Besluit van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 16 december 2015 betreffende een coördinatiekader voor de kennisgeving door betrokken autoriteiten van nationale macroprudentiële beleidsmaatregelen, het uitbrengen van adviezen en aanbevelingen door het ESRB en tot intrekking van Besluit ESRB/2014/2 (ESRB/2015/4) 2016/C 97/12
Grade B
mapped from publisher markup. A grade says how a document's structure was obtained, not how reliable the law is.
Not the law itself: Notice
Address https://gelex.eu/eli/EU/notice/oj/C/2016/97/12@2015-12-16/nl
Contents
- Preamble
- Artikel 1 Werkingssfeer
- Artikel 2 Definities
- Artikel 3 Publicatie van macroprudentiële beleidsmaatregelen
- Artikel 4 ESRB-adviezen en -aanbevelingen betreffende nationale macroprudentiële beleidsmaatregelen
- Artikel 5 ESRB-aanbeveling betreffende de wederkerigheid van macroprudentiële beleidsmaatregelen
- Artikel 6 ESRB-aanbevelingen betreffende specifieke anticyclische bufferpercentages van derde landen
- Artikel 7 Beoordelingsteam
- Artikel 8 Overgangsbepalingen
- Artikel 9 Intrekking
- Artikel 10 Inwerkingtreding
DE ALGEMENE RAAD VAN HET EUROPEES COMITÉ VOOR SYSTEEMRISICO’S,
Gezien Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, en met name artikel 3,
Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, en met name artikel 458,
Gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, en met name artikel 133, artikel 134, artikel 138 en artikel 139,
Gezien de Aanbeveling ESRB/2015/1 van het Europese Comité voor systeemrisico’s van 11 december 2015 betreffende de erkenning en vaststelling van anticyclische bufferpercentages voor blootstellingen aan derde landen, en met name Aanbeveling A, Aanbeveling B(3) en Aanbeveling C,
Gezien Aanbeveling ESRB/2015/2 van het Europese Comité voor systeemrisico’s van 15 december 2015 betreffende de beoordeling van grensoverschrijdende effecten van macroprudentiële beleidsmaatregelen en van vrijwillige toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële beleidsmaatregelen, en met name Aanbevelingen B tot en met D,
Gezien Besluit ESRB/2011/1 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 januari 2011 houdende goedkeuring van het reglement van orde van het Europees Comité voor systeemrisico’s, en met name artikel 6,
Gezien Besluit ESRB/2015/3 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 11 december 2015 betreffende de beoordeling van materialiteit van derde landen voor het bancaire stelsel van de Unie in verband met de erkenning en vaststelling van anticyclische bufferpercentages, en met name artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het Europees Comité voor systeemrisico’s is verantwoordelijk voor macroprudentieel toezicht binnen de Unie. Dienaangaande beoogt het ESRB bij te dragen aan het voorkomen of beperken van systeemrisico’s voor financiële stabiliteit in de Unie, waaronder risico’s van buiten de Unie. Als onderdeel van deze taak tracht het ESRB regelgevingsarbitrage en grensoverschrijdende lekken te voorkomen door ervoor in te staan dat dezelfde of equivalente macroprudentiële vereisten gelden voor dezelfde risico’s in de hele Unie. Om de effectiviteit van macroprudentiële beleidsmaatregelen te waarborgen acht het ESRB drie taken van bijzonder belang. Deze taken zijn opgedragen bij uniewetgeving en/of vloeien voort uit Verordening (EU) nr. 1092/2010.
(2) Ten eerste is het ESRB bij artikel 133 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013 opgedragen de deugdelijkheid van macroprudentiële beleidsmaatregelen te beoordelen voordat de lidstaten of de Europese Centrale Bank (ECB) deze vaststellen.
(3) Ten tweede beoordeelt het ESRB de potentiële negatieve grensoverschrijdende overloopeffecten van specifieke macroprudentiële beleidsmaatregelen en, indien een verzoek inzake de toepassing van wederkerigheid is ontvangen van de betrokken activerende autoriteit, beoordeelt het ESRB of op door de lidstaten genomen specifieke macroprudentiële beleidsmaatregelen in de hele Unie wederkerigheid toegepast moet worden overeenkomstig het in Aanbeveling ESRB/2015/2 van het Europees Comité voor systeemrisico’s vastgestelde kader. Krachtens artikel 134 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013 kunnen lidstaten het ESRB verzoeken aanbevelingen uit te brengen aan andere lidstaten die toepassing van wederkerigheid vereisen ten aanzien van hun macroprudentiële beleidsmaatregelen. Overeenkomstig zijn mandaat kan het ESRB ook de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van maatregelen aanbevelen ten aanzien waarvan de toepassing van wederkerigheid valt onder de nationale beoordelingsvrijheid.
