Gelex

Besluit (EU) 2026/714 van de Raad van 17 maart 2026 inzake het standpunt dat namens de Europese Unie tijdens op de 237e bijeenkomst van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) moet worden ingenomen met betrekking tot de goedkeuring van het amendement van bijlage 13 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart

In forceVersion 2026-03-17
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/decision/2026/714@2026-03-17/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (het Verdrag van Chicago), waarbij het internationale luchtvervoer wordt geregeld, is op 4 april 1947 in werking getreden. Bij dat verdrag is de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) opgericht.

(2) Alle lidstaten zijn verdragsluitende partijen bij het Verdrag van Chicago (verdragsluitende partijen) en leden van de ICAO, terwijl de Unie de status van waarnemer heeft in bepaalde organen van de ICAO. Zes lidstaten zijn vertegenwoordigd in de ICAO-Raad.

(3) Op grond van artikel 54, punt l), van het Verdrag van Chicago kan de ICAO-Raad internationale normen en aanbevolen praktijken (Standards and Recommended Practices — SARP’s) vaststellen en aanduiden als bijlagen bij het Verdrag van Chicago.

(4) Tijdens zijn 237e vergadering moet de ICAO-Raad amendement 20 van bijlage 13 — Onderzoek naar ongevallen en incidenten met luchtvaartuigen bij het Verdrag van Chicago vaststellen (amendement 20).

(5) Het belangrijkste doel van amendement 20 is de veiligheid van de luchtvaart te verbeteren door te zorgen voor een hoog niveau van efficiëntie, doelmatigheid en kwaliteit van veiligheidsonderzoeken in de burgerluchtvaart.

(6) Het op grond van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Europees netwerk van veiligheidsonderzoeksinstanties in de burgerluchtvaart (Encasia) is onder meer verantwoordelijk voor het adviseren van de instellingen van de Unie over alle aspecten van de opstelling en uitvoering van het beleid en de regels van de Unie in verband met veiligheidsonderzoeken en het voorkomen van ongevallen en incidenten in de luchtvaart. Encasia heeft bijgedragen tot de opstelling van het in amendement 20 vervatte voorstel.

(7) Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de ICAO-Raad aangezien amendement 20, na de vaststelling ervan, volkenrechtelijk bindend zal zijn overeenkomstig artikel 90, punt a), van het Verdrag van Chicago, en een beslissende invloed kan hebben op de wetgeving van de Unie, met name Verordening (EU) nr. 996/2010. Het toepassingsgebied van dit besluit moet worden beperkt tot de inhoud van amendement 20, met dien verstande dat die inhoud binnen een gebied valt dat in ruime mate door gemeenschappelijke EU-regels wordt bestreken. Dit besluit moet de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten op luchtvaartgebied onverlet laten.

(8) Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 237e zitting van de ICAO-Raad, of een daaropvolgende zitting, met betrekking tot de vaststelling van amendement 20, moet erin bestaan de vaststelling van amendement 20 te steunen. Dat standpunt van de Unie moet tot uitdrukking worden gebracht door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de ICAO-Raad, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

(9) Op grond van artikel 38 van het Verdrag van Chicago moet elke verdragsluitende staat die vindt dat het in de praktijk niet mogelijk is om in alle opzichten te voldoen aan een internationale norm of procedure nadat die is gewijzigd, of om zijn eigen regels of praktijken volledig in overeenstemming te brengen met een internationale norm of procedure, of die het noodzakelijk acht regels of praktijken vast te stellen die in enig opzicht verschillen van die welke bij een internationale norm zijn vastgesteld, de ICAO onmiddellijk in kennis stellen van de verschillen tussen zijn eigen praktijken en die welke bij de internationale norm zijn vastgesteld.

(10) Op grond van artikel 90 van het Verdrag van Chicago treedt elke in artikel 54 van het Verdrag van Chicago bedoelde bijlage of een amendement van een bijlage in werking binnen drie maanden na de voorlegging ervan aan de verdragstaten of, als de ICAO-Raad dit voorschrijft, na een langere termijn, tenzij in de tussentijd een meerderheid van de verdragstaten hun afkeuring bij de ICAO-Raad kenbaar maakt.

(11) Het standpunt van de Unie nadat de ICAO-Raad amendement 20 heeft vastgesteld, hetgeen door de secretaris-generaal van de ICAO wordt aangekondigd middels de procedure voor ICAO-staatsbrieven, met dien verstande dat die inhoud binnen een gebied valt dat reeds in ruime mate door gemeenschappelijke EU-regels wordt bestreken, moet erin bestaan geen afkeuring kenbaar te maken en te voldoen aan amendement 20. Als de Uniewetgeving na de beoogde toepassingsdatum van de nieuwe SARP’s van die SARP’s zou afwijken, moet een verschil met die specifieke SARP’s bij de ICAO worden gemeld. Het standpunt van de Unie met betrekking tot dit verschil moet worden gebaseerd op een schriftelijk document dat de Commissie ter bespreking en goedkeuring aan de Raad voorlegt. Dat standpunt moet tot uitdrukking worden gebracht door alle lidstaten, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de 237e zitting van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, of in een daaropvolgende zitting, houdt in dat het voorgestelde amendement 20 van bijlage 13 — Onderzoek naar ongevallen en incidenten met luchtvaartuigen bij het Verdrag van Chicago (amendement 20) volledig moet worden gesteund.

2. Het namens de Unie in te nemen standpunt, mits de ICAO-Raad amendement 20 zonder ingrijpende wijzigingen vaststelt, is dat in antwoord op de respectieve ICAO-staatsbrief geen afkeuring kenbaar moet worden gemaakt, maar moet worden gemeld dat aan het vastgestelde amendement 20 zal worden voldaan. Ingeval wetgeving van de Unie afwijkt van de normen in bijlage 13 van het Verdrag van Chicago na de beoogde toepassingsdatum van die normen, waardoor het noodzakelijk wordt dat de ICAO overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag van Chicago van de afwijking van deze specifieke normen in kennis wordt gesteld, dient de Commissie te gelegener tijd en ten minste twee maanden vóór een door de ICAO vastgestelde termijn voor kennisgeving van verschillen, bij de Raad ter bespreking en ter goedkeuring een voorbereidend document in met het standpunt van de Unie inzake de gedetailleerde verschillen die de lidstaten namens de Unie aan de ICAO moeten melden.

Artikel 2

Het in artikel 1, lid 1, bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de lidstaten die lid zijn van de ICAO-Raad, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie. De in artikel 1, lid 2, bedoelde standpunten worden tot uitdrukking gebracht door alle lidstaten, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 17 maart 2026. Voor de Raad De voorzitter A. Vafeades

Versions

  1. 2026-03-17