Gelex

Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/1776 van de Raad van 10 juli 2026 waarbij België overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2003/96/EG wordt gemachtigd een verlaagd belastingtarief toe te passen op stroom die rechtstreeks wordt geleverd aan schepen die op een ligplaats in een haven zijn afgemeerd

In forceVersion 2026-07-10
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/decision/2026/1776@2026-07-10/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3
    4. Artikel 4

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit, en met name artikel 19, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij brief van 8 januari 2026 heeft België overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2003/96/EG verzocht te worden gemachtigd om een verlaagd belastingtarief toe te passen op stroom die rechtstreeks wordt geleverd aan schepen, met uitzondering van particuliere pleziervaartuigen, die op een ligplaats in een haven zijn afgemeerd (walstroom).

(2) Met dit verlaagde belastingtarief wil België het gebruik van walstroom stimuleren. Het gebruik van dergelijke stroom wordt beschouwd als een minder milieubelastende manier om schepen die op een ligplaats in een haven zijn afgemeerd, van stroom te voorzien dan de verbranding van bunkerbrandstoffen door die schepen.

(3) Voor zover het gebruik van walstroom de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen voorkomt die gepaard gaat met de verbranding van bunkerbrandstoffen door schepen die op een ligplaats in een haven zijn afgemeerd, verbetert de maatregel de lokale luchtkwaliteit in havensteden. Gezien de koolstofintensiteit van de elektriciteitsproductie in België, zal het gebruik van walstroom in plaats van elektriciteit die wordt opgewekt door verbranding van bunkerbrandstoffen, naar verwachting ook de CO2-emissies, andere luchtverontreinigende stoffen en geluidsoverlast verminderen. Er wordt daarom verwacht dat de toepassing van het verlaagde belastingtarief voor walstroom zal bijdragen aan de doelstellingen van het milieu-, gezondheids- en klimaatbeleid van de Unie.

(4) De machtiging van België om een verlaagd belastingtarief op walstroom toe te passen, gaat niet verder dan wat nodig is om het gebruik van die elektriciteit te bevorderen, aangezien stroomopwekking aan boord vanuit concurrentieoogpunt in de meeste gevallen nog altijd het interessantste alternatief zal zijn. Om dezelfde reden, en omdat de relevante technologie momenteel nog niet wijdverbreid is op de markt, valt niet te verwachten dat de toepassing van dat verlaagde belastingtarief gedurende de toepassingsperiode ervan tot grote concurrentieverstoringen zal leiden en daardoor de goede werking van de interne markt zal belemmeren.

(5) Overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Richtlijn 2003/96/EG moet elke uit hoofde van artikel 19, lid 1, van die richtlijn verleende machtiging strikt beperkt zijn in de tijd. Om te garanderen dat de machtiging lang genoeg geldt om de betrokken marktdeelnemers er niet van te weerhouden de noodzakelijke investeringen te doen, is het passend de gevraagde machtiging voor een termijn van zes jaar te verlenen. Die machtiging moet echter komen te vervallen op de datum van toepassing van algemene bepalingen betreffende belastingvoordelen voor walstroom die de Raad uit hoofde van artikel 113 of een andere bepaling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zou vaststellen, indien die bepalingen gedurende de periode van de machtiging van toepassing worden.

(6) Dit besluit laat de toepassing van de Unieregels betreffende staatssteun onverlet,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

België wordt gemachtigd een verlaagd belastingtarief toe te passen op stroom die rechtstreeks wordt geleverd aan schepen, met uitzondering van particuliere pleziervaartuigen, die op een ligplaats in een haven zijn afgemeerd, mits de in artikel 10 van Richtlijn 2003/96/EG vastgelegde minimumbelastingniveaus in acht worden genomen.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2032. Indien de Raad evenwel, handelend op basis van artikel 113 of enige andere relevante bepaling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, een gewijzigde algemene regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit invoert waarmee de in artikel 1 van dit besluit verleende machtiging niet verenigbaar zou zijn, komt dit besluit te vervallen op de dag waarop die gewijzigde algemene regeling van toepassing wordt.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de datum van de kennisgeving ervan.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2026. Voor de Raad De voorzitter S. Harris

Versions

  1. 2026-07-10