(4) Ten derde, het ESRB draagt bij aan de verwezenlijking van samenhang in de gehele Unie voor anticyclische kapitaalbufferpercentages die van toepassing zijn op blootstellingen aan derde landen. Artikel 138 van Richtlijn 2013/36/EU draagt het ESRB specifiek op aanbevelingen uit te brengen om te waarborgen dat die anticyclische kapitaalbufferpercentages de Unie-instellingen voldoende beschermen tegen het risico van excessieve kredietgroei in derde landen. Luidens artikel 139 van Richtlijn 2013/36/EU kan het ESRB aanbevelingen uitbrengen om samenhang in de hele Unie te bereiken bij de uitoefening van de krachtens dat artikel verleende bevoegdheden inzake de vaststelling en erkenning van anticyclische kapitaalbufferpercentages voor blootstellingen aan derde landen.
(5) Aangaande zijn eerste taak betreffende de beoordeling van de deugdelijkheid van bepaalde macroprudentiële beleidsmaatregelen voor hun vaststelling heeft het ESRB in 2014 een Beoordelingsteam opgericht dat deze maatregelen analyseert en adviezen en aanbevelingen voorbereidt. Aangezien de tweede en de derde taak van het ESRB een aantal aspecten gemeen hebben met zijn eerste taak, ware het aangewezen het mandaat van het huidige Beoordelingsteam zodanig uit te breiden dat de drie taken onder het mandaat vallen. Gezien het uitgebreide mandaat van het Beoordelingsteam zou het tevens noodzakelijk zijn de samenstelling van het Beoordelingsteam te wijzigen, zodat het bredere deskundigheid omvat. Voorts, de aanstellingsduur van bepaalde leden van het Beoordelingsteam, die overeenkomstig Besluit ESRB/2014/2 van het Europees Comité voor systeemrisico’s zijn aangesteld, moet voortduren tot de betrokken aanstellingsduur verstrijkt.
(6) Opdat het ESRB deze drie taken kan uitvoeren wordt aanbevolen dat de betrokken autoriteiten het ESRB in kennis stellen van macroprudentiële beleidsmaatregelen, waaronder die maatregelen die verder gaan dan de in uniewetgeving vastgestelde vereisten. Deze vereisten zijn vastgesteld in artikel 129, lid 2, artikel 130, lid 2, artikel 131, leden 7 en 12, artikel 133, artikel 134, lid 2, artikel 136, lid 7 en 160 van Richtlijn 2013/36/EU, alsook artikel 99, lid 7 en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Bovendien beveelt Aanbeveling ESRB/2015/2 aan dat de betrokken autoriteiten het ESRB in kennis stellen van alle vastgestelde macroprudentiële beleidsmaatregelen.
(7) De operationele procedures van het Beoordelingsteam voor elk van zijn drie taken moet de uiteenlopende tijdschema’s vermelden binnen welke het ESRB zijn respectieve taken moet vervullen. Met name zal het ESRB zijn adviezen of aanbevelingen inzake de betrokken maatregel binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving uitbrengen overeenkomstig artikel 133 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Het ESRB zal trachten Aanbeveling ESRB/2015/2 binnen drie maanden na kennisgeving van die maatregelen te wijzigen. Indien het ESRB van mening is dat optreden nodig is inzake de anticyclische bufferpercentages die van toepassing zijn op blootstellingen aan specifieke derde landen, zal het trachten een aanbeveling uit te brengen binnen drie maanden nadat het kennis heeft verkregen van een potentieel risico voortvloeiend uit excessieve kredietgroei in het betrokken derde land.
(8) Besluit ESRB/2014/2 moet ingetrokken worden en worden vervangen door dit besluit om de twee extra taken voor het Beoordelingsteam en de daarmee samenhangende wijzigingen in de samenstelling te incorporeren,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Werkingssfeer
1. Dit besluit richt een gemeenschappelijk procedureel kader op aangaande het uitbrengen van adviezen en aanbevelingen door het ESRB als reactie op de vaststelling van macroprudentiële beleidsmaatregelen binnen de Unie op de in lid 2 genoemde gebieden.
