1,1 p.m. p.m. 300000 150000 15 02 77 16 Voorbereidende actie — Beoordeling van de programma’s voor ondernemerschap in het hoger onderwijs 1,1 500000 250000 15 02 77 17 Proefproject — Altiero Spinelli-beurs voor promovendi 1,1 750000 375000 15 02 77 18 Proefproject — Sport als instrument voor integratie en sociale inclusie van vluchtelingen 3 1000000 500000 15 02 77 19 Proefproject — Toezicht op en coaching van jongeren die het risico lopen te radicaliseren, via sport 3 750000 375000 Artikel 15 02 77 — Subtotaal 5000000 3650000 3800000 1900000 6176,03 1819955,09 49,86 Hoofdstuk 15 02 — Totaal 2037868700 1859233511 1701213173 1770438678 1813506970,42 1797979535,43 96,71 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1725463700 1579766641 1457638273 1503812182 1546251810,48 1465258949,54 In overeenstemming met de algemene doelstelling, met name de doelstellingen van Onderwijs en opleiding 2020, het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020), alsmede ter ondersteuning van de duurzame ontwikkeling op het gebied van hoger onderwijs in derde landen, worden met dit krediet de volgende specifieke doelstellingen op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding nagestreefd:
een verhoging van het niveau van kerncompetenties en vaardigheden, met bijzondere aandacht voor hun relevantie voor de arbeidsmarkt en hun bijdrage aan een hechtere samenleving, met name door het creëren van meer mogelijkheden voor leermobiliteit en door intensievere samenwerking tussen de wereld van onderwijs en opleiding en de wereld van het werk;
bevordering van kwaliteitsverbeteringen, excellentie op het gebied van innovatie en internationalisering op het niveau van onderwijs- en opleiding, met name door nauwere transnationale samenwerking tussen aanbieders van onderwijs en opleidingen en andere belanghebbenden;
bevordering van het ontstaan en ruimere bekendheid van een Europese ruimte voor een leven lang leren, het aanvullen van beleidshervormingen op nationaal niveau en ondersteuning van de modernisering van onderwijs- en opleidingsstelsels, met name door sterkere beleidssamenwerking, verbetering van de toepassing van instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning en de verspreiding van goede praktijken;
versterking van de internationale dimensie van onderwijs en beroepsopleiding, met name door samenwerking tussen instellingen in de Unie en in derde landen op het gebied van beroepsonderwijs en beroepsopleiding (VET) en in het hoger onderwijs, door de aantrekkelijkheid van de Europese instellingen voor hoger onderwijs te vergroten en door ondersteuning van de externe actie van de Unie, inclusief haar ontwikkelingsdoelstellingen, door de mobiliteit en de samenwerking tussen de instellingen voor hoger onderwijs in de Unie en in derde landen te bevorderen en door doelgerichte opbouw van capaciteit in derde landen;
verbetering van het onderwijs in en het leren van talen en bevordering van taalkundige verscheidenheid en intercultureel bewustzijn in de Unie, inclusief minderheidstalen en bedreigde talen;
ondersteuning van gratis openbaar onderwijs van hoge kwaliteit op zodanige wijze dat voorkomen wordt dat leerlingen op financiële gronden de toegang tot onderwijs wordt ontnomen of gedwongen worden om, ongeacht het niveau, het onderwijs te verlaten, met bijzondere aandacht voor de eerste schooljaren, teneinde voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en ervoor te zorgen dat kinderen uit de minst bevoorrechte lagen van de bevolking volledig geïntegreerd kunnen worden.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 227900000 198855087 172700000 171249596 199473408,70 183489699,36 In overeenstemming met de algemene doelstelling worden met dit krediet de volgende specifieke doelstellingen op het gebied van de jeugd nagestreefd:
verhoging van het niveau van de kerncompetenties en vaardigheden van jongeren, waaronder kansarme jongeren, bevordering van de participatie van jongeren in de democratie in Europa en de arbeidsmarkt, van hun actief burgerschap, de interculturele dialoog, van sociale inclusie en solidariteit, met name door de mogelijkheden voor leermobiliteit voor jongeren, mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en jeugdleiders te verruimen en door sterkere koppelingen tussen de jongerensfeer en de arbeidsmarkt te leggen;
bevordering van kwaliteitsverbetering in het jongerenwerk, met name door nauwere samenwerking tussen organisaties op jongerengebied en/of andere belanghebbenden;
aanvulling van beleidshervormingen op lokaal, regionaal en nationaal niveau en ondersteuning van ontwikkeling van een op kennis gebaseerd en empirisch onderbouwd jeugdbeleid en erkenning van niet-formeel en informeel leren, met name door sterkere beleidssamenwerking, een beter gebruik van de instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning en de verspreiding van goede praktijken;
versterking van de internationale dimensie van jongerenactiviteiten en de rol van jongerenwerkers en jongerenorganisaties ter ondersteuning van jongeren als aanvulling op de externe actie van de Unie, met name door bevordering van mobiliteit en samenwerking tussen belanghebbenden in de Unie en in derde landen en internationale organisaties en door doelgerichte capaciteitsopbouw in derde landen.
Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 37505000 33741803 37074900 33676900 40948250,83 36729595,73 Overeenkomstig de algemene doelstelling dient dit krediet om de volgende specifieke doelstellingen van de Jean Monnet-activiteiten na te streven:
onderwijs en onderzoek op het gebied van Europese integratie wereldwijd aanmoedigen onder gespecialiseerde academici, lerenden en burgers, met name door de instelling van Jean Monnet-leerstoelen en andere academische activiteiten en door het verlenen van steun voor andere activiteiten met het oog op kennisopbouw aan instellingen voor hoger onderwijs;
activiteiten van academische instellingen en verenigingen die actief zijn op het gebied van Europese integratiestudies ondersteunen en de invoering van een Jean Monnet-certificaat voor excellentie bevorderen;
activiteiten van academische instellingen en verenigingen die actief zijn op het gebied van Europese integratiestudies ondersteunen;
steun verlenen aan Europese academische instellingen die een doel van Europees belang nastreven;
beleidsdebatten en uitwisselingen tussen de academische wereld en beleidsmakers over de prioriteiten van het beleid van de Unie stimuleren.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 36000000 31169036 30000000 28000000 22927324,38 21020617,07 Overeenkomstig de algemene doelstelling dient dit krediet ter dekking van de steun voor de uitvoering van beleidsmaatregelen van de Unie op de gebieden die overeenstemmen met de specifieke doelstellingen (artikel 11) en activiteiten (artikel 12) van het hoofdstuk. Met het aan sport gewijde hoofdstuk van het programma Erasmus+ worden de volgende specifieke doelstellingen op het gebied van sport nagestreefd:
aanpakken van transnationale bedreigingen van sport zoals doping, wedstrijdvervalsing, geweld, racisme en intolerantie;
ondersteuning van goed bestuur op sportgebied en dubbele loopbanen van sporters;
bevordering van vrijwilligerswerk in de sport, sociale integratie, gelijke kansen en gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging door een grotere deelname aan sport.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 6000000 6000000 Het bedrag van 6000000 EUR dient ter medefinanciering van de Europese Winterspelen van de Special Olympics in Graz/Schladming, Oostenrijk (14-25 maart 2017). Deze financiering maakt het tevens mogelijk dat de deelnemende atleten uit alle 28 lidstaten kunnen trainen, zich kunnen voorbereiden en de spelen in Oostenrijk kunnen bijwonen. Aan dit evenement zullen 3000 atleten en delegaties uit 110 landen deelnemen, die acht dagen lang aan wedstrijden in acht sporten zullen meedoen. Meer dan 3000 vrijwilligers zullen bijdragen aan het welslagen van dit multisportevenement. Naast sportieve activiteiten zullen andere wetenschappelijke, educatieve, culturele en familieprogramma's worden georganiseerd. Voor, tijdens en na de Spelen wordt er een programma in de gaststad georganiseerd waarbij vele speciale evenementen plaatsvinden om een stevig fundament te leggen voor de inclusie en acceptatie van mensen met een verstandelijke handicap in Oostenrijk en alle lidstaten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 6050944 — 31300000 3900000,— 86517985,46 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit 1999/382/EG van de Raad van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding Leonardo da Vinci (PB L 146 van 11.6.1999, blz. 33). Besluit nr. 253/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 januari 2000 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied Socrates (PB L 28 van 3.2.2000, blz. 1). Besluit nr. 2317/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 tot invoering van een programma voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (Erasmus Mundus) (2004-2008) (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 1). Beschikking nr. 2241/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende een enkel communautair kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 6). Besluit nr. 1720/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot vaststelling van een actieprogramma op het gebied van een leven lang leren (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 45). Besluit 2006/910/EG van de Raad van 4 december 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (PB L 346 van 9.12.2006, blz. 33). Besluit 2006/964/EG van de Raad van 18 december 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vaststelling van een kader voor samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, beroepsopleiding en jongeren (PB L 397 van 30.12.2006, blz. 14). Besluit nr. 1298/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot invoering van het actieprogramma Erasmus Mundus 2009-2013 voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (PB L 340 van 19.12.2008, blz. 83). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. — 500000 0,— 3142733,18 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Besluit nr. 1031/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2000 tot vaststelling van het communautaire actieprogramma Jeugd (PB L 117 van 18.5.2000, blz. 1). Besluit nr. 1719/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot vaststelling van het programma Jeugd in actie voor de periode 2007-2013 (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 30). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 428943,38 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 884835,68 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 100000 p.m. p.m. 6176,03 506176,03 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 600000 300000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Er bestaat geen specifiek Europees beleid en actieplan ter stimulering van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging in alle levensfasen, zoals die bijvoorbeeld wel bestaan voor de risicofactoren tabak, alcohol, voeding en obesitas. Dit proefproject heeft tot doel een pan-Europese campagne voor lichaamsbeweging op te zetten die:
bij de Europese burgers het bewustzijn moet vergroten van de vele voordelen van lichaamsbeweging en sport;
de burgers meer mogelijkheden moet bieden om actief te zijn op het gebied van sport en lichaamsbeweging, door de uitbreiding van bestaande initiatieven en de organisatie van grensoverschrijdende activiteiten te ondersteunen;
de aanbieders van lichaamsbewegingsactiviteiten in staat moet stellen capaciteit op te bouwen;
de aandacht van belanghebbenden in alle sectoren vestigt op het feit dat iets moet worden gedaan aan de pandemie van niet te bewegen.
De campagne moet waarde toevoegen aan en voortbouwen op de bestaande Europese beleidsontwikkelingen (zoals de aanbeveling van de Raad inzake gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging en het werkplan van de EU voor sport) en initiatieven (zoals de Europese week van de sport en de samenwerkingspartnerschappen op kleinere schaal). De campagne moet een hefboom zijn voor reeds bestaande initiatieven in de lidstaten en er waarde aan toevoegen of erop voortbouwen op basis van een gezamenlijke campagne-identiteit. De campagne moet worden verwezenlijkt door een of meer ngo's die actief zijn op het gebied van bevordering van lichaamsbeweging, aangezien alleen zij beschikken over de netwerken om op een kostenefficiënte manier effectief werk te maken van de bovengenoemde doelstellingen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 250000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject heeft tot doel voor de hele Unie-instrumenten te creëren ter ondersteuning van beginnende leraren gedurende de eerste jaren van hun loopbaan, zodat ze kunnen uitgroeien tot echte professionals op het gebied van doceren, administratie enz. Het omvat: a) de ontwikkeling van online modules voor scholing, coaching en begeleiding van leraren om beginnende leraren te helpen ervaring op te doen (375000 EUR), en b) een studie om te beoordelen of het haalbaar is de via de School Education Gateway aangeboden inhoud aan te passen aan de behoeften van leraren in andere delen van de wereld, met inbegrip van het leggen van contacten met bestaande platformen die zijn ontwikkeld in het kader van internationale organisaties zoals de VN en de OESO (125000 EUR). Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2000000 1500000 2000000 1000000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Voorstel Ondanks de aanzienlijke inspanningen die de Unie heeft verricht met de invoering van de jongerengarantie en de 6,4 miljard EUR waarin het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief heeft voorzien, ligt het werkloosheidspercentage in Europa nog steeds zeer hoog. In juni 2015 waren 4,7 miljoen jongeren werkloos, en er is nog steeds sprake van grote verschillen tussen de lidstaten. Het aantal jongeren tussen de 15 en 24 jaar dat nog steeds geen werk heeft en evenmin een opleiding volgt (NEET's) is nog hoger: meer dan 6 miljoen. Zonder doortastend optreden moeten we, gezien deze cijfers, blijven vrezen voor een verloren generatie. Hoewel de jeugdwerkgelegenheid in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de lidstaten is, brengen de hoge jeugdwerkloosheidscijfers in Europa de Unie in diskrediet en werpen zij een donkere schaduw over haar toekomst. Lidstaten waar jongeren eenvoudiger tot de arbeidsmarkt toetreden hebben goed functionerende leerlingenstelsels en mobiliteit, waardoor de overstap van onderwijs naar de arbeidsmarkt soepeler verloopt. Leerlingenstelsels worden derhalve gezien als de gemakkelijkste manier om aan een baan te komen. Tegelijkertijd wordt mobiliteit gedefinieerd als het meest doeltreffende instrument ten behoeve van het Europees burgerschap. Daarom moeten de krachten worden gebundeld en moeten deze twee beleidsterreinen beter op elkaar worden afgestemd, zodat jonge Europese leerlingen beroepservaring kunnen opdoen in een andere lidstaat en hun vaardigheden verder kunnen ontwikkelen. De Commissie omschrijft leerlingenstelsels als langetermijnprogramma's voor beroepsonderwijs en -opleiding, waarin periodes op het werk en periodes in een school of een opleidingscentrum elkaar afwisselen. De leerling is contractueel gebonden aan de werkgever en ontvangt een bezoldiging (salaris of vergoeding). De werkgever is verplicht de leerling een opleiding tot een bepaald beroep aan te bieden. Na afloop van dit opleidingsprogramma kunnen de leerlingen een nationaal erkende VET-kwalificatie krijgen. Idealiter hebben leerlingen een arbeidscontract dat hun de status van werknemer in opleiding verleent, zodat ze een salaris ontvangen. Op dit moment zijn leerlingen met een arbeidscontract die bij een buitenlands bedrijf werken nog steeds in dienst van hun oorspronkelijke werkgever, onder wiens verantwoordelijkheid zij ook vallen. Werkgevers kunnen de terbeschikkingstelling van hun leerlingen aan gastbedrijven redelijkerwijs dus niet ondersteunen, zelfs niet als die in Europa zijn gevestigd. In het geval van een terbeschikkingstelling moeten werkgevers tijdens de mobiliteitsperiode nog steeds voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de ondertekening van het oorspronkelijke arbeidscontract (betaling van bezoldiging, eerbiediging van de regels betreffende de arbeidstijd en van de arbeidsvoorwaarden van jonge werknemers, sociale bescherming, verzekeringen). Ondanks de vorderingen die zijn geboekt dankzij de voorbereidende actie Erasmus voor leerlingen en Kernactie 1 van het Erasmus+-programma getiteld Individuele leermobiliteit voor leerlingen en personeel met als strategisch kader Onderwijs en opleiding 2020, alsook de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen, is de langdurige mobiliteit van leerlingen nog steeds te beperkt. Er zijn meerdere factoren die deze situatie verklaren, waaronder de leeftijd van de leerlingen die zich aanmelden voor het Erasmusprogramma. De mobiliteit van minderjarigen in Europa brengt aansprakelijkheidsproblemen mee, met name als zij gedurende langere tijd ver van hun oorspronkelijke woonplaats verblijven. Deze reserves moeten worden weggenomen door de opzet van ontvangstinfrastructuur (taalcursussen, huisvesting enz.) financieel te ondersteunen. Dit huidige probleem verklaart ten dele waarom het moeilijk is om met Erasmus+ te voldoen aan de verwachtingen op het gebied van langdurige mobiliteit van leerlingen in Europa. Dankzij de betrokkenheid van de Europese Raad en de aanbevelingen van de parlementen hebben vele maatregelen een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het Erasmus+-programma. De totstandbrenging van het Europees systeem voor overdracht van leerresultaten voor beroepsonderwijs en -opleiding (Ecvet) en van het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (Eqavet), alsook het hoofdstuk inzake mobiliteit in het Erasmus+-programma, hebben bijgedragen tot meer transparantie van en vertrouwen tussen de nationale beroepsopleidingsstelsels. Er moeten echter nog belangrijke problemen worden opgelost, met name met betrekking tot de validering in het land van oorsprong van de tijdens de periodes in het buitenland verworven vaardigheden en diploma's. Focus op het project Het algemene doel van dit proefproject is de mobiliteit van leerlingen te vergemakkelijken door diverse modellen te testen voor het opzetten van de noodzakelijke mobiliteitsinfrastructuur (diensten zoals huisvesting, taalcursussen, praktische informatie, trainingen en verzekeringsregelingen). In het kader van dit proefproject moet tevens worden gekeken naar manieren en middelen om leerlingenstelsels aantrekkelijker te maken voor jongeren. Het project is ook gericht op de officiële erkenning en validering van de leerresultaten, de bevordering van de onderlinge erkenning van diploma's en de geleidelijke tenuitvoerlegging van een Europees kader voor mobiliteit van leerlingen. De vaststelling van dit Europese kader is een essentiële voorwaarde voor het wegnemen van de belemmeringen voor mobiliteit en het symbool van wat de eerste stap kan zijn in de richting van een geïntegreerd Europees leerlingenstelselprogramma. Dit project is in 2015 ingediend en goedgekeurd in de begroting van het Europees Parlement voor 2016 en heeft in de praktijk veel belangstelling gewekt. Om deze dynamiek vast te houden is het uiteraard noodzakelijk dat dit experiment in 2017 wordt verlengd, zodat meer nieuwe leerlingen de mogelijkheid hebben om langdurige mobiliteit te ervaren. Door middel van deze verlenging kunnen tevens de conclusies worden bevestigd van de evaluatie die op dit moment wordt uitgevoerd. Dit proefproject heeft drie doelstellingen:
1. allereerst is het project gericht op het toetsen van de verwezenlijking van trans-Europese mobiliteitsprogramma's voor leerlingen, met name onder instellingen voor beroepsonderwijs, bedrijven en/of andere relevante organisaties. Deze actie is bedoeld om de mogelijkheden voor verbetering te evalueren en de betrokkenen te ondersteunen bij de opzet van het referentiekader en de vergemakkelijking van de mobiliteit van leerlingen voor periodes van 6 tot 12 maanden;
2. in het kader van dit proefproject moeten bovendien de lessen die worden getrokken uit de verwezenlijking van de projecten tijdens het eerste jaar van het experiment en de lopende studies worden voortgezet en versterkt. Deze lessen moeten leiden tot de formulering en validering van de voornaamste kenmerken van een Europees kader voor mobiliteit van leerlingen. Meer in het algemeen moet het project de verschillende vormen van overheidssteun identificeren en optimaliseren waardoor de mobiliteit van leerlingen in Europa wordt bevorderd;
3. tot slot moet in het kader van het proefproject worden bijgedragen tot de ontwikkeling van betere regelgeving en vereenvoudiging. De meeste personen die een Erasmus+-aanvraag indienen hebben een leerlingplaats, en zij moeten — met het oog op vereenvoudigde aanvraagdossiers voor Erasmus+ — middels het proefproject worden ontdaan van de gebruikelijke administratieve lasten, aangezien die de meest veelbelovende intenties in de kiem kunnen smoren. De Commissie wordt verzocht vertrouwen te hebben en pragmatisme aan de dag te leggen teneinde het experiment mogelijk te maken. In deze geest van vereenvoudiging zou de tijdens het eerste jaar van het experiment geselecteerde leerlingen een verlenging van de oorspronkelijke overeenkomst of een vereenvoudigd aanvraagdossier moeten worden aangeboden.
Te nemen maatregelen:
1. een oproep tot het indienen van voorstellen voor de financiering van trans-Europese projecten waarbij de belangrijkste belanghebbenden op het gebied van beroepsonderwijs betrokken zijn, met als doel duurzame stelsels en kaders te ontwikkelen voor trans-Europese mobiliteit van leerlingen met het oog op het voorbereiden en uitbreiden van langdurige mobiliteit van hoge kwaliteit (minimale duur van zes maanden). Deze experimenten dienen te worden geïntegreerd in de huidige programma's en te leiden tot de kwalificatie van leerlingen. Deze projecten hebben tot doel in kaart te brengen en te beoordelen welke hindernissen zich voor, tijdens en na de mobiliteitservaring voordoen. Uit deze ervaringen moet ook blijken van welke voordelen de verschillende betrokkenen op het gebied van langdurige mobiliteit kunnen profiteren. De Commissie wordt verzocht deze oproep tot het indienen van voorstellen begin 2017 uit te schrijven, met een redelijke antwoordtermijn, zodat deze projecten in het derde trimester van 2017 kunnen worden voltooid;
2. opstelling van een communicatieplan ten gunste van leerlingenstelsels en de mobiliteit van leerlingen. Dit is bedoeld om alle betrokkenen te mobiliseren, met name de bedrijven en instellingen die leerlingen in dienst zullen nemen.
Op basis van een aanvankelijke raming komt het vereiste bedrag neer op 2000000 EUR voor alle bovengenoemde maatregelen, waarvan 1800000 EUR wordt toegewezen aan de eerste maatregel (oproep van de Commissie tot het indienen van voorstellen). Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 100000 50000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het doel is bij te dragen aan een grotere mobiliteit van jongeren in het kader van de beroepsopleiding, d.w.z. het aantal deelnemers doen toenemen tot 20 % van de begunstigden en zorgen voor een betere erkenning van stages, en aandacht besteden aan veiligheids- en kwaliteitsaspecten. Dit draagt bij tot:
een grotere zichtbaarheid van en betere toegang tot Erasmus+ bij jongeren die een beroepsopleiding volgen;
een doeltreffender beheer dat is aangepast aan de specifieke kenmerken van de stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 300000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De voorbereidende actie is bedoeld om een structuur op te zetten, naar het voorbeeld van het Deutsch-Französische Jugendwerk dat werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog, om de jongere generaties uit lidstaten en Rusland gelegenheid te bieden met elkaar in contact te komen. Deze voorbereidende actie beoogt de totstandbrenging, binnen een jaar, van de organisatiestructuur die noodzakelijk is voor de uitwisseling van individuele kinderen en jongeren tussen de EU en Rusland. Voorbereidende actie in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 300000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. De voorbereidende actie is bedoeld om een structuur op te zetten, naar het voorbeeld van het Deutsch-Französische Jugendwerk dat werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog, om de jongere generaties uit lidstaten en de Oekraïne gelegenheid te bieden met elkaar in contact te komen. Deze voorbereidende actie beoogt de totstandbrenging, binnen een jaar, van de organisatiestructuur die noodzakelijk is voor de uitwisseling van individuele kinderen en jongeren tussen de EU en Oekraïne. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 De afgelopen jaren is steeds meer aandacht ontstaan voor onderwijs in ondernemerschap en ondernemerschapsprogramma’s in de instellingen voor hoger onderwijs. De instellingen voor hoger onderwijs gebruiken hiervoor in concreto HEInnovate (HEI = higher education institutions), een programma gericht op het bevorderen van ondernemerschapsvaardigheden, alsook het beoordelen van de eigen ondernemerschapscapaciteiten. Waar in dit verband evenwel nog geen rekening wordt gehouden, is de kijk van studenten op de doeltreffendheid van de ondernemerschapsprojecten en -programma’s. Ook het bedrijfsleven en de particuliere sector in het algemeen worden slechts bij hoge uitzondering betrokken bij de beoordeling van deze programma’s. Het is belangrijk enerzijds voor een nauwe afstemming van de behoeften van de particuliere sector en de academische curricula te zorgen, en anderzijds alle betrokken partijen (studenten, docenten en beroepsuitoefenaren) in te schakelen bij het beoordelen van de ondernemerschapsprogramma’s, teneinde ervoor te zorgen dat studenten de vaardigheden aangereikt krijgen waar zij in hun loopbaan behoefte aan zullen hebben. Deze actie bouwt voort op het bestaande instrument (HEInnovate) en gebruikt de feedback van studenten, de particuliere sector en docenten als toegevoegde waarde voor de reeds geteste en goedbevonden kaders en procedures. De actie beoogt ook het uitwisselen van goede praktijken op internationaal niveau tussen instellingen voor hoger onderwijs en universiteiten, gericht op het vergemakkelijken van de implementatie van de bedoelde instrumenten in de curricula van de studenten in kwestie. Tot slot wordt met de budget for students-beoordeling van de programma’s voor ondernemerschap in het hoger onderwijs beoogd de kwaliteit van deze programma’s in heel Europa naar een hoger plan te tillen en, in het verlengde daarvan, Europa om te vormen tot een ondernemerschapsgemeenschap. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 De afgelopen jaren lijkt het Europese project door zowel interne als externe factoren te zijn verzwakt. Het vertrouwen van de burgers moet worden hersteld, terwijl kennis over het Europese integratieproject en bewustzijn van de Europese cultuur en waarden onder een zo'n breed mogelijk publiek moeten worden verspreid. Ter gelegenheid van de 30e herdenking van het overlijden van Altiero Spinelli, een van de grondleggers van de Europese Unie, en in aanloop naar de 60e verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome, moeten concrete initiatieven worden ontplooid om deze onvrede met de Unie te doorbreken. De Altiero Spinelli-beurs voor promovendi heeft tot doel onderzoek te bevorderen naar het integratieproces van de EU, met inbegrip van de geschiedenis ervan en de geschiedenis van het Europese ideaal. De huidige acties op het gebied van EU-studies zijn niet gericht zijn op jonge onderzoekers/promovendi. Onderzoek dat in het kader van de Altiero Spinelli-beurs voor promovendi wordt uitgevoerd moet gericht zijn op de theorie van integratiemodellen (bv. handelsovereenkomsten, internationale organisaties, federaties) en vergelijkende studies van bestaande integratiemodellen (bv. de Europese Unie, de Afrikaanse Unie, Mercosur, de Verenigde Staten van Amerika, Canada), de rol van burgers en maatschappelijke organisaties in het integratieproces van de EU, de intellectuele geschiedenis van Europese integratie en, uiteraard, het leven en werk van Altiero Spinelli. In de beursovereenkomst kunnen colleges worden opgenomen waarin aan bod komt hoe kan worden bewerkstelligd dat academisch werk een breder, niet-gespecialiseerd publiek bereikt. Er kan uiteraard worden voorzien in samenwerking met bestaande programma's, bv. Jean Monnet-acties, en met bestaande instellingen, bv. de Historische Archieven van de Europese Unie bij het Europees Universitair Instituut. Het krediet gaat uit van een minimumbeurs van 30000 EUR/jaar (toe te kennen aan een individuele student), en één beurs per lidstaat. Er is tevens een extra marge voor onvoorziene omstandigheden opgenomen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Nu het aantal vluchtelingen groeit, is er in toenemende mate behoefte aan effectieve initiatieven voor integratie en sociale inclusie. Sportprojecten, in het bijzonder op het gebied van voetbal, zijn succesvolle instrumenten gebleken bij de integratie van vluchtelingen en de bevordering van sociale inclusie in ontvangende samenlevingen. Dit proefproject beoogt lokale sportclubs te betrekken bij de integratie van vluchtelingen. Het zou de lokale expertise op basis van bestaande initiatieven in de lidstaten moeten versterken met als doel:
1. een proefprogramma op te zetten ter ondersteuning van concrete, door de gemeenschap ondersteunde voetbalinitiatieven (Europese kenniscentra). De nadruk ligt op de integratie van vluchtelingengemeenschappen in de hele Unie en naburige regio's door middel van lokale sportinitiatieven;
2. de optimale werkwijzen in Europa in kaart te brengen en concepten te ontwikkelen die in derde land ten uitvoer kunnen worden gebracht, gericht op de integratie van vluchtelingen door middel van voetbal. Er wordt een methode ontwikkeld om het effect op een systematische, kopieerbare manier te beoordelen;
3. de inspanningen te coördineren door middel van een netwerkplatform.
Het project zal fungeren als test voor de opzet en uitbreiding van op voetbal gebaseerde sociale-integratieprogramma's ter ondersteuning van vluchtelingen en ontvangstlanden in Europa en daarbuiten. De verwachte uitkomsten zijn onder meer:
1. bevordering van de directe betrokkenheid van vluchtelingen en ontvangende gemeenschappen op strategische locaties (in de Unie, in transitlanden, en in derde landen) en de opzet van Europese kenniscentra door middel van capaciteitsopbouw;
2. ontwikkeling van een methodologie voor op voetbal gebaseerde programma's voor de integratie van vluchtelingen, die kan worden aangepast voor soortgelijke, toekomstige initiatieven;
3. opzet van een platform voor de verspreiding van de ontwikkelde praktijken;
4. bevordering van een benadering in heel Europa om Europese ontvangstgemeenschappen in staat te stellen vluchtelingen op succesvolle wijze te laten integreren door middel van sport.
Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 375000 De recente terreuraanslagen in Europa laten zien dat jonge, geradicaliseerde Europese burgers een verhoogd veiligheidsrisico vormen. Meer ongelijkheid, sociale uitsluiting en marginalisering liggen hieraan vaak ten grondslag. Dit krediet dient ter dekking van door plaatselijke actoren en het maatschappelijk middenveld opgezette sportgerelateerde projecten met een bottom-upbenadering voor jongeren uit families in een achterstandspositie — en met name jongeren waarbij een radicaliseringsrisico bestaat — om marginalisering en radicalisering te voorkomen, ongelijkheid aan te pakken en de jongeren te helpen bij het vinden van een identiteit en het gevoel ergens bij te horen. Sport is bij uitstek geschikt voor het kweken van een groepsgevoel en het versterken van de sociale integratie door middel van respect voor diversiteit en multiculturele gemeenschappen. De projecten dienen dan ook sport, onderwijs en jobcoaching aan te bieden voor het verwerven van essentiële vaardigheden zoals sociale en communicatieve vaardigheden, kritisch denkvermogen en het vermogen problemen op te lossen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). HORIZON 2020 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15 03HORIZON 2020 15 03 01Wetenschap van topkwaliteit 15 03 01 01 Marie Skłodowska-Curie-acties — Nieuwe vaardigheden, kennis en innovatie genereren, ontwikkelen en overdragen 1,1 820241594 700365833 768895200 508490935 773308606,14 562235254,53 80,28 Artikel 15 03 01 — Subtotaal 820241594 700365833 768895200 508490935 773308606,14 562235254,53 80,28 15 03 05 Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) — De kennisdriehoek van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie integreren 1,1 300426789 314253296 224938881 251833221 266909070,— 227017581,— 72,24 15 03 50Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 15 03 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 52290165,58 4421739,39 15 03 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 15143738,13 Artikel 15 03 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 52290165,58 19565477,52 15 03 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek — Zevende kaderprogramma (2007-2013) 1,1 p.m. 90229291 p.m. 304000000 252465,47 247324657,71 274,11 15 03 53 Voltooiing van het Europees Instituut voor innovatie en technologie 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Hoofdstuk 15 03 — Totaal 1120668383 1104848420 993834081 1064324156 1092760307,19 1056142970,76 95,59 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Dit krediet zal worden gebruikt voor Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) van de Europese Unie, en voor het voltooien van de vorige onderzoeksprogramma's (zevende kaderprogramma) en van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) van de vorige financiële periode. Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt gebruik van hulpbronnen, Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering, en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese onderzoeksruimte. Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. Het programma is gericht op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, en is bedoeld om bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij gebaseerd op de Europese onderzoeksruimte, d.w.z. door supranationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie te ondersteunen, het Europese onderzoek dankzij zijn dynamiek, creativiteit en uitmuntendheid de grenzen van de kennis op te laten zoeken, meer personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen en de kwaliteit daarvan te verbeteren, en de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in heel Europa te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal worden gebruikt. Binnen Horizon 2020 zal gendergelijkheid als een horizontale kwestie worden benaderd om onevenwichtigheden in de verdeling tussen mannen en vrouwen weg te nemen en een genderdimensie in onderzoeks- en innovatieonderwerpen te integreren. In het bijzonder zal rekening worden gehouden met de noodzaak tot meer inspanningen om de participatie van vrouwen in onderzoek en innovatie op alle niveaus, inclusief dat van de besluitvorming, te versterken. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analysen en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor EU-actie, en met name in het kader van de Europese onderzoeksruimte alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die onder de eerdere kaderprogramma 's zijn uitgevoerd. Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van landen aan de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek die zijn geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen worden opgevoerd bij artikel 15 03 05 en post 15 03 50 01. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 15 01 05 worden opgevoerd. Met deze prioriteit van Horizon 2020 wordt beoogd de excellentie van de wetenschapsbasis van de Unie te versterken en uit te breiden en een constante instroom van wereldvermaarde onderzoekers te garanderen om het concurrentievermogen van Europa op lange termijn te waarborgen. De beste ideeën worden ondersteund, Europees talent wordt ontwikkeld, Europese onderzoekers krijgen toegang tot prioritaire onderzoeksinfrastructuur en Europa wordt aantrekkelijk voor de beste onderzoekers ter wereld. Op grond van de behoeften en de kansen van de wetenschap zal worden bepaald welke onderzoeksacties worden gefinancierd, en er zullen vooraf geen thematische prioriteiten worden gesteld. De onderzoeksagenda zal in nauwe samenwerking met wetenschappelijke kringen worden vastgesteld, en onderzoek zal op basis van excellentie worden gefinancierd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 820241594 700365833 768895200 508490935 773308606,14 562235254,53 Europa heeft behoefte aan goed opgeleid en creatief menselijk potentieel, dat grens- en sectoroverschrijdend mobiel is, en Europa moet aantrekkelijk zijn voor de beste onderzoekers uit Europa en daarbuiten. Dat zal worden gerealiseerd door de excellentie in een aanzienlijk deel van de initiële opleiding van hoge kwaliteit van beginnende onderzoekers en promovendi te structureren en te verbeteren en door ervaren onderzoekers aantrekkelijke carrièrekansen te bieden in zowel de publieke als de particuliere sector wereldwijd. Onderzoekers worden ertoe aangemoedigd te switchen tussen landen, sectoren en disciplines om zo hun creatieve en innovatieve potentieel te vergroten. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104). Besluit van de Raad 2013/743/EU van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965), met name artikel 3, lid 1, onder c). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 300426789 314253296 224938881 251833221 266909070,— 227017581,— Dit krediet dient ter dekking van administratieve en personeelskosten van het EIT en beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma, met inbegrip van door het EIT aangewezen kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's). In het kader van de strategische innovatieagenda (SIA) van het EIT en Verordening (EU) nr. 1292/2013 zal het EIT bijdragen aan de verwezenlijking van het algemene doel en de algemene prioriteiten van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, met de specifieke doelstelling de kennisdriehoek van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie te integreren. Het EIT moet de innovatiecapaciteit van de EU een hoognodige stimulans geven; zijn algemene doelstelling bestaat erin een nieuwe Europese manier te vinden om door middel van innovatie essentiële economische groei en maatschappelijke voordelen te realiseren door innovatieve ideeën te helpen omzetten in producten en diensten die duurzame groei en banen creëren. Kennis- en innovatiegemeenschappen zijn de operationele basis van het EIT. Dit zijn door excellentie aangedreven partnerschappen, die het hele innovatienet bijeenbrengen om nieuwe kansen te bieden voor innovatie in Europa en een reële impact te genereren in termen van de oprichting van nieuwe bedrijven en maatschappelijke voordelen. Zij pakken specifieke innovatiethema's aan en integreren publieke en private onderzoeksorganisaties, innoverende industrieën, instellingen voor hoger onderwijs, investeerders, start-ups en spin-offs. De eerste drie KIG's werden aangewezen in december 2009 en pakken de volgende maatschappelijke uitdagingen aan: matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering (door de klimaat-KIG), duurzame energie (door de KIG InnoEnergy) en de toekomstige informatie- en communicatiemaatschappij (door de EIT ICT Labs). Twee bijkomende KIG's werden aangewezen in 2014 rond de thema's Grondstoffen en Innovatie voor gezond leven en actief ouder worden. Het EIT zal in de toekomst zijn portfolio van KIG's met maximaal drie bijkomende KIG's uitbreiden rond de onderwerpen Voedsel voor de toekomst, Productie met toegevoegde waarde, en Stedelijke mobiliteit. Het EIT heeft tot doel op de volgende gebieden tastbaar effect te sorteren:
belangrijke maatschappelijke uitdagingen aangaan: de KIG's combineren deskundigheid uit verschillende disciplines om innovatieve en brede antwoorden op complexe maatschappelijke uitdagingen aan te reiken;
een duidelijk en bedrijfsvriendelijk kader scheppen: de belangrijkste benchmark voor het succes van het EIT en de KIG's zal de omzetting van nieuwe ideeën in tastbare nieuwe producten, diensten of kansen voor bedrijven zijn;
het vrije verkeer van kennis door co-locatie bevorderen: de KIG's zijn georganiseerd rond co-locatiecentra — geografische locaties met een grote proximiteit van het grootste deel of van de gehele innovatieketen. De nadruk ligt op mensen met uiteenlopende achtergronden (industrie, mkb, de academische wereld, nationaliteit, geslacht, discipline enz.) die met elkaar in direct persoonlijk contact samenwerken, wat dus leidt tot een grote mobiliteit van de kennis;
een nieuwe generatie van ondernemers laten ontluiken: mensen met ondernemingszin zijn de drijfveer voor innovatie en houden onze economieën en samenlevingen aldus in beweging. Het EIT bevordert onderwijs in ondernemerschap als belangrijk kenmerk van de master- en doctoraatsprogramma's van de KIG's doordat het de nadruk verlegt van leren over naar al doende leren. De master- en doctoraatsprogramma's zullen studenten de ondernemingsvaardigheden bijbrengen die zij nodig hebben om te slagen in de kenniseconomie, door de nadruk te leggen op leerresultaten en het gebruik van innovatieve onderwijsmethoden.
De strategische doelstellingen van het EIT voor deze periode bestaan erin zijn activiteiten te consolideren en synergieën tussen die activiteiten te creëren, alsook zich voor te bereiden om de prioriteiten te realiseren die in de strategische innovatieagenda (2014-2020) zijn vastgesteld: in de eerste plaats door groei, impact en duurzaamheid aan te moedigen door zijn partnerschap met de drie bestaande KIG's verder te versterken en tegelijkertijd nieuwe KIG's op te richten. Door KIG’s volgens een oplopend ontwikkelingstraject op te richten, zal het EIT uiteindelijk komen tot een totale portefeuille van negen KIG's in de periode 2014-2020 (wat neerkomt op het opzetten van 40 à 50 co-locatiecentra in de hele Unie); in de tweede plaats door de impact van het EIT te vergroten en door ondernemerschap gedreven innovatie in de hele Unie te bevorderen door middel van een brede verspreiding van nieuwe innovatiemodellen die talent uit heel Europa aantrekken en ontwikkelen; en in de derde plaats door, naast resultaatgerichte monitoring, nieuwe middelen in te voeren om effect te sorteren. De personeelsformatie van het EIT is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 -2020) en tot intrekking van Besluit nr.1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104), met name artikel 5, lid 5. Verordening (EU) nr. 1292/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 294/2008 tot oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 174). Besluit nr. 1312/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de strategische innovatieagenda van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT): de bijdrage van het EIT aan een meer innoverend Europa (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 892). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 52290165,58 4421739,39 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 15143738,13 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement kunnen ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 90229291 p.m. 304000000 252465,47 247324657,71 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/973/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Mensen tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 272). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het EIT is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot oprichting van een Europees Instituut voor innovatie en technologie (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 1). CREATIEF EUROPA Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15 04CREATIEF EUROPA 15 04 01 Versterking van de financiële capaciteit van het mkb en van kleine en zeer kleine organisaties in de Europese culturele en creatieve sectoren, en bevordering van beleidsontwikkeling en nieuwe zakelijke modellen 3 30932000 14176893 23829000 22133220 9459523,27 6789707,53 47,89 15 04 02 Subprogramma Cultuur — Grensoverschrijdende acties ondersteunen en transnationale verspreiding en mobiliteit bevorderen 3 55350000 44229071 52827000 45000000 55011808,61 34054546,50 77,00 15 04 51 Voltooiing van programma’s/acties op het gebied van cultuur en taal 3 p.m. 2547311 — 10822000 0,— 17740990,02 696,46 15 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 15 04 77 01 Proefproject — Economie van de culturele verscheidenheid 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 15 04 77 03 Voorbereidende actie — Cultuur in de externe relaties 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 15 04 77 04 Proefproject — Een Europees platform voor festivals 3 p.m. p.m. p.m. 300000 0,— 200000,— 15 04 77 05 Proefproject — Een nieuw verhaal voor Europa 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 203878,45 15 04 77 08 Proefproject — Kickstarten van de culturele economie 3 p.m. 280600 p.m. 150000 430600,— 0,— 0 15 04 77 09 Proefproject — Ondersteuning van netwerken van jonge, creatieve ondernemers: Unie en derde landen 3 p.m. 367742 p.m. 200000 800000,— 232258,13 63,16 15 04 77 11 Voorbereidende actie — Een nieuw verhaal voor Europa 3 750000 732605 500000 500000 1000000,— 42395,32 5,79 15 04 77 12 Voorbereidende actie — Europa voor festivals, festivals voor Europa (EFFE) 3 350000 175000 350000 175000 15 04 77 13 Proefproject — Bestrijding van de illegale handel in cultuurgoederen 3 500000 250000 15 04 77 14 Voorbereidende actie — Modellen voor innovatie bij het beheer door micro-ondernemingen van Europese particuliere huizen op de erfgoedlijst 3 500000 250000 15 04 77 15 Proefproject — Het bevorderen van de waarden van de EU door middel van muziek 3 1000000 500000 Artikel 15 04 77 — Subtotaal 3100000 2555947 850000 1325000 2230600,— 678531,90 26,55 Hoofdstuk 15 04 — Totaal 89382000 63509222 77506000 79280220 66701931,88 59263775,95 93,32 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 30932000 14176893 23829000 22133220 9459523,27 6789707,53 Dit krediet dient ter dekking van de volgende maatregelen die verband houden met het sectoroverschrijdende onderdeel van het programma Creatief Europa. De faciliteit voor de culturele en creatieve sectoren wordt gecreëerd ten behoeve van de culturele en creatieve sectoren en heeft de volgende prioriteiten: het bevorderen van de toegang tot financiering voor de kmo's en organisaties in de Europese culturele en creatieve sectoren; het verbeteren van de capaciteit van financiële instellingen om culturele en creatieve projecten te beoordelen, met inbegrip van technische bijstand en netwerkmaatregelen. Dit doel wordt bereikt door:
het bieden van garanties aan relevante financiële intermediairs in landen die deelnemen aan het programma Creatief Europa;
het bieden van aanvullende expertise en capaciteit aan financiële intermediairs om de risico's te kunnen evalueren die verband houden met actoren in de culturele en creatieve sectoren.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Terugbetalingen van financiële instrumenten overeenkomstig artikel 140, lid 6, van het Financieel Reglement, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, vrijgegeven zekerheden en aflossingen van de hoofdsom van de leningen, aan de Commissie en die zijn geboekt op post 6 3 4 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder i), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 55350000 44229071 52827000 45000000 55011808,61 34054546,50 Dit krediet dient ter dekking van de volgende maatregelen die verband houden met het subprogramma Cultuur van het programma Creatief Europa:
het ondersteunen van acties waardoor actoren vaardigheden en kennis kunnen verwerven die bevorderlijk zijn voor de aanpassing aan digitale technologieën, met inbegrip van het testen van nieuwe methoden voor publieksopbouw en voor innoverende bedrijfsmodellen;
het ondersteunen van acties die actoren in staat stellen om hun carrières binnen en buiten Europa een internationaler karakter te geven;
het bieden van ondersteuning bij het versterken van de positie van Europese actoren en internationale culturele netwerken teneinde de toegang tot nieuwe professionele mogelijkheden te bevorderen.
De prioriteiten op het terrein van de bevordering van transnationale verspreiding zijn:
het ondersteunen van internationale tournees, evenementen en tentoonstellingen;
het ondersteunen van de verspreiding van Europese literatuur;
het ondersteunen van publieksopbouw als middel om de belangstelling voor Europese culturele werken te stimuleren.
Ondersteunende maatregelen van het subprogramma Cultuur Het subprogramma Cultuur biedt steun voor de volgende maatregelen:
transnationale samenwerkingsmaatregelen om actoren uit verschillende landen bij elkaar te brengen teneinde sectorale of sectoroverschrijdende activiteiten uit te voeren;
activiteiten door Europese netwerken van actoren uit verschillende landen;
activiteiten met een grootschalig en systemisch effect door organisaties die een stimulerend Europees platform bieden voor de ontwikkeling van opkomend talent en ter bevordering van de mobiliteit van artiesten en werken;
de ondersteuning van literaire vertalingen;
speciale activiteiten gericht op een grotere zichtbaarheid van de rijkdom en verscheidenheid van de Europese culturen en op het stimuleren van de interculturele dialoog en wederzijds begrip, bijvoorbeeld door Europese cultuurprijzen of in het kader van het Europees Erfgoedlabel of de Culturele Hoofdsteden van Europa.
Dit krediet kan ook dienen ter financiering van de voorbereiding van het Europees Jaar voor het Cultureel Erfgoed. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, volgens de procedures die met die landen worden overeengekomen ingevolge de kaderovereenkomsten die in hun deelname aan programma's van de Unie voorzien, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van de Zwitserse Bondsstaat voor deelname aan de programma's van de Unie en die zijn geboekt op post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 2547311 — 10822000 0,— 17740990,02 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 februari 2000 tot instelling van het programma Cultuur 2000 (PB L 63 van 10.3.2000, blz. 1). Besluit nr. 792/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op cultuurgebied actief zijn (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 40). Besluit nr. 1855/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van het programma Cultuur (2007-2013) (PB L 372 van 27.12.2006, blz. 1). Besluit nr. 1194/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot instelling van een actie van de Europese Unie voor het Europees erfgoedlabel (PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 300000 0,— 200000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 203878,45 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 280600 p.m. 150000 430600,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 367742 p.m. 200000 800000,— 232258,13 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 732605 500000 500000 1000000,— 42395,32 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Deze voorbereidende actie heeft tot doel het culturele comité dat het handvest heeft opgesteld in staat te stellen de dialoog met de burgers voort te zetten. Het handvest is slechts een begin; kunstenaars en burgers in Europa worden aangemoedigd deel te nemen aan de blijvende discussie over de vele verhalen voor Europa. Er moet een overkoepelende benadering worden gehanteerd in de vorm van netwerken van burgers, culturele instellingen en organisaties, die kennis aan het publiek overbrengen en burgers uitnodigen aan dit proces deel te nemen. Daarnaast moet een groep van ambassadeurs worden samengesteld. Deze ambassadeurs hebben tot taak om contact te leggen met de burgers in het kader van de vormgeving van het nieuwe verhaal en om het Europese publiek te benaderen. Derhalve is de voorbereidende actie nog steeds bedoeld om:
evenementen te organiseren om het handvest over een nieuw verhaal voor Europa in zoveel mogelijk lidstaten te presenteren en daarbij dialoog en debat te stimuleren;
steun te verlenen aan mediagenieke openbare evenementen georganiseerd door culturele, wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties met als onderwerp het debat over een nieuw verhaal voor Europa;
deelname van zoveel mogelijk burgers te waarborgen, door steunverlening aan onafhankelijke mediaplatforms die aandacht besteden aan het debat over een nieuw verhaal voor Europa.
Deze voorbereidende actie moet de drie bovengenoemde specifieke doelstellingen verwezenlijken. Om deze activiteiten te ondersteunen, doet de Commissie via raamcontracten een beroep op contractanten om het volgende uit te voeren: de organisatie van evenementen op hoog niveau, met inbegrip van tentoonstellingen en culturele evenementen, inclusief vervoer en accommodatie van de deelnemers en de ondersteuning van deskundigen voor de specifieke programmering van evenementen; logistieke en adviserende ondersteuning van het cultureel comité, inclusief vervoer en accommodatie en de organisatie van de aanwezigheid van de leden op evenementen en ondersteuning van expertise voor de uitvoering van taken van het comité en van andere taken in verband met de specifieke programmering van de evenementen; organisatie van evenementen door de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten; communicatiecampagnes, onder meer via de sociale media in de lidstaten. In het kader van de begrotingen 2015 en 2016 werden vastleggingskredieten aan deze voorbereidende actie toegewezen, in aansluiting op het proefproject dat werd gefinancierd uit de begrotingen van 2013 en 2014. Deze voorbereidende actie heeft ten doel op lokaal niveau een debat onder jongeren te bevorderen en nieuwe zienswijzen te verzamelen over de huidige uitdagingen van de EU, manieren om vooruit te komen en de toekomst van het Europese project. De actie heeft als prioriteit om de jeugd aan te spreken, en in samenwerking met en hulp van jongerenorganisaties kunnen doelstellingen worden gerealiseerd op het gebied van de organisatie van evenementen om in zo veel mogelijk lidstaten dialoog en debat te stimuleren over verhalen voor Europa; om steun te verlenen en deel te nemen aan mediagenieke openbare evenementen georganiseerd door jongeren-, culturele, wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties met als onderwerp het debat over een nieuw verhaal voor Europa; om het debat via sociale media aan te zwengelen; en om deelname van zoveel mogelijk burgers te waarborgen, door steunverlening aan onafhankelijke mediaplatforms die aandacht besteden aan het debat over een nieuw verhaal voor Europa. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 350000 175000 350000 175000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Het EFFE-proefproject wordt momenteel uitgevoerd door de European Festivals Association samen met 24 gedecentraliseerde partnerorganisaties in Europa en in nauwe samenwerking met DG Onderwijs en Cultuur van de Commissie. De voorbereidende actie voor EFFE heeft tot doel:
een labelmechanisme en uitwisselingsplatform voor festivals te creëren voor de ontwikkeling van hun potentieel om bij te dragen aan diverse beleidsterreinen van de Unie zoals innovatie, sociale inclusie, onderwijs en interculturele dialoog. De uitgevoerde activiteiten dragen bij aan de Europa 2020-strategie door voort te bouwen op overloopeffecten die de creatieve en culturele sectoren hebben op een aantal andere terreinen zoals toerisme en regionale en stedelijke ontwikkeling;
Europa's unieke en essentiële waarden te bevorderen, door ze zichtbaar en geloofwaardig te maken via een sterke naamsbekendheids- en communicatiestrategie die het platform de middelen kan aanreiken om een groot aantal burgers en met name jongeren in heel Europa te bereiken.
Op grond van zijn huidige succes kan worden aangenomen dat een voorbereidende actie de energie van festivals zal blijven verspreiden en zal bijdragen aan de bevordering van een slim, inclusief en duurzaam Europa. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Overzicht van het project: Het project bestaat uit drie pijlers:
1. een op onderzoek gebaseerde analyse van de omvang van de illegale handel in cultuurgoederen en de routes die hiervoor worden gebruikt;
2. bewustwordings- en opleidingsmodules voor rechters, politie- en douanebeambten, overheidsdiensten en spelers van de kunstmarkt, alsook bewustmakingscampagnes die gericht zijn op het brede publiek;
3. reproductie en verspreiding van verloren cultureel erfgoed en het mogelijke gebruik van nieuwe technieken door musea en culturele en onderwijsinstellingen.
