Gelex

Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2642 van de Raad van 19 december 2025 tot vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026

In forceVersion 2025-12-19from 2026-01-05
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/decision/2025/2642@2025-12-19/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3
  2. ANNEX
  3. BIJLAGE

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013, en met name artikel 57, lid 1, daarvan,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Om een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid te waarborgen, moet de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 doeltreffende steun bieden aan lidstaten waar sprake is van migratiedruk volgens Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 van de Commissie overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2024/1351.

(2) De jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 moet de migratiesituatie in 2026 op evenwichtige en doeltreffende wijze aanpakken en de geschatte jaarlijkse solidariteitsbehoeften weergeven. De beoordeling van die solidariteitsbehoeften voor 2026 en de referentiegetallen voor de berekening van het billijk aandeel voor elke lidstaat zijn gebaseerd op de kwantitatieve en kwalitatieve criteria en analyse die zijn opgenomen in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 11 november 2025 getiteld Het Europees jaarverslag over asiel en migratie (2025) (het jaarverslag) voor de verslagperiode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 en de prognose voor 2026, alsook op het gemiddelde erkenningspercentage op Unieniveau en op het gemiddelde terugkeerpercentage op Unieniveau. Al die informatie werd door de Commissie gebruikt voor de vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323.

(3) In het jaarverslag voor de verslagperiode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 wordt de asiel-, opvang- en migratiesituatie in de periode van twaalf maanden, namelijk van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024, beoordeeld voor alle migratieroutes, en wordt een strategisch situatiebeeld en een prognose voor het volgende jaar geschetst.

(4) In haar Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 heeft de Commissie, handelend op grond van artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1351, Griekenland, Spanje, Italië en Cyprus aangemerkt als lidstaten waar sprake is van migratiedruk. De migratiedruk die in Spanje en Italië is vastgesteld, houdt verband met het grote aantal ontschepingen na opsporings- en reddingsoperaties. Die vier lidstaten moeten de Commissie en de Raad informeren of zij voornemens zijn gebruik te maken van de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, en informatie verstrekken over het soort en de omvang van de solidariteitsmaatregelen die nodig zijn om de situatie aan te pakken. Daarna moeten die vier lidstaten toegang hebben tot de solidariteitsmaatregelen die zijn vastgesteld door de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, en mogen zij niet verplicht worden hun toegezegde solidariteitsbijdragen uit te voeren.

(5) Bij de vaststelling van de solidariteitsbehoeften van de lidstaten waar sprake is van migratiedruk wordt niet alleen rekening gehouden met de algehele situatie in de vier lidstaten waarvan is vastgesteld dat er sprake is van migratiedruk, maar ook met de prognose van toekomstige ontwikkelingen die in het jaarverslag zijn beschreven en met de verwachte impact daarvan op de betrokken lidstaten.

(6) Bij de vaststelling van de solidariteitsbehoeften moet ook rekening worden gehouden met de steun van het Asielagentschap van de Europese Unie en van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en de financieringssteun die de lidstaten waar sprake is van migratiedruk, in de verslagperiode ontvangen. Dat zijn belangrijke steunmaatregelen uit de bij artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1351 vastgestelde permanente EU-toolbox voor migratiesteun.

(7) Om de solidariteitsbehoeften op evenwichtige en doeltreffende wijze vast te stellen, moet ook rekening worden gehouden met het huidige aantal niet-toegestane verplaatsingen, dat weliswaar is afgenomen, maar de Unie nog altijd voor een uitdaging stelt.

(8) Voorts moet bij de solidariteitsbehoeften rekening worden gehouden met de algehele situatie in de Unie en het feit dat twaalf lidstaten onder migratiedruk dreigen te komen, namelijk België, Bulgarije, Duitsland, Estland, Ierland, Frankrijk, Kroatië, Letland, Litouwen, Nederland, Polen en Finland, en dat er in zes lidstaten sprake is van een significante migratiesituatie, namelijk in Bulgarije, Estland, Kroatië, Oostenrijk, Polen en Tsjechië.

(9) Bij de vaststelling van de solidariteitsbehoeften moet ook rekening worden gehouden met de verplichting van artikel 63, lid 3, punten a) en b), van Verordening (EU) 2024/1351 in verband met het minimumniveau van solidariteit dat moet worden gehaald.

(10) De solidariteitsbehoeften voor 2026 in het kader van de jaarlijkse solidariteitspool op het niveau van de Unie dienen te worden vastgesteld op 21000 herplaatsingen en op 420 miljoen EUR aan financiële bijdragen, rekening houdend met het feit dat de uitvoering van de eerste jaarlijkse migratiebeheerscyclus van de Unie en van de overeenkomstige solidariteitstoezeggingen op 12 juni 2026 van start zal gaan, en met de ongelijke verdeling van irreguliere aankomsten in de begunstigde lidstaten gedurende het hele jaar, waarbij dat aantal doorgaans hoger ligt in de tweede helft van het jaar.