2. Met name beoogt dit besluit de procedures voor de analyse van macroprudentiële beleidsmaatregelen uiteen te zetten en, indien van toepassing voor het uitbrengen van:
a. ESRB-aanbevelingen en -adviezen betreffende macroprudentiële beleidsmaatregelen overeenkomstig artikel 133, leden 14 en 15 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458, lid 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
b. Wijzigingen van Aanbeveling ESRB/2015/2 om aanvullende genotificeerde macroprudentiële beleidsmaatregelen te incorporeren die werden aanbevolen voor toepassing van wederkerigheid overeenkomstig, maar niet beperkt tot artikel 134, lid 4 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458, lid 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
c. ESRB-aanbevelingen betreffende de vaststelling en erkenning van een specifiek anticyclisch bufferpercentage overeenkomstig, maar niet beperkt tot artikel 138 en artikel 139 van Richtlijn 2013/36/EU (de ESRB-aanbevelingen betreffende specifieke anticyclische bufferpercentages van derde landen).
Artikel 2 Definities
Binnen het kader van dit besluit gelden de volgende definities:
1. vaststelling: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
2. anticyclisch bufferpercentage: heeft dezelfde betekenis als anticyclisch bufferpercentage in artikel 128, lid 7 van Richtlijn 2013/36/EU;
3. Darwin: is het interne documentbeheersysteem van het ESRB;
4. macroprudentiële beleidsmaatregel: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
5. kennisgeving: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
6. kennisgevende autoriteit: een autoriteit die een kennisgeving aan het ESRB verstuurt;
7. advies: een door het ESRB uit te brengen advies na de ontvangst van een kennisgeving aangaande een macroprudentiële beleidsmaatregel overeenkomstig artikel 133 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
8. wederkerigheid: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
9. aanbeveling: een door het ESRB uit te brengen advies overeenkomstig, maar niet beperkt tot artikel 133, lid 14, artikel 134, lid 4, artikel 138 en artikel 139 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
10. betrokken activerende autoriteit: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
11. betrokken autoriteit: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/2;
12. betrokken autoriteit van een derde land: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/1;
13. derde land: heeft dezelfde betekenis als in afdeling 2, onder 1) van Aanbeveling ESRB/2015/1;
Artikel 3 Publicatie van macroprudentiële beleidsmaatregelen
1. Wanneer de betrokken autoriteiten het ESRB in kennis stellen van vastgestelde macroprudentiële beleidsmaatregelen binnen het toepassingsgebied van besluit, gebruiken zij de op de ESRB-website bekendgemaakte templates. Het ESRB-secretariaat publiceert de macroprudentiële beleidsmaatregelen die de betrokken autoriteiten hebben vastgesteld, gepubliceerd en waarvan zij het ESRB in kennis gesteld hebben. De kennisgevende autoriteit kan verzoeken dat omwille van financiële stabiliteit deze maatregelen niet gepubliceerd worden, welk verzoek het Hoofd van het ESRB-secretariaat kan inwilligen.
2. De overeenkomstig dit besluit uitgebrachte adviezen en aanbevelingen, alsook wijzigingen ervan, worden na goedkeuring door de Algemene Raad op de ESRB-website bekendgemaakt. De kennisgevende autoriteit kan verzoeken dat omwille van financiële stabiliteit deze adviezen, aanbevelingen, of wijzigingen ervan, niet gepubliceerd worden, over welk verzoek het ESRB een besluit neemt. Openbare aanbevelingen, waaronder wijzigingen ervan, die zijn gericht tot de relevante autoriteiten in alle lidstaten, worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
Artikel 4 ESRB-adviezen en -aanbevelingen betreffende nationale macroprudentiële beleidsmaatregelen
1. Dit artikel is van toepassing op adviezen en aanbevelingen zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a).
2. Na ontvangst van een kennisgeving overeenkomstig artikel 133 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013, dient het ESRB-secretariaat die kennisgeving via Darwin onverwijld in bij de Algemene Raad en het Beoordelingsteam.
3. Binnen vijf ECB-werkdagen volgende op de ontvangst van een in lid 2 bedoelde kennisgeving kunnen leden van de Algemene Raad relevante problemen aan de orde stellen aangaande negatieve externe factoren zoals negatieve grensoverschrijdende overloopeffecten van de genotificeerde macroprudentiële beleidsmaatregelen. Deze leden kunnen tevens signaleren dat hun autoriteit als waarnemer zou willen deelnemen aan het Beoordelingsteam, indien de autoriteit nog niet vertegenwoordigd is. Om een soepel en efficiënt proces te waarborgen, stellen leden voor zover mogelijk die relevante problemen in de Engelse taal aan de orde.