Resultaat/mogelijke ontwikkeling van het project Een conferentie en een studie in het kader van de eerste fase, opleidingsmodules in het kader van de tweede pijler en een inventaris van nieuwe technieken in het kader van de derde fase. Innovatieve/experimentele aard van het project Het concept van het project wordt niet bestreken door een van de bestaande programma's. Het project is te ingewikkeld voor een samenwerkingsproject in het kader van het culturele deel van het programma Creatief Europa, en bovendien zouden essentiële activiteiten dan niet kunnen worden gedekt (bijvoorbeeld de opleidingsmodules voor rechters, politie- en douanebeambten), en het integrale karakter van het proefproject zou dan ook verloren gaan. Het zou voor culturele organisaties en zelfs voor internationale organisaties zeer moeilijk zijn om aan de cofinancieringsvereisten te voldoen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Cultureel erfgoed wordt meer en meer erkend als een strategische hulpbron voor een duurzaam en vreedzaam Europa — denk aan het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 en de conclusies van de Raad betreffende een werkplan voor cultuur 2015-2018 — en in dit verband moet worden gewezen op het belang van het tot stand brengen van spill-over-effecten en synergie-effecten tussen de verschillende betrokken partijen, teneinde cultureel erfgoed te bewaren, voor het voetlicht te brengen en aan de volgende generaties door te geven. Dit voorstel voor een voorbereidende actie richt zich op een groep geselecteerde partijen die niet van de bestaande maatregelen en programma’s profiteren, maar wel van groot belang zijn voor het implementeren van een in gemeenschappen gewortelde en de mens centraal stellende benadering van cultureel erfgoed, en die open innovatie in de sector in kwestie kunnen aanzwengelen. Europese particuliere huizen op de erfgoedlijst vormen een uiterst belangrijke component van het cultureel erfgoed van de Unie en dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de Europese regio’s, steden en plattelandsgebieden. De bestaande acties van de Unie op erfgoedgebied, zoals de Europese erfgoeddagen, de EU-prijs voor cultureel erfgoed en het Europees erfgoedlabel, zijn initiatieven die zich op een bredere groep culturele actoren en kmo’s richten en niet specifiek op huishoudens en particuliere micro-ondernemingen die erfgoed en historische woonhuizen beheren. Wanneer ze het cultureel erfgoed dat ze in bezit hebben niet in stand kunnen houden, proberen huizen en families innovatieve bedrijfsmodellen te ontwikkelen waarbinnen traditionele oplossingen (bezoeken, manifestaties enz.) worden gecombineerd met kansen van de digitale economie en CCI-spill-over-effecten op de economie en de samenleving. Wanneer het erfgoed in kwestie gedurende langere tijd niet wordt onderhouden en/of slecht wordt beheerd, liggen verval en verwaarlozing op de loer, hetgeen moet worden voorkomen door iets te doen aan de specifieke uitdagingen waar het particulier cultureel erfgoed mee te kampen heeft. Deze voorbereidende actie is erop gericht in kaart te brengen welke modellen voor micro-ondernemingen door particuliere eigenaren van cultureel erfgoed in de Unie worden gebruikt, en deze onderling te vergelijken en met elkaar uit te wisselen. Om het economisch potentieel van deze sector in de Unie te kwantificeren en kwalificeren moet een studie worden verricht om de specifieke kenmerken van de sector in kaart te brengen en het bedrijfsklimaat te definiëren. Op basis van deze studie(s) zullen vervolgens modellen voor innovatie bij het beheer van Europese particuliere huizen op de erfgoedlijst worden ontwikkeld en aan de betrokken actoren en partijen ter beschikking worden gesteld. Tot slot zullen er ook aanbevelingen voor de Commissie worden geformuleerd, op basis van de acties van het proefproject. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 In deze tijd, waarin de Unie zich voor een groot aantal uitdagingen ziet gesteld, beoogt dit proefproject jonge en getalenteerde muziekbeoefenaars uit alle 28 lidstaten bijeen te brengen om Europa’s kernwaarden en kwaliteiten voor het voetlicht te brengen, en bruggen tussen mensen te bouwen met klassieke muziek. Het project is bedoeld voor de jongeren in Europa, en met name die groep die dreigt te radicaliseren, door jonge beoefenaars van klassieke muziek en jongeren met verschillende achtergronden middels concerten en mentorschapsregelingen met elkaar in contact te laten komen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 16 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIE 127302438 127302438 124190396 124190396 132736007,49 132736007,49 16 03 COMMUNICATIEACTIES 84269000 82757000 79504500 72569000 75291503,49 70862125,07 Titel 16 — Totaal 211571438 210059438 203694896 196759396 208027510,98 203598132,56 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIE De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 16 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN COMMUNICATIE 16 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Communicatie 5,2 68404916 65590888 68162220,49 99,65 16 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Communicatie 16 01 02 01 Extern personeel — Hoofdzetel 5,2 5861231 5783570 5636494,36 96,17 16 01 02 03 Extern personeel — Vertegenwoordigingen van de Commissie 5,2 17067000 16606000 17476764,47 102,40 16 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2917858 3209857 3601775,63 123,44 Artikel 16 01 02 — Subtotaal 25846089 25599427 26715034,46 103,36 16 01 03Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, gebouwen en andere werkingsuitgaven op het beleidsterrein Communicatie 16 01 03 01 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 4271433 4186081 4677071,80 109,50 16 01 03 03 Gebouwen en daarmee samenhangende kosten — Vertegenwoordigingen van de Commissie 5,2 26370000 26423000 30579710,54 115,96 Artikel 16 01 03 — Subtotaal 30641433 30609081 35256782,34 115,06 16 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Communicatie 16 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor communicatieacties 3 1090000 1034000 1228670,20 112,72 Artikel 16 01 04 — Subtotaal 1090000 1034000 1228670,20 112,72 16 01 60 Aankoop van informatie 5,2 1320000 1357000 1373300,— 104,04 Hoofdstuk 16 01 — Totaal 127302438 124190396 132736007,49 104,27 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 68404916 65590888 68162220,49 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5861231 5783570 5636494,36 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 17067000 16606000 17476764,47 Dit krediet dient ter dekking van de bezoldiging, de forfaitaire vergoeding voor overuren en de werkgeversbijdrage voor de sociale verzekering van het lokale en contractuele personeel en het tijdelijk personeel dat werkzaam is bij de vertegenwoordigingen van de Commissie in de Unie. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 4000 EUR. Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2917858 3209857 3601775,63 Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 3000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4271433 4186081 4677071,80 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 26370000 26423000 30579710,54 Dit krediet dient ter dekking van:
de huur en erfpacht voor de door de Commissie gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, alsmede de huur van vergaderzalen, magazijnen, garages en parkeerruimten;
de verzekeringspremies voor door de instelling gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen;
de uitgaven voor water, gas, elektriciteit en verwarming;
de uitgaven voor schoonmaken en onderhoud van lokalen, liften, centrale verwarming, installaties voor airconditioning enz., berekend op basis van de lopende contracten. Het betreft hier periodieke schoonmaakbeurten, de aankoop van onderhoudsproducten, wassen, bleken, stomen enz., alsmede verven en reparaties door en benodigdheden voor de onderhoudswerkplaatsen;
de uitgaven voor inrichtingswerkzaamheden zoals het verplaatsen van tussenschotten in de gebouwen, het aanbrengen van veranderingen aan technische installaties en andere gespecialiseerde verrichtingen met betrekking tot sloten, elektriciteit, sanitair, schilderwerk, vloerbedekking enz.;
de uitgaven voor het voor deze werkzaamheden noodzakelijke materieel;
de uitgaven inzake de veiligheid van personen en gebouwen, zowel uit het oogpunt van de hygiëne en de bescherming van personen als wat de fysieke en materiële veiligheid van personen en goederen aangaat. Deze uitgaven omvatten bijvoorbeeld de contracten inzake de bewaking van gebouwen, de onderhoudscontracten voor de beveiligingsinstallaties en de aankoop van klein materieel, de aankoop, de huur en het onderhoud van brandbestrijdingsmaterieel, de vervanging van de uitrusting van de ambtenaren die deel uitmaken van eerstehulpdiensten en de kosten van wettelijke controles, alsmede informatiesessies voor het personeel over het gebruik van het beveiligingsmateriaal;
de overige lopende uitgaven in verband met gebouwen, en met name de kosten voor het beheren van de gebouwen met meerdere huurders, de kosten in verband met het opmaken van de boedelbeschrijving, de belastingen ter vergoeding van de openbare nutsvoorzieningen (straatbelasting, vuilnisophaaldienst enz.);
de uitgaven voor technische bijstand in verband met belangrijke inrichtingswerkzaamheden;
de uitgaven voor de aankoop, de huur, het onderhoud en het herstel van technisch materieel en technische installaties, meubilair en vervoermiddelen;
de aankoop van boekwerken, documenten en andere niet-periodieke publicaties, supplementen op de aanwezige werken, uitgaven voor het inbinden en materiaal voor elektronische identificatie;
de uitgaven voor abonnementen op dagbladen, gespecialiseerde tijdschriften, staatsbladen, parlementaire documenten, statistieken betreffende de buitenlandse handel, bulletins van persagentschappen en diverse andere gespecialiseerde publicaties;
de uitgaven voor abonnementen op en het gebruik van externe elektronische informatie- en gegevensbanken en de verwerving van elektronische informatiedragers;
de uitgaven in verband met de voor het gebruik van deze informatie benodigde opleiding en ondersteuning;
de opleiding met betrekking tot gezondheid en veiligheid overeenkomstig Besluit C(2006) 1623 van de Commissie van 10 april 2006 tot vaststelling van een geharmoniseerd beleid op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk voor al haar personeelsleden;
de vergoeding voor kopieën van door het auteursrecht beschermde werken;
de uitgaven voor papier en kantoorbenodigdheden;
diverse verzekeringen;
de uitgaven voor arbeidsuitrusting;
diverse kosten van interne vergaderingen;
de uitgaven voor onderhoudswerkzaamheden en de interne verhuisdienst;
de medische uitgaven op grond van het statuut;
de uitgaven voor de installatie, het onderhoud en de functionering van restaurants, cafetaria's en keukens;
overige huishoudelijke uitgaven;
porto en verzendkosten;
abonnementskosten en vergoedingen voor telecommunicatie;
uitgaven in verband met de aankoop en installatie van uitrusting en materieel voor telecommunicatie;
de uitgaven op het gebied van informatica (IT) van de vertegenwoordigingen in de Unie, en met name de uitgaven voor informatie- en beheerssystemen, kantoorinfrastructuur, pc's, servers en bijbehorende infrastructuur, randapparatuur (printers, scanners enz.), kantoorapparatuur (fotokopieerapparaten, faxtoestellen, schrijfmachines, dictafoons, smartphones, tablets enz.) en de algemene uitgaven voor netwerken, ondersteuning, bijstand aan gebruikers, IT-opleiding en verhuizingen;
de eventuele uitgaven voor de koop of huurkoop van gebouwen.
Dit krediet dekt de uitgaven die op het grondgebied van de Unie worden gedaan, met uitzondering van die welke worden gedaan in de vestigingen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, welke worden opgevoerd in artikel 01 05 van de betreffende titels. Uitgaven van dezelfde aard of met eenzelfde bestemming die buiten de Unie worden gedaan, worden opgevoerd in post 01 03 02 van de betreffende titels. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 4400000 EUR. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1090000 1034000 1228670,20 Dit krediet dient ter dekking van horizontale uitgaven voor, onder meer, studies, vergaderingen, controles achteraf en deskundige technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc, de evaluatie van horizontale of transversale activiteiten, alsmede de terugbetaling van reis- en aanverwante kosten van personen die worden uitgenodigd om de werkzaamheden van de Commissie te volgen. Dit krediet dient tevens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Zie de posten 16 03 01 02, 16 03 01 03, 16 03 02 03 en 16 03 02 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1320000 1357000 1373300,— Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven die binnen het grondgebied van de Unie zijn gedaan:
de uitgaven voor abonnementen op en toegang tot online-informatiebronnen, zoals persbureaus, onlinenieuws, aanbieders van informatie en externe databanken;
uitgaven in verband met de voor het gebruik van deze informatie benodigde opleiding en ondersteuning.
Dit krediet dekt de uitgaven binnen de Unie, met uitzondering van de vertegenwoordigingen in de Unie. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). COMMUNICATIEACTIES Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 16 03COMMUNICATIEACTIES 16 03 01De burgers van de Unie informeren 16 03 01 02 Informatie voor de media en audiovisuele producties 3 6177000 4958000 6003500 5688000 5879110,— 5982468,39 120,66 16 03 01 03 Informatiecentra 3 14700000 13642000 14600000 14063000 14196616,94 14256736,21 104,51 16 03 01 04 Communicatie door de vertegenwoordigingen van de Commissie, burgerdialogen en partnerschapsacties 3 17036000 14600000 14745000 13154000 11734565,04 11090331,25 75,96 16 03 01 05 Europese publieke ruimten 5,2 1246000 1246000 1246000 1246000 1244388,28 1284639,— 103,10 Artikel 16 03 01 — Subtotaal 39159000 34446000 36594500 34151000 33054680,26 32614174,85 94,68 16 03 02Institutionele communicatie en informatieanalyse 16 03 02 01 Bezoeken aan de Commissie 3 3900000 3670000 3800000 3677000 3846235,43 3894846,64 106,13 16 03 02 02 Exploitatie van de radio- en televisiestudio's en audiovisuele uitrusting 5,2 5700000 5700000 5560000 5560000 5556044,95 6435778,— 112,91 16 03 02 03 Online- en schriftelijke informatie en communicatie-instrumenten 3 23710000 26075000 23450000 19195000 22405732,75 18789594,63 72,06 16 03 02 04 Algemeen verslag en andere publicaties 5,2 2160000 2160000 2160000 2160000 2229026,88 2387195,97 110,52 16 03 02 05 Onderzoek van de publieke opinie 3 6640000 6570000 6640000 6526000 6400000,— 6268427,13 95,41 Artikel 16 03 02 — Subtotaal 42110000 44175000 41610000 37118000 40437040,01 37775842,37 85,51 16 03 04 Huis van de Europese geschiedenis 3 3000000 3200000 800000 800000 800000,— 0,— 0 16 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 16 03 77 04 Voltooiing van het proefproject EuroGlobe 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 16 03 77 05 Voorbereidende actie — Share Europe Online 3 p.m. 936000 500000 500000 999783,22 472107,85 50,44 16 03 77 06 Proefproject — De belofte van de Europese Unie 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 16 03 77 — Subtotaal p.m. 936000 500000 500000 999783,22 472107,85 50,44 Hoofdstuk 16 03 — Totaal 84269000 82757000 79504500 72569000 75291503,49 70862125,07 85,63 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 6177000 4958000 6003500 5688000 5879110,— 5982468,39 Dit krediet dient ter financiering van de algemene informatieverstrekking aan burgers over activiteiten van de Unie, met als doel om de zichtbaarheid van de werkzaamheden van de instellingen van de Unie, de genomen besluiten en de fase waarin de opbouw van Europa verkeert, te vergroten, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de media. Om een beter begrip van en betere verslaggeving over actuele thema's te bevorderen, zijn met name de volgende instrumenten ontwikkeld:
multimediavoorlichtingsmateriaal (foto’s, video enz.) bestemd voor de media en andere platforms, en ook voor rechtstreekse publicatie/uitzending en bewaring/verspreiding op lange termijn;
seminars voor en ondersteuning van journalisten.
Dit krediet dient tevens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Dit krediet dient eveneens ter dekking van uitgaven voor evaluatie. De Commissie moet bij de uitvoering van deze post naar behoren rekening houden met de resultaten van de vergaderingen van de Interinstitutionele Groep voorlichting (IGV). Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 300000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 14700000 13642000 14600000 14063000 14196616,94 14256736,21 Dit krediet dient ter financiering van algemene op de burger gerichte voorlichtingsacties en heeft betrekking op:
de financiering van het Europe Direct-netwerk in heel Europa (Europe Direct-voorlichtingscentra, Europese documentatiecentra, Team Europe-sprekers enz.); dit netwerk vormt een aanvulling op het werk van de vertegenwoordigingen van de Commissie en de voorlichtingsbureaus van het EP in de lidstaten;
ondersteuning, opleiding, coördinatie en bijstand voor het Europe Direct-netwerk;
de financiering van het produceren, opslaan en verspreiden van voorlichtingsmateriaal en communicatieproducten door of voor die steunpunten.
Dit krediet dient tevens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Dit krediet dient eveneens ter dekking van uitgaven voor evaluatie. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 50000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Besluit C(2012) 4158 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake het binnenkort vast te stellen jaarlijkse werkprogramma op het gebied van de communicatie voor 2013 met betrekking tot het verlenen van subsidies voor het financieren van gastorganisaties voor de Europe Direct-informatiecentra in de Europese Unie voor de periode 2013-2017. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17036000 14600000 14745000 13154000 11734565,04 11090331,25 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van algemene op de burger gerichte voorlichtingsacties en dekt de uitgaven voor gecentraliseerde en gedecentraliseerde communicatie en voor burgerdialogen. Het doel van de lokale communicatieactiviteiten is met name de doelgroepen te voorzien van de instrumenten om hun inzicht in actuele kwesties te verdiepen. Het doel van de burgerdialogen is in het bijzonder om burgers rechtstreeks te informeren over belangrijke beleidsinitiatieven van de Unie en om een open dialoog tussen de burgers en de leden van de Commissie te bevorderen, waarbij regelmatig ook vertegenwoordigers van andere Unie-instellingen en de lidstaten aanwezig zijn, met als doel de kennis van de burgers over Unieaangelegenheden te verbeteren en hen in staat te stellen hun mening te geven aan de beleidsmakers. Deze activiteiten worden in de lidstaten verricht door middel van:
voorlichtingsacties die verband houden met specifieke jaarlijkse of meerjarencommunicatieprioriteiten;
gerichte nationale of internationale voorlichtingsacties die aan de communicatieprioriteiten beantwoorden;
opendeurevenementen voor burgers uit alle lagen van de bevolking;
dialogen met burgers via het internet en de sociale media;
seminars en conferenties, alsmede workshops voor specifiekere doelgroepen, zoals jongeren, en met toepassing van participatieve methoden;
organisatie van of deelname aan Europese manifestaties, tentoonstellingen, public relations, organisatie van individuele bezoeken enz.;
rechtstreekse communicatie met de burgers (bv. adviesdiensten voor de burgers);
rechtstreekse communicatie met opiniemakers, in het bijzonder intensievere acties waarbij de regionale kranten worden betrokken, die een belangrijke informatiebron zijn voor een groot aantal burgers van de Unie;
het beheer van voorlichtingscentra voor het grote publiek in de vertegenwoordigingen van de Commissie.
Voorlichtingsacties kunnen in partnerschap met het Europees Parlement en/of de lidstaten worden georganiseerd om synergieën tot stand te brengen tussen de middelen van elke partner, en om hun informatie- en communicatieactiviteiten over de Europese Unie te coördineren. Dit krediet zou tevens kunnen dienen ter dekking van bewustmakings- en voorlichtingsactiviteiten over de Europese burgerinitiatieven, die in samenwerking met de vertegenwoordigingen van de Commissie en de lokale Europe Direct-informatiecentra in de lidstaten worden georganiseerd. Dit krediet dient verder ter dekking van uitgaven voor studies, evaluaties, logistieke diensten, technische bijstand, met name voor IT, met inbegrip van het onderhoud van websites en socialemediadiensten, vergaderingen van deskundigen en deskundige technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed in het kader van dienstverleningscontracten ad hoc, alsmede de terugbetaling van reis- en aanverwante kosten van personen die worden uitgenodigd om de werkzaamheden van de Commissie te volgen. Dit krediet dient tevens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 55000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1246000 1246000 1246000 1246000 1244388,28 1284639,— Dit krediet dient ter financiering van algemene op de burger gerichte voorlichtingsacties en specifiek ter dekking van de opening en het beheer van Europese publieke ruimten (EPR) in de Europahuizen waar de EPR formeel zijn ondergebracht. De Commissie zal zorgen voor de logistiek van de Europese publieke ruimten ten behoeve van de twee instellingen (Europees Parlement en Commissie), met inbegrip van de beleidskosten en de organisatie van diensten op contractbasis. De EPR's moeten gezamenlijk door de twee instellingen worden beheerd, op basis van een evaluatieverslag over het beheer en het functioneren van deze ruimten en van een werkprogramma voor het komende jaar. Deze beide documenten, die gemeenschappelijk worden opgesteld door de twee instellingen en de fundamentele elementen vormen voor de toewijzing van middelen voor het volgende jaar, moeten tijdig aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd zodat deze er in de begrotingsprocedure rekening mee kunnen houden. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3900000 3670000 3800000 3677000 3846235,43 3894846,64 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor de organisatie van bezoeken aan de Commissie, met inbegrip van de administratieve uitgaven die verband houden met de bezoeken. Dit krediet dient tevens ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van relevante informatie- en beheerssystemen. Dit krediet kan ook dienen ter dekking van uitgaven voor evaluatie. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 5700000 5700000 5560000 5560000 5556044,95 6435778,— Dit krediet dient ter dekking van alle uitgaven in verband met de exploitatie van de studio's en de andere voorzieningen voor audiovisuele voorlichting van de Commissie: personeelsuitgaven en uitgaven in verband met de aankoop, de huur, het onderhoud en de reparatie van de uitrusting en het voor de exploitatie noodzakelijke materieel. Het dient tevens ter dekking van de kosten voor de huur van de satelliet waardoor de informatie over de activiteiten van de Unie aan de televisiemaatschappijen beschikbaar kan worden gesteld. Bij het beheer van dit krediet dienen de uitgangspunten met betrekking tot de interinstitutionele samenwerking in acht te worden genomen, teneinde de verspreiding van alle informatie over de Unie te verzekeren. Dit krediet kan ook dienen ter dekking van uitgaven voor evaluatie. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 24 april 2008: Over Europa communiceren via de audiovisuele media (SEC(2008) 506). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 23710000 26075000 23450000 19195000 22405732,75 18789594,63 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van gedrukte en online multimedia-informatie- en -communicatie-instrumenten voor de Unie om alle burgers te voorzien van algemene informatie over de werkzaamheden van de instellingen van de Unie, de besluitvorming en de stadia in de opbouw van Europa. Online-instrumenten maken het mogelijk vragen of reacties van de burgers over Europese thema's in te zamelen. Dit is een openbaredienstverleningstaak. De voorlichting bestrijkt alle instellingen van de Unie. Deze instrumenten moeten toegankelijk worden gemaakt voor mensen met een handicap, overeenkomstig WAI (Web Accessibility Initiative)-richtsnoeren. Het gaat hoofdzakelijk om de volgende soorten instrumenten:
de internetsite Europa, die het voornaamste toegangspunt moet vormen tot de bestaande informatie en de websites voor de administratieve informatie die de burgers van de Unie nodig zouden kunnen hebben in hun dagelijkse leven, en die daarom beter gestructureerd en gebruiksvriendelijker moet worden en moet worden geoptimaliseerd voor mobiele toestellen;
aanvullende onlinekanalen zoals sociale media, blogs en andere web 2.0-technologieën;
de Europe Direct-contactlijn (00800-67891011);
de internetsites en gedrukte en multimediaproducten van de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten;
onlinepersmededelingen, gegevensbanken en andere online communicatie- en informatiesystemen (waaronder Rapid).
Dit krediet dient eveneens om:
de internetsite Europa op een meer samenhangende wijze te herstructureren, de website te optimaliseren voor mobiele toestellen en af te stemmen op de behoeften van gebruikers, alsook het gebruik van andere onlinekanalen zoals sociale media, blogs en web 2.0 te professionaliseren. Dit omvat alle soorten opleidings-, begeleidings- en adviesdiensten voor verschillende groepen van belanghebbenden;
de uitgaven te dekken met betrekking tot hosting- en licentiekosten voor de internetsite Europa;
steun te bieden aan de uitwisseling van beste praktijken, kennisoverdracht en professionalisering door de financiering van deskundigen in digitale communicatie en mensen uit de praktijk;
voorlichtingscampagnes te financieren die gericht zijn op een eenvoudiger toegang tot deze informatiebronnen, met name op de activiteiten van de Europe Direct-contactlijn, de algemene meertalige informatiedienst over zaken van de Unie;
de kosten te dekken voor het uitgeven van gedrukte publicaties over de activiteiten van de Unie die zijn bestemd voor diverse doelgroepen, die vaak worden bereikt via een gedecentraliseerd netwerk. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om:
de publicaties van de vertegenwoordigingen (gedrukte nieuwsbrieven en periodieken): elke vertegenwoordiging geeft een of meer publicaties uit, die bij de opinieleiders worden verspreid en diverse gebieden (sociaal, economisch en politiek) betreffen,
de verspreiding (ook via een gedecentraliseerd netwerk) van specifieke basisinformatie over de Europese Unie (in alle officiële talen van de Unie) voor het grote publiek, gecoördineerd vanuit Brussel, en promotie van deze publicaties.
De kosten voor het uitgeven van deze publicaties omvatten met name de voorbereiding en de opstelling ervan (inclusief auteursrechten), de betaling van freelancejournalisten, het gebruik van documentatie, de reproductie van documenten, de aankoop of het beheer van gegevens, de redactie, de vertaling, de revisie (inclusief de controle van de concordantie van de teksten), het drukken, het op internet of een andere elektronische drager zetten, de distributie, de opslag, de verspreiding en de promotie van de publicaties. Dit krediet kan ook dienen ter dekking van uitgaven voor evaluatie. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 10000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2160000 2160000 2160000 2160000 2229026,88 2387195,97 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor het uitgeven van publicaties, in alle mogelijke vormen, over actuele onderwerpen betreffende de activiteiten van de Commissie en de verwezenlijkingen en projecten van de Unie, alsook van de publicaties waarin in de Verdragen is voorzien en andere institutionele of referentiepublicaties, zoals het algemeen verslag. Deze publicaties zijn bestemd voor specifieke doelgroepen zoals de onderwijssector, jongeren, groepen of personen die de informatie verder kunnen verspreiden, of het grote publiek. De kosten van het uitgeven van publicaties omvatten onder meer de voorbereiding en de opstelling ervan (inclusief de auteurscontracten), het inhuren van freelance journalisten, het gebruik van documentatie, de reproductie van documenten, de aankoop of het beheer van gegevens, de redactie, de vertaling, de revisie (inclusief de controle van de concordantie van de teksten), het drukken, het op internet of een andere elektronische drager zetten, distributie, opslag, verspreiding en de promotie van deze publicaties, ook in vormen die toegankelijk zijn voor burgers met een handicap. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 249, lid 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 6640000 6570000 6640000 6526000 6400000,— 6268427,13 Dit krediet dient ter dekking van de analyse van de trends binnen de publieke opinie, hoofdzakelijk via opiniepeilingen (bv. de peiling Eurobarometer bij het grote publiek, de peiling flash per telefoon bij specifieke bevolkingsgroepen en over specifieke onderwerpen, op regionaal, nationaal of Europees niveau, of kwalitatieve onderzoeken), alsook van de kwaliteitscontrole daarop. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor kwalitatieve analyse en evaluatie van de mediamonitoring. Daarnaast kan het krediet dienen ter dekking van de IT-uitgaven voor de ontwikkeling en het onderhoud van mogelijke relevante informatie- en beheerssystemen. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 1000 EUR. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3000000 3200000 800000 800000 800000,— 0,— Zoals omschreven in de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau tussen het Europees Parlement en de Commissie, dient dit krediet ter dekking van de financiële bijdrage van de Commissie aan het Huis van de Europese geschiedenis voor de door het Europees Parlement gemaakte operationele kosten voor tentoonstellingen, evenementen en workshops die bedoeld zijn om met een modern tentoonstellings- en documentatiecentrum belangstelling te wekken voor de Europese geschiedenis, de kennis erover te verbeteren en gelegenheid te scheppen om erover na te denken. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 936000 500000 500000 999783,22 472107,85 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN GEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID 104399603 104399603 101836432 101836432 103340560,52 103340560,52 17 03 VOLKSGEZONDHEID 203947000 202972000 204953000 216341000 231229399,28 215206915,63 17 04 VEILIGHEID VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS, DIERGEZONDHEID, DIERWELZIJN EN GEZONDHEID VAN PLANTEN 255908000 234150000 251065628 240379628 257512669,16 209673838,13 Titel 17 — Totaal 564254603 541521603 557855060 558557060 592082628,96 528221314,28 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN GEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 17 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN GEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID 17 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Gezondheid en voedselveiligheid 5,2 72294157 69805129 70432258,86 97,42 17 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Gezondheid en voedselveiligheid 17 01 02 01 Extern personeel 5,2 6439851 6308782 7046024,— 109,41 17 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 7854304 7996482 7603711,60 96,81 Artikel 17 01 02 — Subtotaal 14294155 14305264 14649735,60 102,49 17 01 03Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven op het beleidsterrein Gezondheid en voedselveiligheid 17 01 03 01 Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 4514291 4455039 4839957,99 107,21 17 01 03 03 Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven — Grange 5,2 4918000 4892000 4871202,65 99,05 Artikel 17 01 03 — Subtotaal 9432291 9347039 9711160,64 102,96 17 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's op het beleidsterrein Gezondheid en voedselveiligheid 17 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) 3 1500000 1500000 1546663,89 103,11 17 01 04 03 Uitgaven voor steun op het gebied van veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid 3 1500000 1500000 1497996,53 99,87 Artikel 17 01 04 — Subtotaal 3000000 3000000 3044660,42 101,49 17 01 06Uitvoerende agentschappen 17 01 06 02 Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding — Bijdrage van het derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) 3 4209000 4209000 4332745,— 102,94 17 01 06 03 Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding — Bijdrage op het gebied van veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid 3 1170000 1170000 1170000,— 100,00 Artikel 17 01 06 — Subtotaal 5379000 5379000 5502745,— 102,30 Hoofdstuk 17 01 — Totaal 104399603 101836432 103340560,52 98,99 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 72294157 69805129 70432258,86 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6439851 6308782 7046024,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7854304 7996482 7603711,60 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4514291 4455039 4839957,99 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4918000 4892000 4871202,65 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven die binnen het grondgebied van de Unie zijn gedaan:
huur, erfpacht en gemeentelijke heffingen voor door de Commissie gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, en huur van vergaderzalen, magazijnen, garages en parkeerruimten;
kosten voor aankoop of huurkoop van gebouwen;
kosten voor het oprichten van nieuwe gebouwen;
verzekeringspremies voor door de instelling gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen;
uitgaven voor water, gas, elektriciteit en verwarming;
de kosten voor onderhoud van de lokalen, de liften, de centrale verwarming, de installaties voor airconditioning enz., berekend op basis van lopende contracten; uitgaven voor periodieke schoonmaakbeurten, aankoop van onderhoudsproducten, wassen, bleken, chemische reiniging enz. evenals schilderwerk, reparaties en noodzakelijke leveringen voor de onderhoudsploegen (alvorens contracten ten belope van meer dan 300000 EUR te verlengen of te sluiten, informeert de Commissie, met het oog op een rationalisering van de uitgaven, bij de andere instellingen naar de door elk van hen voor gelijksoortige opdrachten verkregen voorwaarden (prijs, gekozen valuta, indexering, looptijd, andere clausules));
uitgaven in verband met de gescheiden ophaling, opslag en verwijdering van afval;
uitgaven voor inrichtingswerkzaamheden zoals het verplaatsen van tussenschotten in gebouwen, het aanbrengen van veranderingen aan technische installaties en andere gespecialiseerde verrichtingen met betrekking tot sloten, elektriciteit, sanitair, schilderwerk, vloerbedekking enz. alsmede de kosten van het materieel dat hierbij nodig is;
uitgaven inzake de fysieke en materiële veiligheid van de personen en goederen, met name de contracten inzake de bewaking van gebouwen, de contracten voor onderhoud en upgrading van de beveiligingsinstallaties en de aankoop van klein materieel;
uitgaven inzake de hygiëne en de bescherming van personen op de werkplek, met name de aankoop, de huur en het onderhoud van brandbestrijdingsmaterieel, de vervanging van de uitrusting van de ambtenaren die deel uitmaken van eerstehulpdiensten en de kosten van wettelijke controles;
kosten van juridische, technische en financiële expertises vóór de aankoop, de huur of de oprichting van gebouwen;
de overige lopende uitgaven in verband met gebouwen, met name de kosten voor het beheren van de gebouwen met meerdere huurders, de kosten in verband met het opmaken van de boedelbeschrijving, de belastingen ter vergoeding van de openbarenutsvoorzieningen (straatbelasting, vuilnisophaaldienst enz.);
de uitgaven voor technische bijstand in verband met belangrijke inrichtingswerkzaamheden, reparaties en renovaties;
kosten voor aankoop, huur of leasing, onderhoud, herstelling, installatie en vervanging van uitrusting en technisch materieel, met name:
materieel (met inbegrip van kopieerapparaten) voor het produceren, reproduceren en archiveren van publicaties en van documenten in eender welke vorm (papier, elektronische drager),
audiovisueel materieel en materieel voor de bibliotheek en de tolkendienst (cabines, koptelefoons, luisterapparatuur voor simultaanvertaling),
uitrusting voor kantines en restaurants,
diverse outillage voor het onderhoud van de gebouwen,
voorzieningen voor gehandicapte ambtenaren,
de uitgaven voor studies, documentatie en opleiding met betrekking tot deze uitrusting;
kosten voor aankoop, huur, onderhoud en herstelling van meubilair, met name:
uitgaven voor de aankoop van kantoormeubilair en speciaal meubilair, met name ergonomisch meubilair, rekken voor de archieven enz.,
de vervanging van verouderd en afgedankt meubilair,
de uitrusting met speciaal materieel van bibliotheken (kaartsystemen, rekken, cataloguskasten enz.),
de specifieke uitrusting van kantines en restaurants,
de huur van meubilair,
kosten voor onderhoud en herstelling van het meubilair (alvorens contracten ten belope van meer dan 300000 EUR te verlengen of te sluiten, informeert de Commissie, met het oog op een rationalisering van de uitgaven, bij de andere instellingen naar de door elk van hen voor gelijksoortige opdrachten verkregen voorwaarden (prijs, gekozen valuta, indexering, looptijd, andere clausules));
kosten voor aankoop, huur, onderhoud en herstelling van (motor-)voertuigen, met name:
de aanschaf van nieuwe voertuigen, inclusief alle bijkomende kosten,
de vervanging van de voertuigen die in de loop van het begrotingsjaar zo'n hoog aantal kilometers zullen hebben afgelegd dat vervanging gerechtvaardigd is,
de huur van auto's, op korte of op lange termijn, wanneer de capaciteit van het wagenpark onvoldoende is,
de kosten van onderhoud, reparaties en verzekering van dienstvoertuigen (brandstof, smeermiddelen, banden, binnenbanden, diverse benodigdheden, reserveonderdelen, gereedschap enz.), inclusief de kosten van jaarlijkse keuringen,
diverse verzekeringen (met name burgerrechtelijke aansprakelijkheid en diefstal), nationale belastingen indien verschuldigd en verzekeringskosten;
uitgaven voor werkuitrusting, met name:
aanschaf van uniformen voor bodes en chauffeurs,
aanschaf en reiniging van werkkleding voor het personeel van de werkplaatsen en voor het personeel dat werkzaamheden moet verrichten waarbij bescherming nodig is tegen slechte weersomstandigheden en koude, abnormale slijtage en bevuiling,
aankoop of vergoeding van al het materieel dat nodig is in het kader van de toepassing van de Richtlijnen 89/391/EEG en 90/270/EEG;
verhuiskosten, kosten van hergroepering van diensten en behandelingskosten (ontvangst, opslag en plaatsing) van materieel, meubilair en kantoorbenodigdheden;
andere huishoudelijke uitgaven zoals:
uitgaven in verband met de uitrusting van gebouwen op het gebied van telecommunicatie, met name de aankoop, de huur, de installatie en het onderhoud van de telefooncentrales en de lijnen, de geluidssystemen en videoconferentie-installaties, intercominstallaties en mobilofoons, alsmede de uitgaven voor de informatienetwerken (uitrusting en onderhoud) en de uitgaven voor de daarmee samenhangende diensten (ondersteuning, documentatie, installatie, verhuizing),
aankoop, huur of leasing van computers, terminals, microcomputers, randapparatuur, aansluitingsapparatuur, alsmede de voor hun werking benodigde programmatuur,
aankoop, huur of leasing van apparatuur voor de weergave van de informatie op papier, zoals printers, faxtoestellen, fotokopieerapparaten, scanners en microkopieerapparaten,
aankoop, huur of leasing van schrijfmachines, tekstverwerkers en alle in kantoren gebruikte elektronische apparatuur,
installatie, configuratie, onderhoud, studies, documentatie en benodigdheden in verband met deze apparatuur,
de exploitatiekosten van de restaurants, cafetaria's en kantines, met name de uitgaven voor het onderhoud van installaties en de aankoop van materieel; de uitgaven voor gewone verbouwing en voor gewone vernieuwing van de uitrusting; grote uitgaven voor veranderingen in verband met de nodige verbouwingen en vernieuwingen, duidelijk te onderscheiden van de gewone kosten voor verbouwing, reparatie en vernieuwing van installaties en materieel,
de uitgaven voor abonnementen op en het gebruik van externe elektronische informatie- en gegevensbanken en de verwerving van elektronische informatiedragers (cd-rom enz.),
de uitgaven in verband met de voor het gebruik van deze informatie benodigde opleiding en ondersteuning,
aankoop van papier, enveloppen, kantoorbenodigdheden, producten voor de reprografische diensten, en kosten van uitbesteding van drukwerk,
kosten van de frankering van de gewone correspondentie, verslagen en publicaties, de verzendkosten van postpakketten en andere colli per vliegtuig, per boot of per spoor en van de interne post bij de Commissie,
licenties, abonnementskosten en de kosten van gesprekken via kabel of radiogolflengte (vaste en mobiele telefoon, telegraaf, telex, televisie, teleconferentie, videoconferentie) alsmede de kosten in verband met de netwerken voor gegevenstransmissie, telematica enz. en de aankoop van abonneelijsten,
kosten van telefoongesprekken en computerverbindingen tussen de verschillende gebouwen en voor de internationale telecommunicatie tussen de verschillende vestigingen,
technische en logistieke ondersteuning, opleiding en nevenkosten, en andere activiteiten van algemeen belang met betrekking tot computerapparatuur en -programmatuur, algemene opleidingen op het gebied van informatica, abonnementen voor de technische documentatie op papier of op elektronische drager enz., extern personeel, servicebureaus, abonnementen bij internationale organisaties enz., veiligheidsstudies en kwaliteitsbewaking op het gebied van computerapparatuur en programmatuur.
Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1). Richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 156 van 21.6.1990, blz. 14). Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1500000 1500000 1546663,89 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingsmaatregelen en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 17 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1500000 1500000 1497996,53 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met de identificatie, de voorbereiding, het beheer, de follow-up, de evaluatie, de audit en de controle van programma's of projecten op dit gebied. Het dient eveneens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand, studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtings- en communicatiemaatregelen en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder dit krediet vallen. Dit krediet dient tevens ter dekking van uitgaven voor administratieve bijstand met betrekking tot de audit van verzoeken van de lidstaten om een financiële bijdrage overeenkomstig de respectieve bepalingen waarin de rechtsgronden voorzien. Zie hoofdstuk 17 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4209000 4209000 4332745,— Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven van het Agentschap voor personeel en administratie als gevolg van de rol van het Agentschap bij het beheer van maatregelen die deel uitmaken van het derde gezondheidsprogramma 2014-2020. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1). Uitvoeringsbesluit 2013/770/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van een Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding en tot intrekking van Besluit 2004/858/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 69). Besluit C(2013) 9505 van de Commissie van 20 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van consumenten, gezondheid en voeding, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1170000 1170000 1170000,— Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van de opleidingsstrategie van de Unie op de terreinen wetgeving inzake levensmiddelen en diervoeders en voorschriften betreffende diergezondheid, dierenwelzijn en plantengezondheid, voor uitgaven voor personeel en administratie van het Agentschap ingevolge zijn rol bij het beheer van maatregelen op het vlak van wetgeving inzake levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid en dierenwelzijn en plantengezondheid. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1), met name artikel 51. Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG, 76/894/EEG en 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1). Zie hoofdstuk 17 04. Uitvoeringsbesluit 2013/770/EU van de Commissie van 17 december 2013 tot oprichting van een Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding en tot intrekking van Besluit 2004/858/EG (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 69). Besluit C(2013) 9505 van de Commissie van 20 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en voeding worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van consumenten, gezondheid en voeding, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie opgenomen kredieten. VOLKSGEZONDHEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17 03VOLKSGEZONDHEID 17 03 01 Derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) 3 58820000 46000000 56451000 48500000 55989006,37 22600369,01 49,13 17 03 10 Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding 3 51687000 51687000 53683000 53683000 58451950,— 58451950,— 113,09 17 03 11 Europese Autoriteit voor voedselveiligheid 3 76595000 77795000 76244000 76075000 79576560,48 78032400,— 100,31 17 03 12Europees Geneesmiddelenbureau 17 03 12 01 Bijdrage van de Unie aan het Europees Geneesmiddelenbureau 3 2438000 2438000 4603000 4603000 20722422,43 20722422,43 849,98 17 03 12 02 Speciale bijdrage voor weesgeneesmiddelen 3 13687000 13687000 9972000 9972000 13228960,— 13212250,— 96,53 Artikel 17 03 12 — Subtotaal 16125000 16125000 14575000 14575000 33951382,43 33934672,43 210,45 17 03 13 Internationale overeenkomsten en lidmaatschap van internationale organisaties op het gebied van de volksgezondheid en de bestrijding van tabaksgebruik 4 220000 220000 200000 200000 210000,— 132690,30 60,31 17 03 51 Voltooiing van de programma's op het gebied van de volksgezondheid 3 p.m. 6000000 p.m. 16000000 500,— 18914100,30 315,24 17 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 17 03 77 03 Proefproject — Consumptie van fruit en groenten 2 p.m. p.m. p.m. 350000 0,— 245967,— 17 03 77 04 Proefproject — Een gezonde voeding: jonge kinderen en een vergrijzende bevolking 2 p.m. 350000 p.m. 300000 0,— 303725,89 86,78 17 03 77 05 Proefproject — Ontwikkeling en toepassing van succesvolle preventiestrategieën voor type 2 diabetes 2 p.m. 400000 p.m. 400000 0,— 293138,40 73,28 17 03 77 06 Voorbereidende actie — Antimicrobiële resistentie (AMR): onderzoek naar de oorzaken van grootschalig en onjuist gebruik van antibiotica 2 p.m. p.m. p.m. 320000 0,— 288277,20 17 03 77 07 Voorbereidende actie — Oprichting van een Unienetwerk van deskundigen op het gebied van aangepaste zorg voor adolescenten met psychologische problemen 3 p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 299528,— 17 03 77 08 Proefproject — Europees prevalentieprotocol voor de vroegtijdige opsporing van autismespectrumstoornissen 3 p.m. 600000 p.m. 630000 0,— 418802,20 69,80 17 03 77 09 Proefproject — Bevordering van zelfzorgsystemen in de Unie 3 p.m. 200000 p.m. 600000 0,— 411418,40 205,71 17 03 77 10 Proefproject — Genderspecifieke mechanismen bij coronaire hartziekten in Europa 3 p.m. 350000 p.m. 297000 0,— 265170,— 75,76 17 03 77 11 Voorbereidende actie — Consumptie van fruit en groenten 2 p.m. 450000 p.m. 225000 0,— 0,— 0 17 03 77 12 Proefproject — Verkleining van ongelijkheden op gezondheidsgebied: opbouw van expertise en evaluatie van acties. 2 p.m. 290000 p.m. 450000 0,— 0,— 0 17 03 77 13 Proefproject — Ontwikkeling van op feiten gebaseerde strategieën ter verbetering van de gezondheid van geïsoleerde of kwetsbare personen 2 p.m. 200000 p.m. 300000 0,— 0,— 0 17 03 77 14 Voorbereidende actie — Een gezonde voeding: jonge kinderen en een vergrijzende bevolking 2 p.m. p.m. p.m. 100000 0,— 0,— 17 03 77 15 Voorbereidende actie — Europese studie van de gevolgen en de behandeling van epilepsie 3 p.m. p.m. p.m. 246000 0,— 614706,50 17 03 77 16 Proefproject — Het effect van de verschillen in de behandelingswijzen van nierziekten en de praktijken op het gebied van orgaandonatie en -transplantatie op de gezondheidsuitgaven en de resultaten voor de patiënten 3 p.m. 300000 p.m. 300000 1000000,— 0,— 0 17 03 77 17 Proefproject —Platform voor de bevordering van orgaandonaties in de Europese Unie en haar buurlanden: Eudonorg 2015-2016 3 p.m. 180000 p.m. 180000 600000,— 0,— 0 17 03 77 18 Proefproject — Vermindering van de ongelijkheden op het gebied van gezondheid die worden ervaren door LGBTI 3 p.m. 135000 p.m. 135000 450000,— 0,— 0 17 03 77 19 Proefproject — Toegang tot gezondheidszorg voor mensen in plattelandsgebieden 3 p.m. 300000 p.m. 300000 1000000,— 0,— 0 17 03 77 20 Proefproject — Opzet van een register van zeldzame aangeboren afwijkingen (als onderdeel van het register van zeldzame ziekten) waarbij gebruik wordt gemaakt van de structuur, organisatie en ervaring van het Poolse register van aangeboren afwijkingen (PRCM) 3 p.m. 30000 100000 50000 17 03 77 21 Proefproject — Vrouwen met alcoholproblemen helpen de gevaren hiervan te beperken, in het bijzonder in het geval van zwangerschap 3 p.m. 105000 350000 150000 17 03 77 22 Proefproject — MentALLY 3 p.m. 120000 400000 200000 17 03 77 23 Proefproject — Ernstige geestelijke stoornissen en het risico van gewelddadigheid: zorgtrajecten en doeltreffende behandelingsstrategieën 3 p.m. 360000 1200000 500000 17 03 77 24 Proefproject — Naar een eerlijker en efficiënter meting van de toegang tot gezondheidszorg in de Unie, met het oog op betere samenwerking en kennisoverdracht 3 p.m. 75000 250000 125000 17 03 77 25 Proefproject — INTEGRATE: ontwikkeling van geïntegreerde strategieën voor de controle en behandeling van chronische en reumatische aandoeningen: de rol van kwaliteitsindicatoren en door patiënten gemelde resultaten naast evaluatie door een arts van het ziekteverloop en de door de ziekte veroorzaakte schade 3 p.m. 150000 500000 250000 17 03 77 26 Proefproject — Cursussen primaire preventie voor meisjes die in gebieden leven met een hoog risico op borstkanker 3 p.m. 150000 500000 250000 17 03 77 27 Proefproject — Herverdeling van voedsel 3 p.m. 150000 500000 250000 17 03 77 28 Proefproject — Rare 2030 - Participatief prognoseonderzoek naar beleidsvorming op het gebied van zeldzame ziekten 3 500000 250000 Artikel 17 03 77 — Subtotaal 500000 5145000 3800000 7308000 3050000,— 3140733,59 61,04 Hoofdstuk 17 03 — Totaal 203947000 202972000 204953000 216341000 231229399,28 215206915,63 106,03 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 58820000 46000000 56451000 48500000 55989006,37 22600369,01 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor de realisatie van de doelstellingen van het meerjarige programma op het gebied van gezondheid voor de periode 2014-2020. De algemene doelstellingen van het programma bestaan erin het beleid van de lidstaten aan te vullen en te ondersteunen en Europese toegevoegde waarde te creëren met het oog op het verbeteren van de gezondheid van de burgers van de Unie en het uitvlakken van ongelijkheden op gezondheidsgebied door de gezondheid te bevorderen, innovatie in gezondheid aan te moedigen, de duurzaamheid van gezondheidszorgstelsels te verhogen en de burgers van de Unie tegen ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen te beschermen. Het programma op het gebied van gezondheid 2014-2020 heeft vier specifieke doelstellingen:
de opbouw van capaciteit op het gebied van volksgezondheid steunen en bijdragen aan innoverende, doeltreffende en duurzame gezondheidszorgstelsels: instrumenten en mechanismen op Unieniveau inventariseren en ontwikkelen om tekorten aan zowel menselijke als financiële middelen aan te pakken, en de vrijwillige invoering van innovatie in de gezondheidszorg en preventiestrategieën bevorderen;
de toegang tot een betere en veiligere gezondheidszorg voor burgers van de Unie bevorderen: de toegang tot medische deskundigheid en informatie voor specifieke aandoeningen, ook over de nationale grenzen heen, verbeteren, de toepassing van de resultaten van onderzoek bevorderen en instrumenten ontwikkelen om de kwaliteit van de gezondheidszorg en de veiligheid van de patiënt te verbeteren, onder meer door maatregelen die bijdragen tot een verbetering van de kennis op het gebied van gezondheid;
de gezondheid en de geestelijke gezondheid bevorderen, met name van adolescenten, voorkoming van ziekten, en gunstige omgevingen voor een gezonde levensstijl stimuleren: de toepassing van wetenschappelijk onderbouwde goede werkwijzen voor kosteneffectieve gezondheidsbevorderende en ziektepreventiemaatregelen inventariseren, verspreiden en promoten door met name belangrijke levensstijlgebonden risicofactoren aan te pakken en daarbij de nadruk te leggen op de Europese toegevoegde waarde;
de burgers tegen ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen beschermen: coherente benaderingen inventariseren en ontwikkelen en hun implementatie bevorderen voor een betere paraatheid en coördinatie in noodsituaties op gezondheidsgebied.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 51687000 51687000 53683000 53683000 58451950,— 58451950,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Centrum. Titel 1 betreft de lonen van vast personeel en gedetacheerde deskundigen, de kosten van aanwerving, diensten van uitzendbureaus, personeelsopleiding en dienstreizen. Titel 2 Uitgaven betreffen de huur van kantoorruimte voor het Centrum, de inrichting van de kantoren, informatie- en communicatietechnologie, technische installaties, de logistiek en de overige administratieve kosten. Dit krediet dient eveneens ter dekking van beleidsuitgaven in verband met de onderstaande doelgebieden:
de surveillance van overdraagbare ziekten in de lidstaten verbeteren;
de wetenschappelijke ondersteuning door de lidstaten en de Commissie versterken;
de paraatheid van de Unie te verbeteren met betrekking tot nieuwe bedreigingen door overdraagbare ziekten, met name hepatitis B, met inbegrip van bedreigingen die verband houden met de moedwillige verspreiding van biologische agentia, en ziekten van onbekende oorsprong, en de reactie coördineren;
de relevante capaciteit in de lidstaten door opleiding versterken;
informatie uitwisselen en partnerschappen tot stand brengen.
Dit krediet dient eveneens ter dekking van het onderhoud van een noodfaciliteit (Emergency Operations Centre) die het Centrum online verbindt met nationale centra voor besmettelijke ziekten en referentielaboratoria in de lidstaten in geval van grote uitbraken van besmettelijke ziekten of andere ziekten van onbekende oorsprong. Het Centrum moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. De personeelsformatie van het Centrum is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 56766000 EUR. Een bedrag van 5079000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 51687000 EUR. Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 76595000 77795000 76244000 76075000 79576560,48 78032400,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van de Autoriteit (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3). Het dekt met name:
de kosten voor de ondersteuning en de vergaderingen van het wetenschappelijk comité en de wetenschappelijke panels, de werkgroepen, het adviesforum en de raad van bestuur alsmede de vergaderingen met wetenschappelijke partners of geïnteresseerde partijen;
de kosten van het opstellen van wetenschappelijke adviezen die worden uitbesteed (contracten en subsidies);
de kosten voor de oprichting van netwerken voor het verzamelen van gegevens en de integratie van bestaande informatiesystemen;
kosten voor wetenschappelijke en technische bijstand aan de Commissie (artikel 31);
de kosten voor de identificatie van maatregelen inzake logistieke ondersteuning;
de kosten voor technische en wetenschappelijke samenwerking;
de kosten voor de verspreiding van de wetenschappelijke adviezen;
de kosten voor communicatieactiviteiten.
De Autoriteit moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. De personeelsformatie van de Autoriteit is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 77333000 EUR. Een bedrag van 738000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 76595000 EUR. Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2438000 2438000 4603000 4603000 20722422,43 20722422,43 Dit krediet dient ter dekking van de administratieve en de personeelsuitgaven van het Bureau (titels 1 en 2) en van de beleidsuitgaven in verband met het werkprogramma (titel 3), met het oog op de uitvoering van de taken waarin is voorzien in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad. Het Bureau stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Bureau is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 15204000 EUR. Een bedrag van 12766000 EUR afkomstig van de terugvordering van overschotten is toegevoegd aan het op de begroting opgevoerde bedrag van 2438000 EUR. Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad van 10 februari 1995 inzake de vergoedingen die aan het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling dienen te worden betaald (PB L 35 van 15.2.1995, blz. 1). Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB L 18 van 22.1.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1) (ter vervanging van Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad). Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1). Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67). Verordening (EG) nr. 2049/2005 van de Commissie van 15 december 2005 tot vaststelling, krachtens Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, van voorschriften betreffende de betaling van vergoedingen aan, en het verkrijgen van administratieve bijstand van, het Europese Geneesmiddelenbureau door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 329 van 16.12.2005, blz. 4). Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 121). Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 7). Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11). Verordening (EU) nr. 1235/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot wijziging, wat de geneesmiddelenbewaking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik betreft, van Verordening (EG) nr. 726/2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau, en Verordening (EG) nr. 1394/2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (PB L 348 van 31.12.2010, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13687000 13687000 9972000 9972000 13228960,— 13212250,— Dit krediet dient ter dekking van de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 141/2000 vastgelegde speciale bijdrage, in tegenstelling tot de in artikel 67 van Verordening (EG) nr. 726/2004. Het wordt door het Bureau uitsluitend gebruikt om de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van betaling van vergoedingen die voor een weesgeneesmiddel verschuldigd zijn, te compenseren. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad van 10 februari 1995 inzake de vergoedingen die aan het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling dienen te worden betaald (PB L 35 van 15.2.1995, blz. 1). Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB L 18 van 22.1.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 220000 220000 200000 200000 210000,— 132690,30 Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van de Unie aan de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik (FCTC), die door de Gemeenschap is geratificeerd en waarbij de Unie partij is. Besluit 2004/513/EG van de Raad van 2 juni 2004 betreffende de sluiting van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 8). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 6000000 p.m. 16000000 500,— 18914100,30 Dit krediet dient ter dekking van de vastleggingen voor vorige jaren in het kader van Besluit nr. 1786/2002/EG en Besluit nr. 1350/2007/EG. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Besluit nr. 1786/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid (2003-2008) (PB L 271 van 9.10 2002, blz. 1). Besluit nr. 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot vaststelling van een tweede communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid (2008-2013) (PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 350000 0,— 245967,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 350000 p.m. 300000 0,— 303725,89 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 400000 p.m. 400000 0,— 293138,40 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 320000 0,— 288277,20 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 299528,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 600000 p.m. 630000 0,— 418802,20 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 200000 p.m. 600000 0,— 411418,40 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 350000 p.m. 297000 0,— 265170,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 450000 p.m. 225000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 290000 p.m. 450000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 200000 p.m. 300000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 100000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 246000 0,— 614706,50 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 p.m. 300000 1000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 180000 p.m. 180000 600000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 135000 p.m. 135000 450000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 p.m. 300000 1000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 30000 100000 50000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Zeldzame ziekten (waarvan 85 % genetisch is) zijn levensbedreigende of chronisch slopende ziekten die weinig voorkomen (minder dan 5 gevallen per 10000 inwoners). Naar schatting bestaan er momenteel tussen de 5000 en 8000 verschillende zeldzame ziekten, waar 6 % tot 8 % van de bevolking aan lijdt (tussen 27 en 36 miljoen mensen in de Unie). Circa 20-25 % van de zeldzame ziekten zijn zeldzame aangeboren afwijkingen (op zichzelf staande of meervoudige, inclusief afwijkingensyndromen). Eurocat heeft zijn gegevensbanken en administratieve structuren overgebracht naar het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) te Ispra, waar het platform voor zeldzame ziekten is gevestigd. Voor het uitbreiden van het afwijkingenregister tot een register van zeldzame ziekten voor zeldzame afwijkingen (op zichzelf staande en meervoudige, inclusief zeldzame afwijkingensyndromen) is het echter noodzakelijk dat er gerichte maatregelen worden getroffen en aanvullende informatie wordt verzameld. Dit moet op nationaal niveau plaatsvinden en hiervoor zijn aanvullende middelen nodig. Doel van het proefproject is het opzetten van een register van zeldzame aangeboren afwijkingen (als onderdeel van het register van zeldzame ziekten), waarbij gebruik wordt gemaakt van de structuur, organisatie en ervaring van het Poolse register van aangeboren afwijkingen. Als dit model succesvol blijkt, kan het tevens in andere lidstaten worden toegepast. Het proefproject vormt een aanvulling op een door het JRC en SANTE ontwikkeld Unieplatform voor de registratie van zeldzame ziekten, dat moet voorzien in een gemeenschappelijk toegangspunt tot gegevensverzamelingen over zeldzame ziekten in heel Europa. Dit proefproject zal een bijdrage leveren aan de actualisering van beleidsrelevante en wetenschappelijk verantwoorde volksgezondheidsindicatoren en de andere lidstaten informatie verschaffen over de manier waarop zij een nationaal systeem voor de registratie van zeldzame ziekten kunnen ontwikkelen op basis van bestaande registers van aangeboren aandoeningen. Taken:
gebruikmaken van het PRCM-platform om volksgezondheidsindicatoren te ontwikkelen voor een bijzondere groep zeldzame ziekten: zeldzame afwijkingen (op zichzelf staande en zeldzame afwijkingensyndromen — circa 20-25 % van alle zeldzame ziekten);
prevalentiegegevens verzamelen en toezichtsverslagen opstellen (in voorkomend geval inclusief tendensen en clusters) over een groep geselecteerde zeldzame ziekten in Polen.