(11) Aangezien het aandeel aankomsten na opsporings- en reddingsoperaties in Spanje en Italië 42 % uitmaakt van alle irreguliere aankomsten in de lidstaten waarvan is vastgesteld dat er sprake is van migratiedruk, moet het voor Spanje en Italië te bestemmen indicatieve percentage van de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 overeenkomen met dat aandeel.

(12) Op grond van Verordening (EU) 2024/1351 dienen in de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 de bijdragen te worden vastgelegd die door de lidstaten zijn toegezegd tijdens een bijeenkomst van het EU-solidariteitsforum op hoog niveau. Het EU-solidariteitsforum op hoog niveau is op 13 november 2025 bijeengeroepen, en heeft bijeenkomsten gehouden op 18 en 27 november 2025, tijdens welke de lidstaten hun solidariteitsbijdragen hebben toegezegd.

(13) De drie soorten solidariteitsmaatregelen waarin artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1351 voorziet, namelijk herplaatsingen, financiële bijdragen en alternatieve solidariteitsmaatregelen, worden als gelijkwaardig beschouwd. Het is daarom aan elke lidstaat om te besluiten welk soort solidariteitsmaatregel hij toezegt; het is ook mogelijk om gebruik te maken van een combinatie van verschillende soorten solidariteitsmaatregelen of uitsluitend alternatieve solidariteitsmaatregelen toe te zeggen. Bij de uitvoering van de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, als eerste jaarlijkse solidariteitspool, kunnen de toezeggingen van de lidstaten met betrekking tot financiële bijdragen worden omgezet naar andere vormen van solidariteitssteun.

(14) Er werden grote aantallen niet-toegestane verplaatsingen in de Unie geregistreerd in de verslagperiode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 en tijdens de overgang naar de volledige toepassing van de nieuwe verantwoordelijkheidsregels. Daarom moet ter ondersteuning van een doeltreffende vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, als eerste jaarlijkse solidariteitspool, rekening worden gehouden met die bestaande situatie in de lidstaten. Tijdens die initiële overgangsfase, die overeenkomt met de verslagperioden waarin geen rekening is gehouden met de migratiesituatie zoals die eruitziet zodra de in Verordening (EU) 2024/1351 vastgelegde materiële regels volledig van toepassing zijn geworden, is er volop ruimte om tot algemene solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid te komen door verzoekers om internationale bescherming die, in de verslagperiode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025, van de begunstigde lidstaten naar de bijdragende lidstaten zijn verhuisd, en in die laatste om internationale bescherming hebben verzocht, naar behoren te erkennen en te registreren. Daartoe moet het voor alle bijdragende lidstaten mogelijk zijn ook aan solidariteit bij te dragen met andere vormen van solidariteitssteun, waaronder die welke voor bijdragende lidstaten tot verantwoordelijkheid leiden in die verslagperiode. Die andere vormen van solidariteitssteun moeten bilateraal worden overeengekomen door de bijdragende en de begunstigde lidstaten, en moeten in aanmerking worden genomen bij de uitvoering van dit besluit om het verplichte billijk aandeel van de bijdragende lidstaten weer te geven, waarbij wordt gewaarborgd dat, op basis van relevante gevallen, alle lidstaten op een billijke en doeltreffende manier andere vormen van solidariteitssteun kunnen uitvoeren, en waarbij de EU-solidariteitscoördinator interactie en samenwerking tussen de lidstaten faciliteert om tot een evenwichtige en doeltreffende uitvoering ervan te komen.

(15) De jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, als eerste jaarlijkse solidariteitspool, moet weerspiegelen dat hij gebaseerd is op toezeggingen die door de lidstaten zijn gedaan toen de in Verordening (EU) 2024/1351 vastgelegde materiële regels nog niet van toepassing waren, alsook dat de uitvoering van de eerste jaarlijkse migratiebeheerscyclus van de Unie en van de solidariteitstoezeggingen vanaf 12 juni 2026 van start zal gaan. Teneinde in die context te zorgen voor een passend evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid, met name gezien de situatie van de lidstaten waarvan op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 is vastgesteld dat er sprake is van een significante migratiesituatie, moet uitzonderlijk worden erkend dat de toezeggingen van die lidstaten dienovereenkomstig mogen worden bijgesteld.