4. Binnen 12 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 2, bereidt het Beoordelingsteam een beoordeling en een ontwerpadvies of -aanbeveling voor aangaande de deugdelijkheid van de macroprudentiële beleidsmaatregel, zulks gezien de relevante vereisten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458 van Verordening (EU) nr. 575/2013 vanuit een macroprudentieel perspectief en vanuit het perspectief van financiële stabiliteit.
5. Na voltooiing van het ontwerpadvies of de ontwerpaanbeveling, dient het ESRB-secretariaat het ontwerp via Darwin onverwijld in bij alle leden van de Algemene Raad ter overweging via de schriftelijke procedure. Voordat de Algemene Raad een besluit neemt, kunnen leden van de Algemene Raad binnen vier ECB-werkdagen volgende op de indiening opmerkingen maken aangaande het ontwerpadvies of de ontwerpaanbeveling.
6. Binnen twee ECB-werkdagen volgende op de dag waarop de opmerkingen moeten worden ingediend, beoordeelt het Beoordelingsteam of het ontwerpadvies of de ontwerpaanbeveling gezien die opmerkingen herzien moet worden, en dient via het ESRB-secretariaat het finale ontwerpadvies of de ontwerpaanbeveling in bij de Algemene Raad.
7. Op basis van de door het Beoordelingsteam voorbereide beoordeling en het ontwerp, neemt de Algemene Raad een besluit inzake het ontwerpadvies of de ontwerpaanbeveling. Het besluit door de Algemene Raad wordt via de schriftelijke procedure genomen, in welk geval de leden van de Algemene Raad minstens vijf ECB-werkdagen krijgen om hun stem uit te brengen, tenzij een vergadering van de Algemene Raad is belegd overeenkomstig het reglement van orde van het ESRB. De Algemene Raad besluit minstens een ECB-werkdag voor het verstrijken van de periode van één maand, zoals bedoeld in artikel 133, lid 14 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458, lid 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
8. Het ESRB kan een advies uitbrengen met de vermelding dat het niet mogelijk is om de naleving van de vereisten van Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013 te beoordelen, indien het ESRB op zijn verzoek om nadere informatie van de kennisgevende autoriteiten informatie heeft ontvangen die nog steeds niet alle voor de beoordeling van de deugdelijkheid van de betrokken maatregel relevante informatie omvat, waaronder naleving van de betrokken vereisten van Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013. Het ESRB kan tevens een negatief advies of aanbeveling uitbrengen, indien van toepassing.
Artikel 5 ESRB-aanbeveling betreffende de wederkerigheid van macroprudentiële beleidsmaatregelen
1. Dit artikel is van toepassing op wijzigingen van Aanbeveling ESRB/2015/2, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b).
2. Binnen vijf ECB-werkdagen nadat het ESRB een verzoek om toepassing van wederkerigheid heeft ontvangen van een lidstaat, dient het ESRB-secretariaat overeenkomstig, maar niet beperkt tot, artikel 134, lid 4 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 458, lid 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 via Darwin het verzoek in bij de leden van het Technisch Adviescomité, de Algemene Raad en het Beoordelingsteam.
3. Binnen vijf ECB-werkdagen na de verzending van de in lid 2 bedoelde informatie mogen de leden van de Algemene Raad aan het ESRB aantonen dat de genotificeerde macroprudentiële beleidsmaatregel aanzienlijke negatieve grensoverschrijdende overloopeffecten in hun jurisdictie zou hebben, en aangeven dat hun autoriteit als waarnemer zou willen deelnemen aan het Beoordelingsteam, indien zijn land nog niet vertegenwoordigd is. Om een soepel en efficiënt proces te waarborgen, verstrekken de leden van de Algemene Raad voor zover mogelijk relevante informatie aan het ESRB in de Engelse taal.