Methoden: Het PRCM is een uitstekend model om erachter te komen of een register van geboorteafwijkingen kan worden uitgebreid tot een register van zeldzame ziekten. De expertise van de centrale PRCM-werkgroep, die bestaat uit tien ervaren klinische genetici, kan in het project worden gebruikt. Het PRCM werkt samen met alle genetische klinieken in Polen en met meer dan 1500 klinieken, ziekenhuisafdelingen en ambulante zorgeenheden in Polen. Om het PRCM uit te breiden tot een register van zeldzame ziekten zullen aanvullende gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Ook zal er een begin worden gemaakt met de samenwerking met patiëntenverenigingen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 105000 350000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject beoogt de oprichting van een specifieke ondersteuningsstructuur voor vrouwen, met bijzondere aandacht voor zwangere vrouwen. Doelstelling is het aantal kinderen dat voor hun geboorte aan alcohol wordt blootgesteld en met het foetaal alcoholsyndroom (FAS) wordt geboren, te verminderen, aan de hand van concrete maatregelen zoals specifieke begeleiding inzake preventie en coördinatie van deze begeleiding, oprichting van specifieke praatgroepen voor vrouwen, ondersteuning van verwanten in het kader van informele bijeenkomsten met gezondheidswerkers, en vrijwillige deelname van de vrouwen aan primaire preventie-initiatieven. Door vrouwen met alcoholproblemen op te sporen en samen te brengen, hen in contact te brengen met professionals uit de medische en sociale sector en hun verwanten te mobiliseren moet deze structuur tot een betere opvolging van de behandeling van verslavingen leiden. Daarnaast zal zij een transversale, gecoördineerde en specifieke opvang onder professioneel toezicht mogelijk maken. Achtergrond De prevalentie van stoornissen als gevolg van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap en de gevolgen hiervan voor de samenleving vormen tegenwoordig een ernstig volksgezondheidsprobleem. In Europa lijdt tussen 1 en 2 % van de levend geboren kinderen aan het foetaal alcoholsyndroom (FAS); in sommige gemeenschappen (in Italië, Kroatië, La Réunion) zelfs meer dan 4 %. 20 % van de zwangere vrouwen geeft aan tijdens de zwangerschap alcohol te drinken. Naar schatting 1 % van de kinderen die door deze vrouwen op de wereld worden gezet, zal hiervan gevolgen ondervinden, die meteen bij de geboorte of pas later worden vastgesteld. In alle lidstaten van de Europese Unie stijgt het alcoholgebruik bij vrouwen en verandert het drinkgedrag van jongeren (bingedrinken), wat dan weer tot een toename leidt van de gevaren van onverstandige en overdreven alcoholconsumptie. Daarom heeft het Europees Parlement op 29 april 2015 een resolutie aangenomen waarin het de Commissie ertoe oproept een nieuwe Europese alcoholstrategie uit te werken (Aangenomen teksten, P8_TA(2015) 174). Anderzijds heersen er nog heel wat taboes rond alcoholconsumptie en wordt drankgebruik door vrouwen vaak gestigmatiseerd. De verantwoordelijkheid wordt bij de individuele consument gelegd, niet bij het geconsumeerde product. Een moeder die lijdt aan de ziekte alcoholisme is dubbel schuldig, ten eerste vanwege haar alcoholmisbruik en ten tweede omdat ze wordt gezien als slechte moeder wier kinderen uit huis zouden moeten worden geplaatst. Er is gebleken dat slechts heel weinig vrouwen zich tot de bestaande structuren voor verslaafdenondersteuning en -zorg wenden. We moeten dus nagaan wat deze vrouwen ervan weerhoudt hulp te zoeken en hen helpen om verzorging en begeleiding te vinden. Het zo vroeg mogelijk opsporen van probleemgedrag en het aanbieden van gepaste en professionele medische, paramedische en sociaal-educatieve begeleiding zijn van essentieel belang, niet alleen met het oog op de maatschappelijke integratie van alle burgers maar ook in het licht van de economische en sociale kosten. Risicogedrag van vrouwen met een alcoholprobleem zo vroeg mogelijk tijdens de zwangerschap herkennen en deze vrouwen helpen geen alcohol meer te drinken, bij voorkeur voordat ze zwanger worden, moeten prioritair zijn. De meeste Europese regio's beschikken over kwalitatief hoogstaande verslaafdenzorg maar de specificiteit van de begeleiding van vrouwen met een alcoholprobleem wordt doorgaans verwaarloosd. Deze vrouwen hebben behoefte aan personen die naar hen luisteren, hen in hun waarde laten, hun een veilig gevoel geven en hen begeleiden, dit alles met inachtneming van hun privacy en begrip voor hun problemen. Doelstellingen Dit proefproject is een initiatief van experimentele aard dat tot doel heeft te bewijzen dat de oprichting van dergelijke structuren in de Europese Unie zinvol en haalbaar is. Het initiatief kan eventueel worden omgezet in een voorbereidende actie en vervolgens in een Europees programma ter bestrijding van stoornissen als gevolg van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Het proefproject moet worden uitgevoerd naast en als aanvulling op de actie die de WHO op dit terrein uitvoert, en moet gebruikmaken van de resultaten en bevindingen van het Europees actieplan inzake drinken door jongeren en overmatig drinken in korte tijd (bingedrinken). Beoordeling Het proefproject wordt gedurende de looptijd van twee jaar voortdurend geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar een aantal indicatoren (aantal deelnemende vrouwen, aantal aanvragen, risicovermindering enz.) en wordt nagegaan of het project de verwachte resultaten oplevert. Begroting In het kader van de uitvoering van dit proefproject zijn niet alleen middelen nodig voor specifieke, met het project verbonden kosten (aankoop van materiaal en uitrusting) maar ook voor de vergoeding van de betrokken gezondheidswerkers en de nodige voorlichting rond het project. Plaats van uitvoering Dit proefproject kan bij wijze van experiment in één regio van de Unie worden uitgevoerd en vervolgens in het kader van een Europees programma ter bestrijding van stoornissen als gevolg van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap tot de rest van de Unie worden uitgebreid, waarbij de opgerichte structuren met elkaar worden verbonden zodat op Europees niveau informatie en goede praktijken kunnen worden uitgewisseld. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 120000 400000 200000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. MentALLY zorgt voor empirisch onderbouwde en praktische kennis om een proces aan te sturen ter verbetering van de Europese geestelijke gezondheidszorg door competente, zorgvuldige professionele zorgverleners die doeltreffend samenwerken binnen een goed georganiseerde stelsel voor geestelijke gezondheidszorg dat over de capaciteit beschikt om iedereen die dat nodig heeft te behandelen. Een dergelijk proces is noodzakelijk. Psychische problemen komen in Europa veel voor, en de zorg is daar overduidelijk niet op toegespitst. Het ontbreekt aan afdoende behandeling, aangezien ruim de helft van mensen met psychische problemen niet de professionele zorg krijgen die ze nodig hebben. Het gevaar bestaat dat hun problemen verergeren en ze een intensievere en duurdere behandeling nodig hebben. Ook is er vaak sprake van overbehandeling van cliënten die onnodig medicinaal of te lang worden behandeld. Psychotherapeutische behandelingen zijn doeltreffend gebleken voor het verminderen van psychische problemen en de belasting daarvan, maar toch wordt medicatie vaak sneller gebruikt dan psychotherapie. Het toepassen van verkeerde zorg wordt in ieder geval deels veroorzaakt door een ontoereikende beoordeling en diagnose van psychische problemen; ontoegankelijkheid van geestelijke gezondheidszorg, met name voor kwetsbare groepen (zoals vrouwen, werklozen, mensen met een laag inkomen of van een etnische minderheid); gebrek aan coördinatie en samenwerking tussen primaire en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg; ontbreken van een duidelijk systeem van doorverwijzing; ontbreken van een coherente visie en beleid inzake de rol van verschillende verleners van geestelijke gezondheidszorg (huisartsen, klinisch psychologen, psychiaters), met name in de primaire zorg; ontbreken van een coherente visie en beleid inzake innovatie; ontbreken van goede praktijken, met name voor kwetsbare en moeilijk te behandelen cliënten. Daarnaast kan de kennis inzake geestelijke gezondheid (MHL, de kennis over psychische aandoeningen, leidend tot een betere herkenning, behandeling of preventie) worden vergroot door de ontwikkeling van doeltreffende educatieve instrumenten en aanbevelingen voor vroegtijdige interventie. Dit laatste is van cruciaal belang omdat de huidige kennis, capaciteit en zorgverlening uiteenloopt tussen de lidstaten. Doelstellingen
De ontwikkeling en het testen van een breed inzetbaar kader voor alle lidstaten en het verbeteren van de toegang tot geestelijke gezondheidszorg;
De deskundigheid van verleners van primaire zorg vergroten, de organisatie en capaciteit van het zorgsysteem evalueren en de resultaten voor de cliënten verbeteren.
De MHL onder de bevolking, alsmede met betrekking tot specifieke (kwetsbare) groepen (zoals vrouwen, ouderen, etnische minderheden) verbeteren.
Ten eerste brengt de ontwikkeling van een breed inzetbaar kader ter vergroting van de toegang tot geestelijke gezondheidszorg nauwe samenwerking met zich mee met relevante belanghebbenden op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Door de geestelijke gezondheidszorg en instellingen op dit gebied in Europese lidstaten zorgvuldig in kaart te brengen wordt inzicht verkregen in de verschillende wijzen van aanpak van geestelijke gezondheidszorg, en de voor- en nadelen daarvan. Aangezien verschillende wijzen van zorg leiden tot uiteenlopende resultaten voor de patiënten, worden aanbevelingen opgesteld om het proces van doorverwijzing in verband met psychische aandoeningen te optimaliseren. Door een overzicht op te stellen van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en van behandeltrajecten kunnen verbeteringen en stimulansen worden vastgesteld die binnen de lidstaten nodig zijn wat betreft organisatie en capaciteit. Uitwisseling van kennis in verband met beste praktijken en zwakke punten binnen instellingen voor geestelijke gezondheidszorg kan bijdragen aan de ontwikkeling van een Europees strategisch plan. De resultaten daarvan kunnen worden gebruikt als basis voor beleidsadvies en een strategie voor verspreiding in de vorm van het opstellen van een agenda en het bieden van gelegenheid voor een publieke discussie. De verspreiding zal gericht zijn op cliënten, om ervoor te zorgen dat zij weloverwogen besluiten kunnen maken over het leven met of zoeken van hulp voor psychische aandoeningen (zie ook de derde doelstelling). Dit voorkomt excessieve behandeling van personen met psychische problemen die geen (dure) gespecialiseerde hulp nodig hebben en voorkomt tevens dat personen die wel gespecialiseerde hulp nodig hebben deze niet krijgen. Ten tweede wordt aandacht besteed aan verleners van geestelijke gezondheidszorg, door de ontwikkeling van op competentie gebaseerde trainingsmodules voor zorgverleners, richtsnoeren voor een betere uitwisseling van gegevens tussen zorgverleners, en goede praktijken voor de behandeling van psychische aandoeningen. Ook worden trainingsinstrumenten en -protocollen, alsmede train-the-trainer-richtsnoeren ontwikkeld, naast instrumenten voor (online) monitoring, om te beoordelen of de implementatie succesvol is. Deze instrumenten zijn ook zeer geschikt om de follow-up vast te leggen, met andere zorgverleners te communiceren en benchmarks te formuleren. Voorbeelden van instrumenten in deze categorie zijn een empirisch onderbouwd instrument voor doorverwijzing (beslisboom) voor huisartsen, op competentie gebaseerde training inzake korte ingrepen voor klinisch psychologen die in de primaire zorg werken, richtsnoeren voor samenwerking voor verleners van geestelijke gezondheidszorg, teneinde de feedback, de communicatieprocessen en de multidisciplinaire diagnosestelling te verbeteren. Ten derde worden op het vlak van de (potentiële) cliënten voorwaarden gecreëerd om te waarborgen dat cliënten goed geïnformeerd en onafhankelijk zijn. Dit houdt in dat instrumenten worden ontwikkeld voor het analyseren van het taalgebruik in verband met de gezondheidszorgproblematiek en onder het publiek over dit onderwerp. Er wordt een Europese database opgezet voor MHL om een corpus linguisticus op te bouwen (d.w.z. een database met een grote hoeveelheid echte teksten aan de hand waarvan de taal bestudeerd kan worden), waarmee het taalgebruik in verband met geestelijke gezondheid en de stigma's op dat terrein bestudeerd kunnen worden. Ook moet een evaluatie van het empirisch onderbouwde potentieel van nieuwe technologieën (zoals social media, eHealth en mHealt als psychotherapeutische hulpmiddelen) en het opzetten van een database met empirisch onderbouwde elektronische beste praktijken zorgen voor een verbetering van MHL en zelfhulpstrategieën onder diverse bevolkingsgroepen. Tot slot zal het vaststellen van correlaties of voorspelbaarheid van een lage MHL en een geringe zelfhulp bijdragen aan de ontwikkeling van richtsnoeren voor empirisch onderbouwde behandelingen die de MHL onder kwetsbare en/of gestigmatiseerde groepen verbeteren. Netwerk en meerwaarde Dit project vereist een uitgebreid, evenwichtig en kundig netwerk dat toegang heeft tot relevante wetenschappelijke en openbare bronnen. Het omvat participatie uit minstens twaalf lidstaten uit de oostelijke, westelijke, noordelijke en zuidelijke regio's van Europa. Bovendien bevat het netwerk aanvullende academische deskundigheid op het gebied van klinische psychologie, geestelijke gezondheid en stigma's, educatieve studies en de analyse van taalgebruik, en studies inzake de volksgezondheid. De academische deskundigheid op het gebied van klinische psychologie omvat kennis inzake neurologische en ontwikkelingsstoornissen (zoals ADHD en stoornissen op het autistisch spectrum), psychotherapeutische en psychiatrische dienstverlening, de bevordering van een positieve geestelijke gezondheid, stigma's (met betrekking tot geestelijke gezondheid), beleid en online psychotherapeutische behandelingen. Bovendien omvat het specifieke expertise inzake ethiek (kwesties op het gebied van integriteit, morele vraagstukken, ethiek in de gezondheidszorg), volksgezondheid en gezondheidsbevordering. De expertise op het gebied van educatieve studies omvat kennis inzake ongefundeerde kritiek op de psychiatrie, deelname aan het huidige publieke debat, stijl, theorie en analyse van metaforen, communicatie op het gebied van gezondheidszorg, de analyse van taalgebruik en van het taalkundige corpus. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 360000 1200000 500000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het risico van gewelddadigheid bij patiënten met ernstige geestelijke stoornissen en de perceptie hiervan zijn in heel Europa problematisch, niet alleen wegens mogelijk letsel en overlijden van patiënten, verwanten, zorgpersoneel en vreemden maar ook op grond van de negatieve impact op therapeutisch vlak die het gevolg is van zowel geweld als geweldpreventiemaatregelen. Het stigma van geestelijke aandoeningen hangt nauw samen met de ideeën van burgers over en hun vrees voor gewelddaden die worden gepleegd door geesteszieken. De perceptie van de bevolking kan dan weer invloed hebben op artsen en zelfs de politieke besluitvorming. Recente dramatische gebeurtenissen zoals de ramp met het vliegtuig van Germanwings hebben ertoe geleid dat de Europeanen deze problematiek belangrijker zijn gaan vinden en hebben duidelijk gemaakt dat er preventiemaatregelen en behandelingsstrategieën moeten worden uitgewerkt waarmee het risico van gewelddadig gedrag door mensen met ernstige geestelijke stoornissen, hetzij tegenover zichzelf, hetzij ten aanzien van anderen, kan worden opgespoord en beperkt. Hoewel dit risico in absolute cijfers laag is en slechts in kleine mate bijdraagt tot het geweld in de samenleving, moeten de desbetreffende statistieken en tendensen worden verduidelijkt om wijdverbreide misvattingen over de gevaarlijkheid van psychiatrische patiënten uit de wereld te helpen. Daartegenover staat dat naar schatting ruim de helft van alle zelfmoorden in Europese landen worden gepleegd door mensen met een onderliggende geestelijke stoornis. Daarom zal in het voorgestelde proefproject ook onderzoek worden verricht naar zelfmoord en zelfmoordpogingen bij psychiatrische patiënten die in aanraking zijn gekomen met het gerecht en opnieuw in vrijheid verkeren. Zelfmoordpogingen leiden tot herhaalde ziekenhuisopnames en kunnen vergaande negatieve gevolgen hebben voor het moreel van het medisch personeel. De waargenomen dreiging van geweld leidt tot een groter gebruik van dwangmaatregelen zoals onvrijwillige ziekenhuisopname, opsluiting in een inrichting, afzondering en gedwongen medicatie, die zowel patiënten als zorgverleners haast unaniem als traumatiserend en zelfs contraproductief ervaren en bij patiënten tot agressiviteit kunnen leiden, in plaats van tot motivatie en medewerking. Bovendien kan onvrijwillige opname in beveiligde forensische instellingen naar aanleiding van zeldzame maar ernstige gewelddaden die verband houden met ernstige geestelijke stoornissen, resulteren in langdurige ziekenhuisverblijven en een onevenredig grote hap nemen uit de al beperkte middelen op het gebied van geestelijke gezondheid. Het proefproject is gericht op forensische psychiatrische diensten, waar in de eerste plaats patiënten worden behandeld die aan een geestelijke aandoening lijden en een gevaar vormen voor anderen, maar waar ook het zelfmoordpercentage bovengemiddeld hoog ligt. Nieuwe diensten voor de intramurale en ambulante verzorging van dergelijke patiënten winnen in vele — maar niet alle — Europese landen terrein. Er worden nieuwe behandelingsmodellen uitgewerkt voor deze vaak gemarginaliseerde groep patiënten, zoals teams voor extramurale forensische assertieve gemeenschapsbehandeling en gespecialiseerde forensische ziekenhuizen. Binnen de Europese dienstenstructuren bestaan er evenwel grote verschillen op het vlak van interventiestrategieën en rechtskaders voor potentieel gewelddadige patiënten en patiënten met een voorgeschiedenis van gewelddadig gedrag. Er is nooit vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar patiëntentevredenheid, therapeutische doeltreffendheid, risicoafname, herstel en kosten, en toch beschikken dergelijke diensten in sommige landen over 20 % van de beschikbare middelen, hoewel er nog geen 1 % van alle psychiatrische patiënten wordt behandeld. Dit gebrek aan betrouwbare vergelijkbare gegevens heeft heel wat Europese landen verhinderd te profiteren van de innovatieve strategieën die worden gehanteerd in landen waar meer middelen worden uitgegeven voor innovatie en onderzoek en waar dienstverleningsmodellen zijn getest die vanuit therapeutisch oogpunt en qua efficiëntie potentieel beter zijn. Een beter begrip van de factoren die verband houden met het risico van geweldpleging door patiënten met ernstige geestelijke stoornissen tegenover zichzelf en anderen, een beoordeling van de beste instrumenten voor de voorspelling van risico's (met het oog op de besluitvorming) en een evaluatie van doeltreffende behandelingen zullen artsen, managers, wetgevers en overheden helpen bij het plannen en ontwikkelen van diensten en bij het uitwerken van preventieve en ondersteunende maatregelen. Bovendien is er momenteel dringend behoefte aan een vergelijking van de nationale verschillen inzake de zorgtrajecten van patiënten (onder meer het binnenkomen in en verlaten van gespecialiseerde beveiligde diensten). Een Europees project in meerdere landen met elk een eigen gezondheidszorg- en rechtsstelsel zal waardevolle informatie opleveren waarmee de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg voor deze problematische, gemarginaliseerde maar tegelijk uitermate geldverslindende bevolkingsgroep kan worden verbeterd. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 75000 250000 125000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. De huidige metingen van de toegang tot gezondheidszorg in de Unie vertonen een aantal beperkingen met betrekking tot de verschaffing van relevante, correcte, betrouwbare en actuele informatie hierover. Daarom wil dit proefproject een samengestelde nieuwe reeks metingen voor de toegang tot gezondheidszorg uitwerken en leiden en/of de bestaande metingen verbeteren, en aldus tegemoetkomen aan de noden van de diverse belanghebbenden in de gezondheidssector. Hoofddoel is de ontwikkeling van beleid mogelijk te maken dat op basis van objectieve en vergelijkbare informatie ongelijkheden en obstakels op het vlak van de toegang tot gezondheid wegneemt, en dat de duurzaamheid en efficiëntie van de gezondheidszorgstelsels in de lidstaten helpt verbeteren. Doelstellingen en verwachte resultaten
Evaluatie van bestaande metingen en indicatoren en van de verschillende aspecten van toegang in de Unie.
Uitwerking, in overleg met de belangrijkste belanghebbenden, van mogelijke nieuwe indicatoren en/of verbetering van bestaande indicatoren, om bevolkingsgroepen te bereiken die uit de boot dreigen te vallen en een totaalbeeld te krijgen van de toegang tot gezondheidszorg in de EU-landen en -regio's.
Testen en verfijnen van deze indicatoren in geografisch, economisch en cultureel verschillende lidstaten.
Onderzoek en eventueel validering van een nieuwe reeks indicatoren en/of de verbeterde bestaande indicatoren, in samenwerking met de relevante Europese en internationale organisaties.
Strategie en routekaart voor uitbreiding en toepassing, met drie grote ziekteprioriteiten: a) niet-overdraagbare ziekten, b) besmettelijke ziekten en c) zeldzame ziekten.
Het belangrijkste resultaat van het proefproject moet bestaan in een reeks nieuwe en complementaire indicatoren en/of de verbetering van de bestaande indicatoren voor de beoordeling van de toegang van patiënten tot gezondheidszorg. Dit zal een waardevol hulpmiddel vormen voor beleidsmakers om toezicht te houden op de toegang van de bevolking tot gezondheidszorg op Europees, nationaal en regionaal niveau. Ook zal het mogelijk zijn deze toegang op Unieniveau te monitoren en te vergelijken, wat beleidsmakers zal helpen programma's en beleidsmaatregelen op te stellen om ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg te verminderen. Momenteel zijn de definities van toegang onduidelijk en niet in alle lidstaten identiek, en passen ze niet in een samenhangend conceptueel kader. Het proefproject zal een intersectorale en multidisciplinaire benadering hanteren om tot een consensus te komen tussen de diverse belanghebbenden over het concept en de inhoud van de toegang tot gezondheidszorg, alsook over de meting ervan. Om informatie over semi-formele toegang te verkrijgen, moeten bij deze analyse ook patiëntenverenigingen worden betrokken. De looptijd van het project bedraagt twee jaar. Bij de uitvoering van het project moet de Commissie rekening houden met het advies inzake de toegang tot gezondheidszorg van de deskundigengroep inzake doeltreffende manieren om te investeren in gezondheid. Motivering Ondanks grote verbeteringen in de gezondheidsstelsels in de Unie blijven er opvallende verschillen en ongelijkheden bestaan wat betreft de toegang van patiënten tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg, zowel binnen als tussen de lidstaten. Sociaal-economische status, woonplaats, gender, etnische afkomst en opleidingsniveau zijn de factoren met de grootste impact op toegang tot gezondheidszorg. De recente economische crisis heeft de kloof tussen mensen met een andere sociaal-economische status aanzienlijk vergroot, met als gevolg dat het sociale element op het vlak van gezondheid een grotere rol is gaan spelen. De vergrijzing van de bevolking en de verscherping van ongelijkheden op het vlak van gezondheid als gevolg van de economische crisis suggereren dat de toegang tot gezondheidszorg op Unieniveau moet worden behandeld, met als doel de lidstaten in staat te stellen doeltreffende oplossingen te vinden en toe te passen en hen hierbij te ondersteunen. Hiertoe is het van essentieel belang dat de toegang tot gezondheidszorg op een gemeenschappelijke, wetenschappelijk onderbouwde en efficiënte manier wordt gemeten. De Commissie, de Wereldgezondheidsorganisatie, de OESO en andere internationale organisaties hebben het belang benadrukt van precieze en betrouwbare metingen inzake de toegang tot gezondheidszorg om te kunnen garanderen dat gezondheidszorgstelsels transparant en toegankelijk zijn en beantwoorden aan de noden van de bevolking. Bovendien blijkt uit onderzoeksgegevens dat de sociale aspecten van gezondheid die een impact hebben op de toegankelijkheid van gezondheidszorgstelsels, de kloven tussen burgers in eenzelfde lidstaat en tussen de lidstaten onderling doen toenemen. Een groot nadeel van de huidige indicatoren bestaat erin dat zij de perceptie van de burger zelf met betrekking tot onbeantwoorde zorgbehoeften meten, maar geen objectieve meting van de toegang tot gezondheidszorg toelaten. In veel gevallen zijn de door de burger zelf geleverde metingen van de toegang tot gezondheidszorg erop gericht het gebruik van gezondheidsdiensten te evalueren, en kan er niet worden beoordeeld in welke mate moeilijk te bereiken (en kwetsbare) bevolkingsgroepen toegang tot gezondheidszorg hebben. De indicatoren meten eigenlijk de toegang van patiënten die (onder meer vanuit financieel standpunt) in staat zijn om gebruik te maken van het gezondheidszorgstelsel. Dit is een kritiek punt, aangezien ongelijkheden op het vlak van gezondheid in onevenredige mate kwetsbare bevolkingsgroepen treffen, die dus met meerdere obstakels worden geconfronteerd wat de toegang tot gezondheidszorg betreft. Als gevolg hiervan worden enorme bedragen uitgegeven zonder dat dit de kennis oplevert die beleidsmakers nodig hebben om juist te handelen. In veel gevallen kunnen nationale enquêtes waarmee de toegang tot gezondheidszorg wordt gemeten, niet onderling met elkaar worden vergeleken, aangezien de gebruikte methoden en benaderingen inherent beperkt zijn. Nationaal ingezamelde gegevens zijn gekleurd door de beleidsprioriteiten in elk land, met name door de gebruikte indicatoren en de prioritair onderzochte gezondheidsproblemen. Bovendien zijn de beoordelingen door de burgers zelf van de toegang tot gezondheidszorg die algemeen voor de metingen worden gebruikt, subjectief en onder meer afhankelijk van de vorm van de enquête, de opzet van het onderzoek, de vragenformulering en culturele en psychosociale factoren. Wat ontbreekt zijn allesomvattende indicatoren die niet alleen informatie verschaffen over de beschikbaarheid, relevantie, adequaatheid en betaalbaarheid van gezondheidszorgdiensten maar ook over de kwaliteit ervan en het individuele gebruik dat ervan wordt gemaakt. De beoordeling van de toegang blijft algemeen en is in sommige gevallen oppervlakkig en tegenstrijdig te noemen. De huidige metingen van de toegang tot gezondheidszorg kunnen geen relevante en adequate en informatie verschaffen over de noden, doelstellingen en rol van elke belanghebbende. Bovendien overlappen de huidige instrumenten voor de beoordeling van de toegang elkaar en is er sprake van een kwaliteitsdeficit en grote leemten. Aangezien de toegang tot gezondheidszorg met zowel proces- als prestatie-indicatoren moet worden gemeten, is er een samengesteld maar haalbaar meetsysteem nodig. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 150000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het is algemeen erkend dat het ziektebeeld bij veel chronische aandoeningen (zoals diabetes, cardiovasculaire en reumatische aandoeningen en neurologische stoornissen) het resultaat is van een combinatie van diverse factoren: het ziekteverloop, schade als gevolg van de ziekte zelf of de behandeling ervan, comorbiditeiten, de toxiciteit van geneesmiddelen, de levenskwaliteit van patiënten en de mate waarin de ziekte op hen weegt. Voor een optimale behandeling van en omgang met chronische aandoeningen moeten deze factoren dan ook worden meegewogen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 150000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject is gericht op primaire preventie van borstkanker in gebieden waar hoge concentraties vervuilende stoffen voorkomen als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, zoals vervuiling van bodem of water vanwege illegale lozing van giftig afval, zeer vervuilende fabrieken of plaatsen waar de verwerking van afval ernstige milieueffecten heeft. Aangetoond is dat in die gebieden het gevaar op tumoren veel hoger is dan in normale gebieden, en daarom is het van wezenlijk belang niet alleen behandelingen te ontwikkelen en het onderzoek naar kankertherapieën te stimuleren, maar ook het belang van preventie onder de aandacht te brengen, met name van jonge vrouwen. In dit stadium is preventie natuurlijk veel doeltreffender en kan voorkomen worden dat kanker zich ontwikkelt tot een gevaarlijker vorm. Het proefproject is gericht op meisjes in de laatste jaren van school en universiteit, in gebieden, zoals hierboven beschreven, waar is aangetoond dat tumoren statistisch veel vaker voorkomen dan gemiddeld. Het project heeft tot doel bekendheid te geven aan alle acties en factoren die kunnen bijdragen aan het voorkomen van borstkanker. Nadruk zal worden gelegd op het geven van informatie over gedragingen en leefstijlen die de kans op tumoren verhogen, zoals alcohol- of tabaksmisbruik, of verkeerde voedingswijzen. Met name moet het proefproject meisjes in staat stellen in contact te komen met doctoren die kunnen uitleggen wat borstkanker is en hoe het opgespoord kan worden door zelfonderzoek. Zelfonderzoek behoort tot de beste methoden om kanker op te sporen, zodat het in een vroeg stadium behandeld kan worden. Het proefproject steunt daarom klassikale voorlichting met doctoren en deskundigen om deze onderwerpen toe te lichten. Preventie is geen genezing, maar in gebieden waar een hoger risico heerst kan het zeer doeltreffend zijn, zwaardere behandelingen voorkomen en levens redden. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 150000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. In een studie uit 2010 werd geschat dat elk jaar in Europa ongeveer 89 miljoen ton voedsel werd verspild om uiteenlopende redenen, zoals slecht beheer van voorraden door groothandels en niet duurzaam koopgedrag. Als deze ontwikkeling zich doorzet en geen preventieve of beheersmaatregelen op Unieniveau worden genomen, zal de hoeveelheid verspild voedsel toenemen tot meer dan 126 miljoen ton per jaar. De lidstaten hebben een aantal maatregelen ter voorkoming van voedselverspilling genomen, waaronder informatieverstrekking en campagnes, logistieke verbeteringen en programma's voor de herverdeling van voedsel. Dit proefproject levert een bijdrage aan de inspanningen van de Unie om voedselverspilling tegen te gaan door een doeltreffende bevordering en toepassing van richtsnoeren inzake de herverdeling van voedsel in de Unie. De Commissie moet dergelijke richtsnoeren opstellen binnen een bestaand rechtskader, tezamen met de relevante instanties in de lidstaten en belanghebbenden die verschillende actoren in de voedselvoorzieningsketen vertegenwoordigen (landbouwers, levensmiddelenfabrikanten, detailhandel, grootkeukens en horeca). Voor elke lidstaat omvat het project omvat derhalve: een overzicht van het beleids- en regelgevend kader voor herverdeling van voedsel, onderzoek door belanghebbenden, bijeenkomsten en overleg ter bevordering van de dialoog met beleidsmakers op nationaal niveau, opgedane ervaring en beste praktijken binnen de Europese Vereniging van Voedselbanken en verschillende informatiecampagnes. Ondanks het feit dat de Unie niet bevoegd is tot het opzetten van voedselbanken in de lidstaten, kan het vaststellen van een passend kader voor de herverdeling van voedsel in de Unie de lidstaten helpen bij het starten van programma's voor de herverdeling van voedsel, bijvoorbeeld met behulp van voedselbanken. Gebleken is dat dergelijke programma's positieve socio-economische effecten hebben op lokale gemeenschappen, vooral voor kansarme groepen, door honger en ondervoeding tegen te gaan, banen te scheppen en de zelfredzaamheid van personen te verbeteren. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Prognoseonderzoeken analyseren de langetermijngevolgen van beleid en technologieën en anticiperen op nieuwe maatschappelijke uitdagingen. De maatschappelijke uitdagingen die langetermijngevolgen hebben voor beleid en onderzoek, worden in kaart gebracht en geanalyseerd aan de hand van een welomschreven methodologische aanpak op basis van een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve methoden en technieken (zoals scenario- en trendanalyse). Bij prognoseonderzoeken, die zeer participatief zijn, worden deskundigen met verschillende achtergronden betrokken en wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld. De doelstellingen van het prognoseonderzoek Rare 2030 zijn om duurzame beleidsscenario's met betrekking tot zeldzame ziekten op te stellen voor de periode 2020-2030 en om de uitdagingen en kansen die voor 2030 worden verwacht, op een innovatieve manier aan te gaan en aan te pakken. Het onderzoek bouwt voort op bestaande kennis en op tot dusver ontplooide activiteiten (zoals de Mededeling van de Commissie van 11 november 2008 over zeldzame ziekten: de uitdagingen waar Europa voor staat (COM(2008) 679 def.), de aanbeveling van de Raad betreffende een optreden op het gebied van zeldzame ziekten (2009/C 151/02), activiteiten in het kader van gemeenschappelijk optreden op het gebied van zeldzame ziekten ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van beleidsprioriteiten, in het kader van Unieprogramma's voor onderzoek en innovatie gefinancierd onderzoek naar zeldzame ziekten enzovoorts). Door de dynamiek van veranderingen, toekomstige uitdagingen en mogelijkheden, in combinatie met nieuwe opties, inzichtelijk te maken, zou het onderzoek zowel de beleidsmakers van de Unie als lokale beleidsmakers voorzien van input met betrekking tot de conceptualisering en het ontwerp van beleid. Vervolgens zou dit de dynamiek van wetenschappelijke en technologische vooruitgang helpen behouden; de maatschappelijke uitdagingen die eruit voortvloeien helpen aan te pakken; een nuttig referentiekader vormen voor de gehele gemeenschap en een leidraad vormen voor strategieën die op de behoeften van patiënten zijn toegespitst. Methode — De projectduur van Rare 2030 is twee jaar. Het project zal worden uitgevoerd door een onderzoeksteam dat gebruik zal maken van inclusieve methoden om een voortdurende bottom-upbenadering te bevorderen, meer aandacht te besteden aan interactie, en patiënten, belanghebbenden en de samenleving in het algemeen aan te moedigen eraan deel te nemen. De methodologie en het tijdschema voor Rare 2030 omvatten:
basisonderzoek, met inbegrip van literatuurstudies en verkennende interviews om de drijvende krachten achter verandering in kaart te brengen, evenals de huidige en toekomstige uitdagingen;
de oprichting van een deskundigenpanel dat uit diverse belanghebbenden bestaat;
een interdisciplinaire, toekomstgerichte workshop tijdens welke de onderzoeksmethoden, de politieke en wetenschappelijke drijfveren en de gevolgen voor O&O worden besproken;
de ontwikkeling van scenario's op basis van participatieve methoden (panels van deskundigen, Delphimethoden, spellen enz.), open voor deelname van grote groepen belanghebbenden op Europees niveau; de scenario's worden gebruikt om de beleidsvorming te ondersteunen en de beschikbare opties en hun eventuele gevolgen in kaart te brengen;
een Europese Burgerconferentie om de uitkomsten van de besluitvorming te presenteren, te bespreken en te evalueren, waarbij de samenleving de uitkomsten mag aanpassen en zich eigen mag maken;
beleidsaanbevelingen waarin de uitkomsten van de scenario's en de conferentie bijeen worden gebracht;
een eindrapport dat in verschillende Unietalen worden vertaald en waarin de aanbevelingen en de uitkomsten van het project worden uiteengezet en de impact ervan wordt gemeten.
Achtergrond — Een ziekte of aandoening wordt in Europa als zeldzaam aangemerkt wanneer minder dan 1 op de 2000 EU-burgers eraan lijdt. In de Unie lijden naar schatting tussen de 27 en 36 miljoen mensen aan een van de 6000 à 8000 zeldzame ziekten. Het betreft hier dikwijls chronische, zeer complexe en slopende ziekten, waar niet alleen de patiënten zelf maar ook hun gezinnen en de samenleving als geheel onder gebukt gaan. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). VEILIGHEID VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS, DIERGEZONDHEID, DIERWELZIJN EN GEZONDHEID VAN PLANTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 17 04VEILIGHEID VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS, DIERGEZONDHEID, DIERWELZIJN EN GEZONDHEID VAN PLANTEN 17 04 01 Een hogere diergezondheidsstatus en een hoog niveau van bescherming van dieren in de Unie garanderen 3 165000000 151300000 171925000 144840000 165260226,93 136681674,75 90,34 17 04 02 De tijdige detectie en uitroeiing van voor planten schadelijke organismen garanderen 3 15000000 10000000 12000000 6100000 7585000,— 103069,99 1,03 17 04 03 Doeltreffende, doelmatige en betrouwbare controles garanderen 3 53558000 49500000 47401000 55250000 62069181,99 27364229,18 55,28 17 04 04 Fonds voor noodmaatregelen in verband met dier- en plantgezondheid 3 20000000 16000000 19000000 18000000 16388092,60 12934526,46 80,84 17 04 07 Europees Agentschap voor chemische stoffen — Activiteiten in verband met de biocidenwetgeving 2 1450000 1450000 449628 449628 5951582,02 5951582,— 410,45 17 04 10 Bijdragen aan internationale overeenkomsten en lidmaatschap van internationale organisaties op het gebied van voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid 4 300000 300000 290000 290000 258585,62 258585,62 86,20 17 04 51 Voltooiing van eerdere maatregelen op het gebied van veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid 3 p.m. 5000000 p.m. 15000000 0,— 26007265,41 520,15 17 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 17 04 77 01 Proefproject — Gecoördineerd Europees netwerk voor dierenwelzijn 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 17 04 77 02 Voorbereidende actie — Controleposten (rustplaatsen) voor het vervoer van dieren 2 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 372904,72 17 04 77 03 Proefproject — De ontwikkeling van beste praktijken in het dierenvervoer 2 p.m. 300000 p.m. 300000 0,— 0,— 0 17 04 77 04 Proefproject — Netwerk van Europese kaasboerderijen en ambachtelijke kaasmakerijen — Ontwerp van een Europese gids met goede praktijken op het gebied van hygiëne 2 p.m. p.m. p.m. 150000 0,— 0,— 17 04 77 05 Proefproject — Totstandbrenging van een geharmoniseerde interne markt voor varkensvlees dat afkomstig is van varkens die niet chirurgisch gecastreerd zijn 2 600000 300000 Artikel 17 04 77 — Subtotaal 600000 600000 p.m. 450000 0,— 372904,72 62,15 Hoofdstuk 17 04 — Totaal 255908000 234150000 251065628 240379628 257512669,16 209673838,13 89,55 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 165000000 151300000 171925000 144840000 165260226,93 136681674,75 Dankzij de financiële steunbijdrage van de Unie kunnen de uitroeiing en de bestrijding van dierziekten sneller worden verricht dan met alleen nationale financiële middelen mogelijk zou zijn en kunnen de acties op het niveau van de Unie worden geharmoniseerd. Deze ziekten en infecties zijn meestal op de mens overdraagbare zoönoses (BSE, vogelgriep, brucellose, salmonellose, tuberculose enz.). Indien deze ziekten blijven voortbestaan, belemmert dat bovendien de goede werking van de interne markt; de bestrijding ervan draagt bij tot een beter volksgezondheidsniveau en betere voedselveiligheid in de Unie. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de bijdrage van de Unie aan maatregelen die de belemmeringen van het vrije goederenverkeer op deze gebieden moeten wegwerken, alsmede aan steunregelingen en flankerende maatregelen voor de veterinaire sector. Met dit krediet wordt financiële steun verleend voor:
de aankoop, de opslag en het formuleren van antigenen voor mond-en-klauwzeer en van verschillende vaccins;
de ontwikkeling van markervaccins of tests die het onderscheid kunnen maken tussen zieke en gevaccineerde dieren.
Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1), met name artikel 50. Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30). Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15000000 10000000 12000000 6100000 7585000,— 103069,99 Dit krediet dient ter dekking van preventieve acties ter bestrijding van plagen en ziekten die een bedreiging vormen voor land- en tuinbouwgewassen, bossen en landschappen. Het dekt eveneens EU-bijdragen aan de specifieke maatregelen voor landbouw in de ultraperifere gebieden van de Unie. Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1). Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG, 76/894/EEG en 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 53558000 49500000 47401000 55250000 62069181,99 27364229,18 Dit krediet dient voor de uitvoering van de eerste maatregelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004, met name:
activiteiten van de laboratoria van de Unie;
opleiding inzake diervoeder- en levensmiddelencontrole;
reis- en verblijfkosten voor nationale deskundigen die aan inspectiebezoeken van het Voedsel- en Veterinair Bureau deelnemen;
IT-instrumenten, communicatie en informatie over diervoeder- en levensmiddelencontrole, ontwikkeling van een strategie van de Unie voor veiliger levensmiddelen;
voorlichtingsbeleid op het gebied van dierenbescherming, inclusief voorlichtingscampagnes en programma's om de bevolking te informeren over de schadeloosheid van de consumptie van vlees van gevaccineerde dieren, alsmede informatiecampagnes en programma's om nadruk te leggen op de humane aspecten van vaccinatiestrategieën in de strijd tegen besmettelijke ziekten;
de controle op de naleving van de bepalingen inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer van voor de slacht bestemde dieren;
het opzetten en in stand houden van een snellewaarschuwingssysteem, met inbegrip van een wereldwijd snellewaarschuwingssysteem, voor de kennisgeving van een direct of indirect risico voor de menselijke en dierlijke gezondheid als gevolg van levensmiddelen of diervoeders;
technische en wetenschappelijke maatregelen met het oog op de ontwikkeling van de EU-wetgeving op veterinair gebied en de ontwikkeling van onderwijs en opleiding op veterinair gebied;
IT-instrumenten, waaronder Traces en het Animal Disease Notification System;
maatregelen ter bestrijding van de illegale invoer van honden- en kattenbont.
Dit krediet dient tevens ter dekking van maatregelen tegen de invoer van kloondieren of hun nakomelingen en van producten afkomstig van kloondieren of hun nakomelingen. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de bijdrage van de Unie aan de uitvoering, door de Commissie en/of de lidstaten, van de onder de titel Rechtsgronden vermelde maatregelen, met name van de maatregelen om de belemmeringen voor het vrije verkeer van de betrokken goederen op te heffen. Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298/66). Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66). Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15). Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1), met name artikel 5 Risico-evaluatie en bepaling van het adequate niveau van sanitaire of fytosanitaire bescherming, van het hoofdstuk Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17), met name artikel 11, lid 1. Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1), met name artikel 17. Richtlijn 2002/54/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 12). Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33). Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60). Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74). Richtlijn 2008/72/EG van de Raad van 15 juli 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 28). Verordening (EG) nr. 1332/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake voedingsenzymen en tot wijziging van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad, Richtlijn 2000/13/EG, Richtlijn 2001/112/EG van de Raad en Verordening (EG) nr. 258/97 (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 7). Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16). Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in of op levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 34). Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG, 76/894/EEG en 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 20000000 16000000 19000000 18000000 16388092,60 12934526,46 Het uitbreken van bepaalde dierziekten in de Unie kan mogelijk een grote invloed hebben op de werking van de interne markt en de handelsbetrekkingen tussen de Unie en derde landen. Daarom is het belangrijk dat de Unie een financiële bijdrage levert aan een zo snel mogelijke uitroeiing van elke haard van ernstige, besmettelijke ziekten in de lidstaten door die ziekten met middelen van de Unie te bestrijden. Dit krediet dient ter dekking van curatieve acties ter bestrijding van plagen en ziekten die een bedreiging vormen voor land- en tuinbouwgewassen, bossen en landschappen, zoals de verspreiding van invasieve uitheemse soorten en ziekten (zoals het dennenaaltje), die steeds vaker en op grotere schaal voorkomen. Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG, 76/894/EEG en 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1450000 1450000 449628 449628 5951582,02 5951582,— Dit krediet dient ter dekking van de administratieve, de beleids- en de personeelsuitgaven van het Agentschap voor de activiteiten die verband houden met de tenuitvoerlegging van de biocidenwetgeving. Het Agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overschrijving van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. De personeelsformatie van het Europees Agentschap voor chemische stoffen is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 4500000 EUR. Omdat de bestemmingsontvangsten in verband met het begrotingsresultaat over 2015 3050000 EUR bedragen, wordt een bijdrage van 1450000 EUR in de begroting opgenomen. Verordening (EU) nr. 334/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden met betrekking tot bepaalde voorwaarden voor de toegang tot de markt (PB L 103 van 5.4.2014, blz. 22). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 300000 300000 290000 290000 258585,62 258585,62 Dit krediet dient ter dekking van de bijdrage van de Unie aan de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten (UPOV) die is ingesteld bij het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, herzien op 19 maart 1991, dat voorziet in een exclusief eigendomsrecht voor kwekers van kweekproducten. Besluit 2005/523/EG van de Raad van 30 mei 2005 tot goedkeuring van de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, zoals herzien te Genève op 19 maart 1991 (PB L 192 van 22.7.2005, blz. 63). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 5000000 p.m. 15000000 0,— 26007265,41 Dit krediet dient ter dekking van eerder vastgelegde uitgaven op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298/66). Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66). Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15). Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1), met name artikel 5 (Risico-evaluatie en bepaling van het adequate niveau van sanitaire of fytosanitaire bescherming), van het hoofdstuk Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Richtlijn 98/56/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PB L 226 van 13.8.1998, blz. 16). Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17), met name artikel 11, lid 1. Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1), met name artikel 50. Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1), met name artikel 17. Richtlijn 2002/54/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 12). Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33). Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60). Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74). Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1). Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1). Richtlijn 2008/72/EG van de Raad van 15 juli 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 28). Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (PB L 267 van 28.10.2008, blz. 8). Verordening (EG) nr. 1332/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake voedingsenzymen en tot wijziging van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad, Richtlijn 2000/13/EG, Richtlijn 2001/112/EG van de Raad en Verordening (EG) nr. 258/97 (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 7). Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16). Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in of op levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 34). Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 372904,72 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 300000 p.m. 300000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 150000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 600000 300000 Uit de resultaten van de meest recente speciale Eurobarometer inzake dierenwelzijn blijkt dat een overgrote meerderheid van de Europese burgers veel geeft om het welzijn van landbouwdieren en van mening is dat deze dieren beter moeten worden beschermd. De chirurgische castratie van jonge biggen zonder pijnverlichting is een gangbare en steeds controversiëlere praktijk voor het beheer van biggen, die momenteel jaarlijks 63 miljoen dieren treft. Praktische ervaring van grote toeleveringsketens van varkens in de Unie leert evenwel dat er levensvatbare en winstgevende alternatieven voor chirurgische castratie bestaan. Het doel van het voorgestelde proefproject is om belangrijke belanghebbenden samen te brengen — slachthuizen, levensmiddelenverwerkers en kleinhandelaars, evenals boeren indien nodig — en het delen en verspreiden te bevorderen van technieken en optimale werkwijze om ervoor te zorgen dat biggen niet meer chirurgisch gecastreerd hoeven te worden. Nadruk zal worden gelegd op activiteiten op het gebied van kennisoverdracht met betrekking tot: a) betrouwbare en levensvatbare detectiemethoden voor berengeur, b) gebruik van karkassen met berengeur tijdens de verwerking en c) marketing en bevordering van de verkoop van vlees van biggen die niet chirurgisch gecastreerd zijn. Vertrouwensopbouw en informatie-uitwisseling tussen alle marktdeelnemers in een peer-to-peeromgeving zal een belangrijke communicatieactiviteit zijn. Het project zal een op de praktijk gebaseerd document met richtsnoeren opleveren dat de weg bereidt voor een geharmoniseerde interne markt voor varkensvlees dat afkomstig is van dieren die niet chirurgisch gecastreerd zijn. De Europese verklaring over alternatieven voor chirurgische castratie van varkens is een vrijwillig en door belanghebbenden opgesteld akkoord om chirurgische castratie van varkens tegen 2018 volledig af te schaffen. De verklaring is ondertekend door 33 partijen, waaronder Europese boeren, de vleessector, handelaars, wetenschappers, dierenartsen en ngo's voor dierenwelzijn. Sommige lidstaten hebben concrete initiatieven in deze richting genomen, maar er is momenteel geen geharmoniseerde interne markt voor varkensvlees dat afkomstig is van varkens die niet chirurgisch gecastreerd zijn. Dit belemmert de tenuitvoerlegging van de verklaring. Het proefproject zal het proces versnellen door praktische oplossingen te verstrekken en te verspreiden voor algemeen vastgestelde problemen bij centrale spelers in de varkensketen en het zal ook de hiermee verband houdende economische en maatschappelijke voordelen van de beëindiging van chirurgische castratie van varkens duidelijk maken. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN 68651959 68651959 54347598 54347598 45216372,34 45216372,34 18 02 INTERNE VEILIGHEID 1272712003 1291502822 1159208867 849121556 956784653,90 684782107,36 Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 1312712003 1319502822 1159208867 849121556 956784653,90 684782107,36 18 03 ASIEL EN MIGRATIE 1687565120 1250634892 1936730094 1066910600 827070686,87 427825259,33 18 04 BEVORDERING VAN EUROPEES BURGERSCHAP 24071000 24000000 22977000 21450000 22188204,79 16888105,59 18 05 HORIZON 2020 — ONDERZOEK MET BETREKKING TOT VEILIGHEID 149923837 204953259 136092171 235589343 157196216,80 191341278,99 18 06 ANTIDRUGSBELEID 18213600 18270320 17236000 17324000 17801024,45 17216199,96 18 07 INSTRUMENT VOOR NOODHULP BINNEN DE UNIE 198000000 217000000 148500000 88700000 Titel 18 — Totaal 3419137519 3075013252 3475091730 2333443097 2026257159,15 1383269323,57 Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 3459137519 3103013252 3475091730 2333443097 2026257159,15 1383269323,57 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 18 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN 18 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor het beleidsterrein Migratie en binnenlandse zaken 5,2 47586028 35334794 30018226,03 63,08 18 01 02Extern personeel en andere beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Migratie en binnenlandse zaken 18 01 02 01 Extern personeel 5,2 2762068 2352155 2453265,99 88,82 18 01 02 11 Overige beheersuitgaven 5,2 2516764 2502512 1854475,72 73,68 Artikel 18 01 02 — Subtotaal 5278832 4854667 4307741,71 81,60 18 01 03 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie op het beleidsterrein Migratie en binnenlandse zaken 5,2 2971432 2255104 2059537,25 69,31 18 01 04Ondersteunende uitgaven voor maatregelen en programma’s op het beleidsterrein Migratie en binnenlandse zaken 18 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het Fonds voor interne veiligheid 3 2500000 2325000 1693300,38 67,73 18 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie 3 2500000 2325000 1930425,96 77,22 18 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor het programma Europa voor de burger 3 167000 160000 366614,38 219,53 18 01 04 04 Uitgaven voor ondersteuning voor het programma Justitie — Drugsbestrijding 3 100000 100000 67725,23 67,73 18 01 04 05 Ondersteunende uitgaven voor noodhulp binnen de Unie 3 2000000 1500000 Artikel 18 01 04 — Subtotaal 7267000 6410000 4058065,95 55,84 18 01 05Ondersteunende uitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma's op het beleidsterrein Migratie en binnenlandse zaken 18 01 05 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die de onderzoeks- en innovatieprogramma's in het kader van Horizon 2020 uitvoeren 1,1 2108942 2229533 1736045,91 82,32 18 01 05 02 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 728000 576000 570386,13 78,35 18 01 05 03 Overige beheersuitgaven voor onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 1,1 508725 484500 399369,36 78,50 Artikel 18 01 05 — Subtotaal 3345667 3290033 2705801,40 80,87 18 01 06Uitvoerende agentschappen 18 01 06 01 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van het programma Europa voor de burger 3 2203000 2203000 2067000,— 93,83 Artikel 18 01 06 — Subtotaal 2203000 2203000 2067000,— 93,83 Hoofdstuk 18 01 — Totaal 68651959 54347598 45216372,34 65,86 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 47586028 35334794 30018226,03 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2762068 2352155 2453265,99 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2516764 2502512 1854475,72 Een deel van dit krediet dient ter waarborging van afdoende steun voor de Groep artikel 29. Een deel van dit krediet is bestemd voor opleidingen voor personeelsleden ter bestrijding van discriminatie. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2971432 2255104 2059537,25 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2500000 2325000 1693300,38 Dit krediet dient ter dekking van de uit het Fonds voor interne veiligheid gefinancierde technische bijstand zoals bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 513/2014 en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 515/2014. Dit krediet kan uitgaven dekken voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter financiering van:
ondersteunende uitgaven (ondersteuning voor de voorbereiding en beoordeling van projecten, acties in verband met audits, acties die verband houden met opsporing en preventie van fraude, conferenties, studiebijeenkomsten, workshops en andere voorlichtings- en opleidingsactiviteiten over de uitvoering van Verordening (EU) nr. 513/2014, Verordening (EU) nr. 515/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen voor aangewezen instanties en begunstigden, vertalingen);
acties om informatie te verspreiden, de totstandkoming van netwerken te ondersteunen, communicatieactiviteiten uit te voeren, te zorgen voor bewustmaking alsook samenwerking en uitwisseling van ervaringen, ook met derde landen, te bevorderen;
institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van Verordening (EU) nr. 513/2014, Verordening (EU) nr. 515/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen;
het opzetten, actualiseren, beheren en koppelen van computersystemen voor beheer, toezicht, audit, controle en evaluatie;
het ontwerpen van een gemeenschappelijk kader voor evaluatie en toezicht, alsmede een systeem van indicatoren dat, in voorkomend geval, rekening houdt met nationale indicatoren;
evaluaties, met inbegrip van acties om de evaluatiemethoden te verbeteren en uitwisseling van informatie over evaluatiemethoden, ontwerp van een gemeenschappelijk kader voor evaluatie en monitoring, deskundigenverslagen, statistieken en studies;
steun voor institutionele versterking en vergroting van de administratieve capaciteit voor een doeltreffend beheer van Verordening (EU) nr. 513/2014, Verordening (EU) nr. 515/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen;
maatregelen in verband met analyse, beheer, monitoring, uitwisseling van informatie en uitvoering van Verordening (EU) nr. 513/2014, Verordening (EU) nr. 515/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen, alsook maatregelen in verband met de uitvoering van controlesystemen en technische en administratieve bijstand.
