Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/444 van de Commissie van 5 maart 2025 tot verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van benzoëzuur voor gebruik in biociden van de productsoorten 3 en 4 overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Address https://gelex.eu/eli/EU/decision/2025/444@2025-03-05/nl
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden, en met name artikel 14, lid 5,
Na raadpleging van het Permanent Comité voor biociden,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2013 van de Commissie is benzoëzuur goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 3 en 4, mits de in de bijlage bij die verordening vastgestelde voorwaarden worden nageleefd.
(2) De goedkeuring van benzoëzuur voor gebruik in biociden van de productsoorten 3 en 4 (hierna de goedkeuring genoemd) verstrijkt op 30 juni 2025. Op 21 december 2023 zijn aanvragen ingediend voor de verlenging van de goedkeuring overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 (de aanvragen).
(3) De beoordelende bevoegde autoriteit van Duitsland heeft de Commissie op 7 maart 2024 geïnformeerd over haar besluit op grond van artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 dat een volledige beoordeling van de aanvragen noodzakelijk was. In artikel 8, lid 1, van die verordening is bepaald dat beoordelende bevoegde autoriteiten aanvragen binnen 365 dagen na validering volledig moeten beoordelen.
(4) De beoordelende bevoegde autoriteit kan overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 in voorkomend geval de aanvrager verzoeken voldoende gegevens te verstrekken om de beoordeling uit te voeren. In dat geval wordt de periode van 365 dagen geschorst; de schorsing mag niet langer duren dan in totaal 180 dagen, tenzij de aard van de gevraagde gegevens of uitzonderlijke omstandigheden een langere schorsing rechtvaardigen.
(5) Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 stelt het Europees Agentschap voor chemische stoffen binnen 270 dagen na ontvangst van een aanbeveling van de beoordelende bevoegde autoriteit een advies op over de verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof en zendt dit toe aan de Commissie.
(6) Om redenen buiten de invloed van de aanvrager zal de goedkeuring dus waarschijnlijk verstrijken voordat een besluit is genomen over de verlenging ervan. Daarom moet de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring zodanig worden verlengd dat er voldoende tijd is om de aanvragen te behandelen. Rekening houdend met de termijn waarover de beoordelende bevoegde autoriteit beschikt voor de beoordeling, de termijn waarover het Europees Agentschap voor chemische stoffen beschikt voor de opstelling en indiening van de adviezen en de tijd die de Commissie nodig heeft om te besluiten of de goedkeuring kan worden verlengd, moet de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring worden verlengd tot en met 31 december 2027.
(7) Na de verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring, blijft de goedkeuring van benzoëzuur gelden voor gebruik in biociden van de productsoorten 3 en 4, onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2013,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2013 vastgestelde termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van benzoëzuur voor gebruik in biociden van de productsoorten 3 en 4 wordt verlengd tot en met 31 december 2027.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 5 maart 2025. Voor de Commissie De voorzitter Ursula von der Leyen