4. Binnen 25 ECB-werkdagen volgende op de verzending van de in lid 3 bedoelde informatie, bereidt het Beoordelingsteam een beoordeling voor van de noodzaak tot vaststelling van een aanbeveling inzake de toepassing van wederkerigheid, samen met een ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2, indien noodzakelijk. Het Beoordelingsteam bereidt een voorstel voor aan het Technisch Adviescomité betreffende de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van de genotificeerde maatregel en betreffende de middelen waarmee toepassing van wederkerigheid in overeenstemming met Aanbeveling ESRB/2015/2 bereikt kan worden.
a) Indien het Beoordelingsteam vaststelt dat overleg over de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van de betrokken maatregel gewettigd is, dient het ESRB-secretariaat de beoordeling en de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 van het Team in bij een vergadering van het Technisch Adviescomité voor overleg. Onderwerp van dat overleg zijn ook de soorten maatregelen waarmee de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van de betrokken maatregel door andere lidstaten bereikt kan worden. Indien dezelfde maatregel als de ter discussie staande niet beschikbaar is in de nationale wetgeving van alle andere lidstaten, identificeert het Team andere maatregelen met een equivalent effect die de wederkerigheid toepassende betrokken autoriteiten op een zo goed mogelijke wijze kunnen toepassen.
b) Indien het Beoordelingsteam oordeelt dat overleg niet nodig is, omdat de genotificeerde maatregel exposure-based is en beschikbaar is in alle overige lidstaten, kan het ESRB-secretariaat de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 via Darwin aan alle leden van het Technisch Adviescomité verzenden voor een schriftelijke procedure. In dat geval verzoekt de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van die maatregel door alle lidstaten, te implementeren door een wijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2.
5. Indien na de vergadering van het Technisch Adviescomité waar de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van de maatregel werd besproken, dan wel overeenkomstig lid 4, onder b) een schriftelijke procedure van het Technisch Adviescomité noodzakelijk is, kunnen de leden van het Technisch Adviescomité binnen vijf ECB-werkdagen na verzending via Darwin opmerkingen plaatsen bij de ontwerpaanbeveling.
6. Binnen vijf ECB-werkdagen volgende hetzij op de dag waarop het Technisch Adviescomité opmerkingen moet indienen of de vergaderdag van het Technisch Adviescomité tijdens welke de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van de maatregel werd besproken, dient het ESRB-secretariaat, indien toepasselijk, via Darwin de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 voor beraad in bij de Algemene Raad. Indien leden van het Technisch Adviescomité via de in lid 5 bedoelde procedure, of tijdens de vergadering van het Technisch Adviescomité, inhoudelijke opmerkingen maken, kan de voorbereiding van de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 met maximaal 25 ECB-werkdagen verlengd worden.
7. De Algemene Raad kan binnen vijf ECB-werkdagen volgende op de indiening van het ontwerp bij de Algemene Raad opmerkingen maken, indien toepasselijk, over de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2.
8. Binnen vijf ECB-werkdagen volgende op de dag waarop leden van de Algemene Raad opmerkingen moeten indienen, dient het ESRB-secretariaat, indien toepasselijk, hetzij de finale ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 via een schriftelijke procedure ter goedkeuring in bij de Algemene Raad, hetzij dient het ontwerp ter goedkeuring in bij een vergadering van de Algemene Raad. De Algemene Raad kan een besluit nemen inzake de ontwerpwijziging van Aanbeveling ESRB/2015/2 via de schriftelijke procedure of tijdens een vergadering van de Algemene Raad, zulks overeenkomstig artikel 6 van Besluit ESRB/2011/1.
Artikel 6 ESRB-aanbevelingen betreffende specifieke anticyclische bufferpercentages van derde landen
