Gelex

Besluit (EU) 2026/730 van de Raad van 17 maart 2026 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen op de 237e zitting van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) wat betreft de amendementen 3, 12 en 15 van bijlage 16, Volumes I-III, bij het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart, wat betreft normen en aanbevolen praktijken op het gebied van milieubescherming

In forceVersion 2026-03-17
Grade B

mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.

Ask Gelex about this law

Address https://gelex.eu/eli/EU/decision/2026/730@2026-03-17/nl

Contents
  1. Preamble
    1. Artikel 1
    2. Artikel 2
    3. Artikel 3

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (het Verdrag van Chicago), waarbij het internationale luchtvervoer geregeld wordt, is op 4 april 1947 in werking getreden. Bij dat verdrag is de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization — ICAO) opgericht.

(2) Alle lidstaten zijn overeenkomstsluitende partij bij het Verdrag van Chicago en lid van de ICAO, terwijl de Unie de status van waarnemer heeft in bepaalde organen van de ICAO. Zes lidstaten zijn momenteel vertegenwoordigd in de ICAO-Raad.

(3) Op grond van artikel 54 van het Verdrag van Chicago kan de ICAO-raad internationale normen en aanbevolen praktijken (Standards and Recommended Practices — SARP’s) vaststellen, die worden vastgelegd in de bijlagen bij het Verdrag van Chicago.

(4) De ICAO-raad heeft de SARP’s inzake milieubescherming vastgesteld als bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago.

(5) De ICAO-raad zal tijdens zijn 237e zitting een aantal amendementen van bijlage 16, volumes I, II en III, bij het Verdrag van Chicago vaststellen.

(6) Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de ICAO-raad aangezien de voorgestelde amendementen bindend zullen zijn krachtens het internationaal recht en een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de Uniewetgeving, namelijk Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie.

(7) Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen, is dat de voorgestelde amendementen 3, 12 en 15 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago moeten worden gesteund.

(8) Het standpunt van de Unie moet tot uiting gebracht worden door de lidstaten die momenteel lid zijn van de ICAO-raad, die daarbij gezamenlijk in het belang van de Unie optreden.

(9) Indien de voorgestelde amendementen 3, 12 en 15 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago door de ICAO-Raad worden vastgesteld, moet de vaststelling van die amendementen vervolgens door de secretaris-generaal van de ICAO worden aangekondigd via een ICAO-staatsbrief. In dat geval moet het standpunt dat na de vaststelling namens de Unie moet worden ingenomen erin bestaan geen afkeuring te registreren en kennisgeving te doen van conformiteit met de amendementen. Als de Uniewetgeving na de beoogde toepassingsdatum van de nieuwe SARP’s van die SARP’s zou afwijken, moet de ICAO in kennis worden gesteld van alle verschillen tussen de Uniewetgeving en die specifieke SARP’s. Het standpunt van de Unie met betrekking tot dergelijke verschillen moet worden gebaseerd op een schriftelijk document dat de Commissie ter bespreking en goedkeuring aan de Raad voorlegt. Dat standpunt moet tot uiting worden gebracht door alle lidstaten van de Unie, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de 237e zitting van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, of in daaropvolgende zittingen, met betrekking tot de amendementen 3, 12 en 15 bij bijlage 16, volumes I-III, bij het Verdrag van Chicago, houdt in dat de voorgestelde amendementen volledig moeten worden gesteund.

2. Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen, mits de ICAO-Raad de in lid 1 bedoelde voorgestelde amendementen zonder ingrijpende wijzigingen vaststelt, is dat in antwoord op de desbetreffende ICAO-staatsbrief geen afkeuring moet worden geregistreerd, maar kennisgeving ervan moet worden gedaan dat de vastgestelde maatregel zal worden nageleefd.

3. Ingeval de Uniewetgeving na de beoogde toepassingsdatum van de nieuwe SARP’s afwijkt, moet de ICAO in kennis worden gesteld van elk verschil tussen het recht van de Unie en die specifieke SARP’s, overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag van Chicago. In dat geval dient de Commissie, met het oog op de vaststelling van het standpunt van de Unie met betrekking tot verschillen tussen de Uniewetgeving en die specifieke SARP’s, te gelegener tijd en ten minste twee maanden vóór een door de ICAO vastgestelde termijn voor kennisgeving van verschillen, bij de Raad ter bespreking en goedkeuring een voorbereidend document in met de gedetailleerde verschillen die de lidstaten namens de Unie aan de ICAO moeten meedelen.

Artikel 2

Het in artikel 1, lid 1, genoemde standpunt wordt tot uiting gebracht door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten die lid zijn van de ICAO-Raad. Het in artikel 1, leden 2 en 3, genoemde standpunt wordt tot uiting gebracht door alle lidstaten, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 17 maart 2026. Voor de Raad De voorzitter A. Vafeades

Versions

  1. 2026-03-17