Overeenkomstig de te sluiten Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2014-2020 kan de Commissie jaarlijks maximum het in de overeenkomst vast te leggen bedrag van de betalingen die zijn verricht door de geassocieerde staten gebruiken om de administratieve uitgaven te financieren in verband met het interne of externe personeel dat nodig is om de tenuitvoerlegging door de geassocieerde staten van het fonds en die overeenkomst te ondersteunen. Zie artikel 18 02 01. Verordening (EU) nr. 513/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer en tot intrekking van Besluit nr. 2007/125/JBZ van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 93). Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2500000 2325000 1930425,96 Dit krediet is bestemd voor de uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie gefinancierde maatregelen op het gebied van technische bijstand als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 514/2014. Dit krediet kan uitgaven dekken voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of maatregelen die onder deze post vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten. Dit krediet kan met name worden gebruikt ter financiering van:
ondersteunende uitgaven (ondersteuning voor de voorbereiding en beoordeling van projecten, acties in verband met audits, acties die verband houden met opsporing en preventie van fraude, conferenties, studiebijeenkomsten, workshops en andere voorlichtings- en opleidingsactiviteiten over de uitvoering van Verordening (EU) nr. 514/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen voor aangewezen instanties en begunstigden, vertalingen);
acties om informatie te verspreiden, de totstandkoming van netwerken te ondersteunen, communicatieactiviteiten uit te voeren, te zorgen voor bewustmaking alsook samenwerking en uitwisseling van ervaringen, ook met derde landen, te bevorderen;
institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Europese Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van Verordening (EU) nr. 514/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen;
het opzetten, actualiseren, beheren en koppelen van computersystemen voor beheer, toezicht, audit, controle en evaluatie;
het ontwerpen van een gemeenschappelijk kader voor evaluatie en toezicht, alsmede een systeem van indicatoren dat, in voorkomend geval, rekening houdt met nationale indicatoren;
evaluaties, met inbegrip van acties om de evaluatiemethoden te verbeteren en uitwisseling van informatie over evaluatiemethoden, ontwerp van een gemeenschappelijk kader voor evaluatie en monitoring, deskundigenverslagen, statistieken en studies;
steun voor institutionele versterking en vergroting van de administratieve capaciteit voor een doeltreffend beheer van Verordening (EU) nr. 514/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen;
maatregelen in verband met analyse, beheer, monitoring, uitwisseling van informatie en uitvoering van Verordening (EU) nr. 514/2014 en de aanverwante bijzondere verordeningen, alsook maatregelen in verband met de uitvoering van controlesystemen en technische en administratieve bijstand.
Zie artikel 18 03 01. Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 167000 160000 366614,38 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de in het kader van deze post genomen maatregelen en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie is uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie post 18 04 01 01. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 100000 100000 67725,23 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van de drugsbestrijdingsactiviteiten in het kader van het programma Justitie (het programma) en de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan. Deze activiteiten omvatten met name studies, bijeenkomsten van deskundigen, voorlichtings- en communicatiecampagnes, waaronder corporate communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van dit programma, activiteiten in verband met IT-netwerken voor de verwerking en de uitwisseling van informatie, en alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die de Commissie verleent voor het beheer van het programma. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten voor deelname aan Unieprogramma’s, die op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten zijn geboekt, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Zie hoofdstuk 18 06. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2000000 1500000 Dit krediet dient ter dekking van ondersteunende uitgaven die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de noodhulp binnen de Unie. Het gaat hierbij onder meer om:
voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatiewerkzaamheden,
uitgaven voor de ontwikkeling, het onderhoud, het beheer en de ondersteuning van informatiesystemen, bestemd voor intern gebruik of ter verbetering van de coördinatie tussen de Commissie en andere instellingen, nationale overheidsdiensten, agentschappen, niet-gouvernementele organisaties, andere partners op het gebied van noodhulp en deskundigen op dit gebied,
studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van de noodhulp,
andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc.
Alle inkomsten uit financiële bijdragen van openbare en particuliere donoren die zijn geboekt op post 6 0 2 1 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Zie artikel 18 07 01. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2108942 2229533 1736045,91 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die onderzoeks- en innovatieprogramma's in het kader van Horizon 2020 uitvoeren, op posten die deel uitmaken van de goedgekeurde personeelsformaties die betrokken zijn bij werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma's, met inbegrip van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die zijn gedetacheerd naar delegaties van de Unie. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 18 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 728000 576000 570386,13 Dit krediet dient ter dekking van uitgaven voor extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma’s — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van extern personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 18 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 508725 484500 399369,36 Dit krediet dient ter dekking van andere administratieve uitgaven voor alle beheer van onderzoeks- en innovatieprogramma's — Horizon 2020 in de vorm van werkzaamheden onder contract in het kader van de niet-nucleaire programma’s, met inbegrip van andere administratieve uitgaven voor personeel dat naar delegaties van de Unie is gedetacheerd. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma of de maatregelen die onder deze post vallen, en van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc. Het dient tevens ter dekking van uitgaven voor technische en administratieve bijstand in verband met beschrijving, voorbereiding, management, monitoring, audit en supervisie van het programma of van projecten, zoals uitgaven voor conferenties, workshops, seminars, ontwikkeling en onderhoud van IT-systemen, dienstreizen, opleidingen en vertegenwoordigingen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Zie hoofdstuk 18 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2203000 2203000 2067000,— Dit krediet dient ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur die voortvloeien uit de deelname van het Agentschap aan de voltooiing van het beheer van het programma Europa voor de burger onder rubriek 3b van het meerjarig financieel kader 2007-2013, alsook de deelname van het Agentschap aan het beheer van het programma Europa voor de burger onder rubriek 3 van het meerjarig financieel kader 2014-2020. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Besluit 2004/100/EG van de Raad van 26 januari 2004 tot instelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van actief Europees burgerschap (civic participation) (PB L 30 van 4.2.2004, blz. 6). Besluit nr. 1904/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling voor de periode 2007-2013 van het programma Europa voor de burger ter bevordering van een actief Europees burgerschap (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 32). Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma Europa voor de burger voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3), met name artikel 2. Besluit 2009/336/EG van de Commissie van 20 april 2009 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad (PB L 101 van 21.4.2009, blz. 26). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur worden gedelegeerd met het oog op het verrichten van taken in verband met de tenuitvoerlegging van EU-programma's op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, met name wat betreft de besteding van de in de algemene begroting van de Unie en het EOF opgenomen kredieten INTERNE VEILIGHEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 02INTERNE VEILIGHEID 18 02 01Fonds voor interne veiligheid 18 02 01 01 Steun voor grensbeheer en een gemeenschappelijk visumbeleid om legitiem reizen te vergemakkelijken 3 403680352 364282173 557653803 214436438 426217180,— 123788673,07 33,98 18 02 01 02 Voorkoming en bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en betere beheersing van veiligheidsgerelateerde risico’s en crises 3 292374838 162872986 155555064 78737456 203029925,— 59963511,25 36,82 18 02 01 03 Instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 40000000 28000000 p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 18 02 01 — Subtotaal 696055190 527155159 713208867 293173894 629247105,— 183752184,32 34,86 Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 736055190 555155159 713208867 293173894 629247105,— 183752184,32 18 02 02 Schengenfaciliteit voor Kroatië 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 18 02 03 Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) 3 281267000 281267000 238686000 238686000 133528000,— 133528000,— 47,47 18 02 04 Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) 3 113726613 113726613 99660000 99660000 94860000,— 94860000,— 83,41 18 02 05 Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) 3 8721000 8721000 8411000 8411000 8471000,— 8471000,— 97,13 18 02 07 Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) 3 153334200 153334200 80022000 80022000 67559100,— 63016582,78 41,10 18 02 08 Schengeninformatiesysteem (SIS II) 3 9804000 7544300 9610500 13398000 7252158,34 6504809,10 86,22 18 02 09 Visuminformatiesysteem (VIS) 3 9804000 9262550 9610500 16285000 14458015,89 12749897,52 137,65 18 02 51 Voltooiing van operaties en programma's op het gebied van de buitengrenzen, veiligheid en bescherming van de vrijheden 3 p.m. 190000000 p.m. 99485662 225188,67 181233212,84 95,39 18 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 18 02 77 01 Proefproject — Voltooiing terrorismebestrijding 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 18 02 77 02 Proefproject — Nieuwe geïntegreerde mechanismen voor samenwerking tussen publieke en private actoren voor het vaststellen van risico's van sportweddenschappen 3 p.m. 492000 p.m. p.m. 1184086,— 666420,80 135,45 Artikel 18 02 77 — Subtotaal p.m. 492000 p.m. p.m. 1184086,— 666420,80 135,45 Hoofdstuk 18 02 — Totaal 1272712003 1291502822 1159208867 849121556 956784653,90 684782107,36 53,02 Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 1312712003 1319502822 1159208867 849121556 956784653,90 684782107,36 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 403680352 364282173 557653803 214436438 426217180,— 123788673,07 Het Fonds voor interne veiligheid draagt bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:
het ondersteunen van een gemeenschappelijk visumbeleid om legaal reizen te vergemakkelijken, het zorgen voor een kwalitatief hoogstaande dienstverlening aan visumaanvragers, het garanderen dat onderdanen van derde landen gelijk worden behandeld en het tegengaan van illegale migratie;
het ondersteunen van geïntegreerd grensbeheer, met inbegrip van de bevordering van verdere harmonisatie van maatregelen betreffende het grensbeheer overeenkomstig de gemeenschappelijke normen van de Unie en door middel van het delen van informatie tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en Frontex, om ervoor te zorgen dat enerzijds de buitengrenzen in hoge mate en op uniforme wijze worden gecontroleerd en beschermd, onder meer door het tegengaan van illegale immigratie, en anderzijds de overschrijding van de buitengrenzen vlot verloopt overeenkomstig het Schengenacquis, waarbij wordt gewaarborgd dat personen die internationale bescherming behoeven, deze krijgen, in overeenstemming met de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van mensenrechten, met inbegrip van het beginsel van niet-uitzetting en met de nodige aandacht voor de specifieke kenmerken van de personen in kwestie en voor het genderperspectief.
Dit krediet is bestemd voor uitgaven met betrekking tot maatregelen in of van de lidstaten, en met name het volgende:
infrastructuur, gebouwen en systemen voor grensdoorlaatposten en voor toezicht tussen de grensdoorlaatposten om onrechtmatige grensoverschrijdingen, illegale migratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en aan te pakken alsook om reizigersstromen soepel te laten verlopen;
uitrusting, transportmiddelen en communicatiesystemen die nodig zijn voor een doeltreffende en veilige grenscontrole en het opsporen van personen;
IT- en communicatiesystemen voor het doeltreffend beheren van migratiestromen over de grenzen, met inbegrip van investeringen in bestaande en toekomstige systemen;
infrastructuur, gebouwen, communicatie- en IT-systemen en uitrusting voor het verwerken van visumaanvragen en consulaire samenwerking, evenals andere acties gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening aan de visumaanvragers;
opleiding inzake het gebruik van die uitrusting en die systemen en de bevordering van normen voor kwaliteitsbeheer en opleiding van grenswachters, indien nodig ook in derde landen, met betrekking tot de uitvoering van hun toezichthoudende, adviserende en controletaken met betrekking tot het internationaal recht inzake de mensenrechten, met inachtneming van een gendergevoelige benadering en met inbegrip van de identificatie van slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel;
detachering van verbindingsfunctionarissen voor immigratie en dossieradviseurs naar derde landen en de uitwisseling en detachering van grenswachters tussen lidstaten of tussen lidstaten en een derde land;
studies, opleiding, proefprojecten en andere acties die bijdragen tot de geleidelijke totstandkoming van een geïntegreerd systeem voor het beheer van de buitengrenzen als bedoeld in artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 515/2014, met inbegrip van acties die erop zijn gericht de samenwerking van instanties binnen een lidstaat of van verschillende lidstaten te bevorderen, en acties in verband met de interoperabiliteit en harmonisatie van grensbeheersystemen;
studies, proefprojecten en acties met het oog op de uitvoering van de aanbevelingen, operationele normen en beste praktijken die voortvloeien uit de operationele samenwerking tussen de lidstaten en de agentschappen van de Unie.
Dit krediet is tevens bestemd voor uitgaven met betrekking tot maatregelen betreffende of in derde landen, en met name het volgende:
informatiesystemen, middelen of uitrusting voor het uitwisselen van informatie tussen de lidstaten en derde landen;
acties met betrekking tot operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen, met inbegrip van gezamenlijke operaties;
projecten in derde landen die gericht zijn op het verbeteren van bewakingssystemen om de samenwerking met Eurosur te waarborgen;
studies, seminars, workshops, conferenties, opleiding, uitrusting en proefprojecten voor het verstrekken van concrete technische en operationele expertise aan derde landen;
studies, seminars, workshops, conferenties, opleiding, uitrusting en proefprojecten voor de uitvoering van specifieke aanbevelingen, operationele normen en beste praktijken, die voortvloeien uit de operationele samenwerking tussen de lidstaten en de agentschappen van de Unie in derde landen.
Dit krediet dient tevens ter dekking van gederfde leges uit transitvisa en aanvullende kosten die voortvloeien uit de toepassing van de regeling betreffende het doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en het doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8) en Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad van 14 april 2003 betreffende uniforme modellen voor een doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) in de zin van Verordening (EG) nr. 693/2003 (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 15). Op initiatief van de Commissie kan het krediet ook worden gebruikt voor de financiering van transnationale acties of acties die van bijzonder belang zijn voor de Unie. Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten die acties met name strekken tot:
facilitering van voorbereidende, toezicht-, administratieve en technische activiteiten die vereist zijn voor de uitvoering van het buitengrenzen- en visumbeleid, onder meer ter versterking van de governance van de Schengenruimte door ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het evaluatiemechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27), voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis en de Schengengrenscode, met name dienstreisuitgaven voor deskundigen van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan bezoeken ter plaatse;
verbetering van de kennis van en het inzicht in de situatie in de lidstaten en derde landen door middel van analyse en evaluatie van en nauwlettend toezicht op het beleid;
ondersteuning van de ontwikkeling van statistische hulpmiddelen, waaronder gemeenschappelijke statistische hulpmiddelen, en methoden en gemeenschappelijke indicatoren, met naar gender uitgesplitste gegevens;
ondersteuning van en toezicht op de uitvoering van het recht en de beleidsdoelstellingen van de Unie in de lidstaten en beoordeling van de doeltreffendheid en de gevolgen daarvan, mede met betrekking tot de naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, voor wat betreft het toepassingsgebied van dit instrument;
bevordering van netwerken en wederzijdse leerprocessen, en vaststelling en verspreiding van beste praktijken en innovatieve benaderingen onder verschillende belanghebbenden op Europees niveau;
bevordering van projecten die zijn gericht op harmonisering en interoperabiliteit van maatregelen in verband met grensbeheer overeenkomstig de gemeenschappelijke normen van de Unie met het oog op de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees systeem van het beheer van de grenzen;
vergroting van de bekendheid van het beleid en de doelstellingen van de Unie bij de belanghebbenden en het algemene publiek, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;
vergroting van de capaciteit van Europese netwerken om het beleid en de doelstellingen van de Unie te beoordelen, te bevorderen, te ondersteunen en verder te ontwikkelen;
ondersteuning van bijzonder innovatieve projecten waarbij nieuwe methoden en/of technologieën worden ontwikkeld die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van onderzoeksprojecten;
ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1053/2013;
uitvoering van bewustmakings-, informatie-, en communicatieactiviteiten met betrekking tot het beleid, de prioriteiten en de resultaten op Unieniveau op het gebied van binnenlandse zaken.
Dit krediet dient tevens ter dekking van financiële bijstand voor dringende en specifieke behoeften die zich voordoen in een noodsituatie, dat wil zeggen een situatie van dringende en uitzonderlijke druk waarbij een groot of onevenredig aantal onderdanen van derde landen de buitengrens van een of meer lidstaten oversteken of verwacht worden over te steken. Dit krediet dient ter vergoeding van de kosten die de deskundigen van de Commissie en de lidstaten maken voor de evaluaties ter plaatse (reis- en verblijfskosten) ter controle van de toepassing van het Schengenacquis. Bij deze kosten komen nog de kosten van benodigdheden en materieel die nodig zijn voor de evaluaties ter plaatse en voor de voorbereiding en de follow-up daarvan. Ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein die zijn opgenomen in post 6 3 1 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27). Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011 (COM(2016) 194 final), door de Commissie ingediend op 6 april 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 292374838 162872986 155555064 78737456 203029925,— 59963511,25 Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:
misdaadpreventie, bestrijding van grensoverschrijdende, zware en georganiseerde misdaad, waaronder terrorisme, en versterking van de coördinatie en de samenwerking tussen de rechtshandhavingsautoriteiten en andere nationale autoriteiten van de lidstaten, onder meer met Europol of andere relevante Unie-instanties, en met betrokken derde landen en internationale organisaties;
versterking van de capaciteit van de lidstaten en de Unie om veiligheidsgerelateerde risico’s en crises doeltreffend te beheren, en voorbereiding op en bescherming van mensen en kritieke infrastructuur tegen terreuraanvallen en andere veiligheidsgerelateerde incidenten.
Dit krediet is bestemd voor acties in de lidstaten, en met name het volgende:
acties ter verbetering van de politiële samenwerking en coördinatie tussen rechtshandhavingsautoriteiten, met inbegrip van samenwerking en coördinatie tussen en met relevante Unieorganen, in het bijzonder Europol en Eurojust, gezamenlijke onderzoeksteams en alle andere vormen van grensoverschrijdende gezamenlijke operaties, de toegang tot en uitwisseling van informatie en interoperabele technologieën;
ontwikkeling van initiatieven op het gebied van terrorismebestrijding, met als doel gepast te reageren op nieuwe dreigingen, waaronder dreigingen die verband houden met radicalisering in eigen land en dreigingen die uitgaan van buitenlandse strijders die zich in het buitenland bevinden of afreizen of terugkeren naar een of meer lidstaten of kandidaat-landen;
projecten ter bevordering van netwerken, publiek-privaat partnerschap, wederzijds vertrouwen en begrip en wederzijdse leerprocessen, de vaststelling, uitwisseling en verspreiding van knowhow, ervaring en goede praktijken, delen van informatie, gedeeld inzicht in situaties en prognoses, noodplanning en interoperabiliteit;
activiteiten op het gebied van analyse, toezicht en evaluatie, waaronder studies en dreigings-, risico- en effectbeoordelingen, die gebaseerd zijn op bewijs en in overeenstemming zijn met op het niveau van de Unie vastgestelde, en met name door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde prioriteiten en initiatieven;
activiteiten op het gebied van bewustmaking, verspreiding en communicatie;
aanschaf en onderhoud van IT-systemen van de Unie en de lidstaten voor de verwezenlijking van de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 513/2014, en/of verdere modernisering van IT-systemen en technische uitrusting, met inbegrip van het testen van de compatibiliteit van systemen, beveiligde faciliteiten, infrastructuur, bijbehorende gebouwen en systemen, met name informatie- en communicatiesystemen (ICT-systemen) en hun componenten, onder meer ten behoeve van de Europese samenwerking inzake cyberveiligheid en cybercriminaliteit, met name met het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit;
uitwisseling, training en opleiding van personeel en deskundigen van bevoegde autoriteiten, waaronder taalonderwijs en gezamenlijke oefeningen of programma’s;
maatregelen op het gebied van het inzetten, overdragen, testen en valideren van nieuwe methodes of technologie, waaronder proefprojecten en maatregelen inzake de follow-up van door de Unie gefinancierde projecten inzake veiligheidsonderzoek.
Dit krediet dient tevens ter dekking van uitgaven voor maatregelen betreffende of in derde landen, en met name het volgende:
acties ter verbetering van de politiële samenwerking en coördinatie tussen rechtshandhavingsautoriteiten, waaronder gezamenlijke onderzoeksteams en alle andere vormen van grensoverschrijdende gezamenlijke operaties, de toegang tot en uitwisseling van informatie en interoperabele technologieën;
netwerken, wederzijds vertrouwen en begrip en wederzijdse leerprocessen, de vaststelling, uitwisseling en verspreiding van knowhow, ervaring en goede praktijken, delen van informatie, gedeeld inzicht in situaties en prognoses, noodplanning en interoperabiliteit;
uitwisseling, training en opleiding van personeel en deskundigen van bevoegde autoriteiten.
Op initiatief van de Commissie kan dit krediet worden gebruikt voor het financieren van transnationale acties of acties die voor de Unie van bijzonder belang zijn met betrekking tot de algemene, specifieke en operationele doelstellingen bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 513/2014. Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten de acties van de Unie in overeenstemming zijn met de op het niveau van de Unie vastgestelde, en met name door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde prioriteiten en initiatieven in het kader van relevante strategieën, beleidscycli, programma’s en dreigings- en risicobeoordelingen van de Unie, en met name bijdragen tot:
voorbereidende, toezichtsgerelateerde, administratieve en technische activiteiten, en de ontwikkeling van een evaluatiemechanisme dat is vereist voor de uitvoering van het beleid inzake politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer;
grensoverschrijdende projecten waarbij twee of meer lidstaten of ten minste één lidstaat en één derde land zijn betrokken;
activiteiten op het gebied van analyse, toezicht en evaluatie, waaronder dreigings-, risico- en effectbeoordelingen, die gebaseerd zijn op bewijs en in overeenstemming zijn met op het niveau van de Unie vastgestelde, en met name door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde prioriteiten en initiatieven, en projecten inzake het toezicht op de tenuitvoerlegging van het Unierecht en de beleidsdoelstellingen van de Unie in de lidstaten;
projecten ter bevordering van netwerken, publiek-privaat partnerschap, wederzijds vertrouwen en begrip en wederzijdse leerprocessen, de vaststelling en verspreiding van goede praktijken en innovatieve benaderingen op het niveau van de Unie en opleidings- en uitwisselingsprogramma’s;
projecten ter ondersteuning van de ontwikkeling van methodologische, met name statistische, hulpmiddelen en methoden en gemeenschappelijke indicatoren;
de aanschaf, het onderhoud en/of de verdere modernisering van technische uitrusting, expertise, beveiligde faciliteiten, infrastructuur, bijbehorende gebouwen en systemen, met name ICT-systemen en hun componenten op het niveau van de Unie, onder meer ten behoeve van de Europese samenwerking inzake cyberveiligheid en cybercriminaliteit, met name met het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit;
projecten ter vergroting van de bekendheid van het beleid en de doelstellingen van de Unie bij belanghebbenden en het grote publiek, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;
bijzonder innovatieve projecten waarbij nieuwe methoden worden ontwikkeld en/of nieuwe technologieën worden ingezet die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van de resultaten van door de Unie gefinancierde projecten inzake veiligheidsonderzoek;
studies en proefprojecten;
uitvoering van bewustmakings-, informatie-, en communicatieactiviteiten met betrekking tot het beleid, de prioriteiten en de resultaten op Unieniveau op het gebied van binnenlandse zaken.
Dit krediet dient tevens ter dekking van uitgaven voor acties betreffende of in derde landen, en met name het volgende:
acties ter verbetering van de politiële samenwerking en coördinatie tussen rechtshandhavingsautoriteiten, en in voorkomend geval samenwerking met en coördinatie tussen internationale organisaties, waaronder gezamenlijke onderzoeksteams en alle andere vormen van grensoverschrijdende gezamenlijke operaties, de toegang tot en uitwisseling van informatie en interoperabele technologieën;
netwerken, wederzijds vertrouwen en begrip en wederzijdse leerprocessen, de vaststelling, uitwisseling en verspreiding van knowhow, ervaring en goede praktijken, delen van informatie, gedeeld inzicht in situaties en prognoses, noodplanning en interoperabiliteit;
aanschaf, onderhoud en/of verdere modernisering van technische uitrusting, waaronder ICT-systemen en componenten daarvan;
uitwisseling, training en opleiding van personeel en deskundigen van bevoegde autoriteiten, waaronder taalonderwijs;
activiteiten op het gebied van bewustmaking, verspreiding en communicatie;
dreigings-, risico- en effectbeoordelingen;
studies en proefprojecten.
Dit krediet is bestemd voor financiële bijstand voor dringende en specifieke behoeften die zich voordoen in een noodsituatie, dat wil zeggen elk veiligheidsgerelateerd incident dat of elke nieuwe dreiging die een aanzienlijk negatief effect heeft of kan hebben op de veiligheid van personen in een of meer lidstaten. Verordening (EU) nr. 513/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer en tot intrekking van Besluit nr. 2007/125/JBZ van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 93). Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 02 01 03 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Reserves (40 02 41) 40000000 28000000 Totaal 40000000 28000000 p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet is bestemd voor het opzetten en exploiteren van IT-systemen, de bijbehorende communicatie-infrastructuur en uitrusting ter ondersteuning van de beheersing van de migratiestromen over de buitengrenzen van de Unie. Ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein die zijn opgenomen in post 6 3 1 3 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), van het Financieel Reglement. De kredieten zijn in de reserve geplaatst en worden vrijgegeven na de vaststelling van de wetgevingshandeling tot instelling van het inreis-uitreissysteem. Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011 (COM(2016) 194 final), door de Commissie ingediend op 6 april 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet is bestemd voor de uitgaven in verband met een tijdelijk instrument om Kroatië tussen de datum van toetreding en eind 2014 te helpen maatregelen te financieren om aan de nieuwe buitengrenzen van de Europese Unie het Schengenacquis toe te passen en de buitengrenzen te controleren. Taken die voortvloeien uit de specifieke bevoegdheden overeenkomstig artikel 31 van de Akte van toetreding van Kroatië. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 281267000 281267000 238686000 238686000 133528000,— 133528000,— Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma van het Agentschap (titel 3). Frontex moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 3 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van Frontex is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 281267000 EUR. Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11). Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 93). Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 113726613 113726613 99660000 99660000 94860000,— 94860000,— Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven van Europol (titel 3). Europol moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen beleidsuitgaven en administratieve uitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van Europol is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 114623613 EUR. Aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 897000 EUR is een bedrag van 113726613 EUR toegevoegd afkomstig van de terugvordering van overschotten. Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 8721000 8721000 8411000 8411000 8471000,— 8471000,— Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven van het Agentschap (titel 3). Het Bureau moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel van deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 9280000 EUR. Aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 559000 EUR is een bedrag van 8721000 EUR toegevoegd afkomstig van de terugvordering van overschotten. Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad (PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 153334200 153334200 80022000 80022000 67559100,— 63016582,78 Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma van het Agentschap (titel 3). Het Agentschap moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen administratieve en beleidsuitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 153334200 EUR. Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011 (COM(2016) 194 final), door de Commissie ingediend op 6 april 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) (COM(2016) 270 final), door de Commissie ingediend op 4 mei 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving (COM(2016) 272 final), door de Commissie ingediend 6 april 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 9804000 7544300 9610500 13398000 7252158,34 6504809,10 Dit krediet is bestemd voor de financiering van de operationele uitgaven van het Schengeninformatiesysteem (SIS), en met name de kosten van de netwerkinfrastructuur en de kosten van studies betreffende het systeem. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Protocol nr. 19 betreffende het in het kader van de Europese Unie geïntegreerde Schengenacquis. Besluit 2001/886/JBZ van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2424/2001 van de Raad van 6 december 2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 328 van 13.12.2001, blz. 4). Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4). Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1). Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63). Verordening (EU) nr. 1272/2012 van de Raad van 20 december 2012 over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (herschikking) (PB L 359 van 29.12.2012, blz. 21). Verordening (EU) nr. 1273/2012 van de Raad van 20 december 2012 over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (herschikking) (PB L 359 van 29.12.2012, blz. 32). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 9804000 9262550 9610500 16285000 14458015,89 12749897,52 Dit krediet is bestemd voor de uitgaven voor analyse, ontwikkeling, productie en installatie van een grootschalig informatiesysteem op Europees niveau VIS (Visuminformatiesysteem), en met name de kosten van de netwerkinfrastructuur en de kosten van studies betreffende het systeem. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5). Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129). Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 190000000 p.m. 99485662 225188,67 181233212,84 Dit krediet is bestemd voor betalingen in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Gemeenschappelijk Optreden 98/245/JBZ van 19 maart 1998, door de Raad vastgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, houdende een uitwisselings-, opleidings- en samenwerkingsprogramma voor personen die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (programma Falcone) (PB L 99 van 31.3.1998, blz. 8). Besluit 2001/512/JBZ van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van een tweede fase van het programma voor stimulering, uitwisselingen, opleiding en samenwerking voor beoefenaars van juridische beroepen (Grotius II — Strafrechtelijk) (PB L 186 van 7.7.2001, blz. 1). Besluit 2001/513/JBZ van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van een tweede fase van het programma voor stimulering, uitwisselingen, opleiding en samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten van de Europese Unie (Oisin II) (PB L 186 van 7.7.2001, blz. 4). Besluit 2001/514/JBZ van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van een tweede fase van het programma voor stimulering, uitwisselingen, opleiding en samenwerking voor personen die verantwoordelijk zijn voor acties tegen mensenhandel en seksuele uitbuiting van kinderen (Stop II) (PB L 186 van 7.7.2001, blz. 7). Besluit 2001/515/JBZ van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van een programma voor stimulering, uitwisselingen, opleiding en samenwerking op het gebied van criminaliteitspreventie (Hippocrates) (PB L 186 van 7.7.2001, blz. 11). Besluit 2002/630/JBZ van de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van een kaderprogramma betreffende politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (AGIS) (PB L 203 van 1.8.2002, blz. 5). Besluit 2007/124/EG, Euratom van de Raad van 12 februari 2007 tot vaststelling van het specifieke programma Terrorisme en andere aan veiligheid gerelateerde risico's: preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen voor de periode 2007-2013, als onderdeel van het algemene programma Veiligheid en bescherming van de vrijheden (PB L 58 van 24.2.2007, blz. 1). Besluit 2007/125/JBZ van de Raad van 12 februari 2007 tot vaststelling van het specifieke programma Preventie en de bestrijding van criminaliteit voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Veiligheid en bescherming van de vrijheden (PB L 58 van 24.2.2007, blz. 7). Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22). Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27). Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Taak die voortvloeit uit de administratieve autonomie van de Commissie, in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 6 april 2005 aan de Raad en het Europees Parlement tot vaststelling van het kaderprogramma Veiligheid en bescherming van de vrijheden voor de periode 2007-2013 (COM(2005) 124 final). Mededeling van de Commissie van 2 mei 2005 aan de Raad en het Europees Parlement tot vaststelling van een kaderprogramma voor solidariteit en beheer van de migratiestromen voor de periode 2007-2013 (COM(2005) 123 final). Beschikking 2007/599/EG van de Commissie van 27 augustus 2007 tot uitvoering van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de goedkeuring van strategische richtsnoeren voor de periode 2007-2013 betreft (PB L 233 van 5.9.2007, blz. 3). Beschikking 2008/456/EG van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het fonds medegefinancierde projecten (PB L 167 van 27.6.2008, blz. 1). Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 492000 p.m. p.m. 1184086,— 666420,80 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). ASIEL EN MIGRATIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 03ASIEL EN MIGRATIE 18 03 01Fonds voor asiel, migratie en integratie 18 03 01 01 Versterking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en bevordering van solidariteit en eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de lidstaten 3 951548126 738819432 1603487626 704850000 387874768,47 147382943,95 19,95 18 03 01 02 Ondersteuning van legale migratie naar de Unie en bevordering van de integratie van onderdanen van derde landen en billijke en doeltreffende terugkeerstrategieën 3 666210994 285783460 314476868 216910000 423085912,41 125599170,95 43,95 Artikel 18 03 01 — Subtotaal 1617759120 1024602892 1917964494 921760000 810960680,88 272982114,90 26,64 18 03 02 Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) 3 69206000 69206000 18665600 18665600 15448360,— 13100000,— 18,93 18 03 03 Europese databank van vingerafdrukken (Eurodac) 3 100000 100000 100000 100000 100000,— 24069,— 24,07 18 03 51 Voltooiing van operaties en programma's op het gebied van terugkeer, vluchtelingen en migratiestromen 3 p.m. 155000000 p.m. 125000000 61645,99 139143441,98 89,77 18 03 77Proefprojecten en voorbereidende acties 18 03 77 03 Voorbereidende actie — Voltooiing van de integratie van onderdanen van derde landen 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 18 03 77 04 Proefproject — Oprichting van een netwerk voor contacten en discussie tussen betrokken gemeenten en lokale overheden inzake ervaringen en beste praktijken voor de hervestiging en integratie van vluchtelingen 3 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 107276,36 18 03 77 05 Proefproject —Steun voor slachtoffers van foltering 3 p.m. 298000 p.m. 560000 0,— 311992,21 104,70 18 03 77 06 Voorbereidende actie — Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties 3 p.m. 111000 p.m. 300000 0,— 152944,32 137,79 18 03 77 07 Proefproject — Analyse van het beleid inzake onthaal, bescherming en integratie van niet-begeleide minderjarigen in de Unie 3 p.m. 404000 p.m. 285000 0,— 150623,96 37,28 18 03 77 08 Voorbereidende actie — Oprichting van een netwerk voor contacten en discussie tussen betrokken gemeenten en lokale overheden inzake ervaringen en beste praktijken voor de hervestiging en integratie van vluchtelingen 3 p.m. p.m. p.m. 150000 0,— 0,— 18 03 77 09 Voorbereidende actie — Financiering voor de rehabilitatie van slachtoffers van foltering 3 p.m. 663000 p.m. 90000 500000,— 1852796,60 279,46 18 03 77 10 Proefproject — Financiering voor slachtoffers van foltering 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 18 03 77 11 Proefproject — Particuliere sponsoring: de mogelijkheden voor hervestiging van vluchtelingen verbeteren en zorgen voor de beschikbaarheid van veilige en reguliere routes voor vluchtelingen om de Unie te bereiken 4 500000 250000 Artikel 18 03 77 — Subtotaal 500000 1726000 p.m. 1385000 500000,— 2575633,45 149,23 Hoofdstuk 18 03 — Totaal 1687565120 1250634892 1936730094 1066910600 827070686,87 427825259,33 34,21 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 951548126 738819432 1603487626 704850000 387874768,47 147382943,95 Dit krediet is bedoeld om bij te dragen tot de versterking en ontwikkeling van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie daarvan, en de bevordering van solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten aanzien van de lidstaten die het meest te maken hebben met migratie en asielstromen, waaronder via praktische samenwerking. Wat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel betreft, is dit krediet bestemd voor acties met betrekking tot asielstelsels en opvangvoorzieningen en acties ter versterking van de capaciteit van de lidstaten om asielbeleid en -procedures te ontwikkelen, te monitoren en te evalueren. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de specifieke situatie van kwetsbare vrouwen, met name vrouwen met kinderen en niet-begeleide minderjarige meisjes, alsmede aan de noodzaak om op gender gebaseerd geweld in opvang- en asielcentra te voorkomen. Dit krediet is ook bestemd voor acties met betrekking tot de hervestiging, het overbrengen van personen die internationale bescherming aanvragen en personen die internationale bescherming genieten en andere ad-hoctoelating op humanitaire gronden. Op initiatief van de Commissie kan het krediet ook worden gebruikt voor de financiering van transnationale acties of acties die van bijzonder belang zijn voor de Unie. Deze acties dienen met name ter ondersteuning van:
het bevorderen van de samenwerking op Unieniveau bij de uitvoering van het recht van de Unie en bij het delen van goede praktijken op het gebied van asiel, met name wat betreft genderbewuste opvangcentra, de hervestiging en de overbrenging van personen die om internationale bescherming verzoeken en/of personen die internationale bescherming genieten, van één lidstaat naar een andere, onder meer via netwerking en informatie-uitwisseling, met inbegrip van steun bij aankomst en coördinatieactiviteiten ter bevordering van hervestiging in de plaatselijke gemeenschappen die de hervestigde personen moeten opvangen;
het opzetten van transnationale samenwerkingsnetwerken en proefprojecten, waaronder innovatieve projecten, op basis van transnationale partnerschappen tussen organen in twee of meer lidstaten, die zijn opgezet om innovatie en uitwisseling van ervaringen en goede werkwijzen te bevorderen;
studies en onderzoek inzake eventuele nieuwe vormen van samenwerking op Unieniveau op het gebied van asiel en het desbetreffende Unierecht, verspreiding en uitwisseling van informatie over beste praktijken en alle andere beleidsaspecten van asiel, waaronder institutionele communicatie over de beleidsprioriteiten van de Unie;
de ontwikkeling en toepassing door de lidstaten van gemeenschappelijke statistische hulpmiddelen, methoden en indicatoren voor het meten van beleidsontwikkelingen op het gebied van asiel, met inbegrip van naar gender en leeftijd opgesplitste gegevens;
voorbereidende, administratieve en technische ondersteuning en ondersteuning bij toezicht, ontwikkeling van een evaluatiemechanisme dat nodig is voor de uitvoering van het asielbeleid;
samenwerking met derde landen op grond van de totaalaanpak van de Unie van migratie en mobiliteit, met name in het kader van de uitvoering van mobiliteitspartnerschappen en regionale beschermingsprogramma’s;
uitvoering van bewustmakings-, informatie-, en communicatieactiviteiten met betrekking tot het beleid, de prioriteiten en de resultaten op Unieniveau op het gebied van binnenlandse zaken.
Dit krediet is ook bestemd voor dringende en specifieke behoeften in noodsituaties. Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168). Besluit (EU) 2015/1523 van de Raad van 14 september 2015 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en van Griekenland (PB L 239 van 15.9.2015, blz. 146). Besluit (EU) 2015/1601 van de Raad van 22 september 2015 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland (PB L 248 van 24.9.2015, blz. 80). Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad van 29 september 2016 tot wijziging van Besluit (EU) 2015/1601 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland (PB L 268 van 1.10.2016, blz. 82). Referentiebesluiten Aanbeveling van de Commissie van 11 januari 2016 inzake een vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden met Turkije (C(2015) 9490 final). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (COM(2016) 270 final), door de Commissie ingediend op 4 mei 2016. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad (COM(2016) 468 final), door de Commissie ingediend op 13 juli 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 666210994 285783460 314476868 216910000 423085912,41 125599170,95 Dit krediet heeft tot doel bij te dragen tot de ondersteuning van reguliere migratie naar de lidstaten overeenkomstig hun economische en sociale behoeften, zoals arbeidsmarktbehoeften, met inachtneming van de integriteit van de immigratieregelingen van de lidstaten, met het oog op het bevorderen van de daadwerkelijke integratie van onderdanen van derde landen alsook van billijke en doeltreffende nationale terugkeerstrategieën, die bijdragen tot de bestrijding van irreguliere immigratie, met nadruk op de duurzaamheid van terugkeer en daadwerkelijke overname door de landen van herkomst en van doorreis. Wat reguliere migratie en de integratie van onderdanen van derde landen en betreft, is dit krediet bestemd voor maatregelen met betrekking tot immigratie die vóór vertrek plaatsvinden, integratiemaatregelen en maatregelen van de lidstaten voor praktische samenwerking en capaciteitsopbouw. Wat billijke en doeltreffende terugkeerstrategieën betreft, is dit krediet bestemd voor begeleidende maatregelen inzake terugkeerprocedures, terugkeermaatregelen, praktische samenwerking en maatregelen van de lidstaten voor capaciteitsopbouw. Op initiatief van de Commissie kan het krediet ook worden gebruikt voor de financiering van transnationale acties of acties die van bijzonder belang zijn voor de Unie. Deze acties dienen met name ter ondersteuning van:
de bevordering van de samenwerking op Unieniveau bij de tenuitvoerlegging van het recht van de Unie en bij het delen van goede praktijken op het gebied van reguliere migratie, integratie van onderdanen van derde landen en terugkeer; goede praktijken moeten voorbeelden bevatten van geslaagde integratie van vrouwelijke onderdanen van derde landen;
het opzetten van transnationale samenwerkingsnetwerken en proefprojecten, waaronder innovatieve projecten, op basis van transnationale partnerschappen tussen organen in twee of meer lidstaten, die zijn opgezet om innovatie en uitwisseling van ervaringen en goede werkwijzen te bevorderen;
studies en onderzoek inzake eventuele nieuwe vormen van samenwerking op Unieniveau op het gebied van immigratie, integratie en terugkeer en het desbetreffende Unierecht, de verspreiding en uitwisseling van informatie over beste praktijken en over alle andere beleidsaspecten van immigratie, integratie en terugkeer, waaronder institutionele communicatie over de beleidsprioriteiten van de Unie;
de ontwikkeling en toepassing door de lidstaten van gemeenschappelijke statistische hulpmiddelen, methoden en indicatoren voor het meten van beleidsontwikkelingen op het gebied van legale migratie, integratie en terugkeer, met inbegrip van naar leeftijd en geslacht uitgesplitste gegevens, alsook de deelname van onderdanen van derde landen aan het onderwijs en de arbeidsmarkt;
voorbereidende, administratieve en technische ondersteuning en ondersteuning bij toezicht, ontwikkeling van een evaluatiemechanisme dat nodig is voor de uitvoering van het immigratiebeleid;
samenwerking met derde landen op grond van de totaalaanpak van de Unie van migratie en mobiliteit, met name in het kader van de uitvoering van overnameovereenkomsten en mobiliteitspartnerschappen;
informatiemaatregelen en -campagnes in derde landen om passende wettelijke immigratiekanalen en de risico’s van irreguliere immigratie meer onder de aandacht te brengen;
uitvoering van bewustmakings-, informatie-, en communicatieactiviteiten met betrekking tot het beleid, de prioriteiten en de resultaten op Unieniveau op het gebied van binnenlandse zaken.
Dit krediet is tevens bestemd voor de activiteiten en de toekomstige ontwikkeling van het Europees migratienetwerk. Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112). Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 69206000 69206000 18665600 18665600 15448360,— 13100000,— Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma van het Bureau (titel 3). Het Bureau moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke overdracht van kredieten tussen beleidsuitgaven en administratieve uitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 3 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Bureau is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 69206000 EUR. Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11). Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 (COM(2016) 271 final), door de Commissie ingediend op 4 mei 2016. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 100000 100000 100000 100000 100000,— 24069,— Dit krediet dient ter dekking van uitgaven met betrekking tot de communicatie-infrastructuur van het Eurodac-systeem, bedoeld in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 603/2013. Voorts dient dit krediet ter dekking van de werking van DubliNet. De eventuele ontvangsten uit de bijdragen van IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein zullen worden opgenomen in post 6 3 1 2 van de staat van ontvangsten en kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin (PB L 316 van 15.12.2000, blz. 1) (van toepassing tot 19 juli 2015). Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1). Verordening (EU) nr. 604/2013 van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31). Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3). Uitvoeringsverordening (EU) nr. 118/2014 van de Commissie van 30 januari 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1560/2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 39 van 8.2.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 155000000 p.m. 125000000 61645,99 139143441,98 Dit krediet is bestemd voor betalingen in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12). Beschikking 2002/463/EG van de Raad van 13 juni 2002 tot vaststelling van een actieprogramma voor administratieve samenwerking op het gebied van buitengrenzen, visa, asiel en immigratie (ARGO-programma) (PB L 161 van 19.6.2002, blz. 11). Beschikking nr. 573/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen en tot intrekking van Beschikking 2004/904/EG van de Raad (PB L 144 van 6.6.2007, blz. 1). Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (PB L 144 van 6.6.2007, blz. 45). Beschikking 2007/435/EG van de Raad van 25 juni 2007 tot oprichting van het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (PB L 168 van 28.6.2007, blz. 18). Beschikking 2008/381/EG van de Raad van 14 mei 2008 betreffende het opzetten van een Europees migratienetwerk (PB L 131 van 21.5.2008, blz. 7). Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, 24.12.2008, blz. 98,). Besluit nr. 458/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 wat de intrekking van de financiering van sommige communautaire acties en de wijziging van de maximumgrens voor de financiering ervan betreft (PB L 129 van 28.5.2010, blz. 1). Mededeling van de Commissie van 2 mei 2005 aan de Raad en het Europees Parlement tot vaststelling van een kaderprogramma voor solidariteit en beheer van de migratiestromen voor de periode 2007-2013 (COM(2005) 123 final). Beschikking 2007/815/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot uitvoering van Beschikking nr. 573/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de goedkeuring van strategische richtsnoeren voor de periode 2008-2013 betreft (PB L 326 van 12.12.2007, blz. 29). Beschikking 2007/837/EG van de Commissie van 30 november 2007 tot uitvoering van Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de goedkeuring van strategische richtsnoeren voor de periode 2008-2013 betreft (PB L 330 van 15.12.2007, blz. 48). Beschikking 2008/22/EG van de Commissie van 19 december 2007 tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking nr. 573/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het fonds medegefinancierde projecten (PB L 7 van 10.1.2008, blz. 1). Beschikking 2008/457/EG van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking 2007/435/EG van de Raad tot oprichting van het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het fonds medegefinancierde projecten (PB L 167 van 27.6.2008, blz. 69). Beschikking 2008/458/EG van de Commissie van 5 maart 2008 tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het fonds medegefinancierde projecten (PB L 167 van 27.6.2008, blz. 135). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Deze post is bestemd voor nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 107276,36 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 298000 p.m. 560000 0,— 311992,21 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 111000 p.m. 300000 0,— 152944,32 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 404000 p.m. 285000 0,— 150623,96 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 150000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 663000 p.m. 90000 500000,— 1852796,60 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (PB L 31 van 6.2.2003, blz. 18). Conclusies van de Raad van de Europese Unie, 2865e zitting van de Raad Externe Betrekkingen, Luxemburg, 29 april 2009. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB C 83 van 30.3.2010, blz. 389). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 De hervestiging van vluchtelingen, die doorgaans wordt beschouwd als een taak van de overheid, kan ook worden gesponsord door particuliere personen, groepen en andere entiteiten. In de afgelopen vier decennia is slechts een klein aantal particuliere sponsoringregelingen getroffen. Dit proefproject is gericht op het zoeken naar en benutten van particuliere sponsoringprogramma's als een veilig, legaal en regulier middel voor vluchtelingen om bescherming te krijgen in de Unie. Transparante particuliere sponsoringregelingen, die zijn ontwikkeld in overleg met de nationale, lokale en regionale autoriteiten, kunnen de mogelijkheden voor hervestiging van vluchtelingen aanzienlijk verbeteren en zorgen voor de beschikbaarheid van veilige en reguliere routes voor vluchtelingen om de Unie te bereiken. Het proefproject onderzoekt de mogelijke voordelen, kosten en praktische uitvoering van particuliere sponsoringregelingen teneinde particuliere sponsoring deel te doen uitmaken van het vluchtelingenbeschermingslandschap in Europa. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). BEVORDERING VAN EUROPEES BURGERSCHAP Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 04BEVORDERING VAN EUROPEES BURGERSCHAP 18 04 01Europa voor de burger — Het gedenken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie versterken 18 04 01 01 Europa voor de burger — Het gedenken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie versterken 3 23231000 22760000 22977000 18650000 22188204,79 11909382,01 52,33 18 04 01 02 Europees burgerinitiatief 3 840000 740000 p.m. p.m. Artikel 18 04 01 — Subtotaal 24071000 23500000 22977000 18650000 22188204,79 11909382,01 50,68 18 04 51 Voltooiing van het programma Europa voor de burger (2007-2013) 3 p.m. 500000 p.m. 2800000 0,— 4978723,58 995,74 Hoofdstuk 18 04 — Totaal 24071000 24000000 22977000 21450000 22188204,79 16888105,59 70,37 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 23231000 22760000 22977000 18650000 22188204,79 11909382,01 In het kader van het algehele streven om Europa dichter bij de burger te brengen, zijn de algemene doelstellingen van het programma Europa voor de burger bij te dragen aan het inzicht van de burgers in de Unie, het Europese burgerschap te bevorderen en de omstandigheden voor burger- en democratische participatie op het niveau van de Unie te verbeteren. Dit krediet dient ter dekking van acties zoals partnerschappen, structurele ondersteuning, herdenkingsprojecten, projecten inzake de geschiedenis en identiteit van de Unie, burgerbijeenkomsten, stedenbandennetwerken, projecten van burgers en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, collegiale toetsingen, studies en communicatiediensten, steunmaatregelen, evenementen en ondersteunende structuren in de lidstaten, waaronder projecten van maatschappelijke organisaties ter bevordering van integratie, taalkundige verscheidenheid, cohesie en non-discriminatie, met bijzondere nadruk op Europese minderheden. Dit krediet dient om het Europees burgerschap te bevorderen door burgers in alle talen van de Unie te informeren over hun rechten als burger van de Unie, de mogelijkheden voor burgerparticipatie op Unieniveau en de gevolgen van de Unie voor hun dagelijks leven. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma Europa voor de burger voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3), met name artikel 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 840000 740000 p.m. p.m. Het algemene doel van dit programma is het versterken van het democratisch aspect van de Unie door de Europese burgers het recht te geven deel nemen aan de democratische activiteiten van de Unie door middel van het Europees burgerinitiatief. Een deel van de kredieten van deze begrotingslijn wordt gebruikt voor de oprichting van één loket in elke lidstaat, waar burgers het beste advies kunnen ontvangen inzake de procedures in verband met het Europees burgerinitiatief. Deze kredieten dienen tevens voor communicatie, administratie en ondersteuning in verband met het Europees burgerinitiatief. De kredieten zijn daarnaast bestemd voor activiteiten om de bestaande belemmeringen uit de weg te ruimen waar burgers mee te maken hebben bij de gebruikmaking van het burgerinitiatief, en om de procedure en vereisten voor indiening van Europese burgerinitiatieven in heel Europa verder te harmoniseren. Voorts dient dit krediet ter dekking van voorlichtingscampagnes die erop gericht zijn om het EBI meer onder de aandacht te brengen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Eventuele inkomsten uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan EU-programma’s, die worden opgevoerd onder post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma Europa voor de burger voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3), met name artikel 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 2800000 0,— 4978723,58 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Besluit nr. 1904/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling voor de periode 2007-2013 van het programma Europa voor de burger ter bevordering van een actief Europees burgerschap (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 32). HORIZON 2020 — ONDERZOEK MET BETREKKING TOT VEILIGHEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 05HORIZON 2020 — ONDERZOEK MET BETREKKING TOT VEILIGHEID 18 05 03Maatschappelijke uitdagingen 18 05 03 01 Veilige Europese samenlevingen bevorderen 1,1 149923837 149485193 136092171 114789343 153976213,35 70551731,39 47,20 Artikel 18 05 03 — Subtotaal 149923837 149485193 136092171 114789343 153976213,35 70551731,39 47,20 18 05 50Kredieten afkomstig van de bijdragen van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling 18 05 50 01 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 3072783,20 3499241,32 18 05 50 02 Kredieten afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en technologische ontwikkeling (vóór 2014) 1,1 p.m. p.m. p.m. p.m. 99040,53 5202668,62 Artikel 18 05 50 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 3171823,73 8701909,94 18 05 51 Voltooiing van het voorgaande kaderprogramma voor onderzoek — Zevende kaderprogramma — EG (2007-2013) 1,1 p.m. 55468066 p.m. 120800000 48179,72 112087637,66 202,08 Hoofdstuk 18 05 — Totaal 149923837 204953259 136092171 235589343 157196216,80 191341278,99 93,36 Deze toelichting is van toepassing op alle begrotingsonderdelen van dit hoofdstuk. Deze kredieten zullen worden gebruikt voor Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, dat de periode 2014-2020 bestrijkt, en voor de voltooiing van voorgaande kaderprogramma's voor onderzoek (zevende kaderprogramma). Horizon 2020 zal een centrale rol vervullen bij de toepassing van het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie en andere vlaggenschipinitiatieven, met name Efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering en Een digitale agenda voor Europa, alsook bij de ontwikkeling en werking van de Europese onderzoeksruimte. Horizon 2020 zal bijdragen tot de totstandbrenging van een op kennis en innovatie gebaseerde economie in de hele Unie door voldoende aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. Dit programma is gericht op de verwezenlijking van de in artikel 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde doelstellingen, teneinde bij te dragen tot de totstandkoming van een kennismaatschappij, gebaseerd op de Europese onderzoeksruimte, d.w.z. door het ondersteunen van transnationale samenwerking op alle niveaus in de gehele Unie, door de dynamiek, de creativiteit en de uitmuntendheid van het Europese onderzoek in staat te stellen de grenzen van de kennis te verleggen, door meer personele middelen voor onderzoek en technologische ontwikkeling in Europa ter beschikking te stellen, en ook de kwaliteit daarvan te verbeteren, en door de capaciteiten voor onderzoek en innovatie in heel Europa te versterken en ervoor te zorgen dat die optimaal gebruikt worden. Binnen Horizon 2020 wordt gendergelijkheid als een horizontale kwestie benaderd om onevenwichtigheden in de verdeling tussen mannen en vrouwen weg te nemen en een genderdimensie in onderzoeks- en innovatieonderwerpen te integreren. In het bijzonder zal rekening worden gehouden met de noodzaak tot meer inspanningen om de participatie van vrouwen in onderzoek en innovatie op alle niveaus, inclusief dat van de besluitvorming, te versterken. Onder deze artikelen en posten vallen ook de uitgaven voor vergaderingen, conferenties, workshops en seminars van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau en van Europees belang die door de Commissie worden georganiseerd, de financiering van analyses en evaluaties van hoog wetenschappelijk of technologisch niveau die voor de Unie worden uitgevoerd om nieuwe onderzoeksgebieden te verkennen die in aanmerking komen voor actie door de Unie, en met name in het kader van de Europese onderzoeksruimte, alsmede acties in verband met de follow-up en de verspreiding van resultaten van de programma's, waaronder die van acties die uit hoofde van de eerdere kaderprogramma's zijn uitgevoerd. Dit krediet zal worden aangewend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81). Bij de onder dit hoofdstuk opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Bij enkele van deze projecten is voorzien in deelname van derde landen of instellingen uit derde landen aan Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek. Eventuele financiële bijdragen die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3 en 6 0 1 5 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelname van landen aan de Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek die zijn geboekt onder post 6 0 1 6 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in overeenstemming met artikel 21 van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten, en indien van toepassing van de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Ontvangsten uit de bijdragen van externe instanties voor deelname aan activiteiten van de Unie die zijn geboekt onder post 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Extra kredieten zullen onder post 18 05 50 01 worden opgevoerd. De administratieve kredieten van dit hoofdstuk zullen onder artikel 18 01 05 worden opgevoerd. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 149923837 149485193 136092171 114789343 153976213,35 70551731,39 Dit krediet dient ter dekking van:
het steunen van EU-beleidsmaatregelen voor interne en externe veiligheid, en tegelijkertijd het verbeteren van het concurrentievermogen en de technologiebasis van de veiligheidssector in de Unie en het stimuleren van de samenwerking tussen aanbieders en gebruikers van veiligheidsoplossingen. De activiteiten zullen gericht zijn op de ontwikkeling van innovatieve technologieën en oplossingen die veiligheidslacunes opvullen en leiden tot de preventie van veiligheidsbedreigingen. De activiteiten hebben in het bijzonder tot doel terrorisme te bestrijden, met inbegrip van de bescherming van kritieke infrastructuur; de veiligheid te verbeteren door middel van grensbeheer; Europa beter bestand te maken tegen crises en rampen en tegelijkertijd persoonsgegevens en fundamentele mensenrechten te beschermen;
het steunen van de versterking van de empirische onderbouwing, alsook voor de Innovatie-Unie en de Europese onderzoeksruimte, die nodig zijn om de ontwikkeling van innovatieve samenlevingen en beleidsmaatregelen in Europa te stimuleren door burgers, ondernemingen en gebruikers te betrekken bij onderzoek en innovatie en door gecoördineerd onderzoeks- en innovatiebeleid in de context van de mondialisering te bevorderen.
Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 104). Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2006, blz. 965), met name artikel 3, lid 3, onder g). Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 3072783,20 3499241,32 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode 2014-2020. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 99040,53 5202668,62 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de projecten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling voor de periode vóór 2014. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 55468066 p.m. 120800000 48179,72 112087637,66 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven in verband met de ontvangsten die aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, afkomstig van derden of derde landen (buiten de Europese Economische Ruimte) die deelnemen aan de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. Ontvangsten die zijn geboekt onder de posten 6 0 1 3, 6 0 1 5, 6 0 1 6, 6 0 3 1 en 6 0 3 3 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1). Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86). ANTIDRUGSBELEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 06ANTIDRUGSBELEID 18 06 01 Ondersteuning van initiatieven op het gebied van het drugsbeleid 3 3132000 2756200 2512000 2100000 3000000,— 1686801,34 61,20 18 06 02 Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) 3 15081600 15081600 14724000 14724000 14794000,— 14794000,— 98,09 18 06 51 Voltooiing van acties op het gebied van drugspreventie en -voorlichting 3 p.m. 432520 p.m. 500000 7024,45 735398,62 170,03 Hoofdstuk 18 06 — Totaal 18213600 18270320 17236000 17324000 17801024,45 17216199,96 94,23 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 3132000 2756200 2512000 2100000 3000000,— 1686801,34 Dit krediet heeft tot doel initiatieven op het gebied van het drugsbeleid te ondersteunen met betrekking tot aspecten van justitiële samenwerking en misdaadpreventie die nauw verbonden zijn met de algemene doelstelling van het programma Justitie (het programma), voor zover ze niet onder het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer, als deel van het fonds voor interne veiligheid, of het programma Gezondheid voor groei vallen. Dit krediet dient in het bijzonder ter financiering van de volgende soorten maatregelen:
analytische werkzaamheden, zoals het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoek, analyses en enquêtes; evaluaties; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal; workshops, seminars, vergaderingen van deskundigen en conferenties;
opleidingsactiviteiten, zoals uitwisseling van personeel, workshops, seminars, opleiding van opleiders, waaronder taalopleidingen over juridische terminologie, en ontwikkeling van online opleidingsinstrumenten of andere opleidingsmodules voor magistraten en justitieel personeel;
activiteiten inzake wederzijds leren, samenwerking, bewustmaking en verspreiding, zoals het vaststellen en uitwisselen van beproefde methoden, innovatieve benaderingen en ervaringen; het organiseren van intercollegiale toetsing en wederzijds leren; het organiseren van conferences, seminars en informatiecampagnes, waaronder institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover die verband houden met de doelstellingen van het programma; het compileren en publiceren van materiaal voor de verspreiding van informatie over het programma en de resultaten ervan; het ontwikkelen, exploiteren en onderhouden van systemen en instrumenten die gebruikmaken van ICT, met inbegrip van de verdere ontwikkeling van het Europese e-justitieportaal als instrument om de toegang van burgers tot de rechter te verbeteren;
ondersteunen van de voornaamste actoren wier activiteiten tot de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van het programma bijdragen, zoals steun voor lidstaten bij de uitvoering van het recht en het beleid van de Unie en voor de belangrijkste Europese actoren en netwerken, ook op het gebied van justitiële opleiding; en ondersteunen van netwerkactiviteiten op Europees niveau tussen gespecialiseerde instanties en entiteiten alsmede nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten en niet-gouvernementele organisaties.
Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten voor deelname aan Unieprogramma’s en zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot het opvoeren van extra kredieten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1382/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma Justitie voor de periode 2014-2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 73), met name artikel 4, lid 1, onder d), en artikel 6, lid 1. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15081600 15081600 14724000 14724000 14794000,— 14794000,— Dit krediet is bestemd voor de personeelsuitgaven en administratieve uitgaven (titels 1 en 2) en de beleidsuitgaven met betrekking tot het werkprogramma van het Waarnemingscentrum (titel 3). Het Waarnemingscentrum moet het Europees Parlement en de Raad in kennis stellen van elke kredietoverschrijving tussen administratieve en beleidsuitgaven. De bedragen die overeenkomstig artikel 20 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie worden terugbetaald, worden beschouwd als bestemmingsontvangsten (artikel 21, lid 3, onder c), van het Financieel Reglement), die moeten worden geboekt bij post 6 6 0 0 van de algemene staat van ontvangsten. De personeelsformatie van het Waarnemingscentrum is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. De bijdrage van de Unie voor 2017 bedraagt in totaal 15135600 EUR. Aan het in de begroting opgevoerde bedrag van 54000 EUR is een bedrag van 15081600 EUR toegevoegd afkomstig van de terugvordering van overschotten. Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 432520 p.m. 500000 7024,45 735398,62 Dit krediet dient ter dekking van betalingen met betrekking tot nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de EVA-staten, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Besluit nr. 1150/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 september 2007 tot vaststelling van het specifieke programma Drugspreventie en -voorlichting voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Grondrechten en justitie (PB L 257 van 3.10.2007, blz. 23). Mededeling van de Commissie van 6 april 2005 aan de Raad en het Europees Parlement tot vaststelling van een kaderprogramma met betrekking tot de grondrechten en justitie voor de periode 2007-2013 (COM(2005) 122). INSTRUMENT VOOR NOODHULP BINNEN DE UNIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18 07INSTRUMENT VOOR NOODHULP BINNEN DE UNIE 18 07 01 Noodhulp binnen de Unie 3 198000000 217000000 148500000 88700000 Hoofdstuk 18 07 — Totaal 198000000 217000000 148500000 88700000 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 198000000 217000000 148500000 88700000 Dit krediet dient ter financiering van noodhulpoperaties om te voorzien in de urgente en uitzonderlijke behoeften in de lidstaten als gevolg van natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen, zoals de plotselinge en massale instroom van onderdanen van derde landen (vluchtelingen en migranten) op hun grondgebied. Noodhulp voorziet in op de behoeften afgestemde noodmaatregelen, in aanvulling op de reactie van de getroffen lidstaten, gericht op het redden van levens, het voorkomen en verlichten van menselijk lijden en het bewaren van de menselijke waardigheid. De noodmaatregelen kunnen bijstand, hulpverlening en waar nodig beschermingsoperaties omvatten teneinde levens te redden en te sparen in geval van rampen of in de onmiddellijke nasleep daarvan. Dit krediet dient tevens ter dekking van de uitgaven voor de aankoop en levering van alle goederen of materialen die voor de uitvoering van noodhulpoperaties noodzakelijk zijn, met inbegrip van de bouw van woningen of schuilplaatsen voor de getroffen groepen personen, werkzaamheden op korte termijn in verband met het herstel en de wederopbouw, van met name voorzieningen, opslag, vervoer, logistiek en verdeling van de hulpgoederen, alsmede alle maatregelen die de vrije toegang tot de personen voor wie de hulp bestemd is, moeten vergemakkelijken. Het krediet mag worden gebruikt ter financiering van de aankoop en levering van voedsel of andere producten of uitrusting die voor de tenuitvoerlegging van de noodhulpoperaties nodig zijn. Het krediet kan ook ter dekking dienen van alle andere uitgaven die rechtstreeks verband houden met de tenuitvoerlegging van de noodhulpoperaties, en van de uitgaven voor maatregelen die absoluut moeten worden getroffen voor de tenuitvoerlegging binnen de vereiste termijnen en op een wijze die beantwoordt aan de behoeften van de doelgroepen en aan het doel van een zo goed mogelijke kosten-effectiviteitverhouding, en die voor een grotere transparantie zorgt. Alle inkomsten uit financiële bijdragen van openbare en particuliere donoren die zijn geboekt op post 6 0 2 1 van de staat van ontvangsten kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie (PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INSTRUMENTEN VOOR HET BUITENLANDS BELEID 26355353 26355353 24818316 24818316 23312984,26 23312984,26 19 02 INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — CRISISRESPONS, CONFLICTPREVENTIE, VREDESOPBOUW EN CRISISPARAATHEID 199200000 224000000 253506177 222857200 257681478,72 205683289,16 19 03 GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID (GBVB) 326770000 293551000 326770000 298135000 266491725,34 282607701,83 19 04 VERKIEZINGSWAARNEMINGSMISSIES 45363394 37522500 44626565 36307000 31267086,— 24926823,96 19 05 SAMENWERKING MET DERDE LANDEN IN HET KADER VAN HET PARTNERSCHAPSINSTRUMENT 128499000 105864006 120382000 82726136 114778389,67 40180109,50 19 06 COMMUNICATIE OVER DE UNIE INZAKE EXTERNE BETREKKINGEN 12000000 12000000 12500000 12500000 12040971,— 13005157,85 Titel 19 — Totaal 738187747 699292859 782603058 677343652 705572634,99 589716066,56 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INSTRUMENTEN VOOR HET BUITENLANDS BELEID De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 19 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INSTRUMENTEN VOOR HET BUITENLANDS BELEID 19 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke personeelsleden voor het beleidsterrein Instrumenten voor het buitenlands beleid 19 01 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke personeelsleden bij de centrale diensten 5,2 7435317 8320426 8410241,22 113,11 19 01 01 02 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke personeelsleden bij delegaties van de Unie 5,2 1829787 p.m. 1206,— 0,07 Artikel 19 01 01 — Subtotaal 9265104 8320426 8411447,22 90,79 19 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven voor het beleidsterrein Instrumenten voor het buitenlands beleid 19 01 02 01 Extern personeel bij de centrale diensten 5,2 2127246 2001400 2000992,— 94,06 19 01 02 02 Extern personeel bij delegaties van de Unie 5,2 61685 240345 240149,— 389,32 19 01 02 11 Overige beheersuitgaven bij de centrale diensten 5,2 557372 558369 468469,— 84,05 19 01 02 12 Overige beheersuitgaven bij delegaties van de Unie 5,2 80365 29756 28482,— 35,44 Artikel 19 01 02 — Subtotaal 2826668 2829870 2738092,— 96,87 19 01 03Uitgaven in verband met informatie- en communicatietechnologie-uitrusting en -diensten, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven voor het beleidsterrein Instrumenten voor het buitenlands beleid 19 01 03 01 Uitgaven in verband met informatie- en communicatietechnologie-uitrusting en -diensten 5,2 464286 531019 577496,21 124,38 19 01 03 02 Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven voor delegaties van de Unie 5,2 384084 140274 123737,96 32,22 Artikel 19 01 03 — Subtotaal 848370 671293 701234,17 82,66 19 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma’s in het beleidsterrein Instrumenten voor het buitenlands beleid 19 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede 4 6980000 6544000 6785186,58 97,21 19 01 04 02 Ondersteunende uitgaven voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) 4 500000 500000 512682,— 102,54 19 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor het Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten (EIDHR) — Uitgaven in verband met verkiezingswaarnemingsmissies 4 721211 686727 621417,80 86,16 19 01 04 04 Ondersteunende uitgaven voor het partnerschapsinstrument 4 5020000 5036000 3379924,49 67,33 Artikel 19 01 04 — Subtotaal 13221211 12766727 11299210,87 85,46 19 01 06Uitvoerende agentschappen 19 01 06 01 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van het partnerschapsinstrument 4 194000 230000 163000,— 84,02 Artikel 19 01 06 — Subtotaal 194000 230000 163000,— 84,02 Hoofdstuk 19 01 — Totaal 26355353 24818316 23312984,26 88,46 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7435317 8320426 8410241,22 Er wordt in de Commissie meer personeel ingezet voor crisisbeheersing om te zorgen voor voldoende capaciteit voor de follow-up van voorstellen van organisaties uit het maatschappelijk middenveld voor de reactie op crises. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1829787 p.m. 1206,— De Commissie neemt hooggekwalificeerd, stabiel en gespecialiseerd personeel aan voor kwesties die te maken hebben met mensenrechten. Er wordt voldoende personeel ingezet voor crisisbeheersing ten behoeve van de follow-up van voorstellen van organisaties uit het maatschappelijk middenveld voor de reactie op crises. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2127246 2001400 2000992,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 61685 240345 240149,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 557372 558369 468469,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 80365 29756 28482,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 464286 531019 577496,21 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 384084 140274 123737,96 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6980000 6544000 6785186,58 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van kennis en beste praktijken, alsook voor bekendmakingsactiviteiten en andere administratieve of technische bijstand die rechtstreeks samenhangt met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek over relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Dit krediet dekt de ondersteunende uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 19 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 500000 500000 512682,— Dit krediet dient ter dekking van ondersteuning voor de tenuitvoerlegging van maatregelen in het kader van het GBVB waarvoor de Commissie niet beschikt over de vereiste ervaring of een beroep op aanvullende steun dient te doen. Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie mag uitbesteden aan een uitvoerend agentschap onder uniaal recht;
uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie is uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten. Dit omvat de kosten die verband houden met de actualisering en het onderhoud van de elektronische lijst van geconsolideerde gerichte financiële sancties (e-CTFSL) die noodzakelijk is voor de toepassing van de financiële sancties uit hoofde van de specifieke GBVB-doelstellingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun overheidsorganen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Onder voorbehoud van het definitieve besluit inzake de oprichting van een missieondersteuningsplatform voor de GBVD-missies dient dit krediet ter dekking van administratieve uitgaven voor het missieondersteuningsplatform. Ontvangsten die voortvloeien uit de GBVD-missies en die worden gebruikt voor de gecentraliseerde ondersteunende diensten en die in artikel 5 5 0 van de staat van ontvangsten worden geboekt, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in deze post overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 65000 EUR. Dit krediet dekt de ondersteunende uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 19 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 721211 686727 621417,80 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie is uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel bij de centrale diensten (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten), dat de taken overneemt van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand. De uitgaven voor extern personeel bij de centrale diensten mogen maximaal 336727 EUR bedragen. Deze schatting is gebaseerd op de jaarlijkse kosten per eenheid per manjaar, waarvan 95 % wordt uitgemaakt door de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 5 % door de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor het externe personeel dat uit dit krediet wordt gefinancierd;
uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van kennis en beste praktijken, alsook bekendmakingsactiviteiten en andere administratieve of technische bijstand die rechtstreeks samenhangt met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek over relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun overheidsorganen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dekt de ondersteunende uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 19 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5020000 5036000 3379924,49 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie is uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van kennis en beste praktijken, alsook bekendmakingsactiviteiten en andere administratieve of technische bijstand die rechtstreeks samenhangt met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek over relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Dit krediet dekt de ondersteunende uitgaven uit hoofde van hoofdstuk 19 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 194000 230000 163000,— Dit krediet dient ter dekking van de exploitatiekosten van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur die voortvloeien uit het aan het Agentschap gedelegeerde beheer van de projecten die gefinancierd worden met de in hoofdstuk 19 05 opgenomen kredieten. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma’s worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 41). Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Verordening (EU) nr. 234/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 77). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma's van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het EOF. INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — CRISISRESPONS, CONFLICTPREVENTIE, VREDESOPBOUW EN CRISISPARAATHEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 02INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — CRISISRESPONS, CONFLICTPREVENTIE, VREDESOPBOUW EN CRISISPARAATHEID 19 02 01 Respons op crises en opkomende crises 4 170200000 181000000 226506177 153139600 232566000,— 127143694,66 70,25 19 02 02 Steun voor conflictpreventie, vredesopbouw en crisisparaatheid 4 29000000 17000000 27000000 10904000 25000000,— 5433240,53 31,96 19 02 51 Voltooiing van de acties op het gebied van crisisrespons en paraatheid (2007-2013) 4 p.m. 26000000 p.m. 58813600 115478,72 73067573,07 281,03 19 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 19 02 77 01 Proefproject — Programma voor vredesopbouwactiviteiten onder leiding van ngo's 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 38780,90 Artikel 19 02 77 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 38780,90 Hoofdstuk 19 02 — Totaal 199200000 224000000 253506177 222857200 257681478,72 205683289,16 91,82 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 170200000 181000000 226506177 153139600 232566000,— 127143694,66 Dit krediet is bedoeld voor een spoedige bijdrage tot stabiliteit door een effectieve respons voor het vrijwaren, het scheppen of het opnieuw scheppen van de voorwaarden die essentieel zijn voor een degelijke uitvoering van het buitenlands beleid van de Unie overeenkomstig artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De technische en financiële bijstand kan worden verstrekt als antwoord op een noodsituatie, crisis of opkomende crisis, een situatie die een gevaar betekent voor de democratie, de rechtsstaat en de openbare orde, de bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, of de beveiliging en veiligheid van personen, in het bijzonder personen die blootstaan aan gendergerelateerd geweld in onstabiele situaties, of een situatie die dreigt te ontaarden in een gewapend conflict of het (de) betrokken derde land (landen) ernstig dreigt te destabiliseren. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 230/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 29000000 17000000 27000000 10904000 25000000,— 5433240,53 Dit krediet dient om bij te dragen aan de preventie van conflicten en aan het waarborgen van de capaciteit en de paraatheid om met pre- en postcrisissituaties om te gaan en te bouwen aan vrede. Deze technische en financiële bijstand omvat steun voor maatregelen gericht op het opbouwen en versterken van de capaciteit van de Unie en haar partners om conflicten te voorkomen, vrede tot stand te brengen en met pre- en postcrisissituaties om te gaan; waarbij in voldoende mate aandacht moet worden besteed aan de empowerment van vrouwen en aan gendermainstreaming in alle maatregelen en in coördinatie met de Verenigde Naties en andere internationale, regionale en subregionale organisaties, en met overheidsactoren en het maatschappelijk middenveld. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun overheidsorganen, semioverheidsorganen, of van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Rechtsgronden Verordening (EU) nr. 230/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 26000000 p.m. 58813600 115478,72 73067573,07 Dit krediet dient ter dekking van betalingen voor nog openstaande vastleggingen van vorige jaren. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun overheids- en semioverheidsorganen, of van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig het desbetreffende basisbesluit, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 38780,90 Dit krediet is bedoeld ter dekking van nog openstaande vastleggingen van voorgaande jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID (GBVB) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 03GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID (GBVB) 19 03 01Steun voor het behoud van stabiliteit via GBVB-missies en speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie 19 03 01 01 Waarnemingsmissie in Georgië 4 18000000 17500000 19000000 17000000 17640000,— 25848543,10 147,71 19 03 01 02 EULEX Kosovo 4 70000000 79000000 70000000 72000000 75790400,— 104431889,13 132,19 19 03 01 03 EUPOL Afghanistan 4 40000000 35000000 p.m. 38000000 43650000,— 53055938,64 151,59 19 03 01 04 Andere maatregelen voor crisisbeheersing en acties 4 83900000 78595750 148770000 116835000 69975000,— 59785354,66 76,07 19 03 01 05 Noodmaatregelen 4 62850000 30043812 37000000 4000000 0,— 0,— 0 19 03 01 06 Voorbereidende en follow-upmaatregelen 4 8500000 1050000 8000000 4000000 207734,— 283529,63 27,00 19 03 01 07 Speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie 4 24020000 26861438 25000000 26500000 41223000,— 27994825,75 104,22 Artikel 19 03 01 — Subtotaal 307270000 268051000 307770000 278335000 248486134,— 271400080,91 101,25 19 03 02 Steun aan non-proliferatie en ontwapening 4 19500000 25500000 19000000 19800000 18005591,34 11207620,92 43,95 Hoofdstuk 19 03 — Totaal 326770000 293551000 326770000 298135000 266491725,34 282607701,83 96,27 De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid moet waarborgen dat het Europees Parlement nauw wordt betrokken bij alle stadia van het besluitvormingsproces. De gezamenlijke informatiebijeenkomsten die zijn vastgelegd in punt 25 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1), en die op basis van de verklaring van de hoge vertegenwoordiger over politieke verantwoordingsplicht (PB C 210 van 3.8.2010, blz. 1) verder moeten worden geïntensiveerd, moeten een continue dialoog tussen de hoge vertegenwoordiger en het Europees Parlement bevorderen met betrekking tot de voornaamste keuzen voor en aspecten van het GBVB van de Unie, met inbegrip van overleg voorafgaand aan de vaststelling van mandaten en strategieën. Om de interinstitutionele samenhang inzake het GBVB te verbeteren en up-to-date deskundig advies te kunnen leveren aan alle instellingen, met als doel de ontwikkeling van een consistenter en doeltreffender GBVB, wordt indien nodig gezorgd voor deskundig onderzoek dat relevant is voor het beleid, onder meer door het Instituut voor veiligheidsstudies van de Europese Unie. Maatregelen voor crisisbeheersing in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en acties op het gebied van monitoring en verificatie van vredesprocessen, conflictoplossing en andere stabiliseringsactiviteiten, rechtsstaat- en politiemissies vallen onder dit artikel. Er kunnen acties worden ondernomen om toezicht te houden op grensovergangen, vredes- of wapenstilstandsovereenkomsten of meer algemene ontwikkelingen met betrekking tot de politieke situatie en de veiligheid. Alle uit dit begrotingshoofdstuk te financieren acties moeten een civiel karakter dragen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 18000000 17500000 19000000 17000000 17640000,— 25848543,10 Dit krediet dient ter financiering van de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde relevante rechtsgrond. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Besluit 2010/452/GBVB van de Raad van 12 augustus 2010 inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (PB L 213 van 13.8.2010, blz. 43). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 70000000 79000000 70000000 72000000 75790400,— 104431889,13 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, in overeenstemming met de relevante door de Raad vastgestelde rechtsgrond. Het is ook bedoeld om de kosten te dragen van de Kosovo Specialist Chambers. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB van de Raad van 4 februari 2008 inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX Kosovo (PB L 42 van 16.2.2008, blz. 92). Besluit (GBVB) 2016/947 van de Raad van 14 juni 2016 tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo (Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.) (EULEX KOSOVO) (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 26). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 40000000 35000000 p.m. 38000000 43650000,— 53055938,64 Dit krediet dient ter dekking van de kosten voor de sluiting van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan, in overeenstemming met Besluit 2010/279/GBVB. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Besluit 2010/279/GBVB van de Raad van 18 mei 2010 over de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL Afghanistan) (PB L 123 van 19.5.2010, blz. 4). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 83900000 78595750 148770000 116835000 69975000,— 59785354,66 Dit krediet dient ter financiering van andere maatregelen voor crisisbeheersing en acties dan die van EULEX Kosovo, de Kosovo Specialist Chambers, EUMM Georgia en EUPOL Afghanistan. Het is ook bedoeld om de kosten te dragen van de werking van het secretariaat van de Europese Veiligheids- en defensieacademie en het op internet gebaseerde systeem voor geavanceerd afstandsonderwijs van het EVDA, alsook aan de opslagkosten voor civiele GVDB-missies. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. De bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen uit EU-trustfondsen. Gemeenschappelijk Optreden 2005/889/GBVB van de Raad van 25 november 2005 tot instelling van een missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) (PB L 327 van 14.12.2005, blz. 28). Besluit 2010/565/GBVB van de Raad van 21 september 2010 betreffende de adviserende en bijstandverlenende missie van de Europese Unie op het gebied van hervorming van de veiligheidssector in de Democratische Republiek Congo (EUSEC RD Congo) (PB L 248 van 22.9.2010, blz. 59). Besluit 2012/389/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 betreffende de missie van de Europese Unie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit in de Hoorn van Afrika (EUCAP NESTOR) (PB L 187 van 17.7.2012, blz. 40). Besluit 2012/392/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (PB L 187 van 17.7.2012, blz. 48). Besluit 2012/698/GBVB van de Raad van 13 november 2012 betreffende het opzetten van depotcapaciteit voor civiele crisisbeheersingsmissies (PB L 314 van 14.11.2012, blz.25). Besluit 2013/189/GBVB van de Raad van 22 april 2013 tot oprichting van een Europese Veiligheids- en defensieacademie (EVDA) en houdende intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 2008/550/GBVB (PB L 112 van 24.4.2013, blz. 22). Besluit 2013/233/GBVB van de Raad van 22 mei 2013 tot instelling van een missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake geïntegreerd grensbeheer in Libië (EUBAM Libië) (PB L 138 van 24.5.2013, blz. 15). Besluit 2013/354/GBVB van de Raad van 3 juli 2013 betreffende de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) (PB L 185 van 4.7.2013, blz. 12). Besluit 2014/219/GBVB van de Raad van 15 april 2014 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 113 van 16.4.2014, blz. 21). Besluit 2014/486/GVDB van de Raad van 22 juli 2014 betreffende de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) (PB L 217 van 23.7.2014, blz. 42). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 62850000 30043812 37000000 4000000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van onvoorziene maatregelen uit hoofde van artikel 19 03 01 waartoe in de loop van het begrotingsjaar wordt besloten en die met spoed moeten worden uitgevoerd. Deze post wordt eveneens opgevat als flexibiliteitselement in de begroting van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, zoals omschreven in het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1). Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 8500000 1050000 8000000 4000000 207734,— 283529,63 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van voorbereidende werkzaamheden om de voorwaarden voor Unieoptreden op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de noodzakelijke wetgevingsinstrumenten vast te stellen. Het kan dienen ter dekking van de kosten voor evaluaties en analyses (evaluatie vooraf van de middelen, specifieke studies, organisatie van vergaderingen, verkennende werkzaamheden ter plaatse). Met name op het gebied van crisisbeheersingsoperaties van de Unie en voor speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie (SVEU’s) kunnen voorbereidende werkzaamheden onder meer dienen om de operationele vereisten voor een voorgenomen optreden te beoordelen, om te voorzien in de snelle eerste inzet van personeel en middelen (bv. kosten van dienstreizen, aankoop van apparatuur, voorfinanciering van exploitatiekosten en verzekeringen in de opstartfase), of om ter plaatse de noodzakelijke maatregelen te nemen om de operatie op te starten. Voorts kan dit krediet ook de kosten dekken van deskundigen die op het gebied van specifieke technische kwesties (bv. vaststelling en beoordeling van leveringsbehoeften) steun verlenen aan crisisbeheersingsoperaties van de Unie, of worden benut voor een veiligheidsopleiding voor personeelsleden die deel zullen uitmaken van een GBVB-missie of een SVEU-team. Het dekt tevens de kosten van de follow-upmaatregelen en de audits in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de financiering van alle uitgaven voor regularisatie van eerdere, reeds afgesloten maatregelen. Dit krediet dient ook ter dekking van de financiering van studies, vergaderingen van deskundigen, informatie en publicaties die direct verband houden met het bereiken van de doelstellingen van de maatregelen die vallen onder de posten 19 03 01 01, 19 03 01 02, 19 03 01 03, 19 03 01 04 en 19 03 01 07. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Voorbereidende acties in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 24020000 26861438 25000000 26500000 41223000,— 27994825,75 Dit krediet dient ter dekking van alle uitgaven in verband met de benoeming van de speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie (SVEU’s) overeenkomstig artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Bij de benoeming van SVEU's dienen gendergelijkheid en beleidsmaatregelen inzake gendermainstreaming geëerbiedigd te worden, en de benoeming van vrouwen tot SVEU dient derhalve te worden gestimuleerd. Dit krediet dekt de uitgaven in verband met de salarissen van de SVEU’s en de installatie van hun teams en/of hun ondersteunende structuren, met inbegrip van de andere personeelskosten dan de kosten in verband met door lidstaten van de Unie gedetacheerd personeel. Voorts dekt het de kosten van mogelijke, onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een SVEU uitgevoerde projecten. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Besluit (GBVB) 2015/2005 van de Raad van 10 november 2015 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Afghanistan (PB L 294 van 11.11.2015, blz. 53). Besluit (GBVB) 2015/2006 van de Raad van 10 november 2015 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika (PB L 294 van 11.11.2015, blz. 58). Besluit (GBVB) 2015/2007 van de Raad van 10 november 2015 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina (PB L 294 van 11.11.2015, blz. 64). Besluit (GBVB) 2015/2118 van de Raad van 23 november 2015 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië (PB L 306 van 24.11.2015, blz. 26). Besluit (GBVB) 2015/2274 van de Raad van 7 december 2015 tot benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Sahelregio (PB L 322 van 8.12.2015, blz. 44). Besluit (GBVB) 2016/208 van de Raad van 15 februari 2016 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/260 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten (PB L 39 van 16.2.2016, blz. 47). Besluit (GBVB) 2016/596 van de Raad van 18 april 2016 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Centraal-Azië (PB L 103 van 19.4.2016, blz. 24). Besluit (GBVB) 2016/597 van de Raad van 18 april 2016 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het vredesproces in het Midden-Oosten (PB L 103 van 19.4.2016, blz. 29). Besluit (GBVB) 2016/1338 van de Raad van 4 augustus 2016 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/2052 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.) (PB L 212 van 5.8.2016, blz. 109). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19500000 25500000 19000000 19800000 18005591,34 11207620,92 Dit krediet dient ter financiering van maatregelen die bijdragen tot de non-proliferatie van (nucleaire, chemische en biologische) massavernietigingswapens, vooral in het kader van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens van 3 december 2003. Hieronder valt ook steun voor maatregelen die ten uitvoer worden gelegd door internationale organisaties die op dit terrein actief zijn. Dit krediet dient ter financiering van maatregelen die bijdragen tot de non-proliferatie van conventionele wapens en operaties ter bestrijding van de destabiliserende accumulatie en handel in handvuurwapens en lichte wapens. Hieronder valt ook steun voor maatregelen die ten uitvoer worden gelegd door internationale organisaties die op dit terrein actief zijn. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4% van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Besluit 2010/430/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 tot instelling van een Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 202 van 4.8.2010, blz. 5). Besluit 2012/423/GBVB van de Raad van 23 juli 2012 ter ondersteuning van de non-proliferatie van ballistische raketten, in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, alsmede van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/805/GBVB van de Raad (PB L 196 van 24.7.2012, blz. 74). Besluit 2012/662/GBVB van de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de ondersteuning van activiteiten om het risico van illegale handel in en buitensporige accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens in het gebied dat valt onder de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) te beperken (PB L 297 van 26.10.2012, blz. 29). Besluit 2012/699/GBVB van de Raad van 13 november 2012 betreffende de ondersteuning van activiteiten van de Voorbereidende Commissie van de Verdragsorganisatie voor een alomvattend verbod op kernproeven (CTBTO) ter versterking van haar toezichts- en verificatiecapaciteit en in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 314 van 14.11.2012, blz. 27). Besluit 2012/700/GBVB van de Raad van 13 november 2012 in het kader van de Europese veiligheidsstrategie, ter ondersteuning van de uitvoering van het Actieplan van Cartagena voor de periode 2010-2014 dat is aangenomen door de staten die partij zijn bij het Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van antipersoneelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens van 1997 (PB L 314 van 14.11.2012, p. 40). Besluit 2013/391/GBVB van de Raad van 22 juli 2013 ter ondersteuning van de praktische uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 198 van 23.7.2013, blz. 40). Besluit 2013/517/GBVB van de Raad van 21 oktober 2013 betreffende steun voor activiteiten van het Internationaal Atoomenergie Agentschap op het gebied van nucleaire beveiliging en verificatie en ter uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 281 van 23.10.2013, blz. 6). Besluit 2013/668/GBVB van de Raad van 18 november 2013 ter ondersteuning van de activiteiten van de Wereldgezondheidsorganisatie op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging in het kader van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 310 van 20.11.2013, blz. 13). Besluit 2013/730/GBVB van de Raad van 9 december 2013 ter ondersteuning van de ontwapenings- en wapenbeheersingsactiviteiten van het SEESAC in Zuidoost-Europa in het kader van de strategie van de EU ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en munitie daarvoor (PB L 332 van 11.12.2013, blz. 19). Besluit 2013/768/GBVB van de Raad van 16 december 2013 betreffende activiteiten van de Europese Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag in het kader van de Europese veiligheidsstrategie (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 56). Besluit 2014/129/GBVB van de Raad van 10 maart 2014 met het oog op de bevordering van het Europees netwerk van onafhankelijke denktanks inzake non-proliferatie, ter ondersteuning van de uitvoering van een EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 3). Besluit 2014/912/GBVB van de Raad van 15 december 2014 betreffende activiteiten ter ondersteuning van de fysieke beveiliging en het voorraadbeheer (PSSM) met het doel het risico op illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en de munitie daarvoor in de regio van de Sahel te voorkomen (PB L 360 van 17.12.2014, blz. 30). Besluit 2014/913/GBVB van de Raad van 15 december 2014 ter ondersteuning van de Haagse Gedragscode en de non-proliferatie van ballistische raketten in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 360 van 17.12.2014, blz. 44). Besluit (GBVB) 2015/203 van de Raad van 9 februari 2015 ter ondersteuning van het voorstel van de Unie voor een internationale gedragscode voor ruimteactiviteiten als bijdrage aan transparantie- en vertrouwenwekkende maatregelen bij ruimteactiviteiten (PB L 33 van 10.2.2015, blz. 38). Besluit (GBVB) 2015/259 van de Raad van 17 februari 2015 ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 43 van 18.2.2015, blz. 14). Besluit (GBVB) 2015/1837 van de Raad van 12 oktober 2015 betreffende de ondersteuning door de Unie van activiteiten van de Voorbereidende Commissie van de Verdragsorganisatie voor een alomvattend verbod op kernproeven (CTBTO) ter versterking van haar toezichts- en verificatiecapaciteit en in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 266 van 13.10.2015, blz. 83). Besluit (GBVB) 2015/1908 van de Raad van 22 oktober 2015 ter ondersteuning van een mondiaal rapportagemechanisme inzake illegale handvuurwapens en lichte wapens en andere illegale conventionele wapens en illegale munitie om het risico van illegale handel te beperken (iTrace II) (PB L 278 van 23.10.2015, blz. 15). Besluit (GBVB) 2015/2215 van de Raad van 30 november 2015 ter ondersteuning van UNSCR 2235 (2015) tot instelling van een gezamenlijk onderzoeksmechanisme van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens en van de VN (OPCW-VN) om de daders te identificeren van chemische aanslagen in de Arabische Republiek Syrië (PB L 314 van 1.12.2015, blz. 51). Besluit (GBVB) 2015/2309 van de Raad van 10 december 2015 betreffende het bevorderen van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L 326 van 11.12.2015, blz. 56). Besluit (GBVB) 2016/51 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 50). Besluit (GBVB) 2016/2001 van de Raad van 15 november 2016 betreffende een bijdrage van de Unie aan de oprichting en het veilige beheer van een laagverrijkt-uraniumbank (LEU-bank) onder toezicht van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 308 van 16.11.2016, blz. 22). VERKIEZINGSWAARNEMINGSMISSIES Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 04VERKIEZINGSWAARNEMINGSMISSIES 19 04 01 Verbetering van de betrouwbaarheid van verkiezingsprocessen, meer bepaald door verkiezingswaarnemingsmissies 4 45363394 37522500 44626565 35507000 31267086,— 21637976,03 57,67 19 04 51 Voltooiing van acties op het gebied van verkiezingswaarnemingsmissies (vóór 2014) 4 p.m. p.m. p.m. 800000 0,— 3288847,93 Hoofdstuk 19 04 — Totaal 45363394 37522500 44626565 36307000 31267086,— 24926823,96 66,43 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 45363394 37522500 44626565 35507000 31267086,— 21637976,03 Dit krediet dient ter ondersteuning van de opbouw van vertrouwen in en de versterking van de betrouwbaarheid en de transparantie van democratische verkiezingsprocessen en -organen door de inzet van verkiezingswaarnemingsmissies van de Europese Unie en andere maatregelen voor de monitoring van verkiezingsprocessen en door steun voor de waarnemingscapaciteit op regionaal en nationaal niveau. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun overheidsorganen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Rechtsgronden Verordening (EU) nr. 235/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor democratie en mensenrechten in de wereld (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 85). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 800000 0,— 3288847,93 Dit krediet dient ter dekking van betalingen voor nog openstaande vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 1). SAMENWERKING MET DERDE LANDEN IN HET KADER VAN HET PARTNERSCHAPSINSTRUMENT Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 05SAMENWERKING MET DERDE LANDEN IN HET KADER VAN HET PARTNERSCHAPSINSTRUMENT 19 05 01 Samenwerking met derde landen ter bevordering van uniale en wederzijdse belangen 4 112899000 84191000 105652000 59400000 102722661,67 15864055,69 18,84 19 05 20 Erasmus+ — Bijdrage uit het partnerschapsinstrument 4 15600000 14628006 14730000 13417336 12055728,— 10998530,80 75,19 19 05 51 Voltooiing van acties op het gebied van betrekkingen en samenwerking met geïndustrialiseerde derde landen (2007-2013) 4 p.m. 7045000 p.m. 9908800 0,— 13317523,01 189,04 Hoofdstuk 19 05 — Totaal 128499000 105864006 120382000 82726136 114778389,67 40180109,50 37,95 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 112899000 84191000 105652000 59400000 102722661,67 15864055,69 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de samenwerking met derde landen voor de bevordering van uniale en wederzijdse belangen in het kader van het partnerschapsinstrument, meer bepaald met geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden die een steeds grotere rol in de wereld spelen, met inbegrip van buitenlandse zaken, internationale economie en handel, multilaterale fora, mondiale governance en de aanpak van wereldwijde problemen of problemen waar de Unie aanzienlijk belang bij heeft. De samenwerking omvat maatregelen ter ondersteuning van de bilaterale, regionale en multilaterale betrekkingen van de Unie voor de aanpak van wereldwijde problemen, de tenuitvoerlegging van de internationale dimensie van de strategie Europa 2020, kansen voor handel en investeringen en publieke diplomatie en bewustmaking. Een deel van deze kredieten is bestemd voor de uitvoering van het project Samenwerking met een noordelijke en zuidelijke trans-Atlantische dimensie, dat gericht is op een bredere trans-Atlantische dialoog en samenwerking met noordelijke en zuidelijke landen aan de Atlantische Oceaan, teneinde gezamenlijk wereldwijde uitdagingen aan te gaan. Doel is het analyseren van de haalbaarheid van gemeenschappelijke doelen op korte en langere termijn op gebieden als economische samenwerking, mondiale governance, ontwikkelingssamenwerking, klimaatverandering, veiligheid en energie. Deze voorbereidende actie is bedoeld voor de versterking van een trilaterale dialoog, of zelfs van een brede Atlantische dialoog, en om het idee van een algemene Atlantische gemeenschap te promoten. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun overheidsorganen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 234/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 77). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 15600000 14628006 14730000 13417336 12055728,— 10998530,80 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de technische en financiële bijstand in het kader van dit externe instrument ter uitvoering van de internationale dimensie van hoger onderwijs van het Erasmus+- programma. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e) tot en met g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van kandidaat-lidstaten en eventueel de potentiële kandidaten van de westelijke Balkan aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten opgevoerd voor het programma, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e) tot en met g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 234/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 77). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 7045000 p.m. 9908800 0,— 13317523,01 Dit krediet dient ter dekking van betalingen voor nog openstaande vastleggingen van vorige jaren. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun overheids- en semioverheidsorganen, of van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig het desbetreffende basisbesluit, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 39). COMMUNICATIE OVER DE UNIE INZAKE EXTERNE BETREKKINGEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 19 06COMMUNICATIE OVER DE UNIE INZAKE EXTERNE BETREKKINGEN 19 06 01 Communicatie over de Unie inzake externe betrekkingen 4 12000000 12000000 12500000 12500000 12040971,— 13005157,85 108,38 Hoofdstuk 19 06 — Totaal 12000000 12000000 12500000 12500000 12040971,— 13005157,85 108,38 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 12000000 12000000 12500000 12500000 12040971,— 13005157,85 Dit krediet is bedoeld ter dekking van uitgaven voor communicatie over de Unie inzake externe betrekkingen. De in het kader van dit artikel te verrichten voorlichtingsactiviteiten kunnen in twee grote categorieën worden ingedeeld: horizontale activiteiten en logistieke ondersteuning vanuit de centrale diensten, en activiteiten in derde landen en ten aanzien van internationale organisaties door delegaties van de Unie. Activiteiten die vanuit de zetel worden ondernomen:
het programma EUVP (European Union Visitors Programme — Bezoekersprogramma van de Europese Unie), een gezamenlijk programma van het Europees Parlement en de Commissie, biedt jaarlijks ongeveer 170 door de delegaties van de Unie voorgestelde personen de gelegenheid om in contact te komen met de Unie door middel van een bezoek aan het Europees Parlement en de Commissie in het kader van een individueel, op maat gesneden thematisch bezoekersprogramma;
de productie en distributie van publicaties over prioritaire onderwerpen in het kader van een jaarprogramma;
de productie en distributie van audiovisueel materiaal;
de ontwikkeling van voorlichting in elektronische vorm (via internet en e-mailsystemen);
de organisatie van bezoeken voor groepen journalisten;
de ondersteuning van voorlichtingsacties door opinieleiders, in samenhang met de prioriteiten van de Unie.
De Commissie zal nieuwsuitzendingen in het Farsi blijven financieren. Gedecentraliseerde activiteiten van delegaties van de Unie in derde landen en ten aanzien van internationale organisaties Overeenkomstig de communicatiedoelstellingen die voor iedere regio en ieder land zijn vastgesteld, stellen de delegaties van de Unie een jaarlijks communicatieplan op dat na goedkeuring door de hoofdzetel uit de begroting wordt gefinancierd en dat betrekking heeft op de volgende activiteiten:
websites;
contacten met de media (persconferenties, studiebijeenkomsten, radioprogramma's enz.);
voorlichtingsmateriaal (overige publicaties, grafisch materiaal enz.);
organisatie van evenementen, inclusief culturele activiteiten;
nieuwsbrieven;
voorlichtingscampagnes.
Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 20 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN HANDEL 95701323 95701323 90416392 90416392 100840081,91 100840081,91 20 02 HANDELSPOLITIEK 17500000 16000000 16800000 15150000 14845154,84 15072393,50 Titel 20 — Totaal 113201323 111701323 107216392 105566392 115685236,75 115912475,41 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN HANDEL De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 20 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN HANDEL 20 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen op het beleidsterrein Handel 20 01 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Hoofdzetel 5,2 54792565 50787013 50260162,10 91,73 20 01 01 02 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Delegaties van de Unie 5,2 14455314 13507444 21623389,34 149,59 Artikel 20 01 01 — Subtotaal 69247879 64294457 71883551,44 103,81 20 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven op het beleidsterrein Handel 20 01 02 01 Extern personeel — Hoofdzetel 5,2 2986234 3040471 2832729,98 94,86 20 01 02 02 Extern personeel — Delegaties van de Unie 5,2 7340489 7150293 8254885,— 112,46 20 01 02 11 Overige beheersuitgaven — Hoofdzetel 5,2 4345210 4273367 4307918,06 99,14 20 01 02 12 Overige beheersuitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 1446578 1472932 1894081,— 130,94 Artikel 20 01 02 — Subtotaal 16118511 15937063 17289614,04 107,27 20 01 03Uitgaven in verband met uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven op het beleidsterrein Handel 20 01 03 01 Uitgaven in verband met apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 3421433 3241282 3438358,98 100,49 20 01 03 02 Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 6913500 6943590 8228557,45 119,02 Artikel 20 01 03 — Subtotaal 10334933 10184872 11666916,43 112,89 Hoofdstuk 20 01 — Totaal 95701323 90416392 100840081,91 105,37 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 54792565 50787013 50260162,10 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 14455314 13507444 21623389,34 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2986234 3040471 2832729,98 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 7340489 7150293 8254885,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4345210 4273367 4307918,06 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1446578 1472932 1894081,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3421433 3241282 3438358,98 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 6913500 6943590 8228557,45 HANDELSPOLITIEK Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 20 02HANDELSPOLITIEK 20 02 01 Buitenlandse handelsbetrekkingen, met inbegrip van de toegang tot de markt van derde landen 4 13000000 11500000 12000000 10500000 10845154,84 10867212,20 94,50 20 02 03 Aid for trade — Multilaterale initiatieven 4 4500000 4500000 4500000 4500000 4000000,— 4205181,30 93,45 20 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 20 02 77 01 Proefproject — Grotere betrokkenheid van belanghebbenden en betere toegang tot informatie met betrekking tot handelsbesprekingen 4 p.m. p.m. 300000 150000 Artikel 20 02 77 — Subtotaal p.m. p.m. 300000 150000 Hoofdstuk 20 02 — Totaal 17500000 16000000 16800000 15150000 14845154,84 15072393,50 94,20 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 13000000 11500000 12000000 10500000 10845154,84 10867212,20 Dit krediet dient ter dekking van de volgende uitgaven: Activiteiten ter ondersteuning van lopende en nieuwe multi- en bilaterale handelsbesprekingen De acties beogen de versterking van de onderhandelingspositie van de Unie in lopende multilaterale handelsbesprekingen (in het kader van de Doha-ontwikkelingsagenda) en in lopende en nieuwe bilaterale en regionale handelsbesprekingen, om ervoor te zorgen dat het Uniebeleid tot stand komt op basis van de hoogste economische, sociale en ecologische normen, alsook op basis van uitgebreide en actuele deskundigeninformatie, en om coalities te vormen voor de succesvolle afloop daarvan, waaronder:
vergaderingen, conferenties en seminars in verband met de voorbereiding van beleid en onderhandelingsposities en met het voeren van lopende alsook nieuwe handelsbesprekingen;
ontwikkeling en uitvoering van een solide en brede communicatie- en informatiestrategie, om het handelsbeleid van de Unie bekend te maken en voorlichting te geven over de verschillende punten en de doelstellingen van het handelsbeleid van de Unie en over onderhandelingsposities in lopende besprekingen, zowel binnen als buiten de Unie;
informatieactiviteiten en seminars voor publieke en private deelnemers (waaronder maatschappelijke organisaties en bedrijven) om de situatie van lopende onderhandelingen en van de implementatie van bestaande overeenkomsten uit te leggen.
Studies, evaluaties en effectbeoordelingen met betrekking tot handelsovereenkomsten en handelsbeleid Acties om te garanderen dat het handelsbeleid van de Unie onderbouwd is door en naar behoren rekening houdt met ex-ante- en ex-postevaluaties, waaronder:
effectbeoordelingen die worden uitgevoerd met het oog op eventuele nieuwe wetgevingsvoorstellen, en duurzaamheidseffectbeoordelingen die worden uitgevoerd ter ondersteuning van lopende onderhandelingen om de mogelijke economische, sociale en milieuvoordelen van handelsovereenkomsten te onderzoeken en indien nodig begeleidende maatregelen voor te stellen om eventuele negatieve gevolgen voor specifieke landen of sectoren te bestrijden;
evaluaties van het beleid en de praktijken van het directoraat-generaal Handel, die overeenkomstig zijn meerjarenevaluatieplan moeten worden uitgevoerd;
studies door deskundigen en juridische en economische studies in verband met lopende onderhandelingen en bestaande overeenkomsten, beleidsontwikkelingen en handelsgeschillen.
Technische bijstand op handelsgebied, opleiding en andere capaciteitsopbouw ten behoeve van derde landen Versterking van de capaciteit van derde landen om deel te nemen aan internationale, bilaterale of biregionale handelsbesprekingen, internationale handelsovereenkomsten uit te voeren en deel te nemen aan het wereldhandelstelsel, waaronder:
projecten met betrekking tot opleiding en capaciteitsopbouw voor ambtenaren en ondernemers uit ontwikkelingslanden, voornamelijk op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, en met inachtneming van overeenkomstige normen op milieu-, dierenwelzijn- en sociaal gebied, om hen aldus in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige goederen naar de Unie uit te voeren, hetgeen eveneens bijdraagt aan eerlijkere concurrentievoorwaarden,
vergoeding van de kosten van deelnemers aan forums en conferenties ter vergroting van het bewustzijn en bevordering van deskundigheid op handelsgebied van mensen uit ontwikkelingslanden;
beheer, exploitatie, verdere ontwikkeling en promotie van de exporthelpdesk, die het bedrijfsleven in partnerlanden informatie verschaft over de wijze waarop zij toegang kunnen krijgen tot EU-markten, zodat bedrijven uit dergelijke landen de door de internationale handel geboden mogelijkheden voor markttoegang beter kunnen benutten;
programma's voor technische bijstand op handelsgebied zoals overeengekomen binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en andere multilaterale organisaties, met name de gemeenschappelijke fondsen van de WTO, in het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha.
Activiteiten met betrekking tot markttoegang ter ondersteuning van de implementatie van de markttoegangsstrategie van de Unie Maatregelen ter ondersteuning van de markttoegangsstrategie van de Unie, die gericht is op het opheffen of verminderen van handelsbelemmeringen, het identificeren van handelsbeperkingen in derde landen en eventueel opheffen daarvan, waaronder:
onderhoud, exploitatie en verdere ontwikkeling van de gegevensbank inzake markttoegang, die via internet ter beschikking wordt gesteld van marktdeelnemers en waarin lijsten zijn opgenomen van handelsbelemmeringen en andere informatie die van invloed is op de uitvoer uit en de exporteurs in de Unie; aanschaf van de voor deze gegevensbank noodzakelijke informatie, gegevens en documentatie;
specifieke analyse van de verschillende belemmeringen voor de toegang tot belangrijke markten, waaronder analyse van de tenuitvoerlegging door derde landen van hun verplichtingen krachtens internationale handelsovereenkomsten ter voorbereiding van onderhandelingen;
conferenties, werkgroepen en andere informatieactiviteiten (bijvoorbeeld productie en distributie van studies, voorlichtingspakketten, publicaties en folders) om bedrijven, nationale ambtenaren en andere actoren te informeren over handelsbelemmeringen en beleidsinstrumenten op handelsgebied die bestemd zijn om de Unie tegen oneerlijke handelspraktijken zoals dumping of uitvoersubsidies te beschermen;
steun voor de Europese industrie om activiteiten te organiseren die specifiek gericht zijn op vraagstukken in verband met markttoegang.