1. Dit artikel is van toepassing op in artikel 1, lid 2, onder c), bedoelde aanbevelingen.
2. Het Beoordelingsteam kan in de volgende gevallen verzocht worden om kredietontwikkelingen in een derde land te analyseren, hetgeen kan resulteren in een voorstel voor een ESRB-aanbeveling betreffende het specifieke anticyclische bufferpercentage dat op het betrokken derde land van toepassing is, zulks in de volgende gevallen:
a) indien een betrokken autoriteit van een derde land verzoekt om erkenning van een bufferpercentage dat hoger is dan 2,5 %;
b) indien een aangewezen autoriteit het ESRB informeert overeenkomstig aanbeveling A(1) van Aanbeveling ESRB/2015/1, of, indien het ESRB-secretariaat ervaart dat een betrokken autoriteit van een derde land een anticyclisch bufferpercentage dat hoger is dan 2,5 % voor dat derde land heeft vastgesteld, zulks voor landen die lid zijn van het Bazelcomité voor bankentoezicht (BCBS);
c) indien een aangewezen autoriteit het ESRB informeert overeenkomstig aanbeveling A(2) en B(3) van Aanbeveling ESRB/2015/1;
d) Indien een aangewezen autoriteit het ESRB informeert overeenkomstig aanbeveling C(1) van Aanbeveling ESRB/2015/1, dan wel indien de door een betrokken autoriteit van een derde land, dat lid is van het BCBS, vastgesteld anticyclisch bufferpercentage werd erkend op grond van een ESRB-aanbeveling, en het ESRB-secretariaat ervaart dat de betrokken autoriteit van dat derde land een lager anticyclisch bufferpercentage heeft vastgesteld;
e) Indien een aangewezen autoriteit het ESRB informeert overeenkomstig aanbeveling C(2) van Aanbeveling ESRB/2015/1, dan wel indien de door een betrokken autoriteit van een derde land, dat lid is van het BCBS, vastgesteld anticyclisch bufferpercentage werd erkend op grond van een ESRB-aanbeveling, en het ESRB-secretariaat ervaart dat de betrokken autoriteit van dat derde land een lager anticyclisch bufferpercentage heeft vastgesteld;
f) indien het ESRB-secretariaat indicaties ziet voor een excessieve kredietgroei in een van de derde landen die als materieel voor de Unie zijn geïdentificeerd, zoals bepaald in artikel 4 van Besluit ESRB/2015/3.
3. Binnen vijf ECB-werkdagen na de dag waarop een van de in lid 2 uiteengezette gevallen zich voordoet, dient het ESRB-secretariaat via Darwin alle relevante informatie in bij de leden van het Technisch Adviescomité, de Algemene Raad en het Beoordelingsteam. Het hoofd van het Beoordelingsteam zal besluiten of en wanneer het de betrokken autoriteit van een derde land zal notificeren om een vertegenwoordiger uit te nodigen als waarnemer deel uit te gaan maken van het Beoordelingsteam.
4. Binnen vijf ECB-werkdagen na de verzending van de in lid 3 bedoelde informatie mogen de leden van de Algemene Raad aan het ESRB aantonen dat hun lidstaat materiële blootstellingen heeft aan het betrokken derde land en signaleren dat zij als waarnemers zouden willen deelnemen aan het Beoordelingsteam, indien hun autoriteit niet vertegenwoordigd is. Om een soepel en efficiënt proces te waarborgen, verstrekken de leden voor zover mogelijk relevante informatie aan het ESRB in de Engelse taal.
5. Binnen 25 ECB-werkdagen volgende op de verzending van de in lid 4 bedoelde informatie, bereidt het Beoordelingsteam een beoordeling voor van de noodzaak tot vaststelling van een aanbeveling betreffende specifieke anticyclische bufferpercentages die voor het betrokken derde land gelden. Indien het Beoordelingsteam van mening is dat een aanbeveling noodzakelijk is, gaat de beoordeling vergezeld van een ontwerpaanbeveling. Het ESRB-secretariaat dient de beoordeling en, indien toepasselijk, de ontwerpaanbeveling ter overleg in bij een vergadering van het Technisch Adviescomité of via Darwin bij het Technisch Adviescomité voor een schriftelijke procedure.
6. Binnen vijf ECB-werkdagen na de dag van indiening via de schriftelijke procedure kunnen leden van het Technisch Adviescomité opmerkingen maken over de beoordeling en, indien toepasselijk, op de ontwerpaanbeveling.
7. Binnen vijf ECB-werkdagen volgende hetzij op de dag waarop het Technisch Adviescomité opmerkingen moet indienen, of de vergaderdag van het Technisch Adviescomité, dient het ESRB-secretariaat, indien toepasselijk, via Darwin de ontwerpaanbeveling voor beraad in bij de Algemene Raad.
8. Binnen vijf ECB-werkdagen na de dag van indiening kunnen leden van de Algemene Raad opmerkingen maken over de beoordeling en, indien toepasselijk, over de ontwerpaanbeveling.
9. Indien het Beoordelingsteam van mening is dat een aanbeveling nodig was en de raadpleging van de Algemene Raad geen inhoudelijke opmerkingen heeft opgeleverd, dient het ESRB-secretariaat binnen vijf ECB-werkdagen volgende op de dag waarop de leden van de Algemene Raad opmerkingen in moeten dienen, de finale ontwerpaanbeveling in hetzij bij de Algemene Raad via een schriftelijke procedure ter goedkeuring, hetzij ter goedkeuring tijdens een vergadering van de Algemene Raad.