(16) Dit besluit moet tot doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van een alomvattende aanpak van migratiebeheer op Unieniveau, door te zorgen voor een essentiële eerste stap bij de uitvoering van het migratie- en asielpact, met inbegrip van Verordening (EU) 2024/1351, en door algemene samenhangende maatregelen op direct samenhangende prioritaire gebieden te bevorderen, met name in verband met de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees systeem voor terugkeer en van een lijst op Unieniveau van veilige landen van herkomst. In dat verband moet dit besluit bijdragen tot het verminderen van de algehele druk op de asielstelsels van de lidstaten en tot het ondersteunen van de werking van het migratie- en asielpact.

(17) Overeenkomstig artikel 4 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), heeft Ierland bij brief van 27 juni 2024 kennisgegeven van zijn wens om Verordening (EU) 2024/1351 te aanvaarden en erdoor gebonden te zijn. De deelname van Ierland aan Verordening (EU) 2024/1351 werd bevestigd bij Besluit (EU) 2024/2088 van de Commissie. Bijgevolg neemt Ierland deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit.

(18) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en aan het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De jaarlijkse solidariteitspool voor 2026, zoals vastgelegd in de bijlage, wordt vastgesteld.

2. Het referentiegetal voor herplaatsingen voor de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 bedraagt 21000.

3. Het referentiegetal voor financiële bijdragen voor de jaarlijkse solidariteitspool voor 2026 bedraagt 420000000 EUR.

4. De solidariteitsbijdragen die door elke lidstaat overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1351 werden toegezegd, zijn vastgelegd in de bijlage.

5. De solidariteitsbijdragen van elke lidstaat zijn weergegeven als de geaggregeerde cijfers die overeenkomen met de in artikel 56, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) 2024/1351 bedoelde solidariteitsmaatregelen.

6. Een indicatieve 42 % van de in de leden 2 en 3 vermelde referentiegetallen wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten waarvan is vastgesteld dat er sprake is van migratiedruk vanwege grote aantallen aankomsten in verband met herhaalde ontschepingen na opsporings- en reddingsoperaties.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing met ingang van 12 juni 2026.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 19 december 2025. Voor de Raad De voorzitter M. Bjerre

ANNEX

Grp. 1. Lidstaten waar sprake is van migratiedruk op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen (waarde in EUR) Griekenland 1,8585 % 7800000 Spanje 10,0106 % 42040000 Italië 12,8565 % 54000000 Cyprus 0,2048 % 43 Grp. 2. Lidstaten waar sprake is van een significante migratiesituatie op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen(waarde in EUR) Bulgarije 1,0180 % 214 Tsjechië 2,1358 % 0 Estland 0,2677 % 280000 280000 Kroatië 0,6858 % 0 Oostenrijk 2,4076 % 0 Polen 6,6160 % 0 Grp. 3. Andere lidstaten Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen (waarde in EUR) België 3,0767 % 12920000 Duitsland 21,6890 % 4555 Ierland 2,2049 % 9260000 Frankrijk 16,0021 % 3361 Letland 0,3234 % 1360000 Litouwen 0,5474 % 58 1140000 Luxemburg 0,3212 % 15 1040000 Hongarije 1,6604 % geen toezegging Malta 0,1295 % 14 260000 Nederland 5,2154 % 21900000 Portugal 2,0108 % 8440000 Roemenië 3,1480 % 661 Slovenië 0,4306 % 1800000 Slowakije 0,9856 % geen toezegging Finland 1,4160 % 5940000 Zweden 2,7807 % 11680000

BIJLAGE

1. Lidstaten waar sprake is van migratiedruk op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen (waarde in EUR) Griekenland 1,8585 % 7800000 Spanje 10,0106 % 42040000 Italië 12,8565 % 54000000 Cyprus 0,2048 % 43

2. Lidstaten waar sprake is van een significante migratiesituatie op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen(waarde in EUR) Bulgarije 1,0180 % 214 Tsjechië 2,1358 % 0 Estland 0,2677 % 280000 280000 Kroatië 0,6858 % 0 Oostenrijk 2,4076 % 0 Polen 6,6160 % 0

3. Andere lidstaten Lidstaat Billijk aandeel Herplaatsing of andere vormen van solidariteitssteun Financiële bijdragen (EUR) Alternatieve solidariteitsmaatregelen (waarde in EUR) België 3,0767 % 12920000 Duitsland 21,6890 % 4555 Ierland 2,2049 % 9260000 Frankrijk 16,0021 % 3361 Letland 0,3234 % 1360000 Litouwen 0,5474 % 58 1140000 Luxemburg 0,3212 % 15 1040000 Hongarije 1,6604 % geen toezegging Malta 0,1295 % 14 260000 Nederland 5,2154 % 21900000 Portugal 2,0108 % 8440000 Roemenië 3,1480 % 661 Slovenië 0,4306 % 1800000 Slowakije 0,9856 % geen toezegging Finland 1,4160 % 5940000 Zweden 2,7807 % 11680000

Versions

  1. 2025-12-19