Activiteiten ter ondersteuning van de implementatie van bestaande regels en de monitoring van handelsverplichtingen Acties ter ondersteuning van de implementatie van bestaande handelsovereenkomsten en de handhaving van gerelateerde systemen die de doeltreffende implementatie van die overeenkomsten mogelijk maken, alsook acties ter ondersteuning van inspecties ter plaatse en onderzoeken om te garanderen dat derde landen de regels naleven, waaronder:
uitwisseling van informatie, opleiding, seminars en communicatieactiviteiten ter ondersteuning van de implementatie van bestaande EU-wetgeving op het gebied van de controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik;
activiteiten om onderzoeken te vergemakkelijken die worden uitgevoerd in het kader van de handelsbescherming met het oog op de bescherming van producenten in de Unie tegen oneerlijke handelspraktijken van derde landen (antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsmaatregelen) die schadelijk kunnen zijn voor de economie van de Unie. De activiteiten zullen vooral toegespitst zijn op de ontwikkeling, het onderhoud, de exploitatie en de veiligheid van de IT-systemen die de handelsbeschermingsactiviteiten ondersteunen, op de productie van communicatie-instrumenten, alsook op de aankoop van juridische diensten in derde landen en de uitvoering van studies door deskundigen;
activiteiten ter ondersteuning van de adviesgroepen die toezicht houden op de uitvoering van handelsverdragen die in werking zijn getreden. Dit omvat de financiering van de reis- en verblijfskosten van de leden en deskundigen;
activiteiten ter verzekering van de tijdige voorbereiding en uitvoering van de taken van de interne adviesgroep en van het gemengd raadgevend comité,
activiteiten ter ondersteuning van de verkrijging van relevante gegevens op basis waarvan de interne adviesgroep en het gemengd raadgevend comité besprekingen kunnen voeren,
activiteiten ter bevordering van het buitenlandse handelsbeleid van de Unie door middel van een proces van gestructureerde dialoog met de belangrijkste opiniemakers, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden, waaronder het midden- en kleinbedrijf (mkb) over thema's die verband houden met de externe handel;
activiteiten die betrekking hebben op de promotie van en de communicatie over handelsovereenkomsten, zowel binnen de Unie als in partnerlanden. Dat gebeurt in hoofdzaak door middel van de productie en de verspreiding van audiovisuele, elektronische en grafische hulpmiddelen en gedrukte publicaties, bijdragen aan voor de handel relevante media en databanken, vertaling van communicatiemateriaal in niet-EU-talen en op de media gerichte acties, met inbegrip van nieuwemediaproducten;
ontwikkeling, onderhoud en exploitatie van informatiesystemen ter ondersteuning van de beleidsactiviteiten op het vlak van het beleidsterrein Handel zoals: de geïntegreerde database voor statistiek (ISDB), het e-System voor producten voor tweeërlei gebruik, de gegevensbank inzake markttoegang, de exporthelpdesk, de database voor exportkredieten, de systemen SIGL en SIGL Wood, het platform voor het maatschappelijk middenveld en instrumenten voor bewaking en ondersteuning van handelsovereenkomsten.
Juridische bijstand en andere bijstand door deskundigen Acties om ervoor te zorgen dat de handelspartners van de Unie zich daadwerkelijk houden aan en voldoen aan de verplichtingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en andere multi- en bilaterale overeenkomsten, waaronder:
onderzoeken door deskundigen, met name inspecties, alsmede specifieke onderzoeken en seminars over de vraag of derde landen hun verplichtingen krachtens internationale handelsovereenkomsten nakomen;
de juridische expertise, met name met betrekking tot buitenlands recht, die noodzakelijk is voor de Unie om in geschillenbeslechtingsprocedures binnen de WTO beter voor haar standpunten te kunnen opkomen, en andere onderzoeken door deskundigen die nodig zijn voor de voorbereiding, het beheer en de follow-up van geschillenbeslechtingsprocedures binnen de WTO;
arbitragekosten, juridische expertise en vergoedingen die de Unie moet betalen als partij in geschillen die voortvloeien uit de toepassing van internationale overeenkomsten gesloten overeenkomstig artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Systemen voor de beslechting van investeringsgeschillen zoals ingesteld bij internationale overeenkomsten Deze uitgaven dienen voor:
vaste kosten voor het functioneren van stelsels van investeringsgerechten (gerecht van eerste aanleg en beroepsinstantie) die voortvloeien uit internationale overeenkomsten gesloten overeenkomstig artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
arbitragekosten, juridische expertise en vergoedingen die de Unie moet betalen als partij in geschillen met investeerders uit hoofde van dergelijke internationale overeenkomsten;
de betaling van bedragen aan investeerders ingevolge definitieve uitspraken of schikkingen in het kader van dergelijke internationale overeenkomsten.
Activiteiten ter ondersteuning van het handelsbeleid Dit krediet dient eveneens ter dekking van algemene uitgaven voor vertalingen, persevenementen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma of maatregelen die onder dit artikel vallen en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie is uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc, zoals het onderhoud van de websites van het directoraat-generaal Handel en de Europese commissaris voor Handel. Ontvangsten in het kader van het beheer door de Unie van de financiële verantwoordelijkheden in verband met beslechting van geschillen tussen investeerders en staten kan aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement. Een deel van dit krediet dient ter dekking van een brede benadering van de communicatie, die is bedoeld om het grote publiek en alle belanghebbenden te betrekken bij en zo veel mogelijk transparantie te bieden met betrekking tot de activiteiten van het directoraat-generaal Handel, in het bijzonder voor wat het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) betreft. Dit zal evenementen omvatten die gericht zijn op betrokkenheid en dialoog, zoals persevenementen of evenementen voor belanghebbenden, het publiceren van informatie, vertalingen, raadplegingen en follow-up en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van de activiteiten die onder dit artikel vallen, en alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc, zoals het onderhoud van de websites van het directoraat-generaal Handel en de Europese commissaris voor Handel. De activiteiten die zijn bedoeld om het publiek en alle belanghebbenden erbij te betrekken, zijn van cruciaal belang voor een transparant, succesvol en breed handelsbeleid. Besluit 98/181/EG, EGKS, Euratom van de Raad en de Commissie van 23 september 1997 betreffende sluiting door de Europese Gemeenschappen van het Verdrag inzake het Energiehandvest en het Protocol bij het Energiehandvest betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieuaspecten (PB L 69 van 9.3.1998, blz. 1). Besluit 98/552/EG van de Raad van 24 september 1998 inzake de uitvoering door de Commissie van activiteiten betreffende een communautaire strategie inzake markttoegang (PB L 265 van 30.9.1998, blz. 31). Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4500000 4500000 4500000 4500000 4000000,— 4205181,30 Dit krediet dient ter ondersteuning van multilaterale programma's en initiatieven op het gebied van handelsgerelateerde bijstand om ontwikkelingslanden beter in staat te stellen op efficiënte wijze deel te nemen aan het multilaterale handelssysteem en aan regionale handelsovereenkomsten en om hun handelsprestaties te verbeteren. De met dit krediet te financieren initiatieven en programma's steunen de volgende acties: Assistentie bij het handelsbeleid, bij de deelneming aan onderhandelingen en bij de uitvoering van handels- en investeringsovereenkomsten en andere handelsgerelateerde initiatieven Acties ter versterking van de capaciteit van ontwikkelingslanden om hun handelsbeleid uit te stippelen en ter versterking van de bij het handelsbeleid betrokken instanties, met inbegrip van globale en bijgewerkte handelsherzieningen en bijstand om de handel te integreren in de respectieve beleidsvormen voor economische groei en ontwikkeling. Acties ter versterking van het vermogen van ontwikkelingslanden om op doeltreffende wijze aan onderhandelingen over handel en investeringen deel te nemen, handels- en investeringsovereenkomsten en andere handelsgerelateerde initiatieven uit te voeren en vervolgmaatregelen te nemen, onder meer wat betreft de plaats van handel en duurzame ontwikkeling in hun arbeids- en milieuperspectieven. Onderzoek om beleidsmakers te adviseren over hoe er het best voor kan worden gezorgd dat op alle beleidsgebieden rekening wordt gehouden met de specifieke belangen van kleine producenten en werknemers in ontwikkelingslanden, en hoe er het best een gunstige context kan worden bevorderd waarin producenten toegang hebben tot de wereldmarkten. Deze bijstand is vooral gericht op de overheidssector, maar kan ook initiatieven omvatten ter ondersteuning van verantwoord ondernemen en eerlijke en ethische handel. Ontwikkeling van de handel Acties om beperkingen aan de aanbodzijde weg te nemen die rechtstreekse gevolgen hebben voor het vermogen van een land om zijn internationale handelsmogelijkheden te benutten, in het bijzonder ontwikkeling van de particuliere sector. Dit krediet vormt een aanvulling op de geografische programma's van de Unie en mag enkel multilaterale initiatieven en programma's dekken die echt toegevoegde waarde geven aan de geografische programma's van de Unie. De Commissie dient jaarlijks een verslag in over de tenuitvoerlegging en bereikte resultaten, alsmede over de belangrijkste gevolgen en effecten van de aid for trade-steun. De Commissie verstrekt informatie over het totale bedrag aan aid for trade-financiering van de algemene begroting van de Unie, alsmede over het aandeel van dat bedrag binnen de totale handelsgerelateerde bijstand. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. 300000 150000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Dit proefproject zal de inspanningen van de Commissie met het oog op een grotere betrokkenheid van belanghebbenden en een betere toegang tot informatie met betrekking tot handelsbesprekingen ondersteunen en verbeteren. Dit is vooral urgent ten aanzien van de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP). Het project is erop gericht het grote publiek en alle belanghebbenden te betrekken bij en zo veel mogelijk transparantie te bieden met betrekking tot de activiteiten van het directoraat-generaal Handel, in het bijzonder voor wat het TTIP betreft. Dit omvat vertalingen, evenementen die gericht zijn op betrokkenheid en dialoog, zoals persevenementen en evenementen voor belanghebbenden, alsook het publiceren van informatie, raadplegingen en follow-up. Het directoraat-generaal Handel moet de mogelijkheid hebben om belanghebbenden ook buiten Brussel, d.w.z. in de lidstaten, actiever bij zijn werkzaamheden te betrekken. De informatie moet beter toegankelijk worden gemaakt en onder de aandacht worden gebracht van de belanghebbenden, onder wie de burgers van de Unie. Er is veel informatie beschikbaar, maar die is niet steeds gemakkelijk toegankelijk of vindbaar. Dit project omvat zowel online- als offline-initiatieven. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNATIONALE SAMENWERKING EN ONTWIKKELING 285334676 285334676 278939686 278939686 357928362,68 357928362,68 21 02 INSTRUMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (DCI) 3090914840 2693220616 2552086343 2664054161 2426955137,36 2174511655,43 21 04 EUROPEES INSTRUMENT VOOR DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN 132804486 120000000 130293231 133614523 131032520,13 114407432,42 21 05 INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — WERELDWIJDE EN GRENSOVERSCHRIJDENDE BEDREIGINGEN EN NIEUWE BEDREIGINGEN 64900000 61000000 64393076 84811328 65628830,65 51828851,80 21 06 INSTRUMENT VOOR SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE NUCLEAIRE VEILIGHEID 60884131 80000000 70369456 95554028 59886786,12 52909234,61 21 07 PARTNERSCHAP TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN GROENLAND 31630000 35956797 31130000 34601717 30698715,— 30273589,— 21 08 WERELDWIJDE ONTWIKKELING EN SAMENWERKING 36374796 39130241 34762000 33255980 34487199,81 24965305,56 21 09 VOLTOOIING VAN ACTIES UITGEVOERD IN HET KADER VAN HET INSTRUMENT VOOR GEÏNDUSTRIALISEERDE LANDEN (ICI+) p.m. 24793208 — 21052357 0,— 20866941,25 Titel 21 — Totaal 3702842929 3339435538 3161973792 3345883780 3106617551,75 2827691372,75 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNATIONALE SAMENWERKING EN ONTWIKKELING De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 21 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN VOOR HET BELEIDSTERREIN INTERNATIONALE SAMENWERKING EN ONTWIKKELING 21 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor het beleidsterrein Internationale samenwerking en ontwikkeling 21 01 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Centrale diensten 5,2 68176136 65266714 66195596,84 97,09 21 01 01 02 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Delegaties van de Unie 5,2 81242523 78479959 68593328,11 84,43 Artikel 21 01 01 — Subtotaal 149418659 143746673 134788924,95 90,21 21 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Internationale samenwerking en ontwikkeling 21 01 02 01 Extern personeel — Centrale diensten 5,2 2747448 2527766 2997274,— 109,09 21 01 02 02 Extern personeel — Delegaties van de Unie 5,2 2467391 2703892 2366714,— 95,92 21 01 02 11 Overige beheersuitgaven — Centrale diensten 5,2 4355427 4371601 4675166,66 107,34 21 01 02 12 Overige beheersuitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 3536082 3749284 3695597,— 104,51 Artikel 21 01 02 — Subtotaal 13106348 13352543 13734751,66 104,79 21 01 03Uitgaven voor uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven ten behoeve van het beleidsterrein Internationale samenwerking en ontwikkeling 21 01 03 01 Uitgaven voor apparatuur en diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 4257147 4165392 4498094,63 105,66 21 01 03 02 Gebouwen en hiermee gerelateerde uitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 16899666 17674595 13735916,14 81,28 Artikel 21 01 03 — Subtotaal 21156813 21839987 18234010,77 86,19 21 01 04Ondersteunende uitgaven voor maatregelen en programma's op het beleidsterrein Internationale samenwerking en ontwikkeling 21 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) 4 84993151 83880954 78352565,93 92,19 21 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor het Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten (EIDHR) 4 10108836 9899061 9805824,39 97,00 21 01 04 04 Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP) 4 2200000 2206924 2100000,— 95,45 21 01 04 05 Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC) 4 1446869 1432544 1417050,91 97,94 21 01 04 06 Ondersteunende uitgaven voor het partnerschap tussen de Europese Unie en Groenland 4 254000 249000 244000,— 96,06 21 01 04 07 Ondersteunende uitgaven voor het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) 4 p.m. p.m. 96453865,57 21 01 04 08 Ondersteunende uitgaven voor de Commissie beheerde trustfondsen 4 p.m. p.m. 830028,50 Artikel 21 01 04 — Subtotaal 99002856 97668483 189203335,30 191,11 21 01 06Uitvoerende agentschappen 21 01 06 01 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van de instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking (DCIs) 4 2650000 2332000 1967340,— 74,24 Artikel 21 01 06 — Subtotaal 2650000 2332000 1967340,— 74,24 Hoofdstuk 21 01 — Totaal 285334676 278939686 357928362,68 125,44 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 68176136 65266714 66195596,84 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 81242523 78479959 68593328,11 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2747448 2527766 2997274,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2467391 2703892 2366714,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4355427 4371601 4675166,66 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 3536082 3749284 3695597,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 4257147 4165392 4498094,63 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 16899666 17674595 13735916,14 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 84993151 83880954 78352565,93 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten) in de centrale diensten dat de taken overneemt van de afgeschafte bureaus voor technische ondersteuning; uitgaven voor extern personeel op de centrale diensten mogen maximaal 7549714 EUR bedragen. Deze schatting is gebaseerd op de jaarlijkse kosten per eenheid per manjaar, waarvan 93 % wordt uitgemaakt door de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 7 % door de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor het externe personeel dat uit dit begrotingsonderdeel wordt gefinancierd.
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en optimale werkwijzen, en publiciteitscampagnes en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek naar relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning in het kader van hoofdstuk 21 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 10108836 9899061 9805824,39 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel op de centrale diensten (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten), dat de taken overneemt van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand; De uitgaven voor extern personeel op de centrale diensten mogen maximaal 1613273 EUR bedragen. Deze schatting is gebaseerd op de jaarlijkse kosten per eenheid per manjaar, waarvan 95 % wordt uitgemaakt door de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 5 % door de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor het externe personeel dat uit dit begrotingsonderdeel wordt gefinancierd.
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en optimale werkwijzen, en publiciteitscampagnes en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek naar relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning in het kader van hoofdstuk 21 04. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2200000 2206924 2100000,— Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel in delegaties (arbeidscontractanten, lokale medewerkers of gedetacheerde nationale deskundigen) met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologieën en telecommunicatie en huur, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegatie van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en optimale werkwijzen, en publiciteitscampagnes en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek naar relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning in het kader van hoofdstuk 21 05. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1446869 1432544 1417050,91 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel op de centrale diensten (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten), dat de taken overneemt van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand; De uitgaven voor extern personeel bij de centrale diensten mogen maximaal 968300 EUR bedragen. Deze schatting is gebaseerd op de jaarlijkse kosten per eenheid per manjaar, waarvan 93 % wordt uitgemaakt door de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 7 % door de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor het externe personeel dat uit dit begrotingsonderdeel wordt gefinancierd;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning in het kader van hoofdstuk 21 06. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 254000 249000 244000,— Dit krediet dient ter dekking van het volgende:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen en publicaties die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient voorts ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning uit hoofde van artikel 21 07 01. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 96453865,57 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor administratieve ondersteuning waartoe onder de Europese Ontwikkelingsfondsen (EOF) wordt besloten. Ontvangsten die voortvloeien uit het Europees Ontwikkelingsfonds en die worden gebruikt voor de ondersteunende maatregelen en die in artikel 6 3 2 van de staat van ontvangsten worden geboekt, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in deze post overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Het bedrag van de bestemmingsontvangsten bedoeld in artikel 21, lid 3, van het Financieel Reglement wordt geraamd op 95000000 EUR. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 2. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 830028,50 Dit krediet dient ter dekking van de beheerskosten van de Commissie, voor maximaal 5 % van de in de trustfondsen samengebrachte bedragen, vanaf de jaren waarin de bijdragen tot elk trustfonds zijn benut zoals bepaald in artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit het de trustfondsen en die worden gebruikt voor de ondersteunende maatregelen en die in artikel 6 3 4 van de staat van ontvangsten worden geboekt, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in deze post overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 2, en artikel 187, lid 7. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2650000 2332000 1967340,— Dit krediet dient ter dekking van de exploitatiekosten die het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur draagt voor de uitvoering van de internationale dimensie van hoger onderwijs van het Erasmus+-programma (rubriek 4) dat in het kader van hoofdstuk 21 02 aan het Agentschap is toevertrouwd. De opdracht van het Agentschap omvat de afwikkeling voor de programmaperiode 2007-2013 van de Youth-, Tempus- en Erasmus Mundus-programma's waarbij DCI-begunstigden betrokken zijn. Het Agentschap zal ook een jaarlijkse bijdrage ontvangen die wordt gefinancierd met kredieten onder artikel 21 02 09. Hierdoor kan het programma voor mobiliteit binnen de ACS worden voortgezet, dat tot doel heeft de studentenmobiliteit in Afrika te bevorderen, dat tot 2013 werd gefinancierd met middelen uit het 10e Europees Ontwikkelingsfonds. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van kandidaat-lidstaten en eventueel de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten opgevoerd voor het programma, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma ' s van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het Europees Ontwikkelingsfonds. Het strategische partnerschap Afrika-EU: Een gezamenlijke Afrika-EU-strategie, vastgesteld op de top van Lissabon op 8-9 december 2007. INSTRUMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (DCI) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 02INSTRUMENT VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (DCI) 21 02 01 Samenwerking met Latijns-Amerika 4 333350242 245571576 320267528 133651000 309493537,— 7011504,37 2,86 21 02 02 Samenwerking met Azië 4 771719915 310000000 666614525 265089650 644723104,— 37381846,95 12,06 21 02 03 Samenwerking met Centraal-Azië 4 128810250 56000000 128698347 49066277 140430000,— 619976,98 1,11 21 02 04 Samenwerking met het Midden-Oosten 4 66497174 25000000 66504914 26581395 50011154,— 379113,05 1,52 21 02 05 Samenwerking met Afghanistan 4 238677685 90000000 199417199 83419366 199417199,— 5669447,59 6,30 21 02 06 Samenwerking met Zuid-Afrika 4 59770001 16446000 60000000 12678745 27795000,— 5141312,21 31,26 21 02 07Mondiale collectieve goederen en uitdagingen en armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en democratie 21 02 07 01 Milieu en klimaatverandering 4 178927294 95000000 174564526 70500000 176641720,— 29052484,60 30,58 21 02 07 02 Duurzame energie 4 78523242 63100000 77584234 72000000 67875236,— 4169082,— 6,61 21 02 07 03 Menselijke ontwikkeling 4 153741313 138000000 163633821 120346000 153240700,— 106593675,80 77,24 21 02 07 04 Voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw 4 192181168 110000000 189495232 88783000 171520079,22 33374286,70 30,34 21 02 07 05 Migratie en asiel 4 404973912 115722000 57257470 22560000 41697418,22 8212036,60 7,10 Artikel 21 02 07 — Subtotaal 1008346929 521822000 662535283 374189000 610975153,44 181401565,70 34,76 21 02 08Financiering van ontwikkelingsinitiatieven door of voor maatschappelijke organisaties en lokale overheden 21 02 08 01 Maatschappelijk middenveld in ontwikkeling 4 191932988 130000000 180875198 86753855 181596242,56 21580769,44 16,60 21 02 08 02 Plaatselijke autoriteiten in ontwikkeling 4 63310996 25000000 60291733 18116751 45035802,— 7988029,60 31,95 Artikel 21 02 08 — Subtotaal 255243984 155000000 241166931 104870606 226632044,56 29568799,04 19,08 21 02 09 Pan-Afrikaans programma ter ondersteuning van de gemeenschappelijke strategie Afrika-EU 4 109203732 124670461 93468616 53691844 101404040,— 19549037,25 15,68 21 02 20 Erasmus+ — Bijdrage uit de instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) 4 108922928 93812842 105000000 61455647 96212671,37 43156741,— 46,00 21 02 30 Overeenkomst met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en andere organen van de Verenigde Naties 4 372000 372000 338000 371630 331537,— 331537,— 89,12 21 02 40 Grondstoffenovereenkomsten 4 2500000 2500000 5375000 5749783 3095000,— 0,— 0 21 02 51Voltooiing van acties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking (vóór 2014) 21 02 51 01 Samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel 4 p.m. 16000000 — 21470540 11245,01 38814472,04 242,59 21 02 51 02 Samenwerking met ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika 4 p.m. 110000000 — 237700000 111399,66 272577245,52 247,80 21 02 51 03 Samenwerking met ontwikkelingslanden in Azië, met inbegrip van Centraal-Azië en het Midden-Oosten 4 p.m. 392352245 — 570761524 40229,43 645138730,12 164,43 21 02 51 04 Voedselzekerheid 4 p.m. 80000000 — 103400000 10699,21 229384182,67 286,73 21 02 51 05 Niet-overheidsactoren in ontwikkeling 4 p.m. 65000000 — 121260000 11695,51 205238213,44 315,75 21 02 51 06 Milieu en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van energie 4 p.m. 85000000 — 108570000 6904,75 113518103,07 133,55 21 02 51 07 Menselijke en sociale ontwikkeling 4 p.m. 34000000 — 47696646 2523,42 69085649,78 203,19 21 02 51 08 Geografische samenwerking met de staten van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) 4 p.m. 260218059 — 267200000 0,— 258191422,79 99,22 Artikel 21 02 51 — Subtotaal p.m. 1042570304 — 1478058710 194696,99 1831948019,43 175,71 21 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 21 02 77 01 Voorbereidende actie — Samenwerking met landen met een middeninkomen in Latijns-Amerika 4 p.m. 313751 p.m. 14029 0,— 313097,18 99,79 21 02 77 02 Voorbereidende actie — Handels- en wetenschappelijke uitwisselingen met India 4 p.m. 700161 p.m. 1147755 0,— 2119766,— 302,75 21 02 77 03 Voorbereidende actie — Handels- en wetenschappelijke uitwisselingen met China 4 p.m. p.m. p.m. 124157 0,— 630448,74 21 02 77 04 Voorbereidende actie — Samenwerking met landen met een middeninkomen in Azië 4 p.m. p.m. p.m. 133021 0,— 332041,87 21 02 77 05 Voorbereidende actie — Europese Unie-Azië — Integratie van beleid en praktijk 4 p.m. p.m. p.m. 83670 0,— 337385,— 21 02 77 06 Proefproject — Financiering van landbouwproductie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 160346,12 21 02 77 07 Voorbereidende actie — Regionaal Afrikaans netwerk van maatschappelijke organisaties voor millenniumdoelstelling voor ontwikkeling nr. 5 4 p.m. p.m. p.m. 334002 0,— 334002,73 21 02 77 08 Voorbereidende actie — Waterbeheer in ontwikkelingslanden 4 p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 1389121,— 21 02 77 10 Voorbereidende actie —Overdracht van technologie op farmaceutisch gebied ten behoeve van ontwikkelingslanden 4 p.m. p.m. p.m. 1371000 0,— 0,— 21 02 77 11 Voorbereidende actie — Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van armoedegerelateerde, tropische en verwaarloosde ziekten 4 p.m. p.m. p.m. 1400000 0,— 1822271,— 21 02 77 12 Proefproject — Betere gezondheidszorg voor slachtoffers van seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo (DRC) 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 21 02 77 13 Voorbereidende actie — Betere gezondheidszorg voor slachtoffers van seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo (DRC) 4 p.m. p.m. p.m. 1853832 2000000,— 1568156,22 21 02 77 14 Wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie (Global Energy Efficiency and Renewable Energy Fund — GEEREF) 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 21 02 77 15 Proefproject — Strategisch investeren in duurzame vrede en democratisering in de Hoorn van Afrika 4 p.m. 1081125 p.m. 400883 1250000,— 293000,— 27,10 21 02 77 16 Proefproject — Uitbreiding van de veterinaire diensten in ontwikkelingslanden 4 p.m. 500000 p.m. 1550000 1500000,— 0,— 0 21 02 77 17 Proefproject — Maatschappelijk verantwoord ondernemen en toegang tot vrijwillige gezinsplanning voor fabrieksarbeiders in ontwikkelingslanden 4 p.m. p.m. p.m. 300000 0,— 692200,— 21 02 77 18 Proefproject — Investeren in duurzame vrede en wederopbouw van de samenleving in het Caucagebied — Colombia 4 p.m. 995658 p.m. 1200000 1500000,— 804342,— 80,78 21 02 77 19 Voorbereidende actie — Werken aan een betere gezondheid van nomadische gemeenschappen na crises in het Sahelgebied 4 p.m. 749738 100000 1200000 4500000,— 1051000,— 140,18 21 02 77 20 Voorbereidende actie — Socio-economische herintegratie van kinderen en vrouwen die zich prostitueren in de mijnen van Luhwindja (provincie Zuid-Kivu, in het oosten van de Democratische Republiek Congo) 4 p.m. 490000 150000 1000000 2200000,— 0,— 0 21 02 77 21 Voorbereidende actie — Totstandbrenging en versterking van lokale partnerschappen om de sociale economie te ontwikkelen en sociale ondernemingen op te richten in oostelijk Afrika 4 p.m. p.m. p.m. 548159 1000000,— 505577,— 21 02 77 22 Proefproject — Geïntegreerde benadering voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van gezondheidsoplossingen om verwaarloosde tropische ziekten in endemische gebieden te bestrijden 4 p.m. 500000 p.m. 500000 1500000,— 0,— 0 21 02 77 23 Proefproject — Toegang tot de rechter en schadeloosstelling voor slachtoffers van de ernstigste misdrijven die zijn gepleegd in de Democratische Republiek Congo 4 p.m. 200000 p.m. 395000 790000,— 0,— 0 21 02 77 24 Proefproject — In kaart brengen van de wereldwijde dreiging die uitgaat van antimicrobiële resistentie 4 750000 675000 750000 375000 21 02 77 25 Proefproject — Versterking van de rechten van het kind, bescherming van en toegang tot onderwijs voor ontheemde kinderen en jongeren in Guatemala, Honduras en El Salvador 4 750000 500000 700000 350000 21 02 77 26 Proefproject — Onderwijs voor kinderen die deel hebben uitgemaakt van gewapende troepen of groeperingen in het district Pibor (GPAA) in Zuid-Sudan 4 1000000 500000 500000 250000 21 02 77 27 Proefproject — Participatory Rangeland Management (PRM) in Kenia en Tanzania 4 1000000 500000 500000 250000 21 02 77 28 Proefproject — Steun voor de stedelijke dimensie van ontwikkelingssamenwerking: vergroting van de financiële capaciteiten van steden in ontwikkelingslanden met het oog op een productieve en duurzame stedelijke ontwikkeling 4 1000000 500000 21 02 77 29 Voorbereidende actie — Steun voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in ontwikkelingslanden 4 1000000 500000 21 02 77 30 Voorbereidende actie — Geïntegreerde benadering voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van gezondheidsoplossingen om verwaarloosde tropische ziekten in endemische gebieden te bestrijden 4 1500000 500000 21 02 77 31 Proefproject — Santé pour tous — Gezondheid voor iedereen — Een gemeenschappelijk project van Aimes-Afrique (Togo) en Aktion PiT-Togohilfe e.V. (Duitsland) 4 500000 250000 Artikel 21 02 77 — Subtotaal 7500000 9455433 2700000 15180508 16240000,— 12352754,86 130,64 Hoofdstuk 21 02 — Totaal 3090914840 2693220616 2552086343 2664054161 2426955137,36 2174511655,43 80,74 De hoofddoelstelling van het ontwikkelingsbeleid van de Unie is armoedebestrijding, als vastgesteld in het Verdrag. De Europese consensus inzake ontwikkeling biedt het algemene kader, de richting en het zwaartepunt voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 233/2014. Deze kredieten dienen ter dekking van armoedevermindering, duurzame economische, sociale en ecologische ontwikkeling en het consolideren en ondersteunen van democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, mensenrechten en de relevante beginselen van internationaal recht, met inbegrip van de beginselen die zijn opgenomen in de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en in het nieuwe kader voor de internationale ontwikkeling in de periode na 2015. Indien nodig wordt gestreefd naar synergieën met andere Unie-instrumenten op het gebied van extern beleid, zonder dat hierbij de focus op voornoemde basisdoelstellingen verloren gaat. In principe moet 100 % van de uitgaven in de geografische programma's en ten minste 95 % van de uitgaven in de thematische programma's en 90 % van de uitgaven in het pan-Afrikaans programma voldoen aan de criteria van de OESO/DAC voor officiële ontwikkelingshulp. Als algemene regel moet ten minste 20 % van de kredieten worden gebruikt voor sociale basisvoorzieningen en secundair onderwijs. Voorts moet het DCI bijdragen tot het behalen van de doelstelling om ten minste 20 % van de begroting van de Unie te besteden aan een koolstofarme en klimaatresistente maatschappij. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 333350242 245571576 320267528 133651000 309493537,— 7011504,37 Ontwikkelingssamenwerking in het kader van dit artikel heeft in eerste instantie tot doel bij te dragen tot de bevordering van democratie, behoorlijk bestuur, gelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat en ondersteuning van duurzame ontwikkeling en economische integratie, alsook tot de totstandkoming van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. De Commissie moet jaarlijks verslag blijven uitbrengen over de in het verleden gebruikte benchmark voor steun aan ontwikkelingslanden die toegewezen moet worden aan sociale infrastructuur en dienstverlening, daarbij erkennend dat de bijdrage van de Unie moet worden gezien als deel van de algemene donorsteun aan de sociale sectoren en dat een bepaalde mate van flexibiliteit de norm dient te zijn. Bovendien zal de Commissie zich ervoor inzetten te waarborgen dat een benchmark van 20 % van de steun in het kader van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking zal worden toegewezen aan elementaire sociale voorzieningen, met speciale aandacht voor gezondheid en onderwijs en middelbaar onderwijs, als gemiddelde over alle geografische gebieden en erkennend dat ook hier een zekere mate van flexibiliteit de norm moet zijn, bijvoorbeeld in gevallen van buitengewone steun. Dit krediet dient ter dekking van de samenwerking in ontwikkelingslanden, -gebieden en -regio' s in Latijns-Amerika om:
bij te dragen tot de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling in de regio;
vakbonden, niet-gouvernementele organisaties en plaatselijke initiatieven te ondersteunen bij het toezicht op het effect van investeringen op de nationale economie, met name wat de eerbieding van normen inzake arbeid, milieu en sociale en mensenrechten betreft;
gendergelijkheid te ondersteunen door ondersteunende acties ter bestrijding van schadelijke traditionele praktijken als kindhuwelijken, alsmede de verbetering van de positie van vrouwen te ondersteunen;
de ontwikkeling te bevorderen van het maatschappelijk middenveld;
armoede en sociale uitsluiting te bestrijden en sociale cohesie te stimuleren;
bij te dragen aan de verbetering van de sociale normen, met specifieke aandacht voor onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding, en gezondheid, en aan de verbetering van de stelsels voor sociale bescherming;
een klimaat te stimuleren dat gunstiger is voor economische groei en een betere productiesector, kennisoverdracht te stimuleren en contacten en samenwerking tussen actoren uit het biregionale bedrijfsleven;
de ontwikkeling van de particuliere sector te stimuleren, met bijvoorbeeld een kmo-vriendelijk ondernemingsklimaat via onder meer eigendomsrechten, de administratieve lasten te verminderen, de toegang tot krediet te verbeteren en associaties van kleine en middelgrote ondernemingen te verbeteren;
inspanningen te ondersteunen voor voedselzekerheid en de strijd tegen ondervoeding;
de regionale integratie te ondersteunen; in Midden-Amerika de ontwikkeling van regio's te stimuleren via van de associatieovereenkomst EU-Midden-Amerika afgeleide grotere voordelen;
het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te stimuleren, ook van water, en de klimaatverandering te bestrijden (aanpassing en vermindering van de gevolgen);
inspanningen voor de verbetering van het behoorlijk bestuur te ondersteunen en hulp te bieden bij de consolidatie van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat;
beleidshervormingen te ondersteunen, met name op het vlak van justitie en veiligheid, en bijhorende acties te ondersteunen om de ontwikkeling van landen en regio's te verbeteren.
Indien hulp wordt verleend door middel van begrotingssteun, zal de Commissie de inspanningen van de partnerlanden ondersteunen om het parlementair toezicht, de auditcapaciteit en de transparantie te vergroten. De kredieten voor deze post zijn onderworpen aan evaluaties die onder meer betrekking hebben op bepaalde initiële activiteiten en de resultaatketen (prestatie, resultaat, impact). De bevindingen ervan zullen worden gebruikt voor de opstelling van verdere maatregelen die met behulp van deze kredieten worden gefinancierd. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 771719915 310000000 666614525 265089650 644723104,— 37381846,95 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van ontwikkelingsacties in ontwikkelingslanden in Azië, vooral de landen waar de armste mensen wonen, voor het verbeteren van de humane en sociale ontwikkeling alsook voor het oplossen van macro-economische en sectorale problemen. Er wordt voorrang verleend aan de ontwikkeling en het bestuur van economie en maatschappij, de verbetering van de mensenrechtensituatie, democratisering, onderwijs, beroepsopleiding, een leven lang leren, academische en culturele uitwisselingen, wetenschappelijke en technologische uitwisselingen, het milieu, regionale samenwerking, acties voor rampenpreventie en voor wederopbouw, alsmede de bevordering van duurzame energie en informatie- en telecommunicatie-technologie. Tevens wordt onder deze post de steun geboekt voor de ontwikkeling van de civiele samenleving, met name de steun voor activiteiten van niet-gouvernementele organisaties die de rechten van kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen, etnische minderheden en gehandicapten, bevorderen en beschermen. De opname van deze kredieten wordt afhankelijk gesteld van de naleving van de beginselen die de grondslag vormen voor de acties van de Unie. De hieronder beschreven gebieden moeten de nodige aandacht krijgen en de gezamenlijk overeengekomen strategieën, partnerschappen, samenwerkings- en handelsovereenkomsten moeten erin te vinden zijn. De prioriteiten worden bepaald in overeenstemming met de Europese consensus inzake ontwikkeling en de agenda voor verandering en de daaruit voortvloeiende conclusies van de Raad. Dit krediet dient ter dekking van acties inzake inclusieve en duurzame groei voor menselijke ontwikkeling. Sectoren die kunnen worden aangepakt, zijn onder meer:
sociale bescherming en werkgelegenheid, en universele toegang tot gezondheid en onderwijs;
bedrijfsklimaat, regionale integratie en wereldmarkten;
duurzame landbouw, voeding en energie;
klimaatverandering en milieu;
bevorderen van sociale cohesie, in het bijzonder sociale insluiting, een billijke inkomstenverdeling, fatsoenlijk werk en gelijke kansen, gendergelijkheid;
oprichten van inclusieve partnerschappen rond handel, investering, hulp, migratie, burgerlijke stand, onderzoek, innovatie en technologie;
ondersteunen van een actief en georganiseerd maatschappelijk middenveld voor ontwikkeling en bevorderen van publiek-private partnerschappen;
ondersteunen van beperking van en aanpassing aan klimaatverandering, de bevordering van duurzame consumptie en productie evenals investeringen in schone technologieën, duurzame energie, vervoer, duurzame landbouw en visserij, de bescherming en versterking van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, met inbegrip van water, sanitaire voorzieningen en bossen, en fatsoenlijke banen in de groene economie, inclusief voor jongeren en vrouwen;
aanmoedigen van meer regionale integratie en samenwerking op een resultaatgerichte manier, via ondersteuning aan verschillende processen van regionale integratie en dialoog;
bijdragen aan het voorkomen van en reageren op gezondheidsrisico's, met inbegrip van die risico's die voortvloeien uit het contact tussen dieren, mensen en hun verschillende omgevingen;
ondersteunen van rampenparaatheid en herstel na rampen op lange termijn, inclusief op het gebied van voedsel- en voedingszekerheid en hulp aan ontwortelde bevolkingsgroepen;
versterken van de capaciteit om eenieder toegang te verschaffen tot sociale basisvoorzieningen, in het bijzonder in de gezondheids- en onderwijssector.
Dit krediet dient voor acties met betrekking tot:
democratie, mensenrechten, inclusief de rechten van kinderen en vrouwen, en de rechtsstaat;
gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes;
beheer van de publieke sector;
fiscaal beleid en administratie;
corruptie en transparantie;
maatschappelijk middenveld en lokale overheden;
bouwen en versterken van legitieme, doeltreffende en verantwoordelijke overheidsinstellingen en -instanties, door het bevorderen van institutionele hervormingen (inclusief op het vlak van goed bestuur en corruptiebestrijding, beheer van overheidsfinanciën, belastingheffing en hervorming van openbaar bestuur) en wetgevende, administratieve en regelgevende hervormingen in overeenstemming met internationale normen, in het bijzonder in zwakke staten en landen in conflict- en postconflictsituaties;
in de context van de verwevenheid van veiligheid en ontwikkeling, bestrijden van corruptie en georganiseerde misdaad, drugsproductie, drugsgebruik en drugshandel en van andere vormen van illegale handel, en het ondersteunen van efficiënt grensbeheer en grensoverschrijdende samenwerking.
Ontwikkelingssamenwerking in het kader van dit hoofdstuk heeft tot doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelen voor ontwikkeling, alsook tot de bevordering van democratie, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat, ondersteuning van duurzame ontwikkeling en economische integratie, en het bevorderen van conflictpreventie, conflictoplossing en verzoening. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 128810250 56000000 128698347 49066277 140430000,— 619976,98 Dit krediet dient om bij te dragen tot de uitbanning van armoede en de totstandbrenging van omstandigheden voor duurzame en inclusieve economische en sociale ontwikkeling, sociale cohesie, democratisering en een verbetering van het leven van de mensen. In de bilaterale programma's gaat de aandacht uit naar: geïntegreerde plattelandsontwikkeling, bevordering van duurzame groei, mogelijkheden voor inkomensgenerering in plattelandsgebieden op het lokale niveau en bevordering van voedselzekerheid; hervormingen op het vlak van de rechtsstaat, bevordering van democratisering en mensenrechten, transparantie en corruptiebestrijdingsmaatregelen en ondersteuning van het beheer van de overheidsfinanciën; de oprichting van een doeltreffend onderwijsstelsel dat is gericht op hoogwaardig secundair en beroepsonderwijs dat is afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt; en ondersteuning van de gezondheidszorg door een verbeterde en billijke toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg. Regionale programma's hebben tot doel een brede dialoog en samenwerking tussen de Centraal-Aziatische landen tot stand te brengen, waarbij gezorgd wordt voor een klimaat dat bevorderlijk is voor een niet-confronterende benadering binnen de regio, in het bijzonder in gebieden waar de algemene politieke en sociale stabiliteit in het gedrang kunnen komen. De programma's worden uitgevoerd met permanente focus op de meest behoeftigen. Horizontale vraagstukken, zoals milieu- en klimaatverandering, rampenrisicobeperking, lokaal bestuur, corruptiebestrijding, mensenrechten en gender, zullen worden geïntegreerd in alle programma's van de Unie. Als er sprake is van zinnige hervormingsinspanningen van de overheid en van reële democratiseringsprocessen, is verlening van steun hiervoor een prioriteit. Op dezelfde manier hangen de toewijzingen voor programma’s op het gebied van grensbeheer en drugsbestrijding af van het vooruitzicht van het behalen van significante resultaten. De samenwerking met maatschappelijke organisaties vormt een belangrijk onderdeel van de samenwerking. Steeds meer wordt geopteerd voor samenwerking met agentschappen van de lidstaten om deze programma's uit te voeren, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kennisoverdracht van de Unie in alle sectoren. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 66497174 25000000 66504914 26581395 50011154,— 379113,05 Er moet voorrang worden verleend aan acties met een effect op de structuur van de economie, de ontwikkeling van de instellingen, de verbetering van de mensenrechtensituatie, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van pers en media, de vrijheid van godsdienst en geloof, met inbegrip van het recht een geloof af te vallen, de bevordering en bescherming van digitale vrijheden, de versterking van het maatschappelijk middenveld, waaronder maatregelen met betrekking tot democratisering, toegang voor alle jongens, meisjes, vrouwen en kinderen met een handicap. Voorts moet de aandacht uitgaan naar versterking van gezondheidsstelsels, met name met het oog op de uitbanning van polio na de recente uitbraken van die ziekte in Syrië, Irak en Israël, naar het milieu, handicap tot basis- en secundair onderwijs, het milieu en het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van tropische bossen, regionale samenwerking, rampenpreventie en risicobeperking, met inbegrip van gevaren die verband houden met de klimaatverandering, en acties voor wederopbouw, alsmede de bevordering van duurzame energie, de strijd tegen de klimaatverandering en de bevordering van digitale vrijheden met betrekking tot internet en het gebruik van informatie- en communicatietechnologie. Tevens dient dit krediet ter bevordering van maatregelen die bijdragen aan conflictpreventie, conflictoplossing en verzoening. Tevens wordt onder deze post de steun geboekt voor de ontwikkeling van de civiele samenleving, met name de steun voor activiteiten van niet-gouvernementele organisaties die de rechten van kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen, LGBTI, etnische en religieuze minderheden, atheïsten en gehandicapten, bevorderen en beschermen. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. De bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen uit Unietrustfondsen. Dit krediet dient onder meer voor acties met betrekking tot:
democratie, mensenrechten en de rechtsstaat;
gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes;
beheer van de publieke sector;
fiscaal beleid en administratie;
corruptie en transparantie;
maatschappelijk middenveld en lokale overheden;
verwevenheid van veiligheid en ontwikkeling;
ondersteuning van microfinancieringsprogramma's;
capaciteitsopbouw om landbouwproducenten in ontwikkelingslanden te helpen om te voldoen aan de hygiëne- en fytosanitaire normen van de Unie, wat noodzakelijk is opdat zij toegang krijgen tot de uniale markt;
steun voor vluchtelingen en ontheemden;
bevordering van sociale ontwikkeling, sociale samenhang en eerlijke inkomensverdeling.
Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 238677685 90000000 199417199 83419366 199417199,— 5669447,59 Dit krediet dient ter dekking van de kosten van acties van de Unie in het kader van het wederopbouwproces in Afghanistan. Het wordt aangevuld met uitgaven van andere hoofdstukken en artikelen, waarop verschillende procedures van toepassing zijn. De Commissie houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden die verbonden zijn aan de bijdrage van de Unie aan dit proces, met name de volledige uitvoering van het post-Bonn-proces. Zij houdt het Europees Parlement en de Raad op de hoogte van haar bevindingen en conclusies. Dit krediet dient ter ondersteuning van sociale basisvoorzieningen en de economische ontwikkeling in Afghanistan. Het dient tevens ter ondersteuning van de Afghaanse nationale strategie voor de drugscontrole, inclusief het stopzetten van de opiumproductie in Afghanistan, alsook van de verstoring en vernietiging van de opiumnetwerken en illegale exportroutes naar Europese landen. Een belangrijk deel van dit krediet moet exclusief worden gebruikt voor het starten van een vijfjarenplan voor het afbouwen van de opiumteelt, door deze te vervangen door alternatieve producten en met als doel het bereiken van controleerbare resultaten, overeenkomstig de wensen van het Europees Parlement in zijn resolutie van 16 december 2010 over een nieuwe strategie voor Afghanistan (PB C 169 E van 15.6.2012, blz. 108). Dit krediet is ook bestemd voor de bijdrage van de Unie aan het proces dat, overeenkomstig de verbintenissen die de Europese Gemeenschap op de conferentie van Tokio in januari 2002 is aangegaan, de terugkeer van Afghaanse vluchtelingen en ontheemden naar hun land en streek van herkomst mogelijk maakt. De Unie moet haar financiële steun voor Afghanistan verhogen op de volgende terreinen: Dit krediet dient tevens ter dekking van activiteiten van vrouwenorganisaties die reeds lange tijd opkomen voor de rechten van Afghaanse vrouwen. De Unie moet de financiële steun aan Afghanistan op bijvoorbeeld het gebied van gezondheidszorg (bouw en renovatie van ziekenhuizen, het voorkomen van kindersterfte, verbetering van gezondheidsstelsels en uitbanning van polio in een van de laatste landen waar deze ziekte endemisch is) en kleine en middelgrote infrastructuurprojecten (herstel van het wegennet, dammen enz.) verhogen en zich voorts inzetten voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van maatregelen op het gebied van arbeidszekerheid en voedselzekerheid. Een deel van dit krediet zal worden gebruikt voor de bescherming van de mensenrechten, inclusief de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Een deel van dit krediet dient voor het mainstreamen van rampenrisicovermindering op basis van verantwoordelijkheid en van nationale strategieën van vaak door rampen getroffen landen. Een deel van het krediet is bestemd voor de verbetering van de situatie van vrouwen, met prioriteit voor acties op het gebied van volksgezondheid en onderwijs, en ter ondersteuning van hun actieve betrokkenheid bij alle besluitvormingsgebieden en -niveaus, met passende inachtneming van het Financieel Reglement. Ook bij alle andere acties en projecten waaraan met deze kredieten steun wordt gegeven, zal bijzondere aandacht worden besteed aan de situatie van vrouwen en meisjes. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun overheids- en semi-overheidsorganen, of van internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig het desbetreffende basisbesluit, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 59770001 16446000 60000000 12678745 27795000,— 5141312,21 Dit krediet dient ter dekking van de bijstand aan de regering van Zuid-Afrika bij het terugdringen van de werkloosheid van ongeveer 25 % (2013) tot 14 % (2020) en bij de hervorming van het onderwijs-, opleidings- en innovatiesysteem, zodat het kan bijdragen tot verbetering van de economische prestaties van dat land (60 % van de leerlingen verlaat de school vóór het eindexamen, en maar 12 % van de leerlingen behaalt een diploma dat toegang verleent tot de universiteit) en dient om Zuid-Afrika te helpen bij het vervullen van zijn rol inzake ontwikkeling en transformatie, met inbegrip van betere dienstverlening. Het scheppen van werkgelegenheid is een van de drie prioritaire gebieden in het recent uitgewerkte nationaal ontwikkelingsplan 2030 voor Zuid-Afrika (de twee andere waren onderwijs, opleiding en innovatie, en opbouw van een capabele staat) aangezien werkgelegenheid centraal staat in het drieledige probleem voor Zuid-Afrika van werkloosheid, armoede en ongelijkheid. De steun zal bijdragen aan een betere beleidsvorming en tenuitvoerlegging inzake meer werkgelegenheid, ook op het vlak van groene banen en groene technologie voor koolstofarme ontwikkeling; aan het verlagen van de kosten van zakendoen, in het bijzonder voor micro- en kleine en middelgrote ondernemingen; en aan het verbeteren van acties voor de ontwikkeling van vaardigheden en arbeidsbemiddeling. De steun zal naar verwachting bijdragen tot verbetering van het onderwijs en de leerprestaties in het voorschoolse onderwijs en op de basisschool, tot betere toegang tot en hogere kwaliteit van technisch en beroepsonderwijs en -opleiding en van plaatselijke en regionale educatieve centra, tot een grotere capaciteit van de instellingen voor hoger onderwijs, en tot betere resultaten van afgestudeerden, postdoctoralen en onderzoek, tot versterking van de capaciteit van de lerarenopleidingen van instellingen voor hoger onderwijs, en tot verbetering van de werking van een coherent en gecoördineerd nationaal systeem van innovatie. De steun zal naar verwachting eveneens bijdragen tot de versterking van de controlesystemen, tot betere betrekkingen tussen het nationale, provinciale en lokale bestuur, tot verbetering van de autoriteit, de ervaring, de vaardigheid en de ondersteuning die het personeel van openbare diensten nodig heeft om goed te kunnen werken, en tot het stimuleren van de actieve betrokkenheid van burgers bij de beleidsvorming en -uitvoering en bij de controle en de evaluatie. De algemene doelstelling van het programma is bij te dragen tot de uitvoering van het recent tot stand gebrachte nationale ontwikkelingsplan 2030 van Zuid-Afrika en de bijbehorende resultaatgebaseerde aanpak, waarmee wordt gestreefd naar verbetering van de levensomstandigheden van de Zuid-Afrikanen en halvering van de armoede en de werkloosheid. Het programma wil bijdragen tot de overkoepelende doelstelling inzake fatsoenlijk werk door economische groei, verbetering van de kwaliteit van onderwijs en opleiding en de totstandbrenging van een doeltreffende en ontwikkelingsgeoriënteerde openbare dienst en een actief, eerlijk en inclusief burgerschap. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Het programma moet in de eerste plaats ten goede komen aan de armste, minst ontwikkelde en minst begunstigde delen van de bevolking in landen die onder Verordening (EU) nr. 233/2014 vallen. Dit krediet dient ter dekking van armoedebestrijding en de bevordering van duurzame ontwikkeling als onderdeel van het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen. Het programma heeft ten doel de inclusieve duurzame ontwikkeling te ondersteunen door de belangrijkste mondiale collectieve goederen en uitdagingen op een flexibele en horizontale manier aan te pakken. De belangrijkste gebieden omvatten milieu en klimaatverandering, duurzame energie, menselijke ontwikkeling (met inbegrip van gezondheid, onderwijs, gender, gelijkheid, identiteit, werkgelegenheid, vaardigheden, sociale bescherming, sociale integratie en aspecten met betrekking tot economische ontwikkeling zoals groei, werkgelegenheid, handel en betrokkenheid van de privésector), voedsel- en nutritionele zekerheid, duurzame landbouw en migratie en asiel. Dit thematische programma maakt het tevens mogelijk snel te reageren op onvoorziene gebeurtenissen en wereldwijde crises die de armste bevolkingsgroepen treffen. Door synergieën tussen de diverse sectoren te creëren vermindert het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen de versnippering van de ontwikkelingssamenwerking van de Unie en vergroot het de coherentie en complementariteit met andere Unieprogramma's en -instrumenten. Ten minste 50 % van de middelen moet — voorafgaand aan de toepassing van de indicatoren op basis van de OESO-methodiek (de Rio-indicatoren) — dienen voor klimaatmaatregelen en milieudoelstellingen. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 178927294 95000000 174564526 70500000 176641720,— 29052484,60 Dit krediet dient voor de financiële ondersteuning van acties in het kader van het onderdeel milieu en klimaatverandering van het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen. Het zal met name worden gebruikt voor de financiering van initiatieven op de volgende gebieden: aanpassing aan en vermindering van de klimaatverandering en overgang naar klimaatbestendige koolstofarme samenlevingen; bescherming, verbetering en duurzaam beheer van natuurlijke rijkdom (bv. biodiversiteit, ecosysteemdiensten, bossen, land, water); transformatie naar een inclusieve, groene economie; integratie van milieu, klimaatverandering en rampenrisicobeperking in de Unieprogramma's voor ontwikkelingshulp; internationaal beheer van milieu en klimaat. Er moet aandacht worden besteed aan hieraan gerelateerde kwesties in verband met behoorlijk bestuur en er moet steun worden verleend voor het nastreven van de desbetreffende mondiale doelen, bijvoorbeeld de duurzaamheidsdoelstellingen die worden bepaald in een ontwikkelingskader voor de periode na 2015. Dit krediet zal ook worden gebruikt ter aanmoediging van publiek-private partnerschappen om de klimaatverandering te bestrijden en groene-energieprojecten in de infrastructuur-, telecommunicatie- en andere sectoren te ondersteunen. Eventuele inkomsten afkomstig van financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun publieke en parastatale organen, of internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig de desbetreffende basishandeling, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze in artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 78523242 63100000 77584234 72000000 67875236,— 4169082,— Dit krediet dient ter dekking van de financiële ondersteuning van acties in het kader van het onderdeel duurzame energie van het thematisch programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen. Het zal worden gebruikt ter bevordering van de toegang tot betrouwbare, veilige, betaalbare, klimaatvriendelijke en duurzame energiediensten als essentiële motor voor uitbanning van armoede en voor inclusieve groei en ontwikkeling, met bijzondere nadruk op het gebruik van lokale en regionale energie uit hernieuwbare bronnen en het garanderen van toegang voor armen en in afgelegen gebieden. Voorts zal steun worden verleend aan investeringen en publiek-private partnerschappen om de energie-efficiëntie te verbeteren bij het opwekken, het overbrengen, de distributie en het intelligente gebruik van energie, onder meer door de uitvoering van innovatieve projecten te ondersteunen in arme stedelijke en semistedelijke omgevingen. Daarnaast wordt ook gedacht aan acties voor de opbouw van strategische allianties om doelstellingen op het gebied van duurzame energie te verwezenlijken door het bevorderen van de dialoog en de coördinatie met cruciale partners. Eventuele inkomsten afkomstig van financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun publieke en parastatale organen, of internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig de desbetreffende basishandeling, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze in artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. De bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen uit Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 153741313 138000000 163633821 120346000 153240700,— 106593675,80 Dit krediet dient voor de financiële ondersteuning van acties in ontwikkelingslanden in het kader van het onderdeel menselijke ontwikkeling, dat betrekking heeft op gezondheid, onderwijs, genderkwesties en andere aspecten van menselijke ontwikkeling, van het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen. Het moet vooral ten goede komen aan de armste lagen van de bevolking in de landen waarvoor het is bestemd. De gezondheidscomponent dient voor de ondersteuning van universele toegang tot essentiële gezondheidszorg van goede kwaliteit. Prioritaire gebieden zijn onder andere de gezondheid van moeders en kinderen, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, toegang tot gezinsplanning, uitbanning van polio, bescherming tegen en behandeling van hiv/aids, tuberculose, malaria en andere armoedegerelateerde en verwaarloosde ziekten, en toegang tot psychologische hulp voor slachtoffers van geweld. Er wordt steun verleend voor gelijke toegang tot onderwijs en een goede onderwijskwaliteit, inclusief voor migranten, vrouwen en meisjes, vooral in de landen die het verst verwijderd zijn van de mondiale streefdoelen. Wat gendergelijkheid betreft, worden programma’s ondersteund ter versterking van de economische en sociale positie van vrouwen en meisjes. Aanpak van seksueel en gendergerelateerd geweld en hulp aan slachtoffers zijn eveneens prioriteiten. Ondersteuning van het uitbannen van geslachtsselectie is ook een van de doelstellingen. Het krediet kan ook worden gebruikt voor activiteiten op het gebied van hulp aan kinderen en jongeren; met name activiteiten die gericht zijn op de volledige uitoefening van rechten en versterking van de positie van jongeren in het algemeen, en van meisjes in het bijzonder, activiteiten op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, non-discriminatie, de bestrijding van discriminatie; werkgelegenheid, vaardigheden, sociale bescherming en sociale insluiting; groei, werkgelegenheid, betrokkenheid van de privésector en cultuur. Eventuele inkomsten afkomstig van financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun publieke en parastatale organen, of internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig de desbetreffende basishandeling, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze in artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Indien hulp wordt verleend door middel van begrotingssteun, zal de Commissie de inspanningen van de partnerlanden ondersteunen om het parlementair toezicht, de auditcapaciteit en de transparantie te vergroten. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 192181168 110000000 189495232 88783000 171520079,22 33374286,70 Dit krediet dient voor de financiële ondersteuning van acties in het kader van het onderdeel voedselzekerheid en duurzame landbouw van het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen. Op het vlak van voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw is de algemene doelstellingen om de voedselzekerheid voor de armsten en meest kwetsbaren te verbeteren en zo armoede en honger te helpen uitbannen voor de huidige en toekomstige generaties, en om ondervoeding te bestrijden en zo de kindersterfte terug te dringen. Deze doelstelling stemt overeen met het Uniebeleid en wordt toegespitst op een beter inkomen voor kleine boeren, op meer weerbaarheid voor kwetsbare gemeenschappen en op hulp aan partnerlanden om tussen nu en 2025 het aantal kinderen met een ontwikkelingsachterstand met 7 miljoen te verminderen. Voedselzekerheid is een wereldwijd probleem en dus wordt het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen toegespitst op activiteiten en manieren om collectieve goederen en uitdagingen aan te pakken die een sterke hefboom zijn voor de landbouw, de veeteelt en de visserij, de toestand van huishoudens inzake voedsel- en voedingszekerheid, de plattelandseconomie en voedselsystemen, en de weerbaarheid van de meest kwetsbare huishoudens tegen schokken en spanningen. Hiermee wordt de steun die via de geografische programma's wordt geboden, aangevuld en krijgt hij meer waarde. Het thema bevat de volgende drie onderdelen:
Onderdeel 1: Kennis verwerven en uitwisselen en innovatie stimuleren waarmee met name op internationaal en continentaal niveau nieuwe kennis over problemen inzake voedsel- en voedingszekerheid kan worden verworven en toegepast. Voor dit onderdeel wordt samengewerkt met bestaande wereldwijde en regionale initiatieven, maar wordt ook uitgekeken naar nieuwe partnerschappen die nodig zijn om te waarborgen dat kennis die is vergaard via onderzoek, door de begunstigden wordt gebruikt om hun inkomen en levensonderhoud te verbeteren.