10. Indien de raadpleging van de Algemene Raad inhoudelijke opmerkingen heeft opgeleverd, stelt het ESRB-secretariaat de aangelegenheid tijdens de volgende vergadering van de Algemene Raad ter beraad aan de orde.
11. De Algemene Raad kan een besluit nemen inzake de finale ontwerpaanbeveling via een schriftelijke procedure of tijdens een vergadering van de Algemene Raad, zulks overeenkomstig artikel 6 van Besluit ESRB/2011/1.
12. Indien om het besluit van het ESRB betreffende specifieke anticyclische bufferpercentages voor derde landen voor blootstellingen aan een specifiek derde land als een dringende aangelegenheid wordt verzocht, kan de in leden 3 tot en met 11 beschreven procedure ingekort worden. Op verzoek van de kennisgevende autoriteit en/of op basis van de aard van het onderliggende risico voor het bancaire stelsel van de Unie, kan het hoofd van het Beoordelingsteam besluiten het bovengenoemde proces in te korten.
Artikel 7 Beoordelingsteam
1. Inzake macroprudentiële beleidsmaatregelen, wederkerigheid van macroprudentiële beleidsmaatregelen en anticyclische bufferpercentages voor derde landen bereidt het Beoordelingsteam beoordelingen en ontwerpadviezen of -aanbevelingen voor. De leden van het Beoordelingsteam, alsook waarnemers, hebben technisch, alsook beleidsmatig een toereikend niveau van senioriteit.
2. Het Hoofd van het Beoordelingsteam is het Hoofd van het ESRB-secretariaat of zijn/haar aangewezen plaatsvervanger.
3. Het Beoordelingsteam omvat: a) twee vertegenwoordigers van het ESRB-secretariaat, waaronder het Hoofd van het Beoordelingsteam, b) een vertegenwoordiger van de toezichtfunctie van de ECB, c) een vertegenwoordiger van de macroprudentiële functie van de ECB, d) een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, e) een vertegenwoordiger van de Europese Bankautoriteit (EBA), en f) negen vertegenwoordigers die elk een nationale centrale bank (NCB) van een lidstaat vertegenwoordigen. Vertegenwoordigers van de NCB’s die lid zijn van het Stuurcomité, waaronder vertegenwoordigers van NCB’s waaruit de eerste vicevoorzitter van het ESRB en het hoofd van het Technisch Adviescomité worden benoemd, behoren tot de groep van negen NCB-vertegenwoordigers.
4. Uitgaande van voordrachten van de NCB’s die leden zijn van de Algemene Raad, benoemt de Algemene Raad de negen in lid 3 bedoelde NCB-vertegenwoordigers. Zij worden benoemd voor dezelfde periode als de vertegenwoordiger van hun autoriteit in het Stuurcomité, dan wel voor een periode van drie jaar. Indien hun autoriteit niet is vertegenwoordigd in het Stuurcomité, kunnen de NCB-vertegenwoordigers in het Beoordelingsteam herbenoemd worden.
5. Alle overige leden van het Beoordelingsteam worden voor een onbepaalde periode benoemd.
6. Alle instellingen die als lid in het ESRB vertegenwoordigd zijn, en die vertegenwoordigd zijn in het Beoordelingsteam, kunnen hun leden vervangen of meer dan een persoon aanwijzen op basis van de vereiste deskundigheid en het type beoordeling dat het Beoordelingsteam krachtens artikel 1, lid 2 moet uitvoeren. Het Hoofd van het Beoordelingsteam moet die vervangingen goedkeuren. De samenstelling van het Beoordelingsteam waarborgt een evenwichtige vertegenwoordiging van eurogebiedlidstaten en niet-eurogebiedlidstaten.