Onderdeel 2: Versterken en stimuleren van bestuur en capaciteit op wereldwijd, continentaal, regionaal en nationaal niveau, voor alle belanghebbenden. Met dit onderdeel worden internationale initiatieven ondersteund om voedsel- en voedingszekerheid aan te pakken, met inbegrip van land en duurzame visserij, en de efficiëntie te verbeteren van de dialoog over voedsel- en voedingszekerheid. Het zal ook gecoördineerde internationale inspanningen stimuleren om te komen tot betrouwbare, toegankelijke en tijdige informatie en analytische capaciteit om op feiten gebaseerde beleidsvorming te stimuleren en om regionale en nationale instellingen voor informatiesystemen voor voedselzekerheid te versterken en/of op te richten. Dit onderdeel kan ook steun verlenen aan initiatieven voor capaciteitsontwikkeling van belanghebbenden zoals organisaties uit het maatschappelijk middenveld, boerenorganisaties en andere interprofessionele groepen in de waardeketen.
Onderdeel 3: Steun verlenen aan armen en mensen die in voedingsonzekerheid leven om hen te helpen te reageren op crises en hun weerbaarheid te vergroten. Met dit onderdeel wordt steun verleend aan landen zonder bilaterale programma's in het kader van geografische programmering, aan landen die de gevolgen dragen van een ernstige onvoorziene crisis of schok, met inbegrip van natuurrampen en door menselijk toedoen veroorzaakte rampen, epidemieën en grote voedsel- en voedingscrises in kwetsbare en voedselcrisisgevoelige landen. Daarnaast wordt ook steun verleend aan innoverende methoden voor betere preventie en voor meer weerstand. Waar nodig worden de interventies zo ontworpen dat zij gunstig zijn voor de synergie en de complementariteit tussen humanitaire interventies en ontwikkelingsinterventies. Een gezamenlijke analyse van de toestand voor humanitaire en ontwikkelingshulpverleners wordt aangemoedigd.
Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 404973912 115722000 57257470 22560000 41697418,22 8212036,60 Dit krediet dient ter dekking van de uitvoering van initiatieven binnen het thema migratie en asiel van het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen, met als doel een sterker beheer en een groot mogelijke impact op ontwikkeling van migratie en mobiliteit. Het programma voor mondiale collectieve goederen en uitdagingen op het gebied van migratie en asiel strekt er met name toe het beheer van migratie in en door de ontwikkelingslanden te verbeteren, door bijzondere aandacht te besteden aan het vergroten van de positieve effecten en het verkleinen van de negatieve effecten van migratie en mobiliteit op de ontwikkeling van lage- en midden-inkomenslanden van herkomst en bestemming. De bescherming van de mensenrechten van migranten en de steun voor verbintenissen van de Unie om te zorgen voor samenhang in het ontwikkelingsbeleid op het vlak van migratie, wordt nagestreefd als horizontale doelstelling. Het programma is gericht op initiatieven op mondiaal en multiregionaal niveau (bv. ter ondersteuning van samenwerking langs zuid-zuid- of zuid-noord-migratieroutes.). Ook kan een beperkt aantal nationale projecten ter ondersteuning van nieuwe samenwerkingsactiviteiten met landen die prioritair zijn voor het externe migratiebeleid van de Unie, worden opgestart. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Dit krediet dient ter dekking van de ontwikkelingsinitiatieven in ontwikkelingslanden die worden uitgevoerd door of voor maatschappelijke organisaties en lokale overheden uit de Unie en uit partnerlanden, om de capaciteit van deze organisaties en overheden in het kader van het beleidsvormingsproces te versterken en om te zorgen voor de aflegging van verantwoording en voor transparantie. Bijzondere aandacht zal gaan naar de ondersteuning van maatschappelijke organisaties en lokale overheden, alsmede naar de bevordering van dialoog, een omgeving die bevorderlijk is voor burgerparticipatie, met inachtneming van het genderperspectief en de empowerment van vrouwen, verzoening en institutionele opbouw, inclusief op lokaal en regionaal niveau. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 191932988 130000000 180875198 86753855 181596242,56 21580769,44 Dit krediet dient ter ondersteuning van initiatieven om maatschappelijke organisaties te versterken in partnerlanden en in de Unie en de begunstigde landen die in aanmerking komen krachtens Verordening (EU) nr. 231/2014, als wordt verwezen naar activiteiten op het gebied van onderwijs inzake ontwikkeling en bewustwording. Deze te financieren activiteiten worden voornamelijk uitgevoerd door maatschappelijke organisaties. Deze initiatieven kunnen, in voorkomend geval, met het oog op efficiëntie, worden uitgevoerd door andere actoren ten behoeve van de organisaties van het maatschappelijk middenveld, om bij te dragen aan:
een op integratie en emancipatie gebaseerde samenleving, ook vanuit een gendergelijkheidsperspectief, in partnerlanden via sterkere maatschappelijke organisaties;
een vergroting van de capaciteit van netwerken in Europa en het Zuiden, platforms en allianties van maatschappelijke organisaties, zodat een belangrijke en voortdurende beleidsdialoog op het gebied van ontwikkeling is gegarandeerd en democratisch bestuur en vrouwenemancipatie worden gestimuleerd;
een grotere mate van bewustwording bij Unieburgers van de ontwikkelingsproblematiek en het mobiliseren van actieve overheidssteun in de Unie, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling in de partnerlanden.
Mogelijke activiteiten die door dit programma worden ondersteund:
interventies in de partnerlanden die kwetsbare en gemarginaliseerde groepen ondersteunen door via maatschappelijke organisaties basisdiensten aan te bieden;
capaciteitsontwikkeling van de beoogde actoren, in aanvulling op de steun die in het kader van het nationaal programma wordt toegekend, maatregelen gericht op:
het creëren van een gunstig klimaat voor de participatie van burgers en voor acties van maatschappelijke organisaties en van de capaciteit van die organisaties om effectief deel te nemen aan de formulering van beleid en het toezicht op het uitvoeringsproces van het beleid,
faciliteren van een verbeterde dialoog en van een betere interactie tussen maatschappelijke organisaties, plaatselijke overheden, de staat en andere ontwikkelingsactoren in de context van ontwikkeling;
coördinatie, capaciteitsontwikkeling en institutionele versterking van de netwerken van maatschappelijke organisaties, binnen hun organisaties en tussen de verschillende categorieën belanghebbenden die deelnemen aan het Europese openbare debat over ontwikkeling, evenals coördinatie, capaciteitsontwikkeling en institutionele versterking van netwerken in het Zuiden van maatschappelijke organisaties en overkoepelende organisaties;
bewuster maken van het publiek van de ontwikkelingsproblematiek, mensen in staat stellen om actieve en verantwoordelijke burgers te worden en bevorderen van het formele en informele onderwijs in verband met ontwikkeling in de Unie, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaten, teneinde het ontwikkelingsbeleid te verankeren in Europese samenlevingen, meer overheidssteun beschikbaar te stellen voor armoedebestrijding en voor billijkere betrekkingen tussen de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden, het bewustzijn betreffende de problemen en moeilijkheden van de ontwikkelingslanden en hun bevolking in de Unie te vergroten en het recht op een proces van ontwikkeling waarin de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig kunnen worden uitgeoefend en de sociale dimensie van de mondialisering te bevorderen.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 63310996 25000000 60291733 18116751 45035802,— 7988029,60 Dit krediet dient ter dekking van ondersteuning van initiatieven om plaatselijke overheden te versterken in partnerlanden en in de Unie en de begunstigde landen die in aanmerking komen krachtens Verordening (EU) nr. 231/2014, als wordt verwezen naar activiteiten op het gebied van onderwijs inzake ontwikkeling en bewustwording. Deze te financieren activiteiten worden voornamelijk uitgevoerd door plaatselijke overheden of hun organisaties. Deze initiatieven kunnen, in voorkomend geval, met het oog op efficiëntie, worden uitgevoerd door andere actoren ten behoeve van de plaatselijke overheden, om bij te dragen aan:
een op integratie en medebeslissing gebaseerde samenleving in partnerlanden via sterkere plaatselijke overheden;
een vergroting van de capaciteit van Europese en zuidelijke netwerken, platforms en allianties van lokale overheden, regionale en wereldwijde verenigingen, platformen en allianties, zodat een belangrijke en voortdurende beleidsdialoog op het gebied van ontwikkeling gegarandeerd is en democratisch bestuur gestimuleerd wordt;
een grotere mate van vertrouwdheid van Unieburgers met de ontwikkelingsproblematiek en het mobiliseren van actieve overheidssteun in de Unie, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaten voor strategieën die gericht zijn op armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling in de partnerlanden.
Mogelijke activiteiten die door dit programma worden ondersteund:
interventies in de partnerlanden die kwetsbare en gemarginaliseerde groepen ondersteunen door via plaatselijke overheden basisdiensten aan te bieden;
capaciteitsontwikkeling van de beoogde actoren, in aanvulling op de steun die in het kader van het nationaal programma wordt toegekend, maatregelen gericht op:
het creëren van een gunstig klimaat voor de participatie en acties en voor de capaciteit van plaatselijke overheden om effectief deel te nemen aan de formulering van beleid en het toezicht op het uitvoeringsproces van het beleid,
faciliteren van een verbeterde dialoog en van een betere interactie tussen plaatselijke overheden, maatschappelijke organisaties, de staat en andere ontwikkelingsactoren in de context van ontwikkeling,
versterken van de capaciteit van plaatselijke overheden om effectief deel te nemen aan het ontwikkelingsproces, met erkenning van hun bijzondere rol en kenmerken;
coördinatie, capaciteitsontwikkeling en institutionele versterking van de netwerken van plaatselijke overheden, binnen hun organisaties en tussen de verschillende categorieën belanghebbenden die deelnemen aan het Europese openbare debat over ontwikkeling, evenals coördinatie, capaciteitsontwikkeling en institutionele versterking van zuidelijke netwerken van plaatselijke overheden en overkoepelende organisaties;
bewuster maken van het publiek van de ontwikkelingsproblematiek, mensen in staat stellen om actieve en verantwoordelijke burgers te worden en bevorderen van het formele en informele onderwijs in verband met ontwikkeling in de Unie, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaten, teneinde het ontwikkelingsbeleid te verankeren in Europese samenlevingen, meer overheidssteun beschikbaar te stellen voor armoedebestrijding en voor billijkere betrekkingen tussen de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden, het bewustzijn betreffende de problemen en moeilijkheden van de ontwikkelingslanden en hun bevolking in de Unie te vergroten en het recht op een proces van ontwikkeling waarin de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig kunnen worden uitgeoefend en de sociale dimensie van de mondialisering te bevorderen.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 109203732 124670461 93468616 53691844 101404040,— 19549037,25 Dit krediet dient ter dekking van ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke strategie Afrika-EU. Het pan-Afrikaanse programma zal met name worden gebruikt om specifieke steun te bieden aan ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten van regio-overschrijdende, continentale en transcontinentale aard alsook relevante mondiale initiatieven in het kader van de gemeenschappelijke strategie. Het pan-Afrikaanse programma verloopt in nauwe samenwerking met andere instrumenten, met name het Europees nabuurschapsinstrument ingesteld bij Verordening (EU) nr. 232/2014, het Europees Ontwikkelingsfonds en de thematische programma's binnen het instrument voor ontwikkelingssamenwerking ingesteld bij Verordening (EU) nr. 233/2014. Het zal worden toegespitst op specifieke initiatieven die zijn overeengekomen in het kader van de gemeenschappelijke strategie Afrika-EU, biedt de nodige samenhang en synergie en voorkomt dubbel werk en overlappingen. Het zal worden gebruikt in de volgende prioritaire ontwikkelingsgebieden:
ontwikkeling van vrede, veiligheid, democratisch bestuur en mensenrechten, met ondersteuning voor de Afrikaanse bestuursarchitectuur via samenwerking met de commissie van de Afrikaanse Unie en andere verwante instellingen als het pan-Afrikaanse parlement, het Afrikaanse hof voor de rechten van de mens en volkeren, maatschappelijke organisaties;
ondersteuning voor regionale integratie op continentaal niveau, met inbegrip van de harmonisering van beleid, normen en regelgeving, en capaciteitsopbouw ter stimulering van regionale integratie, handel en investeringen;
migratie, mobiliteit en werkgelegenheid, streven naar verbetering op het vlak van overmakingen, mobiliteit en arbeidsmigratie, internationale bescherming en bestrijding van mensenhandel, illegale migratie;
goed beheer van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van gebieden als milieu en klimaatverandering, grondstoffen en landbouw) en op ontwikkeling gericht gebruik van de welvaart die zij kunnen brengen;
ontwikkeling van een op kennis en vaardigheden gebaseerde samenleving, om het concurrentievermogen te ontwikkelen en de groei te stimuleren, via steun voor hoger onderwijs en onderzoek op continentaal niveau, door steun te verlenen aan vlaggenschipinitiatieven van de AU op deze gebieden, en aan de verbetering en beschikbaarheid van accurate statistische gegevens.
Steun wordt ook gegeven om het partnerschap tussen Afrika en de EU te ontwikkelen, om wereldwijde problemen op wereldwijd niveau aan te pakken, en om het maatschappelijk middenveld te versterken voor specifieke acties op continentaal niveau. Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Het strategische partnerschap Afrika-EU — Een gezamenlijke Afrika-EU-strategie, vastgesteld op de top van Lissabon op 8-9 december 2007. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 108922928 93812842 105000000 61455647 96212671,37 43156741,— Dit krediet dient ter dekking van de technische en financiële bijstand die in het kader van dit extern instrument wordt verleend ter uitvoering van de internationale dimensie van het hoger onderwijs voor de uitvoering van het Erasmus+-programma. Bij de onder dit artikel opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van kandidaat-lidstaten en eventueel de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten opgevoerd voor het programma, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 44). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 372000 372000 338000 371630 331537,— 331537,— Dit krediet dient ter dekking van het forfaitair bedrag dat de Unie verschuldigd is voor administratieve en andere uitgaven die voortvloeien uit haar lidmaatschap van de FAO, en het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, na de ratificatie ervan. Besluit van de Raad van 25 november 1991 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) (PB C 326 van 16.12.1991, blz. 238). Besluit 2004/869/EG van de Raad van 24 februari 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw (PB L 378 van 23.12.2004, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 2500000 2500000 5375000 5749783 3095000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de betaling van de jaarlijkse bijdragen die de Unie verschuldigd is voor haar deelname op grond van haar exclusieve bevoegdheid op dit terrein. Momenteel wordt dit krediet benut ter dekking van:
jaarlijkse bijdrage voor lidmaatschap van de Internationale Koffieorganisatie;
jaarlijkse bijdrage voor lidmaatschap van de Internationale Cacao-organisatie;
jaarlijkse bijdrage voor lidmaatschap van het Internationaal Raadgevend Comité voor Katoen.
Voor andere tropische producten kunnen de komende jaren wellicht overeenkomsten worden gesloten indien dat politiek en juridisch opportuun is. Besluit 2002/970/EG van de Raad van 18 november 2002 betreffende de ondertekening en de sluiting van de Internationale Cacao-overeenkomst van 2001 namens de Europese Gemeenschap (PB L 342 van 17.12.2002, blz. 1). Besluit 2008/76/EG van de Raad van 21 januari 2008 betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Internationale Cacaoraad met betrekking tot de verlenging van de Internationale Cacao-overeenkomst van 2001(PB L 23 van 26.1.2008, blz. 27). Besluit 2008/579/EG van de Raad van 16 juni 2008 betreffende de ondertekening en de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 (PB L 186 van 15.7.2008, blz. 12). Besluit 2011/634/EU van de Raad van 17 mei 2011 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Internationale Cacao-overeenkomst 2010 (PB L 259 van 4.10.2011, blz. 7). Besluit 2012/189/EU van de Raad van 26 maart 2012 betreffende de sluiting van de Internationale Cacao-overeenkomst 2010 (PB L 102 van 12.4.2012, blz.1). Besluit van de Raad 13406/13 van 25 september 2013 om de Commissie te machtigen om te onderhandelen over de toetreding van de EU tot het Internationaal Raadgevend Comité voor Katoen (ICAC). Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name artikel 133. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 207. Internationale Koffieovereenkomst, opnieuw onderhandeld in 2007 en 2008 en op 2 februari 2011 in werking getreden voor een eerste looptijd van tien jaar tot 1 februari 2021, met de mogelijkheid van verlenging. Internationale Cacao-overeenkomst, opnieuw onderhandeld in 2001 en nogmaals in 2010, die op 1 oktober 2012 in werking getreden voor een oorspronkelijke looptijd van tien jaar tot 30 september 2022, met een herziening na vijf jaar en met de mogelijkheid voor twee bijkomende verlengingen van elk maximum twee jaar. Conclusies van de Raad van 29 april 2004 (8972/04), conclusies van de Raad van 27 mei 2008 (9986/08) en conclusies van de Raad van 30 april 2010 (8674/10) betreffende het Internationaal Raadgevend Comité voor katoen. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EEG) nr. 443/92 van de Raad van 25 februari 1992 inzake financiële en technische hulp en economische samenwerking met de ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en in Azië (PB L 52 van 27.2.1992, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1292/96 van de Raad van 27 juni 1996 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp en van de specifieke acties ter ondersteuning van de voedselzekerheid (PB L 166 van 5.7.1996, blz. 1). Verordening (EG) nr. 856/1999 van de Raad van 22 april 1999 tot instelling van een bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van traditionele ACS-leveranciers van bananen (PB L 108 van 27.4.1999, blz. 2). Verordening (EG) nr. 955/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 13 mei 2002 tot verlenging en wijziging van Verordening (EG) nr. 1659/98 van de Raad betreffende gedecentraliseerde samenwerking (PB L 148 van 6.6.2002, blz. 1). Verordening (EG) nr. 491/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot instelling van een programma voor financiële en technische bijstand aan derde landen op het gebied van migratie en asiel (Aeneas) (PB L 80 van 18.3.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 625/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot verlenging en wijziging van Verordening (EG) nr. 1659/98 van de Raad betreffende gedecentraliseerde samenwerking (PB L 99 van 3.4.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Verordening (EG) nr. 1337/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een snelleresponsfaciliteit voor maatregelen tegen de scherpe stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 62). Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Proefprojecten in de zin van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1). Resolutie van het Europees Parlement van 12 april 2005 over de rol van de Europese Unie bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (PB C 33 E van 9.2.2006, blz. 311). Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 april 2005 — Samenhang in het ontwikkelingsbeleid — Sneller vorderingen boeken om de millenniumdoelstellingen voor de ontwikkeling te bereiken (COM(2005) 134 def.). Conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 23 en 24 mei 2005 over de millenniumdoelstellingen. Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel (16 en 17 juni 2005). Conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 18 juli 2005 over de VN-top. Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 3 augustus 2005 — Het externe optreden via thematische programma’s binnen de nieuwe financiële vooruitzichten 2007-2013 (COM(2005) 324 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Investeren in mensen. Mededeling over het thematisch programma voor menselijke en sociale ontwikkeling en de financiële vooruitzichten 2007-2013 (COM(2006) 18 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Het externe optreden via het thematisch programma Niet-overheidsactoren en lokale autoriteiten in het ontwikkelingsproces (COM(2006) 19 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Extern optreden: thematisch programma voor het milieu en het duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen met inbegrip van energie” (COM(2006) 20 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Een thematische voedselzekerheidsstrategie — Werk maken van het voedselzekerheidsprogramma om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken (COM(2006) 21 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Thematisch programma voor de samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel (COM(2006) 26 def.). Resolutie van het Europees Parlement van 1 juni 2006 over kleine en middelgrote ondernemingen in de ontwikkelingslanden (PB C 298 E van 8.12.2006, blz. 171). Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 8 oktober 2008 — Plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren (COM(2008) 626 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 9 maart 2010 — Het internationale klimaatbeleid na Kopenhagen: De wereldwijde actie tegen klimaatverandering moet onmiddellijk nieuw leven worden ingeblazen (COM(2010) 86 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 31 maart 2010 — Een EU-beleidskader voor steun aan ontwikkelingslanden bij de aanpak van voedselzekerheidsproblemen (COM(2010) 127 def.). Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2011 over de benadering van Iran door de EU (2010/2050(INI)) Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 16000000 — 21470540 11245,01 38814472,04 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 491/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot instelling van een programma voor financiële en technische bijstand aan derde landen op het gebied van migratie en asiel (Aeneas) (PB L 80 van 18.3.2004, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 3 augustus 2005 — Het externe optreden via thematische programma’s binnen de nieuwe financiële vooruitzichten 2007-2013 (COM(2005) 324 def.). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 25 januari 2006 — Thematisch programma voor de samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en asiel (COM(2006) 26 def.). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 13 oktober 2011 — Het effect van het EU-ontwikkelingsbeleid vergroten: een agenda voor verandering (COM(2011) 637 def.). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 18 november 2011 — De totaalaanpak van migratie en mobiliteit (COM(2011) 743 def.). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 110000000 — 237700000 111399,66 272577245,52 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 392352245 — 570761524 40229,43 645138730,12 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 80000000 — 103400000 10699,21 229384182,67 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 65000000 — 121260000 11695,51 205238213,44 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 85000000 — 108570000 6904,75 113518103,07 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 34000000 — 47696646 2523,42 69085649,78 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 260218059 — 267200000 0,— 258191422,79 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 856/1999 van de Raad van 22 april 1999 tot instelling van een bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van traditionele ACS-leveranciers van bananen (PB L 108 van 27.4.1999, blz. 2). Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41). Verordening (EU) nr. 1338/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 347 van 30.12.2011, blz. 21). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 313751 p.m. 14029 0,— 313097,18 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 700161 p.m. 1147755 0,— 2119766,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 124157 0,— 630448,74 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 133021 0,— 332041,87 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 83670 0,— 337385,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 160346,12 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 334002 0,— 334002,73 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 400000 0,— 1389121,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 12 maart 2002, getiteld Waterbeheer in ontwikkelingslanden: beleid en prioriteiten in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie (COM(2002) 132 def.). Resolutie van de Raad van 30 mei 2002 over waterbeheer in ontwikkelingslanden: beleid en prioriteiten in de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie (DEVGEN 83 ENV 309, 9696/02). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1371000 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2007 over de Trips-overeenkomst en de toegang tot medicijnen (PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 591). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1400000 0,— 1822271,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2007 over de Trips-overeenkomst en de toegang tot medicijnen (PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 591). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 1853832 2000000,— 1568156,22 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1081125 p.m. 400883 1250000,— 293000,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 1550000 1500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 23.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 300000 0,— 692200,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 995658 p.m. 1200000 1500000,— 804342,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 749738 100000 1200000 4500000,— 1051000,— Dit krediet dient ter dekking van af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 490000 150000 1000000 2200000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. 548159 1000000,— 505577,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 500000 p.m. 500000 1500000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 200000 p.m. 395000 790000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 675000 750000 375000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Het proefproject omvat diepgaand onderzoek naar de toediening en het gebruik van antimicrobiële stoffen in Afrika ten zuiden van de Sahara, waar een gebrek aan data de opstelling van nationale toezichtplannen in de weg staat. Doel is gegevens in te zamelen over de consumptiepatronen met betrekking tot antibiotica en het fenomeen van bacteriële multiresistentie in de ontwikkelingslanden en inzicht te krijgen in gedragspatronen en gezondheidsbehoeften in Afrikaanse gemeenschappen, met bijzondere aandacht voor de vraag naar, de toegang tot en het gebruik van antibiotica en de mate waarin de behandelingskuren worden gevolgd. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 750000 500000 700000 350000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. De algemene doelstelling van het proefproject is de versterking van het recht van kinderen op toegang tot onderwijs, de versterking van het beschermingsbeleid op regionaal niveau en de verbetering van het welzijn van minstens 2000 ontheemde kinderen en jongeren, waaronder niet-begeleide en/of van hun familie gescheiden minderjarigen, in Guatemala, Honduras en El Salvador. Het voorgestelde project heeft de volgende specifieke doelstellingen:
versterking van de asielstelsels en de internationale bescherming in transitlanden en landen van asiel en het waarborgen van screening van ontheemden met het oog op het bieden van internationale bescherming;
verbetering van de bescherming van ontheemden, met speciale aandacht voor de systemen voor de bescherming van kinderen en de behoefte aan bescherming van uitgezette personen in landen van herkomst;
ondersteuning van onderwijs aan en bescherming van 2000 ontheemde kinderen en jongeren, waaronder niet-begeleide en/of van hun familie gescheiden minderjarigen.
Deze doelstellingen moeten worden bereikt door:
versterking en/of ontwikkeling van op bescherming gericht beleid op regionaal niveau door middel van de tenuitvoerlegging van regionale overeenkomsten;
versterking van het maatschappelijk middenveld en beschermingsnetwerken die zich richten op de monitoring van de situatie in gebieden die te maken hebben met ontheemding, zowel op regionaal als op nationaal niveau;
verbetering van de opvangcentra en toevluchtsoorden in belangrijke grensgebieden/doorgangsgebieden, verbetering van de toegang tot juridische hulp, gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning voor kinderen en jongeren in Centraal-Amerika die vrezen voor geweld of vervolging;
het waarborgen van toegang tot formeel en niet-formeel onderwijs in opvangcentra en toevluchtsoorden;
het bevorderen van en inrichten van kindvriendelijke ruimtes in opvangcentra en toevluchtsoorden om ervoor te zorgen dat jongens en meisjes beschermd worden tegen alle vormen van geweld, misbruik, verwaarlozing en uitbuiting;
ondersteuning van regeringen bij hun inspanningen gericht op voorlichting over en maatregelen in het kader van het probleem van gedwongen ontheemding, zowel intern als extern;
ondersteuning van regeringen bij hun inspanningen gericht op de aanpak van de oorzaken van gedwongen ontheemding en op de bescherming en ondersteuning van personen die reeds ontheemd zijn, met speciale aandacht voor personen die specifiek bescherming behoeven (kinderen, vrouwen, de LGBTI-gemeenschap, gehandicapten enz.);
ondersteuning van capaciteitsopbouw en het bieden van technische ondersteuning aan overheden en maatschappelijke organisaties;
ondersteuning van regeringen bij hun inspanningen gericht op de vaststelling van opvangprocedures, met inbegrip van het signaleren van beschermingsbehoeften bij uitgezette kinderen en het onderzoeken/vaststellen van de belangen van het kind;
ondersteuning van maatschappelijke organisaties die faciliteiten voor de opvang van kinderen/kinderopvangcentra beheren, die kunnen fungeren als tijdelijk beschermingsmechanisme voor uitgezette kinderen ten aanzien waarvan is vastgesteld dat zij bijzondere beschermingsbehoeften hebben;
het bieden van technische ondersteuning aan bestaande maatschappelijke organisaties ter voorkoming van geweld, om rekrutering onder dwang van kinderen/jongeren door straatbendes te voorkomen.
De drie landen van de Noordelijke Driehoek in Centraal-Amerika (NTCA) — El Salvador, Guatemala en Honduras — worden steeds vaker getroffen door activiteiten van de transnationale georganiseerde criminaliteit en andere illegale, gewapende groeperingen, hetgeen een grote bedreiging vormt voor het democratisch bestuur in die landen. Een van de zichtbare consequenties van de toename van geweld in de NTCA-landen is de stijging van het aantal ontheemde jongeren. De humanitaire en langetermijngevolgen van dit geweld en de beschermingsbehoeften van de bevolking stonden tot nu toe nauwelijks op de humanitaire en ontwikkelingsagenda. De gebrekkige bescherming van minderjarige vluchtelingen en minderjarige asielzoekers uit de NTCA-landen noopt tot een holistische aanpak ten aanzien van bescherming. De oorzaken moeten worden aangepakt en er moet onmiddellijk aandacht worden besteed aan de primaire beschermingsbehoeften van kinderen, met name die van niet-begeleide en van hun ouders gescheiden levende kinderen, zodat hun veiligheid en welzijn worden gegarandeerd. In situaties waarin kinderen ontheemd zijn en alleen leven neemt het gevaar dat zij te maken krijgen met geweld, uitbuiting, foltering, rekrutering onder dwang of andere ernstige mensenrechtenschendingen toe. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 500000 250000 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. De algemene doelstelling van het project is de verbetering van het welzijn van 3000 kinderen en jongeren (1500 die gevaar lopen om te worden gerekruteerd en 1500 die ingelijfd zijn geweest als kindsoldaat bij de South Sudan Democratic Movement/Army (SSDA) Cobra Faction) door deze kinderen en jongeren toegang te bieden tot psychosociale hulp en onderwijs en betere bestaansmogelijkheden te bieden. Het voorgestelde project heeft de volgende specifieke doelstellingen:
het mogelijk maken van de vrijlating, duurzame terugkeer en herintegratie van 2000 kinderen en jongeren die deel hebben uitgemaakt van gewapende groepen, en het bieden van sociaaleconomische ondersteuning en bescherming aan nog eens 2000 kinderen en jongeren die gevaar lopen om te worden gerekruteerd of anderszins gevaar lopen in het district Pibor.
ondersteuning van maatregelen ter voorkoming van de rekrutering en het inzetten van kinderen en jongeren door gewapende troepen en groeperingen
ondersteuning van onderwijs voor 3000 van de kwetsbaarste kinderen (kinderen die zijn vrijgelaten en kinderen die gevaar lopen te worden gerekruteerd binnen de gemeenschappen) en het bieden van toegang tot kwalitatief goede onderwijsvoorzieningen.
Deze maatregelen op het gebied van onderwijs in Pibor zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat ten minste 3000 door het conflict getroffen jongens en meisjes van kleuter- of lagereschoolleeftijd en jongeren toegang hebben tot levensreddend, kwalitatief goed onderwijs in een kindvriendelijke en veilige omgeving. Deze doelstellingen moeten worden bereikt door:
het realiseren van veilige en beschermde leslokalen en speelruimtes voor twee groepen kinderen: onderwijs gericht op de vroege kinderjaren (Early Childhood Development, ECD) voor de categorie 3 tot 6-jarigen en basisonderwijs voor de categorie 7-18 jarigen.
aankoop, opslag en distributie van passend en relevant onderwijs-, didactisch en recreatief materiaal (recreation kits, school-in-a -box en ECD-kits);
scholing van leerkrachten, ander onderwijspersoneel en andere leden van de gemeenschap op het gebied van psychosociale ondersteuning, redzaamheid, vredesopbouw, nood-ECD, voorlichting die levens kan redden en conflictbewust onderwijs, en
bevordering van onderwijs in noodsituaties en scholing van meisjes in het algemeen.
Unicef verwacht de vrijlating van 2000 kinderen die doorverwezen zullen worden naar gezondheidszorg, tijdelijke zorg en onmiddellijke psychosociale ondersteuning en die zich zullen moeten laten registreren voor het opsporen van en de hereniging met hun familieleden. Vervolgens zullen de vrijgelaten kinderen diensten aangeboden krijgen gericht op hun herintegratie en zullen er gerichte maatregelen getroffen worden ten behoeve van nog eens 2000 kinderen die gevaar lopen. Het programma volgt een op de gemeenschap gebaseerde aanpak die berust op internationale beste praktijken en op de goede resultaten van eerdere re-integratie maatregelen in Zuid-Sudan. Andere kinderen uit de gemeenschap zullen bij de ondersteuning betrokken worden en bij het bieden van rechtstreekse ondersteuning zal uitgegaan worden van het beginsel één-plus-één (overeenkomstig de beginselen van Parijs), zodat elk vrijgelaten en herenigd kind een team vormt met een kind uit dezelfde gemeenschap waarvan is vastgesteld dat het gevaar loopt. Bovendien zal in het kader van het programma geïnvesteerd worden in infrastructuur en diensten die ten goede zullen komen aan alle leden van de gemeenschap. Het programma bestaat uit verschillende componenten, die gelijktijdig zullen worden uitgevoerd. Er zullen de vrijgelaten kinderen diensten aangeboden worden ter opsporing van en hereniging met hun ouders en er zal gezorgd worden voor tijdelijke zorg gedurende de periode waarin de ouders nog niet gevonden zijn. In de centra voor tijdelijke zorg zullen activiteiten aangeboden worden ter psychosociale ondersteuning, zoals contact met leeftijdsgenoten, kunstprojecten en andere groepsactiviteiten. Het onderwijs zal, als onderdeel van het initiatief back to learning, worden verbeterd door middel van het herinrichten/opknappen van leslokalen, scholing van het onderwijzend personeel en de verstrekking van leermiddelen, met gebruikmaking van programma's gericht op versneld leren (ALP). Boorputten zullen worden geboord/hersteld, zodat er gezorgd wordt voor veilig water. Van oudsher is er zeer weinig veilig drinkwater beschikbaar en drinken de mensen veelal ongezuiverd water uit de rivier. Unicef en haar partnerorganisaties zetten niet alleen in op schoon drinkwater, maar werken ook aan gescheiden wc's voor jongens en meisjes in ICC's en scholen. Een op de gemeenschap gestoelde aanpak zal ook gevolgd worden om de sanitaire voorzieningen en hygiënische omstandigheden te verbeteren, met als doel om via een op de gemeenschap gebaseerde aanpak te bereiken dat de open riolen verdwijnen. Het plan is om in het district Pibor te komen tot een multisectorale, in de gemeenschap wortelende aanpak van re-integratie, die bestaat uit een aantal verschillende componenten, waaronder onderwijs en WASH, zoals hierboven reeds vermeld. Naast de diensten die in de fase van de vrijlating worden geleverd, richt de strategie zich ook op de noodzakelijke terugdringing van de oorzaken van conflicten, door in te zetten op sociaaleconomische re-integratie, onder meer door de ontwikkeling van inkomensgenererende activiteiten, het bieden van scholingsmogelijkheden, bevordering van ondernemerschap en arbeidsbemiddeling. Na hun vrijlating zullen de kinderen allereerst vistuig aangeboden krijgen en zullen zij hulp ontvangen op het gebied van beroepskeuze. Vervolgens zullen de vrijgelaten kinderen en kinderen die tot de risicogroep behoren en hun familieleden wat kleinvee krijgen of geholpen worden om een land- of akkerbouwbedrijfje op te zetten. Deze maatregelen zullen de vrijgelaten jongeren en jongeren die tot de risicogroep behoren die ouder zijn dan de minimumleeftijd om te mogen werken in staat stellen marktrelevante vaardigheden te verwerven. Door een beroepsopleiding te volgen, stage te lopen en ondersteuning te krijgen bij het opzetten van een klein bedrijfje zullen zij veilige zakelijke kansen krijgen. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 500000 250000 Dit krediet zal worden gebruikt om het bestaande proefproject met een tweede begrotingsjaar te verlengen. Het tijdschema voor dit proefproject beslaat twee jaar. Het proefproject beslaat vijf dorpen in een district in Tanzania (Kiteto) en in vier provincies in Kenia (Laikipia, Samburu, Isiolo en Turkana). Het krediet dat naar schatting voor het project nodig is, is gebaseerd op eerdere maatregelen van Cordaid in andere districten en provincies. Fase 1: Onderzoek naar PRM (met inbegrip van een analyse van eerdere ervaringen) en het in kaart brengen van trekroutes van vee Gemeenschappen gebruiken traditioneel gemeenschappelijke gronden. Inkrimping van de seizoensbegrazing wordt door de gemeenschappen ervaren als acute en reële bedreiging voor hun levensonderhoud. Daarom heeft deze actie een sterke bewustmakingscomponent. De grenzen en het eigendom van land vormen nog grotere bedreigingen voor het duurzame levensonderhoud van gemeenschappen die van deze gronden afhankelijk zijn in de dorpen in zowel Kenia als Tanzania. Deze actie omvat een gecombineerde techniek van het in kaart brengen van hulpbronnen en de ontwikkeling van capaciteit:
in kaart brengen — gebruikmaking van technisch geavanceerde geografische informatietechnologieën, zoals luchtfotografie, remote sensing en geografische informatiesystemen voor het in kaart brengen van land en natuurlijke hulpbronnen en de bijbehorende rechten, het gebruik en het beheer ervan;
land- en waterrechten — vaststelling en documentatie van de land- en waterrechten van kleinschalige boeren, nomadische gezamenlijke begrazingsgebieden en trekroutes;
groepsrechten — vaststelling en documentatie van groepsrechten, gericht op weides en begrazingsgebieden, bossen en ambachtelijke visgronden, door middel van een participatoir proces;
toegang voor vrouwen — versterking van de toegang voor vrouwen tot land en andere natuurlijke hulpbronnen;
inclusief ondernemen — documentatie van beste praktijken inzake het waarborgen van rechten inzake land en natuurlijke hulpbronnen door middel van zakelijke partnerschappen tussen kleinschalige boeren en investeerders;
grensoverschrijdende hulpbronnen — delen van dergelijke hulpbronnen met zo min mogelijk conflict wordt vergemakkelijkt door een juiste ontwikkeling van hulpbronnenkaarten; het vergaren van informatie is een proces waaraan vele belanghebbenden deelnemen en maakt gebruik van een moderne techniek, GIS (geografisch informatiesysteem), wat ook het gebruik kan omvatten van het Social Tenure Domain Model (STDM), ontwikkeld door het Global Tool Land Network (GLTN), gericht op een effectievere vaststelling van natuurlijke hulpbronnen, grenzen en corridors.
De vaststelling van hulpbronnen en de documentatie daarvan omvat het tekenen van kaarten waarop de specifieke gebieden waar de bronnen zich bevinden zijn aangegeven. Het tekenen van de kaarten gebeurt in overleg. De gemeenschappen krijgen zo inzicht in het land in hun bezit en in de mogelijkheden voor sociaaleconomische ontwikkeling. Gebleken is dat deze benadering een dialoog tussen verschillende groepen mogelijk maakt waarbij problemen kunnen worden vastgesteld en kan worden nagedacht over oplossingen. Fase 2: Onderhandelingen over PRM en juridische ondersteuning voor trekroutes van vee Tanzania beschikt over instellingen zoals de comités voor dorpsontwikkeling die kunnen bijdragen aan het mobiliseren van gemeenschappen. De districtsraden (op lokaal niveau) leveren deskundigen zoals de District Land Officers en de District Livestock and Agricultural Officer. In Kenia zijn de County Land Management Boards, de community land boards en de community land assemblies, tezamen met de provinciale overheden, betrokken bij het proces van een doeltreffende inventarisatie van weidegronden en hulpbronnen. In nauwe samenwerking met de National Land Commission zal het proces van in kaart brengen, documenteren en verifiëren doeltreffender en inclusiever zijn door hier ook lokale ngo's bij te betrekken die werkzaam zijn op het gebied van implementatie, die zo nodig informatie kunnen verstrekken op gebieden waarop zij werkzaam zijn. Andere mogelijke activiteiten en mogelijkheden in dit stadium zijn toezicht door lokale autoriteiten en de gezamenlijke vormgeving van een strategie voor weerbaarheid en de vaststelling van de behoefte aan weerbaarheid in de verschillende groepen. In dit stadium wordt gebruikgemaakt van PRM-instrumenten en eerder opgedane ervaringen. Zo nodig worden de PRM-richtsnoeren van eerdere acties aangepast. Fase 3: Uitvoering Het proefproject staat niet op zichzelf maar maakt deel uit van gelijksoortige initiatieven in andere regio's van de landen en worden zo nodig gecoördineerd met het Sustainable Rangelands Management Programme, de Joint Village Land Use Planning en het Rangeland Initiative. Dit initiatief maakt gebruik van infrastructuur ontwikkeld met bovengenoemde initiatieven en ook zal gestreefd worden naar synergieën, waaronder mogelijke schaalvergroting via strategische partnerschappen met partners als het Internationaal Fonds voor landbouwontwikkeling (IFAD) en de International Land Coalition (ILC). Het vergaren van informatie en het documenteren daarvan maakt gebruik van audiovisueel materiaal beschikbaar voor de leden van de gemeenschappen, met het oog op het opbouwen van capaciteit. De gemeenschapsleiders zullen bijeenkomsten houden, die gefilmd en op dvd gezet worden om de verschillende groepen de mogelijkheid te bieden de discussies te bekijken en inzicht te krijgen in de besluitvorming. Om te waarborgen dat het proces op de juiste wijze periodiek wordt geactualiseerd zullen maandelijkse verslagen worden opgesteld in een PRM-nieuwsbrief, naar het voorbeeld van de Rangelands Initiative Bulletins. Om een bijdrage te leveren aan de beleidsvorming zullen technische verslagen worden opgesteld voor beleidsmakers en partners. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 2015 was een strategische mijlpaal voor mondiale governance, armoede-uitroeiing en duurzame ontwikkeling. In de loop van het jaar vond een aantal belangrijke topbijeenkomsten en conferenties plaats (resulterend in het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030, de actieagenda van Addis Abeba, de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs van de CoP 21 in het kader van de VN-kaderovereenkomst inzake klimaatverandering), die collectief de aanpak van de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU, voor het bereiken van duurzame ontwikkeling en de uitbanning van armoede voor een groot aantal jaren hebben veranderd. Een van de eerste conferenties die georganiseerd is na de vaststelling van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling was de derde VN-conferentie inzake huisvesting en duurzame stedelijke ontwikkeling (bekend onder de naam Habitat III) in Quito (Ecuador) in oktober 2016. Tijdens de conferentie werd een mondiale nieuwe stedelijke agenda vastgesteld, als leidraad voor duurzame stedelijke ontwikkeling voor de komende twee decennia, waarmee een belangrijke aanzet werd gegeven voor de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030, en in het bijzonder doelstelling nr. 11 voor duurzame ontwikkeling, maar ook een aantal andere doelstellingen en gerelateerde streefcijfers met een belangrijke stedelijke dimensie, en de besluiten van de CoP 21. In de nieuwe stedelijke agenda worden concrete voorstellen gedaan voor het aanpakken van de uitdagingen op de gebieden verstedelijking en stedelijke demografie, en deze worden omgevormd tot kansen ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling met haar verschillende economische, sociale en milieudimensies. Het project richt zich in het bijzonder op een van de voornaamste uitdagingen voor steden in ontwikkelingslanden: stedelijk bestuur. Meer in het bijzonder zal het proefproject steden in ontwikkelingslanden laten profiteren van de ervaring die steden in de Unie reeds hebben opgedaan met de opbouw van capaciteit, teneinde te komen tot een geïntegreerde aanpak van de financiële, juridische en stedelijke planningscomponenten daarvan. Beoogd wordt:
concrete voorbeelden te geven van de tekortkomingen in de financiële, juridische en stedelijke planning in geselecteerde ontwikkelingslanden en steden, en leemten en behoeften in kaart te brengen;
de samenwerking aan te zwengelen tussen steden in ontwikkelingslanden en steden in de Unie met veel ervaring op het gebied van stedelijke ontwikkeling, en capaciteitsopbouwactiviteiten aan te bieden op gebieden zoals stedelijke mobiliteit, openbare ruimten en huisvesting, waarbij het er met name om gaat een passend kader tot stand te brengen voor het gebruik van innovatieve wijzen van financiering van stedelijke ontwikkeling (zoals het Uniemechanisme voor het combineren van steunvormen);
op basis van het voorgaande aanbevelingen te formuleren voor de manier waarop de tenuitvoerlegging van de stedelijke dimensie van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de nieuwe stedelijke agenda, met gebruikmaking van de ervaringen in de Unie, ook in ontwikkelingslanden en de steden aldaar kan worden gerealiseerd.
Het project bouwt voort op de lering die getrokken is uit de jumelages tussen steden in de Unie en steden in ontwikkelingslanden. Er wordt gebruikgemaakt van de expertise van platforms en netwerken van steden in de Unie die pragmatische oplossingen ontwikkelen voor een geïntegreerde en duurzame stedelijke ontwikkeling. Het proefproject zal de Europese Commissie de noodzakelijke input leveren voor de volgende programmeringsperiode en zal ten uitvoer worden gelegd in 2017 en 2018. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1000000 500000 Doelstellingen: Deze voorbereidende actie heeft tot doel financiering toe te kennen aan en samen te werken met particuliere ondernemingen en ngo's, zodat zij duurzame programma's kunnen ontwikkelen ter ondersteuning van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in ontwikkelingslanden, op de hiernavolgende wijzen:
nationale en regionale competities op het gebied van ondernemerschap;
verschillende manieren van toegang tot kapitaal en behoorlijke financiële diensten, gaande van het versterken van de capaciteit van financiële tussenschakels tot het verstrekken van kapitaal;
het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) als een instrument om financiële inclusie van de arme bevolking te bereiken;
juridische en financiële ondersteuning voor ondernemingen die overgaan van informele economie naar de formele particuliere sector;
programma's ter ondersteuning van jonge starters;
bevordering van ondernemerschap voor vrouwen;
toegang tot participatieleningen, kredieten en microkredieten;
opleidingen bedrijfskunde voor kandidaat-ondernemers;
financiering voor sociale ondernemingen.
Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, die de ruggengraat van elke markteconomie vormen, worden in ontwikkelingslanden met een veel grotere regelgevingslast geconfronteerd dan in de Unie; de meeste ondernemingen zoeken daarom toevlucht tot de informele economie, die wordt geteisterd door volatiliteit, en waar geen sprake is van rechtsbescherming, arbeidsrechten en toegang tot financiering. Gecoördineerde maatregelen op dit gebied kunnen honderdduizenden banen opleveren voor de plaatselijke gemeenschappen in ontwikkelingslanden, en kunnen zorgen voor een levendig klimaat waarin particuliere initiatieven verder kunnen groeien en bloeien en welvaart kunnen genereren. Uitvoering: Dit initiatief zal van start gaan met een oproep tot het indienen van voorstellen voor de financiering van dergelijke activiteiten in het eerste kwartaal van 2017. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 1500000 500000 Dit krediet dient voor nieuwe vastleggingen voor een voorbereidende actie in opvolging van het proefproject 2015/2016, dat pas in 2016 van start is gegaan, en waar op de begroting 2016 geen vastleggingskredieten aan waren toegewezen. Bestaande financieringsmechanismen voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) gewijd aan verwaarloosde tropische ziekten hanteren vaak een silobenadering: er blijven leemten bestaan tussen de verschillende fasen van de O&O-cyclus en er bestaat geen multisectorale benadering in het kader waarvan koppelingen worden gecreëerd met gerelateerde programma's zoals het Water, sanitair en hygiëne-programma (WASH) en onderwijsprogramma's. Voorts wordt doorgaans voorbijgegaan aan de noodzaak van het evenzo belangrijke incrementieel onderzoek, dat aanzienlijk kan bijdragen tot de acceptatie van behandelingen en diagnostiek voor bevolkingsgroepen die door verwaarloosde tropische ziekten worden getroffen. Teneinde enkele van de huidige O&O-leemten met betrekking tot verwaarloosde tropische ziekten aan te pakken, beoogt deze voorbereidende actie bij te dragen of cofinanciering te verstrekken aan een alternatief model dat berust op een innovatieve en gecoördineerde methode om hardnekkige tekortkomingen in O&O als gevolg van marktfalen aan te pakken. Hiertoe zal het ondersteunde model een specifiek onderdeel van de leemte in O&O met betrekking tot verwaarloosde tropische ziekten waardoor ontwikkelingslanden onevenredig getroffen worden identificeren, en voorzien in cruciale elementen die de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige, betaalbare en passende gezondheidsoplossingen mogelijk maken. De voorbereidende actie zal voortbouwen op het werk van eerdere voorbereidende acties en proefprojecten inzake onderzoek en innovatie op het gebied van mondiale gezondheidszorg, en inspanningen ondersteunen die gericht zijn op de aanpak van vastgestelde en erkende leemten overeenkomstig de WHO-procedure, in samenhang met het verslag dat beschikbaar is op report/en/en overeenkomstig de lijst van demonstratieprojecten die zijn geselecteerd door de Global Technical Consultative Meeting on Health R&D Demonstration Projects. Naast verbetering van de aanvaardbaarheid van behandelingen en diagnostiek, zal het project bijdragen tot ten minste een van de volgende doelstellingen:
de aanbeveling van effectieve en efficiënte mechanismen voor de coördinatie met andere lopende initiatieven;
het voorstellen van innovatieve manieren om de prijs van eindproducten los te koppelen van de kosten van O&O;
de optimalisering van publiek-publieke en publiek-private partnerschappen voor wat betreft het delen van kennis, met inbegrip van innovatiemethoden voor toegankelijke kennis, de versterking van de onderzoekscapaciteit, de ontwikkeling en de productie in ontwikkelingslanden, onder meer door de overdracht van technologie.
Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 500000 250000 Nadere uitwerking van de ideeën Als gevolg van het tekort aan artsen in Togo wordt de bevolking op het platteland aan haar lot overgelaten en krijgen de mensen daar in hun hele leven vrijwel nooit een dokter te zien. Het doel van Aimes-Afrique is om de maar al te reële tekortkomingen van de gezondheidszorg in Togo op te heffen. Tegen de achtergrond van deze situatie hebben de artsen als leden van Aimes-Afrique besloten om zich net als in het verleden (voor zover dat mogelijk was met eigen middelen) actief in te zetten en hun landgenoten medische ondersteuning te geven in de vorm van gratis artsenbezoeken op het platteland in alle vijf de regio's van Togo (Région Maritime, Région des Plateaux, Région Centrale, Région Kara, Région des Savannes). Deze humanitaire actie wordt in alle vijf de regio's van Togo uitgevoerd, maar wel in elke regio apart georganiseerd. Elke regio bestaat uit gezondheidsdistricten waar de opleiding en bijscholing van het beschikbare gezondheidspersoneel vanuit de verschillende ziekenposten zal plaatsvinden. In de dorpen worden ter plaatse de benodigde onderzoeken gedaan. Chirurgische ingrepen worden op geschikte locaties zo dicht mogelijk in de buurt uitgevoerd. Het doel is om het ziekenhuis naar de arme en kwetsbare bevolking op het platteland te brengen, door de beschikbaarheid van gratis medische en chirurgische behandelingen en een goede opleiding van de plaatselijke gezondheidsmedewerkers te waarborgen. Deze actie met gratis medische en chirurgische behandelingen is gericht op alle mensen van alle regio's in Togo, ongeacht hun leeftijd, geslacht of geloof. Het opgegeven bedrag is als volgt opgebouwd:
investeringen in medische apparatuur;
aanschaf van ambulances, inclusief vervoer;
aanschaf van vierwielaangedreven busjes en een vrachtauto, inclusief vervoer;
aanschaf van medische tenten met inrichting, inclusief vervoer;
artsenbezoeken: bedrijfs- en verbruikskosten.