7. Waarnemers kunnen deelnemen aan het Beoordelingsteam om aan het overleg bij te dragen. Waarnemers kunnen maximaal twee vertegenwoordigers per lidstaat betreffen, een van de NCB en een van de betrokken autoriteit of andere in de Algemene Raad van het ESRB vertegenwoordigde autoriteiten, welke lidstaat overeenkomstig artikel 4, lid 3 hetzij inhoudelijke problemen heeft gesignaleerd, of heeft gesignaleerd dat de betrokken macroprudentiële beleidsmaatregel overeenkomstig artikel 5, lid 3 significante negatieve grensoverschrijdende overloopeffecten zou hebben op nationaal niveau, dan wel afkomstig is van een lidstaat die overeenkomstig artikel 6, lid 4 materiële blootstellingen heeft aan het betrokken derde land. Leden van de Algemene Raad coördineren nationale vertegenwoordiging in het Beoordelingsteam met de betrokken nationale autoriteiten, indien zij niet vertegenwoordigd zijn in de Algemene Raad en de ter discussie staande maatregel binnen hun mandaat valt. Indien een aanbeveling of een advies overeenkomstig artikel 133, leden 14 en 15 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 458, lid 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt voorbereid, zijn Commissie- en EBA-vertegenwoordigers waarnemers. Waarnemers van het Beoordelingsteam kunnen tevens maximaal twee vertegenwoordigers, een van de betrokken NCB en een van de betrokken nationale autoriteit, van een lidstaat omvatten die een macroprudentiële beleidsmaatregel heeft genotificeerd en/of wederkerigheid van een macroprudentiële beleidsmaatregel heeft verzocht. Vertegenwoordigers van derde landen waarvan anticyclische bufferpercentages ter discussie staan, kunnen ook als waarnemers uitgenodigd worden, in welk geval vertrouwelijkheidsovereenkomsten op hun van toepassing zijn.
8. Indien uit hoofde van artikel 5, lid 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013, de ECB, en niet een nationale autoriteit, een macroprudentiële beleidsmaatregel op nationaal niveau notificeert, wordt de ECB vertegenwoordigd door twee waarnemers en iedere betrokken lidstaat wordt vertegenwoordigd door twee volgens dezelfde in lid 7 beschreven procedure aangewezen waarnemers.
9. Om bij de beoordeling van macroprudentiële beleidsmaatregelen uit hoofde van artikel 1, lid 2, onder a), belangenconflicten te vermijden, wordt de status van leden van het Beoordelingsteam tijdelijk opgeschort, en worden zij niet vervangen, en wel voor vertegenwoordigers van lidstaten of de ECB in alle gevallen waarin de betrokken autoriteiten van de betrokken lidstaat of de ECB een macroprudentiële beleidsmaatregel heeft genotificeerd of materiële problemen heeft gesignaleerd aangaande de macroprudentiële beleidsmaatregel of verzochte toepassing van wederkerigheid ten aanzien van een door het Beoordelingsteam te beoordelen macroprudentiële beleidsmaatregel.
10. Leden van het Beoordelingsteam bereiden ontwerpadviezen of -aanbevelingen voor overeenkomstig artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 4 en artikel 6, lid 5 waarover de Algemene Raad kan stemmen. Het Beoordelingsteam streeft naar consensus tussen zijn leden. Indien omstandigheden dit vereisen, kan het een meerderheids- en een minderheidsstandpunt afgeven in de beoordeling die wordt ingediend bij de Algemene Raad.
Artikel 8 Overgangsbepalingen
1. De overeenkomstig artikel 5, leden 2 en 8 van Besluit ESRB/2014/2 negen NCB-vertegenwoordigers blijven in functie tot het einde van de in artikel 5, lid 8 van Besluit ESRB/2014/2 bedoelde initiële aanstellingsduur.
2. Na afloop van de initiële aanstellingsduur van twee jaar op 27 januari 2016 worden de betrokken vier NCB-vertegenwoordigers vervangen door een vertegenwoordiger van elk van de vier in het Stuurcomité vertegenwoordigde NCB’s. Indien een NCB uit het Technisch Adviescomité na 27 januari 2016 al is vertegenwoordigd in het Beoordelingsteam, wordt haar vertegenwoordiger vervangen door een vertegenwoordiger uit de NCB waaruit het Hoofd van het Technisch Adviescomité werd benoemd.
3. Na afloop van de initiële aanstellingsduur van drie jaar op 27 januari 2017 worden de betrokken vijf NCB-vertegenwoordigers vervangen door vier vertegenwoordigers uit vier NCB’s die overeenkomstig artikel 7, lid 4 worden benoemd en een uit de NCB waaruit de eerste vicevoorzitter van het ESRB werd benoemd.
Artikel 9 Intrekking
Dit besluit trekt Besluit ESRB/2014/2 in, en vervangt het.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt op 1 januari 2016 in werking.
Gedaan te Frankfurt am Main, 16 december 2015. De voorzitter van het ESRB Mario Draghi