Geografisch aspect De artsenbezoeken vinden plaats in alle vijf de regio's van Togo, d.w.z. in het gebied dat zich uitstrekt van région maritime, région des plateaux, région centrale, région Kara tot région des savannes, maar dan op het platteland en in de dorpen, in samenwerking met gezondheidsmedewerkers ter plaatse. Vandaar de behoefte aan medische tenten. Operaties worden als het niet anders kan in de regionale ziekenhuizen van de provinciehoofdsteden uitgevoerd. Met dit project worden dus de activiteiten van de EU in de provinciehoofdsteden over een geografisch uitgestrekter gebied aangevuld. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). EUROPEES INSTRUMENT VOOR DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 04EUROPEES INSTRUMENT VOOR DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN 21 04 01 Versterking van de eerbiediging en naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en ondersteuning van democratische hervormingen 4 132804486 100000000 130293231 75025044 131006877,94 37297558,59 37,30 21 04 51 Voltooiing van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten(vóór 2014) 4 p.m. 20000000 — 58589479 25642,19 77039392,71 385,20 21 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 21 04 77 02 Proefproject — Forum EU-Rusland voor het maatschappelijk middenveld 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 70481,12 Artikel 21 04 77 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 70481,12 Hoofdstuk 21 04 — Totaal 132804486 120000000 130293231 133614523 131032520,13 114407432,42 95,34 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 132804486 100000000 130293231 75025044 131006877,94 37297558,59 De algemene doelstelling is bij te dragen aan de ontwikkeling en consolidering van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, overeenkomstig de beleidslijnen en richtsnoeren van de Unie en in nauwe samenwerking met het maatschappelijk middenveld. De activiteiten zullen zich met name concentreren op:
de versterking van de eerbiediging en naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de rechten van de vrouw, zoals vastgelegd in de Universele verklaring van de rechten van de mens en andere internationale en regionale mensenrechteninstrumenten, met bijzondere aandacht voor de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en digitale vrijheden, alsook de versterking van de bescherming, de bevordering en de bewaking van de mensenrechten, vooral door steun aan relevante organisaties van het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenactivisten en slachtoffers van onderdrukking of mishandeling;
ondersteuning en consolidering van democratische hervormingen in derde landen, met uitzondering van de verkiezingswaarnemingsmissies van de Europese Unie, door de participatieve en representatieve democratie te vergroten, de positie van vrouwen en de algemene democratische cyclus te versterken en de electorale procedure betrouwbaarder te maken.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EG) nr. 235/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot instelling van een financieringsinstrument voor democratie en mensenrechten in de wereld (PB L 77 van 14.3.2014, blz. 85). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 20000000 — 58589479 25642,19 77039392,71 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van het Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten in de periode 2007-2013. Eventuele inkomsten afkomstig van financiële bijdragen van lidstaten en andere donorlanden, inclusief in beide gevallen hun publieke en parastatale organen, of internationale organisaties aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, overeenkomstig de desbetreffende basishandeling, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen worden vastgesteld in het kader van de transferovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 70481,12 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — WERELDWIJDE EN GRENSOVERSCHRIJDENDE BEDREIGINGEN EN NIEUWE BEDREIGINGEN Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 05INSTRUMENT VOOR BIJDRAGE AAN STABILITEIT EN VREDE (ICSP) — WERELDWIJDE EN GRENSOVERSCHRIJDENDE BEDREIGINGEN EN NIEUWE BEDREIGINGEN 21 05 01 Wereldwijde en grensoverschrijdende bedreigingen en nieuwe bedreigingen 4 64900000 44000000 64393076 50166619 65628830,65 9328615,88 21,20 21 05 51 Voltooiing van acties op het gebied van mondiale bedreigingen voor de veiligheid (vóór 2014) 4 p.m. 17000000 — 34644709 0,— 42500235,92 250,00 21 05 77Proefprojecten en voorbereidende acties 21 05 77 01 Proefproject — Steun voor bewakings- en beschermingsmaatregelen voor uniale vaartuigen die door gebieden varen waar piraterij een bedreiging vormt 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 21 05 77 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Hoofdstuk 21 05 — Totaal 64900000 61000000 64393076 84811328 65628830,65 51828851,80 84,97 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 64900000 44000000 64393076 50166619 65628830,65 9328615,88 Dit krediet dekt de bijstand voor het aanpakken van mondiale en transregionale dreigingen en opkomende dreigingen, als bepaald in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 230/2014 tot invoering van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede. Het dient ter dekking van acties om landen en bevolkingen te beschermen tegen hetzij opzettelijk, hetzij door ongevallen of door de natuur veroorzaakte risico's. Dit kan onder meer omvatten:
het versterken van de capaciteit van de bevoegde civiele autoriteiten die betrokken zijn bij de ontwikkeling en de uitoefening van de daadwerkelijke controle op de handel in chemische, biologische, stralings- en nucleaire materialen of stoffen (waaronder de apparatuur voor hun productie of overbrenging of efficiënte grenscontroles), ook door middel van de installatie van moderne logistieke apparatuur voor evaluatie en controle. De acties hebben betrekking op zowel natuur- en industriële rampen als op criminele activiteiten;
de ontwikkeling van een juridisch kader en van de institutionele capaciteit voor de invoering en toepassing van efficiënte uitvoercontroles op goederen voor tweeërlei gebruik, waaronder maatregelen op het gebied van regionale samenwerking;
de ontwikkeling van effectieve civiele rampenplannen, noodhulp en reacties op crisissituaties alsmede van de capaciteit voor het schoonmaken in geval van eventuele grote milieurampen op dit gebied.
het bevorderen van civiele onderzoeksactiviteiten als alternatief voor aan defensie gerelateerd onderzoek en steun voor de omscholing en alternatieve tewerkstelling van wetenschappers en ingenieurs die voorheen in de wapenindustrie in brede zin werkzaam waren;
steun voor maatregelen ter verbetering van de veiligheidspraktijk in civiele installaties waar gevoelige chemische, biologische, stralings- of nucleaire materialen of stoffen zijn opgeslagen of worden aangewend in het kader van civiele onderzoeksprogramma's;
steun, in het kader van het samenwerkingsbeleid van de Unie en de doelstellingen daarvan, voor de totstandbrenging van civiele infrastructuur en voor het verrichten van de nodige civiele studies voor de ontmanteling, het herstel of de omschakeling van aan wapens gerelateerde faciliteiten en locaties ten aanzien waarvan verklaard is dat zij niet langer deel uitmaken van een defensieprogramma;
Andere maatregelen op het vlak van mondiale en transregionale dreigingen betreffen:
de versterking van de capaciteit van de politiële, justitiële en civiele autoriteiten die zich bezighouden met de bestrijding van terrorisme,
de bestrijding van radicalisering, gewelddadig extremisme en georganiseerde misdaad, waaronder mensenhandel, drugshandel, handel in vuurwapens en explosieven, cybercriminaliteit, namaakgeneesmiddelen, en doeltreffende controle van illegale handel en doorvoer; de uitwisseling van expertise en goede praktijken inzake het tegengaan van radicalisering en gewelddadig extremisme met partnerlanden in regio's waar extremisme toeneemt, zoals Zuid-Azië; ook het aanpakken van mondiale en transregionale gevolgen van de klimaatverandering die een potentieel destabiliserend effect hebben, en ook de bevordering van bioveiligheid en biobeveiliging van installaties die met gevaarlijke bacteriën omgaan;
steun voor maatregelen ter bestrijding van bedreigingen voor internationaal vervoer, energievoorziening en kritische infrastructuur, waaronder personen- en goederenvervoer en energiedistributie, en elektronische informatie- en communicatienetwerken;
een adequate respons op grote gevaren voor de volksgezondheid, zoals pandemieën met potentiële grensoverschrijdende gevolgen.
Dergelijke maatregelen kunnen in het kader van dit instrument bij een stabiel klimaat worden aangenomen, om het hoofd te bieden aan specifieke destabiliserende dreigingen op wereldwijd en transregionaal niveau; deze maatregelen kunnen evenwel alleen worden genomen wanneer met de desbetreffende instrumenten van de Unie voor externe bijstand geen adequaat en doeltreffend antwoord kan worden gegeven. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 230/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 17000000 — 34644709 0,— 42500235,92 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EG) nr. 1724/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2001 inzake de bestrijding van antipersoneelsmijnen in ontwikkelingslanden (PB L 234 van 1.9.2001, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1725/2001 van de Raad van 23 juli 2001 inzake de bestrijding van antipersoneelsmijnen in andere landen dan ontwikkelingslanden (PB L 234 van 1.9.2001, blz. 6). Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument (PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). INSTRUMENT VOOR SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE NUCLEAIRE VEILIGHEID Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 06INSTRUMENT VOOR SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE NUCLEAIRE VEILIGHEID 21 06 01 Ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen 4 30884131 15000000 30369456 22127600 29886786,12 12890782,— 85,94 21 06 02 Aanvullende bijdrage van de Europese Unie aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) voor projecten in verband met het kernongeval in Tsjernobyl 4 30000000 40000000 40000000 40488828 30000000,— 0,— 0 21 06 51 Voltooiing van vroegere acties (vóór 2014) 4 p.m. 25000000 — 32937600 0,— 40018452,61 160,07 Hoofdstuk 21 06 — Totaal 60884131 80000000 70369456 95554028 59886786,12 52909234,61 66,14 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 30884131 15000000 30369456 22127600 29886786,12 12890782,— Dit krediet dient ter dekking van de financiering van de bevordering van een effectieve nucleaire beveiligings- en veiligheidscultuur op alle niveaus, in het bijzonder door:
permanente steun voor regulerende lichamen, organisaties voor technische ondersteuning en de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten, om te komen tot een sterk en onafhankelijk gereglementeerd toezicht;
steun voor het op veilige wijze vervoeren, behandelen en verwijderen van bestraalde splijtstof en radioactief afval van zowel kerncentrales als van andere (wees-)bronnen (medische toepassingen, uraniumwinning);
de ontwikkeling en uitvoering van strategieën voor de ontmanteling van bestaande installaties en de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties;
de bevordering van effectieve regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming te waarborgen tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige verwijdering daarvan;
de financiering van stresstest op basis van het acquis;
de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden voor de uitvoering van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer ook voor goede administratie en controle van splijtstoffen op het niveau van de overheid en van de exploitant;
de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen, alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;
maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking (onder meer in het kader van de bevoegde internationale organisaties, met name de IAEA) op bovengenoemde terreinen, waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie en opleiding en onderzoek;
beter voorbereid zijn op kernongevallen, en opleiding en begeleiding om de capaciteit van de regelgevers te vergroten.
Dit krediet dient ook ter dekking van gezondheids- en milieuprojecten in verband met de gevolgen van het ongeval in Tsjernobyl voor de menselijke gezondheid en het milieu, in het bijzonder in Oekraïne en Belarus. Voorrang zal worden gegeven aan de behoeften van de landen die deel uitmaken van het nabuurschapsbeleid van de Unie. Relevante werkzaamheden die eerder werden uitgevoerd in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun, is overgenomen door het instrument voor samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid om een allesomvattende benadering te waarborgen. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 30000000 40000000 40000000 40488828 30000000,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de bijdragen van de Unie aan de voltooiing van projecten in verband met het kernongeval in Tsjernobyl in 1986. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (Euratom) nr. 237/2014 van de Raad van 13 december 2013 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 109). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 25000000 — 32937600 0,— 40018452,61 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Besluit 2006/908/EG, Euratom van de Raad van 4 december 2006 betreffende de eerste tranche van de derde financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds inkapseling Tsjernobyl (PB L 346 van 9.12.2006, blz. 28). Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (PB L 81 van 22.3.2007, blz. 1). PARTNERSCHAP TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN GROENLAND Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 07PARTNERSCHAP TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN GROENLAND 21 07 01 Samenwerking met Groenland 4 31630000 35956797 31130000 34601717 30698715,— 30273589,— 84,19 21 07 51 Voltooiing van vroegere acties (vóór 2014) 4 p.m. p.m. — p.m. 0,— 0,— Hoofdstuk 21 07 — Totaal 31630000 35956797 31130000 34601717 30698715,— 30273589,— 84,19 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 31630000 35956797 31130000 34601717 30698715,— 30273589,— Dit krediet dient ter dekking van:
bijstand aan Groenland bij het aanpakken van zijn grootste uitdagingen, in het bijzonder de duurzame diversifiëring van de economie, de noodzaak om de vaardigheden van zijn beroepsbevolking, met inbegrip van wetenschappers, te vergroten, en de noodzaak om de Groenlandse informatiesystemen op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën te verbeteren;
versterking van het vermogen van het Groenlands bestuur om het nationaal beleid beter te formuleren en uit te voeren, met name op gebieden van wederzijds belang.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Besluit 2014/137/EU van de Raad van 14 maart 2014 inzake betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L 76 van 15.3.2014, blz. 1). Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. — p.m. 0,— 0,— Dit krediet dient ter dekking van de afwikkeling van de vastleggingen die zijn gedaan vóór 2014. Besluit 2006/526/EG van de Raad van 17 juli 2006 inzake de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L 208 van 29.7.2006, blz. 28). Gemeenschappelijke verklaring van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de autonome regering van Groenland en de regering van Denemarken, anderzijds, inzake het partnerschap tussen de Europese Gemeenschap en Groenland, ondertekend te Luxemburg op 27 juni 2006 (PB L 208 van 29.7.2006, blz. 32). WERELDWIJDE ONTWIKKELING EN SAMENWERKING Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 08WERELDWIJDE ONTWIKKELING EN SAMENWERKING 21 08 01 Evaluatie van de resultaten van de steun van de Unie, vervolgmaatregelen en audit 4 26044796 25521281 24620000 23127234 24129999,81 13572813,36 53,18 21 08 02 Coördinatie en bewustmaking op het gebied van ontwikkelingskwesties 4 10330000 13608960 10142000 10128746 10357200,— 11392492,20 83,71 Hoofdstuk 21 08 — Totaal 36374796 39130241 34762000 33255980 34487199,81 24965305,56 63,80 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 26044796 25521281 24620000 23127234 24129999,81 13572813,36 Dit krediet dient ter dekking van de financiering van diverse monitoring- en evaluatiebehoeften en daarmee verband houdende ondersteunende maatregelen ten aanzien van de verrichtingen die worden gefinancierd door externe bijstand van de Unie op het gebied van internationale samenwerking en ontwikkeling, gericht op verbetering van de kwaliteit van de projecten en de programma’s gedurende hun hele levenscyclus (van identificatie en evaluatie vooraf tot monitoring, eindevaluatie en een evaluatie achteraf), toegespitst op de relevantie, efficiëntie, doeltreffendheid, duurzaamheid en gevolgen, waaronder:
systemen en methoden voor evaluatie vooraf en de bijbehorende maatregelen ter ondersteuning van de projecten en programma’s in de identificatie- en ontwerpstadia;
systemen en methoden voor interne controle en externe evaluatie van de implementatie van projecten en programma’s, alsmede systemen en methoden om te zorgen voor passende identificatie, verzameling en rapportage van de resultaten van door de externe bijstand van de Unie gefinancierde projecten en programma’s,
systemen en methoden voor tussentijdse evaluatie, eindevaluatie of ex-postevaluatie van projecten en programma’s, met inbegrip van steunmaatregelen voor de uitvoering van en het toezicht op deze evaluaties, en voor de uitvoering van complexe evaluaties, alsmede systemen en maatregelen met betrekking tot de verspreiding van de resultaten van de evaluaties;
benaderingen en methoden betreffende de project- en programmabeheerscyclus en de sectorale en thematische aanpak die onontbeerlijk zijn voor de juiste uitvoering van de evaluatie vooraf, de monitoring en de evaluatieactiviteiten (waaronder benaderingen en methoden voor de monitoring en de capaciteitsopbouw, alsmede benaderingen, methoden en systemen voor de identificatie, de beschrijving en het gebruik van prestatie-indicatoren);
opleiding en kennisuitwisseling en andere horizontale acties ter ondersteuning van de verspreiding van deskundigheid en kennis met betrekking tot de hierboven bedoelde benaderingen, methodologieën en systemen met het oog op de verbetering van de kennis en vaardigheden van personeel dat betrokken is bij programma- en projectbeheer;
systemen voor het beheer van operationele informatie over projecten en programma’s in de verschillende fasen van de projectcyclus zijn van essentieel belang voor de uitvoering van de bovengenoemde activiteiten, voor het juiste gebruik van de resultaten ervan en voor de rapportage, ook op geaggregeerd niveau.
Dit krediet dient ook voor de financiering van audits betreffende het beheer van programma’s en projecten die door de Commissie worden uitgevoerd op het gebied van externe steun, met inbegrip van auditsystemen, methoden en systeemaudits, alsmede de financiering van opleidingsactiviteiten op basis van de specifieke voorschriften betreffende de externe steun van de Unie en georganiseerd ten behoeve van externe auditors. Dit krediet dient eveneens ter dekking van de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en publicaties die rechtstreeks verband houden met de maatregelen die onder dit artikel vallen, alsmede van alle overige uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie worden uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten. Rechtsgronden Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 10330000 13608960 10142000 10128746 10357200,— 11392492,20 De bijdrage uit de begroting verschaft de Commissie middelen voor de nodige maatregelen ter ondersteuning van de voorbereiding en de omschrijving van en het toezicht op de coördinerende maatregelen binnen het ontwikkelingsbeleid. Beleidscoördinatie is van essentieel belang om te komen tot coherente, aanvullende en efficiënte hulp en ontwikkeling. Deze maatregelen zijn van het grootste belang voor de vorm- en richtinggeving van het Europese ontwikkelingsbeleid op het niveau van strategie en programmering. Het Europese ontwikkelingsbeleid staat specifiek beschreven in de Verdragen (de artikelen 208 en 210 van het Verdrag betreffende de werking van Europese Unie). De uniale hulp en het nationale beleid van de lidstaten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking moeten elkaar aanvullen en versterken en dit is niet mogelijk zonder coördinatie. Op grond van artikel 210 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet de Commissie optreden als coördinator van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de lidstaten en van de Unie en de maatregelen die in uitvoering daarvan worden genomen. Deze coördinatie door de Commissie is niet alleen een grote toegevoegde waarde voor het beleid van de lidstaten, maar is ook een prioriteit waar de doelstellingen van de Unie en de internationale gemeenschap elkaar kruisen. Dit krediet dient ter dekking van verschillende soorten maatregelen: Maatregel A: Coördinatie op Europees en internationaal niveau:
studies naar de effectiviteit, efficiëntie, relevantie, impact en levensvatbaarheid van de coördinatie;
ondersteunings-, analyse- en coördinatieactiviteiten in de prioritaire werkterreinen doeltreffendheid van hulp en ontwikkeling (inclusief gezamenlijke voorbereiding en uitvoering) en financiering voor ontwikkeling;
bijeenkomsten van deskundigen en uitwisseling tussen de Commissie, de lidstaten en andere internationale actoren (VS, nieuwe donoren enz.) en voorbereiding van en deelname aan internationale fora zoals het mondiaal partnerschap voor doeltreffende ontwikkelingssamenwerking (GPEDC) of fora in het kader van de beleidspijlers ontwikkelingsfinanciering, uitvoeringsmiddelen, Agenda 2030;
onderzoek, communicatie, raadpleging en evaluatiediensten, ook voor technische bijstand;
monitoring van maatregelen en beleid in uitvoering;
ondersteuningsmaatregelen ter verbetering van de kwaliteit van het toezicht op lopende acties en de voorbereiding van toekomstige acties, ook op het vlak van capaciteitsopbouw;
maatregelen ter ondersteuning van buitenlandse coördinatie-initiatieven;
het opstellen van gemeenschappelijke standpunten, verklaringen en initiatieven;
de organisatie van evenementen op het gebied van coördinatie;
de bijdrage van de Commissie voor lidmaatschap van de internationale organisaties en netwerken;
verspreiding van informatie door middel van het uitbrengen van publicaties en het ontwikkelen van informatiesystemen.
Dit krediet dient eveneens ter dekking van de financiering van activiteiten inzake onderzoek voor ontwikkelingsbeleidsvorming, voortbouwend op de ervaring met het initiatief betreffende de mobilisering van Europees onderzoek voor ontwikkelingsbeleid. Deze activiteiten omvatten ook steun voor geavanceerd onderzoek en gestructureerde debatten om de synergie tussen onderzoekers en beleidsmakers te vergroten, met als doel de verfijning van het Europees perspectief inzake belangrijke ontwikkelingsproblemen en de vergroting van de invloed van de Unie op de internationale ontwikkelingsagenda op basis van onafhankelijke kennis en onderzoek. Maatregel B: Bewustmaking Dit krediet dient ter dekking van maatregelen om het beleid van de Unie en haar lidstaten op het gebied van internationale samenwerking en ontwikkeling bekend te maken en om het grote publiek bewust te maken van de daarmee verband houdende vraagstukken. In alle maatregelen die uit deze actie gefinancierd worden, moeten beide onderstaande onderdelen zijn opgenomen, die elkaar volgens de Commissie aanvullen:
een onderdeel informatie dat dient ter bevordering van de diverse maatregelen die de Unie op het gebied van internationale samenwerking en ontwikkelingshulp neemt, alsook de maatregelen die tezamen met haar lidstaten en de andere internationale organisaties worden genomen;
een onderdeel dat op de bewustmaking van de publieke opinie in zowel de Unie als de partnerlanden is toegespitst.
Deze maatregelen behelzen voornamelijk, maar niet uitsluitend, financiële steun voor audiovisuele en online voorlichting, seminars en evenementen met betrekking tot ontwikkeling, de productie van informatiemateriaal, de ontwikkeling van voorlichtingssystemen, netwerken van lidstaten en prijzen voor ontwikkelingsjournalistiek. Deze activiteiten zijn gericht op het grote publiek en worden uitgevoerd door publieke en private partners en belanghebbenden, alsmede via een netwerk van lidstaten, de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten en de Uniedelegaties in partnerlanden. Dit krediet dient bovendien ter financiering van prioritaire voorlichtings- en communicatieactiviteiten die zijn gericht op de burgers van de Unie en die betrekking hebben op het gehele buitenlandse beleid van de Unie. In de voorlichtingsacties zullen onderstaande gebieden aan de orde worden gesteld, maar kan ook aandacht worden besteed aan andere aspecten van de buitenlandse betrekkingen van de Unie, met name in verband met de toekomst van het buitenlandse beleid van de Unie:
de perceptie van buitenlandse hulp bij het grote publiek, voortbouwend op de resultaten en de evaluatie van de activiteiten die de Unie-instellingen en de lidstaten in het kader van het Europees Jaar voor Ontwikkeling 2015 hebben ontplooid, de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de resultaten van het Europees Jaar voor Ontwikkeling 2015, en over de goedkeuring van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling door de Verenigde Naties in september 2015. Het doel hiervan is te verduidelijken dat de buitenlandse hulp onlosmakelijk deel uitmaakt van de activiteiten van de Unie ten behoeve van zowel de bevolking van de partnerlanden als de Europese belastingbetalers, en het besef te laten doordringen dat de Unie namens de burgers van de Unie tastbare resultaten behaalt op het gebied van armoedebestrijding en het bevorderen van duurzame mondiale groei;
de organisatie van belangrijke evenementen die de leidende rol van de Unie in het internationale ontwikkelingsbeleid onderstrepen, met name de jaarlijkse editie van de Europese ontwikkelingsdagen (EDD). De EDD vormen een van de belangrijkste evenementen in de agenda van de Commissie op het vlak van externe betrekkingen. Het evenement brengt activisten, besluitvormers en ontwikkelingswerkers uit de hele wereld samen. Elk jaar bieden de EDD een platform voor brainstorming over het te voeren beleid en toekomstgerichte aanbevelingen in de aanloop naar de cruciale internationale topbijeenkomsten. Tijdens de EDD wordt de aandacht gevestigd op de belangrijke rol die de Unie vervult, niet alleen als de grootste verschaffer van ontwikkelingshulp ter wereld, maar ook als voortrekker in de internationale beleidsdiscussies over ontwikkeling;
de organisatie van bezoeken voor groepen journalisten en andere doelgroepen.
De Interinstitutionele Groep voor voorlichting (IGV), die gezamenlijk wordt voorgezeten door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, stelt gezamenlijke richtsnoeren vast voor de onderwerpen die onder de interinstitutionele samenwerking op het gebied van het voorlichtings- en communicatiebeleid van de Unie vallen. De IGV coördineert de op het grote publiek gerichte centrale en gedecentraliseerde voorlichtingsactiviteiten over Europese onderwerpen. De IGV stelt jaarlijks de prioriteiten voor de komende jaren vast, op basis van door de Commissie verstrekte informatie. Dit krediet dient eveneens ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor drukwerk, vertalingen, studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichting en de aankoop van publicatiemateriaal dat rechtstreeks verband houdt met het verwezenlijken van de doelstelling van het programma.
Het dient tevens ter dekking van de uitgaven voor publicaties, productie, opslag, distributie en verspreiding van informatiemateriaal, met name via het Bureau voor publicaties van de Europese Unie, en andere administratieve kosten die verband houden met de coördinatie. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Taak die voortvloeit uit de specifieke bevoegdheden die krachtens artikel 210 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie rechtstreeks aan de Commissie worden toegekend. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Besluit nr. 472/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 over het Europees Jaar voor Ontwikkeling (2015) (PB L 136 van 9.5.2014, blz. 1). VOLTOOIING VAN ACTIES UITGEVOERD IN HET KADER VAN HET INSTRUMENT VOOR GEÏNDUSTRIALISEERDE LANDEN (ICI+) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 21 09VOLTOOIING VAN ACTIES UITGEVOERD IN HET KADER VAN HET INSTRUMENT VOOR GEÏNDUSTRIALISEERDE LANDEN (ICI+) 21 09 51Voltooiing van vroegere acties (vóór 2014) 21 09 51 01 Azië 4 p.m. 10468000 — 9212441 0,— 13517754,98 129,13 21 09 51 02 Latijns-Amerika 4 p.m. 13042515 — 10560000 0,— 6827966,17 52,35 21 09 51 03 Afrika 4 p.m. 1282693 — 1279916 0,— 521220,10 40,63 Artikel 21 09 51 — Subtotaal p.m. 24793208 — 21052357 0,— 20866941,25 84,16 Hoofdstuk 21 09 — Totaal p.m. 24793208 — 21052357 0,— 20866941,25 84,16 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 10468000 — 9212441 0,— 13517754,98 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EU) nr. 1338/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 347 van 30.12.2011, blz. 21). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 13042515 — 10560000 0,— 6827966,17 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EU) nr. 1338/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 347 van 30.12.2011, blz. 21). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 1282693 — 1279916 0,— 521220,10 Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven in verband met nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren. Verordening (EU) nr. 1338/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen (PB L 347 van 30.12.2011, blz. 21). Titel Hoofdstuk Omschrijving Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 22 01 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN NABUURSCHAP EN UITBREIDINGSONDERHANDELINGEN 164498708 164498708 154964435 154964435 152366202,10 152366202,10 22 02 UITBREIDINGSPROCES EN -STRATEGIE 1803453832 1318866271 1477417698 1065012390 1460380750,55 866056511,57 22 04 EUROPEES NABUURSCHAPSINSTRUMENT (ENI) 2540127860 2372888530 2202795550 2345541121 2413748297,54 1627961265,36 Titel 22 — Totaal 4508080400 3856253509 3835177683 3565517946 4026495250,19 2646383979,03 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN NABUURSCHAP EN UITBREIDINGSONDERHANDELINGEN De artikelen 1, 2, 3 en 5 zijn in detail weergegeven in hoofdstuk XX 01 Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % 2015-2017 22 01ADMINISTRATIEVE UITGAVEN OP HET BELEIDSTERREIN NABUURSCHAP EN UITBREIDINGSONDERHANDELINGEN 22 01 01Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die werkzaam zijn op het beleidsterrein Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen 22 01 01 01 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Centrale diensten 5,2 35346352 32849473 34291230,98 97,01 22 01 01 02 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen — Delegaties van de Unie 5,2 22506376 20859597 19114299,63 84,93 Artikel 22 01 01 — Subtotaal 57852728 53709070 53405530,61 92,31 22 01 02Extern personeel en overige beheersuitgaven ter ondersteuning van het beleidsterrein Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen 22 01 02 01 Extern personeel — Centrale diensten 5,2 1728526 1879556 1597091,71 92,40 22 01 02 02 Extern personeel — Delegaties van de Unie 5,2 1480435 1021470 1207242,— 81,55 22 01 02 11 Andere beheersuitgaven — Centrale diensten 5,2 1861855 2218855 2072611,64 111,32 22 01 02 12 Andere beheersuitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 1073975 1034028 462840,— 43,10 Artikel 22 01 02 — Subtotaal 6144791 6153909 5339785,35 86,90 22 01 03Uitgaven voor uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven op het beleidsterrein Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen 22 01 03 01 Uitgaven voor uitrusting en diensten voor informatie- en communicatietechnologie 5,2 2207145 2096489 2341420,79 106,08 22 01 03 02 Gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven — Delegaties van de Unie 5,2 5132750 4874541 4329788,45 84,36 Artikel 22 01 03 — Subtotaal 7339895 6971030 6671209,24 90,89 22 01 04Ondersteunende uitgaven voor operaties en programma's voor het beleidsterrein Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen 22 01 04 01 Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) 4 42161419 39401419 38940871,16 92,36 22 01 04 02 Uitgaven voor ondersteuning van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) 4 47795875 45359007 44307145,74 92,70 22 01 04 03 Ondersteunende uitgaven voor de trustfondsen die door de Commissie worden beheerd 4 p.m. p.m. 0,— Artikel 22 01 04 — Subtotaal 89957294 84760426 83248016,90 92,54 22 01 06Uitvoerende agentschappen 22 01 06 01 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage uit het instrument voor pretoetredingssteun 4 789000 820000 844067,— 106,98 22 01 06 02 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur — Bijdrage van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) 4 2415000 2550000 2857593,— 118,33 Artikel 22 01 06 — Subtotaal 3204000 3370000 3701660,— 115,53 Hoofdstuk 22 01 — Totaal 164498708 154964435 152366202,10 92,62 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 35346352 32849473 34291230,98 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 22506376 20859597 19114299,63 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1728526 1879556 1597091,71 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1480435 1021470 1207242,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1861855 2218855 2072611,64 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 1073975 1034028 462840,— Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2207145 2096489 2341420,79 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 5132750 4874541 4329788,45 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 42161419 39401419 38940871,16 Dit krediet dient ter dekking van administratieve kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA), de geleidelijke afschaffing van de pretoetredingssteun, TAIEX, meer bepaald:
uitgaven voor technische en administratieve bijstand waarbij geen sprake is van overheidstaken die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de begunstigden en de Commissie zijn uitbesteed op basis van dienstverleningscontracten ad hoc;
uitgaven voor extern personeel in de centrale diensten (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten), beperkt tot 5146149 EUR. Deze schatting is gebaseerd op een voorlopige jaarlijkse eenheidskostprijs per manjaar, bestaande voor 95 % uit de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 5 % uit de extra kosten voor opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor het uit dit krediet gefinancierde externe personeel.
uitgaven voor extern personeel in delegaties van de Unie (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsook in de posttoetredingstransitieteams van de Commissie die tijdens de overgangsfase in de nieuwe lidstaten actief blijven (arbeidscontractanten, uitzendkrachten) voor taken die rechtstreeks verband houden met de voltooiing van de toetredingsprogramma’s. In beide gevallen dekt het krediet ook de extra logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegatie van de Unie van het extern personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
uitgaven voor studies, bijeenkomsten van deskundigen, informatiesystemen, voorlichting, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en beste praktijken, alsook publicatie en andere administratieve of technische bijstand die direct verband houdt met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoeksactiviteiten over relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor administratief beheer uit hoofde van hoofdstuk 22 02. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 47795875 45359007 44307145,74 Dit krediet dient ter dekking van:
uitgaven voor technische en administratieve ondersteuning, waarbij geen sprake is van overheidstaken, die door de Commissie tot wederzijds voordeel van de Commissie en de begunstigden zijn uitbesteed op basis van ad-hocdienstverleningscontracten;
uitgaven voor extern personeel op de hoofdzetel (arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen of uitzendkrachten), dat de taken overneemt van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand; De uitgaven voor extern personeel op de hoofdzetel mogen maximaal 4846907 EUR bedragen. Deze schatting is gebaseerd op de jaarlijkse kosten per eenheid per mensjaar waarvan 93 % wordt uitgemaakt door de bezoldiging van het desbetreffende personeel en 7 % door de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen, informatietechnologie en telecommunicatie voor dit personeel;
uitgaven voor extern personeel (arbeidscontractanten, plaatselijke functionarissen of gedetacheerde nationale deskundigen) dat bij de delegaties van de Unie in dienst wordt genomen met het oog op de decentralisatie van het programmabeheer naar de delegaties van de Unie in derde landen, of in verband met de overname van de taken van de afgeschafte bureaus voor technische bijstand, alsmede de bijkomende logistieke en infrastructurele kosten, zoals de kosten van opleiding, vergaderingen, dienstreizen en huur van onderkomen, die rechtstreeks voortvloeien uit de aanwezigheid in de delegaties van het externe personeel dat wordt bezoldigd uit de kredieten van deze post;
de uitgaven voor studies, vergaderingen van deskundigen, voorlichtingssystemen, bewustmaking, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en optimale werkwijzen, en publiciteitscampagnes en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die rechtstreeks samenhangen met de verwezenlijking van de doelstelling van het programma;
onderzoek naar relevante vraagstukken en verspreiding van de resultaten daarvan;
informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Dit krediet dient ter dekking van de uitgaven voor ondersteuning in het kader van hoofdstuk 21 03. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 p.m. p.m. 0,— Dit krediet is bedoeld ter dekking van de beheerskosten van de Commissie, tot maximaal 5 % van de in de trustfondsen samengebrachte bedragen, vanaf de jaren waarin de bijdragen aan elk trustfonds voor het eerst werden gebruik zoals bepaald in artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement. Ontvangsten die voortvloeien uit de trustfondsen die worden gebruikt voor de ondersteunende maatregelen en die in artikel 6 3 4 van de staat van ontvangsten worden geboekt, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten in deze post overeenkomstig artikel 21 van het Financieel Reglement. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 21, lid 2, en artikel 187, lid 7. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 789000 820000 844067,— Dit krediet is bedoeld ter dekking van de exploitatiekosten van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur in verband met het beheer van programma's op het beleidsterrein Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen. De opdracht van het Agentschap omvat de afwikkeling voor de programmeringsperiode 2007-2013 van de Youth-, Tempus- en Erasmus Mundus-programma's waarbij begunstigden van pretoetredingssteun betrokken zijn. Dit krediet is tevens bedoeld om in het kader van het programma Erasmus+ de exploitatiekosten te dekken van bepaalde acties van dat programma ter bevordering van de internationale dimensie van hoger onderwijs en andere acties. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma's van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het EOF. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 2415000 2550000 2857593,— Dit krediet is bedoeld ter dekking van de exploitatiekosten van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur die zijn gedaan in het kader van de uit hoofde van hoofdstuk 22 04 aan het Agentschap toevertrouwde uitvoering van de internationale dimensie van het hoger onderwijs van het Erasmus+-programma (rubriek 4). De opdracht van het Agentschap omvat de afwikkeling voor de programmeringsperiode 2007-2013 van de Youth-, Tempus- en Erasmus Mundus-programma's waarbij begunstigden van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) betrokken zijn. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Ter informatie: deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van kandidaat-lidstaten en eventueel de potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan aan uniale programma's en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de algemene staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten opgevoerd voor het programma, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. De personeelsformatie van het Uitvoerend Agentschap is opgenomen in de bijlage Personeel bij deze afdeling. Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1). Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Uitvoeringsbesluit 2013/776/EU van de Commissie van 18 december 2013 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en tot intrekking van Besluit 2009/336/EG (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 46). Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013 waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma's van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, omvattende in het bijzonder de uitvoering van kredieten van de algemene begroting van de Unie en toewijzingen uit het EOF. UITBREIDINGSPROCES EN -STRATEGIE Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 22 02UITBREIDINGSPROCES EN -STRATEGIE 22 02 01Steun voor Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Servië en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië 22 02 01 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 276700000 131933508 190000000 54301667 305850954,10 7228101,28 5,48 22 02 01 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 280658000 147317400 327960000 57819000 193157043,88 13804528,14 9,37 Artikel 22 02 01 — Subtotaal 557358000 279250908 517960000 112120667 499007997,98 21032629,42 7,53 22 02 02Steun voor IJsland 22 02 02 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 22 02 02 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— Artikel 22 02 02 — Subtotaal p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— 22 02 03Steun voor Turkije 22 02 03 01 Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 137200000 38547500 255300000 122258000 236600000,— 83271124,— 216,02 22 02 03 02 Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie 4 751187000 375400000 340484000 166076038 378090000,— 17568000,— 4,68 Artikel 22 02 03 — Subtotaal 888387000 413947500 595784000 288334038 614690000,— 100839124,— 24,36 22 02 04Regionale integratie, territoriale samenwerking en steun aan groepen landen (horizontale programma’s) 22 02 04 01 Meerlandenprogramma’s, regionale integratie en territoriale samenwerking 4 320292285 224547358 326700614 130967662 311039725,— 72492626,19 32,28 22 02 04 02 Erasmus+ — Bijdrage uit het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) 4 33061715 33087700 32035349 27877772 32039116,— 23044239,80 69,65 22 02 04 03 Bijdrage voor de Energiegemeenschap voor Zuidoost-Europa 4 4354832 4354832 4937735 4937735 3339786,03 3339786,03 76,69 Artikel 22 02 04 — Subtotaal 357708832 261989890 363673698 163783169 346418627,03 98876652,02 37,74 22 02 51 Voltooiing van eerdere pretoetredingssteun (vóór 2014) 4 p.m. 363275973 p.m. 499872531 264125,54 644477078,75 177,41 22 02 77Proefprojecten en voorbereidende acties 22 02 77 01 Proefproject — Behoud en herstel van cultureel erfgoed in conflictgebieden 4 p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 86803,98 22 02 77 02 Voorbereidende actie — Behoud en herstel van cultureel erfgoed in conflictgebieden 4 p.m. 402000 p.m. 901985 0,— 744223,40 185,13 Artikel 22 02 77 — Subtotaal p.m. 402000 p.m. 901985 0,— 831027,38 206,72 Hoofdstuk 22 02 — Totaal 1803453832 1318866271 1477417698 1065012390 1460380750,55 866056511,57 65,67 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 276700000 131933508 190000000 54301667 305850954,10 7228101,28 In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in de Westelijke Balkan:
steun voor politieke hervormingen,
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 280658000 147317400 327960000 57819000 193157043,88 13804528,14 In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in de Westelijke Balkan:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in IJsland:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 0,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in IJsland:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 137200000 38547500 255300000 122258000 236600000,— 83271124,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in Turkije:
steun voor politieke hervormingen;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake politieke hervormingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder a) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 751187000 375400000 340484000 166076038 378090000,— 17568000,— In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de volgende specifieke doelstellingen in Turkije:
steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei;
versterking op alle niveaus van het vermogen van de in bijlage I bij de verordening opgenomen begunstigden om te voldoen aan de verplichtingen inzake economische, sociale en territoriale ontwikkeling die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie door steun te verlenen aan de geleidelijke aanpassing aan en goedkeuring, tenuitvoerlegging en handhaving van het acquis van de Unie, met inbegrip van voorbereiding op het beheer van de structuurfondsen van de Unie, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder b) en c). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 320292285 224547358 326700614 130967662 311039725,— 72492626,19 In het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) zal dit krediet dienen voor de specifieke doelstelling van regionale integratie en territoriale samenwerking met de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 231/2014 vermelde begunstigden, de lidstaten, en waar passend, derde landen, binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) nr. 232/2014. Dit krediet dient ter dekking van de financiering van regionale en meerbegunstigdenprogramma's voor pretoetredingssteun, gericht op de begunstigden. Dit krediet dient tevens ter dekking van technische bijstand voor de begunstigden op het gebied van de totale aanpassing aan de wetgeving van de Unie, waarbij alle organen die betrokken zijn bij de uitvoering en handhaving daarvan, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties, geholpen worden hun doelstellingen te verwezenlijken en toezicht te houden op de mate van realisatie daarvan. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen worden geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten en vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning, zullen worden vastgesteld, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 95), dient dit krediet ook ter dekking van uitgaven die direct verband houden met de uitvoering van IPA II betreffende activiteiten op het gebied van voorbereiding, follow-up, toezicht, audit en evaluatie alsook betreffende informatie- en communicatieactiviteiten, waaronder de ontwikkeling van communicatiestrategieën en institutionele voorlichting over de politieke prioriteiten van de Unie. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 2, lid 1, onder d). Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 33061715 33087700 32035349 27877772 32039116,— 23044239,80 Dit krediet is bedoeld ter dekking van de technische en financiële bijstand in het kader van dit externe instrument ter bevordering van de internationale dimensie van hoger onderwijs voor de uitvoering van het programma Erasmus voor iedereen. Bij de onder deze post opgevoerde kredieten komen nog, krachtens de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, met name artikel 82 daarvan en Protocol 32 daarbij, de bijdragen van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Deze bedragen vloeien voort uit de onder artikel 6 3 0 van de staat van ontvangsten geboekte bijdragen van de lidstaten van de EVA, die overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement bestemmingsontvangsten vormen; zij geven aanleiding tot opvoering van de betrokken kredieten en tot uitvoering overeenkomstig de bijlage Europese Economische Ruimte van dit deel van de staat van uitgaven van deze afdeling, die een integrerend deel van de algemene begroting uitmaakt. Ontvangsten die voortvloeien uit de bijdragen van kandidaat-lidstaten en, indien van toepassing, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan, voor deelname aan programma's van de Unie, en die zijn geboekt op post 6 0 3 1 van de staat van ontvangsten, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten, volgens dezelfde verhouding als die tussen het voor het administratieve beheer toegestane bedrag en de totale kredieten voor het programma, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder e), f) en g), van het Financieel Reglement. Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Erasmus+: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50). Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11), met name artikel 15, lid 3. Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 4354832 4354832 4937735 4937735 3339786,03 3339786,03 Dit krediet is bestemd ter dekking van de bijdrage van de Unie aan de begroting van de Energiegemeenschap. Deze begroting heeft betrekking op administratieve uitgaven en beleidskredieten. Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 363275973 p.m. 499872531 264125,54 644477078,75 Dit krediet dient ter dekking van de afwikkeling van vastleggingen die zijn gedaan vóór 2014. Taak die voortvloeit uit de prerogatieven van de Commissie op institutioneel vlak, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Taken die voortvloeien uit de specifieke bevoegdheden die aan de Commissie zijn toegekend bij artikel 34 van de Akte van toetreding van 16 april 2003 en artikel 31 van titel III van de Akte van toetreding van 25 april 2005 (deel van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie). Taken die voortvloeien uit de specifieke bevoegdheden die aan de Commissie zijn toegekend bij artikel 30 van de Akte van toetreding van Kroatië. Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van de Republiek Hongarije en de Volksrepubliek Polen (PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11). Verordening (EG) nr. 1488/96 van de Raad van 23 juli 1996 inzake financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (Meda) (PB L 189 van 30.7.1996, blz. 1). Verordening (EG) nr. 555/2000 van de Raad van 13 maart 2000 betreffende de uitvoering van acties in het kader van de pretoetredingsstrategie voor de Republiek Cyprus en de Republiek Malta (PB L 68 van 16.3.2000, blz. 3). Verordening (EG) nr. 764/2000 van de Raad van 10 april 2000 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter verdieping van de douane-unie EG-Turkije (PB L 94 van 14.4.2000, blz. 6). Verordening (EG) nr. 2666/2000 van de Raad van 5 december 2000 betreffende de steun aan Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, de Federale Republiek Joegoslavië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1628/96 en tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 3906/89 en (EEG) nr. 1360/90, alsmede van de Besluiten 97/256/EG en 1999/311/EG (PB L 306 van 7.12.2000, blz. 1). Verordening (EG) nr. 2500/2001 van de Raad van 17 december 2001 betreffende financiële pretoetredingssteun voor Turkije en tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3906/89, (EG) nr. 1267/1999, (EG) nr. 1268/1999 en (EG) nr. 555/2000 (PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1). Besluit nr. 2006/500/EG van de Raad van 29 mei 2006 betreffende de sluiting van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap door de Europese Gemeenschap (PB L 198 van 20.7.2006, blz. 15). Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25). Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. p.m. p.m. p.m. 0,— 86803,98 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van het proefproject. Proefproject in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen p.m. 402000 p.m. 901985 0,— 744223,40 Dit krediet dient ter dekking van nog af te wikkelen vastleggingen van vorige jaren in het kader van de voorbereidende actie. Voorbereidende actie in de zin van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1). EUROPEES NABUURSCHAPSINSTRUMENT (ENI) Titel Hoofdstuk Artikel Post Omschrijving FK Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 % Betalingen 2015-2017 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 22 04EUROPEES NABUURSCHAPSINSTRUMENT (ENI) 22 04 01Ondersteuning van samenwerking met mediterrane landen 22 04 01 01 Mediterrane landen — Mensenrechten, goed bestuur en mobiliteit 4 173000000 68000000 144000000 63310000 51000000,— 8261311,50 12,15 22 04 01 02 Mediterrane landen — Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling 4 613835212 333300000 640900000 289000000 656800000,— 139862888,72 41,96 22 04 01 03 Mediterrane landen — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten 4 332480439 134805000 131000000 268000000 447000000,— 4470658,49 3,32 22 04 01 04 Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) 4 310100000 307661000 290100000 310000000 325302777,06 285818365,86 92,90 Artikel 22 04 01 — Subtotaal 1429415651 843766000 1206000000 930310000 1480102777,06 438413224,57 51,96 22 04 02Ondersteuning van samenwerking met landen van het Oostelijk Partnerschap 22 04 02 01 Oostelijk Partnerschap — Mensenrechten, goed bestuur en mobiliteit 4 214000000 97000000 194700000 82830000 173128000,— 12958446,67 13,36 22 04 02 02 Oostelijk Partnerschap — Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling 4 322125583 172135000 325100000 127000000 320572000,— 14706755,28 8,54 22 04 02 03 Oostelijk Partnerschap — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten 4 8000000 5000000 9300000 4000000 12000000,— 8000000,— 160,00 Artikel 22 04 02 — Subtotaal 544125583 274135000 529100000 213830000 505700000,— 35665201,95 13,01 22 04 03Ondersteuning van efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en steun aan andere samenwerkingsverbanden tussen meerdere landen 22 04 03 01 Grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit rubriek 4 4 86119807 35000000 83485550 21780000 81426771,— 642500,— 1,84 22 04 03 02 Grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit rubriek 1b (Regionaal beleid) 1,2 150691819 35000000 65600000 24000000 37048908,— 0,— 0 22 04 03 03 Steun aan andere op meerdere landen gerichte samenwerking in de nabuurschap — Overkoepelend programma 4 196500000 100000000 193500000 85000000 180655494,26 42112190,32 42,11 22 04 03 04 Andere op meerdere landen gerichte samenwerking in de nabuurschap — Ondersteunende maatregelen 4 30110000 8000000 29700000 4000000 35150505,74 5534524,22 69,18 Artikel 22 04 03 — Subtotaal 463421626 178000000 372285550 134780000 334281679,— 48289214,54 27,13 22 04 20 Erasmus+ — Bijdrage uit het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) 4 102415000 96647388 95410000 75481736 93346424,— 55621054,10 57,55 22 04 51 Voltooiing van acties op het gebied van het Europees nabuurschapsbeleid en de betrekkingen met Rusland (vóór 2014) 4 p.m. 950000000 — 950000000 317417,48 1001199472,20 105,39 22 04 52 Grensoverschrijdende samenwerking — Bijdrage uit rubriek 1b (Regionaal beleid) 1,2 p.m. 29288091 — 40000000 0,— 48773098,— 166,53 22 04 77Proefprojecten en voorbereidende acties 22 04 77 03 Voorbereidende actie — Nieuwe Europees-mediterrane strategie voor de bevordering van werkgelegenheid bij jongeren 4 p.m. 335789 p.m. 590619 0,— 0,— 0 22 04 77 04 Proefproject — Financiering ENB — Voorbereiding personeel op de werkzaamheden in verband met het EU-ENB 4 p.m. p.m. p.m. 56523 0,— 0,— 22 04 77 05 Voorbereidende actie — Terugvordering van activa door landen van de Arabische lente 4 p.m. 341262 p.m. 492243 0,— 0,— 0 22 04 77 06 Proefproject — Ontwikkeling van een op kennis gebaseerde Europese journalistiek met betrekking tot het EU-nabuurschap, door middel van educatieve activiteiten van de campus Natolin van het Europacollege 4 750000 375000 Artikel 22 04 77 — Subtotaal 750000 1052051 p.m. 1139385 0,— 0,— 0 Hoofdstuk 22 04 — Totaal 2540127860 2372888530 2202795550 2345541121 2413748297,54 1627961265,36 68,61 Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 173000000 68000000 144000000 63310000 51000000,— 8261311,50 Dit krediet dient in het bijzonder ter financiering van bilaterale en op meerdere landen gerichte samenwerkingsacties om resultaten te boeken in onder meer de volgende gebieden:
mensenrechten en fundamentele vrijheden;
rechtsstaat;
gelijkheidsbeginselen;
duurzame en blijvende democratie;
goed bestuur;
ontwikkeling van een florerend maatschappelijk middenveld, waaronder de sociale partners;
scheppen van een klimaat voor goed beheerde mobiliteit van mensen;
bevorderen van contacten tussen mensen.
Er dienen voldoende kredieten te worden gereserveerd voor steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma. Deze bedragen kunnen worden aangevuld met bijdragen voor Unietrustfondsen. Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 613835212 333300000 640900000 289000000 656800000,— 139862888,72 Dit krediet dient in het bijzonder ter financiering van bilaterale en op meerdere landen gerichte samenwerkingsacties om resultaten te boeken in onder meer de volgende gebieden:
geleidelijke integratie in de interne markt van de Unie en meer samenwerking binnen en tussen sectoren, onder meer door:
aanpassing aan de wet- en regelgeving van de EU en andere internationale normen,
institutionele opbouw,
investeringen;
duurzame en inclusieve ontwikkeling in alle aspecten;
armoedebestrijding, onder meer door de ontwikkeling van de particuliere sector;
meer interne economische, sociale en territoriale cohesie;
plattelandsontwikkeling;
klimaatmaatregelen;
rampenparaatheid.
Er dienen voldoende kredieten te worden gereserveerd voor steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 332480439 134805000 131000000 268000000 447000000,— 4470658,49 Dit krediet dient in het bijzonder ter financiering van bilaterale en op meerdere landen gerichte samenwerkingsacties om resultaten te boeken in onder meer de volgende gebieden:
vertrouwens- en vredesopbouw, onder meer bij kinderen;
veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten;
bijstand aan vluchtelingen en ontheemden, met inbegrip van kinderen.
Er dienen voldoende kredieten te worden gereserveerd voor steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun openbare organen, entiteiten of natuurlijke personen, aan bepaalde externe steunprojecten of -programma’s die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 310100000 307661000 290100000 310000000 325302777,06 285818365,86 Dit krediet dient ter dekking van maatregelen ten gunste van het Palestijnse volk en de bezette Palestijnse gebieden van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, in het kader van het vredesproces in het Midden-Oosten. De belangrijkste doelstellingen van de acties kunnen als volgt worden omschreven:
ondersteuning van staatsvorming en institutionele ontwikkeling;
bevorderen van sociale en economische ontwikkeling;
het inperken van de gevolgen van de verslechterende economische, fiscale en humanitaire omstandigheden voor de Palestijnse bevolking door het verlenen van essentiële dienstverlening en andere ondersteuning;
bijdragen tot inspanningen voor de wederopbouw in Gaza;
bijdragen tot de financiering van de werking van de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA), in het bijzonder de programma's inzake gezondheidszorg, onderwijs en sociale diensten;
financiering van voorbereidende acties voor de bevordering van de samenwerking tussen Israël en de buurlanden van Israël in het kader van het vredesproces, in het bijzonder met betrekking tot instellingen, economische aangelegenheden, water, milieu en energie;
financiering van activiteiten om de openbare opinie gunstig te stemmen ten aanzien van het vredesproces;
financiering van voorlichting, inclusief in het Arabisch en het Hebreeuws en verspreiding van informatie met betrekking tot de Israëlisch-Palestijnse samenwerking;
bevordering van eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden, het bevorderen van meer respect voor minderhedenrechten, de bestrijding van antisemitisme en het bevorderen van gendergelijkheid en non-discriminatie;
het stimuleren van de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld door onder andere sociale integratie te ondersteunen.
Er dienen voldoende kredieten te worden gereserveerd voor steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Ontvangsten die voortvloeien uit financiële bijdragen van lidstaten en derde landen, inclusief in beide gevallen hun publieke organen, entiteiten of natuurlijke personen aan bepaalde externe steunprojecten of -programma's die door de Unie worden gefinancierd en namens hen door de Commissie worden beheerd, kunnen aanleiding geven tot de opvoering van extra kredieten. Deze bijdragen geboekt onder artikel 6 3 3 van de staat van ontvangsten vormen bestemmingsontvangsten, overeenkomstig artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement. De bedragen die worden geboekt bij het begrotingsonderdeel voor uitgaven voor administratieve ondersteuning zullen, onverminderd artikel 187, lid 7, van het Financieel Reglement, worden vastgesteld in het kader van de bijdrageovereenkomst van elk operationeel programma, waarbij voor elk hoofdstuk wordt uitgegaan van een gemiddelde dat niet hoger is dan 4 % van de bijdragen voor het desbetreffende programma voor elk hoofdstuk. Verordening (EU) nr. 232/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 27). Kredieten 2017 Kredieten 2016 Uitvoering 2015 Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen Vastleggingen Betalingen 214000000 97000000 194700000 82830000 173128000,— 12958446,67 Dit krediet dient in het bijzonder ter financiering van bilaterale en op meerdere landen gerichte samenwerkingsacties om resultaten te boeken in onder meer de volgende gebieden:
mensenrechten en fundamentele vrijheden;
1975 more provisions are not shown here; each has its own address.